Categorie archief: Muziek

Weg met de hartstocht

Vanmiddag heb ik een afspraak met H., een oud-student van me die af en toe met mij gaat koffiedrinken als hij in de stad is. De vorige keer is misschien een half jaar geleden. Toen vroeg hij of ik misschien mijn exemplaar van Ibn al-Djawzī, Dhamm al-hawā, ‘Afkeuring van de hartstocht,’ aan hem wilde verkopen. Ik voelde daar weinig voor, want het boek maakt deel uit van een kleine collectie over de meer dan duizend jaar oude Arabische liefdestheorie, die ik gebruikte voor mijn proefschrift. Maar ik beloofde erover te zullen nadenken.
.
Intussen is er veel veranderd: hij krijgt het boek, gewoon cadeau natuurlijk. Het afstaan kost me geen enkele moeite meer en wat mij betreft kan hij de rest van de verzameling erbij krijgen. Sinds Kerst ben ik zo veel minder arabist geworden. De leegte die mijn verdwijnende oude vak heeft nagelaten is nog steeds niet gevuld en ik voel me daarover wel wat mulmig. Maar nu eerst vrijdag maar eens naar Parijs, om een potje te zingen. Solo toch niet, maar in een klein ensemble met slechts één andere tenor erbij. Duet zingen is verplaatst naar 5 mei.
.
Ik ben overigens benieuwd hoe lang H. nog met mij wil koffie drinken. Van anderen heb ik al gemerkt dat ze mij minder interessant vinden nu ik geen zin meer heb om over Wahhabieten of het salafisme te praten. Maar dat hindert niet: er zijn nu weer nieuwe mensen.

2 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Bildung und Uni, Muziek, Persoonlijk

Verkouden

Het heeft me flink te pakken. Vanochtend pas om negen in plaats van om zeven uur wakker geworden; dat is wel eens prettig en ik heb de tijd. Het onaangename gevoel kan met een Paracetamolletje worden bestreden. Alles kan ik gewoon doen. Het zou helemaal niets bijzonders zijn, als daar niet het zingen was. Dat kan ik nu niet. De stem is even weg; misschien tot maandag?
Daardoor valt er een leegte, en pas nu besef ik hoe zeer dat zingen mijn gepensioneerde leven heeft opgevuld, en hoe kwetsbaar ik ben. Wat moet ik nu doen? Het is voor die paar dagen geen groot probleem; de vrijkomende tijd kan benut worden om wat nader de theorie te bestuderen. Een beetje meer harmonieleer kan geen kwaad, vooral de kerktoonsoorten. Ook kan ik het duet dat aan de beurt is, In der Nacht van Schumann, alvast uitspreken en analyseren, ‘inwendig zingen’ en opnamen op het internet beluisteren.
Maar wat als je op een dag nooit meer zingen kunt, door ziekte of gewoon door ouderdom? Moet ik dan weer terug naar mijn oude vak? Daar heb ik niks geen zin in. Het is niet actueel, maar het schrikbeeld was er ineens. Dan is het afgelopen, en die dag komt een keer. Eén van de vele soorten sterven. ‘Und wenn ich nicht mehr singen kann, so schlaf ich wieder ein.’

1 reactie

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Anticlimax

Zondag zou ons concert van oude muziek hebben plaatsgehad. We hebben er lang en hard aan gewerkt en nu is het ineens afgeblazen; gisterenavond pas. Door een aantal ziektegevallen op sleutelplekken in het koor was het niet meer rond te krijgen.
Vergeefs was het werk niet, we doen het natuurlijk een andere keer, maar het is nu wel een hol gevoel. Blijft te doen: een kerstconcert en doorwerken aan het Requiem van Mozart, in andere koren. Naar verhouding niet zo moeilijk.

1 reactie

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Zangverzwaring

Ilse is ziek, zo hoorde ik bij het tenorenrepetitie-uur van ons koor voor oude muziek. Ilse is daar de leidende tenor-zangeres. We zijn met vier mannen, die elke week apart een uur oefenen, en twee vrouwen. Voor amateurkoren is het te riskant om alleen met mannelijke tenoren te werken, omdat die bij de allerhoogste tonen vaak wat zwakjes zijn of ze niet zo lang volhouden, terwijl die bij vrouwen moeiteloos uit de gorgel stromen. Vrouwen hebben echter niet dat vaak zo gewaardeerde ‘tenorengoud’ in hun stem.
Ilse is leidend, omdat zij zeer goed opgeleid en ervaren is, altijd foutloze inzetten heeft en ritmisch onverstoorbaar is. Voor de beginnende zanger is zij dus baken en vangnet; zij biedt veiligheid.
.
Nu is Ilse ziek, het zal nog minstens vier weken duren en het is nog maar de vraag of ze bij ons concert op 4 november aanwezig kan zijn. Of misschien komt ze wel, maar kan niet meezingen. Dat verandert voor ons wel wat: we zijn nu geheel aan onszelf overgelaten, een beetje griezelig is dat. We mogen niet ontsporen of onzeker zijn.
.
Tegelijkertijd, al komt het nu erg plotseling, voltrekt zich nu iets waarvoor het allang tijd was. Ik moet me niet achter anderen verstoppen, maar serieuzer gaan werken aan een zelfstandig optreden, alle inzetten uit het niets zuiver kunnen brengen en ritmisch preciezer zijn dan ooit. Ik geloof zelfs dat ik de andere heren stiekem wat leiding zal moeten geven, want ik ben misschien niet de beste zanger van het spul, maar wel de brutaalste. En er moet gezongen worden, niet gesäuselt. Ik zal mijn inspanningen moeten verdubbelen. Dit wordt de Maand van de Dapperheid. Of wordt het een van de zevenduizend mislukkingen in mijn leven?
.
Het programma van het concert bestaat overigens uit de koorstukken over het motief ‘Tu es Petrus’ van Cristóbal de Morales, Melchior Franck, Giovanni Pierluigi da Palestrina (2x), Hans Leo Hassler en Peter Philips, plus Psalm 150 uit Cymbalum Sionium door Johann Hermann Schein. Daarbij nog stukken voor solisten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek

Samenval 2

‘Schönstes Städtchen in Alföld ist Ketschkemet,’ schoot mij door het hoofd. Die regel komt voor in een van de Zigeunerlieder van Brahms, waarop ik lang moest oefenen voor ik het snel kon zingen. Drie minuten later werd dit lied gezongen op de radio. Nee, het was niet van tevoren aangekondigd.

Zie ook Samenval 1.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Muziek

Vreemd te moede

Vanmiddag heb ik samen met een andere leerling van Daniel, een sopraan, twee duetten gezongen uit de Schöpfung van Haydn. Thuis hadden we ze ingestudeerd, maar samen deden we het allebei voor het eerst en het ging meteen al tamelijk goed; de stukken waren ook niet moeilijk. De mannenstem is eigenlijk voor bariton, dus geen getob met hoge tonen.
Leraar Daniel was tevreden en vroeg na afloop of wij meegingen met de tournee van zijn grote koor naar Northampton, dan konden we het daar zingen! Nee, dat waren we allebei niet van plan. Dan met het kleine ensemble mee naar Parijs, in februari? Ja, dat wel. Dan kunnen we het daar zingen, en de rest van het ensemble kan als achtergrondkoortje optreden, want bij een van die duetten is er een koortje vereist.
Potdorie, straks sta ik daar in een wereldstad de solist uit te hangen; wordt het niet eens tijd dat ik heel erg zenuwachtig word?

4 reacties

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Zanguitvoeringen 2018 1e helft

Meteen was het weer een fijne zomerdag: lekker in de zon(!) gezeten en gewandeld bij slechts 25 graden, na een dag of tien binnenzitten bij tien graden warmer. Die wandeling was in Rüthen, een mooi plaatsje halverwege mijn autobahnmijdende rit terug van Freckendorf naar huis.
.
Na vier dagen in een sterk oververhit Utrecht op zaterdag 28 juli twee keer nat geworden van regen! Daarna een week koorzingen in Freckenhorst, gem. Warendorf. Het was mooi, het was fijn, maar de temperatuur liep snel weer hoog op en in het hele wat oudere gebouw was geen ventilator te vinden, laat staan air-conditioning. Ook de kerken waarin we zongen boden geen koelte: het eeuwenoude gesteente was grondig opgewarmd.
.
De helft van de muziek waarmee ik te doen krijg is kerkelijk. We zingen regelmatig in kerken. Meestal worden die gebouwen dan als concertzaal benut, maar vanmorgen hebben we een bijdrage geleverd aan de hoogmis in de grandioze stiftskerk van Freckenhorst. Een Romaanse kerk, grotendeels uit de negende eeuw. Het interieur herinnert aan Damascus en Cordoba. De stoffelijke resten van de eerste abdis Thialthildis worden er nog bewaard. Ze ligt daar wel lekker.
.
Al die kerkmuziek en die kerkgebouwen zijn prachtig, maar hebben me niet nader tot het christendom gebracht; integendeel. Vanmorgen was die mis zo vervreemdend dat ik me voor het eerst van mijn leven op de gedachte betrapte: waarom ben je nooit moslim geworden?

Het wordt weer tijd voor een overzicht van alle muziek die ik in koorverband in het openbaar heb meegezongen, in de eerste helft van 2018. Voor tarchief.
.
– Josquin Desprez (1440–1521), El Grillo
– Pierre Passerau (± 1490–1550?), Il est bel et bon
– Thoinot Arbeau (1519–1595), Belle, qui tiens ma vie.
– Anthoine de Bertrand (1540?-1581?), Hola Caron, nautonnier infernal (is geen opname van), en Ces deux yeux bruns.
– Jakob Buus († 1565), Et puis a-t-on ouvert la porte (geen opname)
– Clément Janequin (1552), Vents hardis en La plus belle de la ville en andere@.
– Claudio Monteverdi (1585–1672), Madrigali, boek 6: Lamento di Arianna en Sestina.
– Andries Pevernage (1542–1591), Secourez moy madame (geen opname; tekst hier).
– Leonhard Lechner (1553–1606), Deutsche Sprüche von Leben und Tod (delen).
– N.N., Je file quant Dieu me donne de quoy.
– Heinrich Schütz (1585–1672), Herr, wenn ich nur Dich habe, Herr nun lässest Du (Canticum Simeonis).
– Johann Sebastian Bach, Kantate BWV 106Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit (Actus tragicus).
– Johannes Brahms (1833–1897), Wechsellied zum Tanz, Nachtigall sag, Erlaube mir feins Mädchen, Der Gang zum Liebchen of ditEs stunden drei Rosen, Verstohlen geht der Mond auf (met drie tenoren als voorzangers); enkele van de Zigeunerlieder op. 103: zelf de nummers zoeken: 2. Hochgetürmte Rimaflut, 5. Brauner Bursche führt zum Tanze, 6. Röslein dreie in der Reihe (mijn favoriet!), 7. Kommt dir manchmal in den Sinn
– Hugo Distler (1908–1942), Totentanz, Motette Nr. 2 aus: Geistliche Chormusik op. 12 (delen).

Die oude muziek klinkt op de opnamen vaak zo beschaafd, zo voortdurend etherisch. Gelukkig houden mijn dirigenten alle drie van aards en pittig. Als de tekst spreekt van weinen of klagen, dan wenen of klagen wij—natuurlijk niet zoals bij Verdi, maar diep van binnen wel degelijk. Ook imiteren wij desgevraagd met onze stem trompetten of andere blaasinstrumenten.

5 reacties

Opgeslagen onder Muziek

Droom van Oriënt

Hoe ik ertoe gekomen ben, oriëntalist te worden, werd mij gisteren gevraagd. Ten grondslag aan zowel de oriëntalistiek als het oriëntalisme ligt misschien altijd de oosterse droom.
.
Mijn ouderlijk huis was op loopafstand van het Tropenmuseum in Amsterdam. Na de verplichte kerkgang op zondagochtend ging ik vaak ’s middags naar dat museum. Daar was vaak iets te doen: Indra Kamajoyo danste er bij voorbeeld, of er werden Javaanse sproken voorgedragen, over Kancil het guitige dwerghert, of iets uit de Mahabharata. Het mooiste was als een enkele keer het gamelanorkest speelde, eventueel met wayangspel. Toen ik wat ouder was zoog ik mij vol aan de oriëntalistische boekhandel die daar was.
.
Na verloop van tijd wist ik het: ik wilde naar Indonesië om iedere nacht de gamelan te horen spelen. Dat er ook brood op de plank moest hield me niet bezig. De beste manier om ernaar toe te werken leek me Indonesische Taal- en Letterkunde te gaan studeren. Dat zou in Leiden moeten gebeuren en ik wilde niet uit Amsterdam weg. Maar om Indonesisch te studeren moest je vroeger eerst Arabisch en Sanskriet gedaan hebben, en Arabisch kon in Amsterdam, dus als ik daar dan eens mee begon … . In dat Arabisch bleef ik hangen, hoewel het Midden-Oosten helemaal niet mijn droomwereld was. Maar bij Arabisch hoorde voor het kandidaatsexamen ook Hebreeuws; dat lag me wel, dus ik vond het goed zo. Later kwam ik toch in Leiden terecht, waar ik nog drie jaar Indonesisch en klassiek Maleis gestudeerd heb. Sanskriet was inmiddels geloof ik afgeschaft, Javaans was me toch te lastig en mijn hoofdvak werd Arabisch. Egypte, waar ik terecht kwam, was allesbehalve een oosterse droom, eerder een obsessie. Na Egypte heb ik nooit meer aan Nederland kunnen wennen en ik ging nog vaak ‘terug’.
.
Waarom dat gedroom? Het was heel eenvoudig: ik was niet gelukkig met mijn werkelijke omgeving en wilde dus weg. Van koloniale verlangens was helemaal geen sprake. Ik wist best dat we Indië niet meer ‘hadden’ en hoorde om mij heen genoeg praten over het onaangename heerschap Soekarno, dat daar nu de scepter zwaaide. Maar dat doorbrak de droom niet.
.
Dromen was niet het enige wat ik deed: ik ging ook gewoon naar school, luisterde naar Europese muziek en leidde een normaal leven. Maar die oosterse droom was sterk genoeg om een groot deel van mijn verder leven te bepalen, al was hij niet gericht genoeg om mij naar Indonesië te brengen.
.
Er waren ook Nederlanders die gerichter droomden en het gewoon deden. Bernard IJzerdraat (1926–1986) slaagde er gedurende de oorlog in met grote volharding zelf gamelaninstrumenten te bouwen, waarop hij met zijn groep Babar Layar o.a. in het Tropenmuseum uitvoeringen gaf. In 1956 vertrok hij naar Indonesië, waar hij onder de naam Suryabrata verder leefde als hoogleraar in de musicologie. De huidige hoogleraar Javaans in Leiden Ben Arps liet zich in Surakarta opleiden tot dalang (wayangpoppenspeler).
===============
Er bestaat of bestond in het Midden Oosten ook een droom van het Westen. De studenten in Egypte wisten het indertijd zeker: in Europa hoef je maar een bar binnen te lopen of je wordt aangeklampt door bereidwillige jonge vrouwen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Orient, Persoonlijk

Des mulders lust

Dat was even een impasse in het zingen. Het was paasvakantie, dus twee weken geen les. Schumanns cyclus Dichterliebe hadden we door; de laatste twee liederen waren eigenlijk iets te moeilijk voor mij geweest. Nu ja, het gaat sowieso om een eerste kennismaking met de literatuur; van een behoorlijke uitvoering met andere mensen erbij kan nog lang geen sprake zijn.
.
Maar nu was Schuberts Schöne Müllerin aan de beurt, en het eerste lied daarvan, Das Wandern ist des Müllers Lust, is eigenlijk een stuk gemakkelijker. Ja, het is doodsimpel en ik ken het al zestig jaar in ettelijke uitvoeringen, dus wat lette me? Maar in de praktijk bleek het juist steeds moeilijker te worden: die eenvoud is bedrieglijk, mijn strot kneep zich steeds dichter bij dit lied en toen ik het vanmiddag op les zou voordragen klonk het erbarmelijk. Geen wonder, want vanmorgen in bed voelde mijn keel al rauw aan, het leek wel of ik verkouden was, maar dat was niet zo: achteraf gezien was het gewoon zelfsabotage.
.
Op zo’n moment is mijn leraar onbetaalbaar. Die gaat dan eerst aantonen dat mijn stem niet weg is maar geheel ter beschikking staat; hij trekt die strot weer vlot met kleine oefeningetjes: zing het hele lied nu eens op nej nej nej, spreek de woorden gewoon eens uit, doe die eerste twee a’s eens voor in de mond; als die achter in de keel schieten is de rest ook verloren. En spreek zonder de lijn los te laten, zodat het niet hakkerig wordt en je steeds weer opnieuw moet beginnen. Tenslotte nog een paar regels op wuiya, en dan op noten en op tekst. Na een poosje ging het wel, maar het klonk wat afstandelijk. Toen had de leraar een ander idee: kijk dat lied thuis nog maar eens door, dan doen we nu even het tweede lied: Ich hört’ ein Bächlein rauschen. Dat kende ik ook wel van horen—wie kent het niet? O Bächlein, sprich, wohin?—maar ik had het niet ingestudeerd. Het werd dus een improvisatie. En ziedaar: dat ging ineens prachtig! De stem was er weer helemaal, en de bij de tekst horende gevoelens waren er ook.
.
Dit komt overeen met de ervaring van heel mijn leven: als je iets probeert, ergens je best op doet, gaat het gegarandeerd niet, maar zo spelenderwijs komt er soms best iets aardigs uit. Dat was  bij de wetenschap net zo: zwaar getob met betrekkelijk geringe resultaten, terwijl zo’n stukje voor een blog, ach, dat gaat wel.
.
Toch ga ik dat tweede lied voor volgende week instuderen; maar vooral niet te vlijtig!

1 reactie

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Aimez-vous Brahms?

Met het kleine vocaal ensemble dat mijn zangleraar Daniel heeft samengesteld uit zijn leerlingen hebben we op een concertje wat liederen van Brahms gezongen. Geen zwaar programma; er waren nog twee andere ensembles.
Dat ging goed, omdat we allemaal leerlingen van Daniel en dus op elkaar afgestemd zijn. Bovendien laat hij nooit te moeilijke muziek zingen: precies wat we kunnen en dat dan tot dicht bij de perfectie, al is die ditmaal bij het laatstgenoemde lied niet helemaal bereikt. Omdat er maar drie tenoren zijn voelde ik me redelijk belangrijk. In drie liederen zingt er een voorzanger, terwijl het koor dan telkens invalt met een kort refrein. Dat bood gevorderde leerlingen de kans, een bescheiden solo te zingen. Maar wij tenoren zijn geen van drieën al aan solo’s toe. In Verstohlen geht der Mond auf waren wij dus met ons drieën de voorzanger. In  de hieronder genoemde uitvoering is het mijn leraar.
.
Ons programmaonderdeel was als volgt:
Erlaube mir, feins Mädchen.
Es stunden drei Rosen,
Nachtigall sag.
Verstohlen geht der Mond auf.
Der Gang zum Liebchen of deze opname.
Wechsellied zum Tanz

De opnamen zijn overwegend van het Chamber Choir of Europe.
.
Houd ik wel van Brahms? Heel vroeger al mocht ik graag de pianotrio’s en -kwartetten, het vioolconcert en andere instrumentale muziek beluisteren. De platen daarvan zijn vrijwel stukgedraaid. Ook de liederen zijn mooi, al hebben ze soms wat rare teksten. De Romantische Liebeslieder, waarvan ik er vroeger als bas al een paar heb meegezongen, zijn schitterend! Maar minder genietbaar is Brahms als hij christelijk of levensbeschouwelijk wordt; ik ben zelfs een keer weggelopen uit een koor dat Ein deutsches Requiem instudeerde. Nee, dat blief ik niet.
Als je in koren zingt bestaat de helft uit geestelijke muziek. Monteverdi, Bach, Schütz, zo nodig Bruckner, alles prachtig. Alleen Brahms moet wat mij betreft liever niet ‘geestelijk’ worden. Waarom begrijp ik zelf niet.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek