Nieuwe wegen

Vanochtend op de fiets naar de markt geweest, zoals vroeger iedere zaterdag. Het was voor het eerst na mijn knieoperatie. Met de auto is het niets gedaan daar, de bus is te moeizaam en lopen is te ver, vooral op de terugweg. De fiets dus. Maar ik ben een beetje bangelijk geworden in het verkeer, vooral in de hoofdstraat, die nu ook nog versmald is wegens werkzaamheden.

Met behulp van de plattegrond heb ik nieuwe wegen gevonden, met een lus, door rustige buitenwijken, over een voetgangers- annex fietsersbrug, en ziedaar, dan ben je toch zomaar in de binnenstad. Zo groot is het hier niet. Dat had vroeger natuurlijk ook al gekund, maar daar had ik nooit aan gedacht. Die brug is nieuw en behoorlijk breed, maar daar heb je niets aan, want de medegebruikers bezetten hem over de volle breedte, ook als ze met weinigen zijn. Hij is geplaveid met akelige ribbelplanken, die waarschijnlijk het snel rijden moeten tegengaan. Dat is goed gelukt, fietsen is daar echt niet prettig. Een oplossing zou natuurlijk zijn de helft van de brug voor voetgangers te bestemmen en de andere helft voor fietsers. Maar gezien de aard van de mens is dat toch onuitvoerbaar, dus dan maar zo.

De markt was weer erg wennen. De aangeboden waar was uitstekend als altijd, maar dat iedereen elkaar zo in de weg loopt was ik vergeten. En wat staan de mensen lang te leuteren bij die stalletjes. Maar ja, dat vinden ze gezellig. Ook het rituele broodje haring heb ik weer genuttigd.

Het ergert me dat ik nu zo langzaam fiets. Het zal niemand opvallen, zo heel langzaam is het ook niet; hoogstens zullen de mensen denken, kijk daar fietst een oude man. Maar tot vorig jaar fietste ik nog als een brutale student …

2 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg

Burgerlijk Afghanistan

In het kader van de huiswerkhulp die ik nog steeds aan vluchtelingen en andere buitenlanders geef, heb ik nu al twee keer met een jonge Afghaan gewerkt, die in Kabul al behoorlijk wat Duits had geleerd in het Goethe-Instituut, hier medicijnen wil gaan studeren en is opgenomen in de intensieve cursus Duits van de universiteit. Duits leren gaat hem bijzonder snel af, hij heeft een ijzeren geheugen. Hij heeft nog behoefte aan conversatie-ervaring, dus wij praten. Niet zo maar in het wilde weg, daar zijn uitgekiende programmaatjes voor en ook de gespreksonderwerpen worden telkens opgegeven. Onderwerpen waren tot nu toe: reizen en huisdieren. Zo leer je zo iemand en zijn achtergrond toch een beetje kennen.

Hij hield van reizen, zei hij, had in Afghanistan al veel rondgereisd, met vrienden per auto of met de bus. Vanuit Kabul naar Herat, Bamiyan, Mazar-i-Sharif. Ze logeerden dan in hotels, een enkele keer bij familie. Ze bezochten dan oude gebouwen en musea. Op mijn vraag naar de veiligheid op de wegen zei hij dat die bedroevend slecht was, er kon altijd iets gebeuren, maar daardoor liet toch niemand zich tegenhouden. Ook was hij naar India geweest, als toerist. Daar had hij olifanten gezien, een diersoort die helaas in de dierentuin van Kabul ontbrak; wel hadden ze daar een rhinoceros. Verder sprekend over dieren vertelde hij dat de dierentuin van Frankfurt hem zo beviel. De overgang naar de huisdieren was gauw gemaakt: De huisdieren waarvan hij het meest hield waren honden, zei hij. Hij had zelf ook een hond gehad, een Duitse herder die luisterde naar de naam Rex. De hond kwam echt uit Duitsland; ik vermoed dat hij vernoemd is naar de hond Rex uit die afzichtelijke televisieserie op zaterdagavond. Als ze op reis gingen met een auto mocht Rex mee, maar in de bus mocht hij niet. Veel van zijn vrienden hadden honden, vertelde hij, het was eigenlijk vrij algemeen; alleen jammer dat het hondenvoer zo duur was. Wat vrat zo’n hond dan? Hondenvoer, geïmporteerd uit Duitsland of de VS of nog een ander land, dat ben ik alweer vergeten. Niet uit het nabijere Kazakhstan of India. Kun je niet bij de slager wat slachtafval halen? Nee nee, dat ging niet, het moest wel echt hondenvoer zijn, uit een blikje of droge brokken. Wat hondenkoekjes (Hundekekse) waren wist hij gelukkig niet.

Het beeld rees op van een vrij welgestelde burgerjongen, die een gewoon burgerlijk leven leidde. Door toedoen van de media krijgen we hier een beeld van Afghanistan als rampland, maar er is blijkbaar ook nog veel normaliteit.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dieren, Huiswerkhulp

Perzische neuzen

Tot de volkeren met de mooiste neuzen behoren naar mijn mening de Perzen, of zo U wilt Iraniërs. Nu lees ik juist dat Iran voorop loopt met nose jobs, chirurgische ingrepen die de neus verkleinen of egaliseren, vier maal zo vaak als in de Verenigde Staten. Wat eeuwig zonde!
Bij vrouwen en meisjes is het wel enigszins te begrijpen: ze mogen maar zo weinig van zichzelf laten zien, dus dat beetje willen ze dan zo mooi mogelijk maken, naar hun eigen schoonheidsideaal.
Maar dat schoonheidsideaal is niet van henzelf; het komt van de Grote Satan, zoals de Iraanse staatsideologie hem noemt: de Verenigde Staten. Bah! Zelfs de Perzen, met hun vermeende onafhankelijke gezindheid vallen voor dat soort flauwekul.

3 reacties

Opgeslagen onder Iran, Ostwestliches

Ariadne op Naxos

Daarover heeft Claudio Monteverdi (1567–1643) de eerste opera geschreven, L’Arianna, eeuwen vóór Richard Straus er ook een schreef. Maar Monteverdi’s werk is verloren gegaan: er is maar één aria van over: Lasciate mi morire, en vier madrigalen die hij apart gemaakt had: de Lamento di Arianna, vier madrigalen voor vijfstemmig koor. Deze laatste zijn ongelooflijk prachtig. Ik oefen ze in een van mijn koren (uitvoering in februari 2018) en dat bezorgt mij telkens weer kippenvel en heel veel plezier; het is een stuk waar je nooit genoeg van krijgt. De de boven aangeduide opname voor vijf enkele stemmen is prachtig; voor studiedoeleinden ook handig is deze.

U herinnert zich: Ariadne had op Kreta de Atheense prins Theseus geholpen bij het verslaan van de Minotaurus in het labyrint; die truc met die draad. Theseus, die nu in Athene koning kon worden, nam Ariadne mee, maar liet haar achter op het eiland Naxos omdat hij daar een zeker Aigle leerde kennen, aan wie hij snood de voorkeur gaf. Op het schilderij van Angelica Kaufmann (1741–1807) hieronder ziet U zijn schip net wegvaren. Ariadne heeft niet al te lang gejammerd, want ook zij kon wat beters krijgen: Dionysus, alias Bacchus, een echte god! Het schilderij van John Vanderlyn (1775–1852) toont haar in kennelijke afwachting van de nieuwe vrijer, terwijl Theseus’ schip nog niet eens het anker heeft gelicht.

Maar zover is het bij Monteverdi nog niet. Ik vat Ariadnes klacht even samen:
1. (0:00) Laat mij maar sterven; wie zou mij kunnen troosten in een zo zwaar lot, in een zo groot martyrium?
O Theseus, mijn Theseus! Je bent nog steeds de mijne, al ben je mij ontvlucht. Keer om, Theseus, om een blik te werpen op een vrouw die alles voor je heeft opgegeven en haar botten zal overlaten aan de wilde dieren, die haar zullen verslinden.

2. (1:45) O Theseus, als je eens wist hoe bang de arme Ariadne is, en hoe zij lijdt, dan zou je misschien de steven wenden. Maar nee, terwijl ik jammer, vaar jij heerlijk verder. Athene bereidt zich voor op jouw glorieuze intocht, terwijl ik hier achterblijf als prooi voor wilde beesten op een verlaten strand. Jij zult je ouders weerzien, maar ik zal de mijne nooit weerzien.

3. (7:08) Waar is de trouw die je me gezworen had? Ik ben jou trouw gebleven, maar jij? Is dit de verheven troon waarop je mij zou zetten? Zijn dit de kronen, de scepters, de juwelen en het goud? Moet de ongelukkige Ariadne dan vergeefs huilen en om hulp roepen?

4. (9:53) Ach, hij antwoordt niet eens. Hij is dover dan een slang voor mijn klachten. Laat hem toch in zee verzinken! Laat er maar een storm opsteken en hem naar de diepte  sleuren, laat de zeemonsters en walvissen maar toesnellen om hem te verslinden!
O Theseus! Nee, dit ben niet ik, o nee, die deze vreselijke woorden spreekt! Het waren mijn angst en smart die spraken. Mijn tong heeft wel gesproken, maar niet mijn hart.

Het stuk bevat zoveel uiteenlopende emoties, in de tekst en dientengevolge ook in de muziek. Echt verdriet, wanhoop, teleurstelling, verwijt, jaloezie, zelfmedelijden, coquetterie, woede en toch weer verdriet. Het zal ook wel de eerste storm in de opera geweest zijn, een motief dat later erg geliefd zou worden en waarmee men met de techniek van toen eer kon inleggen (windblazers, golven van bordkarton die door toneelknechten in beweging werden gehouden).

Hoe kende Monteverdi de zieleroerselen van zijn fictieve Ariadne? Die heeft zijn tekstschrijver, de dichter Ottavio Rinuccini (1562–1621) hem geleverd. (Deze had er even niet aan gedacht dat er op Naxos geen grote roofdieren zijn.)

Angelica Kaufmann, Ariadne op Naxos

John Vanderlyn, Ariadne op Naxos

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Kunst, Muziek

Slingerdriet

Die Baudet is nergens goed voor, integendeel; maar één ding moet je hem nageven: hij kan goed spraakgebruik creëren. Net als Marten Toonder en Gerard Reve. Maar die schiepen hun eigen nieuwe woorden, terwijl Baudet afgekloven begrippen, veelal uit het Nazi-jargon van de jaren dertig, het land in slingert. Verdunning, omvolking, cultuurmarxisme, dat soort woorden. De goegemeente pakt die woorden op, vraagt zich af of ze iets betekenen en zo ja wat, en probeert een standpunt te bepalen ten opzichte van de prediking eromheen. Dat gebeurt op zo’n grote schaal, dat die woorden onvermijdelijk in de volgende uitgave van Van Dale’s Groot woordenboek der Nederlandse taal terecht zullen komen, en dat was precies de bedoeling. Daar is niemand mee gediend. Tegen onzinwoorden helpt een minachtend lachje het best. Niet in de mond nemen die onwoorden.

2 reacties

Opgeslagen onder Nederland, Politiek, Taal

Oorlof, mijn arme schapen

Vannacht droomde ik dat ik met drie schapen thuiskwam. De keuken was te krap voor ze, dus moesten ze maar op het balkon. Als voer kregen ze lamsbout, een heel werk nog om dat klaar te maken. Toen dat op was overwoog ik stukken vlees uit mijn eigen benen te snijden, maar daar zag ik toch tegenop en vanaf. Iets van gras dan maar? Maar hoe …? Als zo vaak was wakker worden de beste oplossing.

Ik had nog nooit van schapen gedroomd. De aanjager was waarschijnlijk de hier geplaatste foto van Ottomaanse Turken die schapen naar huis droegen voor het offerfeest.

Het balkonschaap was mij vertrouwd uit Cairo, waar een, twee dagen voor het feest schapen op balkons te zien waren. Soms ging het mis en las je in het gemengde nieuws dat er ergens zo’n schaap door de balustrade was gebroken en op straat te pletter was gevallen. Een bloedbad, en een flinke strop ook, want een dood dier dat niet op rituele wijze geslacht was mocht je niet eten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Cairo, Dieren, Dromen

Rattenvangers

Er zijn nogal wat goedbedoelende Nederlanders, die aantonen dat Wilders, Baudet c.s. halve nazi’s of hele fascisten, in ieder geval duidelijk racisten zijn. Zij laten zien wat voor vrienden de genoemde personen hebben, wie hen inspireren, uit welk gedachten‘goed’ zij putten. De bedoeling van die activiteit is waarschijnlijk dat de volgelingen daardoor tot inzicht zullen komen en zich van dergelijke politici afwenden. Maar dat is tevergeefs; juist óm dat racisme en fascisme loopt men achter die lui aan; is dat zo moeilijk te begrijpen?

Hoe groter de onzin en hoe talrijker de inconsequenties, des te enthousiaster zullen de volgelingen zijn. Dat heeft Baudet beter begrepen dan Wilders. Geen wonder, hij kon leren van Trump.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nederland, Politiek

Festival in Belgie

U hebt nog ruim een week.

2 reacties

Opgeslagen onder Onzin

Fietsen

Inderdaad ben ik vanmiddag naar de kelder gegaan om mijn beide fietsen te bezoeken. Van de niet-elektrische heb ik de banden opgepompt; vervolgens heb ik nog in de Tiefgarage geprobeerd wat te fietsen. De eerste pogingen waren moeizaam, zo zeer dat ik dacht dat het nooit zou lukken. Maar blijkbaar moet de nieuwe knie altijd even wennen aan nieuwe opdrachten; na een paar rondjes ging het wél. Onder één voorwaarde, net als een paar dagen geleden op die hotelfiets: ik moet niet mijn middenvoet op de trapper zetten, maar mijn hiel. Ik neem aan dat de knie door het vaker te doen beter zal gaan buigen, zodat de voet op den duur  verder naar achteren kan. Mocht dat niet zo zijn dan moet er een technische oplossing gevonden worden.

Toen naar buiten; daartoe moest ik even afstappen, want de korte helling van de garage naar de straat was te steil. Vroeger ook? dat geloof ik niet. Vervolgens de hele straat een keer op en neer gereden. Daar zit een helling in en die kon ik zonder elektriek in de laagste versnelling goed de baas, net als vroeger eigenlijk. Ik had de gewoonte de niet-elektrische fiets voor de stad te gebruiken en de elektrische voor langere tochten door het ommeland. Dat moest ik in oktober vorig jaar opgeven toen het oude been te zwak werd; toen werden alle ritten elektrisch. Maar die nieuwe knie is behoorlijk sterk: quasi zonder inspanning kon ik op en neer fietsen. Wel moeilijk was omkeren, de draaicirkel. Ik heb lekker staan stuntelen, maar dat gaf niet, want er was helemaal geen verkeer. De mensen zitten blijkbaar allemaal naar de voetbalwedstrijd Merkel-Schulz te kijken. Het zal echter nog enige tijd duren voor ik weer een soeverein fietsgevoel heb; straat na straat zal heroverd moeten worden. Ook valt nog te bezien of de helling die naar de binnenstad voert wel te doen is; die is wat steiler dan mijn straat. Tot overmaat van ramp wordt de belangrijkste brug in de stad binnenkort afgesloten, wegens dringend nodige herstelwerkzaamheden.

Het volgende project zal zijn de elektrische fiets weer te activeren. Die is zwaar en tamelijk onhandelbaar; daarom had de fysiotherapeut mij aangeraden eerst de gewone fiets te proberen. Maar zij is van mening, evenals de chirurg overigens, dat ik op den duur alle ritten per elektrische fiets moet gaan maken. Net als afgelopen winter dus; dat kan. Maar nu eerst even kalm aan met dat ding.

Een bijkomend voordeel van het bezoek aan de kelder was, dat ik daar nog een doosje witte wijn aantrof, waarvan ik het bestaan vergeten was.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg, Persoonlijk

Lopen en fietsen

Afgelopen week had ik een mini-vakantietje in een dorp in de Kreis Lippe. Misschien waren dat wel de belangrijkste dagen van deze zomer, want ik heb drie dagen gelopen en een beetje gefietst.

Het lopen ging aanzienlijk beter dan kort geleden nog in Bad Staffelstein. De bodem was telkens vlak en goed geplaveid, resp. van fijn steenslag voorzien. Hulpmiddel waren de nordic-walking stokken, die mij waren aanbevolen als overgang van krukken naar helemaal geen stokken meer. De bedoeling daarvan is 1. in het spoor te blijven, d.w.z niet te gaan waggelen; 2. wat grotere stappen te nemen, zodat het been meer gestrekt wordt.

De eerst dag bezochten we wat op de wegwijzers stond aangeduid als de Touristische Ziele, alle in de omgeving van Detmold. Telkens met de auto er naar toe, dan wat rondlopen en weer verder.

De Externsteine, een stel enorme rotsen midden in het vrijwel vlakke land, bij Horn-Bad Meinberg. Een natuurfenomeen. Parkeren en ernaartoe lopen, wat rondlopen, een flink eind. Je kon er ook op klimmen; daar moest ik van afzien.

Het Hermannsdenkmal is met sokkel meer dan vijftig meter hoog: een groen uitgeslagen koperen man uit de negentiende eeuw met een zwaard in zijn hand: Hermann ofwel Arminius, die ooit tegen de Romeinse veldheer Varus een veldslag heeft gewonnen. Moderne historici hebben intussen ontdekt dat die slag heel ergens anders heeft plaatsgehad. Hè, die betweters ook altijd, ze verpesten ieder verhaal. Maar goed, Hermann staat er en hij is ook een monument van Duits nationalisme, zoals de relatief vele bezoekers van het type skinhead/tattoo/uitgewoond leren jack/motorfiets moeten hebben aangevoeld. Hij is zodanig te groot dat ik associaties kreeg met het gigantisme van de Nazi’s, Ceaușescu, Noord-Korea. Parkeren en ernaartoe lopen, eromheen lopen, samen ruim een kilometer denk ik.

Het openluchtmuseum bij Detmold is zeer uitgestrekt, daar loop je al gauw een paar kilometer. En dan nog het gescharrel in het nagebouwde dorp, en het in-en-uit van de oude boerderijen en huizen die daar weer zijn opgebouwd. Een mooi museum. Het lopen deed me plezier, het landschap was prachtig en het was lekker warm. ’s Avonds nog naar een restaurantje in het dorp gestrompeld.

De volgende dag stond de Landesgartenschau te Lippspringe op het programma. Weer een heel uitgestrekt terrein dat tot lopen en stilstaan en slenteren noodde. Ook dat heb ik kunnen genieten.

 

De laatste excursie was een bezoek aan Lemgo. Een verrassend aardig stadje met veel mooie gebouwen, wel met wat kasseien, maar het viel nog mee. In een stad lopen is altijd wat moeizamer, maar het lukte. Een uitvoerig bezoek aan het stedelijk museum. Lopen in musea is het ergste wat er is, toch viel dat nu ook mee, en het was een mooi museum. Reclame voor de stad was het niet, want het bleek dat hier omstreeks 1600 veel vrouwen als heks waren gedood. Lemgo had zelfs de bijnaam ‘het heksennest’. Dat kon het zijn omdat het een onafhankelijke rechtspraak had en niet eerst aan een vorst hoefde te vragen of de doodstraf mocht worden toegepast. Kleinburgers moeten te nooit te veel macht krijgen, dat zie je maar weer.

Kortom, normale toeristische dagen, zij het minder lang dan vroeger. Ja ja, ook een ijsje tussendoor.

In het hotelletje stonden zes fietsen in de schuur, waarvan ik er twee heb geprobeerd. Eén paste niet, de andere wel, met het zadel hoog gezet en alleen als ik niet met mijn middenvoet, maar met mijn hiel op de trapper zat. Dat moet samenhangen met de bouw van de fiets. Je kunt je anders ontworpen fietsen voorstellen. Dit waren damesfietsen: dat leek me prettig, om zo te kunnen instappen, maar dat was het niet, en al gauw zwaaide ik net als vroeger mijn been gewoon over het zadel. Het langzame rijden door het stille dorp was onproblematisch. Een heel gewoon gevoel, dat fietsen.

Taken voor vandaag, of, nou ja, misschien morgen: 1. Fietssleuteltjes terugvinden. 2. Bezoek aan mijn twee fietsen in de kelder. 3. Banden oppompen. 4. De beide fietsen proberen. Ik zie er toch nog tegen op.
=========
Het gaat dus goed met dat been? Toch maar ten dele. De arts en de fysiotherapeute zijn bezorgd, omdat de strekking van het geopereerde been niet 100% lukt. Ik loop dus wel, maar niet helemaal normaal. En dat kan tot versnelde slijtage leiden.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Fietsen, Persoonlijk