Droom van Oriënt

Hoe ik ertoe gekomen ben, oriëntalist te worden, werd mij gisteren gevraagd. Ten grondslag aan zowel de oriëntalistiek als het oriëntalisme ligt misschien altijd de oosterse droom.
.
Mijn ouderlijk huis was op loopafstand van het Tropenmuseum in Amsterdam. Na de verplichte kerkgang op zondagochtend ging ik vaak ’s middags naar dat museum. Daar was vaak iets te doen: Indra Kamajoyo danste er bij voorbeeld, of er werden Javaanse sproken voorgedragen, over Kancil het guitige dwerghert, of iets uit de Mahabharata. Het mooiste was als een enkele keer het gamelanorkest speelde, eventueel met wayangspel. Toen ik wat ouder was zoog ik mij vol aan de oriëntalistische boekhandel die daar was.
.
Na verloop van tijd wist ik het: ik wilde naar Indonesië om iedere nacht de gamelan te horen spelen. Dat er ook brood op de plank moest hield me niet bezig. De beste manier om ernaar toe te werken leek me Indonesische Taal- en Letterkunde te gaan studeren. Dat zou in Leiden moeten gebeuren en ik wilde niet uit Amsterdam weg. Maar om Indonesisch te studeren moest je vroeger eerst Arabisch en Sanskriet gedaan hebben, en Arabisch kon in Amsterdam, dus als ik daar dan eens mee begon … . In dat Arabisch bleef ik hangen, hoewel het Midden-Oosten helemaal niet mijn droomwereld was. Maar bij Arabisch hoorde voor het kandidaatsexamen ook Hebreeuws; dat lag me wel, dus ik vond het goed zo. Later kwam ik toch in Leiden terecht, waar ik nog drie jaar Indonesisch en klassiek Maleis gestudeerd heb. Sanskriet was inmiddels geloof ik afgeschaft, Javaans was me toch te lastig en mijn hoofdvak werd Arabisch. Egypte, waar ik terecht kwam, was allesbehalve een oosterse droom, eerder een obsessie. Na Egypte heb ik nooit meer aan Nederland kunnen wennen en ik ging nog vaak ‘terug’.
.
Waarom dat gedroom? Het was heel eenvoudig: ik was niet gelukkig met mijn werkelijke omgeving en wilde dus weg. Van koloniale verlangens was helemaal geen sprake. Ik wist best dat we Indië niet meer ‘hadden’ en hoorde om mij heen genoeg praten over het onaangename heerschap Soekarno, dat daar nu de scepter zwaaide. Maar dat doorbrak de droom niet.
.
Dromen was niet het enige wat ik deed: ik ging ook gewoon naar school, luisterde naar Europese muziek en leidde een normaal leven. Maar die oosterse droom was sterk genoeg om een groot deel van mijn verder leven te bepalen, al was hij niet gericht genoeg om mij naar Indonesië te brengen.
.
Er waren ook Nederlanders die gerichter droomden en het gewoon deden. Bernard IJzerdraat (1926–1986) slaagde er gedurende de oorlog in met grote volharding zelf gamelaninstrumenten te bouwen, waarop hij met zijn groep Babar Layar o.a. in het Tropenmuseum uitvoeringen gaf. In 1956 vertrok hij naar Indonesië, waar hij onder de naam Suryabrata verder leefde als hoogleraar in de musicologie. De huidige hoogleraar Javaans in Leiden Ben Arps liet zich in Surakarta opleiden tot dalang (wayangpoppenspeler).
===============
Er bestaat of bestond in het Midden Oosten ook een droom van het Westen. De studenten in Egypte wisten het indertijd zeker: in Europa hoef je maar een bar binnen te lopen of je wordt aangeklampt door bereidwillige jonge vrouwen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Orient, Persoonlijk

Het Oog van Mosul 2

Het Oog was inmiddels hier. Hij hield een boeiende voordacht over de praktijken van ISIS in zijn stad stad Mosul en over wat daarna kwam. Uit het publiek kwamen vele zinnige vragen en de spreker ging daar uiterst competent op in, zodat we in anderhalf uur een hoop hebben bijgeleerd. De toekomst van Irak is niet bepaald zonnig. Maar dit is niet de plaats om het daarover te hebben.
.
Hij bleef nog tot en met vandaag; we hebben vrijwel een etmaal samen opgetrokken en veel gesproken over een onderwerp dat ons beide ter harte gaat: de oriëntalistiek/het oriëntalisme. Terwijl ik een oriëntalist ben, is hij iemand die oriëntalisten, dus mensen zoals ik, bestudeert: hij zat in Mosul in een vakgroepje daarvoor, dat binnenkort wel weer zal worden heropgericht. In vele Arabische omgevingen gebeurt dat op vijandige wijze, daar in Mosul niet. Hij zou willen dat ik naar Mosul kwam om over dat onderwerp te spreken; ik weet nog niet of ik dat aandurf. Hoe dan ook, mijn gedachten over het onderwerp hebben door onze gesprekken een geweldige stimulans gekregen. Hij is een echte intellectueel, en hoewel nog jong al zeer rijp; dat laatste natuurlijk door alle verschrikkingen die hij heeft meegemaakt.
.
Een steeds grotere inspiratie over dit onderwerp is verder de roman Boussole (Kompas) van Mathias Énard. Het broeit en borrelt momenteel allemaal een beetje door elkaar bij mij. Misschien komt er ooit wat uit. Nu eerst even afstand nemen en bijkomen van deze volle dag.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Marburg, Nabije Oosten, Orient

Geslachten en neigingen bij de oude moslims

De Boeginezen op Celebes kennen vijf geslachten, en de Navajo-Indianen eveneens: mannelijke mannen, vrouwelijke mannen, vrouwelijke vrouwen, mannelijke vrouwen; bij de Navajo de hermafrodiet die man én vrouw is en bij de Boeginezen de bissu, een soort heiligmens, die man noch vrouw is.
.
Lawrence Durrell schreef in Justine over Alexandrië: ‘There are more than five sexes, and only demotic Greek seems to distinguish between them.’ Dat laatste geloof ik niet, het Arabisch kan er ook wat van, maar inderdaad waren er vanouds in het Midden-Oosten heel wat meer geslachten dan in het saaie Westen, dat tot voor kort alleen mannetjes en vrouwtjes (er)kende en waar de recente ontdekking van andere mogelijkheden vooral getob lijkt te veroorzaken. De moslims deden er minder moeilijk over. Een operatie ter verandering van het geslacht was in Casablanca of Teheran eerder mogelijk dan hier.
.
De laatste tijd schieten ook bij ons de geslachten en genders als paddenstoelen uit de grond. Wij hebben tegenwoordig LGBTQ… en nog meer letters; van die laatste weet ik niet eens waar ze voor staan. Of het prettig is voor de betrokkenen om in zo’n hokje geduwd te worden? De Indonesische activiste Tiara Tiar Bahtiar heeft een boek geschreven met de titel Namaku bukan waria – panggil aku manusia, ‘Ik heet niet transgender, noem mij mens.’ Maar blijkbaar zijn er ook veel die erop staan zich zelf zo’n letter op te plakken. Zonder identiteit schijnt het niet te gaan.
.
Er zijn geslachten en genders, maar ook seksuele oriëntaties; bovendien is er nog de mogelijkheid van travestie. Al met al is er een groot aantal spelcombinaties mogelijk. Het verschil tussen geslacht en gender is me nog steeds niet duidelijk, maar dat geeft geloof ik niet, want in het vervolg wil ik eens kijken wat de oude Arabieren ervan dachten, en die onderscheidden ze ook niet.

Ik moet mij zeer beperken en kan het alleen maar aanstippen, want in de Arabische bronnen die ik mij kan voorstellen (poëzie, geschiedwerken) ben ik niet ver doorgedrongen; zij zijn onafzienbaar en dikwijls onontsloten. Eén ding lijkt me wel van te voren te kunnen worden gezegd: men deed vroeger niet aan identiteit. De westerse gedachte: als je iets bent ben je dat voor altijd, het is je ware wezen, je identiteit, bestond in die oude wereld niet. Wanneer er geen lichamelijke hindernissen waren konden de mensen die dat wensten best uit hun hokje om eens iets anders te proberen.

Er was vanouds de khunthā, de hermafrodiet, die de lichamelijke geslachtskenmerken van zowel een man als van een vrouw heeft.
Volgens de koran heeft God de mens echter geschapen als mannen en vrouwen. Hermafrodieten moeten dus een keuze maken: of zij zich als man beschouwen en hun penis ook voor penetratie kunnen gebruiken, of toch eerder als vrouw. Vandaar dus de toelaatbaarheid van die operaties, toen die eenmaal mogelijk werden.

De mukhannath is lichamelijk een man, maar geneigd tot vrouwelijk gedrag. In kroegen werd de wijn vaak ingeschonken door een verwijfd jongetje dat lispelde en met zijn kontje wiegelde om de gasten te behagen. Niet duidelijk is of hij dat uit een diepgevoelde neiging deed of alleen voor het geld; allebei zal wel zijn voorgekomen.
De mukhannath neemt enorm veel plaats in in de rechtsgeleerde werken, en niet als probleemcategorie, eerder gewoon als een derde geslacht.     @NIET AF!  Art. Rowson@

Over vrouwen van het type ‘butch’ heb ik nog niets gevonden.  Art. sihâq in EI?@

De ghulāmīya of radjulīya, een meisje dat zich kleedt en gedraagt als jongen of man, schijnt een idee geweest te zijn van de moeder van kalief al-Amīn (reg. 809–813). Toen al-Amin als jongeman weinig belangstelling voor het vrouwelijk geslacht bleek te hebben wilde zijn moeder die stimuleren door dergelijke meisjes aan het hof te introduceren: kort haar, tunieken, strakke riem.
Wat voor meisjes waren dat? De moeder van de kalief kon natuurlijk slavinnen bevelen zich als jongen te gedragen, zelfs als dezen van huis uit niet daartoe geneigd waren. Maar zij zal bij de selectie wel een beetje opgelet hebben welke meisjes de rol met overtuiging konden spelen. Veel succes had ze overigens niet met haar pogingen. Toen al-Amīn eenmaal kalief was dichtte een anonieme spotdichter over hem en zijn minister Faḍl:

  • Het is een wonder: de kalief
    is als een pederast actief,
    de ander komt aan zijn gerief
    (wat ons nog meer verrast) passief! (vert. Geert Jan van Gelder)

Vrijwel onmiddellijk werden de ghulāmiyāt ook elders populair, bij voorbeeld als schenk(st)ers in kroegen. (Metz 336f, Zayyāt 186) De dichter Abū Nuwās ontving zijn wijn graag ‘uit de hand van eentje met een gleuf, gekleed als iemand met een pik.’ (Wagner 178) Hij beschrijft de meisjes ook, bijv. zo: Hier heb je mensen vrouwelijk in gedrag, maar in mannenkleding | met blote handen en voeten, zonder sieraad aan de oren en om de hals | zo slank als teugels, zwaardscheden en gordels |maar ze hebben volle achterwerken in hun tunieken, en dolken aan hun taille, | hun lokken zijn gekromd als schorpioenen, en hun snorren zijn van parfum.’ (Wagner 177)

Over dit alles moet nog meer komen. Een leuk zomerklusje, maar eerst wordt het vakantie. Ik ga deze bladzijden gebruiken als knutselhoekje; als ik wat bij elkaar heb wordt de hele boel naar het Leeswerk Arabisch en islam overgebracht.

1 reactie

Opgeslagen onder Niks

Aardbeireclame

Er zijn volop aardbeien, die onder andere aan de man worden gebracht in kleine houten huisjes die overal staan opgesteld, en waar ook asperges worden verkocht. Naar zulke huisjes wordt verwezen met reclameborden waarop bij voorbeeld staat ‘Deutsche Erdbeeren’.
Inderdaad, Duitse aardbeien moet je hebben; het zou gekkenwerk zijn die snel bederfelijke vruchten uit een ver land te halen. Menigeen zal de niet-Duitse aardbeien uit maart en april nog in herinnering hebben: rare bleke dingen van een Canarisch eiland, of de mooie rode, maar keiharde vruchten van het Spaanse vasteland, die met hun kontjes omhoog als bonbons op een rij in een houten kistje lagen. Nee, die kochten we niet, we willen Duitse aardbeien, allicht. Hoewel…, in de grensstreken zouden het misschien Nederlandse, Belgische of Franse aardbeien mogen zijn? Hoe daar de reclame is weet ik niet.
Ik stel me soms voor hoe Adolf Hitler in een van zijn toespraken DEUTSCHE Erdbeeren … in de microfoon zou brullen, en dan schiet ik meteen in de lach. Je moet het niet te serieus nemen en niet zeuren. Wilden we in Nederland niet Hollandse garnalen, of zelfs Stellendamse garnalen, in tegenstelling tot de flauwe exoten uit Thailand of het poolijs?
.
Maar enigszins geprikkeld was ik toch weer door de reclame ‘Erdbeeren aus der Heimat’. Aardbeien van hier, ja die willen we: vanochtend geplukt door onzichtbare buitenlanders, en geen vermoeiende reis in een vrachtwagen of goederenwagon achter de rug.
In het restaurantwezen heet dat aus der Region, ‘uit de streek’. Het voedsel mag daarbij best een migratie-achtergrond hebben, bij voorbeeld Filet vom Charolais-Rind aus der Region. Maar die Heimat, voor mij klinkt dat niet lekker. Bovendien blijken die aardbeien uit Zwingenberg te komen, honderdveertig kilometer van hier. Is dat nog Heimat? Bedoeld is toch gewoon Duitsland?

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland

Dubbelmoord

Vannacht heb ik twee mij onbekende mannen doodgeschoten, zomaar tussendoor, zonder voorbedachten rade. Ik had een drukke dag en ze liepen nogal in de weg, vandaar. Collega G. was er getuige van; hij knikte instemmend.
.
Pas bij het terugzien op de dag (nog steeds half in den droom) viel het me op dat dit incident mij zo weinig deed. Moet je van zoiets niet ontredderd raken? Het enige wat me stoorde was het idee dat G. toch tegen me zou kunnen getuigen.
.
In het echt heb ik nog nooit iemand gedood en dat moet maar zo blijven. Ik zou er namelijk wél door van slag raken; het zou zelfs de rest van mijn leven bepalen.

1 reactie

Opgeslagen onder Dromen

Ahad, een nog onbekende god

Leeswerk Arabisch en islam: Ahad, een nog onbekende god

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Niks

Bladblazen losgezongen

Als U bewoner van een groene buitenwijk bent kent U het: net zit je lekker in je tuin of op je balkon zit of daar begint even verderop een grasmaaimachine, cirkelzaag, bladblazer of ander akoestisch ongerief. Al die martelinstrumenten zijn wel seizoensgebonden: in de winter hoor je ze zelden, maar dan zit je ook niet buiten.
Vandaag werd ik geteisterd door een bladblazer, die op de trottoirs en in de goten bezig was, of was het een stofzuiger? Een particulier, niet iemand van de gemeente. Maar de blaadjes zitten allemaal nog aan de bomen, en geef ze eens ongelijk. Wat blies of zoog die man dan? Is Duitsland soms nog niet proper genoeg? Ik ben het maar niet gaan vragen; gauw naar binnen tot hij weer weg is.

1 reactie

Opgeslagen onder Duitsland, Marburg

Wolkloos fietsen

Natuurlijk ga ik door met fietstochten maken in dit heerlijk zonnige zomerweer. Het moet nú; vermoedelijk moeten we in juli en augustus binnenblijven, als het 35 graden wordt. Er ligt nog een tochtje van vorige week te wachten om geblogd te worden; de foto’s moeten nog bewerkt worden. Vandaag heb ik geen foto’s gemaakt en kan de tekst gauw klaar zijn.
Mijn oordeel over Schönstadt moet ik herzien: als je de Alte Postweg naar het oosten neemt, ja dezelfde postweg die ook langs het vliegveldje loopt, dan is Schönstadt wél schön: een heel stuk lintbebouwing van mooie oude huizen en boerderijen.
Een paar kilometer verder komt een van de allermooiste buurtschappen van deze streek: Schwarzenborn. 120 inwoners. Royale herenboerderijen uit vroeger eeuwen met enige hochherrschaftliche neigingen in de vormgeving. Vroeger imiteerden de lagere standen de hogere, in plaats van omgekeerd.
Verder langs het Junkerpfad, het landschap werd steeds prachtiger, al moest tenslotte de gevaarlijke B3 overgestoken worden. Daarna kwam Siedlung, te weten Bracht Siedlung, ver buiten het dorpje Bracht gelegen. Daar bouwden in 1949 de vluchtelingen uit het oosten des rijks hun optrekjes, later kwamen er aanbouwen en nog later flinke nieuwe huizen. Sudetenstraße, U begrijpt het wel. Vervolgens Schwabendorf, dat zich zelf aanprijst als Hugenoten- en Waldenzerdorp. Hier dus overal mensen met migratie-achtergrond. Zou dat nu nog kunnen? Helaas is het zo: hoe idyllischer het dorp en hoe meer papavers en korenbloemen op de akkers, des te meer Nazi’s ook. Gezond eten heeft blijkbaar iets met bloed en bodem te maken.
Rauschenberg liet mij schrikken. Ik kende het wel van vroeger maar zag het nu duidelijker: een schitterend historisch stadje, een gaaf stadsbeeld, bijna zonder twintigste-eeuwse misbaksels in de binnenstad, maar zo volledig kapot: het kan ieder ogenblik instorten. Leegstand alom; veel mensen zijn weggetrokken. Vroeger zou een landheer misschien een groep migranten uitgenodigd hebben er weer wat van te maken, maar zo gaat dat tegenwoordig niet meer.

En waarom heb ik van al dat moois geen foto’s gemaakt? Dat ligt aan die rotwolk. Mijn telefoon deelde mij mee dat mijn iCloud bijna vol was. Ze boden tegelijk aan er voor één gulden in de maand een heel veel grotere wolk bij te huren, maar hoor es: ik ben malle Eppie niet! Die wolk gaat er dus uit. Ik wilde hem meteen wissen, maar ziedaar: ik kan hem wel wissen, maar hij zal pas na een maand echt verwijderd worden. En daartoe moet ik de hele inhoud op een ander apparaat overbrengen. Moet, ja moet! Ik heb dus niet eens de vrijheid mijn eigen kolerewolk te wissen. Bij de CIA hebben ze zeker een achterstand bij het bekijken van mijn kiekjes, of zou het Poetin zijn?

Dan de camera uit de Bronstijd maar weer tevoorschijn gehaald, uit 2011 om precies te zijn. Maar dat leverde ook niets op: de accu was leeg en ik was vergeten hoe ik die op moest laden. Ik heb dus de gebruiksaanwijzing van mijn Universalladegerät nodig en die kan ik niet vinden. Dat wordt een project van langere termijn, dat begrijpt U. Ach, kon ik maar etsen, of tenminste tekenen!

For the record: Cölbe – Reddehausen – Schönstadt – Schwarzenborn – Bracht Siedlung – Rauschenberg – Sindersfeld – Anzefahr – Cölbe – Huis  47 km.

2 reacties

Opgeslagen onder Computer, Fietsen, Marburg

Godsbewijs: de Schepper voorkomt inflatie

Leeswerk Arabisch en islam: Godsbewijs: de Schepper voorkomt inflatie
.
Daar leest U o.a. over een gevolg van de islamisering waarover je moderne islamkletsers nooit hoort. Toen de islam in West-Afrika verscheen, verdween namelijk de goudplant. Ja, daar groeiden goudklompjes aan planten, ‘als peentjes; bij zonsopgang werden ze geplukt.’
Middeleeuwse onzin, zegt U? Het is echt niet gekker dan wat er tegenwoordig in de sociale media verbreid wordt.

1 reactie

Opgeslagen onder Economie/Wirtschaft, Godsdienst, Niks

Computers als taalveranderaars

Iedere wat oudere geletterde Nederlander kent de buigings-e, al kent hij misschien de term niet. Je zegt en schrijft ‘een mooi huis’, maar ‘mooihuizen,’ ‘het mooihuis,’ ‘de mooihuizen’. Welnu, die in ‘mooie’, dat is de buigings-e. Als oude Nederlander kan ik daar geen fouten mee maken; hij zit ingebakken in mijn moedertaal. Misschien dat jongere mensen, die aan slecht onderwijs hebben blootgestaan, er wel fouten mee maken. Ook niet-moedertaalsprekers laten hem vaak weg.
.
Misschien gaat de buigings-verdwijnen, zoals ook de laatste rest van het woordgeslacht, het verschil tussen de- en het-woorden, aan het verdwijnen is. Ik heb er vrede mee: talen ontwikkelen zich nu eenmaal, en oude mensen mogen onder elkaar nog lekker hun gang gaan. Voor hen is het prettig dat ze, bij al hun stijfheid, tenminste nog iets kunnen buigen.
.
Waar ik echter geen vrede mee heb is dat de automatische spellingscorrectie in vele computerprogramma’s die e vaak weglaat. Toen ik voor het eerst merkte dat er in een tekst van mij een buigings-ontbrak dacht ik aan een typefout. Maar toen het vaak voorkwam begreep ik het: het is die schaamteloze corrector die alle buigings-e’s domweg schrapt; zelfs in déze tekst. In een behoorlijke tekstverwerker kun je die automatische spellingscorrectie uitschakelen, maar er zijn ettelijke programma’s, WordPress bij voorbeeld, waarin dat niet mogelijk is. En die betrap ik op het bliksemsnel weghalen van buigings-e’s die ik wel degelijk getypt had. Waar bemoeien ze zich mee? Zo zal die buigings-waarschijnlijk versneld uit het Nederlands gaan verdwijnen, zodat er weer een stukje duidelijkheid brengende redundantie naar de knoppen is.
.
Sprekers van allerlei pluimage mogen mijn taal veranderen, maar ik wil niet dat één of ander stompzinnig computerprogramma mijn taal verandert! Het terugcorrigeren van de op niets berustende vermoedens van die ellendedingen kost toch al zo veel tijd.

=====

De spelling van het Frans is al eeuwenlang prettig hetzelfde, zodat je weet waar je aan toe bent, maar zij verandert nu door de smartphone. Bij andere talen is dat ook het geval, omdat er afkortingen en hip of revolutionair bedoelde alternatieve spellingen worden gebruikt. Maar in het Frans komt er nog iets bij: de accenten (bijv. é, è of ê) zijn op een smartphone heel lastig te typen, dus die worden voortaan maar weggelaten. Het lijkt de zestiende eeuw wel! Het hele systeem van de gebruikelijke Franse spelling wordt ondermijnd door zo’n apparaatje. Défenestrez-le!

1 reactie

Opgeslagen onder Nederland, Taal