Mini-herinnering: de olieman

Het was eigenlijk een olieman en een olievrouw: een ouder echtpaar dat door de straten trok met een bestelwagen vol spullen. Zij reed meestal. In de buik van de wagen zat een tank, waaruit petroleum kon worden afgetapt — peterolie werd het genoemd. Er bestonden nog petroleumstellen en -kacheltjes, en de klanten kwamen naar de wagen toe met getuite blikken om die te laten vullen. Volgens mijn herinnering was de buitenkant van de wagen bekleed met de spullen die ze verder nog aanboden: wasmiddelen, bleekmiddelen, borstels, lijnen, sponzen, dweilen, koperpoets, gootsteenontstoppers, mattenkloppers, van alles. Maar die herinnering kan niet kloppen, want dan zou de waar bij regen nat geworden zijn; die moet wel binnen in de wagen gestapeld geweest zijn. Of waren er een soort kasten met vensters aan de buitenkant?

Op zekere leeftijd — maar welke? tien jaar misschien? — uitte ik de wens met de olieman mee te gaan om hem te helpen. Mijn moeder sprak met hem en hij vond het goed. Zo werd ik hulpje van de olieman. Ik belde bij de mensen aan en riep: ‘Hebt u nog iets nodig van de olieman?’ en nam dan de bestellingen op. Ik zal de spullen ook wel in de huizen gedragen hebben, maar afrekenen deden de olieman en zijn vrouw zelf. En peterolieblikken vullen deden ze ook zelf. Of ze echt wat aan mij hadden of dat ik alleen maar in de weg liep blijft onduidelijk.
Onbetaalde kinderarbeid dus, maar uit eigen begeerte, dus er was niets op tegen.

Waarom wilde ik dat zo graag? Geen idee; was het misschien om iets nuttigs te doen, of om mee te doen met grote mensen? Tientallen jaren later zag ik in een taveerne op een Grieks eiland hoe een wel erg jong meisje de drankjes naar de tafels bracht. Een wrede eigenaar die zijn dochter uitbuitte? Nee, het meisje bleek bij een gezin te horen dat daar op vakantie was en ze had gevraagd of ze daar mocht werken; dat vond ze leuk. Het komt dus wel vaker voor.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nederland, Persoonlijk, Vroeger

Mini-herinnering: verzuilde straat

In 1949 moest mijn vader voor zijn werk naar Amsterdam verhuizen. Met mijn moeder en mij — ik was twee — trok hij eerst in bij kennissen uit het dorp, die in de Rivierenbuurt terecht waren gekomen. Er heerste nog volop woningnood. Toch konden we na korte tijd al een woning betrekken van de Chr. Woningstichting Patrimonium in de Watergraafsmeer, waar we meer dan twintig jaar bleven wonen. Waarschijnlijk had de werkgever van mijn vader voorrang geregeld. Onze straat was uiterst keurig, middle-middle class met bescheiden uitschieters naar boven en naar beneden. De Watergraafsmeer was duidelijk gegoeder dan de Afrikaanderbuurt, aan de overkant van de Ringvaart, om over de onzegbare Indische buurt maar te zwijgen. Onze straat was ook erg protestants. Dat was bij voorbeeld te zien in de verkiezingstijd, als voor vele ramen de paarse affiches van de ARP verschenen, de Anti Revolutionaire Partij, een voorloper van het CDA zaliger. Mijn ouders waren daar ook lid van en bezochten de vergaderingen. Een andere voorloper was de Christelijk Historische Unie; daar hingen een paar posters van, maar van de Katholieke Volkspartij was er niet één. Katholieken woonden geconcentreerd in de Linnaeushof, waar een grote kerk stond met huizen eromheen gedrapeerd. (Architectonisch een interessant geheel, van de architect die ook de Lammenschanskerk in Leiden heeft gebouwd; gaat U eens kijken als U in de buurt bent.) Vooral de overkant van waar wij woonden was helemaal ARP, en het kwam dan ook hard aan toen er, na jaren, een gezin introk dat van de PvdA was! De man moet wel zoiets als een arbeider geweest zijn: hij vertoonde zich graag in onderhemd en je zag hem wel eens flesjes bier dragen. Hij zoop dus, de rest van de straat wist het zeker, terwijl zijn del van een vrouw ook veel te weinig kleren droeg. Met het dochtertje kon je alleen medelijden hebben: ze was nog jong, maar zou in dat milieu onherroepelijk te gronde gaan. Achteraf denk ik dat het erg meeviel, maar het gezin paste inderdaad niet zo in het geheel. Onze kant was wat minder homogeen. Ik herinner mij een mevrouw die schilderde: landschapjes enzo; beroemd zal ze niet geworden zijn. Twee huizen verder woonde een Joodse man; het bijzondere was dat hij daar (als het klopt wat er verteld werd) de hele oorlog door gewoond had, omdat hij getrouwd was met een Duitse vrouw. Van onze directe buren weet ik nog dat ze met de auto op vakantie gingen naar Noorwegen; dat was uitzonderlijk in de late jaren vijftig. Ze stuurden een ansichtkaart. En bijna aan het eind van de straat woonde een vrouw die graag in een jurkje van tijgerprint op de bank voor het raam lag te telefoneren. Nee, nee, zó erg was het niet; ze had blijkbaar alleen de behoefte om gezien te worden. 

Winkels waren er ook: de bakker op de hoek, de slager op de andere hoek, waar af en toe een half rund naar binnen werd gedragen, dat hij dan verder verwerkte. De kruidenier van De Spar, die aan huis bezorgde, wat ook de melkboer deed, met zo’n metalen litermaatje voor de verse melk. Hij had later ook Bulgaarse yoghurt in een glazen potje, een zogenaamd bulletje; erg lekker. Een kippige oude jonge vrouw bedreef een zaakje in schrijfbehoeften en prullaria. Wij noemden haar Dai, omdat ze in plaats van ‘dag’ altijd ‘dai’ zei. En om de hoek was een winkelpand waar geen winkel meer in zat, maar een fietsenstalling. Niet iedereen had thuis plaats voor fietsen, en een fiets op straat laten staan, dat deed je niet. Was dat onfatsoenlijk, of was het riskant voor diefstal, of ging de fiets dan te veel roesten? Ik weet het niet. In de jaren tachtig verloederde de straat, maar hij is allang weer boven Jan. Met een beetje geluk ben je er voor zeven ton onder dak. Nu staan de fietsen wél op straat, en vrijwel niemand poetst meer iedere week de koperen klep van de brievenbus. Wat je gentrificatie noemt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nederland, Vroeger

Zo mooi

Zó mooi, deze foto, die moet ik gewoon even doorgeven. Angela Merkel op bezoek bij vissers, 1990.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Kunst, Politiek

De giraf is af

Zo, het hoofdstukje over de giraf in de oude Arabische tekst over dieren waaraan ik werk is af. Het was al meer dan twee weken bijna af; er hoefde alleen nog een heel klein kleinigheidje aan te worden gedaan, en dat heb ik nu inderdaad gedaan. Natuurlijk werd ik afgeleid door allerlei post-coronaïsche activiteiten, maar dat is niet de ware oorzaak van de vertraging. Ik bleef haken aan een heel klein haakje en dan staat de boel weer een tijdje stil. Zo is het mijn hele leven al gegaan, en daarom heb ik niet tientallen boeken geschreven, zoals Simon Vestdijk of Thomas van Aquino.

Soms is het een gevoel van niet-kunnen, maar ook wel vaak een van diepgevoelde weerzin. Dikwijls blijkt het dingetje dat ik nog moest doen een bagatel te zijn, bij voorbeeld van fysieke aard: ik hoef alleen een boek uit de kast te pakken of in de UB te gaan naslaan, maar ja, dat is allemaal zo ver. Volgende week maar eens zien. Of ik kan wat ik vorige week al had geschreven ineens niet meer terug vinden. Vaak ook moet ik constateren dat het vermeend onvoltooide deel eigenlijk best af was. Ineens zie ik dat dan: er moet nog even een komma verplaatst worden en hup, het kan de deur uit. Dan is het aan anderen vast te stellen dat het onvolledig is — als het dat is. Misschien is het juist te groot en moet het ingekort worden, maar dat is nooit moeilijk. Dat is stressloos kantoorwerk. Bevrijding, tot het volgende obstakel.

Over de giraf had ik overigens hier al veel gezegd. Wat sindsdien nog te doen viel, was kijken wat in de Oudheid over de ‘samengesteldheid’ van het dier gezegd was. Daar is inderdaad een hoop over te doen geweest.

P.S.: ‘Zeg Dikkertje Dap, zei de giraf …’ — moest dat niet Daf zijn, omwille van het rijm? Misschien heeft de DAF-fabriek daartegen indertijd geprotesteerd en moest Annie M.G. het knarsetandend veranderen?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Persoonlijk

Feest!

En ja hoor, er zweefden drie middelgrote ballonnen boven de winkelweide. Ik zag ze al van verre en begreep het meteen: het nieuwe filiaal van de drogisterijketen is feestelijk geopend!

Wat is het leven vaak voorspelbaar.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Economie/Wirtschaft, Marburg

Bloederig

Een reactie plaatsen

14 september 2021 · 20:25

Prik en pizza

Zie je wel, het werkt. In Hamburg stonden de mensen in de rij voor een Corona-prik, waar ze een pizza bij cadeau kregen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Gezondheid

Directie

2 reacties

12 september 2021 · 21:55

Uitglijder

In mijn werkkamer ligt een tapijtje, waarover ik al twee keer bijna was uitgegleden. Het leek daarom verstandig, een anti-glij-ondermat te kopen. Maar deze blijkt aan een stuk door te weg te glijden; hij is met het kleedje erop al de halve kamer door geweest. Een onzinnig en contraproductief voorwerp dus. Gelukkig was het niet duur. 

Hoe leeft iemand die zulke dingen maakt? Heeft hij geen arbeidssatisfactie nodig, de tevredenheid over een goed product? Of zou hij nu in zijn villa zitten te gniffelen omdat er weer een klant zijn waardeloze matje heeft aangeschaft? Is leedvermaak zijn product? In dat geval wens ik hem toe dat hij zelf uitglijdt, bij voorkeur op de trap.

1 reactie

Opgeslagen onder Economie/Wirtschaft

Holy shit!

Vandaag zal weer enige malen dat filmpje te zien zijn met die twee brandende torens in New York, waarbij een man bovenstaande woorden spreekt. Zullen we voor de verandering eens de paar duizend doden herdenken die in 1999 omkwamen door de NAVO-bombardementen in Joegoslavië? Anders doet misschien niemand het.

1 reactie

Opgeslagen onder Amerika, De mens, Europa