Categorie archief: Muziek

SATB

Zangers zullen deze afkorting herkennen: Sopraan – Alt – Tenor – Bas. Hij staat vaak bovenaan koorpartituren afgedrukt. Dit weekend was gewijd aan koorrepetities: gisteren van 10–21 uur, vandaag van 10 – 16.30. Twee cantates van Bach (27 en 80) en zijn mis in G klein (BWV 235). Nu ben ik dus moe, maar ook wel tamelijk gelukkig. Want ik heb een doorbraak beleefd.

Over de hoge tonen (g, a) kon ik de laatste tijd redelijk beschikken, maar slechts een beperkte tijd. Daarna klapte de keel dicht. Dat kwam omdat de stem van vermoeidheid terugzakte in de borststem, kelig werd. Daarmee kom je maar tot d of e, en dan nog met moeite, dus dan vallen álle hogere tonen uit. Zo ging het gisteren ook weer, en dat is deprimerend, want dan denk je dus dat je nooit verder zult komen. Maar de stem moet helemaal niet meer in de keel, hij moet voor in de mond blijven, dan kun je eindeloos doorgaan. Dat had mijn leraar me al herhaaldelijk uitgelegd, maar zonder dat het tot resultaten had geleid. Gisteren echter, toen na een uurtje repeteren mijn keel alweer met de witte vlag zwaaide, zag het er treurig uit: er zouden immers nog anderhalve dag volgen en wat moest ik dan zingen? Gewoon toch maar de mond open gedaan, en zie aan: na een poosje kwam er weer kopstem uit, ook langere stukken in de hoogte en zelfs coloraturen floepten er gemakkelijk uit. Een wonder had zich voltrokken. Ik zou niet na kunnen vertellen wat ik nu precies anders deed, maar het werkte. Er kwamen wel weer perioden dat het niet werkte, maar een groot deel van deze repetitiemarathon kon ik de gewenste klanken van mij geven.

Een verdere observatie: er zijn in die muziekstukken gedeelten waarin de tenor moet beginnen, of overheerst. Waar je vanuit het niets zonder de SAB een frase ten gehore moet brengen bij voorbeeld, die met een hoge g begint en ook verder hoog gelegen is. Zulke passages komen er natuurlijk bijzonder op aan. Door een mengsel van ijdelheid en verantwoordelijkheidsgevoel wist ik die passages extra goed te doen slagen, hoog of niet. Staat de kopstem eenmaal ter beschikking, dan is hij blijkbaar tot alles te verleiden. Misschien is hij ook wel ijdel. En juist als hij toch moe wordt of het eng begint te vinden aan de top nemen andere stemmen de melodie over en kun je even wegzakken in begeleiding.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Muziek als geneesmiddel

Ik aarzelde toen L. vroeg of ik morgen mee wilde naar Bachs Johannes Passion in de Elisabethkirche. Het stuk is mij zeer dierbaar, maar tenminste twee uur stil zitten met dat been in een protestantse kerk? Katholieke kerken hebben knielbankjes en dus meer beenruimte, maar protestantse kerken uit vroeger eeuwen, dat is zoiets als de Economy Class van de Lufthansa. Erger vind ik nog dat het stuk door een niet al te beroemd ensemble en mij onbekende solisten zou worden uitgevoerd. Opgegroeid in Amsterdam ben ik van kindsbeen aan de allerhoogste kwaliteit gewend geweest. Als student kon je daar met het Cultureel Jeugdpaspoort voor ik meen vijf gulden naar de schitterendste concerten in het Concertgebouw, en ik ben vaak gegaan. Nu woon ik echter in de provincie en moet ik me vaak behelpen met middelmaat. En als het nu nog het Marburger Bachkoor was; maar nee, dat zingt op hetzelfde tijdstip iets totaal anders. Eigenlijk was ik liever daarheen gegaan: werken van Brahms en Dvorak. Maar dat is in de Fürstensaal van het kasteel: een ongemeen moeilijk bereikbare locatie als je iets met je been hebt. En een akoestiek die alleen maar te genieten is als je een van de centrale plaatsen hebt kunnen bemachtigen. Datzelfde Bachkoor had me om akoestische redenen een paar maanden geleden al teleurgesteld: Bachs H-Moll Messe, maar dan in de Lutherse kerk: ze zongen echt goed, maar het stuk viel plat door de akoestiek, tenminste waar ik zat. Sinds kort heeft Marburg een nieuwe Stadthalle: het Erwin Piscatorhaus. Ik weet niet eens hoe goed die zaal is, want klassieke musici treden er niet op; de huren zijn waarschijnlijk te hoog. Het blijft behelpen.

Goed, dus toch maar naar de Johannes Passion, als we nog kaartjes kunnen krijgen tenminste. En niet alleen als compromis. Ik moet namelijk ook eens leren omgaan met middelmatigheid en de vaak toch te waarderen mooie kanten daarvan. Al was het alleen al omdat ik zelf ook middelmatig ben in de muziek. Ik was al een keer naar mijn oude koor gegaan en ziedaar: er staan drie stukken van Bach op het programma; dat bevalt me. Geoefend hebben we die avond Wir danken Dir Gott. Dat beginkoor, is dat voor amateurs überhaupt zingbaar? Bach doet altijd of zijn zangers een orgel zijn dat geen ademhaling en geen rust nodig heeft; genadeloos. Halverwege het beginkoor was ik al hees. Nou ja, dat is amateurisme, dat kun je afleren. Maar het blijft een zware kluif. Nee, het kan niet, het is niet zingbaar, maar je wilt het wel, en op de een of andere manier lukt het dan toch.

Vandaag was mijn eerste zangles na het ziekenhuis. Wir danken Dir Gott geprobeerd, en jawel, het was verbazend hoe mijn leraar zo’n stuk er bij mij toch min of meer aanvaardbaar uitkrijgt. Nu maar hopen dat het herhaalbaar is. Maar ik krijg daar nu zin in, om maandag mijn stem te laten horen in het koor, en dat is dus een aanzienlijke stap terug in het leven. Want bij nader inzien had ik na het ziekenhuis nog nergens zin in gehad.

En zondag alweer in een ander ensemble liederen van Brahms; ach, het zal wel goed komen.

3 reacties

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Pijnverdrijf

Natuurlijk moest ik naar het kuurconcert; hoe had ik ooit kunnen overwegen, niet te gaan? Al spoedig bleek dat anderhalf uur live muziek evenzeer tot de genezing bijdroeg als al die andere Anwendungen. David speelde harp voor de depressieve koning Saul, dat is bekend, maar het zou een misvatting zijn, te menen dat muziek alleen helpt tegen zielenpijn. Zij blijkt ook concrete, lichamelijke pijn te verjagen. Ik had in mijn leven te weinig pijn gehad om dat te hebben ervaren, maar nu weet ik het. De pijn verdween en kwam gisterenavond niet meer terug.

En ik had het kunnen weten, want het is bekend dat de oude Arabische artsen hun patienten o.a. behandelden door voor hen te zingen! Dat hoorde toen gewoon bij de opleiding. Dat mevrouwtje van zorg en gezondheid in Nederland, voor wie de Nederlandse beschaving de beste ter wereld is, heeft daar natuurlijk geen flauw benul van.

Het programma heette Balkanreise. Zeven Balkanezen uit het Bad Wildunger Kurorchester hadden elkaar blijkbaar gevonden en besloten ook als groepje op te treden. Inderdaad brachten ze ook bij mij een reis tot stand: van mijn  eerste binnenlopen in het nog zo overweldigend Ottomaans uitziende station van Belgrado, in 1964, via Montenegro, de bergpassen over naar Prizren in Kososvo, Macedonië, de tabaksbladeren die naast de huizen hingen te drogen, en ook toen al veel muziek. Mijn eigen Balkan was er weer; een heilzame bijwerking.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Muziek, Persoonlijk

Wandel

In zo’n kliniek wordt heel wat heen en weer geschuifeld, vooral rond de voedertijden. De talloze mensen die je dan tegenkomt begroet je met guten Morgen, guten Tag, guten Abend of eenvoudig hallo, als je iemand een beetje kent. Maar verder is er niet veel conversatie. Over de kwaal, de genezing, het eten dat op tafel staat of het eten van gisteren, allemaal vervelend. Maar in Duitsland praat men niet gauw over interessante zaken, sluit men niet gauw vriendschap en zoveel tijd heeft men hier niet samen.

Nu ik al een beetje kan lopen (3.2 km vandaag, met stokken) heb ik de Wandelhalle ontdekt. Ieder kuuroord heeft zo’n ding, Bad Wildungen heeft er zelfs twee. En dat blijkt een heel geschikte plek te zijn voor mensen in mijn situatie. Ik had wel eens Wandelhallen gezien ‘als toerist’, maar nooit het ware wezen ervan doorgrond. Een vrij groot gebouw, behoorlijke architectuur. Een deel van de hal dient ter afgifte van glazen in verschillende maten; de mensen nemen zo’n glas (ik niet) en gebruiken een dosis van het heilzame bronwater dat hier uit de grond sproedelt. Daarbij wandelen ze rustig heen en weer rond die bron, als om een soort Ka‘ba. Beschaafde conversatie is daar zeker op zijn plaats en vindt ook plaats. Een ander deel is ingericht als café, vrij gezellig vond ik het, en daar kun je ook eens een praatje maken buiten het gewone goedemorgen, goedenavond om. Een rijtje mensen zat met de neus voor de ruit die hen scheidde van een rustgevend ingerichte binnentuin. Om buiten te zitten is het nog te koud. In een galerie zijn wat winkeltjes: kleding, sieraden, handtassen, wat dames zoal nodig hebben voor hun herstel. Een hoofdbestanddeel van de Wandelhalle is de zaal, waar de kuurconcerten worden gegeven. Vanmiddag bij de thee was het een saxofoontrio, goede vaklui van het Bad Wildunger Kurorchester. Vanavond onvergetelijke melodieën van Strauss, nee daar had ik geen zin in, maar morgen wil ik best naar de avond met Balkanmuziek.

Enige weken geleden had ik in dit gedoe geen enkele aardigheid gehad, maar als je zo’n beetje gehandicapt bent, en eigenlijk ook ziek, want herstel van een forse operatie is niet alleen een mechanische zaak, dan is dit juist het goede aanbod.

Tsjonge, wat ben ik toch goed geïntegreerd in Duitsland. Allen Wagner, nee die komt er bij mij nog steeds niet in.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Muziek

Klein meisje

De engeltjes zweven weer danig door het luchtruim en vullen het met hun ijle kerstgezang. Telkens als ik zo’n koortje hoor moet ik denken aan mijn laatste zangles. Volgens mijn leraar moet ik ook bij de lage tonen meer kopstem geven en moet de stem nog meer naar voren in de mond. Niet alleen omdat je dan hoger kunt zingen, maar ook omdat er dan een meer tenorale en zuiverder klank ontstaat. De laatste oefening was, dat ik moest zingen als een klein meisje. Hij gaf toe dat dat misschien niet zo aansprak, maar dat het als oefening toch heel goed is. En al die kerstkoortjes laten mij horen hoe dat is, van die Franse meisjes met witte sokjes, habillées en anges. Dus zo stel ik mij zelf dan ook voor, en aan.

Het werkt echt: de tong gaat naar voren, de hele Stimmsitz gaat naar voren, zodat de keel geen kans krijgt de klank te verdonkeren en te verbaritonnen. Het is ook goed voor het uithoudingsvermogen. Laatst bij een koorrepetitie moest een bepaald stuk wel acht keer over. De eerst keren kwamen de hoge tonen er goed uit, maar na een paar keer was ik uitgeput en kwamen zelfs de f en de g niet meer. Dat gebeurt zo vaak, en niet alleen bij mij. Ook dit schijnt beter gaan met deze betere techniek. Ik ben benieuwd.

Die laatste les had bijna het karakter van een openbaring. Het gevolg was, dat ik daarna doodmoe was en meteen naar bed moest, om het in de slaap te verwerken.

 

 

 

1 reactie

Opgeslagen onder Muziek

Stimmsitz

Waar zit de stem? Ergens in de keel zou ik denken, bij de stembanden, de stemlippen, die buurt. Maar nee. ‘Je stem zit te ver naar achteren,’ zei de zangleraar. ‘Probeer het lied nu eens aan de voorkant van je tanden te zingen.’ Dat deed ik, en het klonk meteen spectaculair beter. Die houden we erin dus.

Maar wat is nu die Stimmsitz? Het lesuur was al bijna afgelopen, er was geen tijd meer voor, maar de leraar zal erop terugkomen. In het internet lees ik er alleen maar onbegrijpelijke teksten over, die ten dele strijdig met elkaar zijn of verdacht naar onzin rieken.

Misschien is het zoiets als chi of ki in de Aziatische vechtsporten: het energetisch middelpunt van de mens, in de buik gesitueerd, van waaruit alle handelingen dienen te geschieden. Nu heb ik ooit een slimmerd, die waarschijnlijk medicijnen studeerde, horen zeggen: Maar als je een mens opensnijdt vind je nergens een ki! Nee, dat niet; toch is dat een zeer reëel en functioneel ding, zonder hetwelk die vechtsporten helemaal niet willen lukken; dat heb ik ooit ervaren. Zoiets zal de Stimmsitz ook wel zijn: iets imaginairs dat van wezenlijk belang is.

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Muziek

Grensoverschrijdend genot

In de jaren negentig, of was het tweeduizend? had ik soms even genoeg van Cairo en nam ik een pauze in de gekoelde, schone hal van het Intercontinental Hotel. Ja, waar vroeger het Semiramis had gestaan (Egyptische uitspraak: Semirámis). Een van die keren speelde er in de verte een strijkje en daar wilde ik gaan zitten. Wat, strijkje? Het bleken vier uitstekende strijkers te zijn die een kwartet van Schubert ten gehore brachten en daarna nog iets anders. Dit moesten wel haast musici van het Cairo Symphony Orchestra zijn, die wat bijklusten. Fijn om aan te horen, maar niet zo opzienbarend; tenslotte werd in Cairo al langer Europese klassieke muziek gespeeld. Wel opmerkelijk vond ik het publiek dat daar aandachtig zat te luisteren en enthousiast applaudisseerde: rijke Saoedis van de soort die suites in het Interconti kan betalen. Die hadden zich voor deze muziek geopend; dat had ik niet verwacht, maar waarom ook niet? Japanners zijn al lang geheel doorkneed in Europese muziek en ervaren die misschien niet eens meer als iets buitenlands; de Koreanen en Chinezen zijn hen snel achterna gegaan. Andere volkeren zijn er misschien nog minder vertrouwd mee, maar willen ook meer Europese muziek. Laatst sprak ik iemand die in Tadzjikistan naar de opera geweest. Het was een goede Don Giovanni geweest, alleen was de zaal niet verwarmd. Dat waren ze hier vroeger ook niet. Een doorgewinterde Tadzjiek trekt dus thermo-ondergoed aan of een trui, maar verder hoeft hij niets te ontberen.

Ik heb schik in deze verbreiding van onze muziek. Maar pijnlijk is wel dat de liefde maar van een kant komt. Er zijn buitengewoon weinig Europeanen die zich verdiepen in muziek uit Azië of Afrika. Het is slechts in zeer kleine kring bekend dat Turkije, Iran, India, China, Japan, Indonesië ook prachtige muziek te bieden hebben, en ik vergeet vast nog wat landen; ik ken ze ook niet allemaal. Wanneer was U voor het laatst in een Peking-opera? Wie speelt er in een gamelan-orkest? Ja, Bernard IJzerdraat indertijd, maar hij was een van de weinige uitzonderingen. Waarom spelen er nooit Gagaku- of Takht-ensembles in het Amstel Hotel? Te vrezen is dat die verrotte Europeanen zich weer eens superieur achten. Daarmee doen zij vooral zich zelf tekort.

4 reacties

Opgeslagen onder Europa, Muziek

Weer vrij man

Generale repetitie

Generale repetitie

Het is voorbij, het Requiem van Verdi in de Stiftsruïne van Bad Hersfeld (zie vroeger blog). De zaal was bij beide uitvoeringen vol en de recensies waren uitstekend, dus we mogen volgend jaar terugkomen met een opera. Maar of ik dat zou willen?

Ik ben er nog wat confuus van; gisteren was immers de tweede en laatste uitvoering en toen moest ik nog door de nacht naar huis rijden, wat ik voortaan niet meer wil; ik zie niet genoeg.

Objectief gezien was het allemaal uitstekend: volle zalen, alles goed gelukt, veel waardering, zeer positieve recensies in kranten en voor de radio. Ook het weer werkte mee: als het had geregend waren we nat geworden en waren de partituren opgezwollen! Zelf kan ik niet zo beoordelen hoe het klonk, door de akoestiek van de ruïne en door onze plaatsing kregen we niet hetzelfde te horen als het publiek. De solisten bijvoorbeeld hoorden we nauwelijks, maar gelukkig hadden we die bij de repetities al gehoord. Uitstekende zangers. Met de muziek was ik innerlijk klaar na de generale repetitie op vrijdag; de twee uitvoeringen waren eerder de uitoefening van een plicht. Dat was ook goed zo, want om het goed te brengen moet je een zekere distantie hebben.

Wat mij zelf betreft: het was een grootse ervaring dit alles een keer mee te maken. Hoewel ik gemerkt heb dat ik oud ben: na de eerste uitvoering was ik kapot en nu weer. Heel lang staan, niet alleen op het podium, ook bij het wachten daarachter, omdat daar geen stoelen zijn. Trappen op en af naar het gewelf (elfde-eeuws of zo!) voor het inzingen (slecht voor de kapotte knie) en weer staan. En last, but not least: het voortdurende gegons en gepraat van tweehonderd mensen om mij heen. Maar dat kan ik allemaal nog wel verdragen. Wat ik echt vervelend vond is drie dagen in Bad Hersfeld rond te moeten hangen en daarna nog twee keer op en neer te moeten rijden. Op zo’n repetitiedag zing je misschien vier, vijf uur; de overige tien uur per dag hang je rond op een plek waar je eigenlijk niet wilt zijn. Tijdens de repetitiedagen regende het wél, zodat we moesten repeteren in de grote aula van een school even buiten de stad. Dat betekende heen en weer rijden met de auto met vier medepassagiers, waarvan twee Tsjechische uit het orkest. Gedoe, georganiseer, gewacht, broodjes en weer gebabbel. Dat met die school was pech; voor de rest zie ik wel in dat het zo moest gaan als het ging. Het is razend ingewikkeld, zo’n uitvoering. Repeteren als koor, dan met orkest, dan met de solisten erbij, dan nog eens de fijne puntjes en de balans, ja het moest zo gaan en ik heb heel veel geleerd, maar het blijft een geweldige ingreep in het dagelijks leven.

verdi-koorlinkerzijdeLeerzaam was o.a. de omgang met beroepsmusici. Er waren immers ter versterking een hoop zangers van het operakoor van Poznan aangevoerd. Als je op vijftig centimeter naast zo iemand staat hoor hoe hij inzet: steeds iets te vroeg met de medeklinker beginnen, medeklinkers overdrijven: kkkriste, ties irae, rrrrekkwiem. En wat ik op zangles al had geleerd: de klinker de hele toon lang volhouden en minimaal tijd verliezen aan medeklinkers of clusters daarvan, die echter wel goed te horen moeten zijn. Niet et-lux, maar e-tlux. Re-xtre-me-ndae enzovoort. En heerlijk die geschoolde stemmen. Ook de assistent-dirigent die met ons inzong en moeilijke passages nog eens doornam was grote klasse: de koorleider van Radio France. Dat ging fantastisch.

Wel gekke jongens die Polen, de meeste nogal grof besnaard en geneigd tot kinderlijke grappen en geintjes. Getatoëerde strandlijven en pas op het laatst in het voddige zwarte koorkostuum geschoten. Zuivere en krachtige stemmen ja, maar soms niet bereid om piano te zingen waar de dirigent dat wilde, zodat wij Duitsers dat dan maar op ons namen. Roken en zuipen deden ze ook nog: tijdens het tweekorige Sanctus stond ik naast een gast die om elf uur ’s ochtends al naar drank rook. Kunstenaars meneer, wat wil je?

En prachtig was de gedaanteverwisseling die dirigent Ulrich Metzger onderging tijdens de uitvoeringen. Eerst had hij gewoon met ons gewerkt, nu was hij het stralende en magische middelpunt waar je naar toe getrokken werd. Zo moet dat.

Of ik tevreden ben? Over mijn eigen zang natuurlijk niet. De allerhoogste tonen kan ik nog niet en verder maak ik fouten, die ik best hoor, maar nog niet kan verbeteren. Dat neem ik mij als beginner echter niet kwalijk. Over het geheel ben ik grotendeels tevreden. Het was zoals gezegd een mooie en grootse ervaring, al vond ik dan het verblijf in Hersfeld minder. Een bezwaar van dit soort constructies is bovendien dat je je als amateur-koorzanger haast een figurant voelt tussen die stimmgewaltige beroeps. Maar in de zachtere gedeelten kwam ik wel tot mijn recht: Lacrimosa dies illa e.d.; lekker huilen.

Van de winter zal ik me dus op het kleine vocaal ensemble storten waarvoor ik uitgenodigd ben. Daar worden alleen dingen gezongen die ik écht kan en ik hoef er maar één keer voor naar een andere stad.

Verder heb ik weliswaar gedacht: dit nooit weer! maar vermoed sterk, dat ik de volgende keer toch weer meedoe met het grote gebeuren. Een voorbeeld kan voor mij het echtpaar E. zijn, dat op de fiets was gekomen (75 kilometer van hun woonplaats), een week lang een hotel geboekt had en gewoon een fietsvakantie vierde in Bad H., waarbij de muzikale uren dan een welkome onderbreking waren. De zwarte koorkleding opgerold op de bagagedrager. Ja, zo kan het ook. Al heb je het stadje gauw gezien, het  landschap eromheen blijft erg aantrekkelijk.

De onzegbare heer Pofalla heeft een 22 jaar jongere vrouw getrouwd, meldde een nieuwsbulletin. De vroegere rechterhand van Merkel, die nu bij de Deutsche Bahn werkt. Dat zou niet ter zake doen, als ik niet de hele tijd de neiging had om Po-faaa-lla te zingen als het Hosanna! moest zijn.

4 reacties

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

De hoge c

Ja, die was er vandaag op zangles, heel duidelijk. Thuis nog niet. Niet dat hij mooi was, maar hij was er, en dan kan hij dus verder ontwikkeld en verfraaid worden.

De kopstem is een koppig iets. Ik worstel er al weken mee. De borststem een flink deel kop en een zilveren klank mee te geven, dat lukt nu wel. En enkele kopnoten gaan ook wel. De g komt er steeds vaker goed uit, maar de a nog niet.

Een openbaring was de geluidsopname die ik van mezelf maakte met het mobieltje. Terwijl ik zelf steeds het idee had dat ik piepte in de hoogte bleken de tonen op de ‘objectieve’ opname helemaal niet zo zacht te zijn. Geen wonder, verklaarde de leraar: normaal hoor je je eigen stem met de resonantie van je borstkas; die ontbreekt bij de kopstem, maar voor toehoorders is het bijna even hard. Vervolgens zong hij een fragment uit Tosca dat je een straat verderop nog horen kon, puur met kopstem. Daar moet het dus heen.

‘Schouders laag houden. Niet drukken, niet afknijpen. Niet door het plafond willen duwen, maar door het gat in de zoldering vanzelf naar boven gaan. Zachtjes zingen! Luider kan altijd nog.’
Onder zijn leiding lukt het me steeds vaker het zingen makkelijk op te vatten, de stem ongehinderd te laten gaan. Of zelfs brutaal de toon van bovenaf op te pakken in plaats van hem van onder moeizaam te beklimmen.

2 reacties

Opgeslagen onder Muziek, Niks

Koorleed en -lief

Naarmate ik beter leer zingen bevallen de koren waarin ik zing steeds minder. Hierover al eerder wat gezegd.

Het eerste koortje van de faculteit is een pretkoor zonder pretentie, gewoon leuk, maar wel door een vakman geleid. Optredens op universiteitsfeestjes en dergelijke. Hoogtepunt was een uitwisseling met een dergelijk koortje in Barcelona, 2009. Eigenlijk leuk dit, en ik zal er ook in blijven. Het vraagt niet veel oefening vooraf. Treurig is echter het grote verloop en dat mensen soms door examens enz. niet kunnen komen; dan lijkt het wel of het weer bij nul begint.

Het concertkoor waarmee ik nu al drie concerten in drie verschillende steden heb beleefd is zieltogend. Toen ik er een jaar geleden in kwam was de dirigent nog heel goed, maar door zijn hoge ouderdom gaan de repetities steeds slechter en dientengevolge ook de uitvoeringen. Zelfs de Oberhessische Presse was dat bij het laatste concert opgevallen. Ik heb mij dus afgemeld voor het instuderen van Händels Messias voor december, want dat verval nog langer mee te maken is niet fijn. De oude man zou er zelf mee moeten kappen, maar klampt zich vast. Ik was er nog niet lang genoeg bij om mij erg loyaal te voelen.

Met het koor dat in augustus in Bad Hersfeld Verdi’s Requiem zal uitvoeren heb ik geen probleem. Voor leken is het hard werken, maar dat is juist leuk en het gaat steeds beter. De dirigent is uitstekend. Wel vroeg ik mij al af hoe we dat stuk op overtuigende wijze konden brengen als lekenkoor, maar daarvoor is allang een oplossing gevonden, naar ik pas deze week hoorde. Er wordt een compleet professioneel operakoor uit Poznan (Polen) aangekard. Dat zal de kwaliteit van de uitvoering zeker verbeteren. Maar het is ook een beetje een demper: als lekenkoor worden wij zo een aanhangsel van een professioneel koor. Het Poolse koor wil niet met name genoemd worden in de publiciteit. Zo wordt dus de suggestie gewekt dat ons Hessischer Konzert & Festspielchor in oprichting heel goed is, wat het echter niet is. Naar verluidt gebeurde die truc met Poolse zangers al jaren, ook al toen het ijzeren gordijn nog bestond. Ook de orkesten en solisten komen vaak uit Oost-Europa; ze zijn meestal echt goed. Voor die mensen een aardig zakcentje en een uitstapje, voor ons een (te) goedkoop succes. Maar waardevol blijven natuurlijk de repetities, waar ik veel leer en ook veel plezier heb.

Helemaal made in Germany, begeerlijk maar onbereikbaar, is het koor dat in Weilburg de H-Moll-Messe van Bach gaat brengen. Dat is semi-professioneel en dat zal ik nog jaren niet zijn, misschien wel nooit.

Troost biedt dan het kleine vocaal ensemble waarin ik vanaf eind augustus zal meezingen. Het wordt geleid door mijn zangleraar, zodat het zingen meteen ook les is. Onlangs hadden ze een uitvoering en die is me bevallen. Mensen die nog niet zo heel lang bezig waren: het maximale eruit gehaald, geen foute inzetten of intonatie en een niet onmogelijk moeilijk, maar toch aantrekkelijk repertoire. Zo moet het zijn; daar verheug ik me wel op.

4 reacties

Opgeslagen onder Marburg, Muziek, Persoonlijk