Sluipwegen der wetenschap

Het zag er niet goed uit toen ik een artikel uit het Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis wilde raadplegen. Want als zoveel eerbiedwaardige wetenschappelijke tijdschriften is ook dit opgekocht door een grote uitgeverij, die er heel veel geld aan wil verdienen. Dat heeft tot gevolg dat ik het niet via de UB Marburg kan raadplegen, want daar is het alleen toegankelijk voor mensen die tot de universiteit behoren (Emigrant berichtte) en niet voor mensen die daar ooit toe behoord hebben.

Maar in vele gevallen is er uitkomst. Dikwijls heeft de auteur, die natuurlijk graag gelezen wil worden, zijn artikel of boek zelf ergens online geplaatst, wat misschien illegaal is. Of een website van belanghebbenden heeft dat gedaan. Bovenbedoeld artikel vond ik op een Pakistaanse webpagina; vaak zijn het Iraanse. Dat is begrijpelijk, want Iran is door allerlei sancties afgesneden van de rest van de wereld, dus heeft zelf heel vlijtig gewerkt aan het publiceren van illegale kopieën. Iran heeft natuurlijk lak aan copyright, en Pakistan blijkbaar ook. Zo is het vaak toch nog mogelijk een artikel in enkele seconden op je scherm te krijgen, maar het lukt niet altijd.

Een andere mogelijkheid is een vriend of collega uit de buurt, die wél toegang heeft tot de online vleespotten van de bibliotheken, te vragen een artikel voor jou te downloaden. Maar dat doe je één, misschien twee keer, want het is een karweitje, en je wilt iemand daarmee niet belasten. Er zijn echter ook collega’s wereldwijd die zich hebben verenigd in bepaalde vakfora, op Facebook bij voorbeeld, en daar kun je dan verzoekjes plaatsen als: ‘Heeft misschien iemand een pdf. van …?’. Vaak werkt dat binnen een dag.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Media Medien, Universiteit

Af laten glijden, nogmaals

Gisteren is er iets belangrijks gebeurd, dat wil zeggen: van geen enkel belang voor de wereldgeschiedenis, maar wel in mijn kleine leventje. Ik heb namelijk drie Schubert-liederen gezongen met een professionele pianiste, ter voorbereiding van twee uitvoeringen met een bescheiden publiek, in december of januari. Zoiets had ik nog niet gedaan. Je kunt die liederen wel instuderen met opgenomen pianopartijen in het internet, maar dat is lang niet hetzelfde; dan is er geen samenzijn, geen op elkaar inspelen. Het ging meteen al aardig goed, al is er nog het nodige werk aan te verrichten. Heerlijk om te doen, en met goed vooruitzicht op welslagen binnenkort.

Een mijlpaal dus, iets belangrijks voor mijn doen. En daarna gebeurde er wat er daarna altijd gebeurt: ik heb het volkomen gewist. Dat gebeurt zowel bij belangrijke als bij minder belangrijke zaken. Het is dan alsof het niet heeft plaatsgehad. Ik heb dat al een tijdje, heb er ook eerder over geschreven (hier en hier) en ik vind het vreemd. Ik wil dat zo niet, zeker niet bij die ervaring met het zingen, die immers echt mooi was. 

Nu heb ik doelbewust  geprobeerd het samenzijn terug te halen. Dat loopt dan via het geheugen; ik zou even niet weten met welk ander lichaamsdeel je zoiets kon doen. Het gaat detailsgewijs: bepaalde momenten, bepaalde maten, hoe die geklonken hebben, wat V. toen zei, wat er nog aan verbeterd kan worden. Dat is dus tamelijk rationeel; van een herbeleving was geen sprake. Alle Lust will Ewigkeit? Nee hoor, bij mij niet; het ene moment was wel genoeg.

Ik vermoed dat het zo zit: de gebeurtenissen direct zoals ze plaats vinden zijn belastend, verstorend, die halen me uit mijn evenwicht. En omdat ik ouder word, wordt mijn incasseringsvermogen kleiner en  laat ik dus meer afglijden. Aan de hand van negatieve gebeurtenissen is dat af laten glijden goed te begrijpen: als je bij voorbeeld een teen stoot doet dat even heftig pijn, maar dat schikt niet, dat wil je niet, dus je negeert het. De zwelling die daarbij optreedt en soms nog dagen aanhoudt verstop je in een sok: je hebt je teen niet gestoten. Als de pijn niet heel erg is lukt dat best. Op grotere schaal geldt dat natuurlijk ook voor de knie- en beenpijn die ik steeds vaker heb: wegdenken die hap, dan kan ik mijn goede humeur bewaren. Omdat mijn kindheid voornamelijk uit onaangename en pijnlijke zaken bestond heb ik me blijkbaar al vroeg aangewend alles eerst maar eens te negeren, weg te schuiven. 

Mijn vermoeden is nu, dat deze habitus van afschuiven is overgesprongen op het neutrale of mooie dat ik meemaak. Een vriendin heeft eens tegen me gezegd; met jou is het net of er nog niets geweest is, we moeten telkens weer bij nul beginnen. Ja, dat kan wel kloppen. En als ik een voortzetting wil, in een relatie, of zoals nu bij die muziek, of als ik het gewoon zonde vind om iets weg te gooien, haal ik een gebeuren weer boven water, mondjesmaat, in mijn tempo, zodat ik er niet door overweldigd word. Overigens belet deze houding me niet van het ogenblik te genieten of het te doorvoelen; het is pas onmiddellijk daarná dat alles gewist wordt.
Zó, ongeveer? Helemaal begrijp ik nog steeds niet hoe het zit.

Voor het archief links naar professionele uitvoeringen van de liederen: Schubert, Schäfers Klagelied, Das Fischermädchen, Am Meer (prachtig, met Werner Güra!), of hier.

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk

Aspiraties

‘Je Duits is wel beter geworden, maar het kan nóg beter,’ zei mijn zangleraar. Hij doelde natuurlijk op mijn gezongen Duits, dat niet hetzelfde is en niet zo gedachteloos geproduceerd wordt als gesproken Duits. Eén punt van kritiek was het ontbreken van aspiratie bij de k en de t, dat wil zeggen het aanblazen van de klank. Niet tal, maar THal, niet König maar KHönig moet je zingen.
Maar zeggen ook. Ineens bedacht ik met schrik dat ik in gesproken Duits ook niet aspireer, of niet altijd, of niet genoeg, wat misschien goed is voor de helft van mijn buitenlandse accent. Ik moet eraan werken. Vaak is het zo met vreemde talen: als je zelf denkt dat je overdrijft is het precies goed. Zo is het tenminste met Frans.

In de jaren zeventig onderwees ik Arabisch met behulp van een Oostduits cursusboek. Daar zat een geluidsband bij ter ondersteuning, waar ik altijd een beetje om moest lachen. De Arabier die de band had ingesproken aspireerde de k en de t nogal zwaar, terwijl in het Arabisch helemaal niet geaspireerd wordt. Ik kan me voorstellen hoe dat ging in de DDR: een arrogante Duitser deed voor hoe hij moest spreken, en de geïntimideerde Arabier deed het hem braaf na, met een Duits accent.

De moraal? Aspireer in de talen waarin dat moet, en niet in de andere. In het Nederlands de boel lekker vlak houden. Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Taal, Zingen

Mini-herinnering: yufta‘alu

In Egypte werd mijn hulp eens ingeroepen door een jonge christen. Bij zijn lectuur van de bijbel was hij op een werkwoordsvorm gestoten die hij niet thuis kon brengen. Het eigenljke werkwoord herinner ik me niet meer, maar ik weet nog wel dat het een passieve vorm van de achtste stam betrof: yufta‘alu. Die leren ze blijkbaar niet meer op school, dus had deze Arabische moedertaalspreker de hulp nodig van een oriëntalist: een absurde situatie. In het Westen leren ze immers ook werkwoordsvormen die vrijwel alleen in theorie voorkomen.

Wat hij eigenlijk nodig had gehad was natuurlijk een betere bijbelvertaling. Want wat deed die malle werkwoordsvorm in de bijbel? Die zal zijn neergepend door de bijbelvertaler Cornelius van Dyck, iemand van de American Bible Society, wiens product dateert van 1865. Ook een westerling dus, een zendeling; je moet het maar durven! Er zijn tegenwoordig betere vertalingen, maar toen mij die vraag werd gesteld nog niet; die verschenen pas omstreeks 1990.

En dan is er nog het verschijnsel dat bijbelvertalingen na verloop van tijd een zekere heiligheid verkrijgen; het is bekend van onze Statenvertaling. Men zou nu een nieuwe vertaling kunnen gebruiken en ‘de van Dyck’ in de prullenbak gooien, maar nee, deze vertaling, die door de Koptische Kerk wordt erkend, verschijnt nog steeds, nu met maar liefst drieduizend verklarende aantekeningen die de bizarrerieën van Van Dyck moeten verduidelijken. Wat zonde om daar moeite aan te besteden.

De bijbel is een collectie oude geschriften, die alleen al daarom moeilijk leesbaar zijn, maar ze worden nog eens zo moeilijk als de vertaling niet deugt. Arabisch is dan nog een van de grote talen van de wereld; hoe zal het zijn met de vertalingen in de talloze kleinere taalgebieden? Daar zitten ook heel wat werkstukken van zendelingen bij.

4 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Bijbel, Christen Christelijk Christendom

Mini-herinnering: Brexiteer

Vroeger had ik een Engelse vriend, die onderzoeksjournalist was bij de BBC. Hij had gestudeerd aan de London School of Economics, iets met economie en sociale wetenschap. Niet dom dus. Wij hadden een mooie vriendschap en hebben ook samen een paar reizen gemaakt: naar Egypte, naar IJsland. Hij werd echter een overtuigd, zelfs fervent aanhanger van de Brexit, en daaraan is de vriendschap kapot gegaan. Geen slaande ruzie, maar na een aantal verhitte discussies hebben we elkaar niet meer opgezocht, en dat was dat. Het verliep.

Ik moet er ineens aan denken hoe hij mij hier in Marburg heeft bezocht en hoe we toen wat uitstapjes in de omgeving hebben gemaakt, in 2013 geloof ik. Dat was leuk, maar ook een beetje raar. Hij stelde zich namelijk op alsof hij in een exotisch en zelfs wat onveilig land was. Marburg! En dat terwijl hij volop lichamelijk zelfvertrouwen uitstraalde, en bovendien maanden in India en Washington had gezeten voor zijn werk. Die vreemdheid die hij hier voelde, die vond ik vreemd. Ik heb mij in Engeland nooit vreemd of onveilig gevoeld, en elders in Europa ook niet. Maar voor hem leefde het idee Europa blijkbaar niet; vandaar die Brexit. On the run for the Hun, of zoiets. Zou hij nog steeds…?

3 reacties

Opgeslagen onder Europa, Politiek

Amsterveen

Zaterdag om vier uur een fijne bijeenkomst in Amsterdam-Buitenveldert. Ik was graag met de trein gegaan, maar je kunt er niet meer op rekenen dat je dan op tijd aanwezig bent. De tijd dat die rit vijfeenhalf uur duurde ligt allang achter ons; zeven uur is tegenwoordig het minste. Volgens het spoorboekje dan; de werkelijkheid ziet er nog anders uit. Met tegenzin in de auto dus. Het viel wel mee; autorijden vind ik tegenwoordig minder belastend dan nog enkele jaren geleden. Een hotel betrokken in Amstelveen; Amsterdam is onbetaalbaar geworden. Vandaar te voet naar het adres in Buitenveldert. Dat vond ik nogal schokkend. Amstelveen heeft mooie, bewoonbare lanen, maar deze route voerde me door een hele wijk van die waardeloze, gehorige flats uit de jaren zeventig, die uit glas en dunne betonplaten bestaan. Zulke gebouwen moet ik vroeger vaak gezien hebben, maar ik was ze vergeten en ik vroeg me af hoe mensen zoiets konden bouwen, en erin wonen? Een sterk gevoel van vervreemding, en van plaatsvervangende schaamte ook. De bijeenkomst was mooi, maar daar ga ik het hier niet over hebben. Melding wil ik alleen maken van het heerlijke Indische eten; dat mis ik in Duitsland. ’s Avonds op de terugweg was er een enorme herrie aan de gang. Naar verluidde was het een festival in het Olympisch Stadion. Ook toen ik al ruimschoots in Amstelveen was kon je dat nog keihard horen denderen. Zo worden er enkele tienduizenden of misschien zelfs honderdduizenden mensen gedwongen om mee te luisteren; akelig. Is het een wonder dat de Nederlanders een beetje raar geworden zijn?

Zondag had ik een middagafspraak met twee prettige mensen in een Vlaams café-restaurant in de Amsterdamse binnenstad. Ik had me voorgenomen daarvóór nog wat door de stad te banjeren, maar omdat het de hele tijd stortregende ging dat niet door. Lang ontbeten, en op mijn gemakje met de bus en de nieuwe metrolijn naar de stad. De Zuidas, waar al dat Russische geld gewassen wordt, had ik nog nooit goed bekeken, en het vroeger zo vertrouwde Station Zuid was bijna niet meer te herkennen. Die geldtorens zijn nogal griezelig, maar in één gebouwencomplex had ik wel schik, in plaats van het te beschrijven plaats ik liever een foto. Dat zijn kennelijk woongebouwen; de huur zal zeker € 3000 per maand bedragen. Niet dat ik er zou willen wonen: herrie, benzinedamp, fijnstof en te zeer afhankelijk van high-tech, die onherroepelijk een keer kapot gaat. Ik heb in Cairo al te veel trappen beklommen omdat de lift het niet meer deed.
De nieuwe metrolijn kende ik ook nog niet; die is royaal aangelegd en niet zo sinister als de oudere lijnen waren. Wat zijn de mensen jong geworden, en wat zijn er ondanks de regen veel op de been!

.

In de stad heb ik, vóór mijn afspraak, maar twee dingen gedaan. Koffie gedronken op het Spui, buiten, onder een heel groot regenscherm. Binnen wilde ik nergens zitten, want men zit erg dicht op elkaar in Amsterdam: het is vanouds een krappe stad. Vroeger moet ik dat normaal hebben gevonden; nu leek me dat onprettig, en niet alleen wegens corona, dus de buitengelegenheid kwam goed van pas. Daar zat ik dan drie kwartier; ik geloof dat die tent vroeger de Sherrycan heette. Toen heb ik er nooit gezeten; ik heb ook geen bijzondere band met die plek. Toch kwam daar de draaimolen van herinneringen op gang. Ik zag veel huizen en gebouwen waar ik in de loop der eeuwen in was geweest en herinnerde me wat ik daar had gedaan, en met wie. Heel dierbaar allemaal, maar ook overweldigend. Het werd een warreling van herinneringen, een beetje al te veel.

Intussen liep het tegen de middag en werd het steeds duidelijker hoe vergeven Amsterdam is van de toeristen. Het is inderdaad het Venetië van het Noorden; niet meer prettig. Om weer tot rust te komen nog een tijdje stukgeslagen in de vernieuwde Athenaeum-boekhandel, die tot mijn verbazing ook op zondag geopend was. Een uitstekende boekhandel met Nederlands, Engels en Frans, zoiets zie ik anders nooit en het rondkijken was een genot.
Op de terugweg nog even over de Dam gelopen. Daar ook al een enorme herrie van versterkte rotmuziek; gauw weg maar weer. Na de copieuze lunch hoefde ik ’s avonds niet meer veel te eten; een broodje malse haring meegenomen voor in het hotel.

Op maandag voor de middag nog een goede vriend bezocht in Utrecht. Dat is iemand bij wie ik altijd goed tot rust kom. Nog meer rust, ondanks het autorijden, bood onverwacht de Raststätte Aggertal. Daar ben ik niet naar binnen gegaan, maar tijdens het strekken van de benen kwam ik in een prachtig landschap terecht, dat dadelijk achter de Autobahn al begon. Nog twee uurtjes rijden, toen was ik weer thuis.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Auto, Nederland, Persoonlijk

Lelijke nieuwe woorden

Er zijn steeds meer nieuwe woorden waarvan ik de betekenis niet weet, of niet goed weet, of die gewoon lelijk zijn. Van sommige heb ik nagevraagd wat ze betekenen, en het is me ook uitgelegd, maar dan ben ik het weer vergeten. Dat betekent dat ik het eigenlijk helemaal niet wil weten. Gelukkig ben ik al oud, dus ik kan me die houding veroorloven. Het zijn vooral woorden uit de social media of uit de media überhaupt: plekken waar een fatsoenlijk mens zich beter niet kan ophouden. Er zijn zoveel prachtige prozateksten en gedichten, waarom zou je je zelf die ellende aandoen?

Een lijstje, natuurlijk voor uitbreiding vatbaar:
– boomer
– gender, gender fluid, gender reveal party
– godwin
– hondenfluitje
– incel
– LHBTQIA+. Ik begrijp niet alle letters. En het is onwaardig, over de menselijk seksualiteit in zulke letters te spreken.
– narratief. Zou dit hetzelfde zijn als wat twintig jaar geleden discours heette? Te mijden.
– non-binair
– slaaf: tot — gemaakte. Leenvertaling van het Engelse ‘enslaved’, vaak verkeerd gebruikt.
– stropop
– verbinden, verbinding. ‘Verbinding zoeken’. Als het gaat over een wond verbinden is het een goed woord. Telefoonverbindingen, verbindingen in de chemie, of een verbinding met autobussen zijn ook in orde. Maar uit de mond van politici of PR-afdelingen zijn beide woorden niet om aan te horen.
– uitdaging, meestal in combinatie met ‘nieuwe’. ‘Zoek jij een nieuwe uitdaging? Word onze collega!’
– woke, wokisme
– whataboutism
– wit, in de zin van blank. Leenvertaling van het Engelse ‘white’.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nederland, Taal

Soezen 3

De nacht verliep volgens het patroon dat normaal is geworden: vijf uur slapen, twee uur soezen in bed (Emigrant berichtte: Soezen 1 en Soezen 2). Maar ditmaal duurde het soezen gevoeld wel érg lang. Af en toe onderbrak ik om op de wekker te kijken, en de minuten bleken zeer langzaam vooruit te kruipen. Het was niet heel aangenaam zo, maar het moest blijkbaar gebeuren. Want er was veel te verwerken, en het is nodig om dat inderdaad te doen. Anders gaat het malen in mijn hoofd, en dat is ongezond. Ik merkte gisteren dat ik slordig auto reed. Nog net geen fouten gemaakt, maar slordig! In het verkeer kun je dat niet hebben, en in de omgang met mensen ook niet. Helderheid moet er komen.

Er zijn positieve ontwikkelingen. Eindelijk een pianiste gevonden die me gaat begeleiden bij het zingen van liederen. We beginnen volgende  week met Schubert: Schäfers Klagelied, Das Fischermädchen en Am Meer. Dat laatste vereist een grote ademdiscipline. Het werk aan het onderzoeksproject schiet na een periode van stagnatie nu weer lekker op. Als het zo door gaat is het over twee jaar af en kan ik dan definitief in een Seniorenresidenz verdwijnen.
En meer incidenteel: het afgelopen weekend in Amstelveen en Amsterdam, met een reeks van mooie ontmoetingen.

Er is ook een negatieve ontwikkeling: de lichamelijke toestand, het been. Het is niet alleen die knie, het heeft te maken met zenuwbanen in de onderrug, geprikkelde wortels, weet ik veel, en het wordt hinderlijker en erger. Dit is echter nog geen onderwerp van soezen geweest. Alles waar geen benen bij nodig zijn gaat goed.

Veel, te veel? Al die bezigheden die zo goed gaan malen door mijn hoofd, en het bezoek aan Amsterdam komt daar nog bij. Ik voel geen stress, ik heb volop tijd om alles rustig te doen en er is zelfs nog tijd over. Maar het maalt in mijn hoofd: stukken muziek die doordrenzen, gedachtengangen, redeneringen, herinneringen, plannen, het gaat maar door. Het ziet ernaar uit dat ik minder impulsen kan verwerken dan voorheen. De corona-indolentie heeft natuurlijk ook gezorgd voor een verminderde training. Het malen is een autonoom proces, dat niet of moeilijk te stoppen is. Het lukt een beetje met de autogene training die ik mij herinnerde, maar dan komt het weer terug. 

Maar nu is er gesoesd en het is opgeschreven: vanaf nu zal het wel weer gaan. ‘Hij heeft ze weer allemaal op een rijtje.’ De indrukken van Amsterdam zal ik misschien later nog opschrijven.

Terug naar Soezen 1          Naar Soezen 2

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Persoonlijk

Pre-vegaan vliegen

Scandinavian Airlines System, 1969. Het kostte wat, maar dan had je ook wat.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Reizen

EIIR (Herblog van 2019)

Geboren onder Wilhelmina en opgroeiend onder Juliana vond ik als kind toch de Britse koningin Elizabeth het meest koninklijk. Aan een fietsende en breiende Juliana, in ongeveer dezelfde jurk als mijn moeder, had je niet veel qua majesteit, vond ik. Majesteit moest er wezen, en die had de Britse vorstin in overvloed: pracht en praal, een kroon op het hoofd en onafzienbare rijen lakeien en berenmutsen.
.
Heel veel later heb ik begrepen dat deze voorliefde een gevolg was van mediale beïnvloeding. Als klein jongetje, het moet in 1954 geweest zijn, kreeg ik in het parochiehuis van ons dorp de allereerste film van mijn leven te zien, en nog wel in kleur: The Coronation. Ik was diep onder de indruk: een gouden koets, geheimzinnige rituelen, een eindeloze processie, mooie kleding, prachtige muziek, trompetten, schalmeien en hemels gezang, en temidden van dat alles de vrouw die qualitate qua wel de belangrijkste ter wereld moest zijn: Elizabeth II, mét kroon.
.
Geen wonder dat ik als elfjarige de lange wandeling naar de binnenstad van Amsterdam ondernam om de Britse koningin te zien, toen zij een staatsbezoek bracht aan ons land. En ik héb haar gezien, slechts een flard natuurlijk, toen zij uit een auto stapte bij het paleis op de Dam. (Ja, jongens en meisjes, in die dagen was er nog nauwelijks televisie en liep de bevolking uit als er iets van het koninklijk huis te zien was. Of Sinterklaas.)
.
Koningin Elizabeth, hoe diep is zij nu gevallen! Eerst moest zij Trump een hand geven en een bord eten voorzetten, nu moest zij de wens van Trumps lakei Boris inwilligen en het parlement naar huis sturen. Misschien is dit niet alleen het einde van de democratie maar ook van de monarchie.

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Geschiedschrijving, Politiek