De ouderdom komt met gebroeken

In het kader van de ontspulling — een mooi en stimulerend woord, dat ik van Irene heb geleerd — was ik bij het broekenpark aangeland.

De aanleiding was dat ik onlangs tijdens het hittegolfje een bepaalde lichtgewicht broek zocht. Dat is nog eens Friedensware: dertien jaar oud, maar ziet er nog prima uit, hoewel hij in Egypte vaak gedragen is. Die bijzondere, vrijwel zelfreinigende stof, die zo licht is dat je hem haast niet voelt, was toen net uitgevonden; toen deed de fabrikant er blijkbaar nog zijn best op. Ik vond hem inderdaad, maar ik zag toen wel erg veel broeken. Verontrustend was dat ik vorig jaar twee keer precies dezelfde broek heb gekocht—of was het in twee opeenvolgende jaren? Blijkbaar had ik het gevoel gehad dat ik niets had om aan te trekken. De verdwijnende geheugenfunctie.

Eerst maar eens zeven paar jeans en jeans-achtige broeken van vroeger in een zak voor de Kleidersammlung gedaan. Reden: ze passen niet meer. Dat ruimt al aardig op. Er was nog een historisch waardevol exemplaar bij: een Levi’s 501 met knoopjes. Moge een stijlgevoelige vluchteling er zijn voordeel mee doen.

Van de vlotte broeken in de juiste maat bleken er twaalf te zijn: acht voor de zomer en vier voor de winter. Meer dan ik ooit in mijn resterende leven af kan dragen. Ook nog vijf broeken van één maatje kleiner bewaard voor het geval ik vermager, wat bij voorbeeld na mijn verblijf in het ziekenhuis het geval was.

Dan is er nog de koffer vol Stoffhosen, nette broeken van wol met een vouw erin, zoals die vroeger algemeen werden gedragen. Te vrezen is dat de meeste te krap zijn geworden en ook weg moeten, bovendien heb ik ze in de tien jaar dat ik in Marburg woon niet één keer gedragen. Maar dat moet dan maar een andere dag; ik wil er nu niet naar kijken.

Het blijft laf natuurlijk: in plaats van broeken zou je boeken moeten wegdoen. Maar dat is een stuk moeilijker.

NASCHRIFT: Kom, niet zo flauw nu, even het karwei afgemaakt. Vier Stoffhosen in de weggooizak gedaan, deels nog afkomstig uit Nederland of Engeland. Zo slank word ik pas na mijn dood weer. Eén broek, die nog goed paste, heb ik gehouden.

2 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk

Nagelaten hulpverlening

Een kleine verandering in de inrichting van mijn werkkamer is niet geheel zonder betekenis. Naast mijn werkkruk is een plankje met woordenboeken. Ik bezit een groot Frans woordenboek, dat de laatste jaren niet op dat plankje stond, maar ergens waar het niet direct voor het grijpen was. Nu heb ik het dichterbij gehaald, en op zijn oude plek staat nu de dikke Oxford Arabic Dictionary.

Achterwaarts, Arabisch! moge Europa binnentreden! Ik zing volop in het Duits, Italiaans, Engels en Frans, en lees maar weinig Arabisch meer.

In de oude liederen die in een van mijn koren wordt ingestudeerd gaat het vaak over wrede vrouwen die een minnaar op afstand houden of zelfs kwellen. Bij voorbeeld in een gedicht van de kamerheer des konings Clément Marot (1497–­1544).1

MarotChanson$

Wij zingen alleen het eerste couplet, in een toonzetting van Andries Pevernage (1543–1591). In mijn onpoëtische vertaling luidt het:

Kom mij te hulp, Mevrouw, met liefdeblijken.
Zo niet, haalt weldra mij de dood.
Een ander kan geen hulp verlenen
Aan mijn vermoeide hart, dat sterven gaat.
Helaas, helaas, kom toch te hulp
dengeen die leeft voor U, in grote nood,
want van zijn hart zijt Gij de meesteres.

De dichter is doodziek van liefdesverdriet. Een zieke wendt zich natuurlijk tot een arts, en de enige arts die hem kan helpen is de geliefde. Maar helaas, die maakt geen aanstalten tot hulpverlening. Ze speelt wat met hem, maar de vele kussen die hij op haar mag veroveren maken de kwaal nog erger, terwijl veeleer een potje seks het effectieve geneesmiddel zou zijn: jouissance est ma médecine expresse.

Hiermee was ik onverwacht weer terug bij het Arabisch. Dit is namelijk allemaal al in het Arabisch gedicht, in de achtste eeuw en nog heel lang daarna. Dat de middeleeuwse troubadourslyriek veel te danken heeft aan de Arabische poëzie is wel bekend, maar dat nog vele eeuwen later Arabische motieven in Europa zo gangbaar waren wist ik niet.

Dat liefde een ziekte is wist iedere Arabische dichter sinds Madjnūn. In het grijze verleden dacht men misschien nog aan demonen die een minnaar ziek maakten:

Arts der djinns, genees mij toch, want met mijn kwaal
weet een arts van mensen geen raad.

Maar iets later, zo omstreeks 700, dichtte Djamīl Buthayna:

Ze zeggen: Hij is betoverd, djinns maken hem gek
omdat hij steeds aan haar denkt.
Ik zweer: Waaraan ik lijd is waanzin, geen toverij.

en

Slapende reismakkers, wordt wakker!
Ik vraag u: Doodt liefde een man?
Zij zeiden: Ja, die verbrijzelt zijn botten, laat hem achter
in verwarring en van verstand beroofd.

Een ziekte dus, niets bovennatuurlijks. ِEen belangrijk symptoom van de aandoening is extreme vermagering, vliegende tering. Je hoefde maar te kijken naar bij voorbeeld de dichter ‘Abbās ibn al-Ahnaf (gest. 808) — en dat had zijn geliefde ook kunnen doen, maar het interesseerde haar niet:

De liefde voor U heeft mijn gebeente tot tering veroordeeld …
Ik zag U aan, gezond nog, en mijn blikken deden mij van binnen wegteren.
Ziet Ge niet hoe vermagering mijn gebeente doorschijnend gemaakt heeft?

Deze ziekte voert dikwijls tot de dood. Genezing kan, behalve de Allerhoogste, alleen de arts bieden die de geliefde is. Daartoe moet de patiënt wel eerst zijn klacht uiten. Een adagium van Ibn Dāwūd al-Isbahānī (868–909) luidt: ‘Niet verstandig is degene, die nalaat de arts te beschrijven waaraan hij lijdt.’ Toch laat de lijder dit vaak na, uit verlegenheid, discretie of uit wanhoop. Want maar al te vaak wil uitgerekend deze arts hem niet genezen:

De arts was gierig met zijn medicijn voor de wegterende zieke.

of erger nog:

Waar haal ik het medicijn voor mijn pijn,
wanneer mijn ziekte de arts zelf is?

Soms kwelt de geliefde een minnaar tot de dood, en niet eens altijd met opzet. In de woorden van Fatḥ ibn Khāqān (817–861):

Gij maakte U meester van mijn ziel en besloot mij te doden,
nee, niet in ernst, maar de ziel gaat er wel aan kapot,
als een vogeltje in een kinderhand die het knijpt
tot het dood is, terwijl het kind alleen wil spelen.

Dat seks genezend werkt wisten de oude Arabische dichters natuurlijk ook al. Op dit moment vind ik geen bewijsplaatsen, die houdt U nog te goed.

NOOT
1. De Fransen uit die tijd deden blijkbaar niet aan accenten. Veel moderne Fransen ook niet, omdat dat lastig is op een mobieltje.

1 reactie

Opgeslagen onder Arabisch, Literatur

Friedensware

Behalve wapentuig waren de Duitse producten in de veertiger jaren slecht. Alle energie ging naar de oorlog, vele grondstoffen waren niet meer ter beschikking. Maar er waren natuurlijk nog talloze uitstekende artikelen van voor de oorlog in omloop. Das ist noch Friedensware, prezen de mensen dan. In de huidige tijd wordt het nog wel eens voor de grap gezegd, over een voorwerp dat onverwacht goed is.

Ik heb ook wat Friedensware gehad, lakens en theedoeken uit oma’s uitzet van 1919. Ze moet ongeveer de hele Eerste Wereldoorlog hebben besteed aan het erin borduren van haar monogram. Van na de Tweede Wereldoorlog handdoeken uit de vijftiger jaren, nog steeds in gebruik, al worden ze nu wat dun. En opa’s sjaal: een mengsel van wol en zijde, heerlijk warm, helaas ergens kwijtgeraakt. En zijn kamerjas, waar je helemaal in kon wonen, zo behaaglijk warm, en hij zag er nog goed uit ook. Toegegeven, na enkele decennia is alles versleten, maar het geprogrammeerde kapotgaan van de huidige spullen is diep treurig. Een dieptepunt zijn natuurlijk die dure voorversleten en voorgescheurde jeans. Vele mensen houden blijkbaar van kapot; ik niet.

Signaleerde ik onlangs de bedroevende kwaliteit van kammetjes en broekzakken, vandaag wil ik de broekriem er eens uitlichten. Ik heb twee uitstekende bruine broekriemen in gebruik, een uit de jaren tachtig uit Nederland, een uit begin jaren negentig uit Griekenland. Niet kapot te krijgen; ze zijn doorleefd en waardig oud geworden. Maar ik probeer al jaren een duurzame zwarte broekriem te kopen en dat is een moeilijk artikel. ‘Echt leer’ staat er meestal op, en het ruikt ook naar leer. Maar die geur komt waarschijnlijk uit een spuitbus, en het lijkt wel of verpulverd leerafval tot een nieuw materiaal is samengekit. Binnen de kortste keren ziet het er groezelig uit en na een poosje valt het gewoon uit elkaar. Dat geldt natuurlijk voor het aanbod van de riemenverkopers op de markt, maar helaas ook voor de traditierijke leer- en kofferwinkel hier in de stad. Een dure riem dan? Die heb ik ook wel eens gekocht, maar daar schiet je niets mee op. Fijn dun leer van buiten, nog fijner aan de onderkant, textielig binnenwerk, en het geheel dan met keurige steken aan elkaar genaaid, ja dat ziet er sjiek uit. Maar dat dunne leer en die naden vergaan snel, en dan loop je met een kapotte riem die zelfs niet de charme van het proletarische te bieden heeft. Misschien eens een cowboywinkel proberen dan? Of iets vegaans?

9 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Nederland, Wirtschaft

Zelf samenzweren

Bent U het ook zo zat, altijd maar van de media afhankelijk te zijn voor uw fake news? Te wachten tot zij U uit de doeken doen, dat miljoenen Afrikanen Nederland zullen overnemen, dat journalisten door extreemlinkse aliens worden aangestuurd, dat een kongsi van miljardairs ons verzwijgt dat er een nieuwe ijstijd ophanden is, of dat het kalifaat binnenkort zijn hoofdkwartier naar Den Haag verplaatst?

Dankzij een project van enkele Duitse en Oostenrijkse omroepen kunt U nu zelf actief worden en uw eigen samenzweringstheorie opzetten. Het blijkt kinderlijk eenvoudig. Opleiding of kennis van zaken zijn er niet voor nodig; in dit geval echter wel kennis van het Duits. U klikt www.dieweltherrschaft.net aan en al na tien minuten kunt U bij voorbeeld met uw vrienden op Facebook delen dat uit geheime studies blijkt hoe katten, die intens fascistische dieren, door manipulatie van de media de democratie om zeep willen helpen. Of dat tandartsen binnenkort de Derde Wereldoorlog laten uitbreken.

Experten sind sich einig: Das Ende ist nah!

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Onzin, Politiek

Oud

Het is zover: ik ben oud geworden. Laat ik wat batterijtjes kopen voor het keyboard, dacht ik, dat het niet onverwacht zonder energie zit. Er moeten er zes in, ik kocht een pakje van acht. Bij thuiskomst bleken er al drieëndertig AA-batterijtjes en vier grotere in voorraad te zijn, nog afgezien van de oplaadbare. Meer batterijen dan ik ooit zal opgebruiken; als de wereld zal zijn ondergegaan brandt bij mij nog een LED-lampje.

Het plankje naast de batterijen is de afdeling brillen. Vijf brillenhuizen; laatst had ik nog een nieuw gekocht, omdat ik meende dat ik er een te weinig had. Drie oude brillen om door te kijken; niet meer de goede sterkte, kunnen dus weg. Drie zonnebrillen, onbruikbaar want voor gebruik met contactlenzen en die heb ik niet meer. Goede zonnebrillen, daar kan ik nog iemand een plezier mee doen. Vijf leesbrillen; ook niet meer nodig, want nu multifocaal. Die kunnen naar de vlooienmarkt. Daarentegen is mijn zwembril kwijt en dat is vervelend.

Op andere gebieden zal het er in mijn kasten ook wel zo uitzien. Saneren zal wat lucht scheppen. Maar die verdwenen geheugenfunctie, die komt niet meer terug.

Dik tevreden ben ik echter met de drie brillen die ik gebruik: een voor de verte, een voor de computer en een zonnebril voor in de auto. Al meer dan tien jaar dezelfde sterkte; zo compenseer ik de boven aangeduide verkwisting een beetje. En zo lijkt het of alles toch hetzelfde blijft.

5 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk

SATB

Zangers zullen deze afkorting herkennen: Sopraan – Alt – Tenor – Bas. Hij staat vaak bovenaan koorpartituren afgedrukt. Dit weekend was gewijd aan koorrepetities: gisteren van 10–21 uur, vandaag van 10 – 16.30. Twee cantates van Bach (27 en 80) en zijn mis in G klein (BWV 235). Nu ben ik dus moe, maar ook wel tamelijk gelukkig. Want ik heb een doorbraak beleefd.

Over de hoge tonen (g, a) kon ik de laatste tijd redelijk beschikken, maar slechts een beperkte tijd. Daarna klapte de keel dicht. Dat kwam omdat de stem van vermoeidheid terugzakte in de borststem, kelig werd. Daarmee kom je maar tot d of e, en dan nog met moeite, dus dan vallen álle hogere tonen uit. Zo ging het gisteren ook weer, en dat is deprimerend, want dan denk je dus dat je nooit verder zult komen. Maar de stem moet helemaal niet meer in de keel, hij moet voor in de mond blijven, dan kun je eindeloos doorgaan. Dat had mijn leraar me al herhaaldelijk uitgelegd, maar zonder dat het tot resultaten had geleid. Gisteren echter, toen na een uurtje repeteren mijn keel alweer met de witte vlag zwaaide, zag het er treurig uit: er zouden immers nog anderhalve dag volgen en wat moest ik dan zingen? Gewoon toch maar de mond open gedaan, en zie aan: na een poosje kwam er weer kopstem uit, ook langere stukken in de hoogte en zelfs coloraturen floepten er gemakkelijk uit. Een wonder had zich voltrokken. Ik zou niet na kunnen vertellen wat ik nu precies anders deed, maar het werkte. Er kwamen wel weer perioden dat het niet werkte, maar een groot deel van deze repetitiemarathon kon ik de gewenste klanken van mij geven.

Een verdere observatie: er zijn in die muziekstukken gedeelten waarin de tenor moet beginnen, of overheerst. Waar je vanuit het niets zonder de SAB een frase ten gehore moet brengen bij voorbeeld, die met een hoge g begint en ook verder hoog gelegen is. Zulke passages komen er natuurlijk bijzonder op aan. Door een mengsel van ijdelheid en verantwoordelijkheidsgevoel wist ik die passages extra goed te doen slagen, hoog of niet. Staat de kopstem eenmaal ter beschikking, dan is hij blijkbaar tot alles te verleiden. Misschien is hij ook wel ijdel. En juist als hij toch moe wordt of het eng begint te vinden aan de top nemen andere stemmen de melodie over en kun je even wegzakken in begeleiding.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

De laatste Arabier

DBktmuaW0AAhCjf

De laatste Arabier op aarde

3 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Nabije Oosten, Politiek

Is no more?

Wil Trump echt het kwakkelende IS gaan versterken door Raqqa binnen te vallen? De laatste tijd was IS al aardig aan het afbrokkelen, terwijl al-Qaeda juist weer opkrabbelt. Een vernietigingspoging met hulp van miljarden dollars en heel veel herrie zal IS versterken; het zal zich nog uitgebreider gaan vestigen in de Sahara, Libië, de Filippijnen. Dat wordt onder andere mogelijk doordat Trump met veel bravoure zijn stap heeft aangekondigd. Het duurt dan altijd nog even voordat de eerste bommen vallen zodat die jongens ervan tussen kunnen.

En hoe zullen de VS eruit zien, als ze met nog meer kanonnen op een mug gaan jagen? De wereld zal ze uitlachen. Behalve de slachtoffers natuurlijk. Nabestaanden en overlevenden zullen meer dan ooit geneigd zijn zich bij een terroristische organisatie aan te sluiten.

1 reactie

Opgeslagen onder Nabije Oosten, Politiek

Zakkam

Nee, die kocht ik niet meer, die zakkammen van € 4,95. Door de jammerlijke staat van de huidige zakken was ik er al drie kwijt geraakt; dat werd te duur. Daarom had ik een kleine kam van goede kwaliteit gekocht, die in mijn portemonnee paste. Tenslotte gebruik ik zo’n ding maar zelden. Onkwijtraakbaar, dit kammetje van 10 cm, behalve bij een roofoverval. In het ziekenhuis was ik het echter toch kwijtgeraakt. Gisteren vond ik het terug: het zat in het etui van de e-reader, die ik nu gebruik om Alfred Birney, De tolk van Java te lezen (aanrader!). Ik moet erg ziek zijn geweest.

Maar in die tussentijd, toen het ding dus weg was, heb ik herhaaldelijk bij drogisten of in supermarkten mijn ogen over het kammenrek laten glijden om een nieuw kammetje te verwerven. Welnu, de maat van 10 cm. was helemaal nergens te bekennen, maar wat erger was: ik zag alleen maar prullenboel: scherpe tanden, zichtbaar vergankelijk materiaal. Ze waren dan ook veel goedkoper dan die goede kammetjes van € 4,95, die nu misschien € 5,95 hadden moeten kosten. Eén firma had die boel blijkbaar in handen, je zag in al die zaken hetzelfde display met kammen, borstels e.d., maar allemaal om treurig van te worden. Ook hier dus dat verval van kwaliteit, omdat de mensen die te duur vinden: we zagen het al bij zo veel producten. Ja, kwaliteit kost geld: toen ik ze ging verliezen vond ik die kammetjes ook te duur. Maar dat hing weer samen met die lullige broekzakken, die zo worden gemaakt dat een mens volgend jaar alweer een nieuwe broek moet kopen. Mode, weet U wel.

Wat heb ik een hekel aan de derde-wereld-achtige rotzooi die ons wordt opgedrongen!

4 reacties

Opgeslagen onder Economie/Wirtschaft

Belangrijk

Soms denk ik even — maar ik durf het nauwelijks te denken en het moet onder ons blijven — soms denk ik dat ik in plaats van vrijblijvende stukjes over hap-snap-onderwerpen, die het karakter van een aardigheidje hebben, iets samenhangends en dwingends zou moeten schrijven over iets wat er werkelijk toe doet: de koloniale geschiedenis. Want het is mijn overtuiging dat de malaise die in Nederland om zich heen grijpt wordt veroorzaakt door twee zaken: de verdwijning van het christelijk geloof en het ‘vergeten’ van het koloniale verleden. Zowel de malaise als een perspectief op een remedie heeft Nederland gemeen met de ex-koloniale mogendheden om ons heen.
.
Waarom is dit idee zo gewaagd, voor mijn doen? Omdat het zou betekenen dat ik in Nederland moest wonen, dicht bij de bibliotheek van Leiden en de archieven van Den Haag. Hier kun je zulk werk niet doen.

7 reacties

Opgeslagen onder Geschiedschrijving, Nederland