Categorie archief: Fietsen

Rondje Kirchhain

Vandaag had ik wel zin in fietsen, maar niet om een creatieve route te bedenken. Een rondje Kirchhain dan maar weer, en proberen dingen te zien die ik nog nooit gezien had. Het strand van Cölbe, waar Ohm en Lahn tesamen vloeien, is niet groots, maar wel aardig: een goede speelplek voor kleine kinderen (afb. 1) . Eindelijk maar eens gevolg gegeven aan het wegwijzertje Alte Kirche, dat ineens langs het fietspad opdoemt. Het bleek het kerkje van Bürgeln te zijn: oud inderdaad, maar de Verlichting staat ervóór (afb. 2, 3). Ook Bürgeln wil blijkbaar een aandeel in het Duitse fietsverkeer, dat duidelijk is toegenomen, maar één kerkje is niet genoeg. De Wehr bij Betziesdorf; nou ja, die kent U al (afb. 4). Een eh … dinges, kort voor Sausebach, een Bildstock, ik weet niet hoe dat in het Nederlands heet (afb. 5). Het is niet de enige langs de middeleeuwse Semmeweg, over welke ik verder niets kon vinden. Hij heeft zeker deel uitgemaakt van de pelgrimsroute van Leningrad naar Santiago de Compostela of zoiets. In Sausebach is op 20 juni een feest van de brandweer: U kunt er nog heen. Op het transformatorhuisje bij hun gebouwtje zag ik St. Florian, de beschermheilige van de brandweer, die met een kuip water een brandje bluste (afb. 6). Als dat niet blust, blust niemendal!
.
Wat is Kirchhain toch een sneuë plaats; maar koffie zetten kunnen ze gelukkig. Gauw verder naar Kleinseelheim (afb. 7,8), met die treurige kerk waar de zon eigenlijk helemaal niet hoort te schijnen (afb.9; zijn er geen camera’s die dat kunnen wegwerken?) en het lugubere pension, waar nog steeds Fremdenzimmer te huur zijn (afb. 10, 11; Emigrant berichtte). Via het levenslustige Großseelheim, waar veel huizen twee garages hebben, naar Bauerbach waar dito, with room for a pony.
.
Van het kerkje in Bauerbach (gem. Marburg, maar over de bergen) is alleen de toren bezienswaardig (afb.12); mijn excuses voor de afgeknotte spits. Wel aardig van Bauerbach was het beschaafd verstoorde optreden van Alexander ‘Vogelschiss’ Gauland1 in het Bürgerhaus op 19 mei jl. Zo iemand kan op juridische gronden het gebruik van een zaal niet geweigerd worden, maar wel kan men zeggen dat er helaas alleen aan de uiterste rand van de gemeente een zaal vrij is. De samenkomst werd behoorlijk gesaboteerd, door meer dan duizend mensen. Toegangswegen werden (licht en tijdelijk) versperd en er waren misleidende verkeersborden geplaatst. Alle parkeerplaatsen in de buurt waren ruim van te voren bezet—in Bauerbach hebben veel mensen twee auto’s—en de zaal, waar driehonderd zielen ingaan, zat overwegend vol met ‘gewone mensen’, die niet erg aandachtig naar de spreker luisterden en evenmin in discussie gingen, maar de 120 AfDers die waren verschenen geen gevoel van gezellig-onder-ons gaven. Op de wand tegenover het spreekgestoelte was een grote vergroting opgehangen van een vroegere anti-Nazidemonstratie op het propvolle marktplein van Marburg: Wir sind mehr. De wat agressievere tegenstanders stonden buiten te demonstreren zoals ze dat altijd doen, maar alles is vredig gebleven.
.
Minder te spreken was ik over mijn oversteek van de Lahnbergen vanaf Bauerbach. Normaal neem ik een bosweg met een geringe stijging, maar die was afgesloten wegens werkzaamheden: iets met een waterwinningsproject. Zo was ik gedwongen de steile, smalle en druk bereden ‘chirurgensluiproute’ te nemen, ten dele de fiets duwend. Deze weg komt niet op wegwijzers voor, en maar nauwelijks op landkaarten. Bovenop de berg ligt het Academisch Ziekenhuis, beneden wonen de chirurgen: vandaar. Jammer dat er nog steeds geen behoorlijk fietspad is van dat ziekenhuis en de andere universiteitsgebouwen daar boven, waar heel veel mensen werken, naar de stad Marburg. Vroeger dacht men blijkbaar dat fietsers de bergligging niet aan zouden durven, maar nu er elektrische fietsen zijn is die geen probleem meer.

1. De Nazi-sympatisant en racist Alexander Gauland is o.a. bekend geworden doordat hij de Nazi-periode kenschetste als slechts een vogelpoepje (Vogelschiss) in de lange Duitse geschiedenis.

Marburg — Cölbe – Bürgeln – Anzefahr – Sausebach – Kirchhain – Kleinseelheim – Großseelheim – Bauerbach – Marburg

1 reactie

Opgeslagen onder Duitsland, Fietsen, Marburg

Fietsmiddag

Woensdag direct na zangles naar het station, de fiets mee in de trein tot Fronhausen en dan zien door te steken naar Hartenrod, via de niet gangbare weg om de zuid. Dat was de bedoeling, ook om te kijken of er regulier te fietsen was naar Hartenrod, waar ik regelmatig moet zijn.
.
Fronhausen (afb.1–4) is een rijke plaats met veel moderne nijverheid en industrie van onbegrijpelijke aard: kubusvormige hallen zonder ramen waarin met moderne bezigheden flink geld wordt verdiend. In de oude dorpskern kun je echter een speld horen vallen. De bakker sloot al om twaalf uur, zodat ik aan de hongerdoek moest knagen; dat is Duits voor: op een houtje bijten. Gauw naar de vleespotten van Bad Endbach dan maar, 20 km. verderop. Een prachtig weids en groen landschap.
.
Als je een traject voor het eerst fietst moet je meestal goed zoeken, met behulp van de schaarse wegwijzers, een landkaart een geografisch inzicht. Maar hier stonden onverwacht overal van die comfortabele fietswegwijzertjes; die maakten me gemakzuchtig en dus peddelde ik vrolijk door. Tot ze mij tegen mijn zin alsnog op het ‘gewone’ fietspad naar Bad Endbach brachten. Ik had via Reimershausen, Rollshausen en Rodenhausen gewild; dat moet dan maar een andere keer.
Langs Lohra en Erdhausen is het pad duidelijk, maar erg gefragmenteerd en niet erg van opschieten. Naar rechts kijkend zie je keutelige dorpjes met hun dito nijverheidjes, naar links is er nog steeds dat welige landschap. Een weemoedige blik geworpen op het laatste huis in Kurhessen (afb. 6); na de grensovergang wachtten mij de onbekende verten van het groothertogdom Hessen-Darmstadt (afb. 7). Op het laatst rijd je door een serie bebouwde kommetjes. Over de spoorbrug bij Bad Endbach reed vroeger de trein van Marburg naar Dillenburg. De brug geldt als de voornaamste bezienswaardigheid van de plaats; dan kunt U wel nagaan. Zo’n tien jaar geleden vond hier een opzienbarende diefstal plaats. Een maffiabende stal de rails. Ze hadden op officieel uitziend briefpapier de omwonenden gewaarschuwd en zich alvast verontschuldigd voor de overlast.
Bij het zwembad in Bad Endbach was het genoeg, Hartenrod was toch beter met de auto te bereizen. Te ver, te veel stijgingen, te slecht pad.
.
De ‘gewone’ weg terug: Lohra, Niederwalgern, maar nee, niet de Lahnradweg gevolgd. Die is tegenwoordig ongenietbaar. Er is namelijk nog een tweede recreatieplas uitgegraven, waar veel activiteit is van zwemmers en surfers en terrasjeszitters. Daarbij heeft men er niet aan gedacht de weg te verbreden. Er is eigenlijk alleen dat fietspad en daarover rijden nu ook auto’s, die er dan ook op parkeren, want rechts is de plas en links de spoorlijn, en het parkeerterrein is te ver voor die sportieve types. Langs Wenkbach dan maar, daar was ik nog nooit geweest. Niks aan gemist. Nog net op tijd bedacht ik dat op Hemelvaartsdag alles dicht is en kocht een brood bij de bakker ter plaatse, dat thuis bleek tegen te vallen. Niet alles van het platteland is lekker. Vandaar via Niederweimar naar huis, alles over het fietspad naast de gewone weg. Voortaan zal ik vaker ook op de terugweg een trein nemen, om dat gehannes in de banlieue te vermijden. Een ongestoorde illusie in een groen land, daar gaat het me om.
.
Totaal 55 km.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Fietsen

Toerisme

Doe het niet! Ga liever een eindje fietsen in de eigen omgeving.

Giethoorn: Fanfare

 

Mount Everest: alleen waterijsjes en nergens souvenirs

 

Venetië: het Giethoorn van het Zuiden

3 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Reizen

Fietsseizoen

Het fietsseizoen is weer begonnen; de lente valt immers tegenwoordig in februari. Het seizoen zal onderbroken worden op 19 maart, wanneer ik een kleine operatie moet ondergaan, die mij het fietsen voor minstens zes weken onmogelijk zal maken. Dan is er nog een groot deel van mei en juni over. De maanden juli en augustus zullen we wel binnenshuis voor de ventilator moeten doorbrengen. Wat er daarna komt zien we dan wel weer.
Het was van de zotte om een jack te dragen; vele andere plezierfietsers waren al in korte broek, met zo’n lycra pakje vol reclameteksten erboven. Maar ik kon eenvoudig niet geloven dat het op 27 februari zo warm was.
Er zitten natuurlijk nog geen blaadjes aan de bomen; toch zien de bomen er in het bruin en bruingroen ook niet slecht uit, en de zon scheen heel prettig. Gelukkig stond er nog niets in bloei; als dat zo vroeg komt hebben we later in het jaar weer geen fruit, want er zal echt nog wel nachtvorst komen.

Een beetje flauw tochtje was het, om er weer in te komen: 45 km. Niederweimar – Argenstein – Roth – Bellnhausen – Sinkershausen – Ebsdorf – Ronhausen – Cappel – huis

1 reactie

Opgeslagen onder Fietsen, Klimaat

Nog gezien in Parijs

Fietsen. Parijs is een erg fietsvriendelijke stad geworden. Overal zijn er fietspaden en stoplichten voor fietsers. Je kunt ook overal een spotgoedkope en dus gesubsidieerde leenfiets pakken, wat op electronische wijze wordt geregistreerd. Zo’n systeem is er in Marburg ook; ik gebruik het natuurlijk nooit, want ik heb zelf een fiets. Toch zou ik dat wel eens kunnen gaan doen, bij voorbeeld om bij het station te komen, waar je beter niet je eigen fiets op het voorplein kunt achterlaten.
Minder te spreken ben ik over de e-steps (trottinettes électriques) die de trottoirs onveilig maken. Die kunnen tot 20 km/uur; heuvelafwaarts nog sneller. Onrustig, potentieel gevaarlijk.
Het systeem van per kredietkaart een fiets of step te huren op straat en die eventueel ergens anders achter te laten is mogelijk geworden door het electronische betaalverkeer plus de GPS: de beheerder, in dit geval blijkbaar de stad, kan altijd zien waar de voertuigen zich bevinden. Maar het basisidee was misschien het Witte-Fietsen-Plan uit Amsterdam, in de jaren zestig. Dat kwam te vroeg, omdat die technische mogelijkheden nog niet bestonden.
.
Benauwdheid. Zo breed als de boulevards zijn, zo smal is het in de huizen, en ook in ons hotel, dat natuurlijk niet grand luxe was. De gastvrouw die ons zondag spijzigde woonde met haar man en zuster in een prachtig appartement aan een binnentuin, waar je alleen in kwam door een ijzeren hek met een code. Vijf kamers, alles ademde luxe; toch was ook dit smal gebouwd, vooral in de gangen, de WC e.d. In minder bevoorrechte omgevingen is het nog een stuk krapper. Parijs heeft nu eenmaal weinig ruimte; ik zou daar op den duur toch ibbel van worden.
Vanuit het hotel keken we uit op een woonsilo van een verdieping of dertig, ook in de breedte een reusachtig gebouw. en zo zijn er nog talloze. Zou je daar kunnen wonen, zo zonder balkon? Alleen als het niet gehorig is, en dat valt te betwijfelen. Maar zelfs dan raak je toch een beetje vervreemd van de wereld: je wordt waarschijnlijk een soort Houellebecq.
.
Oude ruimte. Enkele malen zijn we om naar de Bd. Arago te komen door de Rue des Gobelins gelopen. Dat is een nogal smalle straat, maar eromheen is een ruimer wijkje, met nog intacte oude huizen en een lief parkje met breiende mevrouwen en een kruidentuin. Daar ben je ineens in een Parijs waar je een speld kunt horen vallen en waar je in historisch verantwoorde omgeving je kont kunt keren. Daar te wonen! Maar onder de miljoen Euro zal dat waarschijnlijk niet lukken.
.
Orde. Alles is heel keurig en verzorgd in Parijs, meer dan in Duitsland en dus zeker nog meer dan in Nederland. Zolang die gele vestjes niet protesteren houden ze de boel prima in orde. Alleen bij het Bassin de la Villette heb ik zwerfvuil en lege flessen gezien. Temidden van al die keurigheid liggen er wel wat daklozen, maar zelfs die schijnen hun leven geregeld te hebben, met tentjes en slaapzakken en een komfoortje: ze hebben zich bij voorbeeld ingericht in het portaal van een openbaar gebouw, waar ze dan weg moeten wezen als het gebouw weer opengaat. Daar zijn blijkbaar afspraken over.
In de stilte-wagon in de trein wordt alleen maar gefluisterd en niet getelefoneerd.
.
PoC. Parijs is bekend om zijn vreselijke voorsteden waar arme mensen uit Afrika en moeilijk leven hebben en ook anderen problemen bereiden. Maar de donkere mensen die binnen de veste Parijs rondlopen en werken, en dat zijn er heel veel, lijken volkomen geïntegreerd en op hun gemak, en de oorspronkelijke bewoners ook met hen. In sommige voormalige Franse koloniën wonen mensen die zwart zijn, diepzwart. Die zie ik anders nooit, dus in Parijs vallen ze me op. Arabieren en Turken neem ik allang niet meer als zodanig waar. Maar als ik er even op let zie ik ook veel gemengde Frans-Arabische gezinnen en individuen, wat een goed teken is.
Onder het publiek bij ons concertje waren ook diepzwarte en bruine en café-au-lait-kleurige mensen. Dat is in Duitsland vrijwel niet het geval.
.
Handys. Ja, zo spelt men in Duitsland het meervoud van handy, wat een pseudo-Engelse benaming voor een mobiele telefoon is. Ons vocaal ensemble bestaat uit mensen zo tussen de 40 en 65; ik denk dat ik de oudste ben, al is mijn stem nog jong. Wat mij zeer verbaasde is dat er tijdens de gezellige sessies op een caféterras wel heel wat wordt afgepraat, maar er ook periodes zijn waarin iedereen als op afspraak zijn smartphone trekt en daarin iets gaat doen. Dat is dus niet alleen een gewoonte van jonge kinderen en studenten. Ik heb ook zo’n ding, maar gebruik het minimaal, en zeker niet in het publiek.
.
Oriënt. In het Musée Delacroix werd ik, met terugwerkende kracht, getroffen door een citaat van de schilder, dat ik helaas niet woordelijk heb  overgeschreven, dus alleen maar kan parafraseren. Delacroix bezocht in 1832 Marokko, wat vroeg was, en schilderde daar wat hij zag en wat hij niet zag. In het museum lagen allerlei Marokkaanse voorwerpen die hij gebruikte in zijn schilderijen. Hij zei ongeveer: Ik heb daar veel details bestudeerd, maar die uiteindelijk toch niet geschilderd; het werd pas wat met het schilderij als ik mijn fantasie aan het werk zette. En dát, mijne dames en heren, is een wezenstrek van het oriëntalisme. Europeanen maakten hun eigen oriënt.

4 reacties

Opgeslagen onder De mens, Europa, Fietsen, Reizen

Zijn geraniums soms niet goed genoeg?

Het werd een Albert Heijn boodschappentas vol gisteren, de reisgidsen, landkaarten, stadsplattegronden en VVV-brochures die naar het oud papier moeten. De aanleiding tot de zuiveringsactie was dat ik de reisgids van Iran zocht, om een vriendin cadeau te doen die binnenkort naar dat land gaat. Die heb ik inderdaad teruggevonden.
.
Maar achteraf denk ik dat het niet genoeg was. Er kan nog veel meer weg. Ik zal nóóit meer een 1:50.000 kaart van Oxford & surrounding area nodig hebben; zie dat maar onder ogen. Wat een prachtige kaarten hadden ze trouwens in Engeland, je ziet er zelfs de landhuizen en bijbehorende parken op, soms zo groot als twee dorpen, en rare Depots, van wat eigenlijk?, o, van militaire goederen, ik zie het al, doorschoten met treinrails. En al die grappige plaatsnamen, zoals Charlton-on-Otmoor en Horton-cum-Studley. Ook Didcot staat erop, bekend van het omroepbericht van de spoorwegen: change at Didcot. Maar ik zal er niet meer komen, en zeker niet te voet of met de fiets. Weg ermee.
.
Ook zal ik nooit meer Malta bezoeken, en beslist niet met een reisgids uit 1999, of het Beierse Woud met een wandelkaart. En al die niet of slechts eenmaal befietste delen van Duitsland: in de zak ermee. Waarom heb ik twee kaarten van het Nördlicher Odenwald? Ah, ze zijn niet hetzelfde zie ik. Maar eigenlijk kunnen ze allebei weg. Ze stammen nog uit mijn Frankforter fietstijd en ik ga echt geen heimweetochten maken om alles nog eens terug te zien.
.
Egypte mag blijven, for old time’s sake, en zeker de Baedeker van 1928 en Le Caire et Alexandrie, Hachette 1955. Die vallen niet meer onder reisgidsen, maar onder geschiedschrijving. Voor de Baedeker van Oostenrijk-Hongarije uit 1905 kan ik misschien nog geld krijgen; hoewel, vreemd genoeg sla ik dat ding nog wel eens op als ik iets over het verleden wil weten.

3 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Persoonlijk, Reizen, Vroeger

Fietsendiefstal

Vanmorgen trof ik in mijn rustige woonstraat in Marburg de sporen aan van een nieuwe ontwikkeling in de fietsendiefstal.
.
Tot heden gold de conventie dat fietsen met een goed slot die ergens aan vastgebonden waren niet gestolen werden. Weliswaar is ook het beste slot door een meesterdief in enkele minuten te kraken, maar er waren altijd genoeg los staande fietsen met slechte sloten waarop het gilde der fietsendieven zich kon concentreren.
.
Op de foto’s ziet U een metalen fietsenrek, bij mij om de hoek, dat geheel en al uit de grond gerukt is. Het was daarom niet meer nodig het slot te openen. Wie doet zoiets? Een Neanderthaler met reuzenkracht? Maar Neanderthalers fietsen niet. Het zal eerder iemand met een wagen of trekker geweest zijn die een ketting om het rek heeft bevestigd en het dan uit de grond getrokken.

 

5 reacties

Opgeslagen onder De mens, Fietsen, Marburg

Wolkloos fietsen

Natuurlijk ga ik door met fietstochten maken in dit heerlijk zonnige zomerweer. Het moet nú; vermoedelijk moeten we in juli en augustus binnenblijven, als het 35 graden wordt. Er ligt nog een tochtje van vorige week te wachten om geblogd te worden; de foto’s moeten nog bewerkt worden. Vandaag heb ik geen foto’s gemaakt en kan de tekst gauw klaar zijn.
Mijn oordeel over Schönstadt moet ik herzien: als je de Alte Postweg naar het oosten neemt, ja dezelfde postweg die ook langs het vliegveldje loopt, dan is Schönstadt wél schön: een heel stuk lintbebouwing van mooie oude huizen en boerderijen.
Een paar kilometer verder komt een van de allermooiste buurtschappen van deze streek: Schwarzenborn. 120 inwoners. Royale herenboerderijen uit vroeger eeuwen met enige hochherrschaftliche neigingen in de vormgeving. Vroeger imiteerden de lagere standen de hogere, in plaats van omgekeerd.
Verder langs het Junkerpfad, het landschap werd steeds prachtiger, al moest tenslotte de gevaarlijke B3 overgestoken worden. Daarna kwam Siedlung, te weten Bracht Siedlung, ver buiten het dorpje Bracht gelegen. Daar bouwden in 1949 de vluchtelingen uit het oosten des rijks hun optrekjes, later kwamen er aanbouwen en nog later flinke nieuwe huizen. Sudetenstraße, U begrijpt het wel. Vervolgens Schwabendorf, dat zich zelf aanprijst als Hugenoten- en Waldenzerdorp. Hier dus overal mensen met migratie-achtergrond. Zou dat nu nog kunnen? Helaas is het zo: hoe idyllischer het dorp en hoe meer papavers en korenbloemen op de akkers, des te meer Nazi’s ook. Gezond eten heeft blijkbaar iets met bloed en bodem te maken.
.
Rauschenberg liet mij schrikken. Ik kende het wel van vroeger maar zag het nu duidelijker: een schitterend historisch stadje, een gaaf stadsbeeld, bijna zonder twintigste-eeuwse misbaksels in de binnenstad, maar zo volledig kapot: het kan ieder ogenblik instorten. Leegstand alom; veel mensen zijn weggetrokken. Vroeger zou een landheer misschien een groep migranten uitgenodigd hebben er weer wat van te maken, maar zo gaat dat tegenwoordig niet meer.
.
En waarom heb ik van al dat moois geen foto’s gemaakt? Dat ligt aan die rotwolk. Mijn telefoon deelde mij mee dat mijn iCloud bijna vol was. Ze boden tegelijk aan er voor één gulden in de maand een heel veel grotere wolk bij te huren, maar hoor es: ik ben malle Eppie niet! Die wolk gaat er dus uit. Ik wilde hem meteen wissen, maar ziedaar: ik kan hem wel wissen, maar hij zal pas na een maand echt verwijderd worden. En daartoe moet ik de hele inhoud op een ander apparaat overbrengen. Moet, ja moet! Ik heb dus niet eens de vrijheid mijn eigen kolerewolk te wissen. Bij de CIA hebben ze zeker een achterstand bij het bekijken van mijn kiekjes, of zou het Poetin zijn?

Dan de camera uit de Bronstijd maar weer tevoorschijn gehaald, uit 2011 om precies te zijn. Maar dat leverde ook niets op: de accu was leeg en ik was vergeten hoe ik die op moest laden. Ik heb dus de gebruiksaanwijzing van mijn Universalladegerät nodig en die kan ik niet vinden. Dat wordt een project van langere termijn, dat begrijpt U. Ach, kon ik maar etsen, of tenminste tekenen!

For the record: Cölbe – Reddehausen – Schönstadt – Schwarzenborn – Bracht Siedlung – Rauschenberg – Sindersfeld – Anzefahr – Cölbe – Huis  47 km.

2 reacties

Opgeslagen onder Computer, Fietsen, Marburg

Nog meer fietsen

Met dat fietsen moet ik doorgaan; het is nu of nooit meer. Soms is het prettig, soms minder. In het begin was ik na de rit een halve dag kapot in de benen. Maar dat effect wordt nu al minder; het komt natuurlijk gewoon door het gebrek aan training.
.
Gisteren dus maar eens iets langers gepland. Stimulerend was dat er eindelijk een nieuwe druk van de fietskaart van deze streek is verschenen. Aan zo’n kaart heb ik wat: die maakt het mogelijk idyllische routes te ontwerpen zonder autowegen en andere onprettigheden. Sterke stijgingen staan erop aangegeven, evenals de berijdbaarheid van het wegdek. Maar op drie punten heeft die kaart me teleurgesteld; in één geval was dat echt onaangenaam.
.
Eerst ging het maar weer langs Gisselberg met zijn beroemde ruïne. De eigenaar is vertrokken, dus er kan afgebouwd noch gesloopt worden, al vijftien jaar niet. Dan naar Niederweimar, het Amstelveen van Marburg. Van middageten zou niets terecht komen, dus getroostte ik mij twee ijsbolletjes bij de ijssalon Coppelia. Die salon is niet wereldberoemd, maar wel erg goed. Een gulle Italiaanse maakt er hoogstpersoonlijk het beste ijs van uitstekende ingrediënten. Ik neem aan dat haar Duitse man daar woont en dat zij probeert haar ballingschap in dat dorp draaglijk te maken. Verder naar Allna; daarbij viel mij de gelijknamige beek op. Een beek kan heel smal zijn; je herkent hem aan een slingerende rij bomen die zich door graslanden kronkelt. Die bomen zijn andere dan die in een bos staan. Van bomen ken ik zelden de namen; ik noem ze dus maar beekbomen. Een beek fotograferen kan ik niet; als ik het zou doen zou U een paar bomen zien en zich afvragen waarom die op de kiek staan. Allna heeft een aardig kerkje en het piepkleine wijkje Weinwehr is ook mooi. Waarom dat zo heet weet ik niet; het internet evenmin. Daar begon het fietspad naar Friebertshausen. Gelukkig kende ik dat al, want het stond niet goed op die kaart. In Friebertshausen is niets te zien, behalve een kapelletje. In een van de vele Fronhausens die deze streek rijk is, is een aardig kerkje te zien.
.
Wat bekijk je in een dorp? Een Nederlander die hier voor het eerst is zou zich waarschijnlijk vergapen aan de Fachwerk-huizen en -boerderijen. Ik heb die al zo vaak gezien dat ze me niet meer opvallen; alleen als er wat bijzonders mee is. Zoals bij voorbeeld dat afdakje op de foto hier onder. Het wezenlijke van Fachwerk is het houten staketsel; daar hoeft niet beslist leem tussen. Alles wat bij de hand is kan worden gebruikt; in dit geval dus die poreuze bakstenen. Verder verheugt het me als er een nog of weer functionerend bakhuis te zien is, al is dat van Fronhausen niet bezienswaardig.

  • In het bakhuis bakten vroeger de boeren of dorpelingen een of twee keer in de week. Thuis werd het brooddeeg bereid en op een vast tijdstip konden ze dat in het bakhuis in de oven schuiven. Vanzelfsprekend bood het bakhuis ook veel gelegenheid tot onderling contact. Toen er in de dorpen beroepsbakkers verschenen, die het brood ook rondbrachten, raakte het bakhuis in onbruik. Tegenwoordig is de trend ze op te knappen en weer in gebruik te nemen, met precies hetzelfde doel als vroeger. De bakker komt namelijk niet meer aan huis en de meeste winkels zijn uit de dorpen verdwenen.

Een stuk noordwaarts schoot de kaart te kort, of ikzelf, weet ik veel. Het aangegeven fietspad richting Weitershausen was niet te vinden; dan maar de autoweg. Het gaf niet, het was maar twee kilometer en er was nauwelijks verkeer. Weitershausen heeft een laatromaans kerkje. Vandaar over Diedenshausen naar Damshausen, waar niet veel aan was. Vandaar zou er een wegje naar Caldern leiden, maar dat was niet zo. Of liever: het wegje bestond wel, maar liep dood in akkerland. Nog wat aangetobd met alternatieve veldwegen, maar die leidden tot niets. Omwonenden waren er niet en het telefoontje had geen ontvangst. Er zat niets anders op dan een grote omweg te maken over de autoweg richting Lahntal. De eerste kilometers waren niet pluis: een smalle tweebaansweg met veel bochtenwerk naar boven en vrij veel verkeer. Beneden aangekomen moest ik een lang stuk naar huis fietsen over het Lahntalfietspad. Voor mij een afgezaagde en lelijke route. Het Lahndal is van nature best aardig, maar het is volgeplempt met industrie en lelijke bebouwing. De afgebeelde Carlshütte is dan nog het minst lelijke wat er is op industriegebied.
.
Heel erg was het niet; tenslotte had ik daar al bijna twee jaar niet meer gefietst en het ging ditmaal ook om de herwinning van het vroeger gekende. De rit werd wel erg lang zo; in totaal 71 km. Ik had het liever wat geleidelijker willen opbouwen; maar goed, het lukte. Net als vroeger kon ik grote stukken over vlak terrein weer zonder elektriek rijden. In Caldern was een reddende uitspanning, waar een behoorlijke kipsalade geserveerd werd.
.
Ik las toevallig in het internet het enthousiaste verslag van een gezond en stevig uitziende man van een jaar of dertig, een buitenlander in Nederland die nooit gefietst had en daar nu mee was begonnen. Hij vond het heerlijk, maar was totaal kapot na een ritje (niet elektrisch) van maar liefst … 28 km in twee uur. Ook heb ik ooit fietsles gegeven aan een fitte Marokkaanse student, die na 10 km al kapot was. Blijkbaar worden voor het fietsen zeer speciale spieren gebruikt, die anders niet aan bod komen. Tot een paar jaar geleden deed ik nog best 80 kilometer per dag, niet elektrisch. Ik was dan wel moe, maar niet kapot, en dat was ik gisteren ook niet. Een leven lang fietservaring, dat doet toch wat.

For the record:
6 mei 2018 30 km: Niederweimar – Haddamshausen – Hermeshausen – Allna – Kelna – Niederwalgern – huis.
8 mei 2018 40 km: Cölbe – Anzefahr – Kirchhain – Kleinseelheim – Großseelheim – Bauerbach – Edeka supermarkt – huis.
12 mei 2018 71 km: Niederweimar – Hermershausen – Allna – Friebertshausen – Weitershausen – Diedenshausen – Damshausen – verdwaald – Allendorf – Caldern – naar huis over de Lahntalradweg.

4 reacties

Opgeslagen onder Fietsen

Bandenspanning

Mijn twee fietsen plus de auto hebben samen acht banden, die af en toe opgepompt moeten worden. Dat is een klusje van niks. Ik heb een mooie internationale fietspomp, die het gebruik van een verloopnippeltje voor Franse ventielen overbodig maakt. Met de autobanden was er een tijdlang een moeilijkheid, omdat ik de hoge piep bij het bereiken van de gewenste spanning niet meer goed kon horen. Maar tegenwoordig heeft het Esso-tankstation een moderne pompinstallatie, die de spanning toont op een display. Probleempje vanzelf verdwenen.
.
Het kwarweitje is dus op zich niet de moeite om over te praten. Bij mij is er echter iets anders aan de hand. Ik heb ‘een dingetje’ met banden pompen; heet dat niet zo? Het is geen neutrale bezigheid. Toen ik nog klein was zag mijn vader er streng op toe dat ik regelmatig mijn fietsbanden oppompte. Hij begon daar vaak over en oefende druk uit. Alleen al daarom heb ik een hekel gekregen aan banden pompen. Het grootste deel van mijn leven trad dat niet zo op de voorgrond, maar nu ik oud geworden ben komt het boven. Schuldgevoelens als ik lang niet hebt gepompt. Twijfel: zouden ze nog wel hard genoeg zijn? Maar ook de kont tegen de krib: nee, ik ga gewoon op zachte(re) banden; wat kan mij het schelen.
.
Mijn oude moeder vertoonde bij bepaalde werkzaamheden soms een dergelijk gedrag, waarbij te vermoeden was dat háár moeder daar weer achter zat.
.
Opgevoed worden kan ik alleen maar ontraden.

2 reacties

Opgeslagen onder Auto, Fietsen, Persoonlijk