Blijf vlees eten!

Als u zou besluiten veganist te worden verliest u uw menselijkheid. Dat vindt u op zich misschien niet zo erg, maar hebt u er wel aan gedacht dat u dan ook niet door Christus gered kunt worden en dus naar de hel gaat? Uit Amerika komt als altijd de zuivere waarheid; daar kunnen onze wappies niet aan tippen.

1 reactie

Opgeslagen onder Eten, Godsdienst, Onzin Humor

Bad Kissingen

De afgelopen week heb ik grotendeels in een vakantiewoning in Bad Kissingen doorgebracht. Niet voor een medische behandeling, niet voor een badkuur, maar omdat ik mijn Australische vriend wilde ontmoeten, die op tour door Europa is, en omdat deze plaats gunstig lag. De heel ruime en comfortabel ingerichte woning was ook onwaarschijnlijk goedkoop, weldra begrepen we waarom.

Gebaad hebben we toch: er was daar minstens één groot Thermalbad met alles erop en eraan, waar je niet alleen schoon, maar ook lekker gaar van werd. Een belevenis vond ik de zaal met Sole-Inhalation. Het zoutige water dat bij Bad K. uit de grond opborrelt, wordt daar door een wand van rijshout geleid (afb. 1), waardoor een deel verdampt en de rest nog zouter wordt. Dat inademen schijnt bijzonder gezond te zijn; hoe begrijp ik niet precies. Het mooie was dat daar een temperatuur van 40–43˚ heerste en je in een toestand geraakte die ik nog niet eerder had meegemaakt. Het was niet dood zijn, niet slapen, maar ook niet soezen, want het denken en het bewustzijn verdwenen geheel. Niet flauw gevallen maar wel het bewustzijn verloren: heerlijk, wat een luxe! Een vraag van de badjuffrouw was voldoende om er weer helemaal te zijn; in dezelfde seconde kon ik haar antwoorden en hoefde niet eerst ‘wakker te worden’. Of het aan die ziltige lucht lag of aan de temperatuur weet ik niet. Die badjuffrouw hadden we al eerder in actie gezien bij de watergymnastiek. Haar kont en bovenbenen waren ongelooflijk dik en dat was heel goed: zo kon zij haar eveneens veelal dikke cliënteel die oefeningen aanpraten en voordoen zonder dat men zich moest generen of moest denken: dat kunnen we niet. Iets buiten de stad was er nog een Gradierwerk te zien, waarin die ziltige dampen gegenereerd werden middels door rijshout afdruipend water (afb. 2).

Maar verder geen gebadder. Wat rondgelopen, gezeten, naar Kurkonzerte geluisterd (afb.3), gebouwen bezichtigd (afb. 4–12), gegeten, gedronken, geluierd en bijgepraat.

Wat ik niet wist: Bad Kissingen was vroeger een van de belangrijkste kuuroorden van Europa, met een illustere geschiedenis. Nadat een Poolse prins in de achttiende eeuw het heilzame water had ontdekt werd de plaats in de negentiende eeuw het trefpunt voor de koningen, keizers en leiders van Europa (afb. 13). Het publiek was zeer kosmopolitisch. In de leeszaal lagen toen wel twintig internationale kranten, waaronder de Haarlemsche Courant. Otto von Bismarck had hier een huis, waar hij veel tijd doorbracht en van waaruit hij Duitsland regeerde: het had een eigen telegraaf- en postkantoor en in de stallen wachtten koeriers. In Bad Kissingen is in 1874 een aanslag op zijn leven gepleegd, door een katholiek die een hekel had aan zijn protestantse politiek. Bismarck liet zich wel verwennen door de katholieke koning Lodewijk II van Beieren, in wiens rijk Bad Kissingen lag. Hij indoctrineerde de wat onbenullige vorst en chanteerde hem; tenslotte was het Pruisen dat Beierens staatsschulden betaalde. Er lagen wat geraffineerde brieven van Bismarck aan de koning ter inzage, waarin hij met veel geslijm de opname van Beieren in het Duitse Rijk voorbereidde.

Wat er ook lag waren bladen met diagnoses van een aantal patiënten uit de negentiende eeuw. Het was merkwaardig te zien hoe in de diagnose(!) zinnetjes voorkwamen als: ‘is alleen het allerbeste gewend’, ‘goed gesitueerd’, enz. De artsen konden toen nog niet zoveel, maar passende rekeningen schrijven waarschijnlijk wel.

Na de Eerste Wereldoorlog kwamen er minder vorsten, maar een bloeiend kuuroord bleef Kissingen tot pakweg 2000. Veel info over de huidige staat van de plaats heb ik te danken aan een praatlustige oude man die er woont—een oude man van wel tien jaar jonger dan ik. De plaats leeft van een flink aantal medische klinieken, veelal moderne en foeilelijke gebouwen. Daarnaast staan er misschien wel twintig joekels van klassieke hotels (afb. 14, 15) voor een welvarend publiek dat rust, luxe en wellness zoekt. Er zijn mooie en grote zalen, geschikt voor concerten en congressen, die er dan ook gehouden worden, en er zijn regelmatig festivals, zij het lang niet allemaal duur en voornaam. Die hotels zijn problematisch geworden. Het zijn er te veel, het beoogde publiek bestaat nauwelijks meer, zodat je er voor veertig of vijftig Euro al kunt overnachten. Van sommige van die prachtgebouwen begint de buitengevel al DDR-achtige kleuren te vertonen.
Zo’n prachtig kuuroord kun je niet zomaar laten vervallen, daar was iedereen het over eens. Ook in kleinere kuuroorden worden afbladderende gebouwen soms gesaneerd door een investeerder die er wat in ziet en als het weer glanst komt het wellness-lustige publiek wel terug. Bad Kissingen had de pech dat het een aantal jaren geleden in handen was gevallen van een Zwitserse, maar eigenlijk Russische investeringsfirma. Die heeft heel wat opgeknapt, zodat ook de rijke Russen weer terugkwamen, net als honderdvijftig jaar geleden. Misschien kwamen er iets te veel Russen zelfs; ook Karlsbad liep er tot voor kort van over. Voor niet-Russen schijnt het niet prettig te zijn als daar te veel van zijn. In Thomas Mann’s Zauberberg lazen we al dat er nette en niet-nette Russen zijn. Maar dank zij Poetin komen er nu helemaal geen Russen meer, hun geld blijft dus ook weg, en wat erger is: ook de investeringsfirma is sinds de oorlog niet langer actief. Het oord lijkt wel aan een onherroepelijke neergang te zijn begonnen. Men gelooft niet meer zo aan heilzame waters, en wat erger is: het ziekenfonds vergoedt de kuur niet meer.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland

Een alcoholiste uit Smyrna

In 1922 werden de Griekse en Armeense wijken van de grote stad Smyrna (İzmir) in brand gestoken, wat resulteerde in honderdduizenden doden en vluchtelingen. Wie naar Griekenland kon vluchten deed dat, maar belandde daar vaak in armelijke omstandigheden. Glykeria is honderd jaar na de ramp nog steeds een vertolkster van het Smyrniotische levenslied. Dat is ze al heel lang; ik heb nog oudere opnamen van haar. Ze heeft de Ottomaanse sound goed weten te bewaren. Hier zet ze een aan lager wal geraakte vrouw voor ons neer:

De kinderen in jouw buurt

De kinderen in jouw buurt vallen me lastig.
Je bent weer dronken, roepen ze tegen me.
Ik zal ze krijgen en geef ze een pak slaag, die ettertjes!
Twee klappen in hun smoel, dat wordt fantastisch!
Als ik dronken ben en in de modder val 
zet ik allebei mijn handen voor me neer en sta op.
Zeg me dat je me niet wilt, dat je niet van me houdt!
Woorden zijn messen, een pop die je weggooit.
Altijd maar ouzo, ouzo, ouzo, ik heb er zo genoeg van.
Breng ook een sigaret, daar heb ik zin in.
Breng ook een cognacje, daar heb ik zin in!

========

Τα παιδιά της γειτονιάς σου

Τα παιδιά της γειτονιάς σου με πειράζουνε
Πάλι μεθυσμένος είσαι, μου φωνάζουνε
θα τα πιάσω, να τα δείρω, τα μπαγάσικα
θα τα δώσω δυο χαστούκια, να ‘ναι χάσικα
Σαν μεθώ και πέφτω κάτω και λασπώνομαι
Βάζω μπρος τα δυο μου χέρια και σηκώνομαι
Σα μου πεις, πως δε με θέλεις, πως δε μ’ αγαπάς
μαχαιράκια είναι τα λόγια, κούκλα που πετάς
Όλο ούζο, ούζο, ούζο, το βαρέθηκα
Φέρτε κι ένα τσιγαράκι που τ’ ορέχτηκα
Φέρτε κι ένα κονιακάκι που τ’ ορέχτηκα

1 reactie

Opgeslagen onder Griekenland, Zingen

Corona? Niks aan de hand

Gisteren was ik in Bad Homburg bij een muzikale middag ter gelegenheid van een jubileum. Vier koren zouden er optreden, drie solisten en een pianist. Het was een provinciale, maar mooie middag, al moest het programma danig omgegooid worden. Eén koor had niet kunnen komen, een solist en de pianist evenmin. Ze waren plotseling erkrankt, ‘ziek’. Zo heet dat tegenwoordig. Het was niet moeilijk te weten te komen aan welke ziekte deze mensen leden: corona.

In bedrijven en bij overheidsorganen is er een vergelijkbare situatie, waardoor allerlei dingen niet meer gedaan worden. Veel werknemers ontbreken omdat ze corona hebben of positief getest zijn. Ook in mijn eigen kennissenkring hebben meer mensen corona dan ooit tevoren in de afgelopen jaren.

Dit was ook de heer Gassen opgevallen, de opperbaas van alle Duitse ziekenfondsen. Hij meende dat het probleem opgelost kon worden door het afschaffen van de laatste corona-maatregel die er nog is: isolatie in geval van positieve test. Thuisblijven bij ziekte, maar anders gewoon doorlopen. Enkele heren van de FDP (de Duitse VVD), altijd bedacht op de redding van de economie, deelden deze mening.

Mocht u nu iets horen breken, dan is het mijn klomp. De economie moet dus gered worden door grotere verbreiding van het corona-virus. Hoe meer verbreiding, des te minder uitval van werknemers. In China lachen ze zich slap. We hebben hier een uiterst verstandige, deskundige minister van gezondheid, de heer Lauterbach, die Gassens voorstel dadelijk met een keur van argumenten als onzinnig heeft bestempeld. Helaas is het een zachtmoedige man, die niet goed op kan tegen al die domme geldhorken, dus wie weet wordt het nog ingevoerd ook.

Die muzikale middag vond overigens plaats in een grote hal met overal openstaande brede deuren, open ramen in het dak en zelfs een brede openstaande nooddeur achter het podium, zodat er maximale luchtcirculatie was. Tijdens het luisteren droeg de helft van het publiek maskers, in de pauzes begaf men zich naar buiten onder de bomen, want het was warm. Ik vond het hele gebeuren wat riskant, maar het ging net, naar mijn gevoel. Eens zien hoe de test morgen uitvalt.

Ik zou meer willen schrijven over die middag, of liever: over mijn reactie daarop, want er deed zich weer voor wat ik al in 2015 heb beschreven: doorhalen en af laten glijden, maar nu nog sterker. Mocht ik er toch niet over schrijven, dan is het omdat het heb laten afglijden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid, Zingen

Voetbalvelden

We hadden hier een flinke bosbrand, even buiten de stad. Een bosoppervlak van bijna 39 voetbalvelden is verloren gegaan, zei het nieuws. Nou, dan weten we het wel. Gelukkig was ergens anders te lezen dat het om een gebied van 500 bij 550 meter ging, iets wat ik me dadelijk kan voorstellen. 27,5 hectare werd ook genoemd. Dat is ook een precieze aanduiding uit het metrieke stelsel; erg handig voor boeren, maar persoonlijk heb ik daar niet veel aan. Ieder krijgt de maataanduidingen die hij zich kan voorstellen, en de nieuwsberichten zijn nu eenmaal afgestemd op voetballiefhebbers. Als de Russische invloed toeneemt, zullen dan afstanden ook in werst worden aangegeven?

Vlak bij mijn huis is overigens ook een bos; als dat in de fik vliegt ben ik weliswaar niet direct bedreigd, maar zal allicht te maken krijgen met gevaarlijke rookontwikkeling. De helling is daar zo steil, daar zal men toch geen voetbalvelden in kunnen zien?

2 reacties

Opgeslagen onder Klimaat, Marburg

Qabd en bast, depressie of vakantie?

Gisterenavond ben ik aan de schrijftafel gaan zitten en heb een stukje geschreven aan het commentaar bij mijn uitgave van een oude Arabische tekst. Zo gewoon, alsof ik nooit iets anders heb gedaan. Het is mijn Corona-project, het loopt al twee jaar.

Maar zo gewoon is het niet. Ik had er al weken niet aan gewerkt; het lukte niet, het was een heel hardnekkige crisis. Allerlei andere dingen kon ik wel goed doen, maar dit niet. De verloren tijd moet ik met terugwerkende kracht maar als vakantie boeken.

Er waren factoren van buitenaf die het werk in de weg zaten. Daarvan was er een de hervatting van het normale leven na de corona-tijd. Ik moet weer overal naar toe en heb een agenda vol afspraken. Omdat ik oud en niet meer zo fit ben als vroeger kost het me duidelijk meer moeite een sociaal leven te leiden én daarnaast nog werk te verrichten. 

  • Excurs: Als de tekenen niet bedriegen komt de isolatie ten gevolge van corona binnenkort weer terug. Er zijn in mijn omgeving véél meer mensen met corona dan ooit in de afgelopen twee jaar. En allerlei werk wordt niet meer gedaan omdat personeel besmet of ziek is. Vreemd is dat iedereen tegenwoordig doet alsof dat niet zo is. Misschien zal de situatie plotseling ten goede veranderen in september of oktober, als het anti-omikron vaccin er is. Maar als er wordt gesproken over nieuwe maatregelen en de verwachtingen voor de winter hoor je nooit iets over dat vaccin; hoe zit dat?

Er was echter ook een hindernis in mijzelf. Als ik er wel aan zat wilde het werk gewoon niet lukken; ik zag het niet en kon het niet. Welnu, de moeilijke bladzijde dan maar even laten liggen en een andere bekijken, misschien krijg je daar wel een ingang. Nee, ook niet. Nog iets anders proberen. Of het eerste probleem nog eens opnieuw bekijken, misschien lukt het nu wel? Nee, nee en nog eens nee. Na een aantal mislukte pogingen om ingangen te vinden tot de stof kwam de vertwijfeling. Die was niet existentieel; andere terreinen van het leven werden er niet door beïnvloed en de stemming bleef goed. Maar ben ik dan te stom voor dat onderzoek, moet ik ermee ophouden? 

Er doen zich bij een onderzoeksproject natuurlijk altijd problemen voor. Die zijn er om op te lossen, en als dat niet lukt omdat ze te groot voor je zijn, is het ook geen schande. Ik vergeef het mijzelf bij voorbeeld best dat ik de sterrenkunde van de oude Grieken niet begrijp. Dan moet ik hulp vragen of het onderwerp aan anderen overlaten. Maar dit was iets anders. De problemen waren niet zo enorm groot, dat zag ik wel, maar ik kwam er toch niet verder mee.

En gisterenavond ging ik dus gewoon zitten en loste ineens allerlei problemen en probleempjes op, net als in eerdere fasen van het werk. Ze waren helemaal niet zo moeilijk; de oplossingen lagen letterlijk voor mijn ogen, op mijn eigen schrijftafel, maar ik had ze niet gezien. Nu ging ik er vlot doorheen, wat eergisteren of vorige week nog niet mogelijk was geweest. Wat was er gebeurd? Niets, geen vruchtbare ontmoeting, geen bemoedigende gebeurtenis, niets. Alleen een verschuiving binnen in mij, een overgang tot een andere genadestaat als het ware, en die deed me denken aan het Arabische begrippenpaar qabḍ en basṭ.

Qabḍ is contractie, benauwdheid, basṭ is verruiming, expansie. Het zijn termen uit de sfeer van de Sufi’s, de islamitische mystieken. Dezen streefden ernaar nader tot God te komen, sommige wilden zelfs één worden met Hem. Zij probeerden ‘hogerop te komen’ door het doen van spirituele oefeningen, hoewel de meesten wel beseften dat dat niet alles was: er kwam natuurlijk telkens goddelijke hulp bij te pas. Zij keken telkens in zich: hoe ver, in welk stadium op hun weg waren ze nu? Een hele reeks namen ontwikkelden zij voor de diverse stadia die zij in zich ontdekten. De weg ging niet telkens omhoog: ze ervoeren perioden dat ze niet verder kwamen, ondanks de oefeningen—ja, allicht, met zelfwerkzaamheid alleen kom je er niet—dus dan onthield God je zijn genade voor een bepaalde tijd. Dat deed Hij natuurlijk met een bedoeling: om de mens godsvrucht in te boezemen en te wijzen op Zijn almacht en majesteit. Die toestand van schijnbare godverlatenheid heette qabḍ. Maar dan kwam er ineens een moment waarop de basṭ intrad: dan kon je weer verder. Qabḍ blokkeert, basṭ verleent vleugels.

Tegenwoordig zou men qabḍ misschien eerder depressie noemen. Op mijn toestand zijn beide termen echter niet van toepassing, omdat die slechts een déél van het leven omvatte. Het dagelijks leven, het zingen, het fietsen, het genieten van de nieuwe gezelligheid, dat ging allemaal prima; alleen het werk niet. Hoogstens een deeldepressie dus, en die duurde een maand, het is nog te overzien. Laten we het vakantie noemen.

Hier aangekomen moet ik aan ex-collega S. denken. Die gaf goed les en had ook behoorlijke wetenschappelijke publicaties. Maar op een dag ging het mis, er brak blijkbaar iets. Hij kwam ineens met een boek van achthonderd bladzijden dat van A tot Z bizarre, zieke onzin was. De universiteit schorste hem, bewerkte na een poos zijn ontslag op medische gronden en zorgde voor een plekje in een inrichting. Hij weigerde echter daarheen te gaan, en ik zou me kunnen voorstellen dat ze hem daar ook niet moesten, want zover ik kon zien was zijn dagelijks leven heel normaal. Hij verdween uit het gezicht: naar een andere stad, toch in een kliniek misschien? Nee, onlangs zag ik dat hij in eigen beheer weer twee enorm dikke boeken met onzin had uitgegeven. Plaats van verschijning: het dorpje waar hij altijd al woonde, dus hij zit er nog. Zijn probleem is een ander dan het mijne: bij hem ontspoorde de wetenschap, bij mij stokt zij soms. Met elkaar gemeen hebben we dat het een deelstoring betreft en dat het verdere leven normaal verloopt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Niks

Bommen met rode wijn

Er zijn veel mannen, té veel mannen, die bombardementen prachtig vinden. Ernst Jünger (Parijs Dagboek, 1944) vond vruchtenbowl er lekker bij:

Strahlungen, 27 mei 1944: Luchtalarmsirenes, vliegtuigen boven ons. Vanaf het dak van de Raphael zag ik in de richting van Saint-Germain twee enorme ontploffingswolken opstijgen terwijl de formaties op grote hoogte verder vlogen. Hun doel was de bruggen over de rivier. De methode en opeenvolging van de tactieken gericht op onze aanvoerlijnen wijzen op een subtiele geest. Bij de tweede aanval, tegen zonsondergang kwam, had ik een glas Bourgogne vast waarin aardbeien dreven. De stad, met zijn rode torens en koepels, lag in ontzagwekkende schoonheid, leek op een kelk waar overheen gevlogen wordt voor de dodelijke bestuiving. Alles was theater – pure macht, bevestigd en uitvergroot door pijn.1

En hieronder Yukio Mishima. Wat die er in Japan bij dronk weet ik niet. Proost in ieder geval.

I was intent on abstracting the reality of the time, engrossed in a private, isolated world of beauty as small as I could make it. The air raids on te distant metropolis, which I watched from the shelter at the arsenal, were beautiful. The flames seemed to hue to all the colours in the rainbow: it was like watching the light of a distant bonfire at a great banquet of extravagant death and destruction.

1. „Überfliegungen. Vom Dache des ‚Raphael‘ sah ich zweimal in Richtung von Saint-Germain gewaltige Sprengwolken aufsteigen, während Geschwader in grosser Höhe davonflogen. Ihr Angriffsziel waren die Flussbrücken. Art und Aufeinanderfolge der gegen den Nachschub gerichteten Massnahmen deuten auf einen feinen Kopf. Beim zweiten Mal, bei Sonnenuntergang, hielt ich ein Glas Burgunder, in dem Erdbeeren schwammen, in der Hand. Die Stadt mit ihren roten Türmen und Kuppeln lag in gewaltiger Schönheit, glich einem Kelche, der zu tödlicher Befruchtung überflogen wird. Alles war Schauspiel, war reine, von Schmerz bejahte und erhöhte Macht.“

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Oorlog

Géén herinnering: het calvinisme

Ik ben gereformeerd en dus calvinistisch opgevoed, maar wat was dat ook al weer, het calvinisme? Calvijn moet een onaangename, Taliban-achtige man geweest zijn, die in de zestiende eeuw Genève liet verzuren en tegenstanders op de brandstapel liet verbranden. Zoveel staat me nog voor de geest, maar van ’s mans opvattingen heb ik niet het flauwste vermoeden meer. Ik moet ze ooit hebben gekend, maar die kennis is weggezakt.

Het zou natuurlijk gemakkelijk even na te slaan zijn, maar ach, laat het maar, want die hele Calvijn lijkt niet meer van belang, en niet alleen voor mij. Hier in Duitsland knik ik natuurlijk van ja als weer iemand zegt dat Nederland calvinistisch is, maar het landje is inmiddels zo goddeloos dat Calvijn het zonder veel omhaal op zijn brandstapel zou gooien. De Bible Belt misschien uitgezonderd.

Maar een reeds verdwenen calvinisme kan toch nog verstrekkende invloed hebben op de samenleving? Dat hoorde je tot voor kort tenminste regelmatig verkondigen. Waren er misstanden, botheid, vertoon van slechte smaak? Dat lag allemaal aan het calvinisme— terwijl degenen die dat zeiden meestal ook niet wisten wat het was. Het calvinisme als zondebok is echter ook overbodig geworden, want er zijn andere zondebokken gekomen: moslims, de linkse kerk, fascisten en Rutte 1–7 tot in eeuwigheid amen. 

Blijft alleen een vaag idee dat zuunigheid en slechte smaak iets met calvinisme te maken hebben. We kunnen het dus beter inderdaad vergeten.

1 reactie

Opgeslagen onder Christen Christelijk Christendom, Godsdienst, Nederland

Micro-herinnering: brievenbus

Ooit was ik in Nicosia, de hoofdstad van Cyprus; het moet in 1965 geweest zijn. Ik had daar enkele uren de tijd om over te stappen op een ander vliegtuig en er was gelegenheid om wat door het stadje te lopen. Maar waar was dat goed voor? Ik had het net zo goed niet kunnen doen, want ik herinner mij er helemaal niets van, op één ding na: de brievenbus in de hoofdstraat. Het was zo’n rode, zoals ze overal op de Britse eilanden ook stonden, met de initialen van de vorst of vorstin erop. Cyprus was toen al een paar jaar onafhankelijk, maar de brievenbus deed het nog. Misschien omdat hij was ingebouwd in een muur had men hem niet weggehaald.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nabije Oosten, Reizen

Mini-herinnering: nooit op vakantie

Mijn grootouders (geboren ± 1885–1895) stonden nooit in de wachtrij om in te checken op Schiphol, omdat ze nooit op vakantie gingen. Ze kwamen niet op het idee, ze hoefden niet. Ze waren welgesteld en hadden een auto, maar maakten alleen ritjes in een straal van 100–150 km, opa zakelijk, opa en oma samen vooral om familie te bezoeken. En soms naar Dordt om een nieuwe hoed of een boek te kopen. Maar daar kon oma ook met de trein naar toe, of met het stoomschip de Thor. Natuurlijk was dat dan tevens ‘een dagje uit’. Schoenen en kleren waren in het eigen dorp te koop. Ik heb nog altijd een kleerhanger van kledingmagazijn Boekholt, telefoon 407. Dameskleding werd ook thuis genaaid. Mijn andere grootmoeder had wat meer kapsones en liet zichtzendingen kleding uit Breda komen waar ze dan een keus uit deed. Die hoefde ook het dorp niet uit. Opa was op grond van zijn lichaamsomvang op maatkleding aangewezen; ik denk dat er een kleermaker aan huis kwam.

Nooit eens pret of ontspanning? Jawel, een dagje naar de Drunense duinen, zelfs naar de Efteling, vooral voor de kinderen en kleinkinderen natuurlijk. En tamelijk vaak naar het natuurbad annex speeltuin De Warande bij Oosterhout, tien kilometer van huis. Concertbezoek in Breda (16 km) herinner ik mij ook. Opa had een bootje, waarmee hij de wateren in de omgeving onveilig maakte. Toen hij ouder werd volstond het om met de auto naar het water te rijden en daar wat te zitten kijken. Er werden ook wel roeiboten gehuurd. Een oudtante, ik ben vergeten welke, was eens naar de watervallen van Coo geweest, helemaal in België. Er moet nog ergens een ansichtkaart van liggen. Een oom heeft in 1958 de Expo in Brussel bezocht, ook een hele belevenis. Zo vanaf 1960 ging de jongere generatie wel in het buitenland op vakantie, veelal met georganiseerde busreizen. Maar mijn grootouders nooit.

Misschien bleven ze ook altijd thuis omdat hun huis voor anderen een vakantiebestemming was. Hun zes kinderen en ook andere familieleden kwamen vaak op bezoek en bleven dan lang. Mijn ouders, mijn zusters en ik ook natuurlijk; ik heb nog altijd fijne herinneringen aan die heerlijk zomers in het dorp. Het was altijd een belevenis als ‘de tantes uit Apeldoorn’ kwamen, en zeker tante Stien uit Croydon was heel apart. Die bleven dan niet zo lang als het bezoek in Russische romans, maar toch wel een of twee weken. Er was geen haast. En behalve familiebezoek was er geen reden om de eigen plek te verlaten.

5 reacties

Opgeslagen onder Nederland, Reizen