Categorie archief: Muziek

Maria-liederen in Freckenhorst. Voor het archief.

In de prachtige romaanse stiftskerk St. Bonifatius te Freckenhorst heb ik na een studieweek o.l.v. Eric Schmidt met de studiegenoten een aantal Maria-liederen gezongen. Dat dorp is erg katholiek; die enorme kerk nodigt daartoe ook wel uit. Twee dagen voor de uitvoering was daar een begrafenis, toen zat de kerk mudvol. Was er een belangrijke persoonlijkheid overleden? Nee, naar men zei was het normaal dat het hele dorp voor een begrafenis uitliep. Ook voor de Maria-liederen was er veel belangstelling. De uitvoering is goed gelukt en oogstte veel applaus. Ik vond Kverno en Gjeilo het interessantst. Als altijd weer links naar (veelal professionele) uitvoeringen in YouTube.

Anton Bruckner, ± 1860, Ave Maria

Hans Leo Hassler (1564–1612), Dixit Maria

Edvard Grieg (1898), Ave Maris Stella

Trond Kverno (1976), Ave Maris Stella

Michael Praetorius (1571–1621), Es ist ein Ros entsprungen

Günther Raphael (1903–1960), Maria durch ein Dornwald ging

Ola Gjeilo (1978–  ), Ave Generosa

Johann Eccard  (1553–1611), Übers Gebirg Maria geht 

John Tavener (1944–2013), Mother of God, here I stand

Franz Biebl (1906–2001), Ave Maria

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Christen Christelijk Christendom, Muziek, Zingen

Mini-herinnering: Händelhaat

Gisteren was ik in de opera in Frankfurt. Er werd Tamerlano gegeven, van Händel. Een prachtige uitvoering van een wat bizar werk. Geen koorzang, puur solozang, recitatieven en aria’s: bel canto achter elkaar door. Een tenor: de eerste in de operageschiedenis die een belangrijke rol te vervullen kreeg. Twee countertenors, die echter een heel verschillend karakter hadden. die ene leek wel een alt, een stem als die van Kathleen Ferrier. Verder een sopraan en een mezzosopraan, ook allebei geweldig. In de oude tijd zal het hele stuk wel door castraten gezongen zijn.

Ik had een mooie avond, maar nu moest ik weer aan een oude vriend uit Nederland denken, die een hekel had aan Händel. Een hoogleraar, die tevens voor de radio klassieke muziekprogramma’s mocht verzorgen: niet dom dus, en niet zonder kennis van muziek. Händels muziek vond hij simpeltjes, oppervlakkige flutmuziek, maar daar bleef het niet bij: mensen die graag naar Händel luisterden vond hij stomme sukkels met een onontwikkelde smaak. Graag naar Händel luisteren haalde in zijn ogen een mens naar beneden. Mij dus ook, hij snapte niet wat ik eraan vond. Het kon me niet schelen, mijn kinderhand is altijd gauw gevuld, oppervlakkig ben ik ook en ik maak zelf wel uit naar welke muziek ik luister. Maar hoe kan het dat iemand die niet van een bepaalde componist houdt, dan ook nog de mensen die er wel graag naar luisteren diep veracht? En nog wel een componist die door velen graag gehoord wordt en van wie er telkens meer oude opera’s boven water gehaald worden? Ik zelf houd bij voorbeeld helemaal niet van Wagner, maar het zou nooit bij me opkomen om mensen die dat wel doen af te wijzen.

4 reacties

Opgeslagen onder Muziek

Liederlijk

Het is geschied: ik heb twee liederen van Schubert gezongen voor een klein publiek, en het viel niet zo mee. Het publiek was heel klein: leraar Daniel en zijn vrouw, die piano speelde, plus een aantal leerlingen van hem die ook wat zongen. In totaal tien personen, van wie ik de meeste kende en van wie ik zelfs wenste dat die me zouden horen. Men zegt echter, dat het niet uitmaakt of een publiek groot is of klein, bevangen ben je toch. Ik kan me nog eerder voorstellen dat de ruimte ertoe doet. Het zal verschil maken of je in een buurthuis staat te zingen of in het Concertgebouw. 

Daniel had het behoedzaam en liefdevol geregeld. Eerst dit kleine pre-openbare optreden om het uit te proberen, dan misschien een leerlingenavond van de muziekschool en daarna ergens voor een minder tolerant publiek. Ook de ruimte had hij passend ingericht: de stoelen zoals in een concertzaal, gordijnen dicht (het was nog middag) en de belichting in de ‘zaal’ gedimd, het klavier en het podium aangestraald.

Wat meeviel is dat mijn ademhaling niet van de zenuwen verstikt raakte. Ik heb dat heel vroeger wel gekend, toen ik nog fluit speelde, en ik hoor het soms ook bij andere blazers en zangers. Mijn zorg van de laatste weken was dat het daardoor mickerig zou klinken: broos en beverig, maar dat was dus niet het geval. Dat had ik mezelf kwalijk genomen, dan zou ik er meteen mee ophouden.

Al bleef de ademhaling intact, er gebeurde lichamelijk wel iets. Verhoogde bloeddruk bleek na afloop, en een kleine geestelijke black-out, in die zin dat ik niet registreerde wat er meteen daarna gebeurde.

Voor zover ik het kan beoordelen — maar dat kun je waarschijnlijk nooit zelf — slaagde ik er ook in, de ‘boodschap’ van de gezongen teksten over te brengen, de emoties dus, en dat waren er minstens zes verschillende.

Waar ik echter op enkele plaatsen ontspoorde was het ritme. Dat kwam heel onverwacht: een zes-achtste maat is niet moeilijk, ik kén die liederen toch, en ben ook zeer wel in staat tot tellen. De door de wol geverfde pianiste wist het gelukkig op te vangen, maar fraai was het niet.

En dan de tekst. Op twee plaatsen heb ik een ander woord gezongen dan de dichter had geschreven; gelukkig niet met rampzalig resultaat. Terwijl ik op Daniels advies die teksten al vele malen had overgeschreven en had opgezegd. Hier en daar zal een a niet open zijn geweest, of een t niet geaspireerd. Maar aan de t in mein Hündchen bewahret mir sie heb ik gedacht: Hündchen, niet Hühnchen, en dem Schäfer klonk in ieder geval bij de tweede maal inderdaad als deem sjèfer.

In mijn werkleven heb ik talloze lezingen en voordrachten voor volle zalen met een kritisch publiek gehouden. Zenuwachtig was ik daarbij nooit, behalve misschien in het begin, vele jaren geleden. Ook daarin wist ik de boodschap duidelijk over te brengen; geen wonder, want de inhoud was van mij en lag samengevat op velletjes papier voor mij. Heel vaak gebeurde het echter dat ik die velletjes vergat en domweg vertelde waar ik zin in had, soms iets heel anders dan bedoeld. Daarbij hield ik bovendien in het geheel geen rekening met de wetten der retorica, maar dat donderde allemaal niet.

Vermakelijk was de middag die de universiteit eens had georganiseerd met de afdeling pedagogiek, om docenten te evalueren. Vier personen moesten een hoorcollege geven over een onderwerp dat zij beheersten en kregen dan commentaar van die vaklui. Na mijn college waren dezen enigszins vertwijfeld, ze wisten niet wat ze ermee aan moesten, totdat een van hen het oordeel duidelijk formuleerde: er deugde theoretisch geen hout van, maar gaat u vooral zo door!

Die eigenzinnigheid in de vormgeving had ik dus ook een beetje bij het zingen. Het verschil is: bij een lezing is het worst of ik oplees wat op het blaadje staat of iets anders verzin. Improviserend spreken mag, wordt zelfs gewaardeerd. Maar bij liederen ligt alles vast en is er maar weinig plaats voor interpretatie. Tijdens het instuderen kan ik mij goed aan het keurslijf houden, graag zelfs, maar tijdens een uitvoering sla ik blijkbaar op hol.

Donderdag evaluatie met Daniel, en overdenken of ik door zal gaan met liederen zingen in het openbaar. Waarom wilde ik dat überhaupt? Het is vooral een jeugdherinnering uit Amsterdam die ik wilde doen herleven: van mensen die voor elkaar spelen en zingen, in salons en tussen de schuifdeuren.

NASCHRIFT 9.1.2022: Ik ‘mag door’ van Daniel. Hij was tevreden, zei dat de enige grote fout dat ritmisch op-hol-slaan was geweest. Schaefers Klagelied was ook wel moeilijk geweest, omdat de pianopartij ten dele tegen de zangpartij ingaat. Voorlopig eerst maar ritmisch risikoloze liederen uitzoeken, waarbij de pianopartij gelijk op loopt en ondersteuning geeft.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Zingen

Poetin en het kerstconcert

Een kerstconcert gaan we doen in december: één avond in Marburg en één in Ockstadt.

Maar waar in Marburg? Er is nog geen location gevonden, zoals ze hier zeggen. Normaal zouden we dat in een kerkgebouw doen; daarvan zijn er een aantal en die vormen een passende omgeving voor een kerstconcert. Maar nu de energieprijzen de pan uit zijn gerezen worden kerken voor een concertje door de week niet meer verwarmd, of hoogstens tot 12 graden. Dat is zangers met thermo-ondergoed misschien nog net aan te doen, maar een publiek niet en vooral het orkest niet. De orkestleden weigeren hun instrumenten aan zulke onheilzame temperaturen bloot te stellen, of ze krijgen ze niet goed gestemd. Er moet dus naar een niet-kerkelijke ruimte worden gezocht, en daar zijn er niet zoveel van.

In Ockstadt doet dit probleem zich niet voor. Daar staat een joekel van een neo-barokke kerk, door Daniël ook wel een Halleluja-garage genoemd. Deze wordt ondanks zijn omvang constant behaaglijk verwarmd, omdat er een bijzonder orgel in staat, dat zijn eigen eisen stelt aan de temperatuur. Ockstadt is hier bekend om zijn kersen: bijna zwarte, heerlijk zoete kersen. Dat kan haast geen toeval zijn: in het Hessische dialect klinken Kirsche en Kirche hetzelfde. Ik heb het plaatsje eens nageslagen. Het is geen zelfstandige gemeente, het valt onder Friedberg, maar het heeft een eigen Ortsbeirat. Daarvan stemt 75% CDU en 25% FDP. Groenen en socialisten nergens te bekennen. Te vermoeden is dat het een godvruchtige en zeer welvarende plaats is.

Toch moet het mogelijk zijn, bij kou muziek te maken. Een vriendin van me was in Doesjanbe in Tadzjikistan naar de opera geweest en had daar een fraaie Don Giovanni gehoord. Een waardevolle erfenis van de sovjet-periode. Dat gebouw werd helemaal niet verwarmd; de mensen zaten er met dikke truien en jassen aan.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Marburg, Muziek

Opera in Marburg

Veel steden in Duitsland hebben een eigen opera, maar Marburg is daar toch echt te klein voor. De dichtstbijzijnde is in Gießen: een zeer verdienstelijke instelling met goede vaste zangers. Gisterenavond heb ik hier voor het eerst een opera gezien en gehoord in een bioscoop. De Metropolitan Opera van New York zorgt dat zij uit de kosten komt door in vele landen over de hele wereld live uit te zenden wat daar gebracht wordt. En die kosten moeten immens zijn, want de opera in kwestie was Puccini’s Turandot, een spektakelstuk dat in het keizerlijke Peking speelt. Er waren twee decors, beide zeer ingewikkeld en prachtig: een fantastisch hof in Peking, en daarbij talloze prachtige kostuums, mandarijnen, dansers, hofdames, ambachten, militairen, acrobaten en natuurlijk het ‘volk’, en men had de aller-, allerbeste zangers geëngageerd. Met het echte China hebben noch het libretto, dat teruggaat op een stuk uit de achttiende eeuw, noch de enscenering iets te maken: het was puur oriëntalisme en dat wilde ik niet missen. Ook de muziek is rijkelijk oriëntaliserend, besefte ik tijdens het luisteren. De muziek is mij zeer vertrouwd, daarom had ik die allang niet meer als afwijkend ervaren, maar voor de eerste hoorders (in 1926) moet deze opera rijkelijk exotisch hebben geklonken. In de pauze ging de camera achter de coulissen en toonde de opbouw van het keizerlijk hof in drie kwartier, door een man of veertig. Mijn begeleiding vond het decor te overdadig, maar ik niet. De in Europa verzonnen Oriënt is niet compleet zonder pracht en praal en ja: kitsch. Bovendien is iédere opera een spektakel; de Amerikaanse commentaarstem sprak van show, en dat is het precies. Broadway, maar met betere muziek en minder bloot.

In een verhaal uit de Duizendeneen Dag is Turandot is de dochter van de keizer van China, die iedere vrijer liet onthoofden die niet haar drie raadsels kon oplossen. De Tartaarse prins Calàf lukt dat uiteindelijk wel. Niet dat hij haar daarna meteen krijgt: de plot is behoorlijk ingewikkeld en zeer ongerijmd, zoals dat hoort in een opera; die ga ik hier maar niet navertellen, maar hij krijgt haar toch en iedereen leeft nog tienduizend jaar en gelukkig. Behalve de slachtoffers van het terreur-regime dan, maar daar denken we niet meer aan.

De rol van Turandot had gezongen zullen worden door de wereldvermaarde Anna Netrebko, een Russische, die bevriend was met Poetin en zich te laat van hem heeft gedistantieerd. Haar deelname werd dus afgezegd en er moest in allerijl een vervangster gevonden worden. Er zijn wereldwijd niet zo heel veel sopranen die die rol op korte termijn kunnen zingen, maar men wist een Oekraïense zangeres te engageren die de rol jaren geleden een paar maal gezongen had: Lyiudmyla Monastyrska. Ook een beroemdheid, maar niet zo zeer voor dit vak. Ze zong maar een fractie minder goed dan Netrebko en was soeverein in de rol; het was een plezier om naar haar te luisteren. Het enige was dat zij wat ouder en uitgesproken corpulent was, wat haar verschijning als ijskoude, maar begeerlijke prinses wat minder overtuigend maakte. Maar la Netrebko is de laatste tijd ook wat gevulder geworden, dus niet zeuren. Dat Monastyrska Oekraïense was bleek ook bij het slotapplaus, toen zij zich in een grote vlag van haar land hulde, wat nog eens te meer leidde tot een stormachtig applaus en gezwaai met blauw-gele vlaggetjes in de zaal. Ik vind dat vlaggengedoe nooit zo fijn; het is mij wat te vrijblijvend ‘Je suis Charlie’-achtig, terwijl men dat helemaal niet is.
Een onvoorzien aardigheidje in het libretto is overigens dat de beul Pu-Tin-Pao heet; wie zou daarbij niet denken aan?

Oriëntassociaties die ik kreeg tijdens het luisteren:
– De Oriënt-mode eind negentiende eeuw. Café’s en badhuizen werden ingericht in oriëntaalse stijl. China was in, ook de onzegbare wreedheid die aan dat land werd toegeschreven. De gedachte dat een ver land veel wreder is dan het eigen land wil er altijd wel in. (In deze opera verheugt het volk zich op de volgende terechtstelling.) Octave Mirbeau, Le jardin des supplices speelt deels in China, al worden de folteringen toch overwegend door een Europese bedacht.
– De wereldtentoonstellingen brachten eind 19e eeuw nieuwe toonladders naar Europea. Debussy adopteerde de Javaanse gamelan, dat is bekend, maar hij was de enige niet. Europa was moe van het gangbare toonsysteem, zocht vertwijfeld naar iets anders (Scriabin, Schönberg) en daarbij kwam de Oriënt vaak goed van pas.
– De vertalingen van Chinese poëzie door Hans Bethge waren begin 20e eeuw erg populair. Mahler verwerkte ze in zijn Lied von der Erde, maar ook ettelijke andere componisten zijn erdoor geïnspireerd. (Ook in mijn eigen oriëntaalse droom, toen ik zestien was, speelden ze een rol.)

Voor het archief: Marco Armiliato, dirigent; Franco Zeffirelli, regisseur; Liudmyla Monastyrska, Turandot; Yonghoon Lee, Calàf; Ferruccio Furlanetto, Timur; Ermonela Jaho, Liù.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder China, Kunst, Muziek, Orient, Zingen

Verdwenen uur

Om zeven uur luister ik altijd naar het nieuws. In bed; de radio staat naast mijn bed. Maar ’s zondags is er geen nieuws, dan wordt er een cantate van Bach uitgezonden, waar ik graag naar luister. Zo ook vandaag; ik lag klaar, de radio stond aan en ik wachtte tot het zou beginnen.

Vervolgens werd ik gewekt door het nieuws van acht uur. In slaap gevallen en niets gehoord. Het hele uur heb ik gemist, de cantate, maar ook de korte kerkdienst die daarna volgt, en die meestal wordt omlijst door luid klokgelui. Hoe kan dit?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Verpletterd

Dit was geen goede week voor het zingen. Ik heb niet genoeg geoefend om het lied Der Atlas uit Schuberts Schwanengesang ook maar bij benadering ten gehore te brengen. Maar waarom heb ik dat niet gedaan? Omdat ik mij verpletterd voelde door de taak. Verlamd.

Atlas is de sterke man die de hele wereld, die ganze Welt der Schmerzen, op zijn schouders draagt; welnu, ik heb die kracht niet en ben bezweken onder het gewicht. Voorlopig tenminste, want ik heb het nog niet helemaal opgegeven. De ervaring leert dat zingen van crisis tot crisis gaat.

Schuberts Schwanengesang is een zeer heterogene liederencyclus, moeilijker dan de Müllerin en de Winterreise. Om alle misverstanden te voorkomen: er is geen sprake van dat ik deze cyclus volgend jaar tussen de schuifdeuren ten gehore kan brengen; hoogstens misschien het welbekende Ständchen. We gebruiken hem om verschillende zangtechnieken en stijlen te leren kennen. En om Schubert zelf natuurlijk.

Is Atlas niet eigenlijk een bas? Nee, de hoge fis, de g en de as krijgt geen bas uit zijn strot. Het moet dus wel een tenor zijn, maar dan anders dan ik tot nu toe gewend ben. Eén moeilijkheid ligt in die lange hoge, schallende tonen, maar ik zie inmiddels aankomen dat ik die na enige tijd toch onder de knie kan krijgen— af en toe, onder gunstige omstandigheden. De andere, misschien zelfs grotere moeilijkheid is wat ik maar noemen zal het ‘register’. Heet dat in muzikale kringen ook zo? Ik heb er nog met niemand over gesproken. Dat is in Der Atlas heel anders dan bij een ingetogen stuk kerkmuziek of bij Una furtiva lagrima, dat ik stiekem oefen in de badkamer. Luistert u maar eens naar iemand als James King. Dat is een man die het gewicht van de wereld dragen kan, dat hoor je zo.

Het werk aan Der Atlas herinnert mij aan het rollen van olievaten, dat ik als jongetje ook niet kon. In het bedrijf van mijn grootvader waren mannen bezig met het verrollen van olievaten. Ik vroeg of ik mee mocht helpen. Een vriendelijke werknemer zei: jawel, natuurlijk, maar ik kreeg als elfjarige niet de geringste beweging in zo’n vat. Dat niet-kunnen heeft me mijn hele leven vergezeld.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Zingen

Kerstmuzeik

https://www.youtube.com/watch?v=aAkMkVFwAoo&ab_channel=MariahCareyVEVO

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Christen Christelijk Christendom, Muziek, Onzin Humor

Kerstvis

Hebt u ook zo genoeg van die brave os en ezel? En die schaapjes, die zo schaapachtig dutten in het veld, en niet eens opkijken als hun herdertjes ertussenuit knijpen voor een kraamvisite? Stapt u dan eens over op vis; die is veel levendiger!
Het refrein van een Spaans kerstlied speelt me de hele tijd door het hoofd:

Brincan y bailan los peces en el río,
brincan y bailan por ver a Dios nacido.
Brincan y bailan los peces en el agua,
brincan y bailan de ver nacida el alba.

De vissen springen en dansen in de rivier,
Zij springen en dansen om God geboren te zien.
De vissen springen en dansen in het water,
Zij springen en dansen om de dageraad geboren te zien.

U kunt het lied o.a. hier beluisteren, maar wees gewaarschuwd: voor u het weet nestelt het refrein zich ook in uw hoofd.

1 reactie

Opgeslagen onder Christen Christelijk Christendom, Muziek, Zingen

Concert

Het laatste concert dat ik had bijgewoond was van het Concertgebouworkest in Amsterdam, eind januari 2020. Het eerste ná corona, gisteren, was van hetzelfde orkest, maar nu in de Stadthalle te Marburg. En natuurlijk niet van het hele orkest, daarvoor is het stadje te klein, maar het kamerorkest, bestaande uit twintig strijkers uit het grote geheel. In twee stukken trad bovendien de violist Niek Baar als solist op. Mijn ogen schoten wel even vol toen het begon. Levende muziek is toch echt iets anders dan de radio of een CD. Op het programma stonden overwegend bekende stukken, gespeeld in een kwaliteit die in Marburg zeer zelden te horen is. In de vaardige handen van Baar werden ook de zeer virtuoze, moeilijk speelbare stukken van Tartini en Saint Saëns echt muziek, en easy listening. Een modern stuk was de ‘lockdown-compositie’ Resilience van Rob Dirksen, die als bassist ook meespeelde met het orkest.

De zaal zat maar half vol, dat was een raar gezicht, maar het was zo gewild, met het oog op corona. Er was ook strenge controle bij de ingang. Hoe de Marburger Konzertverein het financieel rond krijgt, dure musici voor een halve zaal te laten spelen, is me een raadsel.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Marburg, Muziek