Categorie archief: Arabisch

Rover en dichter

Leeswerk Arabisch en islam: Ta’abbata Sharran

(Ik was enkele uren heel gelukkig toen Th. B mij had laten weten het een goed stuk te vinden. Ja, zo gaat dat toch.)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Dieren, Literatur

Mohammeds geboorte- en sterfjaar

Leeswerk Arabisch en islam: Mohammeds geboorte- en sterfjaar

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Islam, Oudheid

Beter zien

Een tijdlang dacht ik dat ik moest kiezen: óf blind worden door het turen op de zeer kleine lettertjes in al-Marwazi’s dierenboek, óf dat boek domweg ongelezen laten.

Het betreft een Arabisch handschrift, keurig geschreven, een lust voor het oog, maar dan natuurlijk alleen een pdf-opname daarvan, niet het ding zelf, dat in Teheran ligt. Het liet zich niet vergroten op mijn computer. Printen ging ook niet; dat had de maker waarschijnlijk verhinderd. Via screen shots ging het wel, maar dat leverde niets op: de lettertjes werden daardoor niet groter, de scherpte ging verloren en de achtergrond werd grauw, want het papier is gelig. Ik kon het dus alleen lezen als ik mijn bril afzette en mijn ogen tien centimeter van het beeldscherm hield. Dat leek me ongezond, vooral over langere perioden.

Maar zie aan: op mijn laptop laat de tekst zich wél vergroten! Vreemd: de laptop is even nieuw als de tafelcomputer, de bedrijfssystemen zijn identiek en de Acrobat Reader is op beide apparaten ook even jong. In plaats van te proberen dit te begrijpen ga ik echter liever vreugdevol het handschrift lezen.

Lof zij de Schepper, die de mens schenkt wat hij nodig heeft, maar soms even niet, om hem op de proef te stellen en hem niet hovaardig te maken. (Deze zin is, u begrijpt het, geschreven in de geest van de oude tekst die ik aan het bewerken ben.)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Bildung und Uni, Computer, Dieren, Gezondheid, Persoonlijk

Nieuwe band

IMG_2834.jpg

Daar ligt hij dan, mijn trouwe kameraad, in de zak voor het oud papier. De Engelse Wehr, met wie een dertigjarige vriendschapsband mij verbond.

Is dat schrikken! Maar nee hoor, het valt mee: het is alleen de band. Die was er door het vele gebruik afgevallen. Gebruik vooral vroeger in Nederland, want hier in Duitsland neem ik natuurlijk de Duitse versie. Maar met mijn huidige project is de Engelse weer aan de beurt. Het kon zo niet langer: hij is naar de boekbinder geweest en voor de som van € 23,20 is hij weer ingebonden en ziet eruit als nieuw, alsof er nooit in gebladerd was. Een vriendelijk prijsje, nietwaar? Het was ook een heel vriendelijk, ouderwets mensenbedrijf.

2 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Bildung und Uni

Oost west, thuis best

Toen ik nog over Mohammed en de vroege islam studeerde had ik nooit het gevoel iets onbelangrijks te doen. Immers, heel de wereld sprak tot kotsens toe over de islam? Het verstrekken van betrouwbare informatie over één van de stichters daarvan was dus van belang, ook al wilde vrijwel niemand die horen.
.
Na mijn pensionering wendde ik mij af van de arabistiek en concentreerde ik me meer op muziek. Dat kan ook nu: ik heb weer zangles, ik kan in mijn eentje zingen, maar koorzang zal nog lang onmogelijk zijn. Dat was in februari al duidelijk en ik heb meteen het roer omgegooid en mij gestort op een oud arabistisch onderzoeksproject, dat nooit af was gekomen: een negende-eeuwse christelijke tekst met ongeveer honderd christelijke teleologische godsbewijzen, die iets later met een islamitisch sausje werd overgoten. Dat is leuk werk, dat gepriegel en gepuzzel, net als vroeger, alleen bekruipt mij hierbij soms het idee dat het nergens goed voor is. Wat is het verschil met het patience leggen, dat mijn grootmoeder op haar oude dag regelmatig deed om het wachten op de dood te veraangenamen?
.
Ik moet mijzelf er af en toe uitdrukkelijk van overtuigen dat dit wel degelijk ergens goed voor is, en zelfs actueel, in verband met het hele white supremacy-gedoe. De tekst is namelijk een stukje in de legpuzzel van de geschiedenis van cultuuroverdracht en wetenschap—al is het maar een klein stukje. Die godsbewijzen interesseren me niet zo: heb je er tien gezien, kun je zelf de volgende twintig verzinnen, en God wordt er niet bestaander van. Maar het boekje wemelt van de citaten en verwijzingen naar oude Griekse, Latijnse en vroeg-christelijke auteurs, vertaald, zoals het voorwoord stelt, uit het Grieks in het Syrisch en Perzisch en nu ook in het Arabisch. Dat is dus een west-oost overdracht; de volgende fase werd de oost-west overdracht, verrijkt met Indische en Perzische elementen. Dacht U bij voorbeeld dat de grote christelijke theoloog Thomas van Aquino niet zwaar beïnvloed was door Arabische theologie en filosofie—en dus door ‘de islam’? Het cultuurgebied dat ik nu maar het ‘Westen’ zal noemen (in tegenstelling tot China, Japan, India) is altijd meer één geweest dan het wilde weten—en dan het nog steeds wil weten.
.
Ik las juist een boekrecensie uit de NRC van 20 april : Violet Moller, De zeven steden, een reis door duizend jaar geschiedenis. Volgens de recensie is het een enthousiast verhaal over die oost-west overdracht. Leuk dat er weer zo‘n boek is, dacht ik, vooral als het goed geschreven is. Maar mijn volgende gedachte was: alweer zo‘n boek! Dit is zo langzamerhand toch wel bekend? Nee, in brede kring is het nog steeds niet bekend, en als het al bekend was wordt het steeds weer ‘vergeten’ en ontkend. Het is net als met de geschiedenis van kolonialisme, racisme en slavernij: men weet het wel, maar wil het toch steeds weer niet weten. Een beetje drammen kan daarom geen kwaad, dat doen de o zo superieure white supremacists immers ook de hele tijd: die denken dat Europa rechtstreeks afstamt van de vikingen en de marmerblanke oude Grieken.
.
Overigens lijkt me een tekortkoming bij Moller—maar ik heb alleen de recensie gelezen!—dat de ‘Byzantijnse’ bijdrage niet ter sprake komt. Want toen in West-Europa de belangstelling voor de antieke wetenschap eenmaal opnieuw was gewekt, heeft men ook naarstig gezocht naar handschriften van die oude teksten in het Grieks, en men heeft er in Constantinopel en allerlei kloosters heel wat gevonden.
Ook de oosters-orthodoxe wereld kan wel wat rehabilitatie gebruiken. Want zoals Agatha Christie al schreef over een van haar superieure blanke personages: ‘In haar bevooroordeelde geest was een Griek bijna even erg als een Argentijn of een Turk.’

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Bildung und Uni, Gezondheid, Griekenland, Islam, Nabije Oosten, Persoonlijk

Mini-herinneringen: Stelling nemen

In de Frankfortse boekhandel annex café Ypsilon sprak eens de Libische auteur Ibrahim al-Koni, wiens werk ik zeer waardeer. Wat een luxe: een echte Arabische schrijver op loopafstand. Het werd een mooie avond, tot er een vragensteller begon te schuimbekken en de schrijver vroeg waarom hij in zijn boeken geen stelling nam tegen de slavernij. Al-Koni behoort namelijk tot de Touareg, een volk uit de Sahara en ook het Zuiden van Libye, en de Touareg hadden slaven; misschien hier en daar nog wel.
Tja. Een schrijver verwijten dat hij niet een ander boek geschreven heeft, of in dit geval een pamflet, is nooit zo zinvol. Al-Koni beschrijft zijn samenleving ongeveer zoals die was, zonder te kritiseren, maar zeker ook zonder te verheerlijken. Wel met een magische toets. In zijn Bloedende Steen, dat ik het beste ken en hier heb besproken, neemt hij, zo u wilt, wel stelling tegen de vernietiging van de natuur en het uitroeien van diersoorten door de jacht. Maar als een echte romanschrijver doet hij dat natuurlijk door die verschijnselen te tonen, niet door ze te bespreken of te veroordelen. In andere boeken toont hij de snel veranderende Touareg-samenleving en daarbij verdwijnt geleidelijk ook de slavernij; wat wil je nog meer?

Zelf kreeg ik eens een reactie van een schuimbekkende dame op een bespreking die ik had geschreven over Remke Kruks boek over vechtende vrouwen in het Nabije Oosten. Ik had dat geplaatst in een kader van andere literaire voorbeelden van strijd en rivaliteit tussen de geslachten, die soms door vrouwen gewonnen wordt, o.a. in Duizend en één Nacht. De reageerder nam bij voorbeeld aanstoot aan het idee uit een van die verhalen dat vrouwen listiger zijn dan mannen: list is immers een negatief begrip. En worden vrouwen niet altijd als óf listig óf verleidelijk voorgesteld? Of dat de rechter in dat verhaal een lelijke dochter had: een door en door mannelijke zienswijze.
Kan allemaal wezen, maar ik heb Duizend en één Nacht niet geschreven; ik gaf slechts weer wat ik daar gelezen had. Had ik dan een scheldkritiek op dat werk moeten schrijven? Nee, ik moedig U graag aan het oorspronkelijke werk te lezen. Dat de wereld er daarin niet zo uitziet als Europa nog tot voor kort, dat kunt U wel aan toch?

Dat soort reacties komt van het soort mensen die ook de koran willen ‘herschrijven’. Ongeletterden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Fictie, Literatur

Weg met de hartstocht

Vanmiddag heb ik een afspraak met H., een oud-student van me die af en toe met mij gaat koffiedrinken als hij in de stad is. De vorige keer is misschien een half jaar geleden. Toen vroeg hij of hij misschien mijn exemplaar van Ibn al-Djawzī, Dhamm al-hawā, ‘Afkeuring van de hartstocht,’ kon overnemen. Ik voelde daar weinig voor, want het boek maakt deel uit van een kleine collectie over de meer dan duizend jaar oude Arabische liefdestheorie, die ik gebruikte voor mijn proefschrift. Maar ik beloofde erover te zullen nadenken.
.
Intussen is er veel veranderd: hij krijgt het boek, gewoon cadeau natuurlijk. Het afstaan kost me geen enkele moeite meer en wat mij betreft kan hij de rest van de verzameling erbij krijgen. Sinds Kerst ben ik zo veel minder arabist geworden. De leegte die mijn verdwijnende oude vak heeft nagelaten is nog steeds niet gevuld en ik voel me daarover wel wat mulmig. Maar nu eerst vrijdag naar Parijs, om een potje te zingen. Solo toch niet, maar in een klein ensemble met slechts één andere tenor erbij. Duet zingen is verplaatst naar 5 mei.
.
Ik ben overigens benieuwd hoe lang H. nog met mij wil koffie drinken. Van anderen heb ik al gemerkt dat ze mij minder interessant vinden nu ik geen zin meer heb om over Wahhabieten of het salafisme te praten. Maar dat hindert niet: er zijn nu weer nieuwe mensen.

2 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Bildung und Uni, Muziek, Persoonlijk

Ratwata

Wat zou ’retweeten‘ in het Arabisch zijn, vroeg ik mij af. Het internet hielp, in de gedaante van een goede vriend. Het antwoord is verbluffend; ik had het wel kunnen, maar nooit durven bedenken:
.
perfectum ratwata, imperfectum yuratwitu, infinitief ratwatah
.
Het Arabisch werkwoordssysteem op zijn best: men neme drie, of in dit geval vier consonanten en drukke die in het schema van de werkwoordsvormen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch

Oriëntalisme in de Oriënt

Het beeld dat het westen zich vormde van ‘de Oriënt’ werd in de koloniale tijd daarginds vaak overgenomen. Het Westen maakte immers uit hoe het Oosten eruit had te zien en zich te gedragen had. Dit zet de laatste tijd kwaad bloed; met name na verschijning van Edward Said, Orientalism in 1978). In Saoedi-Arabië en Irak werden er leerstoelen ‘Oriëntalistiek’ ingericht, die veelal door haat of afkeer jegens westerse oriëntalistiek werden gedreven. Maar in van ± 1800 tot 1980 werd het westerse oriëntbeeld in de oriënt alleronderdanigst geslikt en overgenomen; er zal ook niet veel anders hebben opgezeten. Zelfs in religieuze zaken liet men zich een oor aannaaien: de vorm die de islam heeft aangenomen heeft heel wat aan het westen te ‘danken’ (zie ook hier en hier.)

Hier volgen enkele voorbeelden van Orient made in Europe.
.
Aan het eind van de negentiende eeuw dicteerden Europese handelsfirma’s (Ziegler, Hotz) hoe Perzische tapijten eruit moesten zien. Niet te wild, decent gekleurd naar Europese smaak; wel met merinowol die werd geïmporteerd uit Manchester en met kunstmatige kleurstoffen. Natuurlijk gehoorzaamden de tapijtwevers: ze moesten er immers van leven?

Zachte of harde dwang was er ook in Nederlands Indië. Over de oriëntalistische uitdossing  van de sultan van Solo had ik het al eens. De Maleise taal werd in Nederlands-Indië door Nederlanders beter gekend dan door Indonesiërs, vooral die op Java. Die konden het alsnog leren, bij voorbeeld door vlijtig de boekjes van het Kantoor voor Volkslectuur (later Balai Poestaka; 1908–1942) te lezen, dat vanaf 1920 Indonesische literatuur uitgaf die voor inlanders passend werd geacht.1

Elders zal de westerse versie van wat ‘oosters’ was zijn nagevolgd uit een behoefte om modern te zijn. Ooit heb ik eens een Indonesiër de inrichting van een koloniale tropische woonkamer ‘echt oosters’ (cara timur benar) horen noemen. Die kamer bevatte westerse meubeltjes, enkele Indische kunstvoorwerpen en een schilderij van een rokende vulkaan met sawah’s en twee ploegende karbouwen op de voorgrond, dat erg aan een schoolplaat herinnerde.

De Sheikh Zayed moskee in Abu Dhabi is een reusachtig gevaarte: een koepel van 75 meter, minaretten van 107 meter, plek voor 40.000 gelovigen en van alles veel te veel. Het gebouw heeft enerzijds de saaiheid van computergegenereerde, steriele massawaar, anderzijds doet het denken aan een oriëntaalse fantasie uit Duizend-en-één-nacht.  Deze moskee is onverhuld oriëntalistisch, een oosterse droom. De gewezen parelvissers van de Golf hadden zelf nauwelijks een traditie van grote gebouwen. Ze hebben dus mensen uit het buitenland2 ingehuurd die voor hen dit oosterse sprookjespaleis bedachten, waaruit ieder ogenblik een vliegend tapijt kan opstijgen. Stijlelementen van verschillende bestaande gebouwen, van Marokko tot India, zijn samengevoegd tot een oriëntaals geheel in het kwadraat. Het doet een beetje denken aan frambozensaus die nog framboziger is gemaakt door toevoeging van frambozenaroma. Blijkbaar was de bouwheer er tevreden mee. En dat terwijl er de laatste tijd in de Arabische landen flink op oriëntalisme wordt gescholden.

 

Maar die hele Duizend-en-één-nacht overwegend een westerse constructie, die vanuit Europa zijn weg naar het Midden-Oosten heeft gevonden. Die verhalen werden door Arabische geletterden zelden gelezen en niet gewaardeerd. Niet omdat er vrijmoedig over seks wordt gesproken, zoals men in het preutse Europa misschien denkt, maar omdat ze in eenvoudige (‘kinderachtige’) taal geschreven waren en ook verder niet aan literaire maatstaven voldeden. Ze hoorden thuis bij de verhalenvertellers, die de teksten uit het hoofd leerden uit schriftjes die ze hadden en door het land trokken om in café’s en op pleinen hun verhalen te vertellen. Maar andere verhalen waren bij die vertellers en hun publiek veel populairder. Uit de negentiende eeuw zijn er wel enkele toneelbewerkingen van verhalen uit Duizend-en-één-nacht bekend, maar het toneel gold eveneens als iets voor de lagere standen. Pas vanaf ± 1900 begonnen Arabische geletterden Duizend-en-één-nacht te waarderen, nadat het werk dus door Europa was ‘goedgekeurd’. Dan staan er schrijvers op die verklaren dat Duizend-en-één-nacht zo’n belangrijke invloed voor hen was: ‘Abd al-Qādir al-Māzinī, Maḥmūd Taymūr, Tawfīq al-Ḥakīm, Ṭāhā Ḥusayn, Nagieb Mahfoez, om er maar enkele te noemen. Zij en nog vele anderen reageren er ook op: ze bewerken zo’n verhaal of spelen ermee, ze schrijven boeken als De dromen van Sheherazade, of De duizendentweede nacht. De eerste Arabische dissertatie over de verhalencyclus verscheen in 1943: een bewijs van acceptatie.
Dat moderne Arabische auteurs teruggrijpen op hun eigen erfgoed lijkt zo doodnormaal, maar het gebeurde wel nadat dit eeuwenlang ondergestoft was geweest, en nadat Europa het had opgepakt, goedgekeurd, door de mangel gehaald en opnieuw toebereid.
.
Later was er nog meer oriëntalistische invloed op de receptie van Duizend-en-één-nacht, zij het indirect. Een nieuwe Arabische uitgave van het werk werd, ik meen  in 1985, verboden, omdat het in strijd met de goede zeden zou zijn. Met de zeden namelijk van de baarden-en-hoofddoeken-moslims, die zich intussen breed hadden gemaakt en die hun preutsheid voor minstens de helft danken aan oriëntalistisch Europa en aan koningin Victoria; zie hier.

 .
Nog zo’n geval is naar mijn mening de receptie van Ibn Khaldūn: een van de beroemdste oude Arabieren überhaupt, die echter via Europa in het Midden Oosten is beland. 

NOTEN
1. Mocht U dit willen naslaan in de Wikipedia zult U geen Nederlandstalig artikel vinden. Als zo vaak zwijgt de Nederlandse Wiki over Indië stille. U kunt echter dit lezen.
2. Als architect wordt genoemd Yousef Abdelky, maar ook Mohammad Ali Al-Ameri en verder firma’s als Spatium, Halcrow en Speirs and Major Associates.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Orient

Verloren posten

Zoëven heb ik weer eens gedroomd dat ik ontslagen werd aan de VU. Het was nogal smartelijk en gedetailleerd ditmaal: de overname van de werkkamer door iemand anders, op straat lopen zonder te weten waarheen, enzovoort.
Allemaal onzin: ik ben in 1996, na jaren ontslagdreiging, niet ontslagen maar heb ontslag genomen, heb zevenendertig jaar onafgebroken als arabist gewerkt in Leiden, Amsterdam, Frankfort en Marburg, en geniet dientengevolge nu een behoorlijk pensioen. Een levensloop die menig academicus me zal benijden.
Wel heb ik twee maal de onttakeling van een studierichting meegemaakt, die in beide gevallen nogal lang duurde en waarbij ik als laatste het licht moest uitdoen. In Marburg werd niet het instituut opgeheven, maar verzandde wel het klassieke Arabisch.
.
Al dat opheffen geschiedde in groter verband: de alfa-vakken leveren geen rendement op, dus die konden veel kleiner. Eigenlijk viel het voor de ‘kleine letterenvakken’ in Nederland lange tijd nog mee, omdat er tien jaar lang bijzondere bescherming geboden werd. Maar daarna begon ook bij Arabisch de kaalslag. Voor zover ik kan overzien is in Nederland het vak alleen nog in Leiden op volle sterkte aanwezig. In andere steden niet meer, of sterk beknot. In Duitsland komt alles pas tien jaar later. Alles is er nog, maar op veel plaatsen wel erg uitgehold: halve banen, onderbetaalde assistentschappen enz.
.
Zowel aan de VU als in Frankfort werd de wetenschappelijke semitistiek/arabistiek opgeheven. Maar kort daarna werd in beide universiteiten islamitische ‘islamwetenschap’ ingevoerd. Hoewel het beter is imams hier op te leiden dan ze uit het buitenland te halen kan ik mij daarover niet verheugen, omdat het theologie is en vele dingen dus niet gezegd mogen worden. Om maar iets te noemen: de invloed van de Grieks-Romeinse cultuur op de oude Arabieren wordt geloochend; de biografie van de profeet wordt voor zoete koek geslikt en de aan hem toegeschreven uitspraken heeft hij werkelijk gedaan. Daar pas ik niet bij.
.
De opheffing van het instituut in Frankfort was overigens wél verheugend. In 2007 werden namelijk in de deelstaat Hessen de ‘kleinere letterenvakken’ samengevoegd en in de drie universiteiten geconcentreerd. In Marburg kwam (vrijwel) alles terecht wat met het Midden-Oosten te maken had, en dus ook ik. Dat was geen bezuinigingsmaatregel; integendeel, er werd een groot en vorstelijk gefinancierd instituut opgezet, met zeven professoren en als ik het wel heb veertig medewerkers. Het bloeide en gedijde en het was een mooie tijd. Alleen was er na mijn pensionering geen plaats meer voor iemand die die ouwe boel las en onderwees. Liever nog eens Arabische lente of salafisme enzo, en waarom zou iemand klassieke poëzie lezen, of de koran in het origineel? Wie zou daar in vier jaar studietijd nog aan toe komen, als er ook nog gewerkt moet worden om wat geld te verdienen? Ik heb dus ook in Marburg op een verloren post gewerkt, maar het geeft niet hoor, ik heb toch heel wat mensen iets mee kunnen geven.
.
Ooit was de arabistiek hulpwetenschap bij de bijbelwetenschappen. In de koloniale tijd bestudeerde men Arabisch en islam bovendien om islamitische koloniën beter te kunnen besturen. In de jaren zestig, zeventig van de twintigste eeuw brak het besef door dat in het nabijer gekomen buitenland Arabisch en Turks werd gesproken, en dat er intussen ook steeds meer Marokkanen en Turken in ons land woonden, wat de bestudering van de betreffende vakken vanzelfsprekend maakte. Men probeerde afscheid te nemen van de oude, koloniaal gekleurde oriëntalistiek en de studie van het vreemde op nieuwe manieren aan te pakken. Tot er een omslag kwam en het verlangen opkwam, juist liever niets over het Midden-Oosten te weten, en vooral niets over de islam. Het ‘islamdebat’, dat nu al ruim vijftien jaar woedt, blijkt immers veel makkelijker te verlopen als je er niets over weet. Bovendien bombardeert het prettiger als je niet precies weet waar je bommen terecht komen.
.
Mijn oude vak houdt mij nogal bezig de laatste tijd. Ik zal er af en toe eens een stukje over plaatsen. Dit was een begin.

3 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Dromen, Islam, Marburg, Nabije Oosten, Nederland, Orient, Persoonlijk