Oorzakelijk noodverband

Alles heeft een oorzaak, maar welke? Je ziet zo vaak dat op verschillende plaatsen ongeveer hetzelfde gebeurt, terwijl de oorzaken verschillend zijn.

Hoe is bij voorbeeld de opkomst van extreem rechts te verklaren? Een onverwerkt DDR-verleden (D)? Een onverwerkt koloniaal verleden (NL, F, GB)? De kansloosheid van jonge mensen in een neo-liberale economie (GR e.v.a.). De teloorgang van de godsdienst, resp. het onderwijs, resp. de vakbonden, resp. vaste op mensen toegesneden banen of de sociale zekerheid en de zorg? De robotisering? De verbreiding van liegende, vanuit reclame betaalde media resp. van de asociale media?

En hoe komt het dat zowel in de VS als in Nederland veel mensen graag incompetente idioten kiezen, zoals Trump of Wilders? In beide landen zijn de omstandigheden toch heel verschillend?

Kortom, te veel oorzaken voor telkens eenzelfde verschijnsel. Er moeten wel overkoepelende, nog onbekende oorzaken zijn. Zonnevlekken?

1 reactie

Opgeslagen onder De mens

Camp dicht

Een jaar geleden schreef ik over het Marburgse Camp voor de eerste opvang van vluchtingen, wat in Nederland een AZC zou heten. Kort daarna stonden er een paar struise, goed verwarmbare houten gebouwen. Nu moet dit camp op bevel van de deelstaat gesloten worden. Begrijpelijk, enerzijds, want er komen maar weinig vluchtelingen meer. Maar onze stad heeft met zoveel liefde aan en in dit camp gewerkt. Marburg wil vluchtelingen, Marburg kan vluchtelingen, waarom mag het dan geen vluchtelingen? De verontwaardiging over de sluiting is groot hier. Nu worden die mensen misschien naar plekken in de pampa gestuurd waar de inheemsen een hekel aan buitenlanders hebben, terwijl hier beide groepen aardig op elkaar ingeschoten waren en zijn. Onbegrijpelijk.

NASCHRIFT: Ik begrijp het nu iets beter. Die andere camps waar de mensen naar toe moeten, worden niet door een linksige overheid maar door particuliere firma’s bedreven. In Rotenburg aan de Fulda bij voorbeeld, waar de grond en de huren—niet zonder reden—lekker goedkoop zijn. Een dubbele achteruitgang voor de vluchtelingen. Ze mógen domweg niet integreren.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Marburg, Vluchtelingen

Vreemd Arabisch geld

Vreemd eigenlijk dat zoveel Arabische benamingen voor geld van oorsprong Europees zijn, terwijl het toch de Arabieren waren die het bankwezen hebben uitgevonden:
Bariza < Frans: Paris (10 Eg. Piaster, munt geslagen in Parijs)
Dinar < Latijn: denarius
Dirham mv. darahima < Grieks: drachme
Ginéh < Engels: guinea (21 shilling, maar in Egypte opgevat als Pond)
Lira < Latijn: Libra, Frans: livre
Milliem < Frans: millième
Piaster < Spaans: piastra
(Q)urūsh, enkelvoud: (Q)irsh, Turks: kuruş < Duits: Groschen, Frans: gros
Riyāl < Spaans: real
al-Riyāl al-nimsāwi: De Oostenrijkse Maria Theresia Taler was betaalmiddel in West-Arabië, Jemen en Ethiopië, deels nog tot diep in de 20e eeuw. Hoewel de keizerin in 1780 overleed werden er nog miljoenen daalders van haar met dat jaartal geslagen in verschillende Europese steden en ook in Bombay.
Shilin < Engels: shilling (5 PT in Egypte)

In het Nabije Oosten betaalde men vaak met Spaans geld, in Jemen met Oostenrijks. De Engelse en Franse benamingen dateren uit de koloniale tijd, de andere zijn ouder. Dirham en dinar dateren uit de zevende eeuw.

En waar is deze observatie goed voor? Nergens voor.

2 reacties

Opgeslagen onder Nabije Oosten

Kehna en verder

Op een van mijn fietstochten kwam ik door Kehna. Dat gebeurt wel vaker, ik ben er dan in een paar tellen doorheen. Het is een buurtschap die bestaat uit misschien vijf boerderijen. Dit keer viel mij een cafeterras op, en omdat ik wel zin had in koffie heb ik daar gepauzeerd. Het is eigenlijk een eco koffiebranderij, maar sinds kort ook met terras. Prettig toeven daar, en de mensen die er in en uit liepen hadden ook een rustige en vriendelijke uitstraling. Een korte wandeling langs de andere hoeven bleek een aangename verrassing. Wat een mooi gehucht, en al die panden zo prachtig opgeknapt en onderhouden! Ik moest toch weer eens vaststellen dat je als fietser eigenlijk te snel bent om iets te zien.

Pas thuis in het internet heb ik gezien wat dat is, Kehna. Omstreeks 1990 moet het erg vervallen zijn geweest; een stichting kocht het en heeft er een werk- en woonplek voor geestelijk minder bemiddelde mensen van gemaakt: die Gemeinschaft. Het geheel heeft nu 90 inwoners. Zeg maar een soort sociale werkplaats, of liever gezegd meteen vier. Die koffiebranderij, een weverij, een timmermanswerkplaats en iets met natuurbeheer. Blijkbaar is het een groot succes, de mensen die daar rondliepen maakten allemaal een gelukkige indruk en wie zou dat niet worden in zo’n paradijselijke omgeving. (Natuurlijk zijn het ook mensen en ik zie de rottenis best voor me: verduistering van stichtingsgelden, sektarisme, misbruik van zwak begaafden, moord; er zit best een Krimi in. Die moord moet dan met een hamer.)

Vervolgens koos ik voor een traject dat ik nog nooit gereden had. Het was ook niet zo makkelijk te vinden, maar met behulp van boeren op het land en mijn mobieltje lukte het. Want tot mijn verbazing had dit lege land prima internetontvangst. Via Stedebach en Holzhausen naar Fronhausen, dat in het dal van de Lahn ligt en vrijwel onvermijdelijk is voor Lahnfietsers.

Stedebach, met nog maar 25 inwoners, is ook iets aparts. Het lijkt niet van deze wereld, een grote boerderij en drie, vier kleintjes. Hier komt Demeter-voedsel vandaan, verbouwd en gegroeid volgens de strengste eco-normen. Inderdaad zag je een flinke Gutshof zoals in de oude tijd. In-gelukkige koeien, of misschien deden ze maar alsof, want de lage melkprijs zal ze te stellen geven. Als U denkt dat U daar met de bus heen kunt hebt U het mis: misschien rijdt er twee keer per dag een schoolbus; anders moet U aan de zog. ‘grote weg’ uitstappen, lijn 32, ieder uur een bus en dan nog een stuk lopen.

Holzhausen was geloof ik niet zo veel aan. maar ik had toch al geen energie meer om nog meer indrukken op te nemen. Wat vooral prachtig was waren de paden door het landschap, deels steil, deels golvend.

Geen foto’s van mezelf ditmaal; had de camera niet bij me. Op de weinig sfeervolle foto’s uit het internet ontbreekt vooral de bloemenpracht op de binnenhoven. Misschien zet ik er later nog eens iets van eigen hand in.

1 reactie

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg

Prettige feestdagen

eidmubarakOver een paar uur begint het islamistische offerfeest. Hiernaast ziet U een wenskaart die ± 1900 in Konstantinopel werd verstuurd — ter gelegenheid van dat feest naar men zegt. Ik kan dat niet eens controleren.
Zo’n kaart stemt mij wat weemoedig: hij is geschreven in een zeer duidelijk ruq‘a (Turks: rika), een schriftsoort waarmee ik vertrouwd ben omdat ook het Arabisch erin wordt geschreven. Op enkele losse woorden na kan ik van deze kaart echter niets begrijpen, want hij is gesteld in het Osmaans, het Turks van vóór de taal- en schriftvernieuwing van Atatürk in de jaren twintig. Wat erger is: moderne Turken kunnen dit ook niet lezen. Op enkele specialisten na kennen zij geen Osmaans meer, want dat is afgeschaft, en dit schrift beheersen ze al helemaal niet. Dat moet een akelig gevoel zijn, zo beroofd te zijn van je verleden.
Hoe dan ook: ieder die het aangaat wens ik prettige feestdagen.

1 reactie

Opgeslagen onder Nabije Oosten

Stimmsitz

Waar zit de stem? Ergens in de keel zou ik denken, bij de stembanden, de stemlippen, die buurt. Maar nee. ‘Je stem zit te ver naar achteren,’ zei de zangleraar. ‘Probeer het lied nu eens aan de voorkant van je tanden te zingen.’ Dat deed ik, en het klonk meteen spectaculair beter. Die houden we erin dus.

Maar wat is nu die Stimmsitz? Het lesuur was al bijna afgelopen, er was geen tijd meer voor, maar de leraar zal erop terugkomen. In het internet lees ik er alleen maar onbegrijpelijke teksten over, die ten dele strijdig met elkaar zijn of verdacht naar onzin rieken.

Misschien is het zoiets als chi of ki in de Aziatische vechtsporten: het energetisch middelpunt van de mens, in de buik gesitueerd, van waaruit alle handelingen dienen te geschieden. Nu heb ik ooit een slimmerd, die waarschijnlijk medicijnen studeerde, horen zeggen: Maar als je een mens opensnijdt vind je nergens een ki! Nee, dat niet; toch is dat een zeer reëel en functioneel ding, zonder hetwelk die vechtsporten helemaal niet willen lukken; dat heb ik ooit ervaren. Zoiets zal de Stimmsitz ook wel zijn: iets imaginairs dat van wezenlijk belang is.

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Muziek

Gedwongen ontkleding

De neiging van overheden zich met de kleding van vrouwen te bemoeien is bekend. Meestal gaat het erom, meer van het vrouwenlichaam te bedekken, maar soms moet het juist minder zijn. Lang voor het boerka- en boerkinigedoe in West-Europa, in de jaren van 1936–1941, dwong Reza Shah van Iran vrouwen om grote delen van hun kleding af te werpen. En dat niet alleen, ze moesten ook nog gezellig met mannen omgaan. Ambtenaren moesten bij voorbeeld op feestjes en bij openbare manifestaties met hun dames in westerse feestkleding verschijnen, om een voorbeeld te geven voor anderen. Daarop werd toezicht uitgeoefend: op feesten was het bij voorbeeld niet de bedoeling dat vrouwen aan een kant zaten en mannen aan de andere, of dat vrouwen alleen met hun eigen echtgenoot omgingen. Op straat controleerde de politie en ontzag zich niet, vrouwen met geweld van hun tsjador te beroven. Dat waren uiteraard mannelijke politieagenten; vrouwelijke bestonden toen nog niet. Toen vrouwen hun toevlucht namen tot lange jurken en hoofddoeken werden ook die verboden.

Moderne kringen waren wel blij met de ontsluiering, en in het door Rusland beïnvloedde Noorden van Iran werd zij vrij gemakkelijk geaccepteerd. Maar voor de conservatieve delen van de bevolking was de doorvoering van deze regels een ware ramp: vrouwen durfden de straat niet meer op en als zij in vredesnaam dan toch maar gingen werden zij door de jongens uit de buurt uitgescholden of lastig gevallen. Niemand had blijkbaar aan de gevolgen van de nieuwe voorschriften gedacht. In het zuiden vluchtten vrouwen naar Irak. Vele andere besloten voortaan maar helemaal thuis te blijven. Maar in die tijd hadden de huizen nog geen bad, men ging naar het openbare badhuis en dat kon nu dus niet meer. Altijd alleen maar een kattenwasje thuis is niet prettig; bovendien is het nemen van een bad vaak ook een religieuze plicht. De politie kende de nood van de vrouwen en patrouilleerde dus graag bij badhuizen, waar de kans groot was dat ze een gesluierde vrouw konden vangen. Een man meende een oplossing te hebben gevonden. Hij droeg voortaan zijn vrouw en zijn moeder in een zak naar het badhuis. Een politieman kreeg een keer argwaan en vroeg wat er toch in die zakken zat. Pistaches, antwoordde hij. Maar de agent wilde dat controleren en greep eens in de zak. De vrouw bleek niet tegen kietelen te kunnen, moest lachen en het stel ging op de bon.

Op die feesten was het ook niet echt gezellig. In de tochtige, onverwarmde zalen hadden de vrouwen het in hun mouwloze, gedecolleteerde jurken op winteravonden erg koud; daarom trokken ze er bij voorbeeld een zware winterjas overheen aan. Soms wilde een man zijn vrouw dit alles niet aandoen; dan sloot hij voor de duur van de manifestatie een tijdelijk huwelijk met een vrouw die het niets kon schelen, een prostituée misschien. Dat is een mogelijkheid die het Iraanse recht (nog altijd) biedt. Zo kon hij aanwezig zijn met een echtgenote, terwijl zijn eigenlijke vrouw lekker thuis zat.

Prostituées waren in die periode overigens de enige vrouwen die zich volledig mochten sluieren, sterker nog: zij móesten dat. Zo probeerde de overheid de mensen in te prenten hoe verachtelijk de sluier was.

Het sluierverbod leidde ook tot diplomatieke spanningen met Groot-Brittannië, dat het recht van dames uit Brits-Indië verdedigde Iran gesluierd te bezoeken.

In 1941 trad Reza Shah onder Brits-Russische druk af en daarna werd alles weer normaal.

4 reacties

Opgeslagen onder De mens, Islam, Nabije Oosten