Categorie archief: Europa

Zomertijd voorbij?

Ja, over een maand  komt de herfst, maar dat bedoel ik niet. Het vooruitzetten van de klokken in maart en weer terug in oktober, dat heet ook zomertijd. De EU heeft een online enquête lopen, nog tot donderdag a.s., waarbij de onderdanen kunnen stemmen of zij voor of tegen afschaffing van de zomertijd zijn. Volgens mij staat bij zoiets de uitslag van te voren al vast: mensen die ertegen zijn brengen hun stem uit, degenen die het wel best vinden zoals het is komen niet in beweging en stemmen niet. Temeer daar het stemmen vrij moeizaam ging.
.
Ik zelf heb vóór het behoud van de zomertijd gestemd: lekkere lange, lichte avonden. Maar nu de zomer erg warm is gebleken en nog vele van dit soort zomers zullen volgen zie ik het ineens anders. We zijn meer gebaat bij een uur extra in de vroege ochtend, als het nog koel is, en bij een vroeger invallen van de duisternis, zodat wederom wat koelte kan worden genoten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Klimaat

Italiëreis 2018

Voordat nieuwe horizonten mij roepen (Utrecht! Freckenhorst!) wil ik mij de vakantie in Italië nog een keer herinneren, zodat zij niet ondergaat in de steeds sneller stromende rivier der vergetelheid. Enkele  hoogtepunten had ik al genoemd. Bezocht zijn Mantua en Padua, maar de eerste nacht heb ik doorgebracht in Stresa, waar ik afgesproken had mijn Australische vriend en reisgenoot op te pikken.
.
Met de trein naar Stresa, theoretisch lukt dat met de trein vanuit mijn woonplaats makkelijk in een dag. Ik had echter niet met de vernieuwingsdrang van de Deutsche Bahn gerekend. De lijn tussen Frankfurt en Kassel was grotendeels gesloten wegens werkzaamheden, de vroege trein vanuit Marburg zou op 25 juni niet rijden. Dat dwong me een dag tevoren naar Frankfurt te gaan en daar te overnachten. Onaangenaam, maar veel werd goedgemaakt door een avondeten in mijn geliefde Vietnamese restaurant, om de hoek bij waar ik vroeger woonde, dat nu echt knettergoed geworden is. En niks geen capsones daar; het blijft gewoon een buurtrestaurant en het heet Quán Văn, Schwarzburgstraße 74, voor als U eens in de buurt bent.
.
De treinreis was routine tot Bern, al rijd ik dat traject nooit. Daarna werd het mooi, tussen de Zwitserse bergen door, ondanks twee hele lange tunneltrajecten. De Exprestrein van Basel naar Milaan stopt ook in kleine Zwitserse stadjes als Visp en Brig: afgelegen, maar zwaar geïndustrialiseerde plaatsen. Dat verandert na de Italiaanse grens: die streek lijkt eerder armoedig. Vroeger kreeg je deze gebieden nauwelijks te zien, want er reden nachttreinen; van Brussel naar Milaan in ieder geval, misschien zelfs vanaf Amsterdam.
.
Stresa was anno 1880 één van die oorden waar de fine fleur van Europa tot rust kwam, na wintermaanden van bals en ingespannen couponnetjes knippen. Langs de oever van het Lago Maggiore staan nog steeds joekels van Grand Hotels uit die tijd. Eén ervan is nog steeds op niveau. Het onze (Bristol) was afgezakt tot vier sterren, daar stopten nu ook bussen met reisgezelschappen. Maar het gaf toch een aardige indruk van het vroegere vakantieleven: ruime kamers, balkons met meerzicht, kostbare materialen, kroonluchters. Het indrukwekkendst waren de zwaar verzilverde olifanten en herten die vroeger de banketten moeten hebben opgesierd. Het meer blijft schitterend, vooral ook omdat er bijna op zwemafstand een paar leuke eilandjes in liggen.
.
Het stationnetje was wat vervallen, evenals de boemeltrein die door talloze treurige randgemeenten naar Milaan reed. Daar moest er worden overgestapt naar Mantua; ruim een uur wachten, en dat was niet prettig. Er was een scheidsmuur opgetrokken tussen de ruim twintig sporen en de grote hal, met heuse gates en veel politiecontrole. Deze hal is immers berucht om zijn zakkenrollers en bendes. U begrijpt: overwegend buitenlanders, uit landen als Sicilië en Calabrië. Koffietentjes en wachtkamers waren blijkbaar in die hal, en bij de sporen was vrijwel niets. De tsjoek tsjoek naar Mantua deed er een kleine twee uur over; kennelijk geen belangrijke verbinding. In Mantua een Bed&Breakfast, centraal gelegen, alles nieuw en high tech. Als zo vaak waren de haakjes en plankjes in de badkamer ten offer gevallen aan design; verder alles puik. Het ontbijt werd geserveerd door een academica uit de Punjab, wier man hier een mooie baan had gevonden. De vrees van mijn vriend dat hij op een continental breakfast zou moeten overleven werd niet bewaarheid. Ze strapazzeerde de eieren als de beste.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bahn, Eten, Europa, Reizen

Mottig verleden in Mantua

Giovanna d’Arco was de laatste telg van het grafelijk geslacht Arco. Toen zij in 1973 op 93-jarige leeftijd overleed bleek zij te hebben beschikt, dat haar paleis met de inrichting bewaard moest blijven en als museum moest worden opengesteld. Zo is het neoklassieke Palazzo d’Arco geconserveerd resp. gereconstrueerd in de laatste versie van 1784 (afb. 1). Het geheel werd in een stichting ondergebracht, die blijkbaar geld genoeg heeft voor restauratie en onderhoud.
.
Er kwamen zes mensen voor de verplichte rondleiding. Het eerste wat we te zien kregen waren twee aanzienlijk oudere, van buiten niet erg opvallende gebouwen, die achter in de tuin stonden. Prachtig daar was de zaal van de Dierenriem, daterend van ± 1515 (afb. 2); hét hoogtepunt van dit paleiscomplex. Omdat ik een Leeuw en volgende week jarig ben toon ik hieronder het fresco van mijn sterrenbeeld, met Diana en de verzamelde dieren (afb. 3), maar er waren er dus twaalf geweest; één was er kapot. Ze zijn van Giovanni Maria Falconetti, veel strenger dan die van Romano, maar in hun soort evengoed meesterwerken. Het andere gebouw bevatte het werkvertrek van een oude graaf die aan natuurlijke historie deed. Dat had geresulteerd in een  grote collectie vogelbeesten, fossielen, schedels en skeletten. Ieder exemplaar was afzonderlijk in inmiddels stoffig geworden plastic verpakt, waardoor het geheel wel een modern kunstwerk leek.
.
Vervolgens het hoofdgebouw. Zo’n paleis uit de late achttiende eeuw is natuurlijk niet te versmaden en het is goed dat het bewaard wordt, maar als je net een heleboel Renaissance hebt gezien is het toch een stap terug. Als eerste kwam de slaap- en sterfkamer van de gravin aan de beurt (afb. 4). Het voelde wat indiscreet, zo in deze kamer te worden gelaten. Veel ouder dan 1973: een monstrueuze radio-ontvanger uit ± 1949, een kleinere uit ± 1968 op het nachtkastje, een wastafel met lampetkan. Naar verluidde was er in de kelder wel ergens een moderne badkamer ingericht, maar of de gravin die in haar laatste jaren had kunnen bereiken? Quasi-nonchalant slingerde er een dichtbundeltje rond van haar eigen hand. Aan de wanden hingen even vrome als afzichtelijke schilderijen.
.
Verder ruim twintig zalen en kamers (afb. 5) met die onzitbare stoelen en banken waarin het Europese verleden grossiert, met salontafels, speeltafels en guéridons, kastjes, kistjes, statuen en statuetten, vazen, enzovoort. Er waren mooie stukken bij maar, het klinkt misschien wat oneerbiedig: het was overwegend ouwe meuk uit de achttiende en negentiende eeuw. Misschien wordt je blik zo ondankbaar na een week hoogtepunten der Renaissance in Italië. Een eindeloze hoeveelheid wel oude, maar toch derderangse, vaak religieuze schilderijen aan de wanden, af en toe afgewisseld door iets van de tweede rang
. Veel ‘school van’, ‘copie van’ en ‘toegeschreven aan’. De centrale zaal vol met voorouders (afb. 6). De bibliotheek (afb. 7) was mooi en indrukwekkend, anderzijds toch al heel lang onpraktisch: wie leest er een tekst in een achttiende-eeuwse uitgave? De indruk van mottigheid werd versterkt doordat de gordijnen en de luiken naar goed Italiaans gebruik zo veel mogelijk gesloten waren; zonder twijfel om textiel en schilderijen voor het zonlicht te beschermen, maar ook uit gewoonte. Er zijn ook tegenwoordig vele Italianen die de hele zomer met dichte gordijnen in huis zitten.
.
Wel prachtige muziekinstrumenten (afb. 8), op één waarvan Mozart geoefend moet hebben, want die heeft hier overnacht toen hij in het schitterende Teatro Bibiena optrad, bij ons in de straat (afb. 9). Een leuke keuken met een stuk of vijftig puddingvormen (afb. 10).
.
In de grote zaal stonden twee achttiende-eeuwse draagstoelen (afb. 6, rechts in de hoek). Naar ons werd uitgelegd werden deze alleen binnenshuis gebruikt, om de trappen op en af te komen. Zo kan de oude gravin toch haar moderne badkamer hebben bereikt. Draagstoel 15? kg + gravin 70 kg (mager zal ze niet geweest zijn, ze hield immers van pudding): dat moet lukken met twee mannen, al zou het met vier gedistingeerder zijn. Wanneer zijn de laatste professionele draagstoeldragers ontslagen? Op het laatst zijn het misschien de kok en de chauffeur geweest die haar hebben rondgesjouwd.

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Kunst

Mantua: billen

Op de fresco’s in het Palazzo di Te zijn vele naakte lichamen te zien. Het kan aan mij liggen, maar ik meende daar een bijzondere belangstelling voor billen te ontwaren. Billen van vrouwen, mannen, paarden, goden, satyrs en kinderen: Federico Gonzaga was er blijkbaar dol op en zijn hofarchitect annex -schilder Giulio Romano moet deze belangstelling hebben gedeeld. Bij mythologische personen (afb. 1–2), bij zwemmende matrozen (afb. 3), vaak krijgen de billen een zekere nadruk, zeker ook die van de paarden van de zonnegod Helios en van deze zelf, waarbij ook de geslachtsdelen zichtbaar worden (afb. 4). De reis van de zonnewagen door de hemel maakte dit perspectief mogelijk.
.
Naakte lijven zijn het talrijkst in de zaal van Amor en Psyche (afb. 5). Ik keek mijn ogen uit (afb. 6). Daar is zowaar een stijve penis te zien (afb. 7). Een dame in push-up bh wordt benaderd door een opgewonden mannelijke … wat is het eigenlijk? Ah, de god Jupiter— geen mens, dus pornografie is het niet. De bisschop kon gerust zijn.
.
In deze zaal heeft keizer Karel V tot twee maal toe gegeten. Hij kwam in 1530 naar Mantua om de markies tot hertog te benoemen. Ter gelegenheid daarvan werd er onder andere een geweldig banket gegeven, waarbij de gehele adel was uitgenodigd. Maar blijkbaar wilde het protocol dat de keizer niet samen at met edellieden van mindere rang. Hij moest dus alleen eten, nou ja, met zijn personeel dan, en dat deed hij in de Amor en Psyche-zaal. Hij heeft zeer van de schilderingen genoten en is er daarna nog enkele malen naar terug gegaan.
.
Ook het algemene publiek heeft zijn belangstelling voor billen kond gedaan: in een reliëf dat laag genoeg zat om erbij te kunnen is een paar billen in de loop der eeuwen zo vaak aangeraakt dat ze ervan versleten zijn geraakt (afb. 8).

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Kunst

Mantua en Padua: paarden

In het Palazzo Te in Mantua is een zaal die gewijd is aan paardenschilderingen (afb. 1). Federico Gonzaga hield namelijk van paarden, hij fokte ze zelf en schonk graag vrienden en relaties een mooi dier uit zijn stoeterij. Enkele van zijn meest geliefde paarden liet hij door zijn hofschilder Giulio Romano in fresco’s op de wand portretteren (afb. 2–4). Ze zijn optisch naar voren gehaald, zodat het net lijkt of ze dichtbij ons zijn.
.
Zelf geen paardenmens zijnde heb ik toch een idee van hoe een paard eruit ziet. Die paarden van Romano lijken anatomisch niet helemaal te kloppen. Of laat ik me voorzichtiger uitdrukken: komen niet helemaal overeen met het idee ‘paard’ dat ik in mijn hoofd heb—want dat idee is bij mij eerder door afbeeldingen ontstaan dan door de omgang met echte paarden. Maar paarden hebben toch wat bolligere buiken? Op schilderingen door mindere kunstenaars klopt er nog minder van. Olifanten, kamelen en eenhoorns worden door die Renaissance-schilders ook niet goed getroffen, maar dat is hun te vergeven, want die beesten kregen ze vrijwel nooit te zien. Paarden wél; daar liepen er honderden van door de stad.
.
In Padua staat voor de kerk van de H. Antonius ‘het’ paard: dat van Gattamelata, in brons gegoten door Donatello in 1453 (afb.5). Dat paard is wél goed gelukt, erg goed zelfs. Het eerste behoorlijke bronzen paard sinds de Romeinse tijd. Het linker voorbeen rust op een (bronzen) steen, omdat Donatello blijkbaar nog niet in staat was, het been in de lucht te laten zweven. Dat zou een tijdje later wel lukken.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dieren, Europa, Kunst

Herbouwd verleden

In Italië is veel moois te zien, maar veel ook niet. De overheden houden soms gebouwen gesloten om de vermoeide voeten van de toeristen te ontzien en de suppoosten wat vrije dagen te gunnen. Andere bezienswaardigheden zijn ‘wegens restauratie gesloten’ (afb. 1). Veel staat in de steigers—wat wijst op een volle schatkist en/of op het inzicht dat er met oude gebouwen geld te verdienen valt (toerisme).
.
Al die prachtige oude steden zijn voor een deel reconstructies. Honderd jaar geleden waren ze vaak nog een vervallen zooitje (afb. 2–3). Een kras voorbeeld is de oudste kerk van Mantua, de San Lorenzo, die dateert van voor 1100. In 1907 werd deze kerk herontdekt: het ingestorte gebouwtje ging schuil achter een rijtje woonhuizen en had meer het karakter van een ruïne (afb. 3–5). Sindsdien is het op voorbeeldige wijze opgeknapt en nu staat er een frisse, nieuwe rotunda, die aan Konstantinopel en Ravenna doet denken (afb. 6–7). En de frisse kleuren van al die wandschilderingen? Het zou me niet verbazen als die er voor de uitvoerige restauraties ook heel wat fletser uit hebben gezien.
.
In Marburg was het niet anders. Omstreeks 1970 was het een modderige collectie oude huizen, waarvan de muren meestal bekleed waren met grijs stuckwerk of met schindels (afb. 8). De toenmalige burgemeester stelde voor de binnenstad door fris beton te laten vervangen. Er werd een begin gemaakt met de sloop van enkele oude huizen, en op hun plaats werden nieuwe zielloze bouwsels neergezet. Toen echter werd de bevolking boos: dít wilde men niet, er kwam een opstand en het resultaat was een omvangrijk restauratieplan, natuurlijk met behulp van Monumentenzorg. Het was in een tijd dat er nog heel veel geld was in Duitsland. Van vele huizen werd het oude Fachwerk weer blootgelegd (afb. 9); anderen werden geheel opnieuw opgebouwd. Tegenwoordig ziet Marburg eruit als een alleraardigst historisch stadje. Wel hebben alle huizen nu een WC en een douche; het leven van de bewoners moet natuurlijk niet al te historisch worden. Het Dreckloch is een straatje dat bestaat uit een steile trap. Daar werden vroeger de faecaliën vanuit de bovenstad naar beneden gestort; nu is er halverwege een aardig cafeetje. Het straatje is onlangs omgedoopt in Enge Gasse; niet uit schaamte over het stinkende verleden, maar omdat studenten steeds het straatnaambordje stalen.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Marburg

Mantua, Palazzo Te

Het Palazzo (del) Te is een groot en schitterend paleis, dat Federico II, markies van Gonzaga, tussen 1524 en 1530 liet neerzetten even buiten zijn stad Mantua. Het oude kasteel was wel erg ongezellig (afb. 1), en de bruidskamer aldaar, al had hij nog zulke mooie wandschilderingen, was alleen te bereiken over een lange trap, zodat het niet meeviel daar een bruid over de drempel te dragen. Iets eenvoudigs en lichts moest er komen. Vasari schrijft over het plan:

  • ‘[Giulio Romano en markies Federico II Gonzaga] gingen naar buiten, een kruisboogschot verwijderd van de San Bastiano-poort, waar Zijne Excellentie een plaats en wat stallen bezat genaamd Te. Daar aangekomen zei de markies dat hij, zonder de oude muur te willen bederven, graag iets van een optrekje zou inrichten om zich eens te kunnen terugtrekken voor een middag- of avondmaaltijd, voor zijn plezier.’ 1

Geld was er genoeg, dus het werd toch wat groter. Tarááá!


Van binnen is het nog indrukwekkender dan van buiten (afb. 2–5). Romano heeft het paleis niet alleen gebouwd, maar ook vele zalen van fresco’s voorzien, waaronder heel, heel mooie. Romano wordt wel een leerling van Rafael genoemd; dat was hij inderdaad jaren lang, maar het lijkt soms als een belediging te klinken: de man was een groot kunstenaar op eigen kracht, forget Rafael.
Meubels staan er niet meer in het paleis: het werd ooit geplunderd en alleen wat op de muren en plafonds zit is bewaard gebleven, maar dat is heel veel. Een hoogtepunt is wel het plafond van de Reuzenzaal (afb. 6)2.
Een ‘geheim’ paviljoen achter in de tuin was er ook (afb. 7); daar kon de markies zich ongestoord vermeien met een dienstertje, dame of eventueel echtgenote. Wat latere schilderingen daar herinneren de gebruikers aan wie al deze luxe mogelijk maakten (afb. 8).
Enkele zalen in dit paleis zullen nog bijzondere aandacht krijgen.

NOOT:
1. [Giulio Romano e il marchese Federico II Gonzaga] se n’andarono fuor della porta di S. Bastiano, lontano un tiro di balestra, dove sua eccellenza aveva un luogo e certe stalle chiamato il T(e) […] E quivi arrivati, disse il marchese che avrebbe voluto, senza guastare la muraglia vecchia, accomodare un poco di luogo da potervi andare ridurvisi al volta a desinare o a cena per ispasso. (Giorgio Vasari, 1568)
2. Hier vindt U een zeer scherpe, door clicken nog vergrootbare foto van dat plafond.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Kunst

Antonius van Padua

Als niet-katholiek dacht ik nooit aan de heilige Antonius van Padua, maar dat veranderde toen ik in zijn stad voor en achter zijn kerk stond (afb. 1-3). Wat groot en mooi en oud (13e eeuw)! Binnen zijn er veel mooie schilderingen, maar ook veel late en lelijke en ik was na een week Italië nogal fresco-moe, dus besloot ik vooral het gebouw zelf weldadig op te me laten inwerken, zoals ik dat in een moskee doe. Er waren veel toeristen, maar ook veel pelgrims, die in bussen aankomen en door hun aanvoerder met een vlaggetje over het terrein geleid worden, zingend soms. Voor degenen die een driedimensionale voorstelling van de heilige nodig hebben staat er een beeld van hem voor in de kerk (afb.4). Daarna komt het graf in een reusachtige en schitterende kapel, waar mensen in gebed verzonken zijn (afb. 5–6). Ook toevallige passanten nemen de gelegenheid waar even een gebedje tot de heilige te richten. Het gaat om wat moslims shafā‘a noemen: de voorspraak die een heilige doet bij God, tot wie men zich blijkbaar niet direct durft te richten—wat protestanten wél doen.
.
Een moment van vervreemding: dit zijn gewone mensen net als ik, maar waarom doen zij zo raar? Of ben ik raar?
Het wordt nog vreemder: er loopt een rij mensen door een barokkapel met talloze reliekschrijntjes (afb. 7). Want niet het hele lichaam van de heilige is in zijn graf beland: allerlei delen die niet zijn vergaan worden apart bewaard. Ware ik katholiek, ik zou proberen zegen te putten uit zijn onverteerd gebleven tong en stembanden, zodat ik beter en langer zou kunnen zingen (middelste nis, reliek nr. 9 en 11. De kin komt ook van pas: nr. 10).
.
Of Antonius kon zingen weet ik niet, preken kon hij wel. Dat vonden ook de autoriteiten in Rimini, die hem vreesden en hem het preken verboden. In de kerken waar hij het probeerde verscheen dan ook niemand, dus preekte hij maar tegen de vissen, die aandachtig naar hem luisterden (afb. 8). Of deed hij het om de H. Franciscus te overtreffen, die tot de vogels predikte?
.
In de naast de kerk gelegen twee oratorio’s (vergaderzalen voor profane broederschappen; afb. 9) weer prachtige wandschilderingen, die nogmaals duidelijk maakten waarom er zoveel weldadige werking van Antonius uitgaat. Hij verrichtte inderdaad wonderdaden zonder tal: een kind dat in een pot kokend water was gevallen bracht hij weer tot leven (afb. 10), een voet die was afgehakt zette hij er weer aan (afb. 11), enzovoort enzovoort.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Fictie, Godsdienst, Kunst

Russisch eitje

Bij de huiswerkhulp werkte ik deze week met een dame uit Afghanistan, die daar wiskundelerares was geweest. Haar moedertaal was Dari, een soort Perzisch. Ze had gestudeerd in de periode dat de Russen daar zaten (1979–89). Een beetje lastig natuurlijk: Russische bezetters, communisme; toch was het leven in Kabul toen blijkbaar veel normaler, ‘burgerlijker’ dan ooit nog daarna. Op de middelbare school had ze Russisch geleerd, en aan de universiteit had ze ook in het Russisch gestudeerd. Dat is niet zo bevreemdend: ik ken dat ook uit de Arabische wereld, waar allerlei moderne vakken vaak niet in het Arabisch worden gestudeerd, maar in het Engels of Frans. Duizend jaar geleden was Arabisch bij uitstek de taal om wiskunde in te studeren, maar die taal heeft de aansluiting aan moderne vakken niet overal meer terug gevonden. Zo is het blijkbaar ook met Dari.
.
De dame sprak een redelijk mondje Duits, maar beklaagde zich over de ongelooflijke ingewikkeldheid van de Duitse grammatica. Dat verwonderde mij zeer: hoewel ik zelf geen Russisch ken heb ik daar voldoende lang naar gekeken om te weten, dat de Russische grammatica heel wat ingewikkelder is dan de Duitse. We spraken er wat langer over: Russisch had ze in een vloek en een zucht geleerd, vertelde ze, helemaal niet moeilijk, terwijl Duits … dat was echt tobben.
.
Hoe kan dat? Voor jonge mensen is het altijd makkelijker een taal te leren. Als ik alleen al denk aan de vanzelfsprekendheid waarmee ik op school Duits geleerd heb, dat was echt een eitje. Dat zou ik nu waarschijnlijk niet meer kunnen.
Nog belangrijker is waarschijnlijk het perspectief waarmee men een taal leert. Als zo’n vreemde taal de enige mogelijkheid is om het ‘verder te brengen’, dan leer je die, hoe dan ook. Als je een buitenlandse partner hebt, of een religie met een heilige schrift in een vreemde taal, is de motivatie al veel minder sterk. En als je onverwacht in een land terecht komt waar je eigenlijk niet wezen wilt, zoals bij vele vluchtelingen het geval is, dan heb je ook geen zin in die taal. Tenzij je na de eerste schrik de mogelijkheid ziet en de wens koestert daar te blijven, dan ga je er je best op doen. Of toch weer minder wanneer de mogelijkheden in het nieuwe land tegenvallen, of als je geacht wordt na een poosje weer op te donderen.
.
In Griekenland volgde ik een cursus Grieks voor gevorderden. De meeste klanten daar zouden het nooit leren. Ik wel, waarschijnlijk, want ik had al veel ervaring met vreemde talen, maar ik vond Grieks ook echt moeilijk. Op die cursus leerde ik een arts kennen uit Georgië. Het was in 1993 geloof ik, een tijd dat het hommeles was in Georgië en Griekenland gastvrijheid bood aan Christenen uit de Kaukasus met (vermeende?) Griekse wortels. Deze vrouw had het Georgisch als moedertaal, had Russisch geleerd op school, wat zij ook nodig had voor haar studie in de medicijnen, en leerde nu Grieks. Alle drie ingewikkelde talen, die niet met elkaar verwant zijn. Maar ze werkte hard en ik denk dat ze het ging redden. Haar perspectief was een artsenpraktijk die haar was aangeboden in Komotiní—voor Grieken was dat ongeveer de buitenste duisternis, maar voor haar de redding. Zij had dus een perspectief, en ik denk dat het vroegere leren van een andere moeilijke taal het voor haar ook makkelijker maakte.
.
Mijn Afghaanse is getrouwd, ze heeft drie kinderen en haar man werkt. Misschien hoeft ze niet meer zo nodig.

2 reacties

Opgeslagen onder Ei, Europa, Griekenland, Huiswerkhulp, Taal

Anti wat?

Uitingen van antisemitisme nemen de laatste tijd sterk toe, zo zeer dat het zelfs autoriteiten verontrust. Angela Merkel en ettelijke anderen hebben gezegd dat het een schande is en dat het niet meer voor mag komen. Wat ze eraan gaan doen is dan nog vraag twee.
Er zijn bevolkingsgroepen die meteen klaar staan met de bewering dat het allemaal de schuld is van de moslims. Inderdaad zijn er immigranten en vluchtelingen uit het Nabije Oosten die grote bezwaren hebben tegen Joden en/of Israëlis en die ook geweld niet schuwen. Palestijnen hebben die bezwaren van huis uit; andere Arabieren, bijv. in Syrië en Saoedi-Arabië, krijgen op school aangeleerd dat Joden baarlijke duivels zijn. Zo’n Syrische schoolverlater van zestien die hier rondloopt heeft van zijn levensdagen nooit Joden gezien, maar hij weet wel dat hij ze moet haten.
Het idee dat de toename te wijten is aan de nieuwkomers uit het Midden-Oosten lijkt dus nog niet zo gek, maar onderzoeken in verschillende Europese landen hebben aangetoond dat het toch niet zo is, en dat de overweldigende meerderheid van antisemitische uitingen en incidenten nog steeds van Europeanen zelf komt (zie bijv. dit en dit). Bij nader inzien is dat helemaal niet verbazend, gezien de rijke traditie die Europa op dit gebied kent. Voor Duitsland had ik dat ook zonder wetenschappelijke rapporten wel begrepen; het is hier van de straat te scheppen.

  • In Nederland komt en kwam antisemitisme ook na 1945 voor. Ik wist dat vroeger niet, naïef en niet-Joods als ik was. Na vele jaren vond ik een oud-studiegenoot van me terug. Bij een etentje en een fles wijn vertelde hij me eens dat hij Jood was — wat ik nooit had geweten, maar zo hoort het ook — en in Nederland veel Jodenhaat had ondervonden. In de jaren zeventig dus, toen Nederland zich breed begon te maken als gidsland. De man had zo genoeg gekregen van dat Jood-zijn en het hele gedoe eromheen, dat hij naar een heel ver land was verhuisd en een vrouw van daarginds had getrouwd. Daar is hij geen Jood, hoogstens een Hollander. Probleem voor hem opgelost.

Mooi hoor, dat onze landen zo alert zijn op antisemitisme. Jammer alleen dat een deel van de bevolking het verschijnsel misbruikt als brandstof voor zijn moslimhaat. Maar nog veel treuriger is dat mensen die bezorgd zijn om antisemitisme onverschillig lijken te staan tegenover die moslimhaat, sterker nog: die soms heimelijk wel mooi vinden. Er is natuurlijk heel veel meer moslimhaat dan haat tegen joden; al was het alleen al omdat er zo veel meer moslims zijn.1 Dat lijkt dan ineens een heel ander kapittel te zijn, terwijl het in werkelijkheid toch precies hetzelfde is. Daarom geef ik toch niet zoveel om die bezorgdheid over het antisemitisme. Breng de beide soorten haat eerst maar eens onder dezelfde noemer en noem ze altijd en consequent in één adem.

NOOT
1. Gemakzuchtige schattingen: wereldwijd zijn er: 15.000.000 Joden en 1.500.000.000 moslims. Honderd maal meer moslims dus.
Voor Duitsland zijn deze cijfers: 200.000 Joden en 4.700.000 moslims. Ong. vierentwintig maal meer moslims.

1 reactie

Opgeslagen onder Duitsland, Europa, Islam, Joden Joods joods, Nederland, Vluchtelingen