Categorie archief: Nabije Oosten

Mini-herinneringen: vette happen

Samosoplusivanje was het woord waar ik vanochtend mee wakker werd. Het betekent ‘zelfbediening’ in het Joegoslavisch, tenminste dat dacht ik. Volgens Google translate moet het zijn: samoposluživanje; bijna goed dus. In het mild-socialistische Joegoslavië van 1965 en volgende waren dat restaurants waar het gemene volk en ook studenten uit het buitenland voor weinig geld een maaltijd konden gebruiken. Geen grote keuken natuurlijk, maar ook niet in strijd met de menselijke waardigheid. In Bulgarije had je ze ook, maar dat was echt communistisch en daar was het eten meteen veel smeriger: een closetpapierkleurige kwak puree met een onbestemde saus waarin enkele stukjes vlees dreven.
.
Wat deed ik in die landstreken? Natuurlijk was ik onderweg naar het Midden-Oosten, tot Joegoslavië liftend en daarna met de trein. Vliegtuigen waren nog te duur, en bovendien was ik benieuwd naar al die gebieden waar je dan doorheen kwam. Door vreemde wisselkoersen was de Balkan en wat daarna kwam spotgoedkoop. Pas in Turkije werd het eten echt lekker, te beginnen met de restauratiewagen die aan de grens aan de trein werd gekoppeld: een weelderig ingerichte Oostenrijkse Speisewagen van ongeveer 1912, goed geconserveerd.
.
In Nederland bestonden ook van die zelfbedieningsrestaurants. Je had Heck’s en Rutecks, allebei op het Rembrandtplein als ik mij goed herinner. Een biefstukje met gebakken aardappeltjes, huzarensalade, dat soort dingen. Gebutste schaaltjes van roestvrij staal. Echt eten kon je bij De Kroon, ook op het Rembrandtplein. Toen ik dat voor het eerst zelf betaalde kostte dat 25 gulden: niet weinig, en wat ik mij er vooral van herinner is mayonaise.

2 reacties

Opgeslagen onder Eten, Europa, Nabije Oosten, Nederland, Reizen

Vreemde ontmoetingen: enkele mini-herinneringen

Ooit liep ik in het grensgebied tussen twee elkaar vijandige staten in het Nabije Oosten. Ik maakte me zorgen, want ik was verdwaald en het werd al donker. Bij zulke grenzen kun je beter een paar kilometer uit de buurt blijven.
Ineens zag ik in het schemerlicht de schaduw van een gestalte voor me. De benen zagen er menselijk uit, het reusachtige bovenlijf niet. Ik schrok me wezenloos, maar hij ook. Beiden stonden we stil, totdat ik van zijn kant een snikken hoorde, dat uitliep in een huilbui. Dat luchtte op, daardoor leek het gevaar te zijn bezworen. Hoe het contact uiteindelijk gelegd werd weet ik niet meer, maar het bleek een Italiaanse verzamelaar van aardewerk te zijn. Zijn merkwaardige silhouet werd gevormd door een aantal kruiken die hij achter en boven op zijn lijf droeg. We waren niet meer bang van elkaar en, groot voordeel van deze ontmoeting: hij wist de weg naar de bewoonde wereld. (1965)
.
In een smal straatje in Shiraz, Iran, werd de doorgang ineens versperd door vier breedgebouwde mannen die er helemaal niet welwillend uitzagen. Mijn reisgenoot, die zo sterk was dat hij wel voor mijn lijfwacht kon doorgaan, was ineens verdwenen. Ik wist niets anders te doen dan iets te zeggen als: Goedemorgen heren! Maar ziedaar, de redding was nabij: achter mij verschenen twee heren in grijze pakken en met van die typische dienstschoenen aan. Toen die vier hen zagen verdwenen zij even snel als ze waren opgedoemd. Gered door de SAVAK, die waarschijnlijk eerder ons dan hen in de gaten hield. (1969)
.
In Marburg reed ik op een avond zuidwaarts over het fietspad langs de Lahn. Het was winter, en het pad was niet verlicht. Plotseling moest ik remmen voor een grote watervlakte waarin het pad verdween. De Lahn was buiten zijn oevers getreden, dat gebeurt soms, en de gemeente had geen waarschuwingsbordje geplaatst. Daar trof ik een Chinees, die te voet was en ook niet verder kon. We mompelden enkele woorden en gingen weer terug.
Deze ontmoeting had geen plot en geen clou, maar zo is dat vaak met ontmoetingen. (± 2010)

5 reacties

Opgeslagen onder Iran, Marburg, Nabije Oosten, Persoonlijk

De islamisering van het klimaat

Van alles wat er uit het Midden Oosten tot ons is gekomen is het islamitische gebed om regen het minst werkzaam. Door al die goedbedoelde inspanningen is er hier en daar wel een buitje gevallen, maar dat tikte niet echt aan.
.
Het vroege ochtendgebed, d.w.z. bij zonsopgang, is echter een voltreffer. Als U geen moslim bent hoeft U natuurlijk niet te bidden, maar bij zonsopgang opstaan is een uitstekend idee. Op een dag als vandaag komt de zon op om zes uur. Maar binnenkort wordt de zomertijd afgeschaft—ja, het volk wil het zo—en dan valt de zonsopgang dus om vijf uur. De werkdag kan dan lopen van zes tot twaalf; daarna volgt middagrust tot vier uur en daarna wordt nog wat verder gewerkt. Omdat het voortaan vroeger donker wordt hebben we nog wat aan de koelere avond.
.
In het Midden Oosten heeft men ervaring opgedaan met gewassen en bomen die goed tegen droogte kunnen. Met name in Syrië is daarover veel know-how. In Iran wordt landbouw door middel van ondergrondse kanalen op droge gronden mogelijk gemaakt en door druppelirrigatie wordt aan tuinbouw en herbebossing gedaan. Akkers nat maken met waterwerpers is verspilling. Met een beetje geluk zijn er onder de vluchtelingen die zich in West-Europa bevinden experts op deze terreinen, en anders moeten we ze hierheen halen.
.
Kleding: In hete perioden in het Midden-Oosten heb ik ervaren dat een licht katoenen golvend gewaad, kortom: een Arabische soepjurk, de ideale dracht is. Geen riem om het middel, geen broekspijpen. Hoe het  voor dames is weet ik niet. Zware zwarte lappen zijn puur sadisme, maar ik kan me voorstellen dat een klassieke lichtblauwe boerka, natuurlijk niet van zweterig polyester maar van zijde of een mengsel van katoen en zijde, ook prettig draagt. Het is een misverstand dat het bij hitte aangenaam is om zo min mogelijk aan te hebben. Twéé dunne lagen over elkaar, dat is het beste. Voor een man dus: onderhemd en onderbroek, maar zonder elastiek in de liezen, en daaroverheen de gallabiya, of soepjurk zo U wilt. Ik weet, dat is sociaal onaanvaardbaar, maar als het zo doorgaat met het klimaat zal dat wel veranderen. Comfort boven alles.

4 reacties

Opgeslagen onder Klimaat, Nabije Oosten

Alexander, geen boekendief

In het Palazzo Te in Mantua zag ik op een plafondschildering een afbeelding van Alexander de Grote met een paar boekbanden in een kistje. Dat is een illustratie bij wat Plutarchus vertelt in zijn biografie van Alexander:

  • ‘Toen hem een kistje werd gebracht, waarvan degenen die de schatten en goederen van Darius hadden opgenomen zeiden dat dit het allerkostbaarste was, vroeg hij zijn vrienden welk waardevol ding volgens hen het best daarin bewaard kon worden. Toen veel mensen verschillende dingen opperden, zei hij zelf dat hij de Ilias erin zou doen om hem goed te bewaken.’ 1

Alexander heeft de Perzische koning Darius III (reg. 336–330 v.Chr.) in etappes verslagen, waarbij hij telkens rijke buit behaalde. De Ilias was een belangrijk boek voor hem; hij stelde zich graag voor dat hij een nieuwe Achilles was.
.
Zou dit misschien samenhangen met de vroeg-Abbasidische, in wezen Perzische aanname dat Alexander alle boeken van de Perzen had gestolen, zodat ze later weer uit het Grieks in het Arabisch terugvertaald moesten worden? Daarover had ik hier al wat geschreven.
Waarom was dat kistje zo kostbaar? Misschien was het van massief goud of bezaaid met juwelen, wie zal het zeggen? Maar het kan ook zijn dat de inhoud kostbaar was. Van Darius III is bekend dat hij de oude Perzische Zand Avesta-teksten had laten uitgeven, vertalen en commentariëren. Ze vormden het middelpunt van zijn rijksideologie en werden bewaard in zijn schatkamer, die Alexander heeft geplunderd, en misschien wel in dat kistje. Het kistje heeft hij ingepikt, maar die Perzische boeken zullen allicht het laatste zijn geweest dat hem interesseerde. Goed denkbaar dat hij die Perzische boeken toen heeft weggedaan en heeft vervangen door wat voor hem het kostbaarste Griekse boek was: Homerus’ Ilias. En als het niet letterlijk zo gebeurd is, is het toch een mooie symboliek.
Het onderwerp kan nog wat nadere studie gebruiken.

NOOT:
1. κιβωτίου δέ τινος αὐτῷ προσενεχθέντος, οὗ πολυτελέστερον οὐδὲν ἐφάνη τοῖς τὰ Δαρείου χρήματα καὶ τὰς ἀποσκευὰς παραλαμβάνουσιν, ἠρώτα τοὺς φίλους ὅ τι δοκοίη μάλιστα τῶν ἀξίων σπουδῆς εἰς αὐτὸ καταθέσθαι: πολλὰ δὲ πολλῶν λεγόντων αὐτὸς ἔφη τὴν Ἰλιάδα φρουρήσειν ἐνταῦθα καταθέμενος. (Plut. Alex. 26, 1–2)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Fictie, Geschiedschrijving, Griekenland, Kunst, Nabije Oosten

Uitgaan in Djedda

Ooit was het anders in Saoedi-Arabië. Althans voor rijke mensen in Djedda.


‘Restaurant en Patisserie Vienna. De beroemdste gerechten. Europese confiserie. Organisatie van parties.’

2 reacties

Opgeslagen onder Nabije Oosten

Het Oog van Mosul 2

Het Oog was inmiddels hier. Hij hield een boeiende voordacht over de praktijken van ISIS in zijn stad stad Mosul en over wat daarna kwam. Uit het publiek kwamen vele zinnige vragen en de spreker ging daar uiterst competent op in, zodat we in anderhalf uur een hoop hebben bijgeleerd. De toekomst van Irak is niet bepaald zonnig. Maar dit is niet de plaats om het daarover te hebben.
.
Hij bleef nog tot en met vandaag; we hebben vrijwel een etmaal samen opgetrokken en veel gesproken over een onderwerp dat ons beide ter harte gaat: de oriëntalistiek/het oriëntalisme. Terwijl ik een oriëntalist ben, is hij iemand die oriëntalisten, dus mensen zoals ik, bestudeert: hij zat in Mosul in een vakgroepje daarvoor, dat binnenkort wel weer zal worden heropgericht. In vele Arabische omgevingen gebeurt dat op vijandige wijze, daar in Mosul niet. Hij zou willen dat ik naar Mosul kwam om over dat onderwerp te spreken; ik weet nog niet of ik dat aandurf. Hoe dan ook, mijn gedachten over het onderwerp hebben door onze gesprekken een geweldige stimulans gekregen. Hij is een echte intellectueel, en hoewel nog jong al zeer rijp; dat laatste natuurlijk door alle verschrikkingen die hij heeft meegemaakt.
.
Een steeds grotere inspiratie over dit onderwerp is verder de roman Boussole (Kompas) van Mathias Énard. Het broeit en borrelt momenteel allemaal een beetje door elkaar bij mij. Misschien komt er ooit wat uit. Nu eerst even afstand nemen en bijkomen van deze volle dag.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Marburg, Nabije Oosten, Orient

Het Oog van Mosul

Tijdens de bezetting van de Iraakse stad Mosul door de ‘Islamitische Staat’ en de daarop volgende verwoestingen was er een blogger die zich het ‘Oog van Mosul’ noemde en met gevaar voor eigen leven de wereld op de hoogte hield van wat daar gebeurde. Nu de bezetting over is zet hij zich actief in voor het herstel van de universiteit en de bibliotheek aldaar. Hij houdt nu o.a. een tweetalig Twitter-account bij, waarin hij verslag doet van de wederopbouw van de stad en van zijn eigen huidige activiteiten. Inmiddels heeft hij al verschillende Europese landen en de USA bezocht om daarvoor aandacht te vragen en fondsen te werven. In juni komt hij ook naar Duitsland. Onlangs kwam ik op het idee, mijn vakboeken aan de bibliotheek van Mosul te schenken. Een betere bestemming kan ik er niet voor bedenken. Probleem is nog, hoe ze daarheen te krijgen. Ook daarom is het goed dat er op Duits of zelfs Europees niveau iets wordt opgezet.
Aan de universiteit alhier, waar ik tot 2012 heb gewerkt, heb ik nog contacten en die heb ik voorgesteld het Oog van Mosul ook naar Marburg uit te nodigen. Dat is voor elkaar gekomen en hij komt hierheen. Dat doet me buitengewoon veel plezier!
.
21.6.2018: zie nu het vervolg hier.

3 reacties

Opgeslagen onder Marburg, Nabije Oosten, Universiteit

Verloren posten

Zoëven heb ik weer eens gedroomd dat ik ontslagen werd aan de VU. Het was nogal smartelijk en gedetailleerd ditmaal: de overname van de werkkamer door iemand anders, op straat lopen zonder te weten waarheen, enzovoort.
Allemaal onzin: ik ben in 1996, na jaren ontslagdreiging, niet ontslagen maar heb ontslag genomen, heb zevenendertig jaar onafgebroken als arabist gewerkt in Leiden, Amsterdam, Frankfort en Marburg, en geniet dientengevolge nu een behoorlijk pensioen. Een levensloop die menig academicus me zal benijden.
Wel heb ik twee maal de onttakeling van een studierichting meegemaakt, die in beide gevallen nogal lang duurde en waarbij ik als laatste het licht moest uitdoen. In Marburg werd niet het instituut opgeheven, maar verzandde wel het klassieke Arabisch.
.
Al dat opheffen geschiedde in groter verband: de alfa-vakken leveren geen rendement op, dus die konden veel kleiner. Eigenlijk viel het voor de ‘kleine letterenvakken’ in Nederland lange tijd nog mee, omdat er tien jaar lang bijzondere bescherming geboden werd. Maar daarna begon ook bij Arabisch de kaalslag. Voor zover ik kan overzien is in Nederland het vak alleen nog in Leiden op volle sterkte aanwezig. In andere steden niet meer, of sterk beknot. In Duitsland komt alles pas tien jaar later. Alles is er nog, maar op veel plaatsen wel erg uitgehold: halve banen, onderbetaalde assistentschappen enz.
.
Zowel aan de VU als in Frankfort werd de wetenschappelijke semitistiek/arabistiek opgeheven. Maar kort daarna werd in beide universiteiten islamitische ‘islamwetenschap’ ingevoerd. Hoewel het beter is imams hier op te leiden dan ze uit het buitenland te halen kan ik mij daarover niet verheugen, omdat het theologie is en vele dingen dus niet gezegd mogen worden. Om maar iets te noemen: de invloed van de Grieks-Romeinse cultuur op de oude Arabieren wordt geloochend; de biografie van de profeet wordt voor zoete koek geslikt en de aan hem toegeschreven uitspraken heeft hij werkelijk gedaan. Daar pas ik niet bij.
.
De opheffing van het instituut in Frankfort was overigens wél verheugend. In 2007 werden namelijk in de deelstaat Hessen de ‘kleinere letterenvakken’ samengevoegd en in de drie universiteiten geconcentreerd. In Marburg kwam (vrijwel) alles terecht wat met het Midden-Oosten te maken had, en dus ook ik. Dat was geen bezuinigingsmaatregel; integendeel, er werd een groot en vorstelijk gefinancierd instituut opgezet, met zeven professoren en als ik het wel heb veertig medewerkers. Het bloeide en gedijde en het was een mooie tijd. Alleen was er na mijn pensionering geen plaats meer voor iemand die die ouwe boel las en onderwees. Liever nog eens Arabische lente of salafisme enzo, en waarom zou iemand klassieke poëzie lezen, of de koran in het origineel? Wie zou daar in vier jaar studietijd nog aan toe komen, als er ook nog gewerkt moet worden om wat geld te verdienen? Ik heb dus ook in Marburg op een verloren post gewerkt, maar het geeft niet hoor, ik heb toch heel wat mensen iets mee kunnen geven.
.
Ooit was de arabistiek hulpwetenschap bij de bijbelwetenschappen. In de koloniale tijd bestudeerde men Arabisch en islam bovendien om islamitische koloniën beter te kunnen besturen. In de jaren zestig, zeventig van de twintigste eeuw brak het besef door dat in het nabijer gekomen buitenland Arabisch en Turks werd gesproken, en dat er intussen ook steeds meer Marokkanen en Turken in ons land woonden, wat de bestudering van de betreffende vakken vanzelfsprekend maakte. Men probeerde afscheid te nemen van de oude, koloniaal gekleurde oriëntalistiek en de studie van het vreemde op nieuwe manieren aan te pakken. Tot er een omslag kwam en het verlangen opkwam, juist liever niets over het Midden-Oosten te weten, en vooral niets over de islam. Het ‘islamdebat’, dat nu al ruim vijftien jaar woedt, blijkt immers veel makkelijker te verlopen als je er niets over weet. Bovendien bombardeert het prettiger als je niet precies weet waar je bommen terecht komen.
.
Mijn oude vak houdt mij nogal bezig de laatste tijd. Ik zal er af en toe eens een stukje over plaatsen. Dit was een begin.

3 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Dromen, Islam, Marburg, Nabije Oosten, Nederland, Orient, Persoonlijk

Papegaai

Hier ziet U de papegaai van de Ottomaanse sultan Abdul Hamid II (reg. 1876–1908). Die had U niet willen missen, dat weet ik zeker.

6 reacties

Opgeslagen onder Dieren, Nabije Oosten

Wat te doen – vervolg

Vervolg op Wat te doen?

De zieken zullen wel weer beter worden, zodat er nog verder gezongen kan worden tot mijn stem het begeeft. En zelfs bij een totale instorting van WordPress of het Internet zijn er alternatieven te vinden voor mijn geschrijf, desnoods met een kroontjespen. Maar zo’n moment van stagnatie en twijfel geeft aanleiding tot even wat inhouden en bezinnen.
.
Zingen tot het niet meer gaat, dat is nogal eenvoudig, maar je niet laten verrassen als het ineens ophoudt.
.
Met het bloek doorgaan totdat dat niet meer kan, maar op een zacht pitje misschien. Ooit was ik ermee begonnen om mijn arme landgenoten wat tegeninformatie te bieden tegen het gezwatel over de islam van Wilders en de media, die inmiddels al vijftien jaar dezelfde onzin verkondigen, waar niemand ooit genoeg van lijkt te krijgen. In mijn onschuld meende ik toen nog dat kennis zou helpen en dat mensen graag iets meer zouden weten.
.
Eerder dan allerlei wetenswaardigheden over de oude Arabieren en moslims aan te bieden zou ik misschien moeten werken over wat Europa dwars zit: het onverwerkte verleden, in het geval van Nederland vooral Indië, de VOC en de WIC en de negentiende eeuw, en de omgang met het Buiteneuropese in het algemeen: oriëntalisme en oriëntalistiek. Rassenleer en migratiekunde zijn natuurlijk ook belangrijk, maar daar kan ik slecht over meepraten.
.
Er lijkt ook schot te komen in het opruimen van mijn boeken. Ik zou zo graag een lege woning hebben, maar zolang ik nog een beetje werk kan ik die vakliteratuur niet missen. Bovendien wil niemand die boeken hebben, voor geld niet en voor nop niet, en weggooien is ook zonde. Boeken weggooien kun je tegenwoordig beter aan bibliotheken overlaten. Maar nu was ik in contact gekomen met iemand van de Universiteitsbibliotheek in Mosul, Irak. Daar is de bibliotheek door de ‘Islamitische Staat’ volledig verwoest, en een aantal geëngageerde jonge onderzoekers spannen zich in om de restanten te redden en weer iets op te bouwen. Welnu, dát lijkt me nu de ideale bestemming voor mijn boeken. Er moet alleen nog een weg gevonden worden om het spul daarheen te krijgen, maar daar wordt aan gewerkt. Mocht het U interesseren kunt U eens hier kijken.
.
Het aardige is dat de persoon met wie ik in Mosul correspondeer, vroeger werkte aan de afdeling Oriëntalistiek van de universiteit. In Irak en Saoedi-Arabië waren/zijn er leerstoelen die de oriëntalistiek bestuderen, die gesticht zijn uit haat tegen mijn soort mensen. Maar dat is langzamerhand wel verleden tijd geloof ik. We kunnen elkaar gezellig een beetje pesten, bantering.

Naschrift 4 mei 2018: Die persoon komt nu naar Marburg! Zie hier.

1 reactie

Opgeslagen onder Literatur, Nabije Oosten, Persoonlijk, Universiteit