Belangrijk

Soms denk ik even — maar ik durf het nauwelijks te denken en het moet onder ons blijven — soms denk ik dat ik in plaats van vrijblijvende stukjes over hap-snap-onderwerpen, die het karakter van een aardigheidje hebben, iets samenhangends en dwingends zou moeten schrijven over iets wat er werkelijk toe doet: de koloniale geschiedenis. Want het is mijn overtuiging dat de malaise die in Nederland om zich heen grijpt wordt veroorzaakt door twee zaken: de verdwijning van het christelijk geloof en het ‘vergeten’ van het koloniale verleden. Zowel de malaise als een perspectief op een remedie heeft Nederland gemeen met de ex-koloniale mogendheden om ons heen.
.
Waarom is dit idee zo gewaagd, voor mijn doen? Omdat het zou betekenen dat ik in Nederland moest wonen, dicht bij de bibliotheek van Leiden en de archieven van Den Haag. Hier kun je zulk werk niet doen.

6 reacties

Opgeslagen onder Geschiedschrijving, Nederland

Dan zal Mozes zingen

Het systeem van de werkwoordstijden is niet in alle talen hetzelfde. Dat kent U uit het Engels. ‘He has worked for our company for three years’ betekent: ‘hij werkt sinds drie jaar/al drie jaar voor ons bedrijf,’ en niet ‘heeft gewerkt’. Hij werkt er namelijk nog steeds.

Een voorbeeld uit het Nieuwe Testament: In de lofzang van Maria zingt zij o.a.: esurientes implevit bonis et divites dimisit inanes. Ik zeg het nu maar in het Latijn, want het oorspronkelijke Grieks bekt niet lekker.1 In de oude bijbelvertaling is dat: ‘Hongerigen heeft hij met goederen vervuld, en rijken heeft hij ledig weggezonden.’ Dat is correct vertaald uit het Grieks.
In de nieuwe vertaling staat echter: ‘Wie honger heeft overlaadt hij met gaven, maar rijken stuurt hij weg met lege handen.’ Hoewel de oude vertaling recht deed aan het origineel is deze vertaling toch beter. Inhoudelijk klopt het: zoals bekend hebben hongerlijders nog steeds honger en rijken nog steeds poen. Maria bezingt de werkzaamheid van de rechtvaardige koning van de eindtijd, die nog geen feit is, maar waarnaar zij uitziet. Maar dat mag bij een vertaling natuurlijk geen overweging zijn: je moet vertalen wat er staat. De nieuwe vertaling doet echter recht aan het origineel achter het origineel. Het Evangelie zinspeelt op een vers uit de Hebreeuwse bijbel, en daar heet het in Psalm 107:9: ‘Wie dorst had, gaf hij te drinken, wie honger had, volop te eten.’ Daar gaat het over het verleden, dus daar is het perfectum op zijn plaats. Dit is lang niet de enige plaats waar de Hebreeuwse bijbel in de evangeliën doorschemert; die staan stampvol met citaten daaruit, uiteraard in de Griekse vertaling van de Septuaginta (3e eeuw voor Chr.), met alle fouten en misverstanden van dien, en ook verder tonen de Evangelisten zich vertrouwd met de taal van hun Griekse bijbel.

Bekend is bij voorbeeld het bijbelse ‘zie’, zoals het vroeger luidde: ‘En zie, ik ben met u al de dagen… ’ (Matteüs 28:20). In de nieuwe vertaling wordt het terecht weggelaten: ‘ik ben met jullie, alle dagen.’ Dat ‘zie’ was een vertaling van het Griekse idou, ἰδού, wat weer een slechte vertaling was van het Hebreeuwse hinnē, הנה, dat een soort versterker, nadruklegger is. Het vestigt de aandacht op het volgende woord of een hele zin of een nieuw onderwerp; maar je hoeft niet te ‘kijken’.
Ook ‘en’ is in de nieuwe vertaling weggewerkt. In het Hebreeuws beginnen heel veel zinnen met ‘en’. Bij ons niet, dus weg ermee.

In de Hebreeuwse bijbel bestaat ook zoiets als een profetisch perfectum. Dat drukt handelingen, gebeurtenissen of toestanden uit die de spreker als voltooid wenst weer te geven, ook al moeten ze nog plaatsvinden. Hij doet dat omdat hij er zeker van is, dat zij zullen intreden. Dit profetische perfectum komt vaak voor en staat bij voorbeeld in het bekende vers Jesaja 7:14: ‘De jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuël noemen’.2
– ‘is zwanger’: hārā, in het Hebreeuws perfectum, ‘is zwanger geworden’.
– ‘zal spoedig baren’: yōlèdèt, tegenwoordig deelwoord, dat vaak de nabije toekomst aanduidt.
– ‘[zal] noemen’: qārāt shemō, perfectum: ‘zij heeft hem genoemd’.
De vertalers hadden hier een makkie: ‘is zwanger’ klinkt niet zo erg naar verleden als ‘is zwanger geworden’. ‘Zal spoedig baren’ is gerechtvaardigd door het tegenwoordig deelwoord; ‘en noemen’ lift mee op het ‘zal’ van ‘zal baren’. Met twee perfecta in het Hebreeuws toch vertaald als toekomst; goed gelukt.

In het Matteüs 1:23-25 wordt dit vers vrijwel letterlijk geciteerd uit de Griekse vertaling van de bijbel: ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven.’ De Septuaginta-vertalers hadden het profetische perfectum al in toekomende tijd veranderd.3

Van de Hebreeuwse werkwoordstijden moet ik verder maar afblijven; ik weet er niet genoeg meer van. Want nu schiet me het lied van Mozes te binnen: het volk Israël was droogvoets door de Rode Zee getrokken en ‘toen zong Mozes […] dit lied ter ere van de Heer: […]’ (Exodus 15:1) En daar is het juist omgekeerd: daar staat een imperfectum: āz yashīr moshè … . Wat is dat nou weer?

Nog iets anders is, dat exegeten ervan kunnen maken van ze willen. Ik herinner mij een rabbijn, bij wie ik eens les genomen had. Die betrok die woorden op de toekomst: ‘Dan zal Mozes zingen …’. Met glanzende ogen stond hij voor het raam, alsof hij door de Churchillaan de Messias al aan zag komen.

Waarom wilde ik deze mij vreemd geworden stof bekijken en overdenken? Als vooroefening voor iets wat wél op mijn vakgebied ligt: het systeem van werkwoordstijden en -aspecten in de koran, dat nogal afwijkt van dat van het gewone Arabisch en dat ik nog steeds niet begrijp. De collega’s blijkbaar ook niet: de koranvertalingen rommelen maar zo’n beetje aan. Vaak staat in het Arabisch van de koran een perfectum waar toch kennelijk sprake is van heden of toekomst.

Heeft de koran ook een profetisch perfectum, vroeg ik mij ineens af, of misschien een poging daartoe? Nu zijn er drie mogelijkheden: 1. Ik heb een vruchtbaar idee, dat waard is het uit te werken. 2. Of het is een onzinidee, dat in de vuilnisbak hoort. 3. Of het is al lang en breed bestudeerd; dan moet ik de vakliteratuur opslaan. Dat heb ik vroeger nooit gedaan: het onderwerp had nooit zo mijn belangstelling. Indien 2. of 3. van toepassing is, spijt het me toch niet dat ik het gedacht heb. Beter zelf iets bedenken dan alles nakauwen.

NOTEN
1. Lukas 1:53: πεινῶντας ἐνέπλησεν ἀγαθῶν καὶ πλουτοῦντας ἐξαπέστειλεν κενούς.
2. Jesaja 7:14: הִנֵּה הָעַלְמָה הָרָה וְיֹלֶדֶת בֵּן וְקָרָאת שְׁמוֹ עִמָּנוּ אֵל. Ik zou ‘weldra’ zeggen i.p.v. ‘spoedig’; dat vind ik beter Nederlands. ‘Binnenkort’ kan ook.
3. De jonge vrouw is in het Grieks een maagd geworden. Septuaginta: ἰδοὺ ἡ παρθένος ἐν γαστρὶ ἕξει, καὶ τέξεται υἱόν, καὶ καλέσεις τὸ ὄνομα αὐτοῦ ᾿Εμμανουήλ. Matteüs 1:23-25: idem, maar καλέσουσιν i.p.v. καλέσεις. ‘men zal […] geven’: de afwijkende vertaling gaat terug op de eigenaardige vorm qārāt in het Hebreeuws; te verwachten was daar geweest qāreā. De Septuaginta heeft qārāt begrepen als qārātā, ‘jij hebt genoemd’ en als futurum vertaald: καλέσεις, ’jij zult noemen’. De evangelist wist daarmee kennelijk geen raad en heeft het veranderd in καλέσουσιν ‘zij zullen noemen; men zal noemen’.

4 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Bijbel, Koran

Sluiers in Egypte: lachen om het idee

Uit een toespraak van Gamāl ‘Abd al-Nāṣir, president van Egypte, ± 1960:

Nasser±1960

‘In 1953 wilden wij werkelijk samenwerken met de Moslim Broeders als het een echte, fatsoenlijke partij zou worden. Ik had een ontmoeting met het hoofd van de Moslim Broeders. Hij ging zitten en stelde eisen. Wat wilde hij? Het eerste wat hij verlangde was de invoering van de versluiering (ḥidjāb) van de vrouw in Egypte. En dat iedere vrouw die op straat loopt een sluier (ṭarḥa) draagt. (luid gelach van het publiek) Iedere vrouw op straat! (stem uit het publiek: “Laat hij er zelf een aantrekken!” Gelach en langdurig applaus.) Ik zei tegen hem: “Als we dit zouden invoeren zouden we terugkeren naar de tijd van al-Ḥākim bi-Amr Allāh [969–1021], die de mensen verbood overdag … en ’s avonds rond te lopen. (gelach) Naar mijn mening moet iedereen in zijn eigen huis in deze zijn eigen regels vastleggen.” Maar hij zei: “Nee, u als regeerder bent verantwoordelijk.” Ik zei tegen hem: “Mijnheer, u hebt een dochter die studeert aan de Medische Faculteit, en die draagt geen sluier. (luid gelach) Waarom laat u haar geen sluier dragen? Als u niet in staat bent één meisje een sluier te laten dragen, hoe wilt u dan dat ik er tien miljoen een sluier laat dragen?”’(gelach en applaus)

1 reactie

Opgeslagen onder Islam, Nabije Oosten

Dameskleding

tradmuslimkledingTradMoslimvrouwen

1 reactie

Opgeslagen onder Islam

Gewezen plekken

Dat was boffen, er reed net iemand weg, zodat ik vlak voor de ingang van het gebouw kon parkeren. Toen ik uit de auto stapte had ik uitzicht op mijn vroegere parkeerplaats: een fietsenrek (zie afb.). En zo gaat het de hele tijd in Marburg: steeds wordt ik geconfronteerd met plekken uit mijn fietsleven: fietsenrekken, fietsstroken, stoplichten voor fietsen. De fiets is nu helemaal uit mijn leven verdwenen; hopelijk niet voorgoed, maar tenminste voor de komende maanden.

Lopen heeft ook voordelen: je ziet dingen van veel dichterbij: narcissen en andere bloemen waarvan ik de naam niet ken, je ruikt ze ook.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Fietsen, Persoonlijk

Haat

Daar was laatst die man die negers haatte. Geen erg agressief type, tamelijk aardig, een jaar of vijfendertig; niks geen skinhead of zo. Licht gealcoholiseerd, zodat hij openhartig was. Ja, hij haatte negers en hij genoot als hij beelden zag van creperende of bijna verdrinkende negers. Dat is een beetje bizar: tegenwoordig haat men toch vooral moslims, en enkele achterlijke types doen het nog met joden. Op mijn vraag of hij slechte ervaringen had met zwarten antwoordde hij ontkennend. Dat zou ook niet eenvoudig geweest zijn; er zijn er maar weinig in deze buurt. Voor grotere aantallen moet je naar Frankfort. Welke eigenschappen van zwarten vond hij dan bijzonder aanstootgevend? Ook op die vraag bleef hij het antwoord schuldig. Meestal hebben racisten toch zo’n lijstje: ze stinken, het zijn seksuele maniakken enzovoort, maar dat ontbrak bij hem. Hij had alleen, hij zei het heel eerlijk, dat gevoel van wellust als hij ze haatte.

Hij leek me een beginnend hater, die het allemaal nog niet zo op een rijtje had. De media hier doen ook weinig om hem op gang te helpen; die kletsen vooral over moslims en dat ook maar mondjesmaat. Als de media al zover heen waren als in Nederland of de VS zou hij verder komen. En hij zou misschien een groep gevoelsgenoten behoeven, waarbinnen het haten gestimuleerd en verdiept werd. Er zijn natuurlijk wel zulke groepen: Neo-Nazi’s enzo, maar daar ga je als normale burger niet zomaar heen.

Een akelige mode, al dat gehaat. Waar komt het vandaan? Het christendom predikte altijd liefde. Je naaste als jezelf, und überhaupt. Daar kwam heel vaak niets van terecht, maar er zweefde tenminste een ideaal boven de samenleving waarop men zich kon oriënteren. Maar haat? Je hebt satanisme en rock-muziek die dweept met evil, maar hebben die zo’n geweldige invloed? Wat een flauwekul trouwens, dat satanisme: God afschaffen omdat die niet bestaat, en dan zou diens creatuur de Satan wel bestaan?

Ik ben waarschijnlijk zo naïef over dit onderwerp omdat ik zelf slecht kan haten. Ik heb ooit maar twee mensen gehaat en die zijn allebei niet door mijn toedoen gestorven. Mensen als Wilders, Baudet, Trump e.d. kunnen van mij alleen een portie verachting krijgen. Haat is een te dure emotie om aan dat soort lui te besteden. En het verband tussen haat en wellust in de onderbuik is me altijd volkomen vreemd geweest, terwijl het verband tussen liefde en onderbuik overduidelijk aanwezig is.

Vernietigingsdrang, dat komt er misschien bij kijken. Destroy, destroy, destroy! Er zijn wel heel veel mensen die graag iets kapot maken. Ik ben zelf eerder een bouwer, of eerder nog een restaurator. Nee, begrijpen doe ik het niet.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens

Hoog Marburg

Gisteren was ik op de zestigste verjaardag van een oud-collega. Zij woont in een van die prachtige huizen die tegen een berghelling zijn aangeplakt, zeer moeilijk bereikbaar. Ik wilde niet met de eigen auto: ik raak daar altijd de weg kwijt, vind het rijden eng en parkeren kun je er ook niet. Met een taxi leek me saai, dus ik nam de bus die er ergens in de buurt kwam. Van en naar de bus moest ik een flink stuk lopen, en dat was precies de bedoeling: mijn dagelijkse looptaak moest nog afgetippeld worden. Bus 10, een afgeknot klein busje dat naar het kasteel rijdt. Een grotere bus zou de scherpe bochten niet kunnen nemen. Dat was al bijna een avontuur: in een van die lange smalle straten kwam er een tegenligger aan, die op geruime afstand bleef stilstaan. Hij begreep niet wat er verder moest. De buschauffeur wenkte hem wat hij moest doen, maar hij zag het niet op die afstand, dus dat duurde. Hij moest namelijk even de oprit van een privé huis in rijden om plaats te maken voor de bus. Het is een lijndienst: als dat ieder uur zo gaat? Bij de halte aangekomen vond ik al spoedig de Sandweg. Maar die hield bij nummer 6 al op en ontaardde in een zandweg. Het zag er niet naar uit dat er nog huizen zouden komen, wat bevestigd werd door een dame met hond, die mij wel de goede weg wilde wijzen. Terug naar de bushalte, waar bleek dat de Sandweg ook nog om de hoek verder liep, en zo vond ik het juiste adres. Een prachtige ligging, maar de verkeerssituatie lijkt me voor het dagelijkse leven erg bezwaarlijk.

Het feestgezelschap viel in drie delen uiteen: E’s familie, vrienden en buren, en collega’s van het instituut. Bij de laatsten kon ik mij wel thuis voelen, dus ik heb niet geleden. E. is een barones, al loopt zij in de bijstand. De familie stamt namelijk uit Oost-Pruisen en bezat “niets” meer toen ze hier heen kwam, maar kon blijkbaar nog net dat kostbare huis laten bouwen. Die familie was dus ook allemaal adel: sommige dames zagen er heel voornaam uit, met van die zilvergrijze permanent waves. Ze hadden nostalgische gesprekken over de voormalige oostgebieden, en over de reisjes die ze daar naar toe hadden gemaakt, het huis zo-en-zo stond er nog, daar was nu een bibliotheek in; en over de huwelijken die ophanden waren, en dat X geparenteerd was met Y, die weer een nicht was van Z. Praat waar je niet tussen komt en ook niets mee te maken hebt, maar die door zijn zeldzaamheid toch aardig is om eens te horen.

Terug wel met een taxi, die meteen al moeite had met het keren daar (die had ik anders gehad), en toen dat ongelofelijke labyrint van smalle en toch nog volgeparkeerde straatjes en eenbaans klinkerwegen weer naar beneden. Pas daar had ik weer het idee van in de normale wereld te zijn; het is echt anders daarboven.

Dit non-avontuur heb ik zo uitvoerig verteld omdat het een soort belevenis voor me was. Ik leid verder een zo saai en beperkt leven, vandaar.

9 reacties

Opgeslagen onder Marburg, Persoonlijk

Al-Hakim: een gek op de troon?

Leeswerk Arabsich en islam: Al-Hākim: een gek op de troon?

Eindelijk weer eens een stukje voor het bloek geschreven dus. Of het wat is, kan ik pas later zien.

Het schrijven eraan viel me niet mee. Niet dat de stof zoveel problemen opleverde, maar sinds mijn terugkeer uit ziekenhuis en revalidatie voel ik mij vervreemd van mijn vroegere werk, en van mijn pen. Moet ik er niet eens mee ophouden? Indertijd had ik me voorgenomen het maar een paar jaar te doen, om af te kicken. Dit zou een moment zijn.

Maar ik wil niet ophouden omdat ik verzwakt uit een ziekenhuis teruggekomen ben. Eerst de oude kracht herwinnen, en dan van daaruit een besluit nemen over hoe het verder gaat.

De Duitse uitgever wil een heel boek met dat spul. Ik weet niet of ik daar wel zin in heb.

2 reacties

Opgeslagen onder Niks

Tweede taal

‘De tweede taal in Duitsland is het Engels,’ hoorde ik iemand beweren. Wie het was weet ik niet meer, in elk geval een gezaghebbende meneer in een van de media, niet iemand in een café op de hoek. De bewering is onjuist, en niet zo’n beetje ook.

In Duitsland wonen drie miljoen mensen die tot het Turkse volk behoren. Van hen spreekt een mij onbekend, maar beslist zeer groot aantal mensen Turks; pakweg 2.500.000 misschien?

De tweede taal in Duitsland is dus Turks. Er wordt vaak gezeurd over Turken die zich niet aanpassen, niet geïnteresserd zijn in democratie en rechtsstaat, op nare types stemmen en noem maar op. Maar hoe zou dat nou toch komen, als Duitsers hen al tientallen jaren niet eens zien staan? Zou er wel eens een Duitser Turks gaan leren, zomaar uit nieuwsgierigheid?

5 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Europa

Duidelijkheid over immigratie

tumblr_ooe0d9BRlr1rasnq9o1_540

Over het aantal vluchtelingen hullen de overheden zich graag in stilzwijgen of leugens. Over het aantal panda’s is er tenminste een verduidelijkend kaartje.

3 reacties

Opgeslagen onder Dieren, Nederland