Categorie archief: Europa

Bronchitis, of: Europese onenigheid

Mijn bronchitis werd te lijf gegaan met een middel om te inhaleren en een antibioticum. Het hardnekkige na-hoestje dat ik nog steeds heb wordt nog bestreden met weer een ander middeltje om te inhaleren. Iedereen die ik hier in Duitsland ken en die ook wel eens bronchitis heeft gehad is het erover eens: ja, zo gaat dat, zo moet dat.
.
Hoe heel anders is dat in Nederland, waar ik iemand ken die een minstens zo erge bronchitis heeft als ik had. Die wordt helemaal niet behandeld, onder het motto: het zal vanzelf wel overgaan. Op de achtergrond loert waarschijnlijk het argument van het geprivatiseerde zorgstelsel: niet behandelen is veel goedkoper. Zoals de mensen na een knie-operatie daar ook meteen de straat op worden gestuurd.
.
Maar als een beroemde televisiepersoonlijkheid nu eens bronchitis heeft, of de koning, of Rutte zelf, worden die dan ook niet behandeld?

5 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Europa, Nederland

Wisseling

De mooiste jaarwisseling was die van 2001-2002, toen de Euro werd ingevoerd. Vol verwachting klopte mijn hart toen ik om half een mijn bankpas in de geldautomaat schoof, en ja hoor — verse Euro’s! Het enige moment in mijn leven dat ik iets als politieke blijdschap ervoer. De dagen erna in winkels steeds het wisselgeld nagekeken: zit er al een Italiaanse munt bij? Of een Fransoos? Kijk eens: een Luxemburger zelfs!
.
Inmiddels zijn we zestien jaar verder en is Europa eerder geneigd, zichzelf kapot te maken. Op lokaal niveau is er in Scheveningen al iets groots verricht.
.
Kortom: ik wens iedereen ondanks alles een prachtig 2019.

6 reacties

Opgeslagen onder Europa

Mini-herinneringen: vette happen

Samosoplusivanje was het woord waar ik vanochtend mee wakker werd. Het betekent ‘zelfbediening’ in het Joegoslavisch, tenminste dat dacht ik. Volgens Google translate moet het zijn: samoposluživanje; bijna goed dus. In het mild-socialistische Joegoslavië van 1965 en volgende waren dat restaurants waar het gemene volk en ook studenten uit het buitenland voor weinig geld een maaltijd konden gebruiken. Geen grote keuken natuurlijk, maar ook niet in strijd met de menselijke waardigheid. In Bulgarije had je ze ook, maar dat was echt communistisch en daar was het eten meteen veel smeriger: een closetpapierkleurige kwak puree met een onbestemde saus waarin enkele stukjes vlees dreven.
.
Wat deed ik in die landstreken? Natuurlijk was ik onderweg naar het Midden-Oosten, tot Joegoslavië liftend en daarna met de trein. Vliegtuigen waren nog te duur, en bovendien was ik benieuwd naar al die gebieden waar je dan doorheen kwam. Door vreemde wisselkoersen was de Balkan en wat daarna kwam spotgoedkoop. Pas in Turkije werd het eten echt lekker, te beginnen met de restauratiewagen die aan de grens aan de trein werd gekoppeld: een weelderig ingerichte Oostenrijkse Speisewagen van ongeveer 1912, goed geconserveerd.
.
In Nederland bestonden ook van die zelfbedieningsrestaurants. Je had Heck’s en Rutecks, allebei op het Rembrandtplein als ik mij goed herinner. Een biefstukje met gebakken aardappeltjes, huzarensalade, dat soort dingen. Gebutste schaaltjes van roestvrij staal. Echt eten kon je bij De Kroon, ook op het Rembrandtplein. Toen ik dat voor het eerst zelf betaalde kostte dat 25 gulden: niet weinig, en wat ik mij er vooral van herinner is mayonaise.

2 reacties

Opgeslagen onder Eten, Europa, Nabije Oosten, Nederland, Reizen

Herfsttij der democratie

1. En ja hoor, ‘de grote meerderheid der EU-bevolking heeft zich uitgesproken voor de afschaffing van de zomertijd’. Aldus vanochtend de nieuwsdienst van de Hessische Rundfunk. Ook de Duitse media worden dus duidelijk dommer. De EU had namelijk een online enquête gehouden, waarin men voor of tegen de afschaffing van de zomertijd kon stemmen. Zo’n 1,5% van de stemgerechtigde Europeanen had aan de enqûete meegedaan; daarvan twee derde Duitsers. 80% van de stemmen was tegen de zomertijd; dus nóg minder. Maar, aldus het nieuwsbericht, ‘te verwachten is dat Juncker het votum zal volgen’. Het is nog een stuk maller dan de referenda in Nederland.
Ik heb het al eens gezegd: volgens mij staat bij zo’n enquête de uitslag al van te voren vast: mensen die ertegen zijn brengen hun stem uit, degenen die het goed vinden zoals het is komen niet in beweging en stemmen niet.
De zomertijd is niet een heel belangrijk onderwerp. Wel zal de afschaffing mij persoonlijk enig nadeel toebrengen. Omdat ik in het donker slecht en dus ongaarne auto rijd, zal ik minder vaak ’s avonds ergens heen kunnen, of vaker buiten mijn eigen bed moeten overnachten. Verder zal ik voortaan mijn eigen zomertijd maken: gewoon vroeger opstaan als het heet is. Maar dat met die stem des volks is dus onzin.

2. Heel veel belangrijker is de ontwikkeling in Oost-Duitsland, waar de Nazi’s nu ongegeneerd oprukken. In Chemnitz op straat, maar ook in het internet, in de media en in de peilingen voor de verkiezingen in deelstaten: in drie staten halen ze zo’n 25%. In Nederland is het niet veel anders, maar in Duitsland zijn rechts-linkse fantasiecoalities vrijwel uitgesloten, zodat het niet ondenkbaar is dat de AfD op een dag samen met de CDU in een deelstaatregering zit.
In Chemnitz had de politie ‘de situatie onderschat,’ hebben allerlei hotemetoten weer gezegd. Dat zijn dezelfde mensen die sinds jaar en dag in koor uitroepen dat islamistische terreur het grootste gevaar voor Duitsland is. Nee, beste Duitsers, dat zijn toch echt de Nazi’s! Ook dit had ik al eens gezegd, maar op dit punt verval ik graag in herhaling. De onderschatting van dit gevaar begon eigenlijk al onder de regering Schröder, dus rood-groen. Gelden voor de bestrijding van Nazi’s en de instandhouding van jeugdwerk, zoals Oost-Duitsland dat altijd gekend had, werden toen ingetrokken. Daarmee werden enkele miljoentjes bespaard, maar goedkoop bleek duurkoop, want het jeugdwerk werd sindsdien overgenomen door Nazi-groeperingen, die vaak als enige wat leven brachten in die verder zo saaie plaatsen daar.

10 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Europa, Politiek

Uithongeren

Vroeger werden er veel gevangenen, vijanden en bewoners van belegerde steden uitgehongerd. In het Midden-Oosten werden er ook putten onbruikbaar gemaakt (bijv. Genesis 26:15), zodat mensen verdorstten.
.
In de Tweede Wereldoorlog was uithongeren nog heel gangbaar: concentratiekampen, Leningrad e.v.a.
Daarna hoorde je er in onze buurt enige tientallen jaren niet meer van. Bosnische Serviërs waren geloof ik de eersten die er weer mee begonnen, in het beruchte Omarska-kamp (1992).
.
Nu heeft het de trend weer volop mee, in de Verenigde Staten, Hongarije, Palestina. In Italië nog net niet, maar als het aan Salvini ligt binnenkort ook daar. Uithongeren is inderdaad handig en goedkoop en je hebt er niet veel fantasie voor nodig. Alleen wat westerse waarden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Europa

Zomertijd voorbij?

Ja, over een maand  komt de herfst, maar dat bedoel ik niet. Het vooruitzetten van de klokken in maart en weer terug in oktober, dat heet ook zomertijd. De EU heeft een online enquête lopen, nog tot donderdag a.s., waarbij de onderdanen kunnen stemmen of zij voor of tegen afschaffing van de zomertijd zijn. Volgens mij staat bij zoiets de uitslag van te voren al vast: mensen die ertegen zijn brengen hun stem uit, degenen die het wel best vinden zoals het is komen niet in beweging en stemmen niet. Temeer daar het stemmen vrij moeizaam ging.
.
Ik zelf heb, al lang geleden, vóór het behoud van de zomertijd gestemd: lekkere lange, lichte avonden. Maar nu de zomer erg warm is gebleken en er nog vele van dit soort zomers zullen volgen zie ik het ineens anders. We zijn meer gebaat bij een uur extra in de vroege ochtend, als het nog koel is, en bij een vroeger invallen van de duisternis, zodat wederom wat koelte kan worden genoten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Klimaat

Italiëreis 2018

Voordat nieuwe horizonten mij roepen (Utrecht! Freckenhorst!) wil ik mij de vakantie in Italië nog een keer herinneren, zodat zij niet ondergaat in de steeds sneller stromende rivier der vergetelheid. Enkele  hoogtepunten had ik al genoemd. Bezocht zijn Mantua en Padua, maar de eerste nacht heb ik doorgebracht in Stresa, waar ik afgesproken had mijn Australische vriend en reisgenoot op te pikken.
.
Met de trein naar Stresa, theoretisch lukt dat met de trein vanuit mijn woonplaats makkelijk in een dag. Ik had echter niet met de vernieuwingsdrang van de Deutsche Bahn gerekend. De lijn tussen Frankfurt en Kassel was grotendeels gesloten wegens werkzaamheden, de vroege trein vanuit Marburg zou op 25 juni niet rijden. Dat dwong me een dag tevoren naar Frankfurt te gaan en daar te overnachten. Onaangenaam, maar veel werd goedgemaakt door een avondeten in mijn geliefde Vietnamese restaurant, om de hoek bij waar ik vroeger woonde, dat nu echt knettergoed geworden is. En niks geen capsones daar; het blijft gewoon een buurtrestaurant en het heet Quán Văn, Schwarzburgstraße 74, voor als U eens in de buurt bent.
.
De treinreis was routine tot Bern, al rijd ik dat traject nooit. Daarna werd het mooi, tussen de Zwitserse bergen door, ondanks twee hele lange tunneltrajecten. De Exprestrein van Basel naar Milaan stopt ook in kleine Zwitserse stadjes als Visp en Brig: afgelegen, maar zwaar geïndustrialiseerde plaatsen. Dat verandert na de Italiaanse grens: die streek lijkt eerder armoedig. Vroeger kreeg je deze gebieden nauwelijks te zien, want er reden nachttreinen; van Brussel naar Milaan in ieder geval, misschien zelfs vanaf Amsterdam, dat weet ik niet meer.
.
Stresa was vanaf ± 1880 één van die oorden waar de fine fleur van Europa tot rust kwam, na wintermaanden van bals en ingespannen couponnetjes knippen. Langs de oever van het Lago Maggiore staan nog steeds joekels van Grand Hotels uit die tijd. Eén ervan is nog steeds op niveau. Het onze (Bristol) was afgezakt tot vier sterren, daar stopten nu ook bussen met reisgezelschappen. Maar het gaf toch een aardige indruk van het vroegere vakantieleven: ruime kamers, balkons met meerzicht, kostbare materialen, kroonluchters. Het indrukwekkendst waren de zwaar verzilverde olifanten en herten die vroeger de banketten moeten hebben opgesierd. Het meer blijft schitterend, vooral ook omdat er bijna op zwemafstand een paar leuke eilandjes in liggen.
.
Het stationnetje was wat vervallen, evenals de boemeltrein die door talloze treurige randgemeenten naar Milaan reed. Daar moest er worden overgestapt naar Mantua; ruim een uur wachten, en dat was niet prettig. Er was een scheidsmuur opgetrokken tussen de ruim twintig sporen en de grote hal, met heuse gates en veel politiecontrole. Deze hal is immers berucht om zijn zakkenrollers en bendes. U begrijpt: overwegend buitenlanders, uit landen als Sicilië en Calabrië. Koffietentjes en wachtkamers waren blijkbaar in die hal, en bij de sporen was vrijwel niets. De tsjoek tsjoek naar Mantua deed er een kleine twee uur over; kennelijk geen belangrijke verbinding. In Mantua een Bed&Breakfast, centraal gelegen, alles nieuw en high tech. Als zo vaak waren de haakjes en plankjes in de badkamer ten offer gevallen aan design; verder alles puik. Het ontbijt werd geserveerd door een academica uit de Punjab, wier man hier een mooie baan had gevonden. De vrees van mijn vriend dat hij op een continental breakfast zou moeten overleven werd niet bewaarheid. Ze strapazzeerde de eieren als de beste.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bahn, Eten, Europa, Reizen

Mottig verleden in Mantua

Giovanna d’Arco was de laatste telg van het grafelijk geslacht Arco. Toen zij in 1973 op 93-jarige leeftijd overleed bleek zij te hebben beschikt, dat haar paleis met de inrichting bewaard moest blijven en als museum moest worden opengesteld. Zo is het neoklassieke Palazzo d’Arco geconserveerd resp. gereconstrueerd in de laatste versie van 1784 (afb. 1). Het geheel werd in een stichting ondergebracht, die blijkbaar geld genoeg heeft voor restauratie en onderhoud.
.
Er kwamen zes mensen voor de verplichte rondleiding. Het eerste wat we te zien kregen waren twee aanzienlijk oudere, van buiten niet erg opvallende gebouwen, die achter in de tuin stonden. Prachtig daar was de zaal van de Dierenriem, daterend van ± 1515 (afb. 2); hét hoogtepunt van dit paleiscomplex. Omdat ik een Leeuw en volgende week jarig ben toon ik hieronder het fresco van mijn sterrenbeeld, met Diana en de verzamelde dieren (afb. 3), maar er waren er dus twaalf geweest; één was er kapot. Ze zijn van Giovanni Maria Falconetti, veel strenger dan die van Romano, maar in hun soort evengoed meesterwerken. Het andere gebouw bevatte het werkvertrek van een oude graaf die aan natuurlijke historie deed. Dat had geresulteerd in een  grote collectie vogelbeesten, fossielen, schedels en skeletten. Ieder exemplaar was afzonderlijk in inmiddels stoffig geworden plastic verpakt, waardoor het geheel wel een modern kunstwerk leek.
.
Vervolgens het hoofdgebouw. Zo’n paleis uit de late achttiende eeuw is natuurlijk niet te versmaden en het is goed dat het bewaard wordt, maar als je net een heleboel Renaissance hebt gezien is het toch een stap terug. Als eerste kwam de slaap- en sterfkamer van de gravin aan de beurt (afb. 4). Het voelde wat indiscreet, zo in deze kamer te worden gelaten. Veel ouder dan 1973: een wastafel met lampetkan, een monstrueuze kachel in de schoorsteen, een kleine radio-ontvanger op het nachtkastje. Naar verluidde was er in de kelder wel ergens een moderne badkamer ingericht, maar of de gravin die in haar laatste jaren had kunnen bereiken? Quasi-nonchalant slingerde er een dichtbundeltje rond van haar eigen hand. Aan de wanden hingen even vrome als afzichtelijke schilderijen.
.
Verder ruim twintig zalen en kamers (afb. 5) met die onzitbare stoelen en banken waarin het Europese verleden grossiert, met salontafels, speeltafels en guéridons, kastjes, kistjes, statuen en statuetten, vazen, enzovoort. Er waren mooie stukken bij maar, het klinkt misschien wat oneerbiedig: het was overwegend ouwe meuk uit de achttiende en negentiende eeuw. Misschien wordt je blik zo ondankbaar na een week hoogtepunten der Renaissance in Italië. Een eindeloze hoeveelheid wel oude, maar toch derderangse, vaak religieuze schilderijen aan de wanden, af en toe afgewisseld door iets van de tweede rang
. Veel ‘school van’, ‘copie van’ en ‘toegeschreven aan’. De centrale zaal vol met voorouders (afb. 6). De bibliotheek (afb. 7) was mooi en indrukwekkend, anderzijds toch al heel lang onpraktisch: wie leest er een tekst in een achttiende-eeuwse uitgave? De indruk van mottigheid werd versterkt doordat de gordijnen en de luiken naar goed Italiaans gebruik zo veel mogelijk gesloten waren; zonder twijfel om textiel en schilderijen voor het zonlicht te beschermen, maar ook uit gewoonte. Er zijn ook tegenwoordig vele Italianen die de hele zomer met dichte gordijnen in huis zitten.
.
Wel prachtige muziekinstrumenten (afb. 8), op één waarvan Mozart geoefend moet hebben, want die heeft hier overnacht toen hij in het schitterende Teatro Bibiena optrad, bij ons in de straat (afb. 9). Een leuke keuken met een stuk of vijftig puddingvormen (afb. 10).
.
In de grote zaal stonden twee achttiende-eeuwse draagstoelen (afb. 6, rechts in de hoek). Naar ons werd uitgelegd werden deze alleen binnenshuis gebruikt, om de trappen op en af te komen. Zo kan de oude gravin toch haar moderne badkamer hebben bereikt. Draagstoel 15? kg + gravin 70 kg (mager zal ze niet geweest zijn, ze hield immers van pudding): dat moet lukken met twee mannen, al zou het met vier gedistingeerder zijn. Wanneer zijn de laatste professionele draagstoeldragers ontslagen? Op het laatst zijn het misschien de kok en de chauffeur geweest die haar hebben rondgesjouwd.

 

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Kunst

Mantua: billen

Op de fresco’s in het Palazzo di Te zijn vele naakte lichamen te zien. Het kan aan mij liggen, maar ik meende daar een bijzondere belangstelling voor billen te ontwaren. Billen van vrouwen, mannen, paarden, goden, satyrs en kinderen: Federico Gonzaga was er blijkbaar dol op en zijn hofarchitect annex -schilder Giulio Romano moet deze belangstelling hebben gedeeld. Bij mythologische personen (afb. 1–2), bij zwemmende matrozen (afb. 3), vaak krijgen de billen een zekere nadruk, zeker ook die van de paarden van de zonnegod Helios en van deze zelf, waarbij ook de geslachtsdelen zichtbaar worden (afb. 4). De reis van de zonnewagen door de hemel maakte dit perspectief mogelijk.
.
Naakte lijven zijn het talrijkst in de zaal van Amor en Psyche (afb. 5). Ik keek mijn ogen uit (afb. 6). Daar is zowaar een stijve penis te zien (afb. 7). Een dame in push-up bh wordt benaderd door een opgewonden mannelijke … wat is het eigenlijk? Ah, de god Jupiter— geen mens, dus dan is het geen pornografie. De bisschop kon gerust zijn.
.
In deze zaal heeft keizer Karel V tot twee maal toe gegeten. Hij kwam in 1530 naar Mantua om de markies tot hertog te benoemen. Ter gelegenheid daarvan werd er onder andere een geweldig banket gegeven, waarbij de gehele adel was uitgenodigd. Maar blijkbaar wilde het protocol dat de keizer niet samen at met edellieden van mindere rang. Hij moest dus alleen eten, nou ja, met zijn personeel dan, en dat deed hij in de Amor en Psyche-zaal. Hij heeft zeer van de schilderingen genoten en is er daarna nog enkele malen naar terug gegaan.
.
Ook het algemene publiek heeft zijn belangstelling voor billen kond gedaan: in een reliëf dat laag genoeg zat om erbij te kunnen is een paar billen in de loop der eeuwen zo vaak aangeraakt dat ze ervan versleten zijn geraakt (afb. 8).

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Kunst

Mantua en Padua: paarden

In het Palazzo Te in Mantua is een zaal die gewijd is aan paardenschilderingen (afb. 1). Federico Gonzaga hield namelijk van paarden, hij fokte ze zelf en schonk graag vrienden en relaties een mooi dier uit zijn stoeterij. Enkele van zijn meest geliefde paarden liet hij door zijn hofschilder Giulio Romano in fresco’s op de wand portretteren (afb. 2–4). Ze zijn optisch naar voren gehaald, zodat het net lijkt of ze dichtbij ons zijn.
.
Zelf geen paardenmens zijnde heb ik toch een idee van hoe een paard eruit ziet. Die paarden van Romano lijken anatomisch niet helemaal te kloppen. Of laat ik me voorzichtiger uitdrukken: komen niet helemaal overeen met het idee ‘paard’ dat ik in mijn hoofd heb—want dat idee is bij mij eerder door afbeeldingen ontstaan dan door de omgang met echte paarden. Maar paarden hebben toch wat bolligere buiken? Op schilderingen door mindere kunstenaars klopt er nog minder van. Olifanten, kamelen en eenhoorns worden door die Renaissance-schilders ook niet goed getroffen, maar dat is hun te vergeven, want die beesten kregen ze vrijwel nooit te zien. Paarden wél; daar liepen er honderden van door de stad.
.
In Padua staat voor de kerk van de H. Antonius ‘het’ paard: dat van Gattamelata, in brons gegoten door Donatello in 1453 (afb.5). Dat paard is wél goed gelukt, erg goed zelfs. Het eerste behoorlijke bronzen paard sinds de Romeinse tijd. Het linker voorbeen rust op een (bronzen) steen, omdat Donatello blijkbaar nog niet in staat was, het been in de lucht te laten zweven. Dat zou een tijdje later wel lukken.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dieren, Europa, Kunst