Categorie archief: Nabije Oosten

Verloren posten

Zoëven heb ik weer eens gedroomd dat ik ontslagen werd aan de VU. Het was nogal smartelijk en gedetailleerd ditmaal: de overname van de werkkamer door iemand anders, op straat lopen zonder te weten waarheen, enzovoort.
Allemaal onzin: ik ben in 1996, na jaren ontslagdreiging, niet ontslagen maar heb ontslag genomen, heb zevenendertig jaar onafgebroken als arabist gewerkt in Leiden, Amsterdam, Frankfort en Marburg, en geniet dientengevolge nu een behoorlijk pensioen. Een levensloop die menig academicus me zal benijden.
Wel heb ik twee maal de onttakeling van een studierichting meegemaakt, die in beide gevallen nogal lang duurde en waarbij ik als laatste het licht moest uitdoen. In Marburg werd niet het instituut opgeheven, maar verzandde wel het klassieke Arabisch.
.
Al dat opheffen geschiedde in groter verband: de alfa-vakken leveren geen rendement op, dus die konden veel kleiner. Eigenlijk viel het voor de ‘kleine letterenvakken’ in Nederland lange tijd nog mee, omdat er tien jaar lang bijzondere bescherming geboden werd. Maar daarna begon ook bij Arabisch de kaalslag. Voor zover ik kan overzien is in Nederland het vak alleen nog in Leiden op volle sterkte aanwezig. In andere steden niet meer, of sterk beknot. In Duitsland komt alles pas tien jaar later. Alles is er nog, maar op veel plaatsen wel erg uitgehold: halve banen, onderbetaalde assistentschappen enz.
.
Zowel aan de VU als in Frankfort werd de wetenschappelijke semitistiek/arabistiek opgeheven. Maar kort daarna werd in beide universiteiten islamitische ‘islamwetenschap’ ingevoerd. Hoewel het beter is imams hier op te leiden dan ze uit het buitenland te halen kan ik mij daarover niet verheugen, omdat het theologie is en vele dingen dus niet gezegd mogen worden. Om maar iets te noemen: de invloed van de Grieks-Romeinse cultuur op de oude Arabieren wordt geloochend; de biografie van de profeet wordt voor zoete koek geslikt en de aan hem toegeschreven uitspraken heeft hij werkelijk gedaan. Daar pas ik niet bij.
.
De opheffing van het instituut in Frankfort was overigens wél verheugend. In 2007 werden namelijk in de deelstaat Hessen de ‘kleinere letterenvakken’ samengevoegd en in de drie universiteiten geconcentreerd. In Marburg kwam (vrijwel) alles terecht wat met het Midden-Oosten te maken had, en dus ook ik. Dat was geen bezuinigingsmaatregel; integendeel, er werd een groot en vorstelijk gefinancierd instituut opgezet, met zeven professoren en als ik het wel heb veertig medewerkers. Het bloeide en gedijde en het was een mooie tijd. Alleen was er na mijn pensionering geen plaats meer voor iemand die die ouwe boel las en onderwees. Liever nog eens Arabische lente of salafisme enzo, en waarom zou iemand klassieke poëzie lezen, of de koran in het origineel? Wie zou daar in vier jaar studietijd nog aan toe komen, als er ook nog gewerkt moet worden om wat geld te verdienen? Ik heb dus ook in Marburg op een verloren post gewerkt, maar het geeft niet hoor, ik heb toch heel wat mensen wat mee kunnen geven.
.
Ooit was de arabistiek hulpwetenschap bij de bijbelwetenschappen. In de koloniale tijd bestudeerde men Arabisch en islam bovendien om islamitische koloniën beter te kunnen besturen. In de jaren zestig, zeventig van de twintigste eeuw brak het besef door dat in het nabijer gekomen buitenland Arabisch en Turks werd gesproken, en dat er intussen ook steeds meer Marokkanen en Turken in ons land woonden, wat de bestudering van de betreffende vakken vanzelfsprekend maakte. Men probeerde afscheid te nemen van de oude, koloniaal gekleurde oriëntalistiek en de studie van het vreemde op nieuwe manieren aan te pakken. Tot er een omslag kwam en het verlangen opkwam, juist liever niets over het Midden-Oosten te weten, en vooral niets over de islam. Het ‘islamdebat’, dat nu al ruim vijftien jaar woedt, blijkt immers veel makkelijker te verlopen als je er niets over weet. Bovendien bombardeert het prettiger als je niet precies weet waar je bommen terecht komen.
.
Mijn oude vak houdt mij nogal bezig de laatste tijd. Ik zal er af en toe eens een stukje over plaatsen. Dit was een begin.

3 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Dromen, Islam, Marburg, Nabije Oosten, Nederland, Orient, Persoonlijk

Papegaai

Hier ziet U de papegaai van de Ottomaanse sultan Abdul Hamid II (reg. 1876–1908). Die had U niet willen missen, dat weet ik zeker.

6 reacties

Opgeslagen onder Dieren, Nabije Oosten

Wat te doen – vervolg

Vervolg op Wat te doen?

De zieken zullen wel weer beter worden, zodat er nog verder gezongen kan worden tot mijn stem het begeeft. En zelfs bij een totale instorting van WordPress of het Internet zijn er alternatieven te vinden voor mijn geschrijf, desnoods met een kroontjespen. Maar zo’n moment van stagnatie en twijfel geeft aanleiding tot even wat inhouden en bezinnen.
.
Zingen tot het niet meer gaat, dat is nogal eenvoudig, maar je niet laten verrassen als het ineens ophoudt.
.
Met het bloek doorgaan totdat dat niet meer kan, maar op een zacht pitje misschien. Ooit was ik ermee begonnen om mijn arme landgenoten wat tegeninformatie te bieden tegen het gezwatel over de islam van Wilders en de media, die inmiddels al vijftien jaar dezelfde onzin verkondigen, waar niemand ooit genoeg van lijkt te krijgen. In mijn onschuld meende ik toen nog dat kennis zou helpen en dat mensen graag iets meer zouden weten.
.
Eerder dan allerlei wetenswaardigheden over de oude Arabieren en moslims aan te bieden zou ik misschien moeten werken over wat Europa dwars zit: het onverwerkte verleden, in het geval van Nederland vooral Indië, de VOC en de WIC en de negentiende eeuw, en de omgang met het Buiteneuropese in het algemeen: oriëntalisme en oriëntalistiek. Rassenleer en migratiekunde zijn natuurlijk ook belangrijk, maar daar kan ik slecht over meepraten.
.
Er lijkt ook schot te komen in het opruimen van mijn boeken. Ik zou zo graag een lege woning hebben, maar zolang ik nog een beetje werk kan ik die vakliteratuur niet missen. Bovendien wil niemand die boeken hebben, voor geld niet en voor nop niet, en weggooien is ook zonde. Boeken weggooien kun je tegenwoordig beter aan bibliotheken overlaten. Maar nu was ik in contact gekomen met iemand van de Universiteitsbibliotheek in Mosul, Irak. Daar is de bibliotheek door de ‘Islamitische Staat’ volledig verwoest, en een aantal geëngageerde jonge onderzoekers spannen zich in om de restanten te redden en weer iets op te bouwen. Welnu, dát lijkt me nu de ideale bestemming voor mijn boeken. Er moet alleen nog een weg gevonden worden om het spul daarheen te krijgen, maar daar wordt aan gewerkt. Mocht het U interesseren kunt U eens hier kijken.
.
Het aardige is dat de persoon met wie ik in Mosul contact heb, vroeger werkte aan de afdeling Oriëntalistiek van de universiteit. In Irak en Saoedi-Arabië waren/zijn er leerstoelen die de oriëntalistiek bestuderen, die gesticht zijn uit haat tegen mijn soort mensen. Maar dat is langzamerhand wel verleden tijd geloof ik. We kunnen elkaar gezellig een beetje pesten, bantering.

1 reactie

Opgeslagen onder Literatur, Nabije Oosten, Persoonlijk, Universiteit

Eén staat in Palestina

‘Israël neemt racistische wet aan: elke Palestijn kan z’n recht om in Jeruzalem te wonen worden ontzegd.’ Zo luidde dezer dagen een nieuwsbericht.
.
Af en toe doe ik even een gedachtenspelletje over Palestina. Ik heb geen invloed op de gang van zaken daar, dus U hoeft zich niet op te winden.
Op het grondgebied van Palestina (ik gebruik het woord nu als geografische aanduiding) bevinden zich twee staten, of anderhalve staat: Israël en de bezette Palestijnse gebieden. Die laatste vallen uiteen in Gaza en de Westoever van de Jordaan en zijn nauwelijks een staat. Israël houdt de Palestijnse gebieden immers sinds 1967(!) bezet en domineert het leven van de bewoners zodanig, dat er weinig te merken is van een eigen statelijkheid. Bovendien is er zoveel grond afgeknabbeld van die Westoever, dat er alleen nog maar zoiets als de ‘Palestijnse archipel’ is overgebleven (zie afb.).
.
Veel welmenende mensen vinden dat er daar twee echte staten zouden moeten zijn: Israël en een (tweedelige?) Palestijnse staat. Het streven daarnaar heet ‘vredesproces’ en is volstrekt onrealistisch.
Het totale gebied heeft een oppervlakte van 26.990 km2, dat is dus veel minder dan Nederland (41.543 km2)
Bijna de helft van geografisch Palestina bestaat echter uit woestijn en herbergt slechts een kleine 10% van de bevolking. In de bewoonbare streken is het dus nog krapper dan in Nederland. De aantallen inwoners zijn als volgt:
Israel: 6.600.000 Hebreeuwstaligen en 2.000.000 Arabischtaligen.
Westbank en Gazastrook: 564.000 Hebreeuwstalige ‘settlers’ en 3.750.000 Arabischtaligen.
Er leven dus ± 7.164.000 Hebreeuwstaligen en 5.750.000 Arabischtaligen in het gebiedje, dat is meer per km2 dan in het dichtst bevolkte land van Europa, Nederland.
Mijn cijferwerk zal wel niet kloppen; het is een moeilijk terrein voor mij, maar het geeft een indruk.
Op dat postzegelgrote stukje land twee staten te willen hebben is om zuiver praktische redenen gekkenwerk. Bovendien heeft Israël door zijn vestigingspolitiek van de aspirant-Palestijnse staat bij voorbaat al weinig overgelaten.
.
Nu het gedachtenspel. Hoe zou het zijn als het idee van die twee staten zou worden opgegeven, als de Palestijnse gebieden zichzelf cadeau deden aan Israël en gewoon deel gingen uitmaken van die staat? Muur weg, grens weg, road blocks weg, gewoon één land met één bestuur en één nationaliteit? Waarin Palestijnen niet alleen in Jerusalem kunnen wonen, maar ook in Tel Aviv? Israël zou dan enerzijds zijn oude droom van een groter Israël hebben verwezenlijkt, anderzijds zich doodschrikken en gedwongen zijn, snel iets met de Palestijnen aan te vangen in plaats van hen, zoals nu, in het luchtledige laten hangen. Er zou natuurlijk aanvankelijk snel een twee-klassenmaatschappij ontstaan, een apartheidsstaat van de akeligste soort. Maar het lot van de Palestijnen zou daardoor waarschijnlijk niet beroerder worden dan het nu is en de Israëli’s zouden het een stuk moeilijker krijgen. Want na niet al te lange tijd zou blijken dat het niet goed doenlijk is, zo’n apartheidsstaat te handhaven in een gebiedje waar de mensen nog aanzienlijk dichter op elkaar zitten dan in Nederland. Het zou al spoedig tot absurde situaties leiden: Israël zou dan bij voorbeeld zijn eigen olijfbomen omhakken, zijn eigen dorpen slopen. Ook menselijk zou het niet goed vallen, zelfs niet onder de meeste Israëli’s. En internationaal zou het heel vreemd overkomen; de Joden in de USA zouden zich nog meer van het landje afwenden dan ze nu al doen. Een Herrenvolk met een heleboel slaven erbij, dat is immers al bijna een emiraat, en dat in de zogenaamd ‘enige democratie in het Nabije Oosten’. Het enige wat erop zou zitten is het land toch anders in te richten, eventueel onder opgave van het wat gedateerde idee ‘Joodse staat’.
.
Er zijn intussen een kleine 700.000 ‘Israëlische Joden’ in de wereld, dw.z. Israëlische staatsburgers die in het buitenland leven, een tiende van alle Israëli’s dus. Waarom doen zij dat? Blijkbaar wordt Israël in de huidige situatie niet als een prettig woonland ervaren. Over de nog eens vier(?) miljoen Palestijnen die buiten geografisch Palestina wonen zal ik het maar niet hebben.
.
Die ene staat zal er niet komen, dat voelt U ook wel aan. Israël heeft te veel belang, of meent dat te hebben, bij af en toe babbelen over een twee-staten-oplossing, die het echter net zo min gerealiseerd wil zien als een één-staat-oplossing. Pappen en nathouden dus maar, zoals in Georgië, Oekraïne en talloze andere open wonden.

2 reacties

Opgeslagen onder Nabije Oosten, Politiek

Droom van gelukzaligheid

Ik droomde dat ik voor het tuinhek stond van Rue Bliss nr. 11 in Cairo. Een majesteitelijk tuinhek in deze prachtige brede straat, een van de beste locaties in Cairo. In de beide posten van het hek waren Chinese karakters uitgehouwen. Een ambassade? Nee, toch niet, want eronder stond een tekst in het Armeens. Volgens een wat kleinere tekst was hier ook een Dr. … (naam intussen vergeten) gevestigd. Een eindje verderop was een ruim aangelegd park, waarachter een hotel verrees.

Maar waar was die straat dan precies in Cairo? Waar is zo veel ruimte, zo veel groen? En hoezo werd hij op zijn Frans benoemd?

Allemaal onzin natuurlijk: de Rue Bliss is niet in Cairo, maar in Beiroet, en helemaal niet grandioos. Mijn slapende oriëntalistenziel had alles door elkaar gehaald.

2 reacties

Opgeslagen onder Cairo, Nabije Oosten

Brug

Deze brug in Jemen was al eeuwen heel handig om van de ene berg op de andere te komen. Is hij al kapotgeschoten of zou hij nog bestaan?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nabije Oosten

Arabisch lezen

Ruim vijf jaar geleden werd ik gepensioneerd als universitair docent arabische taal- en literatuur en islam, en sindsdien heb ik nauwelijks meer modern Arabisch gelezen. Ouder Arabisch wél, alleen al voor het Leeswerk Arabisch dat ik nog schrijf; ook wel eens een nieuwsbulletin of zo, maar moderne literatuur niet. Tot 2007 deed ik dat nog regelmatig, omdat ik er zowel in Amsterdam als in Frankfort onderwijs over moest geven, en ook recensies van uit het Arabisch vertaalde literatuur schreef voor NRC-Handelsblad. (Ongelooflijk eigenlijk, dat Nederlanders zoiets vroeger lazen, en dat er kwaliteitskranten bestonden die daar besprekingen van wilden.) In Marburg waren er aparte docenten voor moderne Arabische letterkunde en ben ik er geleidelijk mee opgehouden. Blijkbaar had ik er geen zin meer in, en omdat het niet meer moest was dat goed zo.
.
Wel bedacht ik onlangs: als je een taal niet gebruikt vergeet je hem, en dat zou wel een ingrijpende zaak zijn. Het Arabisch was immers mijn vak en heeft een groot deel van mijn leven gevuld. Als je later dood bent is die kennis ook weg, maar het is niet zinvol, daarop vooruit te lopen. Daarom dwong ik mij tot de lectuur van wat modern Arabisch, maar het wilde niet erg vlotten. Eerst een geruststelling: ik bleek het nog goed te kunnen lezen. Ik moest wel wat meer woorden opzoeken, maar dat zou ik bij Engels of Frans ook moeten. En dat doe ik natuurlijk nooit: ik laat de woorden vanuit de context opkomen, en als dat niet lukt is het jammer. Alleen als er kernwoorden ontbreken sla ik ze na. In de problemen kom ik alleen bij speciale jargons: landbouwwerktuigen, scheeps- of walvisterminologie, dat soort dingen. Dan zoek ik liever een vertaling, zoals bij voorbeeld van Moby Dick.
Maar, maar … die moderne Arabische romans en korte verhalen stonden ineens zover van me af; ik kreeg er geen contact mee. Ze waren niet te moeilijk, eerder integendeel; en ook niet te exotisch; de tijd dat Arabische auteurs anders schreven dan westerlingen is al heel lang voorbij. Nee, ik vond ze gewoon vervelend. Wat ik voor mijn privé genoegen lees uit Europa, de beide Amerika’s of Japan, al dan niet in vertaling, interesseert me veel meer, dus waarom zou ik mezelf modern Arabisch aandoen? Daarmee wil ik niet zeggen dat moderne Arabische auteurs slecht schrijven; er is echt wel wat goeds te vinden, steeds meer zelfs; ik heb er alleen geen zin meer in. Hoeft ook niet; gepensioneerd weet U wel.
.
De redding verscheen in de vorm van negentiende-eeuwse en vroeg twintigste-eeuwse geschriften, waarvan de literaire waarde maar al te vaak gering is, maar waar ik ineens wél zin in heb; vraag me niet waarom. Misschien omdat ik in mijn hart zelf een negentiende-eeuwer ben, een crypto-Ottomaan misschien, of een ouwe koloniaal? Ik houd van die tijd; ik vond het jaarabonnement van Nubar Pasha in het spoorwegmuseum te Cairo ook fijn om te zien.
Ik denk dus wat te gaan lezen uit die tijd, vooral uit Egypte. In Syrië, inclusief Libanon, gebeurde er misschien meer, maar dat ligt buiten mijn horizon en daar laat ik het maar.
.
Hier is al een klein leeslijstje:

  • Nakhla Salih, Fu’ād en Rifqa (1872), een prulletje, maar wél de oudste Egyptische roman; daar zal ik dezer dagen een stukje over schrijven.
  • ‘Alī Pasha Mubārak, ‘Alam al-dīn (1882), een zeer dik werk, dat hier en daar trekken van een roman vertoont, en ook zijn biografische lexicon, Al-Khitat al-tawfīqīya (1888–89), een nog veel dikker werk (20 dln.). Hierover hebben twee Duitse geleerden al behoorlijk wat geschreven, zodat ik in dit geval alleen consument hoef te zijn, en natuurlijk alleen van een paar hoofdstukken. Ik ben de trotse bezitter van een eerste druk van ‘Alam al-dīn, waarschijnlijk de enige in wijde omgeving.
  • Bij al-Manfalūṭī (1876–1924) wilde ik altijd nog eens kijken hoe hij Franse romans aan de lezerswensen van het Egyptische publiek aanpaste: daar kan ik eventueel wat over schrijven. Dat is wel werk, want ik zal dan stukken Arabisch én stukken Frans moeten vertalen, ter vergelijking. Die lezerswensen hadden vooral betrekking op de onmogelijkheid van liefdesaffaires. Als in een roman een jongen zijn aanbedene ontmoette moest dat in het Arabisch neef en nicht worden, enzovoort.
  • Helemaal voor mijn eigen plezier kan ik lezen al-Māzinī, Ibrāhīm al-kātib. Dat heb ik vroeger al eens gelezen, maar dat kan best nog een keer. Niet een gaaf literair werk; veel losse eindjes, maar die auteur is mij zeer sympathiek. Modern, voor 1924.

En onlangs had ik op één dag twee interessante ontmoetingen hier ter stede. Een jonge geleerde die onderzoek doet over (Ahmad) Fāris al-Shidyāq, ofwel Farès Chidiac, Sāq ‘alā sāq, en in het gesprek met hem zag ik het ineens: Ja! Dát zou interessant kunnen zijn om te lezen. In ieder geval voor de ontstaanstijd (1855) is dat een werk van echt grote kwaliteit. De auteur is geboren als christelijke Libanees, werd protestant in het Egypte, waar hij twintig jaar gewoond heeft, vertrok naar Oxford, waar hij de Bijbel in het Arabisch vertaalde, en woonde later nog in Parijs, Tunis en Constantinopel. Laat in zijn leven werd hij moslim. Zijn boek is iets tussen een Bildungsroman en een reisverhaal in, moeilijk van taal, maar lichtvoetig van geest. Het werk bevat ook vele woordenlijsten: de auteur was immers bezig het Arabisch te herontdekken, dat in het Ottomaanse Rijk zo lang was verwaarloosd. Maar die lijsten kun je overslaan. Er is net een tweetalige uitgave Arabisch–Engels van verschenen. Die zou het tevens mogelijk maken wat meer leessnelheid in die oudere taal op te bouwen. Onderwerpen: o.a. de sociale misstanden in Engeland. Als dát niet actueel is.
.
Diezelfde dag heb ik geluncht met een vriendin/collega die ik al jaren ken. Ik vertelde haar dat ik wel zin had om een kort verhaal van Mahmūd Taymūr te vertalen, maar dat ik dat in het Duits niet kon. Zij stelde het voor de hand liggende voor: dat we het samen zouden doen! Daar was ik nog niet op gekomen. Ik zal het eerst in het Nederlands vertalen—aangenomen dat ik het origineel nog kan vinden, dat ergens in mijn chaotische stapels moet liggen. Baas Shehata vraagt om zijn loon is een immoreel verhaaltje uit 1926. Bij een dame wordt voor de zoveelste maal aan de deur geklopt door een koetsier, met wie mevrouw vier, vijf ritten heeft gemaakt, die echter nog niet betaald zijn. Hij laat zich ditmaal niet afschepen door het dienstmeisje, stapt het huis binnen en vraagt mevrouw om zijn geld. Mevrouw is in negligé, noodt hem in haar slaapkamer en betaalt hem in natura. Haar zoontje kijkt door een kier en is er onbedoeld getuige van. Ongelooflijk, dat zoiets toen in Egypte gepubliceerd kon worden. Literair geen hoogvlieger, maar wel grappig.
.
Ja ja, dat is een hoop enthousiasme ineens, maar als zovele bejaarden heb ik de neiging mezelf te verzetteln. Eens zien wat er van komt.

2 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Kairo, Literatur, Nabije Oosten, Persoonlijk

Lectuur voor de winter

De lucht is grauw en vochtig, de boombladeren zijn opgezogen; het wordt tijd me te installeren bij een knapperende radiator met een pot thee en goede boeken. Ik heb een stapeltje in huis gehaald, dat genoeg moet zijn tot kerst.
.
Judith Zeh, Unterleuten. Nederlandse vertaling: Ons soort mensen
Hiervan heb ik al een derde gelezen. Unterleuten is een treurig boerengat in de ex-DDR (maar U mag geloof ik stiekem aan Untermenschen denken), waar de agrarische Produktionsgenossenschaft weer in handen is gekomen van de vroegere grootgrondbezitter en waar op zoek naar rust, natuur en goedkope huizen ook enkele Wessi’s zijn neergestreken. De contacten van de nieuwkomers met de oude ingezetenen lopen maar stroef en nu er een bedrijf grote windmolens wil gaan neerzetten spitst de situatie zich toe … gauw verder lezen, het boek is vrijwel unputdownable. Zeh fileert genadeloos de gedragingen en overtuigingen van alle medespelers in deze bittere tragedie—ik neem tenminste aan dat het daarop uit zal draaien.
.
Holger Gzella, De eerste wereldtaal. De geschiedenis van het Aramees
Het is duidelijk dat dit boek veel mensen niet zal interessen. Mij wel, want het Aramees heeft naast het Arabisch gelegen. En ooit heb ik Bijbels Aramees en wat Syrisch-Aramees geleerd.
Het Aramees mag best eens onder de algemene aandacht worden gebracht: Het was meer dan duizend jaar lang een wereldtaal, van Egypte tot diep in Azië. Het kende belangrijke sprekers, zoals Jezus bij voorbeeld, en er zijn belangrijke boeken in geschreven, zoals het bijbelboek Daniël; misschien oorspronkelijk ook delen van het Nieuwe Testament? dat weet ik niet; joodse bijbelcommentaren, de Talmoed en bovendien een enorm uitgebreide christelijke literatuur in het Syrisch-Aramees, die vrijwel niemand meer leest, maar die toch van groot belang is voor de geschiedschrijving van bijv. de vroege Islam, van de wetenschap en van de kerk. En gewoon om lekker te lezen bij de radiator, bij voorbeeld de reisverslagen van Nestoriaanse monniken in Centraal-Azië.
Ik heb Gzella’s boek nog niet gelezen, maar er even aan geroken. Het is opmerkelijk toegankelijk geschreven en bovendien in het Nederlands, dat is heel wat waard. Het zou dus best een algemeen publiek kunnen vinden; ook voor mensen buiten het vak is het onderwerp interessant genoeg. De competentie van de auteur, de Leidse hoogleraar voor Hebreeuws en Aramees, wordt algemeen erkend. Dit boek bewijst tevens dat er Duitse geleerden bestaan die leesbaar kunnen schrijven.
.
Daniel Kehlmann, Tyll (nog niet vertaald)
Nog niet aan begonnen, maar heb er wel fiducie in, want Kehlmann had al eerder een goed boek: Die Vermessung der Welt. Dit boek speelt tijdens de Dertigjarige Oorlog. Tyll is geïnspireerd op Tijl Uilenspiegel, die blijkbaar de hele boel aan elkaar moet praten.
.
David Rijser, Een telkens nieuwe Oudheid. Of: Hoe Tiberius in New Jersey belandde.
Hierop kan ik me ook verkneukelen, want vroeger heb ik met veel plezier Rijsers stukken in NRC-Handelsblad gelezen. (Geloof het of niet: vroeger had Nederland kwaliteitskranten.) Het gaat om de receptie van de Oudheid in latere tijden, ook in onze tijd. Das Fortleben der Antike, zoals dat hier in Duitsland heet. Het interesseert me ook omdat ik zelf misschien eens wat wil schrijven over de rol van de Arabieren/Perzen bij dat Fortleben. Die rol is wel bekend, maar wordt nog te vaak verwaarloosd of zelfs doodgezwegen. Maakt ook Rijser zich daaraan ‘schuldig’? In het hoofdstuk over de Liebestod en de Hoofse Liefde valt dadelijk op, dat daar geen woord wordt vuilgemaakt aan de Arabieren, hoewel die deze zaken volgens mij hebben uitgevonden.
.
Elena Ferrante, De nieuwe achternaam
Het tweede deel van een vierdelige cyclus, de zog. ‘Napolitaanse romans’. Vergeleken met de bovengenoemde werken misschien een lichtgewicht, maar omdat ik het eerste deel van de cyclus al gelezen heb wil ik toch doorgaan. Hoekige en slijmerige karakters die je bijblijven, en een goede schildering van de samenleving in een Napolitaanse buitenwijk.

3 reacties

Opgeslagen onder Fictie, Literatur, Nabije Oosten, Taal

Dooi in Saoedi-Arabië?

Het Nederlands Dagblad was er vandaag snel bij; was de rest van de Nederlandse pers ook zo alert? Ik kopieer hier nooit kranten, maar dit is toch wel opmerkelijk:

Saudische kroonprins wil gematigde islam
RIYAD (ANP/DPA) – De Saudi-Arabische kroonprins Mohammed bin Salman heeft zich in ongebruikelijk klare taal voorstander getoond van liberalisering van het ultraconservatieve koninkrijk. ‘We keren terug naar de gematigde islam, die open is tegenover de wereld en alle religies,’ zei hij dinsdag tijdens een conferentie in de hoofdstad Riyad. Daar werd hij aangesproken op de radicale ideeën die nu nog overheersen in het land.
Kroonprins Mohammed stelde dat Saudi-Arabië voor 1979, het jaar van de bezetting van de grote moskee in Mekka door moslimextremisten, anders was. Hij wil niet dat het olierijke vorstendom nog dertig jaar verspilt door zich bezig te houden met radicale denkbeelden. ‘Die gaan we onmiddellijk uitbannen, te beginnen vandaag.’ De bevolking is volgens de Saudische troonopvolger, die tijdens zijn toespraak vaak werd onderbroken door applaus, toe aan een normaal leven.

Ook in de Saoedische pers is dit terug te vinden. Dat vrouwen voortaan zelf auto mogen/moeten rijden is alvast een deel van die modernisering, en er waren al andere tekenen dat er verandering in de lucht zit.

De kroonprins, een snotneus van 32, tevens Minister van Defensie, is overigens geen prettig type. Een hork, een bulldozer, maar als manager naar het schijnt wel competent. De verwoestende oorlog die hij in Jemen voert levert niet het door hem gewenste resultaat op, maar dat doen oorlogen eigenlijk nooit.

Eens kijken wat ervan komt. Hij moet dan ook nog oorlog voeren tegen die ouwe knakkers binnenslands. Misschien wordt hij wel vermoord ofzo.

9 reacties

Opgeslagen onder Nabije Oosten

Badkamer

Handig hoor, zo’n bidet. Heeft Trump vast niet.

8 reacties

Opgeslagen onder Nabije Oosten