Geslachten en neigingen bij de oude moslims 2.0

[Ik herpost dit nog een keer, want er is heel wat bijgekomen. Toch is het nog lang niet af.] 

De Boeginezen op Celebes kennen vijf geslachten, en de Navajo-Indianen eveneens: mannelijke mannen, vrouwelijke mannen, vrouwelijke vrouwen, mannelijke vrouwen; bij de Navajo de hermafrodiet die man én vrouw is en bij de Boeginezen de bissu, een soort heiligmens, die man noch vrouw is.
.
Lawrence Durrell schreef in Justine over Alexandrië: ‘There are more than five sexes, and only demotic Greek seems to distinguish between them.’ Dat laatste geloof ik niet, het Arabisch kan er ook wat van, maar inderdaad waren er vanouds in het Midden-Oosten heel wat meer geslachten dan in het saaie Westen, dat tot voor kort alleen mannetjes en vrouwtjes (er)kende en waar de recente ontdekking van andere mogelijkheden vooral getob lijkt te veroorzaken. De moslims deden er minder moeilijk over. Een operatie ter verandering van het geslacht was in Casablanca of Teheran eerder mogelijk dan hier.
.
De laatste tijd schieten ook bij ons de geslachten en genders als paddenstoelen uit de grond. Wij hebben tegenwoordig LGBTQ… en nog meer letters; van de laatste weet ik niet eens waar ze voor staan. Of het prettig is voor de betrokkenen om in zo’n hokje geduwd te worden? De Indonesische activiste Tiara Tiar Bahtiar heeft een boek geschreven met de titel Namaku bukan waria – panggil aku manusia, ‘Mijn naam is niet transgender, noem mij mens.’ Maar blijkbaar zijn er ook veel die erop staan zich zelf zo’n letter op te plakken. Zonder identiteit schijnt het tegenwoordig niet te gaan.
.
Er zijn geslachten en genders, maar ook seksuele oriëntaties; bovendien is er nog de mogelijkheid van travestie. Al met al is er een groot aantal spelcombinaties mogelijk. Het verschil tussen geslacht en gender is me nog steeds niet duidelijk, maar dat geeft geloof ik niet, want in het vervolg wil ik eens kijken wat de oude Arabieren ervan dachten, en die onderscheidden ze ook niet.
.
Ik moet mij zeer beperken en kan het alleen maar aanstippen, want in de Arabische bronnen die ik mij kan voorstellen (poëzie, geschiedwerken) ben ik niet ver doorgedrongen; zij zijn onafzienbaar en dikwijls onontsloten. Eén ding kan al van te voren worden gezegd: men deed vroeger niet aan identiteit. De westerse gedachte: als je iets bent ben je dat voor altijd, het is je ware wezen, je identiteit, bestond in die oude wereld niet. Mensen die dat wensten konden best uit hun hokje om iets anders te ‘worden,’ zij het meestal tijdelijk. En ook als zij het misschien niet wensten: mij wordt over Afghanistan meegedeeld dat daar soms meisjes wordt opgedragen jongen te worden, als er een zoon in het gezin ontbreekt. Het gezin is van de schande van geen zoon te hebben verlost, de nieuwe jongen kan meehelpen bij vader in de winkel, het biedt de mogelijkheid om aan het publieke leven deel te nemen, en voor de zusjes een kans om er ook eens uit te komen, met ‘broer’ als chaperon.1 Ook in Albanië zijn er nog oude mannen geïnterviewd die als meisje waren geboren en om praktische redenen man geworden waren (burrnesha). Over hoe het dan ging met plassen, met de menstruatie, met voetbal en vechten zou ik graag meer horen.

Er was vanouds de khunthā, de hermafrodiet, die de lichamelijke geslachtskenmerken heeft van zowel een man als van een vrouw.
Volgens de koran heeft God de mens echter geschapen als mannen en vrouwen. Hermafrodieten moeten dus een keuze maken: als zij zich als man beschouwen en hun penis ook voor penetratie kunnen gebruiken moeten zij man worden, en anders vrouw. Vandaar dus de toelaatbaarheid van die operaties, toen die eenmaal mogelijk werden.

De mukhannath is lichamelijk een man, maar geneigd tot vrouwelijk gedrag. In kroegen werd de wijn vaak ingeschonken door een verwijfd jongetje dat lispelde en met zijn kontje wiegelde om de gasten te behagen. Niet duidelijk is, of hij dat uit een diepgevoelde neiging deed of alleen voor het geld; allebei zal wel zijn voorgekomen.
De mukhannath neemt enorm veel plaats in in de rechtsgeleerde werken, en niet als probleemcategorie, eerder gewoon als een derde geslacht.     @NIET AF!  Art. Rowson@

Over vrouwen van het type ‘butch’ heb ik nog niet veel gevonden.  Art. sihâq in EI?@ Kruk, Warriors

De ghulāmīya of radjulīya, een meisje dat zich kleedt en gedraagt als jongen of man, schijnt een idee geweest te zijn van de moeder van kalief al-Amīn (reg. 809–813). Toen al-Amīn als jongeman weinig belangstelling voor het vrouwelijk geslacht bleek te hebben wilde zijn moeder die stimuleren door dergelijke meisjes aan het hof te introduceren: kort haar, tuniekjes, strakke riem.
Wat voor meisjes waren dat? De moeder van een prins kon natuurlijk slavinnen bevelen zich als jongen te gedragen, ook als zij daartoe van huis uit niet geneigd waren. Maar zij zal bij de selectie wel een beetje opgelet hebben welke meisjes de rol met overtuiging konden spelen. Veel succes had ze overigens niet met haar pogingen. Toen al-Amīn eenmaal kalief was dichtte een anonieme spotdichter over hem en zijn minister Faḍl:

  • Het is een wonder: de kalief
    is als een pederast actief,
    de ander komt aan zijn gerief
    (wat ons nog meer verrast) passief!2

Vrijwel onmiddellijk werden de ghulāmiyāt ook elders populair, bij voorbeeld als schenk(st)ers in kroegen. (Metz 336f, Zayyāt 186) De dichter Abū Nuwās ontving zijn wijn graag ‘uit de hand van eentje met een gleuf, gekleed als iemand met een pik.’ (Wagner 178) Hij beschrijft de meisjes ook, bijv. zo: Hier heb je mensen vrouwelijk in gedrag, maar in mannenkleding | met blote handen en voeten, zonder sieraad aan de oren en om de hals | zo slank als teugels, zwaardscheden en gordels |maar ze hebben volle achterwerken in hun tunieken, en dolken aan hun taille, | hun lokken zijn gekromd als schorpioenen, en hun snorren zijn van parfum.’ (Wagner 177)

Hind bint Nu‘mān: ‘de eerste Arabische lesbienne’ (6e eeuw), had er aardigheid in haar successieve echtgenoten te vernederen.@

Hind bint ‘Utba (7e eeuw), de ‘levereetster’ stelde zich volgens de overlevering niet tevreden met de traditionele vrouwenrol op het slagveld, die bestond in water aandragen en het verzorgen van gewonden. Zij sneed het lichaam van de verslagen held Hamza open en at zijn lever rauw. Ook niet echt meisjesachtig.

Afghanistan: بچه پوش

Er bestaan ook tegenwoordig nog meisjes die uit zichzelf zich als jongens gedragen, in kleding en gedrag. In plaats van als vrouwelijk geldende bezigheden na te streven ravotten zij liever met de jongens en weten zich onder hen ook te handhaven. Zulk meisjes heten in het Engels tomboy, in het Afghaans bachche posh, in het Arabisch fatāt mustardjila, maar dat heb ik nooit gehoord. Het Nederlands heeft er blijkbaar geen woord voor. Wanneer met het intreden van de puberteit de lichamelijke verschillen tussen jongens en meisjes groter worden zal het wel afgelopen zijn met tomboy zijn, maar het fijne weet ik daar niet van. Nordberg vertelt over het Afghaanse meisje Zahra dat op haar vijftiende nog tomboy was en helemaal geen zin had om zich aan de vrouwenrol te wijden. Ze maakte eens een rondje op een gehuurd motorfietsje, harstikke stoer, maar toen riep een jongen haar toe: we weten heus wel dat je een meisje bent! Ze vond het niet erg; het was een vriend, die haar ook beschermde als andere jongens haar te lijf wilden gaan. Blijkbaar wist men wel dat sommige jongens eigenlijk meisjes waren, maar werd dat min of meer genegeerd en getolereerd.

Mannetjesputter, Cairo

In Egypte bestaan er veel moppen en cartoons over muizige mannetjes die geheel onder de plak zitten van hun sterke echtgenote. Dat is natuurlijk fantasie; toch bestaat er een minderheid van paren waarbij dat duidelijk het geval is. Niemand zal de voorste dame op bijgaande foto voor bedeesd of onderdanig houden. Zo’n vrouw wordt bij ons vaak manwijf genoemd; dat klinkt erg negatief. Haaibaai, dragonder of mansvilder is ook niet beter; neutraler klinkt mannetjesputter—ja, dat woord is voor beide geslachten in gebruik, maar dat hoor je zelden over vrouwen.

In Egypte waren (zijn?) er ook vrouwelijk bouwvakarbeiders: ik heb hen zeer zware lichamelijke arbeid zien verrichten: manden vol stenen sjouwen, op steigers klimmen enzovoort. Misschien hadden zij geen man (meer) die voor het gezinsinkomen zorgde en moesten zij de mannelijke rol overnemen? Maar hadden zij dan geen naai- of strijkwerk kunnen doen, of met een luierservice langs de huizen gaan?

‘Mijn moeder was een echte vent,’ schreef al-Māzini, ‘zij@ZOEK DIE TEKST@

Umm Kulthum, de beroemde Egyptische zangeres die met haar formidabele stem heel Egypte, en vervolgens de hele Arabische wereld op zijn knieën dwong, viel al vroeg op door haar zangkunst. Haar vader had een muziekensemble waarin zij mocht optreden op voorwaarde dat zij zich als jongen zou kleden en gedragen. Dat ging lange tijd goed, maar toen zij ouder werd niet meer, omdat zij steeds zichtbaarder een vrouw was en steeds meer mensen ‘het’ wisten. Vader beval haar op te houden en te trouwen; daar kwam allemaal niets van terecht en na een pauze zong zij verder, voortaan helemaal als vrouw. Schoot zij nu in de traditionele rol van almée (‘ālima)@@? Zij hield zich echter verre van de van kunstenaars bekende liederlijkheid. Dat zij niet aanrommelde met mannen  wordt vaak toegeschreven aan haar vrome inborst en nobele karakter; het kan echter ook zijn dat zij zich meer tot meisjes voelde aangetrokken. Er bestaat tenminste één gerucht dat zij bij het opstellen van een contract voor een buitenlands optreden de terbeschikkingstelling@ van twee jonge meisjes bedong.

Dit zijn maar hap-snap wat indrukken, de meeste uit lectuur. In geen velden of wegen heb ik een overzicht over deze fenomenen in de hele Arabische of islamitische wereld; ben ook geen sociale wetenschapper.

Jongensachtige meisjes en manhaftige vrouwen hoeven geenszins lesbisch te zijn; ik zeg het nog maar even.

ORIËNTATIES
Homoseksualiteit. Het overkoepelende begrip homoseksualiteit, dat gebruikt wordt voor álle vormen van seksueel leven tussen personen van hetzelfde geslacht, bestond in de Arabische wereld niet. Bestaat het nu wél? In de woordenboeken Europees-Arabisch wordt vaak als equivalent liwāṭ gegeven, maar dat is iets anders. Het schijnt mithlīya djinsīya te moeten heten, maar dat is een raar modernisme; hoeveel mensen begrijpen wat daarmee bedoeld is?
Een lūṭī is een man die een jongen of andere man anaal penetreert. Dat kan hij doen uit lust, maar hij kan het ook doen om de ander te vernederen, te straffen of hem zijn dominantie te tonen; of uit meervoudige impulsen. De anale penetratie heet liwāṭ; liefkozen, knuffelen, kussen en andere verrichtingen die in het Westen ‘seksuele handelingen’ genoemd worden zijn daaronder niet begrepen. Het verlangen van een jongen of man, anaal gepenetreerd te worden (ubna) evenmin.
Een ma’būn is iemand die zich anaal laat penetreren: uit lust, of gedwongen, of uit een combinatie van beide. Het verlangen daarnaar heet ubna. @@MEER
Uit het bovenstaande zal reeds duidelijk geworden zijn waarom het begrip homoseksualiteit in het Arabisch wereld niet bekend was. Terwijl in het Westen de oriëntatie op hetzelfde geslacht bepalend is, is daarginds het actief of passief zijn van belang, terwijl aan elkaar zitten, variërend van stoeien tot vrijen, en in het Westen als seksueel opgevatte handelingen buiten beschouwing blijven: die vallen domweg niet onder seks. (NOOT of EXCURS Michael Roes beschrijft dat mooi van Jemen.) Begrijpelijk wordt nu ook waarom in Arabische landen tegenwoordig soms zo fel tekeer wordt gegaan tegen homoseksualiteit: dat is een importproduct, een drukdoenerige lifestyle uit het Westen. Dezelfde mensen die daar zo fel tegen zijn kunnen gewoon doorgaan met hun traditionele gedragingen, wat hun vanuit het Westen soms het verwijt van hypocrisie oplevert. Al heb ik de indruk—maar meer is het niet—dat er tegenwoordig onder jonge Arabische mannen toch minder geknuffeld en hand in hand gelopen wordt dan toen ik in 1971–72 in Cairo studeerde. Als die indruk klopt is ook dat een gevolg van beïnvloeding vanuit het Westen; de Verlichting, weet U wel. Jammer voor die jongens, want ze hebben toch al zo weinig. Met meisjes mogen ze nog steeds niets.
==============
Zelf heb ik op dit gebied maar heel weinig herinneringen uit mijn studententijd in Cairo.

In de studentenflat werden kamers vaak door twee jongens gedeeld. Hoe het samenleven in die kamers was onttrok zich geheel aan de waarneming. Preutsheid heerste alom: twee keer per week was er warm water, dan zag je alle studenten in de rij staan voor de douchehokjes, van de hals tot de enkels gehuld in badmantels. Jongens die vrijwel niets bezaten hadden toch geïnvesteerd in dit blijkbaar noodzakelijk geachte kledingstuk. Dat was in Nederlandse studentenflats heel anders, zelfs toen die gemengd werden.

’s Avonds kon je in de binnenstad ‘Cleopatra, de koningin van de Nijl’ tegenkomen: een exuberant opgemaakte en geklede, grote persoon, die zich uitdrukkelijk als vrouw presenteerde. Aangenomen werd dat er onder al die pracht een mannelijk lichaam schuilging, maar dat kan bij nader inzien evengoed een hermafrodiet of transgender geweest zijn. Of een vrouw? De Mathilde Willink van het Nijldal, waarom ook niet? De autoriteiten waren tegen dit soort verschijnselen, maar de mensen op straat waren eerder geamuseerd welwillend. Geen sprake van stenen gooien of volksgericht.
.
Op een verjaardagsfeestje waren de twee aanwezige meisjes al snel in de keuken verdwenen, terwijl de jongens en mannen zich onder elkaar amuseerden met o.a. zeer zinnelijke, zelfs obscene buikdansen, die door twee jongemannen na elkaar werden uitgevoerd. Het geheel werd als grap, als parodie gepresenteerd, goed voor het ene lachsalvo na het andere, maar intussen werden de dansen met grote kunstvaardigheid uitgevoerd. Daar moet langdurig en met liefde op geoefend zijn geweest; het werd me toen duidelijk dat er gewoon ook mannelijke buikdansers bestonden. En dat waren geen ingehuurde krachten, maar genode gasten, vrienden van de jarige.
.
En dan waren er nog die twee Italiaanse clowns. Die sprongen te voorschijn uit een zijsteeg en voerden hun nummer op; heel snel, stiekem natuurlijk, want zulke kunsten waren in Egypte streng verboden! Hun optreden was grof, obsceen, anaal. Nog tijdens hun optreden haalden ze het geld op bij het snel toegestroomde, medeplichtige publiek. Tenslotte verdwenen ze ergens in een trappenhuis en ook de toeschouwers waren weg. Niets gebeurd – snelvermaak in een politiestaat.

Over dit alles moet nog meer komen. Een leuk zomerklusje, maar eerst wordt het vakantie. Ik ga deze bladzijden gebruiken als knutselhoekje; als ik wat bij elkaar heb wordt de hele boel naar het Leeswerk Arabisch en islam overgebracht.

NOTEN
1. Privé-medeling van Prof. Remke Kruk, Leiden.
2. Vertaling Geert Jan van Gelder, in @@

BIBLIO
Khaled el-Rouayheb, Before Homosexuality in the Arab-Islamic World 011 EN 3710 R85. Unni Wikan, Resonance. Beyond the words chapter on khanith niet in UB. Adam Mez, Die Renaissance des Islâms, Heidelberg 1922. Jenny Nordberg, The Underground Girls of Kabul, The Hidden Lives of Afghan Girls Disguised as Boys, 2014. Is in het Duits voorhanden: Afghanistans verborgene Töchter. Wenn Mädchen als Söhne aufwachsen, vert. Gerlinde Schermer-Rauwolf, Robert A. Weiß, Kollektiv Druck-Reif, Hamburg 2015. G.J. van Gelder,. Ewald Wagner, Abū Nuwās. Eine Studie zur arabischen Literatur der frühen ‘Abbāsidenzet, Wiesbaden 1965. Remke Kruk, Female Warriors. Everett K. Rowson, ‘The effeminates of early Medina,’ JAOS 1991, 671–93.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Nabije Oosten

Zomertijd voorbij?

Ja, over een maand  komt de herfst, maar dat bedoel ik niet. Het vooruitzetten van de klokken in maart en weer terug in oktober, dat heet ook zomertijd. De EU heeft een online enquête lopen, nog tot donderdag a.s., waarbij de onderdanen kunnen stemmen of zij voor of tegen afschaffing van de zomertijd zijn. Volgens mij staat bij zoiets de uitslag van te voren al vast: mensen die ertegen zijn brengen hun stem uit, degenen die het wel best vinden zoals het is komen niet in beweging en stemmen niet. Temeer daar het stemmen vrij moeizaam ging.
.
Ik zelf heb vóór het behoud van de zomertijd gestemd: lekkere lange, lichte avonden. Maar nu de zomer erg warm is gebleken en nog vele van dit soort zomers zullen volgen zie ik het ineens anders. We zijn meer gebaat bij een uur extra in de vroege ochtend, als het nog koel is, en bij een vroeger invallen van de duisternis, zodat wederom wat koelte kan worden genoten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Klimaat

Wat vliegt daar?

Vannacht heb ik mijn lichaam ter beschikking gesteld van een mug, die er een bescheiden maar dankbaar gebruik van heeft gemaakt, en dat vrijwel zonder geluidsoverlast. Vroeger hield ik niet van muggen, hun gezoem en gezuig, maar tegenwoordig gun ik hun wel wat: er zijn er nog maar zo weinig van! Mijn vorige muggenbeet dateert van eind juni.
.
Er vliegt maar heel weinig langs tegenwoordig: af en toe een grote, bozig kijkende eenzame wesp, een enkele keer een vlieg en ’s avonds vrij consequent de dikke nachtvlinders, die met hun stomme kop telkens tegen de lamp aan beuken, hoewel deze hun geen enkele wederliefde betuigt. Zelfs fruitvliegjes en motten zijn schaars geworden.
.
Dat is snel gegaan. Moeten wij voortaan in een wereld zonder of bijna zonder insecten leven? Dan zullen wij zelf ook niet lang meer leven. Met dank aan de firma Bayer-Monsanto en consorten.
.
Toch begrijp ik het niet helemaal. Er wordt ook veel gesproken over het uitsterven van bijen. Maar je kunt nog volop honing kopen. Die is wel wat duurder geworden, maar niet heel veel.

1 reactie

Opgeslagen onder Dieren

Mannen, vrouwen

Onlangs nam ik deel aan een koorweek in Freckenhorst. Vijftig personen, waarvan ik er vijf vagelijk kende en de anderen helemaal niet. Wat doe je dan? Je gaat bij een groepje zitten met koffie drinken of bij het eten en maakt hier en daar een praatje tot je wat meer mensen leert kennen.
Gewoontegetrouw zocht ik eerst aansluiting bij de mannen. Maar die vond ik ineens zo vervelend: praten over auto’s en dat eeuwige one-upmanship, bah. Hoewel ik later in de week alsnog twee, drie interessante mannen ontdekte was dit voor mij aanleiding om mij eens wat meer onder de vrouwen te begeven. Die hebben, zo kwam het mij voor, een grotere bandbreedte van gespreksonderwerpen. Als het over kleren of kamerplanten gaat wend je je even af, maar er blijven genoeg onderwerpen over; bovendien zijn of lijken ze spraakzamer in het algemeen.
Het was natuurlijk niet zo dat ik nu pas vrouwen en hun eigenschappen ontdekte. Wel ontdekte ik dat het contact met vrouwen nu anders is. Nu ik zo oud geworden ben is de erotische spanning, of juist het ontbreken daarvan, of de storende aanwezigheid daarvan, of de onwenselijkheid of ongepastheid daarvan, geheel weggevallen en staat niet langer een ontspannen vriendschappelijk contact in de weg. Van mens tot mens.

3 reacties

Opgeslagen onder De mens, Persoonlijk

De islamisering van het klimaat

Van alles wat er uit het Midden Oosten tot ons is gekomen is het islamitische gebed om regen het minst werkzaam. Ondanks alle goede bedoelingen is er hier en daar wel een buitje gevallen, maar dat tikte niet echt aan.
.
Het vroege ochtendgebed, d.w.z. bij zonsopgang, is echter een voltreffer. Als U geen moslim bent hoeft U natuurlijk niet te bidden, maar bij zonsopgang opstaan is een uitstekend idee. Op een dag als vandaag komt de zon op om zes uur. Maar binnenkort wordt de zomertijd afgeschaft—ja, het volk wil het zo—en dan valt de zonsopgang dus om vijf uur. De werkdag kan dan lopen van zes tot twaalf; daarna volgt middagrust tot vier uur en daarna wordt nog wat verder gewerkt. Omdat het voortaan vroeger donker wordt hebben we nog wat aan de koelere avond.
.
In het Midden Oosten heeft men ervaring opgedaan met gewassen en bomen die goed tegen droogte kunnen. Met name in Syrië is daarover veel know-how. In Iran wordt landbouw door middel van ondergrondse kanalen op droge gronden mogelijk gemaakt en door druppelirrigatie wordt aan tuinbouw en herbebossing gedaan. Akkers nat maken met waterwerpers is verspilling. Met een beetje geluk zijn er onder de vluchtelingen die zich in West-Europa bevinden experts op deze terreinen, en anders moeten we ze hierheen halen.
.
Kleding: In hete perioden in het Midden-Oosten heb ik ervaren dat een licht katoenen golvend gewaad, kortom: een Arabische soepjurk, de ideale dracht is. Geen riem om het middel, geen broekspijpen. Hoe het  voor dames is weet ik niet. Zware zwarte lappen zijn puur sadisme, maar ik kan me voorstellen dat een klassieke lichtblauwe boerka, natuurlijk niet van zweterig polyester maar van zijde of een mengsel van katoen en zijde, ook prettig draagt. Het is een misverstand dat het bij hitte aangenaam is om zo min mogelijk aan te hebben. Twéé dunne lagen over elkaar, dat is het beste. Voor een man dus: onderhemd en onderbroek, maar zonder elastiek in de liezen, en daaroverheen de gallabiya, of soepjurk zo U wilt. Ik weet, dat is sociaal onaanvaardbaar, maar als het zo doorgaat met het klimaat zal dat wel veranderen. Comfort boven alles.

4 reacties

Opgeslagen onder Klimaat, Nabije Oosten

Zanguitvoeringen 2018 1e helft

Meteen was het weer een fijne zomerdag: lekker in de zon(!) gezeten en gewandeld bij slechts 25 graden, na een dag of tien binnenzitten bij tien graden warmer. Die wandeling was in Rüthen, een mooi plaatsje halverwege mijn autobahnmijdende rit terug van Freckendorf naar huis.
.
Na vier dagen in een sterk oververhit Utrecht op zaterdag 28 juli twee keer nat geworden van regen! Daarna een week koorzingen in Freckenhorst, gem. Warendorf. Het was mooi, het was fijn, maar de temperatuur liep snel weer hoog op en in het hele wat oudere gebouw was geen ventilator te vinden, laat staan air-conditioning. Ook de kerken waarin we zongen boden geen koelte: het eeuwenoude gesteente was grondig opgewarmd.
.
De helft van de muziek waarmee ik te doen krijg is kerkelijk. We zingen regelmatig in kerken. Meestal worden die gebouwen dan als concertzaal benut, maar vanmorgen hebben we een bijdrage geleverd aan de hoogmis in de grandioze stiftskerk van Freckenhorst. Een Romaanse kerk, grotendeels uit de negende eeuw. Het interieur herinnert aan Damascus en Cordoba. De stoffelijke resten van de eerste abdis Thialthildis worden er nog bewaard. Ze ligt daar wel lekker.
.
Al die kerkmuziek en die kerkgebouwen zijn prachtig, maar hebben me niet nader tot het christendom gebracht; integendeel. Vanmorgen was die mis zo vervreemdend dat ik me voor het eerst van mijn leven op de gedachte betrapte: waarom ben je nooit moslim geworden?

Het wordt weer tijd voor een overzicht van alle muziek die ik in koorverband in het openbaar heb meegezongen, in de eerste helft van 2018. Voor tarchief.
.
– Josquin Desprez (1440–1521), El Grillo
– Pierre Passerau (± 1490–1550?), Il est bel et bon
– Thoinot Arbeau (1519–1595), Belle, qui tiens ma vie.
– Anthoine de Bertrand (1540?-1581?), Hola Caron, nautonnier infernal (is geen opname van), en Ces deux yeux bruns.
– Jakob Buus († 1565), Et puis a-t-on ouvert la porte (geen opname)
– Clément Janequin (1552), Vents hardis en La plus belle de la ville en andere@.
– Claudio Monteverdi (1585–1672), Madrigali, boek 6: Lamento di Arianna en Sestina.
– Andries Pevernage (1542–1591), Secourez moy madame (geen opname; tekst hier).
– Leonhard Lechner (1553–1606), Deutsche Sprüche von Leben und Tod (delen).
– N.N., Je fille quant Dieu me donne de quoy.
– Heinrich Schütz (1585–1672), Herr, wenn ich nur Dich habe, Herr nun lässest Du (Canticum Simeonis).
– Johann Sebastian Bach, Kantate BWV 106Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit (Actus tragicus).
– Johannes Brahms (1833–1897), Wechsellied zum Tanz, Nachtigall sag, Erlaube mir feins Mädchen, Der Gang zum Liebchen of ditEs stunden drei Rosen, Verstohlen geht der Mond auf (met drie tenoren als voorzangers); enkele van de Zigeunerlieder op. 103: zelf de nummers zoeken: 2. Hochgetürmte Rimaflut, 5. Brauner Bursche führt zum Tanze, 6. Röslein dreie in der Reihe (mijn favoriet!), 7. Kommt dir manchmal in den Sinn
– Hugo Distler (1908–1942), Totentanz, Motette Nr. 2 aus: Geistliche Chormusik op. 12 (delen).

Die oude muziek klinkt op de opnamen vaak zo beschaafd, zo voortdurend etherisch. Gelukkig houden mijn dirigenten alle drie van aards en pittig. Als de tekst spreekt van weinen of klagen, dan wenen of klagen wij—natuurlijk niet zoals bij Verdi, maar diep van binnen wel degelijk. Ook imiteren wij desgevraagd met onze stem trompetten of andere blaasinstrumenten.

5 reacties

Opgeslagen onder Muziek

Voortaan minder gevraagd

– Balkon op het Zuiden.

– Gazons, voetbalvelden van gras.

– Fiets- en doevakanties in juli en augustus.

– Pullovers.

2 reacties

Opgeslagen onder Niks

Alexander, geen boekendief

 

In het Palazzo Te in Mantua zag ik op een plafondschildering een afbeelding van Alexander de Grote met een paar boekbanden in een kistje. Dat is een illustratie bij wat Plutarchus vertelt in zijn biografie van Alexander:

  • ‘Toen hem een kistje werd gebracht, waarvan degenen die de schatten en goederen van Darius hadden opgenomen zeiden dat dit het allerkostbaarste was, vroeg hij zijn vrienden welk waardevol ding volgens hen het best daarin bewaard kon worden. Toen veel mensen verschillende dingen opperden, zei hij zelf dat hij de Ilias erin zou doen om hem goed te bewaken.’ 1

Alexander heeft de Perzische koning Darius III (reg. 336–330 v.Chr.) in etappes verslagen, waarbij hij telkens rijke buit behaalde. De Ilias was een belangrijk boek voor hem; hij stelde zich graag voor dat hij een nieuwe Achilles was.
.
Zou dit misschien samenhangen met de vroeg-Abbasidische, in wezen Perzische aanname dat Alexander alle boeken van de Perzen had gestolen, zodat ze later weer uit het Grieks in het Arabisch terugvertaald moesten worden? Daarover had ik hier al wat geschreven.
Waarom was dat kistje zo kostbaar? Misschien was het van massief goud of bezaaid met juwelen, wie zal het zeggen? Maar het kan ook zijn dat de inhoud kostbaar was. Van Darius III is bekend dat hij de oude Perzische Zand Avesta-teksten had laten uitgeven, vertalen en commentariëren. Ze vormden het middelpunt van zijn rijksideologie en werden bewaard in zijn schatkamer, die Alexander heeft geplunderd. Het kistje heeft hij ingepikt, maar die Perzische boeken zullen allicht het laatste zijn geweest dat hem interesseerde. Goed denkbaar dat hij de boeken toen heeft weggedaan en heeft vervangen door wat voor hem het kostbaarste Griekse boek was: Homerus’ Ilias. En als het niet letterlijk zo gebeurd is, is het toch een mooie symboliek.
Het onderwerp kan nog wat nadere studie gebruiken.

NOOT:
1. κιβωτίου δέ τινος αὐτῷ προσενεχθέντος, οὗ πολυτελέστερον οὐδὲν ἐφάνη τοῖς τὰ Δαρείου χρήματα καὶ τὰς ἀποσκευὰς παραλαμβάνουσιν, ἠρώτα τοὺς φίλους ὅ τι δοκοίη μάλιστα τῶν ἀξίων σπουδῆς εἰς αὐτὸ καταθέσθαι: πολλὰ δὲ πολλῶν λεγόντων αὐτὸς ἔφη τὴν Ἰλιάδα φρουρήσειν ἐνταῦθα καταθέμενος. (Plut. Alex. 26, 1–2)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Fictie, Geschiedschrijving, Griekenland, Kunst, Nabije Oosten

Italiëreis 2018

Voordat nieuwe horizonten mij roepen (Utrecht! Freckenhorst!) wil ik mij de vakantie in Italië nog een keer herinneren, zodat zij niet ondergaat in de steeds sneller stromende rivier der vergetelheid. Enkele  hoogtepunten had ik al genoemd. Bezocht zijn Mantua en Padua, maar de eerste nacht heb ik doorgebracht in Stresa, waar ik afgesproken had mijn Australische vriend en reisgenoot op te pikken.
.
Met de trein naar Stresa, theoretisch lukt dat met de trein vanuit mijn woonplaats makkelijk in een dag. Ik had echter niet met de vernieuwingsdrang van de Deutsche Bahn gerekend. De lijn tussen Frankfurt en Kassel was grotendeels gesloten wegens werkzaamheden, de vroege trein vanuit Marburg zou op 25 juni niet rijden. Dat dwong me een dag tevoren naar Frankfurt te gaan en daar te overnachten. Onaangenaam, maar veel werd goedgemaakt door een avondeten in mijn geliefde Vietnamese restaurant, om de hoek bij waar ik vroeger woonde, dat nu echt knettergoed geworden is. En niks geen capsones daar; het blijft gewoon een buurtrestaurant en het heet Quán Văn, Schwarzburgstraße 74, voor als U eens in de buurt bent.
.
De treinreis was routine tot Bern, al rijd ik dat traject nooit. Daarna werd het mooi, tussen de Zwitserse bergen door, ondanks twee hele lange tunneltrajecten. De Exprestrein van Basel naar Milaan stopt ook in kleine Zwitserse stadjes als Visp en Brig: afgelegen, maar zwaar geïndustrialiseerde plaatsen. Dat verandert na de Italiaanse grens: die streek lijkt eerder armoedig. Vroeger kreeg je deze gebieden nauwelijks te zien, want er reden nachttreinen; van Brussel naar Milaan in ieder geval, misschien zelfs vanaf Amsterdam.
.
Stresa was anno 1880 één van die oorden waar de fine fleur van Europa tot rust kwam, na wintermaanden van bals en ingespannen couponnetjes knippen. Langs de oever van het Lago Maggiore staan nog steeds joekels van Grand Hotels uit die tijd. Eén ervan is nog steeds op niveau. Het onze (Bristol) was afgezakt tot vier sterren, daar stopten nu ook bussen met reisgezelschappen. Maar het gaf toch een aardige indruk van het vroegere vakantieleven: ruime kamers, balkons met meerzicht, kostbare materialen, kroonluchters. Het indrukwekkendst waren de zwaar verzilverde olifanten en herten die vroeger de banketten moeten hebben opgesierd. Het meer blijft schitterend, vooral ook omdat er bijna op zwemafstand een paar leuke eilandjes in liggen.
.
Het stationnetje was wat vervallen, evenals de boemeltrein die door talloze treurige randgemeenten naar Milaan reed. Daar moest er worden overgestapt naar Mantua; ruim een uur wachten, en dat was niet prettig. Er was een scheidsmuur opgetrokken tussen de ruim twintig sporen en de grote hal, met heuse gates en veel politiecontrole. Deze hal is immers berucht om zijn zakkenrollers en bendes. U begrijpt: overwegend buitenlanders, uit landen als Sicilië en Calabrië. Koffietentjes en wachtkamers waren blijkbaar in die hal, en bij de sporen was vrijwel niets. De tsjoek tsjoek naar Mantua deed er een kleine twee uur over; kennelijk geen belangrijke verbinding. In Mantua een Bed&Breakfast, centraal gelegen, alles nieuw en high tech. Als zo vaak waren de haakjes en plankjes in de badkamer ten offer gevallen aan design; verder alles puik. Het ontbijt werd geserveerd door een academica uit de Punjab, wier man hier een mooie baan had gevonden. De vrees van mijn vriend dat hij op een continental breakfast zou moeten overleven werd niet bewaarheid. Ze strapazzeerde de eieren als de beste.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bahn, Eten, Europa, Reizen

Mottig verleden in Mantua

Giovanna d’Arco was de laatste telg van het grafelijk geslacht Arco. Toen zij in 1973 op 93-jarige leeftijd overleed bleek zij te hebben beschikt, dat haar paleis met de inrichting bewaard moest blijven en als museum moest worden opengesteld. Zo is het neoklassieke Palazzo d’Arco geconserveerd resp. gereconstrueerd in de laatste versie van 1784 (afb. 1). Het geheel werd in een stichting ondergebracht, die blijkbaar geld genoeg heeft voor restauratie en onderhoud.
.
Er kwamen zes mensen voor de verplichte rondleiding. Het eerste wat we te zien kregen waren twee aanzienlijk oudere, van buiten niet erg opvallende gebouwen, die achter in de tuin stonden. Prachtig daar was de zaal van de Dierenriem, daterend van ± 1515 (afb. 2); hét hoogtepunt van dit paleiscomplex. Omdat ik een Leeuw en volgende week jarig ben toon ik hieronder het fresco van mijn sterrenbeeld, met Diana en de verzamelde dieren (afb. 3), maar er waren er dus twaalf geweest; één was er kapot. Ze zijn van Giovanni Maria Falconetti, veel strenger dan die van Romano, maar in hun soort evengoed meesterwerken. Het andere gebouw bevatte het werkvertrek van een oude graaf die aan natuurlijke historie deed. Dat had geresulteerd in een  grote collectie vogelbeesten, fossielen, schedels en skeletten. Ieder exemplaar was afzonderlijk in inmiddels stoffig geworden plastic verpakt, waardoor het geheel wel een modern kunstwerk leek.
.
Vervolgens het hoofdgebouw. Zo’n paleis uit de late achttiende eeuw is natuurlijk niet te versmaden en het is goed dat het bewaard wordt, maar als je net een heleboel Renaissance hebt gezien is het toch een stap terug. Als eerste kwam de slaap- en sterfkamer van de gravin aan de beurt (afb. 4). Het voelde wat indiscreet, zo in deze kamer te worden gelaten. Veel ouder dan 1973: een monstrueuze radio-ontvanger uit ± 1949, een kleinere uit ± 1968 op het nachtkastje, een wastafel met lampetkan. Naar verluidde was er in de kelder wel ergens een moderne badkamer ingericht, maar of de gravin die in haar laatste jaren had kunnen bereiken? Quasi-nonchalant slingerde er een dichtbundeltje rond van haar eigen hand. Aan de wanden hingen even vrome als afzichtelijke schilderijen.
.
Verder ruim twintig zalen en kamers (afb. 5) met die onzitbare stoelen en banken waarin het Europese verleden grossiert, met salontafels, speeltafels en guéridons, kastjes, kistjes, statuen en statuetten, vazen, enzovoort. Er waren mooie stukken bij maar, het klinkt misschien wat oneerbiedig: het was overwegend ouwe meuk uit de achttiende en negentiende eeuw. Misschien wordt je blik zo ondankbaar na een week hoogtepunten der Renaissance in Italië. Een eindeloze hoeveelheid wel oude, maar toch derderangse, vaak religieuze schilderijen aan de wanden, af en toe afgewisseld door iets van de tweede rang
. Veel ‘school van’, ‘copie van’ en ‘toegeschreven aan’. De centrale zaal vol met voorouders (afb. 6). De bibliotheek (afb. 7) was mooi en indrukwekkend, anderzijds toch al heel lang onpraktisch: wie leest er een tekst in een achttiende-eeuwse uitgave? De indruk van mottigheid werd versterkt doordat de gordijnen en de luiken naar goed Italiaans gebruik zo veel mogelijk gesloten waren; zonder twijfel om textiel en schilderijen voor het zonlicht te beschermen, maar ook uit gewoonte. Er zijn ook tegenwoordig vele Italianen die de hele zomer met dichte gordijnen in huis zitten.
.
Wel prachtige muziekinstrumenten (afb. 8), op één waarvan Mozart geoefend moet hebben, want die heeft hier overnacht toen hij in het schitterende Teatro Bibiena optrad, bij ons in de straat (afb. 9). Een leuke keuken met een stuk of vijftig puddingvormen (afb. 10).
.
In de grote zaal stonden twee achttiende-eeuwse draagstoelen (afb. 6, rechts in de hoek). Naar ons werd uitgelegd werden deze alleen binnenshuis gebruikt, om de trappen op en af te komen. Zo kan de oude gravin toch haar moderne badkamer hebben bereikt. Draagstoel 15? kg + gravin 70 kg (mager zal ze niet geweest zijn, ze hield immers van pudding): dat moet lukken met twee mannen, al zou het met vier gedistingeerder zijn. Wanneer zijn de laatste professionele draagstoeldragers ontslagen? Op het laatst zijn het misschien de kok en de chauffeur geweest die haar hebben rondgesjouwd.

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Kunst