Categorie archief: Bildung und Uni

Schijf ter ziele

Een vriendin haar computer had het begeven. De geraadpleegde computerchirurg had slecht nieuws: hij was niet meer te redden. De harde schijf, waarop haar ‘alles’ stond — dingen van de universiteit, wetenschappelijk werk, foto‘s, brieven, adreslijsten, belastingaangiften — was onherroepelijk verloren, en copieën had ze nooit gemaakt. Een ramp, zou ik denken, maar zij vatte het heel gelaten op. Ja, van de foto’s was het jammer, maar ze gaf toch geen college meer, en haar werk was allemaal al gedrukt. Ze kocht een nieuwe computer en begon opnieuw.

Ik ben ineens vreselijk jaloers. Was mijn harde schijf ook maar kapot! Maar geen schijn van kans: ik heb twee computers, een cloud en copieer alles. Er zou trouwens iets veel drastischers moeten gebeuren: mijn werkkamer zou eens in vlammen moeten opgaan, zodat al die boeken ook weg waren en ik daar nooit meer iets mee hoefde te doen.

De rest van de woning moet wel gered worden: tenslotte moet ik ook nog eten en slapen, en het wonen hier bevalt prima. En in de woonkamer staat momenteel die grote doos met brieven, waar ik het al over had. Waarschijnlijk zou ik daarmee dan iets gaan doen: na weggooiing van een hoop ballast zou ik een aantal correspondenties overhouden (nou ja, telkens de helft dan) en op grond daarvan zou ik misschien een boek schrijven. Nee, geen autobiografie, met zoiets moet je de wereld niet lastig vallen, maar er moet iets anders uit te distilleren zijn. Een geschiedwerk, een tijdsbeeld.

En zou het dan zo moeilijk zijn, een heel nieuw leven te beginnen? Juist uit die correspondenties blijkt dat ik dat al meermalen heb gedaan. En na mijn pensionering ben ik toch ook opnieuw begonnen, en toen Corona kwam nog een keer? Ja, maar er was altijd die constante van dat rare intellect, dat mij al sinds mijn kinderjaren opvreet, dat wil onderzoeken en het dan toch niet doet. Dat krijg je niet zo makkelijk weg, daartoe zou de harde schijf in mijn schedel vernietigd moeten worden.

Wacht maar, dat komt nog wel.

2 reacties

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Computer, Persoonlijk, Schrijven

Mini-herinnering: wat bedoelde ik?

In 1991 schreef ik een paar bladzijden voor het Dictionnaire des philosophes antiques. Gelukkig was er toen op het instituut een secretaresse die hielp bij het Frans. Na het insturen gebeurde er niets. Tien jaar later schreef de redacteur dat het eindelijk zover was: het werk zou nu gedrukt worden—wat in 2003 inderdaad geschiedde—, maar hij begreep één zin van mij niet en of ik kon uitleggen wat ik daarmee bedoeld had. Ik deed mijn best, maar begreep die zin zelf ook niet. En het onderwerp lag intussen te ver van mij af om alsnog iets te bedoelen. De redacteur schreef nog twee mails, maar ik kon hem niet helpen, ik had geen idee en liet het maar zo. De man dacht waarschijnlijk dat het aan mijn Frans lag, maar ik wist bijna zeker dat het iets inhoudelijks was. Zo droeg ik nog een on-zin bij aan deze wereld.
Als ik de tekst nog eens doorlees geloof ik dat ik die ene zin nu gemakkelijk zou kunnen herschrijven. Hij is inhoudelijk niet onzinnig, maar onduidelijk geformuleerd. Intussen begrijp ik weer wat ik bedoelde.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Persoonlijk, Schrijven

Grieks

‘Ach, kendet gij allen Grieks!’ galmde de predikant met stemverheffing de kerk in, mij aldus wekkend uit de halfslaap waaraan ik mij tijdens de preek meestal overgaf. Welk moeilijk woord hij vervolgens uitlegde weet ik niet meer. Misschien was het weer eens agape, wat ‘liefde’ betekent, een bij dominees zeer geliefd woord, dat volgens hen volstrekt geen betrekking had op de lichamelijke liefde. Later, tijdens mijn verblijf in Griekenland, bleek dit tenminste voor het Nieuwgrieks onjuist te zijn—gelukkig maar.

Zoudt gij inderdaad allen Grieks moeten kennen? Nee hoor, laat maar. Maar ik krijg tegenwoordig bij mijn onderzoeksproject te maken met Oudgriekse teksten, soms ook minder gangbare, waarvan geen vertaling bij de hand is, en moet dus wel wat Grieks kennen. En ziedaar het wonder: met een beetje porren in het geheugen en wat bladeren in een grammatica blijkt het nog, of weer, redelijk leesbaar te zijn. Dat heeft de volgende redenen: 1. Het móet nu, het is niet vrijblijvend meer. 2. Op het gymnasium (1958–64) heb ik grondig onderwijs in die taal gehad. 3. Door het oud worden is het geheugen veranderd: wat tientallen jaren vergeten was, komt nu vanzelf weer boven drijven. 4. De jaren dat ik probeerde Nieuwgrieks te leren (1991–95) hebben geholpen, ook het Oudgrieks weer toegankelijker te maken. Tsjonge, wat heb ik daar toen mijn best op gedaan, zonder dat het ooit tot werkelijke beheersing leidde. Een lastige taal, dat Nieuwgrieks; maar Oudgrieks is nog veel ingewikkelder, en dat zou ik als scholier wel beheerst hebben? 

Dat Grieks op school was een rare fictie: we kúnnen het bijna niet gekend hebben, maar toch … Op het eindexamen moesten we een willekeurig stuk Homerus lezen en vertalen, zonder een woordenboek te mogen gebruiken. Dat betekende dat we de hele woordenschat van Homerus moesten kennen, en die week nogal af van het ‘gewone’ Attische Grieks. In de praktijk was er een goed hulpmiddel: een frequentielijst van Homerus’ woordenschat. Als je daaruit de eerste paar honderd meest voorkomende woorden kende, kon je de rest misschien raden, of je wist ze helemaal niet, maar een paar missers mocht je hebben. Enorm veel werk, maar in die tijd was er nog tijd. Het is gelukt, hoewel ik nogal een hekel had aan Homerus, er niets aan vond. Dat kwam omdat we toen ook onderwijs in het Hebreeuws kregen en ik vond de Psalmen veel betere poëzie: mooi leed, drama en introspectie. Plato en vooral de gezellige babbelkous Herodotus bevielen mij wél. Ik stelde mij Herodotus altijd als pijproker voor—historisch onmogelijk, maar wat zou het.

Hoe dan ook, voor mijn huidige project, en in het algemeen om de cultuuroverdracht in de oude tijd te begrijpen (van Grieks naar Arabisch, van Arabisch naar Latijn) komt het Grieks nu goed van pas. Een geschenk uit het verleden.

4 reacties

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Griekenland, Taal, Universiteit

Impuls

Gepensioneerd en geïsoleerd als ik ben was ik het een beetje vergeten, maar een impuls van buitenaf kan soms tot actie aanzetten. Iemand had een ingezonden brief gestuurd op mijn artikel over het uiterlijk van de profeet Mohammed in het tijdschrift zenith. Ik besloot dadelijk terug te schrijven, en ziedaar, vanochtend tussen acht en tien heb ik een flink stuk geschreven; zeg maar de helft van wat een volgend artikel voor dat tijdschrift kan zijn. Een snelheidsrecord. Er zit nog zo veel in mijn hoofd; als iemand af en toe even een zetje geeft, werkt dat wonderen. Ik kan niet altijd zelfontbrander zijn.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Persoonlijk, Schrijven

Beter zien

Een tijdlang dacht ik dat ik moest kiezen: óf blind worden door het turen op de zeer kleine lettertjes in al-Marwazi’s dierenboek, óf dat boek domweg ongelezen laten.

Het betreft een Arabisch handschrift, keurig geschreven, een lust voor het oog, maar dan natuurlijk alleen een pdf-opname daarvan, niet het ding zelf, dat in Teheran ligt. Het liet zich niet vergroten op mijn computer. Printen ging ook niet; dat had de maker waarschijnlijk verhinderd. Via screen shots ging het wel, maar dat leverde niets op: de lettertjes werden daardoor niet groter, de scherpte ging verloren en de achtergrond werd grauw, want het papier is gelig. Ik kon het dus alleen lezen als ik mijn bril afzette en mijn ogen tien centimeter van het beeldscherm hield. Dat leek me ongezond, vooral over langere perioden.

Maar zie aan: op mijn laptop laat de tekst zich wél vergroten! Vreemd: de laptop is even nieuw als de tafelcomputer, de bedrijfssystemen zijn identiek en de Acrobat Reader is op beide apparaten ook even jong. In plaats van te proberen dit te begrijpen ga ik echter liever vreugdevol het handschrift lezen.

Lof zij de Schepper, die de mens schenkt wat hij nodig heeft, maar soms even niet, om hem op de proef te stellen en hem niet hovaardig te maken. (Deze zin is, u begrijpt het, geschreven in de geest van de oude tekst die ik aan het bewerken ben.)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Bildung und Uni, Computer, Dieren, Gezondheid, Persoonlijk

Een transculturele mier en een dito kat

Nog net op tijd voor dierendag. Hoewel iets met dieren eigenlijk altijd kan. 

Mier. Toen ik zat te werken aan de Arabische tekst  van Gibril ibn Nuh (9e eeuw) die ik wil uitgeven, kwam ik deze beschrijving van de loop der sterren tegen: 

Denk aan de sterren en het verschil in hun cirkelbaan. Een aantal verlaat zijn plaats aan het firmament niet en beweegt alleen als groep, maar een aantal verplaatst zich door de hele dierenriem en heeft eigen cirkelbanen. Dus elke ster van de laatste soort heeft twee verschillende banen: een algemene, samen met het hemelgewelf naar het Westen, en de andere van hemzelf naar het Oosten. De Ouden hebben zo’n losse ster vergeleken met een mier die krabbelt op een molensteen. De molensteen maakt een cirkel naar rechts en de mier beweegt naar links, zodat de mier in die situatie twee verschillende bewegingen maakt: een zelfstandige, recht vooruit, en de andere onvrijwillig, samen met de molensteen, die hem naar achteren dwingt.   

Waar zou de auteur die mier vandaar hebben, wie zijn die ‘Ouden’? Ik begon te zoeken in Oudgriekse teksten: Anaxagoras, Anaximenes, Aristoteles; en de christelijke kerkvader Theodoretus van Cyrrhus, aan wie mijn auteur veel heeft ontleend. Ik vond wel iets over de hemel als een wiel, en ook over die tegengestelde beweging, maar de mier heb ik tot nu toe niet aangetroffen. Verontrustend is dat niet; ik beweeg me maar moeizaam in die klassieke teksten en heb ze nog lang niet allemaal gehad. Het zal wel goed komen.

Bij mijn zoektocht heb ik ook gebruik gemaakt van Google, en daar verscheen minstens drie maal ongeveer dezelfde tekst als hierboven, inclusief de mier, maar …. allemaal uit zeer oude Chinese boeken. Een voorbeeld van zo’n Chinese tekst:

Zowel de zon als de maan bewegen naar rechts en tegelijkertijd moeten zij de hemel volgen die naar links draait. Hoewel zowel de zon als de maan in werkelijkheid oostwaarts bewegen worden zij [door de rotatie van de hemel] meegesleept, zodat het lijkt alsof zij in het Westen ondergaan. Dit is analoog met een mier die krabbelt op een molensteen: terwijl de molensteen naar links roteert, probeert de mier naar rechts te bewegen. Maar de draaiing van de molensteen is veel sneller dan de beweging van de mier. We zien dan dat de mier gedwongen wordt de beweging van de molensteen te volgen en ogenschijnlijk naar links beweegt.   

Van het oude China weet ik niets; ik lees alleen dat deze tekst teruggaat op ene Luoxia Hong, die actief was in de eerste eeuw voor Christus. Behoorlijk oud dus, eeuwen ouder dan mijn Arabische tekst.

Kat. Iets als een China-connection was me al eerder opgevallen bij de kat van Mohammed. De profeet zou veel gehouden hebben van zijn kat Mu‘izza, zoals blijkt uit de  volgende, wat obscure overlevering (negende eeuw of veel jonger):

De profeet wilde eens opstaan om naar het gebed te gaan, maar de kat lag op de mouw van zijn gewaad te slapen. Om het dier niet te wekken knipte hij toen zijn mouw af en verscheen met beschadigd gewaad bij het gebed. Terugkomend van de moskee werd hij door Mu‘izza bedankt met een buiging.

Dit motief bestaat ook met een heel andere bezetting. Volgens de Han-historicus Bān Gù (32–92) probeerde de Chinese keizer Āi dì (reg. 7–1 voor Chr.) eens op te staan toen zijn vriendje in slaap was gevallen op de mouw van zijn gewaad. Om hem niet te wekken sneed hij zijn mouw af en verscheen met het aldus beschadigde gewaad in het openbaar. Zijn hovelingen namen vervolgens deze dracht over om de liefdesverhouding te vieren.

Waren er in de Oudheid contacten tussen China en het Nabije Oosten, eventueel Griekenland? Er was zeker handelsverkeer, maar van literaire beïnvloeding had ik nog niet gehoord. Toch moet die er geweest zijn, in de ene of de andere richting. Van het wiel of de rietfluit kan ik me voorstellen dat ze twee of meer malen op verschillende plaatsen in de wereld zijn uitgevonden. Ook bestaan er motieven in de mythologie en in volksverhalen die universeel voorkomen. Maar zulke specifieke teksten als hierboven worden volgens mij maar één keer uitgevonden en maken dan verder een reis door de culturen. Hoe zijn ze overgewaaid, van West naar Oost of omgekeerd? Ik weet het niet — en naar ik vrees andere mensen ook niet. 

Of zou de mensheid toch werkelijk steeds hetzelfde bedenken?

1 reactie

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Dieren, Orient

Collega

In de droom ging ik naar een bibliotheek in een vreemde stad. Daar kwam ik in de studiezaal naast een oudere man te zitten — maar wat heet? een oudere man is tegenwoordig al gauw jonger dan ik zelf ben — naast een man van een jaar of negenenvijftig dus, die een handschrift opensloeg. Was het Perzisch? Ik kon mij niet bedwingen en wierp er een onbescheiden blik in. Het was Arabisch: een geïllustreerd handschrift over dieren. Wat een toeval! Zelf met een dergelijk handschrift bezig, zij het zonder illustraties, wilde ik mij voorstellen en een praatje maken. Maar hij stelde daar geen prijs op, sloeg het handschrift dicht en ging een tijdschrift zitten lezen.

Deze droom vond plaats tussen zeven uur en half acht. Opmerkelijk: zoals gewoonlijk meldde zich om zeven uur de stem van de nieuwslezer, maar ik heb niets van het nieuws en de volgende muziek en gesprekken gehoord, hoewel ik vrijwel naast de radio lag. Pas om half acht hoorde ik weer iets: de theaterkritiek. Blijkbaar was er vandaag wat extra slaap nodig.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Dromen, Persoonlijk

Einde boek?

Voor mij liggen op het ogenblik twee dikke wetenschappelijke boeken, uitgegeven door Brill in Leiden. Ze kosten resp. € 252,- en € 156,45 (voor 825 en 649 blz.). Ik heb ze niet gekocht, maar uit de universiteitsbibliotheek geleend. Ze zijn zeer goed uitgegeven en perfect gedrukt, maar de band is bij beide erbarmelijk. Of liever gezegd: ze zijn helemaal niet gebonden; het zijn stapels kopieerpapier die met lijm zijn samengevoegd. Het gevolg is dat je ze niet goed kunt openslaan en geopend op tafel leggen. Ook bladeren gaat moeilijk. Waardeloos! Had er voor die prijs niet een echte band af gekund? Te voorzien is dat bibliotheekexemplaren al gauw door hun rug zullen gaan, wanneer mensen met geweld gaan proberen om ze toch open te slaan. Dan heb je voor veel geld een kapot boek, dat naar zijn aard niet gerepareerd kan worden.

Maar je hoeft ze natuurlijk niet ‘gebonden’ te kopen. De uitgeverij biedt namelijk ook de mogelijkheid deze werken als pdf te kopen. Dan kosten ze … net zo veel als de gedrukte versie! Als ik een van deze boeken zou kopen, wat ik gelukkig niet hoef, zou zelfs ik misschien, als ik klaar was met knarsetanden, voor de pdf-versie kiezen, hoewel ik er een hekel aan heb, boeken op een beeldscherm te lezen. Maar als een boek toch geen boek is, dan moet dat in vredesnaam maar. Gerede kans dat ik die honderden bladzijden zou uitprinten, om althans nog enig leescomfort te hebben.

Deze beroemde uitgeverij, die in de loop van eeuwen veel prachtigs heeft uitgegeven, houdt blijkbaar niet meer van boeken. Die zijn slechts een lastig nevenproduct bij haar digitale handel geworden.

3 reacties

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Economie/Wirtschaft

Nieuwe band

IMG_2834.jpg

Daar ligt hij dan, mijn trouwe kameraad, in de zak voor het oud papier. De Engelse Wehr, met wie een dertigjarige vriendschapsband mij verbond.

Is dat schrikken! Maar nee hoor, het valt mee: het is alleen de band. Die was er door het vele gebruik afgevallen. Gebruik vooral vroeger in Nederland, want hier in Duitsland neem ik natuurlijk de Duitse versie. Maar met mijn huidige project is de Engelse weer aan de beurt. Het kon zo niet langer: hij is naar de boekbinder geweest en voor de som van € 23,20 is hij weer ingebonden en ziet eruit als nieuw, alsof er nooit in gebladerd was. Een vriendelijk prijsje, nietwaar? Het was ook een heel vriendelijk, ouderwets mensenbedrijf.

2 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Bildung und Uni

Oost west, thuis best

Toen ik nog over Mohammed en de vroege islam studeerde had ik nooit het gevoel iets onbelangrijks te doen. Immers, heel de wereld sprak tot kotsens toe over de islam? Het verstrekken van betrouwbare informatie over één van de stichters daarvan was dus van belang, ook al wilde vrijwel niemand die horen.
.
Na mijn pensionering wendde ik mij af van de arabistiek en concentreerde ik me meer op muziek. Dat kan ook nu: ik heb weer zangles, ik kan in mijn eentje zingen, maar koorzang zal nog lang onmogelijk zijn. Dat was in februari al duidelijk en ik heb meteen het roer omgegooid en mij gestort op een oud arabistisch onderzoeksproject, dat nooit af was gekomen: een negende-eeuwse christelijke tekst met ongeveer honderd christelijke teleologische godsbewijzen, die iets later met een islamitisch sausje werd overgoten. Dat is leuk werk, dat gepriegel en gepuzzel, net als vroeger, alleen bekruipt mij hierbij soms het idee dat het nergens goed voor is. Wat is het verschil met het patience leggen, dat mijn grootmoeder op haar oude dag regelmatig deed om het wachten op de dood te veraangenamen?
.
Ik moet mijzelf er af en toe uitdrukkelijk van overtuigen dat dit wel degelijk ergens goed voor is, en zelfs actueel, in verband met het hele white supremacy-gedoe. De tekst is namelijk een stukje in de legpuzzel van de geschiedenis van cultuuroverdracht en wetenschap—al is het maar een klein stukje. Die godsbewijzen interesseren me niet zo: heb je er tien gezien, kun je zelf de volgende twintig verzinnen, en God wordt er niet bestaander van. Maar het boekje wemelt van de citaten en verwijzingen naar oude Griekse, Latijnse en vroeg-christelijke auteurs, vertaald, zoals het voorwoord stelt, uit het Grieks in het Syrisch en Perzisch en nu ook in het Arabisch. Dat is dus een west-oost overdracht; de volgende fase werd de oost-west overdracht, verrijkt met Indische en Perzische elementen. Dacht U bij voorbeeld dat de grote christelijke theoloog Thomas van Aquino niet zwaar beïnvloed was door Arabische theologie en filosofie—en dus door ‘de islam’? Het cultuurgebied dat ik nu maar het ‘Westen’ zal noemen (in tegenstelling tot China, Japan, India) is altijd meer één geweest dan het wilde weten—en dan het nog steeds wil weten.
.
Ik las juist een boekrecensie uit de NRC van 20 april : Violet Moller, De zeven steden, een reis door duizend jaar geschiedenis. Volgens de recensie is het een enthousiast verhaal over die oost-west overdracht. Leuk dat er weer zo‘n boek is, dacht ik, vooral als het goed geschreven is. Maar mijn volgende gedachte was: alweer zo‘n boek! Dit is zo langzamerhand toch wel bekend? Nee, in brede kring is het nog steeds niet bekend, en als het al bekend was wordt het steeds weer ‘vergeten’ en ontkend. Het is net als met de geschiedenis van kolonialisme, racisme en slavernij: men weet het wel, maar wil het toch steeds weer niet weten. Een beetje drammen kan daarom geen kwaad, dat doen de o zo superieure white supremacists immers ook de hele tijd: die denken dat Europa rechtstreeks afstamt van de vikingen en de marmerblanke oude Grieken.
.
Overigens lijkt me een tekortkoming bij Moller—maar ik heb alleen de recensie gelezen!—dat de ‘Byzantijnse’ bijdrage niet ter sprake komt. Want toen in West-Europa de belangstelling voor de antieke wetenschap eenmaal opnieuw was gewekt, heeft men ook naarstig gezocht naar handschriften van die oude teksten in het Grieks, en men heeft er in Constantinopel en allerlei kloosters heel wat gevonden.
Ook de oosters-orthodoxe wereld kan wel wat rehabilitatie gebruiken. Want zoals Agatha Christie al schreef over een van haar superieure blanke personages: ‘In haar bevooroordeelde geest was een Griek bijna even erg als een Argentijn of een Turk.’

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Bildung und Uni, Gezondheid, Griekenland, Islam, Nabije Oosten, Persoonlijk