Categorie archief: Dieren

Aas

Een reactie plaatsen

21 september 2020 · 23:12

Hondenredding

Door toeval zag ik onlangs een drie minuten lang filmpje over de redding van een sterk vervuilde, schurftige, hongerige straathond. Toen het was afgelopen stond er meteen een volgend filmpje klaar, en nog een, en nog een. Ik begreep dat hondenreddingsorganisaties zulke filmpjes maken om geld op te halen voor hun mooie werk.  
Nu ik er een aantal heb gezien krijg ik overzicht over het genre en over bepaalde motieven.

Redders zien hond, of worden opgebeld door omwonenden die hond gezien hebben. Hond leeft op vuilnisbelt, in riool of in vervallen schuurtje. Sommige zijn in de steek gelaten en een tijdje verwaarloosd. Andere zitten aan een ketting; ze zijn misschien hun leven lang mishandeld door hun eigenaar. Andere zijn gewond, misschien na een verkeersongeluk. Schurftig en vel over been zijn de meeste. Soms is er een moederhond die de aandacht van voorbijgangers wil vestigen op haar pasgeboren kroost, dat zij voeden noch beschermen kan.
Dan komt de redding aangereden, meestal in een voor honden ingerichte stationcar met een transportkooi en een net; hondenvoer, hondensnoepjes en water zijn aanwezig. De redders (m/v) hebben meestal een korte broek aan en een shirtje en zijn dikwijls getatoëerd.

Oh my god! De redder schrikt van de aanblik. Probeert het vertrouwen van de hond te winnen, door voedsel, lekkertjes (treats) en zo nodig water aan te bieden, en vooral ook much love. Met  hun eigen lichaamsgeur proberen ze het dier te lokken en een halsband van zacht textiel om te doen. Een hond schijnt te kunnen ruiken of een mens het goed met hem meent. Snel wordt er begonnen met aanhalen, strelen, kroelen, zo nodig met handschoenen of in een doek. Heel mooi is het vrij vaak voorkomende motief dat de redder, geschokt door de aanblik, het hongerige dier zijn eigen cheeseburger aanbiedt. Blijkbaar zitten ze die zelf de hele tijd te eten. Of dat voor een hond wel gezond is? Nu ja, het is een noodgeval, en een toonbeeld van alles opofferende liefde.

De hond krijgt een naam en wordt voortdurend geprezen: good boy, good girl. De gesprekstoon is die als tegen een baby. Vaak benoemt de redder zich zelf als daddy of mama. Na korte of langere tijd zit de hond in de transportkooi en gaat het naar de shelter, waar nog vele andere honden leven. Een beetje hond is nu al dankbaar en voelt al meteen liefde voor zijn mum/dad. Er zijn honden die nog nooit de omgang met aardige mensen ten deel is gevallen, en dat schijnt juist het summum van hondengeluk te zijn. Misschien is dat ook wel zo, na 15.000 jaar genetische manipulatie. Als de hond zonder mens zou kunnen was hij een wilde hond of een wolf geweest. Maar erg was het als de eerste mens wreed was en de hond mishandelde. Ook de omgang met de andere honden in de shelter doet het probleemdier goed, soms na een heel lange gewenningstijd. 

Hij wordt gewassen en geknipt, en krijgt een zalf tegen schurft, wondbehandeling of wat hij verder nodig heeft. Dan gaat het dier naar de dierenarts en krijgt hij injecties, of fysiotherapie als er iets is met het bewegingsapparaat. Er zijn gevallen dat er van de hond een MRT-scan gemaakt moet worden en hij dagen, soms zelfs weken bij de dierenarts blijft. Soms krijgt het dier een prothese, bijv. voor een van de achterpoten, of iets met wieltjes. Dat alles moet honderden, zo niet duizenden dollars kosten, maar die zullen worden betaald uit de bijdragen die de shelters ontvangen en waarvan de redders blijkbaar ook kunnen leven, of althans cheeseburgers kopen. Sommige honden willen niet eten, zijn wantrouwig. Dan gaat de redder op een dekentje in de (nu ruim bemeten) kooi zitten met voer of koekjes en probeert het dier over te halen uit de hand te eten. 
Langzamerhand komt het dier op krachten en op gewicht, en leert hij te genieten van het spelen met zijn redders en de andere honden. De eerste keer kwispelstaarten, dat is een belangrijk motief in deze filmpjes, en natuurlijk zijn er veel meer firsts.
Het kan weken duren voordat het dier is gesocialiseerd, maar dan is het grote moment daar. De hond is rijp voor een forever home en wordt vrijgegeven voor adoptie door een loving family waarvan hij de rest van zijn leven deel zal uitmaken en die hem nooit zal mishandelen. Zijn nieuwe gezin krijg je dan ook te zien: er wordt meteen stevig gelikt en gekust en gestoeid, iedereen is gelukkig en het dier vertrekt, achterin een van.

Die filmpjes zijn sentimenteel, echte tranentrekkers. Honden kunnen immers ontzettend zielig kijken in het begin en later heel dankbaar kijken en leuk met hun staart kwispelen. Wanneer het om puppies gaat is het schattigheidsgehalte nog veel groter. Dit zal de dollars zeker doen binnenstromen. Die filmpjes zijn gewoon mal; soms heb ik zin om er tien achter elkaar te zien, zoals je soms een heel zakje drop leeg eet. 

Niet mal en niet belachelijk vind ik daarentegen het werk dat die mensen doen. Integendeel, dat is mooi en waardevol, en als die filmpjes helpen om het benodigde geld binnen te halen, toe dan maar.

Er blijven echter wel enige vragen. Als een hond langdurig is mishandeld, of heel lang in de ellende heeft geleefd, is hij dan werkelijk na een paar weken a new dog, zoals vaak gezegd wordt? Laat al dat vroegere leed geen diepe sporen na? Het heet toch altijd dat honden een ijzersterk geheugen hebben?
De belangrijkste vraag is natuurlijk deze: zouden mensen niet eerst en vooral lijdende medemensen op deze wijze moeten redden? Bij voorbeeld dakloze armen uit Haïti of weeskindertjes uit een Grieks vluchtelingenkamp? 

O, nee, maar dat is heel wat anders. Een hond is toch veel leuker?

1 reactie

Opgeslagen onder Dieren

Mierenleeuw

Kent U reeds de mierenleeuw? Google, google, wiki, wiki: Het is een netvleugelig, nachtactief insect: Myrmeleon formicarius, uit de familie der mierenleeuwen (Myrmeleontidae); wie had dat gedacht.
Interessant is vooral de larve van dit dier. Om prooidieren te bemachtigen graaft de kleine larve een trechtervormig kuiltje in zand of losse grond. Als er een spin of mier komt aangelopen en op de helling van het trechtertje belandt kan hij niet meer terug; de larve gooit met zijn pootjes nog wat zand omhoog, het prooidier zakt verder naar beneden en wordt vermorzeld tussen sterke larvenkaken. Nog voordat we aan de bestudering van de mens toekomen begrijpen we al dat het leven op deez’ aard niet erg prettig is ingericht.
.
Maar daar wil ik het nu niet over hebben. Mij hield beroepshalve even de vraag bezig waar de naam ‘mierenleeuw’ resp. Ameisenlöwe, ant-lion, vandaan komt. Een leeuw is ook een roofdier, zeker, maar heeft verder toch weinig gemeen met dit diertje: niet in afmetingen en niet in gedrag.
.
De mierenleeuw is niet zeldzaam en is overal de mensen opgevallen door zijn jachttechniek. De oude Grieken hebben hem zeker gekend, maar bij Aristoteles heet hij (misschien) λύκος, lykos, ‘wolf’, wat ook moeilijk te begrijpen is.
.
De naam ‘mierenleeuw’ gaat terug op de bijbel, om precies te zijn op de Griekse vertaling der Septuaginta van het boek Job, ± 100 voor Christus. In onze bijbel luidt het vers:

Toen nam Elifaz uit Teman het woord: […]: ‘De leeuw gaat zonder prooi te gronde, de jonge leeuwen zwerven hongerend rond.’ (Job 4: 11, Nieuwe Bijbelvertaling)

Het Hebreeuws heeft hier twee woorden die allebei leeuw betekenen: layish en lavī. Het Nederlands heeft er maar één woord voor. Twee maal ‘leeuw’ in hetzelfde vers is niet mooi, vonden de Griekse bijbelvertalers blijkbaar ook: zij hebben het eerste ‘leeuw’ vertaald met μυρμηκολέων (myrmēkoleōn), inderdaad letterlijk ‘mieren-leeuw,’ wat dat ook mag betekenen. Samengestelde dieren waren er in de Oudheid veel. De Latijnse bijbelvertaling Vulgata zou er later helemaal een potje van maken: die vertaalt het met tigris, ‘tijger’. Leeuwen en tijgers doen het altijd goed samen in teksten; vandaar.
.
Wat hebben die Grieken bij hun vertaling gedacht, wat voor beest hebben zij zich voorgesteld? Ik heb het (nog) niet kunnen vinden. Een tekst die heel misschien wat verder helpt is Herodotus (± 485–425 v. Chr), Historiae iii, 102, dat gaat over een woestijn in Indië, waar de mensen gouddeeltjes winnen uit het zand dat door zeer grote mieren wordt opgeworpen:

In die woestijn komen mieren voor die wat kleiner zijn dan honden, maar groter dan vossen. Enkele stuks zijn gevangen en die leven in de diergaarde van de Perzische koning. Die mieren maken hun hol onder de grond en graven precies als de Griekse mieren, waar ze sprekend op lijken. (vertaling Hein L. van Dolen. )

Hier zijn tenminste reusachtige ’mieren’ (μύρμηκες, myrmikes), al bereiken ze lang niet het formaat van een leeuw. Van Dolen oppert dat er misschien aan de Tibetaanse marmot gedacht is, ‘maar het kan net zo goed een fantasiedier zijn.’ Dat laatste geldt eigenlijk ook voor de bijbelse mierenleeuw. Indiërs die goud afpakken van mieren worden overigens ook vermeld bij Timotheus van Gaza (± 500).
.
De Griekse naam myrmēkoleōn komt niet voor in Griekse teksten die ouder zijn dan de bijbelvertaling en daarna alleen mondjesmaat in christelijke of door het christendom beïnvloede teksten.
Het tweede-eeuwse, domchristelijke dierenboek Physiologus vertelt over dit dier:

Toen nam Elifaz, de koning der Temanieten, het woord: […]: “De mierenleeuw gaat zonder voedsel te gronde.” De Physiologus zegt: De mierenleeuw is aan de voorkant als een leeuw, maar aan de achterkant als een mier. Het vaderdier vreet vlees, de moeder kauwt peulvruchten. Wanneer zij nu een mierenleeuw ter wereld brengen doen zij dat als een wezen met een tweevoudige natuur: Het kan geen vlees eten wegens de natuur van zijn moeder en geen peulvruchten wegens de natuur van zijn vader; dus gaat het te gronde omdat het geen voedsel vindt.

Zo is het bijbelvers ‘verklaard’. Hoe het verder moet met het voortbestaan van de soort interesseert de auteur blijkbaar niet. Wilt u de preek ook nog horen? Komt ie:

Zo is ook een man met twee zielen onbestendig op al zijn wegen (Jak. 1:7v). Met moet niet op twee paden wandelen, noch met dubbele tong spreken bij het gebed. Wee namelijk, zo heet het, een gespleten en zondig hart dat twee paden bewandelt (Sirach 2:12). Het is niet mooi, “ja, nee” of “nee, ja” te zeggen, maar laat jullie ja ja zijn en jullie nee nee, zoals onze Here Jezus Christus gesproken heeft (Matt 5:37).
Mooi heeft de Physiologus dus over de mierenleeuw gesproken.

Vindt hij zelf! Er zijn ogenblikken dat ik het betreur dat het christendom de westelijke wereld heeft veroverd. Maar ja, daarvóór zaten ze met nog meer goden, offers, keizerverering en bloedbaden in arena’s.

BRONNEN
– Job 4:11: לַיִשׁ אֹבֵד מִבְּלִי-טָרֶף וּבְנֵי לָבִיא יִתְפָּרָדוּ.
– Job 4:11, LXX: μυρμηκολέων ὤλετο παρὰ τὸ μὴ ἔχειν βοράν, σκύμνοι δὲ λεόντων ἔλιπον ἀλλήλους.
Physiologus (Φυσιολόγος) , Griechisch/Deutsch, ed. Otto Schönberger, Stuttgart 2001, no. 20, blz. 37: Ἐλιφὰζ ὁ Θαιμανῶν βασιλεὺς ἔλεξε˙ «μυρμηκολέων ὤλετο παρὰ τὸ μὴ ἔχειν βοράν». ὁ Φυσιολόγος ἔλεξε περὶ τοῦ μυρμηκολέοντος ὃτι τὰ μὲν ἐμπρόσθια ἔχει λέοντος, τὰ δὲ ὀπίσθια μύρμηκος. ὁ μὲν πάτηρ σαρκοφάγος ἐστίν, ἡ δὲ μήτηρ ὄσπρια τρώγει. ὃταν δὲ γεννῶσι τὸν μυρμηκολέοντα, γεννῶσιν αὐτὸν δυο φύσεις ἔχοντα, καὶ οὐ δύναται φαγεῖν κρέα διὰ τὴν φύσιν τῆς μητρός οὐδε ὄσπρια διὰ τὴν φύσιν τοῦ πατρός˙ απόλλυται οὔν διὰ τὸ μὴ ἔχειν τροφήν.
– Hdt. Hist. iii, 102.2: ἐν δὴ ὦν τῇ ἐρημίῃ ταύτῃ καὶ τῇ ψάμμῳ γίνονται μύρμηκες μεγάθεα ἔχοντες κυνῶν μὲν ἐλάσσονα ἀλωπέκων δὲ μέζονα: εἰσὶ γὰρ αὐτῶν καὶ παρὰ βασιλέι τῷ Περσέων ἐνθεῦτεν θηρευθέντες. οὗτοι ὦν οἱ μύρμηκες ποιεύμενοι οἴκησιν ὑπὸ γῆν ἀναφορέουσι τὴν ψάμμον κατά περ οἱ ἐν τοῖσι Ἕλλησι μύρμηκες κατὰ τὸν αὐτὸν τρόπον, εἰσὶ δὲ καὶ αὐτοὶ τὸ εἶδος ὁμοιότατοι: ἡ δὲ ψάμμος ἡ ἀναφερομένη ἐστὶ χρυσῖτις.
De gebruikte vertaling: Herodotos, Het verslag van mijn onderzoek, vertaald, ingeleid en geannoteerd door Hein L. van Dolen, Nijmegen 1995.
– Tim. Gaz., De animalibus (Περὶ ζῴων), xxxii, 2,3, uitg. Haupt 1869, 20; vert. Rabinowitz en Bodenheimer 1949, 37.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bijbel, Dieren, Griekenland

Moeizame wetenschap

Als ik een plaats in Oppianus’ Halieutica wil naslaan en misschien citeren—en wie wil dat niet, op zijn tijd?—heb ik de keus tussen de genadeloze Teubner-editie van het Grieks, zonder enige vertaling, en een Latijnse vertaling uit 1813, die in de UB alleen in de Zaal Bijzondere Werken geraadpleegd mag worden, en die is vanwege corona op slot. Ik had toch beter moeten opletten op school. Schopenhauer drukte reeds zijn verachting uit voor mensen die teksten uit de Oudheid in vertaling lezen.

3 reacties

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Dieren

Drakenvlees eten?

Bij al-Damīrī (1341–1405) las ik twee juridische meningen van shariageleerden over de vraag of het ḥalāl is om drakenvlees te eten. Nee, luidt het antwoord: in geen geval, omdat de draak tot de slangen behoort; of juist eerder tot de vissen die schade aanrichten met hun hoektanden, en die zijn duidelijk ḥarām, net als de krokodil.
.
Voor de praktijk van een islamitisch leven heeft dit weinig relevantie, omdat de vraag naar drakenvlees al even gering is als het aanbod ervan.
Voor niet-moslims kan deze kwestie echter leerzaam zijn. Er wordt onder hen immers zo vaak getobd over die verschrikkelijke, beangstigende sharia. Welnu, hier treedt een aardig trekje daarvan aan de dag. De geleerden hebben alle mogelijke vragen doorgeëxerceerd, maar zijn slechts beperkt geïnteresseerd in de praktische problemen van het alledaagse leven! Daarin onderscheiden zij zich overigens niet zeer van de joodse wetgeleerden.
.
De ‘invoering van de sharia’ of het ‘praktiseren van de sharia’, die door sommige moslims wordt gewenst en door alle islamofoben wordt gevreesd, is alleen al volslagen onmogelijk door het wereldvreemde karakter van dit soort rechtsdenken.
==============
Het loont voor een man echter de moeite, toch af en toe drakenvlees te eten, ḥarām of niet—ook om zijn vrouw een plezier te doen. Want op dezelfde bladzijde wordt gezegd—maar deze uitspraak stamt niet van een rechtsgeleerde:
‘Men beweert dat het eten van drakenvlees moedig maakt, en dat wie drakenbloed op zijn geslachtsdeel smeert en dan gemeenschap heeft met zijn vrouw haar een enorm genot bereidt.’
Dus, heren, pakt uw lansen en gaat op jacht!

BRON:
Kamāl al-Dīn Muḥammad ibn Musā al-Damīrī, Ḥayāt al-Ḥayawān al-Kubrā, uitg. Ibrāhīm Ṣāliḥ, 4 dln., Damascus 2005, i, 543

فعلى ما قال القزويني: أكله حرام، لكونه من جنس الحيات، وعلى أنه سمك يؤذي بنابه فالظاهر التحريم أيضا كالتمساح.
زعموا ان أكل لحمه يورث الشجاعة، ودمه إذا طلي به على الذكر وجامع امرأته حصل لها لذة عظيمة.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dieren, Islam, Nabije Oosten

Mini-herinneringen Cairo: dieren als verdienmodel

Enige malen heb ik al gewezen op de liefde voor dieren die bestond in het Ottomaanse Rijk: hier en hier. In het Egypte van de jaren zeventig was het anders: daar was men soms behoorlijk wreed tegenover dieren. Waarschijnlijk kwam dat door de extreme armoede waaronder veel mensen gebukt gingen.
.
De jongetjes hadden een musje gevangen en dreigden dit dood te knijpen, tenzij … . Zij hadden goed begrepen dat de Europese dame dit niet zou willen aanzien en gauw het verlangde muntje zou overhandigen, waarna het beestje werd vrijgelaten.
.
In de dierentuin van Cairo waren de pauwen nogal gehavend. Dat kwam omdat jongetjes over het hek klommen, een veer uit de pauw trokken en die voor een muntje aanboden aan de bezoekers.
.
In dezelfde dierentuin kon men zich voor geld toegang verschaffen tot de verblijven achter de kooien om een foto te laten maken van zichzelf met een leeuwenwelp op de arm.
.
Bij Salwa Bakr las ik dat de dierenverzorgers soms het voer voor hun beesten achterhielden om het zelf op te eten. Arme drommels, arme dieren.
.
Wat voor muntjes dat waren ben ik vergeten. Een piaster misschien, of een halfje (ta‘rifa)? Kooibezoek zal wel duurder geweest zijn.
.
In het bijbelse Palestina zijn de laatste eeuwen de prijzen van offerdieren flink gestegen. ‘Are not two sparrows sold for a farthing?’ heet het in de King James vertaling (Matt. 10:29). Tegenwoordig is dat ‘for a penny’: een prijsstijging van 400%. In het Nederlands pakte men het handiger aan: ‘Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht?’ luidt in de nieuwe vertaling: ‘Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets.’ Net als bij de postzegels houdt men de echte prijs verborgen. ‘Zo goed als niets,’ dat is reclametaal, bedacht door mensen die zelf niet ieder dubbeltje hoeven om te draaien.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bijbel, Cairo, Dieren, Onzin Humor

Hebben schoothondjes een ziel?

Die vraag vindt U misschien middeleeuws. Laat ik dan iets anders vragen: heeft een hond een persoonlijkheid, is een hond iemand? Ook als niet-hondenbezitter beantwoord ik deze vraag zonder aarzelen met ja. Vaak genoeg heb ik een innig van-ziel-tot-ziel contact gehad met een hond—ik weet echt geen beter woord. Met enkele andere diersoorten kan het ook, maar lang niet met alle.
.
Maar dan de vraag die mij soms bezighoudt: heeft een schoothondje ook een ziel? Zo’n juffershondje, zo’n handtas op pootjes? Ik schrik altijd als ik er een zie. Moeilijk: het is een dier, het leeft, het beweegt, heeft een stofwisseling, kent vreugde en verdriet, uit zich door spraakklanken, maar het is allemaal zo dun, zo nep, zo bijna niks. De ijsbergsla onder de dieren. Geen wonder, zegt U misschien: zulke beestjes zijn toch een product van geknoei, van genetische manipulatie? Ja, maar dat zijn grote honden eerlijk gezegd ook, ze hebben minstens vijftienduizend jaar genetische manipulatie achter zich. Ik kom er niet uit.
.
En gemanipuleerde mensen, hebben die een ziel? Ze hoeven niet eens genetisch gemanipuleerd te zijn om die vraag te laten opkomen. Iemand die dag in dag uit met zo’n luidsprekertje in zijn oor rondloopt, is dat nog iemand? Of een ondervoede slaaf in Noord-Korea, die ieder dag dezelfde routinehandelingen moet uitvoeren? Afgestompt, heet dat dan: de vooronderstelling is, dat er eerst, of in aanleg, een ziel was, maar deze vernietigd is of tot een stompje teruggebracht. Een innig zielencontact is dan niet mogelijk. Maar zo’n kapotte mens is onder ideale omstandigheden nog (ten dele? grotendeels?) te herstellen; een schoothondje niet.

5 reacties

Opgeslagen onder Dieren

Mini-herinnering: dieren in Athene

In de hete zomernachten hadden we de ramen tegenover elkaar openstaan in de slaapkamer. Dan kwamen er muggen, maar die werden afgeschrikt met een klein electrisch ding waar je een plaatje in schoof dat bij verhitting een chemische damp uitwasemde waar muggen niet van hielden. Het werkte uitstekend.
.
Niet weg te krijgen waren de honden uit de buurt, die elkaar de hele nacht toeblaften. Maar dat wende; na een poosje hoorde het geblaf zelfs tot de vertrouwde geluiden van het huis. Verder waren er reusachtige motten, die als je ze niet bestreed de tapijten opaten die ’s zomers in een hokje werden opgeslagen.
.
Eerder incidenteel was de verschijning van een groene slang voor de voordeur. Kan geen kwaad, zei M.; bovendien glipte hij snel weg. Toen ik eens een reuzenspin in huis aantrof deed ik hem in een handdoek en bracht ik hem naar buiten. Geluk gehad, zei M.: die zijn giftig.
.
Onze hond heette Hektor, een Griekse Herder; ik ging vaak met hem wandelen op de berg. Hij was al bijna een mens; daarom zal ik hier niet over hem schrijven. Een oude dame in de buurt had een schoothondje, dat Chariklia heette. Chariklia! een nuffiger naam voor een hondje kun je niet verzinnen.

2 reacties

Opgeslagen onder Dieren, Griekenland, Niks

Mini-herinnering: gazon in Athene

M. had in Engeland gestudeerd en ze wilde dus beslist een gazon achter haar huis aan de Noordrand van Athene. Dat kon niet tegen droogte en moest nat worden gehouden, met water uit de kraan. Het kostte geld, maar dat had ze ervoor over. Het zal toch goedkoper geweest zijn dan de zwembaden die sommige huizen hadden. Lastig werd het tijdens de watercrisis van ik meen 1993: toen kwam het water per vrachtauto uit een gemeente waar geen schaarste was.
Waar het gazon ook niet tegen kon was schildpaddenpis. Achter het huis begon meteen de wildernis, en daarin leefden onder andere bergschildpadden, die soms de oversteek naar de beschaving waagden. Van de zenuwen moesten ze dan plassen. De tuinman klaagde dat het gras nooit meer goed werd op plaatsen waar een schildpad had gepist.
In het begin had ik wel eens de neiging naar noordelijke gewoonte in het gras te gaan liggen, maar dat ging snel over. Het gras zat vol kriebel- en jeukbeestjes, het lag daar alleen om bekeken te worden.
.
In het Athene van toen was hetzelfde aan de hand als in het Chennai (Madras) van nu. Droogte, te weinig water in de buurt, dan moet het water van een eind verderop worden aangevoerd middels aquaducten, men wist het in de Oudheid al. Maar als dat niet gedaan wordt, door gebrek aan inzicht, ambtelijke traagheid of corruptie, ontstaat er dorst.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dieren, Europa, Griekenland

Familie en dieren

Mijn zuster en zwager hadden gevraagd of ik een tijdje op hun lammetje kon passen. Het beestje zag er lief uit, maar het hapte en beet overal in: leidingen, kleding, meubels. Dat werkte zo op mijn zenuwen dat ik besloot het weg te doen. Als de eerste de beste vakantieganger zette ik het lam in de auto, reed een eind weg en liet het achter in een grazige berm. Dat luchtte op, maar nu doemde het volgende probleem op: hoe vertel ik het mijn zuster?
.
Dit was maar een droom, dat had U begrepen. Echt waar was dat mijn grootmoeder soms tegen dieren praatte. Als kinderen moesten wij daar erg om lachen. Haar “Dag geitje!” werd klassiek. En toen we eens langs een hond kwamen die voor een huisdeur zat te wachten zei ze: “Wil ik even bellen, hond?” Toen vonden wij dat ontzettend gek; nu zou ik het zelf ook zeggen.

1 reactie

Opgeslagen onder Dieren, Dromen