Categorie archief: Taal

Nuevx

De afdeling Spaans van de Nijmeegse universiteit zoekt een nieuwe collega: unx colega nuevx. Zoiets had ik nog niet eerder gezien. Het is blijkbaar de Spaanse manier om geslachtaanduidende woordvormen (un, una, nuevo, nueva) te vermijden. Lekker kort, maar moeilijk uit te spreken.

In het Duits zou dit zijn: eine neue Kollegin/einen neuen Kollegen, wat moeizaam is en de mogelijkheid van een derde of vierde geslacht uitsluit. Het Nederlands maakt het zich eerst gemakkelijk met een nieuwe collega, maar dan weer moeilijk met de toevoeging (m/v/x).

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Taal

Event-cultuur

Duitse binnensteden worden geteisterd door leegstand. De online-handel en Corona hebben de middenstand om zeep geholpen. Gerenommeerde, lang gevestigde winkels en restaurants moesten sluiten. Nu ze weer open mogen kunnen ze geen personeel krijgen, merken ze dat een groot deel van de klandizie wegblijft en na lang dapper standhouden met overheidssteun geven ze alsnog op. Er is minder geld onder de mensen, en de prijzen zijn gestegen.

Ook Frankfort is getroffen. Zelfs de peperdure Goethestraße, een straat vol dure juweliers en modezaken, biedt een treurige aanblik. De Russen komen niet meer, de Arabieren gaan liever naar Zuid-Duitsland of Oostenrijk en de Chinezen zitten in lockdown. Wie wil er nog een must kopen bij Cartier, of een Rolex, of nog iets duurders? Het stadsbestuur ziet in dat de oude toestand niet meer terug zal komen en probeert alternatieven te vinden voor de vroeger zo levendige binnenstad. Dat moet weer een plaats van ontmoeting worden, met een Event-Kultur. Street food festivals, rooftop bars, dat soort dingen.

Igitt! Je kunt beter de Amerikanen over de vloer hebben dan de Russen, maar dit klinkt wel erg troosteloos. Ik ben blij dat ik daar niet meer woon.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Economie/Wirtschaft, Einkaufen, Eten en drinken, Taal

Onwoord

In Duitsland wordt ieder jaar het lelijkste woord van het jaar gekozen, das Unwort des Jahres. Voor dit jaar stel ik voor: die Ampel, of die Ampelregierung

Als vreemdeling mag ik eigenlijk geen kritiek op het Duits hebben; het is immers niet mijn moedertaal. Maar dit woord ergert me zo dat ik het even van me af moet schrijven.

Ampel betekent stoplicht. Tegen die nuttige inrichting heb ik geen enkel bezwaar. Tegen de regering ben ik evenmin. Alleen het woord Ampel toepassen op de regering, dát vind ik ergerlijk. Of als men die Ampel zegt, terwijl men gewoon de regering bedoelt. ‘De maatregelen van de Ampel,’ ‘de Ampel heeft besloten …’ dat soort zinnen. Zelfs ministers nemen dit onwoord in de mond.

De benaming is ontstaan na de verkiezingen, toen er een nieuwe regering geformeerd moest worden. In zo’n periode goochelt men graag met kleuren. Een rood-groene regering hadden we al eens, een Duitslandcoalitie kwam ooit ter sprake, genoemd naar de Duitse vlag, te weten zwart ((ex-)christelijk), rood ((ex-)socialistisch) en geel (de geldpartij FDP). Ook is er gesproken over een Jamaica-coalitie en een Kenya-coalitie, naar de vlaggen van die landen, waarvan ik niet meer weet hoe die eruit zien. In Nederland worden de kleuren blijkbaar meteen door elkaar gehusseld, wat leidt tot paars, bruin en Rutte. 

Nu hebben we een coalitie van SDP, FDP en Groenen: rood, geel, groen. Daar was blijkbaar geen vlag bij, dus het beeld van een stoplicht doemde op. In het begin was dat misschien even leuk, maar nu de regering er een tijdje zit kun je haar gewoon weer de regering, of die Bundesregierung noemen. Al was het alleen al omdat een stoplicht voor de helft van de tijd stilstand betekent.

5 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Politiek, Taal

Snoepjesboeken

Er zijn van die boeken, die je achter elkaar uit leest, omdat ze zo lekker zijn. Geen hoogvliegers, maar degelijk geschreven met een spannende plot, humor, en op de achtergrond soms best nog wat ‘diepgang’. Unputdownable. Ik denk aan de werken van Graham Greene, Dorothy Sayers, John LeCarré en dergelijke.
Bij de zoveelste opruimronde in de boekenkasten kwamen er twee pockets van Michael Pearce uit de Mamur Zabt-reeks te voorschijn. Die moet ik dertig(?) jaar geleden al eens gelezen hebben, maar ik wist er niets meer van. Ik ben onmiddellijk met de herlezing begonnen en kon ze niet meer wegleggen. The Mamur Zabt and the Spoils of Egypt, en The Mamur Zabt and the men behind.
Deze detectiveboekjes zijn lang niet zo wereldberoemd geworden als die van bovengenoemde schrijvers, dus ze zullen wel minder grandioos zijn. Maar voor mij hebben ze een geweldige meerwaarde. Ze spelen zich namelijk af in het Egypte van 1908. De auteur kent Egypte van binnenuit, hij is in Sudan geboren, waarschijnlijk in Cairo op school geweest, later daar leraar geweest en hij weet steeds de juiste toon te treffen, niet alleen die van de Britse koloniale ambtenaren, maar ook van de gesprekken tussen studenten, waterdragers, ezeljongens, koetsiers, boeren en pasha’s. Zelf is hij van 1933, maar hij heeft heel grondig onderzoek gedaan naar de dagelijkse realiteit van dat oudere Cairo. Ook heeft hij zich vertrouwd gemaakt met de buitengewoon ingewikkelde politieke situatie. Egypte was officieel een deel van het Ottomaanse Rijk, maar had zich zelfstandig gemaakt. In werkelijkheid werd het echter geregeerd door de Britse Consul Generaal, die zetelde in de ‘Residence’, een marsepeinen gebouw aan de Nijloever, niet ver van de Britse soldaten in de Barracks, op de plek van het latere Nile Hilton Hotel. De ijzeren Lord Cromer had in 1907 het veld moeten ruimen; zijn opvolger Gorst was minder krachtdadig en kreeg te stellen met toenemend verzet tegen de Britten, maar ook met de vier rechtssystemen die in Egypte golden en de de facto juridische onkwetsbaarheid van buitenlanders. De Mamur Zabt (مأمور ضبط) was in dit geheel het hoofd van de Britse geheime politie, een Welshman die zich met zijn iets donkerdere huidskleur en perfecte kennis van goede manieren en van het Arabisch met groot gemak in alle kringen kon bewegen. Hij moest misdaden oplossen van o.a bommengooiers, corrupte pasha’s, slaven- en wapenhandelaren en van archeologen die en gros oudheden uit opgravingen naar het buitenland verkochten. De schurken kunnen zowel Egyptenaren als Europeanen zijn.
De plots zijn spannend, de taal is geraffineerd en bij ieder personage krijgt de goede verstaander ook inzicht in diens dubbele bodem: dingen en mensen zijn nooit wat zij schijnen. De oriëntatie is niet erg koloniaal.

Mag je eigenlijk wel ‘lekkere’ boeken lezen, romans, romannetjes? Die vraag zou ik persoonlijk nooit stellen, ik lees ze gewoon. Maar hij speelt een rol in bepaalde staten, religieuze gemeenschappen, vaak ook binnen een bepaalde familie, die de vraag met nee beantwoorden. Ze laten wel ruimte voor ‘nuttige lectuur’: studieboeken, handleidingen e.d., maar vinden het lezen van romans en romannetjes overbodige, vaak zelfs schadelijke onzin. Toen de roman in het negentiende-eeuwse Egypte werd geïntroduceerd kwam de vraag ook op, en er werd een bruikbaar antwoord op gevonden: ja, uit een goede roman kun je leren hoe goed en kwaad in elkaar zitten en jezelf met deze kennis voor de zonde behoeden.

Kunnen wij ook iets leren uit een roman(netje)? Jazeker wel, onder één voorwaarde: dat we er niet aan beginnen met de bedoeling er iets uit te leren. De drijfveer tot lezen moet het verlangen naar plezier zijn; anders werkt het niet. Het is mogelijk dat we binnenkort weer wat grondiger over deze vraag moeten nadenken: in verschillende, ook westerse landen zijn er weer aanzetten tot herinvoering van de censuur, verwijdering van boeken uit bibliotheken enzovoort.

In het geval van Pearce heb ik mijn historische kennis van Egypte en mijn inzicht in de ingewikkeldheid van menselijk handelen wat kunnen verstevigen, en bovendien mijn Engels opgefrist. De man beheerst die taal en speelt er mee in verschillende registers, terwijl mijn Engels hier in Duitsland steeds verder wegzakt. Maar vooral heb ik er heel lekkere uren mee gehad.

7 reacties

Opgeslagen onder Cairo, Fictie, Taal

Nieuw Nederlands

“Maar we kunnen niet ontkennen dat ze aanzienlijk duurder zijn dan chirurgische of stoffen maskers. Niet iedereen heeft die ruimte in diens portemonnee,” las ik ergens.

In mijn tijd zou je schrijven: ‘in zijn portemonnee’, er stilzwijgend vanuit gaand dat ‘iedereen’ ook een vrouw kon zijn. Daar namen vrouwen geen genoegen meer mee, dus het moest worden ‘zijn of haar portemonnee’. Blijkbaar werd dat te moeizaam gevonden; vandaar nu ‘diens’. Moest het dan niet ‘diens of dier’ zijn? Welnee, ‘dier’ is allang vergeten, net zoals ‘wier’ ook ‘wiens’ is geworden. Dit moderne ‘diens’ sluit blijkbaar meteen personen van nog weer andere geslachten in.

Daarentegen zijn vrouwelijke beroepsaanduidingen verdwenen. Vertaalster is vertaler geworden, advocate advocaat, historica historicus, fluitiste fluitist. Lastig als er op het visitekaartje of in het briefhoofd een naam staat die geen aanduiding geeft over het geslacht, bij voorbeeld bij Kim, Leslie of een onbekende buitenlandse naam. Bij die laatste kun je vaak in het internet uitvinden of het een man of een vrouw of nog iets anders betreft, maar het is toch weer werk. Anders kun je terugschrijven met alleen ‘Geachte,’.

Ik sta erbij en kijk ernaar.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nederland, Taal

Vertaling, nee: equivalent gezocht

De oude Arabische tekst waaraan ik werk staat vol met godsbewijzen. Daaronder is één soort waarin dankbaarheid wordt uitgedrukt voor de toestand zoals die is en dat het niet anders is. Stel bij voorbeeld, dat pompoenen of meloenen aan een hoge stam hadden gezeten, dan zouden ze door hun gewicht naar beneden vallen voordat ze tot rijpheid konden komen. Maar gelukkig heeft de Schepper het zo ingericht dat ze vlak boven de grond groeien, zodat ze niet zo’n smak maken en heel groot kunnen worden.

Dit doet mij denken aan een liedje van vroeger: ‘Ik ben zo blij, dat mijn neus van voren zit en niet opzij!’

Vraag aan u, vooral aan de kenners van het Engels: weet u een tekst of liedje met een vergelijkbare ‘boodschap’ in het Engels? Het gaat niet om een vertaling, maar om een liedjestekst die iedereen kent, of voor mijn part een spreekwoord. Als er zoiets bestaat tenminste.

3 reacties

Opgeslagen onder Literatur, Taal

Gepasteuriseerd?

Dat wordt lastig voor de Arabieren. Ook in het Nabije Oosten zullen wel booster-vaccinaties worden gegeven. Maar hoe zeg je ‘boosteren’ in het Arabisch? Voor de hand zou liggen bastara, passief deelwoord mubastar, ‘geboosterd’. Maar dat kan niet, want die woorden zijn al bezet: ze betekenen ‘pasteuriseren’ resp. ‘gepasteuriseerd’. Ze komen vaak voor: mubastar staat op talloze melkproducten. Een Arabisch werkwoord voor boosteren zal dus niet gevormd kunnen worden.

Dan moet het maar als vreemd woord blijven staan: būstir. Maar ḥaqn būstir bestaat al, met de betekenis: ‘skin booster’. Dat is blijkbaar een hyaluron-injectie waarmee de huid wordt verjongd, opgefrist. Te hopen is dat de verschillende boosters niet door elkaar gehaald gaan worden. Of misschien gaan ze het over een heel andere boeg gooien. Ik zag al deze woorden langskomen: ḥaqna thālitha ‘derde injectie’ en taṭʿīm muʿazziz ‘versterkende injectie’.

Weet je wat? Ze bekijken het maar, ik hoef me toch niet overal mee te bemoeien? Zelf word ik overigens vrijdag geboosterd; zo kwam ik erop.

6 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Taal

Vreemde namen

Het echtpaar uit Mainz dat het Biontech-Pfizer-vaccin heeft bedacht en gemaakt wordt momenteel uitvoerig voor de televisie gehuldigd. Het paar bestaat uit de heer Uğur Şahin en mevrouw Özlem Türeci. Dat zijn Turkse namen, die worden uitgesproken als (nu maar even op zijn Nederlands) Oehr Sjahin resp. Uzlem Turedji. Op de televisie zegt men echter Oeghoer Zahin en Utslem Tureki, of nog iets anders, en zo gaat het heel vaak in Duitsland. Ik heb een hekel aan dat eeuwige verbasteren. Iedereen heeft er toch recht op, dat zijn naam correct wordt uitgesproken? Bij namen uit heel onbekende landen, of namen met voor ons moeilijk uit te spreken klanken zal dat niet altijd lukken, maar bij gangbare talen moet het mogelijk zijn. Twintig jaar geleden werd ik nog wel eens opgebeld door de Hessische Rundfunk, die vroeg hoe een bepaalde Arabische of Indonesische personen- of plaatsnaam wordt uitgesproken. Dat hoorde je dan in de nieuwberichten terug, onder weglating van de moeilijkste klanken, maar met zoveel mogelijk goede medeklinkers en klinkers en de juiste klemtoon. Zo moet dat. Tegenwoordig kun je vreemde namen gewoon in het internet opvragen en uitgesproken horen, o.a. bij de webpagina Forvo. Dan moet je het alleen nog doen, en zeker bij zo’n bijzondere gelegenheid.

Een complicatie is echter dat de betreffende personen vaak al jaren geleden in Duitsland zijn ingeburgerd, dat in hun pas misschien wel Sahin staat, en dat de betrokkenen zich inmiddels uit berusting ook zo voorstellen. De letter ş was immers vroeger niet zo makkelijk te typen, en de ğ ook niet, en Duitsers uitleggen dat de s over de grens niet als z wordt uitgesproken is schier onmogelijk. Toch blijft het een kleine plicht van beleefdheid, iemand met zijn juiste naam aan te spreken. In hun eigen kring doen ze dat zonder twijfel ook.

2 reacties

Opgeslagen onder Taal

Analfabeten

6.200.000 analfabeten telt Duitsland; zoiets als 7.5% van de bevolking.1 Dat het er zoveel zijn wist ik niet. Dit officiële cijfer kwam langs in verband met de stagnerende vaccinaties. Een ex-analfabeet, die net lezen had geleerd, vertelde op de televisie dat veel analfabeten zich niet laten inenten omdat zij domweg de informatie niet kunnen lezen en de bureaucratische kant van de aanmelding niet aankunnen. De man verklaarde dat hij zelf nu weliswaar kon lezen en schrijven, maar het formulier dat hij moest invullen nog erg moeilijk vond.

Deze bevolkingsgroep zal dus op een andere manier aan de twee prikken moeten worden geholpen. Een andere geïnterviewde vertelde dat hij nog analfabeet was en dat een begripvolle, welgezinde arts hem tot de prik had begeleid. Maar dat zal niet zo vaak voorkomen. Er werd ook gemeld dat slechts 1% van de analfabeten een alfabetiseringscursus volgt. Terwijl er heel wat van zulke cursussen gratis worden aangeboden; misschien niet voor alle zes miljoen, maar toch voor een flink aantal mensen. Maar voordat ze zo’n cursus gaan volgen zouden ze zich eerst als analfabeet moeten outen, wat niet makkelijk is, en dan waarschijnlijk nog wat ambtelijke barrières moeten overwinnen.

Toen ik nog huiswerkhulp voor buitenlanders gaf kwamen er soms mensen die wel Arabisch konden schrijven, maar het Latijnse alfabet niet of nauwelijks machtig waren, laat staan de bizarre gruwelijkheden van de Duitse spelling begrepen. Ik heb toen diep nagedacht over een methode om die mensen lezen en schrijven in ons schrift bij te brengen en kwam tot de conclusie dat ik dat niet kon. Dat is werkelijk een vak voor specialisten; maar gelukkig zijn die er.

Waarom heeft de samenleving geen moeite gedaan om het analfabetisme te bestrijden? Het antwoord ligt voor de hand: omdat succesvolle burgers nu eenmaal weinig geven om hun minder bekwame medemens. Zo’n pandemie brengt echter aan het licht, dat het in het eigen belang van de burgers is, de analfabeten aan boord te halen. Zoals het ook in ons belang is, de bewoners van Afrika en Azië massaal in te enten. Alleen dit inzicht zal tot actie kunnen leiden, want dat mensen uit liefde of solidariteit iets willen doen voor het welzijn van anderen komt maar zelden voor. Handelen uit eigenbelang is al moeilijk genoeg.

1. Voor Nederland vond ik de volgende uitgesplitste cijfers: 1,5% van de bevolking is helemaal analfabeet en 7,9% is laaggeletterd ofwel functioneel analfabeet, d.w.z. niet in staat een langere tekst begrijpend te lezen. 

4 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Gezondheid, Huiswerkhulp, Onderwijs, Schrijven, Taal

Mini-herinneringen: tentamens buitenlanders

Toen ik nog les gaf moest ik natuurlijk ook tentamens afnemen en scripties beoordelen, en er waren enkele gevallen met buitenlanders waarbij mijn beoordeling voor de betrokkenen ernstige gevolgen kon krijgen. Dat kwam door een omstandigheid buiten mij om: de overheid gaf buitenlanders soms een tijdelijk visum, dat verlengd zou worden bij succesvolle studie, en anders niet. Zo werd ik soms ongewild de autoriteit die over het verblijf in Duitsland besliste, en daarmee over iemands hele levensloop. Maar wat moest ik doen? Een slecht tentamen is een slecht tentamen; natuurlijk mochten ze het overdoen, maar als het dan niet beter werd ging ik toch niet zeggen dat het allemaal in orde was?

Nog in Frankfort: Een Koerdische student uit Iran, die een tekst had ingeleverd die werkelijk volledig waardeloos was heb ik dus afgewezen. Woede en teleurstelling bij hem, maar ik voelde mij er zelf natuurlijk ook niet lekker bij. Deze jongen wist zich echter te redden: hij ging naar de theologische faculteit en daar werd zijn scriptie met open armen ontvangen. Hij gered, ik verbaasd en een beetje kwaad. Hij heeft me nog jaren vuil aangekeken als ik hem in de stad tegenkwam.

Van een Georgische studente, die zeer sympathiek was en bij iedereen geliefd, werd ik nog treuriger. Ik had haar graag laten slagen, maar dat ging niet, tot twee keer toe was het echt onvoldoende. Tranen, een moeilijk parket, want haar zieke moeder was ook in Duitsland, en dan zou zíj terug moeten naar Georgië? Maar zij werd door haar studiegenoten gered. Die hebben haar ondersteund, bijlessen gegeven en keihard met haar gewerkt, zodat zij de stof toch nog onder de knie kreeg en bij de derde keer zelfs een zeven behaalde. Dat was een opluchting, ook voor mij. Weer tranen, maar nu van vreugde. En de overvloedige dankbetuigingen van een smekeling die wordt verhoord. Nee, nee, die moest ik streng afwijzen: ze dankte haar slagen niet aan mij, maar aan haar harde werk en eventueel aan haar studiegenoten die haar geholpen hadden. Maar ik wilde nu best een glas Georgische wijn meedrinken.

Lastig was ook de beoordeling van scripties die door buitenlanders werden geschreven. Ik beoordeelde dan de inhoud, en niet het Duits waarin zij geschreven waren. Tenzij het Duits zo slecht was, dat er geen inhoud uit te distilleren viel. Als niet-Duitser die zelf geen perfect Duits schreef kon ik moeilijk anders. Maar wanneer iemand slecht Duits schreef en er dan ineens enkele perfecte zinnen opdoken, was even googelen meestal voldoende om te weten waaruit hij die had gecopieerd. Bij Duitse moedertaalsprekers beoordeelde ik overigens wél het Duits waarin ze geschreven waren, en dat schrijnde.

Ook moedertaalsprekers pleegden soms natuurlijk plagiaat met behulp van het internet, maar dan was het niet zo makkelijk ze daarbij te betrappen. Ongeveer twee jaar voor mijn pensionering werd ik mij bewust van de omvang van de plagiaat-problematiek. Als je het goed deed zou het nakijken van een scriptie voortaan veel tijdrovender worden, want dan moest je het geschrift helemaal op plagiaat gaan uitvlooien. Daar bestond wel behulpzame software voor, maar ik had er geen zin in en dacht: dat moet een volgende generatie docenten maar opknappen. Ik ben er vrijwel zeker van dat ze dat niet gedaan hebben.

Het allertreurigste geval met een buitenlandse studente was in Marburg: een Afghaanse, die er ook niets van terecht bracht, maar ook nog op merkwaardige wijze bedrog pleegde. Bij een schriftelijk tentamen had ze enige zinnen opgeschreven die uit mijn eigen syllabus stamden, compleet met mijn kleine eigenaardigheden in stijl en de taalfoutjes die ik in het Duits nog altijd maakte. Letterlijk overgeschreven dus. Zelfs al zou ze heel goed geweest zijn in memoriseren—wat ze niet was—die kleine details had ze dan toch niet mee onthouden? Gezakt, baksteen, verwijt van bedrog, verweer. De afdeling juridische zaken erbij. Deze gaf te kennen dat ze heel goed begreep hoe het zat, maar dat er vooral geen schandaal van moest komen en of ik haar maar wilde laten slagen. De directeur van ons instituut dacht er net zo over, en dat was wat mij treurig stemde. Die vrouw was namelijk een vrome muslima, van top tot teen in doeken gehuld waarin natuurlijk makkelijk spiekbriefjes te verstoppen waren of zelfs hele syllabi, en wie zou haar gaan fouilleren? Het instituut was toen nog nieuw en streefde ernaar, een van de centra in Duitsland te worden waar moslims islamitische theologie konden studeren. Dan zou het erg ongelegen komen, meteen een vrome muslima af te wijzen, temeer daar de dame zeer luid klaagde en dreigde met haar broer, een brutale jongen die bij een radioprogramma voor buitenlanders werkte.

Met die studente liep het nog min of meer goed af. Ik heb haar toen voor dat tentamen natuurlijk een tien gegeven, die lol liet ik mij niet afnemen. Maar korte tijd later stond zij weer op de stoep: ze wilde het tentamen nog eens doen. Ze had zich tot God gewend, veel gebeden en begrepen dat ze fout geweest was, en nu had zij hard gewerkt en of ze het nog een keer mocht proberen. Dat mocht, en nu was het resultaat bevredigend. Daarna was ze ineens verdwenen; nooit meer iets van gehoord, wat ik helemaal niet erg vond.

De houding van onze directeur in deze affaire was mij zwaar tegengevallen. Gelukkig werd het om andere redenen niets met die islamitische theologie. Die belandde namelijk in Frankfurt, waar al een kern zat van twee door Turkije gefinancierde hoogleraren. Geen slechte lui, maar het gaat natuurlijk niet aan, zo’n studierichting vanuit het buitenland te laten financieren. Dat vond de minister aanvankelijk ook; maar op een dag, toen ze nog eens in haar portemonnee had gekeken, draaide ze om en liet de Turken in Frankfurt hun gang gaan. Ze doen het goed, op hun manier, maar ik wilde daar niets mee te maken hebben en was ook blij dat Marburg ervan verschoond bleef.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Afghanistan, Arabisch, Duitsland, Godsdienst, Islam, Onderwijs, Studenten, Taal