Categorie archief: Europa

Fijn met de trein

Vliegen is niet goed, treinreizen is beter, hoor je de laatste tijd. Helemaal mee eens: ik heb een hekel aan vliegen, ik houd van treinen en tijd heb ik ook. Maar het spoorwezen is jammerlijk achteruit gegaan.
.
Ik overwoog nog eens naar Stockholm te gaan. Vroeger deed ik dat vanuit Amsterdam met de trein. Dat duurde naar ik meen 20 uur, met in het ideale geval slechts één overstap in Kopenhagen. Het traject Hamburg – Kopenhagen herinner ik mij: dat duurde vier uur. En vanaf Kopenhagen prettig in de slaapwagen, zodat je ’s ochtends fris in Stockholm aankwam. Beide treinen gingen een keer op de pont: van Fehmarn naar Rødbyhavn en van Helsingør naar Helsingborg, maar dan kon je blijven zitten, resp. liggen. Tegenwoordig ziet het er veel beroerder uit. Bij voorbeeld:
.
Amsterdam  11:00
Osnabrück   14:06
– overstap 19 min.
Osnabrück    14.25
Hamburg     16:14
– overstap 1:14 uur
Hamburg    17:28
Kopenhagen    22:34
– overstap 47 min.
Kopenhagen   23:21
Malmö    0:06
– overstap 3:58 uur
Malmö    4:04
Stockholm    8:35
.
Totale reistijd 21:35 uur. U kunt ook twee uur later van huis, maar dan moet U zes keer overstappen. Ziet U zich al sjouwen op al die overstapstations, met uw bagage (valiezen, hoedendozen, kinderwagen, kattenmand)? En wat een vondst: vier uur wachten in Malmö, midden in de nacht!
.
Het traject Malmö – Stockholm duurt nog maar viereneenhalf uur; dat komt omdat er in Zweden snelle treinen in gebruik zijn genomen. Vroeger was het geloof ik zeven uur. Maar die trein kun je dus niet in Kopenhagen nemen, je moet eerst met het boemeltje over de brug over de Sont. Van Hamburg naar Kopenhagen duurt een uur langer dan vroeger omdat de trein niet meer op de pont gaat, maar met een grote omweg door heel Denemarken moet rijden.
.
Vanuit mijn huidige woonplaats Marburg ziet het er niet beter uit. Vertrek 12.20, dan overstappen in Kassel en Hamburg en de rest als boven.
.
Heilige Greta, sta ons bij!

7 reacties

Opgeslagen onder Europa, Reizen, Trein&tram, Zwedenreis

tKan vriezen tkan dooien

KopftuchIstKleidsam

Een reactie plaatsen

29 september 2019 · 10:07

EIIR

Geboren onder Wilhelmina en opgroeiend onder Juliana vond ik als kind toch koningin Elisabeth van Engeland het meest koninklijk. Aan een fietsende en breiende Juliana, in ongeveer dezelfde jurk als mijn moeder, had je niet veel qua majesteit, vond ik. En majesteit moest er wezen, die had de Britse vorstin in overvloed: pracht en praal, een kroon op het hoofd en onafzienbare rijen berenmutsen en lakeien.
.
Heel veel later heb ik begrepen dat deze voorliefde een gevolg was van mediale beïnvloeding. Als klein jongetje, het moet in 1954 geweest zijn, kreeg ik in het parochiehuis van ons dorp de allereerste film van mijn leven te zien, en nog wel in kleur: The Coronation. Ik was diep onder de indruk: een gouden koets, geheimzinnige rituelen, een eindeloze processie, mooie kleding, prachtige muziek, trompetten, schalmeien en hemels gezang, en temidden van dat alles de vrouw die qualitate qua wel de belangrijkste ter wereld moest zijn: Elisabeth II, mét kroon.
.
Geen wonder dat ik als elfjarige de lange wandeling naar de binnenstad van Amsterdam ondernam om de Britse koningin te zien, die toen een staatsbezoek bracht aan ons land. En ik héb haar gezien, slechts een flard natuurlijk, toen zij uit een auto stapte bij het paleis op de Dam. (Ja, jongens en meisjes, in die dagen was er nog nauwelijks televisie en liep de bevolking uit als er iets van het koninklijk huis te zien was. Of Sinterklaas.)
.
Koningin Elisabeth, hoe diep is zij nu gevallen! Eerst moest zij Trump een hand geven en hem een bord eten voorzetten, nu moest zij de wens van Trumps lakei Boris inwilligen en het parlement naar huis sturen. Misschien is dit niet alleen het einde van de democratie maar ook van de monarchie.

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Geschiedschrijving, Politiek

Mini-herinnering: gazon in Athene

M. had in Engeland gestudeerd en ze wilde dus beslist een gazon achter haar huis aan de Noordrand van Athene. Dat kon niet tegen droogte en moest nat worden gehouden, met water uit de kraan. Het kostte geld, maar dat had ze ervoor over. Het zal toch goedkoper geweest zijn dan de zwembaden die sommige huizen hadden. Lastig werd het tijdens de watercrisis van ik meen 1993: toen kwam het water per vrachtauto uit een gemeente waar geen schaarste was.
Waar het gazon ook niet tegen kon was schildpaddenpis. Achter het huis begon meteen de wildernis, en daarin leefden onder andere bergschildpadden, die soms de oversteek naar de beschaving waagden. Van de zenuwen moesten ze dan plassen. De tuinman klaagde dat het gras nooit meer goed werd op plaatsen waar een schildpad had gepist.
In het begin had ik wel eens de neiging naar noordelijke gewoonte in het gras te gaan liggen, maar dat ging snel over. Het gras zat vol kriebel- en jeukbeestjes, het lag daar alleen om bekeken te worden.
.
In het Athene van toen was hetzelfde aan de hand als in het Chennai (Madras) van nu. Droogte, te weinig water in de buurt, dan moet het water van een eind verderop worden aangevoerd middels aquaducten, men wist het in de Oudheid al. Maar als dat niet gedaan wordt, door gebrek aan inzicht, ambtelijke traagheid of corruptie, ontstaat er dorst.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dieren, Europa, Griekenland

Multiculti

De islamisering neemt nu wel heel vreemde vormen aan. Je herkent soms gewoon je eigen land niet meer! Ik was in Düsseldorf in de Klosterstraße, waar het ene Japanse restaurant volgt op het andere. Voor mij een onverwacht paradijs, maar helaas, ik was in gezelschap van iemand die niet van Japans eten houdt, dus daar gingen we niet naar binnen. Iets Europees was er niet in de buurt. Tenslotte vonden wij een compromis in een Chinees restaurant, een ‘echt’ Chinees restaurant, waar de spijzen zelfs in een boek met kleurenfoto’s nauwelijks te herkennen waren. Maar we hebben daar best lekker gegeten.
Daarna nog even ergens iets drinken? Een normaal café was er in wijde omgeving niet te ontdekken. Dus dan maar naar binnen bij de Upper Loft Café and Bar. Dat bleek een verregaand normaal café te zijn, behalve dat het werd bedreven door drie Chinese jongens. Een aangename zaak, met een opvallende eigenschap: de helft van het publiek was Chinees, de andere helft Duits. Ergens achterin stond een Chinese televisiezender aan, met de ondertitels ook in het Chinees. Daaronder zaten dan weer groepjes Duitsers. Het was een sympathiek mengsel, een geval van geslaagde integratie, al was het niet duidelijk wie in wat geïntegreerd was. Er werd gedronken, maar niet gezopen, er werd af en toe gezongen en luid gesproken, maar niet geschreeuwd. Gemiddelde leeftijd 25 jaar? Prettig toeven daar.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Europa, Niks

Brexit, nogmaals

Soms ben ik helemaal niet zo slecht in het voorspellen van de toekomst. Op 12 december 2018 schreef ik:

““Nu ik toch wat sombere gedachten heb kan de Brexit er ook nog wel bij. Het ergste wat er nu kan gebeuren is Boris als premier en een no deal Brexit. Een verpauperd, kwaadaardig en onverenigd koninkrijk, dat door boze machten als uitvalsbasis tegen Europa gebruikt gaat worden. En Boris staat in de startblokken: hij is er zelfs voor naar de kapper geweest. Herverkiezingen? Aan die Corbyn heb je ook niets, helemaal niets.””
.
Een doorwrocht stuk hierover van Polly Toynbee kunt U hier lezen in The Guardian.

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Politiek

Notre Dame de Paris

In gedenken aan de kerk die in vlammen is opgegaan een zeer vroeg muziekstuk dat daar gemaakt is en een centrale plaats inneemt in de Europese muziekgeschiedenis: https://www.youtube.com/watch?v=FvJ6xl3l1ek

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Godsdienst, Muziek

Nog gezien in Parijs

Fietsen. Parijs is een erg fietsvriendelijke stad geworden. Overal zijn er fietspaden en stoplichten voor fietsers. Je kunt ook overal een spotgoedkope en dus gesubsidieerde leenfiets pakken, wat op electronische wijze wordt geregistreerd. Zo’n systeem is er in Marburg ook; ik gebruik het natuurlijk nooit, want ik heb zelf een fiets. Toch zou ik dat wel eens kunnen gaan doen, bij voorbeeld om bij het station te komen, waar je beter niet je eigen fiets op het voorplein kunt achterlaten.
Minder te spreken ben ik over de e-steps (trottinettes électriques) die de trottoirs onveilig maken. Die kunnen tot 20 km/uur; heuvelafwaarts nog sneller. Onrustig, potentieel gevaarlijk.
Het systeem van per kredietkaart een fiets of step te huren op straat en die eventueel ergens anders achter te laten is mogelijk geworden door het electronische betaalverkeer plus de GPS: de beheerder, in dit geval blijkbaar de stad, kan altijd zien waar de voertuigen zich bevinden. Maar het basisidee was misschien het Witte-Fietsen-Plan uit Amsterdam, in de jaren zestig. Dat kwam te vroeg, omdat die technische mogelijkheden nog niet bestonden.
.
Benauwdheid. Zo breed als de boulevards zijn, zo smal is het in de huizen, en ook in ons hotel, dat natuurlijk niet grand luxe was. De gastvrouw die ons zondag spijzigde woonde met haar man en zuster in een prachtig appartement aan een binnentuin, waar je alleen in kwam door een ijzeren hek met een code. Vijf kamers, alles ademde luxe; toch was ook dit smal gebouwd, vooral in de gangen, de WC e.d. In minder bevoorrechte omgevingen is het nog een stuk krapper. Parijs heeft nu eenmaal weinig ruimte; ik zou daar op den duur toch ibbel van worden.
Vanuit het hotel keken we uit op een woonsilo van een verdieping of dertig, ook in de breedte een reusachtig gebouw. en zo zijn er nog talloze. Zou je daar kunnen wonen, zo zonder balkon? Alleen als het niet gehorig is, en dat valt te betwijfelen. Maar zelfs dan raak je toch een beetje vervreemd van de wereld: je wordt waarschijnlijk een soort Houellebecq.
.
Oude ruimte. Enkele malen zijn we om naar de Bd. Arago te komen door de Rue des Gobelins gelopen. Dat is een nogal smalle straat, maar eromheen is een ruimer wijkje, met nog intacte oude huizen en een lief parkje met breiende mevrouwen en een kruidentuin. Daar ben je ineens in een Parijs waar je een speld kunt horen vallen en waar je in historisch verantwoorde omgeving je kont kunt keren. Daar te wonen! Maar onder de miljoen Euro zal dat waarschijnlijk niet lukken.
.
Orde. Alles is heel keurig en verzorgd in Parijs, meer dan in Duitsland en dus zeker nog meer dan in Nederland. Zolang die gele vestjes niet protesteren houden ze de boel prima in orde. Alleen bij het Bassin de la Villette heb ik zwerfvuil en lege flessen gezien. Temidden van al die keurigheid liggen er wel wat daklozen, maar zelfs die schijnen hun leven geregeld te hebben, met tentjes en slaapzakken en een komfoortje: ze hebben zich bij voorbeeld ingericht in het portaal van een openbaar gebouw, waar ze dan weg moeten wezen als het gebouw weer opengaat. Daar zijn blijkbaar afspraken over.
In de stilte-wagon in de trein wordt alleen maar gefluisterd en niet getelefoneerd.
.
PoC. Parijs is bekend om zijn vreselijke voorsteden waar arme mensen uit Afrika een moeilijk leven hebben en ook anderen problemen bereiden. Maar de donkere mensen die binnen de veste Parijs rondlopen en werken, en dat zijn er heel veel, lijken volkomen geïntegreerd en op hun gemak, en de oorspronkelijke bewoners ook met hen. Uit sommige voormalige Franse koloniën stammen mensen die zwart zijn, diepzwart. Die zie ik anders nooit, dus in Parijs vallen ze me op. Arabieren en Turken neem ik allang niet meer als zodanig waar. Maar als ik er even op let zie ik ook veel gemengde Frans-Arabische gezinnen en individuen, wat een goed teken is.
Onder het publiek bij ons concertje waren ook diepzwarte en bruine en café-au-lait-kleurige mensen. Dat is in Duitsland vrijwel niet het geval.
.
Handys. Ja, zo spelt men in Duitsland het meervoud van handy, wat een pseudo-Engelse benaming voor een mobiele telefoon is. Ons vocaal ensemble bestaat uit mensen zo tussen de 40 en 65; ik denk dat ik de oudste ben, al is mijn stem nog jong. Wat mij zeer verbaasde is dat er tijdens de gezellige sessies op een caféterras wel heel wat wordt afgepraat, maar er ook periodes zijn waarin iedereen als op afspraak zijn smartphone trekt en daarin iets gaat doen. Dat is dus niet alleen een gewoonte van jonge kinderen en studenten. Ik heb ook zo’n ding, maar gebruik het minimaal, en zeker niet in het publiek.
.
Oriënt. In het Musée Delacroix werd ik, met terugwerkende kracht, getroffen door een citaat van de schilder, dat ik helaas niet woordelijk heb  overgeschreven, dus alleen maar kan parafraseren. Delacroix bezocht in 1832 Marokko, wat vroeg was, en schilderde daar wat hij zag en wat hij niet zag. In het museum lagen allerlei Marokkaanse voorwerpen die hij gebruikte in zijn schilderijen. Hij zei ongeveer: Ik heb daar veel details bestudeerd, maar die uiteindelijk toch niet geschilderd; het werd pas wat met het schilderij als ik mijn fantasie aan het werk zette. En dát, mijne dames en heren, is een wezenstrek van het oriëntalisme. Europeanen maakten hun eigen oriënt.

4 reacties

Opgeslagen onder De mens, Europa, Fietsen, Reizen

Zingen in Parijs

Na vrijdag in de vooravond vanuit Frankfurt met de TGV naar Parijs te zijn gereden begaven we ons na een afzakkertje in een café op de Place d’Italie te bed. De volgende ochtend was ter vrije besteding. Ik ging eens kijken bij het bassin en de rotonde van La Villette en wandelde een stuk langs het kanaal, dat ik vanuit het zuiden al vaker had bewandeld. Vervolgens naar het Parc Monceau, waar je als het ware de kindermeisjes uit de tijd van Proust nog op de bankjes zag zitten met het hun toevertrouwde kroost. Het rook er zelfs naar paard, maar dat kwam door de kleine pony’s, waarop het huidige kroost gehelmd een ritje mag maken. Tenslotte naar het kleine museum Delacroix, in zijn oude woonhuis annex atelier, dat gewijd was aan de niet-oriëntalistische kant van de schilder; overwegend grafiek. Die oosterse schilderijen van hem kende ik wel, maar dit completeerde het beeld. Ik was er alleen op uitgegaan: omdat ik toch wat slecht en langzaam loop is het geen pretje om met anderen op te lopen; bovendien hadden zij meer toeristische behoeften.
.
Om één uur repetitie van de Marburgse zangers in een protestantse kerk aan de Boulevard Arago, een koepelvormig gebouw met een heerlijke akoestiek. Vijftien zangers, onder wie slechts twee tenoren, onder wie ik. De dirigent plaatste mij helemaal aan de buitenkant een beetje apart, zodat het net leek of ik alleen stond. Daarna was de rest van de middag en avond weer ter vrije besteding, maar zie aan: mijn benen deden het niet meer, na vier uur lopen en ruim een uur staan en wilde ik niet meer lopen; ook om morgen beter lang te kunnen staan. Met Sérotonine, het nieuwe boek van Houellebecq, in de zon gaan zitten; het was veertien graden en met een jack en een das om ging het net. Het boek viel niet mee.
.
Des avonds ongemeen lekker Vietnamees gegeten; het 13e arrondissement is immers de Oost-Aziatische wijk van Parijs. Zulk eten krijg je in Duitsland niet, want daar wordt toch alles een beetje aangepast aan de Duitse Leitkultur.
.
Zondagmorgen wilde ik mijn benen nog ontzien en heb gewoon een rondrit door de stad gemaakt met verschillende stadsbussen. Het is dan heel rustig en je ziet een hoop.
.
Zondag van twaalf tot één stond kennismaking met de Franse zangers op het programma, en de Cantate van Bach die we te samen zouden zingen. Het is heel apart en intens om als zangers met mensen kennis te maken, d.w.z. middels de zangstem. Per stemgroep deden we verschillende oefeningen en speelden zo alvast op elkaar in. Die cantate samen zingen lukte natuurlijk alleen omdat de beide dirigenten elkaar goed kennen en van te voren al op elkaar afgestemd waren.
.
Na de kennismaking met de Franse zangers en de gezamenlijke repetitie zou ons een ‘kleinigheid te eten’ worden aangeboden door een van de dames van het Franse koor, die tegenover de kerk woont. Het bleek een vorstelijke lunch te zijn voor achttien personen, gekookt volgens de beste Franse tradities en overgoten met mooie wijn uit de Elzas (‘witte wijn is goed voor de stem’). Wee degene die dacht dat de plakjes salami en de quiche de hele kleinigheid waren en nog een tweede stuk quiche nam: er volgden namelijk nog een groenteschotel, merg, gestoofd rundvlees, sla, fijne kazen, fruit en koffie met iets erbij. Daarna was een uurtje uitbuiken op het hotelbed wel nodig. Om vijf uur waren we terug in de kerk, om de opstelling, het opkomen en de belichting nog even te oefenen; toen af in de sacristie. Om zes uur zat de kerk helemaal vol en begon het zingen. Alles verliep vlot: eerst zongen de Fransen wat, toen wij twee stukken en ter afsluiting mengden de beide ensembles zich voor de cantate, waarvan de beide aria’s door Fransen werden gezongen. Iedereen applaudisseerde luid en lang, we moesten als Marburgers nog een toegift van stal halen (C. Franck, Panis angelicus) en daarna was er, I kid you not, nog een buffet, voor alle zangers én wie wilde uit het publiek.
.
Het zangprogramma was niet zwaar; voor mij was het voornaamste te zien of ik met slechts één andere tenor naast mij zonder plankenkoorts zou functioneren. Welnu, dat lukte; tijdens de uitvoering had ik even een schrikmoment waarop mij geheel alleen in het universum waande, maar dat verhinderde niet dat ik op tijd inzette en de juiste toon trof. Ooit alleen optreden zal denkelijk wel lukken. Soms hoor je wel eens een musicus zeggen: ‘U was een fantastisch publiek!’ maar ik merkte van dat hele publiek niets, ik filterde het als het ware weg. Dat zal wel aan mijn gezegende leeftijd liggen; dertig, veertig jaar geleden, toen ik wel eens alleen een deun op de fluit ten gehore bracht, was dat heel anders.
.
Nog een bevrijde ronde drank in het café en vanochtend om 7.10 weer in de TGV gestapt.
.
Door ons gezongen:
– Gabriel Fauré (1845–1924),Cantique de Jean Racine Cantique de Jean Racine
– Thomas Tallis (1505–1585), If ye love me
– samen met de Fransen: J.S. Bach (1685–1750), Cantate nr. 127: Herr Jesu Christ, wahr’ Mensch und Gott
– César Franck (1822–1890), Panis angelicus

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Muziek, Reizen

Bronchitis, of: Europese onenigheid

Mijn bronchitis werd te lijf gegaan met een middel om te inhaleren en een antibioticum. Het hardnekkige na-hoestje dat ik nog steeds heb wordt nog bestreden met weer een ander middeltje om te inhaleren. Iedereen die ik hier in Duitsland ken en die ook wel eens bronchitis heeft gehad is het erover eens: ja, zo gaat dat, zo moet dat.
.
Hoe heel anders is dat in Nederland, waar ik iemand ken die een minstens zo erge bronchitis heeft als ik had. Die wordt helemaal niet behandeld, onder het motto: het zal vanzelf wel overgaan. Op de achtergrond loert waarschijnlijk het argument van het geprivatiseerde zorgstelsel: niet behandelen is veel goedkoper. Zoals de mensen na een knie-operatie daar ook meteen de straat op worden gestuurd.
.
Maar als een beroemde televisiepersoonlijkheid nu eens bronchitis heeft, of de koning, of Rutte zelf, worden die dan ook niet behandeld?

5 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Europa, Nederland