Categorie archief: Europa

Mini-herinnering: turkofiel

Toen ik nieuw was in Griekenland (1991) verstond ik nog bijna geen Grieks, maar op een feestje hoorde ik toch dat mensen mijn vriendin achter mijn rug over mij uitvroegen. De brandende vraag was of ik hellenofiel was of turkofiel. Dit Grieks hoef ik toch niet vertalen?

Wat was ik? Ik was toen al twee, drie keer in Turkije geweest en had het daar naar mijn zin gehad, maar was ik daarom turkofiel? Arabist was ik ook nog: uiterst verdacht. Ik was best in staat zowel Grieken als Turken als Arabieren lief te hebben, maar in Griekenland moest je blijkbaar kiezen. Steeds weer was dat een onderwerp van discussie en soms van ergernis. Sommige mensen gingen er eens extra voor zitten om te beschrijven hoe erg de Turken waren; zo bij voorbeeld een oude mevrouw wier familie in ‘de Stad’ (=Constantinopel) door de Turken was gekoejeneerd, en daar had ik toch niets tegen in te brengen? Anderen deden het leed van de Brand van Smyrna in 1922 nog maar eens herleven, die zij zich herinnerden alsof het gisteren was, en overal waren er heimwee- en cultuurverenigingen van Grieken wier voorouders in het Ottomaanse Rijk hadden gewoond en die nu nog steeds hechte clans vormden, met liederen en volksdansen uit de streek, dialectstudies enzovoort. Vaak prachtige dingen: stoere dansen uit Trapezóunda (Trabzon, Trebizonde), en de liederen uit Smyrna hoorde ik bijzonder graag—ik kon natuurlijk niet zeggen dat dat was omdat ze zo Turks klonken.

Om een beetje te pesten zei ik wel eens dat ik nieuwsgierig was naar de Turken in het noorden van Griekenland, en dat ik daar wilde gaan kijken. Maar hoe kon ik zoiets zeggen? In Griekenland woonden helemaal geen Turken! Die ongeveer honderdtwintigduizend mensen in de buurt van Komotiní, die op wonderbaarlijke wijze Turks spraken en leerden op school, waren ‘Griekse moslims’. Een beetje hypocriet was dat wel; in de jaren zestig heetten ze nog Turken.

Toen er met kerst een grote kalkoen in de oven ging, een turkey dus, heb ik dat dier maar gauw omgedoopt tot Asia Minor, Klein-Azië. Je wist nooit wat je anders nog weer fout zou zeggen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Griekenland, Turkije

Het goede aan Corona

Aan Corona als ziekte is niets goeds, dat hoeft 90% van de mensheid niet uitgelegd te krijgen, dat is overduidelijk. De omstandigheden eromheen, het hele gedoe van quarantaine, lockdown, afstand, werkloosheid enzovoort vormen ook een aanzienlijke ramp. Toch zijn er ook enkele pluspunten.

Om maar met iets groots te beginnen: ik denk dat zonder Corona Trump herkozen zou zijn en Boris zijn No-Deal-Brexit had kunnen doorzetten.

Elders zijn de plus- en minpunten van staatsinrichtingen en samenlevingen duidelijk geworden. Korea, Taiwan, Singapore en Nieuw-Zeeland blijken goed te functioneren, en Duitsland en Griekenland binnen Europa redelijk goed. Klein-Brittannië en de VS en Nederland duidelijk minder. Deze nieuwe duidelijkheid zou een pluspunt kunnen zijn als de slechtere landen er hun voordeel mee deden—wat ze echter niet kunnen.

Het fascisme is wat naar de achtergrond gedrukt, althans hier in Duitsland. Zo’n 10% hebben ze nog in de peilingen. Ook AfD-ers begrijpen wel dat de AfD geen zinnige alternatieven voor de Corona-maatregelen had kunnen bedenken. Ook zij geloven niet werkelijk dat Corona door ‘de islam’ of door migranten is veroorzaakt. Hoogstens moet de oude Soros er nog een keer voor opdraaien, maar dat is ook een slap verhaaltje. Hoe het in Nederland is weet ik niet; misschien geldt het fascisme daar nog als aantrekkelijk alternatief, omdat de regering daar zo inactief en incompetent is.

Online onderwijs en de verbreiding van gedigitaliseerde kennis zijn een flink stuk verbeterd.

Voor mij persoonlijk was 2020 een goed jaar. Ook al vóór Corona had ik steeds meer de neiging, thuis te blijven zitten; dat zal wel aan de leeftijd liggen. Ik heb lekker kunnen werken en ook mijn zangtechniek is erop vooruit gegaan. Grote kans dat ik zonder Corona in luiheid en passiviteit was verzonken.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Gezondheid, Politiek

Prikken 4

Het prikken is begonnen. Nog gisterenavond de eerste in Duitsland; Emigrant berichtte. In landen buiten Europa vaak al vroeger, maar de EU haalt in. Nederland begint over twee weken. De Minister van Volksgezondheid heeft eerst nog wat televisieoptredens.

3 reacties

Opgeslagen onder Europa, Gezondheid, Nederland

Mini-herinnering: Motorpech

Het was geloof ik in 1978: een prachtige rondreis in een huurautootje door het Noorden van Portugal. Ofschoon het land net een revolutie achter de rug had lag het er heel verstild bij. In een stadje als Bragança kreeg je een heel goede inblik in het leven van vroeger. Er tjoekten nog treintjes rond met houten wagonnetjes, die stopten op blauw betegelde stationnetjes.

Die huurauto, een Morris Minor, was gehuurd bij een van de grote internationale autoverhuurbedrijven op het vliegveld van Oporto. Maar het was een nukkig ding, waarmee maar moeilijk een verhouding op te bouwen was, en soms vertikte hij het helemaal. Dat gebeurde bij voorbeeld in het dorpje Vinhais; gelukkig midden in de hoofdstraat, met uitzicht op een garagebedrijf. De monteur keek bedenkelijk en zei dat het wel even kon duren, maar dat we konden wachten in het huis van zijn moeder, naast de garage. Moeder was een gezellige vrouw, die heerlijk kon koken en ons een volledige maaltijd voortoverde. Na de maaltijd en de zelf gemaakte marsepein wilde de auto wel weer verder. Een paar dagen later reden we op Oporto aan, de eindbestemming, waar we de volgende dag het vliegtuig terug zouden nemen. Kort voor de stad kreeg de auto weer kuren: hij deed het geloof ik alleen nog in zijn één. Ik had de tegenwoordigheid van geest tegen mijn metgezel te zeggen dat hij in de reisgids het beste, meest klassieke hotel van de stad moest opzoeken en dat we daarheen koers zouden zetten. Omdat we van boven kwamen en het stadscentrum lager lag, slaagden we erin grotendeels zonder motor naar de benedenstad af te dalen en vlak voor het hotel te belanden. Dat heette Infante de Sagres, en had precies die ouderwetse klasse die we nodig hadden. Hier konden we de sleutel bij de portier afgeven en zeggen: Ach, er is een probleempje met onze wagen; kan er misschien even iemand naar kijken? We hadden een mooie laatste dag en reden de volgende dag onbekommerd naar het vliegveld.
Dit alles kostte wel wat extra, maar in die tijd was Portugal vrijwel te geef, door de voor ons gunstige wisselkoers van de Escudo.

1 reactie

Opgeslagen onder Auto, Europa, Reizen

Slechte Russen

In Rusland is een oppositieleider vergiftigd. In Wit-Rusland wordt de oppositie op andere wijze gekoejeneerd. De hele westerse wereld, Europa voorop, is diep verontwaardigd en beraadt zich over strafmaatregelen of inmenging.
Met welk recht eigenlijk? Het recht van de sterkste? Maar het ‘Westen’ is lang niet meer zo sterk, het verbrokkelt, en iets anders dan gesis en gefluit zal het niet kunnen voortbrengen. Economische sancties zijn mogelijk, maar weinig zinvol.

Op grond van morele superioriteit? Nu wij onszelf de laatste jaren wat beter hebben leren kennen gelooft daar toch ook niemand meer in. De Westerse Waarden, my foot! Vandaag hoef ik alleen maar Moria te zeggen.

En waarom juist Rusland en Wit-Rusland? In China, India, Turkmenistan, Egypte en talloze andere landen gebeurt dit soort dingen dagelijks en op veel grotere schaal zonder dat het onze toorn wekt. Is het omdat Russen ook blanken zijn, omdat het eigenlijk ‘onze mensen’ zijn die niet willen sporen? Maar de VS en Groot-Brittannië sporen de laatste tijd ook niet. En Europa is hard op weg, hen na te volgen.

Nee, begrijpen doe ik het niet.

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Politiek

Nette landen, apenlanden

Ruanda: robots als verpleegkrachten bij corona.

Suriname heeft 38 Corona-doden per (statistische) miljoen inwoners en geen nieuwe besmettingen. Nederland heeft 358 doden per miljoen, en net weer 165 verse gevallen.
.
Het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een lange lijst met zog. risicogebieden gepubliceerd, landen waar men beter niet heen kan reizen, en na terugkeer waaruit men riskeert, in quarantaine te moeten. Op die lijst komt Suriname wél voor en Nederland niet. Dat heeft denk ik niet zo veel met de gezondheidssituatie in de betreffende landen te maken, maar met een oude reflex. Als student heb ik eens een Nederlandse ambtenaar van BuZa horen spreken, die mensen voor de diplomatieke dienst wilde werven. De man sprak met bekakte stem deze volzin: ‘Nou, eh, je hebt dus nette landen en je hebt apenlanden …’ Een leerzaam praatje: ik begreep meteen dat ik geen diplomaat wilde worden. Aan die kijk op de wereld is er blijkbaar nog niet veel veranderd, en het is niet alleen een Nederlands fenomeen. Een soort racisme, dat geen betrekking heeft op mensen, maar op hele landen.
.
Op de lijst van het Duitse ministerie staan heel veel ‘apenlanden’, en maar weinig ‘nette landen’. De USA staat er wél op, maar dat is in vele opzichten geen net land meer. In Europa wordt een bezoek aan Luxemburg, Servië en Rusland ontraden, maar naar Zweden, Groot-Brittanië of Nederland kunnen Duitsers met een gerust hart op vakantie. En dat terwijl er heel wat landen overzee zijn waar het met de Corona-bestrijding beter gesteld is. Senegal, Ruanda, om maar een paar dwarsstraten te noemen.
.
Zelf heb ik weinig lust om Nederland te bezoeken zolang daar nog op tests word bezuinigd en er in plaats van mondkapjes alleen maar een debat over mondkapjes is.

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Gezondheid, Racisme

Restauratie

20190211_113836.jpg

We kunnen/mogen/hoeven niet meer op reis, maar daarom hoeven we niet het kostelijke eten te missen, dat ons anders in de restauratiewagen van de trein zou zijn voorgezet. Edward Schofield heeft de moeite genomen her en der bij Europese spoorwegmaatschappijen recepten van de rijdende keukens op te vragen en die ook zelf klaar te maken. In zijn voetspoor kunnen we nu een echte Poolse Żurek bereiden, of een Čiernohorský rezeň uit Slowakije. Frankrijk en Duitsland zijn ook vertegenwoordigd, maar die maken er zich met eenvoudige gerechtjes vanaf; daar wil het echte reisgevoel niet komen.

https://railguideeurope.com/dining-car-at-home/?ck_subscriber_id=510121821

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Eten en drinken, Europa, Gezondheid, Trein&tram

Quarantaine-teksten 4: de pest in Egypte (1798)

In 1798 bezetten de Fransen Egypte, waar zij drie jaar zouden blijven. Een plaatselijke geschiedschrijver, ‘Abd al-Raḥmān al-Djabartī, hield gedurende de eerste maanden van de bezetting een dagboek bij. Daarin is onder andere te lezen over de pest. De Fransen hadden een panische angst voor de pest, die zich volgens hen verbreidde door miasmen: vuile dampen, rottende, vochtige lucht, en de uitwasemingen van zieken en lijken. Zij namen drastische maatregelen, waarvan quarantaine er één was. De bedorven lucht probeerde men te verbeteren door het verbranden van kruiden en wierook. Pestartsen droegen een lange puntneus, aan het eind waarvan geurstoffen waren aangebracht; zij liepen rond met een soort wierookvat.
Al-Djabartī‘s mededeling over hoe de Fransen met hun doden omgingen is fake news. De Fransen waren bezetters en werden door de Egyptenaren gehaat, vandaar.
Drie niet samenhangende fragmenten uit het dagboek (mijn vertalingen):

“Later werd duidelijk dat deze Bishli al ruim veertig dagen eerder was aangekomen met de correspondentie van de Vizier aan ‘Ali Bey […] maar de Europeanen hadden hem op het schip in Alexandrië geïsoleerd met de passagiers, uit angst dat de pest hen had besmet. Na veertig dagen lieten ze hen van boord gaan en gaven hun toestemming om te reizen, nadat ze zwaar hadden geleden onder de opsluiting en de benauwenis en de rook die werd gebruikt om hen te ontsmetten in het ruim, dat is de buik van het schip. Dit kwam nog bovenop de duurte, enzovoort.”
===
“Op die dag zeiden ze de mensen dat ze hun doden niet meer mochten begraven op begraafplaatsen in de buurt van woningen, zoals de begraafplaatsen van al-Azbakīya en al-Ruway‘ī en dat ze hen alleen mochten begraven op begraafplaatsen veraf. Degenen die geen graf op de begraafplaats hadden, moesten hun doden in de die van de Mamelukken begraven. En als ze iemand begroeven moesten ze dieper graven. Verder gaven ze de mensen opdracht hun kleding, meubels en beddengoed enkele dagen op de daken uit te hangen en hun huizen uit te roken om de geur van verrotting te verwijderen. Dit alles uit angst, zoals ze beweerden, voor de lucht en de besmetting van de pest. [De Fransen] menen dat de verrotting in de diepte van de aarde gevangen zit. Als de winter intreedt en de diepte van de aarde koud wordt door de Nijlvloed, de regen en de vochtigheid, komt wat er in de aarde gevangen zit naar buiten met zijn dampen van bederf en verrot de lucht, zodat er een epidemie en de pest ontstaan.
Wat [de Fransen] zelf betreft: het is hun gewoonte om hun doden niet te begraven, maar ze op vuilnishopen te gooien, zoals de kadavers van honden en beesten, of ze in de zee te gooien. Verder zeiden ze nog dat zij, wanneer er iemand ziek werd, op de hoogte gesteld moesten worden. Dan zouden zij een gevolmachtigde sturen om hem te onderzoeken en uit te zoeken of hij de pest had of niet.”
===
“Op die dag werd in de marktstraten omgeroepen dat kleding en huisraad gedurende vijftien dagen in de zon moesten worden uitgehangen, en ze gaven de sjeiks van de verschillende kwartieren, straatjes en …? opdracht deze activiteit te controleren en te inspecteren. De autoriteiten benoemden voor ieder straatje een vrouw en twee mannen die de huizen moesten binnengaan om te inspecteren. De vrouw moest naar boven gaan en de twee mannen melden dat ze hun kleren in de zon hadden uitgespreid. [De familie] gaf hun dan wat muntjes. Ze vertrokken pas nadat ze de bewoners ernstig hadden gewaarschuwd en hun hadden meegedeeld dat er over enkele dagen ook een groep Fransen zou komen inspecteren. Dit alles werd uitgevoerd om de geur van de pest uit de kleren te doen verdwijnen. Daartoe schreven ze aankondigingen uit die zij, zoals gewoonlijk, aanplakten aan de muren.”

ثم تبين ان هذا البشلي حضر من مدة نيف واربعين يوما وبيده مكاتبات من الوزير خطابا لعلي بيك قابجي باشا الذي كان معينا بطلب المال والخزينة وحجزوه الفرنج في المركب في سكندرية مع الركاب خوفا من تعلق الطاعون بهم. فلما مضي عليهم اربعون يوما اخرجوهم واذنوهم في السفر بعد ان قاسوا الشدة من الحبس والضيق وثم الدخان الذي يبخروهم به من داخل العنبر وهو بطن المركب وزيادة على ذلك الغلا وغيره.

وفيه نبّهوا على الناس بالمنع من دفن الموتى بالترب القريبه من المساكن كتربة الازبكية والرويعي ولا يدفنون الا بالقرافات البعيدة والذي ليس له تربه بالقرافه يدفن ميته في ترب المماليك وإذا دفنوا [يبالغوا] في تسفيل الحفر، وامروا ايضا بنشر الثياب والامتعة والفرش بالاسطحه عدة ايام وتبخير البيوت بالبخورات المذهبة للعفونه كل ذلك خوفا من رائحة الطاعون بزعمهم وعدوه ويقولون ان العفونة تستجن باغوار الارض فاذا دخل الشتا وبردت الاغوار بسريان النيل والامطار والرطوبات خرج ما كان مستجنا بالارض بالابخره الفاسده فيتعفن الهوا ويفسد ويحدث الوبا والطاعون، واما طريقتهم فانهم لا يدفنون موتاهم بل يرمونهم علي الكيمان مثل رمم الكلاب والبهايم او يلقونهم في البحر ومما قالوا ايضا: انه اذا مرض مريض يخبروهم عنه فيرسلون من جهتهم امينا للكشف عليه ان كان بالطاعون او لا ثم يرون رايهم فيه بعد ذلك.

وفي ذلك اليوم نودي في الاسواق بنشر الثياب والامتعة خمسة عشر يوما وقيدوا على مشايخ الاخطاط والحارات والقلقات بالفحص والتفتيش فعينوا لكل حارة امرأة ورجلين يدخلون البيوت للكشف عن ذلك فتطلع المرأة الى فوق وتنزل فتخبرهم بانهم ناشرين ثيابهم ويعطوهم بعض الدراهم ويذهبوا بعد ان يقرطوا على اصحاب الدار ويخبروهم ان بعد ايام ياتون جماعة الفرنج ويكشفوا ايضا، وكل ذلك حتى تذهب من الثياب رائحة الطاعون، وكتبوا يذلك مناشير ولصقوها بحيطان الاسواق على عادتهم في ذلك.

Bron: Al-Jabartī’s Chronicle of the First Seven Months of the French Occupation of Egypt. Muḥarram – Rajab 1213|15 June – December 1798, (تاريخ مدة الفرنسيس بمصر), ed. and trans S. Moreh, Leiden 1975, 75–6, 82, 91  ٤٩، ٥٥-٥٦ ٦٤-٦٥.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Gezondheid, Kairo

Het Westen: een terugblik

Het Westen, wat was dat ook alweer? Het domineerde de wereld sinds eeuwen, maar vooral in de tweede helft van de twintigste eeuw, en nu hoor je er niet meer over. De Oriënt, die ouder was, was een buitengewoon vaag concept, dat nauwelijks buiten de geesten van westerlingen bestond. Het was een schilderachtig, maar achterlijk gebied, waartoe in de keizertijd zelfs ons land gerekend werd! Wie herinnert zich niet de foto van het bordje in het Huangpu park in Shanghai: ‘No dogs or Chinese allowed’? Het Westen was makkelijker te definiëren: het bestond uit een heleboel kleine staatjes in West-Europa, plus ‘Groot’-Brittanië en de vroegere Britse koloniën, voor zover die overwegend door blanken werden bewoond, dus Canada, de Verenigde Staten, Australië, Nieuw- Zeeland en her en der nog wat eilandjes, barstensvol met bankfilialen en postbussen.
.
Het Westen was dus een los verband van staten, hoewel dat onderlinge oorlogen nooit had uitgesloten. Met de beoogde eenwording van Europa is het nooit veel geworden. De bevolking was blank, Kaukasisch zoals het ook wel heette. Technologisch liep het voorop. Terwijl wij hier nog feesten vierden met vuurwerk schoten ze daarginds met buskruit al hele steden in puin. Ze hadden de beste schepen en de beste wapens, wat hen oppermachtig maakte. Grote delen van de wereld werden door hen economisch uitgebaat en uitgekleed tot op het bot, wat vaak, vooral in de vroege tijd, gepaard ging met territoriale verovering. Portugezen en Spanjaarden waren ermee begonnen, maar Engelsen, Fransen, Nederlanders en Belgen deden het genadelozer. Allen hadden ze een diepe minachting voor de arme sloebers in hun koloniën, die zij zelf de armoe in hadden geschopt, in de oost en de west, in het zuiden, de derde wereld of hoe ze het verder maar noemden. De Verenigde Staten van Amerika had vrijwel geen koloniën, maar wist de methoden van exploitatie nog te perfectioneren zonder er de eigen onderdanen heen te sturen—wat de rest van het Westen dan weer overnam.
.
Het Westen, daar wilde vroeger iedereen wel bijhoren. Maar dat mocht niet, het was alleen voor landen met een overwegend blanke bevolking. Wat was er zo aantrekkelijk aan? Het Westen was lange tijd het modernste deel van de wereld; geen wonder ook, met al dat geroofde geld en goed uit het niet-Westen. Het geld vloeide vrij, meestal zonder inmenging van de staat. Ook de markt was vrij, wat individuen in staat stelde grote rijkdommen te vergaren, en voorzag in de goede tijd vrijwel alle burgers met een ongekende weelde aan voedingsmiddelen en goederen, waarbij de staat bleef zorgen voor defensie, politie en gevangeniswezen, wegen, spoorwegen en waterleiding, zorg voor zieken en bejaarden, onderwijs en cultuur. Dat leek dus een goed idee, tot de staten hun greep op deze zaken begonnen te verliezen, zodat bij voorbeeld spoor en waterleiding toch in particuliere handen geraakten, of zelfs gevangenissen, legers, ziekenhuizen, scholen en universiteiten als privé-ondernemingen werden gerund. De eis van de markt, dat alles winstgevend moest zijn, zorgde voor de afbraak van deze elementaire voorzieningen, zoals uiterlijk tijdens de Corona-crisis pijnlijk duidelijk werd. De markt bleek toen bij voorbeeld niet in staat om voldoende medische hulpmiddelen te fabriceren toen die nodig waren. Eertijds bekende industrielanden slaagden er niet in van de fabricage van SUV’s snel om te schakelen op die van mondkapjes, test kits of ventilatoren. Waar jonge ondernemers probeerden zulke zaken te fabriceren stieten zij op een muur van bureaucratische en juridische vijandigheid: ze hadden patenten geschonden! Landen die nog tijdens de tweede grote oorlog in de twintigste eeuw in een zucht miljoenen wapens fabriceerden en veldlazaretten bij dozijnen uit de grond stampten, slaagden er nu niet in wat medische voorzieningen te creëren, zodat ze bij ons moesten aankloppen. De bouw van een ziekenhuis duurde in die landen soms wel een jaar! Daardoorheen speelde nog het ‘probleem’ van de buitenlandse werkkrachten, wier immigratie en deelname aan het arbeidsproces systematisch werd bemoeilijkt, zelfs als het artsen of verpleegkrachten betrof.
Door de langzame en onverstandige aanpak van Corona en de daaruit voortvloeiende lange stillegging van grote delen van de productie werden de westerse economieën ondermijnd, zodat het zwaartepunt van de wereld definitief naar Oost-Azië verschoof.
.
Ook de democratie had aanvankelijk een goed idee geleken. Niet de adel of een klasse van heersers zou het voor het zeggen hebben, maar het volk zelf. Maar de meeste stemmen golden, en omdat het grootste deel van de mensheid nogal dom is werden er op den duur alleen verkeerde leiders gekozen—iets wat in de negentiende eeuw al was voorzien en wat al eens gebleken was na een noodlottige Duitse verkiezingsuitslag in de jaren dertig—waaruit men echter geen les had getrokken.
.
De persvrijheid was eveneens zo’n historische fout. Die vrijheid bestond misschien in provinciale media, maar de grote dagbladen en televisiezenders geraakten in handen van boosaardige miljardairs die er aardigheid in hadden, samenlevingen te ontwrichten. Bovendien werd er flink gestookt en gehetst vanuit vijandige landen, die zich eenvoudig toegang wisten te verschaffen tot de digitale media.
.
De Corona-crisis luidde het einde van het Westen in, maar het verkeerde al enige tijd in staat van ontbinding. De uiterste consequentie van het democratische systeem werd zichtbaar toen inderdaad de domste en immoreelste leiders gekozen werden, met behulp van kwade krachten uit een buitenland, dat invloed nam op het verkiezingsgebeuren zelf. In de Verenigde Staten werd het ergst denkbare onbenul tot president gekozen, die de positie van het land als wereldmacht al spoedig ondermijnde en een breuk in het Westen veroorzaakte. Groot-Brittannië volgde met de wat minder domme, maar eveneens volledig immorele premier, die het land losweekte van Europa. Op het Europese vasteland waren er staatjes die de corona-crisis benutten om het ‘juk’ van de would-be hoofdstad Brussel en van de democratie af te schudden: Hongarije, Polen en kort daarna dat landje bij de zee, hoe heet het ook alweer, dat moet ik naslaan.
In 2020 kreeg de Amerikaanse president de Corona, maar die kwam hij te boven, wat zijn volk in een religieuze jubelstemming bracht. Als dit niet een teken van God was! Hij voelde zich naar eigen zeggen sterker dan enige Amerikaanse president ooit, werd in de chaos waarin Corona de verkiezingen had doen verzinken min of meer herkozen en stelde het erfelijk presidentschap in. Zoiets als wanneer wij het keizerschap weer zouden invoeren; stel u eens voor! De regering probeerde zo goed mogelijk om hem heen te regeren.
.
In de late twintiger jaren was het wel bekeken met het Westen en de gebieden raakten spoedig op het tweede, zo niet derde plan. Het begrip Westen verdween niet geheel, maar werd geleidelijk aan verbannen naar de geschiedenisboeken.
Dat betekende niet dat die zogenaamde ‘westerse waarden’ ook meteen verdwenen waren. Toen wij een Corona-vaccin uittestten op heropgevoede Oeigoeren waren de protesten daarginds niet van de lucht, uit de macht der gewoonte. Maar die Oeigoeren waren natuurlijk vrijwilligers, dat spreekt toch vanzelf! Tegelijkertijd werden er dertig miljoen vaccins bij ons besteld. Meer niet, want daarvoor ontbrak het geld, maar bij die bestellingen hoorde je nooit iets over mensenrechten.
.
Het ware wezen van de westerse beschaving werd eveneens zichtbaar tijdens de Corona-crisis, toen bleek dat alle westerse volkeren hun achterste na de stoelgang reinigden met … papier. We kunnen daar nu hartelijk om lachen, maar het was evengoed een schrikbarend gebrek aan hygiëne! Tijdens de crisis werd dat papier door westerlingen massaal gehamsterd—zij leken aan te voelen dat ze zonder papier hun ‘identiteit’ zouden verliezen—en inderdaad, zo is het gegaan. Vrijwel niemand definieert zich meer als westerling.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Niks, Orient, Politiek, Racisme, Westen

Quarantaineteksten 3: al-Tahtawi in Marseille (1826)

De Egyptenaar Rifā‘a al-Ṭahṭāwī (1801–1873) kwam in 1826 naar Frankrijk als studenten-imam en begeleider van een groep studenten die daar gingen studeren. Hij zou er vier jaar blijven en schreef een boek over zijn indrukken in Frankrijk, Takhlīṣ al-ibrīz fi talkhīṣ Bārīz, dat in 1849 verscheen.
Marseille was in 1720 geteisterd door een pestepidemie die het aantal inwoners van de stad had gehalveerd. Geen wonder dat er sindsdien strenge quarantaine-maatregelen werden gehandhaafd. Wanneer er een schip naderde met een grieperige matroos aan boord of als er ook verder maar de geringste verdenking van de pest bestond, kwam het de haven niet in, maar werd het naar een van de quarantaine-eilandjes voor de kust gedirigeerd, waar het niet prettig toeven was. Dat is Tahtawi bespaard gebleven; zijn quarantaine-verblijf moet tamelijk riant geweest zijn en hij lijkt er niet onder geleden te hebben. Misschien kreeg de groep reizigers uit Egypte om politieke redenen een VIP-behandeling? Voor Tahtawi was deze inrichting zijn allereerste kennismaking met Frankrijk: hij bewondert de gebouwen en het terrein eromheen en is verwonderd over alle nieuwe dingen die hij ziet en meemaakt.
Hij schrijft er o.a. het volgende over (de Arabische tekst staat onderaan):


““Wij gingen op de rede van Marseille, een van de zeehavens in Frankrijk, voor anker. Van het schip waarop we gekomen waren stapten we over in kleine boten en we landden bij een gebouw buiten de stad dat als quarantaineinrichting dient, zoals dat bij hen gebruikelijk is. Want wie uit een vreemd land komt moet in quarantaine voordat hij de stad in mag.
[…]
De inrichting waarin wij ons voor de quarantaine bevonden is heel uitgestrekt: zij bestaat uit verscheidene gebouwen en tuinen en is zeer stevig gebouwd. Het was daar dat we voor het eerst zagen hoe stevig en perfect er in dat land gebouwd wordt, en hoe zulke gebouwen met een weelde aan bloementuinen, vijvers en dergelijke zijn omringd.
Dadelijk al op de eerste dag werden we met de meest verbazingwekkende dingen geconfronteerd. Ze brachten ons namelijk een aantal Franse bedienden, wier taal wij niet verstonden, en bijna honderd stoelen om op te zitten — want in dit land vinden ze het raar om op een tapijt op de grond te zitten, om maar te zwijgen van zitten op de kale grond. Vervolgens dekten deze bedienden de tafel voor het ontbijt. Ze droegen hoge tafels aan en legden daarop witte, Perzisch aandoende borden, het ene naast het andere. Bij ieder bord zetten ze een drinkglas neer, en naast het bord legden ze een mes, een vork en een lepel. Op iedere tafel stonden een of twee flessen water, een bakje met zout en en ander met peper. Daarop zetten ze rondom de tafel stoelen neer, per persoon een stoel, en brachten zij het eten. Op elke tafel kwamen een of twee grote schotels: een van de tafelgenoten moest daaruit opscheppen en het eten aan de anderen uitdelen, waarbij iedereen iets op zijn bord kreeg, die dat dan met het mes in stukjes sneed en met de vork – niet met de hand! — naar zijn mond bracht. Want men eet principieel niet met de hand, ook niet met andermans vork, of met zijn mes, zoals men ook nooit uit het glas van iemand anders drinkt. Ze beweren dat het zo
 het schoonst en gezondst is. Wat je ook kunt zien bij de Franken is dat zij nooit van koperen borden eten en al helemaal niet uit dergelijk vaatwerk, zelfs niet als het vertind is, want dat dient alleen om te koken. Ze gebruiken steeds geglazuurde borden.
[…]
Toen brachten ze ons beddengoed. Het is bij hen de gewoonte dat men op een verhoging slapen moet: iets als een bed. Dat alles brachten ze ons.
Wij brachten achttien dagen door op die plek, zonder hem ooit te verlaten. Wel is het daar zeer ruim en er zijn prachtige plantsoenen en uitgestrekte pleinen om te wandelen en van de tuinen te genieten. Na afloop stapten we in fraai opgetuigde koetsen […] en werden naar een gebouw in de stad gereden….””
—————————
Bron: Rifā‘a al-Ṭahṭāwī, Takhlīs al-ibrīz fi talkhīs Bārīz, Cairo 1905, blz. 37, 38, 39, online beschikbaar.

قد رسينا على موردة مرسيليا التي هي إحدى فرض بلاد فرنسا، فنرلنا من سفينة السفر في زوارق صغيرة فوصلنا الى بيت خارج المدينة معد للكرنتينة على عادتهم من أن من أتى من البلاد الغريبة لا بد أن يكرتن قبل أن يدخل المدينة.
[…]
ثم إن هذا البيت الدي كنا فيه للكرنتينة متسع جدا به القصور والحدائق والبناء المحكم فبه عرفنا كيفية إحكام أبنية هده البلاد وإتقانها، وامتلاءها بالرياض والحياض الى آخره.
ولم نشعر في أول يوم إلا وقد حضر لنا أمور غريبة في غالبه وذلك أنهم أحضروا لنا عدة خدم فرنساوية لا معرف لغاتهم ونحو مائة كرسي للجلوس عليها لإن هذه البلاد يستغربون جلوس الإنسان على نحو سجادة مفروشة على الأرض فضلا عن الجلوس بالأرض.
ثم مدوا السفرة للفطور ثم جاؤا بالطبليات عالية ثم رصوا من الصحون البيضاء الشبيهة بالعجمية وجعلوا قدام كل صحن قدحا من القزاز وسكينة وشوكة وملعقة وبكل طبلية نحر قزازتين من الماء وأناء فيه ملح وآخر فيه فلفل ثم رصوا حوالي الطبلية كراسي لكل واحد كرسي ثم جاؤا بالطبيخ فوضعوا في كل طبلية صحنا كبيرا أو صحنين لتغرف أحد أهل الطبلية ويقسم على الجميع فيعطي لكل إنسان في صحنه شيئا يقطعه بالسكينة التي قدامه ثم يوصله الى فمه بالشوكة لا بيده فلا يأكل الإنسان بيده أصلا ولا بشوكة غيره أو بسكينته أو يشرب من قدحه أبدا ويزعمون أن هذه أنظف وأسلم عاقبة. ومما يشاهد عند الافرنج أنهم لا يأكلون أبذت في صخون النحاس، بل ولا في أوانيه أبذا ولو مبيضا فهي للطبخ فقط، بل دائما يستعملون الصحون المطلاة.
[…]
ثم أحضروا لنا آلات الفراش والعادة عندهم أنه لا بد أن ينام الإنسان على شيء مرتفع نحو سرير فأحضروا ذلك لنا. ومكثنا في هذا المحل ثمانية عشر يوما لا نخرج منه أبدا غير أنه متسع جدا وفيه حدائق عظيمة ومحال متسعة للتماشي فيها والنزهة في رياضها.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Nabije Oosten, Ostwestliches, Quarantaine