Categorie archief: Nederland

Zorg

Gisteren kwam er een zin uit Nederland langs, die steeds weer bij me omhoog komt: ‘De scholen kunnen weer open, de zorg kan het aan.’ Was het een minister die dat zei? Bijvoorbeeld die van zorg en ellende? Het zou me niet verbazen.

De ziekenhuiscapaciteit is momenteel blijkbaar voldoende, dus dan is het niet erg als mensen de ziekte krijgen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid, Nederland

Prikken 4

Het prikken is begonnen. Nog gisterenavond de eerste in Duitsland; Emigrant berichtte. In landen buiten Europa vaak al vroeger, maar de EU haalt in. Nederland begint over twee weken. De Minister van Volksgezondheid heeft eerst nog wat televisieoptredens.

3 reacties

Opgeslagen onder Europa, Gezondheid, Nederland

Mini-herinnering: Staphorst met Riccardo

In Leiden leerde ik als student een Italiaans-Zweeds-Frans antropologenechtpaar kennen: Riccardo en Valérie. Riccardo had gehoord dat er in Nederland een besloten dorpje bestond met heel vrome mensen in klederdracht en hij vroeg mij of we dat niet eens konden bezoeken. Zo gezegd zo gedaan: met de trein naar Zwolle en daar fietsen gehuurd. Hij kreeg meteen wat hij verlangde, want zodra we uit de trein stapten stonden we tegenover een groot aanplakbiljet van de Bond tegen het Vloeken: Vermijd, bestrijd het vloeken, en het stond er ook in het Italiaans op: Evitate, combattete il bestemmiare. Ik legde hem uit dat dit aanplakbiljet op vele stations te zien was en niet speciaal voor Staphorstbezoekers was opgehangen. Maar hij geloofde mij maar half, en inderdaad, later zag ik dat ding ook nergens meer hangen. Misschien was er juist een actie afgelopen en was het plakkaat in Zwolle nog niet verwijderd.

Riccardo was al lang genoeg in Nederland om een fietstas te bezitten, en die ging open toen we trek kregen. Er bleek een keur van fijne spijzen en Italiaanse delicatessen in te zitten en zelfs een flesje wijn en glazen. Lekker natuurlijk, maar het contrasteerde nogal met ons reisdoel en het fietsen. Eenmaal in Staphorst aangekomen zagen we inderdaad veel mensen in klederdracht die niet erg toeschietelijk leken. Hoe bezichtig je een vroom dorp? Door een kerkdienst bij te wonen misschien, maar het was geen zondag, Riccardo verstond geen Nederlands en het was maar de vraag of we daar zonder zwart pak zouden zijn binnengelaten. Het zou ook een hele zit geworden zijn. Wat we konden doen was een winkel binnenlopen om iets te kopen, bij voorbeeld een brood bij een bakker. Een schel ging over, maar er verscheen niemand. Na verloop van tijd ging er een luikje open en daardoor keek een oog ons aan. Na nog meer tijd verscheen er een vrouw, jawel, in klederdracht, die verklaarde dat ze geen brood hadden. Of het brood gewoon op was of in de achterkamer werd bewaard voor de eigen mensen werd niet duidelijk. Het luikje werd intussen gevuld door een ander oog, dat van haar man waarschijnlijk. Onverrichter zake, maar toch voldaan verlieten we het pand. We hadden het gezien, Staphorst, en het ons.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Eten en drinken, Nederland

Mini-herinnering; nóg een oudtante

Maar hoe kon ik toch tante Deetje en oom Bas vergeten? Deetje was de oudste zuster van mijn grootvader en misschien daarom het allervroomst van het hele stel, met de zwartste kousen, SGP, you name it. Mijn grootmoeder en mijn moeder, die gewoon synodaal gereformeerd waren, moesten soms erg om haar lachen. Bij voorbeeld toen hun huisje tijdens de watersnood van 1953 onderliep. Ze hadden nooit waterleiding willen nemen, omdat zij genoeg hadden aan het water dat God hun schonk, middels regen en een pomp. Tijdens die overstroming gaf de Heer hun wel erg veel water, en daarna kwam er dan toch waterleiding. Ik herinner mij één bezoek bij hen, met mijn grootouders en mijn moeder denk ik. Het bezoek was niet echt vreugdevol en toen het uur van vertrek sloeg leek iedereen opgelucht. Maar we kwamen niet weg zonder dat Deetje nog samen met ons gebeden had. En zij bad lang, en nog langer. Mijn grootmoeder werd ongeduldig en toen Deetje bij de zin gekomen was: ‘En, Heere, wees ook met het hondje ….’ riep zij uit: ‘Zo is het wel genoeg, Deetje; kom, we gaan!’

2 reacties

Opgeslagen onder Nederland, Persoonlijk

Mini-herinneringen: oudtantes

Oudtantes leken bij ons vooral in paren voor te komen: telkens twee ongehuwde zusters die samenwoonden. De tantes in Dordt heb ik al eens besproken, maar er waren ook tante Cathrien en Gé te D., zusters van mijn grootvader. Die woonden in een aardig huis met een vrij grote tuin; tenminste dat vond ik als kind. Toen ik het huis enkele jaren geleden nog eens terugzag bleek het nogal popperig te zijn. Aardig nog steeds, dat wel. Waar deze tantes van leefden weet ik niet. Misschien dat hun rijke broer, mijn grootvader, hen onderhield.

In hun tuin groeide van alles, maar vooral de kruisbessen heb ik in lekkere herinnering. Er stond ook een prieeltje; daar zat tante Gé graag een preek te lezen. Ja, ze waren zeer gereformeerd, en zelfs meer dan dat. Ik denk niet dat daar behalve de bijbel en die preken ooit iets gelezen werd; of het zou het kerkblad moeten zijn. Maar van welke kerk dan? Het probleem was juist, als ik het goed begrijp, dat er in wijde omgeving geen kerk te vinden was die zwaar genoeg was. Daarom moesten ze thuis wel preken lezen.

In de tuin was ook de toegang tot de bijkeuken, of was het eerder een schuurtje? Daar stond een petroleumstel, een vies en stinkend geval, maar de tantes beweerden bij hoog en laag dat bepaalde spijzen alleen op een petroleumstel goed bereid konden worden. Dat gold bij voorbeeld voor de pannenkoeken die ze daar bakten, en die waren inderdaad lekker.

In onze familie werd af en toe gemeld ‘dat tante Gé weer gevallen was’. Als kinderen moesten wij daar erg om lachen. Hardvochtig ja, maar wij begrepen best dat vallen niet leuk was. Het grappige was, dat wij de oorzaak van die valpartijen vermoedden. De tantes dronken natuurlijk niet, maar zetten wel ieder jaar hopen rozijnen in glazen potten op brandewijn. Daardoor bleven die vruchten goed geconserveerd. En tante Gé, dat was bekend, nam wel eens een glaasje van die ‘boerenjongens op sap’—of ook twee of drie.

Tante Cathrien is honderd geworden, maar nu toch ook al weer ruim dertig jaar dood. Zij was ooit getrouwd geweest, maar slechts korte tijd. Haar man was al spoedig verdronken, zodat zij al heel jong weduwe was. Hertrouwd is ze nooit. Af en toe hief zij haar handen ten hemel en riep: ‘Geert, o Geert!’ Haar verdriet zal kort na die verdrinking zeker echt geweest zijn, maar zestig jaar later was het eerder ritueel en theatraal geworden. Een hang naar kunst en theater had zij inderdaad, maar hoe kom je daarmee in aanraking als je in een zwaar christelijke familie gevangen zit, in een klein dorp en met weinig geld? De radio bracht haar muziek—en o la la, niet alleen van de NRCV!—, en de fantasie deed de rest. Toen ik een jaar of dertien, veertien was vertelde ze me, dat zij in haar jonge jaren in het koor van de keizerlijke opera in Wenen had gezongen. Daar was ik wel van onder de indruk, en het duurde nog jaren tot ik begreep dat ze dit volledig uit haar duim gezogen had.

Tante To en Jo waren geloof ik nichten van mijn grootmoeder, maar ze golden voor ons toch als echte (oud)tantes. Zij belichaamden voor ons iets van the high life: ze woonden in een statig wit herenhuis in Apeldoorn en bezochten mijn grootouders iedere zomer. Waarschijnlijk hebben ze nooit gewerkt en leefden ze van de erfenis van hun vader, die omstreeks de eeuwwisseling naar Indië was vetrokken en daar rijk was geworden— vermoedelijk door het uitpersen van inlanders.

Voor het overige zijn er aan die generatie alleen nog schimmige herinneringen. Tante Heleen, die misschien al voor mijn derde levensjaar overleed, mocht ik niet. Zij droeg massieve zwarte japonnen en wilde mij altijd langdurig knuffelen en zoenen, wat een bezoeking was. Verder was er nog ergens een oudoom die visser was; of geweest was, want de vis was al lang aan de watervervuiling ten offer gevallen. In ieder geval herinner ik mij een huis aan het water. Er lag een bootje en er hingen netten op het erf. Dat erf liep schuin af naar het water, dat viel mij op, in een omgeving die verder zo buitengewoon vlak was.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nederland, Persoonlijk

Prikken 2

De Duitse deelstaat Hessen (ruim zes miljoen inwoners) heeft dertig vaccinatiecentra gepland. In ieder centrum kunnen duizend personen per dag ingeënt worden, dus dertigduizend per dag. Hoofdbestanddeel van zo’n centrum zal een koelruimte zijn, waarin het vaccin bij de benodigde temperatuur van –80˚ opgeslagen kan worden, maar er moeten natuurlijk ook wachtruimtes zijn, toiletten, parkeerplaatsen enzovoort.

Als ik het goed zie duurt het dan ruim tweehonderd dagen voor de hele deelstaat is geprikt. Nee, vierhonderd, want iedereen moet twee keer. Of nog langer, als de inenting vaker nodig is. Nee, toch iets korter, want de 15–30% covidioten hoeven niet. Pakweg een jaar, om te beginnen.

Zijn er in Nederland al zulke centra gepland? Het zou me niet verbazen als dat niet zo was; dat land verkeert immers nog grotendeels in de ontkenningsfase. Als ik in de Nederlandse google ‘injectiecentra’ intyp, krijg ik een verhaal over heroïne-faciliteiten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Gezondheid, Nederland

Vluchtelingen uit Nederland

Het eerste vluchtelingengezin uit Nederland heb ik gisteren leren kennen. Ooit heb heb ik lacherig gezegd, dat ik hoogstens twee vluchtelingen uit Nederland zou kunnen herbergen, op stapelbedden in mijn berging. Gelukkig hebben deze mensen mijn hulp niet nodig: ze zijn niet onbemiddeld en wonen sinds kort zelfstandig in een vriendelijk en open dorp in de gemeente Marburg. De EU maakt het mogelijk, en Marburg heeft een goede naam: het is echt een sociale gemeente. 

Vluchtelingen heten tegenwoordig al gauw migranten. Je zou deze mensen ook migranten kunnen noemen, maar hun verhuizing hierheen heeft wel degelijk een vluchtkarakter. Ze konden er niet meer tegen: de verlawaaiing en verdomming en de afbraak van alles wat mooi en goed was in Nederland. In hun geval was het grootste pijnpunt dat zij een problematisch kind hebben, dat bijzondere zorg behoeft. Die was er aanvankelijk ook geweest, maar was door een mallotig regeringsbesluit ineens opgeheven: de gemeentes moesten het voortaan zelf maar regelen en kregen daarvoor veel minder geld. Nog afgezien van het geld: hun gemeente, een middelgrote stad, had op dit gebied geen enkele competentie, zodat het een grote janboel werd, waar het kind, en dus het hele gezin onder leed.

Zo’n besluit tot grensoverschrijdend verhuizen is niet niks: de man werkt nog in Nederland, maar hij heeft een eigen kantoor, waar hij niet altijd hoeft te zijn. Hij rijdt er dus af en toe heen en werkt hier verder online. Ondanks de extra moeite zijn ze erg opgelucht en blij dat ze nu hier kunnen zijn. Maar er zullen heel wat mensen in Nederland zijn die veel moeilijker kunnen wegkomen, of helemaal niet.

Op mijzelf heeft deze ontmoeting vrij wat impact, merk ik. Hun vluchtverhaal houdt me bezig, maar er is bovendien iets persoonlijks, dat ook met Corona te maken heeft. Dit zijn aardige mensen, we merkten al dadelijk dat we heel wat dingen en belangstellingen gemeen hebben. Het zouden misschien zelfs vrienden kunnen worden. En wanneer zit ik tegenwoordig op een zondagmiddag zomaar met interessante mensen te praten? Sinds Corona was mijn sociale leven beperkt gebleven tot drie persoonlijke vrienden, plus een zangleraar en nog wat zanggenoten, die ik allemaal niet zo vaak zie. En nu was daar ineens een nieuwe ontmoeting in mijn heremietenleven. Dat komt veel nadrukkelijker aan dan vóór Corona.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Marburg, Nederland

Blij met mijn postcode 2

Nogmaals een vergelijking tussen mijn vroegere en mijn huidige woonplaats. Onbegrijpelijk.

Leiden: besmettingen per week per 100.000 inw.: 170

Marburg: besmettingen per week per 100.000 inw.: 4,5

4 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Gezondheid, Nederland

Blij met mijn postcode

Leiden: aantal besmettingen p.w. per 100.000 inw.: 75

Marburg: aantal besmettingen p.w. per 100.000 inw.: 8,1

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid, Marburg, Nederland

Golf

Het ‘debat’ dreigt af te dwalen van mondkapjes richting golf. Hebben of krijgen we nu een tweede golf? Of pas in de herfst? Maar de ene golf is de andere niet. En wanneer is een golf een golf? Wat is een golf precies? Enzovoort.
.
Een Duitse viroloog heeft een mooi woord van stal gehaald, dat ieder debat over dit onderwerp aangenaam zal verkorten. Volgens hem is er sprake van een Dauerwelle. Die blijft maanden lang zitten, tot we ingeënt zijn. Jammer dat het woord in het Nederlands niet lekker valt. Maar omdat Nederlanders nooit bang zijn voor wat Engels kan ook de woordgroep permanent wave worden gebruikt.

3 reacties

Opgeslagen onder Gezondheid, Nederland, Onzin Humor