Categorie archief: Nederland

Eens zal de Betuwe …

… in bloei weer staan, zong vroeger een liedje; maar ik betwijfel zeer of dat zo is. Onlangs zat ik in een trein die tussen Arnhem en Utrecht over de Betuwelijn werd omgeleid. Langs de spoorbaan zag ik allerlei velden waar rijen stokken uit de grond staken, sommige met bladeren of een enkele vrucht eraan. Ik begreep: dit moeten laagstammige fruitbomen zijn. Wat een akelig gezicht! Geen wonder dat het fruit nergens meer naar smaakt; geen wonder ook dat Flipje, het fruitbaasje van Tiel, dit niet langer wilde aanzien en zijn toevlucht heeft gezocht in vergetelheid.

3 reacties

Opgeslagen onder Eten, Nederland, Trein&tram

Oude ziektes

Krijg de kolere! Je kan/ken de kolere krijgen!
Krijg de tyfus!   (variant: vlektyfus)  Je kan … enz.
Krijg de tering!   (varianten: vinkentering, apentering)
Krijg de kanker!
Krijg de pest!
Krijg de pleuris!
Krijg de pip!   (met dank aan Peter Grey)
Krijg het lazarus! (variant: lep- of leblazarus)
Krijg de pokken!
Krijg het schurft!
.
Wanneer Nederlanders boos zijn wensen zij graag iemand een erge ziekte toe. Voor zover ik weet zijn zij het enige volk in Europa dat dat doet, en wel standen-overschrijdend, al wil niet iedereen dat toegeven. Laatst hoorde ik een immigrant ook zo schelden; die was dus perfect geïntegreerd. Geslaagd voor het inburgeringsexamen.
.
Maar niet alle ziektes komen in aanmerking:
Krijg de polio!
Krijg de AIDS!
Krijg de HIV!
Krijg de SARS!
Krijg de zwijnenpest!
Krijg de vogelgriep!
Krijg de EHEC!
Krijg de corona!
wordt niet gezegd. Je zou kunnen denken: bij sommige ziektes lukt het niet omdat die niet welluidend zijn. ‘Krijg de AIDS!’ klinkt niet. ‘Krijg de HIV!’ is al heel wat beter, ‘krijg de SARS!’ bekt ook best lekker; toch hoor je het nooit. Het ziet ernaar uit dat alleen historische ziektes geschikt zijn om mee te schelden.
.
Uitzondering is natuurlijk kanker: een oude ziekte, die nog volop bestaat. Het woord is bovendien buitengewoon productief als eerste lid van een samenstelling: kankerhoer, kankermarokkaan enzovoort en heeft daar de tyfus en de tering van de eerste plaatsen verdrongen.

5 reacties

Opgeslagen onder Nederland

Mini-herinnering: geestelijke zorg

Als student had ik een zekere belangstelling voor het fascisme. Geen sympathie, maar je moest er toch iets van weten? Daarom bestelde ik op een dag in de Leidse UB het bekende boek van A. Hitler, Mein Kampf. Merkwaardig en achteraf ook zeer te waarderen was, dat ik bij het afhalen van de bestelling door een bibliotheekfunctionaris op het matje werd geroepen: of ik wel wist wat voor schandelijk werk dat was, enzovoort. Ik kon hem geruststellen en kreeg het mee. Het bleek een knap waardeloos boek: onbegrijpelijk dat zoveel mensen daar ooit in waren getrapt. Na een dag bracht ik het alweer terug.
.
Iets dergelijks heb ik in de boekhandel Kooyker meegemaakt. Ik wilde Robert Brasillach, Onze vooroorlogstijd kopen. Bij de kassa werd ik daarop aangesproken door een van de medewerkers, die mij erop wees dat dit een totaal fout en fascistisch boek was. Dat wist ik wel; ik kocht het juist omdat ik wat meer van het fascisme wilde weten, en ook omdat ik met een vreemd raadsel geconfronteerd was. Anders dan in Duitsland had je namelijk in Frankrijk auteurs die verschrikkelijk fout waren, maar die wél konden schrijven. Ik wilde begrijpen hoe dat kon–maar ik snap het nog steeds niet.
.
Het komt mij voor dat dit soort geestelijke zorg voor jonge mensen door ouderen tegenwoordig ontbreekt. Met het Internet is daar ook niet meer aan te beginnen.
.
Geen zorg, maar wel een berisping was de verachtende blik van de verkoopster in een boekwinkel in Münster, toen ik daar Ernst Jünger, Auf den Marmorklippen wilde aanschaffen. Jünger was niet eens een fascist, maar hing er zo’n beetje tegenaan; de genoemde A. Hitler was op hem gesteld. Dat boek wilde ik hebben omdat het besproken zou worden in een leesclub waar ik in zat.

1 reactie

Opgeslagen onder Duitsland, Nederland, Racisme

Ontferming

In 1964 hadden alleen echt rijke mensen nog inwonend huispersoneel. Twee ‘gewone’ gezinnen kende ik echter die nog een dienstmeisje hadden. Eén was in Amsterdam. Bij een klasgenoot hadden ze een Indonesisch meisje voor dag en nacht, een christin, die ze blijkbaar van familie uit Indië hadden doorgekregen. Ik had enigszins met haar te doen, want behalve haar werkgevers had ze niemand in Nederland. ‘Ze heeft verder niemand, wij hebben ons maar over haar ontfermd.’ Zou ze op haar vrije avond landgenoten zijn gaan opzoeken? Ik betwijfel het.
Op zekere avond zaten we met enkele klasgenoten bij elkaar en ik zou de betreffende jongen, met wie ik bevriend was, even opbellen. Hij was niet thuis en ik zei: dag juffrouw. De anderen moesten erom lachen: wie zei er nu juffrouw? Tegen zijn moeder of een eventuele zuster zou dat inderdaad niet gepast zijn geweest. Maar toen bleek dat ik met het dienstmeisje had gesproken vonden ze het wel in orde. Wat had je anders tegen haar moeten zeggen? Een mevrouw was toen nog iets heel anders.
.
Het andere gezin woonde in Duitsland; ik logeerde er regelmatig. Daar was Anna uit Oost-Pruisen: een aardige, hardwerkende, zeer bedeesde vrouw. Pas heel veel later heb ik begrepen hoe dat zat met die vluchtelingen uit het Oosten van Duitsland. Ook zij had niemand meer en mocht dankbaar zijn dat ze ergens terecht had gekund. Dat was ze ook naar behoren, en dat ze zich uit de naad moest werken en waarschijnlijk onderbetaald werd vond niemand gek.
Anna poetste ook de schoenen, die iedereen bij het slapengaan buiten de kamer op de gang zette. ’s Morgens stonden ze dan alweer glanzend te wachten, terwijl Anna het ontbijt bereidde. Later was zij er niet meer; toen werden haar functies in het gezin overgenomen door een keukenmachine en de beide dochters des huizes—die voortaan ook de schoenen poetsten.
.
Wij hadden thuis geen dienstmeisje, maar één maand per jaar toch wel een beetje. Toen ik nog klein was gingen we ’s zomers namelijk in juli naar Wijk aan Zee. In de buurt woonde een meisje van misschien zestien(?) wiens vader was overleden, zodat het gezin weinig inkomsten had. Met ons mocht ze een of twee keer mee op vakantie; dan had ze ook eens wat, het arme ding. Later heb ik begrepen, dat zij op deze manier wel een erg goedkoop kindermeisje annex dienstmeisje was voor mijn moeder.

5 reacties

Opgeslagen onder De mens, Duitsland, Nederland, Vroeger

Herinneringen: Vertaler

Toen ik nog in Nederland woonde, vroeger dus, schnabbelde ik wat bij als vertaler Arabisch. In de jaren zeventig was er nog bijna niemand die dat kon, dus er werd vet betaald. Ik kon het ook niet, maar dat gaf niet. Rijbewijzen, geboortebewijzen e.d. lukten altijd wel, evenals lijstjes met ingrediënten van levensmiddelen. Van Marokkaanse huwelijks- of verstotingsacten waren er voorbeelden; daarbij was vaak nog het moeilijkst de handschriften te ontcijferen en de namen te begrijpen. Voor vertalingen in het Arabisch riep ik de hulp in van een Egyptenaar, voor de helft van het geld.
.
Er kwamen ook wel eens lange juridische teksten uit Saoedi-Arabië, of erger nog Libië, waar veel Italiaans door het Arabisch gemengd was. In die tijd deed Nederland immers grof zaken met die landen; hele havens werden er gebouwd. Ik zei dan dat ik die teksten niet helemaal begreep, maar de opdrachtgevers smeekten handenwringend of ik het toch wilde doen, want ze hadden niemand anders. Soms gaven ze me een juriste in bruikleen, die beter gefundeerde vermoedens over de inhoud van de teksten had en bovendien het juiste juridische jargon in het Nederlands kende.
.
Bijsluiters voor medicijnen en chemische teksten weigerde ik te doen, om vergiftigingen en ontploffingen te voorkomen.
.
In de jaren tachtig kreeg ik mijn eerste computer. Die was handig voor de langdurige opdracht van de KLM: telkens de menu’s voor de eerste klasse in het Arabisch vertalen. Daar had ik geen hulp bij nodig en omdat er in grote lijnen steeds hetzelfde gegeten werd kon ik lekker copy-pasten. Nog steeds verbaas ik vriend en vijand als ik gerechten meteen in het Arabisch kan benoemen.
.
Het moeilijkst waren de reclameteksten, daarbij had ik echt hulp nodig om de juiste toon te treffen. Dat ging niet alleen om vertalen, het kwam vaak neer op herschrijven. De enthousiaste brochure over lichtmetalen jaloezieën bij voorbeeld legde grote nadruk op de exclusiviteit en de chic van het product. Maar in Saoedi-Arabië was dat onzin: er was daar niets exclusiefs aan zo’n alledaags gebruiksvoorwerp, dat niet eens van goud was; dus dan moesten we zelf wat verzinnen. Gelukkig was het reclamewezen in de Arabische wereld nog niet zo ontwikkeld, dus het was al gauw goed.
.
Een tekst over babymelk had de opdrachtgever zelf al aan de verschillende culturen aangepast. Hij leverde ter verduidelijking ook de vertalingen erbij die al in andere talen gemaakt waren. Daar stond o.a. in: ‘Uw babytje heeft per dag xx uur slaap nodig;’ welnu, het aantal uren benodigde slaap was in geen twee landen hetzelfde. De Nederlandse kinderen sliepen geloof ik het langst.
.
Een keer heb ik een serieuze en gegronde klacht gekregen. Een internationaal bekende fabrikant van kettingzagen vond dat er fouten in mijn tekst stonden, en hij had gelijk. Hopelijk zijn er door mijn fouten niet al te veel lichaamsdelen verloren gegaan. Ik vertaalde toen al zo lang dat ik dacht het ook wel zonder hulp van een native speaker af te kunnen; mis! Voordat er boze houthakkers op mijn stoep konden verschijnen ben ik toen naar Duitsland verhuisd.
.
Van de KLM heb ik ook een keer een klacht gekregen, maar die was ongegrond. Een Arabische KLM-passagier klaagde dat er lamsvlees op het menu stond, maar hij had schapenvlees te eten gekregen, ocharm. Dat kon ik echt niet helpen, daarvoor moest hij bij de catering zijn.

De Arabische teksten werden gedrukt bij de toen nog nog enige drukkerij in Nederland die dat kon. Heel praktisch dat die ook in Leiden zat, want er moesten dan ook nog drukproeven worden gecorrigeerd.
.
Waren er dan geen Arabieren die konden vertalen? Nu natuurlijk wel, maar in de jaren zeventig nog niet. Hun kennis van het Nederlands was meestal onvoldoende, maar die van het Arabisch ook, als ze schrijftaal niet voldoende beheersten. Vaak genoeg heb ik teksten van Arabieren moeten fatsoeneren: werkwoordsvormen, naamvallen, syntax en spelling. Maar dat is in de loop der jaren sterk verbeterd. En er zijn tegenwoordig veel meer migranten die goed Nederlands kennen dan Nederlanders die Arabisch kennen.
Er kwam nog bij dat de opdrachtgevers Arabieren vaak niet vertrouwden, zeker niet bij hush hush-opdrachten.
.
Waar is toch al dat extra geld gebleven? Gewoon, opgegaan aan het goede leven. Dure voorwerpen interesseerden me niet, wel reizen, uit eten gaan en diensten.
.
Toen ik naar Duitsland ging was het afgelopen met de commerciële vertalerij. Mijn Arabisch werd beter, maar mijn Duits was (en is) niet waterdicht en ik ben hier niet beëdigd.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Economie/Wirtschaft, Nabije Oosten, Nederland, Persoonlijk, Vroeger

Relotius

De gang van zaken in de Duitse media stemt tot enige tevredenheid. Er is wel veel cliché-achtig geneuzel, vooral in talkshows op televisie, maar de serieuze media — ja, die bestaan hier nog— dwingen soms bewondering af. De televisiezender ZDF heeft verklaard de fascist Björn Höcke niet meer te zullen interviewen; dat is toch een begin. Het omgekeerde van wat in Nederland gebeurt dus.
.
Verder wordt in deze maand van terugblikken de affaire Relotius herdacht. Precies een jaar geleden werd Claas Relotius bij het weekblad Der Spiegel ontslagen. Dat was een zeer gewaardeerde free lance-journalist, die zelfs prijzen voor zijn indringende reportages had gewonnen. Maar hij bleek de meeste daarvan volledig uit zijn duim te hebben gezogen, compleet met ‘bronnen’.
.
De herdenking bestond vooral in het nagaan van wat er sindsdien in de serieuze media gebeurd was. De affaire had overal een schok teweeg gebracht. Men begon zich onmiddellijk af te vragen: zou bij ons ook …? En overal ging men er toe over om alles nog eens grondig te controleren voordat het gedrukt werd. Bronnen moesten voortaan controleerbaar zijn en met het artikel dadelijk meegeleverd worden. De fact checking afdelingen werden flink uitgebreid.
.
Ja, zo hoort het. Ook hierin een contrast met Nederland. Maar dat had U al begrepen—voorzover U tenminste de Nederlandse media nog leest of bekijkt.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Journal, Medien, Nederland

Mini-herinnering: Gelukkig zalig

Ook toen ik nog klein was kwamen er tegen Nieuwjaar al jeugdige krantenbezorgers langs de huizen om de beste wensen uit te spreken. De bedoeling was een fooitje op te halen, en een krent die niets gaf! Ze spaarden immers voor een brommer.
.
Maar wat te wensen? De katholieke bewoners van mijn dorp wensten elkaar een ‘Zalig Nieuwjaar’, de protestantse minderheid zei altijd ‘Gelukkig Nieuwjaar’. De verzuiling ging gelukkig niet zover, dat krantenbezorgers kaartenbakken bijhielden van wie tot welke gezindte behoorde, en lang niet in alle gevallen werd dit duidelijk uit de krant waarop de milde gevers geabonneerd waren. De praktische oplossing die de bezorgertjes vonden voor dit probleem was het uitspreken van de wens ‘Gelukkig zalig’, zonder verdere toevoeging.
.
Dikwijls ging de wens in vervulling: er waren vele gelukkige jaren. Zalig zou ik ze nooit noemen; dat woord gaat toch meer over lekkernijen en is denk ik vooral bij dames in gebruik. ‘Marrons glacés, die zijn gewoonweg zálig!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nederland, Vroeger

Pilletjes

Een eenvoudig pilletje tegen hoge bloeddruk bleek hier ineens niet leverbaar. Van Nederland wist ik dat sommige medicijnen daar schaars zijn, maar ik had altijd gedacht dat dat kwam omdat de farmaceutische fabrieken geen zin hadden om te leveren aan landen die alles op een koopje willen. Hier zijn medicijnen absurd duur, dus naar Duitsland zouden ze wel willen leveren, dacht ik. Bovendien zijn die firma’s zelf vaak Duits. Maar het blijkt anders te zitten.
.
De farmafirma’s laten net als andere fabrieken de spullen in China of India aanmaken. Als daar een fabriek op de fles gaat, of op vervuilde of ondeugdelijke pillen wordt betrapt, dan kan het gebeuren dat er ineens niets op de markt is.
.
Het pakje bloeddrukpillen dat ik wilde was niet leverbaar, maar de apotheek zou het bestellen en mij opbellen als het er was. Na een week kwam er een telefoontje: het is aangekomen. Maar toen ik het in de apotheek wilde afhalen was het er toch niet. Onvindbaar. De medewerkster meende dat ik me vergist had, dat hun apotheek mij onmogelijk opgebeld kon hebben. Hola! Middels het display op mijn telefoontje kon ik snel het tegendeel bewijzen. Volgens mij heeft een personeelslid die pillen zelf opgegeten, of haar grootmoeder ermee verblijd.
.
Het gevolg van die schaarste is niet, dat we allemaal dood omvallen. Maar de artsen moeten nu teruggrijpen op minder goede middelen, vaak oudere soorten met bijwerkingen die modernere middelen niet meer hebben.
.
Zo krijgt ook op dit gebied de achterlijkheid de overhand. De VS en Rusland doen erg hun best om de geesten in Europa te verzwakken; de Chinezen, van hun kant, kunnen direct ons lichamelijk welzijn aantasten. Op een dag is er een conflict en besluiten ze helemaal niet meer te leveren.
.
NASCHRIFT 3 februari 2020: Zo een conflict is er nog niet, maar door de Corona-epidemie in China zullen de Chinese farmaceutische fabrieken zeker andere prioriteiten hebben dan de bloeddruk van Europeanen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Europa, Gezondheid, Nederland

Mini-herinnering: onrecht op school

Het was in de zesde klas van de lagere school. We moesten een som maken. Dat deed ik met inkt op het tafeltje waaraan ik zat, en toen ik de uitkomst had schreef ik die op en wiste de bewerking uit met spuug.
De meester bleek echter niet alleen geïnteresseerd in de uitkomst, maar ook in de bewerking, en die was er dus niet meer. Ik wilde niet toegeven dat ik die op het tafelblad had geschreven, in de aanname dat zoiets streng verboden was, en stond met de mond vol tanden.
Daarop meende de meester dat ik het antwoord van mijn bankgenoot Bob had overgeschreven, wat beslist niet waar was!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Nederland, Persoonlijk, Vroeger

Miniherinnering: de tantes in Dordt

Ineens dacht ik eraan hoe ik als jongen soms mijn oudtantes J. en C. uit de brand hielp met hun radio. Radio Hilversum 1 en 2 zonden uit op de middengolf, op 402 en 298 meter als ik mij wel herinner. De ene zender was sterker dan de andere; daarom wisselden de verschillende zuilen terwille van de rechtvaardigheid om de paar maanden van zender. De tantes waren gereformeerd en luisterden dus uitsluitend naar de NCRV, die nu eens op 402m dan weer op 298m te ontvangen was. Ze waren zelf niet in staat die zenderwisseling op hun toestel uit te voeren, dus als ik in de buurt was deed ik dat voor hen.
.
De zusters woonden samen in een klein huisje aan de Krommedijk in Dordrecht. Tante C. was nooit getrouwd; tante J. was ooit verloofd geweest, maar het was uitgeraakt, of de jongeman was gestorven, en daarna was er niemand meer gekomen. J. had als huishoudster en gezelschapsdame gewerkt; waar C. van leefde weet ik niet. Ze trokken ook rente van een piepklein kapitaaltje, en later van de bijstand vermoed ik. Zowel hun ongehuwde staat als hun onbemiddeldheid waren het gevolg van een ramp die zich in 1918 had voltrokken: toen stierf namelijk hun vader aan de Spaanse griep. Dat betekende dat er weinig geld meer was en de meisjes dus geen interessante huwelijkspartners meer waren voor burgerlijke kandidaten. Beneden hun stand trouwen was ook niet ideaal; dat was wat hun zuster, mijn grootmoeder deed en makkelijk was dat niet. (Maar ze heeft zich kranig gehouden.)

1 reactie

Opgeslagen onder Nederland, Persoonlijk