Categorie archief: Taal

Computers als taalveranderaars

Iedere wat oudere geletterde Nederlander kent de buigings-e, al kent hij misschien de term niet. Je zegt en schrijft ‘een mooi huis’, maar ‘mooihuizen,’ ‘het mooihuis,’ ‘de mooihuizen’. Welnu, die in ‘mooie’, dat is de buigings-e. Als oude Nederlander kan ik daar geen fouten mee maken; hij zit ingebakken in mijn moedertaal. Misschien dat jongere mensen, die aan slecht onderwijs hebben blootgestaan, er wel fouten mee maken. Ook niet-moedertaalsprekers laten hem vaak weg.
.
Misschien gaat de buigings-verdwijnen, zoals ook de laatste rest van het woordgeslacht, het verschil tussen de- en het-woorden, aan het verdwijnen is. Ik heb er vrede mee: talen ontwikkelen zich nu eenmaal, en oude mensen mogen onder elkaar nog lekker hun gang gaan. Voor hen is het prettig dat ze, bij al hun stijfheid, tenminste nog iets kunnen buigen.
.
Waar ik echter geen vrede mee heb is dat de automatische spellingscorrectie in vele computerprogramma’s die e vaak weglaat. Toen ik voor het eerst merkte dat er in een tekst van mij een buigings-ontbrak dacht ik aan een typefout. Maar toen het vaak voorkwam begreep ik het: het is die schaamteloze corrector die alle buigings-e’s domweg schrapt; zelfs in déze tekst. In een behoorlijke tekstverwerker kun je die automatische spellingscorrectie uitschakelen, maar er zijn ettelijke programma’s, WordPress bij voorbeeld, waarin dat niet mogelijk is. En die betrap ik op het bliksemsnel weghalen van buigings-e’s die ik wel degelijk getypt had. Waar bemoeien ze zich mee? Zo zal die buigings-waarschijnlijk versneld uit het Nederlands gaan verdwijnen, zodat er weer een stukje duidelijkheid brengende redundantie naar de knoppen is.
.
Sprekers van allerlei pluimage mogen mijn taal veranderen, maar ik wil niet dat één of ander stompzinnig computerprogramma mijn taal verandert! Het terugcorrigeren van de op niets berustende vermoedens van die ellendedingen kost toch al zo veel tijd.

=====

De spelling van het Frans is al eeuwenlang prettig hetzelfde, zodat je weet waar je aan toe bent, maar zij verandert nu door de smartphone. Bij andere talen is dat ook het geval, omdat er afkortingen en hip of revolutionair bedoelde alternatieve spellingen worden gebruikt. Maar in het Frans komt er nog iets bij: de accenten (bijv. é, è of ê) zijn op een smartphone heel lastig te typen, dus die worden voortaan maar weggelaten. Het lijkt de zestiende eeuw wel! Het hele systeem van de gebruikelijke Franse spelling wordt ondermijnd door zo’n apparaatje. Défenestrez-le!

1 reactie

Opgeslagen onder Nederland, Taal

Russisch eitje

Bij de huiswerkhulp werkte ik deze week met een dame uit Afghanistan, die daar wiskundelerares was geweest. Haar moedertaal was Dari, een soort Perzisch. Ze had gestudeerd in de periode dat de Russen daar zaten (1979–89). Een beetje lastig natuurlijk: Russische bezetters, communisme; toch was het leven in Kabul toen blijkbaar veel normaler, ‘burgerlijker’ dan ooit nog daarna. Op de middelbare school had ze Russisch geleerd, en aan de universiteit had ze ook in het Russisch gestudeerd. Dat is niet zo bevreemdend: ik ken dat ook uit de Arabische wereld, waar allerlei moderne vakken vaak niet in het Arabisch worden gestudeerd, maar in het Engels of Frans. Duizend jaar geleden was Arabisch bij uitstek de taal om wiskunde in te studeren, maar die taal heeft de aansluiting aan moderne vakken niet overal meer terug gevonden. Zo is het blijkbaar ook met Dari.
.
De dame sprak een redelijk mondje Duits, maar beklaagde zich over de ongelooflijke ingewikkeldheid van de Duitse grammatica. Dat verwonderde mij zeer: hoewel ik zelf geen Russisch ken heb ik daar voldoende lang naar gekeken om te weten, dat de Russische grammatica heel wat ingewikkelder is dan de Duitse. We spraken er wat langer over: Russisch had ze in een vloek en een zucht geleerd, vertelde ze, helemaal niet moeilijk, terwijl Duits … dat was echt tobben.
.
Hoe kan dat? Voor jonge mensen is het altijd makkelijker een taal te leren. Als ik alleen al denk aan de vanzelfsprekendheid waarmee ik op school Duits geleerd heb, dat was echt een eitje. Dat zou ik nu waarschijnlijk niet meer kunnen.
Nog belangrijker is waarschijnlijk het perspectief waarmee men een taal leert. Als zo’n vreemde taal de enige mogelijkheid is om het ‘verder te brengen’, dan leer je die, hoe dan ook. Als je een buitenlandse partner hebt, of een religie met een heilige schrift in een vreemde taal, is de motivatie al veel minder sterk. En als je onverwacht in een land terecht komt waar je eigenlijk niet wezen wilt, zoals bij vele vluchtelingen het geval is, dan heb je ook geen zin in die taal. Tenzij je na de eerste schrik de mogelijkheid ziet en de wens koestert daar te blijven, dan ga je er je best op doen. Of toch weer minder wanneer de mogelijkheden in het nieuwe land tegenvallen, of als je geacht wordt na een poosje weer op te donderen.
.
In Griekenland volgde ik een cursus Grieks voor gevorderden. De meeste klanten daar zouden het nooit leren. Ik wel, waarschijnlijk, want ik had al veel ervaring met vreemde talen, maar ik vond Grieks ook echt moeilijk. Op die cursus leerde ik een arts kennen uit Georgië. Het was in 1993 geloof ik, een tijd dat het hommeles was in Georgië en Griekenland gastvrijheid bood aan Christenen uit de Kaukasus met (vermeende?) Griekse wortels. Deze vrouw had het Georgisch als moedertaal, had Russisch geleerd op school, wat zij ook nodig had voor haar studie in de medicijnen, en leerde nu Grieks. Alle drie ingewikkelde talen, die niet met elkaar verwant zijn. Maar ze werkte hard en ik denk dat ze het ging redden. Haar perspectief was een artsenpraktijk die haar was aangeboden in Komotiní—voor Grieken was dat ongeveer de buitenste duisternis, maar voor haar de redding. Zij had dus een perspectief, en ik denk dat het vroegere leren van een andere moeilijke taal het voor haar ook makkelijker maakte.
.
Mijn Afghaanse is getrouwd, ze heeft drie kinderen en haar man werkt. Misschien hoeft ze niet meer zo nodig.

2 reacties

Opgeslagen onder Ei, Europa, Griekenland, Huiswerkhulp, Taal

Afhaalchinees

Bij de huiswerkhulp zat ik ineens oog in oog met een van de koks van de kleine toko waar ik wel eens Chinees eten haal. Deze man van 28 kent al heel wat Duits, hij is ook al jaren in Duitsland. We hadden een gesprek over niet-persoonlijke, aangereikte gespreksonderwerpen, zoals reizen, vervoer en sport. Verder stonden op het program oefeningen met de trennbare Verben, hoe zouden die in het Nederlands heten? De ans brengt uitkomst: ‘scheidbare werkwoorden’. Nederlands is vaak makkelijker dan je denkt. Werkwoorden als ‘afhalen’ dus: ik haal … af, ik haal straks vijf maaltijden af, ik heb afgehaald, ik sta klaar om je af te halen. En dan in het Duits natuurlijk. Hij sloeg zich daar met bravoure doorheen.
.
Er was alleen één dingetje: hij was vrijwel niet te verstaan! Zijn uitspraak was een ramp, en dat deed de positieve indruk weer teniet. Ik zet mij daar wel overheen, maar als ik mij voorstel hoe hij een gesprek probeert aan te knopen met willekeurige mensen die hij ontmoet …, dat kan alleen tot wederzijdse frustratie leiden.
.
Hoe komt dat? Chinees als moedertaal hebben is beslist een handicap als je Duits wilt leren uitspreken, maar er zijn ook Chinezen die het wel kunnen of althans beter kunnen.
.
Het zal ook te maken met iemands persoonlijke aanleg. Ik ken een Braziliaanse arts die heel goed Duits kent, maar zo neuzelt dat het een kwelling is om naar hem te luisteren, en een Pakistaan wiens redelijk goede Duits in zijn uitspraak nauwelijks als zodanig te herkennen is. Terwijl er genoeg andere Brazilianen en Pakistanen rondlopen die wel degelijk goed Duits kunnen spreken.
.
Wat vermoedelijk ook een rol speelt is iemands ervaring bij het oppikken van de tweede taal: hoe hij daarin binnenkomt. Nemen we aan dat deze man al een paar jaar geleden door familieleden naar Duitsland is gehaald. Hij woont bij hen, werkt lange dagen met hen, spreekt altijd Chinees en leert de telwoorden plus nog twintig Duitse woorden in de typisch restaurantchinese foute uitspraak en verder niets. Hij is best nieuwsgierig en gaat ook wel eens naar de stad. Te voet, naar hij vertelde; bijna een uur lopen. Ik denk dat hij weinig geld heeft; hij weet precies wat een buskaartje kost. (Op de fiets durft hij hier niet; in China wel. Bij mij is dat juist omgekeerd.) Na één, twee jaar gaat hij een cursus Duits volgen, omdat hij begrijpt dat hij zonder die taal niet verder komt. Een mooi en dapper besluit! Maar die twee jaar ongericht gestuntel maken het moeilijker: er is dan heel veel af te leren.
.
Wat nu te doen aan die uitspraak? Die kun je leren, er is aan gewerkt, mij is wel eens een uitgebreid oefenprogramma over de Duitse uitspraak gedemonstreerd. Vele, vele uren akoestisch oefenmateriaal, perfect uitgekiend en in het internet gratis verkrijgbaar. Maar wie gaat dat gebruiken in zelfstudie? De meeste mensen zijn niet in staat zoiets zelfstandig aan te pakken en hebben bovendien andere dingen te doen. Het zou mij persoonlijk ook moeilijk vallen de discipline op te brengen voor al die eindeloze herhalingen. En wie is bereid zich te laten corrigeren door een computer? Te vrezen is dat zo’n programma alleen onder intensieve begeleiding te gebruiken is. Een maand opsluiten in een villa met een keur van geschoolde docenten, zoiets. Maar dat is in de praktijk natuurlijk niet te verwezenlijken voor een kok in een bescheiden eethuisje. Voor wie wel? Er is maar een heel klein publiek voor zoiets. Vermoedelijk is er zo’n programma op bij voorbeeld koningin Máxima losgelaten, om te voorkomen dat zij Nederlands met een sterk accent zou spreken.

1 reactie

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Taal

Ex-taal

Bij de huiswerkhulp Duits vraag ik altijd even wat de moedertaal is van de mensen met wie ik ga werken. Van de week had ik een man van een jaar of vijftig, die verklaarde Joegoslavisch als moedertaal te hebben. Een sympathiek, maar tragisch antwoord. Die taal bestaat namelijk niet meer. Misschien heeft hij wel nooit bestaan; heette het vroeger niet Servo-Kroatisch? De andere Joegoslaven moesten dan gewoon maar meebabbelen. Toen Joegoslavië nog bestond was er blijkbaar een streven naar een eenheidstaal, waaraan een einde kwam toen dat land uit elkaar viel. Nu zijn er daar, als ik goed geteld heb, zes talen, die kennelijk vastbesloten zijn uit elkaar te groeien. Dat is in helemaal niemands voordeel.
.
De misère is niet alleen van taalkundige aard. Ik heb wel enkele mensen gekend, die zich prima voelden als Joegoslaaf, maar door de verbrijzeling van dat land een identiteitsprobleem opgedrongen kregen. Denkt U bij voorbeeld aan ‘halfbloeden’: mensen met een Servische vader en een Kroatische moeder, of omgekeerd. Waar moeten die hun paspoort gaan verlengen, wat ‘zijn’ zij? Nog erger is het als je een islamitische naam hebt, omdat je moeder muslima was, maar je zelf Kroaat en dus katholiek bent, of religieus totaal onverschillig.
.
Doe het niet, Europa: val niet uit elkaar! Er komt niets dan ellende van.

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Huiswerkhulp, Taal

Vakantie-eiland

Daar was dat irriterende woord weer in de nieuwsberichten: Ferieninsel (vakantie-eiland). Bedoeld is Bali, waar juist de Gunung Agung op uitbarsten staat.

Bali heeft vier en een half miljoen inwoners, die daar leven en werken en nu door die vulkaan worden bedreigd. Dat er ook bezoekers van buiten komen is van secundair belang. Hoe zou U het vinden als er gesproken werd van de vakantiestad Amsterdam?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Taal

Lectuur voor de winter

De lucht is grauw en vochtig, de boombladeren zijn opgezogen; het wordt tijd me te installeren bij een knapperende radiator met een pot thee en goede boeken. Ik heb een stapeltje in huis gehaald, dat genoeg moet zijn tot kerst.
.
Judith Zeh, Unterleuten. Nederlandse vertaling: Ons soort mensen
Hiervan heb ik al een derde gelezen. Unterleuten is een treurig boerengat in de ex-DDR (maar U mag geloof ik stiekem aan Untermenschen denken), waar de agrarische Produktionsgenossenschaft weer in handen is gekomen van de vroegere grootgrondbezitter en waar op zoek naar rust, natuur en goedkope huizen ook enkele Wessi’s zijn neergestreken. De contacten van de nieuwkomers met de oude ingezetenen lopen maar stroef en nu er een bedrijf grote windmolens wil gaan neerzetten spitst de situatie zich toe … gauw verder lezen, het boek is vrijwel unputdownable. Zeh fileert genadeloos de gedragingen en overtuigingen van alle medespelers in deze bittere tragedie—ik neem tenminste aan dat het daarop uit zal draaien.
.
Holger Gzella, De eerste wereldtaal. De geschiedenis van het Aramees
Het is duidelijk dat dit boek veel mensen niet zal interessen. Mij wel, want het Aramees heeft naast het Arabisch gelegen. En ooit heb ik Bijbels Aramees en wat Syrisch-Aramees geleerd.
Het Aramees mag best eens onder de algemene aandacht worden gebracht: Het was meer dan duizend jaar lang een wereldtaal, van Egypte tot diep in Azië. Het kende belangrijke sprekers, zoals Jezus bij voorbeeld, en er zijn belangrijke boeken in geschreven, zoals het bijbelboek Daniël; misschien oorspronkelijk ook delen van het Nieuwe Testament? dat weet ik niet; joodse bijbelcommentaren, de Talmoed en bovendien een enorm uitgebreide christelijke literatuur in het Syrisch-Aramees, die vrijwel niemand meer leest, maar die toch van groot belang is voor de geschiedschrijving van bijv. de vroege Islam, van de wetenschap en van de kerk. En gewoon om lekker te lezen bij de radiator, bij voorbeeld de reisverslagen van Nestoriaanse monniken in Centraal-Azië.
Ik heb Gzella’s boek nog niet gelezen, maar er even aan geroken. Het is opmerkelijk toegankelijk geschreven en bovendien in het Nederlands, dat is heel wat waard. Het zou dus best een algemeen publiek kunnen vinden; ook voor mensen buiten het vak is het onderwerp interessant genoeg. De competentie van de auteur, de Leidse hoogleraar voor Hebreeuws en Aramees, wordt algemeen erkend. Dit boek bewijst tevens dat er Duitse geleerden bestaan die leesbaar kunnen schrijven.
.
Daniel Kehlmann, Tyll (nog niet vertaald)
Nog niet aan begonnen, maar heb er wel fiducie in, want Kehlmann had al eerder een goed boek: Die Vermessung der Welt. Dit boek speelt tijdens de Dertigjarige Oorlog. Tyll is geïnspireerd op Tijl Uilenspiegel, die blijkbaar de hele boel aan elkaar moet praten.
.
David Rijser, Een telkens nieuwe Oudheid. Of: Hoe Tiberius in New Jersey belandde.
Hierop kan ik me ook verkneukelen, want vroeger heb ik met veel plezier Rijsers stukken in NRC-Handelsblad gelezen. (Geloof het of niet: vroeger had Nederland kwaliteitskranten.) Het gaat om de receptie van de Oudheid in latere tijden, ook in onze tijd. Das Fortleben der Antike, zoals dat hier in Duitsland heet. Het interesseert me ook omdat ik zelf misschien eens wat wil schrijven over de rol van de Arabieren/Perzen bij dat Fortleben. Die rol is wel bekend, maar wordt nog te vaak verwaarloosd of zelfs doodgezwegen. Maakt ook Rijser zich daaraan ‘schuldig’? In het hoofdstuk over de Liebestod en de Hoofse Liefde valt dadelijk op, dat daar geen woord wordt vuilgemaakt aan de Arabieren, hoewel die deze zaken volgens mij hebben uitgevonden.
.
Elena Ferrante, De nieuwe achternaam
Het tweede deel van een vierdelige cyclus, de zog. ‘Napolitaanse romans’. Vergeleken met de bovengenoemde werken misschien een lichtgewicht, maar omdat ik het eerste deel van de cyclus al gelezen heb wil ik toch doorgaan. Hoekige en slijmerige karakters die je bijblijven, en een goede schildering van de samenleving in een Napolitaanse buitenwijk.

3 reacties

Opgeslagen onder Fictie, Literatur, Nabije Oosten, Taal

Slingerdriet

Die Baudet is nergens goed voor, integendeel; maar één ding moet je hem nageven: hij kan goed spraakgebruik creëren. Net als Marten Toonder en Gerard Reve. Maar die schiepen hun eigen nieuwe woorden, terwijl Baudet afgekloven begrippen, veelal uit het Nazi-jargon van de jaren dertig, het land in slingert. Verdunning, omvolking, cultuurmarxisme, dat soort woorden. De goegemeente pakt die woorden op, vraagt zich af of ze iets betekenen en zo ja wat, en probeert een standpunt te bepalen ten opzichte van de prediking eromheen. Dat gebeurt op zo’n grote schaal, dat die woorden onvermijdelijk in de volgende uitgave van Van Dale’s Groot woordenboek der Nederlandse taal terecht zullen komen, en dat was precies de bedoeling. Daar is niemand mee gediend. Tegen onzinwoorden helpt een minachtend lachje het best. Niet in de mond nemen die onwoorden.

3 reacties

Opgeslagen onder Nederland, Politiek, Taal

Huiswerkhulp: Gebiedende wijs

In het huiswerkklasje van afgelopen week moest ik ineens de gebiedende wijs uitleggen. Vaak komt het onderwerp geheel onverwacht en is de enige voorbereiding die ik heb een snelle blik in het hulpboek voor leraren—als ik de juiste bladzij op tijd kan vinden. Als ik het onderwerp beheers is er een moment van herkennen, en anders ben ik weer het slimme scholiertje van vroeger dat zijn huiswerk niet had gemaakt, maar ter plekke de schade nog probeerde te begrenzen door razensnel iets door te nemen. Eén leraar doorzag dat en prees mij soms: ‘Voor een improvisatie niet slecht, R…!’

Met de gebiedende wijs of Imperativ heb ik zelf altijd grote problemen gehad, hoewel ik al twintig jaar in Duitsland ben en daarvóór ook al Duits kende. Beleefde bevelen, zoals Setzen Sie sich! zijn niet moeilijk. Maar siehe,  sehe, lese, lies,sehet, siehet, isst, nimmt of nehme of nehmet? Ik denk dat ik in de loop der jaren veel fouten op dit gebied heb gemaakt. En omdat ik toch niet helemaal dom ben kwamen daarbij wel gevoelens van onbehagen op. Maar die leidden alleen maar tot vluchten in alternatieve constructies en niet tot een kort en zakelijk naslaan in een grammaticaboek, wat zeker tot de mogelijkheden had behoord. Gelukkig was ik nooit in een positie om veel bevelen uit te delen. Maar nu moest ik het uitleggen aan Syriërs, en twee oude onderwijsprincipes traden aan de dag.

  • De leraar is una hora doctior, één uur geleerder dan de leerlingen.
  • De leraar leert het meest van zijn eigen onderwijs.

Want hij blijkt nogal eenvoudig, die Duitse Imperativ, eigenlijk net zo eenvoudig als de Arabische. Je neemt de du-vorm van het praesens, dan schrap je du en de uitgang -st, en ziedaar.

Du trinkst –> Du trinkst –> Trink!
Du nimmst –> Du nimmst –> Nimm!

Bij het meervoud is het nog simpeler. De ihr-vorm en dan zonder ihr:

Ihr macht –> Ihr macht  –> Macht!
Ihr seht –> Ihr seht   –> Seht!

De lacune in mijn kennis dateert waarschijnlijk van een gemiste les op school, inmiddels ruim vijftig jaar geleden. Rare vormen als sehet zullen wel uit mijn omgang met oude teksten te verklaren zijn.

Nu heb ik het dus via mijn Syrische leerlingen geleerd. Ik denk dat ik voortaan eens wat vaker bevelen ga uitdelen. Omdat ik het kan.

3 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Huiswerkhulp, Taal

Talenknobbel

Wat ik als taaldocent altijd al vermoed had is nu wetenschappelijk bevestigd. Er bestaat zoiets als een talenknobbel: sommige mensen leren makkelijk vreemde talen, andere lukt het niet of slecht.

Wanneer de overheden daar kennis van nemen, over een jaar of twintig dus, zullen ze hun eis aan vluchtelingen en andere immigranten moeten laten vallen dat zij de taal van hun nieuwe moederland leren.

2 reacties

Opgeslagen onder Niks, Politiek, Taal, Vluchtelingen

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 4

Met twee prettige, behoorlijk gevorderde Iraniërs gewerkt. Mostafa, ± 35, gesprek aan de hand van een ansichtkaart van het eiland Juist, die een lerares aan de Lernwerkstatt had gestuurd. Eerst lezen, wat niet meeviel: een krullerig Duits handschrift van een oudere persoon. Dan de fotootjes analyseren; het was namelijk zo’n ‘Groeten uit …’ kaart waarop vier kleine fotootjes waren afgedrukt: strand, duinen, paardenkoets, vuurtoren, schelpen, hotels, strandstoelen. De uiteindelijke opdracht was aan de afzendster een antwoord terug te schrijven. Dat deed hij met verve; het Duits was niet helemaal in orde, maar hij ontwikkelde interessante gedachtegangen en beleefde zinnen en zag zelfs kans zich op discrete wijze zelf naar het eiland te laten uitnodigen. En die taalfouten kon ik dan leuk corrigeren.

Mohammed, 25, had ook Perzisch als moedertaal. Een handige jongen, zes maanden in Duitsland en al heel veel opgepikt. Zal wel gevlucht zijn omdat hij te libertijns was, want vertelde veel over parties met vriendinnen, hoe in Teheran aan wodka te komen, enzovoort. Ik vond het wel leuk hem te horen over zijn werk: duiker in de … eh, ik noem dat altijd Shatt al-Arab, het water tussen Iran en Irak, maar in Iran zal het beslist anders heten. Rommel uit de oorlog zoeken, er een magneet aan vastmaken en wegwezen, zodat het omhoog gehaald kan worden. Of ontploft. Het was gevaarlijk werk, en hij werd dan ook heel goed betaald, waardoor hij er een weelderige levensstijl op na kon houden, die hem in zijn toestand van vluchteling is ontvallen. Hunkert naar een werkvergunning voor geeft niet wat. De accusatief uitleggen was niet moeilijk, want het Perzisch heeft ook zo iets, maar de datief, hmm, dat gaat nog even duren. Met een probleem begonnen waarvoor ik nog geen oplossing weet: hij verwart de klanken u, o, ö, ü en ǝ. Duits is ook wel erg: het woord Wunsch bestaat, maar ook wünschen; het lijkt me normaal dat je dan in de war raakt. Ik ben niet voldoende onderlegd om dit probleem zelfstandig aan te pakken. Het herinnerde mij aan die Marokkaanse student in Nederland, die vertelde dat hij best eens een huurtje mee naar huis mocht nemen van zijn vader.

1 reactie

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Taal