Categorie archief: Taal

De witte kip

De Zwarte Kip ken ik wel, dat was vroeger, of is misschien nog steeds, een merk advocaat. Ik kocht dat spul nooit, maar ik zag wel overal de reclames ervoor. Nu lees ik echter in de Volkskrant: ‘Hen is wit, non-binair, heeft geen ervaring’ … enz. Gaat het hier over een witte kip? Nee, ‘hen’ verwijst kennelijk naar de gekozen en weer afgedankte vertaalster van het gedicht van Gorman die in de vorige zin genoemd werd, en die is blank, wat blijkbaar een probleem was. Ik zou dus zeggen: ‘Zij is blank,’ maar dat is niet meer modern. Wat non-binair is weet ik ook niet. Iets met computers? Ik doe niet meer mee hoor, met dat Nederlands. Maar ja, ik loop dan ook al tegen de negentig.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nederland, Taal

Gebeuren

Dat is nu al de derde keer vandaag, dat ik dit rotwoord lees: das Infektionsgeschehen. Bah! Het ‘besmettingsgebeuren’ zou dat in het Nederlands heten. Oh pardon, ik hoop niet dat ik u daar nu mee besmet heb.

2 reacties

Opgeslagen onder Taal

Mini-herinnering: Griekse conversatie

Grieks leerde ik in cursussen, in Amsterdam en Athene. Enig Grieks dan, want genoeg was het nooit. Met mijn vriendin en de kennissen daar sprak ik Engels: de gesprekken zouden onder mijn gestuntel te zeer geleden hebben. Een vaste, heel geduldige gesprekspartner had ik echter in de bewoner van het kerkje op de bergtop achter het huis. Dat waren stevige wandelingen, en touwtrekken moest ik ook nog: met de energieke hond Hektor, die ik niet los kon laten lopen omdat hij zo slecht was opgevoed. Boven aangekomen werd ik steeds verwelkomd door de monnik? priester? heremiet? ik weet niet hoe zo iemand heet, die daar alleen in het witte kerkje woonde en die graag met mij praatte. Hij serveerde dan een beker Nescafé. We praatten over van alles en nog wat; nooit over godsdienst.

Iemand anders die mij wat Grieks bijbracht was de dochter van de buren. Die vrouw was zwakbegaafd; ze woonde in een inrichting die gedreven werd door nonnen, maar bij bijzondere gelegenheden werd ze naar huis gehaald. Zo bij voorbeeld een keer met Pasen, een heel belangrijk feest in Griekenland. Ze had gemerkt dat mijn Grieks veel slechter was dan het hare en genoot er zichtbaar van, mij wat te kunnen leren. Ze kwam bij me zitten met een fotoboek vol religieuze kunst en begon mij de beginselen van het paasfeest uit te leggen, aan de hand van die afbeeldingen. Kruisiging, kruisafneming, graflegging, dat soort woorden. Stávrosi, apokathílosi, sommige weet ik nog steeds. Langzaam en indringend bracht ze mij die woorden bij en wees daarbij op de plaatjes, waarschijnlijk net zo als zij ze een week tevoren bij de nonnen geleerd had. 

2 reacties

Opgeslagen onder Griekenland, Kunst, Taal

Handig Duits

In Nederland wordt heel veel gesproken over vaccinatie en niet of maar weinig geprikt. Tot overmaat van ramp lijkt het Nederlands over dit onderwerp alleen maar omslachtig te kunnen praten.

Ik probeer even wat Nederlandse woorden naast de Duitse te zetten, waarbij ik moet toegeven dat het Nederlandse vocabulaire op dit gebied mij niet vertrouwd is, maar dat probeer ik hierdoor juist een beetje op te krikken. Veel van die begrippen ben ik nog nooit tegengekomen; soms verzin ik maar een woord, zonder te weten of dat in Nederland net zo verzonnen is. Misschien kunt u even helpen?

impfen, impfte, geimpft  vaccineren, inenten ‘De dokter ent(te) mij vanochtend in’ bekt niet lekker. ‘De dokter inent(te) mij’ kan ook niet. ‘De dokter heeft mij ingeënt’ kan wel.

Eine Impfung verabreichen een inenting geven, toedienen (?) Soms hoor ik ‘een injectie zetten,’ maar ik hoor ook Nederlandse stemmen die dat fout vinden.

Impfaufklärung: voorlichting over de vaccinatie
Impfausweis: vaccinatieboekje, inentingsbewijs, pokkenbriefje
Impfberatung: vaccinatieadvies of – advisering (?)
Impfberechtigt: vaccinatiegerechtigd, in aanmerking komend voor..
Impfbereit: bereid zich te laten inenten, of: klaar voor vaccinatie
Impfdaten: vaccinatiegegevens, -data
Impfdose: één portie vaccin
Impfgegner: viruswappie
Impfpass: vaccinatieboekje, inentingsbewijs, pokkenbriefje
Impfpflicht: vaccinatieplicht
Impfplan: vaccinatieplan
Impfling: te vaccineren óf juist ingeënte persoon
Impfquote: percentage der ingeënten, vaccinatiegraad(?)
Impfschwester: vaccinatrice? nee, verpleegster, die …
Impfskeptiker: viruswappie
Impfstoff: vaccin
Impfverweigerer: vaccinatieweigeraar, viruswappie
Impfwillig: persoon die graag ingeënt wil worden
Impfzentrum: vaccinatiecentrum
Impfzwang: vaccinatiedwang
Verimpfen: door inenten opgebruiken

Het Nederlands heeft een handige, multi-inzetbare term: viruswappie, synoniem: coronagekkie, maar meestal heeft het Duits minder woorden nodig. Impfling is heel mooi; in het Nederlands is daarvoor niet één woord, denk ik. Inenteling? prikkeling? vaccinandus? nee, dat gaat allemaal niet; er zal altijd een omschrijving nodig zijn. Let op: het meervoud is Impflinge, maar Impflingen bestaat ook. Dat is een dorpje in Rheinland-Pfalz.

1 reactie

Opgeslagen onder Gezondheid, Taal

Geleende taal: wat is dit hè?

ALs je iets ziet waarover je verbaast, een onbekend voorwerp, of een ding of een gedrag dat je op die plaats, op dat ogenblik niet verwacht, dan vraag je ‘Wat is dit?’ Je vraagt het aan je omgeving, of als er niemand anders in de buurt is, aan jezelf. Je kunt ook zeggen: ‘Wat is dit nou?’ De laatste ± vijftien jaar zeg ik echter: ‘Wat is dit, hè?’ Een beetje raar is dat, dat op het eind. Ik heb dat, zonder het te willen natuurlijk, overgenomen van een goede vriend. Waarom die dat altijd zo zei weet ik niet; misschien was het iets Indisch? Hoe dan ook, de vraag zit nu in deze vorm diep in mij. Op momenten van verwondering, wanneer ik deze zin zeg, floept het er gewoon uit en ik merk pas later dat ik dat rare weer gezegd heb.

Nog vreemder is dat in situaties waar een vloekwoord op zijn plaats is, mij spontaan het Zweedse woord Djävlar ontvalt: ‘Duivels!’ Er zijn misschien niet zo heel veel Zweden meer die dit als vloekwoord gebruiken, maar mijn vriendin E. deed het. In haar taal was het normaal en van daaruit is het ook in mijn taal geraakt. Als ik het nu zeg is het niet theatraal of gekunsteld, maar komt het echt van binnenuit. Laatst liet ik een schaal met salade vallen en riep uit de grond van mijn hart: Djävlar! Op zo’n moment denk je echt niet aan je woordkeus; toch komt er dan zo’n vreemd woord uit, en niet een veel royaler in mijn woordenschatkist aanwezig Nederlands woord.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Taal

Broodje ham

Amerikaans Engels is ook wel eens grappig. ‘The president can sue a ham sandwich’, zegt de plaatsvervangend gouverneur van Pennsylvania, John Fetterman. ‘But it’s not going to change anything.’

1 reactie

Opgeslagen onder Politiek, Taal

Grieks

‘Ach, kendet gij allen Grieks!’ galmde de predikant met stemverheffing de kerk in, mij aldus wekkend uit de halfslaap waaraan ik mij tijdens de preek meestal overgaf. Welk moeilijk woord hij vervolgens uitlegde weet ik niet meer. Misschien was het weer eens agape, wat ‘liefde’ betekent, een bij dominees zeer geliefd woord, dat volgens hen volstrekt geen betrekking had op de lichamelijke liefde. Later, tijdens mijn verblijf in Griekenland, bleek dit tenminste voor het Nieuwgrieks onjuist te zijn—gelukkig maar.

Zoudt gij inderdaad allen Grieks moeten kennen? Nee hoor, laat maar. Maar ik krijg tegenwoordig bij mijn onderzoeksproject te maken met Oudgriekse teksten, soms ook minder gangbare, waarvan geen vertaling bij de hand is, en moet dus wel wat Grieks kennen. En ziedaar het wonder: met een beetje porren in het geheugen en wat bladeren in een grammatica blijkt het nog, of weer, redelijk leesbaar te zijn. Dat heeft de volgende redenen: 1. Het móet nu, het is niet vrijblijvend meer. 2. Op het gymnasium (1958–64) heb ik grondig onderwijs in die taal gehad. 3. Door het oud worden is het geheugen veranderd: wat tientallen jaren vergeten was, komt nu vanzelf weer boven drijven. 4. De jaren dat ik probeerde Nieuwgrieks te leren (1991–95) hebben geholpen, ook het Oudgrieks weer toegankelijker te maken. Tsjonge, wat heb ik daar toen mijn best op gedaan, zonder dat het ooit tot werkelijke beheersing leidde. Een lastige taal, dat Nieuwgrieks; maar Oudgrieks is nog veel ingewikkelder, en dat zou ik als scholier wel beheerst hebben? 

Dat Grieks op school was een rare fictie: we kúnnen het bijna niet gekend hebben, maar toch … Op het eindexamen moesten we een willekeurig stuk Homerus lezen en vertalen, zonder een woordenboek te mogen gebruiken. Dat betekende dat we de hele woordenschat van Homerus moesten kennen, en die week nogal af van het ‘gewone’ Attische Grieks. In de praktijk was er een goed hulpmiddel: een frequentielijst van Homerus’ woordenschat. Als je daaruit de eerste paar honderd meest voorkomende woorden kende, kon je de rest misschien raden, of je wist ze helemaal niet, maar een paar missers mocht je hebben. Enorm veel werk, maar in die tijd was er nog tijd. Het is gelukt, hoewel ik nogal een hekel had aan Homerus, er niets aan vond. Dat kwam omdat we toen ook onderwijs in het Hebreeuws kregen en ik vond de Psalmen veel betere poëzie: mooi leed, drama en introspectie. Plato en vooral de gezellige babbelkous Herodotus bevielen mij wél. Ik stelde mij Herodotus altijd als pijproker voor—historisch onmogelijk, maar wat zou het.

Hoe dan ook, voor mijn huidige project, en in het algemeen om de cultuuroverdracht in de oude tijd te begrijpen (van Grieks naar Arabisch, van Arabisch naar Latijn) komt het Grieks nu goed van pas. Een geschenk uit het verleden.

4 reacties

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Griekenland, Taal, Universiteit

Verkoopster overleeft!

Het nieuws had een op het eerste gezicht treurig berichtje: Mann würgt Bäckerei-Mitarbeiterin. Een negentienjarige beschonken man — is dat niet eerder een jongen?— verlangde in een bakkerswinkel het geld uit de kas; de verkoopster gaf het niet, waarop hij haar w… . Ik dacht werkelijk even dat ze er geweest was, maar nee, hier hebben we te doen met een uitgesproken ‘valse vriend’. Volgens Van Dale is wurgen inderdaad ‘door het dichtknijpen van de keel doen sterven.’ Maar in het Duits is dat erwürgen. Bij würgen wordt weliswaar de keel toegeknepen, maar niet met dodelijke afloop. De verkoopster was dan ook wel een beetje gewond, maar heeft de overval glansrijk overleefd, want er kwam een klant de winkel in, waarop de aanvaller vluchtte.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Taal

Verdrongen Oudheid: Syrisch

Hiernaast ziet u een stukje tekst in het Syrisch-Aramees, of kort gezegd: in het Syrisch  (Engels: Syriac). Dat is een Aramese taal en niet te verwarren met het Arabisch, dat tegenwoordig in Syrië wordt gesproken. Ook het schrift is niet Arabisch.
Ik heb die tekst zelf getypt op de computer, omstreeks 1990. Toen konden dat nog niet veel mensen. Nu zou ik het niet meer kunnen, en sterker nog, ik kan hem ook niet meer lezen. Wat er staat blijft dus een raadsel.
Ik was al ruim over de veertig toen ik Syrisch leerde, en dat zal een reden dat ik het vergeten ben. Bovendien vond ik Syrisch niet leuk. Onaangename schriftsoorten, een flodderige grammatica, lullige voegwoorden, talloze leenwoorden, kortom: een bastaard van een taal. Ik was immers de onverbiddelijke strengheid van het kunstmatige Klassiek-Arabisch gewend. Daar kwam in die tijd nog bij, zoals bij alle minder gangbare talen, dat de leermiddelen gebrekkig waren.
.
Minder gangbaar? In de Oudheid was Aramees zeker niet minder gangbaar. Het had een enorm verspreidingsgebied: in Palestina, Syrië, Irak en Noord-Arabië werd het gesproken, in delen van Iran was het een schrijftaal, soms ook in Egypte. De taal die gewoonlijk Aramees wordt genoemd, wordt met Hebreeuwse letters geschreven. De beroemdste spreker was Jezus, al hebben we maar een paar Aramese woorden van hem.1 Enkele delen van de Bijbel zijn in het Aramees geschreven, en verder veel joodse teksten: bijbelcommentaren en de beide Talmuds. Het Aramees wordt dus altijd wel bestudeerd. Het christelijke Syrisch, dat in principe dezelfde taal is, alleen met ander schrift geschreven, kwam wat later op, zo vanaf de tweede eeuw. Dat is goeddeels in vergetelheid geraakt en komt pas de laatste tijd in heel kleine kring weer te voorschijn. Er zijn nu ook wat betere leermiddelen.2 Ook Syrisch was zeer wijd verbreid, tot ver in Centraal-Azië en Zuid-India: er is een zeer grote literatuur in, die echter zelden gelezen wordt. Voor het ‘Westen’ maakt Syrisch deel uit van het grote veracht- en vergeet-program: het wordt niet meer van belang geacht, de boeken staan te verstoffen in bibliotheken.
.
Voor de studie van de Late Oudheid is het Syrisch echter onontbeerlijk. Ik meende het destijds te moeten leren vanwege mijn studie van de vroege Islam. Dat er bij mij toen niet veel van terecht kwam doet aan die noodzaak niet af. De islam ontstond immers in een Syrische omgeving, en die kan niet straffeloos verwaarloosd worden. Geen koranstudie, geen studie van het leven van de Profeet zonder Syrisch!
Ook is Syrisch van belang voor de wetenschapsgeschiedenis. Filosofische en wetenschappelijke teksten uit de Griekse Oudheid werden in het Syrisch vertaald, en van daaruit weer in het Arabisch, waar zij aan een stormachtige nieuwe omloop begonnen.
En verder is Syrisch gewoon om te lezen. Ik had vroeger geen zin in al die kerkelijke teksten, maar onder de enorme hoeveelheid boeken zijn er ook andere, die wel prettige lectuur vormen. Bij voorbeeld de reisverslagen van monniken die door Centraal-Azië reisden. (Overigens is het Mongoolse schrift ook Syrisch, maar dan op zijn kant gezet.)
.
Oudheidkunde3 zonder Syrisch gaat dus eigenlijk niet. Vroeger dacht ik altijd: als machines ons werk overnemen blijft er meer tijd voor studie, maar het omgekeerde blijkt het geval. Gelukkig zijn er nog gepensioneerden die iets kunnen doen. Als hun geheugen niet te zwak is.

NOTEN
1. Eloi Eloi lama sabachtani, effatha en talita kumi.
2. Een mooi boek over het Aramees, met een flink hoofdstuk over het Syrisch, is Holger Gzella, De eerste wereldtaal. De geschiedenis van het Aramees, Amsterdam (Athenaeum) 2017.
3. Voor mij houdt de Oudheid nogal laat op. Daarover later misschien eens.

(De volgende afbeelding hoort bij Reactie nr. 4)

450px-SyriacJohn.svg

5 reacties

Opgeslagen onder Geschiedschrijving, Onderwijs, Orient, Persoonlijk, Taal

Snelvertalen

Tijdens een boswandeling stond ik even stil om een bordje te lezen dat op een open plek was opgesteld. Het ging over modern bosbeheer. Ik begreep de tekst geheel en vond hem redelijk interessant. Maar toen mijn gezelschap mij vroeg wat daar stond kon ik het maar moeizaam in het Duits zeggen. En ik had het toch net in het Duits gelezen en begrepen; waarom koos ik niet de woorden die daar stonden, maar moest ik ze als het ware opnieuw uitvinden?
.
Blijkbaar is het zo, dat ik zo’n tekst bliksemsnel in het Nederlands vertaal. Om dat te kunnen ben ik nu werkelijk wel lang genoeg hier. Het gaat automatisch, en vervolgens wis ik het origineel uit mijn geheugen.
.
Of het altijd al zo was weet ik niet. Sinds Corona ga ik minder vaak met Duitsers om dan tevoren: ik zit veel alleen thuis en denk dan in het Nederlands. Als ik iets opschrijf voor mijn onderzoeksproject gaat de knop om en schrijf ik (slecht) Engels.

5 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Nederland, Taal