Zingende moslim

De komst van een nieuwe zanger in ons koor werd aangekondigd. Een Iraniër genaamd Said. Er waren verschillende koorleden die zich serieus afvroegen of deze man, kennelijk een moslim, de muziek van Schein en Franck op Psalm 116 wel zou willen meezingen.
Intussen was Said op de repetitie, hij zingt goed en zong uiteraard genoemde muziek van harte mee. De Psalmen Davids zijn in het Midden-Oosten bekender en worden meer gerespecteerd dan de koran bij ons.
Wat een vreemde voorstellingen hebben mensen soms van moslims. Er zijn er wel van de heel strenge soort, die tegen muziek zijn, maar dat zijn er niet veel. Die zingen niet en zouden nooit bij een koor als het onze willen. Net zo min als heel strenge christenen.
Tientallen jaren islamgeleuter heeft zelfs in tolerante kringen zijn sporen nagelaten. Moslims worden blijkbaar geacht heel rare mensen te zijn, die niet zulke dingen doen of willen als ‘wij’.
Een Iraniër die geïnteresseerd is in Europese cultuur is ook niets bijzonders. Een paar Arabieren zou ik er nog wel graag bij zien in onze muziekpraktijk; die zijn wat ondervertegenwoordigd. In Frankrijk is dat beter.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Iran, Islam, Muziek, Niks

Wél gezongen

Vrijdag generale repetitie, zaterdag uitvoering in Bad Homburg en zondag in Marburg van Mozarts Requiem in een groot koor, en de koorgedeelten uit cantate 127 van Bach in het kleine kamerkoor met slechts één andere tenor, net als in Parijs. Omdat Mozart overleed voordat hij zijn werk had voltooid had de dirigent er het Ave Verum aangeplakt, om toch iets van een afsluiting te krijgen.
.
Het lukte: de stem was nog niet helemaal in orde, dus ik moest enkele luide en zeer hoge passages bij Mozart laten uitvallen. In het grote koor viel dat niet op. Natuurlijk gaan de twee fouten die ik heb gemaakt niet weg uit mijn hoofd, maar de algemene indruk was dat het voor een amateurkoor en -orkest niet slecht was. Het publiek jubelde, maar dat doet het in de provincie altijd. Ze hebben verder zo weinig.

1 reactie

Opgeslagen onder Muziek

Karaoke

Vanavond staat de generale repetitie voor het Requiem van Mozart op het programma, voorafgegaan door een stuk uit Bachcantate BWV 127, en Mozarts Ave Verum toe. Bijna een theologisch programma. Mijn stem is wel beter geworden in de loop van de week, maar nog niet helemaal in orde. Kan ik meezingen? De deskundigen en ikzelf zijn tot het volgende plan gekomen: vanavond zing ik zachtjes mee en in de luide stukken beoefen ik Karaoke Play Back. Morgen en overmorgen geef ik dan alles voor zover het mij geen geweld aandoet.
.
‘We kunnen je node missen’, dat hoorde ik vorige week al en nu weer. Ik schijn goed geworden te zijn. Zelf kan ik dat niet beoordelen, maar ik merk het aan zulke opmerkingen. En aan de jaloezie van sommigen. En aan het feit dat de koorleiders zwakkere broeders naast mij neerzetten, zodat zij zich aan mijn vermeend voorbeeldige zang kunnen optrekken, zoals ik een jaar geleden nog naast Ilse zat en mij door haar liet leiden. Ik heb daar een hekel aan, want zo sterk ben ik helemaal nog niet: het gebeurt maar al te vaak dat ik met fouten van een ander meega in plaats van omgekeerd. Vooral de toonhoogte is nauwelijks goed te houden als de buurman er een kwart toon naast zit. Negeren lijkt de oplossing. Zoals je het publiek wegdenkt, moet je zo ook je medezangers wegdenken? Nee, dat zal niet gaan; in ieder geval op de andere stemgroepen moet je voortdurend afgestemd blijven.

3 reacties

Opgeslagen onder Niks

Project Oriënt: een verschuiving – 2

Wie had dat gedacht: hoewel mijn eerste pogingen op het gebied van de oriëntalisme-studies kort en in het Nederlands zijn, zijn zij waargenomen en gegooglevertaald door niemand minder dan het Oog van Mosul, met wie ik vorig jaar zulke stimulerende gesprekken over dit onderwerp heb gehad.
.
Hij stimuleert me ook nu, vanuit Yale, en steunt me metterdaad door materiaal aan te leveren. Ik ben blij! Wel zal het op den duur in het Engels moeten. Moet ik dan die taal weer helemaal uit de mottenballen halen? Dat is goed voor oude mensen, zeggen ze: vreemde talen, geheugentraining en zo.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Orient, Persoonlijk

Niet gezongen

Gisterenavond bij het Carnavalsconcert van mijn koor voor oude muziek heb ik niet meegezongen, omdat mijn stem het had laten afweten. Ik klink ineens als Hildegard Knef, en dat geheel zonder verkoudheid of hoestbuien. De oorzaak is (nog) niet bekend. Ik vraag mij af of dit nu voor altijd is, of dat ik volgende week met een ander koor het Requiem van Mozart wel drie maal kan meezingen. Nee, als het een laryngitis is zal dat niet gaan. Zelden kwam een aandoening zo ongelegen.
.
Nu zat ik dus in de zaal. Eerst was ik een beetje treurig, maar dat ging gauw over, want het was heel mooi om erbij te zijn. Centraal stond de soort van proto-opera Robin et Marion van de troubadour Adam de la Halle (± 1240–1285), met dansnummers erin. We hebben enkele professionele dansers, dus dat was prima in orde. Het hoofdwerk werd omlijst door koorzang van een stel Franse madrigalen, uit iets latere tijd, maar inhoudelijk wel passend. Mijn koorgenoten zongen mooi, en ook de solo-gedeelten en de dans waren prachtig; het was een uitstekende uitvoering. En waar en wanneer zou je ooit een uitvoering van zulk een werk kunnen vinden? In Duitsland helemaal niet, denk ik.
.
Er was een trio van instrumentalisten uit Frankfort aangetrokken; ook die deden uitstekend werk. Grappig was het om te zien dat de fluitiste Duitse was, de tokkelaar Chinees en de strijker Japans. (Hun oude instrumenten kan ik niet benoemen.) Hoeveel Europeanen spelen er oude muziek in China of Japan?

Ik druk de titels van de koorliederen hieronder af. Vreemd, ik zou ze zo kunnen meezingen—als ik zingen kon. Bah, moet ik dan weer intellueel worden? Morgen maar gauw naar een dokter.
.
– Antoine de Bertrand (1530/1540 – ± 1581), Hastez vous, petite folle  .
– Pierre de la Rue (1460/1470–1518), Pourquoy non?
– Ninot le Petit (1500–1520), En l’ombre d’un aubépin (geen opname).
– Orlando di Lasso (1532–1594), Petite folle (geen opname).
– Clement Janequin (1485–1558), Si dung petit de vostre bien of hier 28:45.
– Clement Janequin (1485–1558), Il estoit une fillette.
– Guillaume Costeley (1531–1606), Mignonne, allon voir.
– Antoine de Bertrand (1530/1540 – ± 1581), Vivons, mignarde, en noz amours (geen opname).
– Ninot le Petit (1500–1520), Mon amy m’avoit promis.

3 reacties

Opgeslagen onder Muziek

Slapend rijk worden

Je ligt en bed, wordt gewekt door de vroege nieuwsberichten en verneemt dat overheidsdienaren acht procent salarisverhoging krijgen.
Uitgesmeerd over drie jaar weliswaar, maar toch, in welk land komt zoiets voor? Het geldt ook voor gepensioneerden, want pensioen geldt als salaris.
Alleen niet in mijn bondsstaat Hessen, want dat wil altijd iets aparts. Maar in de praktijk gebeurt in Hessen met enige vertraging in grote lijnen toch hetzelfde. Slapend rijk word je hier.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Economie/Wirtschaft

Project Oriënt: een verschuiving

Leeswerk Arabisch en Islam: Project Oriënt: een verschuiving
.
De laatste tijd ben ik wat minder geïnteresseerd in de oude Arabische teksten die ik in mijn Leeswerk Arabisch en islam vaak behandelde. Mijn belangstelling verschuift in de richting van oriëntalistiek, oriëntalisme, postkolonialisme … en lees daar verder.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Orient

Fietsseizoen

Het fietsseizoen is weer begonnen; de lente valt immers tegenwoordig in februari. Het seizoen zal onderbroken worden op 19 maart, wanneer ik een kleine operatie moet ondergaan, die mij het fietsen voor minstens zes weken onmogelijk zal maken. Dan is er nog een groot deel van mei en juni over. De maanden juli en augustus zullen we wel binnenshuis voor de ventilator moeten doorbrengen. Wat er daarna komt zien we dan wel weer.
Het was van de zotte om een jack te dragen; vele andere plezierfietsers waren al in korte broek, met zo’n lycra pakje vol reclameteksten erboven. Maar ik kon eenvoudig niet geloven dat het op 27 februari zo warm was.
Er zitten natuurlijk nog geen blaadjes aan de bomen; toch zien de bomen er in het bruin en bruingroen ook niet slecht uit, en de zon scheen heel prettig. Gelukkig stond er nog niets in bloei; als dat zo vroeg komt hebben we later in het jaar weer geen fruit, want er zal echt nog wel nachtvorst komen.

Een beetje flauw tochtje was het, om er weer in te komen: 45 km. Niederweimar – Argenstein – Roth – Bellnhausen – Sinkershausen – Ebsdorf – Ronhausen – Cappel – huis

1 reactie

Opgeslagen onder Fietsen, Klimaat

Waar ik niet geweest ben

Zinloos lijstje:
.
Nederlandse steden waar ik nauwelijks geweest ben:
Zwolle, Apeldoorn, Alkmaar, Den Helder, Vlaardingen, Tilburg, Eindhoven, Heerlen, Arnhem, Vlissingen, Almere.
.
Nederlandse steden waar ik helemaal nooit geweest ben:
Almelo, Hengelo, Amersfoort, Gouda, Roosendaal, Bergen op Zoom, Helmond, Oss.

9 reacties

Opgeslagen onder Nederland, Reizen

Nog gezien in Parijs

Fietsen. Parijs is een erg fietsvriendelijke stad geworden. Overal zijn er fietspaden en stoplichten voor fietsers. Je kunt ook overal een spotgoedkope en dus gesubsidieerde leenfiets pakken, wat op electronische wijze wordt geregistreerd. Zo’n systeem is er in Marburg ook; ik gebruik het natuurlijk nooit, want ik heb zelf een fiets. Toch zou ik dat wel eens kunnen gaan doen, bij voorbeeld om bij het station te komen, waar je beter niet je eigen fiets op het voorplein kunt achterlaten.
Minder te spreken ben ik over de e-steps (trottinettes électriques) die de trottoirs onveilig maken. Die kunnen tot 20 km/uur; heuvelafwaarts nog sneller. Onrustig, potentieel gevaarlijk.
Het systeem van per kredietkaart een fiets of step te huren op straat en die eventueel ergens anders achter te laten is mogelijk geworden door het electronische betaalverkeer plus de GPS: de beheerder, in dit geval blijkbaar de stad, kan altijd zien waar de voertuigen zich bevinden. Maar het basisidee was misschien het Witte-Fietsen-Plan uit Amsterdam, in de jaren zestig. Dat kwam te vroeg, omdat die technische mogelijkheden nog niet bestonden.
.
Benauwdheid. Zo breed als de boulevards zijn, zo smal is het in de huizen, en ook in ons hotel, dat natuurlijk niet grand luxe was. De gastvrouw die ons zondag spijzigde woonde met haar man en zuster in een prachtig appartement aan een binnentuin, waar je alleen in kwam door een ijzeren hek met een code. Vijf kamers, alles ademde luxe; toch was ook dit smal gebouwd, vooral in de gangen, de WC e.d. In minder bevoorrechte omgevingen is het nog een stuk krapper. Parijs heeft nu eenmaal weinig ruimte; ik zou daar op den duur toch ibbel van worden.
Vanuit het hotel keken we uit op een woonsilo van een verdieping of dertig, ook in de breedte een reusachtig gebouw. en zo zijn er nog talloze. Zou je daar kunnen wonen, zo zonder balkon? Alleen als het niet gehorig is, en dat valt te betwijfelen. Maar zelfs dan raak je toch een beetje vervreemd van de wereld: je wordt waarschijnlijk een soort Houellebecq.
.
Oude ruimte. Enkele malen zijn we om naar de Bd. Arago te komen door de Rue des Gobelins gelopen. Dat is een nogal smalle straat, maar eromheen is een ruimer wijkje, met nog intacte oude huizen en een lief parkje met breiende mevrouwen en een kruidentuin. Daar ben je ineens in een Parijs waar je een speld kunt horen vallen en waar je in historisch verantwoorde omgeving je kont kunt keren. Daar te wonen! Maar onder de miljoen Euro zal dat waarschijnlijk niet lukken.
.
Orde. Alles is heel keurig en verzorgd in Parijs, meer dan in Duitsland en dus zeker nog meer dan in Nederland. Zolang die gele vestjes niet protesteren houden ze de boel prima in orde. Alleen bij het Bassin de la Villette heb ik zwerfvuil en lege flessen gezien. Temidden van al die keurigheid liggen er wel wat daklozen, maar zelfs die schijnen hun leven geregeld te hebben, met tentjes en slaapzakken en een komfoortje: ze hebben zich bij voorbeeld ingericht in het portaal van een openbaar gebouw, waar ze dan weg moeten wezen als het gebouw weer opengaat. Daar zijn blijkbaar afspraken over.
In de stilte-wagon in de trein wordt alleen maar gefluisterd en niet getelefoneerd.
.
PoC. Parijs is bekend om zijn vreselijke voorsteden waar arme mensen uit Afrika en moeilijk leven hebben en ook anderen problemen bereiden. Maar de donkere mensen die binnen de veste Parijs rondlopen en werken, en dat zijn er heel veel, lijken volkomen geïntegreerd en op hun gemak, en de oorspronkelijke bewoners ook met hen. In sommige voormalige Franse koloniën wonen mensen die zwart zijn, diepzwart. Die zie ik anders nooit, dus in Parijs vallen ze me op. Arabieren en Turken neem ik allang niet meer als zodanig waar. Maar als ik er even op let zie ik ook veel gemengde Frans-Arabische gezinnen en individuen, wat een goed teken is.
Onder het publiek bij ons concertje waren ook diepzwarte en bruine en café-au-lait-kleurige mensen. Dat is in Duitsland vrijwel niet het geval.
.
Handys. Ja, zo spelt men in Duitsland het meervoud van handy, wat een pseudo-Engelse benaming voor een mobiele telefoon is. Ons vocaal ensemble bestaat uit mensen zo tussen de 40 en 65; ik denk dat ik de oudste ben, al is mijn stem nog jong. Wat mij zeer verbaasde is dat er tijdens de gezellige sessies op een caféterras wel heel wat wordt afgepraat, maar er ook periodes zijn waarin iedereen als op afspraak zijn smartphone trekt en daarin iets gaat doen. Dat is dus niet alleen een gewoonte van jonge kinderen en studenten. Ik heb ook zo’n ding, maar gebruik het minimaal, en zeker niet in het publiek.
.
Oriënt. In het Musée Delacroix werd ik, met terugwerkende kracht, getroffen door een citaat van de schilder, dat ik helaas niet woordelijk heb  overgeschreven, dus alleen maar kan parafraseren. Delacroix bezocht in 1832 Marokko, wat vroeg was, en schilderde daar wat hij zag en wat hij niet zag. In het museum lagen allerlei Marokkaanse voorwerpen die hij gebruikte in zijn schilderijen. Hij zei ongeveer: Ik heb daar veel details bestudeerd, maar die uiteindelijk toch niet geschilderd; het werd pas wat met het schilderij als ik mijn fantasie aan het werk zette. En dát, mijne dames en heren, is een wezenstrek van het oriëntalisme. Europeanen maakten hun eigen oriënt.

4 reacties

Opgeslagen onder De mens, Europa, Fietsen, Reizen