Categorie archief: Kunst

Aprilgrappen

Bildschirmfoto 2020-03-30 um 23.53.22.png

Bildschirmfoto 2020-03-30 um 16.07.24.png

Bildschirmfoto 2020-03-29 um 19.32.34.png

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Kunst, Onzin Humor

Corona in de kunst

Hoe ziet het Corona-virus eruit? Het is heel klein, zo veel is zeker, en waarschijnlijk hebben alleen een paar virologen het met behulp van een sterke microscoop kunnen zien. De mensheid hunkert echter naar afbeeldingen. Omdat er tegenwoordig niets meer zonder illustratie gaat, hebben honderden kunstenaars besloten aan deze hunkering tegemoet te komen. Toen ik googelde ‘corona virus foto’ stuitte ik op ettelijke verzamelingen van afbeeldingen, waaronder bij voorbeeld ‘700+ kostenlose Coronavirus und Corona-Bilder’. Zevenhonderd! En dat is slechts één webpagina; er zijn er ettelijke meer. Een regerend vorst mag blij zijn als er zoveel foto’s van hem circuleren. Oh wacht: corona ís een regerend vorst, zoals de naam ook al zegt, en het is iedere dag Koningsdag.
.
Het wordt tijd dat er een team van geleerden deze artists’ impressions voor ons gaat analyseren. Tot nu toe hebben zij het te druk met talkshows, maar die tijd moeten ze nemen. Een grove voorsortering is al te maken.
Er zijn foto’s van het virus met pootjes, afgebonden voetjes, tentakels, zuignapjes op steeltjes en broccoli-achtige uitgroeisels, alsmede armpjes met kleine bokshandschoenen. Wat dat alles beduidt is nog niet duidelijk. Wijst het op verschillende geslachten? Man, vrouw, onzijdig en nog iets anders— waarom zou een virus slechts drie geslachten kennen? Of zijn het de verschijningsvormen in verschillende levensfasen? Ontwikkelt een virus dat aanvakelijk pootjes heeft in de paartijd misschien zuignapjes? We weten het niet. En de kern, waaruit bestaat die? Sommige afbeeldingen tonen iets als een bitterbal, terwijl andere met een stalen bol of een soort hemellichaam aan komen zetten.
En dan de veelheid van kleuren. Aan te nemen is dat het virus in werkelijkheid in zwart-wit is uitgevoerd, zoals vanouds de hele wereld. Maar in onze tijd wil men nu eenmaal kleur, alles wordt nagekleurd en dus biedt men kleur. Bruin, grijs, rood, paars of gifgroen; grijze bollen of smurfblauwe golfballen met bordeauxrode of oranje kruidnagels erin gestoken: het kan niet op. Dat is niet helemaal eerlijk: die kleuren zijn pure verzinsels, laten we dat blijven beseffen.
.
Ontroerend is dat ook de textiele kunst zich al van het schepseltje heeft meester gemaakt. De betreffende kunstenaars slagen er vaak goed in, het boosaardige karakter van het virus tot uitdrukking te brengen. Tientallen gebreide en gehaakte virussen zijn er al in omloop. Het virus mag immers in geen gezellig Hollands huisgezin ontbreken. Oh, pardon!

3 reacties

Opgeslagen onder Kunst, Onzin Humor

Mini-herinnering: misdaad loont

Slechte mensen ken ik meer dan genoeg, mijzelf niet uitgezonderd, maar een echte crimineel, louche en met foute schoenen en hemd, heb ik maar éénmaal ontmoet. Het was iemand met een wat vormeloos karakter, de broer van iemand die ik kende; kort na onze ontmoeting nam hij deel aan de grote Van Gogh-diefstal in 1991.
Hij belandde in de gevangenis, ben vergeten hoe lang. Daar kreeg hij de gelegenheid, een studie Rechten te volbrengen. Naar verluidt werd hij er ook nog min of meer volwassen. Zou hij advocaat van kwade zaken geworden zijn?
Nu de studiebeurzen zijn afgeschaft en de boze wereld voor nog onvolgroeide mensen meer verlokkingen dan ooit gereedhoudt is zo’n misdaad misschien een alternatief?
Van kunst word je een beter mens, zo veel is zeker.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bildung und Uni, De mens, Kunst

Alp Arslan in Gießen

Nee, niet de beroemde sultan die U kent van de slag bij Manzikert, waar hij in 1071 de Romeinse keizer Romanós IV gevangennam en bij wijze van bestraffing vervolgens vrij liet. Diens achterkleinzoon is het. In Gießen heb ik de naar hem genoemde opera bijgewoond.
.
Gießen is een stadje dat niet veel groter is dan Marburg, maar wel rijker. Het bezit een eigen theater, klein maar fijn, en een goed operagezelschap. Stel U voor, een eigen opera in een stad als Oss of Alphen aan de Rijn. Ongelofelijk, maar hier bestaat dat. En dit Stadttheater Gießen heeft een opdracht gegeven om een opera te schrijven. Het resultaat is Alp Arslan, met muziek van Richard van Schoor en tekst en regie Willem Bruls. De eerste is een Zuid-Afrikaan, de tweede een Nederlander.
.
In deze opera draait veel om de residentie van de jonge sultan: Aleppo, waarbij natuurlijk telkens gerefereerd wordt aan de recente vernietiging van die prachtige stad. Als Alps vader op sterven ligt weigert de zoon aan het sterfbed te verschijnen. Hij is zestien en te onervaren om Aleppo en omstreken te regeren, in een tijd waarin christelijke Kruisvaarders, Koerden, Ismaïlieten en Druzen de stad bedreigen. Van zijn moeder heeft hij geen steun te verwachten; die heeft nooit van hem gehouden. De enige die hem kan helpen is Lu’lu’, de eunuch die hem heeft opgevoed. Hij haat hem, maar is toch op hem aangewezen. Pest hem met zijn castraat zijn, veracht hem en verkracht hem. Hij wordt steeds gekker, tot de eunuch hem op een dag vermoordt en zijn jongere broer tot sultan benoemt.
De heimelijke hoofdrol is voor de eunuch, de countertenor Denis Lakey. De opera begint met een monoloog van hem, terwijl hij ingegraven ligt in het zand van de Soedan, en eindigt met een nog indrukwekkender solo-optreden.
Ja, deze muziek is modern, maar van een soort die goed en vanzelfsprekend aan te horen is. Als extra waren er ook stukken Arabische muziek doorheen geroerd, met een Arabisch orkest en een oproep tot het gebed van een echte moëddzin, die boven in een loge stond. Misschien dat zoiets voor het operapubliek hier moeilijk te verteren is, maar voor mij was het heel vertrouwd.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Kunst, Muziek, Nabije Oosten, Niks

Postzegels

Steeds vaker kijk ik met welbehagen naar de haarscherpe foto’s van postzegels die mij ongevraagd worden toegezonden. Ik zocht eens een afbeelding van een bepaalde postzegel, en sindsdien denkt Pinterest dat ik een filatelist ben. Misschien word ik dat ook wel weer, maar ik hoef de zegels niet te bezitten. Kijken is genoeg.
Tot mijn zeventiende ongeveer spaarde ik fanatiek postzegels. Dat ik ze nu weer leuk vind, na jarenlang niet, zal wel te maken hebben met een teruggrijpen op de jeugd.
De postzegelarij bracht enige eigenschappen van mij aan het licht. Om te beginnen was ik door en door koloniaal. Natuurlijk had ik wel postzegels van Nederland, maar de echte thrill kwam toch van de zegels uit Indië. En nog spannender waren die uit de Britse koloniën. Engeland had zoveel gebieden en eilanden, en ze namen de moeite om voor ieder eilandje aparte postzegels te maken. Het idee, een postzegel van de Falkland Islands die afgestempeld was, die ooit op een echte brief gezeten had: een uiterste zeldzaamheid. Ik zag het ook meteen voor me; hoe zo’n eenzame schaapherder daar een brief schreef aan zijn tante Georgina in Schotland, of een missionaris in Nyassaland onder een petroleumlamp, vloekend omdat de zegels in dat klimaat zo op elkaar kleven.
Door en door slecht was ik ook. Van drie mensen heb ik postzegels gestolen uit de albums die ze mij in vertrouwen lieten doorbladeren. Een hoogte- en tevens dieptepunt was een vervalsing die ik maakte en voor ƒ 10,- verkocht. In 1963 was dat geld, voor een jongen. Een hele postzegel vervalsen kon ik natuurlijk niet, maar wel kon ik met een fijne stift de opdruk JAVA aanbrengen op een goedkope zegel. En wat een triomf toen de koper erin trapte!
Ik was jong en mijn geweten was nog niet gerijpt. Mijn zedelijkheid bestond toen in de opvatting dat alles was toegestaan zolang je niet werd betrapt. Nu is dat anders hoor: U kunt met een gerust hart uw albums aan mij toevertrouwen. Het geweten kwam toen ik omstreeks twintig was; het koloniale ging eraf na mijn eerste bezoek aan Egypte.
Mooie postzegels zijn perfecte grafische werkjes, soms zelfs kunstwerkjes. Maar ik hoef geen kleurige afbeeldingen van paddenstoelen, voetbalteams  of schilderijen op de zegels. Nee, sober moeten ze zijn. De regerend vorst en hoogstens een enkel detail dat de kolonie in kwestie illustreert, of iets van het koningshuis.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dromen, Kunst, Persoonlijk

Buiten de paden

Gisteren had ik iets te doen in Fulda, dus heb ik het buurtwandelen naar daar verplaatst. Dat viel niet zo mee: veel van de stad is in WO II verwoest en ook veel daarna. Wel zijn er nog mooie brokstukken over: kerken, een kasteel, enkele goede huizen uit de oude tijd. De barokke kathedraal is groot en weelderig, iets té misschien. Hier ligt Bonifatius, de martelaar van Dokkum, in een riante crypte. Geen muffe lucht of optrekkend vocht daar beneden, maar veel marmer en luxe. Als U met geen stok een kerk in te krijgen bent kunt U binnenkort op het voorplein de musical over hem zien. Indrukwekkend is ook de kleine St. Michelskerk uit de negende(!) eeuw.
Voor de avond had ik een vrijkaartje voor Bachs Johannespassion in Frankfurt. Sir Simon Rattle en het Choir and Orchestra of the Age of Enlightenment en solisten. Dus van Fulda met de trein naar Frankfurt, door de streek die vroeger een fietsgebied van me was, en na afloop met de 23.24 terug naar Marburg. Dat is wel een bezwaar van het leven in de provincie: die late thuisreizen. Maar het loonde de moeite.
Die Johannespassion werd een bijzondere ervaring, want het betrof een halbszenische Darstellung, onder regie van Peter Sellars. Muzikaal gezien was het fantastisch. Sir Simon haalde dingen uit dat bekende stuk naar boven die me nog nooit waren opgevallen. Zijn dirigeren was soms merkwaardig: hij liep wat heen en weer over het podium, zette wat solisten neer, dirigeerde hier een daar een groepje mensen en stond ook wel eens achter het koor te dirigeren, zodat hij niet te zien was. Soms zong hij lekker mee. Nieuw voor mij was het toneelspel dat daar werd opgevoerd. Natuurlijk niet met een echt kruis: het waren meer aanzetten tot spel, tot leven gekomen tableaux vivants. En zie aan: dat gaf een geweldige meerwaarde. Van begin af aan was je als publiek zeer betrokken bij de handeling. Misschien dat het koor het meest profiteerde. Partituren met noten of ẓwarte pakken waren natuurlijk nergens te bekennen, de verschillende stemgroepen waren door elkaar gehusseld, de zangers lagen soms op de grond, sprongen dan weer op, stormden dreigend naar voren, weeklaagden enzovoort. Niet alleen met hun stem, ook met hun gezicht en hun hele lijf drukten zij uit wat zij zongen, nog wat meer zelfs dan in het doorsnee operakoor. Malchus’ oor werd bedrieglijk echt afgehouwen. Een haatdragende volksmassa zag er vervaarlijk uit, de valse joden sisten hun Wir haben ein GeSETZ, ein Gesetz, -setzz, -SETZZ, en bij het loten om Jezus’ kleding aan de voet van het kruis werd het zelfs een beetje jolig; die soldaten amuseerden zich kostelijk.
Mij overtuigde het en ik zal dit niet licht vergeten. Straks eens kijken hoe het in de bourgeoise pers gerecenseerd wordt.

 

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Kunst, Muziek

Alexander, geen boekendief

In het Palazzo Te in Mantua zag ik op een plafondschildering een afbeelding van Alexander de Grote met een paar boekbanden in een kistje. Dat is een illustratie bij wat Plutarchus vertelt in zijn biografie van Alexander:

  • ‘Toen hem een kistje werd gebracht, waarvan degenen die de schatten en goederen van Darius hadden opgenomen zeiden dat dit het allerkostbaarste was, vroeg hij zijn vrienden welk waardevol ding volgens hen het best daarin bewaard kon worden. Toen veel mensen verschillende dingen opperden, zei hij zelf dat hij de Ilias erin zou doen om hem goed te bewaken.’1

Alexander heeft de Perzische koning Darius III (reg. 336–330 v.Chr.) in etappes verslagen, waarbij hij telkens rijke buit behaalde. De Ilias was een belangrijk boek voor hem; hij stelde zich graag voor dat hij een nieuwe Achilles was.
.
Zou dit misschien samenhangen met de vroeg-Abbasidische, in wezen Perzische aanname dat Alexander alle boeken van de Perzen had gestolen, zodat ze later weer uit het Grieks in het Arabisch terugvertaald moesten worden? Daarover had ik hier al wat geschreven.
Waarom was dat kistje zo kostbaar? Misschien was het van massief goud of bezaaid met juwelen, wie zal het zeggen? Maar het kan ook zijn dat de inhoud kostbaar was. Van Darius III is bekend dat hij de oude Perzische Zand Avesta-teksten had laten uitgeven, vertalen en commentariëren. Ze vormden het middelpunt van zijn rijksideologie en werden bewaard in zijn schatkamer, die Alexander heeft geplunderd, en misschien wel in dat kistje. Het kistje heeft hij ingepikt, maar die Perzische boeken zullen allicht het laatste zijn geweest dat hem interesseerde. Goed denkbaar dat hij die Perzische boeken toen heeft weggedaan en heeft vervangen door wat voor hem het kostbaarste Griekse boek was: Homerus’ Ilias. En als het niet letterlijk zo gebeurd is, is het toch een mooie symboliek.
Het onderwerp kan nog wat nadere studie gebruiken.

NOOT:
1. κιβωτίου δέ τινος αὐτῷ προσενεχθέντος, οὗ πολυτελέστερον οὐδὲν ἐφάνη τοῖς τὰ Δαρείου χρήματα καὶ τὰς ἀποσκευὰς παραλαμβάνουσιν, ἠρώτα τοὺς φίλους ὅ τι δοκοίη μάλιστα τῶν ἀξίων σπουδῆς εἰς αὐτὸ καταθέσθαι: πολλὰ δὲ πολλῶν λεγόντων αὐτὸς ἔφη τὴν Ἰλιάδα φρουρήσειν ἐνταῦθα καταθέμενος. (Plut. Alex. 26, 1–2)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Fictie, Geschiedschrijving, Griekenland, Kunst, Nabije Oosten

Mottig verleden in Mantua

Giovanna d’Arco was de laatste telg van het grafelijk geslacht Arco. Toen zij in 1973 op 93-jarige leeftijd overleed bleek zij te hebben beschikt, dat haar paleis met de inrichting bewaard moest blijven en als museum moest worden opengesteld. Zo is het neoklassieke Palazzo d’Arco geconserveerd resp. gereconstrueerd in de laatste versie van 1784 (afb. 1). Het geheel werd in een stichting ondergebracht, die blijkbaar geld genoeg heeft voor restauratie en onderhoud.
.
Er kwamen zes mensen voor de verplichte rondleiding. Het eerste wat we te zien kregen waren twee aanzienlijk oudere, van buiten niet erg opvallende gebouwen, die achter in de tuin stonden. Prachtig daar was de zaal van de Dierenriem, daterend van ± 1515 (afb. 2); hét hoogtepunt van dit paleiscomplex. Omdat ik een Leeuw en volgende week jarig ben toon ik hieronder het fresco van mijn sterrenbeeld, met Diana en de verzamelde dieren (afb. 3), maar er waren er dus twaalf geweest; één was er kapot. Ze zijn van Giovanni Maria Falconetti, veel strenger dan die van Romano, maar in hun soort evengoed meesterwerken. Het andere gebouw bevatte het werkvertrek van een oude graaf die aan natuurlijke historie deed. Dat had geresulteerd in een  grote collectie vogelbeesten, fossielen, schedels en skeletten. Ieder exemplaar was afzonderlijk in inmiddels stoffig geworden plastic verpakt, waardoor het geheel wel een modern kunstwerk leek.
.
Vervolgens het hoofdgebouw. Zo’n paleis uit de late achttiende eeuw is natuurlijk niet te versmaden en het is goed dat het bewaard wordt, maar als je net een heleboel Renaissance hebt gezien is het toch een stap terug. Als eerste kwam de slaap- en sterfkamer van de gravin aan de beurt (afb. 4). Het voelde wat indiscreet, zo in deze kamer te worden gelaten. Veel ouder dan 1973: een wastafel met lampetkan, een monstrueuze kachel in de schoorsteen, een kleine radio-ontvanger op het nachtkastje. Naar verluidde was er in de kelder wel ergens een moderne badkamer ingericht, maar of de gravin die in haar laatste jaren had kunnen bereiken? Quasi-nonchalant slingerde er een dichtbundeltje rond van haar eigen hand. Aan de wanden hingen even vrome als afzichtelijke schilderijen.
.
Verder ruim twintig zalen en kamers (afb. 5) met die onzitbare stoelen en banken waarin het Europese verleden grossiert, met salontafels, speeltafels en guéridons, kastjes, kistjes, statuen en statuetten, vazen, enzovoort. Er waren mooie stukken bij maar, het klinkt misschien wat oneerbiedig: het was overwegend ouwe meuk uit de achttiende en negentiende eeuw. Misschien wordt je blik zo ondankbaar na een week hoogtepunten der Renaissance in Italië. Een eindeloze hoeveelheid wel oude, maar toch derderangse, vaak religieuze schilderijen aan de wanden, af en toe afgewisseld door iets van de tweede rang
. Veel ‘school van’, ‘copie van’ en ‘toegeschreven aan’. De centrale zaal vol met voorouders (afb. 6). De bibliotheek (afb. 7) was mooi en indrukwekkend, anderzijds toch al heel lang onpraktisch: wie leest er een tekst in een achttiende-eeuwse uitgave? De indruk van mottigheid werd versterkt doordat de gordijnen en de luiken naar goed Italiaans gebruik zo veel mogelijk gesloten waren; zonder twijfel om textiel en schilderijen voor het zonlicht te beschermen, maar ook uit gewoonte. Er zijn ook tegenwoordig vele Italianen die de hele zomer met dichte gordijnen in huis zitten.
.
Wel prachtige muziekinstrumenten (afb. 8), op één waarvan Mozart geoefend moet hebben, want die heeft hier overnacht toen hij in het schitterende Teatro Bibiena optrad, bij ons in de straat (afb. 9). Een leuke keuken met een stuk of vijftig puddingvormen (afb. 10).
.
In de grote zaal stonden twee achttiende-eeuwse draagstoelen (afb. 6, rechts in de hoek). Naar ons werd uitgelegd werden deze alleen binnenshuis gebruikt, om de trappen op en af te komen. Zo kan de oude gravin toch haar moderne badkamer hebben bereikt. Draagstoel 15? kg + gravin 70 kg (mager zal ze niet geweest zijn, ze hield immers van pudding): dat moet lukken met twee mannen, al zou het met vier gedistingeerder zijn. Wanneer zijn de laatste professionele draagstoeldragers ontslagen? Op het laatst zijn het misschien de kok en de chauffeur geweest die haar hebben rondgesjouwd.

 

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Kunst

Mantua: billen

Op de fresco’s in het Palazzo di Te zijn vele naakte lichamen te zien. Het kan aan mij liggen, maar ik meende daar een bijzondere belangstelling voor billen te ontwaren. Billen van vrouwen, mannen, paarden, goden, satyrs en kinderen: Federico Gonzaga was er blijkbaar dol op en zijn hofarchitect annex -schilder Giulio Romano moet deze belangstelling hebben gedeeld. Bij mythologische personen (afb. 1–2), bij zwemmende matrozen (afb. 3), vaak krijgen de billen een zekere nadruk, zeker ook die van de paarden van de zonnegod Helios en van deze zelf, waarbij ook de geslachtsdelen zichtbaar worden (afb. 4). De reis van de zonnewagen door de hemel maakte dit perspectief mogelijk.
.
Naakte lijven zijn het talrijkst in de zaal van Amor en Psyche (afb. 5). Ik keek mijn ogen uit (afb. 6). Daar is zowaar een stijve penis te zien (afb. 7). Een dame in push-up bh wordt benaderd door een opgewonden mannelijke … wat is het eigenlijk? Ah, de god Jupiter— geen mens, dus dan is het geen pornografie. De bisschop kon gerust zijn.
.
In deze zaal heeft keizer Karel V tot twee maal toe gegeten. Hij kwam in 1530 naar Mantua om de markies tot hertog te benoemen. Ter gelegenheid daarvan werd er onder andere een geweldig banket gegeven, waarbij de gehele adel was uitgenodigd. Maar blijkbaar wilde het protocol dat de keizer niet samen at met edellieden van mindere rang. Hij moest dus alleen eten, nou ja, met zijn personeel dan, en dat deed hij in de Amor en Psyche-zaal. Hij heeft zeer van de schilderingen genoten en is er daarna nog enkele malen naar terug gegaan.
.
Ook het algemene publiek heeft zijn belangstelling voor billen kond gedaan: in een reliëf dat laag genoeg zat om erbij te kunnen is een paar billen in de loop der eeuwen zo vaak aangeraakt dat ze ervan versleten zijn geraakt (afb. 8).

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Kunst

Mantua en Padua: paarden

In het Palazzo Te in Mantua is een zaal die gewijd is aan paardenschilderingen (afb. 1). Federico Gonzaga hield namelijk van paarden, hij fokte ze zelf en schonk graag vrienden en relaties een mooi dier uit zijn stoeterij. Enkele van zijn meest geliefde paarden liet hij door zijn hofschilder Giulio Romano in fresco’s op de wand portretteren (afb. 2–4). Ze zijn optisch naar voren gehaald, zodat het net lijkt of ze dichtbij ons zijn.
.
Zelf geen paardenmens zijnde heb ik toch een idee van hoe een paard eruit ziet. Die paarden van Romano lijken anatomisch niet helemaal te kloppen. Of laat ik me voorzichtiger uitdrukken: komen niet helemaal overeen met het idee ‘paard’ dat ik in mijn hoofd heb—want dat idee is bij mij eerder door afbeeldingen ontstaan dan door de omgang met echte paarden. Maar paarden hebben toch wat bolligere buiken? Op schilderingen door mindere kunstenaars klopt er nog minder van. Olifanten, kamelen en eenhoorns worden door die Renaissance-schilders ook niet goed getroffen, maar dat is hun te vergeven, want die beesten kregen ze vrijwel nooit te zien. Paarden wél; daar liepen er honderden van door de stad.
.
In Padua staat voor de kerk van de H. Antonius ‘het’ paard: dat van Gattamelata, in brons gegoten door Donatello in 1453 (afb.5). Dat paard is wél goed gelukt, erg goed zelfs. Het eerste behoorlijke bronzen paard sinds de Romeinse tijd. Het linker voorbeen rust op een (bronzen) steen, omdat Donatello blijkbaar nog niet in staat was, het been in de lucht te laten zweven. Dat zou een tijdje later wel lukken.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dieren, Europa, Kunst