Categorie archief: Nabije Oosten

Oost west, thuis best

Toen ik nog over Mohammed en de vroege islam studeerde had ik nooit het gevoel iets onbelangrijks te doen. Immers, heel de wereld sprak tot kotsens toe over de islam? Het verstrekken van betrouwbare informatie over één van de stichters daarvan was dus van belang, ook al wilde vrijwel niemand die horen.
.
Na mijn pensionering wendde ik mij af van de arabistiek en concentreerde ik me meer op muziek. Dat kan ook nu: ik heb weer zangles, ik kan in mijn eentje zingen, maar koorzang zal nog lang onmogelijk zijn. Dat was in februari al duidelijk en ik heb meteen het roer omgegooid en mij gestort op een oud arabistisch onderzoeksproject, dat nooit af was gekomen: een negende-eeuwse christelijke tekst met ongeveer honderd christelijke teleologische godsbewijzen, die iets later met een islamitisch sausje werd overgoten. Dat is leuk werk, dat gepriegel en gepuzzel, net als vroeger, alleen bekruipt mij hierbij soms het idee dat het nergens goed voor is. Wat is het verschil met het patience leggen, dat mijn grootmoeder op haar oude dag regelmatig deed om het wachten op de dood te veraangenamen?
.
Ik moet mijzelf er af en toe uitdrukkelijk van overtuigen dat dit wel degelijk ergens goed voor is, en zelfs actueel, in verband met het hele white supremacy-gedoe. De tekst is namelijk een stukje in de legpuzzel van de geschiedenis van cultuuroverdracht en wetenschap—al is het maar een klein stukje. Die godsbewijzen interesseren me niet zo: heb je er tien gezien, kun je zelf de volgende twintig verzinnen, en God wordt er niet bestaander van. Maar het boekje wemelt van de citaten en verwijzingen naar oude Griekse, Latijnse en vroeg-christelijke auteurs, vertaald, zoals het voorwoord stelt, uit het Grieks in het Syrisch en Perzisch en nu ook in het Arabisch. Dat is dus een west-oost overdracht; de volgende fase werd de oost-west overdracht, verrijkt met Indische en Perzische elementen. Dacht U bij voorbeeld dat de grote christelijke theoloog Thomas van Aquino niet zwaar beïnvloed was door Arabische theologie en filosofie—en dus door ‘de islam’? Het cultuurgebied dat ik nu maar het ‘Westen’ zal noemen (in tegenstelling tot China, Japan, India) is altijd meer één geweest dan het wilde weten—en dan het nog steeds wil weten.
.
Ik las juist een boekrecensie uit de NRC van 20 april : Violet Moller, De zeven steden, een reis door duizend jaar geschiedenis. Volgens de recensie is het een enthousiast verhaal over die oost-west overdracht. Leuk dat er weer zo‘n boek is, dacht ik, vooral als het goed geschreven is. Maar mijn volgende gedachte was: alweer zo‘n boek! Dit is zo langzamerhand toch wel bekend? Nee, in brede kring is het nog steeds niet bekend, en als het al bekend was wordt het steeds weer ‘vergeten’ en ontkend. Het is net als met de geschiedenis van kolonialisme, racisme en slavernij: men weet het wel, maar wil het toch steeds weer niet weten. Een beetje drammen kan daarom geen kwaad, dat doen de o zo superieure white supremacists immers ook de hele tijd: die denken dat Europa rechtstreeks afstamt van de vikingen en de marmerblanke oude Grieken.
.
Overigens lijkt me een tekortkoming bij Moller—maar ik heb alleen de recensie gelezen!—dat de ‘Byzantijnse’ bijdrage niet ter sprake komt. Want toen in West-Europa de belangstelling voor de antieke wetenschap eenmaal opnieuw was gewekt, heeft men ook naarstig gezocht naar handschriften van die oude teksten in het Grieks, en men heeft er in Constantinopel en allerlei kloosters heel wat gevonden.
Ook de oosters-orthodoxe wereld kan wel wat rehabilitatie gebruiken. Want zoals Agatha Christie al schreef over een van haar superieure blanke personages: ‘In haar bevooroordeelde geest was een Griek bijna even erg als een Argentijn of een Turk.’

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Bildung und Uni, Gezondheid, Griekenland, Islam, Nabije Oosten, Persoonlijk

Drakenvlees eten?

Bij al-Damīrī (1341–1405) las ik twee juridische meningen van shariageleerden over de vraag of het ḥalāl is om drakenvlees te eten. Nee, luidt het antwoord: in geen geval, omdat de draak tot de slangen behoort; of juist eerder tot de vissen die schade aanrichten met hun hoektanden, en die zijn duidelijk ḥarām, net als de krokodil.
.
Voor de praktijk van een islamitisch leven heeft dit weinig relevantie, omdat de vraag naar drakenvlees al even gering is als het aanbod ervan.
Voor niet-moslims kan deze kwestie echter leerzaam zijn. Er wordt onder hen immers zo vaak getobd over die verschrikkelijke, beangstigende sharia. Welnu, hier treedt een aardig trekje daarvan aan de dag. De geleerden hebben alle mogelijke vragen doorgeëxerceerd, maar zijn slechts beperkt geïnteresseerd in de praktische problemen van het alledaagse leven! Daarin onderscheiden zij zich overigens niet zeer van de joodse wetgeleerden.
.
De ‘invoering van de sharia’ of het ‘praktiseren van de sharia’, die door sommige moslims wordt gewenst en door alle islamofoben wordt gevreesd, is alleen al volslagen onmogelijk door het wereldvreemde karakter van dit soort rechtsdenken.
==============
Het loont voor een man echter de moeite, toch af en toe drakenvlees te eten, ḥarām of niet—ook om zijn vrouw een plezier te doen. Want op dezelfde bladzijde wordt gezegd—maar deze uitspraak stamt niet van een rechtsgeleerde:
‘Men beweert dat het eten van drakenvlees moedig maakt, en dat wie drakenbloed op zijn geslachtsdeel smeert en dan gemeenschap heeft met zijn vrouw haar een enorm genot bereidt.’
Dus, heren, pakt uw lansen en gaat op jacht!

BRON:
Kamāl al-Dīn Muḥammad ibn Musā al-Damīrī, Ḥayāt al-Ḥayawān al-Kubrā, uitg. Ibrāhīm Ṣāliḥ, 4 dln., Damascus 2005, i, 543

فعلى ما قال القزويني: أكله حرام، لكونه من جنس الحيات، وعلى أنه سمك يؤذي بنابه فالظاهر التحريم أيضا كالتمساح.
زعموا ان أكل لحمه يورث الشجاعة، ودمه إذا طلي به على الذكر وجامع امرأته حصل لها لذة عظيمة.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dieren, Islam, Nabije Oosten

Roza

Ziehier een zeibekiko van Roza Eskenazi uit 1935.

Ik weet wel dat maar twee van mijn lezers dit mooi zullen vinden, maar ik was er erg door aangedaan.

6 reacties

Opgeslagen onder Muziek, Nabije Oosten

Mini-herinnering: dubbele paasdagen

Begin april 1972, toen er weinig toerisme was in Egypte, liep ik in Cairo steeds aan tegen een opvallende Nederlandse man, die reisde met een zeer oude tante. Een beetje een Agatha Christie-achtig stel, die twee. Waarom waren ze naar Egypte gekomen? Wat haar beweegreden was weet ik niet, maar bij hem was het duidelijk: hij wilde genieten van wat hij noemde de ‘dubbele paasdagen’. Op 2 april was het katholieke en protestantse paasfeest, maar het Griekse en Koptische was een week later. Door zijn vakantie handig te plannen kon hij dus twéé zondagen naar diverse paasmissen, en dat was zijn lust en zijn leven.
.
We zijn niet bevriend geraakt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Godsdienst, Kairo, Nabije Oosten

Quarantaineteksten 3: al-Tahtawi in Marseille (1826)

De Egyptenaar Rifā‘a al-Ṭahṭāwī (1801–1873) kwam in 1826 naar Frankrijk als studenten-imam en begeleider van een groep studenten die daar gingen studeren. Hij zou er vier jaar blijven en schreef een boek over zijn indrukken in Frankrijk, Takhlīṣ al-ibrīz fi talkhīṣ Bārīz, dat in 1849 verscheen.
Marseille was in 1720 geteisterd door een pestepidemie die het aantal inwoners van de stad had gehalveerd. Geen wonder dat er sindsdien strenge quarantaine-maatregelen werden gehandhaafd. Wanneer er een schip naderde met een grieperige matroos aan boord of als er ook verder maar de geringste verdenking van de pest bestond, kwam het de haven niet in, maar werd het naar een van de quarantaine-eilandjes voor de kust gedirigeerd, waar het niet prettig toeven was. Dat is Tahtawi bespaard gebleven; zijn quarantaine-verblijf moet tamelijk riant geweest zijn en hij lijkt er niet onder geleden te hebben. Misschien kreeg de groep reizigers uit Egypte om politieke redenen een VIP-behandeling? Voor Tahtawi was deze inrichting zijn allereerste kennismaking met Frankrijk: hij bewondert de gebouwen en het terrein eromheen en is verwonderd over alle nieuwe dingen die hij ziet en meemaakt.
Hij schrijft er o.a. het volgende over (de Arabische tekst staat onderaan):


““Wij gingen op de rede van Marseille, een van de zeehavens in Frankrijk, voor anker. Van het schip waarop we gekomen waren stapten we over in kleine boten en we landden bij een gebouw buiten de stad dat als quarantaineinrichting dient, zoals dat bij hen gebruikelijk is. Want wie uit een vreemd land komt moet in quarantaine voordat hij de stad in mag.
[…]
De inrichting waarin wij ons voor de quarantaine bevonden is heel uitgestrekt: zij bestaat uit verscheidene gebouwen en tuinen en is zeer stevig gebouwd. Het was daar dat we voor het eerst zagen hoe stevig en perfect er in dat land gebouwd wordt, en hoe zulke gebouwen met een weelde aan bloementuinen, vijvers en dergelijke zijn omringd.
Dadelijk al op de eerste dag werden we met de meest verbazingwekkende dingen geconfronteerd. Ze brachten ons namelijk een aantal Franse bedienden, wier taal wij niet verstonden, en bijna honderd stoelen om op te zitten — want in dit land vinden ze het raar om op een tapijt op de grond te zitten, om maar te zwijgen van zitten op de kale grond. Vervolgens dekten deze bedienden de tafel voor het ontbijt. Ze droegen hoge tafels aan en legden daarop witte, Perzisch aandoende borden, het ene naast het andere. Bij ieder bord zetten ze een drinkglas neer, en naast het bord legden ze een mes, een vork en een lepel. Op iedere tafel stonden een of twee flessen water, een bakje met zout en en ander met peper. Daarop zetten ze rondom de tafel stoelen neer, per persoon een stoel, en brachten zij het eten. Op elke tafel kwamen een of twee grote schotels: een van de tafelgenoten moest daaruit opscheppen en het eten aan de anderen uitdelen, waarbij iedereen iets op zijn bord kreeg, die dat dan met het mes in stukjes sneed en met de vork – niet met de hand! — naar zijn mond bracht. Want men eet principieel niet met de hand, ook niet met andermans vork, of met zijn mes, zoals men ook nooit uit het glas van iemand anders drinkt. Ze beweren dat het zo
 het schoonst en gezondst is. Wat je ook kunt zien bij de Franken is dat zij nooit van koperen borden eten en al helemaal niet uit dergelijk vaatwerk, zelfs niet als het vertind is, want dat dient alleen om te koken. Ze gebruiken steeds geglazuurde borden.
[…]
Toen brachten ze ons beddengoed. Het is bij hen de gewoonte dat men op een verhoging slapen moet: iets als een bed. Dat alles brachten ze ons.
Wij brachten achttien dagen door op die plek, zonder hem ooit te verlaten. Wel is het daar zeer ruim en er zijn prachtige plantsoenen en uitgestrekte pleinen om te wandelen en van de tuinen te genieten. Na afloop stapten we in fraai opgetuigde koetsen […] en werden naar een gebouw in de stad gereden….””
—————————
Bron: Rifā‘a al-Ṭahṭāwī, Takhlīs al-ibrīz fi talkhīs Bārīz, Cairo 1905, blz. 37, 38, 39, online beschikbaar.

قد رسينا على موردة مرسيليا التي هي إحدى فرض بلاد فرنسا، فنرلنا من سفينة السفر في زوارق صغيرة فوصلنا الى بيت خارج المدينة معد للكرنتينة على عادتهم من أن من أتى من البلاد الغريبة لا بد أن يكرتن قبل أن يدخل المدينة.
[…]
ثم إن هذا البيت الدي كنا فيه للكرنتينة متسع جدا به القصور والحدائق والبناء المحكم فبه عرفنا كيفية إحكام أبنية هده البلاد وإتقانها، وامتلاءها بالرياض والحياض الى آخره.
ولم نشعر في أول يوم إلا وقد حضر لنا أمور غريبة في غالبه وذلك أنهم أحضروا لنا عدة خدم فرنساوية لا معرف لغاتهم ونحو مائة كرسي للجلوس عليها لإن هذه البلاد يستغربون جلوس الإنسان على نحو سجادة مفروشة على الأرض فضلا عن الجلوس بالأرض.
ثم مدوا السفرة للفطور ثم جاؤا بالطبليات عالية ثم رصوا من الصحون البيضاء الشبيهة بالعجمية وجعلوا قدام كل صحن قدحا من القزاز وسكينة وشوكة وملعقة وبكل طبلية نحر قزازتين من الماء وأناء فيه ملح وآخر فيه فلفل ثم رصوا حوالي الطبلية كراسي لكل واحد كرسي ثم جاؤا بالطبيخ فوضعوا في كل طبلية صحنا كبيرا أو صحنين لتغرف أحد أهل الطبلية ويقسم على الجميع فيعطي لكل إنسان في صحنه شيئا يقطعه بالسكينة التي قدامه ثم يوصله الى فمه بالشوكة لا بيده فلا يأكل الإنسان بيده أصلا ولا بشوكة غيره أو بسكينته أو يشرب من قدحه أبدا ويزعمون أن هذه أنظف وأسلم عاقبة. ومما يشاهد عند الافرنج أنهم لا يأكلون أبذت في صخون النحاس، بل ولا في أوانيه أبذا ولو مبيضا فهي للطبخ فقط، بل دائما يستعملون الصحون المطلاة.
[…]
ثم أحضروا لنا آلات الفراش والعادة عندهم أنه لا بد أن ينام الإنسان على شيء مرتفع نحو سرير فأحضروا ذلك لنا. ومكثنا في هذا المحل ثمانية عشر يوما لا نخرج منه أبدا غير أنه متسع جدا وفيه حدائق عظيمة ومحال متسعة للتماشي فيها والنزهة في رياضها.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Nabije Oosten, Ostwestliches, Quarantaine

Quarantaineteksten 2: Giurgiu – Ruse

Reis over land van Rutschuk [Ruse] naar Constantinopel
.
Met lichter gemoed […] stuurden wij op een van de huizen aan, waarop in het Russisch en Frans te lezen stond dat hier de agent van de Oostenrijkse Donaudampfschiffahrtsgesellschaft woonde. Zijn naam is Staude, een heel hoffelijke man, die ons uiterst voorkomend ontving en uitstekend regelde dat we snel verder kwamen. Weldra begaven wij ons in begeleiding van deze man met onze weinige bagage, onze jassen, bontmantels en wapens naar de quarantaine van Giurgewo [Giurgiu], waar een Turks schip, dat fruit had aangevoerd, ons zou opnemen en overzetten. Bij de quarantaine heerste volop drukte. Er werd juist tussen dubbele barrières markt gehouden, omdat de Turken van de rechteroever zich niet met de Walachen mogen vermengen. Dus leggen eerstgenoemden hun druiven, hun honing enz. tussen de barrières, waar zij door laatstgenoemden weggehaald worden en op dezelfde manier worden betaald. Het is een akelig gevoel, als je ziet hoe de ene mens de andere mijdt als een giftig dier, en steeds de lange stok voor zich uitstrekt om vooral niet aangeraakt te worden.
.
Friedrich Wilhelm Hackländer, Reise in den Orient, Band 1, 2e dr., Stuttgart 1846, blz. 24. Eerder verschenen in Morgenblatt für gebildete Leser, (31) 1841.

Bildschirmfoto 2020-04-08 um 00.01.41

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Gezondheid, Nabije Oosten, Orient, Ostwestliches, Quarantaine

Quarantaineteksten 0: Pest in Mosul, 1800

“”Toen het jaar 1215 (dat is 1800 AD) aanbrak woedde de pest in de maand Muharram zeer hevig, zodat er iedere dag 180 mensen stierven. De meeste doden gingen uit de Eierpoort: 75 doden. Uit de Nieuwe Poort 27 doden. Uit de Tichelpoort minder dan 20, en in de stad 60. De gouverneur van Bagdad verbood het reizen. Toen de maand Safar aanbrak nam de ziekte af en hield tenslotte op.””

(Uit Annalen van de stad Mosul, gekregen van Umar Muhammad (‘Het Oog van Mosul’)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Geschiedschrijving, Gezondheid, Nabije Oosten

Herinneringen: Vertaler

Toen ik nog in Nederland woonde, vroeger dus, schnabbelde ik wat bij als vertaler Arabisch. In de jaren zeventig was er nog bijna niemand die dat kon, dus er werd vet betaald. Ik kon het ook niet, maar dat gaf niet. Rijbewijzen, geboortebewijzen e.d. lukten altijd wel, evenals lijstjes met ingrediënten van levensmiddelen. Van Marokkaanse huwelijks- of verstotingsacten waren er voorbeelden; daarbij was vaak nog het moeilijkst de handschriften te ontcijferen en de namen te begrijpen. Voor vertalingen in het Arabisch riep ik de hulp in van een Egyptenaar, voor de helft van het geld.
.
Er kwamen ook wel eens lange juridische teksten uit Saoedi-Arabië, of erger nog Libië, waar veel Italiaans door het Arabisch gemengd was. In die tijd deed Nederland immers grof zaken met die landen; hele havens werden er gebouwd. Ik zei dan dat ik die teksten niet helemaal begreep, maar de opdrachtgevers smeekten handenwringend of ik het toch wilde doen, want ze hadden niemand anders. Soms gaven ze me een juriste in bruikleen, die beter gefundeerde vermoedens over de inhoud van de teksten had en bovendien het juiste juridische jargon in het Nederlands kende.
.
Bijsluiters voor medicijnen en chemische teksten weigerde ik te doen, om vergiftigingen en ontploffingen te voorkomen.
.
In de jaren tachtig kreeg ik mijn eerste computer. Die was handig voor de langdurige opdracht van de KLM: telkens de menu’s voor de eerste klasse in het Arabisch vertalen. Daar had ik geen hulp bij nodig en omdat er in grote lijnen steeds hetzelfde gegeten werd kon ik lekker copy-pasten. Nog steeds verbaas ik vriend en vijand als ik gerechten meteen in het Arabisch kan benoemen.
.
Het moeilijkst waren de reclameteksten, daarbij had ik echt hulp nodig om de juiste toon te treffen. Dat ging niet alleen om vertalen, het kwam vaak neer op herschrijven. De enthousiaste brochure over lichtmetalen jaloezieën bij voorbeeld legde grote nadruk op de exclusiviteit en de chic van het product. Maar in Saoedi-Arabië was dat onzin: er was daar niets exclusiefs aan zo’n alledaags gebruiksvoorwerp, dat niet eens van goud was; dus dan moesten we zelf wat verzinnen. Gelukkig was het reclamewezen in de Arabische wereld nog niet zo ontwikkeld, dus het was al gauw goed.
.
Een tekst over babymelk had de opdrachtgever zelf al aan de verschillende culturen aangepast. Hij leverde ter verduidelijking ook de vertalingen erbij die al in andere talen gemaakt waren. Daar stond o.a. in: ‘Uw babytje heeft per dag xx uur slaap nodig;’ welnu, het aantal uren benodigde slaap was in geen twee landen hetzelfde. De Nederlandse kinderen sliepen geloof ik het langst.
.
Een keer heb ik een serieuze en gegronde klacht gekregen. Een internationaal bekende fabrikant van kettingzagen vond dat er fouten in mijn tekst stonden, en hij had gelijk. Hopelijk zijn er door mijn fouten niet al te veel lichaamsdelen verloren gegaan. Ik vertaalde toen al zo lang dat ik dacht het ook wel zonder hulp van een native speaker af te kunnen; mis! Voordat er boze houthakkers op mijn stoep konden verschijnen ben ik toen naar Duitsland verhuisd.
.
Van de KLM heb ik ook een keer een klacht gekregen, maar die was ongegrond. Een Arabische KLM-passagier klaagde dat er lamsvlees op het menu stond, maar hij had schapenvlees te eten gekregen, ocharm. Dat kon ik echt niet helpen, daarvoor moest hij bij de catering zijn.

De Arabische teksten werden gedrukt bij de toen nog nog enige drukkerij in Nederland die dat kon. Heel praktisch dat die ook in Leiden zat, want er moesten dan ook nog drukproeven worden gecorrigeerd.
.
Waren er dan geen Arabieren die konden vertalen? Nu natuurlijk wel, maar in de jaren zeventig nog niet. Hun kennis van het Nederlands was meestal onvoldoende, maar die van het Arabisch ook, als ze schrijftaal niet voldoende beheersten. Vaak genoeg heb ik teksten van Arabieren moeten fatsoeneren: werkwoordsvormen, naamvallen, syntax en spelling. Maar dat is in de loop der jaren sterk verbeterd. En er zijn tegenwoordig veel meer migranten die goed Nederlands kennen dan Nederlanders die Arabisch kennen.
Er kwam nog bij dat de opdrachtgevers Arabieren vaak niet vertrouwden, zeker niet bij hush hush-opdrachten.
.
Waar is toch al dat extra geld gebleven? Gewoon, opgegaan aan het goede leven. Dure voorwerpen interesseerden me niet, wel reizen, uit eten gaan en diensten.
.
Toen ik naar Duitsland ging was het afgelopen met de commerciële vertalerij. Mijn Arabisch werd beter, maar mijn Duits was (en is) niet waterdicht en ik ben hier niet beëdigd.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Economie/Wirtschaft, Nabije Oosten, Nederland, Persoonlijk, Vroeger

Kerstman in Jeruzalem

Bildschirmfoto 2019-12-20 um 11.18.19Oost-Jeruzalem: Kerstman met non.

3 reacties

Opgeslagen onder Nabije Oosten

De vluchtigheid van elektronische kennisdragers

Niets is hier blijvend, maar databanken in het internet zijn het vluchtigst van al.
Boze machten kunnen het internet afsluiten voor bepaalde webpagina’s: China, Turkije, Iran, Rusland, er zijn veel meer voorbeelden. Trump kan op een dag ook op dat idee komen.
In het vrije Westen is dat nog niet aan de orde, maar gaat het dikwijls om geld: auteursrechten.
.
Er zijn al ontelbare boeken op elektronische wijze opgeslagen. Je kunt ze aanklikken en je hebt ze in een paar seconden voor je. Ik noem bij voorbeeld de héle Bibliothèque Nationale van Parijs, en op kleinere schaal: www.dbnl.org, waar heel wat Nederlandse literatuur is opgeslagen, en www.delpher.nl/ voor oude kranten en tijdschriften.
Het kan echter akelig mislopen met de elektronische verbreiding van kennis.
.
Google Books heeft bij miljoenen gescande boeken voor Europa de toegang beperkt tot telkens een beperkt aantal bladzijden. Er was een probleem met auteursrechten, vandaar.
Een geschil daarover heeft ook een prachtige website over Duitse literatuur getroffen: http://www.Gutenberg.org. Sinds maart 2018 zijn alle 56.000 publicaties niet meer in Duitsland toegankelijk. Gelukkig is er hier te lande nog wel aan gedrukte Duitse boeken te komen, al ga ik die natuurlijk niet bij de uitgeverij S. Fischer bestellen, die heel die ellende heeft aangezwengeld.
.
Als arabist ben ik benadeeld door het wegvallen van de website hadith.al-islam.com. Daarop stonden alle belangrijke Arabische hadithverzamelingen, maar ook de biografie van de profeet, korancommentaren enzovoort. Zeer goed ingericht en met uitmuntende zoekmogelijkheden. De thuisbasis was Saudi-Arabië, dus geld zat; met de religieuze inhouden zal ook niets mis geweest zijn. Die site is nu gewoon verdwenen. Nu moet ik moeizaam op minderwaardige websites zoeken en vanochtend heb ik zelfs een halve bladzijde uit een Arabisch boek overgetikt dat allang online stond. Ik kan mijn bescheiden bibliotheek van oude Arabische teksten dus nog niet wegdoen.
Wat zit erachter? Wordt kennis in het algemeen als bedreigend ervaren? Immers, wie al die grotendeels gewijde teksten echt kan lezen en vergelijkend naast elkaar leggen zal wellicht van zijn geloof vallen, wat niet de bedoeling was. Of heeft een of andere mecenas opgehouden geld te sturen? Maar het kan ook zijn dat er niets achter zit: gewoon knulligheid. De Arabische wereld is elektronisch gesproken nogal onderontwikkeld. 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Computer, Nabije Oosten