Categorie archief: Kunst

Mottig verleden in Mantua

Giovanna d’Arco was de laatste telg van het grafelijk geslacht Arco. Toen zij in 1973 op 93-jarige leeftijd overleed bleek zij te hebben beschikt, dat haar paleis met de inrichting bewaard moest blijven en als museum moest worden opengesteld. Zo is het neoklassieke Palazzo d’Arco geconserveerd resp. gereconstrueerd in de laatste versie van 1784 (afb. 1). Het geheel werd in een stichting ondergebracht, die blijkbaar geld genoeg heeft voor restauratie en onderhoud.
.
Er kwamen zes mensen voor de verplichte rondleiding. Het eerste wat we te zien kregen waren twee aanzienlijk oudere, van buiten niet erg opvallende gebouwen, die achter in de tuin stonden. Prachtig daar was de zaal van de Dierenriem, daterend van ± 1515 (afb. 2); hét hoogtepunt van dit paleiscomplex. Omdat ik een Leeuw en volgende week jarig ben toon ik hieronder het fresco van mijn sterrenbeeld, met Diana en de verzamelde dieren (afb. 3), maar er waren er dus twaalf geweest; één was er kapot. Ze zijn van Giovanni Maria Falconetti, veel strenger dan die van Romano, maar in hun soort evengoed meesterwerken. Het andere gebouw bevatte het werkvertrek van een oude graaf die aan natuurlijke historie deed. Dat had geresulteerd in een  grote collectie vogelbeesten, fossielen, schedels en skeletten. Ieder exemplaar was afzonderlijk in inmiddels stoffig geworden plastic verpakt, waardoor het geheel wel een modern kunstwerk leek.
.
Vervolgens het hoofdgebouw. Zo’n paleis uit de late achttiende eeuw is natuurlijk niet te versmaden en het is goed dat het bewaard wordt, maar als je net een heleboel Renaissance hebt gezien is het toch een stap terug. Als eerste kwam de slaap- en sterfkamer van de gravin aan de beurt (afb. 4). Het voelde wat indiscreet, zo in deze kamer te worden gelaten. Veel ouder dan 1973: een monstrueuze radio-ontvanger uit ± 1949, een kleinere uit ± 1968 op het nachtkastje, een wastafel met lampetkan. Naar verluidde was er in de kelder wel ergens een moderne badkamer ingericht, maar of de gravin die in haar laatste jaren had kunnen bereiken? Quasi-nonchalant slingerde er een dichtbundeltje rond van haar eigen hand. Aan de wanden hingen even vrome als afzichtelijke schilderijen.
.
Verder ruim twintig zalen en kamers (afb. 5) met die onzitbare stoelen en banken waarin het Europese verleden grossiert, met salontafels, speeltafels en guéridons, kastjes, kistjes, statuen en statuetten, vazen, enzovoort. Er waren mooie stukken bij maar, het klinkt misschien wat oneerbiedig: het was overwegend ouwe meuk uit de achttiende en negentiende eeuw. Misschien wordt je blik zo ondankbaar na een week hoogtepunten der Renaissance in Italië. Een eindeloze hoeveelheid wel oude, maar toch derderangse, vaak religieuze schilderijen aan de wanden, af en toe afgewisseld door iets van de tweede rang
. Veel ‘school van’, ‘copie van’ en ‘toegeschreven aan’. De centrale zaal vol met voorouders (afb. 6). De bibliotheek (afb. 7) was mooi en indrukwekkend, anderzijds toch al heel lang onpraktisch: wie leest er een tekst in een achttiende-eeuwse uitgave? De indruk van mottigheid werd versterkt doordat de gordijnen en de luiken naar goed Italiaans gebruik zo veel mogelijk gesloten waren; zonder twijfel om textiel en schilderijen voor het zonlicht te beschermen, maar ook uit gewoonte. Er zijn ook tegenwoordig vele Italianen die de hele zomer met dichte gordijnen in huis zitten.
.
Wel prachtige muziekinstrumenten (afb. 8). op één waarvan Mozart geoefend moet hebben, want die heeft hier overnacht toen hij in het schitterende Teatro Bibiena optrad, bij ons in de straat (afb. 9). Een leuke keuken met een stuk of vijftig puddingvormen (afb. 10).
.
In de grote zaal stonden twee achttiende-eeuwse draagstoelen (afb. 6, rechts in de hoek). Naar ons werd uitgelegd werden deze alleen binnenshuis gebruikt, om de trappen op en af te komen. Zo kan de oude gravin toch haar moderne badkamer hebben bereikt. Draagstoel 15? kg + gravin 70 kg (mager zal ze niet geweest zijn, ze hield immers van pudding): dat moet lukken met twee mannen, al zou het met vier gedistingeerder zijn. Wanneer zijn de laatste professionele draagstoeldragers ontslagen? Op het laatst zijn het misschien de kok en de chauffeur geweest die haar hebben rondgesjouwd.

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Kunst

Mantua: billen

Op de fresco’s in het Palazzo di Te zijn vele naakte lichamen te zien. Het kan aan mij liggen, maar ik meende daar een bijzondere belangstelling voor billen te ontwaren. Billen van vrouwen, mannen, paarden, goden, satyrs en kinderen: Federico Gonzaga was er blijkbaar dol op en zijn hofarchitect annex -schilder Giulio Romano moet deze belangstelling hebben gedeeld. Bij mythologische personen (afb. 1–2), bij zwemmende matrozen (afb. 3), vaak krijgen de billen een zekere nadruk, zeker ook die van de paarden van de zonnegod Helios en van deze zelf, waarbij ook de geslachtsdelen zichtbaar worden (afb. 4). De reis van de zonnewagen door de hemel maakte dit perspectief mogelijk.
.
Naakte lijven zijn het talrijkst in de zaal van Amor en Psyche (afb. 5). Ik keek mijn ogen uit (afb. 6). Daar is zowaar een stijve penis te zien (afb. 7). Een dame in push-up bh wordt benaderd door een opgewonden mannelijke … wat is het eigenlijk? Ah, de god Jupiter— geen mens, dus pornografie is het niet. De bisschop kon gerust zijn.
.
In deze zaal heeft keizer Karel V tot twee maal toe gegeten. Hij kwam in 1530 naar Mantua om de markies tot hertog te benoemen. Ter gelegenheid daarvan werd er onder andere een geweldig banket gegeven, waarbij de gehele adel was uitgenodigd. Maar blijkbaar wilde het protocol dat de keizer niet samen at met edellieden van mindere rang. Hij moest dus alleen eten, nou ja, met zijn personeel dan, en dat deed hij in de Amor en Psyche-zaal. Hij heeft zeer van de schilderingen genoten en is er daarna nog enkele malen naar terug gegaan.
.
Ook het algemene publiek heeft zijn belangstelling voor billen kond gedaan: in een reliëf dat laag genoeg zat om erbij te kunnen is een paar billen in de loop der eeuwen zo vaak aangeraakt dat ze ervan versleten zijn geraakt (afb. 8).

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Kunst

Mantua en Padua: paarden

In het Palazzo Te in Mantua is een zaal die gewijd is aan paardenschilderingen (afb. 1). Federico Gonzaga hield namelijk van paarden, hij fokte ze zelf en schonk graag vrienden en relaties een mooi dier uit zijn stoeterij. Enkele van zijn meest geliefde paarden liet hij door zijn hofschilder Giulio Romano in fresco’s op de wand portretteren (afb. 2–4). Ze zijn optisch naar voren gehaald, zodat het net lijkt of ze dichtbij ons zijn.
.
Zelf geen paardenmens zijnde heb ik toch een idee van hoe een paard eruit ziet. Die paarden van Romano lijken anatomisch niet helemaal te kloppen. Of laat ik me voorzichtiger uitdrukken: komen niet helemaal overeen met het idee ‘paard’ dat ik in mijn hoofd heb—want dat idee is bij mij eerder door afbeeldingen ontstaan dan door de omgang met echte paarden. Maar paarden hebben toch wat bolligere buiken? Op schilderingen door mindere kunstenaars klopt er nog minder van. Olifanten, kamelen en eenhoorns worden door die Renaissance-schilders ook niet goed getroffen, maar dat is hun te vergeven, want die beesten kregen ze vrijwel nooit te zien. Paarden wél; daar liepen er honderden van door de stad.
.
In Padua staat voor de kerk van de H. Antonius ‘het’ paard: dat van Gattamelata, in brons gegoten door Donatello in 1453 (afb.5). Dat paard is wél goed gelukt, erg goed zelfs. Het eerste behoorlijke bronzen paard sinds de Romeinse tijd. Het linker voorbeen rust op een (bronzen) steen, omdat Donatello blijkbaar nog niet in staat was, het been in de lucht te laten zweven. Dat zou een tijdje later wel lukken.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dieren, Europa, Kunst

Mantua, Palazzo Te

Het Palazzo (del) Te is een groot en schitterend paleis, dat Federico II, markies van Gonzaga, tussen 1524 en 1530 liet neerzetten even buiten zijn stad Mantua. Het oude kasteel was wel erg ongezellig (afb. 1), en de bruidskamer aldaar, al had hij nog zulke mooie wandschilderingen, was alleen te bereiken over een lange trap, zodat het niet meeviel daar een bruid over de drempel te dragen. Iets eenvoudigs en lichts moest er komen. Vasari schrijft over het plan:

  • ‘[Giulio Romano en markies Federico II Gonzaga] gingen naar buiten, een kruisboogschot verwijderd van de San Bastiano-poort, waar Zijne Excellentie een plaats en wat stallen bezat genaamd Te. Daar aangekomen zei de markies dat hij, zonder de oude muur te willen bederven, graag iets van een optrekje zou inrichten om zich eens te kunnen terugtrekken voor een middag- of avondmaaltijd, voor zijn plezier.’ 1

Geld was er genoeg, dus het werd toch wat groter. Tarááá!


Van binnen is het nog indrukwekkender dan van buiten (afb. 2–5). Romano heeft het paleis niet alleen gebouwd, maar ook vele zalen van fresco’s voorzien, waaronder heel, heel mooie. Romano wordt wel een leerling van Rafael genoemd; dat was hij inderdaad jaren lang, maar het lijkt soms als een belediging te klinken: de man was een groot kunstenaar op eigen kracht, forget Rafael.
Meubels staan er niet meer in het paleis: het werd ooit geplunderd en alleen wat op de muren en plafonds zit is bewaard gebleven, maar dat is heel veel. Een hoogtepunt is wel het plafond van de Reuzenzaal (afb. 6)2.
Een ‘geheim’ paviljoen achter in de tuin was er ook (afb. 7); daar kon de markies zich ongestoord vermeien met een dienstertje, dame of eventueel echtgenote. Wat latere schilderingen daar herinneren de gebruikers aan wie al deze luxe mogelijk maakten (afb. 8).
Enkele zalen in dit paleis zullen nog bijzondere aandacht krijgen.

NOOT:
1. [Giulio Romano e il marchese Federico II Gonzaga] se n’andarono fuor della porta di S. Bastiano, lontano un tiro di balestra, dove sua eccellenza aveva un luogo e certe stalle chiamato il T(e) […] E quivi arrivati, disse il marchese che avrebbe voluto, senza guastare la muraglia vecchia, accomodare un poco di luogo da potervi andare ridurvisi al volta a desinare o a cena per ispasso. (Giorgio Vasari, 1568)
2. Hier vindt U een zeer scherpe, door clicken nog vergrootbare foto van dat plafond.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Kunst

Antonius van Padua

Als niet-katholiek dacht ik nooit aan de heilige Antonius van Padua, maar dat veranderde toen ik in zijn stad voor en achter zijn kerk stond (afb. 1-3). Wat groot en mooi en oud (13e eeuw)! Binnen zijn er veel mooie schilderingen, maar ook veel late en lelijke en ik was na een week Italië nogal fresco-moe, dus besloot ik vooral het gebouw zelf weldadig op te me laten inwerken, zoals ik dat in een moskee doe. Er waren veel toeristen, maar ook veel pelgrims, die in bussen aankomen en door hun aanvoerder met een vlaggetje over het terrein geleid worden, zingend soms. Voor degenen die een driedimensionale voorstelling van de heilige nodig hebben staat er een beeld van hem voor in de kerk (afb.4). Daarna komt het graf in een reusachtige en schitterende kapel, waar mensen in gebed verzonken zijn (afb. 5–6). Ook toevallige passanten nemen de gelegenheid waar even een gebedje tot de heilige te richten. Het gaat om wat moslims shafā‘a noemen: de voorspraak die een heilige doet bij God, tot wie men zich blijkbaar niet direct durft te richten—wat protestanten wél doen.
.
Een moment van vervreemding: dit zijn gewone mensen net als ik, maar waarom doen zij zo raar? Of ben ik raar?
Het wordt nog vreemder: er loopt een rij mensen door een barokkapel met talloze reliekschrijntjes (afb. 7). Want niet het hele lichaam van de heilige is in zijn graf beland: allerlei delen die niet zijn vergaan worden apart bewaard. Ware ik katholiek, ik zou proberen zegen te putten uit zijn onverteerd gebleven tong en stembanden, zodat ik beter en langer zou kunnen zingen (middelste nis, reliek nr. 9 en 11. De kin komt ook van pas: nr. 10).
.
Of Antonius kon zingen weet ik niet, preken kon hij wel. Dat vonden ook de autoriteiten in Rimini, die hem vreesden en hem het preken verboden. In de kerken waar hij het probeerde verscheen dan ook niemand, dus preekte hij maar tegen de vissen, die aandachtig naar hem luisterden (afb. 8). Of deed hij het om de H. Franciscus te overtreffen, die tot de vogels predikte?
.
In de naast de kerk gelegen twee oratorio’s (vergaderzalen voor profane broederschappen; afb. 9) weer prachtige wandschilderingen, die nogmaals duidelijk maakten waarom er zoveel weldadige werking van Antonius uitgaat. Hij verrichtte inderdaad wonderdaden zonder tal: een kind dat in een pot kokend water was gevallen bracht hij weer tot leven (afb. 10), een voet die was afgehakt zette hij er weer aan (afb. 11), enzovoort enzovoort.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Fictie, Godsdienst, Kunst

Egyptische sigaretten

Een degelijk huisgezin had vroeger sigaretten in huis om aan gasten te presenteren. Er waren twee soorten: Engelse en Amerikaanse. Een zeer kleine minderheid rookte ovale Egyptische sigaretten, of liever cigarettes. Honderd jaar geleden moeten die veel populairder zijn geweest. Ik kende nog een oude Duitse dame die tot haar dood de Duitse pakjes Kyriazi Frères kocht. (Nee, daaraan is zij niet gestorven.) Als beginnend oriëntalist had ik ook een korte sigarettenfase en meende ik oriëntaalse sigaretten te moeten roken, van Sullivan Powell in de Burlington Arcade. De Duitse firma NIL vervaardigt al heel lang sigaretten in Egyptische stijl. Die zijn nog steeds verkrijgbaar. Kyriazi was zeer Egyptisch, maar had een vestiging in Duitsland. Ook andere Duitse fabrieken maakten oriëntaalse sigaretten. Bekend is de Yenidze fabriek in Dresden, waarvan het moskeevormige gebouw nog bestaat en nu een andere functie heeft.
.
Het aardige van die Egyptische sigaretten was en is nog steeds de verpakking. De onvermijdelijke pyramiden, faraonische motieven, een portret van een Griekse, Italiaanse of Duitse fabrikant en soms ‘oriëntaalse’ motieven, bij voorbeeld een odaliske die op een sofa ligt te roken, veel gekleder overigens dan op de schilderijen van de vroege negentiende eeuw. Vanwege dat oriëntalisme verzamel ik wat plaatjes, want dat houdt me bezig. De blikjes werden blijkbaar in Europa vervaardigd; de Arabische letters daarop zien er niet altijd authentiek uit. De tabak kwam overigens uit Turkije (toen nog inclusief de Balkan). Egypte zelf had maar weinig tabak, die slecht was en waarvan het verbouwen later geheel verboden werd. De enige reden dat Ottomaanse onderdanen sigaretten in Egypte gingen vervaardigen was het vermijden van de Turkse tabaksbelasting.
.
Wel te onderscheiden zijn, althans in de nieuwste tijd,  de sigaretten die voor de Egyptische markt bestemd waren (Kleopatra, Nefertiti, Belmont, Suez en blijkbaar ook de variant Damir van Coutarelli) en de veel chiquere die naar Europa, vooral naar Duitsland gingen.
Belmont was ‘in mijn tijd’ de goedkoopste sigaret in Egypte. Er werd gefluisterd dat daarin de reeds eenmaal doorgerookte tabak van ingezamelde peuken werd verwerkt.

 

P.S. Ook aan de Comeniuslaan in Naarden werd in 1915 een moskeevormige sigarettenfabriek gebouwd.

5 reacties

Opgeslagen onder Cairo, Economie/Wirtschaft, Kunst, Orient, Ostwestliches

Nee, dank u

Star Wars, Wagner, Olympische Spelen, popmuziek, disco, Harry Potter, motorfietsen, gedoe met dinosauriërs, Tolkien, electronische muziek, fascisme, Disneyland, science fiction.
.
Wat hebben al deze cultuuruitingen met elkaar gemeen? Dat ik er niets van moet hebben. Gelukkig blijft er nog heel veel over.

6 reacties

Opgeslagen onder Kunst, Literatur, Muziek

Zij ook?

Dieter Wedel is de intendant van de Bad Hersfelder Festspiele. Ik ken hem niet persoonlijk, maar ik heb twee jaar geleden wel meegemaakt hoe het bewind van deze halfgod daar voor woede, twist, frustratie en tranen zorgde. Een autoritaire man die best wat kan, die een festival heeft georganiseerd met veel bezoekers. Met behoorlijk wat wansmaak ook, maar dat kan niemand wat schelen als de bezoekersaantallen goed zijn. En met een flink tekort op de begroting; iets van zes ton geloof ik. Maar ja, zo’n begenadigd kunstenaarstype …
.
Deze heer Wedel wordt nu door drie actrices ervan beschuldigd dat hij hen begin jaren negentig (!) seksueel heeft lastig gevallen; dat hebben zij zich plotseling herinnerd. Dat hij bot is en graag mensen afblaft en vernedert was al bekend, maar dat is niet strafbaar en hoort bij het type van de autoritaire machtspersoon, dat hier zeker in de jaren negentig nog algemeen was, ook in het kunstwezen. Wedel heeft via zijn advocaat terstond plechtig alle seksuele misdragingen ontkend, en bewijzen zijn er niet. Maar U weet hoe dat gaat: is er eenmaal zo’n vlek op een reputatie, dan is die nauwelijks nog weg te krijgen. Mogelijk zullen er binnenkort nog andere dames opstaan die hem beschuldigen. Er is echter ook een actrice geweest die hem heeft verdedigd: hij heeft talloze affaires gehad, het was ook zó’n aantrekkelijke man, de vrouwen stonden gewoon voor hem in de rij, maar dwingen of lastig vallen, nee, dat deed hij niet.
.
Kijkt U zelf maar naar zijn oogopslag; die zal in zijn jonge jaren nog intenser zijn geweest. Dat is toch heel wat anders dan zo’n Weinstein; het zou me niet verbazen als ze inderdaad voor hem in de rij stonden. Zelfs de prachtige actrice Hannelore Elsner heeft een kind van hem, en dat heeft ze zelf gewild.
.
Wat er ook gebeurd of niet gebeurd is, ik begreep onmiddellijk dat talloze mensen nu jubelen en hopen dat hij ophoepelt. Het kan zijn dat hij zich inderdaad heeft misdragen, maar het is ook goed mogelijk dat men de #metoo-stemming van het ogenblik wil aangrijpen om hem af te schieten. Onschuldig zolang er geen bewijs is, is blijkbaar niet meer van deze tijd.
.
Wedel is 75; het kan ook zijn dat hij nu dan maar met pensioen gaat.

NASCHRIFT 22 januari 2017: Wedel is afgetreden als intendant en ligt na een hartaanval in het ziekenhuis. Of de beschuldigingen waar waren weet niemand en zal waarschijnlijk niemand meer te weten komen. Maar de media hielden niet op te stoken, en dat werd Wedel te veel. Niet verheugend, deze gang van zaken.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Kunst

Ariadne op Naxos

Daarover heeft Claudio Monteverdi (1567–1643) de eerste opera geschreven, L’Arianna, eeuwen vóór Richard Straus er ook een schreef. Maar Monteverdi’s werk is verloren gegaan: er is maar één aria van over: Lasciate mi morire, en vier madrigalen die hij apart gemaakt had: de Lamento di Arianna, voor vijfstemmig koor. Deze laatste zijn ongelooflijk prachtig. Ik oefen ze in een van mijn koren (uitvoering in februari 2018) en dat bezorgt mij telkens weer kippenvel en heel veel plezier; het is een stuk waar je nooit genoeg van krijgt. De boven aangeduide opname voor vijf enkele stemmen is prachtig; voor studiedoeleinden ook handig is deze.
.
U herinnert zich: Ariadne had op Kreta de Atheense prins Theseus geholpen bij het verslaan van de Minotaurus in het labyrint; die truc met die draad. Theseus, die nu in Athene koning kon worden, nam Ariadne mee, maar liet haar achter op het eiland Naxos omdat hij daar een zeker Aigle leerde kennen, aan wie hij snood de voorkeur gaf. Op het schilderij van Angelica Kaufmann (1741–1807) hieronder ziet U zijn schip net wegvaren. Ariadne heeft niet al te lang gejammerd, want ook zij kon wat beters krijgen: Dionysus, alias Bacchus, een echte god! Het schilderij van John Vanderlyn (1775–1852) toont haar in kennelijke afwachting van de nieuwe vrijer, terwijl Theseus’ schip nog niet eens het anker heeft gelicht.
.
Maar zover is het bij Monteverdi nog niet. Ik vat Ariadnes klacht even samen:
1. (0:00) Laat mij maar sterven; wie zou mij kunnen troosten in een zo zwaar lot, in een zo groot martyrium?
O Theseus, mijn Theseus! Je bent nog steeds de mijne, al ben je mij ontvlucht. Keer om, Theseus, om een blik te werpen op een vrouw die alles voor je heeft opgegeven en haar botten zal overlaten aan de wilde dieren, die haar zullen verslinden.
.
2. (1:45) O Theseus, als je eens wist hoe bang de arme Ariadne is, en hoe zij lijdt, dan zou je misschien de steven wenden. Maar nee, terwijl ik jammer, vaar jij heerlijk verder. Athene bereidt zich voor op jouw glorieuze intocht, terwijl ik hier achterblijf als prooi voor wilde beesten op een verlaten strand. Jij zult je ouders weerzien, maar ik zal de mijne nooit weerzien.
.
3. (7:08) Waar is de trouw die je me gezworen had? Ik ben jou trouw gebleven, maar jij? Is dit de verheven troon waarop je mij zou zetten? Zijn dit de kronen, de scepters, de juwelen en het goud? Moet de ongelukkige Ariadne dan vergeefs huilen en om hulp roepen?
.
4. (9:53) Ach, hij antwoordt niet eens. Hij is dover dan een slang voor mijn klachten. Laat hem toch in zee verzinken! Laat er maar een storm opsteken en hem naar de diepte  sleuren, laat de zeemonsters en walvissen maar toesnellen om hem te verslinden!
O Theseus! Nee, dit ben niet ik, o nee, die deze vreselijke woorden spreekt! Het waren mijn angst en smart die spraken. Mijn tong heeft wel gesproken, maar niet mijn hart.
.
Het stuk bevat zoveel uiteenlopende emoties, in de tekst en dientengevolge ook in de muziek. Echt verdriet, wanhoop, teleurstelling, verwijt, jaloezie, zelfmedelijden, coquetterie, woede en toch weer verdriet. Het zal ook wel de eerste storm in de opera geweest zijn, een motief dat later erg geliefd zou worden en waarmee men met de techniek van toen eer kon inleggen (windblazers, golven van bordkarton die door toneelknechten in beweging werden gehouden).
.
Hoe kende Monteverdi de zieleroerselen van zijn fictieve Ariadne? Die heeft zijn tekstschrijver, de dichter Ottavio Rinuccini (1562–1621) hem geleverd. (Deze had er even niet aan gedacht dat er op Naxos geen grote roofdieren zijn.)

Angelica Kaufmann, Ariadne op Naxos

John Vanderlyn, Ariadne op Naxos

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Kunst, Muziek

Verdunning en multiculti

Gisteren was Mozarts La clemenza di Tito op de televisie, een beetje een draak van een opera: prachtige muziek, maar als geheel wat raar. In Salzburg hadden ze het stuk omgewerkt en er andere stukken aan toegevoegd. Erg? Welnee, dat werd vroeger ook gedaan, en het was goed gelukt.
Opvallend was dat de rol van Titus werd gezongen en gespeeld door een grote zwarte man, Russell Thomas. Ook andere belangrijke zangers waren mensen of colour. Ik moet bekennen, dat ik daaraan even moest wennen, maar dat was gauw gebeurd. Ze zongen geweldig en waarom ook niet. De tijd dat zwarte mensen hoogstens eens Othello mochten spelen ligt gelukkig ver achter ons.
De handeling was naar onze tijd verplaatst, de aankleding was modern. Het ‘volk’ bestond hier uit vluchtelingen, de hoofddoekjes konden net zo goed Romeins als islamitisch zijn en de aanslag op Titus geschiedde met de van IS bekende middelen.
En het Romeinse Rijk was sowieso niet blank. Goden en mensen migreerden vrijelijk naar andere rijksdelen, alles liep er lekker door elkaar. Er waren tenminste twee Arabische keizers, afkomstig uit Syrië: Elagabalus (reg. 218–222) en Philippus Arabs (244–249). Niet dat die nou zo fantastisch regeerden, maar dat doen Juncker en Rutte ook niet. Tegenwoordig zou een Syriër in geen velden of wegen heerser over Europa kunnen worden, laat staan over Nederland; of dacht U van wel?
Onlangs las ik (maar waar? ergens bij Jona Lendering misschien) dat zich tijdens de bouw van Hadrian’s Wall, een soort limes in Engeland, 8000 Syrische soldaten in Engeland bevonden, plus natuurlijk een ongeteld aantal gewone burgers uit dat land. Zelfs de pukkeligste Engelse Neonazi kan dus Syrische genen in zich hebben.
Volgens de Britse volkstelling van 2011 waren er toen ongeveer even veel Syriërs, namelijk 8526. Na de grote vluchtelingenstroom van 2015 zullen dat er meer geworden zijn. En dat zijn dan alleen nog maar Syriërs. Ook op het continent, ook in Nederland is er sinds de Romeinse tijd duchtig verdund. Denk eens aan de soldaten uit Spanje, geloofsvluchtelingen uit Vlaanderen en immigranten uit Frankrijk (Hugenoten, en bij voorbeeld de Baudetjes). Later natuurlijk de talloze genen die uit Indonesië (ook Bolkestein, Wilders), Suriname en de Antillen bij ons over de grens wipten.

Het beste lijkt de verdunning te erkennen en te omarmen. Het gemak waarmee in het Romeinse tijd met goden werd omgegaan is helaas niet meer na te volgen: monotheïstische goden weigeren gemeenlijk zich te laten hernoemen of bij andere goden in één tempel te kruipen. Maar ach, ze zijn elk voor zich al aardig aan het verdunnen. Ja, ook de god van de islam. Zoals Iyad el-Baghdadi onlangs opmerkte: Islam went from being a religion to being a cultural identity, then from being a cultural identity to being a kind of nationalism. Het zijn voornamelijk westerse media en politici die moslims terugduwen in de reli-prut en hen beletten zich daaruit te bevrijden.

In Salzburg hadden ze het verenigd Europa natuurlijk allang begrepen. Ik ga geen namen van medewerkers noemen, maar die zijn volledig internationaal en meertalig. Het operakoor van Perm (Rusland) deed ook mee.

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Kunst, Muziek