Mantua: billen

Op de fresco’s in het Palazzo di Te zijn vele naakte lichamen te zien. Het kan aan mij liggen, maar ik meende daar een bijzondere belangstelling voor billen te ontwaren. Billen van vrouwen, mannen, paarden, goden, satyrs en kinderen: Federico Gonzaga was er blijkbaar dol op en zijn hofarchitect annex -schilder Giulio Romano moet deze belangstelling hebben gedeeld. Bij mythologische personen (afb. 1–2), bij zwemmende matrozen (afb. 3), vaak krijgen de billen een zekere nadruk, zeker ook die van de paarden van de zonnegod Helios en van deze zelf, waarbij ook de geslachtsdelen zichtbaar worden (afb. 4). De reis van de zonnewagen door de hemel maakte dit perspectief mogelijk.
.
Naakte lijven zijn het talrijkst in de zaal van Amor en Psyche (afb. 5). Ik keek mijn ogen uit (afb. 6). Daar is zowaar een stijve penis te zien (afb. 7). Een dame in push-up bh wordt benaderd door een opgewonden mannelijke … wat is het eigenlijk? Ah, de god Jupiter— geen mens, dus pornografie is het niet. De bisschop kon gerust zijn.
.
In deze zaal heeft keizer Karel V tot twee maal toe gegeten. Hij kwam in 1530 naar Mantua om de markies tot hertog te benoemen. Ter gelegenheid daarvan werd er onder andere een geweldig banket gegeven, waarbij de gehele adel was uitgenodigd. Maar blijkbaar wilde het protocol dat de keizer niet samen at met edellieden van mindere rang. Hij moest dus alleen eten, nou ja, met zijn personeel dan, en dat deed hij in de Amor en Psyche-zaal. Hij heeft zeer van de schilderingen genoten en is er daarna nog enkele malen naar terug gegaan.
.
Ook het algemene publiek heeft zijn belangstelling voor billen kond gedaan: in een reliëf dat laag genoeg zat om erbij te kunnen is een paar billen in de loop der eeuwen zo vaak aangeraakt dat ze ervan versleten zijn geraakt (afb. 8).

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Kunst

Mantua en Padua: paarden

In het Palazzo Te in Mantua is een zaal die gewijd is aan paardenschilderingen (afb. 1). Federico Gonzaga hield namelijk van paarden, hij fokte ze zelf en schonk graag vrienden en relaties een mooi dier uit zijn stoeterij. Enkele van zijn meest geliefde paarden liet hij door zijn hofschilder Giulio Romano in fresco’s op de wand portretteren (afb. 2–4). Ze zijn optisch naar voren gehaald, zodat het net lijkt of ze dichtbij ons zijn.
.
Zelf geen paardenmens zijnde heb ik toch een idee van hoe een paard eruit ziet. Die paarden van Romano lijken anatomisch niet helemaal te kloppen. Of laat ik me voorzichtiger uitdrukken: komen niet helemaal overeen met het idee ‘paard’ dat ik in mijn hoofd heb—want dat idee is bij mij eerder door afbeeldingen ontstaan dan door de omgang met echte paarden. Maar paarden hebben toch wat bolligere buiken? Op schilderingen door mindere kunstenaars klopt er nog minder van. Olifanten, kamelen en eenhoorns worden door die Renaissance-schilders ook niet goed getroffen, maar dat is hun te vergeven, want die beesten kregen ze vrijwel nooit te zien. Paarden wél; daar liepen er honderden van door de stad.
.
In Padua staat voor de kerk van de H. Antonius ‘het’ paard: dat van Gattamelata, in brons gegoten door Donatello in 1453 (afb.5). Dat paard is wél goed gelukt, erg goed zelfs. Het eerste behoorlijke bronzen paard sinds de Romeinse tijd. Het linker voorbeen rust op een (bronzen) steen, omdat Donatello blijkbaar nog niet in staat was, het been in de lucht te laten zweven. Dat zou een tijdje later wel lukken.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dieren, Europa, Kunst

Herbouwd verleden

In Italië is veel moois te zien, maar veel ook niet. De overheden houden soms gebouwen gesloten om de vermoeide voeten van de toeristen te ontzien en de suppoosten wat vrije dagen te gunnen. Andere bezienswaardigheden zijn ‘wegens restauratie gesloten’ (afb. 1). Veel staat in de steigers—wat wijst op een volle schatkist en/of op het inzicht dat er met oude gebouwen geld te verdienen valt (toerisme).
.
Al die prachtige oude steden zijn voor een deel reconstructies. Honderd jaar geleden waren ze vaak nog een vervallen zooitje (afb. 2–3). Een kras voorbeeld is de oudste kerk van Mantua, de San Lorenzo, die dateert van voor 1100. In 1907 werd deze kerk herontdekt: het ingestorte gebouwtje ging schuil achter een rijtje woonhuizen en had meer het karakter van een ruïne (afb. 3–5). Sindsdien is het op voorbeeldige wijze opgeknapt en nu staat er een frisse, nieuwe rotunda, die aan Konstantinopel en Ravenna doet denken (afb. 6–7). En de frisse kleuren van al die wandschilderingen? Het zou me niet verbazen als die er voor de uitvoerige restauraties ook heel wat fletser uit hebben gezien.
.
In Marburg was het niet anders. Omstreeks 1970 was het een modderige collectie oude huizen, waarvan de muren meestal bekleed waren met grijs stuckwerk of met schindels (afb. 8). De toenmalige burgemeester stelde voor de binnenstad door fris beton te laten vervangen. Er werd een begin gemaakt met de sloop van enkele oude huizen, en op hun plaats werden nieuwe zielloze bouwsels neergezet. Toen echter werd de bevolking boos: dít wilde men niet, er kwam een opstand en het resultaat was een omvangrijk restauratieplan, natuurlijk met behulp van Monumentenzorg. Het was in een tijd dat er nog heel veel geld was in Duitsland. Van vele huizen werd het oude Fachwerk weer blootgelegd (afb. 9); anderen werden geheel opnieuw opgebouwd. Tegenwoordig ziet Marburg eruit als een alleraardigst historisch stadje. Wel hebben alle huizen nu een WC en een douche; het leven van de bewoners moet natuurlijk niet al te historisch worden. Het Dreckloch is een straatje dat bestaat uit een steile trap. Daar werden vroeger de faecaliën vanuit de bovenstad naar beneden gestort; nu is er halverwege een aardig cafeetje. Het straatje is onlangs omgedoopt in Enge Gasse; niet uit schaamte over het stinkende verleden, maar omdat studenten steeds het straatnaambordje stalen.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Marburg

Mantua, Palazzo Te

Het Palazzo (del) Te is een groot en schitterend paleis, dat Federico II, markies van Gonzaga, tussen 1524 en 1530 liet neerzetten even buiten zijn stad Mantua. Het oude kasteel was wel erg ongezellig (afb. 1), en de bruidskamer aldaar, al had hij nog zulke mooie wandschilderingen, was alleen te bereiken over een lange trap, zodat het niet meeviel daar een bruid over de drempel te dragen. Iets eenvoudigs en lichts moest er komen. Vasari schrijft over het plan:

  • ‘[Giulio Romano en markies Federico II Gonzaga] gingen naar buiten, een kruisboogschot verwijderd van de San Bastiano-poort, waar Zijne Excellentie een plaats en wat stallen bezat genaamd Te. Daar aangekomen zei de markies dat hij, zonder de oude muur te willen bederven, graag iets van een optrekje zou inrichten om zich eens te kunnen terugtrekken voor een middag- of avondmaaltijd, voor zijn plezier.’ 1

Geld was er genoeg, dus het werd toch wat groter. Tarááá!


Van binnen is het nog indrukwekkender dan van buiten (afb. 2–5). Romano heeft het paleis niet alleen gebouwd, maar ook vele zalen van fresco’s voorzien, waaronder heel, heel mooie. Romano wordt wel een leerling van Rafael genoemd; dat was hij inderdaad jaren lang, maar het lijkt soms als een belediging te klinken: de man was een groot kunstenaar op eigen kracht, forget Rafael.
Meubels staan er niet meer in het paleis: het werd ooit geplunderd en alleen wat op de muren en plafonds zit is bewaard gebleven, maar dat is heel veel. Een hoogtepunt is wel het plafond van de Reuzenzaal (afb. 6)2.
Een ‘geheim’ paviljoen achter in de tuin was er ook (afb. 7); daar kon de markies zich ongestoord vermeien met een dienstertje, dame of eventueel echtgenote. Wat latere schilderingen daar herinneren de gebruikers aan wie al deze luxe mogelijk maakten (afb. 8).
Enkele zalen in dit paleis zullen nog bijzondere aandacht krijgen.

NOOT:
1. [Giulio Romano e il marchese Federico II Gonzaga] se n’andarono fuor della porta di S. Bastiano, lontano un tiro di balestra, dove sua eccellenza aveva un luogo e certe stalle chiamato il T(e) […] E quivi arrivati, disse il marchese che avrebbe voluto, senza guastare la muraglia vecchia, accomodare un poco di luogo da potervi andare ridurvisi al volta a desinare o a cena per ispasso. (Giorgio Vasari, 1568)
2. Hier vindt U een zeer scherpe, door clicken nog vergrootbare foto van dat plafond.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Kunst

Antonius van Padua

Als niet-katholiek dacht ik nooit aan de heilige Antonius van Padua, maar dat veranderde toen ik in zijn stad voor en achter zijn kerk stond (afb. 1-3). Wat groot en mooi en oud (13e eeuw)! Binnen zijn er veel mooie schilderingen, maar ook veel late en lelijke en ik was na een week Italië nogal fresco-moe, dus besloot ik vooral het gebouw zelf weldadig op te me laten inwerken, zoals ik dat in een moskee doe. Er waren veel toeristen, maar ook veel pelgrims, die in bussen aankomen en door hun aanvoerder met een vlaggetje over het terrein geleid worden, zingend soms. Voor degenen die een driedimensionale voorstelling van de heilige nodig hebben staat er een beeld van hem voor in de kerk (afb.4). Daarna komt het graf in een reusachtige en schitterende kapel, waar mensen in gebed verzonken zijn (afb. 5–6). Ook toevallige passanten nemen de gelegenheid waar even een gebedje tot de heilige te richten. Het gaat om wat moslims shafā‘a noemen: de voorspraak die een heilige doet bij God, tot wie men zich blijkbaar niet direct durft te richten—wat protestanten wél doen.
.
Een moment van vervreemding: dit zijn gewone mensen net als ik, maar waarom doen zij zo raar? Of ben ik raar?
Het wordt nog vreemder: er loopt een rij mensen door een barokkapel met talloze reliekschrijntjes (afb. 7). Want niet het hele lichaam van de heilige is in zijn graf beland: allerlei delen die niet zijn vergaan worden apart bewaard. Ware ik katholiek, ik zou proberen zegen te putten uit zijn onverteerd gebleven tong en stembanden, zodat ik beter en langer zou kunnen zingen (middelste nis, reliek nr. 9 en 11. De kin komt ook van pas: nr. 10).
.
Of Antonius kon zingen weet ik niet, preken kon hij wel. Dat vonden ook de autoriteiten in Rimini, die hem vreesden en hem het preken verboden. In de kerken waar hij het probeerde verscheen dan ook niemand, dus preekte hij maar tegen de vissen, die aandachtig naar hem luisterden (afb. 8). Of deed hij het om de H. Franciscus te overtreffen, die tot de vogels predikte?
.
In de naast de kerk gelegen twee oratorio’s (vergaderzalen voor profane broederschappen; afb. 9) weer prachtige wandschilderingen, die nogmaals duidelijk maakten waarom er zoveel weldadige werking van Antonius uitgaat. Hij verrichtte inderdaad wonderdaden zonder tal: een kind dat in een pot kokend water was gevallen bracht hij weer tot leven (afb. 10), een voet die was afgehakt zette hij er weer aan (afb. 11), enzovoort enzovoort.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Fictie, Godsdienst, Kunst

Uitgaan in Djedda

Ooit was het anders in Saoedi-Arabië. Althans voor rijke mensen in Djedda.


‘Restaurant en Patisserie Vienna. De beroemdste gerechten. Europese confiserie. Organisatie van parties.’

2 reacties

Opgeslagen onder Nabije Oosten

Sabbioneta

29 juni. In 1556 behaagde het hertog Vespasiano Gonzaga Colonna van Mantua een nieuwe hoofdstad te laten bouwen. Een oude hoofdstad kan immers zo vervelen: denk aan Rio de Janeiro of Rangoon. Maar een nieuwe hoofdstad moest in de oude tijd wel een zinvolle locatie hebben: iets aan een rivier of een kruispunt van wegen, en dat had het uitverkoren gat Sabbioneta helemaal niet: het ligt eigenlijk helemaal nergens. Blijkbaar wilde er ook niemand heen, en toen de hertog in 1591 overleed werd het project niet voortgezet. Iets Romeins of Gothisch van daarvoor was er niet; wat overblijft is dus een zuiver renaissancestadje (afb. 1–2). Een hertogelijk paleisje, schattig, maar duidelijk tweederangs. Opvallend waren de olifantenfresco’s in één van de zalen: op iedere olifant rust een veel te grote hand (afb 3). Mij werd uitgelegd dat het de onderwerping van de natuur door de mens moest verbeelden. Er was een heel aardig theater, voltooid in 1590 (afb. 4), dat geïnspireerd is op het Teatro Olimpico in Vicenza; verscheidene kerkjes en herenhuizen en tot slot een echte verrassing, een kerk waarin je regelrecht de hemel in keek doordat de rechte muren optisch naadloos overgingen in de hoge koepel. Dat was een momento wow, zoals de reclamejongens hier dat noemen. Volledig onfotografeerbaar dit effect. In deze kerk ligt de hertog begraven, temidden van een keur van kostbare marmersoorten (afb. 5).
.
Waar te eten? De Snack Bar Stazione (afb. 6) leek eerst niet zo verlokkend, maar het was de warmste dag van de vakantie en we wilden er in ieder geval iets koels drinken. De stazione is nu de bushalte; vroeger stopte er een tram. Voor de dertig kilometer vanuit Mantua heeft bus 17 een uur nodig, waarbij een hele reeks doodstille polenta-dorpjes wordt aangedaan.
Maar het woord Snack Bar betekent blijkbaar iets anders dan in het Nederlands. Hier was geen frikandel of fabrieksvoer te bekennen; integendeel, het was een beetje boerse zaak, waar traditioneel voedsel goudeerlijk en lekker werd bereid. Wij bestelden risotto met asperges vooraf en vervolgens stufato d’asino; ja, U hoort het goed: een ezelragoût, met polenta erbij. Hoewel ik nooit voedsel fotografeer maak ik voor dit heerlijke gerecht graag een uitzondering (afb. 7).

 

4 reacties

Opgeslagen onder Niks

Droom van Oriënt

Hoe ik ertoe gekomen ben, oriëntalist te worden, werd mij gisteren gevraagd. Ten grondslag aan zowel de oriëntalistiek als het oriëntalisme ligt misschien altijd de oosterse droom.
.
Mijn ouderlijk huis was op loopafstand van het Tropenmuseum in Amsterdam. Na de verplichte kerkgang op zondagochtend ging ik vaak ’s middags naar dat museum. Daar was vaak iets te doen: Indra Kamajoyo danste er bij voorbeeld, of er werden Javaanse sproken voorgedragen, over Kancil het guitige dwerghert, of iets uit de Mahabharata. Het mooiste was als een enkele keer het gamelanorkest speelde, eventueel met wayangspel. Toen ik wat ouder was zoog ik mij vol aan de oriëntalistische boekhandel die daar was.
.
Na verloop van tijd wist ik het: ik wilde naar Indonesië om iedere nacht de gamelan te horen spelen. Dat er ook brood op de plank moest hield me niet bezig. De beste manier om ernaar toe te werken leek me Indonesische Taal- en Letterkunde te gaan studeren. Dat zou in Leiden moeten gebeuren en ik wilde niet uit Amsterdam weg. Maar om Indonesisch te studeren moest je vroeger eerst Arabisch en Sanskriet gedaan hebben, en Arabisch kon in Amsterdam, dus als ik daar dan eens mee begon … . In dat Arabisch bleef ik hangen, hoewel het Midden-Oosten helemaal niet mijn droomwereld was. Maar bij Arabisch hoorde voor het kandidaatsexamen ook Hebreeuws; dat lag me wel, dus ik vond het goed zo. Later kwam ik toch in Leiden terecht, waar ik nog drie jaar Indonesisch en klassiek Maleis gestudeerd heb. Sanskriet was inmiddels geloof ik afgeschaft, Javaans was me toch te lastig en mijn hoofdvak werd Arabisch. Egypte, waar ik terecht kwam, was allesbehalve een oosterse droom, eerder een obsessie. Na Egypte heb ik nooit meer aan Nederland kunnen wennen en ik ging nog vaak ‘terug’.
.
Waarom dat gedroom? Het was heel eenvoudig: ik was niet gelukkig met mijn werkelijke omgeving en wilde dus weg. Van koloniale verlangens was helemaal geen sprake. Ik wist best dat we Indië niet meer ‘hadden’ en hoorde om mij heen genoeg praten over het onaangename heerschap Soekarno, dat daar nu de scepter zwaaide. Maar dat doorbrak de droom niet.
.
Dromen was niet het enige wat ik deed: ik ging ook gewoon naar school, luisterde naar Europese muziek en leidde een normaal leven. Maar die oosterse droom was sterk genoeg om een groot deel van mijn verder leven te bepalen, al was hij niet gericht genoeg om mij naar Indonesië te brengen.
.
Er waren ook Nederlanders die gerichter droomden en het gewoon deden. Bernard IJzerdraat (1926–1986) slaagde er gedurende de oorlog in met grote volharding zelf gamelaninstrumenten te bouwen, waarop hij met zijn groep Babar Layar o.a. in het Tropenmuseum uitvoeringen gaf. In 1956 vertrok hij naar Indonesië, waar hij onder de naam Suryabrata verder leefde als hoogleraar in de musicologie. De huidige hoogleraar Javaans in Leiden Ben Arps liet zich in Surakarta opleiden tot dalang (wayangpoppenspeler).
===============
Er bestaat of bestond in het Midden Oosten ook een droom van het Westen. De studenten in Egypte wisten het indertijd zeker: in Europa hoef je maar een bar binnen te lopen of je wordt aangeklampt door bereidwillige jonge vrouwen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Orient, Persoonlijk

Het Oog van Mosul 2

Het Oog was inmiddels hier. Hij hield een boeiende voordacht over de praktijken van ISIS in zijn stad stad Mosul en over wat daarna kwam. Uit het publiek kwamen vele zinnige vragen en de spreker ging daar uiterst competent op in, zodat we in anderhalf uur een hoop hebben bijgeleerd. De toekomst van Irak is niet bepaald zonnig. Maar dit is niet de plaats om het daarover te hebben.
.
Hij bleef nog tot en met vandaag; we hebben vrijwel een etmaal samen opgetrokken en veel gesproken over een onderwerp dat ons beide ter harte gaat: de oriëntalistiek/het oriëntalisme. Terwijl ik een oriëntalist ben, is hij iemand die oriëntalisten, dus mensen zoals ik, bestudeert: hij zat in Mosul in een vakgroepje daarvoor, dat binnenkort wel weer zal worden heropgericht. In vele Arabische omgevingen gebeurt dat op vijandige wijze, daar in Mosul niet. Hij zou willen dat ik naar Mosul kwam om over dat onderwerp te spreken; ik weet nog niet of ik dat aandurf. Hoe dan ook, mijn gedachten over het onderwerp hebben door onze gesprekken een geweldige stimulans gekregen. Hij is een echte intellectueel, en hoewel nog jong al zeer rijp; dat laatste natuurlijk door alle verschrikkingen die hij heeft meegemaakt.
.
Een steeds grotere inspiratie over dit onderwerp is verder de roman Boussole (Kompas) van Mathias Énard. Het broeit en borrelt momenteel allemaal een beetje door elkaar bij mij. Misschien komt er ooit wat uit. Nu eerst even afstand nemen en bijkomen van deze volle dag.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Marburg, Nabije Oosten, Orient

Aardbeireclame

Er zijn volop aardbeien, die onder andere aan de man worden gebracht in kleine houten huisjes die overal staan opgesteld, en waar ook asperges worden verkocht. Naar zulke huisjes wordt verwezen met reclameborden waarop bij voorbeeld staat ‘Deutsche Erdbeeren’.
Inderdaad, Duitse aardbeien moet je hebben; het zou gekkenwerk zijn die snel bederfelijke vruchten uit een ver land te halen. Menigeen zal de niet-Duitse aardbeien uit maart en april nog in herinnering hebben: rare bleke dingen van een Canarisch eiland, of de mooie rode, maar keiharde vruchten van het Spaanse vasteland, die met hun kontjes omhoog als bonbons op een rij in een houten kistje lagen. Nee, die kochten we niet, we willen Duitse aardbeien, allicht. Hoewel…, in de grensstreken zouden het misschien Nederlandse, Belgische of Franse aardbeien mogen zijn? Hoe daar de reclame is weet ik niet.
Ik stel me soms voor hoe Adolf Hitler in een van zijn toespraken DEUTSCHE Erdbeeren … in de microfoon zou brullen, en dan schiet ik meteen in de lach. Je moet het niet te serieus nemen en niet zeuren. Wilden we in Nederland niet Hollandse garnalen, of zelfs Stellendamse garnalen, in tegenstelling tot de flauwe exoten uit Thailand of het poolijs?
.
Maar enigszins geprikkeld was ik toch weer door de reclame ‘Erdbeeren aus der Heimat’. Aardbeien van hier, ja die willen we: vanochtend geplukt door onzichtbare buitenlanders, en geen vermoeiende reis in een vrachtwagen of goederenwagon achter de rug.
In het restaurantwezen heet dat aus der Region, ‘uit de streek’. Het voedsel mag daarbij best een migratie-achtergrond hebben, bij voorbeeld Filet vom Charolais-Rind aus der Region. Maar die Heimat, voor mij klinkt dat niet lekker. Bovendien blijken die aardbeien uit Zwingenberg te komen, honderdveertig kilometer van hier. Is dat nog Heimat? Bedoeld is toch gewoon Duitsland?

4 reacties

Opgeslagen onder Duitsland