Categorie archief: Muziek

Opera in Marburg

Veel steden in Duitsland hebben een eigen opera, maar Marburg is daar toch echt te klein voor. De dichtstbijzijnde is in Gießen: een zeer verdienstelijke instelling met goede vaste zangers. Gisterenavond heb ik hier voor het eerst een opera gezien en gehoord in een bioscoop. De Metropolitan Opera van New York zorgt dat zij uit de kosten komt door in vele landen over de hele wereld live uit te zenden wat daar gebracht wordt. En die kosten moeten immens zijn, want de opera in kwestie was Puccini’s Turandot, een spektakelstuk dat in het keizerlijke Peking speelt. Er waren twee decors, beide zeer ingewikkeld en prachtig: een fantastisch hof in Peking, en daarbij talloze prachtige kostuums, mandarijnen, dansers, hofdames, ambachten, militairen, acrobaten en natuurlijk het ‘volk’, en men had de aller-, allerbeste zangers geëngageerd. Met het echte China hebben noch het libretto, dat teruggaat op een stuk uit de achttiende eeuw, noch de enscenering iets te maken: het was puur oriëntalisme en dat wilde ik niet missen. Ook de muziek is rijkelijk oriëntaliserend, besefte ik tijdens het luisteren. De muziek is mij zeer vertrouwd, daarom had ik die allang niet meer als afwijkend ervaren, maar voor de eerste hoorders (in 1926) moet deze opera rijkelijk exotisch hebben geklonken. In de pauze ging de camera achter de coulissen en toonde de opbouw van het keizerlijk hof in drie kwartier, door een man of veertig. Mijn begeleiding vond het decor te overdadig, maar ik niet. De in Europa verzonnen Oriënt is niet compleet zonder pracht en praal en ja: kitsch. Bovendien is iédere opera een spektakel; de Amerikaanse commentaarstem sprak van show, en dat is het precies. Broadway, maar met betere muziek en minder bloot.

In een verhaal uit de Duizendeneen Dag is Turandot is de dochter van de keizer van China, die iedere vrijer liet onthoofden die niet haar drie raadsels kon oplossen. De Tartaarse prins Calàf lukt dat uiteindelijk wel. Niet dat hij haar daarna meteen krijgt: de plot is behoorlijk ingewikkeld en zeer ongerijmd, zoals dat hoort in een opera; die ga ik hier maar niet navertellen, maar hij krijgt haar toch en iedereen leeft nog tienduizend jaar en gelukkig. Behalve de slachtoffers van het terreur-regime dan, maar daar denken we niet meer aan.

De rol van Turandot had gezongen zullen worden door de wereldvermaarde Anna Netrebko, een Russische, die bevriend was met Poetin en zich te laat van hem heeft gedistantieerd. Haar deelname werd dus afgezegd en er moest in allerijl een vervangster gevonden worden. Er zijn wereldwijd niet zo heel veel sopranen die die rol op korte termijn kunnen zingen, maar men wist een Oekraïense zangeres te engageren die de rol jaren geleden een paar maal gezongen had: Lyiudmyla Monastyrska. Ook een beroemdheid, maar niet zo zeer voor dit vak. Ze zong maar een fractie minder goed dan Netrebko en was soeverein in de rol; het was een plezier om naar haar te luisteren. Het enige was dat zij wat ouder en uitgesproken corpulent was, wat haar verschijning als ijskoude, maar begeerlijke prinses wat minder overtuigend maakte. Maar la Netrebko is de laatste tijd ook wat gevulder geworden, dus niet zeuren. Dat Monastyrska Oekraïense was bleek ook bij het slotapplaus, toen zij zich in een grote vlag van haar land hulde, wat nog eens te meer leidde tot een stormachtig applaus en gezwaai met blauw-gele vlaggetjes in de zaal. Ik vind dat vlaggengedoe nooit zo fijn; het is mij wat te vrijblijvend ‘Je suis Charlie’-achtig, terwijl men dat helemaal niet is.
Een onvoorzien aardigheidje in het libretto is overigens dat de beul Pu-Tin-Pao heet; wie zou daarbij niet denken aan?

Oriëntassociaties die ik kreeg tijdens het luisteren:
– De Oriënt-mode eind negentiende eeuw. Café’s en badhuizen werden ingericht in oriëntaalse stijl. China was in, ook de onzegbare wreedheid die aan dat land werd toegeschreven. De gedachte dat een ver land veel wreder is dan het eigen land wil er altijd wel in. (In deze opera verheugt het volk zich op de volgende terechtstelling.) Octave Mirbeau, Le jardin des supplices speelt deels in China, al worden de folteringen toch overwegend door een Europese bedacht.
– De wereldtentoonstellingen brachten eind 19e eeuw nieuwe toonladders naar Europea. Debussy adopteerde de Javaanse gamelan, dat is bekend, maar hij was de enige niet. Europa was moe van het gangbare toonsysteem, zocht vertwijfeld naar iets anders (Scriabin, Schönberg) en daarbij kwam de Oriënt vaak goed van pas.
– De vertalingen van Chinese poëzie door Hans Bethge waren begin 20e eeuw erg populair. Mahler verwerkte ze in zijn Lied von der Erde, maar ook ettelijke andere componisten zijn erdoor geïnspireerd. (Ook in mijn eigen oriëntaalse droom, toen ik zestien was, speelden ze een rol.)

Voor het archief: Marco Armiliato, dirigent; Franco Zeffirelli, regisseur; Liudmyla Monastyrska, Turandot; Yonghoon Lee, Calàf; Ferruccio Furlanetto, Timur; Ermonela Jaho, Liù.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder China, Kunst, Muziek, Orient, Zingen

Verdwenen uur

Om zeven uur luister ik altijd naar het nieuws. In bed; de radio staat naast mijn bed. Maar ’s zondags is er geen nieuws, dan wordt er een cantate van Bach uitgezonden, waar ik graag naar luister. Zo ook vandaag; ik lag klaar, de radio stond aan en ik wachtte tot het zou beginnen.

Vervolgens werd ik gewekt door het nieuws van acht uur. In slaap gevallen en niets gehoord. Het hele uur heb ik gemist, de cantate, maar ook de korte kerkdienst die daarna volgt, en die meestal wordt omlijst door luid klokgelui. Hoe kan dit?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Verpletterd

Dit was geen goede week voor het zingen. Ik heb niet genoeg geoefend om het lied Der Atlas uit Schuberts Schwanengesang ook maar bij benadering ten gehore te brengen. Maar waarom heb ik dat niet gedaan? Omdat ik mij verpletterd voelde door de taak. Verlamd.

Atlas is de sterke man die de hele wereld, die ganze Welt der Schmerzen, op zijn schouders draagt; welnu, ik heb die kracht niet en ben bezweken onder het gewicht. Voorlopig tenminste, want ik heb het nog niet helemaal opgegeven. De ervaring leert dat zingen van crisis tot crisis gaat.

Schuberts Schwanengesang is een zeer heterogene liederencyclus, moeilijker dan de Müllerin en de Winterreise. Om alle misverstanden te voorkomen: er is geen sprake van dat ik deze cyclus volgend jaar tussen de schuifdeuren ten gehore kan brengen; hoogstens misschien het welbekende Ständchen. We gebruiken hem om verschillende zangtechnieken en stijlen te leren kennen. En om Schubert zelf natuurlijk.

Is Atlas niet eigenlijk een bas? Nee, de hoge fis, de g en de as krijgt geen bas uit zijn strot. Het moet dus wel een tenor zijn, maar dan anders dan ik tot nu toe gewend ben. Eén moeilijkheid ligt in die lange hoge, schallende tonen, maar ik zie inmiddels aankomen dat ik die na enige tijd toch onder de knie kan krijgen— af en toe, onder gunstige omstandigheden. De andere, misschien zelfs grotere moeilijkheid is wat ik maar noemen zal het ‘register’. Heet dat in muzikale kringen ook zo? Ik heb er nog met niemand over gesproken. Dat is in Der Atlas heel anders dan bij een ingetogen stuk kerkmuziek of bij Una furtiva lagrima, dat ik stiekem oefen in de badkamer. Luistert u maar eens naar iemand als James King. Dat is een man die het gewicht van de wereld dragen kan, dat hoor je zo.

Het werk aan Der Atlas herinnert mij aan het rollen van olievaten, dat ik als jongetje ook niet kon. In het bedrijf van mijn grootvader waren mannen bezig met het verrollen van olievaten. Ik vroeg of ik mee mocht helpen. Een vriendelijke werknemer zei: jawel, natuurlijk, maar ik kreeg als elfjarige niet de geringste beweging in zo’n vat. Dat niet-kunnen heeft me mijn hele leven vergezeld.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Zingen

Kerstmuzeik

https://www.youtube.com/watch?v=aAkMkVFwAoo&ab_channel=MariahCareyVEVO

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Christen Christelijk Christendom, Muziek, Onzin Humor

Kerstvis

Hebt u ook zo genoeg van die brave os en ezel? En die schaapjes, die zo schaapachtig dutten in het veld, en niet eens opkijken als hun herdertjes ertussenuit knijpen voor een kraamvisite? Stapt u dan eens over op vis; die is veel levendiger!
Het refrein van een Spaans kerstlied speelt me de hele tijd door het hoofd:

Brincan y bailan los peces en el río,
brincan y bailan por ver a Dios nacido.
Brincan y bailan los peces en el agua,
brincan y bailan de ver nacida el alba.

De vissen springen en dansen in de rivier,
Zij springen en dansen om God geboren te zien.
De vissen springen en dansen in het water,
Zij springen en dansen om de dageraad geboren te zien.

U kunt het lied o.a. hier beluisteren, maar wees gewaarschuwd: voor u het weet nestelt het refrein zich ook in uw hoofd.

1 reactie

Opgeslagen onder Christen Christelijk Christendom, Muziek, Zingen

Concert

Het laatste concert dat ik had bijgewoond was van het Concertgebouworkest in Amsterdam, eind januari 2020. Het eerste ná corona, gisteren, was van hetzelfde orkest, maar nu in de Stadthalle te Marburg. En natuurlijk niet van het hele orkest, daarvoor is het stadje te klein, maar het kamerorkest, bestaande uit twintig strijkers uit het grote geheel. In twee stukken trad bovendien de violist Niek Baar als solist op. Mijn ogen schoten wel even vol toen het begon. Levende muziek is toch echt iets anders dan de radio of een CD. Op het programma stonden overwegend bekende stukken, gespeeld in een kwaliteit die in Marburg zeer zelden te horen is. In de vaardige handen van Baar werden ook de zeer virtuoze, moeilijk speelbare stukken van Tartini en Saint Saëns echt muziek, en easy listening. Een modern stuk was de ‘lockdown-compositie’ Resilience van Rob Dirksen, die als bassist ook meespeelde met het orkest.

De zaal zat maar half vol, dat was een raar gezicht, maar het was zo gewild, met het oog op corona. Er was ook strenge controle bij de ingang. Hoe de Marburger Konzertverein het financieel rond krijgt, dure musici voor een halve zaal te laten spelen, is me een raadsel.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Marburg, Muziek

Directie

2 reacties

12 september 2021 · 21:55

Roeien met muziek

Het andere bed heb ik weggedaan; daar ligt toch niemand meer in. Waar het vroeger stond, staat tegenwoordig een joekel van een roeiapparaat, een zog. water rower. Het geeft bij het roeien het geluid van roeiriemen in water, net echt en erg prettig, ook voor de buren.

Fietsen in regen en natte sneeuw en kou is niet prettig. Lopen doe ik eigenlijk eigenlijk alleen omdat het moet, om van A naar B te komen. Maar dat roeien is een plezierige manier om een beetje gezond te blijven, al kan ik mijn ene knie niet meer helemaal buigen. Het gaat ook steeds sneller en harder.
De beweging is gemakkelijk, ik heb dus alle tijd om te mediteren, als dat zo uitkomt, en de nieuwste ontdekking is, dat ik tijdens het roeien door middel van een koptelefoon naar muziek kan luisteren. Ja, werkelijk heel geconcentreerd, ook lange stukken, zonder door iets te worden afgeleid. Een uitstekende combinatie.

Meestal luister ik naar Hilversum 4. Vreemd misschien, maar hoewel het geouwehoer ook op die zender steeds toeneemt is de muziekkeuze nog altijd heel fijn. Niet zo van die bulderende symfonieën, vaak kamermuziek. Daar kan de Hessische Rundfunk niet aan tippen.

1 reactie

Opgeslagen onder Gezondheid, Muziek

Muzikale ontwikkelingsgang (1)

Houd ik eigenlijk wel van muziek? Ik ben er nogal mee bezig, en dat geheel vrijwillig, dus het zal toch wel. Maar er waren ook perioden zondere muziek, dat ging ook best. En van Wagner en van Reger en nog zo een paar houd ik zeker niet, en van symfonische muziek steeds minder. Om van popmuziek maar te zwijgen; in het algemeen niet van electronische of electronisch versterkte muziek. Daarentegen weer wel van klassieke en oude muziek, kamermuziek, opera’s, en ook Perzische, Turkse, Griekse en Arabische muziek, in die volgorde.

Voor mijn geboorte heb ik mijn moeder waarschijnlijk horen zingen, en daarna ook. Dat herinner ik me niet goed, maar het zal toch bepalend zijn geweest. Ja, mijn moeder zong wel wat, en ze speelde op het harmonium: een akelig maar onvermijdelijk instrument in een gereformeerde omgeving. Maar ze deed niet alleen maar psalmen, ook liedjes en schlagers. Een vroege muzikale herinnering is ook het Ambonese gezin dat we een tijdje in huis hadden (Emigrant berichtte). De vader speelde accordeon, wat mij als kleuter fascineerde.

Psalmen en gezangen moet ik ook gehoord hebben in de huizen van mijn familie, en toen ik wat groter werd in de kerk. Harmoniums waren overal, en psalmboeken, en de liedbundel van Johan de Heer (‘Daar ruischt langs de wolken …’). Geen geweldige muzikale ervaringen. Mijn moeder zal me het notenschrift hebben bijgebracht—ik zie die dikke brede christelijke halve noten nog voor me—en de ligging van de tonen op het toetsenbord van het harmonium. Daar begon ik zelf op te knutselen, die melodieën naar beste vermogen te spelen. Aan harmonieën ben ik nooit toegekomen. Op een dag was het harmonium weg en werd mijn muzikale zelfeducatie dus in de kiem gesmoord.

Ik heb altijd gedacht dat het harmonium verdween door de Watersnood van 1953, maar dat kan toch niet zo geweest zijn. Want ik herinner mij die bundels met noten heel goed, en ook de teksten van de liederen die ik ‘instudeerde’. Liedjes zoals Witte Rozen (zie ook hier), Auf der Heide blüh’n die letzten Rosen, van 1939, Sarina het kind uit de dessa (jazeker, die stampte in 1949 haar padi nog tot bras; het liep niet goed met haar af), en enige andere. In 1953 werd ik zes; toen kan ik dat nog niet gekend en begrepen hebben. De verdwijning van het instrument moet dus later geweest zijn, wanneer en waarom weet ik niet meer. Misschien toen mijn grootouders kleiner gingen wonen; was het 1957?

In Amsterdam kwam de blokfluit in mijn leven, op de lagere school. Jaren lang was dat het enige middel waarmee ik mij muzikaal kon ontwikkelen, maar dat deed ik dan ook; ik deinsde voor de Matthäus Passion niet terug. Het zal niet om aan te horen zijn geweest, maar je leert zo’n stuk dan toch een beetje kennen. Dat was namelijk de enige partituur die er in huis was. Mijn moeder nam die mee naar de jaarlijkse uitvoering, en mij nam ze vanaf een zekere leeftijd ook mee. En ook wel eens naar andere concerten, in Amsterdam of Breda. Ik denk dat mijn moeder best muzikaal was, maar om dat te ontwikkelen ontbrak de impuls, of ze kreeg de kans niet. Mijn eerste keer in het Concertgebouw, hoe oud zal ik geweest zijn, tien? heeft grote indruk op me gemaakt. Zo groot dat ik het flesje prik dat ik in de pauze kreeg helemaal verdroomd in het glas goot, dat echter te klein was voor de inhoud van het flesje, zodat ik een dame in een mooie jurk onder spatte, die daarop boos werd.
Mijn vader was niet zo zeer onmuzikaal, hij was anti-muzikaal, wat een en ander niet vergemakkelijkte.

De kerk bood weinig soelaas. Psalmen en gezangen vond ik niets aan. Op het orgel werd ook wel eens een andere deun gespeeld, maar weinig overtuigend, en ik hield niet van het instrument. In Amsterdam was er wel een kerkkoor, dat ook pretentieuze stukken zong. Ik heb er geen kippenvel aan overgehouden. Bij de katholieken werd beter gezongen, dat was mij niet ontgaan. Een hoogtepunt was het overlijden van een buurman in het dorp, een vooraanstaand katholiek, waardoor het mogelijk werd de twee uur durende Requiem-mis bij te wonen en dat was prachtig. Ik moet toen twaalf of dertien zijn geweest, want een beetje Latijn kende ik toen al. Asperges me hysoppo ut mundabor, herinner ik mij, en het vreemde geel-grijze papier van het tweetalige tekstboekje dat werd uitgereikt. Kerkelijk drukwerk is altijd anders.

(wordt vervolgd)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Waaier

De Salzburger Festspiele gaan wel door dit jaar, onder corona-voorwaarden natuurlijk, en daartoe behoort dat u uw waaier thuis moet laten. Men heeft de pretentie dat uw aerosolen door de airco loodrecht naar boven worden gezogen en wil voorkomen dat zij door waaiers zijwaarts door de zaal worden geduwd.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid, Kunst, Muziek