Categorie archief: Nabije Oosten

Geslachten en neigingen bij de oude moslims 2.0

[Ik herpost dit nog een keer, want er is heel wat bijgekomen. Toch is het nog lang niet af.] 

De Boeginezen op Celebes kennen vijf geslachten, en de Navajo-Indianen eveneens: mannelijke mannen, vrouwelijke mannen, vrouwelijke vrouwen, mannelijke vrouwen; bij de Navajo de hermafrodiet die man én vrouw is en bij de Boeginezen de bissu, een soort heiligmens, die man noch vrouw is.
.
Lawrence Durrell schreef in Justine over Alexandrië: ‘There are more than five sexes, and only demotic Greek seems to distinguish between them.’ Dat laatste geloof ik niet, het Arabisch kan er ook wat van, maar inderdaad waren er vanouds in het Midden-Oosten heel wat meer geslachten dan in het saaie Westen, dat tot voor kort alleen mannetjes en vrouwtjes (er)kende en waar de recente ontdekking van andere mogelijkheden vooral getob lijkt te veroorzaken. De moslims deden er minder moeilijk over. Een operatie ter verandering van het geslacht was in Casablanca of Teheran eerder mogelijk dan hier.
.
De laatste tijd schieten ook bij ons de geslachten en genders als paddenstoelen uit de grond. Wij hebben tegenwoordig LGBTQ… en nog meer letters; van de laatste weet ik niet eens waar ze voor staan. Of het prettig is voor de betrokkenen om in zo’n hokje geduwd te worden? De Indonesische activiste Tiara Tiar Bahtiar heeft een boek geschreven met de titel Namaku bukan waria – panggil aku manusia, ‘Mijn naam is niet transgender, noem mij mens.’ Maar blijkbaar zijn er ook veel die erop staan zich zelf zo’n letter op te plakken. Zonder identiteit schijnt het tegenwoordig niet te gaan.
.
Er zijn geslachten en genders, maar ook seksuele oriëntaties; bovendien is er nog de mogelijkheid van travestie. Al met al is er een groot aantal spelcombinaties mogelijk. Het verschil tussen geslacht en gender is me nog steeds niet duidelijk, maar dat geeft geloof ik niet, want in het vervolg wil ik eens kijken wat de oude Arabieren ervan dachten, en die onderscheidden ze ook niet.
.
Ik moet mij zeer beperken en kan het alleen maar aanstippen, want in de Arabische bronnen die ik mij kan voorstellen (poëzie, geschiedwerken) ben ik niet ver doorgedrongen; zij zijn onafzienbaar en dikwijls onontsloten. Eén ding kan al van te voren worden gezegd: men deed vroeger niet aan identiteit. De westerse gedachte: als je iets bent ben je dat voor altijd, het is je ware wezen, je identiteit, bestond in die oude wereld niet. Mensen die dat wensten konden best uit hun hokje om iets anders te ‘worden,’ zij het meestal tijdelijk. En ook als zij het misschien niet wensten: mij wordt over Afghanistan meegedeeld dat daar soms meisjes wordt opgedragen jongen te worden, als er een zoon in het gezin ontbreekt. Het gezin is van de schande van geen zoon te hebben verlost, de nieuwe jongen kan meehelpen bij vader in de winkel, het biedt de mogelijkheid om aan het publieke leven deel te nemen, en voor de zusjes een kans om er ook eens uit te komen, met ‘broer’ als chaperon.1 Ook in Albanië zijn er nog oude mannen geïnterviewd die als meisje waren geboren en om praktische redenen man geworden waren (burrnesha). Over hoe het dan ging met plassen, met de menstruatie, met voetbal en vechten zou ik graag meer horen.

Er was vanouds de khunthā, de hermafrodiet, die de lichamelijke geslachtskenmerken heeft van zowel een man als van een vrouw.
Volgens de koran heeft God de mens echter geschapen als mannen en vrouwen. Hermafrodieten moeten dus een keuze maken: als zij zich als man beschouwen en hun penis ook voor penetratie kunnen gebruiken moeten zij man worden, en anders vrouw. Vandaar dus de toelaatbaarheid van die operaties, toen die eenmaal mogelijk werden.

De mukhannath is lichamelijk een man, maar geneigd tot vrouwelijk gedrag. In kroegen werd de wijn vaak ingeschonken door een verwijfd jongetje dat lispelde en met zijn kontje wiegelde om de gasten te behagen. Niet duidelijk is, of hij dat uit een diepgevoelde neiging deed of alleen voor het geld; allebei zal wel zijn voorgekomen.
De mukhannath neemt enorm veel plaats in in de rechtsgeleerde werken, en niet als probleemcategorie, eerder gewoon als een derde geslacht.     @NIET AF!  Art. Rowson@

Over vrouwen van het type ‘butch’ heb ik nog niet veel gevonden.  Art. sihâq in EI?@ Kruk, Warriors

De ghulāmīya of radjulīya, een meisje dat zich kleedt en gedraagt als jongen of man, schijnt een idee geweest te zijn van de moeder van kalief al-Amīn (reg. 809–813). Toen al-Amīn als jongeman weinig belangstelling voor het vrouwelijk geslacht bleek te hebben wilde zijn moeder die stimuleren door dergelijke meisjes aan het hof te introduceren: kort haar, tuniekjes, strakke riem.
Wat voor meisjes waren dat? De moeder van een prins kon natuurlijk slavinnen bevelen zich als jongen te gedragen, ook als zij daartoe van huis uit niet geneigd waren. Maar zij zal bij de selectie wel een beetje opgelet hebben welke meisjes de rol met overtuiging konden spelen. Veel succes had ze overigens niet met haar pogingen. Toen al-Amīn eenmaal kalief was dichtte een anonieme spotdichter over hem en zijn minister Faḍl:

  • Het is een wonder: de kalief
    is als een pederast actief,
    de ander komt aan zijn gerief
    (wat ons nog meer verrast) passief!2

Vrijwel onmiddellijk werden de ghulāmiyāt ook elders populair, bij voorbeeld als schenk(st)ers in kroegen. (Metz 336f, Zayyāt 186) De dichter Abū Nuwās ontving zijn wijn graag ‘uit de hand van eentje met een gleuf, gekleed als iemand met een pik.’ (Wagner 178) Hij beschrijft de meisjes ook, bijv. zo: Hier heb je mensen vrouwelijk in gedrag, maar in mannenkleding | met blote handen en voeten, zonder sieraad aan de oren en om de hals | zo slank als teugels, zwaardscheden en gordels |maar ze hebben volle achterwerken in hun tunieken, en dolken aan hun taille, | hun lokken zijn gekromd als schorpioenen, en hun snorren zijn van parfum.’ (Wagner 177)

Hind bint Nu‘mān: ‘de eerste Arabische lesbienne’ (6e eeuw), had er aardigheid in haar successieve echtgenoten te vernederen.@

Hind bint ‘Utba (7e eeuw), de ‘levereetster’ stelde zich volgens de overlevering niet tevreden met de traditionele vrouwenrol op het slagveld, die bestond in water aandragen en het verzorgen van gewonden. Zij sneed het lichaam van de verslagen held Hamza open en at zijn lever rauw. Ook niet echt meisjesachtig.

Afghanistan: بچه پوش

Er bestaan ook tegenwoordig nog meisjes die uit zichzelf zich als jongens gedragen, in kleding en gedrag. In plaats van als vrouwelijk geldende bezigheden na te streven ravotten zij liever met de jongens en weten zich onder hen ook te handhaven. Zulk meisjes heten in het Engels tomboy, in het Afghaans bachche posh, in het Arabisch fatāt mustardjila, maar dat heb ik nooit gehoord. Het Nederlands heeft er blijkbaar geen woord voor. Wanneer met het intreden van de puberteit de lichamelijke verschillen tussen jongens en meisjes groter worden zal het wel afgelopen zijn met tomboy zijn, maar het fijne weet ik daar niet van. Nordberg vertelt over het Afghaanse meisje Zahra dat op haar vijftiende nog tomboy was en helemaal geen zin had om zich aan de vrouwenrol te wijden. Ze maakte eens een rondje op een gehuurd motorfietsje, harstikke stoer, maar toen riep een jongen haar toe: we weten heus wel dat je een meisje bent! Ze vond het niet erg; het was een vriend, die haar ook beschermde als andere jongens haar te lijf wilden gaan. Blijkbaar wist men wel dat sommige jongens eigenlijk meisjes waren, maar werd dat min of meer genegeerd en getolereerd.

Mannetjesputter, Cairo

In Egypte bestaan er veel moppen en cartoons over muizige mannetjes die geheel onder de plak zitten van hun sterke echtgenote. Dat is natuurlijk fantasie; toch bestaat er een minderheid van paren waarbij dat duidelijk het geval is. Niemand zal de voorste dame op bijgaande foto voor bedeesd of onderdanig houden. Zo’n vrouw wordt bij ons vaak manwijf genoemd; dat klinkt erg negatief. Haaibaai, dragonder of mansvilder is ook niet beter; neutraler klinkt mannetjesputter—ja, dat woord is voor beide geslachten in gebruik, maar dat hoor je zelden over vrouwen.

In Egypte waren (zijn?) er ook vrouwelijk bouwvakarbeiders: ik heb hen zeer zware lichamelijke arbeid zien verrichten: manden vol stenen sjouwen, op steigers klimmen enzovoort. Misschien hadden zij geen man (meer) die voor het gezinsinkomen zorgde en moesten zij de mannelijke rol overnemen? Maar hadden zij dan geen naai- of strijkwerk kunnen doen, of met een luierservice langs de huizen gaan?

‘Mijn moeder was een echte vent,’ schreef al-Māzini, ‘zij@ZOEK DIE TEKST@

Umm Kulthum, de beroemde Egyptische zangeres die met haar formidabele stem heel Egypte, en vervolgens de hele Arabische wereld op zijn knieën dwong, viel al vroeg op door haar zangkunst. Haar vader had een muziekensemble waarin zij mocht optreden op voorwaarde dat zij zich als jongen zou kleden en gedragen. Dat ging lange tijd goed, maar toen zij ouder werd niet meer, omdat zij steeds zichtbaarder een vrouw was en steeds meer mensen ‘het’ wisten. Vader beval haar op te houden en te trouwen; daar kwam allemaal niets van terecht en na een pauze zong zij verder, voortaan helemaal als vrouw. Schoot zij nu in de traditionele rol van almée (‘ālima)@@? Zij hield zich echter verre van de van kunstenaars bekende liederlijkheid. Dat zij niet aanrommelde met mannen  wordt vaak toegeschreven aan haar vrome inborst en nobele karakter; het kan echter ook zijn dat zij zich meer tot meisjes voelde aangetrokken. Er bestaat tenminste één gerucht dat zij bij het opstellen van een contract voor een buitenlands optreden de terbeschikkingstelling@ van twee jonge meisjes bedong.

Dit zijn maar hap-snap wat indrukken, de meeste uit lectuur. In geen velden of wegen heb ik een overzicht over deze fenomenen in de hele Arabische of islamitische wereld; ben ook geen sociale wetenschapper.

Jongensachtige meisjes en manhaftige vrouwen hoeven geenszins lesbisch te zijn; ik zeg het nog maar even.

ORIËNTATIES
Homoseksualiteit. Het overkoepelende begrip homoseksualiteit, dat gebruikt wordt voor álle vormen van seksueel leven tussen personen van hetzelfde geslacht, bestond in de Arabische wereld niet. Bestaat het nu wél? In de woordenboeken Europees-Arabisch wordt vaak als equivalent liwāṭ gegeven, maar dat is iets anders. Het schijnt mithlīya djinsīya te moeten heten, maar dat is een raar modernisme; hoeveel mensen begrijpen wat daarmee bedoeld is?
Een lūṭī is een man die een jongen of andere man anaal penetreert. Dat kan hij doen uit lust, maar hij kan het ook doen om de ander te vernederen, te straffen of hem zijn dominantie te tonen; of uit meervoudige impulsen. De anale penetratie heet liwāṭ; liefkozen, knuffelen, kussen en andere verrichtingen die in het Westen ‘seksuele handelingen’ genoemd worden zijn daaronder niet begrepen. Het verlangen van een jongen of man, anaal gepenetreerd te worden (ubna) evenmin.
Een ma’būn is iemand die zich anaal laat penetreren: uit lust, of gedwongen, of uit een combinatie van beide. Het verlangen daarnaar heet ubna. @@MEER
Uit het bovenstaande zal reeds duidelijk geworden zijn waarom het begrip homoseksualiteit in het Arabisch wereld niet bekend was. Terwijl in het Westen de oriëntatie op hetzelfde geslacht bepalend is, is daarginds het actief of passief zijn van belang, terwijl aan elkaar zitten, variërend van stoeien tot vrijen, en in het Westen als seksueel opgevatte handelingen buiten beschouwing blijven: die vallen domweg niet onder seks. (NOOT of EXCURS Michael Roes beschrijft dat mooi van Jemen.) Begrijpelijk wordt nu ook waarom in Arabische landen tegenwoordig soms zo fel tekeer wordt gegaan tegen homoseksualiteit: dat is een importproduct, een drukdoenerige lifestyle uit het Westen. Dezelfde mensen die daar zo fel tegen zijn kunnen gewoon doorgaan met hun traditionele gedragingen, wat hun vanuit het Westen soms het verwijt van hypocrisie oplevert. Al heb ik de indruk—maar meer is het niet—dat er tegenwoordig onder jonge Arabische mannen toch minder geknuffeld en hand in hand gelopen wordt dan toen ik in 1971–72 in Cairo studeerde. Als die indruk klopt is ook dat een gevolg van beïnvloeding vanuit het Westen; de Verlichting, weet U wel. Jammer voor die jongens, want ze hebben toch al zo weinig. Met meisjes mogen ze nog steeds niets.
==============
Zelf heb ik op dit gebied maar heel weinig herinneringen uit mijn studententijd in Cairo.

In de studentenflat werden kamers vaak door twee jongens gedeeld. Hoe het samenleven in die kamers was onttrok zich geheel aan de waarneming. Preutsheid heerste alom: twee keer per week was er warm water, dan zag je alle studenten in de rij staan voor de douchehokjes, van de hals tot de enkels gehuld in badmantels. Jongens die vrijwel niets bezaten hadden toch geïnvesteerd in dit blijkbaar noodzakelijk geachte kledingstuk. Dat was in Nederlandse studentenflats heel anders, zelfs toen die gemengd werden.

’s Avonds kon je in de binnenstad ‘Cleopatra, de koningin van de Nijl’ tegenkomen: een exuberant opgemaakte en geklede, grote persoon, die zich uitdrukkelijk als vrouw presenteerde. Aangenomen werd dat er onder al die pracht een mannelijk lichaam schuilging, maar dat kan bij nader inzien evengoed een hermafrodiet of transgender geweest zijn. Of een vrouw? De Mathilde Willink van het Nijldal, waarom ook niet? De autoriteiten waren tegen dit soort verschijnselen, maar de mensen op straat waren eerder geamuseerd welwillend. Geen sprake van stenen gooien of volksgericht.
.
Op een verjaardagsfeestje waren de twee aanwezige meisjes al snel in de keuken verdwenen, terwijl de jongens en mannen zich onder elkaar amuseerden met o.a. zeer zinnelijke, zelfs obscene buikdansen, die door twee jongemannen na elkaar werden uitgevoerd. Het geheel werd als grap, als parodie gepresenteerd, goed voor het ene lachsalvo na het andere, maar intussen werden de dansen met grote kunstvaardigheid uitgevoerd. Daar moet langdurig en met liefde op geoefend zijn geweest; het werd me toen duidelijk dat er gewoon ook mannelijke buikdansers bestonden. En dat waren geen ingehuurde krachten, maar genode gasten, vrienden van de jarige.
.
En dan waren er nog die twee Italiaanse clowns. Die sprongen te voorschijn uit een zijsteeg en voerden hun nummer op; heel snel, stiekem natuurlijk, want zulke kunsten waren in Egypte streng verboden! Hun optreden was grof, obsceen, anaal. Nog tijdens hun optreden haalden ze het geld op bij het snel toegestroomde, medeplichtige publiek. Tenslotte verdwenen ze ergens in een trappenhuis en ook de toeschouwers waren weg. Niets gebeurd – snelvermaak in een politiestaat.

Over dit alles moet nog meer komen. Een leuk zomerklusje, maar eerst wordt het vakantie. Ik ga deze bladzijden gebruiken als knutselhoekje; als ik wat bij elkaar heb wordt de hele boel naar het Leeswerk Arabisch en islam overgebracht.

NOTEN
1. Privé-medeling van Prof. Remke Kruk, Leiden.
2. Vertaling Geert Jan van Gelder, in @@

BIBLIO
Khaled el-Rouayheb, Before Homosexuality in the Arab-Islamic World 011 EN 3710 R85. Unni Wikan, Resonance. Beyond the words chapter on khanith niet in UB. Adam Mez, Die Renaissance des Islâms, Heidelberg 1922. Jenny Nordberg, The Underground Girls of Kabul, The Hidden Lives of Afghan Girls Disguised as Boys, 2014. Is in het Duits voorhanden: Afghanistans verborgene Töchter. Wenn Mädchen als Söhne aufwachsen, vert. Gerlinde Schermer-Rauwolf, Robert A. Weiß, Kollektiv Druck-Reif, Hamburg 2015. G.J. van Gelder,. Ewald Wagner, Abū Nuwās. Eine Studie zur arabischen Literatur der frühen ‘Abbāsidenzet, Wiesbaden 1965. Remke Kruk, Female Warriors. Everett K. Rowson, ‘The effeminates of early Medina,’ JAOS 1991, 671–93.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Nabije Oosten

De islamisering van het klimaat

Van alles wat er uit het Midden Oosten tot ons is gekomen is het islamitische gebed om regen het minst werkzaam. Ondanks alle goede bedoelingen is er hier en daar wel een buitje gevallen, maar dat tikte niet echt aan.
.
Het vroege ochtendgebed, d.w.z. bij zonsopgang, is echter een voltreffer. Als U geen moslim bent hoeft U natuurlijk niet te bidden, maar bij zonsopgang opstaan is een uitstekend idee. Op een dag als vandaag komt de zon op om zes uur. Maar binnenkort wordt de zomertijd afgeschaft—ja, het volk wil het zo—en dan valt de zonsopgang dus om vijf uur. De werkdag kan dan lopen van zes tot twaalf; daarna volgt middagrust tot vier uur en daarna wordt nog wat verder gewerkt. Omdat het voortaan vroeger donker wordt hebben we nog wat aan de koelere avond.
.
In het Midden Oosten heeft men ervaring opgedaan met gewassen en bomen die goed tegen droogte kunnen. Met name in Syrië is daarover veel know-how. In Iran wordt landbouw door middel van ondergrondse kanalen op droge gronden mogelijk gemaakt en door druppelirrigatie wordt aan tuinbouw en herbebossing gedaan. Akkers nat maken met waterwerpers is verspilling. Met een beetje geluk zijn er onder de vluchtelingen die zich in West-Europa bevinden experts op deze terreinen, en anders moeten we ze hierheen halen.
.
Kleding: In hete perioden in het Midden-Oosten heb ik ervaren dat een licht katoenen golvend gewaad, kortom: een Arabische soepjurk, de ideale dracht is. Geen riem om het middel, geen broekspijpen. Hoe het  voor dames is weet ik niet. Zware zwarte lappen zijn puur sadisme, maar ik kan me voorstellen dat een klassieke lichtblauwe boerka, natuurlijk niet van zweterig polyester maar van zijde of een mengsel van katoen en zijde, ook prettig draagt. Het is een misverstand dat het bij hitte aangenaam is om zo min mogelijk aan te hebben. Twéé dunne lagen over elkaar, dat is het beste. Voor een man dus: onderhemd en onderbroek, maar zonder elastiek in de liezen, en daaroverheen de gallabiya, of soepjurk zo U wilt. Ik weet, dat is sociaal onaanvaardbaar, maar als het zo doorgaat met het klimaat zal dat wel veranderen. Comfort boven alles.

4 reacties

Opgeslagen onder Klimaat, Nabije Oosten

Alexander, geen boekendief

 

In het Palazzo Te in Mantua zag ik op een plafondschildering een afbeelding van Alexander de Grote met een paar boekbanden in een kistje. Dat is een illustratie bij wat Plutarchus vertelt in zijn biografie van Alexander:

  • ‘Toen hem een kistje werd gebracht, waarvan degenen die de schatten en goederen van Darius hadden opgenomen zeiden dat dit het allerkostbaarste was, vroeg hij zijn vrienden welk waardevol ding volgens hen het best daarin bewaard kon worden. Toen veel mensen verschillende dingen opperden, zei hij zelf dat hij de Ilias erin zou doen om hem goed te bewaken.’ 1

Alexander heeft de Perzische koning Darius III (reg. 336–330 v.Chr.) in etappes verslagen, waarbij hij telkens rijke buit behaalde. De Ilias was een belangrijk boek voor hem; hij stelde zich graag voor dat hij een nieuwe Achilles was.
.
Zou dit misschien samenhangen met de vroeg-Abbasidische, in wezen Perzische aanname dat Alexander alle boeken van de Perzen had gestolen, zodat ze later weer uit het Grieks in het Arabisch terugvertaald moesten worden? Daarover had ik hier al wat geschreven.
Waarom was dat kistje zo kostbaar? Misschien was het van massief goud of bezaaid met juwelen, wie zal het zeggen? Maar het kan ook zijn dat de inhoud kostbaar was. Van Darius III is bekend dat hij de oude Perzische Zand Avesta-teksten had laten uitgeven, vertalen en commentariëren. Ze vormden het middelpunt van zijn rijksideologie en werden bewaard in zijn schatkamer, die Alexander heeft geplunderd. Het kistje heeft hij ingepikt, maar die Perzische boeken zullen allicht het laatste zijn geweest dat hem interesseerde. Goed denkbaar dat hij de boeken toen heeft weggedaan en heeft vervangen door wat voor hem het kostbaarste Griekse boek was: Homerus’ Ilias. En als het niet letterlijk zo gebeurd is, is het toch een mooie symboliek.
Het onderwerp kan nog wat nadere studie gebruiken.

NOOT:
1. κιβωτίου δέ τινος αὐτῷ προσενεχθέντος, οὗ πολυτελέστερον οὐδὲν ἐφάνη τοῖς τὰ Δαρείου χρήματα καὶ τὰς ἀποσκευὰς παραλαμβάνουσιν, ἠρώτα τοὺς φίλους ὅ τι δοκοίη μάλιστα τῶν ἀξίων σπουδῆς εἰς αὐτὸ καταθέσθαι: πολλὰ δὲ πολλῶν λεγόντων αὐτὸς ἔφη τὴν Ἰλιάδα φρουρήσειν ἐνταῦθα καταθέμενος. (Plut. Alex. 26, 1–2)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Fictie, Geschiedschrijving, Griekenland, Kunst, Nabije Oosten

Uitgaan in Djedda

Ooit was het anders in Saoedi-Arabië. Althans voor rijke mensen in Djedda.


‘Restaurant en Patisserie Vienna. De beroemdste gerechten. Europese confiserie. Organisatie van parties.’

2 reacties

Opgeslagen onder Nabije Oosten

Het Oog van Mosul 2

Het Oog was inmiddels hier. Hij hield een boeiende voordacht over de praktijken van ISIS in zijn stad stad Mosul en over wat daarna kwam. Uit het publiek kwamen vele zinnige vragen en de spreker ging daar uiterst competent op in, zodat we in anderhalf uur een hoop hebben bijgeleerd. De toekomst van Irak is niet bepaald zonnig. Maar dit is niet de plaats om het daarover te hebben.
.
Hij bleef nog tot en met vandaag; we hebben vrijwel een etmaal samen opgetrokken en veel gesproken over een onderwerp dat ons beide ter harte gaat: de oriëntalistiek/het oriëntalisme. Terwijl ik een oriëntalist ben, is hij iemand die oriëntalisten, dus mensen zoals ik, bestudeert: hij zat in Mosul in een vakgroepje daarvoor, dat binnenkort wel weer zal worden heropgericht. In vele Arabische omgevingen gebeurt dat op vijandige wijze, daar in Mosul niet. Hij zou willen dat ik naar Mosul kwam om over dat onderwerp te spreken; ik weet nog niet of ik dat aandurf. Hoe dan ook, mijn gedachten over het onderwerp hebben door onze gesprekken een geweldige stimulans gekregen. Hij is een echte intellectueel, en hoewel nog jong al zeer rijp; dat laatste natuurlijk door alle verschrikkingen die hij heeft meegemaakt.
.
Een steeds grotere inspiratie over dit onderwerp is verder de roman Boussole (Kompas) van Mathias Énard. Het broeit en borrelt momenteel allemaal een beetje door elkaar bij mij. Misschien komt er ooit wat uit. Nu eerst even afstand nemen en bijkomen van deze volle dag.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Marburg, Nabije Oosten, Orient

Het Oog van Mosul

Tijdens de bezetting van de Iraakse stad Mosul door de ‘Islamitische Staat’ en de daarop volgende verwoestingen was er een blogger die zich het ‘Oog van Mosul’ noemde en met gevaar voor eigen leven de wereld op de hoogte hield van wat daar gebeurde. Nu de bezetting over is zet hij zich actief in voor het herstel van de universiteit en de bibliotheek aldaar. Hij houdt nu o.a. een tweetalig Twitter-account bij, waarin hij verslag doet van de wederopbouw van de stad en van zijn eigen huidige activiteiten. Inmiddels heeft hij al verschillende Europese landen en de USA bezocht om daarvoor aandacht te vragen en fondsen te werven. In juni komt hij ook naar Duitsland. Onlangs kwam ik op het idee, mijn vakboeken aan de bibliotheek van Mosul te schenken. Een betere bestemming kan ik er niet voor bedenken. Probleem is nog, hoe ze daarheen te krijgen. Ook daarom is het goed dat er op Duits of zelfs Europees niveau iets wordt opgezet.
Aan de universiteit alhier, waar ik tot 2012 heb gewerkt, heb ik nog contacten en die heb ik voorgesteld het Oog van Mosul ook naar Marburg uit te nodigen. Dat is voor elkaar gekomen en hij komt hierheen. Dat doet me buitengewoon veel plezier!
.
21.6.2018: zie nu het vervolg hier.

3 reacties

Opgeslagen onder Marburg, Nabije Oosten, Universiteit

Verloren posten

Zoëven heb ik weer eens gedroomd dat ik ontslagen werd aan de VU. Het was nogal smartelijk en gedetailleerd ditmaal: de overname van de werkkamer door iemand anders, op straat lopen zonder te weten waarheen, enzovoort.
Allemaal onzin: ik ben in 1996, na jaren ontslagdreiging, niet ontslagen maar heb ontslag genomen, heb zevenendertig jaar onafgebroken als arabist gewerkt in Leiden, Amsterdam, Frankfort en Marburg, en geniet dientengevolge nu een behoorlijk pensioen. Een levensloop die menig academicus me zal benijden.
Wel heb ik twee maal de onttakeling van een studierichting meegemaakt, die in beide gevallen nogal lang duurde en waarbij ik als laatste het licht moest uitdoen. In Marburg werd niet het instituut opgeheven, maar verzandde wel het klassieke Arabisch.
.
Al dat opheffen geschiedde in groter verband: de alfa-vakken leveren geen rendement op, dus die konden veel kleiner. Eigenlijk viel het voor de ‘kleine letterenvakken’ in Nederland lange tijd nog mee, omdat er tien jaar lang bijzondere bescherming geboden werd. Maar daarna begon ook bij Arabisch de kaalslag. Voor zover ik kan overzien is in Nederland het vak alleen nog in Leiden op volle sterkte aanwezig. In andere steden niet meer, of sterk beknot. In Duitsland komt alles pas tien jaar later. Alles is er nog, maar op veel plaatsen wel erg uitgehold: halve banen, onderbetaalde assistentschappen enz.
.
Zowel aan de VU als in Frankfort werd de wetenschappelijke semitistiek/arabistiek opgeheven. Maar kort daarna werd in beide universiteiten islamitische ‘islamwetenschap’ ingevoerd. Hoewel het beter is imams hier op te leiden dan ze uit het buitenland te halen kan ik mij daarover niet verheugen, omdat het theologie is en vele dingen dus niet gezegd mogen worden. Om maar iets te noemen: de invloed van de Grieks-Romeinse cultuur op de oude Arabieren wordt geloochend; de biografie van de profeet wordt voor zoete koek geslikt en de aan hem toegeschreven uitspraken heeft hij werkelijk gedaan. Daar pas ik niet bij.
.
De opheffing van het instituut in Frankfort was overigens wél verheugend. In 2007 werden namelijk in de deelstaat Hessen de ‘kleinere letterenvakken’ samengevoegd en in de drie universiteiten geconcentreerd. In Marburg kwam (vrijwel) alles terecht wat met het Midden-Oosten te maken had, en dus ook ik. Dat was geen bezuinigingsmaatregel; integendeel, er werd een groot en vorstelijk gefinancierd instituut opgezet, met zeven professoren en als ik het wel heb veertig medewerkers. Het bloeide en gedijde en het was een mooie tijd. Alleen was er na mijn pensionering geen plaats meer voor iemand die die ouwe boel las en onderwees. Liever nog eens Arabische lente of salafisme enzo, en waarom zou iemand klassieke poëzie lezen, of de koran in het origineel? Wie zou daar in vier jaar studietijd nog aan toe komen, als er ook nog gewerkt moet worden om wat geld te verdienen? Ik heb dus ook in Marburg op een verloren post gewerkt, maar het geeft niet hoor, ik heb toch heel wat mensen wat mee kunnen geven.
.
Ooit was de arabistiek hulpwetenschap bij de bijbelwetenschappen. In de koloniale tijd bestudeerde men Arabisch en islam bovendien om islamitische koloniën beter te kunnen besturen. In de jaren zestig, zeventig van de twintigste eeuw brak het besef door dat in het nabijer gekomen buitenland Arabisch en Turks werd gesproken, en dat er intussen ook steeds meer Marokkanen en Turken in ons land woonden, wat de bestudering van de betreffende vakken vanzelfsprekend maakte. Men probeerde afscheid te nemen van de oude, koloniaal gekleurde oriëntalistiek en de studie van het vreemde op nieuwe manieren aan te pakken. Tot er een omslag kwam en het verlangen opkwam, juist liever niets over het Midden-Oosten te weten, en vooral niets over de islam. Het ‘islamdebat’, dat nu al ruim vijftien jaar woedt, blijkt immers veel makkelijker te verlopen als je er niets over weet. Bovendien bombardeert het prettiger als je niet precies weet waar je bommen terecht komen.
.
Mijn oude vak houdt mij nogal bezig de laatste tijd. Ik zal er af en toe eens een stukje over plaatsen. Dit was een begin.

3 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Dromen, Islam, Marburg, Nabije Oosten, Nederland, Orient, Persoonlijk

Papegaai

Hier ziet U de papegaai van de Ottomaanse sultan Abdul Hamid II (reg. 1876–1908). Die had U niet willen missen, dat weet ik zeker.

6 reacties

Opgeslagen onder Dieren, Nabije Oosten

Wat te doen – vervolg

Vervolg op Wat te doen?

De zieken zullen wel weer beter worden, zodat er nog verder gezongen kan worden tot mijn stem het begeeft. En zelfs bij een totale instorting van WordPress of het Internet zijn er alternatieven te vinden voor mijn geschrijf, desnoods met een kroontjespen. Maar zo’n moment van stagnatie en twijfel geeft aanleiding tot even wat inhouden en bezinnen.
.
Zingen tot het niet meer gaat, dat is nogal eenvoudig, maar je niet laten verrassen als het ineens ophoudt.
.
Met het bloek doorgaan totdat dat niet meer kan, maar op een zacht pitje misschien. Ooit was ik ermee begonnen om mijn arme landgenoten wat tegeninformatie te bieden tegen het gezwatel over de islam van Wilders en de media, die inmiddels al vijftien jaar dezelfde onzin verkondigen, waar niemand ooit genoeg van lijkt te krijgen. In mijn onschuld meende ik toen nog dat kennis zou helpen en dat mensen graag iets meer zouden weten.
.
Eerder dan allerlei wetenswaardigheden over de oude Arabieren en moslims aan te bieden zou ik misschien moeten werken over wat Europa dwars zit: het onverwerkte verleden, in het geval van Nederland vooral Indië, de VOC en de WIC en de negentiende eeuw, en de omgang met het Buiteneuropese in het algemeen: oriëntalisme en oriëntalistiek. Rassenleer en migratiekunde zijn natuurlijk ook belangrijk, maar daar kan ik slecht over meepraten.
.
Er lijkt ook schot te komen in het opruimen van mijn boeken. Ik zou zo graag een lege woning hebben, maar zolang ik nog een beetje werk kan ik die vakliteratuur niet missen. Bovendien wil niemand die boeken hebben, voor geld niet en voor nop niet, en weggooien is ook zonde. Boeken weggooien kun je tegenwoordig beter aan bibliotheken overlaten. Maar nu was ik in contact gekomen met iemand van de Universiteitsbibliotheek in Mosul, Irak. Daar is de bibliotheek door de ‘Islamitische Staat’ volledig verwoest, en een aantal geëngageerde jonge onderzoekers spannen zich in om de restanten te redden en weer iets op te bouwen. Welnu, dát lijkt me nu de ideale bestemming voor mijn boeken. Er moet alleen nog een weg gevonden worden om het spul daarheen te krijgen, maar daar wordt aan gewerkt. Mocht het U interesseren kunt U eens hier kijken.
.
Het aardige is dat de persoon met wie ik in Mosul correspondeer, vroeger werkte aan de afdeling Oriëntalistiek van de universiteit. In Irak en Saoedi-Arabië waren/zijn er leerstoelen die de oriëntalistiek bestuderen, die gesticht zijn uit haat tegen mijn soort mensen. Maar dat is langzamerhand wel verleden tijd geloof ik. We kunnen elkaar gezellig een beetje pesten, bantering.

Naschrift 4 mei 2018: Die persoon komt nu naar Marburg! Zie hier.

1 reactie

Opgeslagen onder Literatur, Nabije Oosten, Persoonlijk, Universiteit

Eén staat in Palestina

‘Israël neemt racistische wet aan: elke Palestijn kan z’n recht om in Jeruzalem te wonen worden ontzegd.’ Zo luidde dezer dagen een nieuwsbericht.
.
Af en toe doe ik even een gedachtenspelletje over Palestina. Ik heb geen invloed op de gang van zaken daar, dus U hoeft zich niet op te winden.
Op het grondgebied van Palestina (ik gebruik het woord nu als geografische aanduiding) bevinden zich twee staten, of anderhalve staat: Israël en de bezette Palestijnse gebieden. Die laatste vallen uiteen in Gaza en de Westoever van de Jordaan en zijn nauwelijks een staat. Israël houdt de Palestijnse gebieden immers sinds 1967(!) bezet en domineert het leven van de bewoners zodanig, dat er weinig te merken is van een eigen statelijkheid. Bovendien is er zoveel grond afgeknabbeld van die Westoever, dat er alleen nog maar zoiets als de ‘Palestijnse archipel’ is overgebleven (zie afb.).
.
Veel welmenende mensen vinden dat er daar twee echte staten zouden moeten zijn: Israël en een (tweedelige?) Palestijnse staat. Het streven daarnaar heet ‘vredesproces’ en is volstrekt onrealistisch.
Het totale gebied heeft een oppervlakte van 26.990 km2, dat is dus veel minder dan Nederland (41.543 km2)
Bijna de helft van geografisch Palestina bestaat echter uit woestijn en herbergt slechts een kleine 10% van de bevolking. In de bewoonbare streken is het dus nog krapper dan in Nederland. De aantallen inwoners zijn als volgt:
Israel: 6.600.000 Hebreeuwstaligen en 2.000.000 Arabischtaligen.
Westbank en Gazastrook: 564.000 Hebreeuwstalige ‘settlers’ en 3.750.000 Arabischtaligen.
Er leven dus ± 7.164.000 Hebreeuwstaligen en 5.750.000 Arabischtaligen in het gebiedje, dat is meer per km2 dan in het dichtst bevolkte land van Europa, Nederland.
Mijn cijferwerk zal wel niet kloppen; het is een moeilijk terrein voor mij, maar het geeft een indruk.
Op dat postzegelgrote stukje land twee staten te willen hebben is om zuiver praktische redenen gekkenwerk. Bovendien heeft Israël door zijn vestigingspolitiek van de aspirant-Palestijnse staat bij voorbaat al weinig overgelaten.
.
Nu het gedachtenspel. Hoe zou het zijn als het idee van die twee staten zou worden opgegeven, als de Palestijnse gebieden zichzelf cadeau deden aan Israël en gewoon deel gingen uitmaken van die staat? Muur weg, grens weg, road blocks weg, gewoon één land met één bestuur en één nationaliteit? Waarin Palestijnen niet alleen in Jerusalem kunnen wonen, maar ook in Tel Aviv? Israël zou dan enerzijds zijn oude droom van een groter Israël hebben verwezenlijkt, anderzijds zich doodschrikken en gedwongen zijn, snel iets met de Palestijnen aan te vangen in plaats van hen, zoals nu, in het luchtledige laten hangen. Er zou natuurlijk aanvankelijk snel een twee-klassenmaatschappij ontstaan, een apartheidsstaat van de akeligste soort. Maar het lot van de Palestijnen zou daardoor waarschijnlijk niet beroerder worden dan het nu is en de Israëli’s zouden het een stuk moeilijker krijgen. Want na niet al te lange tijd zou blijken dat het niet goed doenlijk is, zo’n apartheidsstaat te handhaven in een gebiedje waar de mensen nog aanzienlijk dichter op elkaar zitten dan in Nederland. Het zou al spoedig tot absurde situaties leiden: Israël zou dan bij voorbeeld zijn eigen olijfbomen omhakken, zijn eigen dorpen slopen. Ook menselijk zou het niet goed vallen, zelfs niet onder de meeste Israëli’s. En internationaal zou het heel vreemd overkomen; de Joden in de USA zouden zich nog meer van het landje afwenden dan ze nu al doen. Een Herrenvolk met een heleboel slaven erbij, dat is immers al bijna een emiraat, en dat in de zogenaamd ‘enige democratie in het Nabije Oosten’. Het enige wat erop zou zitten is het land toch anders in te richten, eventueel onder opgave van het wat gedateerde idee ‘Joodse staat’.
.
Er zijn intussen een kleine 700.000 ‘Israëlische Joden’ in de wereld, dw.z. Israëlische staatsburgers die in het buitenland leven, een tiende van alle Israëli’s dus. Waarom doen zij dat? Blijkbaar wordt Israël in de huidige situatie niet als een prettig woonland ervaren. Over de nog eens vier(?) miljoen Palestijnen die buiten geografisch Palestina wonen zal ik het maar niet hebben.
.
Die ene staat zal er niet komen, dat voelt U ook wel aan. Israël heeft te veel belang, of meent dat te hebben, bij af en toe babbelen over een twee-staten-oplossing, die het echter net zo min gerealiseerd wil zien als een één-staat-oplossing. Pappen en nathouden dus maar, zoals in Georgië, Oekraïne en talloze andere open wonden.

2 reacties

Opgeslagen onder Nabije Oosten, Politiek