Code oranje

De Landkreis Marburg-Biedenkopf is alweer enkele dagen code Oranje. Ik wilde dat niet eerder melden, omdat 1. het zo’n lelijke kleur oranje is. Zalm, abrikozenjam, Aperol Spritz? In ieder geval niet de frisse kleur van het Oranjehuis, 2. de meldingen in het week-end altijd wat lager uitvallen en het zou een afgang zijn als we de volgende dag dan weer op Bordeaux-rood zaten.
Onze opperviroloog Drosten had aanvankelijk de Britse variant van het virus als niet zo gevaarlijk beoordeeld, maar nu heeft hij wel degelijk alarm geslagen. Een wetenschapper kan van inzicht veranderen, zeker wanneer het een volkomen nieuw fenomeen betreft, en hoeft daarom niet gestenigd te worden. De Britse variant is al in Marburg aangetroffen; dat kan de cijfers weer omhoog stuwen.
Het inenten gaat maar langzaam. In februari komen er meer flesjes, is ons beloofd. Dan zal de fabriek in Marburg klaar zijn. Maar ja, u weet, bij luchthavens en concertgebouwen duurt het ook vaak heel veel langer voordat ze klaar zijn.

Besmettingen per week per 100.000            Totaal der ingeënten, heel Duitsland
1 januari Marburg-Biedenkopf 135,2                  1e 165.575    2e 000.000
2 januari Marburg-Biedenkopf 126,3                 1e 188.553     2e 000.000
3 januari Marburg-Biedenkopf 125,9                 1e 238.809    2e 000.000
4 januari Marburg-Biedenkopf 134,4                 1e 264.952    2e 000.000
5 januari Marburg-Biedenkopf 124,2                 1e 316.962    2e 000.000
6 januari Marburg-Biedenkopf 145,3                 1e 367.331    2e 000.000
7 januari Marburg-Biedenkopf 123,0                 1e 417.060    2e 000.000
8 januari Marburg-Biedenkopf 100,0                 1e 476.959    2e 000.000
9 januari Marburg-Biedenkopf 115,3                  1e 532.878    2e 000.000
10 januari Marburg-Biedenkopf 128,7                1e 532.878    2e 000.000
11 januari Marburg-Biedenkopf 120,2                1e 613.347    2e 000.000
12 januari Marburg-Biedenkopf 117,0                1e 688.782    2e 000.000
13 januari Marburg-Biedenkopf 121,8                1e 758.093    2e 000.000
14 januari Marburg-Biedenkopf 122,6                1e 842.455    2e 000.000
15 januari Marburg-Biedenkopf 113,3                1e 961.682    2e 000.000
16 januari Marburg-Biedenkopf 106,4               1e 1.048.160    2e 000.000
17 januari Marburg-Biedenkopf 112,1                 1e 1.048.160    2e 000.000
18 januari Marburg-Biedenkopf 108,1                1e 1.145.878    2e 6.581
19 januari Marburg-Biedenkopf 102,8               1e en 2e injectie 1.220.170
Bij de tellingen van de injecties wordt er blijkbaar geen verschil meer gemaakt tussen de eerste en tweede prik.
20 januari Marburg-Biedenkopf 78,5                1e en 2e injectie 1.297.430
21 januari Marburg-Biedenkopf 78,1                 1e en 2e injectie 1.401.693
22 januari Marburg-Biedenkopf 82,6                 1e en 2e injectie 1.501.639 
23 januari Marburg-Biedenkopf 76,9                 1e en 2e injectie 1.632.777
24 januari Marburg-Biedenkopf 69,2                 1e en 2e injectie 1.632.777
25 januari Marburg-Biedenkopf 69,2                 1e en 2e injectie 1.783.118
26 januari Marburg-Biedenkopf 68,8                 1e en 2e injectie 1.921.689
27 januari Marburg-Biedenkopf 66,4                 1e en 2e injectie 1.990.889

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Gezondheid, Marburg

Groen

In de Oudheid wist men het al: kijken naar groen doet een mens goed. In de winter is er weinig groen, dat is tenminste een wijd verbreide mening. Blijkens een korte wandeling in de Hortus Botanicus valt dat reuze mee. Ja, naaldbomen, dat wisten we al. Maar naaldbomen zijn juist een beetje een triest verhaal aan het worden. Mijn favoriete wandeltraject in het bos achter het huis mijd ik de laatste tijd, omdat daar een heel perceel naaldbomen is omgehakt. Dat was nodig, wegens de bastkever, maar het is een erg treurig gezicht.

In de Hortus daarentegen kun je bijvoorbeeld langs de zeer uitgebreide afdeling rododendrons lopen. Geen bloem te zien natuurlijk, maar wel veel groene bladeren, want die blijven groen. En er zijn verrassend veel andere planten die ook groen blijven; dat wist ik niet. En er zijn planten die eigenlijk in januari traditioneel niet groen zijn, maar door het uitblijven van kou nu denken dat het voorjaar is. Knoppen zijn er ook volop; dat is gevaarlijk, want het kan nog koud worden.

De minder groene delen van de Hortus worden af en toe opgevrolijkt door een heel woud van witte vlekjes. Dat zijn geen bloemen, maar bordjes met de namen van de planten, die daar in onaanzienlijk winterkleed of alleen maar als stompje verstopt staan. De hoveniers zouden ze anders misschien niet terug kunnen vinden.

3 reacties

Opgeslagen onder Marburg, Planten

Mini-herinnering: Nederlander in Griekenland.

Als Nederlander had ik nooit grote problemen met het verblijf in Griekenland, maar twee keer ben ik wel op hoge toon ter verantwoording geroepen voor misdragingen van landgenoten.

De eerste keer ging het over Max van der Stoel. Deze PvdA-politicus was van 1973–1977 en van 1981-1982 Minister van Buitenlandse Zaken en later diplomaat—ik moest het naslaan—en in die hoedanigheid heeft hij zich zeer ingezet voor de opname van Griekenland in de EU, toen het land het juk der militaire junta had afgeschud. Het was daar economisch, naar ik vermoed, nog niet aan toe, maar in die tijd bestond er nog strategisch besef: als de EU of zijn voorloper zich niet om het land zou bekommeren zou Rusland dat wel doen. Later, tijdens de Euro-crisis kon het niemand meer wat schelen of het EU-lid Griekenland zou verrekken, en intussen is de belangrijke haven van Piraeus aan China verkocht. Maar ik dwaal af: Max van der Stoel werd om zijn inspanningen in Griekenland zeer gewaardeerd, tot een noodlottige dag in de vroege jaren negentig: toen zei hij iets verkeerds. Wanneer en wat precies weet ik niet meer. In mijn ogen zal het iets onbeduidends zijn geweest, maar voor de Grieken was het een steen des aanstoots. Misschien had hij de wens uitgesproken dat Turkije in de EU zou komen, of Macedonië, over de naam waarvan alleen al geweldig veel ophef was in die tijd.
En wat had dat met mij te maken? Nou, ik was toch ook een Nederlander, ik was dus medeschuldig aan dat verderfelijke standpunt! Dat leverde hier en daar werkelijk scheve blikken op.

De andere Nederlander voor wiens wangedrag ik verantwoording moest afleggen was … Desiderius Erasmus. Wat had die fout gedaan? Hij sprak en schreef Latijn, maar bestudeerde ook het Oudgrieks. In Griekenland werd begin jaren negentig ontdekt dat hij een geschriftje had gewijd aan de uitspraak van het Oudgrieks; misschien dat onze classici het nog gebruiken. Welnu, volgens de moderne Grieken had hij daar met zijn fikken vanaf moeten blijven, schandalig gewoon dat hij zich met hun taal had bemoeid! Inderdaad is die West-Europese uitspraak van het Oudgrieks een beetje mal. Om een Nederlandse hoogleraar, die het in een voordracht had over ‘het schone en het goede’, kálos kai agathos, werd gelachen. Kálos betekent immers ‘eksteroog;’ hij had kalós moeten zeggen. Maar Oudgrieks uitspreken op zijn Nieuwgrieks lukt ook niet goed. Hoe het werkelijk moest wist en weet natuurlijk niemand meer. Erasmus had zijn best gedaan, maar dat werd dus niet gewaardeerd. En ik was een landsman van die schoft, ook een Nederlander, kun je nagaan!
Ook op dit punt was ik in het geheel niet geïnteresseerd in het onderwerp van de ophef en ik wilde mij ook niet met Erasmus vereenzelvigen. Ik zei dat Nederland begin zestiende eeuw nog niet als land bestond, maar een Spaanse provincie was, en dat Erasmus weliswaar uit Rotterdam kwam, maar het grootse deel van zijn leven elders in Europa had doorgebracht. Hah, maar dat was niet de bedoeling: ik moest wel volgens de regelen der kunst ruzie maken en kreeg de welgemeende raad, maar eens aan de versterking van mijn Nederlandse identiteit te gaan werken. Het laatste waar ik zin in had.

Bij één van beide gelegenheden, ik weet niet meer welke, ging het ongenoegen zo ver dat Nederlandse producten werden geboycot en verwijderd uit de supermarkten.

1 reactie

Opgeslagen onder Griekenland, Politiek

Ziek en oud

K. is dood, zo werd mij uit Nederland bericht. Met hem had ik in de jaren tachtig enige tijd te maken voor bepaalde werkzaamheden. Hij was slechtziende, liep moeilijk en had een beroerde conditie. Een en ander hing samen met een ernstige en chronische kwaal die hij had; was het iets met de nieren? Daar kwam nog bij dat hij stevig dronk en onrustig werd als hij een paar uur geen borrel had gehad. Dat moet voor iemand in zijn toestand nog extra ongezond geweest zijn. Nu is hij dus overleden, op de leeftijd van 86 (zegge: zesentachtig!) jaar. Misschien is hij later nog van dat alcoholisme afgekomen, dat weet ik niet, maar toch, voor iemand die er zo slecht aan toe was vind ik dat ongelooflijk oud. Wat kan een mens taai zijn!

Terwijl anderen, die goed gezond zijn, soms al veel jonger worden weggeblazen. En niet alleen door Corona.

1 reactie

Opgeslagen onder Gezondheid

Muzikale ontwikkelingsgang (1)

Houd ik eigenlijk wel van muziek? Ik ben er nogal mee bezig, en dat geheel vrijwillig, dus het zal toch wel. Maar er waren ook perioden zondere muziek, dat ging ook best. En van Wagner en van Reger en nog zo een paar houd ik zeker niet, en van symfonische muziek steeds minder. Om van popmuziek maar te zwijgen; in het algemeen niet van electronische of electronisch versterkte muziek. Daarentegen weer wel van klassieke en oude muziek, kamermuziek, opera’s, en ook Perzische, Turkse, Griekse en Arabische muziek, in die volgorde.

Voor mijn geboorte heb ik mijn moeder waarschijnlijk horen zingen, en daarna ook. Dat herinner ik me niet goed, maar het zal toch bepalend zijn geweest. Ja, mijn moeder zong wel wat, en ze speelde op het harmonium: een akelig maar onvermijdelijk instrument in een gereformeerde omgeving. Maar ze deed niet alleen maar psalmen, ook liedjes en schlagers. Een vroege muzikale herinnering is ook het Ambonese gezin dat we een tijdje in huis hadden (Emigrant berichtte). De vader speelde accordeon, wat mij als kleuter fascineerde.

Psalmen en gezangen moet ik ook gehoord hebben in de huizen van mijn familie, en toen ik wat groter werd in de kerk. Harmoniums waren overal, en psalmboeken, en de liedbundel van Johan de Heer (‘Daar ruischt langs de wolken …’). Geen geweldige muzikale ervaringen. Mijn moeder zal me het notenschrift hebben bijgebracht—ik zie die dikke brede christelijke halve noten nog voor me—en de ligging van de tonen op het toetsenbord van het harmonium. Daar begon ik zelf op te knutselen, die melodieën naar beste vermogen te spelen. Aan harmonieën ben ik nooit toegekomen. Op een dag was het harmonium weg en werd mijn muzikale zelfeducatie dus in de kiem gesmoord.

Ik heb altijd gedacht dat het harmonium verdween door de Watersnood van 1953, maar dat kan toch niet zo geweest zijn. Want ik herinner mij die bundels met noten heel goed, en ook de teksten van de liederen die ik ‘instudeerde’. Liedjes zoals Witte Rozen (zie ook hier), Auf der Heide blüh’n die letzten Rosen, van 1939, Sarina het kind uit de dessa (jazeker, die stampte in 1949 haar padi nog tot bras; het liep niet goed met haar af), en enige andere. In 1953 werd ik zes; toen kan ik dat nog niet gekend en begrepen hebben. De verdwijning van het instrument moet dus later geweest zijn, wanneer en waarom weet ik niet meer. Misschien toen mijn grootouders kleiner gingen wonen; was het 1957?

In Amsterdam kwam de blokfluit in mijn leven, op de lagere school. Jaren lang was dat het enige middel waarmee ik mij muzikaal kon ontwikkelen, maar dat deed ik dan ook; ik deinsde voor de Matthäus Passion niet terug. Het zal niet om aan te horen zijn geweest, maar je leert zo’n stuk dan toch een beetje kennen. Dat was namelijk de enige partituur die er in huis was. Mijn moeder nam die mee naar de jaarlijkse uitvoering, en mij nam ze vanaf een zekere leeftijd ook mee. En ook wel eens naar andere concerten, in Amsterdam of Breda. Ik denk dat mijn moeder best muzikaal was, maar om dat te ontwikkelen ontbrak de impuls, of ze kreeg de kans niet. Mijn eerste keer in het Concertgebouw, hoe oud zal ik geweest zijn, tien? heeft grote indruk op me gemaakt. Zo groot dat ik het flesje prik dat ik in de pauze kreeg helemaal verdroomd in het glas goot, dat echter te klein was voor de inhoud van het flesje, zodat ik een dame in een mooie jurk onder spatte, die daarop boos werd.
Mijn vader was niet zo zeer onmuzikaal, hij was anti-muzikaal, wat een en ander niet vergemakkelijkte.

De kerk bood weinig soelaas. Psalmen en gezangen vond ik niets aan. Op het orgel werd ook wel eens een andere deun gespeeld, maar weinig overtuigend, en ik hield niet van het instrument. In Amsterdam was er wel een kerkkoor, dat ook pretentieuze stukken zong. Ik heb er geen kippenvel aan overgehouden. Bij de katholieken werd beter gezongen, dat was mij niet ontgaan. Een hoogtepunt was het overlijden van een buurman in het dorp, een vooraanstaand katholiek, waardoor het mogelijk werd de twee uur durende Requiem-mis bij te wonen en dat was prachtig. Ik moet toen twaalf of dertien zijn geweest, want een beetje Latijn kende ik toen al. Asperges me hysoppo ut mundabor, herinner ik mij, en het vreemde geel-grijze papier van het tweetalige tekstboekje dat werd uitgereikt. Kerkelijk drukwerk is altijd anders.

(wordt vervolgd)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Onder de honderd

O wonder, vandaag heeft het getal van de Inzidenz in onze Landkreis de magische grens van honderd onderschreden, en meteen flink ook! De daling heeft nog geen ander kleurtje op onze Corona-landkaart opgeleverd. Dat komt pas bij 75: dan komt de kleur van Aperol Spritz. We hebben nu 78.5. Dat is mooi nieuws natuurlijk, maar ook wat zorgelijk. Nog een keer zo’n zakker en de mensen gaan weer los. En dat terwijl de maatregelen juist weer verlengd zijn en nog iets aangescherpt. Dan begint alles weer opnieuw en hebben we meteen de derde golf. Maar de overheden hebben nog wat argumenten achter de hand: het aantal doden blijft zeer hoog, en ja, de mutaties.

Hieronder nog het overzicht van de wijnrode januari, tot nu toe. Bij de tellingen van de injecties wordt er blijkbaar geen verschil meer gemaakt tussen eerste en tweede prik. Dan moeten we dus 120.000.000 inentingen bereiken. (De wappies hoeven immers niet.) Nu zijn we alsnog bij 1%. Als de tweede injectie al te lang na de eerste komt zal zij niet volledig werkzaam meer zijn: verspilling en valse hoop dus. Blijf verstandig, Duitsland, wees niet als GB en NL!

Besmettingen per week per 100.000            Totaal der ingeënten, heel Duitsland
1 januari Marburg-Biedenkopf 135,2                  1e 165.575    2e 000.000
2 januari Marburg-Biedenkopf 126,3                 1e 188.553     2e 000.000
3 januari Marburg-Biedenkopf 125,9                 1e 238.809    2e 000.000
4 januari Marburg-Biedenkopf 134,4                 1e 264.952    2e 000.000
5 januari Marburg-Biedenkopf 124,2                 1e 316.962    2e 000.000
6 januari Marburg-Biedenkopf 145,3                 1e 367.331    2e 000.000
7 januari Marburg-Biedenkopf 123,0                 1e 417.060    2e 000.000
8 januari Marburg-Biedenkopf 100,0                 1e 476.959    2e 000.000
9 januari Marburg-Biedenkopf 115,3                  1e 532.878    2e 000.000
10 januari Marburg-Biedenkopf 128,7                1e 532.878    2e 000.000
11 januari Marburg-Biedenkopf 120,2                1e 613.347    2e 000.000
12 januari Marburg-Biedenkopf 117,0                1e 688.782    2e 000.000
13 januari Marburg-Biedenkopf 121,8                1e 758.093    2e 000.000
14 januari Marburg-Biedenkopf 122,6                1e 842.455    2e 000.000
15 januari Marburg-Biedenkopf 113,3                1e 961.682    2e 000.000
16 januari Marburg-Biedenkopf 106,4               1e 1.048.160    2e 000.000
17 januari Marburg-Biedenkopf 112,1                 1e 1.048.160    2e 000.000
18 januari Marburg-Biedenkopf 108,1                1e 1.145.878    2e 6.581
19 januari Marburg-Biedenkopf 102,8               1e en 2e injectie 1.220.170
Bij de tellingen van de injecties wordt er blijkbaar geen verschil meer gemaakt tussen de eerste en tweede prik.
20 januari Marburg-Biedenkopf 78,5                1e en 2e injectie 1.297.430
21 januari Marburg-Biedenkopf 78,1                 1e en 2e injectie 1.401.693
22 januari Marburg-Biedenkopf 82,6                 1e en 2e injectie 1.501.639 
23 januari Marburg-Biedenkopf 76,9                 1e en 2e injectie 1.632.777
24 januari Marburg-Biedenkopf 69,2                 1e en 2e injectie 1.632.777
25 januari Marburg-Biedenkopf 69,2                 1e en 2e injectie 1.783.118    
   

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Gezondheid, Marburg

De tweede dosis

Morten Morland in The Times

Een reactie plaatsen

19 januari 2021 · 16:03

Gebeuren

Dat is nu al de derde keer vandaag, dat ik dit rotwoord lees: das Infektionsgeschehen. Bah! Het ‘besmettingsgebeuren’ zou dat in het Nederlands heten. Oh pardon, ik hoop niet dat ik u daar nu mee besmet heb.

2 reacties

Opgeslagen onder Taal

Mini-herinnering: relaxen in Griekenland

Als we vanuit het huis in de noordelijke voorstad naar beneden reden, naar de stad, kwamen we eerst langs een mooie tuin met pauwen erin, die zo gezellig snerpten, en vervolgens langs een gebouw waar het woord RELAX op stond. Hollander als ik was dacht ik aan een bordeel of seksclub, maar het gebouw was wel erg groot en had geen enkele erotische uitstraling. Bij navraag bleek dat het een bejaardenhuis was, waar oude mensen na een arbeidzaam leven dus konden relaxen.

Daar woonden blijkbaar mensen die geen familie hadden die voor hen kon of wilde zorgen, want normaal was in Griekenland dat men zijn ouders in huis nam, ook als ze gebrekkig of dementerend waren. En dat samenleven was niet altijd prettig. Misschien was het liefdevol en als een vanzelfsprekendheid begonnen, maar als de ouderdom voortschreed en er steeds meer geduld nodig was, was de stemming in huizen met ouders soms geprikkeld en werd er flink geschreeuwd en gescholden—bij voorbeeld als er wéér in de broek geplast was. (Die luierbroekjes bestonden toen nog niet.) Als mensen weg moesten sloten ze hun oude moedertje soms op; niet in een kooi, maar wel met de deur van het kamertje op slot. Als er bezoek kwam ook. Vaak kon het niet anders: dementerenden kun je niet alleen laten in een keuken of met elektrische apparaten, of op straat. Van ergere misstanden ben ik nooit getuige geweest, maar die zullen er ook wel geweest zijn. Een schemergebied was de toediening van medicijnen: de kalmerende tabletten waren vast wel voorgeschreven, maar misschien toch iets te hoog gedoseerd?

Dikwijls wordt het als harteloosheid uitgelegd, dat wij hier in West-Europa onze bejaarden in inrichtingen wegstoppen, maar harteloosheid is in de huiselijke kring ook heel goed mogelijk, en ten dele zelfs onvermijdelijk. Zo’n verpleeghuis is zo gek nog niet. Toen mijn moeder heel oud geworden was, werd ze daar met liefde en geduld verzorgd.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Griekenland

Mini-herinnering: turkofiel

Toen ik nieuw was in Griekenland (1991) verstond ik nog bijna geen Grieks, maar op een feestje hoorde ik toch dat mensen mijn vriendin achter mijn rug over mij uitvroegen. De brandende vraag was of ik hellenofiel was of turkofiel. Dit Grieks hoef ik toch niet vertalen?

Wat was ik? Ik was toen al twee, drie keer in Turkije geweest en had het daar naar mijn zin gehad, maar was ik daarom turkofiel? Arabist was ik ook nog: uiterst verdacht. Ik was best in staat zowel Grieken als Turken als Arabieren lief te hebben, maar in Griekenland moest je blijkbaar kiezen. Steeds weer was dat een onderwerp van discussie en soms van ergernis. Sommige mensen gingen er eens extra voor zitten om te beschrijven hoe erg de Turken waren; zo bij voorbeeld een oude mevrouw wier familie in ‘de Stad’ (=Constantinopel) door de Turken was gekoejeneerd, en daar had ik toch niets tegen in te brengen? Anderen deden het leed van de Brand van Smyrna in 1922 nog maar eens herleven, die zij zich herinnerden alsof het gisteren was, en overal waren er heimwee- en cultuurverenigingen van Grieken wier voorouders in het Ottomaanse Rijk hadden gewoond en die nu nog steeds hechte clans vormden, met liederen en volksdansen uit de streek, dialectstudies enzovoort. Vaak prachtige dingen: stoere dansen uit Trapezóunda (Trabzon, Trebizonde), en de liederen uit Smyrna hoorde ik bijzonder graag—ik kon natuurlijk niet zeggen dat dat was omdat ze zo Turks klonken.

Om een beetje te pesten zei ik wel eens dat ik nieuwsgierig was naar de Turken in het noorden van Griekenland, en dat ik daar wilde gaan kijken. Maar hoe kon ik zoiets zeggen? In Griekenland woonden helemaal geen Turken! Die ongeveer honderdtwintigduizend mensen in de buurt van Komotiní, die op wonderbaarlijke wijze Turks spraken en leerden op school, waren ‘Griekse moslims’. Een beetje hypocriet was dat wel; in de jaren zestig heetten ze nog Turken.

Toen er met kerst een grote kalkoen in de oven ging, een turkey dus, heb ik dat dier maar gauw omgedoopt tot Asia Minor, Klein-Azië. Je wist nooit wat je anders nog weer fout zou zeggen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Griekenland, Turkije