Categorie archief: Marburg

Zonnige zondag

Geen bijzondere foto’s, geen fraaie bebouwing, maar wat een weelde, op een zonnige zondagochtend even de straat uit te kunnen lopen, een eind het bos in.

2 reacties

Opgeslagen onder Marburg

Blijven fietsen?

Een kort fietstochtje in de buurt bleek niet zo leuk. Nu mensen niet meer naar hun werk mogen en de kinderen thuis hebben zoeken hele gezinnen vertier op de schaarse fietspaden hier.
.
Het is ook ongezond: zo’n pad is anderhalf of twee meter breed en de virussen vliegen er af en aan. Evenals allerlei stofdeeltjes trouwens, die dan kriebelen op mijn gezicht. Vroeger heb ik waarschijnlijk zonder erg over mijn gezicht gestreken, maar dat mag nu niet meer.
.
Beter is het natuurlijk, wat verder weg te gaan. Maar daartoe heb ik eigenlijk een nieuwe accu nodig voor mijn e-bike. Die is besteld, maar of hij nog geleverd wordt?
.
Onderweg zag ik nog een kennis, die ik begroet heb, en een oud-collega, met wie ik een kort gesprekje had. Volkomen alledaagse gebeurtenisjes, die nu een soort luxe waren.
.
Morgen maar eens een boswandeling.

5 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Gezondheid, Marburg

Corona – 5

Eerst waren er 31 corona-gevallen in mijn Landkreis, en gisteren nog maar 23. Zijn er mensen gestorven, genezen? Nee, uitdrukkelijk niet. Alleen dat cijfer is veranderd, zonder opgaaf van redenen. Als dat bedoeld is om ons een goed humeur te geven, werkt het averechts.
.
Gisteren wilde ik een blikje tomatenpuree kopen, maar het hele schap was leeg. Nee, toch niet, achterin stonden nog drie blikjes. Die heb ik toen maar alle drie gekocht; zo hamster ik ook een beetje. Ik zie het nog gebeuren dat je ergens op bezoek gaat en niet een bos bloemen meeneemt als gastgeschenk, maar een blikje tomatenpuree.

3 reacties

Opgeslagen onder Economie/Wirtschaft, Gezondheid, Marburg, Niks

Vreemd voorjaar

Als altijd sprong ik om zeven uur kwiek het bed uit, vol plannen voor de dag. Dat daarvan in de loop van de dag vaak niets terecht komt is een ander hoofdstuk. Maar kan ik mijn goede humeur bewaren als ik tot ruim na Pasen thuis moet zitten en niets meer is zoals anders? Ik zal wegen moeten vinden om toch nog iets van sociaal verkeer te hebben. In ieder geval ga ik vanmiddag bij een vriendin thee drinken. Woensdag wordt er gezongen in een groepje van acht mannen. Verder, zoals gezegd, de schrijftafel.
.
Gisteren heb ik het fietsseizoen ingeluid, bij twaalf graden en zonneschijn. De (gevoeld) zes weken daarvoor had het de hele tijd geregend. Het was een beetje raar: bij de rivieren en beken kon je niet rijden omdat er overal water stond. Als de zon eenmaal schijnt denk ik niet meer aan regen, maar de watermassa‘s waren nog lang niet weg. Goed voor het land, lastig voor fietsers. Hogerop dan maar: naar het buurtschap Reddehausen, prachtig landschap als altijd, al was er natuurlijk nog geen fris jong groen. In R. zag ik een straatnaambordje: Oberrospher Straße. Dat bracht me op een briljant idee: zou die straat misschien naar het dorpje Oberrosphe leiden? Inderdaad, dat deed hij. Een boer met wie ik even sprak bevestigde het: bij de grote linde rechtsaf, dan kom je ervan zelf. Die grote linde was majesteitelijk: een indrukwekkend natuurmonument. De straat werd een smalle landweg, later bosweg, maar redelijk geasfalteerd. Veel prettiger dan de weg die ik vroeger naar O. had genomen. Vandaar dan naar Göttingen, Sarnau en naar huis.
.
Waarom staat deze prachtige weg niet op de fietskaart van de ADFC? Je zou hem zelfs kunnen inbouwen in een route.
.
Sommige weggedeeltes bij de stad waren geheel zonder verkeer. Wat anders wel prettig is, was nu een beetje spookachtig. Op de buitenpaden waren er toch heel wat gezinnetjes op de fiets, skaters e.d. onderweg. Fietsen biedt de mogelijkheid zich coronavrij te bewegen, of lijkt dat maar zo? Als ik het parfum van een tegemoetkomende joggerin kan ruiken, dan kan er toch ook een virus … ach, niet aan denken maar.
.
Bizar was de ijssalon in Cölbe. Daar was het buitenterras bij twaalf graden goed bezet. Waarschijnlijk omdat het terras nogal veel plaats heeft: de mensen hoeven daar niet dicht op elkaar te zitten.

1 reactie

Opgeslagen onder Fietsen, Gezondheid, Marburg

Schrijftafel?

Het leven hier wordt anders, saaier. Minder zingen, want veel is afgelast. De schoolgebouwen waar de diverse koren repeteren worden gesloten; de kleinere gezelschappen die in kleine ruimten repeteren vragen zich af of het nog verantwoord is, zo dicht op elkaar te zitten. En heeft het zin zich voor te bereiden op uitvoeringen die misschien niet doorgaan, zoals Parijs met Hemelvaart? Ook buiten het zingen: er zijn minder sociale contacten in het algemeen. Je gaat ook niet meer in alle restaurants zitten; niet in zo’n gezellig bistrootje bij voorbeeld, waar je haast op elkaars schoot zit.
Ik ben (nog) niet ziek en hoef dus niet in quarantaine, maar zo’n leven begint al aardig op quarantaine te lijken. Gauw zal ik nog wat trainen in de fitnessstudio, voordat die misschien ook dicht gaat. Voor de nodige lichaamsbeweging kan ik, mocht er huisarrest worden opgelegd, elke dag een uur in het bos achter mijn huis gaan lopen, zelfs al zou dat illegaal zijn.
Maar er moet dus een noodprogramma komen tegen de verveling. Zo word ik bijna terug gedwongen aan de schrijftafel, die ik met steeds meer succes ontvlucht was. Ik zal een intellectuele bezigheid van wat grotere omvang moeten vinden, maar ik kom nog niet op een idee. Een hoop dingen interesseren me niet meer. De UB is open, maar hoe lang nog? Ik heb hier thuis ook vele boeken staan, die ik alsnog zou kunnen lezen, maar echt zin heb ik er niet in.
Als ik helemaal niets kan bedenken kan ik altijd nog een tekstuitgave maken. Uit mijn werkleven waren er twee onvoltooid blijven liggen. ‘Philologie geht immer,’ zoals mijn vroegere chef zei. Een soort patience-spel voor geletterden.
Misschien moet ik ook Skype activeren, of dat programma van Apple waarmee je kunt telefoneren en elkaar tegelijk kunt zien. Hier vlak in de buurt heb ik een vriend en een vriendin wonen; die kan ik ook onder verslechterende omstandigheden wel live blijven zien denk ik.
Morgen of overmorgen eindelijk fietsen. Het wordt warmer en het regent ook niet meer de hele tijd. Laat het maar mooi warm worden, dat dat virus in een hoekje gaat zitten mokken.

4 reacties

Opgeslagen onder Gezondheid, Marburg, Pensioen

Carnavalsconcert 2020

Gisteren had Canticum Antiquum weer zijn jaarlijkse carnavalsconcert in het kasteel van Marburg. Madrigalen en dansen uit de zestiende en zeventiende eeuw. Buiten stormde en regende het, maar het gebouw stond als een rots, en op een rots. Binnen heerste soms een serene sfeer, soms werd er ook wilde dansmuziek ten gehore gebracht. Nou ja, wild voor die tijd dan. Ondanks het weer zat de zaal vol. Er stonden achtentwintig kortere stukjes op het programma, die samen een gelukkig etmaal besloegen: La giornata fortunata. In elf daarvan heb ik meegezongen. Het was als altijd een zware klus, maar de moeite waard. Dit keer droeg ik een rode maillot en een groene … eh, dinges, en een rood-groene muts met een veer, allemaal in de felle kleuren die vroeger nog niet bestonden. Het is carnaval tenslotte. Bijzonder was de begeleiding door een theorbe en een zink, instrumenten die men maar zelden te horen krijgt. Zink spelen is erg moeilijk en lichamelijk zwaar (bespeling op de wijze van een trompet), maar deze zinkenist kón het en kreeg een extra applaus.
Hier weer opnamen van de stukken uit Youtube, voor zover aanwezig, door professionals gezongen, en de lijst voor het archief. De Monteverdi’s vond ik weer het mooist, maar O sonno is ook niet te verachten, en Che fa; ach, ik kan wel aan de gang blijven.

– Cipriano de Rore (1516–1565), O sonno.
– Philippe de Monte (1521–1603), Splende la fredda luna   
– Adriano Banchieri (1568-1634), Ligustri e rose
– Claudio Monteverdi (1567-1643), Boek 2:1 Non si levav’ancor. Zie daarover reeds hier.
– Philippe de Monte, Al tuo vago pallore.
– Sigismondo d’India (1580–1629, Da che l’alba i poggi indora.
– Domenico Mazzocchi (1592–1665), Soli i colli beati.
– Luca Marenzio (1553–1599), Che fa oggi il mio sole.
– Antonio Brunelli (1577–1650), Balleto a 5 (vanaf @;@@).
– Claudio Monteverdi (1567-1643), Boek 4:19: Piagn’e sospira.
– Sigismondo d’India, Dov‘è dove gì quel sole che sparì en dit, zo ongeveer.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Marburg, Muziek, Zingen

Dromedarissen te Marburg

Hoe komt het toch, dat de Wijzen uit het Oosten pas een kleine twee weken na de geboorte in Bethlehem arriveerden? Een schilderij van Otto Ubbelohde (1867–1927) maakt duidelijk hoe het zat. Ze zijn eerst een verkeerde ster gevolgd en belandden met hun dromedarissen in Marburg. Het gebouw op de heuveltop links boven is namelijk onmiskenbaar het kasteel van Marburg. Ze zijn niet lang gebleven; zodra zij hun vergissing bemerkten maakten zij zich op naar Bethlehem.

2 reacties

Opgeslagen onder Marburg, Onzin Humor

Psalmgezang

Gisteren hadden we met ons koor voor oude muziek het jaarlijkse Geistliche Konzert. Dat is altijd in november. Met karnaval brengen we wereldse muziek.
We zongen zes toonzettingen van Psalm 116 van omstreeks 1600. Het ging redelijk goed, maar ik ben toch blij dat het voorbij is. Eigenlijk houd ik meer van repetities dan van uitvoeringen. Dit was wel bijzonder ingewikkelde muziek; maar ja, dat vond ik indertijd van Monteverdi ook. We willen misschien geen andere.
.
De volgende stukken stonden op het programma. Als altijd waar mogelijk een You Tube-opname erbij, die dus niet van ons is.
– Melchior Franck (1579–1639), Psalm 116.
– Heinrich Schütz (1585–1672), Psalm 116.
– Joh. Hermann Schein (1586–1630), Psalm 116.
– Een compositie uit de synagoge in het oorspronkelijke Hebreeuws, gezongen door de bassen. Geen opname.
– Christoph Demantius (1567–1643), Psalm 116. Geen opname.
– Tobias Michael (1592–1657), Psalm 116. Geen opname.
.
De tekst van de psalm in de Duitse vertaling van Luther:
Das ist mir lieb, daß der Herr meine Stimme und mein Flehen höret; das er sein Ohre zu mir neiget; darum will ich mein Leben lang ihn anrufen. Stricke des Todes hatten mich umfangen, und Angst der Höllen hatten mich troffen; ich kam in Jammer und Not. Aber ich rief an den Namen des Herren: O Herr, errette mein Seele! Der Herr ist gnädig und gerecht, und unser Gott ist barmherzig. Der Herr behütet die Einfältigen; wenn ich unterliege, so hilft er mir. Sei nun wieder zufrieden, meine Seele; denn der Herr tut dir Guts. Denn du hast meine Seele aus dem Tode gerissen, meine Augen von den Tränen, meinen Fuß vom Gleiten. Ich will wandeln vor dem Herrn im Lande der Lebendigen. Ich glaube, darum rede ich; ich werde aber sehr geplagt.  Ich sprach in meinem Zagen: Alle Menschen sind Lügner. Wie soll ich dem Herren vergelten alle seine Wohltat, die er an mir tut?
Ich will den heilsamen Kelch nehmen und des Herren Namen predigen. Ich will mein Gelübde dem Herren bezahlen vor allem seinem Volk. Der Tod seiner Heiligen ist wertgehalten vor dem Herren. O Herr, ich bin dein Knecht; ich bin dein Knecht, deiner Magd Sohn. Du hast meine Bande zerrissen. Dir will ich Dank opfern und des Herren Namen predigen. Ich will meine Gelübde dem Herren bezahlen vor allem seinem Volk, in den Höfen am Hause des Herren, in dir Jerusalem. Halleluja!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bijbel, Marburg, Muziek, Zingen

Visgeluk

Ineens stond ze er weer vandaag: de vrouw in de viskar op de markt, en ze stráálde. Naast haar stond een nog jonge, blozende man die energiek mee aanpakte. Twee kleine kinderen speelden winkeltje naast de kar.
.
Vóór de zomer zat er altijd een nurkse oude man op een stoeltje in de wagen. Vismatig stak hij geen poot uit; hij zat daar alleen maar. Was dat haar eerste man, haar vader?
.
Het was duidelijk: de visvrouw had nieuw geluk gevonden. Maar hoe moet ik haar uitleggen dat ik tijdens haar afwezigheid mijn eigen visgeluk in een andere kar gevonden had, bij een handelaar die ook Hollandse haringen verkoopt?

1 reactie

Opgeslagen onder Eten, Marburg

Café Elly

Vanochtend werd ik wakker met hardnekkige gedachten over Café Elly. Meestal betekent dat, dat ik over zo’n onderwerp iets moet schrijven. Dat zal ik ook nu doen, hoewel het geloof ik nergens toe leidt. Nu ja, in ieder geval tot een requiem of twee.
.
Café Elly was een koffie-en-broodjeszaak in de nabijheid van het instituut waar ik vroeger werkte. De koffie was goed, de broodjes en tosti’s waren uitstekend, de donuts en zoete gebakjes waren niet veel bijzonders, maar die bliefde ik toch al niet. IJs hadden ze ook; dat betrokken ze van een uitstekende Italiaanse ijsbereider in de stad. Zoals vele collega’s was ik regelmatig bij Elly te vinden voor een kop koffie, als ik er even uit wilde of de Oberhessische Presse wilde lezen, of je maakte een afspraak ‘bij Elly’. Ook van andere instituten kwamen er klanten, studenten, toeristen en toevallige voorbijgangers. Het zaakje was maar klein en werd nog kleiner toen de gemeente ‘Elly’ verplichtte een toilet in de zaak in te bouwen; nee, meteen twee, want dames en heren moet hier gescheiden zijn. Er stonden ook een paar tafeltjes buiten, op enkele meters van een drukke straat; desondanks waren die ’s zomers altijd bezet. Misschien dat mensen die altijd met zo’n luidsprekertje in hun oren lopen, niet zo gevoelig zijn voor herrie. De uitbaatster was een hartelijke vrouw, maar geen kletstante. Kortom, een prettige en goed beklante zaak.
.
‘Elly’ staat hierboven tussen aanhalingstekens omdat die vrouw helemaal geen Elly heette. Misschien had een vroegere eigenares ooit zo geheten. Op een dag deelde zij mede dat ze ermee op hield. Daar was ik niet bij, ik ken haar beweegredenen niet, maar op een dag stond de zaak leeg en werd vervolgens opnieuw ingericht. De vorige inrichting was niets bijzonders geweest, de nieuwe is het ook niet.
.
Sindsdien ben ik er nog twee keer koffie wezen drinken. De nieuwe uitbater was een man, die ook goede koffie zette en ook broodjes en nog andere lunchhapjes aanbood. Maar het werd niks met die nieuwe. Het was geen onaardige vent en zijn waar was goed, maar hij was domweg niet ‘Elly’. Af en toe loop ik erlangs en zie dat er weer minder klanten zitten, de laatste tijd zelfs helemaal geen meer. De zaak is dus ten dode opgeschreven. Waarom? Ik kan het niet doorgronden. Er is honderd meter verderop wel een café bijgekomen, en veel studenten nemen genoegen met de kantine van de nieuwe UB. Maar die kwamen geloof ik pas later. Ik houd het er maar op dat ‘Elly’ persoonlijk de kern van de zaak was en dat iemands persoon er geweldig veel toe doet.

1 reactie

Opgeslagen onder Marburg