Categorie archief: Europa

Notre Dame de Paris

In gedenken aan de kerk die in vlammen is opgegaan een zeer vroeg muziekstuk dat daar gemaakt is en een centrale plaats inneemt in de Europese muziekgeschiedenis: https://www.youtube.com/watch?v=FvJ6xl3l1ek

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Godsdienst, Muziek

Nog gezien in Parijs

Fietsen. Parijs is een erg fietsvriendelijke stad geworden. Overal zijn er fietspaden en stoplichten voor fietsers. Je kunt ook overal een spotgoedkope en dus gesubsidieerde leenfiets pakken, wat op electronische wijze wordt geregistreerd. Zo’n systeem is er in Marburg ook; ik gebruik het natuurlijk nooit, want ik heb zelf een fiets. Toch zou ik dat wel eens kunnen gaan doen, bij voorbeeld om bij het station te komen, waar je beter niet je eigen fiets op het voorplein kunt achterlaten.
Minder te spreken ben ik over de e-steps (trottinettes électriques) die de trottoirs onveilig maken. Die kunnen tot 20 km/uur; heuvelafwaarts nog sneller. Onrustig, potentieel gevaarlijk.
Het systeem van per kredietkaart een fiets of step te huren op straat en die eventueel ergens anders achter te laten is mogelijk geworden door het electronische betaalverkeer plus de GPS: de beheerder, in dit geval blijkbaar de stad, kan altijd zien waar de voertuigen zich bevinden. Maar het basisidee was misschien het Witte-Fietsen-Plan uit Amsterdam, in de jaren zestig. Dat kwam te vroeg, omdat die technische mogelijkheden nog niet bestonden.
.
Benauwdheid. Zo breed als de boulevards zijn, zo smal is het in de huizen, en ook in ons hotel, dat natuurlijk niet grand luxe was. De gastvrouw die ons zondag spijzigde woonde met haar man en zuster in een prachtig appartement aan een binnentuin, waar je alleen in kwam door een ijzeren hek met een code. Vijf kamers, alles ademde luxe; toch was ook dit smal gebouwd, vooral in de gangen, de WC e.d. In minder bevoorrechte omgevingen is het nog een stuk krapper. Parijs heeft nu eenmaal weinig ruimte; ik zou daar op den duur toch ibbel van worden.
Vanuit het hotel keken we uit op een woonsilo van een verdieping of dertig, ook in de breedte een reusachtig gebouw. en zo zijn er nog talloze. Zou je daar kunnen wonen, zo zonder balkon? Alleen als het niet gehorig is, en dat valt te betwijfelen. Maar zelfs dan raak je toch een beetje vervreemd van de wereld: je wordt waarschijnlijk een soort Houellebecq.
.
Oude ruimte. Enkele malen zijn we om naar de Bd. Arago te komen door de Rue des Gobelins gelopen. Dat is een nogal smalle straat, maar eromheen is een ruimer wijkje, met nog intacte oude huizen en een lief parkje met breiende mevrouwen en een kruidentuin. Daar ben je ineens in een Parijs waar je een speld kunt horen vallen en waar je in historisch verantwoorde omgeving je kont kunt keren. Daar te wonen! Maar onder de miljoen Euro zal dat waarschijnlijk niet lukken.
.
Orde. Alles is heel keurig en verzorgd in Parijs, meer dan in Duitsland en dus zeker nog meer dan in Nederland. Zolang die gele vestjes niet protesteren houden ze de boel prima in orde. Alleen bij het Bassin de la Villette heb ik zwerfvuil en lege flessen gezien. Temidden van al die keurigheid liggen er wel wat daklozen, maar zelfs die schijnen hun leven geregeld te hebben, met tentjes en slaapzakken en een komfoortje: ze hebben zich bij voorbeeld ingericht in het portaal van een openbaar gebouw, waar ze dan weg moeten wezen als het gebouw weer opengaat. Daar zijn blijkbaar afspraken over.
In de stilte-wagon in de trein wordt alleen maar gefluisterd en niet getelefoneerd.
.
PoC. Parijs is bekend om zijn vreselijke voorsteden waar arme mensen uit Afrika en moeilijk leven hebben en ook anderen problemen bereiden. Maar de donkere mensen die binnen de veste Parijs rondlopen en werken, en dat zijn er heel veel, lijken volkomen geïntegreerd en op hun gemak, en de oorspronkelijke bewoners ook met hen. In sommige voormalige Franse koloniën wonen mensen die zwart zijn, diepzwart. Die zie ik anders nooit, dus in Parijs vallen ze me op. Arabieren en Turken neem ik allang niet meer als zodanig waar. Maar als ik er even op let zie ik ook veel gemengde Frans-Arabische gezinnen en individuen, wat een goed teken is.
Onder het publiek bij ons concertje waren ook diepzwarte en bruine en café-au-lait-kleurige mensen. Dat is in Duitsland vrijwel niet het geval.
.
Handys. Ja, zo spelt men in Duitsland het meervoud van handy, wat een pseudo-Engelse benaming voor een mobiele telefoon is. Ons vocaal ensemble bestaat uit mensen zo tussen de 40 en 65; ik denk dat ik de oudste ben, al is mijn stem nog jong. Wat mij zeer verbaasde is dat er tijdens de gezellige sessies op een caféterras wel heel wat wordt afgepraat, maar er ook periodes zijn waarin iedereen als op afspraak zijn smartphone trekt en daarin iets gaat doen. Dat is dus niet alleen een gewoonte van jonge kinderen en studenten. Ik heb ook zo’n ding, maar gebruik het minimaal, en zeker niet in het publiek.
.
Oriënt. In het Musée Delacroix werd ik, met terugwerkende kracht, getroffen door een citaat van de schilder, dat ik helaas niet woordelijk heb  overgeschreven, dus alleen maar kan parafraseren. Delacroix bezocht in 1832 Marokko, wat vroeg was, en schilderde daar wat hij zag en wat hij niet zag. In het museum lagen allerlei Marokkaanse voorwerpen die hij gebruikte in zijn schilderijen. Hij zei ongeveer: Ik heb daar veel details bestudeerd, maar die uiteindelijk toch niet geschilderd; het werd pas wat met het schilderij als ik mijn fantasie aan het werk zette. En dát, mijne dames en heren, is een wezenstrek van het oriëntalisme. Europeanen maakten hun eigen oriënt.

4 reacties

Opgeslagen onder De mens, Europa, Fietsen, Reizen

Zingen in Parijs

Na vrijdag in de vooravond vanuit Frankfurt met de TGV naar Parijs te zijn gereden begaven we ons na een afzakkertje in een café op de Place d’Italie te bed. De volgende ochtend was ter vrije besteding. Ik ging eens kijken bij de het bassin en de rotonde van La Villette en wandelde een stuk langs het kanaal, dat ik vanuit het zuiden al vaker had bewandeld. Vervolgens naar het Parc Monceau, waar je als het ware de kindermeisjes uit de tijd van Proust nog op de bankjes zag zitten met het hun toevertrouwde kroost. Het rook er zelfs naar paard, maar dat kwam door de kleine pony’s, waarop het huidige kroost gehelmd een ritje mag maken. Tenslotte naar het kleine museum Delacroix, in zijn oude woonhuis annex atelier, dat gewijd was aan de niet-oriëntalistische kant van de schilder; overwegend grafiek. Die oosterse schilderijen van hem kende ik wel, maar dit completeerde het beeld. Ik was er alleen op uitgegaan: omdat ik toch wat slecht en langzaam loop is het geen pretje om met anderen op te lopen; bovendien hadden zij meer toeristische behoeften.
.
Om één uur repetitie van de Marburgse zangers in een protestantse kerk aan de Boulevard Arago, een koepelvormig gebouw met een heerlijke akoestiek. Vijftien zangers, onder wie slechts twee tenoren, onder wie ik. De dirigent plaatste mij helemaal aan de buitenkant een beetje apart, zodat het net leek of ik alleen stond. Daarna was de rest van de middag en avond weer ter vrije besteding, maar zie aan: mijn benen deden het niet meer, na vier uur lopen en ruim een uur staan en wilde ik niet meer lopen; ook om morgen beter lang te kunnen staan. Met Sérotonine, het nieuwe boek van Houellebecq, in de zon gaan zitten; het was veertien graden en met een jack en een das om ging het net. Het boek viel niet mee.
.
Des avonds ongemeen lekker Vietnamees gegeten; het 13e arrondissement is immers de Oost-Aziatische wijk van Parijs. Zulk eten krijg je in Duitsland niet, want daar wordt toch alles een beetje aangepast aan de Duitse Leitkultur.
.
Zondagmorgen wilde ik mijn benen nog ontzien en heb gewoon een rondrit door de stad gemaakt met verschillende stadsbussen. Het is dan heel rustig en je ziet een hoop.
.
Zondag van twaalf tot één stond kennismaking met de Franse zangers op het programma, en de Cantate van Bach die we te samen zouden zingen. Het is heel apart en intens om als zangers met mensen kennis te maken, d.w.z. middels de zangstem. Per stemgroep deden we verschillende oefeningen en speelden zo alvast op elkaar in. Die cantate samen zingen lukte natuurlijk alleen omdat de beide dirigenten elkaar goed kennen en van te voren al op elkaar afgestemd waren.
.
Na de kennismaking met de Franse zangers en de gezamenlijke repetitie zou ons een ‘kleinigheid te eten’ worden aangeboden door een van de dames van het Franse koor, die tegenover de kerk woont. Het bleek een vorstelijke lunch te zijn voor achttien personen, gekookt volgens de beste Franse tradities en overgoten met mooie wijn uit de Elzas (‘witte wijn is goed voor de stem’). Wee degene die dacht dat de plakjes salami en de quiche de hele kleinigheid waren en nog een tweede stuk quiche nam: er volgden namelijk nog een groenteschotel, merg, gestoofd rundvlees, sla, fijne kazen, fruit en koffie met iets erbij. Daarna was een uurtje uitbuiken op het hotelbed wel nodig. Om vijf uur waren we terug in de kerk, om de opstelling, het opkomen en de belichting nog even te oefenen; toen af in de sacristie. Om zes uur zat de kerk helemaal vol en begon het zingen. Alles verliep vlot: eerst zongen de Fransen wat, toen wij twee stukken en ter afsluiting mengden de beide ensembles zich voor de cantate, waarvan de beide aria’s door Fransen werden gezongen. Iedereen applaudisseerde luid en lang, we moesten als Marburgers nog een toegift van stal halen (C. Franck, Panis angelicus) en daarna was er, I kid you not, nog een buffet, voor alle zangers én wie wilde uit het publiek.
.
Het zangprogramma was niet zwaar; voor mij was het voornaamste te zien of ik met slechts één andere tenor naast mij zonder plankenkoorts zou functioneren. Welnu, dat lukte; tijdens de uitvoering had ik even een schrikmoment waarop mij geheel alleen in het universum waande, maar dat verhinderde niet dat ik op tijd inzette en de juiste toon trof. Ooit alleen optreden zal denkelijk wel lukken. Soms hoor je wel eens een musicus zeggen: ‘U was een fantastisch publiek!’ maar ik merkte van dat hele publiek niets, ik filterde het als het ware weg. Dat zal wel aan mijn gezegende leeftijd liggen; dertig, veertig jaar geleden, toen ik wel eens alleen een deun op de fluit ten gehore bracht, was dat heel anders.
.
Nog een bevrijde ronde drank in het café en vanochtend om 7.10 weer in de TGV gestapt.
.
Door ons gezongen:
– Gabriel Fauré (1845–1924),Cantique de Jean Racine Cantique de Jean Racine
– Thomas Tallis (1505–1585), If ye love me
– samen met de Fransen: J.S. Bach (1685–1750), Cantate nr. 127: Herr Jesu Christ, wahr’ Mensch und Gott
– César Franck (1822–1890), Panis angelicus

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Muziek, Reizen

Bronchitis, of: Europese onenigheid

Mijn bronchitis werd te lijf gegaan met een middel om te inhaleren en een antibioticum. Het hardnekkige na-hoestje dat ik nog steeds heb wordt nog bestreden met weer een ander middeltje om te inhaleren. Iedereen die ik hier in Duitsland ken en die ook wel eens bronchitis heeft gehad is het erover eens: ja, zo gaat dat, zo moet dat.
.
Hoe heel anders is dat in Nederland, waar ik iemand ken die een minstens zo erge bronchitis heeft als ik had. Die wordt helemaal niet behandeld, onder het motto: het zal vanzelf wel overgaan. Op de achtergrond loert waarschijnlijk het argument van het geprivatiseerde zorgstelsel: niet behandelen is veel goedkoper. Zoals de mensen na een knie-operatie daar ook meteen de straat op worden gestuurd.
.
Maar als een beroemde televisiepersoonlijkheid nu eens bronchitis heeft, of de koning, of Rutte zelf, worden die dan ook niet behandeld?

5 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Europa, Nederland

Wisseling

De mooiste jaarwisseling was die van 2001-2002, toen de Euro werd ingevoerd. Vol verwachting klopte mijn hart toen ik om half een mijn bankpas in de geldautomaat schoof, en ja hoor — verse Euro’s! Het enige moment in mijn leven dat ik iets als politieke blijdschap ervoer. De dagen erna in winkels steeds het wisselgeld nagekeken: zit er al een Italiaanse munt bij? Of een Fransoos? Kijk eens: een Luxemburger zelfs!
.
Inmiddels zijn we zestien jaar verder en is Europa eerder geneigd, zichzelf kapot te maken. Op lokaal niveau is er in Scheveningen al iets groots verricht.
.
Kortom: ik wens iedereen ondanks alles een prachtig 2019.

6 reacties

Opgeslagen onder Europa

Mini-herinneringen: vette happen

Samosoplusivanje was het woord waar ik vanochtend mee wakker werd. Het betekent ‘zelfbediening’ in het Joegoslavisch, tenminste dat dacht ik. Volgens Google translate moet het zijn: samoposluživanje; bijna goed dus. In het mild-socialistische Joegoslavië van 1965 en volgende waren dat restaurants waar het gemene volk en ook studenten uit het buitenland voor weinig geld een maaltijd konden gebruiken. Geen grote keuken natuurlijk, maar ook niet in strijd met de menselijke waardigheid. In Bulgarije had je ze ook, maar dat was echt communistisch en daar was het eten meteen veel smeriger: een closetpapierkleurige kwak puree met een onbestemde saus waarin enkele stukjes vlees dreven.
.
Wat deed ik in die landstreken? Natuurlijk was ik onderweg naar het Midden-Oosten, tot Joegoslavië liftend en daarna met de trein. Vliegtuigen waren nog te duur, en bovendien was ik benieuwd naar al die gebieden waar je dan doorheen kwam. Door vreemde wisselkoersen was de Balkan en wat daarna kwam spotgoedkoop. Pas in Turkije werd het eten echt lekker, te beginnen met de restauratiewagen die aan de grens aan de trein werd gekoppeld: een weelderig ingerichte Oostenrijkse Speisewagen van ongeveer 1912, goed geconserveerd.
.
In Nederland bestonden ook van die zelfbedieningsrestaurants. Je had Heck’s en Rutecks, allebei op het Rembrandtplein als ik mij goed herinner. Een biefstukje met gebakken aardappeltjes, huzarensalade, dat soort dingen. Gebutste schaaltjes van roestvrij staal. Echt eten kon je bij De Kroon, ook op het Rembrandtplein. Toen ik dat voor het eerst zelf betaalde kostte dat 25 gulden: niet weinig, en wat ik mij er vooral van herinner is mayonaise.

2 reacties

Opgeslagen onder Eten, Europa, Nabije Oosten, Nederland, Reizen

Herfsttij der democratie

1. En ja hoor, ‘de grote meerderheid der EU-bevolking heeft zich uitgesproken voor de afschaffing van de zomertijd’. Aldus vanochtend de nieuwsdienst van de Hessische Rundfunk. Ook de Duitse media worden dus duidelijk dommer. De EU had namelijk een online enquête gehouden, waarin men voor of tegen de afschaffing van de zomertijd kon stemmen. Zo’n 1,5% van de stemgerechtigde Europeanen had aan de enqûete meegedaan; daarvan twee derde Duitsers. 80% van de stemmen was tegen de zomertijd; dus nóg minder. Maar, aldus het nieuwsbericht, ‘te verwachten is dat Juncker het votum zal volgen’. Het is nog een stuk maller dan de referenda in Nederland.
Ik heb het al eens gezegd: volgens mij staat bij zo’n enquête de uitslag al van te voren vast: mensen die ertegen zijn brengen hun stem uit, degenen die het goed vinden zoals het is komen niet in beweging en stemmen niet.
De zomertijd is niet een heel belangrijk onderwerp. Wel zal de afschaffing mij persoonlijk enig nadeel toebrengen. Omdat ik in het donker slecht en dus ongaarne auto rijd, zal ik minder vaak ’s avonds ergens heen kunnen, of vaker buiten mijn eigen bed moeten overnachten. Verder zal ik voortaan mijn eigen zomertijd maken: gewoon vroeger opstaan als het heet is. Maar dat met die stem des volks is dus onzin.

2. Heel veel belangrijker is de ontwikkeling in Oost-Duitsland, waar de Nazi’s nu ongegeneerd oprukken. In Chemnitz op straat, maar ook in het internet, in de media en in de peilingen voor de verkiezingen in deelstaten: in drie staten halen ze zo’n 25%. In Nederland is het niet veel anders, maar in Duitsland zijn rechts-linkse fantasiecoalities vrijwel uitgesloten, zodat het niet ondenkbaar is dat de AfD op een dag samen met de CDU in een deelstaatregering zit.
In Chemnitz had de politie ‘de situatie onderschat,’ hebben allerlei hotemetoten weer gezegd. Dat zijn dezelfde mensen die sinds jaar en dag in koor uitroepen dat islamistische terreur het grootste gevaar voor Duitsland is. Nee, beste Duitsers, dat zijn toch echt de Nazi’s! Ook dit had ik al eens gezegd, maar op dit punt verval ik graag in herhaling. De onderschatting van dit gevaar begon eigenlijk al onder de regering Schröder, dus rood-groen. Gelden voor de bestrijding van Nazi’s en de instandhouding van jeugdwerk, zoals Oost-Duitsland dat altijd gekend had, werden toen ingetrokken. Daarmee werden enkele miljoentjes bespaard, maar goedkoop bleek duurkoop, want het jeugdwerk werd sindsdien overgenomen door Nazi-groeperingen, die vaak als enige wat leven brachten in die verder zo saaie plaatsen daar.

10 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Europa, Politiek

Uithongeren

Vroeger werden er veel gevangenen, vijanden en bewoners van belegerde steden uitgehongerd. In het Midden-Oosten werden er ook putten onbruikbaar gemaakt (bijv. Genesis 26:15), zodat mensen verdorstten.
.
In de Tweede Wereldoorlog was uithongeren nog heel gangbaar: concentratiekampen, Leningrad e.v.a.
Daarna hoorde je er in onze buurt enige tientallen jaren niet meer van. Bosnische Serviërs waren geloof ik de eersten die er weer mee begonnen, in het beruchte Omarska-kamp (1992).
.
Nu heeft het de trend weer volop mee, in de Verenigde Staten, Hongarije, Palestina. In Italië nog net niet, maar als het aan Salvini ligt binnenkort ook daar. Uithongeren is inderdaad handig en goedkoop en je hebt er niet veel fantasie voor nodig. Alleen wat westerse waarden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Europa

Zomertijd voorbij?

Ja, over een maand  komt de herfst, maar dat bedoel ik niet. Het vooruitzetten van de klokken in maart en weer terug in oktober, dat heet ook zomertijd. De EU heeft een online enquête lopen, nog tot donderdag a.s., waarbij de onderdanen kunnen stemmen of zij voor of tegen afschaffing van de zomertijd zijn. Volgens mij staat bij zoiets de uitslag van te voren al vast: mensen die ertegen zijn brengen hun stem uit, degenen die het wel best vinden zoals het is komen niet in beweging en stemmen niet. Temeer daar het stemmen vrij moeizaam ging.
.
Ik zelf heb, al lang geleden, vóór het behoud van de zomertijd gestemd: lekkere lange, lichte avonden. Maar nu de zomer erg warm is gebleken en er nog vele van dit soort zomers zullen volgen zie ik het ineens anders. We zijn meer gebaat bij een uur extra in de vroege ochtend, als het nog koel is, en bij een vroeger invallen van de duisternis, zodat wederom wat koelte kan worden genoten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Klimaat

Italiëreis 2018

Voordat nieuwe horizonten mij roepen (Utrecht! Freckenhorst!) wil ik mij de vakantie in Italië nog een keer herinneren, zodat zij niet ondergaat in de steeds sneller stromende rivier der vergetelheid. Enkele  hoogtepunten had ik al genoemd. Bezocht zijn Mantua en Padua, maar de eerste nacht heb ik doorgebracht in Stresa, waar ik afgesproken had mijn Australische vriend en reisgenoot op te pikken.
.
Met de trein naar Stresa, theoretisch lukt dat met de trein vanuit mijn woonplaats makkelijk in een dag. Ik had echter niet met de vernieuwingsdrang van de Deutsche Bahn gerekend. De lijn tussen Frankfurt en Kassel was grotendeels gesloten wegens werkzaamheden, de vroege trein vanuit Marburg zou op 25 juni niet rijden. Dat dwong me een dag tevoren naar Frankfurt te gaan en daar te overnachten. Onaangenaam, maar veel werd goedgemaakt door een avondeten in mijn geliefde Vietnamese restaurant, om de hoek bij waar ik vroeger woonde, dat nu echt knettergoed geworden is. En niks geen capsones daar; het blijft gewoon een buurtrestaurant en het heet Quán Văn, Schwarzburgstraße 74, voor als U eens in de buurt bent.
.
De treinreis was routine tot Bern, al rijd ik dat traject nooit. Daarna werd het mooi, tussen de Zwitserse bergen door, ondanks twee hele lange tunneltrajecten. De Exprestrein van Basel naar Milaan stopt ook in kleine Zwitserse stadjes als Visp en Brig: afgelegen, maar zwaar geïndustrialiseerde plaatsen. Dat verandert na de Italiaanse grens: die streek lijkt eerder armoedig. Vroeger kreeg je deze gebieden nauwelijks te zien, want er reden nachttreinen; van Brussel naar Milaan in ieder geval, misschien zelfs vanaf Amsterdam, dat weet ik niet meer.
.
Stresa was vanaf ± 1880 één van die oorden waar de fine fleur van Europa tot rust kwam, na wintermaanden van bals en ingespannen couponnetjes knippen. Langs de oever van het Lago Maggiore staan nog steeds joekels van Grand Hotels uit die tijd. Eén ervan is nog steeds op niveau. Het onze (Bristol) was afgezakt tot vier sterren, daar stopten nu ook bussen met reisgezelschappen. Maar het gaf toch een aardige indruk van het vroegere vakantieleven: ruime kamers, balkons met meerzicht, kostbare materialen, kroonluchters. Het indrukwekkendst waren de zwaar verzilverde olifanten en herten die vroeger de banketten moeten hebben opgesierd. Het meer blijft schitterend, vooral ook omdat er bijna op zwemafstand een paar leuke eilandjes in liggen.
.
Het stationnetje was wat vervallen, evenals de boemeltrein die door talloze treurige randgemeenten naar Milaan reed. Daar moest er worden overgestapt naar Mantua; ruim een uur wachten, en dat was niet prettig. Er was een scheidsmuur opgetrokken tussen de ruim twintig sporen en de grote hal, met heuse gates en veel politiecontrole. Deze hal is immers berucht om zijn zakkenrollers en bendes. U begrijpt: overwegend buitenlanders, uit landen als Sicilië en Calabrië. Koffietentjes en wachtkamers waren blijkbaar in die hal, en bij de sporen was vrijwel niets. De tsjoek tsjoek naar Mantua deed er een kleine twee uur over; kennelijk geen belangrijke verbinding. In Mantua een Bed&Breakfast, centraal gelegen, alles nieuw en high tech. Als zo vaak waren de haakjes en plankjes in de badkamer ten offer gevallen aan design; verder alles puik. Het ontbijt werd geserveerd door een academica uit de Punjab, wier man hier een mooie baan had gevonden. De vrees van mijn vriend dat hij op een continental breakfast zou moeten overleven werd niet bewaarheid. Ze strapazzeerde de eieren als de beste.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bahn, Eten, Europa, Reizen