Categorie archief: Zingen

Hard en zacht

Zangleraar Daniel heeft weer een nieuwe truc op me toegepast, met behulp van een Theraband. Dat is een reep Latex die ver uitgerekt kan worden; ook wel in gebruik bij fysiotherapie.
Het gaat zo: houd het ding met beide handen voor de borst, rek het ding een stukje uit en zeg bijv. ‘anders’. Dan een stukje verder en spreek: aaa. Rek het dan nog wat verder en zing aa-áá-aa. En zo verder met de andere klinkers.
Het idee is dat die band de krachten, die anders de keel toeknijpen afleidt. Op de keel wordt geen kracht meer uitgeoefend en de lucht kan ongehinderd uitstromen. Het maakt mijn stem helderder maar ook luider, zodat men hem ook achter in de zaal kan horen. En hij was al tamelijk luid. De leraar was aangenaam verrast over het resultaat en ik ook, maar ook verbaasd en een beetje verward.
.
In een van mijn koren kreeg ik juist de klacht, dat men mijn stem ‘er zo bovenuit hoorde’, terwijl toch eerder een onpersoonlijke, homogene koorklank gewenst was. In het begin begreep ik die klacht wel: als je nog niet mooi zingt kun je je maar beter stil houden, om de totale indruk niet te verstoren. Maar nu ik veel beter zing is kan dat de reden niet meer zijn. Ik ben gewoon te luid, vinden ze.
.
Daniel heeft me uitgelegd dat er twee verschillende opvattingen zijn: er zijn koren waar men een homogene, onpersoonlijke koorklank wenst en andere waarin de individuën graag gehoord worden. Daar komt nog bij dat er vaak weinig tenoren zijn, en die moeten dan dus met meer volume opboksen tegen de kuddes alten en sopranen.
.
Het kan dus vriezen en dooien. Ik kan me verheugen over de grotere luidheid, maar moet als volgende stap ook zachter leren zingen. Maar de hele tijd zacht zingen is zwaar werk; daar dreigt de boel toch weer toegeknepen te worden: het gevreesde säuseln. Een volgende opgave. Daniel heeft even gedemonstreerd hoe het allebei kan met dezelfde—bij hem geringe—lichamelijke spanning.
.
Luid zingen moet natuurlijk ook bij het zingen van liederen mogelijk zijn. De smart of woede van Schubert wil eruit gegooid worden, geschmettert, en vaak nog op een hoge g ook. De reeksen hoge g’s bij Monteverdi gaan nu overigens goed.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zingen

Carnavalsconcert 2020

Gisteren had Canticum Antiquum weer zijn jaarlijkse carnavalsconcert in het kasteel van Marburg. Madrigalen en dansen uit de zestiende en zeventiende eeuw. Buiten stormde en regende het, maar het gebouw stond als een rots, en op een rots. Binnen heerste soms een serene sfeer, soms werd er ook wilde dansmuziek ten gehore gebracht. Nou ja, wild voor die tijd dan. Ondanks het weer zat de zaal vol. Er stonden achtentwintig kortere stukjes op het programma, die samen een gelukkig etmaal besloegen: La giornata fortunata. In elf daarvan heb ik meegezongen. Het was als altijd een zware klus, maar de moeite waard. Dit keer droeg ik een rode maillot en een groene … eh, dinges, en een rood-groene muts met een veer, allemaal in de felle kleuren die vroeger nog niet bestonden. Het is carnaval tenslotte. Bijzonder was de begeleiding door een theorbe en een zink, instrumenten die men maar zelden te horen krijgt. Zink spelen is erg moeilijk en lichamelijk zwaar (bespeling op de wijze van een trompet), maar deze zinkenist kón het en kreeg een extra applaus.
Hier weer opnamen van de stukken uit Youtube, voor zover aanwezig, door professionals gezongen, en de lijst voor het archief. De Monteverdi’s vond ik weer het mooist, maar O sonno is ook niet te verachten, en Che fa; ach, ik kan wel aan de gang blijven.

– Cipriano de Rore (1516–1565), O sonno.
– Philippe de Monte (1521–1603), Splende la fredda luna   
– Adriano Banchieri (1568-1634), Ligustri e rose
– Claudio Monteverdi (1567-1643), Boek 2:1 Non si levav’ancor. Zie daarover reeds hier.
– Philippe de Monte, Al tuo vago pallore.
– Sigismondo d’India (1580–1629, Da che l’alba i poggi indora.
– Domenico Mazzocchi (1592–1665), Soli i colli beati.
– Luca Marenzio (1553–1599), Che fa oggi il mio sole.
– Antonio Brunelli (1577–1650), Balleto a 5 (vanaf @;@@).
– Claudio Monteverdi (1567-1643), Boek 4:19: Piagn’e sospira.
– Sigismondo d’India, Dov‘è dove gì quel sole che sparì en dit, zo ongeveer.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Marburg, Muziek, Zingen

Zanguitvoeringen 2019 (voor tarchief)

Het jaar 2019 is wat betreft de koorzang in openbare uitvoeringen nu afgelopen. De laatste tijd was het een beetje te veel; het leek soms wel werken! Nu heb ik dan ook een gevoel van vrijheid, maar wat ga ik daarmee doen? Toch weer hetzelfde als altijd, maar nu (minstens tot januari) zonder dwang en druk van vastgelegde data.
.
Wat er volgend jaar komt weet ik nog niet, maar in ieder geval Bach, de Hemelvaartscantate BWV 37, weer in Parijs; madrigalen van Monteverdi en andere Italianen; zes stukken op de tekst Tu es Petrus, die vorig jaar wegens ziekte niet door waren gegaan, en de Schöpfung van Haydn. Dat laatste bevalt me vooral daarom, omdat de dirigent van plan is de massale delen te laten zingen door alle zangers uit Marburg en Bad Homburg; de wat bescheidener stukken worden alleen door het koor uit Marburg gedaan, en de fijne hapjes door het kamerkoor uit Marburg, zodat iedereen aan zijn trekken komt.
=========================

In 2019 in de volgende stukken meegezongen:

– J.S. Bach (1685–1750), Cantate nr. 127: Herr Jesu Christ, wahr’ Mensch und Gott.
– Anton Bruckner (1824–96), Locus iste.
– Christoph Demantius (1567–1643), Psalm 116, geen opname.
Dat du min Leevsten büst, volkslied, Satz Hellmut Wormsbächer.
Down by the Salley gardens, Satz Uli Führe.
– Duruflé, Ubi caritas.
– Joh. Eccard (1553–1611), Christus lag in Todesbanden.
– Ex illustri nata prosapia, Motette 48 no. 123 uit Codex las Huelgas, ± 1325, (tot 0:50)
– Gabriel Fauré (1845–1924), Cantique de Jean Racine 3x.
– César Franck (1822–1890), Panis angelicus.
– Melchior Franck (1579–1639), Psalm 116.
– Heinrich Isaac (1450–1517), Salve sancta parens, a 6 voci.
– Duarte Lôbo (1565–1646), de eerste twee delen uit zijn Missa pro defunctis van 1626 a 8 voci, tot 6:00.
– Tobias Michael (1592–1657), Psalm 116. Geen opname.
– Monteverdi, Ave maris stella, Hymnus a 8 (1:11–1:21).
– W.A.Mozart, Ave verum KV 618 (2x).
– W.A.Mozart, Laudate dominum KV 339.
– W.A.Mozart, Requiem in D klein, KV 626 (4x!)
Och blomstren de dofta, volkslied.
– Håkan Parkman (1955–88), Take, o take those lips away.
– Sergei Rachmaninov, Bogorodĩtse Dẽvo, raduisya.
– Rutter, Gaelic Blessing, The Lord bless you and keep you, Christmas Lullaby, alle 2x.  Ik houd niet van Rutter, maar als Tutti-Schwein moet je zingen wat je in je trog krijgt.
– Camille Saint Saëns (1835–1921), Oratorio de Noël.
– Joh. Hermann Schein (1586–1630), Psalm 116.
– Heinrich Schütz (1585–1672), Deutsches Magnificat SWV 494, Psalm 116.
– Ignaz von Seyfried, Libera nos, geen opname.
– Audrey Snyder (1961–), Ubi Caritas.
– Thomas Tallis (1505–1585), If ye love me
en nog wat kerstgedoe.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zingen

Zingen en geld

Daniel wist het meteen: zo’n barokorkest kost € 5000 Euro, behoorlijke solisten zijn er vanaf € 1000, dus dat Mozart-Requiem in Alsfeld heeft minimaal € 9000 Euro gekost. De veertiende-eeuwse gewezen kloosterkerk was vol; hoeveel passen erin? Misschien 300 mensen. Gemiddeld toegangskaartje € 15, dat levert dus € 4500 op (Het zijn maar grove schattingen; ik heb geen werkelijk inzicht in de financiën). Er blijven dus een paar duizend Euro over. Er zijn elf sponsoren, bij voorbeeld een hotel (dat de kunstenaars misschien gratis, en de bezoekers voor geld zal herbergen), de plaatselijke Mercedesboer, het dagblad Oberhessische Presse, een spaarbank en nog wat middenstanders. Wat dan nog overblijft zal de gemeente wel bijpassen, die blij zal zijn met deze activiteit. Want in Alsfeld liegt der Hund begraben; kent U die uitdrukking? Het betekent: daar is niets te doen. Welnu, het overigens heel mooie stadje is een compleet hondenkerkhof en men doet zijn best om er toch nog iets van te maken.
Wat voor solisten heb je voor € 1000? Natuurlijk niet la Netrebko, maar blijkbaar wel de nog jonge, uitstekende en enthousiasmerende tenor Fabian Kelly. Hoewel, die is zo goed, die kan best wat meer kosten. (Let op die naam: dat wordt een grote.)
.
Ook in Marburg wordt wat verdiend met de zingerij. Donderdag zingt ons kamerkoor bij de kerstviering van de stad Marburg. Dat levert een financiële tegemoetkoming op voor het zangreisje naar Parijs met Hemelvaart. Het overgrote deel betalen we uit eigen zak. Vooruit, dan moeten er nog maar wat engeltjes door het luchtruim zweven. Je wordt er wel wat wee van, maar het is weinig werk en er is eten toe.
.
En waarom heeft het grote koor (zonder mij) van de zomer in Engeland gezongen, in Northampton of all places? Welnu, Marburg heeft zes partnersteden: Eisenach, Marburg in Slovenië, Northampton, Poitiers, Sfax en Hermannstadt in Roemenië. U voelt het al aan: voor de contacten met die partnersteden is er een potje, en de burgemeester is zielsgelukkig als er iemand bereid is om aan de partnerliefde gestalte te geven. Vandaar Northampton, vandaar in November 2020 een concert in Eisenach. Poitiers zou ook geen gek idee zijn overigens.
.
Op 5 september is het Wereldnatuurdag of zoiets. Onze slimme dirigent heeft natuurlijk al geregeld, dat wij dan Haydns Die Schöpfung gaan zingen, in de Stadthalle nog wel. Een bij uitstek toepasselijk en milieuvriendelijk werk, waarvoor dan ook best wat geld uit de stadskas van het o zo groene Marburg mag vloeien. Want daar moeten drie solisten bij en een orkest, met hoorns (natuurhoorns, neem ik aan), trompetten en pauken; dat kost wat. Vooral zuiver spelende trompettisten zijn duur, heb ik begrepen.
.
Rijk word je niet als amateurzanger. Het is al mooi als het net uit kan, en dan heeft toch iedereen plezier. Ook de stedelijke overheden, die dan kunnen zeggen dat zij veel aan cultuur doen en hun stad positiever op de kaart zetten; ook de Mercedesdealer, die zo kan bewijzen dat hij geen hork is.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Zingen

Moe en ontevreden

Zaterdag en zondag waren zware dagen: twee maal meegezongen in het Requiem van Mozart met nog wat werkjes eromheen, in Alsfeld en Marburg. In Alsfeld hebben we één flinke fout gemaakt; in Marburg liep alles prima. De uitvoeringen zelf waren wel fijn om te doen, al kostten die natuurlijk ook energie: anderhalf uur staan op een smal plankier, spanning en uiterste concentratie. Werkelijk belastend vond ik echter het gedoe eromheen: een uur heen en terug in de auto naar Alsfeld, al hoefde ik niet zelf te rijden, en vele uren staand zingen tijdens de generale repetitie. Dat moet staande, want de dirigent moet weten hoe het in de uiteindelijke opstelling klinkt en wij moeten daar ook aan wennen. Dan enige uren niks, want de solisten en het orkest moeten ook nog repeteren. Dat betekent zitten duimendraaien en kletsen in een roezemoezig rothok zonder koffie, afgewisseld met een stadswandelingetje. Alsfeld was uitgestorven; in Marburg hadden we eventueel naar een café kunnen lopen, maar het was zondagmiddag en dan zitten die zaken mudvol: Kaffee und Kuchen.
Kortom, ik was bekaf, maar vreemd genoeg heb ik daar maandag en dinsdag niet veel van gemerkt. Pas gisteren kwam de klap: ik was diep vermoeid, kwam nauwelijks meer vooruit op straat en moest nodig een uurtje gaan liggen—hoewel ik ’s nachts normaal had geslapen.
Een oorzaak van deze moeheid was ook een zekere ontevredenheid. Koorzang, zelfs als het goed gaat, levert mij niet genoeg zelfwaardering op, en die heb ik nodig om voort te kunnen. Vandaar dat ik mij als een gek heb gestort op mijn andere activiteit: het schrijven van stukjes. Ik heb de helft van een tekst over de vermeende ziekte van Mohammed geschreven en ziedaar: in plaats van nog vermoeider ben ik nu fitter, want tevredener. Tot ik daar dan ook weer genoeg van krijg; nu maar even verder met Schuberts Winterreise.
.
Ik heb tegenwoordig dus twee bezigheden: zingen en schrijven, en om happy te blijven moet ik pendelen van de ene naar de andere—zoals ik dat heel vroeger deed bij liefdespartners.

3 reacties

Opgeslagen onder Schrijven, Zingen

Alba

Niet die oude Spaanse hertogin, die nu trouwens dood is, maar een Italiaanse alba—of in het Duits Tagelied—van Monteverdi: Non si levav’ ancor.
.
Na het concert is voor het concert, en omdat het carnavalsconcert al in februari valt wordt er meteen deze week al geoefend op het nieuwe programma. Het klinkt prachtig, als het door vakmensen gezongen wordt. Nu wij nog. Ik schrik meteen al van de hoge a’s die erin voorkomen, waarvan er een zelfs lang wordt aangehouden en ook nog forte moet zijn. Maar we moeten niet tobben: in de het vorige lied van Monteverdi kwam een reeks hoge g’s voor, die ik toen helemaal niet kon en nu wel. Wie weet wat er nog gebeurt tot februari. Iedereen die er verstand van heeft zegt dat ik die a wel heb, maar uit hoogtevrees mijn keel dichtknijp.
.
Eerst maar eens het besluit genomen het een toon lager in te studeren: om de stem te sparen en niet gedeprimeerd te raken. Het is nog hoog genoeg. De ene expert vindt dat een goede strategie, de andere vindt het contraproductief. Nu ja, niemand hoeft het te weten.
Ik zie net dat bovengenoemde geluidsopname ook een toon lager staat. Misschien kunnen we deze uitgave gebruiken, of gaan dan de sopranen jammeren omdat het zo laag is?
.
Dan de uitspraak van het Italiaans oefenen. Daarin moet ik sterk zijn, want die malle Duitsers hebben soms heel eigen opvattingen over de uitspaak van Italiaans en Latijn, en ze laten zich maar zelden corrigeren. Uitspraken als zanctus en zolo: gruwelijk. In Italiaanse liederen worden heel veel lettergrepen aan elkaar geplakt: gli augelli al wordt dan bij voorbeeld in de partituur gl’augell’al, maar volgens velen worden er toch noch twee i’s tussen geplakt, zodat je dan lettergrepen als gliau of lial krijgt.
.
Vervolgens wil ik weten wat ik zing. Een alba dus: Twee gelieven hebben de nacht in innige omhelzing doorgebracht, en omdat ze niet getrouwd zijn moeten ze uit elkaar gaan voordat het licht wordt. Ach, wat komt die ochtend vroeg!
.
Het Italiaans is niet zo heel moeilijk, maar toch meer dan vierhonderd jaar oud, en de bijgeleverde vertaling deugt niet erg. Ik probeer een werkvertaling.
.
Non si levav’ ancor l’alba novella.
ne spiegavan le piume
gl’ augell’ al novo lume,
ma fiammeggiava l’amorosa stella,
quand’i duo vaghi e leggiadrett’ amanti,
ch’ una felice notte aggiuns’insieme,
com’acanto si volge in vari giri,
divise il novo raggio e i dolci pianti
nell’ accoglienz’ estreme
mescolavan con baci e con sospiri
mille ardenti pensier, mille desiri.
Mille voglie non paghe
in quelle luci vaghe,
scopria quest’alma innamorata e quella.

De nieuwe ochtend stond nog niet op,
de vogels spreidden hun veren nog niet
voor het nieuwe licht,
maar de ster van liefde vlamde nog,
toen de twee bekoorlijke, gracieuze geliefden,
vereend door een gelukkige nacht
als (een?) acanthus zich draaiend in allerlei windingen,
gescheiden werden door de nieuwe zonnestraal en de zoete
klachten in allerlaatste omarmingen
zich mengden met kussen en zuchten,
duizend gloeiende gedachten, duizend begeerten.
Duizend onvervulde wensen
ontdekt deze verliefde ziel
in die bekoorlijke ogen, en de andere evenzo.
.
Of is Acanthus de mythologische figuur? Maar die is toch niet bekend om zijn windingen? Ook syntactisch kom ik er niet helemaal uit. Het voelt net als vroeger, toen ik Arabische poëzie begon te lezen.
.
Het gedicht gaat nog verder, maar de rest slaan we blijkbaar over.
.
Nu het zingen zelf. Om te beginnen zing ik maar een paar keer mee met de geluidsopname.

NASCHRIFT 16 januari 2020: Een hoogleraar die gespecialiseerd is in oud Frans en Italiaans heeft gesproken. Die acanthus gaat eruit. De tekst moet luiden: Com’ a canto si volge in vari giri, en de vertaling is: Toen de eerste straal van de zon — die naast Venus in veranderlijke cirkelbanen draait — enz.

Lehti Paul had dus gelijk: ‘naast’ moet het zijn.

4 reacties

Opgeslagen onder Literatur, Zingen

Psalmgezang

Gisteren hadden we met ons koor voor oude muziek het jaarlijkse Geistliche Konzert. Dat is altijd in november. Met karnaval brengen we wereldse muziek.
We zongen zes toonzettingen van Psalm 116 van omstreeks 1600. Het ging redelijk goed, maar ik ben toch blij dat het voorbij is. Eigenlijk houd ik meer van repetities dan van uitvoeringen. Dit was wel bijzonder ingewikkelde muziek; maar ja, dat vond ik indertijd van Monteverdi ook. We willen misschien geen andere.
.
De volgende stukken stonden op het programma. Als altijd waar mogelijk een You Tube-opname erbij, die dus niet van ons is.
– Melchior Franck (1579–1639), Psalm 116.
– Heinrich Schütz (1585–1672), Psalm 116.
– Joh. Hermann Schein (1586–1630), Psalm 116.
– Een compositie uit de synagoge in het oorspronkelijke Hebreeuws, gezongen door de bassen. Geen opname.
– Christoph Demantius (1567–1643), Psalm 116. Geen opname.
– Tobias Michael (1592–1657), Psalm 116. Geen opname.
.
De tekst van de psalm in de Duitse vertaling van Luther:
Das ist mir lieb, daß der Herr meine Stimme und mein Flehen höret; das er sein Ohre zu mir neiget; darum will ich mein Leben lang ihn anrufen. Stricke des Todes hatten mich umfangen, und Angst der Höllen hatten mich troffen; ich kam in Jammer und Not. Aber ich rief an den Namen des Herren: O Herr, errette mein Seele! Der Herr ist gnädig und gerecht, und unser Gott ist barmherzig. Der Herr behütet die Einfältigen; wenn ich unterliege, so hilft er mir. Sei nun wieder zufrieden, meine Seele; denn der Herr tut dir Guts. Denn du hast meine Seele aus dem Tode gerissen, meine Augen von den Tränen, meinen Fuß vom Gleiten. Ich will wandeln vor dem Herrn im Lande der Lebendigen. Ich glaube, darum rede ich; ich werde aber sehr geplagt.  Ich sprach in meinem Zagen: Alle Menschen sind Lügner. Wie soll ich dem Herren vergelten alle seine Wohltat, die er an mir tut?
Ich will den heilsamen Kelch nehmen und des Herren Namen predigen. Ich will mein Gelübde dem Herren bezahlen vor allem seinem Volk. Der Tod seiner Heiligen ist wertgehalten vor dem Herren. O Herr, ich bin dein Knecht; ich bin dein Knecht, deiner Magd Sohn. Du hast meine Bande zerrissen. Dir will ich Dank opfern und des Herren Namen predigen. Ich will meine Gelübde dem Herren bezahlen vor allem seinem Volk, in den Höfen am Hause des Herren, in dir Jerusalem. Halleluja!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bijbel, Marburg, Muziek, Zingen

Van Leithammel tot stoorzender

Als er één schaap over de dam is volgen er meer, en dat eerste schaap is de Leithammel. In het Nederlands heet het belhamel, maar omdat niemand meer de schaapkundige betekenis van dat woord kent laat ik het maar in het Duits staan.
.
In een amateurkoor is er in iedere stemgroep een Leithammel; bij grotere koren meer dan één. Beroepszangers kunnen natuurlijk altijd zelfstandig op het juiste moment de juiste toon produceren, maar niet alle amateurs kunnen dat, of ze kunnen het wel maar voelen zich onzeker, of ze kunnen de weg niet meer terugvinden als ze één toon gemist hebben. Vandaar die Leithammel: daar kunnen de anderen zich aan optrekken.
.
Welnu, bij de tenoren in ons koor voor oude muziek vervulde Ilse die rol, maar die zingt tegenwoordig bij de alten, omdat er daar te weinig van waren. Haar opvolger H. was ook goed, maar die heeft van de zomer een ongeluk gehad. Daardoor heeft hij veel repetities gemist, maar niet alleen dat: het is in zijn hoofd ook niet helemaal in orde, hij is langzaam geworden, reageert soms vreemd, kan bepaalde dingen niet meer en met zingen zit hij er ook vaak naast. Dat is naar voor hem, maar ook voor ons, want verkeerd zingen heeft funeste gevolgen voor de andere zangers. Zelf ben ik heel wat zelfstandiger geworden het laatste jaar, maar de rol van leider en corrector tegen de klippen op kan ik nog niet vervullen. Het is echt moeilijk zuiver te zingen als de persoon naast je er een kwart toon naast zit of te vroeg is. H. zou dus maar beter (tijdelijk?) kunnen ophouden met zingen, maar wie vertelt hem dat? Dat is een van de moeilijkste opgaven voor een koorleider, en zeker bij zo’n oudgediende.

3 reacties

Opgeslagen onder Zingen

Grote tenoren

Gisteren had ik een koorrepetitie in Alsfeld, in een koor dat is samengesteld uit leden van het Alsfelder Konzertchor en enkele Marburgers. In totaal zaten daar negen tenoren. Daarvan waren er vier duidelijk langer dan 1.90 m. Deze distributie van lengte is vreemd en wordt nog vreemder wanneer men bedenkt dat mannen met een geringe lichaamslengte een grotere kans hebben een tenorstem in zich te bergen. Zo is mij tenminste verteld.
.
Het was overigens heerlijk daar. Ik krijg de kans, nogmaals mee te zingen in het Requiem van Mozart, in een duidelijk beter koor. Iedereen kent de noten, inzetten gaan nooit verkeerd, af en toe moet er nog wel aan de zuiverheid van de tonen gevijld worden maar eigenlijk kan er al snel tot de interpretatie worden overgegaan. Er zijn dan ook niet veel repetities meer nodig voor de uitvoeringen eind november. In Alsfeld én Marburg.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zingen

Kloosterzang

Een muziekstudieweek in een voormalig klooster achter de rug, of was het een werkvakantie, of was het een boot camp (zó de koorleider)? Aanvankelijk vond ik de drie makkelijke repertoirestukken die op het programma stonden wat mager, maar ik ging ervan uit dat de koorleider, die nieuw was, voorzichtig wilde beginnen en er nog wel wat bij zou doen. Dat deed hij ook, maar die stukken die we verder nog instudeerden waren ook niet van een zwaar kaliber. Toch bleek al spoedig dat deze week geen teleurstelling werd, integendeel, want Sebastian werkte intensief met ons aan heel eenvoudige, maar belangrijke zaken: ademhaling, inzetten die er meteen moeten zijn—de consonant iets te vroeg—, resonantieruimtes, druk wegnemen van keel en gezicht, zodat de klanken helder uit de strot konden stromen—en wat deed hij het goed! Zaken die op zangles natuurlijk ook behandeld worden, maar het is altijd goed het ook eens van een ander te horen, en hier was het heel veel tegelijk en samen met anderen. De koorleider, zelf zanger natuurlijk, heeft mij ‘aangeraakt’, muzikaal gesproken, zodat ik ineens een stuk verder kwam met mijn stem. Dat moet telkens opnieuw gebeuren, want morgen is alles weer als gisteren.
Het boot camp-achtige kwam omdat er veel te weinig tenoren waren. Ik kreeg allerlei taken toebedeeld: hier eens ingesprongen, daar een solootje, zwaar werk! Ik heb niet opgegeven: uit een mengsel van verantwoordelijkheidsgevoel (je kunt de mensen toch niet laten hangen?) en ijdelheid (ik zal ze eens wat laten horen!). De factor zenuwen werd daarbij steeds kleiner, al was het alleen al omdat daar geen tijd voor was.
.
De cursus vond plaats op een onwaarschijnlijk mooie plek: het schitterende barokklooster Schöntal, naast een dito prachtkerk. Stukken repeteren onder een rococoplafond is iets bijzonders en zingen in die kerk helemaal! Daar moest ik in mijn eentje Melchior Franck, Da pacem domine zingen, voordat het koor in kanon inviel. Natuurlijk eerst van te voren geprobeerd; zo’n gebouw boezemt immers groot respect in. Na een paar maal bevangen proberen had ik de vrijheid om ook mijn stem de vrijheid te geven. Het was maar een kort en niet moeilijk stukje en luid hoefde het niet: het gebouw vullen ging vanzelf, het gaf steun.
.
We logeerden in luxe-kloostercellen, vier meter hoog, met douche, WC en Wi-Fi. Boven de deur van cel 137 stond mijn naam in het Latijn, maar dat zal wellicht toeval geweest zijn.
Zaterdag te samen met de orkest-fractie een ’concert’ gegeven, min of meer onofficieel natuurlijk, want na een weekje samen zingen en spelen kun je zoiets niet serieus aanbieden; bovendien was er geen noemenswaardig dorp in de buurt, maar toch waren er meer dan honderd toehoorders en het was een prachtige ervaring.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zingen