Raqmana

Raqmana, dat is het Arabische woord voor digitalisering. Dat was nu al de derde keer dat ik het moest opzoeken. Is het geheugen zo slecht geworden? Nee, dat valt wel mee. Het komt vooral omdat ik het eigenlijk niet wil weten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch

Geen zin

De laatste maanden had ik, ondanks allerlei tegenslagen, steeds een goed humeur. Daar is dezer dagen een flinke domper op gezet.

Eerst kreeg ik bericht dat de repetities van mijn lievelingskoor worden hervat. Ik vond dat met het oog op Corona iets te vroeg. Het is nog drie weken te gaan tot mijn tweede prik, en dan moet het vaccin nog inzinken. Ik heb dan ook gemaild dat met mij pas in de derde week van juli weer gerekend kan worden. Corona: een welkom excuus, maar het was mij zelf meteen wel duidelijk dat dit eigenlijk een smoes was: ik heb domweg geen zin om daar weer heen te gaan.

Gisteren kwam er bericht dat de koorweek in Freckenhorst eind juli wél doorgaat, voor mensen die ingeënt of genezen of getest zijn. Dat is de week waar ik al twee keer geweest ben. Vorig jaar had ik mij er ook voor aangemeld, en ik was teleurgesteld toen hij niet doorging. En nu heb ik er helemaal geen zin in, nee, ik wil er niet heen. Of liever, nee, het is een beetje raar. Vorige week dacht ik nog: laat ik ze eens opbellen, om te horen of het dit jaar doorgaat. Toen de mail kwam heb ik onmiddellijk het aanmeldingsformulier ingevuld — maar nog niet verstuurd, en direct daarna voelde ik een sterke tegenzin, die mij nog niet heeft verlaten.

Is dat niet vreemd: vóór Corona mijn lievelingsbezigheid, en nu wil ik niet meer? Ik begrijp het zelf niet goed. Temeer daar ik het zangonderwijs nog wel geniet en zeker niet wil opgeven. Maar solist kan ik niet worden, en bovendien zingen solisten ook in koren.

Toen Corona kwam en er van alles wegviel heb ik voortvarend een nieuwe manier van leven bedacht, en zou ik die nu weer moeten opgeven? Ik wil mijn vrijheid niet meer kwijt.

4 reacties

Opgeslagen onder Gezondheid, Persoonlijk, Zingen

Vlier

Vandaag wilde ik een fietstochtje in westelijke richting maken, en daartoe moest ik door de stad. Overal mensen, scholieren die op bussen wachtten, winkels die open waren en waar je zonder afspraak of test naar binnen kon; zelfs het warenhuis.. Ik wist niet dat het al zover was. Alleen de afstand en de mondkapjes blijven nog over.

Over het fietstochtje is verder niet veel te melden. Een rondje dat ik al vaak gedaan heb: Neuhöfe – Elnhausen – Caldern – Cölbe en naar huis. De rondjes worden kleiner, omdat ik een oude man geworden ben.

Mijn oog viel vooral op de miljoenen vlierbloemen overal, en ik moest terugdenken aan de tijden dat we in grote teilen die bloemen gingen plukken om er limonade van te koken. Daar ben ik nu te lui voor, maar bovendien zit er ook veel te veel suiker in voor mijn tegenwoordige smaak. Wel een heerlijk aroma: Holunder.

Verder viel op dat de beroemde Lahnradweg is omgelegd. Er worden ergens grote viaducten gebouwd voor een weg die om de dorpen leidt in plaats van erdoor. Zelfs de spoorlijn moest een stukje verlegd worden. Het oude fietspad is gewoon verdwenen en er is over enkele kilometers een nieuw aangelegd, pal naast de drukke autoweg. Een prima pad, mals nieuw asfalt, maar wat een herrie naast die weg. Dat doet toch afbreuk aan de fietservaring over deze toeristische route.

Het weer was precies naar mijn smaak: een graad of 27, niet al te zonnig, maar bedekt en vochtig. Een beetje tropisch gevoel.

3 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg

Als kat en hond

Een reactie plaatsen

10 juni 2021 · 09:40

Afstand

Twee drogisterijketens zijn hier in de stad vertegenwoordigd: dm en Rossmann. Ik vind Rossmann de sympathiekste, die heeft ook een fractie betere spullen lijkt het. Toch koop ik sinds Corona alleen nog bij dm. De reden is dat de Rossmann-winkels kleiner, knusser zijn, en dat is in Coronatijd een concurrentienadeel.

Wat heerlijk dat de uitbreiding van de tegut-supermarkt in Wehrda nu vrijwel klaar is. Ineens is er heel veel meer ruimte; het lijkt wel Amerika! Sinds Corona koop ik daar wel, maar altijd om 8.30 ’s morgens, als de vakkenvullers de vakken gevuld hebben en de grote stroom klanten nog niet op gang is gekomen. Het bejaardenuurtje. Maar zoals het nu geworden is, met brede gangen waar je tegen niemand aan hoeft te botsen, dat is een zegen. Dan kan ik ook op andere tijdstippen boodschappen gaan doen.

In hetzelfde gebouw komen ook een café, een bakkerij, een apotheek, een stomerij en last, but not least een grote drogisterij. Die ontbrak vreemd genoeg in dat winkelcentrum nog. Het wordt … een dm; ja, te vrezen is, dat Rossmann een beetje op de terugtocht is.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Einkaufen, Marburg

Terug naar normaal?

Nou kweenie hoor. Nu mag er weer van alles en dan moeten we meteen ook van alles, overal naar toe, terwijl ik het liefst lekker thuis zit. Alleen live zangles is wel fijn. Ik zoek nog een goeie smoes om de isolatie wat te verlengen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk

Mini-herinnering: lulletje

‘Vindt u mij een lulletje?’ vroeg de student Frank B. mij eens. Een verrassende vraag, die ik natuurlijk met nee beantwoordde—naar waarheid. Frank was een zeer goede student, echt een intellectueel type en dus geen mannetjesputter of stoere held, maar een lulletje, nee, dat niet. En bovendien: wie was ik om dat te beoordelen? Ik was zelf nogal een lulletje, al wist ik dat meestal handig te verbergen.

Een tijdje later verraste Frank me nog meer. Hij verklaarde dat hij bij ons wegging, hij wilde naar Israël en jood worden. Vreemd: jood worden is heel moeilijk, en waarom zou je je zelf opzadelen met een zo problematische identiteit en een land waar het altijd oorlog is? Van christelijk gekleurd zionisme had ik bij hem nooit iets gemerkt, hij was Nederlands-Hervormd, maar zonder ‘eraan te doen’. Liep hij misschien een Israëlische vriendin achterna? Nee, dat was het ook niet, verzekerden zijn studiegenoten mij. Eenmaal in Israël gevestigd is hij wel getrouwd, maar die vrouw kwam pas later in zijn leven. Misschien wilde hij gewoon naar dat land om zijn vermeende lulletjesheid kwijt te raken, en dat zal zeker gelukt zijn, want daarginds moest hij natuurlijk eerst in het leger. Daarna mocht hij zijn studie Arabisch voortzetten en kreeg hij een baan aan een universiteit.

Studenten verlangden soms meer dan onderwijs van mij. Een luisterend oor, goede raad, sommigen zochten een vader, anderen een oudere broer. Ik heb hun naar vermogen terzijde gestaan, ofschoon de problemen waar ze mee aankwamen vaak veel te groot voor mij waren. Sommige zochten gewoon vriendschap. In enkele gevallen wilde ik die ook wel, maar ik moest ze natuurlijk eerst afhouden. Je kunt niet met iemand bevriend zijn en hem dan een maand later tentamen afnemen. Met vrouwelijke studenten moest je helemaal oppassen. Afstand, afstand was geboden. Er werd ook wel eens met oneigenlijke motieven toenadering gezocht, om een hoger cijfer te krijgen. Bij een van hen liet ik altijd de deur open als ze op het spreekuur kwam; de berekening was gewoon van haar af te scheppen. 

Om op Frank terug te komen: die had nu natuurlijk een andere naam aangenomen. Twintig jaar later, toen ik in Frankfurt zat, kreeg ik een lange brief van hem, waarin hij vertelde hoe het met hem ging, baan, gezin, nogal uitvoerig. Ik schreef een vriendelijk briefje terug, en meteen daarop kwam er een nog veel langere brief. Inmiddels was ik persoonlijk niet ongeneigd, daarop in te gaan, was ook wel nieuwsgierig naar zijn belevenissen. Maar ik deed het niet, omdat ik het zaakje niet vertrouwde. Het was onder Europese arabisten wel bekend, dat de Israëlische collega’s ons naar Jeruzalem probeerden te lokken en ons daar in de watten legden — natuurlijk (ook) om ons uit te horen en te proberen ons aan hun kant te krijgen. Zulks op verzoek van de overheid. Dat had ik ook zelf ervaren toen ik eens voor een project een maand in Jeruzalem verbleef. Uitgenodigd hier en daar, ook bij de mensen in hun huiselijke kring, het was een beetje too much allemaal. Dat werd nog eens extra duidelijk toen een wat boerse, onhandige Israëlische collega op zekere dag tegen me zei: We moeten maar eens samen uit eten gaan; tenslotte krijg ik ervoor betaald.

Vanuit dit wantrouwen heb ik toen Frank niet meer teruggeschreven. Wie was er nou lullig, hij of ik?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bildung und Uni, De mens, Israël, Studenten

Treinkaartjes

2 reacties

4 juni 2021 · 09:37

Coronamoe

Niet veel te melden van het Corona-front. Het aantal besmettingen daalt in mijn Landkreis, over het geheel genomen, maar op sommige dagen toch weer niet. Echt opschieten doet het niet, en dat moet ook gezegd worden van de inentingen. Het zou allemaal zoveel sneller gaan, had men beloofd; er was zelfs al sprake van een stroomversnelling, maar altijd onder voorbehoud: als het vaccin geleverd wordt. En het is nu maar de vraag of dat gebeurt. Wat ik niet wist is dat veel grondstoffen voor vaccins uit India komen, en dat land heeft zijn spullen nu zelf nodig. Kortom, weer vertraging.

Besmettingen per week per 100.000          Totaal der ingeënten in Duitsland

7 mei Marburg-Biedenkopf 104,8
18 mei Marburg-Biedenkopf 55,9
23 mei Marburg-Biedenkopf 96,3
26 mei Marburg-Biedenkopf 52,6
31 mei Marburg-Biedenkopf 55,0
1e  31,5%      2e  8,8%
1e  37,5%      2e  11,5%
1e  39,9%      2e  13,6%
1e  40,8%      2e  14,8%
1e  43,0%       2e  17,6%
1 juni Marburg-Biedenkopf 55,9
2 juni Marburg-Biedenkopf 56,7
3 juni Marburg-Biedenkopf 46,9
4 juni Marburg-Biedenkopf 39,3
5 juni Marburg-Biedenkopf 30,4
6 juni Marburg-Biedenkopf 32,0
7 juni Marburg-Biedenkopf 33,2
8 juni Marburg-Biedenkopf 24,7
9 juni Marburg-Biedenkopf 22,3
10 juni Marburg-Biedenkopf 16,2
11 juni Marburg-Biedenkopf 27,1
12 juni Marburg-Biedenkopf 23,9
13 juni Marburg-Biedenkopf 26,3
14 juni Marburg-Biedenkopf 25,5
15 juni Marburg-Biedenkopf 20,2
16 juni Marburg-Biedenkopf 19,0
17 juni Marburg-Biedenkopf 13,8
18 juni Marburg-Biedenkopf 10,9
1e  43,3%      2e  18,0%
1e  43,9%      2e  18,8%
1e  44,6%      2e  19,6%
1e  45,0%      2e 20,1%
1e  45,4%      2e 20,7%
1e  45,4%      2e 20,7%
1e  45,7%      2e 21,3%
1e  46,0%      2e 21,9%
1e  46,5%      2e 22,8%
1e  47,0%      2e 23,9%
1e  47,5%      2e 24,8%
1e  48,1%      2e 25,7%
1e  48,1%      2e 25,7%
1e  48,4%      2e 26,2%
1e  48,7%      2e 26,8%
1e  48,9%      2e 27,6%
1e  49,6%      2e 28,8%
1e  50,1%      2e 29,6%

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Gezondheid

Snouck

Snouck, zo heet de onlangs verschenen zeer leesbare en degelijke biografie van Christiaan Snouck Hurgronje (1857–1936), geschreven door Wim van den Doel. Ik heb er erg van genoten en veel van geleerd, en beveel hem dan ook graag aan iedereen aan, en vooral aan arabisten en geïnteresseerden in de islam en Indonesië. Snouck was jarenlang adviseur van de regeringen van Nederlands-Indië en Nederland, en later ook hoogleraar te Leiden, o.a. Arabisch en islamwetenschap. De biografie portretteert de invloedrijke, wereldwijd bekende landgenoot in al zijn innerlijke tegenstrijdigheid en is ook een belangrijke bron van kennis over de Nederlandse koloniale politiek, dus ook Nederlanders die niet ‘van het vak’ zijn kunnen er veel aan hebben.
Ik ga niet het hele boek van ruim zeshonderd bladzijden bespreken, maar ik wil er enkele punten uitlichten.

Atjeh
In Noord-Sumatra ligt Atjeh (moderne spelling: Aceh), een gebied dat eind negentiende eeuw weigerde zich te onderwerpen aan het koloniale bestuur. Snouck was in belangrijke mate verantwoordelijk voor de laatste fase van wat als de Atjeh-oorlog bekend staat (1873–1903). Zijn (toen nog) vriend Generaal van Heutsz deed het grove werk, Snouck droeg de ideeën aan. De bedoeling was, de rebellie snoeihard neer te slaan om daarna met gulle hand de zegeningen van het koloniale bestuur over het land te doen neerdalen. Volgens Snouck ging het er om, de bevolking te beschermen tegen de uitbuiting en willekeur van plaatselijke potentaatjes en fanatieke godgeleerden, die hij aanried ‘zeer gevoelig te slaan’. De eerste fase, met veel wreedheid, bloedvergieten en vernietiging, werd inderdaad verwezenlijkt, het is bekend. Dat hier iets niet klopte kwam bij Snouck blijkbaar niet op. Van die zegeningen is niet veel meer vernomen — wat hij een kwart eeuw later zelf ook inzag.

Ethisch kolonialisme
Snouck geloofde werkelijk dat het koloniale bestuur zegeningen bracht. Volkeren die lager stonden in beschaving konden immers veel leren van ontwikkelder volkeren, zodat ze op de (lange) duur op eigen benen konden staan. Dat Indië vooral een wingewest was, dat goed was voor een flink percentage van de Nederlandse staatsinkomsten, moet Snouck hebben geweten, maar uit dit boek blijkt niet dat hij daar ooit over tobde of het niet vanzelfsprekend vond. Wel vond hij dat er meer en beter onderwijs moest komen voor intelligente inlanders uit de hogere kringen, zodat dezen ook functies konden krijgen in het bestuur en de rechtspraak. Op den duur zou Indië zelfs door Nederlanders en inlanders samen bestuurd moeten worden. Daarin was Snouck veel ‘ethischer’ dan de bestuurders in Indië en het ministerie in Den Haag, die zich daar heftig tegen verzetten en de inlander juist liever klein hielden.

De islam
Snouck was niet bang voor de islam, want hij kende hem van binnen en van buiten. Hij had in Mekka gezeten, presenteerde zich als moslim, verkeerde op voet van gelijkheid met islamitische geleerden, leefde zo veel mogelijk ‘inlands’ en sloot twee maal een islamitisch huwelijk met een Sundase vrouw. Hij had een hekel aan het panislamisme, dat volgens hem vooral door het Ottomaanse Rijk werd verbreid. Maar over de islam in Indië maakt hij zich geen zorgen; integendeel. In 1913 werd op Java de Sarekat Islam opgericht, een islamitische vereniging ter behartiging van de belangen van moslims. Toen deze al gauw een enorme aanhang kreeg schrokken ondernemers en koloniale bestuurders zich wezenloos en wilden die vereniging onderdrukken, maar Snouck vond het juist een goed idee. Geef ze de ruimte en wat zelfstandigheid, dan worden ze niet opstandig. Hij had niet die koloniale schrik voor moslims, die berust op onwetendheid. Voor de machtsovername door de Wahhabieten in Arabië had hij wel waardering. Waarschijnlijk kon hij nog niet overzien wat voor ellende die zouden aanrichten. Zij brachten in elk geval rust en orde, en dat was goed voor de pelgrims uit Indië.

Racisme
Al tijdens zijn jaren in Indië (1888–1906) verkondigde Snouck steeds de mening dat vermeende raciale verschillen geen enkele rechtvaardiging boden om inlanders onderwijs en functies in bestuur of rechtspraak te onthouden. En na de barbarij van de Eerste Wereldoorlog in Europa kon zeker niemand meer in ernst beweren dat het blanke ras superieur was. Maar hier sprak Snouck met dubbele tong. Hij had vijf kinderen van zijn twee achtereenvolgende Sundase echtgenotes, die hij niet erkende. Hij stuurde af en toe wat geld en een briefje, maar wenste verder geen contact, en wilde zeker niet dat ze naar Nederland zouden komen. In Nederland trouwde hij opnieuw en kreeg een dochter. Hij had dus maar één kind.

De vloek van Snouck
Snouck was al in 1936 gestorven, maar toen ik na mijn kandidaatsexamen in 1968 aankwam in Leiden waarde zijn geest er nog rond. Om te beginnen werden de colleges Arabisch gegeven in zijn ruim bemeten huis aan het Rapenburg. De hoogleraar las voor uit het collegedictaat van Snouck. Als je boven naar de WC moest, belandde je in diens badkamer, waar zijn badkuip met leeuwenpoten stond. In de gang hing een portret van de illustere bewoner. Ja, die ogen: zelfs in het schemerdonker van het trappenhuis doorboorden ze je nog.
Snouck heeft met zeer harde hand een stel leerlingen gevormd, die hij veel bijbracht, maar die hij ook voortdurend kwetste en kleineerde. Bij sommigen leidde dit tot blijvend geestelijk letsel, dat zij nog doorgaven aan de volgende generatie. De lamheid van de Leidse arabistiek in de jaren zestig en de verpeste sfeer waren zonder twijfel een gevolg van de ‘vloek van Snouck’. Wie of wat kon na hem nog bestaan?

Als ik me aan een korte karakterisering mag wagen: Snouck was een groot geleerde, een harde man, ook voor zich zelf, die niet door innerlijke twijfels werd geplaagd en weinig geduld had met minder getalenteerden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Islam, Orient, Politiek, Racisme