Categorie archief: Kunst

Zwart geloof

Carl Banzter (1857–1941), Das Abendmahl

 

idem, voorstudie

Bantzer was een schilder hier uit de buurt. Dit schilderij hangt in Marburg. Het toont dat het leven hier een eeuw geleden behoorlijk godvruchtig was.

1 reactie

Opgeslagen onder Kunst, Marburg

Grote mannen

En één grote vrouw, maar die is alleen maar symbolisch. Het is Germania, wier standbeeld op de Rijnoever bij Rüdesheim al vanuit de trein heel duidelijk zichtbaar is (afb. 1). Ze lijkt een flinke kei in haar hand te hebben; misschien omdat ze op een steenworp afstand staat van het klooster van Hildegard van Bingen, die écht een grote vrouw was.

De andere personen van wie ik oversized standbeelden tegenkwam zijn allemaal mannen. Wat vindt u bijvoorbeeld van de zwaar verzilverde Djengiz Khan, in Mongolië, 10 + 30 m.? (afb. 2) Zou dat een gezellig theehuis zijn, daar onder hem? In Centraal Azië is men dol op standbeelden; een beetje dictator moet zo‘n ding hebben. Niazov in Turkmenistan van goud, in een pak van C&A (afb. 3) Zijn opvolger Arkadag wilde nog hogerop, maar had niet genoeg goud, dus die heeft een flink rotsblok bestegen (4). Als het geld schaars is komt er veel sokkel en weinig beeld, dat zien we overal. Ook Mao Tse Tung werd in goud uitgevoerd, maar dat beeld heeft men bij nader inzien toch maar vernietigd (5). Wel staat in China een reusachtig beeld van de oorlogsgod (6), dus weest gewaarschuwd! In Sahrisabz, Uzbekistan, staat Timoer Lenk (7). Timoer had een kapotte knie; men zal hem niet vaak staand hebben gezien.

De Boeddha is op vele plaatsen meer dan levensgroot uitgebeeld; in Hanoi is hij nog in aanbouw (72 m.; afb. 8). En vlakt u Jezus niet uit: 38 meter hoog in Rio (9). Maar ook die godsdienststichters hebben hun beelden niet zelf besteld.

Ook Europa kent zijn grote historische mannen, bij voorbeeld Alexander de Grote in Skopje (afb. 10). En natuurlijk zijn er nog veel meer reuzen, en hogere ook.

Van de Trumpjes zijn er tot nu toe alleen maar spottende beelden te vinden: van hem een in papier mâché (?; 11), en een houten van Melania (12). In haar geboorteland Slovenië heeft men daar de brand in gestoken. Dat was geen standbeeld, dat was eerder een voodoo-pop. Maar tijdens Trumps tweede ambtstermijn gaat dat natuurlijk veranderen. Zijn kop uitgehakt in Mount Rushmore, en in Washington nog iets metershoogs van goud?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Kunst

Waaier

De Salzburger Festspiele gaan wel door dit jaar, onder corona-voorwaarden natuurlijk, en daartoe behoort dat u uw waaier thuis moet laten. Men heeft de pretentie dat uw aerosolen door de airco loodrecht naar boven worden gezogen en wil voorkomen dat zij door waaiers zijwaarts door de zaal worden geduwd.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid, Kunst, Muziek

Mini-herinnering: Bad Wildbad

In juli 2004 reed ik eens, nog vanuit Frankfurt, naar Bad Wildbad om het oriëntaalse badhuis te bekijken. Met de trein naar Pforzheim, geen mooie plaats, en vervolgens met de S-Bahn tot Bad Wildbad, dat ingeklemd ligt in een smal dal, waar je uit kunt ontsnappen met een klein bergtreintje. Het badhuis was interessant vanwege het oriëntalisme. De koning van Württemberg had daar in 1847 boven de heetste bron een badgebouw neergezet, een normaal, saai Europees gebouw in Rundbogenstil, met een vorstenbad, heren- en damesbaden en aan de achterkant zelfs een armenbad, zodat de armen ook eens konden badderen. Van 1896 tot 1901 werd het echter maurisiert, d.w.z. in oosterse stijl omgebouwd. Moors was destijds in de mode en werd spannend en chic gevonden, waarom begrijp ik nog steeds niet. Ik besloot twee Anwendungen te nemen, om dat ook eens mee te maken. Wellness zou dat tegenwoordig heten. Iets met kneden en iets met modder, nogal vervelend, maar de badinrichting heb ik in ieder geval van alle kanten gezien. Verder stond de plaats vol klinieken en herstellingsoorden, waaronder erg lelijke. Het zou nog jaren duren voordat ik zelf ziek genoeg was om een kuuroord nodig te hebben, dus ik onderging het geheel met enige verbazing.
.
Maar Bad Wildbad had een verrassing te bieden: er was juist een Rossini-festival aan de gang, en dat bleek wellness voor de ziel. Was er nog een kaartje? Ja, dat was er, voor Ciro in Babilonia, ossia La Caduta di Baldassare, ofwel Belsazars Feest. Nog meer oriëntalisme dus. En een kamer in hotel Bären was er ook nog; dat bestaat nu niet meer. De klad zit in het kuurwezen; er moet nu op mountainbikes door de bossen geragd worden.
.
De uitvoering vond plaats in het kleine Kurtheater en was voor mij een openbaring. Tegenwoordig zul je niet gauw vervelende Rossini-uitvoeringen meer meemaken, maar vroeger wel. Het was een componist die in de twintigste eeuw niet meer goed begrepen was; daar kwam nog bij dat Rossini-geschoolde zangers nog zeldzaam waren. Ciro dateert van 1812 en was in de negentiende eeuw geen succes. Maar die festivals, soms in Bad Wildbad, soms in Pesaro of Spoleto, stelden zich ten doel vergeten opera’s weer boven water te halen en het oorspronkelijke Rossiniaanse belcanto in ere te herstellen; ze hebben daar groots werk verricht. Dus daar hoorde ik voor het eerst een ‘echte’ Rossini-uitvoering. Ook mensen die niet zo van opera houden kunnen met Rossini een lollige avond hebben: easy listening, alles glijdt lekker uit de kelen en iedereen heeft plezier. Van die uitvoering in 2004 bestaat zelfs een CD, maar die heb ik niet. Een indruk van Ciro in B. krijgt u hier.
Het hotel zat vol met internationale operakenners. Omdat ik zelf nog niet zo bekend was met opera luisterde ik verbaasd naar de gespecialiseerde gesprekken: vergelijkingen met de uitvoeringen in Spoleto, waar de sopraan toch nét even … enfin, dat soort inside-praat.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Kunst, Muziek, Trein&tram, Zingen

Corona in de kunst

Hoe ziet het Corona-virus eruit? Het is heel klein, zo veel is zeker, en waarschijnlijk hebben alleen een paar virologen het met behulp van een sterke microscoop kunnen zien. De mensheid hunkert echter naar afbeeldingen. Omdat er tegenwoordig niets meer zonder illustratie gaat, hebben honderden kunstenaars besloten aan deze hunkering tegemoet te komen. Toen ik googelde ‘corona virus foto’ stuitte ik op ettelijke verzamelingen van afbeeldingen, waaronder bij voorbeeld ‘700+ kostenlose Coronavirus und Corona-Bilder’. Zevenhonderd! En dat is slechts één webpagina; er zijn er ettelijke meer. Een regerend vorst mag blij zijn als er zoveel foto’s van hem circuleren. Oh wacht: corona ís een regerend vorst, zoals de naam ook al zegt, en het is iedere dag Koningsdag.
.
Het wordt tijd dat er een team van geleerden deze artists’ impressions voor ons gaat analyseren. Tot nu toe hebben zij het te druk met talkshows, maar die tijd moeten ze nemen. Een grove voorsortering is al te maken.
Er zijn foto’s van het virus met pootjes, afgebonden voetjes, tentakels, zuignapjes op steeltjes en broccoli-achtige uitgroeisels, alsmede armpjes met kleine bokshandschoenen. Wat dat alles beduidt is nog niet duidelijk. Wijst het op verschillende geslachten? Man, vrouw, onzijdig en nog iets anders— waarom zou een virus slechts drie geslachten kennen? Of zijn het de verschijningsvormen in verschillende levensfasen? Ontwikkelt een virus dat aanvakelijk pootjes heeft in de paartijd misschien zuignapjes? We weten het niet. En de kern, waaruit bestaat die? Sommige afbeeldingen tonen iets als een bitterbal, terwijl andere met een stalen bol of een soort hemellichaam aan komen zetten.
En dan de veelheid van kleuren. Aan te nemen is dat het virus in werkelijkheid in zwart-wit is uitgevoerd, zoals vanouds de hele wereld. Maar in onze tijd wil men nu eenmaal kleur, alles wordt nagekleurd en dus biedt men kleur. Bruin, grijs, rood, paars of gifgroen; grijze bollen of smurfblauwe golfballen met bordeauxrode of oranje kruidnagels erin gestoken: het kan niet op. Dat is niet helemaal eerlijk: die kleuren zijn pure verzinsels, laten we dat blijven beseffen.
.
Ontroerend is dat ook de textiele kunst zich al van het schepseltje heeft meester gemaakt. De betreffende kunstenaars slagen er vaak goed in, het boosaardige karakter van het virus tot uitdrukking te brengen. Bovendien hebben zij er oog voor, dat het ook oogjes heeft. Tientallen gebreide en gehaakte virussen zijn er al in omloop. Het virus mag immers in geen gezellig Hollands huisgezin ontbreken. Oh, pardon!

3 reacties

Opgeslagen onder Kunst, Onzin Humor

Mini-herinnering: misdaad loont

Slechte mensen ken ik meer dan genoeg, mijzelf niet uitgezonderd, maar een echte crimineel, louche en met foute schoenen en hemd, heb ik maar éénmaal ontmoet. Het was iemand met een wat vormeloos karakter, de broer van iemand die ik kende; kort na onze ontmoeting nam hij deel aan de grote Van Gogh-diefstal in 1991.
Hij belandde in de gevangenis, ben vergeten hoe lang. Daar kreeg hij de gelegenheid, een studie Rechten te volbrengen. Naar verluidt werd hij er ook nog min of meer volwassen. Zou hij advocaat van kwade zaken geworden zijn?
Nu de studiebeurzen zijn afgeschaft en de boze wereld voor nog onvolgroeide mensen meer verlokkingen dan ooit gereedhoudt is zo’n misdaad misschien een alternatief?
Van kunst word je een beter mens, zo veel is zeker.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bildung und Uni, De mens, Kunst

Alp Arslan in Gießen

Nee, niet de beroemde sultan die U kent van de slag bij Manzikert, waar hij in 1071 de Romeinse keizer Romanós IV gevangennam en bij wijze van bestraffing vervolgens vrij liet. Diens achterkleinzoon is het. In Gießen heb ik de naar hem genoemde opera bijgewoond.
.
Gießen is een stadje dat niet veel groter is dan Marburg, maar wel rijker. Het bezit een eigen theater, klein maar fijn, en een goed operagezelschap. Stel U voor, een eigen opera in een stad als Oss of Alphen aan de Rijn. Ongelofelijk, maar hier bestaat dat. En dit Stadttheater Gießen heeft een opdracht gegeven om een opera te schrijven. Het resultaat is Alp Arslan, met muziek van Richard van Schoor en tekst en regie Willem Bruls. De eerste is een Zuid-Afrikaan, de tweede een Nederlander.
.
In deze opera draait veel om de residentie van de jonge sultan: Aleppo, waarbij natuurlijk telkens gerefereerd wordt aan de recente vernietiging van die prachtige stad. Als Alps vader op sterven ligt weigert de zoon aan het sterfbed te verschijnen. Hij is zestien en te onervaren om Aleppo en omstreken te regeren, in een tijd waarin christelijke Kruisvaarders, Koerden, Ismaïlieten en Druzen de stad bedreigen. Van zijn moeder heeft hij geen steun te verwachten; die heeft nooit van hem gehouden. De enige die hem kan helpen is Lu’lu’, de eunuch die hem heeft opgevoed. Hij haat hem, maar is toch op hem aangewezen. Pest hem met zijn castraat zijn, veracht hem en verkracht hem. Hij wordt steeds gekker, tot de eunuch hem op een dag vermoordt en zijn jongere broer tot sultan benoemt.
De heimelijke hoofdrol is voor de eunuch, de countertenor Denis Lakey. De opera begint met een monoloog van hem, terwijl hij ingegraven ligt in het zand van de Soedan, en eindigt met een nog indrukwekkender solo-optreden.
Ja, deze muziek is modern, maar van een soort die goed en vanzelfsprekend aan te horen is. Als extra waren er ook stukken Arabische muziek doorheen geroerd, met een Arabisch orkest en een oproep tot het gebed van een echte moëddzin, die boven in een loge stond. Misschien dat zoiets voor het operapubliek hier moeilijk te verteren is, maar voor mij was het heel vertrouwd.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Kunst, Muziek, Nabije Oosten, Niks

Postzegels

Steeds vaker kijk ik met welbehagen naar de haarscherpe foto’s van postzegels die mij ongevraagd worden toegezonden. Ik zocht eens een afbeelding van een bepaalde postzegel, en sindsdien denkt Pinterest dat ik een filatelist ben. Misschien word ik dat ook wel weer, maar ik hoef de zegels niet te bezitten. Kijken is genoeg.
Tot mijn zeventiende ongeveer spaarde ik fanatiek postzegels. Dat ik ze nu weer leuk vind, na jarenlang niet, zal wel te maken hebben met een teruggrijpen op de jeugd.
De postzegelarij bracht enige eigenschappen van mij aan het licht. Om te beginnen was ik door en door koloniaal. Natuurlijk had ik wel postzegels van Nederland, maar de echte thrill kwam toch van de zegels uit Indië. En nog spannender waren die uit de Britse koloniën. Engeland had zoveel gebieden en eilanden, en ze namen de moeite om voor ieder eilandje aparte postzegels te maken. Het idee, een postzegel van de Falkland Islands die afgestempeld was, die ooit op een echte brief gezeten had: een uiterste zeldzaamheid. Ik zag het ook meteen voor me; hoe zo’n eenzame schapenboer daar een brief schreef aan zijn tante Georgina in Schotland, of een missionaris in Nyassaland onder een petroleumlamp, vloekend omdat de zegels in dat klimaat zo op elkaar kleven.
Door en door slecht was ik ook. Van drie mensen heb ik postzegels gestolen uit de albums die ze mij in vertrouwen lieten doorbladeren. Een hoogte- en tevens dieptepunt was een vervalsing die ik maakte en voor ƒ 10,- verkocht. In 1963 was dat geld, voor een jongen. Een hele postzegel vervalsen kon ik natuurlijk niet, maar wel kon ik met een fijne stift de opdruk JAVA aanbrengen op een goedkope zegel. En wat een triomf toen de koper erin trapte!
Ik was jong en mijn geweten was nog niet gerijpt. Mijn zedelijkheid bestond toen in de opvatting dat alles was toegestaan zolang je niet werd betrapt. Nu is dat anders hoor: U kunt met een gerust hart uw albums aan mij toevertrouwen. Het geweten kwam toen ik omstreeks twintig was; het koloniale ging eraf na mijn eerste bezoek aan Egypte.
Mooie postzegels zijn perfecte grafische werkjes, soms zelfs kunstwerkjes. Maar ik hoef geen kleurige afbeeldingen van paddenstoelen, voetbalteams  of schilderijen op de zegels. Nee, sober moeten ze zijn. De regerend vorst en hoogstens een enkel detail dat de kolonie in kwestie illustreert, of iets van het koningshuis.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dromen, Kunst, Persoonlijk

Buiten de paden

Gisteren had ik iets te doen in Fulda, dus heb ik het buurtwandelen naar daar verplaatst. Dat viel niet zo mee: veel van de stad is in WO II verwoest en ook veel daarna. Wel zijn er nog mooie brokstukken over: kerken, een kasteel, enkele goede huizen uit de oude tijd. De barokke kathedraal is groot en weelderig, iets té misschien. Hier ligt Bonifatius, de martelaar van Dokkum, in een riante crypte. Geen muffe lucht of optrekkend vocht daar beneden, maar veel marmer en luxe. Als U met geen stok een kerk in te krijgen bent kunt U binnenkort op het voorplein de musical over hem zien. Indrukwekkend is ook de kleine St. Michelskerk uit de negende(!) eeuw.
Voor de avond had ik een vrijkaartje voor Bachs Johannespassion in Frankfurt. Sir Simon Rattle en het Choir and Orchestra of the Age of Enlightenment en solisten. Dus van Fulda met de trein naar Frankfurt, door de streek die vroeger een fietsgebied van me was, en na afloop met de 23.24 terug naar Marburg. Dat is wel een bezwaar van het leven in de provincie: die late thuisreizen. Maar het loonde de moeite.
Die Johannespassion werd een bijzondere ervaring, want het betrof een halbszenische Darstellung, onder regie van Peter Sellars. Muzikaal gezien was het fantastisch. Sir Simon haalde dingen uit dat bekende stuk naar boven die me nog nooit waren opgevallen. Zijn dirigeren was soms merkwaardig: hij liep wat heen en weer over het podium, zette wat solisten neer, dirigeerde hier een daar een groepje mensen en stond ook wel eens achter het koor te dirigeren, zodat hij niet te zien was. Soms zong hij lekker mee. Nieuw voor mij was het toneelspel dat daar werd opgevoerd. Natuurlijk niet met een echt kruis: het waren meer aanzetten tot spel, tot leven gekomen tableaux vivants. En zie aan: dat gaf een geweldige meerwaarde. Van begin af aan was je als publiek zeer betrokken bij de handeling. Misschien dat het koor het meest profiteerde. Partituren met noten of ẓwarte pakken waren natuurlijk nergens te bekennen, de verschillende stemgroepen waren door elkaar gehusseld, de zangers lagen soms op de grond, sprongen dan weer op, stormden dreigend naar voren, weeklaagden enzovoort. Niet alleen met hun stem, ook met hun gezicht en hun hele lijf drukten zij uit wat zij zongen, nog wat meer zelfs dan in het doorsnee operakoor. Malchus’ oor werd bedrieglijk echt afgehouwen. Een haatdragende volksmassa zag er vervaarlijk uit, de valse joden sisten hun Wir haben ein GeSETZ, ein Gesetz, -setzz, -SETZZ, en bij het loten om Jezus’ kleding aan de voet van het kruis werd het zelfs een beetje jolig; die soldaten amuseerden zich kostelijk.
Mij overtuigde het en ik zal dit niet licht vergeten. Straks eens kijken hoe het in de bourgeoise pers gerecenseerd wordt.

 

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Kunst, Muziek

Alexander, geen boekendief

In het Palazzo Te in Mantua zag ik op een plafondschildering een afbeelding van Alexander de Grote met een paar boekbanden in een kistje. Dat is een illustratie bij wat Plutarchus vertelt in zijn biografie van Alexander:

  • ‘Toen hem een kistje werd gebracht, waarvan degenen die de schatten en goederen van Darius hadden opgenomen zeiden dat dit het allerkostbaarste was, vroeg hij zijn vrienden welk waardevol ding volgens hen het best daarin bewaard kon worden. Toen veel mensen verschillende dingen opperden, zei hij zelf dat hij de Ilias erin zou doen om hem goed te bewaken.’1

Alexander heeft de Perzische koning Darius III (reg. 336–330 v.Chr.) in etappes verslagen, waarbij hij telkens rijke buit behaalde. De Ilias was een belangrijk boek voor hem; hij stelde zich graag voor dat hij een nieuwe Achilles was.
.
Zou dit misschien samenhangen met de vroeg-Abbasidische, in wezen Perzische aanname dat Alexander alle boeken van de Perzen had gestolen, zodat ze later weer uit het Grieks in het Arabisch terugvertaald moesten worden? Daarover had ik hier al wat geschreven.
Waarom was dat kistje zo kostbaar? Misschien was het van massief goud of bezaaid met juwelen, wie zal het zeggen? Maar het kan ook zijn dat de inhoud kostbaar was. Van Darius III is bekend dat hij de oude Perzische Zand Avesta-teksten had laten uitgeven, vertalen en commentariëren. Ze vormden het middelpunt van zijn rijksideologie en werden bewaard in zijn schatkamer, die Alexander heeft geplunderd, en misschien wel in dat kistje. Het kistje heeft hij ingepikt, maar die Perzische boeken zullen allicht het laatste zijn geweest dat hem interesseerde. Goed denkbaar dat hij die Perzische boeken toen heeft weggedaan en heeft vervangen door wat voor hem het kostbaarste Griekse boek was: Homerus’ Ilias. En als het niet letterlijk zo gebeurd is, is het toch een mooie symboliek.
Het onderwerp kan nog wat nadere studie gebruiken.

NOOT:
1. κιβωτίου δέ τινος αὐτῷ προσενεχθέντος, οὗ πολυτελέστερον οὐδὲν ἐφάνη τοῖς τὰ Δαρείου χρήματα καὶ τὰς ἀποσκευὰς παραλαμβάνουσιν, ἠρώτα τοὺς φίλους ὅ τι δοκοίη μάλιστα τῶν ἀξίων σπουδῆς εἰς αὐτὸ καταθέσθαι: πολλὰ δὲ πολλῶν λεγόντων αὐτὸς ἔφη τὴν Ἰλιάδα φρουρήσειν ἐνταῦθα καταθέμενος. (Plut. Alex. 26, 1–2)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Fictie, Geschiedschrijving, Griekenland, Kunst, Nabije Oosten