Categorie archief: Muziek

Huiswerk maken

Om een beetje aardig te zingen moet je steeds oefenen, dat is niets nieuws. Wél nieuw is dat ik dat inderdaad doe, en wel zonder dat iemand mij het opdraagt. Er zitten onvermoede kanten aan dat zingen. Bij voorbeeld het uitspreken van de klanken en woorden, die heel anders is dan bij gewoon praten. Herz bij voorbeeld wordt voor in de mond met een vlakke e uitgezongen, maar als het woord op een hoge toon valt en ook nog luid moet zijn, op de climax van een romantische verzuchting bij voorbeeld, dan verandert het in ‘urts, waarbij die ‘ voor een soort braakgeluid staat. U meent te smachten bij mein Herz, maar U hoort in werkelijkheid maain ‘urts. Italiaanse woorden worden verkort en aan elkaar geplakt; twee klinkers worden vaak op één noot gezongen. Zoiets in een reeks korte nootjes te proppen en ook nog verstaanbaar te krijgen lukt alleen als je het vele malen doet, en morgen weer, en overmorgen weer. En ik doe het nog ook, vrijwillig.
.
Dat is een sensatie voor iemand die van kindsbeen aan zijn huiswerk geboycot en gesaboteerd heeft. U begrijpt: dat ik het desondanks semi-ver heb gebracht ligt natuurlijk aan mijn buitengewone intelligentie. Die groot genoeg was om op kritische ogenblikken, vlak voor een proefwerk of zo, toch het benodigde minimum aan kennis door mijn strot te wurgen. Wat ook hielp was de toestand van halfslaap waarin ik op school vaak verkeerde, zodat het steeds herhaalde gemurmel van de leerkrachten zich min of meer vanzelf in het brein vastzette. Bereidheid tot werken was er alleen als de leraar goed was en het vak mij interesseerde. Voor aardrijkskunde en geschiedenis heb ik heel veel meer gedaan dan vereist werd, vooral over Oost-Azië. Hetzelfde gold voor Hebreeuws, een facultatief vak. Maar Frans was niks; toen ik dat later echt nodig had moest ik het inhalen met romans lezen en cursussen in het Institut Français. De tien voor algebra op mijn eindexamen, die de twee voor meetkunde onschadelijk maakte, was te danken aan de bijlessen van onze buurman, die wiskundeleraar was aan de Zeevaartschool. Zoals hij het uitlegde vond ik het wel leuk. Ter compensatie verzorgde ik dan zijn grote aquarium.
.
Het boycotten van huiswerk en andere taken is mijn hele leven doorgegaan. Inclusief natuurlijk de steeds terugkerende buikpijn als ik moest presteren en me niet had voorbereid. Natuurlijk ontwikkel je dan een soort handigheid om je toch een beetje aardig te presenteren. Een leraar doorzag dat wel en zei soms tegen me: ‘Voor een improvisatie niet slecht!’ Maar het is zwendel, en het vreet energie, die je net zo goed aan het maken van huiswerk had kunnen besteden—als dat maar niet zo weerzinwekkend was geweest!
.
Maar nu is dat dus over. Omdat ik eindelijk volwassen geworden ben, en misschien ook omdat ik niet hoef te zingen?

4 reacties

Opgeslagen onder De mens, Muziek, Persoonlijk

Ariadne op Naxos

Daarover heeft Claudio Monteverdi (1567–1643) de eerste opera geschreven, L’Arianna, eeuwen vóór Richard Straus er ook een schreef. Maar Monteverdi’s werk is verloren gegaan: er is maar één aria van over: Lasciate mi morire, en vier madrigalen die hij apart gemaakt had: de Lamento di Arianna, voor vijfstemmig koor. Deze laatste zijn ongelooflijk prachtig. Ik oefen ze in een van mijn koren (uitvoering in februari 2018) en dat bezorgt mij telkens weer kippenvel en heel veel plezier; het is een stuk waar je nooit genoeg van krijgt. De de boven aangeduide opname voor vijf enkele stemmen is prachtig; voor studiedoeleinden ook handig is deze.
.
U herinnert zich: Ariadne had op Kreta de Atheense prins Theseus geholpen bij het verslaan van de Minotaurus in het labyrint; die truc met die draad. Theseus, die nu in Athene koning kon worden, nam Ariadne mee, maar liet haar achter op het eiland Naxos omdat hij daar een zeker Aigle leerde kennen, aan wie hij snood de voorkeur gaf. Op het schilderij van Angelica Kaufmann (1741–1807) hieronder ziet U zijn schip net wegvaren. Ariadne heeft niet al te lang gejammerd, want ook zij kon wat beters krijgen: Dionysus, alias Bacchus, een echte god! Het schilderij van John Vanderlyn (1775–1852) toont haar in kennelijke afwachting van de nieuwe vrijer, terwijl Theseus’ schip nog niet eens het anker heeft gelicht.
.
Maar zover is het bij Monteverdi nog niet. Ik vat Ariadnes klacht even samen:
1. (0:00) Laat mij maar sterven; wie zou mij kunnen troosten in een zo zwaar lot, in een zo groot martyrium?
O Theseus, mijn Theseus! Je bent nog steeds de mijne, al ben je mij ontvlucht. Keer om, Theseus, om een blik te werpen op een vrouw die alles voor je heeft opgegeven en haar botten zal overlaten aan de wilde dieren, die haar zullen verslinden.
.
2. (1:45) O Theseus, als je eens wist hoe bang de arme Ariadne is, en hoe zij lijdt, dan zou je misschien de steven wenden. Maar nee, terwijl ik jammer, vaar jij heerlijk verder. Athene bereidt zich voor op jouw glorieuze intocht, terwijl ik hier achterblijf als prooi voor wilde beesten op een verlaten strand. Jij zult je ouders weerzien, maar ik zal de mijne nooit weerzien.
.
3. (7:08) Waar is de trouw die je me gezworen had? Ik ben jou trouw gebleven, maar jij? Is dit de verheven troon waarop je mij zou zetten? Zijn dit de kronen, de scepters, de juwelen en het goud? Moet de ongelukkige Ariadne dan vergeefs huilen en om hulp roepen?
.
4. (9:53) Ach, hij antwoordt niet eens. Hij is dover dan een slang voor mijn klachten. Laat hem toch in zee verzinken! Laat er maar een storm opsteken en hem naar de diepte  sleuren, laat de zeemonsters en walvissen maar toesnellen om hem te verslinden!
O Theseus! Nee, dit ben niet ik, o nee, die deze vreselijke woorden spreekt! Het waren mijn angst en smart die spraken. Mijn tong heeft wel gesproken, maar niet mijn hart.
.
Het stuk bevat zoveel uiteenlopende emoties, in de tekst en dientengevolge ook in de muziek. Echt verdriet, wanhoop, teleurstelling, verwijt, jaloezie, zelfmedelijden, coquetterie, woede en toch weer verdriet. Het zal ook wel de eerste storm in de opera geweest zijn, een motief dat later erg geliefd zou worden en waarmee men met de techniek van toen eer kon inleggen (windblazers, golven van bordkarton die door toneelknechten in beweging werden gehouden).
.
Hoe kende Monteverdi de zieleroerselen van zijn fictieve Ariadne? Die heeft zijn tekstschrijver, de dichter Ottavio Rinuccini (1562–1621) hem geleverd. (Deze had er even niet aan gedacht dat er op Naxos geen grote roofdieren zijn.)

Angelica Kaufmann, Ariadne op Naxos

John Vanderlyn, Ariadne op Naxos

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Kunst, Muziek

Verdunning en multiculti

Gisteren was Mozarts La clemenza di Tito op de televisie, een beetje een draak van een opera: prachtige muziek, maar als geheel wat raar. In Salzburg hadden ze het stuk omgewerkt en er andere stukken aan toegevoegd. Erg? Welnee, dat werd vroeger ook gedaan, en het was goed gelukt.
Opvallend was dat de rol van Titus werd gezongen en gespeeld door een grote zwarte man, Russell Thomas. Ook andere belangrijke zangers waren mensen of colour. Ik moet bekennen, dat ik daaraan even moest wennen, maar dat was gauw gebeurd. Ze zongen geweldig en waarom ook niet. De tijd dat zwarte mensen hoogstens eens Othello mochten spelen ligt gelukkig ver achter ons.
De handeling was naar onze tijd verplaatst, de aankleding was modern. Het ‘volk’ bestond hier uit vluchtelingen, de hoofddoekjes konden net zo goed Romeins als islamitisch zijn en de aanslag op Titus geschiedde met de van IS bekende middelen.
En het Romeinse Rijk was sowieso niet blank. Goden en mensen migreerden vrijelijk naar andere rijksdelen, alles liep er lekker door elkaar. Er waren tenminste twee Arabische keizers, afkomstig uit Syrië: Elagabalus (reg. 218–222) en Philippus Arabs (244–249). Niet dat die nou zo fantastisch regeerden, maar dat doen Juncker en Rutte ook niet. Tegenwoordig zou een Syriër in geen velden of wegen heerser over Europa kunnen worden, laat staan over Nederland; of dacht U van wel?
Onlangs las ik (maar waar? ergens bij Jona Lendering misschien) dat zich tijdens de bouw van Hadrian’s Wall, een soort limes in Engeland, 8000 Syrische soldaten in Engeland bevonden, plus natuurlijk een ongeteld aantal gewone burgers uit dat land. Zelfs de pukkeligste Engelse Neonazi kan dus Syrische genen in zich hebben.
Volgens de Britse volkstelling van 2011 waren er toen ongeveer even veel Syriërs, namelijk 8526. Na de grote vluchtelingenstroom van 2015 zullen dat er meer geworden zijn. En dat zijn dan alleen nog maar Syriërs. Ook op het continent, ook in Nederland is er sinds de Romeinse tijd duchtig verdund. Denk eens aan de soldaten uit Spanje, geloofsvluchtelingen uit Vlaanderen en immigranten uit Frankrijk (Hugenoten, en bij voorbeeld de Baudetjes). Later natuurlijk de talloze genen die uit Indonesië (ook Bolkestein, Wilders), Suriname en de Antillen bij ons over de grens wipten.

Het beste lijkt de verdunning te erkennen en te omarmen. Het gemak waarmee in het Romeinse tijd met goden werd omgegaan is helaas niet meer na te volgen: monotheïstische goden weigeren gemeenlijk zich te laten hernoemen of bij andere goden in één tempel te kruipen. Maar ach, ze zijn elk voor zich al aardig aan het verdunnen. Ja, ook de god van de islam. Zoals Iyad el-Baghdadi onlangs opmerkte: Islam went from being a religion to being a cultural identity, then from being a cultural identity to being a kind of nationalism. Het zijn voornamelijk westerse media en politici die moslims terugduwen in de reli-prut en hen beletten zich daaruit te bevrijden.

In Salzburg hadden ze het verenigd Europa natuurlijk allang begrepen. Ik ga geen namen van medewerkers noemen, maar die zijn volledig internationaal en meertalig. Het operakoor van Perm (Rusland) deed ook mee.

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Kunst, Muziek

Zanguitvoeringen 2017

Een intensieve koorweek in Warendorf achter de rug; misschien schrijf ik er nog over, misschien ook niet. Eerst wil ik een lijstje maken van alle stukken waar ik dit jaar in meegezongen heb bij een openbare uitvoering. Zo wil ik het overzicht voor mezelf behouden, en tevens verwijzen naar zo goed mogelijke of juist heel merkwaardige uitvoeringen bij Youtube. U hoeft dit dus niet te lezen, maar het mag natuurlijk wel; dan zou ik aanbevelen ook naar de muziek te luisteren. Ik heb bij voorkeur uitvoeringen met weinig zangers genomen, voor grotere duidelijkheid, meer vakmanschap (dan zijn het solisten!) en omdat ik me dan zo lekker kan vereenzelvigen met een bepaalde zanger. Zelf zing ik in ensembles van 12–35 personen, meestal a capella. Als je in een groepje van drie tenoren zingt ben je geen solist, maar toch wel behoorlijk belangrijk …

– Gregoriaans: Graduale triplex: Alleluia – Laudabitur iustus in Domino
– Hans Leo Hassler (1564–1612), Nun lob mein Seel, den Herren
– Melchior Vulpius (1570–1615), Lobt Gott den Herrn, ihr Heiden all
– Heinrich Schütz (1585–1672), Frohlockt mit Freud, ihr Völker all (Beckerscher Psalter)
– Heinrich Schütz (1585–1672), Verleih uns Frieden genädiglich  of deze
– Johann Hermann Schein (1586–1630), Die mit Tränen säen
– Johann Walter (1496–1570), Wach auf, wach auf, du deutsches Land
– Thomas Tallis (1505–1585), If ye love me
– Orlando di Lasso (1532–1594), Madonna, mia pietà
– Orlando di Lasso (1532–1594), Bonjour mon cœur
– Henri Purcell (1659–1695), Magnificat in C groot: My soul doth magnify the Lord
– Felice Gardini (1716–1796), Viva tutte le vezzose
– César Franck (1822–1890), Panis angelicus
– Anton Bruckner (1824–1896), Virga Jesse floruit
– Anton Bruckner (1824–1896), Ave Maria gratia plena
– Johannes Brahms (1833–1897), Warum ist das Licht gegeben, Op. 74/1
– Gabriel Fauré (1845–1924), Cantique de Jean Racine
– Waldemar Åhlén (1894–1982), Sommarpsalm
– Maurice Duruflé (1902–1986), Kyrie eleison uit het Requiem in D-klein
– Heinrich Poos (1928––), Unser Vater aus ‘Ein Stundenbuch’

In bewerking:
– Toinot Arbeau (1519–1595), Belle, qui tiens ma vie   of deze
– Andries Pevernage (1542–1591), Secoure moy madame (geen opname; tekst hier)
– Jakob Buus († 1565)
– Claudio Monteverdi (1585–1672), Madrigali, boek 6 (Lamento di Arianna)
– Claudio Monteverdi (1585–1672), Sestina
– Johannes Brahms (1833–1897), Ein deutsches Requiem

Hoogtepunten voor mij zijn Schein, Die mit Tränen, Schütz, Verleih en Monteverdi, Arianna, Brahms, WarumDuruflé vond ik niet veel aan.

Wordt nog aangevuld, met nieuwe of andere geluidsopnamen en met nieuw gezang mijnerzijds. Het jaar is immers pas net over de helft.

3.9.2017 Monteverdi’s Sestina vond ik eerst niet zo prachtig, maar bij nadere studie toch wel! Het is een klaaglied naar aanleiding van een sterfgeval, vandaar zeer ingehouden, terwijl Ariadne’s klacht over een vertrek ging: smart mengde zich daar met woede en zelfbeklag, dat is veel dramatischer.

1 reactie

Opgeslagen onder Muziek

De hoge b en de behaagzucht (?)

Eerder schreef ik al over de hoge c. Ja, die kwam er bij mij ook al eens uit. Die was niet om aan te horen, het was eerder een gepiep, maar het feit dat hij ‘in principe’ aanwezig was betekende dat ik erop mocht vertrouwen een tenor te kunnen worden.

En gisteren was daar dan de hoge b. Nu niet als gepiep, maar zuiver en mooi gezongen, met een behoorlijk volume. Dat was nog niet vertoond en zal ook niet zo gauw herhaald worden. Het doet er namelijk nogal toe onder welke omstandigheden zo’n toon geproduceerd word. Ditmaal gebeurde het bij het inzingen door een ervaren en competente koorleidster.

Inzingen: ik wist tot voor kort zelf niet wat dat was, dus ik zal het even uitleggen. Wie zomaar zijn mond open doet om te zingen brengt meestal onaangename klanken voort. Daarom denken ook veel meer mensen dan nodig dat zij ‘niet kunnen zingen’. De stem moet telkens even losgemaakt worden, wakker geschud, een kwartiertje of zo, met uitgekiende oefeningen. In mijn opmars door de koren – ze worden steeds beter – was ik beland bij Canticum Antiquum, waar we Franse madrigalen en ook de Lamento di Arianna van Monteverdi zingen; wat een heerlijke muziek! De koorleidster daar had weer andere oefeningetjes dan ik gewend was, en floep, daar kwam die hoge b. Ik had het zelf niet eens in de gaten; het werd me achteraf gezegd.

Bij mij thuis lukt dat niet; dan ben ik immers alleen aan het hannesen. Maar bij mijn zangleraar is het ook maar een halve keer gelukt. Waarom? Bij hem zit er altijd een beetje schrik op de achtergrond: ik moet presteren, o jee, ik kan het niet! dat gevoel; en dan klapt de strot weer toe. Misschien lukte het bij die koorleidster geheel vanzelf en speels omdat zij een vrouw is. Mijn hele leven heb ik al gemerkt dat ik op mijn best ben als ik iets voor een vrouw doe. Dr. Freud lässt grüßen.

Waar is die hoge b goed voor? Voor een koorzanger is hij niet nodig, en voor die oude muziek al helemaal niet. En een solocarrière zit er voor mij niet meer in. Maar als je de b hebt komt de a, komen vele a’s, met groter gemak, en die zijn bij koorzang wel nodig. Turandot kan ik altijd nog in bad zingen.

2 reacties

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

SATB

Zangers zullen deze afkorting herkennen: Sopraan – Alt – Tenor – Bas. Hij staat vaak bovenaan koorpartituren afgedrukt. Dit weekend was gewijd aan koorrepetities: gisteren van 10–21 uur, vandaag van 10 – 16.30. Twee cantates van Bach (27 en 80) en zijn mis in G klein (BWV 235). Nu ben ik dus moe, maar ook wel tamelijk gelukkig. Want ik heb een doorbraak beleefd.

Over de hoge tonen (g, a) kon ik de laatste tijd redelijk beschikken, maar slechts een beperkte tijd. Daarna klapte de keel dicht. Dat kwam omdat de stem van vermoeidheid terugzakte in de borststem, kelig werd. Daarmee kom je maar tot d of e, en dan nog met moeite, dus dan vallen álle hogere tonen uit. Zo ging het gisteren ook weer, en dat is deprimerend, want dan denk je dus dat je nooit verder zult komen. Maar de stem moet helemaal niet meer in de keel, hij moet voor in de mond blijven, dan kun je eindeloos doorgaan. Dat had mijn leraar me al herhaaldelijk uitgelegd, maar zonder dat het tot resultaten had geleid. Gisteren echter, toen na een uurtje repeteren mijn keel alweer met de witte vlag zwaaide, zag het er treurig uit: er zouden immers nog anderhalve dag volgen en wat moest ik dan zingen? Gewoon toch maar de mond open gedaan, en zie aan: na een poosje kwam er weer kopstem uit, ook langere stukken in de hoogte en zelfs coloraturen floepten er gemakkelijk uit. Een wonder had zich voltrokken. Ik zou niet na kunnen vertellen wat ik nu precies anders deed, maar het werkte. Er kwamen wel weer perioden dat het niet werkte, maar een groot deel van deze repetitiemarathon kon ik de gewenste klanken van mij geven.

Een verdere observatie: er zijn in die muziekstukken gedeelten waarin de tenor moet beginnen, of overheerst. Waar je vanuit het niets zonder de SAB een frase ten gehore moet brengen bij voorbeeld, die met een hoge g begint en ook verder hoog gelegen is. Zulke passages komen er natuurlijk bijzonder op aan. Door een mengsel van ijdelheid en verantwoordelijkheidsgevoel wist ik die passages extra goed te doen slagen, hoog of niet. Staat de kopstem eenmaal ter beschikking, dan is hij blijkbaar tot alles te verleiden. Misschien is hij ook wel ijdel. En juist als hij toch moe wordt of het eng begint te vinden aan de top nemen andere stemmen de melodie over en kun je even wegzakken in begeleiding.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Muziek als geneesmiddel

Ik aarzelde toen L. vroeg of ik morgen mee wilde naar Bachs Johannes Passion in de Elisabethkirche. Het stuk is mij zeer dierbaar, maar tenminste twee uur stil zitten met dat been in een protestantse kerk? Katholieke kerken hebben knielbankjes en dus meer beenruimte, maar protestantse kerken uit vroeger eeuwen, dat is zoiets als de Economy Class van de Lufthansa. Erger vind ik nog dat het stuk door een niet al te beroemd ensemble en mij onbekende solisten zou worden uitgevoerd. Opgegroeid in Amsterdam ben ik van kindsbeen aan de allerhoogste kwaliteit gewend geweest. Als student kon je daar met het Cultureel Jeugdpaspoort voor ik meen vijf gulden naar de schitterendste concerten in het Concertgebouw, en ik ben vaak gegaan. Nu woon ik echter in de provincie en moet ik me vaak behelpen met middelmaat. En als het nu nog het Marburger Bachkoor was; maar nee, dat zingt op hetzelfde tijdstip iets totaal anders. Eigenlijk was ik liever daarheen gegaan: werken van Brahms en Dvorak. Maar dat is in de Fürstensaal van het kasteel: een ongemeen moeilijk bereikbare locatie als je iets met je been hebt. En een akoestiek die alleen maar te genieten is als je een van de centrale plaatsen hebt kunnen bemachtigen. Datzelfde Bachkoor had me om akoestische redenen een paar maanden geleden al teleurgesteld: Bachs H-Moll Messe, maar dan in de Lutherse kerk: ze zongen echt goed, maar het stuk viel plat door de akoestiek, tenminste waar ik zat. Sinds kort heeft Marburg een nieuwe Stadthalle: het Erwin Piscatorhaus. Ik weet niet eens hoe goed die zaal is, want klassieke musici treden er niet op; de huren zijn waarschijnlijk te hoog. Het blijft behelpen.

Goed, dus toch maar naar de Johannes Passion, als we nog kaartjes kunnen krijgen tenminste. En niet alleen als compromis. Ik moet namelijk ook eens leren omgaan met middelmatigheid en de vaak toch te waarderen mooie kanten daarvan. Al was het alleen al omdat ik zelf ook middelmatig ben in de muziek. Ik was al een keer naar mijn oude koor gegaan en ziedaar: er staan drie stukken van Bach op het programma; dat bevalt me. Geoefend hebben we die avond Wir danken Dir Gott. Dat beginkoor, is dat voor amateurs überhaupt zingbaar? Bach doet altijd of zijn zangers een orgel zijn dat geen ademhaling en geen rust nodig heeft; genadeloos. Halverwege het beginkoor was ik al hees. Nou ja, dat is amateurisme, dat kun je afleren. Maar het blijft een zware kluif. Nee, het kan niet, het is niet zingbaar, maar je wilt het wel, en op de een of andere manier lukt het dan toch.

Vandaag was mijn eerste zangles na het ziekenhuis. Wir danken Dir Gott geprobeerd, en jawel, het was verbazend hoe mijn leraar zo’n stuk er bij mij toch min of meer aanvaardbaar uitkrijgt. Nu maar hopen dat het herhaalbaar is. Maar ik krijg daar nu zin in, om maandag mijn stem te laten horen in het koor, en dat is dus een aanzienlijke stap terug in het leven. Want bij nader inzien had ik na het ziekenhuis nog nergens zin in gehad.

En zondag alweer in een ander ensemble liederen van Brahms; ach, het zal wel goed komen.

3 reacties

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Pijnverdrijf

Natuurlijk moest ik naar het kuurconcert; hoe had ik ooit kunnen overwegen, niet te gaan? Al spoedig bleek dat anderhalf uur live muziek evenzeer tot de genezing bijdroeg als al die andere Anwendungen. David speelde harp voor de depressieve koning Saul, dat is bekend, maar het zou een misvatting zijn, te menen dat muziek alleen helpt tegen zielenpijn. Zij blijkt ook concrete, lichamelijke pijn te verjagen. Ik had in mijn leven te weinig pijn gehad om dat te hebben ervaren, maar nu weet ik het. De pijn verdween en kwam gisterenavond niet meer terug.

En ik had het kunnen weten, want het is bekend dat de oude Arabische artsen hun patienten o.a. behandelden door voor hen te zingen! Dat hoorde toen gewoon bij de opleiding. Dat mevrouwtje van zorg en gezondheid in Nederland, voor wie de Nederlandse beschaving de beste ter wereld is, heeft daar natuurlijk geen flauw benul van.

Het programma heette Balkanreise. Zeven Balkanezen uit het Bad Wildunger Kurorchester hadden elkaar blijkbaar gevonden en besloten ook als groepje op te treden. Inderdaad brachten ze ook bij mij een reis tot stand: van mijn  eerste binnenlopen in het nog zo overweldigend Ottomaans uitziende station van Belgrado, in 1964, via Montenegro, de bergpassen over naar Prizren in Kososvo, Macedonië, de tabaksbladeren die naast de huizen hingen te drogen, en ook toen al veel muziek. Mijn eigen Balkan was er weer; een heilzame bijwerking.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Muziek, Persoonlijk

Wandel

In zo’n kliniek wordt heel wat heen en weer geschuifeld, vooral rond de voedertijden. De talloze mensen die je dan tegenkomt begroet je met guten Morgen, guten Tag, guten Abend of eenvoudig hallo, als je iemand een beetje kent. Maar verder is er niet veel conversatie. Over de kwaal, de genezing, het eten dat op tafel staat of het eten van gisteren, allemaal vervelend. Maar in Duitsland praat men niet gauw over interessante zaken, sluit men niet gauw vriendschap en zoveel tijd heeft men hier niet samen.

Nu ik al een beetje kan lopen (3.2 km vandaag, met stokken) heb ik de Wandelhalle ontdekt. Ieder kuuroord heeft zo’n ding, Bad Wildungen heeft er zelfs twee. En dat blijkt een heel geschikte plek te zijn voor mensen in mijn situatie. Ik had wel eens Wandelhallen gezien ‘als toerist’, maar nooit het ware wezen ervan doorgrond. Een vrij groot gebouw, behoorlijke architectuur. Een deel van de hal dient ter afgifte van glazen in verschillende maten; de mensen nemen zo’n glas (ik niet) en gebruiken een dosis van het heilzame bronwater dat hier uit de grond sproedelt. Daarbij wandelen ze rustig heen en weer rond die bron, als om een soort Ka‘ba. Beschaafde conversatie is daar zeker op zijn plaats en vindt ook plaats. Een ander deel is ingericht als café, vrij gezellig vond ik het, en daar kun je ook eens een praatje maken buiten het gewone goedemorgen, goedenavond om. Een rijtje mensen zat met de neus voor de ruit die hen scheidde van een rustgevend ingerichte binnentuin. Om buiten te zitten is het nog te koud. In een galerie zijn wat winkeltjes: kleding, sieraden, handtassen, wat dames zoal nodig hebben voor hun herstel. Een hoofdbestanddeel van de Wandelhalle is de zaal, waar de kuurconcerten worden gegeven. Vanmiddag bij de thee was het een saxofoontrio, goede vaklui van het Bad Wildunger Kurorchester. Vanavond onvergetelijke melodieën van Strauss, nee daar had ik geen zin in, maar morgen wil ik best naar de avond met Balkanmuziek.

Enige weken geleden had ik in dit gedoe geen enkele aardigheid gehad, maar als je zo’n beetje gehandicapt bent, en eigenlijk ook ziek, want herstel van een forse operatie is niet alleen een mechanische zaak, dan is dit juist het goede aanbod.

Tsjonge, wat ben ik toch goed geïntegreerd in Duitsland. Allen Wagner, nee die komt er bij mij nog steeds niet in.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Muziek

Klein meisje

De engeltjes zweven weer danig door het luchtruim en vullen het met hun ijle kerstgezang. Telkens als ik zo’n koortje hoor moet ik denken aan mijn laatste zangles. Volgens mijn leraar moet ik ook bij de lage tonen meer kopstem geven en moet de stem nog meer naar voren in de mond. Niet alleen omdat je dan hoger kunt zingen, maar ook omdat er dan een meer tenorale en zuiverder klank ontstaat. De laatste oefening was, dat ik moest zingen als een klein meisje. Hij gaf toe dat dat misschien niet zo aansprak, maar dat het als oefening toch heel goed is. En al die kerstkoortjes laten mij horen hoe dat is, van die Franse meisjes met witte sokjes, habillées en anges. Dus zo stel ik mij zelf dan ook voor, en aan.

Het werkt echt: de tong gaat naar voren, de hele Stimmsitz gaat naar voren, zodat de keel geen kans krijgt de klank te verdonkeren en te verbaritonnen. Het is ook goed voor het uithoudingsvermogen. Laatst bij een koorrepetitie moest een bepaald stuk wel acht keer over. De eerst keren kwamen de hoge tonen er goed uit, maar na een paar keer was ik uitgeput en kwamen zelfs de f en de g niet meer. Dat gebeurt zo vaak, en niet alleen bij mij. Ook dit schijnt beter gaan met deze betere techniek. Ik ben benieuwd.

Die laatste les had bijna het karakter van een openbaring. Het gevolg was, dat ik daarna doodmoe was en meteen naar bed moest, om het in de slaap te verwerken.

 

 

 

1 reactie

Opgeslagen onder Muziek