Categorie archief: Muziek

Verdunning en multiculti

Gisteren was Mozarts La clemenza di Tito op de televisie, een beetje een draak van een opera: prachtige muziek, maar als geheel wat raar. In Salzburg hadden ze het stuk omgewerkt en er andere stukken aan toegevoegd. Erg? Welnee, dat werd vroeger ook gedaan, en het was goed gelukt.
Opvallend was dat de rol van Titus werd gezongen en gespeeld door een grote zwarte man, Russell Thomas. Ook andere belangrijke zangers waren mensen of colour. Ik moet bekennen, dat ik daaraan even moest wennen, maar dat was gauw gebeurd. Ze zongen geweldig en waarom ook niet. De tijd dat zwarte mensen hoogstens eens Othello mochten spelen ligt gelukkig ver achter ons.
De handeling was naar onze tijd verplaatst, de aankleding was modern. Het ‘volk’ bestond hier uit vluchtelingen, de hoofddoekjes konden net zo goed Romeins als islamitisch zijn en de aanslag op Titus geschiedde met de van IS bekende middelen.
En het Romeinse Rijk was sowieso niet blank. Goden en mensen migreerden vrijelijk naar andere rijksdelen, alles liep er lekker door elkaar. Er waren tenminste twee Arabische keizers, afkomstig uit Syrië: Elagabalus (reg. 218–222) en Philippus Arabs (244–249). Niet dat die nou zo fantastisch regeerden, maar dat doen Juncker en Rutte ook niet. Tegenwoordig zou een Syriër in geen velden of wegen heerser over Europa kunnen worden, laat staan over Nederland; of dacht U van wel?
Onlangs las ik (maar waar? ergens bij Jona Lendering misschien) dat zich tijdens de bouw van Hadrian’s Wall, een soort limes in Engeland, 8000 Syrische soldaten in Engeland bevonden, plus natuurlijk een ongeteld aantal gewone burgers uit dat land. Zelfs de pukkeligste Engelse Neonazi kan dus Syrische genen in zich hebben.
Volgens de Britse volkstelling van 2011 waren er toen ongeveer even veel Syriërs, namelijk 8526. Na de grote vluchtelingenstroom van 2015 zullen dat er meer geworden zijn. En dat zijn dan alleen nog maar Syriërs. Ook op het continent, ook in Nederland is er sinds de Romeinse tijd duchtig verdund. Denk eens aan de soldaten uit Spanje, geloofsvluchtelingen uit Vlaanderen en immigranten uit Frankrijk (Hugenoten, en bij voorbeeld de Baudetjes). Later natuurlijk de talloze genen die uit Indonesië (ook Bolkestein, Wilders), Suriname en de Antillen bij ons over de grens wipten.

Het beste lijkt de verdunning te erkennen en te omarmen. Het gemak waarmee in het Romeinse tijd met goden werd omgegaan is helaas niet meer na te volgen: monotheïstische goden weigeren gemeenlijk zich te laten hernoemen of bij andere goden in één tempel te kruipen. Maar ach, ze zijn elk voor zich al aardig aan het verdunnen. Ja, ook de god van de islam. Zoals Iyad el-Baghdadi onlangs opmerkte: Islam went from being a religion to being a cultural identity, then from being a cultural identity to being a kind of nationalism. Het zijn voornamelijk westerse media en politici die moslims terugduwen in de reli-prut en hen beletten zich daaruit te bevrijden.

In Salzburg hadden ze het verenigd Europa natuurlijk allang begrepen. Ik ga geen namen van medewerkers noemen, maar die zijn volledig internationaal en meertalig. Het operakoor van Perm (Rusland) deed ook mee.

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Kunst, Muziek

Zanguitvoeringen 2017

Een intensieve koorweek in Warendorf achter de rug; misschien schrijf ik er nog over, misschien ook niet. Eerst wil ik een lijstje maken van alle stukken waar ik dit jaar in meegezongen heb bij een openbare uitvoering. Zo wil ik het overzicht voor mezelf behouden, en tevens verwijzen naar zo goed mogelijke of juist heel merkwaardige uitvoeringen bij Youtube. U hoeft dit dus niet te lezen, maar het mag natuurlijk wel; dan zou ik aanbevelen ook naar de muziek te luisteren. Ik heb bij voorkeur uitvoeringen met weinig zangers genomen, voor grotere duidelijkheid, meer vakmanschap (dan zijn het solisten!) en omdat ik me dan zo lekker kan vereenzelvigen met een bepaalde zanger. Zelf zing ik in ensembles van 12–35 personen, meestal a capella. Als je in een groepje van drie tenoren zingt ben je geen solist, maar toch wel behoorlijk belangrijk …

– Gregoriaans: Graduale triplex: Alleluia – Laudabitur iustus in Domino
– Hans Leo Hassler (1564–1612), Nun lob mein Seel, den Herren
– Melchior Vulpius (1570–1615), Lobt Gott den Herrn, ihr Heiden all
– Heinrich Schütz (1585–1672), Frohlockt mit Freud, ihr Völker all (Beckerscher Psalter)
– Heinrich Schütz (1585–1672), Verleih uns Frieden genädiglich SWV 372 of deze
– Johann Hermann Schein (1586–1630), Die mit Tränen säen (‘Israels Brünnlein’)
– Johann Walter (1496–1570), Wach auf, wach auf, du deutsches Land
– Thomas Tallis (1505–1585), If ye love me
– Orlando di Lasso (1532–1594), Madonna, mia pietà
– Orlando di Lasso (1532–1594), Bonjour mon cœur
– Henri Purcell (1659–1695), Magnificat in C groot: My soul doth magnify the Lord
– Felice Gardini (1716–1796), Viva tutte le vezzose
– César Franck (1822–1890), Panis angelicus
– Anton Bruckner (1824–1896), Virga Jesse floruit
– Anton Bruckner (1824–1896), Ave Maria gratia plena
– Johannes Brahms (1833–1897), Warum ist das Licht gegeben, Op. 74/1
– Gabriel Fauré (1845–1924), Cantique de Jean Racine
– Waldemar Åhlén (1894–1982), Sommarpsalm
– Maurice Duruflé (1902–1986), Kyrie eleison uit het Requiem in D-klein
– Heinrich Poos (1928––), Unser Vater aus ‘Ein Stundenbuch’

In bewerking:
– Toinot Arbeau (1519–1595), Belle, qui tiens ma vie   0f deze
– Andries Pevernage (1542–1591), Secoure moy madame (geen opname; tekst hier)
– Jakob Buus († 1565)
– Claudio Monteverdi (1585–1672), Madrigali, boek 6 (Lamento di Arianna etc.)
– Johannes Brahms (1833–1897), Ein deutsches Requiem

Hoogtepunten voor mij zijn Schein, Die mit Tränen, Schütz, Verleih en Monteverdi, Madrigali, Brahms, Warum. Duruflé vond ik niet veel aan.

Wordt mog aangevuld, met nieuwe of andere geluidsopnamen en met nieuw gezang mijnerzijds. Het jaar is immers pas net over de helft.

1 reactie

Opgeslagen onder Muziek

De hoge b en de behaagzucht (?)

Eerder schreef ik al over de hoge c. Ja, die kwam er bij mij ook al eens uit. Die was niet om aan te horen, het was eerder een gepiep, maar het feit dat hij ‘in principe’ aanwezig was betekende dat ik erop mocht vertrouwen een tenor te kunnen worden.

En gisteren was daar dan de hoge b. Nu niet als gepiep, maar zuiver en mooi gezongen, met een behoorlijk volume. Dat was nog niet vertoond en zal ook niet zo gauw herhaald worden. Het doet er namelijk nogal toe onder welke omstandigheden zo’n toon geproduceerd word. Ditmaal gebeurde het bij het inzingen door een ervaren en competente koorleidster.

Inzingen: ik wist tot voor kort zelf niet wat dat was, dus ik zal het even uitleggen. Wie zomaar zijn mond open doet om te zingen brengt meestal onaangename klanken voort. Daarom denken ook veel meer mensen dan nodig dat zij ‘niet kunnen zingen’. De stem moet telkens even losgemaakt worden, wakker geschud, een kwartiertje of zo, met uitgekiende oefeningen. In mijn opmars door de koren – ze worden steeds beter – was ik beland bij Canticum Antiquum, waar we Franse madrigalen en ook de Lamento di Arianna van Monteverdi zingen; wat een heerlijke muziek! De koorleidster daar had weer andere oefeningetjes dan ik gewend was, en floep, daar kwam die hoge b. Ik had het zelf niet eens in de gaten; het werd me achteraf gezegd.

Bij mij thuis lukt dat niet; dan ben ik immers alleen aan het hannesen. Maar bij mijn zangleraar is het ook maar een halve keer gelukt. Waarom? Bij hem zit er altijd een beetje schrik op de achtergrond: ik moet presteren, o jee, ik kan het niet! dat gevoel; en dan klapt de strot weer toe. Misschien lukte het bij die koorleidster geheel vanzelf en speels omdat zij een vrouw is. Mijn hele leven heb ik al gemerkt dat ik op mijn best ben als ik iets voor een vrouw doe. Dr. Freud lässt grüßen.

Waar is die hoge b goed voor? Voor een koorzanger is hij niet nodig, en voor die oude muziek al helemaal niet. En een solocarrière zit er voor mij niet meer in. Maar als je de b hebt komt de a, komen vele a’s, met groter gemak, en die zijn bij koorzang wel nodig. Turandot kan ik altijd nog in bad zingen.

2 reacties

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

SATB

Zangers zullen deze afkorting herkennen: Sopraan – Alt – Tenor – Bas. Hij staat vaak bovenaan koorpartituren afgedrukt. Dit weekend was gewijd aan koorrepetities: gisteren van 10–21 uur, vandaag van 10 – 16.30. Twee cantates van Bach (27 en 80) en zijn mis in G klein (BWV 235). Nu ben ik dus moe, maar ook wel tamelijk gelukkig. Want ik heb een doorbraak beleefd.

Over de hoge tonen (g, a) kon ik de laatste tijd redelijk beschikken, maar slechts een beperkte tijd. Daarna klapte de keel dicht. Dat kwam omdat de stem van vermoeidheid terugzakte in de borststem, kelig werd. Daarmee kom je maar tot d of e, en dan nog met moeite, dus dan vallen álle hogere tonen uit. Zo ging het gisteren ook weer, en dat is deprimerend, want dan denk je dus dat je nooit verder zult komen. Maar de stem moet helemaal niet meer in de keel, hij moet voor in de mond blijven, dan kun je eindeloos doorgaan. Dat had mijn leraar me al herhaaldelijk uitgelegd, maar zonder dat het tot resultaten had geleid. Gisteren echter, toen na een uurtje repeteren mijn keel alweer met de witte vlag zwaaide, zag het er treurig uit: er zouden immers nog anderhalve dag volgen en wat moest ik dan zingen? Gewoon toch maar de mond open gedaan, en zie aan: na een poosje kwam er weer kopstem uit, ook langere stukken in de hoogte en zelfs coloraturen floepten er gemakkelijk uit. Een wonder had zich voltrokken. Ik zou niet na kunnen vertellen wat ik nu precies anders deed, maar het werkte. Er kwamen wel weer perioden dat het niet werkte, maar een groot deel van deze repetitiemarathon kon ik de gewenste klanken van mij geven.

Een verdere observatie: er zijn in die muziekstukken gedeelten waarin de tenor moet beginnen, of overheerst. Waar je vanuit het niets zonder de SAB een frase ten gehore moet brengen bij voorbeeld, die met een hoge g begint en ook verder hoog gelegen is. Zulke passages komen er natuurlijk bijzonder op aan. Door een mengsel van ijdelheid en verantwoordelijkheidsgevoel wist ik die passages extra goed te doen slagen, hoog of niet. Staat de kopstem eenmaal ter beschikking, dan is hij blijkbaar tot alles te verleiden. Misschien is hij ook wel ijdel. En juist als hij toch moe wordt of het eng begint te vinden aan de top nemen andere stemmen de melodie over en kun je even wegzakken in begeleiding.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Muziek als geneesmiddel

Ik aarzelde toen L. vroeg of ik morgen mee wilde naar Bachs Johannes Passion in de Elisabethkirche. Het stuk is mij zeer dierbaar, maar tenminste twee uur stil zitten met dat been in een protestantse kerk? Katholieke kerken hebben knielbankjes en dus meer beenruimte, maar protestantse kerken uit vroeger eeuwen, dat is zoiets als de Economy Class van de Lufthansa. Erger vind ik nog dat het stuk door een niet al te beroemd ensemble en mij onbekende solisten zou worden uitgevoerd. Opgegroeid in Amsterdam ben ik van kindsbeen aan de allerhoogste kwaliteit gewend geweest. Als student kon je daar met het Cultureel Jeugdpaspoort voor ik meen vijf gulden naar de schitterendste concerten in het Concertgebouw, en ik ben vaak gegaan. Nu woon ik echter in de provincie en moet ik me vaak behelpen met middelmaat. En als het nu nog het Marburger Bachkoor was; maar nee, dat zingt op hetzelfde tijdstip iets totaal anders. Eigenlijk was ik liever daarheen gegaan: werken van Brahms en Dvorak. Maar dat is in de Fürstensaal van het kasteel: een ongemeen moeilijk bereikbare locatie als je iets met je been hebt. En een akoestiek die alleen maar te genieten is als je een van de centrale plaatsen hebt kunnen bemachtigen. Datzelfde Bachkoor had me om akoestische redenen een paar maanden geleden al teleurgesteld: Bachs H-Moll Messe, maar dan in de Lutherse kerk: ze zongen echt goed, maar het stuk viel plat door de akoestiek, tenminste waar ik zat. Sinds kort heeft Marburg een nieuwe Stadthalle: het Erwin Piscatorhaus. Ik weet niet eens hoe goed die zaal is, want klassieke musici treden er niet op; de huren zijn waarschijnlijk te hoog. Het blijft behelpen.

Goed, dus toch maar naar de Johannes Passion, als we nog kaartjes kunnen krijgen tenminste. En niet alleen als compromis. Ik moet namelijk ook eens leren omgaan met middelmatigheid en de vaak toch te waarderen mooie kanten daarvan. Al was het alleen al omdat ik zelf ook middelmatig ben in de muziek. Ik was al een keer naar mijn oude koor gegaan en ziedaar: er staan drie stukken van Bach op het programma; dat bevalt me. Geoefend hebben we die avond Wir danken Dir Gott. Dat beginkoor, is dat voor amateurs überhaupt zingbaar? Bach doet altijd of zijn zangers een orgel zijn dat geen ademhaling en geen rust nodig heeft; genadeloos. Halverwege het beginkoor was ik al hees. Nou ja, dat is amateurisme, dat kun je afleren. Maar het blijft een zware kluif. Nee, het kan niet, het is niet zingbaar, maar je wilt het wel, en op de een of andere manier lukt het dan toch.

Vandaag was mijn eerste zangles na het ziekenhuis. Wir danken Dir Gott geprobeerd, en jawel, het was verbazend hoe mijn leraar zo’n stuk er bij mij toch min of meer aanvaardbaar uitkrijgt. Nu maar hopen dat het herhaalbaar is. Maar ik krijg daar nu zin in, om maandag mijn stem te laten horen in het koor, en dat is dus een aanzienlijke stap terug in het leven. Want bij nader inzien had ik na het ziekenhuis nog nergens zin in gehad.

En zondag alweer in een ander ensemble liederen van Brahms; ach, het zal wel goed komen.

3 reacties

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Pijnverdrijf

Natuurlijk moest ik naar het kuurconcert; hoe had ik ooit kunnen overwegen, niet te gaan? Al spoedig bleek dat anderhalf uur live muziek evenzeer tot de genezing bijdroeg als al die andere Anwendungen. David speelde harp voor de depressieve koning Saul, dat is bekend, maar het zou een misvatting zijn, te menen dat muziek alleen helpt tegen zielenpijn. Zij blijkt ook concrete, lichamelijke pijn te verjagen. Ik had in mijn leven te weinig pijn gehad om dat te hebben ervaren, maar nu weet ik het. De pijn verdween en kwam gisterenavond niet meer terug.

En ik had het kunnen weten, want het is bekend dat de oude Arabische artsen hun patienten o.a. behandelden door voor hen te zingen! Dat hoorde toen gewoon bij de opleiding. Dat mevrouwtje van zorg en gezondheid in Nederland, voor wie de Nederlandse beschaving de beste ter wereld is, heeft daar natuurlijk geen flauw benul van.

Het programma heette Balkanreise. Zeven Balkanezen uit het Bad Wildunger Kurorchester hadden elkaar blijkbaar gevonden en besloten ook als groepje op te treden. Inderdaad brachten ze ook bij mij een reis tot stand: van mijn  eerste binnenlopen in het nog zo overweldigend Ottomaans uitziende station van Belgrado, in 1964, via Montenegro, de bergpassen over naar Prizren in Kososvo, Macedonië, de tabaksbladeren die naast de huizen hingen te drogen, en ook toen al veel muziek. Mijn eigen Balkan was er weer; een heilzame bijwerking.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Muziek, Persoonlijk

Wandel

In zo’n kliniek wordt heel wat heen en weer geschuifeld, vooral rond de voedertijden. De talloze mensen die je dan tegenkomt begroet je met guten Morgen, guten Tag, guten Abend of eenvoudig hallo, als je iemand een beetje kent. Maar verder is er niet veel conversatie. Over de kwaal, de genezing, het eten dat op tafel staat of het eten van gisteren, allemaal vervelend. Maar in Duitsland praat men niet gauw over interessante zaken, sluit men niet gauw vriendschap en zoveel tijd heeft men hier niet samen.

Nu ik al een beetje kan lopen (3.2 km vandaag, met stokken) heb ik de Wandelhalle ontdekt. Ieder kuuroord heeft zo’n ding, Bad Wildungen heeft er zelfs twee. En dat blijkt een heel geschikte plek te zijn voor mensen in mijn situatie. Ik had wel eens Wandelhallen gezien ‘als toerist’, maar nooit het ware wezen ervan doorgrond. Een vrij groot gebouw, behoorlijke architectuur. Een deel van de hal dient ter afgifte van glazen in verschillende maten; de mensen nemen zo’n glas (ik niet) en gebruiken een dosis van het heilzame bronwater dat hier uit de grond sproedelt. Daarbij wandelen ze rustig heen en weer rond die bron, als om een soort Ka‘ba. Beschaafde conversatie is daar zeker op zijn plaats en vindt ook plaats. Een ander deel is ingericht als café, vrij gezellig vond ik het, en daar kun je ook eens een praatje maken buiten het gewone goedemorgen, goedenavond om. Een rijtje mensen zat met de neus voor de ruit die hen scheidde van een rustgevend ingerichte binnentuin. Om buiten te zitten is het nog te koud. In een galerie zijn wat winkeltjes: kleding, sieraden, handtassen, wat dames zoal nodig hebben voor hun herstel. Een hoofdbestanddeel van de Wandelhalle is de zaal, waar de kuurconcerten worden gegeven. Vanmiddag bij de thee was het een saxofoontrio, goede vaklui van het Bad Wildunger Kurorchester. Vanavond onvergetelijke melodieën van Strauss, nee daar had ik geen zin in, maar morgen wil ik best naar de avond met Balkanmuziek.

Enige weken geleden had ik in dit gedoe geen enkele aardigheid gehad, maar als je zo’n beetje gehandicapt bent, en eigenlijk ook ziek, want herstel van een forse operatie is niet alleen een mechanische zaak, dan is dit juist het goede aanbod.

Tsjonge, wat ben ik toch goed geïntegreerd in Duitsland. Allen Wagner, nee die komt er bij mij nog steeds niet in.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Muziek

Klein meisje

De engeltjes zweven weer danig door het luchtruim en vullen het met hun ijle kerstgezang. Telkens als ik zo’n koortje hoor moet ik denken aan mijn laatste zangles. Volgens mijn leraar moet ik ook bij de lage tonen meer kopstem geven en moet de stem nog meer naar voren in de mond. Niet alleen omdat je dan hoger kunt zingen, maar ook omdat er dan een meer tenorale en zuiverder klank ontstaat. De laatste oefening was, dat ik moest zingen als een klein meisje. Hij gaf toe dat dat misschien niet zo aansprak, maar dat het als oefening toch heel goed is. En al die kerstkoortjes laten mij horen hoe dat is, van die Franse meisjes met witte sokjes, habillées en anges. Dus zo stel ik mij zelf dan ook voor, en aan.

Het werkt echt: de tong gaat naar voren, de hele Stimmsitz gaat naar voren, zodat de keel geen kans krijgt de klank te verdonkeren en te verbaritonnen. Het is ook goed voor het uithoudingsvermogen. Laatst bij een koorrepetitie moest een bepaald stuk wel acht keer over. De eerst keren kwamen de hoge tonen er goed uit, maar na een paar keer was ik uitgeput en kwamen zelfs de f en de g niet meer. Dat gebeurt zo vaak, en niet alleen bij mij. Ook dit schijnt beter gaan met deze betere techniek. Ik ben benieuwd.

Die laatste les had bijna het karakter van een openbaring. Het gevolg was, dat ik daarna doodmoe was en meteen naar bed moest, om het in de slaap te verwerken.

 

 

 

1 reactie

Opgeslagen onder Muziek

Stimmsitz

Waar zit de stem? Ergens in de keel zou ik denken, bij de stembanden, de stemlippen, die buurt. Maar nee. ‘Je stem zit te ver naar achteren,’ zei de zangleraar. ‘Probeer het lied nu eens aan de voorkant van je tanden te zingen.’ Dat deed ik, en het klonk meteen spectaculair beter. Die houden we erin dus.

Maar wat is nu die Stimmsitz? Het lesuur was al bijna afgelopen, er was geen tijd meer voor, maar de leraar zal erop terugkomen. In het internet lees ik er alleen maar onbegrijpelijke teksten over, die ten dele strijdig met elkaar zijn of verdacht naar onzin rieken.

Misschien is het zoiets als chi of ki in de Aziatische vechtsporten: het energetisch middelpunt van de mens, in de buik gesitueerd, van waaruit alle handelingen dienen te geschieden. Nu heb ik ooit een slimmerd, die waarschijnlijk medicijnen studeerde, horen zeggen: Maar als je een mens opensnijdt vind je nergens een ki! Nee, dat niet; toch is dat een zeer reëel en functioneel ding, zonder hetwelk die vechtsporten helemaal niet willen lukken; dat heb ik ooit ervaren. Zoiets zal de Stimmsitz ook wel zijn: iets imaginairs dat van wezenlijk belang is.

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Muziek

Grensoverschrijdend genot

In de jaren negentig, of was het tweeduizend? had ik soms even genoeg van Cairo en nam ik een pauze in de gekoelde, schone hal van het Intercontinental Hotel. Ja, waar vroeger het Semiramis had gestaan (Egyptische uitspraak: Semirámis). Een van die keren speelde er in de verte een strijkje en daar wilde ik gaan zitten. Wat, strijkje? Het bleken vier uitstekende strijkers te zijn die een kwartet van Schubert ten gehore brachten en daarna nog iets anders. Dit moesten wel haast musici van het Cairo Symphony Orchestra zijn, die wat bijklusten. Fijn om aan te horen, maar niet zo opzienbarend; tenslotte werd in Cairo al langer Europese klassieke muziek gespeeld. Wel opmerkelijk vond ik het publiek dat daar aandachtig zat te luisteren en enthousiast applaudisseerde: rijke Saoedis van de soort die suites in het Interconti kan betalen. Die hadden zich voor deze muziek geopend; dat had ik niet verwacht, maar waarom ook niet? Japanners zijn al lang geheel doorkneed in Europese muziek en ervaren die misschien niet eens meer als iets buitenlands; de Koreanen en Chinezen zijn hen snel achterna gegaan. Andere volkeren zijn er misschien nog minder vertrouwd mee, maar willen ook meer Europese muziek. Laatst sprak ik iemand die in Tadzjikistan naar de opera geweest. Het was een goede Don Giovanni geweest, alleen was de zaal niet verwarmd. Dat waren ze hier vroeger ook niet. Een doorgewinterde Tadzjiek trekt dus thermo-ondergoed aan of een trui, maar verder hoeft hij niets te ontberen.

Ik heb schik in deze verbreiding van onze muziek. Maar pijnlijk is wel dat de liefde maar van een kant komt. Er zijn buitengewoon weinig Europeanen die zich verdiepen in muziek uit Azië of Afrika. Het is slechts in zeer kleine kring bekend dat Turkije, Iran, India, China, Japan, Indonesië ook prachtige muziek te bieden hebben, en ik vergeet vast nog wat landen; ik ken ze ook niet allemaal. Wanneer was U voor het laatst in een Peking-opera? Wie speelt er in een gamelan-orkest? Ja, Bernard IJzerdraat indertijd, maar hij was een van de weinige uitzonderingen. Waarom spelen er nooit Gagaku- of Takht-ensembles in het Amstel Hotel? Te vrezen is dat die verrotte Europeanen zich weer eens superieur achten. Daarmee doen zij vooral zich zelf tekort.

4 reacties

Opgeslagen onder Europa, Muziek