Categorie archief: Marburg

Herbouwd verleden

In Italië is veel moois te zien, maar veel ook niet. De overheden houden soms gebouwen gesloten om de vermoeide voeten van de toeristen te ontzien en de suppoosten wat vrije dagen te gunnen. Andere bezienswaardigheden zijn ‘wegens restauratie gesloten’ (afb. 1). Veel staat in de steigers—wat wijst op een volle schatkist en/of op het inzicht dat er met oude gebouwen geld te verdienen valt (toerisme).
.
Al die prachtige oude steden zijn voor een deel reconstructies. Honderd jaar geleden waren ze vaak nog een vervallen zooitje (afb. 2–3). Een kras voorbeeld is de oudste kerk van Mantua, de San Lorenzo, die dateert van voor 1100. In 1907 werd deze kerk herontdekt: het ingestorte gebouwtje ging schuil achter een rijtje woonhuizen en had meer het karakter van een ruïne (afb. 3–5). Sindsdien is het op voorbeeldige wijze opgeknapt en nu staat er een frisse, nieuwe rotunda, die aan Konstantinopel en Ravenna doet denken (afb. 6–7). En de frisse kleuren van al die wandschilderingen? Het zou me niet verbazen als die er voor de uitvoerige restauraties ook heel wat fletser uit hebben gezien.
.
In Marburg was het niet anders. Omstreeks 1970 was het een modderige collectie oude huizen, waarvan de muren meestal bekleed waren met grijs stuckwerk of met schindels (afb. 8). De toenmalige burgemeester stelde voor de binnenstad door fris beton te laten vervangen. Er werd een begin gemaakt met de sloop van enkele oude huizen, en op hun plaats werden nieuwe zielloze bouwsels neergezet. Toen echter werd de bevolking boos: dít wilde men niet, er kwam een opstand en het resultaat was een omvangrijk restauratieplan, natuurlijk met behulp van Monumentenzorg. Het was in een tijd dat er nog heel veel geld was in Duitsland. Van vele huizen werd het oude Fachwerk weer blootgelegd (afb. 9); anderen werden geheel opnieuw opgebouwd. Tegenwoordig ziet Marburg eruit als een alleraardigst historisch stadje. Wel hebben alle huizen nu een WC en een douche; het leven van de bewoners moet natuurlijk niet al te historisch worden. Het Dreckloch is een straatje dat bestaat uit een steile trap. Daar werden vroeger de faecaliën vanuit de bovenstad naar beneden gestort; nu is er halverwege een aardig cafeetje. Het straatje is onlangs omgedoopt in Enge Gasse; niet uit schaamte over het stinkende verleden, maar omdat studenten steeds het straatnaambordje stalen.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Marburg

Het Oog van Mosul 2

Het Oog was inmiddels hier. Hij hield een boeiende voordacht over de praktijken van ISIS in zijn stad stad Mosul en over wat daarna kwam. Uit het publiek kwamen vele zinnige vragen en de spreker ging daar uiterst competent op in, zodat we in anderhalf uur een hoop hebben bijgeleerd. De toekomst van Irak is niet bepaald zonnig. Maar dit is niet de plaats om het daarover te hebben.
.
Hij bleef nog tot en met vandaag; we hebben vrijwel een etmaal samen opgetrokken en veel gesproken over een onderwerp dat ons beide ter harte gaat: de oriëntalistiek/het oriëntalisme. Terwijl ik een oriëntalist ben, is hij iemand die oriëntalisten, dus mensen zoals ik, bestudeert: hij zat in Mosul in een vakgroepje daarvoor, dat binnenkort wel weer zal worden heropgericht. In vele Arabische omgevingen gebeurt dat op vijandige wijze, daar in Mosul niet. Hij zou willen dat ik naar Mosul kwam om over dat onderwerp te spreken; ik weet nog niet of ik dat aandurf. Hoe dan ook, mijn gedachten over het onderwerp hebben door onze gesprekken een geweldige stimulans gekregen. Hij is een echte intellectueel, en hoewel nog jong al zeer rijp; dat laatste natuurlijk door alle verschrikkingen die hij heeft meegemaakt.
.
Een steeds grotere inspiratie over dit onderwerp is verder de roman Boussole (Kompas) van Mathias Énard. Het broeit en borrelt momenteel allemaal een beetje door elkaar bij mij. Misschien komt er ooit wat uit. Nu eerst even afstand nemen en bijkomen van deze volle dag.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Marburg, Nabije Oosten, Orient

Bladblazen losgezongen

Als U bewoner bent van een groene buitenwijk kent U het: net zit je lekker in je tuin of op je balkon zit of daar begint even verderop een grasmaaimachine, cirkelzaag, bladblazer of ander akoestisch ongerief. Al die martelinstrumenten zijn wel seizoensgebonden: in de winter hoor je ze zelden, maar dan zit je ook niet buiten.
Vandaag werd ik geteisterd door een bladblazer, die op de trottoirs en in de goten bezig was, of was het een stofzuiger? Een particulier, niet iemand van de gemeente. Maar de blaadjes zitten allemaal nog aan de bomen, en geef ze eens ongelijk. Wat blies of zoog die man dan? Is Duitsland soms nog niet proper genoeg? Ik ben het maar niet gaan vragen; gauw naar binnen tot hij weer weg is.

1 reactie

Opgeslagen onder Duitsland, Marburg

Wolkloos fietsen

Natuurlijk ga ik door met fietstochten maken in dit heerlijk zonnige zomerweer. Het moet nú; vermoedelijk moeten we in juli en augustus binnenblijven, als het 35 graden wordt. Er ligt nog een tochtje van vorige week te wachten om geblogd te worden; de foto’s moeten nog bewerkt worden. Vandaag heb ik geen foto’s gemaakt en kan de tekst gauw klaar zijn.
Mijn oordeel over Schönstadt moet ik herzien: als je de Alte Postweg naar het oosten neemt, ja dezelfde postweg die ook langs het vliegveldje loopt, dan is Schönstadt wél schön: een heel stuk lintbebouwing van mooie oude huizen en boerderijen.
Een paar kilometer verder komt een van de allermooiste buurtschappen van deze streek: Schwarzenborn. 120 inwoners. Royale herenboerderijen uit vroeger eeuwen met enige hochherrschaftliche neigingen in de vormgeving. Vroeger imiteerden de lagere standen de hogere, in plaats van omgekeerd.
Verder langs het Junkerpfad, het landschap werd steeds prachtiger, al moest tenslotte de gevaarlijke B3 overgestoken worden. Daarna kwam Siedlung, te weten Bracht Siedlung, ver buiten het dorpje Bracht gelegen. Daar bouwden in 1949 de vluchtelingen uit het oosten des rijks hun optrekjes, later kwamen er aanbouwen en nog later flinke nieuwe huizen. Sudetenstraße, U begrijpt het wel. Vervolgens Schwabendorf, dat zich zelf aanprijst als Hugenoten- en Waldenzerdorp. Hier dus overal mensen met migratie-achtergrond. Zou dat nu nog kunnen? Helaas is het zo: hoe idyllischer het dorp en hoe meer papavers en korenbloemen op de akkers, des te meer Nazi’s ook. Gezond eten heeft blijkbaar iets met bloed en bodem te maken.
Rauschenberg liet mij schrikken. Ik kende het wel van vroeger maar zag het nu duidelijker: een schitterend historisch stadje, een gaaf stadsbeeld, bijna zonder twintigste-eeuwse misbaksels in de binnenstad, maar zo volledig kapot: het kan ieder ogenblik instorten. Leegstand alom; veel mensen zijn weggetrokken. Vroeger zou een landheer misschien een groep migranten uitgenodigd hebben er weer wat van te maken, maar zo gaat dat tegenwoordig niet meer.

En waarom heb ik van al dat moois geen foto’s gemaakt? Dat ligt aan die rotwolk. Mijn telefoon deelde mij mee dat mijn iCloud bijna vol was. Ze boden tegelijk aan er voor één gulden in de maand een heel veel grotere wolk bij te huren, maar hoor es: ik ben malle Eppie niet! Die wolk gaat er dus uit. Ik wilde hem meteen wissen, maar ziedaar: ik kan hem wel wissen, maar hij zal pas na een maand echt verwijderd worden. En daartoe moet ik de hele inhoud op een ander apparaat overbrengen. Moet, ja moet! Ik heb dus niet eens de vrijheid mijn eigen kolerewolk te wissen. Bij de CIA hebben ze zeker een achterstand bij het bekijken van mijn kiekjes, of zou het Poetin zijn?

Dan de camera uit de Bronstijd maar weer tevoorschijn gehaald, uit 2011 om precies te zijn. Maar dat leverde ook niets op: de accu was leeg en ik was vergeten hoe ik die op moest laden. Ik heb dus de gebruiksaanwijzing van mijn Universalladegerät nodig en die kan ik niet vinden. Dat wordt een project van langere termijn, dat begrijpt U. Ach, kon ik maar etsen, of tenminste tekenen!

For the record: Cölbe – Reddehausen – Schönstadt – Schwarzenborn – Bracht Siedlung – Rauschenberg – Sindersfeld – Anzefahr – Cölbe – Huis  47 km.

2 reacties

Opgeslagen onder Computer, Fietsen, Marburg

Natte boeken?

Sinds ruim een maand beschikt Marburg over een nieuwe universiteitsbibliotheek. Een mooi gebouw dat goed functioneert; althans zo leek het.
Tijdens de zeer zware regenval van eergisteren is er echter water de UB binnen gelopen. Ik hoorde van studenten die geholpen hebben met het sjouwen van zandzakken, en ook de brandweer is in actie gekomen. Meer details hier.
Het lijkt vanzelfsprekend dat je een stapelplaats van boeken op een droge plek bouwt, maar dat is het blijkbaar niet. Water stroomt altijd naar de laagste plaats en uitgerekend daar staat de nieuwe UB, in een voormalige rivierbedding. En nu het klimaat zo veranderd is zullen er regelmatig zulke stortvloeden uit de hemel vallen. Het volgende noodweer is al voorspeld voor vanmiddag. Als het water niet door de voordeur komt kan het ook opwellen vanuit de bodem, waar het grondwaterpeil stijgt. Had niemand dat bedacht? Ook in de UB Leiden bedreigt grondwater de boekenschat. Ik heb wel eens gehoord — maar daar weet ik evenmin het fijne van — dat er dag en nacht gepompt moet worden om de kelder droog te houden. Handig als het weer 1944 is en de stroom uitvalt. Maar in West-Nederland bestaan er misschien helemaal geen droge plekken.
.
Zit er opzet achter, maakt het deel uit van de War on Knowledge? Ach nee, waarschijnlijk is het gewoon stommiteit.

UBmarburg.jpeg

2 reacties

Opgeslagen onder Marburg

Het Oog van Mosul

Tijdens de bezetting van de Iraakse stad Mosul door de ‘Islamitische Staat’ en de daarop volgende verwoestingen was er een blogger die zich het ‘Oog van Mosul’ noemde en met gevaar voor eigen leven de wereld op de hoogte hield van wat daar gebeurde. Nu de bezetting over is zet hij zich actief in voor het herstel van de universiteit en de bibliotheek aldaar. Hij houdt nu o.a. een tweetalig Twitter-account bij, waarin hij verslag doet van de wederopbouw van de stad en van zijn eigen huidige activiteiten. Inmiddels heeft hij al verschillende Europese landen en de USA bezocht om daarvoor aandacht te vragen en fondsen te werven. In juni komt hij ook naar Duitsland. Onlangs kwam ik op het idee, mijn vakboeken aan de bibliotheek van Mosul te schenken. Een betere bestemming kan ik er niet voor bedenken. Probleem is nog, hoe ze daarheen te krijgen. Ook daarom is het goed dat er op Duits of zelfs Europees niveau iets wordt opgezet.
Aan de universiteit alhier, waar ik tot 2012 heb gewerkt, heb ik nog contacten en die heb ik voorgesteld het Oog van Mosul ook naar Marburg uit te nodigen. Dat is voor elkaar gekomen en hij komt hierheen. Dat doet me buitengewoon veel plezier!
.
21.6.2018: zie nu het vervolg hier.

3 reacties

Opgeslagen onder Marburg, Nabije Oosten, Universiteit

Fietsen na een jaar

Na mijn knieoperatie kon ik een tijdlang niet fietsen. In de winter heb ik wel gefietst in de stad maar nog nauwelijks buiten, vooral wegens kou en regen. Omdat de zomer tegenwoordig in april valt ben ik wel weer begonnen met tochtjes buiten de stad. De eerste ritjes waren niet zo leuk; eerder gemaakt uit plichtsgevoel ten behoeve van de gezondheid dan voor de lol. Ik kon nog niet zo ver, en de eerste en de laatste tien kilometer zijn hier altijd onprettig, omdat je dan over of langs autowegen door voorsteden rijdt, of over het ongenietbare, want veel te drukke fietspad  langs de Lahn.
Maar nu heeft een fietstocht me voor het eerst weer plezier gedaan. 45 kilometer, dat is voor een elektrische fiets niet zo veel. Spectaculair was het niet, maar wel prettig.
.
Bij de mensa en de Lahnterrassen moet je altijd door tientallen studenten heen waden die daar door elkaar lopen of zitten te ontspannen met elektrische radio’s. Dat doet enigszins afbreuk aan het idee van een interregionaal fietspad, maar vooruit, het is vrij snel voorbij. Dan langs volkstuintjes en sportvelden en na tien minuten doemt de winkelweide van Wehrda al op (afb. 1). Het onzegbare Cölbe is niet te vermijden. Hier loopt de onaangenaam drukke hoofdweg door het dorp, omzoomd door rafelige stoepen en fietsstroken. Kort na Cölbe storten de wateren van de Ohm zich in de Lahn (afb. 2). Nog iets verderop kun je tegenwoordig linksaf over een vers voor fietsers geasfalteerd landwegje naar Reddehausen, en daar begint dan meteen een prachtig gebied, vol ontluikend groen en fruitbelovende bloesems. De buurtschap Reddehausen is sympathiek maar klein en er is niet veel over te vertellen, behalve dat er een paar mooie huizen staan en dat zij beschikt over een eigen godshuisje (afb. 3). Dan hoeven de mensen ’s zondags niet zo ver. Naar Schönstadt langs de Flugplatz Marburg-Schönstadt; I kid you not. Dat is een weitje waar zweefvliegtuigen, luchtballons en ook kleine zaken- en sportvliegtuigjes kunnen opstijgen, maar deze keer zag ik er geen. Ik dacht dat het vliegveld door de Nazi’s was aangelegd, maar nee, het is ouder, het dateert al van 1909 (afb. 4). Het soort vliegveld vanwaar vroeger Heer Bommel soms vertrok naar een ongezellige bestemming. Onder in de verkeerstoren (afb. 5) is een bescheiden horecagelegenheid gevestigd. De oude postweg langs het vliegveld zou heel geschikt zijn als fietspad, ware het niet dat hij is geplaveid met scherpe stenen uit zeventienzoveel. Voor een fietser is dat niet prettig. Ik moest dus wel over de hoofdweg, maar er was nauwelijks verkeer.
.
Daar verscheen reeds  de reusachtige hoeve Fleckenbühl (afb. 6). Deze Gutshof is tegenwoordig in gebruik is als een soort therapie-inrichting, maar ook als productiebedrijf. In het herenhuis (afb. 7) wonen nu geen heren meer, maar jonge verslaafden die hard moeten werken voor hun eigen bestwil. Bio-melk, kaas, brood, alles in goede Demeter-kwaliteit, landbouw en veelteelt, ze verzorgen bomen en doen houtbewerking. In de streek zijn ze wijd en zijd bekend. Te vergelijken met Kehna dus. Het werken schijnt hun goed te doen; ik hoor alleen positieve verhalen, behalve dan, dat ze soms een terugval hebben als ze weer weg zijn.
.
Het plaatsje Schönstadt is niet zo schön als het vanuit een drone lijkt (afb. 8). Bij dat kasteel kun je niet komen, het is nog bewoond (fam. Bethmann-Schimmelpenninck, jawel) en het dorp zelf stelt niet veel voor. Maar daar begint een smalle weg naar Oberrosphe, en daar wordt de wereld pas echt mooi. De weg voert eerst door beemd en veld, daarna door een diep donker woud, dat echter wegens het frisse jonge groen nog niet zo wilde donkeren. Een overgang naar een andere wereld lijkt het wel: Oberrosphe (afb. 9), een stil en aangenaam dorp, waar ik wel eens koffie ging drinken in het dorpsmuseum (afb.10–12), dat door twee dames liefdevol en vrijwillig wordt gerund: een plek waar iedereen zijn ouwe troep heeft achtergelaten, van landbouwwerktuigen tot theebusjes. Het museum heeft echter te kampen gehad met een smeulende brand; ik wed dat de bedrading nog uit het interbellum stamde en met katoen was geïsoleerd. Jammer voor de ramptoerist: er is niets van te zien, de brand is blijkbaar geheel binnenshuis gebleven. De mannen van het dorp hebben de handen ineengeslagen om de zaak weer te herstellen, alles vrijwillig natuurlijk.
.
Nu dacht U natuurlijk dat ik vandaar zou afdalen naar Unterrosphe, maar nee, in dat stenige pad had ik geen zin; bovendien zou ik dan beneden een stuk over een drukke autoweg moeten rijden. Richting Mellnau dus, alles door dat schitterende landschap. De ruïne heb ik dit maal hoog op de berg laten liggen (afb. 13). Dan overwegend  heuvelafwaarts naar het benauwd-christelijke Wetter (afb. 14), dat ik al zo vaak heb gezien, en vandaar de gebruikelijke weg naar Cölbe en naar huis. Bijzondere traktatie: de weg van Wetter naar Cölbe was wegens bouwwerkzaamheden voor auto’s afgesloten, zodat het heerlijk rustig reed.
.
Ik moet maar gauw de fiets weer op de trein gaan zetten en dan tien twintig kilometer verderop pas beginnen met fietsen. Voor de operatie was het probleem dat ik niet meer in staat was, de zware elektrische fiets het trapje op te zeulen dat toegang verschaft tot het deel van de trein dat voor kinderwagens, rolstoelen en fietsen is bedoeld. Nu gaat dat wel weer; bovendien zijn er nieuwe treinstellen met een barrière-vrije instap.

 

 

2 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg

Verloren posten

Zoëven heb ik weer eens gedroomd dat ik ontslagen werd aan de VU. Het was nogal smartelijk en gedetailleerd ditmaal: de overname van de werkkamer door iemand anders, op straat lopen zonder te weten waarheen, enzovoort.
Allemaal onzin: ik ben in 1996, na jaren ontslagdreiging, niet ontslagen maar heb ontslag genomen, heb zevenendertig jaar onafgebroken als arabist gewerkt in Leiden, Amsterdam, Frankfort en Marburg, en geniet dientengevolge nu een behoorlijk pensioen. Een levensloop die menig academicus me zal benijden.
Wel heb ik twee maal de onttakeling van een studierichting meegemaakt, die in beide gevallen nogal lang duurde en waarbij ik als laatste het licht moest uitdoen. In Marburg werd niet het instituut opgeheven, maar verzandde wel het klassieke Arabisch.
.
Al dat opheffen geschiedde in groter verband: de alfa-vakken leveren geen rendement op, dus die konden veel kleiner. Eigenlijk viel het voor de ‘kleine letterenvakken’ in Nederland lange tijd nog mee, omdat er tien jaar lang bijzondere bescherming geboden werd. Maar daarna begon ook bij Arabisch de kaalslag. Voor zover ik kan overzien is in Nederland het vak alleen nog in Leiden op volle sterkte aanwezig. In andere steden niet meer, of sterk beknot. In Duitsland komt alles pas tien jaar later. Alles is er nog, maar op veel plaatsen wel erg uitgehold: halve banen, onderbetaalde assistentschappen enz.
.
Zowel aan de VU als in Frankfort werd de wetenschappelijke semitistiek/arabistiek opgeheven. Maar kort daarna werd in beide universiteiten islamitische ‘islamwetenschap’ ingevoerd. Hoewel het beter is imams hier op te leiden dan ze uit het buitenland te halen kan ik mij daarover niet verheugen, omdat het theologie is en vele dingen dus niet gezegd mogen worden. Om maar iets te noemen: de invloed van de Grieks-Romeinse cultuur op de oude Arabieren wordt geloochend; de biografie van de profeet wordt voor zoete koek geslikt en de aan hem toegeschreven uitspraken heeft hij werkelijk gedaan. Daar pas ik niet bij.
.
De opheffing van het instituut in Frankfort was overigens wél verheugend. In 2007 werden namelijk in de deelstaat Hessen de ‘kleinere letterenvakken’ samengevoegd en in de drie universiteiten geconcentreerd. In Marburg kwam (vrijwel) alles terecht wat met het Midden-Oosten te maken had, en dus ook ik. Dat was geen bezuinigingsmaatregel; integendeel, er werd een groot en vorstelijk gefinancierd instituut opgezet, met zeven professoren en als ik het wel heb veertig medewerkers. Het bloeide en gedijde en het was een mooie tijd. Alleen was er na mijn pensionering geen plaats meer voor iemand die die ouwe boel las en onderwees. Liever nog eens Arabische lente of salafisme enzo, en waarom zou iemand klassieke poëzie lezen, of de koran in het origineel? Wie zou daar in vier jaar studietijd nog aan toe komen, als er ook nog gewerkt moet worden om wat geld te verdienen? Ik heb dus ook in Marburg op een verloren post gewerkt, maar het geeft niet hoor, ik heb toch heel wat mensen wat mee kunnen geven.
.
Ooit was de arabistiek hulpwetenschap bij de bijbelwetenschappen. In de koloniale tijd bestudeerde men Arabisch en islam bovendien om islamitische koloniën beter te kunnen besturen. In de jaren zestig, zeventig van de twintigste eeuw brak het besef door dat in het nabijer gekomen buitenland Arabisch en Turks werd gesproken, en dat er intussen ook steeds meer Marokkanen en Turken in ons land woonden, wat de bestudering van de betreffende vakken vanzelfsprekend maakte. Men probeerde afscheid te nemen van de oude, koloniaal gekleurde oriëntalistiek en de studie van het vreemde op nieuwe manieren aan te pakken. Tot er een omslag kwam en het verlangen opkwam, juist liever niets over het Midden-Oosten te weten, en vooral niets over de islam. Het ‘islamdebat’, dat nu al ruim vijftien jaar woedt, blijkt immers veel makkelijker te verlopen als je er niets over weet. Bovendien bombardeert het prettiger als je niet precies weet waar je bommen terecht komen.
.
Mijn oude vak houdt mij nogal bezig de laatste tijd. Ik zal er af en toe eens een stukje over plaatsen. Dit was een begin.

3 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Dromen, Islam, Marburg, Nabije Oosten, Nederland, Orient, Persoonlijk

Big data

Onze bijna-buurgemeente Lohra (5500 zielen) overweegt een databank op te zetten met de genen van alle 490 honden die binnen de gemeentegrenzen leven. Er komen namelijk veel klachten binnen over hondenpoep op stoepen, paden en groenstroken, en middels een genentest zou dan precies kunnen worden getraceerd van welke hond de uitwerpselen afkomstig zijn. De hoge kosten waarmee een en ander gepaard zal gaan worden natuurlijk verhaald op de uitlaters zonder schepje en zakje.
Het is nog niet helemaal rond: er zijn juridische problemen, want er is nog geen wet volgens welke een hond gedwongen kan worden zijn of haar genen af te geven, en hoeveel wattenstaafjes zouden er niet gewoon worden stukgebeten? Wie moet er dokken als de buurjongen je hond uitlaat? En hoe zit het met grensoverschijtend gedrag?
Of er opzet achter zit dat dit voornemen al vóór de eerste april is uitgelekt blijft onduidelijk.
Wel heeft de gemeentereiniging laten weten dat sinds het bekend worden ervan de openbare ruimte veel schoner is en de hoeveelheid regulier in zakjes weggeworpen poep verdubbeld is!

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Dieren, Marburg

Geen ramp

Opgejut door de media had ook ik stiekem op een leuke ramp gehoopt. Door de koudegolf bij voorbeeld. Zoiets als wat een Zweedse kennis ooit was overkomen: twintig uur vastgezeten in een ingesneeuwde trein. Maar iets dergelijks is hier helemaal niet gebeurd. In het Noorden schijnt wel veel sneeuw gevallen te zijn, maar hier niet, zodat ik gisteren onbekommerd naar de stad kon lopen en weer terug, bij –8˚: het was wel prettig bij zulk knapperig winterweer. En doodgewoon ook: zo was het toch altijd? Een trui, een muts en handschoenen en je bent uit de zorgen. ’s Nachts is het –13˚, maar dan lig ik in bed, zonder warme kruik en zonder ijsbloemen op de dubbele ramen. De woning is zo goed geïsoleerd dat ik soms nog steeds vergeet de verwarming aan te doen.
Mijn dikke trui rook wat mufjes omdat hij drie jaar ongebruikt in de kast had gelegen, en dit was niet het ogenblik om hem te wassen. Maar ook dat is geen ramp.
.
Te voet naar de stad ja, want de brug is afgesloten. Ook dit was helaas volledig onspectaculair. Niet de geringste verkeerschaos gezien. Ik stapte de voetgangersbrug over de Lahn over en toen was ik er; op de terugweg net zo. Voor mijn geestesoog had ik beelden van Sjanghai in 1920 gehad: enorme mensenmenigten samendrommend op een smalle brug, maar er waren maar weinig mensen op straat. Naar verluidt zijn in Noord en Zuid de files in de spitsuren langer dan anders, maar die uren vermeed ik altijd al. Het voorrecht van een gepensioneerde.
.
Het enige wat er te betreuren viel was het heengaan, toch nog onverwacht, van mijn elektrische koffiemolen. Een prachtstuk van Braun, meer dan vijfentwintig jaar heeft hij mij trouw gediend. Slecht één maal een nieuw snijblad gekocht in Frankfort. Hij was vaak gebruikt, want ik maal telkens mijn bonen vers. Voor mij geen voorgemalen poeder of capsules van George Clooney. Braun maakt die molens niet meer; het is begrijpelijk dat ze niet al die tijd op me wilden wachten. Op de terugweg uit de stad dus meteen maar een nieuwe gekocht, voor weinig geld, van een onbekend merk. Die gaat niet zo lang mee, dat voel ik aan mijn water. Maar ik ga ook niet meer zo lang mee, en de laatste tien, twintig jaar van mijn leven heb ik misschien helemaal geen trek in koffie; wie zal het zeggen. Het verbruik is nu al flink gedaald.
.
Hier hebt U dus wat non-events van mij die met de beste wil niet tot een ramp op te blazen waren. Zoals U ziet heeft dit blog niets gemeen met een krant.

2 reacties

Opgeslagen onder Klimaat, Marburg