De nieuwe woord

Mijn banden met Nederland worden steeds dunner. Voor de haring hoef ik er ook al niet meer heen, sinds ik hier een visboer heb ontdekt die ook Hollandse haringen verkoopt. Lange tijd was de taal een bindmiddel. Mijn moedertaal, dat was mijn eigenlijke heimat. En dat is het nog, maar minder. Om te beginnen betrap ik mezelf steeds vaker op germanismen, en als ik het niet doe, doet een ander het wel.
Verder verandert het Nederlands zo snel, dat ik het niet kan en wil bijbenen. Wat lees ik juist in een tweet van Bas Heijne? ‘Hij is online, mijn grote stuk over …’ enz. Met ‘hij’ verwijst hij naar een het-woord: in mijn Nederlands is dat letterlijk ondenkbaar. Of is ‘stuk’ soms een de-woord in Heijne’s Nederlands? ‘Fouten’ in de trant van ‘de huis, die …’ komen steeds vaker voor, en ook de gewoonte om landen en steden als vrouwelijk op te vatten grijpt om zich heen: ‘Alkmaar en haar burgemeester’ is tegenwoordig normaal. Tot voor kort dacht ik: dat komt omdat er tegenwoordig zoveel slecht geschoolde Nederlanders naar de pen grijpen. Maar Bas Heijne schrijft dus ook zulke dingen, en de Korea-deskundige Remco Breuker heb ik er laatst eveneens op betrapt. Beide heren zijn voortreffelijk geschoold en hebben een grote beheersing van het Nederlands; bloedjong en hip zijn ze ook niet. Als zij zoiets doen, is er dus iets anders aan de hand: ze schrijven geen fouten, maar het Nederlands verandert. Allicht: iedere taal verandert. Vanuit mijn buitenlandse locatie valt me dat op, omdat ik er niet midden in zit en er niet aan mee doe. Er zal binnenkort een nieuwe druk moeten komen van de Algemene Nederlandse Spraakkunst.
Ook de woordenschat verandert. Woorden als framen, wappie, wieberen, sokpop (of is het stropop?) duiken op, die niet in Van Dale staan en waarvan ik niet kan begrijpen wat ze betekenen. Er zijn er veel meer; ik zal er eens een lijstje van aanleggen. Maar doe nog maar geen nieuwe druk van Van Dale; dat wordt me te duur.
Omgekeerd weet ik niet wat seltene Erden in het Nederlands is. Wél weet ik dat WiFi WLAN betekent.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nederland, Taal

Een Arabische slavenhandelaar beschaamd

Leeswerk Arabisch en islam: Een Arabische slavenhandelaar beschaamd, of: wie is de ware moslim? Vertaalde tekst uit de tiende eeuw. https://ghurabalbayn.wordpress.com/2019/09/16/een-arabische-slavenhandelaar-beschaamd/.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Fictie, Godsdienst, Racisme, Slavernij

Soezen

‘Hoe lang nog, luiaard, zul je blijven slapen, wanneer kom je uit bed? Nog even dan? Nog even slapen, nog een beetje rusten, een ogenblik nog blijven liggen?’ De bijbelschrijver (Spreuken 6:9–10) moedigt dit niet aan: er moet gewerkt worden, anders ligt de armoe op de loer.
.
Voor mij geldt dat niet: mijn pensioen komt toch wel, of ik langer of korter slaap doet er niet toe. Ik sluimer en soes tegenwoordig wel twee uur per nacht. Dat is niet omdat ik lui ben en geen zin heb om de geit te melken of het graan te dorsen, maar omdat er iets is veranderd in mijn slaappatroon. Vroeger ging ik om twaalf uur op bed liggen, viel als een blok in slaap en werd om zeven uur in precies dezelfde houding weer wakker, vrijwel altijd dromeloos. Tegenwoordig lig ik nog steeds van twaalf tot zeven in bed, val snel in slaap, maar word meestal om een uur of vijf wakker. De twee uren die nog resten breng ik soezend door. Ik word vanzelf wakker om 6:59 en zet de wekker af, die op zeven uur staat, luister naar het nieuws en begin met de dag.
.
Overdag ben ik niet moe, dus vijf uur slaap schijnt genoeg te zijn. Maar die twee uur ‘blijven liggen’ zijn waarschijnlijk toch nodig voor het lichamelijk welzijn. En anders toch zeer gewenst om wat er door mijn hoofd gaat.
.
Wie slaapt, verwerkt het vooraf geleefde door te dromen. Soms wordt hij zelf zo’n droom gewaar, maar dat gebeurt niet zo vaak en het duurt ook maar heel kort. Tijdens het soezen daarentegen ben je bij bewustzijn en gaan er de hele tijd gedachten en vooral herinneringen door het hoofd. Ik bezoek weer bepaalde plaatsen waar ik ooit was, soms lang geleden, ontmoet personen, hoor flarden van gesprekken, kortom: haal herinneringen op. Alles veel realistischer dan echte dromen, want het is ‘echt gebeurd’—al zal de geschiedschrijver in je hoofd onvermijdelijk vertekeningen aanbrengen. Zo houd je je boeltje bij elkaar, blijf je wie je bent. Soms denk ik ook wat na, maar nooit erg diepgaand. Wel mengen zich kort voor zevenen voornemens, of liever ingevingen door de herinneringen: er wordt min of meer beslist wat ik vandaag zal gaan doen, of waar het te schrijven stukje over zal gaan. Bij het ontbijt zie ik ook mijn agenda liggen, met misschien afspraken of verplichtingen erin. Geheel vrij om de ingevingen van de nacht te volgen ben ik dan niet meer, maar er is goed mee te leven.

2 reacties

Opgeslagen onder De mens, Dromen, Gezondheid, Pensioen, Persoonlijk

Bijbelgordel

In Utrecht de tentoonstelling over de Nederlandse biblebelt gezien in het Catharijnecovent.
Deze was zeer druk bezocht, zodat ik moet aannemen dat het onderwerp veel Nederlanders aanspreekt. Veel vrouwen in spijkerbroek ook, die dus duidelijk zelf niet van de gereformeerde gezindte zijn, maar het misschien wel ooit waren. (Ik spreek maar van gereformeerd, want de term ‘refo’ stuit mij tegen de borst, en verwarring met de Gereformeerde Kerken in Nederland is niet meer mogelijk, want die bestaan niet meer.
.
Zelf ben ik wel gereformeerd opgevoed, maar niet zo streng, Toch heb ik dat extreme SGP-christendom wel gekend, door de ‘zware’ tak in onze familie, en het leven in sommige dorpen waar ik wel eens kwam, bij voorbeeld op Goeree. Het meeste van die tentoonstelling herkende ik dus wel; het was een uitstapje naar een lang vergeten verleden dat nu herinneringen opriep, en zo zal het veel bezoekers zijn gegaan.
.
Naar mijn indruk zit nu de klad in de gereformeerde gezindte. De roklengte van de dames is op de tentoongestelde foto’s onveranderlijk iets boven de knie; vroeger was dat er een flink stuk onder. Het geheel deed mij wat denken aan de Zāhirieten, een richting onder islamitische juristen, die de gewijde teksten zeer letterlijk nam, maar met voorbijgaan aan de ‘geest van de wet.’ Een vrouw in een broek mag niet, want ‘Het kleed eens mans zal niet zijn aan een vrouw’ (Deut. 22:5), maar verder mag dan blijkbaar alles. Als die roklengte bij gereformeerde vrouwen in dit tempo naar boven blijft opschuiven dragen ze in 2040 minirokjes. Vele vrouwen op de tentoongestelde foto’s dragen keurige hoedjes, maar enkele droegen als kerkdracht uitgesproken frivole hoedcreaties, waarmee ze zó naar de races in Ascot zouden kunnen. Ook zij gehoorzamen letterlijk het bijbelse gebod: “Een iegelijk man, die bidt of profeteert, hebbende iets op het hoofd, die onteert zijn eigen hoofd.  Maar een iegelijke vrouw, die bidt of profeteert met ongedekten hoofde, onteert haar eigen hoofd; want het is een en hetzelfde, alsof haar het haar afgesneden ware. Want indien een vrouw niet gedekt is, dat zij ook geschoren worde; maar indien het lelijk is voor een vrouw geschoren te zijn, of het haar afgesneden te hebben, dat zij zich dekke. Want de man moet het hoofd niet dekken, overmits hij het beeld en de heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid des mans. Want de man is uit de vrouw niet, maar de vrouw is uit den man. Want ook is de man niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om den man. Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om der engelen wil. Nochtans is noch de man zonder de vrouw, noch de vrouw zonder den man, in den Heere. Want gelijkerwijs de vrouw uit den man is, alzo is ook de man door de vrouw; doch alle dingen zijn uit God. Oordeelt gij onder uzelven: is het betamelijk, dat de vrouw ongedekt God bidde? Of leert u ook de natuur zelve niet, dat zo een man lang haar draagt, het hem een oneer is? Maar zo een vrouw lang haar draagt, dat het haar een eer is; omdat het lange haar voor een deksel haar is gegeven? ” (1 Korinthiërs 11:4–15) Niet makkelijk te begrijpen, dit nogal warrige betoog van de apostel Paulus, en een nieuwere vertaling maakt het maar ten dele begrijpelijker. Bedacht moet nog worden dat in Paulus’ tijd alle vrouwen altijd hun hoofd bedekten in het openbaar, ook buiten de kerk.
Waar was ik gebleven? O ja, het is in ieder geval duidelijk: men houdt zich aan de letter van de tekst, zoals die begrepen wordt: ‘vrouw moet hoed op in de kerk’, maar vervolgens is er kennelijk volop ruimte voor wuftheid en frivoliteit.
.
Met de seksualiteit is alles nog bij het oude, tenminste als ik mag afgaan op de foto’s van jonge stellen in deze tentoonstelling. Ze zien er geen van alle uit of ze ooit plezier aan seks beleven.

2 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst, Nederland

Berlijn

Twee dagen in Berlijn geweest, om het jubileum van het tijdschrift zenith mee te vieren. Een mooie avond, vol eten en drinken en een humoristische film die ze gemaakt hadden over de inkomsten van het tijdschrift en de stichting die het uitgeeft. De volgende dag met een redacteur gesproken over toekomstig werk van mij.
.
Twee andere zaken stonden nog op mijn programma: een bezoek aan het Museum für Islamische Kunst. Dat is in hetzelfde gebouw als het Pergamon-Museum. Het was niet gemakkelijk aan al het moois uit de Oudheid voorbij te lopen. Nou vooruit, een paar korte blikken op de Ishtar-poort van Nebukadnezar uit Babylon en de monumentale Romeinse marktpoort van Milete. Maar ik had me werkelijk voorgenomen ditmaal de hele ‘islamicate’ collectie eens door te nemen en dat heb ik gedaan. Heel lang kan nooit in een museum rondlopen; ik verlies dan mijn concentratie. Zo heb ik te weinig aandacht besteed aan de ‘Aleppo-kamer,’ ik was toen al moe. Wat me ditmaal trof was een (erg kapot) negende-eeuws reliëf van een kameel uit Samarrā’ in Irak. Een echte kameel met twee bulten dus, geen dromedaris. Bij Jona Lendering had ik juist weer eens gelezen over het verschil tussen die dieren. In de negende, maar waarschijnlijk ook al in de achtste eeuw was Irak kosmopolitisch genoeg om ook deze lastdieren uit Centraal-Azië te hebben rondlopen, die met hun dikke vacht wel gezucht zullen hebben onder de temperaturen daar.
Maar die kameel was maar een aardigheidje; echt schitterend vond ik de zaal over Kashan. Die stad was in de 11e-15e eeuw beroemd om haar keramiek met luster-laag, die het een metalen, vaak gouden glans verleent. Er was een complete gebedsnis die in deze techniek was uitgevoerd en ettelijke schotels en vazen; prachtig! De volgende zaal, die aan de Rum-Seldjoeken van Konya (Iconium) gewijd was, deed na die pracht gewoon een beetje grof aan, het spijt me dat ik het zeggen moet, en dat gold zelfs voor het weer vrolijkere, maar tot niets verplichtende aardewerk uit İznik (Nicaea). In de museumwinkel was er van alles te krijgen van en over İznik: complete tegelwanden, koffiemokken, potloden, notitieboekjes en fotoboeken, maar van Kashan hadden ze helemaal niets! Zeker omdat het Iran is, dat momenteel niet echt mag meedoen in de wereld.
.
Het Pergamon is een van de grootste ouderwetse plundermusea ter wereld. Natuurlijk hebben de opgravers en handelaren indertijd wat betaald om al die spullen te kopen en naar Duitsland te mogen verslepen, maar naar tegenwoordige opvatting zou zulk prachtig erfgoed toch eerder in het land van herkomst horen te blijven. Gelukkig konden de verwoestingen door ISIS ons ervan overtuigen dat het toch wel fijn is dat het spul nu in Berlijn, Londen of Parijs is.
Het blijft voor zo’n museum echter ongemakkelijk te beseffen onder welke omstandigheden hun prachtstukken hierheen werden gehaald. Als kleine Wiedergutmachung doen ze nu een paar aardige dingen. Zo hebben ze een aantal vluchtelingen uit Irak en Syrië tot museumgids opgeleid, die gevluchte, maar ook andere landgenoten door de schatten van het museum rondleiden.
Fraai vond ik ook het streven, bij de Islamische Kunst, om zo veel mogelijk verbanden te leggen tussen wat er te zien was en vergelijkbare zaken in andere plaatsen en culturen, vaak met verwijzingen aar andere musea. Alles om te tonen hoe zeer de menselijke culturen met elkaar verweven zijn: zeer loffelijk.
.
Het derde wat ik in Berlijn wilde doen was schoenen kopen, en ook dat is goed gelukt. U denkt misschien: Wat zijn dat voor kapsones; kan hij bij zijn eigen thuis geen schoenen kopen? Nee, eigenlijk niet, het ging om heel bijzondere schoenen van Trippen, waar ik echt op kan lopen en die er toch redelijk uitzien, trendy zelfs. Het alternatief zou zijn die muisgrijze bejaardenschoenen met klittenband en zolen van marshmellow, en daar heb ik voorlopig nog geen zin in.
.
In vreemde steden struin ik graag langdurig rond; daar kwam nu minder van, omdat de temperatuur ruim boven de dertig graden was. Dan liever wat vaker schaduw en een drankje. Nog afgezien van de hitte, Berlijn is wel erg groot. Je zou haast in de verleiding komen zo’n elektrische step te huren, maar dat moet toch maar niet. Nauwelijks zijn die dingen toegestaan of ze leveren al chaos op. Ze staan zomaar wild geparkeerd op stoepen; natuurlijk zou men het parkeergedrag nog kunnen verfijnen door ze overdwars neer te zetten.
.
De treinreis kostte 70 Euro, retour in de eerste klasse. Is het bij zulke gooi-wegprijzen nog een wonder dat het slecht gaat met de spoorwegen? De trein reed via Eisenach, Erfurt en Halle, omdat het gebruikelijke traject wegens bouwwerkzaamheden onbruikbaar was. Dan zie je nog eens een ander landschap, dacht ik, maar dat viel op de heenweg wat tegen. Men had kans gezien die stoel zo neer te zetten dat je overwegend een blinde kunststof wand zag en maar een klein stukje raam. En dat terwijl uit het raampje kijken toch tot het wezenlijke van treinreizen behoort. Langzaam ging het niet: tussen Erfurt en Berlijn is er blijkbaar onlangs een nieuw sneltraject gereed gekomen. Heenreis vijf uur, terugreis viereneenhalf.

Kashan, Luster-gebedsnis

Kashan, Luster-gebedsnis. Foto Oguz Kaan

30632586--r7996--t1527025585--sa2eb--a-kashan-lustre-jug-persia-13th_14th-centuryglazed-fritwar-normal

Kashan

30063159374_3f072cd3af_bBowl,_lustre-ware,_Iran,_Kashan,_about_AD_1260-1280_-_Royal_Ontario_Museum_-_DSC04809IMG_2564

1 reactie

Opgeslagen onder Niks

EIIR

Geboren onder Wilhelmina en opgroeiend onder Juliana vond ik als kind toch koningin Elisabeth van Engeland het meest koninklijk. Aan een fietsende en breiende Juliana, in ongeveer dezelfde jurk als mijn moeder, had je niet veel qua majesteit, vond ik. En majesteit moest er wezen, die had de Britse vorstin in overvloed: pracht en praal, een kroon op het hoofd en onafzienbare rijen berenmutsen en lakeien.
.
Heel veel later heb ik begrepen dat deze voorliefde een gevolg was van mediale beïnvloeding. Als klein jongetje, het moet in 1954 geweest zijn, kreeg ik in het parochiehuis van ons dorp de allereerste film van mijn leven te zien, en nog wel in kleur: The Coronation. Ik was diep onder de indruk: een gouden koets, geheimzinnige rituelen, een eindeloze processie, mooie kleding, prachtige muziek, trompetten, schalmeien en hemels gezang, en temidden van dat alles de vrouw die qualitate qua wel de belangrijkste ter wereld moest zijn: Elisabeth II, mét kroon.
.
Geen wonder dat ik als elfjarige de lange wandeling naar de binnenstad van Amsterdam ondernam om de Britse koningin te zien, die toen een staatsbezoek bracht aan ons land. En ik héb haar gezien, slechts een flard natuurlijk, toen zij uit een auto stapte bij het paleis op de Dam. (Ja, jongens en meisjes, in die dagen was er nog nauwelijks televisie en liep de bevolking uit als er iets van het koninklijk huis te zien was. Of Sinterklaas.)
.
Koningin Elisabeth, hoe diep is zij nu gevallen! Eerst moest zij Trump een hand geven en hem een bord eten voorzetten, nu moest zij de wens van Trumps lakei Boris inwilligen en het parlement naar huis sturen. Misschien is dit niet alleen het einde van de democratie maar ook van de monarchie.

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Geschiedschrijving, Politiek

Hebben schoothondjes een ziel?

Die vraag vindt U misschien middeleeuws. Laat ik dan iets anders vragen: heeft een hond een persoonlijkheid, is een hond iemand? Ook als niet-hondenbezitter beantwoord ik deze vraag zonder aarzelen met ja. Vaak genoeg heb ik een innig van-ziel-tot-ziel contact gehad met een hond—ik weet echt geen beter woord. Met enkele andere diersoorten kan het ook, maar lang niet met alle.
.
Maar dan de vraag die mij soms bezighoudt: heeft een schoothondje ook een ziel? Zo’n juffershondje, zo’n handtas op pootjes? Ik schrik altijd als ik er een zie. Moeilijk: het is een dier, het leeft, het beweegt, heeft een stofwisseling, kent vreugde en verdriet, uit zich door spraakklanken, maar het is allemaal zo dun, zo nep, zo bijna niks. De ijsbergsla onder de dieren. Geen wonder, zegt U misschien: zulke beestjes zijn toch een product van geknoei, van genetische manipulatie? Ja, maar dat zijn grote honden eerlijk gezegd ook, ze hebben minstens vijftienduizend jaar genetische manipulatie achter zich. Ik kom er niet uit.
.
En gemanipuleerde mensen, hebben die een ziel? Ze hoeven niet eens genetisch gemanipuleerd te zijn om die vraag te laten opkomen. Iemand die dag in dag uit met zo’n luidsprekertje in zijn oor rondloopt, is dat nog iemand? Of een ondervoede slaaf in Noord-Korea, die ieder dag dezelfde routinehandelingen moet uitvoeren? Afgestompt, heet dat dan: de vooronderstelling is, dat er eerst, of in aanleg, een ziel was, maar deze vernietigd is of tot een stompje teruggebracht. Een innig zielencontact is dan niet mogelijk. Maar zo’n kapotte mens is onder ideale omstandigheden nog (ten dele? grotendeels?) te herstellen; een schoothondje niet.

5 reacties

Opgeslagen onder Dieren

Grote tenoren

Gisteren had ik een koorrepetitie in Alsfeld, in een koor dat is samengesteld uit leden van het Alsfelder Konzertchor en enkele Marburgers. In totaal zaten daar negen tenoren. Daarvan waren er vier duidelijk langer dan 1.90 m. Deze distributie van lengte wordt nog vreemder wanneer men bedenkt dat mannen met een geringe lichaamslengte een grotere kans hebben een tenorstem in zich te bergen. Zo is mij tenminste verteld.
.
Het was overigens heerlijk daar. Ik krijg de kans, nogmaals mee te zingen in het Requiem van Mozart, in een duidelijk beter koor. Iedereen kent de noten, inzetten gaan nooit verkeerd, af en toe moet er nog wel aan de zuiverheid van de tonen gevijld worden maar eigenlijk kan er al snel tot de interpretatie worden overgegaan. Er zijn dan ook niet veel repetities meer nodig voor de uitvoeringen eind november. In Alsfeld én Marburg.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zingen

Mini-herinneringen: de Tweede Wereldoorlog

Aan deze oorlog heb ik zelf geen herinneringen, omdat ik er te jong voor ben. Er zijn echter wat fragmenten uit de familieoverlevering. Niet veel, want er werd in mijn familie nauwelijks over de oorlog gesproken. Bovendien kan het zijn dat er door de gebrekkigheid van zowel de overlevering als mijn geheugen onjuistheden in zitten.
.
Mijn ouders en hun ouders woonden in een dorp aan de Langstraat, waar het leven in oorlogstijd niet zo verschrikkelijk was als in de grote steden in het Westen, mede omdat het gebied al op 1 november 1944 werd bevrijd.
.
Mijn grootmoeder kon in de nacht van 10 mei 1940 niet slapen; ze was heel vroeg op en hoorde een enorm lawaai. Ze keek uit het raam, zag er een hele zwerm vliegtuigen overvliegen en begreep dat het nu oorlog was. Ze vertelde dat ze op dat ogenblik een merkwaardige, bijna mystieke ervaring had gehad. Het was voor haar een moment van grote schoonheid geweest. Misschien had ze nog nooit vliegtuigen in het echt gezien.
.
Op een keer wilden de Duitsers een grote kuil gegraven hebben en sommeerden toevallige voorbijgangers dit werk uit te voeren. Onder hen was ook mijn grootvader. Hij was hoofd der plaatselijke MULO-school en behoorde tot degenen die pakken droegen. Nu moest hij graven, wat natuurlijk niet prettig was. Maar nog vernederender was dat de arbeiders en boerenjongens die daar ook te werk gesteld werden er wel schik in hadden dat die keurige heer met zijn mooie pak ook zijn handen moest vuilmaken.
.
Mijn grootouders van moederskant hadden inkwartiering gekregen: er woonde een Duitse officier bij hen in. Na verloop van tijd waren er toch menselijke betrekkingen ontstaan tussen het gezin en hem. Een oom vertelde dat hij op een dag door die man gewaarschuwd werd: er was een razzia op komst om jongens en mannen van de straat op te pikken en naar Duitsland af te voeren voor de Arbeitseinsatz en hij kon maar beter ergens gaan onderduiken. Dat deed hij; hij kon in een ander dorp bij familie terecht en werd niet ingelijfd.
.
Mijn vader trok zich in die riskante periode terug op de zolder van zijn ouderlijk huis. Hij had een HBS-diploma, maar gebruikte die tijd om schriftelijk onderwijs in Latijn en Grieks te nemen om alsnog zijn gymnasium-diploma te halen. Hij las onder andere Caesar en Seneca en het Nieuwe Testament in het Grieks. Hij hád die boeken ook; blijkbaar waren die gewoon leverbaar in de oorlog. Na de bevrijding kwam er niets meer van terecht: er waren nu andere dingen te doen en ik neem aan dat het postverkeer met het nog bezette Nederland ook onderbroken was.
.
Het dorp lag op misschien anderhalve kilometer afstand van de Maas. Verder dan daar zijn de geallieerden op 1 november 1944 niet gekomen. De dagen die vooraf gingen aan de bevrijding van het dorp werd er wederzijds flink geschoten. Het huis van mijn grootouders van vaderskant lag in de gevarenzone aan de noordkant en was slechts door weiden en akkerland gescheiden van de rivier, waarachter de Duitsers lagen. Daarom werden de mensen van de noordkant tijdelijk in het midden en Zuiden van het dorp ondergebracht. Mijn andere grootouders woonden op een veiliger plek en hadden een grote kelder. Daar werd toen enkele nachten door beide gezinnen op matrassen overnacht. Het was toen dat mijn ouders elkaar nader leerden kennen.
.
In het dorp stond een grote katholieke kerk, een gebouw van Cuypers. De toren daarvan werd op de valreep, op 31 oktober, nog door de Duitsers opgeblazen, waardoor ook de kerk zelf grotendeels instortte.
.
Hoewel er in de familie nooit over gesproken werd moet het zo geweest zijn dat mijn vader samen met andere jongens uit het dorp na de aftocht van de Duitsers hun hoofdkwartier geplunderd heeft. Daarvan lagen bij ons thuis nog drie getuigen: 1. Een set van zes massief zilveren visbestekken, mooi vormgegeven, maar helaas ontsierd door hakenkruisen. We aten er nooit mee. 2. Een hoogwaardige verrekijker van Zeiss Jena, eveneens van een bescheiden hakenkruis voorzien. Een halve eeuw later vertelde mijn vader dat hij dat ding in Duitsland een keer had gebruikt en werd aangesproken door een man die het hakenkruisje opmerkte en in hem een mede-sympathisant met de Nazi’s vermoedde, wat hij bepaald niet was. 3. Een stapel documenten, waarvan het mij, toen ik ze op zolder ontdekte, onduidelijk was waar ze over gingen. Wel was duidelijk dat ze betrekking hadden op toestanden in Tsjechië en dus niet van belang waren voor de geschiedschrijving van onze streek. Waar ze zijn gebleven weet ik niet.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Niks

Mini-herinnering: hoeren in Stockholm

Een aantal malen ben ik met de trein in Stockholm CS aangekomen; ook ging ik er wel eens naar toe om rond te kijken, want ik houd van treinen en stations. Daar zag ik terzijde van het station soms prostituées: niet zo jonge, geenszins petieterige vrouwen, die overdreven gekleed waren als huisvrouw: met pantoffels, duster en krulspelden. Het moesten wel hoeren zijn, dacht ik, want welke echte huisvrouw zou in zo’n outfit langs een station lopen te drentelen? Ieder zijn meug; er zou wel een markt voor zijn.
.
Dit was in de jaren zeventig. Bij nader inzien vraag ik mij nu af: waren het geen verklede, cruisende mannen?

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zwedenreis