Categorie archief: Universiteit

Technisch inzicht

De wasmachine deed het niet meer. Hij is al erg oud, dus het was wel te verwachten. Ik zat al in het internet te kijken naar aanbiedingen voor een nieuwe, toen ik ineens aan mijn studietijd in Egypte dacht. Daar wist men wel raad met weerspannige apparaten. Even krachtig heen en weer schudden, zo ging dat daar. En ja hoor, hij is nu weer vrolijk aan het brommen. Maar wie krijgt er tegenwoordig nog zo’n degelijke opleiding?

6 reacties

Opgeslagen onder Cairo, Universiteit

Weigering

Het verhaal over Uwe K.: Een nu vijfenzestigjarige man, verflodderd, nooit een behoorlijke baan gehad, bijstandstrekker. Dat had volgens een vroegere studiegenoot van hem, die mij het verhaal vertelde, niet zo hoeven te zijn. Uwe had rechten gestudeerd, had de studie voltooid, had al zijn tentamenbriefjes bij elkaar, de scriptie was ingeleverd en goedgekeurd. Het enige wat hij nog moest doen was zich aanmelden en bepaalde documenten naar het bureau van de universiteit brengen. Dat deed hij niet, heeft hij nooit gedaan, zodat hij ook niet kon afstuderen. Vervolgens werd hij postbode, kelner en nog zo wat dingen, maar nooit voor lang.

Zulke verhalen grijpen mij aan, omdat ze me herinneren aan me zelf — hoewel ik wel afgestudeerd ben, een baan had en nooit zo’n extreem geval ben geweest. Maar elementen van zelfsabotage waren er bij mij zeker ook.
Van de week zocht ik bepaalde belangrijke papieren, die nergens te vinden waren. Daarom besloot ik nu eindelijk die enorme hoop ongesorteerde papieren eens door te lopen, die al sinds mijn verhuizing uit Frankfort onaangeraakt in een hoek van de kast ligt. De papieren heb ik niet gevonden, maar wel een boek en een artikel van mijn hand, beide onvoltooid, beide bijna af en zo te zien helemaal niet slecht. Bij het boek was opvallend dat ik er twee of drie keer opnieuw aan was begonnen, wat telkens tot vrijwel hetzelfde resultaat had geleid.
Gauw weer weggeborgen die troep. De nabestaanden mogen het weggooien, t.z.t.

7 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk, Schrijven, Universiteit

Weer lesgeven

Omdat er een docent ziek was geworden ben ik gevraagd tot het eind van het semester enkele colleges te geven. Vier weken, twee colleges Klassiek Arabisch à twee uur, tweede- en vierdejaars. Docenten die dat nog kennen zijn intussen met een lantarentje te zoeken, vandaar.

Natuurlijk moest ik constateren dat de studenten weer minder kunnen dan vroeger. De neergang van de universiteiten gaat ononderbroken door. Arme kinders; sommige willen best wat leren, maar dan moeten ze naar Engeland ofzo. Twee gaan er inderdaad naar het SOAS in Londen; als ze slagen voor het toelatingsexamen tenminste. Bij ons krijgt iedereen natuurlijk wel een diploma.

Ik val in een programma dat die andere docent heeft opgesteld. Hij leest met de tweedejaars meteen klassieke poëzie. Dat vind ik mooi; zelf had ik dat nooit gedurfd, maar het heeft zin. Als ze de gedichten ook horen voordragen en eventueel uit hun hoofd leren bouwen ze een bezit op. En poëzie was altijd al het hoofddeel van de Arabische letterkunde.

Sommige van die studenten heb ik nog gehad toen ik nog vast werkte. Er zijn zeer goede bij, die indertijd met glans voor hun tentamens zijn geslaagd, en ik weet precies over welke stof. Maar opvallend is, dat nu die stof van toen af en toe ter sprake komt of zelfs toegepast moet worden ze zich die niet herinneren. Dat vind ik merkwaardig. Ik ben al oud en mijn geheugen loopt duidelijk achteruit; toch weet ik het meeste van vroeger nog, en zeker de vakkennis is nog paraat. Maar wat zíj alles in korte tijd al vergeten zijn, dat is ongelooflijk! En ik heb het nu over de beste studenten; de slechte komen sowieso geen Klassiek-Arabisch doen. Zou het komen door het lawaaiige, elektronische, gefragmenteerde leven dat zij leiden, waarin helemaal geen plaats meer is voor concentratie? À bas les portables!

En hoe gaat het met mij, nu ik als een hond ben die terugkeert naar zijn eigen braaksel? 1 Moe ja, duidelijk vermoeider dan vroeger na zo’n les. Ik ben ook merkbaar ouder geworden. En het heeft ook te maken met de betrekkelijke zinloosheid van het geheel, met het feit dat je steeds weer bij nul moet beginnen, omdat de basiskennis is weggezakt. Maar anderzijds ben ik ineens ook fitter. Ik voel me actief, voel de hartslag, de adrenaline en een zekere opwinding, en dat bevalt me wel. Alleen een schrijftafelleven leiden is toch wat weinig vitaal. Eigenlijk ben ik nu wel genoeg uitgerust.

NOOT
1. ‘Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel’: 2 Petrus 2:22; ook verkrijgbaar als hadith van de profeet, ككلب يعود الى قيئه.

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk, Universiteit

Tot tnut van talgemeen

Toen ik nog werkte heb ik nooit getwijfeld aan de zin van mijn bezigheden voor de maatschappij. Nu is dat minder geworden, maar af en toe zijn er toch nog dingen die ergens goed voor zijn. Deze week stond/staat op het program:

– Een opschrift op een Perzische zegelring uit 1680 ontcijferen, die in het Koninklijk Paleis te Stockholm ligt. Kon blijkbaar niemand in Zweden.

– Een soort fatwa uit koranverzen samenstellen voor een psychologe, die een Turks meisje in behandeling heeft dat van haar ouders te horen had gekregen dat ze naar de hel zou gaan als ze haar ouders niet gehoorzaamde. Die gehoorzaamheid hield ook seksueel geweld en incest in. Gelukkig blijkt God een stuk barmhartiger te zijn dan zijn aanhangers. Het ziet er eerder naar uit dat die ouders met een lang verblijf in de hel moeten rekenen. De eerder geraadpleegde moslims waren blijkbaar niet in staat die teksten bij elkaar te lezen.

– Een docent vervangen die in het ziekenhuis is opgenomen.

Zo is er altijd wel wat. Een constante vormen de kleine stukjes die ik in het internet en in een tijdschrift schrijf over oude Arabische en islamitische onderwerpen. Ik weet niet door wie en waar die dingen worden gelezen, maar ze bieden info die anders bljkbaar nergens te krijgen is. En in een kalm tempo vors ik nog wat.

Natuurlijk ga ik ook wel eens op vakantie. Vorige week nog; misschien schrijf ik daar nog wat over.

4 reacties

Opgeslagen onder Schrijven, Universiteit

Vorsen

Ik vors. Nee, niet zoals in : ‘Ik Vors, bij de gratie Gods koning van Prutsloot en onderhorigheden, enzovoort enzovoort.’ Denkt U veeleer aan het werkwoord vorsen, forschen, onderzoek doen.

Nauwelijks gepensioneerd zit ik aan een wetenschappelijk artikel te zwoegen. Het had vorige week af zullen zijn, en ook al de week daarvoor, en in januari, maar het is niet af. Het lijkt het nieuwe vliegveld van Berlijn wel, dat heel misschien in 2021 opengaat, na een jaarlijks offer van een of twee miljard. Het is ook als de oude Arabische Hel, het onderwerp van mijn studie. Telkens als je bijna gaar gegrilld bent krijg je een nieuw lichaam met een nieuwe huid en begint het opnieuw.

Wat is er fout gegaan? Nu ik oud en tot rust gekomen ben en er niemand meer met deadlines achter mij aan jaagt is dit de gelegenheid om eens te kijken waarom ik niet (of althans: nog niet) een groot onderzoeker geworden ben, met welke kwellingen ik mij telkens heb gesaboteerd. Het zit hem denk ik vooral in mijn zielsstructuur, daar zal niet veel meer aan te doen zijn. Himmelhoch jauchzend und zum Tode betrübt is het principe.

Een wisseling van twee houdingen. Eerst denk ik: een artikel over dit-of-dat? O ja, dat doe ik wel, ik heb al een, twee ideeën, ik ga eraan zitten en in een weekje is het klaar. Maar dat is het dan niet en dan komt het andere gevoel: dit kan ik niet, het is te moeilijk; zie je wel, het wordt nooit wat. Omdat onderzoek altijd iets is van de langere adem loop ik daar vaak in vast. En dan dat Engels, dat steeds moeizamer wordt omdat ik in Duitsland woon.

Meesurfend op een positieve golf heb ik al heel wat kleinere artikelen geschreven, voor kranten, tijdschriften en blogs. Met inhoud en lef, vaak ook fouten, maar die ziet toch bijna niemand. Erg prettig voor iemand als ik is de mogelijkheid van een blog of een bloek, waarin ik geheel vrijblijvend aan kleine dingen knutsel die ooit samengevoegd misschien iets groots worden. Daarin kunnen uit enthousiasme voortgekomen fouten stilzwijgend nog gecorrigeerd worden.

Die positieve stemming heeft mij ditmaal regelrecht in de negatieve geleid. Ten eerste kon ik allerlei teksten niet vinden (negatief), ten tweede was ik vergeten dat ik bepaalde dingen allang gedaan had (positief én negatief, omdat ik er net al opnieuw aan was begonnen). Een grote tegenslag (negatief) was dat ik moest merken dat ik vijftien bladzijden van de te behandelen oude tekst nog helemaal nooit gelezen had! Goed, dacht ik met mijn nieuwe gepensioneerde zelfvertrouwen van wat-doet-het-er-nog-toe: die lees ik dan morgen. Weer fout: het blijkt een erg taaie tekst te zijn met veel onbegrijpelijks erin; bovendien moest ik de tekst, alvorens hem te lezen, eerst nog vaststellen aan de hand van zes handschriften. Dat doe je echt niet in een dag, dat wéét je toch? Dit heeft me nu al twee weken gekost, twee weken waarin ik niets anders kon doen, omdat de dagen er van vroeg tot laat mee gevuld zijn.

Gaat onderzoek niet altijd zo tobberig? Nee hoor, je hebt recht-toe-recht-aners, elke-dag-een-ei-leggers en bulldozers ook; ze bestaan echt. Die produceren meerdelige werken, die de loop der geschiedenis veranderen. Niet dat ik ze lees, maar als naslagwerk zijn ze soms handig.

En waartoe dit alles, vraagt U? Dat is een vraag die me nooit zo bezig houdt. Vorsen is spannender dan alle andere bezigheden die ik ken of nog kan, leuker dan patience leggen; meer kan ik er niet van zeggen. Onderzoek over oude Arabische teksten lijkt minder zin te hebben dan ooit, nu de Russen voor de deur staan om Europa nog kapotter te maken. Maar dat mag de pret niet drukken. De waarde van onderzoek wordt altijd pas later en ergens anders geconstateerd, door onbekende mensen. Of niet.

Kom, aan de werktafel nu. Morgenavond kan het af zijn.

1 reactie

Opgeslagen onder Onzin, Persoonlijk, Universiteit

Uitstel der Middeleeuwen?

Nog even is er geld in Duitsland, weggezogen uit de rest van Europa. Minister Schäuble heeft verklaard dat Duitsland bijna 41 miljard aan de Eurocrisis heeft verdiend. Nu het land een beetje wakker is geworden kan daarmee het definitieve verval misschien nog een keer afgewend worden. Het verval in:

Spoorwegen. Van de spoorwegen is niet veel meer over. Vele lijnen zijn opgeheven; over de nog bestaande is het reizen vaak moeizaam. Het personeel is oud of ontslagen; voor jonge mensen is werken bij het spoor weinig aantrekkelijk.

Autowegen. De snelwegen hebben te kampen met slecht onderhouden wegdek, dat bij grote hitte soms spontaan openbarst. Het aantal doden dientengevolge is nog minder dan tien, dus daaraan zal nog niet veel worden gedaan. Met de bruggen is het erger. Vele Autobahnbruggen hadden al dertig jaar geleden onderhoudsbeurten gehad moeten hebben. Men heeft het laten versloffen. Nu krijgen ze een noodsanering en binnenkort moeten ze voor een deel geheel vernieuwd worden. Dat gaat voor nog meer vertraging zorgen, maar dan kan het systeem tenminste weer een tijdje mee. Op de minder belangrijke wegen moet er vaak langzaam gereden worden wegens kuilen en brokkelend asfalt. Sommige K- en L-wegen zijn helemaal gesloten.

Vliegen. De luchthaven van Berlijn is nog steeds niet klaar en komt misschien wel nooit klaar.

Waterwering. De enorme overstromingen in Oostduitsland zijn grotendeels te wijten aan zeer heftige regenval. Dat is de hand Gods, daar is niets aan te doen. Maar men had wel betere waterkeringen, opvangbekkens en sterkere dijken kunnen aanleggen; daarmee was tenminste een deel van de ellende en de miljardenschade voorkomen. Is niet gebeurd, hoewel het besef van de noodzakelijkheid al lang aanwezig was.

Onderwijs en wetenschap. De rottenis begint al op de basisschool. Het middelbare schooldiploma is niet veel meer waard. Als de jongelui op de universiteit belanden hebben ze weinig gelezen en kunnen ze vaak nog geen begrijpelijk Duits schrijven; Engels of iets anders zeker niet.
Bibliotheken gooien tegenwoordig systematisch boeken weg in plaats van ze te verzamelen en ter beschikking te stellen. Dat doe ik zelf overigens ook; ik gebruik nu electronische leesmogelijkheden. Maar hoe lang gaat dat goed? Het internet en de vrije toegang daartoe zijn zeer, zeer kwetsbaar.

Verval van de staat. Beieren ligt vaak wat dwars, maar een nieuwe Kleinstaaterei zoals vroeger is in Duitsland nog niet te vrezen. Wél in Europa; het zal erom spannen of dat land zich duurzaam zal kunnen verenigen.

Hunnen of Vandalen zijn niet meer nodig om het verval te bewerkstelligen. We doen het zelf, en laten bovendien alle ruimte aan alles kaalvretende internationale financiële sprinkhanen. Ook tegen hen is de verdediging maar mondjesmaat op gang gekomen. De mensen zijn moe en willen slagroomtaart. De minister van BuZa sprak al eens van spätrömische Dekadenz. Dan zijn de Middeleeuwen niet ver.

8 reacties

Opgeslagen onder De mens, Duitsland, Europa, Trein&tram, Universiteit

Te ruste

Nee, nee, gooi jezelf nou niet in de stress! Je taken zijn goed te overzien vandaag, er is voldoende tijd voor en vanavond heb je zelfs vrij, net als andere werknemers.

Zit meneer alweer te jakkeren en te stressen. En dat wil met pensioen …

4 reacties

Opgeslagen onder Pensioen, Persoonlijk, Universiteit

Hoger opgeleid 2

‘Twintig procent,’ zei mijn collega ongevraagd, ‘hoogstens twintig procent van de studenten stelt wat voor; de rest zou beter van de universiteit weg kunnen blijven.’ Ze is niet in mijn vak werkzaam, maar wel op een verwant gebied. Het treffende is, dat we dit onderwerp niet eerder besproken hadden en zij precies hetzelfde percentage in haar hoofd had als ik. Twintig procent. Onze grote en dure instituten zijn voornamelijk schijnvertoningen. Maar ze worden wel door iedereen gewild, ook door de geldgevers. De studenten zijn blij dat zij een of ander diploma krijgen, want zakken is er nauwelijks nog bij. Hun ouders, de belastingebetalers: idem. De docenten zijn blij dat zij dank zij de grote studentenaantallen een baan hebben. De overheid is tevreden dat er zoveel groei is, dat de statistieken er zo fraai uitzien, dat nu ook nieuwe groepen toegang krijgen tot de universiteit, dat alles zoveel beter is/lijkt dan in andere landen, enzovoort. Alleen het peil van de afgestudeerden stelt dus helaas weinig voor.

Aan het begin van mijn universitaire loopbaan was het percentage mislukkende studenten in mijn vak vijftig procent. Dat vond iedereen toen absurd veel, maar het werd gerechtvaardigd met de bijzondere moeilijkheid van het Arabisch. En toen werd er nog wél gezakt. Of beter nog: de ongeschikte studenten verdwenen snel vanzelf, al voordat er iets te zakken viel, zodat zij gauw iets konden gaan doen wat beter bij hen paste. Zo konden de goede studenten die bleven een redelijke opleiding krijgen. Zij krijgen nu te weinig, want het studieprogramma is afgestemd op de minder goede, die behoorlijk in de weg lopen. De slechte studenten  hangen jaren voor niets bij ons rond en verdoen hun tijd, al beseffen zij dat niet. Voorschrift uit de hoofdstad is immers: het programma moet studeerbaar zijn. (Alsof Arabisch óóit studeerbaar was!) Vandaar dat we nu arabisten afleveren die nauwelijks Arabisch kunnen lezen. De huidige situatie aan de universiteit heeft zeker bijgedragen tot het zg. ‘burn out syndroom’ dat ik vorig jaar had. Ik kon het werken niet meer als zinvol ervaren.

Het zou fijn zijn als Arabisch aan slechts twee of drie universiteiten in Duitsland gedoceerd werd, maar dan écht. De opheffingen van de andere instituten zou niet puur een bezuiniging zijn: nee, de blijvende instituten zouden wel beter moeten worden. Vooral zou er massief taalonderwijs van de modernste soort moeten worden gegeven, en dat is arbeidsintensief en dus duur. En de financiering zou onafhankelijk moeten zijn van de studentenaantallen, zodat de niet-getalenteerde studenten konden worden weggestuurd, net zoals dat bij de toneelschool en de hotelacademie het geval is.

Het bovenstaande geldt voor mijn vak en voor zeker nog een aantal alfa-vakken. Bij de medicijnen valt het hoop ik mee. Daar, en ook bij de natuur- en scheikunde en de technische vakken, sturen ze de slechte studenten nog wel weg. Het gevolg is dat daar vaak maar heel weinig studenten in zijn, veel te weinig. Maar gelukkig zijn er veel knappe en eerzuchtige koppen in verre landen, die geïmporteerd kunnen worden. Die mensen brengen vaak een beter middelbare-schooldiploma mee, en vooral: een taai doorzettingsvermogen en een arbeidsethos. Ze zijn nog niet aan chocola verslaafd. Die import lukt natuurlijk alleen zolang Duitsland nog geld heeft.

Er is een kansje dat het probleem van de te grote studentenaantallen zich vanzelf oplost, en wel door een kleine bureaucratische maatregel die eraan komt, althans bij ons.  Als er een nieuw studiereglement wordt ingevoerd zullen studenten tentamens waarvoor ze gezakt zijn niet meer eindeloos over mogen doen, maar nog slechts twee maal. Daarna moeten ze weg en moeten ze de hele studie staken. Nieuw is dat niet; ik meen dat dit al tien jaar geleden heeft rondgezongen. Maar ingevoerd was het nooit; er is een kansje dat het nu wel gebeurt. Misschien ook niet. Het is niet duidelijk of er een overtuiging, opzet of beleid achter deze verandering zit, of dat het een van die bureaucratische toevallen is waarvan het moderne leven aan elkaar hangt.

6 reacties

Opgeslagen onder Deutschland, Europa, Universiteit

Hoger opgeleid

Een van de mooiste weblogs die ik lees is dat van Johan de Witt, waarin hij lucht geeft aan zijn verbazing over Nederland.
Je kunt daar niet reageren, maar dat hoeft ook niet, want ik bewonder De Witts analyses zeer en ben het vrijwel altijd met hem eens. Nu zou ik toch eens willen reageren; niet eens op hem, maar naar aanleiding van een boek dat hij bespreekt en goed vindt: Mark Bovens en Anchrit Wille, De diplomademocratie. Misschien is dat boek inderdaad goed; ik ben niet in de gelegenheid het te lezen. Maar op één aspect wil ik ingaan. Het beschrijft de kloof die is ontstaan tussen het ‘volk’ en een geselecteerde elite, die het land bestuurt: ‘een steeds grotere groep geleerden en WO-afgestudeerden die het land bestuurt en een veel grotere groep minder opgeleide Nederlanders die er niet tussenkomt.’ […] ‘Maar de werkelijkheid is dat er in Nederland geleidelijk een meritocratie is ontstaan: opleidingsniveau is de allesbepalende factor voor deelname aan en invloed op de politiek.’

Inderdaad: Henk en Ingrid junior komen er niet meer tussen. De kloof is financieel niet meer te overbruggen, en ook ontbreekt het de universiteiten aan de infrastructuur die studenten als mens verder helpt. De communist Marcus Bakker verzuchtte indertijd: Nu de arbeiderskinderen eindelijk naar het gymnasium kunnen wordt het gymnasium opgeheven! Hetzelfde geldt inmiddels voor de universiteiten.
Echter, anders dan hun kinderen hadden Henk en Ingrid zélf, in de periode van pakweg 1965–2000, wel degelijk de kans om een middelbare school te doorlopen en een papiertje van een hogeschool of universiteit te halen. Maar hadden ze dan zin in social climbing? Het was beneden toch ook gezellig en okee; lekker onder mekaar en je moest het vooral niet hoog in de bol hebben. Wat hen zelf betreft is het dus hun eigen schuld; ze moeten achteraf niet mokken. Er bestond tot voor kort een stevige infrastructuur die het betreden van de hogere regionen mogelijk maakte.

Wat die bovenlaag betreft ben ik juist van mening dat de ‘hogere’ opleidingen niet meer hoog genoeg zijn. Zo’n Rutte bij voorbeeld, die heeft Geschiedenis gestudeerd. Het zou mij niet verbazen als hij allemaal negens en tienen had gehaald, en naar verluidt speelt hij ook piano. Maar het heeft niet geholpen: het ontbreekt hem kennelijk aan de brede algemene ontwikkeling en aan het ruime begrip van mens en wereld die hij in zijn baan zo nodig zou hebben. En bij andere politici is het nog veel erger. Universiteiten zijn fabrieken geworden, daar worden alleen nog maar roef-roef punten behaald met de lectuur van voorgekauwde stapels fotokopieën en pdf’s. Voor zelfstandig lezen is geen tijd, contact met een behoorlijke leermeester krijg je nauwelijks meer, en ook de verenigingen en organisaties voor studenten vervullen niet meer hun nuttige opvoedende taak.

De Italiaanse gaststudenten die ik hier soms krijg maken mij altijd weer enthousiast. Die lezen nog; niet alleen de verplichte stof, ook filosofie en literatuur uit alle eeuwen, ze grazen vrij en nieuwsgierig in wat de wereld te bieden heeft, ze gaan vanzelfsprekend naar het theater, en nog veel meer. Zo worden zij ‘hoger’ opgeleid. Zonder twijfel ligt dat aan de achterlijkheid van Italië: dat land is nog niet zo ver dat het alle kennis in hapklare, meetbare en economisch taxeerbare brokjes heeft gesneden, en het heeft geen twintig ‘onderwijshervormingen’ achter de rug.

In Nederland zie ik de volgende zwakten. Het domme volk is de weg naar boven via studie afgesneden. De meritocratie heeft te weinig merites, is te onontwikkeld om behoorlijk te regeren. De echte slimmerdjes lopen tijdig weg, zodat hun talenten niet aan het land ten goede komen (Nee, ik bedoel niet mijzelf, haha. Ik ben geen echt slimmerdje en mijn emigratie was erg laat en puur toeval).

4 reacties

Opgeslagen onder Nederland, Universiteit

Platgehuldigd

Wat word je moe van zo’n huldiging. Moest nog in allerijl een nieuw overhemd kopen, omdat de oude niet meer dicht konden. Maar het was een rijke dag; erg goed voor het ego.

Gisteren uitgeslapen en geluierd. Gelukkig regende het, zodat ik lekker met een goede vriendin, die nog wat na was gebleven, thuis bij de haard kon blijven zitten. Zij kookte, dat was heel rustgevend en lekker. Vandaag regent het niet zo, maar het is wel erg koud. Beetje krantje lezen en CD luisteren dan maar. Morgen weer werken.

De volgende huldiging zal zijn als ik honderd word. Dan komt de burgemeester. En een journalist van de Oberhessische Presse, die zal vragen hoe ik zo oud geworden ben en of ik het nog eens over zou willen doen. Ik zal maar een lichte dementie voorwenden om dat soort onzinvragen niet te hoeven beantwoorden.

4 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk, Universiteit