Categorie archief: Fietsen

Fietsseizoen

Het fietsseizoen is weer begonnen; de lente valt immers tegenwoordig in februari. Het seizoen zal onderbroken worden op 19 maart, wanneer ik een kleine operatie moet ondergaan, die mij het fietsen voor minstens zes weken onmogelijk zal maken. Dan is er nog een groot deel van mei en juni over. De maanden juli en augustus zullen we wel binnenshuis voor de ventilator moeten doorbrengen. Wat er daarna komt zien we dan wel weer.
Het was van de zotte om een jack te dragen; vele andere plezierfietsers waren al in korte broek, met zo’n lycra pakje vol reclameteksten erboven. Maar ik kon eenvoudig niet geloven dat het op 27 februari zo warm was.
Er zitten natuurlijk nog geen blaadjes aan de bomen; toch zien de bomen er in het bruin en bruingroen ook niet slecht uit, en de zon scheen heel prettig. Gelukkig stond er nog niets in bloei; als dat zo vroeg komt hebben we later in het jaar weer geen fruit, want er zal echt nog wel nachtvorst komen.

Een beetje flauw tochtje was het, om er weer in te komen: 45 km. Niederweimar – Argenstein – Roth – Bellnhausen – Sinkershausen – Ebsdorf – Ronhausen – Cappel – huis

1 reactie

Opgeslagen onder Fietsen, Klimaat

Nog gezien in Parijs

Fietsen. Parijs is een erg fietsvriendelijke stad geworden. Overal zijn er fietspaden en stoplichten voor fietsers. Je kunt ook overal een spotgoedkope en dus gesubsidieerde leenfiets pakken, wat op electronische wijze wordt geregistreerd. Zo’n systeem is er in Marburg ook; ik gebruik het natuurlijk nooit, want ik heb zelf een fiets. Toch zou ik dat wel eens kunnen gaan doen, bij voorbeeld om bij het station te komen, waar je beter niet je eigen fiets op het voorplein kunt achterlaten.
Minder te spreken ben ik over de e-steps (trottinettes électriques) die de trottoirs onveilig maken. Die kunnen tot 20 km/uur; heuvelafwaarts nog sneller. Onrustig, potentieel gevaarlijk.
Het systeem van per kredietkaart een fiets of step te huren op straat en die eventueel ergens anders achter te laten is mogelijk geworden door het electronische betaalverkeer plus de GPS: de beheerder, in dit geval blijkbaar de stad, kan altijd zien waar de voertuigen zich bevinden. Maar het basisidee was misschien het Witte-Fietsen-Plan uit Amsterdam, in de jaren zestig. Dat kwam te vroeg, omdat die technische mogelijkheden nog niet bestonden.
.
Benauwdheid. Zo breed als de boulevards zijn, zo smal is het in de huizen, en ook in ons hotel, dat natuurlijk niet grand luxe was. De gastvrouw die ons zondag spijzigde woonde met haar man en zuster in een prachtig appartement aan een binnentuin, waar je alleen in kwam door een ijzeren hek met een code. Vijf kamers, alles ademde luxe; toch was ook dit smal gebouwd, vooral in de gangen, de WC e.d. In minder bevoorrechte omgevingen is het nog een stuk krapper. Parijs heeft nu eenmaal weinig ruimte; ik zou daar op den duur toch ibbel van worden.
Vanuit het hotel keken we uit op een woonsilo van een verdieping of dertig, ook in de breedte een reusachtig gebouw. en zo zijn er nog talloze. Zou je daar kunnen wonen, zo zonder balkon? Alleen als het niet gehorig is, en dat valt te betwijfelen. Maar zelfs dan raak je toch een beetje vervreemd van de wereld: je wordt waarschijnlijk een soort Houellebecq.
.
Oude ruimte. Enkele malen zijn we om naar de Bd. Arago te komen door de Rue des Gobelins gelopen. Dat is een nogal smalle straat, maar eromheen is een ruimer wijkje, met nog intacte oude huizen en een lief parkje met breiende mevrouwen en een kruidentuin. Daar ben je ineens in een Parijs waar je een speld kunt horen vallen en waar je in historisch verantwoorde omgeving je kont kunt keren. Daar te wonen! Maar onder de miljoen Euro zal dat waarschijnlijk niet lukken.
.
Orde. Alles is heel keurig en verzorgd in Parijs, meer dan in Duitsland en dus zeker nog meer dan in Nederland. Zolang die gele vestjes niet protesteren houden ze de boel prima in orde. Alleen bij het Bassin de la Villette heb ik zwerfvuil en lege flessen gezien. Temidden van al die keurigheid liggen er wel wat daklozen, maar zelfs die schijnen hun leven geregeld te hebben, met tentjes en slaapzakken en een komfoortje: ze hebben zich bij voorbeeld ingericht in het portaal van een openbaar gebouw, waar ze dan weg moeten wezen als het gebouw weer opengaat. Daar zijn blijkbaar afspraken over.
In de stilte-wagon in de trein wordt alleen maar gefluisterd en niet getelefoneerd.
.
PoC. Parijs is bekend om zijn vreselijke voorsteden waar arme mensen uit Afrika en moeilijk leven hebben en ook anderen problemen bereiden. Maar de donkere mensen die binnen de veste Parijs rondlopen en werken, en dat zijn er heel veel, lijken volkomen geïntegreerd en op hun gemak, en de oorspronkelijke bewoners ook met hen. In sommige voormalige Franse koloniën wonen mensen die zwart zijn, diepzwart. Die zie ik anders nooit, dus in Parijs vallen ze me op. Arabieren en Turken neem ik allang niet meer als zodanig waar. Maar als ik er even op let zie ik ook veel gemengde Frans-Arabische gezinnen en individuen, wat een goed teken is.
Onder het publiek bij ons concertje waren ook diepzwarte en bruine en café-au-lait-kleurige mensen. Dat is in Duitsland vrijwel niet het geval.
.
Handys. Ja, zo spelt men in Duitsland het meervoud van handy, wat een pseudo-Engelse benaming voor een mobiele telefoon is. Ons vocaal ensemble bestaat uit mensen zo tussen de 40 en 65; ik denk dat ik de oudste ben, al is mijn stem nog jong. Wat mij zeer verbaasde is dat er tijdens de gezellige sessies op een caféterras wel heel wat wordt afgepraat, maar er ook periodes zijn waarin iedereen als op afspraak zijn smartphone trekt en daarin iets gaat doen. Dat is dus niet alleen een gewoonte van jonge kinderen en studenten. Ik heb ook zo’n ding, maar gebruik het minimaal, en zeker niet in het publiek.
.
Oriënt. In het Musée Delacroix werd ik, met terugwerkende kracht, getroffen door een citaat van de schilder, dat ik helaas niet woordelijk heb  overgeschreven, dus alleen maar kan parafraseren. Delacroix bezocht in 1832 Marokko, wat vroeg was, en schilderde daar wat hij zag en wat hij niet zag. In het museum lagen allerlei Marokkaanse voorwerpen die hij gebruikte in zijn schilderijen. Hij zei ongeveer: Ik heb daar veel details bestudeerd, maar die uiteindelijk toch niet geschilderd; het werd pas wat met het schilderij als ik mijn fantasie aan het werk zette. En dát, mijne dames en heren, is een wezenstrek van het oriëntalisme. Europeanen maakten hun eigen oriënt.

4 reacties

Opgeslagen onder De mens, Europa, Fietsen, Reizen

Zijn geraniums soms niet goed genoeg?

Het werd een Albert Heijn boodschappentas vol gisteren, de reisgidsen, landkaarten, stadsplattegronden en VVV-brochures die naar het oud papier moeten. De aanleiding tot de zuiveringsactie was dat ik de reisgids van Iran zocht, om een vriendin cadeau te doen die binnenkort naar dat land gaat. Die heb ik inderdaad teruggevonden.
.
Maar achteraf denk ik dat het niet genoeg was. Er kan nog veel meer weg. Ik zal nóóit meer een 1:50.000 kaart van Oxford & surrounding area nodig hebben; zie dat maar onder ogen. Wat een prachtige kaarten hadden ze trouwens in Engeland, je ziet er zelfs de landhuizen en bijbehorende parken op, soms zo groot als twee dorpen, en rare Depots, van wat eigenlijk?, o, van militaire goederen, ik zie het al, doorschoten met treinrails. En al die grappige plaatsnamen, zoals Charlton-on-Otmoor en Horton-cum-Studley. Ook Didcot staat erop, bekend van het omroepbericht van de spoorwegen: change at Didcot. Maar ik zal er niet meer komen, en zeker niet te voet of met de fiets. Weg ermee.
.
Ook zal ik nooit meer Malta bezoeken, en beslist niet met een reisgids uit 1999, of het Beierse Woud met een wandelkaart. En al die niet of slechts eenmaal befietste delen van Duitsland: in de zak ermee. Waarom heb ik twee kaarten van het Nördlicher Odenwald? Ah, ze zijn niet hetzelfde zie ik. Maar eigenlijk kunnen ze allebei weg. Ze stammen nog uit mijn Frankforter fietstijd en ik ga echt geen heimweetochten maken om alles nog eens terug te zien.
.
Egypte mag blijven, for old time’s sake, en zeker de Baedeker van 1928 en Le Caire et Alexandrie, Hachette 1955. Die vallen niet meer onder reisgidsen, maar onder geschiedschrijving. Voor de Baedeker van Oostenrijk-Hongarije uit 1905 kan ik misschien nog geld krijgen; hoewel, vreemd genoeg sla ik dat ding nog wel eens op als ik iets over het verleden wil weten.

3 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Persoonlijk, Reizen, Vroeger

Fietsendiefstal

Vanmorgen trof ik in mijn rustige woonstraat in Marburg de sporen aan van een nieuwe ontwikkeling in de fietsendiefstal.
.
Tot heden gold de conventie dat fietsen met een goed slot die ergens aan vastgebonden waren niet gestolen werden. Weliswaar is ook het beste slot door een meesterdief in enkele minuten te kraken, maar er waren altijd genoeg los staande fietsen met slechte sloten waarop het gilde der fietsendieven zich kon concentreren.
.
Op de foto’s ziet U een metalen fietsenrek, bij mij om de hoek, dat geheel en al uit de grond gerukt is. Het was daarom niet meer nodig het slot te openen. Wie doet zoiets? Een Neanderthaler met reuzenkracht? Maar Neanderthalers fietsen niet. Het zal eerder iemand met een wagen of trekker geweest zijn die een ketting om het rek heeft bevestigd en het dan uit de grond getrokken.

 

5 reacties

Opgeslagen onder De mens, Fietsen, Marburg

Wolkloos fietsen

Natuurlijk ga ik door met fietstochten maken in dit heerlijk zonnige zomerweer. Het moet nú; vermoedelijk moeten we in juli en augustus binnenblijven, als het 35 graden wordt. Er ligt nog een tochtje van vorige week te wachten om geblogd te worden; de foto’s moeten nog bewerkt worden. Vandaag heb ik geen foto’s gemaakt en kan de tekst gauw klaar zijn.
Mijn oordeel over Schönstadt moet ik herzien: als je de Alte Postweg naar het oosten neemt, ja dezelfde postweg die ook langs het vliegveldje loopt, dan is Schönstadt wél schön: een heel stuk lintbebouwing van mooie oude huizen en boerderijen.
Een paar kilometer verder komt een van de allermooiste buurtschappen van deze streek: Schwarzenborn. 120 inwoners. Royale herenboerderijen uit vroeger eeuwen met enige hochherrschaftliche neigingen in de vormgeving. Vroeger imiteerden de lagere standen de hogere, in plaats van omgekeerd.
Verder langs het Junkerpfad, het landschap werd steeds prachtiger, al moest tenslotte de gevaarlijke B3 overgestoken worden. Daarna kwam Siedlung, te weten Bracht Siedlung, ver buiten het dorpje Bracht gelegen. Daar bouwden in 1949 de vluchtelingen uit het oosten des rijks hun optrekjes, later kwamen er aanbouwen en nog later flinke nieuwe huizen. Sudetenstraße, U begrijpt het wel. Vervolgens Schwabendorf, dat zich zelf aanprijst als Hugenoten- en Waldenzerdorp. Hier dus overal mensen met migratie-achtergrond. Zou dat nu nog kunnen? Helaas is het zo: hoe idyllischer het dorp en hoe meer papavers en korenbloemen op de akkers, des te meer Nazi’s ook. Gezond eten heeft blijkbaar iets met bloed en bodem te maken.
.
Rauschenberg liet mij schrikken. Ik kende het wel van vroeger maar zag het nu duidelijker: een schitterend historisch stadje, een gaaf stadsbeeld, bijna zonder twintigste-eeuwse misbaksels in de binnenstad, maar zo volledig kapot: het kan ieder ogenblik instorten. Leegstand alom; veel mensen zijn weggetrokken. Vroeger zou een landheer misschien een groep migranten uitgenodigd hebben er weer wat van te maken, maar zo gaat dat tegenwoordig niet meer.
.
En waarom heb ik van al dat moois geen foto’s gemaakt? Dat ligt aan die rotwolk. Mijn telefoon deelde mij mee dat mijn iCloud bijna vol was. Ze boden tegelijk aan er voor één gulden in de maand een heel veel grotere wolk bij te huren, maar hoor es: ik ben malle Eppie niet! Die wolk gaat er dus uit. Ik wilde hem meteen wissen, maar ziedaar: ik kan hem wel wissen, maar hij zal pas na een maand echt verwijderd worden. En daartoe moet ik de hele inhoud op een ander apparaat overbrengen. Moet, ja moet! Ik heb dus niet eens de vrijheid mijn eigen kolerewolk te wissen. Bij de CIA hebben ze zeker een achterstand bij het bekijken van mijn kiekjes, of zou het Poetin zijn?

Dan de camera uit de Bronstijd maar weer tevoorschijn gehaald, uit 2011 om precies te zijn. Maar dat leverde ook niets op: de accu was leeg en ik was vergeten hoe ik die op moest laden. Ik heb dus de gebruiksaanwijzing van mijn Universalladegerät nodig en die kan ik niet vinden. Dat wordt een project van langere termijn, dat begrijpt U. Ach, kon ik maar etsen, of tenminste tekenen!

For the record: Cölbe – Reddehausen – Schönstadt – Schwarzenborn – Bracht Siedlung – Rauschenberg – Sindersfeld – Anzefahr – Cölbe – Huis  47 km.

2 reacties

Opgeslagen onder Computer, Fietsen, Marburg

Nog meer fietsen

Met dat fietsen moet ik doorgaan; het is nu of nooit meer. Soms is het prettig, soms minder. In het begin was ik na de rit een halve dag kapot in de benen. Maar dat effect wordt nu al minder; het komt natuurlijk gewoon door het gebrek aan training.
.
Gisteren dus maar eens iets langers gepland. Stimulerend was dat er eindelijk een nieuwe druk van de fietskaart van deze streek is verschenen. Aan zo’n kaart heb ik wat: die maakt het mogelijk idyllische routes te ontwerpen zonder autowegen en andere onprettigheden. Sterke stijgingen staan erop aangegeven, evenals de berijdbaarheid van het wegdek. Maar op drie punten heeft die kaart me teleurgesteld; in één geval was dat echt onaangenaam.
.
Eerst ging het maar weer langs Gisselberg met zijn beroemde ruïne. De eigenaar is vertrokken, dus er kan afgebouwd noch gesloopt worden, al vijftien jaar niet. Dan naar Niederweimar, het Amstelveen van Marburg. Van middageten zou niets terecht komen, dus getroostte ik mij twee ijsbolletjes bij de ijssalon Coppelia. Die salon is niet wereldberoemd, maar wel erg goed. Een gulle Italiaanse maakt er hoogstpersoonlijk het beste ijs van uitstekende ingrediënten. Ik neem aan dat haar Duitse man daar woont en dat zij probeert haar ballingschap in dat dorp draaglijk te maken. Verder naar Allna; daarbij viel mij de gelijknamige beek op. Een beek kan heel smal zijn; je herkent hem aan een slingerende rij bomen die zich door graslanden kronkelt. Die bomen zijn andere dan die in een bos staan. Van bomen ken ik zelden de namen; ik noem ze dus maar beekbomen. Een beek fotograferen kan ik niet; als ik het zou doen zou U een paar bomen zien en zich afvragen waarom die op de kiek staan. Allna heeft een aardig kerkje en het piepkleine wijkje Weinwehr is ook mooi. Waarom dat zo heet weet ik niet; het internet evenmin. Daar begon het fietspad naar Friebertshausen. Gelukkig kende ik dat al, want het stond niet goed op die kaart. In Friebertshausen is niets te zien, behalve een kapelletje. In een van de vele Fronhausens die deze streek rijk is, is een aardig kerkje te zien.
.
Wat bekijk je in een dorp? Een Nederlander die hier voor het eerst is zou zich waarschijnlijk vergapen aan de Fachwerk-huizen en -boerderijen. Ik heb die al zo vaak gezien dat ze me niet meer opvallen; alleen als er wat bijzonders mee is. Zoals bij voorbeeld dat afdakje op de foto hier onder. Het wezenlijke van Fachwerk is het houten staketsel; daar hoeft niet beslist leem tussen. Alles wat bij de hand is kan worden gebruikt; in dit geval dus die poreuze bakstenen. Verder verheugt het me als er een nog of weer functionerend bakhuis te zien is, al is dat van Fronhausen niet bezienswaardig.

  • In het bakhuis bakten vroeger de boeren of dorpelingen een of twee keer in de week. Thuis werd het brooddeeg bereid en op een vast tijdstip konden ze dat in het bakhuis in de oven schuiven. Vanzelfsprekend bood het bakhuis ook veel gelegenheid tot onderling contact. Toen er in de dorpen beroepsbakkers verschenen, die het brood ook rondbrachten, raakte het bakhuis in onbruik. Tegenwoordig is de trend ze op te knappen en weer in gebruik te nemen, met precies hetzelfde doel als vroeger. De bakker komt namelijk niet meer aan huis en de meeste winkels zijn uit de dorpen verdwenen.

Een stuk noordwaarts schoot de kaart te kort, of ikzelf, weet ik veel. Het aangegeven fietspad richting Weitershausen was niet te vinden; dan maar de autoweg. Het gaf niet, het was maar twee kilometer en er was nauwelijks verkeer. Weitershausen heeft een laatromaans kerkje. Vandaar over Diedenshausen naar Damshausen, waar niet veel aan was. Vandaar zou er een wegje naar Caldern leiden, maar dat was niet zo. Of liever: het wegje bestond wel, maar liep dood in akkerland. Nog wat aangetobd met alternatieve veldwegen, maar die leidden tot niets. Omwonenden waren er niet en het telefoontje had geen ontvangst. Er zat niets anders op dan een grote omweg te maken over de autoweg richting Lahntal. De eerste kilometers waren niet pluis: een smalle tweebaansweg met veel bochtenwerk naar boven en vrij veel verkeer. Beneden aangekomen moest ik een lang stuk naar huis fietsen over het Lahntalfietspad. Voor mij een afgezaagde en lelijke route. Het Lahndal is van nature best aardig, maar het is volgeplempt met industrie en lelijke bebouwing. De afgebeelde Carlshütte is dan nog het minst lelijke wat er is op industriegebied.
.
Heel erg was het niet; tenslotte had ik daar al bijna twee jaar niet meer gefietst en het ging ditmaal ook om de herwinning van het vroeger gekende. De rit werd wel erg lang zo; in totaal 71 km. Ik had het liever wat geleidelijker willen opbouwen; maar goed, het lukte. Net als vroeger kon ik grote stukken over vlak terrein weer zonder elektriek rijden. In Caldern was een reddende uitspanning, waar een behoorlijke kipsalade geserveerd werd.
.
Ik las toevallig in het internet het enthousiaste verslag van een gezond en stevig uitziende man van een jaar of dertig, een buitenlander in Nederland die nooit gefietst had en daar nu mee was begonnen. Hij vond het heerlijk, maar was totaal kapot na een ritje (niet elektrisch) van maar liefst … 28 km in twee uur. Ook heb ik ooit fietsles gegeven aan een fitte Marokkaanse student, die na 10 km al kapot was. Blijkbaar worden voor het fietsen zeer speciale spieren gebruikt, die anders niet aan bod komen. Tot een paar jaar geleden deed ik nog best 80 kilometer per dag, niet elektrisch. Ik was dan wel moe, maar niet kapot, en dat was ik gisteren ook niet. Een leven lang fietservaring, dat doet toch wat.

For the record:
6 mei 2018 30 km: Niederweimar – Haddamshausen – Hermeshausen – Allna – Kelna – Niederwalgern – huis.
8 mei 2018 40 km: Cölbe – Anzefahr – Kirchhain – Kleinseelheim – Großseelheim – Bauerbach – Edeka supermarkt – huis.
12 mei 2018 71 km: Niederweimar – Hermershausen – Allna – Friebertshausen – Weitershausen – Diedenshausen – Damshausen – verdwaald – Allendorf – Caldern – naar huis over de Lahntalradweg.

4 reacties

Opgeslagen onder Fietsen

Bandenspanning

Mijn twee fietsen plus de auto hebben samen acht banden, die af en toe opgepompt moeten worden. Dat is een klusje van niks. Ik heb een mooie internationale fietspomp, die het gebruik van een verloopnippeltje voor Franse ventielen overbodig maakt. Met de autobanden was er een tijdlang een moeilijkheid, omdat ik de hoge piep bij het bereiken van de gewenste spanning niet meer goed kon horen. Maar tegenwoordig heeft het Esso-tankstation een moderne pompinstallatie, die de spanning toont op een display. Probleempje vanzelf verdwenen.
.
Het kwarweitje is dus op zich niet de moeite om over te praten. Bij mij is er echter iets anders aan de hand. Ik heb ‘een dingetje’ met banden pompen; heet dat niet zo? Het is geen neutrale bezigheid. Toen ik nog klein was zag mijn vader er streng op toe dat ik regelmatig mijn fietsbanden oppompte. Hij begon daar vaak over en oefende druk uit. Alleen al daarom heb ik een hekel gekregen aan banden pompen. Het grootste deel van mijn leven trad dat niet zo op de voorgrond, maar nu ik oud geworden ben komt het boven. Schuldgevoelens als ik lang niet hebt gepompt. Twijfel: zouden ze nog wel hard genoeg zijn? Maar ook de kont tegen de krib: nee, ik ga gewoon op zachte(re) banden; wat kan mij het schelen.
.
Mijn oude moeder vertoonde bij bepaalde werkzaamheden soms een dergelijk gedrag, waarbij te vermoeden was dat háár moeder daar weer achter zat.
.
Opgevoed worden kan ik alleen maar ontraden.

2 reacties

Opgeslagen onder Auto, Fietsen, Persoonlijk

Fietsen na een jaar

Na mijn knieoperatie kon ik een tijdlang niet fietsen. In de winter heb ik wel gefietst in de stad maar nog nauwelijks buiten, vooral wegens kou en regen. Omdat de zomer tegenwoordig in april valt ben ik wel weer begonnen met tochtjes buiten de stad. De eerste ritjes waren niet zo leuk; eerder gemaakt uit plichtsgevoel ten behoeve van de gezondheid dan voor de lol. Ik kon nog niet zo ver, en de eerste en de laatste tien kilometer zijn hier altijd onprettig, omdat je dan over of langs autowegen door voorsteden rijdt, of over het ongenietbare, want veel te drukke fietspad  langs de Lahn.
Maar nu heeft een fietstocht me voor het eerst weer plezier gedaan. 45 kilometer, dat is voor een elektrische fiets niet zo veel. Spectaculair was het niet, maar wel prettig.
.
Bij de mensa en de Lahnterrassen moet je altijd door tientallen studenten heen waden die daar door elkaar lopen of zitten te ontspannen met elektrische radio’s. Dat doet enigszins afbreuk aan het idee van een interregionaal fietspad, maar vooruit, het is vrij snel voorbij. Dan langs volkstuintjes en sportvelden en na tien minuten doemt de winkelweide van Wehrda al op (afb. 1). Het onzegbare Cölbe is niet te vermijden. Hier loopt de onaangenaam drukke hoofdweg door het dorp, omzoomd door rafelige stoepen en fietsstroken. Kort na Cölbe storten de wateren van de Ohm zich in de Lahn (afb. 2). Nog iets verderop kun je tegenwoordig linksaf over een vers voor fietsers geasfalteerd landwegje naar Reddehausen, en daar begint dan meteen een prachtig gebied, vol ontluikend groen en fruitbelovende bloesems. De buurtschap Reddehausen is sympathiek maar klein en er is niet veel over te vertellen, behalve dat er een paar mooie huizen staan en dat zij beschikt over een eigen godshuisje (afb. 3). Dan hoeven de mensen ’s zondags niet zo ver. Naar Schönstadt langs de Flugplatz Marburg-Schönstadt; I kid you not. Dat is een weitje waar zweefvliegtuigen, luchtballons en ook kleine zaken- en sportvliegtuigjes kunnen opstijgen, maar deze keer zag ik er geen. Ik dacht dat het vliegveld door de Nazi’s was aangelegd, maar nee, het is ouder, het dateert al van 1909 (afb. 4). Het soort vliegveld vanwaar vroeger Heer Bommel soms vertrok naar een ongezellige bestemming. Onder in de verkeerstoren (afb. 5) is een bescheiden horecagelegenheid gevestigd. De oude postweg langs het vliegveld zou heel geschikt zijn als fietspad, ware het niet dat hij is geplaveid met scherpe stenen uit zeventienzoveel. Voor een fietser is dat niet prettig. Ik moest dus wel over de hoofdweg, maar er was nauwelijks verkeer.
.
Daar verscheen reeds  de reusachtige hoeve Fleckenbühl (afb. 6). Deze Gutshof is tegenwoordig in gebruik is als een soort therapie-inrichting, maar ook als productiebedrijf. In het herenhuis (afb. 7) wonen nu geen heren meer, maar jonge verslaafden die hard moeten werken voor hun eigen bestwil. Bio-melk, kaas, brood, alles in goede Demeter-kwaliteit, landbouw en veelteelt, ze verzorgen bomen en doen houtbewerking. In de streek zijn ze wijd en zijd bekend. Te vergelijken met Kehna dus. Het werken schijnt hun goed te doen; ik hoor alleen positieve verhalen, behalve dan, dat ze soms een terugval hebben als ze weer weg zijn.
.
Het plaatsje Schönstadt is niet zo schön als het vanuit een drone lijkt. Bij dat kasteel kun je niet komen, het is nog bewoond (fam. Bethmann-Schimmelpenninck, jawel) en het dorp zelf stelt niet veel voor. Maar daar begint een smalle weg naar Oberrosphe, en daar wordt de wereld pas echt mooi. De weg voert eerst door beemd en veld, daarna door een diep donker woud, dat echter wegens het frisse jonge groen nog niet zo wilde donkeren. Een overgang naar een andere wereld lijkt het wel: Oberrosphe, een stil en aangenaam dorp, waar ik wel eens koffie ging drinken in het dorpsmuseum (afb. 8–10), dat door twee dames liefdevol en vrijwillig wordt gerund: een plek waar iedereen zijn ouwe troep heeft achtergelaten, van landbouwwerktuigen tot theebusjes. Het museum heeft echter te kampen gehad met een smeulende brand; ik wed dat de bedrading nog uit het interbellum stamde en met katoen was geïsoleerd. Jammer voor de ramptoerist: er is niets van te zien, de brand is blijkbaar geheel binnenshuis gebleven. De mannen van het dorp hebben de handen ineengeslagen om de zaak weer te herstellen, alles vrijwillig natuurlijk.
.
Nu dacht U natuurlijk dat ik vandaar zou afdalen naar Unterrosphe, maar nee, in dat stenige pad had ik geen zin; bovendien zou ik dan beneden een stuk over een drukke autoweg moeten rijden. Richting Mellnau dus, alles door dat schitterende landschap. De ruïne heb ik dit maal hoog op de berg laten liggen. Dan overwegend  heuvelafwaarts naar het benauwd-christelijke Wetter
, dat ik al zo vaak heb gezien, en vandaar de gebruikelijke weg naar Cölbe en naar huis. Bijzondere traktatie: de weg van Wetter naar Cölbe was wegens bouwwerkzaamheden voor auto’s afgesloten, zodat het heerlijk rustig reed.
.
Ik moet maar gauw de fiets weer op de trein gaan zetten en dan tien twintig kilometer verderop pas beginnen met fietsen. Voor de operatie was het probleem dat ik niet meer in staat was, de zware elektrische fiets het trapje op te zeulen dat toegang verschaft tot het deel van de trein dat voor kinderwagens, rolstoelen en fietsen is bedoeld. Nu gaat dat wel weer; bovendien zijn er nieuwe treinstellen met een barrière-vrije instap.

 

 

2 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg

Niet naar Kirchhain

Wat ik bij steeds meer bejaarden gadesla en, o schrik! ook bij mij zelf, is de neiging te veel dingen op zich te nemen, die dan half af blijven en een katterig gevoel geven. Gepensioneerden hebben onbeperkt de tijd, dus ze denken dat ze dit-of-dat ook nog wel kunnen doen, dat het hoog tijd wordt om hun Latijn eens op te halen en hadden ze niet altijd al willen gaan zeezeilen?
.
Maar hun energie is niet onbeperkt, die is duidelijk minder dan vroeger, en de geheugenfunctie en het leervermogen zijn ook afgenomen.
.
Voor je het weet heb je dan ouwetjes die overwerkt raken, en toenemend wanhopig zijn omdat ze het niet allemaal meer bijsloffen. Het zijn cliché’s onder bejaarden: de Ruhestand is eerder een Unruhestand en: “Ik heb het nu drukker dan voor mijn pensioen.” En dat terwijl de geraniums staan te verpieteren in hun vensterbank.
.
Verstandig lijkt het daarom, zich te beperken tot een of twee  bezigheden, en af een toe een kleinigheidje erbij bij wijze van toefje slagroom. Als je je op weinige dingen concentreert kun je daar best nog wat in bereiken; was er laatst niet een Indiër die op zijn 86e nog een marathon gelopen had? Zijn er geen pianisten die tot hun honderdste doorgaan? (Nou ja, niet zo heel veel, maar ze zijn er.)
.
Sich verzetteln heet het in het Duits: je tijd onhandig indelen en aan te veel dingen door elkaar besteden. Dat heb ik altijd nogal gedaan, en dat gaat juist nu pas veranderen. Niet in vier koren tegelijk zingen, niet ook nog ingewikkeld Indisch willen koken, niet meer de woning zelf schoonmaken. Want laten we eerlijk zijn: juist vróeger had ik het gevoel dat tijd en energie onbeperkt aanwezig waren, terwijl die nu toch echt begrensd geworden zijn, met een onbekend, open einde.
.
Het is me nu duidelijk wat ik moet doen: zingen, een beetje stukjes schrijven in mijn Arabisch-bloek (maar volstrekt geen wetenschap) en een enkel bijlesje geven aan vluchtelingen ofzo. Bij alle drie zit een voldoende grote component aan ‘maatschappelijke dienstverlening’, zodat ik me niet helemaal een uitvreter hoef te voelen. Elke dag ook iets van beweging die gezond is voor het lichaam, maar dat telt niet echt als bezigheid.
.
Dat houdt in dat ik vandaag ook niet mijn activiteiten stressig ga comprimeren en niet af krijgen om morgen vrij te houden voor een expeditie naar Kirchhain. Morgen wordt de laatste min of meer warme dag verwacht; mij zweefde voor ogen om vóór de winter nog één keer keer een wat langere fietstocht te maken. Ja ik fiets weer na de knie-operatie, in de stad, maar daarbuiten ben ik nog niet verder gekomen dan Göttingen (Hess). Ik bouw het langzaam op. Kirchhain is helemaal niks; het was vroeger het punt van waaraf fietstochten pas interessant begonnen te worden. Maar een rondje K. is toch minstens 35 km en dat zou onder de huidige omstandigheden nog een zware klus zijn. Nee, ik doe het niet, dan raak ik vandaag niet overspannen en kan ik morgen kalmpjes wat oefeningen gaan doen in de fitness-studio. Fietsen weer in het voorjaar.

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Fietsen, Persoonlijk

Nieuwe wegen

Vanochtend op de fiets naar de markt geweest, zoals vroeger iedere zaterdag. Het was voor het eerst na mijn knieoperatie. Met de auto is het niets gedaan daar, de bus is te moeizaam en lopen is te ver, vooral op de terugweg. De fiets dus. Maar ik ben een beetje bangelijk geworden in het verkeer, vooral in de hoofdstraat, die nu ook nog versmald is wegens werkzaamheden.
.
Met behulp van de plattegrond heb ik nieuwe wegen gevonden, met een lus, door rustige buitenwijken, over een voetgangers- annex fietsersbrug, en ziedaar, dan ben je toch zomaar in de binnenstad. Zo groot is het hier niet. Dat had vroeger natuurlijk ook al gekund, maar daar had ik nooit aan gedacht. Die brug is nieuw en behoorlijk breed, maar daar heb je niets aan, want de medegebruikers bezetten hem over de volle breedte, ook als ze met weinigen zijn. Hij is geplaveid met akelige ribbelplanken, die waarschijnlijk het snel rijden moeten tegengaan. Dat is goed gelukt, fietsen is daar echt niet prettig. Een oplossing zou natuurlijk zijn de helft van de brug voor voetgangers te bestemmen en de andere helft voor fietsers. Maar gezien de aard van de mens is dat toch onuitvoerbaar, dus dan maar zo.
.
De markt was weer erg wennen. De aangeboden waar was uitstekend als altijd, maar dat iedereen elkaar zo in de weg loopt was ik vergeten. En wat staan de mensen lang te leuteren bij die stalletjes. Maar ja, dat vinden ze gezellig. Ook het rituele broodje haring heb ik weer genuttigd.
.
Het ergert me dat ik nu zo langzaam fiets. Het zal niemand opvallen, zo heel langzaam is het ook niet; hoogstens zullen de mensen denken, kijk daar fietst een oude man. Maar tot vorig jaar fietste ik nog als een brutale student …

3 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg