Categorie archief: Muziek

Alp Arslan in Gießen

Nee, niet de beroemde sultan die U kent van de slag bij Manzikert, waar hij in 1071 de Romeinse keizer Romanós IV gevangennam en bij wijze van bestraffing vervolgens vrij liet. Diens achterkleinzoon is het. In Gießen heb ik de naar hem genoemde opera bijgewoond.
.
Gießen is een stadje dat niet veel groter is dan Marburg, maar wel rijker. Het bezit een eigen theater, klein maar fijn, en een goed operagezelschap. Stel U voor, een eigen opera in een stad als Oss of Alphen aan de Rijn. Ongelofelijk, maar hier bestaat dat. En dit Stadttheater Gießen heeft een opdracht gegeven om een opera te schrijven. Het resultaat is Alp Arslan, met muziek van Richard van Schoor en tekst en regie Willem Bruls. De eerste is een Zuid-Afrikaan, de tweede een Nederlander.
.
In deze opera draait veel om de residentie van de jonge sultan: Aleppo, waarbij natuurlijk telkens gerefereerd wordt aan de recente vernietiging van die prachtige stad. Als Alps vader op sterven ligt weigert de zoon aan het sterfbed te verschijnen. Hij is zestien en te onervaren om Aleppo en omstreken te regeren, in een tijd waarin christelijke Kruisvaarders, Koerden, Ismaïlieten en Druzen de stad bedreigen. Van zijn moeder heeft hij geen steun te verwachten; die heeft nooit van hem gehouden. De enige die hem kan helpen is Lu’lu’, de eunuch die hem heeft opgevoed. Hij haat hem, maar is toch op hem aangewezen. Pest hem met zijn castraat zijn, veracht hem en verkracht hem. Hij wordt steeds gekker, tot de eunuch hem op een dag vermoordt en zijn jongere broer tot sultan benoemt.
De heimelijke hoofdrol is voor de eunuch, de countertenor Denis Lakey. De opera begint met een monoloog van hem, terwijl hij ingegraven ligt in het zand van de Soedan, en eindigt met een nog indrukwekkender solo-optreden.
Ja, deze muziek is modern, maar van een soort die goed en vanzelfsprekend aan te horen is. Als extra waren er ook stukken Arabische muziek doorheen geroerd, met een Arabisch orkest en een oproep tot het gebed van een echte moëddzin, die boven in een loge stond. Misschien dat zoiets voor het operapubliek hier moeilijk te verteren is, maar voor mij was het heel vertrouwd.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Kunst, Muziek, Nabije Oosten, Niks

Terug in Bad Waldsee

In 2016 was ik voor het laatst bij de studieweek voor oude muziek in Bad Waldsee, en nu was ik er weer. We zijn allemaal duidelijk ouder geworden; alleen de muziek is nog als nieuw.

Zang overwegend uit de zestiende en zeventiende eeuw, maar ook blaas- en enkele snaarinstrumenten. Met een zeker gemak verving men indertijd stemmen door instrumenten of omgekeerd en roeide met de riemen die men had. In Waldsee waren er fluiten, dulcianen, pommers, ranketten, kromhoorns, gemshoorns en nog andere dingen, en dat vaak in sopraan-, alt-, tenor- én basuitvoering. Er waren ook harpen en gamba’s.

1280px-BadWaldsee_Frauenbergkirche_innen

Foto Andreas Praefcke Wikimedia Commons

Voor mijn archief—U kunt natuurlijk meeluisteren als U zin hebt. In de Frauenbergkapelle hebben we het volgende uitgevoerd :

Duarte Lôbo (1565–1646), ditmaal de eerste twee delen uit zijn Missa pro defunctis van 1626 a 8 voci, tot 6:00.
Joh. Eccard (1553–1611), Christus lag in Todesbanden.
Heinrich Isaac (1450–1517), Salve sancta parens, a 6 voci.
Ex illustri nata prosapia, Motette 48 no. 123 uit Codex las Huelgas, ± 1325, door de mannen alleen (tot 0:50).
Heinrich Schütz (1585–1672), Deutsches Magnificat SWV 494.
Monteverdi, Ave maris stella, Hymnus a 8 (1:11–1:21).

De volgende werken hebben we wel gezongen en gespeeld, maar niet publiekelijk uitgevoerd:
Andrea Gabrieli (1520–1586), XLII Gloria a 16.
Andrea Rota (1553–97), Magnificat, a 12 (geen opname).
Duarte Lôbo (1565–1646), Audivi vocem de caelo mihi dicentem.
Johann Schop (?–1667), Steh auf, meine Freundin, a 8 (geen opname).

De links zijn overwegend naar professionele uitvoeringen in Youtube. Zo mooi zongen wij dus niet.

Er was ook weer een optreden van de twaalf gemshoorns. Ditmaal heb ik ook eens gelet op de gemshoornhoezen, een cultuurgoed dat volgens mij niet onverwant is met het mutsje, dat ik hier signaleerde.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek

Notre Dame de Paris

In gedenken aan de kerk die in vlammen is opgegaan een zeer vroeg muziekstuk dat daar gemaakt is en een centrale plaats inneemt in de Europese muziekgeschiedenis: https://www.youtube.com/watch?v=FvJ6xl3l1ek

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Godsdienst, Muziek

Alleenzang

Het is besloten: op vijf mei zal ik met een leerling sopraan onder begeleiding van een professionele pianiste een duet ten gehore brengen, in het zog. muziek-café van het theater hier. Een informele gelegenheid, maar toch in het openbaar. Dan zal ik dus niet in mijn eentje staan te zingen, maar moet wel alleen een tenor-partij afleveren. Het gaat om Schumann, In der Nacht.
En nog op een ander front wordt er gewerkt aan een zelfstandig optreden als zanger. Op Tweede Paasdag hoop ik naar Bad Waldsee te kunnen vertrekken voor een week met oude muziek. Daar zijn in totaal drie tenoren, maar de kans is groot dat er meerkorige werken worden ingestudeerd, zodat ieder toch zelfstandig een partij zal zingen. Wel wordt men daar ondersteund door de rijkelijk aanwezige oude blaasinstrumenten, bij voorbeeld een dulciaan, zodat er minder mis kan gaan. Ook hier heb ik zin in, en ik hoop dat het allemaal doorgang kan vinden.

4 reacties

Opgeslagen onder Muziek

Buiten de paden

Gisteren had ik iets te doen in Fulda, dus heb ik het buurtwandelen naar daar verplaatst. Dat viel niet zo mee: veel van de stad is in WO II verwoest en ook veel daarna. Wel zijn er nog mooie brokstukken over: kerken, een kasteel, enkele goede huizen uit de oude tijd. De barokke kathedraal is groot en weelderig, iets té misschien. Hier ligt Bonifatius, de martelaar van Dokkum, in een riante crypte. Geen muffe lucht of optrekkend vocht daar beneden, maar veel marmer en luxe. Als U met geen stok een kerk in te krijgen bent kunt U binnenkort op het voorplein de musical over hem zien. Indrukwekkend is ook de kleine St. Michelskerk uit de negende(!) eeuw.
Voor de avond had ik een vrijkaartje voor Bachs Johannespassion in Frankfurt. Sir Simon Rattle en het Choir and Orchestra of the Age of Enlightenment en solisten. Dus van Fulda met de trein naar Frankfurt, door de streek die vroeger een fietsgebied van me was, en na afloop met de 23.24 terug naar Marburg. Dat is wel een bezwaar van het leven in de provincie: die late thuisreizen. Maar het loonde de moeite.
Die Johannespassion werd een bijzondere ervaring, want het betrof een halbszenische Darstellung, onder regie van Peter Sellars. Muzikaal gezien was het fantastisch. Sir Simon haalde dingen uit dat bekende stuk naar boven die me nog nooit waren opgevallen. Zijn dirigeren was soms merkwaardig: hij liep wat heen en weer over het podium, zette wat solisten neer, dirigeerde hier een daar een groepje mensen en stond ook wel eens achter het koor te dirigeren, zodat hij niet te zien was. Soms zong hij lekker mee. Nieuw voor mij was het toneelspel dat daar werd opgevoerd. Natuurlijk niet met een echt kruis: het waren meer aanzetten tot spel, tot leven gekomen tableaux vivants. En zie aan: dat gaf een geweldige meerwaarde. Van begin af aan was je als publiek zeer betrokken bij de handeling. Misschien dat het koor het meest profiteerde. Partituren met noten of ẓwarte pakken waren natuurlijk nergens te bekennen, de verschillende stemgroepen waren door elkaar gehusseld, de zangers lagen soms op de grond, sprongen dan weer op, stormden dreigend naar voren, weeklaagden enzovoort. Niet alleen met hun stem, ook met hun gezicht en hun hele lijf drukten zij uit wat zij zongen, nog wat meer zelfs dan in het doorsnee operakoor. Malchus’ oor werd bedrieglijk echt afgehouwen. Een haatdragende volksmassa zag er vervaarlijk uit, de valse joden sisten hun Wir haben ein GeSETZ, ein Gesetz, -setzz, -SETZZ, en bij het loten om Jezus’ kleding aan de voet van het kruis werd het zelfs een beetje jolig; die soldaten amuseerden zich kostelijk.
Mij overtuigde het en ik zal dit niet licht vergeten. Straks eens kijken hoe het in de bourgeoise pers gerecenseerd wordt.

 

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Kunst, Muziek

Zingende moslim

De komst van een nieuwe zanger in ons koor werd aangekondigd. Een Iraniër genaamd Said. Er waren verschillende koorleden die zich serieus afvroegen of deze man, kennelijk een moslim, de muziek van Schein en Franck op Psalm 116 wel zou willen meezingen.
Intussen was Said op de repetitie, hij zingt goed en zong uiteraard genoemde muziek van harte mee. De Psalmen Davids zijn in het Midden-Oosten bekender en worden meer gerespecteerd dan de koran bij ons.
Wat een vreemde voorstellingen hebben mensen soms van moslims. Er zijn er wel van de heel strenge soort, die tegen muziek zijn, maar dat zijn er niet veel. Die zingen niet en zouden nooit bij een koor als het onze willen. Net zo min als heel strenge christenen.
Tientallen jaren islamgeleuter heeft zelfs in tolerante kringen zijn sporen nagelaten. Moslims worden blijkbaar geacht heel rare mensen te zijn, die niet zulke dingen doen of willen als ‘wij’.
Een Iraniër die geïnteresseerd is in Europese cultuur is niets bijzonders. Een paar Arabieren zou ik er nog wel graag bij zien in onze muziekpraktijk; die zijn wat ondervertegenwoordigd. In Frankrijk is dat beter.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Iran, Islam, Muziek, Niks

Wél gezongen

Vrijdag generale repetitie, zaterdag uitvoering in Bad Homburg en zondag in Marburg van Mozarts Requiem in een groot koor, en de koorgedeelten uit cantate 127 van Bach in het kleine kamerkoor met slechts één andere tenor, net als in Parijs. Omdat Mozart overleed voordat hij zijn werk had voltooid had de dirigent er het Ave Verum aangeplakt, om toch iets van een afsluiting te krijgen.
.
Het lukte: de stem was nog niet helemaal in orde, dus ik moest enkele luide en zeer hoge passages bij Mozart laten uitvallen. In het grote koor viel dat niet op. Natuurlijk gaan de twee fouten die ik heb gemaakt niet weg uit mijn hoofd, maar de algemene indruk was dat het voor een amateurkoor en -orkest niet slecht was. Het publiek jubelde, maar dat doet het in de provincie altijd. Ze hebben verder zo weinig.

1 reactie

Opgeslagen onder Muziek

Niet gezongen

Gisterenavond bij het Carnavalsconcert van mijn koor voor oude muziek heb ik niet meegezongen, omdat mijn stem het had laten afweten. Ik klink ineens als Hildegard Knef, en dat geheel zonder verkoudheid of hoestbuien. De oorzaak is (nog) niet bekend. Ik vraag mij af of dit nu voor altijd is, of dat ik volgende week met een ander koor het Requiem van Mozart wel drie maal kan meezingen. Nee, als het een laryngitis is zal dat niet gaan. Zelden kwam een aandoening zo ongelegen.
.
Nu zat ik dus in de zaal. Eerst was ik een beetje treurig, maar dat ging gauw over, want het was heel mooi om erbij te zijn. Centraal stond de soort van proto-opera Robin et Marion van de troubadour Adam de la Halle (± 1240–1285), met dansnummers erin. We hebben enkele professionele dansers, dus dat was prima in orde. Het hoofdwerk werd omlijst door koorzang van een stel Franse madrigalen, uit iets latere tijd, maar inhoudelijk wel passend. Mijn koorgenoten zongen mooi, en ook de solo-gedeelten en de dans waren prachtig; het was een uitstekende uitvoering. En waar en wanneer zou je ooit een uitvoering van zulk een werk kunnen vinden? In Duitsland helemaal niet, denk ik.
.
Er was een trio van instrumentalisten uit Frankfort aangetrokken; ook die deden uitstekend werk. Grappig was het om te zien dat de fluitiste Duitse was, de tokkelaar Chinees en de strijker Japans. (Hun oude instrumenten kan ik niet benoemen.) Hoeveel Europeanen spelen er oude muziek in China of Japan?

Ik druk de titels van de koorliederen hieronder af. Vreemd, ik zou ze zo kunnen meezingen—als ik zingen kon. Bah, moet ik dan weer intellueel worden? Morgen maar gauw naar een dokter.
.
– Antoine de Bertrand (1530/1540 – ± 1581), Hastez vous, petite folle  .
– Pierre de la Rue (1460/1470–1518), Pourquoy non?
– Ninot le Petit (1500–1520), En l’ombre d’un aubépin (geen opname).
– Orlando di Lasso (1532–1594), Petite folle (geen opname).
– Clement Janequin (1485–1558), Si dung petit de vostre bien of hier 28:45.
– Clement Janequin (1485–1558), Il estoit une fillette.
– Guillaume Costeley (1531–1606), Mignonne, allon voir.
– Antoine de Bertrand (1530/1540 – ± 1581), Vivons, mignarde, en noz amours (geen opname).
– Ninot le Petit (1500–1520), Mon amy m’avoit promis.

3 reacties

Opgeslagen onder Muziek

Zingen in Parijs

Na vrijdag in de vooravond vanuit Frankfurt met de TGV naar Parijs te zijn gereden begaven we ons na een afzakkertje in een café op de Place d’Italie te bed. De volgende ochtend was ter vrije besteding. Ik ging eens kijken bij de het bassin en de rotonde van La Villette en wandelde een stuk langs het kanaal, dat ik vanuit het zuiden al vaker had bewandeld. Vervolgens naar het Parc Monceau, waar je als het ware de kindermeisjes uit de tijd van Proust nog op de bankjes zag zitten met het hun toevertrouwde kroost. Het rook er zelfs naar paard, maar dat kwam door de kleine pony’s, waarop het huidige kroost gehelmd een ritje mag maken. Tenslotte naar het kleine museum Delacroix, in zijn oude woonhuis annex atelier, dat gewijd was aan de niet-oriëntalistische kant van de schilder; overwegend grafiek. Die oosterse schilderijen van hem kende ik wel, maar dit completeerde het beeld. Ik was er alleen op uitgegaan: omdat ik toch wat slecht en langzaam loop is het geen pretje om met anderen op te lopen; bovendien hadden zij meer toeristische behoeften.
.
Om één uur repetitie van de Marburgse zangers in een protestantse kerk aan de Boulevard Arago, een koepelvormig gebouw met een heerlijke akoestiek. Vijftien zangers, onder wie slechts twee tenoren, onder wie ik. De dirigent plaatste mij helemaal aan de buitenkant een beetje apart, zodat het net leek of ik alleen stond. Daarna was de rest van de middag en avond weer ter vrije besteding, maar zie aan: mijn benen deden het niet meer, na vier uur lopen en ruim een uur staan en wilde ik niet meer lopen; ook om morgen beter lang te kunnen staan. Met Sérotonine, het nieuwe boek van Houellebecq, in de zon gaan zitten; het was veertien graden en met een jack en een das om ging het net. Het boek viel niet mee.
.
Des avonds ongemeen lekker Vietnamees gegeten; het 13e arrondissement is immers de Oost-Aziatische wijk van Parijs. Zulk eten krijg je in Duitsland niet, want daar wordt toch alles een beetje aangepast aan de Duitse Leitkultur.
.
Zondagmorgen wilde ik mijn benen nog ontzien en heb gewoon een rondrit door de stad gemaakt met verschillende stadsbussen. Het is dan heel rustig en je ziet een hoop.
.
Zondag van twaalf tot één stond kennismaking met de Franse zangers op het programma, en de Cantate van Bach die we te samen zouden zingen. Het is heel apart en intens om als zangers met mensen kennis te maken, d.w.z. middels de zangstem. Per stemgroep deden we verschillende oefeningen en speelden zo alvast op elkaar in. Die cantate samen zingen lukte natuurlijk alleen omdat de beide dirigenten elkaar goed kennen en van te voren al op elkaar afgestemd waren.
.
Na de kennismaking met de Franse zangers en de gezamenlijke repetitie zou ons een ‘kleinigheid te eten’ worden aangeboden door een van de dames van het Franse koor, die tegenover de kerk woont. Het bleek een vorstelijke lunch te zijn voor achttien personen, gekookt volgens de beste Franse tradities en overgoten met mooie wijn uit de Elzas (‘witte wijn is goed voor de stem’). Wee degene die dacht dat de plakjes salami en de quiche de hele kleinigheid waren en nog een tweede stuk quiche nam: er volgden namelijk nog een groenteschotel, merg, gestoofd rundvlees, sla, fijne kazen, fruit en koffie met iets erbij. Daarna was een uurtje uitbuiken op het hotelbed wel nodig. Om vijf uur waren we terug in de kerk, om de opstelling, het opkomen en de belichting nog even te oefenen; toen af in de sacristie. Om zes uur zat de kerk helemaal vol en begon het zingen. Alles verliep vlot: eerst zongen de Fransen wat, toen wij twee stukken en ter afsluiting mengden de beide ensembles zich voor de cantate, waarvan de beide aria’s door Fransen werden gezongen. Iedereen applaudisseerde luid en lang, we moesten als Marburgers nog een toegift van stal halen (C. Franck, Panis angelicus) en daarna was er, I kid you not, nog een buffet, voor alle zangers én wie wilde uit het publiek.
.
Het zangprogramma was niet zwaar; voor mij was het voornaamste te zien of ik met slechts één andere tenor naast mij zonder plankenkoorts zou functioneren. Welnu, dat lukte; tijdens de uitvoering had ik even een schrikmoment waarop mij geheel alleen in het universum waande, maar dat verhinderde niet dat ik op tijd inzette en de juiste toon trof. Ooit alleen optreden zal denkelijk wel lukken. Soms hoor je wel eens een musicus zeggen: ‘U was een fantastisch publiek!’ maar ik merkte van dat hele publiek niets, ik filterde het als het ware weg. Dat zal wel aan mijn gezegende leeftijd liggen; dertig, veertig jaar geleden, toen ik wel eens alleen een deun op de fluit ten gehore bracht, was dat heel anders.
.
Nog een bevrijde ronde drank in het café en vanochtend om 7.10 weer in de TGV gestapt.
.
Door ons gezongen:
– Gabriel Fauré (1845–1924),Cantique de Jean Racine Cantique de Jean Racine
– Thomas Tallis (1505–1585), If ye love me
– samen met de Fransen: J.S. Bach (1685–1750), Cantate nr. 127: Herr Jesu Christ, wahr’ Mensch und Gott
– César Franck (1822–1890), Panis angelicus

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Muziek, Reizen

Weg met de hartstocht

Vanmiddag heb ik een afspraak met H., een oud-student van me die af en toe met mij gaat koffiedrinken als hij in de stad is. De vorige keer is misschien een half jaar geleden. Toen vroeg hij of hij misschien mijn exemplaar van Ibn al-Djawzī, Dhamm al-hawā, ‘Afkeuring van de hartstocht,’ kon overnemen. Ik voelde daar weinig voor, want het boek maakt deel uit van een kleine collectie over de meer dan duizend jaar oude Arabische liefdestheorie, die ik gebruikte voor mijn proefschrift. Maar ik beloofde erover te zullen nadenken.
.
Intussen is er veel veranderd: hij krijgt het boek, gewoon cadeau natuurlijk. Het afstaan kost me geen enkele moeite meer en wat mij betreft kan hij de rest van de verzameling erbij krijgen. Sinds Kerst ben ik zo veel minder arabist geworden. De leegte die mijn verdwijnende oude vak heeft nagelaten is nog steeds niet gevuld en ik voel me daarover wel wat mulmig. Maar nu eerst vrijdag naar Parijs, om een potje te zingen. Solo toch niet, maar in een klein ensemble met slechts één andere tenor erbij. Duet zingen is verplaatst naar 5 mei.
.
Ik ben overigens benieuwd hoe lang H. nog met mij wil koffie drinken. Van anderen heb ik al gemerkt dat ze mij minder interessant vinden nu ik geen zin meer heb om over Wahhabieten of het salafisme te praten. Maar dat hindert niet: er zijn nu weer nieuwe mensen.

2 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Bildung und Uni, Muziek, Persoonlijk