Categorie archief: Fietsen

Wolkloos fietsen

Natuurlijk ga ik door met fietstochten maken in dit heerlijk zonnige zomerweer. Het moet nú; vermoedelijk moeten we in juli en augustus binnenblijven, als het 35 graden wordt. Er ligt nog een tochtje van vorige week te wachten om geblogd te worden; de foto’s moeten nog bewerkt worden. Vandaag heb ik geen foto’s gemaakt en kan de tekst gauw klaar zijn.
Mijn oordeel over Schönstadt moet ik herzien: als je de Alte Postweg naar het oosten neemt, ja dezelfde postweg die ook langs het vliegveldje loopt, dan is Schönstadt wél schön: een heel stuk lintbebouwing van mooie oude huizen en boerderijen.
Een paar kilometer verder komt een van de allermooiste buurtschappen van deze streek: Schwarzenborn. 120 inwoners. Royale herenboerderijen uit vroeger eeuwen met enige hochherrschaftliche neigingen in de vormgeving. Vroeger imiteerden de lagere standen de hogere, in plaats van omgekeerd.
Verder langs het Junkerpfad, het landschap werd steeds prachtiger, al moest tenslotte de gevaarlijke B3 overgestoken worden. Daarna kwam Siedlung, te weten Bracht Siedlung, ver buiten het dorpje Bracht gelegen. Daar bouwden in 1949 de vluchtelingen uit het oosten des rijks hun optrekjes, later kwamen er aanbouwen en nog later flinke nieuwe huizen. Sudetenstraße, U begrijpt het wel. Vervolgens Schwabendorf, dat zich zelf aanprijst als Hugenoten- en Waldenzerdorp. Hier dus overal mensen met migratie-achtergrond. Zou dat nu nog kunnen? Helaas is het zo: hoe idyllischer het dorp en hoe meer papavers en korenbloemen op de akkers, des te meer Nazi’s ook. Gezond eten heeft blijkbaar iets met bloed en bodem te maken.
Rauschenberg liet mij schrikken. Ik kende het wel van vroeger maar zag het nu duidelijker: een schitterend historisch stadje, een gaaf stadsbeeld, bijna zonder twintigste-eeuwse misbaksels in de binnenstad, maar zo volledig kapot: het kan ieder ogenblik instorten. Leegstand alom; veel mensen zijn weggetrokken. Vroeger zou een landheer misschien een groep migranten uitgenodigd hebben er weer wat van te maken, maar zo gaat dat tegenwoordig niet meer.

En waarom heb ik van al dat moois geen foto’s gemaakt? Dat ligt aan die rotwolk. Mijn telefoon deelde mij mee dat mijn iCloud bijna vol was. Ze boden tegelijk aan er voor één gulden in de maand een heel veel grotere wolk bij te huren, maar hoor es: ik ben malle Eppie niet! Die wolk gaat er dus uit. Ik wilde hem meteen wissen, maar ziedaar: ik kan hem wel wissen, maar hij zal pas na een maand echt verwijderd worden. En daartoe moet ik de hele inhoud op een ander apparaat overbrengen. Moet, ja moet! Ik heb dus niet eens de vrijheid mijn eigen kolerewolk te wissen. Bij de CIA hebben ze zeker een achterstand bij het bekijken van mijn kiekjes, of zou het Poetin zijn?

Dan de camera uit de Bronstijd maar weer tevoorschijn gehaald, uit 2011 om precies te zijn. Maar dat leverde ook niets op: de accu was leeg en ik was vergeten hoe ik die op moest laden. Ik heb dus de gebruiksaanwijzing van mijn Universalladegerät nodig en die kan ik niet vinden. Dat wordt een project van langere termijn, dat begrijpt U. Ach, kon ik maar etsen, of tenminste tekenen!

For the record: Cölbe – Reddehausen – Schönstadt – Schwarzenborn – Bracht Siedlung – Rauschenberg – Sindersfeld – Anzefahr – Cölbe – Huis  47 km.

2 reacties

Opgeslagen onder Computer, Fietsen, Marburg

Nog meer fietsen

Met dat fietsen moet ik doorgaan; het is nu of nooit meer. Soms is het prettig, soms minder. In het begin was ik na de rit een halve dag kapot in de benen. Maar dat effect wordt nu al minder; het komt natuurlijk gewoon door het gebrek aan training.
.
Gisteren dus maar eens iets langers gepland. Stimulerend was dat er eindelijk een nieuwe druk van de fietskaart van deze streek is verschenen. Aan zo’n kaart heb ik wat: die maakt het mogelijk idyllische routes te ontwerpen zonder autowegen en andere onprettigheden. Sterke stijgingen staan erop aangegeven, evenals de berijdbaarheid van het wegdek. Maar op drie punten heeft die kaart me teleurgesteld; in één geval was dat echt onaangenaam.
.
Eerst ging het maar weer langs Gisselberg met zijn beroemde ruïne. De eigenaar is vertrokken, dus er kan afgebouwd noch gesloopt worden, al vijftien jaar niet. Dan naar Niederweimar, het Amstelveen van Marburg. Van middageten zou niets terecht komen, dus getroostte ik mij twee ijsbolletjes bij de ijssalon Coppelia. Die salon is niet wereldberoemd, maar wel erg goed. Een gulle Italiaanse maakt er hoogstpersoonlijk het beste ijs van uitstekende ingrediënten. Ik neem aan dat haar Duitse man daar woont en dat zij probeert haar ballingschap in dat dorp draaglijk te maken. Verder naar Allna; daarbij viel mij de gelijknamige beek op. Een beek kan heel smal zijn; je herkent hem aan een slingerende rij bomen die zich door graslanden kronkelt. Die bomen zijn andere dan die in een bos staan. Van bomen ken ik zelden de namen; ik noem ze dus maar beekbomen. Een beek fotograferen kan ik niet; als ik het zou doen zou U een paar bomen zien en zich afvragen waarom die op de kiek staan. Allna heeft een aardig kerkje en het piepkleine wijkje Weinwehr is ook mooi. Waarom dat zo heet weet ik niet; het internet evenmin. Daar begon het fietspad naar Friebertshausen. Gelukkig kende ik dat al, want het stond niet goed op die kaart. In Friebertshausen is niets te zien, behalve een kapelletje. In een van de vele Fronhausens die deze streek rijk is, is een aardig kerkje te zien.
.
Wat bekijk je in een dorp? Een Nederlander die hier voor het eerst is zou zich waarschijnlijk vergapen aan de Fachwerk-huizen en -boerderijen. Ik heb die al zo vaak gezien dat ze me niet meer opvallen; alleen als er wat bijzonders mee is. Zoals bij voorbeeld dat afdakje op de foto hier onder. Het wezenlijke van Fachwerk is het houten staketsel; daar hoeft niet beslist leem tussen. Alles wat bij de hand is kan worden gebruikt; in dit geval dus die poreuze bakstenen. Verder verheugt het me als er een nog of weer functionerend bakhuis te zien is, al is dat van Fronhausen niet bezienswaardig.

  • In het bakhuis bakten vroeger de boeren of dorpelingen een of twee keer in de week. Thuis werd het brooddeeg bereid en op een vast tijdstip konden ze dat in het bakhuis in de oven schuiven. Vanzelfsprekend bood het bakhuis ook veel gelegenheid tot onderling contact. Toen er in de dorpen beroepsbakkers verschenen, die het brood ook rondbrachten, raakte het bakhuis in onbruik. Tegenwoordig is de trend ze op te knappen en weer in gebruik te nemen, met precies hetzelfde doel als vroeger. De bakker komt namelijk niet meer aan huis en de meeste winkels zijn uit de dorpen verdwenen.

Een stuk noordwaarts schoot de kaart te kort, of ikzelf, weet ik veel. Het aangegeven fietspad richting Weitershausen was niet te vinden; dan maar de autoweg. Het gaf niet, het was maar twee kilometer en er was nauwelijks verkeer. Weitershausen heeft een laatromaans kerkje. Vandaar over Diedenshausen naar Damshausen, waar niet veel aan was. Vandaar zou er een wegje naar Caldern leiden, maar dat was niet zo. Of liever: het wegje bestond wel, maar liep dood in akkerland. Nog wat aangetobd met alternatieve veldwegen, maar die leidden tot niets. Omwonenden waren er niet en het telefoontje had geen ontvangst. Er zat niets anders op dan een grote omweg te maken over de autoweg richting Lahntal. De eerste kilometers waren niet pluis: een smalle tweebaansweg met veel bochtenwerk naar boven en vrij veel verkeer. Beneden aangekomen moest ik een lang stuk naar huis fietsen over het Lahntalfietspad. Voor mij een afgezaagde en lelijke route. Het Lahndal is van nature best aardig, maar het is volgeplempt met industrie en lelijke bebouwing. De afgebeelde Carlshütte is dan nog het minst lelijke wat er is op industriegebied.
.
Heel erg was het niet; tenslotte had ik daar al bijna twee jaar niet meer gefietst en het ging ditmaal ook om de herwinning van het vroeger gekende. De rit werd wel erg lang zo; in totaal 71 km. Ik had het liever wat geleidelijker willen opbouwen; maar goed, het lukte. Net als vroeger kon ik grote stukken over vlak terrein weer zonder elektriek rijden. In Caldern was een reddende uitspanning, waar een behoorlijke kipsalade geserveerd werd.
.
Ik las toevallig in het internet het enthousiaste verslag van een gezond en stevig uitziende man van een jaar of dertig, een buitenlander in Nederland die nooit gefietst had en daar nu mee was begonnen. Hij vond het heerlijk, maar was totaal kapot na een ritje (niet elektrisch) van maar liefst … 28 km in twee uur. Ook heb ik ooit fietsles gegeven aan een fitte Marokkaanse student, die na 10 km al kapot was. Blijkbaar worden voor het fietsen zeer speciale spieren gebruikt, die anders niet aan bod komen. Tot een paar jaar geleden deed ik nog best 80 kilometer per dag, niet elektrisch. Ik was dan wel moe, maar niet kapot, en dat was ik gisteren ook niet. Een leven lang fietservaring, dat doet toch wat.

For the record:
6 mei 2018 30 km: Niederweimar – Haddamshausen – Hermeshausen – Allna – Kelna – Niederwalgern – huis.
8 mei 2018 40 km: Cölbe – Anzefahr – Kirchhain – Kleinseelheim – Großseelheim – Bauerbach – Edeka supermarkt – huis.
12 mei 2018 71 km: Niederweimar – Hermershausen – Allna – Friebertshausen – Weitershausen – Diedenshausen – Damshausen – verdwaald – Allendorf – Caldern – naar huis over de Lahntalradweg.

4 reacties

Opgeslagen onder Fietsen

Bandenspanning

Mijn twee fietsen plus de auto hebben samen acht banden, die af en toe opgepompt moeten worden. Dat is een klusje van niks. Ik heb een mooie internationale fietspomp, die het gebruik van een verloopnippeltje voor Franse ventielen overbodig maakt. Met de autobanden was er een tijdlang een moeilijkheid, omdat ik de hoge piep bij het bereiken van de gewenste spanning niet meer goed kon horen. Maar tegenwoordig heeft het Esso-tankstation een moderne pompinstallatie, die de spanning toont op een display. Probleempje vanzelf verdwenen.
.
Het kwarweitje is dus op zich niet de moeite om over te praten. Bij mij is er echter iets anders aan de hand. Ik heb ‘een dingetje’ met banden pompen; heet dat niet zo? Het is geen neutrale bezigheid. Toen ik nog klein was zag mijn vader er streng op toe dat ik regelmatig mijn fietsbanden oppompte. Hij begon daar vaak over en oefende druk uit. Alleen al daarom heb ik een hekel gekregen aan banden pompen. Het grootste deel van mijn leven trad dat niet zo op de voorgrond, maar nu ik oud geworden ben komt het boven. Schuldgevoelens als ik lang niet hebt gepompt. Twijfel: zouden ze nog wel hard genoeg zijn? Maar ook de kont tegen de krib: nee, ik ga gewoon op zachte(re) banden; wat kan mij het schelen.
.
Mijn oude moeder vertoonde bij bepaalde werkzaamheden soms een dergelijk gedrag, waarbij te vermoeden was dat háár moeder daar weer achter zat.
.
Opgevoed worden kan ik alleen maar ontraden.

2 reacties

Opgeslagen onder Auto, Fietsen, Persoonlijk

Fietsen na een jaar

Na mijn knieoperatie kon ik een tijdlang niet fietsen. In de winter heb ik wel gefietst in de stad maar nog nauwelijks buiten, vooral wegens kou en regen. Omdat de zomer tegenwoordig in april valt ben ik wel weer begonnen met tochtjes buiten de stad. De eerste ritjes waren niet zo leuk; eerder gemaakt uit plichtsgevoel ten behoeve van de gezondheid dan voor de lol. Ik kon nog niet zo ver, en de eerste en de laatste tien kilometer zijn hier altijd onprettig, omdat je dan over of langs autowegen door voorsteden rijdt, of over het ongenietbare, want veel te drukke fietspad  langs de Lahn.
Maar nu heeft een fietstocht me voor het eerst weer plezier gedaan. 45 kilometer, dat is voor een elektrische fiets niet zo veel. Spectaculair was het niet, maar wel prettig.
.
Bij de mensa en de Lahnterrassen moet je altijd door tientallen studenten heen waden die daar door elkaar lopen of zitten te ontspannen met elektrische radio’s. Dat doet enigszins afbreuk aan het idee van een interregionaal fietspad, maar vooruit, het is vrij snel voorbij. Dan langs volkstuintjes en sportvelden en na tien minuten doemt de winkelweide van Wehrda al op (afb. 1). Het onzegbare Cölbe is niet te vermijden. Hier loopt de onaangenaam drukke hoofdweg door het dorp, omzoomd door rafelige stoepen en fietsstroken. Kort na Cölbe storten de wateren van de Ohm zich in de Lahn (afb. 2). Nog iets verderop kun je tegenwoordig linksaf over een vers voor fietsers geasfalteerd landwegje naar Reddehausen, en daar begint dan meteen een prachtig gebied, vol ontluikend groen en fruitbelovende bloesems. De buurtschap Reddehausen is sympathiek maar klein en er is niet veel over te vertellen, behalve dat er een paar mooie huizen staan en dat zij beschikt over een eigen godshuisje (afb. 3). Dan hoeven de mensen ’s zondags niet zo ver. Naar Schönstadt langs de Flugplatz Marburg-Schönstadt; I kid you not. Dat is een weitje waar zweefvliegtuigen, luchtballons en ook kleine zaken- en sportvliegtuigjes kunnen opstijgen, maar deze keer zag ik er geen. Ik dacht dat het vliegveld door de Nazi’s was aangelegd, maar nee, het is ouder, het dateert al van 1909 (afb. 4). Het soort vliegveld vanwaar vroeger Heer Bommel soms vertrok naar een ongezellige bestemming. Onder in de verkeerstoren (afb. 5) is een bescheiden horecagelegenheid gevestigd. De oude postweg langs het vliegveld zou heel geschikt zijn als fietspad, ware het niet dat hij is geplaveid met scherpe stenen uit zeventienzoveel. Voor een fietser is dat niet prettig. Ik moest dus wel over de hoofdweg, maar er was nauwelijks verkeer.
.
Daar verscheen reeds  de reusachtige hoeve Fleckenbühl (afb. 6). Deze Gutshof is tegenwoordig in gebruik is als een soort therapie-inrichting, maar ook als productiebedrijf. In het herenhuis (afb. 7) wonen nu geen heren meer, maar jonge verslaafden die hard moeten werken voor hun eigen bestwil. Bio-melk, kaas, brood, alles in goede Demeter-kwaliteit, landbouw en veelteelt, ze verzorgen bomen en doen houtbewerking. In de streek zijn ze wijd en zijd bekend. Te vergelijken met Kehna dus. Het werken schijnt hun goed te doen; ik hoor alleen positieve verhalen, behalve dan, dat ze soms een terugval hebben als ze weer weg zijn.
.
Het plaatsje Schönstadt is niet zo schön als het vanuit een drone lijkt (afb. 8). Bij dat kasteel kun je niet komen, het is nog bewoond (fam. Bethmann-Schimmelpenninck, jawel) en het dorp zelf stelt niet veel voor. Maar daar begint een smalle weg naar Oberrosphe, en daar wordt de wereld pas echt mooi. De weg voert eerst door beemd en veld, daarna door een diep donker woud, dat echter wegens het frisse jonge groen nog niet zo wilde donkeren. Een overgang naar een andere wereld lijkt het wel: Oberrosphe (afb. 9), een stil en aangenaam dorp, waar ik wel eens koffie ging drinken in het dorpsmuseum (afb.10–12), dat door twee dames liefdevol en vrijwillig wordt gerund: een plek waar iedereen zijn ouwe troep heeft achtergelaten, van landbouwwerktuigen tot theebusjes. Het museum heeft echter te kampen gehad met een smeulende brand; ik wed dat de bedrading nog uit het interbellum stamde en met katoen was geïsoleerd. Jammer voor de ramptoerist: er is niets van te zien, de brand is blijkbaar geheel binnenshuis gebleven. De mannen van het dorp hebben de handen ineengeslagen om de zaak weer te herstellen, alles vrijwillig natuurlijk.
.
Nu dacht U natuurlijk dat ik vandaar zou afdalen naar Unterrosphe, maar nee, in dat stenige pad had ik geen zin; bovendien zou ik dan beneden een stuk over een drukke autoweg moeten rijden. Richting Mellnau dus, alles door dat schitterende landschap. De ruïne heb ik dit maal hoog op de berg laten liggen (afb. 13). Dan overwegend  heuvelafwaarts naar het benauwd-christelijke Wetter (afb. 14), dat ik al zo vaak heb gezien, en vandaar de gebruikelijke weg naar Cölbe en naar huis. Bijzondere traktatie: de weg van Wetter naar Cölbe was wegens bouwwerkzaamheden voor auto’s afgesloten, zodat het heerlijk rustig reed.
.
Ik moet maar gauw de fiets weer op de trein gaan zetten en dan tien twintig kilometer verderop pas beginnen met fietsen. Voor de operatie was het probleem dat ik niet meer in staat was, de zware elektrische fiets het trapje op te zeulen dat toegang verschaft tot het deel van de trein dat voor kinderwagens, rolstoelen en fietsen is bedoeld. Nu gaat dat wel weer; bovendien zijn er nieuwe treinstellen met een barrière-vrije instap.

 

 

2 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg

Niet naar Kirchhain

Wat ik bij steeds meer bejaarden gadesla en, o schrik! ook bij mij zelf, is de neiging te veel dingen op zich te nemen, die dan half af blijven en een katterig gevoel geven. Gepensioneerden hebben onbeperkt de tijd, dus ze denken dat ze dit-of-dat ook nog wel kunnen doen, dat het hoog tijd wordt om hun Latijn eens op te halen en hadden ze niet altijd al willen gaan zeezeilen?
.
Maar hun energie is niet onbeperkt, die is duidelijk minder dan vroeger, en de geheugenfunctie en het leervermogen zijn ook afgenomen.
.
Voor je het weet heb je dan ouwetjes die overwerkt raken, en toenemend wanhopig zijn omdat ze het niet allemaal meer bijsloffen. Het zijn cliché’s onder bejaarden: de Ruhestand is eerder een Unruhestand en: “Ik heb het nu drukker dan voor mijn pensioen.” En dat terwijl de geraniums staan te verpieteren in hun vensterbank.
.
Verstandig lijkt het daarom, zich te beperken tot een of twee  bezigheden, en af een toe een kleinigheidje erbij bij wijze van toefje slagroom. Als je je op weinige dingen concentreert kun je daar best nog wat in bereiken; was er laatst niet een Indiër die op zijn 86e nog een marathon gelopen had? Zijn er geen pianisten die tot hun honderdste doorgaan? (Nou ja, niet zo heel veel, maar ze zijn er.)
.
Sich verzetteln heet het in het Duits: je tijd onhandig indelen en aan te veel dingen door elkaar besteden. Dat heb ik altijd nogal gedaan, en dat gaat juist nu pas veranderen. Niet in vier koren tegelijk zingen, niet ook nog ingewikkeld Indisch willen koken, niet meer de woning zelf schoonmaken. Want laten we eerlijk zijn: juist vróeger had ik het gevoel dat tijd en energie onbeperkt aanwezig waren, terwijl die nu toch echt begrensd geworden zijn, met een onbekend, open einde.
.
Het is me nu duidelijk wat ik moet doen: zingen, een beetje stukjes schrijven in mijn Arabisch-bloek (maar volstrekt geen wetenschap) en een enkel bijlesje geven aan vluchtelingen ofzo. Bij alle drie zit een voldoende grote component aan ‘maatschappelijke dienstverlening’, zodat ik me niet helemaal een uitvreter hoef te voelen. Elke dag ook iets van beweging die gezond is voor het lichaam, maar dat telt niet echt als bezigheid.
.
Dat houdt in dat ik vandaag ook niet mijn activiteiten stressig ga comprimeren en niet af krijgen om morgen vrij te houden voor een expeditie naar Kirchhain. Morgen wordt de laatste min of meer warme dag verwacht; mij zweefde voor ogen om vóór de winter nog één keer keer een wat langere fietstocht te maken. Ja ik fiets weer na de knie-operatie, in de stad, maar daarbuiten ben ik nog niet verder gekomen dan Göttingen (Hess). Ik bouw het langzaam op. Kirchhain is helemaal niks; het was vroeger het punt van waaraf fietstochten pas interessant begonnen te worden. Maar een rondje K. is toch minstens 35 km en dat zou onder de huidige omstandigheden nog een zware klus zijn. Nee, ik doe het niet, dan raak ik vandaag niet overspannen en kan ik morgen kalmpjes wat oefeningen gaan doen in de fitness-studio. Fietsen weer in het voorjaar.

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Fietsen, Persoonlijk

Nieuwe wegen

Vanochtend op de fiets naar de markt geweest, zoals vroeger iedere zaterdag. Het was voor het eerst na mijn knieoperatie. Met de auto is het niets gedaan daar, de bus is te moeizaam en lopen is te ver, vooral op de terugweg. De fiets dus. Maar ik ben een beetje bangelijk geworden in het verkeer, vooral in de hoofdstraat, die nu ook nog versmald is wegens werkzaamheden.
.
Met behulp van de plattegrond heb ik nieuwe wegen gevonden, met een lus, door rustige buitenwijken, over een voetgangers- annex fietsersbrug, en ziedaar, dan ben je toch zomaar in de binnenstad. Zo groot is het hier niet. Dat had vroeger natuurlijk ook al gekund, maar daar had ik nooit aan gedacht. Die brug is nieuw en behoorlijk breed, maar daar heb je niets aan, want de medegebruikers bezetten hem over de volle breedte, ook als ze met weinigen zijn. Hij is geplaveid met akelige ribbelplanken, die waarschijnlijk het snel rijden moeten tegengaan. Dat is goed gelukt, fietsen is daar echt niet prettig. Een oplossing zou natuurlijk zijn de helft van de brug voor voetgangers te bestemmen en de andere helft voor fietsers. Maar gezien de aard van de mens is dat toch onuitvoerbaar, dus dan maar zo.
.
De markt was weer erg wennen. De aangeboden waar was uitstekend als altijd, maar dat iedereen elkaar zo in de weg loopt was ik vergeten. En wat staan de mensen lang te leuteren bij die stalletjes. Maar ja, dat vinden ze gezellig. Ook het rituele broodje haring heb ik weer genuttigd.
.
Het ergert me dat ik nu zo langzaam fiets. Het zal niemand opvallen, zo heel langzaam is het ook niet; hoogstens zullen de mensen denken, kijk daar fietst een oude man. Maar tot vorig jaar fietste ik nog als een brutale student …

3 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg

Fietsen

Inderdaad ben ik vanmiddag naar de kelder gegaan om mijn beide fietsen te bezoeken. Van de niet-elektrische heb ik de banden opgepompt; vervolgens heb ik nog in de Tiefgarage geprobeerd wat te fietsen. De eerste pogingen waren moeizaam, zo zeer dat ik dacht dat het nooit zou lukken. Maar blijkbaar moet de nieuwe knie altijd even wennen aan nieuwe opdrachten; na een paar rondjes ging het wél. Onder één voorwaarde, net als een paar dagen geleden op die hotelfiets: ik moet niet mijn middenvoet op de trapper zetten, maar mijn hiel. Ik neem aan dat de knie door het vaker te doen beter zal gaan buigen, zodat de voet op den duur  verder naar achteren kan. Mocht dat niet zo zijn dan moet er een technische oplossing gevonden worden.
.
Toen naar buiten; daartoe moest ik even afstappen, want de korte helling van de garage naar de straat was te steil. Vroeger ook? dat geloof ik niet. Vervolgens de hele straat een keer op en neer gereden. Daar zit een helling in en die kon ik zonder elektriek in de laagste versnelling goed de baas, net als vroeger eigenlijk. Ik had de gewoonte de niet-elektrische fiets voor de stad te gebruiken en de elektrische voor langere tochten door het ommeland. Dat moest ik in oktober vorig jaar opgeven toen het oude been te zwak werd; toen werden alle ritten elektrisch. Maar die nieuwe knie is behoorlijk sterk: quasi zonder inspanning kon ik op en neer fietsen. Wel moeilijk was omkeren, de draaicirkel. Ik heb lekker staan stuntelen, maar dat gaf niet, want er was helemaal geen verkeer. De mensen zitten blijkbaar allemaal naar de voetbalwedstrijd Merkel-Schulz te kijken. Het zal echter nog enige tijd duren voor ik weer een soeverein fietsgevoel heb; straat na straat zal heroverd moeten worden. Ook valt nog te bezien of de helling die naar de binnenstad voert wel te doen is; die is wat steiler dan mijn straat. Tot overmaat van ramp wordt de belangrijkste brug in de stad binnenkort afgesloten, wegens dringend nodige herstelwerkzaamheden.
.
Het volgende project zal zijn de elektrische fiets weer te activeren. Die is zwaar en tamelijk onhandelbaar; daarom had de fysiotherapeut mij aangeraden eerst de gewone fiets te proberen. Maar zij is van mening, evenals de chirurg overigens, dat ik op den duur alle ritten per elektrische fiets moet gaan maken. Net als afgelopen winter dus; dat kan. Maar nu eerst even kalm aan met dat ding.
.
Een bijkomend voordeel van het bezoek aan de kelder was, dat ik daar nog een doosje witte wijn aantrof, waarvan ik het bestaan vergeten was.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg, Persoonlijk

Lopen en fietsen

Afgelopen week had ik een mini-vakantietje in een dorp in de Kreis Lippe. Misschien waren dat wel de belangrijkste dagen van deze zomer, want ik heb drie dagen gelopen en een beetje gefietst.
.
Het lopen ging aanzienlijk beter dan kort geleden nog in Bad Staffelstein. De bodem was telkens vlak en goed geplaveid, resp. van fijn steenslag voorzien. Hulpmiddel waren de nordic-walking stokken, die mij waren aanbevolen als overgang van krukken naar helemaal geen stokken meer. De bedoeling daarvan is 1. in het spoor te blijven, d.w.z niet te gaan waggelen; 2. wat grotere stappen te nemen, zodat het been meer gestrekt wordt.
.
De eerst dag bezochten we wat op de wegwijzers stond aangeduid als de Touristische Ziele, alle in de omgeving van Detmold. Telkens met de auto er naar toe, dan wat rondlopen en weer verder.
.
De Externsteine, een stel enorme rotsen midden in het vrijwel vlakke land, bij Horn-Bad Meinberg. Een natuurfenomeen. Parkeren en ernaartoe lopen, wat rondlopen, een flink eind. Je kon er ook op klimmen; daar moest ik van afzien.
.
Het Hermannsdenkmal is met sokkel meer dan vijftig meter hoog: een groen uitgeslagen koperen man uit de negentiende eeuw met een zwaard in zijn hand: Hermann ofwel Arminius, die ooit tegen de Romeinse veldheer Varus een veldslag heeft gewonnen. Moderne historici hebben intussen ontdekt dat die slag heel ergens anders heeft plaatsgehad. Hè, die betweters ook altijd, ze verpesten ieder verhaal. Maar goed, Hermann staat er en hij is ook een monument van Duits nationalisme, zoals de relatief vele bezoekers van het type skinhead/tattoo/uitgewoond leren jack/motorfiets moeten hebben aangevoeld. Hij is zodanig te groot dat ik associaties kreeg met het gigantisme van de Nazi’s, Ceaușescu, Noord-Korea. Parkeren en ernaartoe lopen, eromheen lopen, samen ruim een kilometer denk ik.
.
Het openluchtmuseum bij Detmold is zeer uitgestrekt, daar loop je al gauw een paar kilometer. En dan nog het gescharrel in het nagebouwde dorp, en het in-en-uit van de oude boerderijen en huizen die daar weer zijn opgebouwd. Een mooi museum. Het lopen deed me plezier, het landschap was prachtig en het was lekker warm. ’s Avonds nog naar een restaurantje in het dorp gestrompeld.
.
De volgende dag stond de Landesgartenschau te Lippspringe op het programma. Weer een heel uitgestrekt terrein dat tot lopen en stilstaan en slenteren noodde. Ook dat heb ik kunnen genieten.
.
De laatste excursie was een bezoek aan Lemgo. Een verrassend aardig stadje met veel mooie gebouwen, wel met wat kasseien, maar het viel nog mee. In een stad lopen is altijd wat moeizamer, maar het lukte. Een uitvoerig bezoek aan het stedelijk museum. Lopen in musea is het ergste wat er is, toch viel dat nu ook mee, en het was een mooi museum. Reclame voor de stad was het niet, want het bleek dat hier omstreeks 1600 veel vrouwen als heks waren gedood. Lemgo had zelfs de bijnaam ‘het heksennest’. Dat kon het zijn omdat het een onafhankelijke rechtspraak had en niet eerst aan een vorst hoefde te vragen of de doodstraf mocht worden toegepast. Kleinburgers moeten te nooit te veel macht krijgen, dat zie je maar weer.
.
Kortom, normale toeristische dagen, zij het minder lang dan vroeger. Ja ja, ook een ijsje tussendoor.
.
In het hotelletje stonden zes fietsen in de schuur, waarvan ik er twee heb geprobeerd. Eén paste niet, de andere wel, met het zadel hoog gezet en alleen als ik niet met mijn middenvoet, maar met mijn hiel op de trapper zat. Dat moet samenhangen met de bouw van de fiets. Je kunt je anders ontworpen fietsen voorstellen. Dit waren damesfietsen: dat leek me prettig, om zo te kunnen instappen, maar dat was het niet, en al gauw zwaaide ik net als vroeger mijn been gewoon over het zadel. Het langzame rijden door het stille dorp was onproblematisch. Een heel gewoon gevoel, dat fietsen.

Taken voor vandaag, of, nou ja, misschien morgen: 1. Fietssleuteltjes terugvinden. 2. Bezoek aan mijn twee fietsen in de kelder. 3. Banden oppompen. 4. De beide fietsen proberen. Ik zie er toch nog tegen op.
=========
Het gaat dus goed met dat been? Toch maar ten dele. De arts en de fysiotherapeute zijn bezorgd, omdat de strekking van het geopereerde been niet 100% lukt. Ik loop dus wel, maar niet helemaal normaal. En dat kan tot versnelde slijtage leiden.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Fietsen, Persoonlijk

Gewezen plekken

Dat was boffen, er reed net iemand weg, zodat ik vlak voor de ingang van het gebouw kon parkeren. Toen ik uit de auto stapte had ik uitzicht op mijn vroegere parkeerplaats: een fietsenrek (zie afb.). En zo gaat het de hele tijd in Marburg: steeds wordt ik geconfronteerd met plekken uit mijn fietsleven: fietsenrekken, fietsstroken, stoplichten voor fietsen. De fiets is nu helemaal uit mijn leven verdwenen; hopelijk niet voorgoed, maar tenminste voor de komende maanden.

Lopen heeft ook voordelen: je ziet dingen van veel dichterbij: narcissen en andere bloemen waarvan ik de naam niet ken, je ruikt ze ook.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Fietsen, Persoonlijk

Schrikken op de fiets

Vanochtend om 6.11 uur was het weer eens zover. Opgeschrokken uit een droom zo vreselijk dat opnieuw inslapen niet mogelijk was. Ik fietste door een heuvelachtig landschap. Verderop zou een prachtig meer liggen; dat wilde ik eens gaan bekijken. En ineens was het er: ik kwam nog net tot stilstand op een randje boven dat meer, dat honderd meter onder mij lag en zich uitstrekte tot ver aan de horizon. Dat randje bleek niet meer te zijn dan een dikke ijzeren balk, die uit de rots stak. Ik was dus niet gevallen, maar hoe moest ik terug? Keine Wendemöglichkeit, niet eens plek om af te stappen. Wakker geworden met grote schrik.

Deze droom had ik in enkele varianten al eerder gehad. Altijd met de fiets, onmogelijke paden, een dreigende val in water. Toen ik nog in Nederland woonde waren er geen hoogteverschillen, dus hij moet in mijn leven gekomen zijn in Griekenland (1991–1995) of daarna in Duitsland (1996 tot heden).

3 reacties

Opgeslagen onder Dromen, Fietsen, Persoonlijk