Hoogtepunt van lelijkheid

Het Lot voerde mij gisteren naar een uitspanning op de Kahler Asten, de hoogste berg hier in de buurt: 842 meter hoog. Daar hadden zich tientallen motorrijders en sportfietsers verzameld, zowel Nederlandse als Duitse. Die hadden kennelijk plezier in hun uitstapje, en dat gun ik hun ook wel, maar wat een lelijkheid: al die apenpakjes die ze dan aantrekken. Voor motorrijden is zo’n zwart pak van leer of kunststof waarschijnlijk noodzakelijk, want het beperkt de schade als de rijder onderuit gaat, maar die gasten zien er grimmig en duister uit en maken een geweldige herrie. Hebben fietsers ook bijzondere kleding nodig? Ik heb altijd bijna afgedragen, normale kleding aan gehad bij het fietsen en dat heeft me ver gebracht. Maar zij dragen vliesdunne, strak zittende pakjes van speciale stof en in knallende kleuren. Zoiets zou, met de helm en de schoentjes erbij, best eens € 300 kunnen kosten. En die kosten worden vast niet gedekt door de opzichtige reclames die erop aangebracht zijn, niet alleen van allerlei sportief aandoende, grote merken, maar ook van de rijwielhersteller in Wijhe of de fietsclub te Klazienaveen. Geen van die mensen zou ik ooit te eten willen vragen. Een vreselijk elitair vooroordeel, ik weet het.

Iets verderop was de berg zelf beter te zien. Kaal, een stel dode bomen die de strijd tegen de wind hadden verloren, en andere die nog leefden, maar helemaal scheef gegroeid waren. Prachtig was wel het uitzicht, en verheugend was de bergbrede begroeiing met blauwe bessen. Die waren nog niet rijp, maar boden wel het perspectief, hier op een dag nog eens langs te komen met twee grote emmers.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Fietsen, Kleding

Geen buikpijn

Tot mijn eigen verbazing lukt het deze keer, gedisciplineerd de zangoefeningen te doen die nodig zijn om op Hemelvaartsdag in Parijs met het kamerkoortje grote stukken uit Bachs Johannespassion te zingen. Ik maakte me vooral zorgen over de hoge tonen, maar die komen er nu steed vlotter uit, en dat is natuurlijk niet alleen voor Bach goed. Ik heb nog bijna twee weken, het kan alleen nog beter worden. Het moeilijkst vind ik nu nog het koraal dat dwars door de aria Mein teurer Heiland, laß Dich fragen heen gezongen wordt. Het is dan zo’n herrie dat ik mijn eigen partij niet meer hoor en soms de kluts kwijt raakt. Maar ook dit zal nog goed komen. Kortom, ik kan zonder buikpijn naar Parijs. Wel jammer is het, dat ik zo slecht loop. Mijn oude gewoonte, hele dagen door een stad te lopen is niet meer te verwezenlijken. Met de bus ergens heen, korte stukjes lopen, iets bekijken, dan even gaan zitten. Bankjes in het park, in een museum. Iets drinken op een caféterras. Eventueel opkomend chagrijn wegeten bij een heerlijke Vietnamees.

Dit wordt een soort voorstudie, een workshop zo men wil, voor een bescheiden publiek. Volgend jaar doen we het hele stuk, voor een groter publiek, zowel in Parijs als in Marburg. Dan komen de Fransen bij ons. Het moeilijke zal dan zijn, hun net zo goed te eten geven als ze ons in Parijs gedaan hebben.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid, Reizen, Zingen

Aan de wandel

In een indringende droom, die ik nog niet kwijt ben, heb ik een flink stuk gelopen. Het was in een wandelclub en we begonnen ten Oosten van de stad — maar dat landschap met veel water was volstrekt fictief. Ik maakte me zorgen: zal er niet een onoverkomelijk obstakel komen? maar dat viel mee. Onderweg moest er een keer een vrij groot hoogteverschil overwonnen worden. Dadelijk waren er helpende handen die mij omhoog hielpen, maar dat was niet eens nodig geweest, want ik had allang een strategie en een kleine omweg bedacht waardoor ik toch op dat rotsje had kunnen komen — zoals ik tegenwoordig in werkelijkheid zo vaak doe. Toen kwam er een loodrecht uit water oprijzende rotspartij, waarlangs géén pad was. De bedoeling was dat je met je voeten steeds steun zocht langs uitstekende stenen en je er dan langs wurmde. Het was al bijna alpinisme. Dat lukte de groep, en mij ook. Vervolgens kwam er een uitloper van een meer, waarover een loopbrug was gebouwd van bijna een kilometer lang. Hierover te lopen was gemakkelijk; ik had ook voldoende vertrouwen dat de brug niet zou instorten en kwam moeiteloos aan de overkant. Daar moesten we het laatste stukje toch nog door een grote plas water lopen; ik begreep dat mijn schoenen nat zouden worden maar dat was niet erg. Daar lokte al een uitspanning, waar een lunch geserveerd werd: groentetaart.

Momenteel kan ik door de slechte toestand van mijn niet geopereerde been helemaal niet zo ver lopen. In de droom deed ik steeds dingen die ik eigenlijk niet kan, maar die toch lukten. Om te beginnen lopen in een groep. In het werkelijke leven doe ik dat ongaarne, omdat ik altijd de langzaamste ben. Natuurlijk houden ze rekening met me en gaan ze ook wat langzamer lopen, maar dat houden mensen maar drie minuten vol en daarna gaan ze op een drafje verder, zodat ik mij moet forceren of achterblijven. Maar in den droom dacht ik steeds: als deze wandelaars het kunnen, kan ik het ook. De gelopen afstand was voor mijn doen geweldig lang, zeker vijf kilometer! En dan was er nog dat water. Hier was niet het lopen het probleem, maar de aanblik van een grote watervlakte en daar ‘middenin’ zijn, zelfs een beetje nat worden. Normaal beangstigt zoveel water mij altijd, maar ditmaal was het geen probleem. Ik voelde me gesteund door de groep, die dit ook durfde.

Voor een deel was dit misschien een wensdroom, voor een deel een aanmoediging. Blijft echter dat ik zo’n wandeling, zelfs in een tamme wandelgroep, nu niet (meer) kan.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dromen, Gezondheid, Persoonlijk

Nuevx

De afdeling Spaans van de Nijmeegse universiteit zoekt een nieuwe collega: unx colega nuevx. Zoiets had ik nog niet eerder gezien. Het is blijkbaar de Spaanse manier om geslachtaanduidende woordvormen (un, una, nuevo, nueva) te vermijden. Lekker kort, maar moeilijk uit te spreken.

In het Duits zou dit zijn: eine neue Kollegin/einen neuen Kollegen, wat moeizaam is en de mogelijkheid van een derde of vierde geslacht uitsluit. Het Nederlands maakt het zich eerst gemakkelijk met een nieuwe collega, maar dan weer moeilijk met de toevoeging (m/v/x).

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Taal

Tropisch Marburg

Alles groent en groeit en bloeit in de Hortus, honderdvoudig. Maar op verschillende plaatsen werd er water gesproeid en verneveld; het is nu alweer veel te droog. Het beroemde rododendronbos staat voor ruim de helft in bloei, vele exemplaren meer dan manshoog. Sommige van die bloemen geuren zo verleidelijk dat ik wenste, een bij te zijn!
Vandaag wil ik echter wat vreemdere bloemen laten zien, die uit de tropen stammen. Want de kassen zijn, na een heel lange sluiting door corona en door de winter, onlangs weer geopend en daar bloeit ook van alles. Ziehier:

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Marburg, Planten

Oorlog, mijn arme schapen!

Pacificatie
Politionele acties
Vredesproces
Speciale militaire operatie

Kent iemand er nog meer?

5 reacties

Opgeslagen onder Oorlog

Opera in Marburg

Veel steden in Duitsland hebben een eigen opera, maar Marburg is daar toch echt te klein voor. De dichtstbijzijnde is in Gießen: een zeer verdienstelijke instelling met goede vaste zangers. Gisterenavond heb ik hier voor het eerst een opera gezien en gehoord in een bioscoop. De Metropolitan Opera van New York zorgt dat zij uit de kosten komt door in vele landen over de hele wereld live uit te zenden wat daar gebracht wordt. En die kosten moeten immens zijn, want de opera in kwestie was Puccini’s Turandot, een spektakelstuk dat in het keizerlijke Peking speelt. Er waren twee decors, beide zeer ingewikkeld en prachtig: een fantastisch hof in Peking, en daarbij talloze prachtige kostuums, mandarijnen, dansers, hofdames, ambachten, militairen, acrobaten en natuurlijk het ‘volk’, en men had de aller-, allerbeste zangers geëngageerd. Met het echte China hebben noch het libretto, dat teruggaat op een stuk uit de achttiende eeuw, noch de enscenering iets te maken: het was puur oriëntalisme en dat wilde ik niet missen. Ook de muziek is rijkelijk oriëntaliserend, besefte ik tijdens het luisteren. De muziek is mij zeer vertrouwd, daarom had ik die allang niet meer als afwijkend ervaren, maar voor de eerste hoorders (in 1926) moet deze opera rijkelijk exotisch hebben geklonken. In de pauze ging de camera achter de coulissen en toonde de opbouw van het keizerlijk hof in drie kwartier, door een man of veertig. Mijn begeleiding vond het decor te overdadig, maar ik niet. De in Europa verzonnen Oriënt is niet compleet zonder pracht en praal en ja: kitsch. Bovendien is iédere opera een spektakel; de Amerikaanse commentaarstem sprak van show, en dat is het precies. Broadway, maar met betere muziek en minder bloot.

In een verhaal uit de Duizendeneen Dag is Turandot is de dochter van de keizer van China, die iedere vrijer liet onthoofden die niet haar drie raadsels kon oplossen. De Tartaarse prins Calàf lukt dat uiteindelijk wel. Niet dat hij haar daarna meteen krijgt: de plot is behoorlijk ingewikkeld en zeer ongerijmd, zoals dat hoort in een opera; die ga ik hier maar niet navertellen, maar hij krijgt haar toch en iedereen leeft nog tienduizend jaar en gelukkig. Behalve de slachtoffers van het terreur-regime dan, maar daar denken we niet meer aan.

De rol van Turandot had gezongen zullen worden door de wereldvermaarde Anna Netrebko, een Russische, die bevriend was met Poetin en zich te laat van hem heeft gedistantieerd. Haar deelname werd dus afgezegd en er moest in allerijl een vervangster gevonden worden. Er zijn wereldwijd niet zo heel veel sopranen die die rol op korte termijn kunnen zingen, maar men wist een Oekraïense zangeres te engageren die de rol jaren geleden een paar maal gezongen had: Lyiudmyla Monastyrska. Ook een beroemdheid, maar niet zo zeer voor dit vak. Ze zong maar een fractie minder goed dan Netrebko en was soeverein in de rol; het was een plezier om naar haar te luisteren. Het enige was dat zij wat ouder en uitgesproken corpulent was, wat haar verschijning als ijskoude, maar begeerlijke prinses wat minder overtuigend maakte. Maar la Netrebko is de laatste tijd ook wat gevulder geworden, dus niet zeuren. Dat Monastyrska Oekraïense was bleek ook bij het slotapplaus, toen zij zich in een grote vlag van haar land hulde, wat nog eens te meer leidde tot een stormachtig applaus en gezwaai met blauw-gele vlaggetjes in de zaal. Ik vind dat vlaggengedoe nooit zo fijn; het is mij wat te vrijblijvend ‘Je suis Charlie’-achtig, terwijl men dat helemaal niet is.
Een onvoorzien aardigheidje in het libretto is overigens dat de beul Pu-Tin-Pao heet; wie zou daarbij niet denken aan?

Oriëntassociaties die ik kreeg tijdens het luisteren:
– De Oriënt-mode eind negentiende eeuw. Café’s en badhuizen werden ingericht in oriëntaalse stijl. China was in, ook de onzegbare wreedheid die aan dat land werd toegeschreven. De gedachte dat een ver land veel wreder is dan het eigen land wil er altijd wel in. (In deze opera verheugt het volk zich op de volgende terechtstelling.) Octave Mirbeau, Le jardin des supplices speelt deels in China, al worden de folteringen toch overwegend door een Europese bedacht.
– De wereldtentoonstellingen brachten eind 19e eeuw nieuwe toonladders naar Europea. Debussy adopteerde de Javaanse gamelan, dat is bekend, maar hij was de enige niet. Europa was moe van het gangbare toonsysteem, zocht vertwijfeld naar iets anders (Scriabin, Schönberg) en daarbij kwam de Oriënt vaak goed van pas.
– De vertalingen van Chinese poëzie door Hans Bethge waren begin 20e eeuw erg populair. Mahler verwerkte ze in zijn Lied von der Erde, maar ook ettelijke andere componisten zijn erdoor geïnspireerd. (Ook in mijn eigen oriëntaalse droom, toen ik zestien was, speelden ze een rol.)

Voor het archief: Marco Armiliato, dirigent; Franco Zeffirelli, regisseur; Liudmyla Monastyrska, Turandot; Yonghoon Lee, Calàf; Ferruccio Furlanetto, Timur; Ermonela Jaho, Liù.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder China, Kunst, Muziek, Orient, Zingen

Event-cultuur

Duitse binnensteden worden geteisterd door leegstand. De online-handel en Corona hebben de middenstand om zeep geholpen. Gerenommeerde, lang gevestigde winkels en restaurants moesten sluiten. Nu ze weer open mogen kunnen ze geen personeel krijgen, merken ze dat een groot deel van de klandizie wegblijft en na lang dapper standhouden met overheidssteun geven ze alsnog op. Er is minder geld onder de mensen, en de prijzen zijn gestegen.

Ook Frankfort is getroffen. Zelfs de peperdure Goethestraße, een straat vol dure juweliers en modezaken, biedt een treurige aanblik. De Russen komen niet meer, de Arabieren gaan liever naar Zuid-Duitsland of Oostenrijk en de Chinezen zitten in lockdown. Wie wil er nog een must kopen bij Cartier, of een Rolex, of nog iets duurders? Het stadsbestuur ziet in dat de oude toestand niet meer terug zal komen en probeert alternatieven te vinden voor de vroeger zo levendige binnenstad. Dat moet weer een plaats van ontmoeting worden, met een Event-Kultur. Street food festivals, rooftop bars, dat soort dingen.

Igitt! Je kunt beter de Amerikanen over de vloer hebben dan de Russen, maar dit klinkt wel erg troosteloos. Ik ben blij dat ik daar niet meer woon.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Economie/Wirtschaft, Einkaufen, Eten en drinken, Taal

Weg bij Twitter

Twaalf jaar lang was ik geabonneerd op Twitter, maar volgende week zal ik daar vertrekken, omdat ik geen zin heb in de nieuwe eigenaar, die mijnheer Musk, de welbekende bouwer van botsautootjes in het Oosten van Duitsland. De veelzijdige informatie en de weelde aan vrije meningsuitingen zal ik echter toch een beetje missen….

2 reacties

Opgeslagen onder Media Medien

Affiliatie

Affiliatie wil zeggen dat je ergens bij hoort; in het geval van wetenschappers dat je bij een bepaalde universiteit hoort. Je kunt dan gebruik maken van de faciliteiten die een universiteit biedt: werkruimte, bibliotheek, dienstpost, digitale communicatiemiddelen, laboratorium, terwijl je anderzijds bij een publicatie achter je naam vermeldt: University of So-and-so. Als je je aanmeldt voor een congres of een publicatie inlevert moet je altijd je affiliatie vermelden. Zo weten de collega’s wereldwijd waar je zit en pikt de universiteit een welverdiend graantje mee van jouw roem; je helpt mee je universiteit op de kaart te zetten en in aller mond te laten zijn. 

Maar hoe zit het dan met geleerden die geen affiliatie hebben, die niet aan een universiteit verbonden zijn? Een bekend Nederlands voorbeeld daarvan is de historicus Jona Lendering. Een echte en actieve geleerde, die echter steeds minder toegang krijgt tot de hulpmiddelen die hij voor zijn vak nodig heeft en voor deze problematiek regelmatig aandacht vraagt.

Ik hoorde altijd wel bij een universiteit: Leiden, Amsterdam VU, Frankfort, Marburg, en kon dus genieten van alle faciliteiten. Maar sinds mijn pensionering hoor ik nergens meer bij. Mijn pensioen komt niet van de universiteit, maar van de deelstaat Hessen, en de universiteit hier ter stede heeft niets met mij te maken. Aanvankelijk liep dat niet zo’n vaart: ik kende nog de wegen en kreeg veel gedaan via oud-collega’s, die zo nodig even hielpen met de toegang hier of daar. Ik had en heb ook nog altijd mijn email adres: ….@staff.uni-marburg.de en schreef nog braaf ‘University of Marburg’ als mijn affiliatie gevraagd werd, aldus bijdragend tot de naamsbekendheid en roem dezer illustere instelling. 

Dat e-mail-adres moet ieder jaar verlengd worden; dat heb ik juist weer gedaan. Op voorspraak van een goede vriendin in mijn oude instituut heb ik die verlenging weer gekregen, maar er zat een onaangename mededeling bij. Omdat ik niet in enig dienstverband sta met de universiteit kan ik wel nog het e-mail-adres gebruiken, maar verder niets: geen VPN, geen Shibboleth. Kortom: de faciliteiten van de universiteitsbibliotheek niet. Eigenlijk was dit al een tijdje zo, maar de universiteit vond het nodig, nu eens duidelijk te zeggen dat ik er niet meer bij hoor.

VPN bood tot voor kort nog de mogelijkheid, vanuit huis toegang te krijgen tot publicaties in de UB. Voortaan moeten oude geleerden dus in persoon (met wandelstok, rollator enz.) naar de UB. En dan krijgen ze géén Shibboleth: dat is het toverwoord waarmee toegang wordt verkregen tot alle digitale publicaties en dat alleen verkrijgbaar is als je een universiteits-account hebt—‘erbij hoort’ dus. Zulke publicaties worden steeds talrijker: veel nieuwe boeken worden tegenwoordig niet eens meer in boekvorm aangekocht, maar alleen als pdf-bestand. En de wetenschappelijke tijdschriften, waarvan de jaargangen vroeger zo gezellig in de rij op een plank stonden, zijn opgekocht door grote uitgeverijen, die ze gedigitaliseerd hebben en zeer gemakkelijk en gratis beschikbaar hebben gemaakt voor mensen met VPN en Shibboleth, maar absurd duur voor mensen die dat niet hebben: € 35 per artikel is geen uitzondering, of je mag het bij voorbeeld maar een week lezen. Je moet dus vrienden hebben, die die toegang wel hebben, of je aansluiten bij een forum van lotgenoten in Facebook, waarin dialoogjes plaats vinden als: ‘Wie heeft er een pdf van …?’ – ‘Ja, ik; ik zal het je toesturen’.

Zo worden oude geleerden haast gedwongen, rozen te gaan kweken of een andere branchevreemde activiteit te beginnen. Het is contra-productief. Geleerden mét dienstverband komen vaak helemaal niet aan onderzoek toe, want behalve onderwijs geven moeten ze naar vergaderingen, nieuwe studieregelingen bedenken, vijfentwintig proefschriften doorlezen, zich laten evalueren, en het ergste van al: subsidieaanvragen opstellen voor nieuwe onderzoeksprojecten. Dikwijls is het juist pas ná de pensionering dat iemand eens rustig aan wat groter onderzoek kan gaan zitten, en dat wordt nu verhinderd. De universiteit zal dus ook niet meer trots worden vermeld op de titelpagina. Ik kan me zelfs een Voorwoord bij een boek voorstellen, waarin volgens de traditie iedereen wordt bedankt die meegeholpen heeft, maar de universiteit op sarcastische toon wordt bedankt voor alle hindernissen die zij heeft opgeworpen.

Zijn het dan werkelijk zulke rotzakken bij de universiteiten? Ten dele inderdaad, maar het zijn vooral gewillige volstrekkers. De grootste boosdoeners zijn de beursgenoteerde, wereldwijd actieve wetenschappelijke uitgeverijen, die zich van steeds meer wetenschappelijke publicaties meester maken en daar dik aan verdienen. Hun grondstof, de publicaties, verkrijgen zij in principe gratis, want die worden betaald met het inkomen van de auteur, en met diens hartenbloed. Hun voornaamste verdienste is hun voortreffelijke distributieapparaat. Dat is inderdaad indrukwekkend, maar schandelijk overbetaald, en vrijwel onbruikbaar voor mensen die niet aan een universiteit verbonden zijn waarmee zij een wurgcontract hebben afgesloten. De bibliotheken doen wat de uitgeverijen zeggen, en die denken alleen aan hun aandeelhouders en aan winstmaximalisatie. Tel uit je winst.

1 reactie

Opgeslagen onder Universiteit