Categorie archief: Kunst

Ariadne op Naxos

Daarover heeft Claudio Monteverdi (1567–1643) de eerste opera geschreven, L’Arianna, eeuwen vóór Richard Straus er ook een schreef. Maar Monteverdi’s werk is verloren gegaan: er is maar één aria van over: Lasciate mi morire, en vier madrigalen die hij apart gemaakt had: de Lamento di Arianna, vier madrigalen voor vijfstemmig koor. Deze laatste zijn ongelooflijk prachtig. Ik oefen ze in een van mijn koren (uitvoering in februari 2018) en dat bezorgt mij telkens weer kippenvel en heel veel plezier; het is een stuk waar je nooit genoeg van krijgt. De de boven aangeduide opname voor vijf enkele stemmen is prachtig; voor studiedoeleinden ook handig is deze.
.
U herinnert zich: Ariadne had op Kreta de Atheense prins Theseus geholpen bij het verslaan van de Minotaurus in het labyrint; die truc met die draad. Theseus, die nu in Athene koning kon worden, nam Ariadne mee, maar liet haar achter op het eiland Naxos omdat hij daar een zeker Aigle leerde kennen, aan wie hij snood de voorkeur gaf. Op het schilderij van Angelica Kaufmann (1741–1807) hieronder ziet U zijn schip net wegvaren. Ariadne heeft niet al te lang gejammerd, want ook zij kon wat beters krijgen: Dionysus, alias Bacchus, een echte god! Het schilderij van John Vanderlyn (1775–1852) toont haar in kennelijke afwachting van de nieuwe vrijer, terwijl Theseus’ schip nog niet eens het anker heeft gelicht.
.
Maar zover is het bij Monteverdi nog niet. Ik vat Ariadnes klacht even samen:
1. (0:00) Laat mij maar sterven; wie zou mij kunnen troosten in een zo zwaar lot, in een zo groot martyrium?
O Theseus, mijn Theseus! Je bent nog steeds de mijne, al ben je mij ontvlucht. Keer om, Theseus, om een blik te werpen op een vrouw die alles voor je heeft opgegeven en haar botten zal overlaten aan de wilde dieren, die haar zullen verslinden.
.
2. (1:45) O Theseus, als je eens wist hoe bang de arme Ariadne is, en hoe zij lijdt, dan zou je misschien de steven wenden. Maar nee, terwijl ik jammer, vaar jij heerlijk verder. Athene bereidt zich voor op jouw glorieuze intocht, terwijl ik hier achterblijf als prooi voor wilde beesten op een verlaten strand. Jij zult je ouders weerzien, maar ik zal de mijne nooit weerzien.
.
3. (7:08) Waar is de trouw die je me gezworen had? Ik ben jou trouw gebleven, maar jij? Is dit de verheven troon waarop je mij zou zetten? Zijn dit de kronen, de scepters, de juwelen en het goud? Moet de ongelukkige Ariadne dan vergeefs huilen en om hulp roepen?
.
4. (9:53) Ach, hij antwoordt niet eens. Hij is dover dan een slang voor mijn klachten. Laat hem toch in zee verzinken! Laat er maar een storm opsteken en hem naar de diepte  sleuren, laat de zeemonsters en walvissen maar toesnellen om hem te verslinden!
O Theseus! Nee, dit ben niet ik, o nee, die deze vreselijke woorden spreekt! Het waren mijn angst en smart die spraken. Mijn tong heeft wel gesproken, maar niet mijn hart.
.
Het stuk bevat zoveel uiteenlopende emoties, in de tekst en dientengevolge ook in de muziek. Echt verdriet, wanhoop, teleurstelling, verwijt, jaloezie, zelfmedelijden, coquetterie, woede en toch weer verdriet. Het zal ook wel de eerste storm in de opera geweest zijn, een motief dat later erg geliefd zou worden en waarmee men met de techniek van toen eer kon inleggen (windblazers, golven van bordkarton die door toneelknechten in beweging werden gehouden).
.
Hoe kende Monteverdi de zieleroerselen van zijn fictieve Ariadne? Die heeft zijn tekstschrijver, de dichter Ottavio Rinuccini (1562–1621) hem geleverd. (Deze had er even niet aan gedacht dat er op Naxos geen grote roofdieren zijn.)

Angelica Kaufmann, Ariadne op Naxos

John Vanderlyn, Ariadne op Naxos

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Kunst, Muziek

Verdunning en multiculti

Gisteren was Mozarts La clemenza di Tito op de televisie, een beetje een draak van een opera: prachtige muziek, maar als geheel wat raar. In Salzburg hadden ze het stuk omgewerkt en er andere stukken aan toegevoegd. Erg? Welnee, dat werd vroeger ook gedaan, en het was goed gelukt.
Opvallend was dat de rol van Titus werd gezongen en gespeeld door een grote zwarte man, Russell Thomas. Ook andere belangrijke zangers waren mensen of colour. Ik moet bekennen, dat ik daaraan even moest wennen, maar dat was gauw gebeurd. Ze zongen geweldig en waarom ook niet. De tijd dat zwarte mensen hoogstens eens Othello mochten spelen ligt gelukkig ver achter ons.
De handeling was naar onze tijd verplaatst, de aankleding was modern. Het ‘volk’ bestond hier uit vluchtelingen, de hoofddoekjes konden net zo goed Romeins als islamitisch zijn en de aanslag op Titus geschiedde met de van IS bekende middelen.
En het Romeinse Rijk was sowieso niet blank. Goden en mensen migreerden vrijelijk naar andere rijksdelen, alles liep er lekker door elkaar. Er waren tenminste twee Arabische keizers, afkomstig uit Syrië: Elagabalus (reg. 218–222) en Philippus Arabs (244–249). Niet dat die nou zo fantastisch regeerden, maar dat doen Juncker en Rutte ook niet. Tegenwoordig zou een Syriër in geen velden of wegen heerser over Europa kunnen worden, laat staan over Nederland; of dacht U van wel?
Onlangs las ik (maar waar? ergens bij Jona Lendering misschien) dat zich tijdens de bouw van Hadrian’s Wall, een soort limes in Engeland, 8000 Syrische soldaten in Engeland bevonden, plus natuurlijk een ongeteld aantal gewone burgers uit dat land. Zelfs de pukkeligste Engelse Neonazi kan dus Syrische genen in zich hebben.
Volgens de Britse volkstelling van 2011 waren er toen ongeveer even veel Syriërs, namelijk 8526. Na de grote vluchtelingenstroom van 2015 zullen dat er meer geworden zijn. En dat zijn dan alleen nog maar Syriërs. Ook op het continent, ook in Nederland is er sinds de Romeinse tijd duchtig verdund. Denk eens aan de soldaten uit Spanje, geloofsvluchtelingen uit Vlaanderen en immigranten uit Frankrijk (Hugenoten, en bij voorbeeld de Baudetjes). Later natuurlijk de talloze genen die uit Indonesië (ook Bolkestein, Wilders), Suriname en de Antillen bij ons over de grens wipten.

Het beste lijkt de verdunning te erkennen en te omarmen. Het gemak waarmee in het Romeinse tijd met goden werd omgegaan is helaas niet meer na te volgen: monotheïstische goden weigeren gemeenlijk zich te laten hernoemen of bij andere goden in één tempel te kruipen. Maar ach, ze zijn elk voor zich al aardig aan het verdunnen. Ja, ook de god van de islam. Zoals Iyad el-Baghdadi onlangs opmerkte: Islam went from being a religion to being a cultural identity, then from being a cultural identity to being a kind of nationalism. Het zijn voornamelijk westerse media en politici die moslims terugduwen in de reli-prut en hen beletten zich daaruit te bevrijden.

In Salzburg hadden ze het verenigd Europa natuurlijk allang begrepen. Ik ga geen namen van medewerkers noemen, maar die zijn volledig internationaal en meertalig. Het operakoor van Perm (Rusland) deed ook mee.

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Kunst, Muziek

Kaartenhuis

De afgelopen dagen de vierde serie van House of Cards bekeken. Het blijft een goede serie natuurlijk, maar wat is hij na de verkiezing van Trump al verouderd!

Leerzaam blijft de ongeloofwaardigheid van de democratie, ook in die ‘oude tijd’ al.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Kunst, Politiek

Florence

Nauwelijks had ik de rampzalige Amerikaanse zangeres Florence Foster-Jenkins ontdekt of daar was al een film over haar, met Meryl Streep in de hoofdrol. Oei, wat deed ze het goed. Om zó slecht te zingen moet je namelijk heel goed kunnen zingen, en dat kan ze blijkbaar. Ik kon tenminste in de credits niet ontdekken dat iemand anders haar liederen heeft ingezongen.
Het was een behoorlijk goede film, die me is bijgebleven. Dat gebeurt me niet zo vaak bij films. Vreemd is dat het muzikale deel me niet zo is bijgebleven, evenmin als de tragische levensloop van de dame, de zonderlinge pianist, de liefhebbende echtgenoot en de plot überhaupt. Het is vooral de inrichting van de huizen, de kleding, de schoenen en de hoeden, de meubels, de kussenslopen, de auto’s: alles New York jaren veertig. Voor mij is dat geen jeugdsentiment—zó oud ben ik nou ook weer niet— en bovendien ben ik nooit in Amerika geweest. Regelmatig komen die beelden mij weer voor ogen; ik heb een hele wereld cadeau gekregen. De reconstructie van die oude tijd was heel erg goed gedaan; alleen die vijftig oldtimers die ze lieten rondrijden waren iets te glanzend en ja, het waren natuurlijk steeds dezelfde. Maar gek: ik heb dat nog nooit zo gehad, dat een decor zich opdringt in mijn hoofd, terwijl de rest van de film daaruit al wegzakt.

1 reactie

Opgeslagen onder Kunst

Duitsland leren kennen

Al woon ik sinds twintig jaar in Duitsland, dat wil niet zeggen dat ik het land ken. Twee nieuwe fenomenen ontdekt deze week.

1 – Haast in Marburg. Marburg wil een tramlijn aanleggen naar het academisch ziekenhuis op de Lahnbergen (4,5 km). Of het menens is weet ik niet; natuurlijk is met de eerste herfstregens de komkommertijd (Sommerloch) net afgelopen en hoor je dus niet meer over een zweefbaantje daarnaar toe. Dan moet er een serieuzer onderwerp komen. Hoe dan ook: de Oberhessische Presse publiceerde van de week het volgende tijdschema. Bouw zes jaren: 2017–2023, ingebruikneming 2030. Ter vergelijking: China heeft nu al 7.531 km. hogesnelheidstreinen, in 2020 zullen het er 16.000 zijn. Goed, China is iets groter.

Klosettrollenhauben

Klosettrollenhauben

2 – Mutsje! Vorige week moest ik een nacht in Bonn doorbrengen. Alle hotels in de binnenstad waren volgeboekt, er was zeker iets te doen daar. Zo belandde ik in een soort zelfgeknutseld B&B in Noord. Alles schoon, heerlijk ambachtelijk ontbijt, maar de inrichting en vooral de badkamer waren het werk van Beun de Haas. De uitbaatster was een laten we zeggen creatieve vrouw, die het hele huis had opgetuigd met frutseltjes en tutseltjes en ook veel kunstwerken van eigen hand, over welke mijn oordeel gelukkig niet werd gevraagd. De grootste verrassing kwam in de badkamer. Boven de closetrolhouder lag er op een plankje een reserverol, die kuiselijk aan het zicht was onttrokken door een gehaakt turkooisgroen mutsje! Dit had ik nog nooit gezien. Is dit Deutsche Leitkultur, of komt het ook voor in de Benelux, Denemarken en Zuid-Scandinavië; in Groot-Brittannië misschien? Zuid-Europees, Turks of Arabisch is het niet.

10 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Kunst, Marburg

Villa’s kijken

Omdat ik in een flat woon wilde ik wel eens wat villa’s zien en ben ik in gezelschap van een oude vriend uit Australië naar Vicenza gereisd. Die stad is namelijk de geboorteplaats van de klassieke villa, ontworpen door Andrea Palladio (1508–80) en later door zijn opvolgers. Niet al zijn ontwerpen zijn gerealiseerd. Hij schreef vier boeken over architectuur waar alles in stond en die nog eeuwen na zijn dood geldig zouden blijven (afb. 1). Zijn eerste opdracht was de Villa Trissino, gebouwd tussen 1530–37 (afb. 2).
Hij had succes en Vicenza en omgeving staan dientengevolge vol met villa’s, paleizen en kerken van Palladio, die zich bij al zijn projecten liet inspireren door de klassieke oudheid. Een rijke heer had hem namelijk naar Rome gestuurd om daar de Romeinse ruïnes te bestuderen. Die studie bleef niet zonder vrucht: hij heeft vrijwel in zijn eentje de klassieke architectuur in Europa teruggebracht. Zijn belangrijkste villa is wel de Rotonda (afb. 3–5). Wat huiselijker, maar niet minder klassiek is het nabijgelegen optrekje van de familie Valmarana (afb. 6–8), voor welke de maestro in de omgeving nog vele andere gebouwen zou neerzetten.
Een hoogtepunt is het Teatro Olimpico (afb. 9–13), een wereldwijd uniek, in 1585 nagebouwd Romeins theater dat nog intact en bespeelbaar is. Daar vlak tegenover is het Palazzo Chiericati, nu schilderijenmuseum (afb. 14–16).
Een ander hoogtepunt is de Basilica (afb. 17–26). Dat heeft niets met een kerk te maken maar was een soort stadshal annex paleis van justitie. Op het dak is een terras waar je iets kunt drinken en naar het onweer boven de Dolomieten kijken.
Overal in de stad zag je Palladiaans werk, soms niet klaargekomen als het geld op was, of half verwoest of later fout verbouwd. Ook buiten de stad was er nog van alles te zien (afb. 27–33).
De invloed van Palladio kan nauwelijks onderschat worden: alle classicistische en neo-classicistische gebouwen ter wereld beroepen zich op de door hem opgedolven principes en proporties uit de Romeinse tijd. Ook het Witte Huis in Washington, het Brits Museum, de bank van Angola, het stadhuis van Groningen en duizenden banken, universiteiten, paleizen, ministeries en regeringsgebouwen in alle denkbare landen hebben veel aan hem te danken (afb. 34–39).

Na een heleboel klassieke gebouwen te hebben gescoord vond ik het ook wel fijn dat er nog andere stijlen bestaan, zoals gothisch (afb. 40) en barok (afb. 41). In de achttiende eeuw schilderde Canaletto hoe Venetië er had uitgezien als Palladio ook daar zijn gang had kunnen gaan (afb. 42 !). Dat verzon hij niet; het ontwerp van de Rialtobrug door Palladio is als tekening bewaard; het grote gebouw rechts is de Basilica die op de het plein van Vicenza staat, maar in Venetië totaal had misstaan.

Vicenza was ook als stad erg aangenaam, vooral omdat het autoverkeer uit de binnenstad vrijwel geheel gebannen is. Heerlijk eten en drinken (koffie!), warm weer met alleen ‘s avonds regen of onweer. Aangenaam achterlijk: nog niet alles hoeft ‘rendabel’ te zijn. Er zijn bij voorbeeld nog winkels; niet alles hoeft op een weiland ergens buiten of in het internet gekocht te worden. Alles prettig en menselijk, waarom kan dat hier niet? Tot ons gevoel van welbevinden droeg het hotel zeker bij: een ruime, omgebouwde herenboerderij uit de oude tijd met een bruikbaar zwembad in een flinke tuin waar je zelf fruit mocht plukken (afb. 43). Om de paar kilometer naar de binnenstad te overbruggen stonden gratis fietsen ter beschikking, al waren die nogal gammel.

Kortom, Italië moet weer vaker bezocht worden: het is een land dat gelukkig maakt, dat was ik even vergeten. Het enige nadeel is dat het zo ver is. De wegen waren erg vol, maar ja, je kunt ook data kiezen waarop dat minder het geval is.

Ik plaats hieronder een heleboel foto’s, de meeste van mezelf, sommige uit het net. Geen begenadigd fotowerk, U hoeft het niet te bekijken, het dient mij vooral als geheugensteun.

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Kunst

Onze manier van leven 2

1024px-Rape_of_the_negro_girl_mg_0026Nederlanders kunnen soms erg tobben over de vraag of zij wel racistisch zijn. Ik kan ze geruststellen: natuurlijk zijn we dat al eeuwen. Dat spreekt vanzelf voor een gewezen koloniale macht, die ook in slaven handelde.
In Straatsburg, waar ik enige dagen was, zag ik een verrassend schilderij: Le rapt de la négresse (De verkrachting van de negerin) van Christiaen van Couwenbergh, een bordeelscène vervaardigd in 1632. Mij verraste het tenminste; misschien kende U het al lang. Twee mannen staan op het punt zich meester te maken van een zwarte vrouw, die daartegen luidkeels protesteert. Haar ogen zijn naar buiten het schilderij gericht; daar zou zij graag zijn, maar gezien de overmacht maakt zij niet veel kans te ontsnappen. De ene ongeklede man heeft haar stevig te pakken, de andere staat haar uit te lachen om haar gejammer. Een derde, geklede, man staat toe te kijken met een houding van ‘hemeltje lief!’, maar grijpt niet in. Is dat de schilder, bent U het, ben ik het?

4 reacties

Opgeslagen onder Kunst, Nederland

Je tante op een houtvlot

1280px-JEAN_LOUIS_THÉODORE_GÉRICAULT_-_La_Balsa_de_la_Medusa_(Museo_del_Louvre,_1818-19)Al een paar maal heb ik hier voor de Hessische radio horen spreken over het vreselijk lot van (boot)vluchtelingen zoals dat is afgebeeld op Géricaults schilderij Het vlot van de Medusa van 1819. Dat lot zal best vreselijk zijn, maar het staat niet op dat schilderij. Dat toont namelijk schipbreukelingen, en dat is wat anders.

Het Franse fregat Méduse liep aan de grond voor de kust van Mauretanië. Er waren niet genoeg reddingsboten voor de vierhonderd opvarenden en dus werd er een vlot gebouwd voor de overblijvenden. Dezen hadden misschien gered kunnen worden als de lui in de sloepen niet vooral aan zichzelf gedacht hadden. Op het vlot werd honger en dorst geleden en men ging zelfs tot kannibalisme over. Slechts vijftien mensen hebben het overleefd.

Niet alles wat drijft is een bootje met vluchtelingen. De radio lijkt tegenwoordig een beetje dolgedraaid. Je zou die mensen met wat goede wil economische vluchtelingen kunnen noemen; ze gingen tenslotte hun fortuin zoeken in West-Afrika. Maar hun verblijf op dat vlot heeft daarmee niets te maken: ze vluchtten niet per vlot.

2 reacties

Opgeslagen onder Kunst, Vluchtelingen

Rood en blauw

Stralsund03Ik moest nog even terugdenken aan die proeven met kleur in de Nikolai kerk te Stralsund. Die kleuren brachten toen die kerk gebouwd werd niet alleen vrolijkheid, maar ook ooh en aah!, want ik neem aan dat ze  kostbaar en zeldzaam waren. Zoiets zag je niet iedere dag. Of het klopt weet ik niet, maar de interieurs en de kleding van eenvoudige burgers, boeren en vissers in die tijd stel ik mij altijd wat mat voor. Zij zullen hebben beschikt over de natuurkleuren die je nu nog kunt zien in winkels voor ecologische kleding. Daarentegen zullen de felle kleuren in de kerk eerder kunstkleuren zijn geweest: ook uit natuurlijke stoffen, maar dan zeldzame. Geperste schildluizen, dat soort dingen. En goud!

mobiel-billboard-groot1Zo hadden de kerk en de adel het monopolie op beeldende kunst en op kleur. Je moest wel naar de kerk, als je eens iets moois wilde zien (of horen), want bij de adel kwam je er niet in. Vanaf de negentiende eeuw kwamen kunstkleuren ter beschikking van iedereen. Ripolin en Kodakcolor, kleurentelevisie, internet en digitale fotografie duwen ze zelfs regelrecht door onze strot. Vrolijker is het leven daarvan niet geworden; in plaats van ooh en aah komt eerder een bah!

6 reacties

Opgeslagen onder Kunst, Medien

Stralsund e.o.: kleur in de kerk

De oude binnenstad van Leiden is groter dan die van Stralsund. Leiden heeft twee grote gothische kerken, maar Stralsund heeft er twee die nog veel groter zijn dan de Leidse: de St. Nikolai (bouw 1234–1350) en de wat jongere Marienkirche. Wat ouder zijn ze ook, misschien ligt het daaraan. Hoe vroeger, des te godvruchtiger? Of was Stralsund als belangrijke Hansestad gewoon rijker?

Heel Noord-Duitsland is bekend om zijn zog. Baksteengothiek, en de gebouwen zijn niet alleen groot, maar ook in andere opzichten indrukwekkend.

Om te beginnen is het grootse architectuur.

Verder was het een beetje een rommeltje binnen, en dat deed weldadig aan. We zijn in Duitsland gewend dat waardevolle gebouwen uit het verleden tot op het bot zijn gerestaureerd. Dat was hier niet het geval. Men was wel bezig, maar het was nog lang niet klaar. Verbazend dat je een gebouw als de Nikolai-kerk nog in deze onopgesmukte staat kunt zien. In de DDR-periode zal er misschien niet veel aan gedaan zijn, maar daarna? Mogelijk heeft men nog van de enorme restauratieklus afgezien omdat hij zo duur is en omdat eerst het dak moet worden gedaan; dat heeft nu prioriteit. Bepaalde balken zijn van binnenuit verrot. Van de Marienkirche staat een deel in de steigers.

Het protestantse christendom hier in het Noorden is niet somber of armzalig, maar vrolijk; dat was me in Lübeck al eens opgevallen. Zo’n kerk is ondanks zijn afmetingen gewoon gezellig, net als sommige moskeeën dat zijn. Bloemen, groen en veel kleur.

De ornamenten moeten in de oude tijd ook al zeer kleurig zijn geweest, maar daar heeft de tand des tijds een grauwsluier overheen gelegd (oei, wat een beeldspraak!). Bij de restauratie wil men kennelijk de oude kleuren weer aanbrengen en daartoe heeft men enkele proefstukjes alvast ingekleurd. Ik neem aan dat men door analyse van oude verfresten heeft kunnen zien wat de oorspronkelijke kleuren waren.

Er waren veel privé-zijkapellen, ten dele zeer fraai; waarin in vroeger eeuwen een rijke familie zich had vereeuwigd en uitgeleefd. De pronkzucht en zelfverheffing van die families is onaangenaam: ‘de ijd’le waan der trotse zielen.’ Maar om nu te bekijken zijn die kapellen wel mooi; armoedig zijn ze in ieder geval niet.

4 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Godsdienst, Kunst