Categorie archief: Fietsen

Nieuwe wegen

Vanochtend op de fiets naar de markt geweest, zoals vroeger iedere zaterdag. Het was voor het eerst na mijn knieoperatie. Met de auto is het niets gedaan daar, de bus is te moeizaam en lopen is te ver, vooral op de terugweg. De fiets dus. Maar ik ben een beetje bangelijk geworden in het verkeer, vooral in de hoofdstraat, die nu ook nog versmald is wegens werkzaamheden.
.
Met behulp van de plattegrond heb ik nieuwe wegen gevonden, met een lus, door rustige buitenwijken, over een voetgangers- annex fietsersbrug, en ziedaar, dan ben je toch zomaar in de binnenstad. Zo groot is het hier niet. Dat had vroeger natuurlijk ook al gekund, maar daar had ik nooit aan gedacht. Die brug is nieuw en behoorlijk breed, maar daar heb je niets aan, want de medegebruikers bezetten hem over de volle breedte, ook als ze met weinigen zijn. Hij is geplaveid met akelige ribbelplanken, die waarschijnlijk het snel rijden moeten tegengaan. Dat is goed gelukt, fietsen is daar echt niet prettig. Een oplossing zou natuurlijk zijn de helft van de brug voor voetgangers te bestemmen en de andere helft voor fietsers. Maar gezien de aard van de mens is dat toch onuitvoerbaar, dus dan maar zo.
.
De markt was weer erg wennen. De aangeboden waar was uitstekend als altijd, maar dat iedereen elkaar zo in de weg loopt was ik vergeten. En wat staan de mensen lang te leuteren bij die stalletjes. Maar ja, dat vinden ze gezellig. Ook het rituele broodje haring heb ik weer genuttigd.
.
Het ergert me dat ik nu zo langzaam fiets. Het zal niemand opvallen, zo heel langzaam is het ook niet; hoogstens zullen de mensen denken, kijk daar fietst een oude man. Maar tot vorig jaar fietste ik nog als een brutale student …

3 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg

Fietsen

Inderdaad ben ik vanmiddag naar de kelder gegaan om mijn beide fietsen te bezoeken. Van de niet-elektrische heb ik de banden opgepompt; vervolgens heb ik nog in de Tiefgarage geprobeerd wat te fietsen. De eerste pogingen waren moeizaam, zo zeer dat ik dacht dat het nooit zou lukken. Maar blijkbaar moet de nieuwe knie altijd even wennen aan nieuwe opdrachten; na een paar rondjes ging het wél. Onder één voorwaarde, net als een paar dagen geleden op die hotelfiets: ik moet niet mijn middenvoet op de trapper zetten, maar mijn hiel. Ik neem aan dat de knie door het vaker te doen beter zal gaan buigen, zodat de voet op den duur  verder naar achteren kan. Mocht dat niet zo zijn dan moet er een technische oplossing gevonden worden.
.
Toen naar buiten; daartoe moest ik even afstappen, want de korte helling van de garage naar de straat was te steil. Vroeger ook? dat geloof ik niet. Vervolgens de hele straat een keer op en neer gereden. Daar zit een helling in en die kon ik zonder elektriek in de laagste versnelling goed de baas, net als vroeger eigenlijk. Ik had de gewoonte de niet-elektrische fiets voor de stad te gebruiken en de elektrische voor langere tochten door het ommeland. Dat moest ik in oktober vorig jaar opgeven toen het oude been te zwak werd; toen werden alle ritten elektrisch. Maar die nieuwe knie is behoorlijk sterk: quasi zonder inspanning kon ik op en neer fietsen. Wel moeilijk was omkeren, de draaicirkel. Ik heb lekker staan stuntelen, maar dat gaf niet, want er was helemaal geen verkeer. De mensen zitten blijkbaar allemaal naar de voetbalwedstrijd Merkel-Schulz te kijken. Het zal echter nog enige tijd duren voor ik weer een soeverein fietsgevoel heb; straat na straat zal heroverd moeten worden. Ook valt nog te bezien of de helling die naar de binnenstad voert wel te doen is; die is wat steiler dan mijn straat. Tot overmaat van ramp wordt de belangrijkste brug in de stad binnenkort afgesloten, wegens dringend nodige herstelwerkzaamheden.
.
Het volgende project zal zijn de elektrische fiets weer te activeren. Die is zwaar en tamelijk onhandelbaar; daarom had de fysiotherapeut mij aangeraden eerst de gewone fiets te proberen. Maar zij is van mening, evenals de chirurg overigens, dat ik op den duur alle ritten per elektrische fiets moet gaan maken. Net als afgelopen winter dus; dat kan. Maar nu eerst even kalm aan met dat ding.
.
Een bijkomend voordeel van het bezoek aan de kelder was, dat ik daar nog een doosje witte wijn aantrof, waarvan ik het bestaan vergeten was.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg, Persoonlijk

Lopen en fietsen

Afgelopen week had ik een mini-vakantietje in een dorp in de Kreis Lippe. Misschien waren dat wel de belangrijkste dagen van deze zomer, want ik heb drie dagen gelopen en een beetje gefietst.

Het lopen ging aanzienlijk beter dan kort geleden nog in Bad Staffelstein. De bodem was telkens vlak en goed geplaveid, resp. van fijn steenslag voorzien. Hulpmiddel waren de nordic-walking stokken, die mij waren aanbevolen als overgang van krukken naar helemaal geen stokken meer. De bedoeling daarvan is 1. in het spoor te blijven, d.w.z niet te gaan waggelen; 2. wat grotere stappen te nemen, zodat het been meer gestrekt wordt.

De eerst dag bezochten we wat op de wegwijzers stond aangeduid als de Touristische Ziele, alle in de omgeving van Detmold. Telkens met de auto er naar toe, dan wat rondlopen en weer verder.

De Externsteine, een stel enorme rotsen midden in het vrijwel vlakke land, bij Horn-Bad Meinberg. Een natuurfenomeen. Parkeren en ernaartoe lopen, wat rondlopen, een flink eind. Je kon er ook op klimmen; daar moest ik van afzien.

Het Hermannsdenkmal is met sokkel meer dan vijftig meter hoog: een groen uitgeslagen koperen man uit de negentiende eeuw met een zwaard in zijn hand: Hermann ofwel Arminius, die ooit tegen de Romeinse veldheer Varus een veldslag heeft gewonnen. Moderne historici hebben intussen ontdekt dat die slag heel ergens anders heeft plaatsgehad. Hè, die betweters ook altijd, ze verpesten ieder verhaal. Maar goed, Hermann staat er en hij is ook een monument van Duits nationalisme, zoals de relatief vele bezoekers van het type skinhead/tattoo/uitgewoond leren jack/motorfiets moeten hebben aangevoeld. Hij is zodanig te groot dat ik associaties kreeg met het gigantisme van de Nazi’s, Ceaușescu, Noord-Korea. Parkeren en ernaartoe lopen, eromheen lopen, samen ruim een kilometer denk ik.

Het openluchtmuseum bij Detmold is zeer uitgestrekt, daar loop je al gauw een paar kilometer. En dan nog het gescharrel in het nagebouwde dorp, en het in-en-uit van de oude boerderijen en huizen die daar weer zijn opgebouwd. Een mooi museum. Het lopen deed me plezier, het landschap was prachtig en het was lekker warm. ’s Avonds nog naar een restaurantje in het dorp gestrompeld.

De volgende dag stond de Landesgartenschau te Lippspringe op het programma. Weer een heel uitgestrekt terrein dat tot lopen en stilstaan en slenteren noodde. Ook dat heb ik kunnen genieten.

 

De laatste excursie was een bezoek aan Lemgo. Een verrassend aardig stadje met veel mooie gebouwen, wel met wat kasseien, maar het viel nog mee. In een stad lopen is altijd wat moeizamer, maar het lukte. Een uitvoerig bezoek aan het stedelijk museum. Lopen in musea is het ergste wat er is, toch viel dat nu ook mee, en het was een mooi museum. Reclame voor de stad was het niet, want het bleek dat hier omstreeks 1600 veel vrouwen als heks waren gedood. Lemgo had zelfs de bijnaam ‘het heksennest’. Dat kon het zijn omdat het een onafhankelijke rechtspraak had en niet eerst aan een vorst hoefde te vragen of de doodstraf mocht worden toegepast. Kleinburgers moeten te nooit te veel macht krijgen, dat zie je maar weer.

Kortom, normale toeristische dagen, zij het minder lang dan vroeger. Ja ja, ook een ijsje tussendoor.

In het hotelletje stonden zes fietsen in de schuur, waarvan ik er twee heb geprobeerd. Eén paste niet, de andere wel, met het zadel hoog gezet en alleen als ik niet met mijn middenvoet, maar met mijn hiel op de trapper zat. Dat moet samenhangen met de bouw van de fiets. Je kunt je anders ontworpen fietsen voorstellen. Dit waren damesfietsen: dat leek me prettig, om zo te kunnen instappen, maar dat was het niet, en al gauw zwaaide ik net als vroeger mijn been gewoon over het zadel. Het langzame rijden door het stille dorp was onproblematisch. Een heel gewoon gevoel, dat fietsen.

Taken voor vandaag, of, nou ja, misschien morgen: 1. Fietssleuteltjes terugvinden. 2. Bezoek aan mijn twee fietsen in de kelder. 3. Banden oppompen. 4. De beide fietsen proberen. Ik zie er toch nog tegen op.
=========
Het gaat dus goed met dat been? Toch maar ten dele. De arts en de fysiotherapeute zijn bezorgd, omdat de strekking van het geopereerde been niet 100% lukt. Ik loop dus wel, maar niet helemaal normaal. En dat kan tot versnelde slijtage leiden.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Fietsen, Persoonlijk

Gewezen plekken

Dat was boffen, er reed net iemand weg, zodat ik vlak voor de ingang van het gebouw kon parkeren. Toen ik uit de auto stapte had ik uitzicht op mijn vroegere parkeerplaats: een fietsenrek (zie afb.). En zo gaat het de hele tijd in Marburg: steeds wordt ik geconfronteerd met plekken uit mijn fietsleven: fietsenrekken, fietsstroken, stoplichten voor fietsen. De fiets is nu helemaal uit mijn leven verdwenen; hopelijk niet voorgoed, maar tenminste voor de komende maanden.

Lopen heeft ook voordelen: je ziet dingen van veel dichterbij: narcissen en andere bloemen waarvan ik de naam niet ken, je ruikt ze ook.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Fietsen, Persoonlijk

Schrikken op de fiets

Vanochtend om 6.11 uur was het weer eens zover. Opgeschrokken uit een droom zo vreselijk dat opnieuw inslapen niet mogelijk was. Ik fietste door een heuvelachtig landschap. Verderop zou een prachtig meer liggen; dat wilde ik eens gaan bekijken. En ineens was het er: ik kwam nog net tot stilstand op een randje boven dat meer, dat honderd meter onder mij lag en zich uitstrekte tot ver aan de horizon. Dat randje bleek niet meer te zijn dan een dikke ijzeren balk, die uit de rots stak. Ik was dus niet gevallen, maar hoe moest ik terug? Keine Wendemöglichkeit, niet eens plek om af te stappen. Wakker geworden met grote schrik.

Deze droom had ik in enkele varianten al eerder gehad. Altijd met de fiets, onmogelijke paden, een dreigende val in water. Toen ik nog in Nederland woonde waren er geen hoogteverschillen, dus hij moet in mijn leven gekomen zijn in Griekenland (1991–1995) of daarna in Duitsland (1996 tot heden).

3 reacties

Opgeslagen onder Dromen, Fietsen, Persoonlijk

De fiets of niets

Bij de vorig jaar vernieuwde supermarkt in Cappel is met enige vertraging nu een fietsenrek geplaatst. Een verkeerd fietsenrek: zo eentje waar je niets aan hebt, omdat je de fiets nergens aan kunt vastmaken. In Italië zag ik van de zomer alleen maar prima fietsenrekken; hier gaat men nog door met verouderde goedkope prullen.

Bij dat fietsenrek stond een bordje: ‘Dank U, dat u ter wille van het milieu met de fiets bent gekomen.’ Slijmerds! Als ik met de fiets naar de supermarkt ga doe ik dat niet voor het milieu, maar omdat er niets anders op zit. Weliswaar kun je bij de supermarkt parkeren, maar in de rest van Marburg niet, dus als ik naar meer dan één bestemming moet is de fiets het aangewezen vervoermiddel. Als ik aan het milieu dacht bij het boodschappen doen, zou ik niet bij jullie kopen.

4 reacties

Opgeslagen onder Einkaufen, Fietsen, Marburg

Kehna en verder

Op een van mijn fietstochten kwam ik door Kehna. Dat gebeurt wel vaker, ik ben er dan in een paar tellen doorheen. Het is een buurtschap die bestaat uit misschien vijf boerderijen. Dit keer viel mij een cafeterras op, en omdat ik wel zin had in koffie heb ik daar gepauzeerd. Het is eigenlijk een eco koffiebranderij, maar sinds kort ook met terras. Prettig toeven daar, en de mensen die er in en uit liepen hadden ook een rustige en vriendelijke uitstraling. Een korte wandeling langs de andere hoeven bleek een aangename verrassing. Wat een mooi gehucht, en al die panden zo prachtig opgeknapt en onderhouden! Ik moest toch weer eens vaststellen dat je als fietser eigenlijk te snel bent om iets te zien.

Pas thuis in het internet heb ik gezien wat dat is, Kehna. Omstreeks 1990 moet het erg vervallen zijn geweest; een stichting kocht het en heeft er een werk- en woonplek voor geestelijk minder bemiddelde mensen van gemaakt: die Gemeinschaft. Het geheel heeft nu 90 inwoners. Zeg maar een soort sociale werkplaats, of liever gezegd meteen vier. Die koffiebranderij, een weverij, een timmermanswerkplaats en iets met natuurbeheer. Blijkbaar is het een groot succes, de mensen die daar rondliepen maakten allemaal een gelukkige indruk en wie zou dat niet worden in zo’n paradijselijke omgeving. (Natuurlijk zijn het ook mensen en ik zie de rottenis best voor me: verduistering van stichtingsgelden, sektarisme, misbruik van zwak begaafden, moord; er zit best een Krimi in. Die moord moet dan met een hamer.)

Vervolgens koos ik voor een traject dat ik nog nooit gereden had. Het was ook niet zo makkelijk te vinden, maar met behulp van boeren op het land en mijn mobieltje lukte het. Want tot mijn verbazing had dit lege land prima internetontvangst. Via Stedebach en Holzhausen naar Fronhausen, dat in het dal van de Lahn ligt en vrijwel onvermijdelijk is voor Lahnfietsers.

Stedebach, met nog maar 25 inwoners, is ook iets aparts. Het lijkt niet van deze wereld, een grote boerderij en drie, vier kleintjes. Hier komt Demeter-voedsel vandaan, verbouwd en gegroeid volgens de strengste eco-normen. Inderdaad zag je een flinke Gutshof zoals in de oude tijd. In-gelukkige koeien, of misschien deden ze maar alsof, want de lage melkprijs zal ze te stellen geven. Als U denkt dat U daar met de bus heen kunt hebt U het mis: misschien rijdt er twee keer per dag een schoolbus; anders moet U aan de zog. ‘grote weg’ uitstappen, lijn 32, ieder uur een bus en dan nog een stuk lopen.

Holzhausen was geloof ik niet zo veel aan. maar ik had toch al geen energie meer om nog meer indrukken op te nemen. Wat vooral prachtig was waren de paden door het landschap, deels steil, deels golvend.

Geen foto’s van mezelf ditmaal; had de camera niet bij me. Op de weinig sfeervolle foto’s uit het internet ontbreekt vooral de bloemenpracht op de binnenhoven. Misschien zet ik er later nog eens iets van eigen hand in.

1 reactie

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg

Fietsstrook

Waaraan herkent men een fietsstrook, hier in Duitsland? Aan de onderbroken witte lijn, aan de erop aangebrachte afbeelding van een fiets en dikwijls ook aan de erop stilstaande of parkerende auto’s. Of dat laatste is toegestaan weet ik eigenlijk niet; het komt zo vaak voor, dat het kennelijk niet bestraft wordt.
Hoe dan ook, ik reed door een straat waar een auto stopte die het eens anders wilde doen. Hij liet de fietsstrook vrij en stopte op de rijbaan. Dat had tot gevolg dat achter hem zich een rij wachtende auto’s vormde. Dat vond ik, als fietser, onprettig. Om eraan voorbij te komen moest ik zowat op de linker rijbaan. De vrijgelaten fietsstrook kon ik toch niet gebruiken: de eerste auto zwaaide de portieren open en twee mensen begonnen tassen en zakken uit te laden en naar een huis te dragen. Was het niet in ieders belang geweest als de auto toch op de fietsstrook had gestopt? De andere auto’s hadden er dan makkelijker voorbij gekund, en ik ook.

5 reacties

Opgeslagen onder Fietsen

Naar boven

Een tweedaags fietstochtje naar het Sauerland, waarbij ik voor het begintraject de nieuwe treinverbinding naar het Noorden heb gebruikt. Het lijkt al zo vanzelfsprekend: Marburg heeft nu directe treinen naar Korbach – Willingen – Brilon – Bestwig. Dat is al bijna Nederland! Voeger gingen er vanuit Amsterdam directe treinwagons naar Brilon en Bad Wildungen.
Maar zover ben ik niet gegaan. Ik heb de trein genomen tot Herzhausen en ben daar begonnen te fietsen. Het dorp is troosteloos. Ik dacht nog een stuk Edersee mee te pikken en dan af te slaan naar Vöhl. Dat was meteen het zwaarste en meest teleurstellende traject. Het pad langs de Edersee maakt deel uit van de interregionale Hessische fietsroute R5, maar ik heb zelden zo’n smal, beroerd, stenig pad gezien. En bij tijden gevaarlijk zelfs, want aan de rechterkant gaapte een ijselijke afgrond. De Edersee zelf was ook teleurstellend, want er zat geen water in. Wat heb je nou aan een stuwmeer zonder water? In de toekomst zullen we champagne moeten drinken. Alleen op de bodem, heel in de diepte, waren nog wat waterlopen en verder allerlei wuivende grassen. Ik heb teruggezwaaid, maar niet van harte. Bevrijdend leek de wegwijzer naar Vöhl, maar bij het volgende kruispunt stond geen wegwijzer zodat ik een paar km. verkeerd gereden ben. En weer terug, inderdaad. Dat was niet zo erg geweest als het niet ook zo’n slecht pad was geweest. Over de theoretisch zes km. naar Vöhl heb ik wel een uur gedaan. Het dorpje stelde niets voor, maar daarna kwam de bevrijding, waren de wegen en paden goed, de landschappen prachtig, was de bewegwijzering soms goed, soms knudde, zoals hier gangbaar is. Dat schijnt per gemeente anders te zijn. Het weer was zowel donderdag als vrijdag stralend zonnig.
Korbach is een mooi oud stadje, maar dat heb ik nu niet bekeken, omdat ik dat bij andere gelegenheden al uitvoerig had gedaan, inclusief Spalte. Willingen is een groot dorp; ik had het uitgezocht omdat ik daar wel een goede herberg vermoedde. Welnu, daarvan wemelde het; een echte toeristenplaats. Ik ben aan de rand van het plaatsje goed geslaagd, maar het centrum was niet prettig: Jubel, Trubel, Heiterkeit.
Deze streek moet het vooral van zijn prachtige, soms ontroerend mooie landschappen hebben. De bergen zijn wat hoger dan in het welige heuvelland bij Marburg.
Medebach is een oude Hansestad, maar daar merk je niets meer van. De stad is in de Dertigjarige Oorlog totaal vernietigd: iets met Soennieten tegen Sjiïeten of zo. Er staan nog wat vakwerkboerderijen; verder is het een beetje sjofel en arm.
Hallenberg is een mooi historisch stadje met veel oude huizen, met nog een twaalfde-eeuwse kapel. Omdat het inwoneraantal dalende is, zoals vaak in deze streek, blijft men gespaard voor de aanblik van nieuwbouwwijken.
Er waren momenten van lichamelijke en geestelijke zwakte, waarop ik ernaar verlangde de fiets maar weer op de trein te zetten. Maar dat ging niet; ik moest verder en later op de dag was ik door de vermoeidheid heen. Blijkbaar heb ik nog reserves op dit gebied. Maar dat ik verdwaald ben bij Niederasphe moet toch aan vermoeidheid hebben gelegen, want eigenlijk ken ik die streek. Eenmaal thuis was ik  niet uitzonderlijk moe. Morgen zou ik zo weer verder kunnen, maar de plichten van samenzijn en zitten roepen weer.
Zo’n bergachtig land vreet de accu leeg, vooral als je soms de verkeerde berg oprijdt. Gisteren morgen ging het bijzonder snel; dat kan ook aan de nachtvorst gelegen hebben. Toen ik om half tien wegreed lag de rijp nog op de daken. Ik zag het al somber in, maar bij een vriendelijk stopcontact onderweg kon ik even wat bijladen. Later op de dag, in de vlakte, was het weer gewoon 20 graden.
Vlak voor thuiskomst nog even de supermarkt in. Dat moest wel, want vandaag is het Wereldduitsersdag; dan is alles dicht.
Neveneffect van het tochtje: mijn broek zakt af. Gewicht verliezen gaat snel als je wat doet.

For the record: Herzhausen slecht pad naar Vöhl – Marienhagen – Korbach – Rhrena – Welleringhausen – Usseln – Willingen – Usseln – Oberschledorn – Medebach – Medelon – Dreislar – Braunshausen – Hallenberg – Allendorf/Eder – Battenberg – Laisa – mooi! naar Overasphe – Niederasphe – verdwaald, terecht gekomen in Münchhausen – Simtshausen – Wetter – Sarnau – Cölbe – supermarkt – thuis

3 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Fietsen

Terugfietsen

Het Middenhessische landschap, hoe mooi ook, verveelt me soms als decor voor mijn fietstochten, omdat ik het allemaal al ken. Daarom heb ik het vandaag anders aangepakt: een tour achterste voren gemaakt. Dat blijkt een ei van Columbus, ofwel een Kolumbusei; ziet U, zo kan het inderdaad ook. Alles ziet er ineens uit als nieuw. Het pad van Marburg-Noord over de Lahnbergen naar Braubach blijkt de mildste manier überhaupt te zijn om over die heuvels te geraken. Naar Großseelheim kwam ik in een zucht, omdat de weg daar zachtjes naar beneden glijdt. Normaal ben ik daar altijd moe, omdat het aan het einde van de tocht ligt, maar nu lag het aan het begin. Nu heb ik ook de kerk eens gezien, en het café van de meer dan riante schuttersvereniging. (Zal ik de wereld ooit begrijpen?) Zoals de naam al zegt is Großseelheim een ruimhartige plaats met een open karakter. Dat is niet alleen mijn waarneming; daarom staat het hier bekend. Een plaats waar veel gedaan wordt en veel kan, en met raadselachtig veel geld. Dit in tegenstelling tot het verderop gelegen Kleinseelheim, dat zijn naam ook alle eer aandoet en benepen is, een beetje eng zelfs. Vooral dat pension tegenover het kerkhof: een oud huis in grijs en bruin, met daaraan in Oudduits schrift een bordje Fremdenzimmer bevestigd. Psycho-achtig—of nee, ik denk dat ze daar geen douches hebben, maar lampetkannen.
Waarom Himmelsberg zo heet was me niet meteen duidelijk. Even dacht ik dat het was omdat je van bovenop de berg het kasteel van Marburg in de verte kunt zien liggen. Maar nee, toen ik het dorp verliet zag ik het: een adembenemend glooiend vergezicht in de diepte met beneden de grote kerk van Stausebach en de vlakte daarachter en de heuvels daar weer achter. Een foto heb ik daarvan niet; ik weet nooit hoe je indrukwekkende landschappen moet fotograferen. Op de kalenders van de Elf Provinciën, vroeger, zorgden ze altijd dat ze een boom of wat lover op de voorgrond hadden, maar dat kan toch niet alles zijn? Lijkt me te banaal. Nee, U zult er zelf naar toe moeten. Met de fiets of de auto, want er stopt daar vast geen bus.
Van Schönbach kon ik geen chocola maken. Er was geen beek, en ook geen muziek van Bach. Er is daar helemaal niets moois. Wel heb ik een oud echtpaar in klederdracht gezien. Dat een oude vrouw zo’n dracht aan heeft komt wel vaker voor, maar mannen dragen het heel zelden. Zo’n dracht is leuk om te zien, maar vaak zitten er aartsconservatieve, benepen mensen in.
Het dorpje is omgeven door dijklichamen, een heel Nederlands gezicht. Men heeft daar een groot stuwbekken voor de overloop van het water van de Ohm ingericht. U kent misschien de Lahn, maar zelfs als die vol bruisende bruine drab uit het Sauerland aan komt zakken kan die niet zo veel kwaad. Af en toe een verdronken auto op een parkeerterrein, dat is alles. Het zijn de wilde vloeden van de zijrivier de Ohm die een groter gevaar vormen voor Marburg, en daarvan hebt U waarschijnlijk nooit gehoord. 8.30 meter hoog is het bekken! Ik voel me veilig. Meestal staat er helemaal geen water in en kan er van alles grazen. Als de nood echt aan de man zou komen kunnen ze nog een stel weilanden in Marburg-Noord laten vollopen, waar nu een winkelcentrum op staat. Dat levert schade op, maar niet zo immens als wanneer de stad zou onderlopen. Zover is het sinds ruim een eeuw niet meer gekomen, maar je weet nooit. We kunnen de dubbelgeëerde Dr. h.c. Dr. E.h. Georg-August Zinn dankbaar zijn dat hij een halve eeuw geleden het loffelijke initiatief tot die stuw genomen heeft. Danke schön, Herr Doktor Doktor!

7 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Fietsen, Marburg