Categorie archief: Zingen

Keelpijn

De laatste jaren ben ik maar zelden verkouden geweest. In de twee eerste Coronajaren helemaal niet; waarschijnlijk omdat ik van iedere infectiehaard ver bleef.

Verkouden met een beetje keelpijn, dat was vroeger nooit zo erg; je kon er gewoon mee doorlopen en tegen die vervelende pijn in je keel kon je een tijdje zuigen op een Potter’s Catarrh pastille, niet die kleine zwarte, maar de dikke rode. Maar sinds ik zing is een verkoudheid wel een tamelijke ramp, want dan kun je niet zingen. Begin maart 2019 moest ik mijn deelname aan een uitvoering opgeven, omdat ik keelpijn had. Later in dat jaar kon ik maar op het nippertje meedoen met het Requiem van Mozart omdat ik een keelpijn had gehad die nog niet helemaal weg was. De strategie was dat ik bij enkele zware, hoge passages gewoon mijn mond zou houden. De rest ging dan wel weer. Dat kon, omdat het koor groot was.

Nu ben ik weer verkouden, sinds gisteren, het eerste begin was er al eergisteren, en a.s. woensdag is het concert in Parijs, en donderdag repeteren we nog samen met de Fransen voor het vervolg. Omdat een verkoudheid meestal een week duurt is er een gerede kans dat ik woensdag weer in orde ben. Dat moet ook, want het betreft een kamerkoortje; behalve ik is er maar één andere tenor.

Drie maal keelpijn tijdens of kort voor een muziekuitvoering, en anders helemaal nooit; dat is toch verdacht, of niet? Het lijkt wel of het lichaam het erom doet. Er bestaan best ziektebeelden met een psychische oorsprong. Je wordt bij voorbeeld niet lekker als je iets onaangenaams moet doen: een vergadering, een etentje met vervelende mensen; zoiets komt voor. De ‘ziekte’ die je dan hebt is reëel, niet voorgelogen, maar hij komt voort uit tegenzin, waarop het lichaam wel een trucje paraat heeft.

Maar in dit geval is er geen tegenzin; integendeel, Ik heb me al lang verheugd op dit tripje naar Parijs, en bij de vorige uitvoeringen was dat ook zo. Plankenkoorts heb ik niet; waarschijnlijk wel als ik er in mijn eentje zou staan, maar in een koortje niet. De vrees dat ik het niet zou kunnen, de ‘hoogtevrees’, is me niet vreemd, maar die is juist de laatste tijd redelijk overwonnen. Gestaag oefenen heeft op dat gebied werkelijk wat opgeleverd. Bovendien is een ontspannende factor dat we in de ‘oude stemming’ zullen zingen, d.w.z. een halve toon lager dan tegenwoordig gebruikelijk is. Kortom, zonder buikpijn, zoals al eerder geschreven. Waarom dan toch die keelpijn? Wil het lichaam soms dat ik deze dagen niet meer oefen, om dan volgende week fris te schitteren, quasi à l’improviste?

1 reactie

Opgeslagen onder Zingen

Geen buikpijn

Tot mijn eigen verbazing lukt het deze keer, gedisciplineerd de zangoefeningen te doen die nodig zijn om met Hemelvaart in Parijs met het kamerkoortje grote stukken uit Bachs Johannespassion te zingen. Ik maakte me vooral zorgen over de hoge tonen, maar die komen er nu steed vlotter uit, en dat is natuurlijk niet alleen voor Bach goed. Ik heb nog bijna twee weken, het kan alleen nog beter worden. Het moeilijkst vind ik nu nog het koraal dat dwars door de aria Mein teurer Heiland, laß Dich fragen heen gezongen wordt. Het is dan zo’n herrie dat ik mijn eigen partij niet meer hoor en soms de kluts kwijt raakt. Maar ook dit zal nog goed komen. Kortom, ik kan zonder buikpijn naar Parijs. Wel jammer is het, dat ik zo slecht loop. Mijn oude gewoonte, hele dagen door een stad te lopen is niet meer te verwezenlijken. Met de bus ergens heen, korte stukjes lopen, iets bekijken, dan even gaan zitten. Bankjes in het park, in een museum. Iets drinken op een caféterras. Eventueel opkomend chagrijn wegeten bij een heerlijke Vietnamees.

Dit wordt een soort voorstudie, een workshop zo men wil, voor een bescheiden publiek. Volgend jaar doen we het hele stuk, voor een groter publiek, zowel in Parijs als in Marburg. Dan komen de Fransen bij ons. Het moeilijke zal dan zijn, hun net zo goed te eten geven als ze ons in Parijs gedaan hebben.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Reizen, Gezondheid, Zingen

Opera in Marburg

Veel steden in Duitsland hebben een eigen opera, maar Marburg is daar toch echt te klein voor. De dichtstbijzijnde is in Gießen: een zeer verdienstelijke instelling met goede vaste zangers. Gisterenavond heb ik hier voor het eerst een opera gezien en gehoord in een bioscoop. De Metropolitan Opera van New York zorgt dat zij uit de kosten komt door in vele landen over de hele wereld live uit te zenden wat daar gebracht wordt. En die kosten moeten immens zijn, want de opera in kwestie was Puccini’s Turandot, een spektakelstuk dat in het keizerlijke Peking speelt. Er waren twee decors, beide zeer ingewikkeld en prachtig: een fantastisch hof in Peking, en daarbij talloze prachtige kostuums, mandarijnen, dansers, hofdames, ambachten, militairen, acrobaten en natuurlijk het ‘volk’, en men had de aller-, allerbeste zangers geëngageerd. Met het echte China hebben noch het libretto, dat teruggaat op een stuk uit de achttiende eeuw, noch de enscenering iets te maken: het was puur oriëntalisme en dat wilde ik niet missen. Ook de muziek is rijkelijk oriëntaliserend, besefte ik tijdens het luisteren. De muziek is mij zeer vertrouwd, daarom had ik die allang niet meer als afwijkend ervaren, maar voor de eerste hoorders (in 1926) moet deze opera rijkelijk exotisch hebben geklonken. In de pauze ging de camera achter de coulissen en toonde de opbouw van het keizerlijk hof in drie kwartier, door een man of veertig. Mijn begeleiding vond het decor te overdadig, maar ik niet. De in Europa verzonnen Oriënt is niet compleet zonder pracht en praal en ja: kitsch. Bovendien is iédere opera een spektakel; de Amerikaanse commentaarstem sprak van show, en dat is het precies. Broadway, maar met betere muziek en minder bloot.

In een verhaal uit de Duizendeneen Dag is Turandot is de dochter van de keizer van China, die iedere vrijer liet onthoofden die niet haar drie raadsels kon oplossen. De Tartaarse prins Calàf lukt dat uiteindelijk wel. Niet dat hij haar daarna meteen krijgt: de plot is behoorlijk ingewikkeld en zeer ongerijmd, zoals dat hoort in een opera; die ga ik hier maar niet navertellen, maar hij krijgt haar toch en iedereen leeft nog tienduizend jaar en gelukkig. Behalve de slachtoffers van het terreur-regime dan, maar daar denken we niet meer aan.

De rol van Turandot had gezongen zullen worden door de wereldvermaarde Anna Netrebko, een Russische, die bevriend was met Poetin en zich te laat van hem heeft gedistantieerd. Haar deelname werd dus afgezegd en er moest in allerijl een vervangster gevonden worden. Er zijn wereldwijd niet zo heel veel sopranen die die rol op korte termijn kunnen zingen, maar men wist een Oekraïense zangeres te engageren die de rol jaren geleden een paar maal gezongen had: Lyiudmyla Monastyrska. Ook een beroemdheid, maar niet zo zeer voor dit vak. Ze zong maar een fractie minder goed dan Netrebko en was soeverein in de rol; het was een plezier om naar haar te luisteren. Het enige was dat zij wat ouder en uitgesproken corpulent was, wat haar verschijning als ijskoude, maar begeerlijke prinses wat minder overtuigend maakte. Maar la Netrebko is de laatste tijd ook wat gevulder geworden, dus niet zeuren. Dat Monastyrska Oekraïense was bleek ook bij het slotapplaus, toen zij zich in een grote vlag van haar land hulde, wat nog eens te meer leidde tot een stormachtig applaus en gezwaai met blauw-gele vlaggetjes in de zaal. Ik vind dat vlaggengedoe nooit zo fijn; het is mij wat te vrijblijvend ‘Je suis Charlie’-achtig, terwijl men dat helemaal niet is.
Een onvoorzien aardigheidje in het libretto is overigens dat de beul Pu-Tin-Pao heet; wie zou daarbij niet denken aan?

Oriëntassociaties die ik kreeg tijdens het luisteren:
– De Oriënt-mode eind negentiende eeuw. Café’s en badhuizen werden ingericht in oriëntaalse stijl. China was in, ook de onzegbare wreedheid die aan dat land werd toegeschreven. De gedachte dat een ver land veel wreder is dan het eigen land wil er altijd wel in. (In deze opera verheugt het volk zich op de volgende terechtstelling.) Octave Mirbeau, Le jardin des supplices speelt deels in China, al worden de folteringen toch overwegend door een Europese bedacht.
– De wereldtentoonstellingen brachten eind 19e eeuw nieuwe toonladders naar Europea. Debussy adopteerde de Javaanse gamelan, dat is bekend, maar hij was de enige niet. Europa was moe van het gangbare toonsysteem, zocht vertwijfeld naar iets anders (Scriabin, Schönberg) en daarbij kwam de Oriënt vaak goed van pas.
– De vertalingen van Chinese poëzie door Hans Bethge waren begin 20e eeuw erg populair. Mahler verwerkte ze in zijn Lied von der Erde, maar ook ettelijke andere componisten zijn erdoor geïnspireerd. (Ook in mijn eigen oriëntaalse droom, toen ik zestien was, speelden ze een rol.)

Voor het archief: Marco Armiliato, dirigent; Franco Zeffirelli, regisseur; Liudmyla Monastyrska, Turandot; Yonghoon Lee, Calàf; Ferruccio Furlanetto, Timur; Ermonela Jaho, Liù.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder China, Kunst, Muziek, Orient, Zingen

Chromatisch

Daniel heeft me verrast. We hadden al te horen gekregen dat we op Hemelvaartsdag met het kamerkoortje in Parijs stukken uit Bachs Johannes Passion zouden zingen. Ik dacht, dat zullen dan die koralen wel zijn, maar nee, die zingt het wat grotere Franse broederkoor; wij zingen de andere koren, en daar zijn er bij die niet mals zijn. Wäre dieser nicht ein Übeltäter?, chromatisch oplopend tot een dramatische hoge a, nog wat luchtige a’s hier en daar ertussendoor en een stel van die ademloze Bachzinnen, en dan iets dergelijks nog eens in Wir dürfen niemand töten. En dat met het kamerkoortje, dat wil zeggen: ik zing samen met nog één andere tenor— met wie ik gelukkig al veel gezongen heb —; dat is een grote verantwoordelijkheid. Als dat ernaast gaat valt het erg op. Ik zal dus tot Hemelvaart een militaire discipline moeten handhaven om het voor elkaar te krijgen. Maar ik ben wel blij met deze aanleiding; dan komt die zingerij eens echt van de grond. Tot nu toe zakte ik na iedere hoge top weer in, maar dat mag nu natuurlijk niet meer.

We gaan, geloof het of niet, het hele tweede deel van de Johannes Passion zingen. De stof wordt verdeeld tussen drie solisten plus kamerkoor uit Marburg, en twee andere solisten en een koor en orkestje uit Parijs. Ná Pasen, maar dat lag aan corona; het is niet erg. De uitvoering zal openbaar zijn, maar voor beperkte kring. De bedoeling is dat dit een voorstudie wordt, en dat we volgende jaar het eerste, kortere deel erbij doen en dan het geheel voor een groter publiek presenteren.

2 reacties

Opgeslagen onder Zingen

Verpletterd

Dit was geen goede week voor het zingen. Ik heb niet genoeg geoefend om het lied Der Atlas uit Schuberts Schwanengesang ook maar bij benadering ten gehore te brengen. Maar waarom heb ik dat niet gedaan? Omdat ik mij verpletterd voelde door de taak. Verlamd.

Atlas is de sterke man die de hele wereld, die ganze Welt der Schmerzen, op zijn schouders draagt; welnu, ik heb die kracht niet en ben bezweken onder het gewicht. Voorlopig tenminste, want ik heb het nog niet helemaal opgegeven. De ervaring leert dat zingen van crisis tot crisis gaat.

Schuberts Schwanengesang is een zeer heterogene liederencyclus, moeilijker dan de Müllerin en de Winterreise. Om alle misverstanden te voorkomen: er is geen sprake van dat ik deze cyclus volgend jaar tussen de schuifdeuren ten gehore kan brengen; hoogstens misschien het welbekende Ständchen. We gebruiken hem om verschillende zangtechnieken en stijlen te leren kennen. En om Schubert zelf natuurlijk.

Is Atlas niet eigenlijk een bas? Nee, de hoge fis, de g en de as krijgt geen bas uit zijn strot. Het moet dus wel een tenor zijn, maar dan anders dan ik tot nu toe gewend ben. Eén moeilijkheid ligt in die lange hoge, schallende tonen, maar ik zie inmiddels aankomen dat ik die na enige tijd toch onder de knie kan krijgen— af en toe, onder gunstige omstandigheden. De andere, misschien zelfs grotere moeilijkheid is wat ik maar noemen zal het ‘register’. Heet dat in muzikale kringen ook zo? Ik heb er nog met niemand over gesproken. Dat is in Der Atlas heel anders dan bij een ingetogen stuk kerkmuziek of bij Una furtiva lagrima, dat ik stiekem oefen in de badkamer. Luistert u maar eens naar iemand als James King. Dat is een man die het gewicht van de wereld dragen kan, dat hoor je zo.

Het werk aan Der Atlas herinnert mij aan het rollen van olievaten, dat ik als jongetje ook niet kon. In het bedrijf van mijn grootvader waren mannen bezig met het verrollen van olievaten. Ik vroeg of ik mee mocht helpen. Een vriendelijke werknemer zei: jawel, natuurlijk, maar ik kreeg als elfjarige niet de geringste beweging in zo’n vat. Dat niet-kunnen heeft me mijn hele leven vergezeld.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Zingen

Online zangles

Vorige week kreeg ik online zangles omdat het dochtertje van mijn zangleraar Daniel corona van school mee naar huis gebracht had en hij het huis niet uit mocht. Gisteren had ik weer online les, nu omdat hij zelf corona had.

Vorig jaar werd er anderhalve maand alleen maar online lesgegeven, omdat alles op slot zat. Nu niet meer; normaal vinden de lessen plaats in een goed geventileerde, zeer grote ruimte waarin afstand houden goed mogelijk is. Dat online les geven en krijgen was vorig jaar wat onaangenaam, maar er zat niets anders op. Deze beide keren hebben we ons daar eendrachtig overheen gezet en we waren zelfs allebei in topvorm: het waren prachtige uren. We klampten ons als het ware vast aan deze mogelijkheid toch nog iets samen te doen, op de achtergrond wel beseffend dat dit de laatste keren zouden kunnen zijn. Daniel is erg dik en heeft een onderliggend lijden, zodat hij een echte risico-patiënt is. Anderzijds, hij is drie keer ingeënt en de symptomen bleven tot nu toe nog draaglijk. Het lesgeven ging hem ook online goed af, en hij verklaarde gisteren dat ik zijn voortdurende hoofdpijn had weggezongen! Nou, daar doe je het toch voor. De oude Arabische artsen zongen soms al voor hun patiënten. Hij straalde helemaal toen er bij mij een wat langere, jubelende hoge toon moeiteloos uitfloepte. Ich mache noch einen Tenor aus dir, zei hij. (Ik straalde zelf niet, ben niet zo’n stralend type, maar was wel aangenaam verrast.)

De komende dagen moet blijken of de ziekte erger of minder wordt. En daarna is af te wachten of er Long Covid is. Griezelig, spannend. Ik besef dat Daniel geleidelijk aan de belangrijkste man in mijn leven is geworden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid, Zingen

Gemengde gevoelens

Dat is ellendig, dat de koorweek in Warendorf volgende week niet door mag gaan. Maandag zou ik daarheen, vanochtend, op eerste Kerstdag(!) kwam toch nog de afzegging. Heel verbazend is het niet: veertig zingende mensen in een zaal, dat zou een al te makkelijke prooi geweest zijn voor Omikron. Maar er was nog lang hoop, het ging op en neer tussen ‘het kan nog net’ en ‘het mag niet meer’. Een paar dagen geleden kwam er nog een mail met de lijst van deelnemers en de te treffen hygiëne-maatregelen. Dinsdag was er regeringsberaad in Berlijn en volgens de daar genomen besluiten kon de koorweek wel doorgaan. Maar twee dagen geleden kwamen er nieuwe regels van de deelstaat NRW: we zouden óf met mondkapje op moeten zingen, wat onzin is, óf ons allemaal dagelijks moeten laten testen: geen sneltest, maar een officiële. Dat zou iedere dag vele uren kosten, als het al zou lukken daar in de wildernis iedere dag een testgelegenheid voor veertig mensen te vinden. Afgezegd dus.

Ik had me erg op die week verheugd, ben dus nu flink teleurgesteld en moet dit even verwerken. Maar als je naar het leed van andere mensen kijkt: COVID-patiënten en hun familieleden, afgemat zorgpersoneel, kunstenaars en horecamensen, die weer niets verdienen en nog ettelijke andere slachtoffers, dan is dit maar klein verdriet.

Met de teleurstelling mengt zich langzamerhand een gevoel van bevrijding: zo veel vrije tijd ineens erbij! Het was sinds de zomer en sinds de inentingen ongemerkt wel weer erg gezellig geworden met allerlei activiteiten buiten de deur; daar is nu ineens een eind aan gekomen, waarschijnlijk voor veel langer dan die week. Bovendien schakel ik nu om naar Alarmfase 1, net als in het begin van de pandemie, en dat betekent dat er een heel nieuw vat met energie opengetrokken wordt. In zo‘n uitzonderingstoestand ben ik altijd op mijn best. Veel thuis werken dus; voor mijn onderzoeksproject is het beter zo. En lopen in de buurt, en roeien op het machien.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid, Persoonlijk, Zingen

Kerstvis

Hebt u ook zo genoeg van die brave os en ezel? En die schaapjes, die zo schaapachtig dutten in het veld, en niet eens opkijken als hun herdertjes ertussenuit knijpen voor een kraamvisite? Stapt u dan eens over op vis; die is veel levendiger!
Het refrein van een Spaans kerstlied speelt me de hele tijd door het hoofd:

Brincan y bailan los peces en el río,
brincan y bailan por ver a Dios nacido.
Brincan y bailan los peces en el agua,
brincan y bailan de ver nacida el alba.

De vissen springen en dansen in de rivier,
Zij springen en dansen om God geboren te zien.
De vissen springen en dansen in het water,
Zij springen en dansen om de dageraad geboren te zien.

U kunt het lied o.a. hier beluisteren, maar wees gewaarschuwd: voor u het weet nestelt het refrein zich ook in uw hoofd.

1 reactie

Opgeslagen onder Christen Christelijk Christendom, Muziek, Zingen

Van het concert des levens …

Na zangoptredens in koorverband plaats ik daarover gewoonlijk een log. Na de uitvoering van 22 november heb ik dat nagelaten, omdat ik er ongelukkig van was geworden.
Het was geen volledig concert: door corona en de afname van de  beschikbare ruimtes was dat niet mogelijk. Daarom sloot ons koor zich aan bij een bijeenkomst van de vrouwenorganisatie Zantos. Er stond slechts één stuk op het programma, maar dat was wel substantieel: de Missa Alleluya van Jean Mouton (± 1500). De uitvoering was heel goed geworden; ik heb er geluidsopnames van, maar die kan ik hier niet plaatsen; vandaar hier twee verwijzingen naar andere opnames: deze en deze.
Dat ik niet gelukkig geworden ben door deze zo geslaagde uitvoering komt omdat mijn eigen bijdrage eraan zo ongelukkig was. En als zo vaak zal ik door erover te schrijven proberen te begrijpen waarom dat was en hoe ik eruit kan komen. U begrijpt, geëerde lezer: dit schrijf ik vrijwel uitsluitend  voor mezelf.

Van de dertig bladzijden noten heb ik er drie niet behoorlijk kunnen meezingen, en natuurlijk waren dat net de stukken waarin ik als tenor had moeten glanzen. Het ging niet, ik had er hier al eerder over geschreven, en het ging zelfs nog minder dan voorheen.

Op een ander front ging het zingen ook niet: bij liederen uit Ständchen van Schubert: fürchte , HOOOOLde, nicht! zo’n eenvoudig fragmentje eigenlijk, maar waarom wil die g steeds niet komen? Hij hoeft niet luid, maar wel intensief. Volgende lied dan maar: Aufenthalt, hoofdzakelijk laag, wat veel tenoren niet zo goed kunnen maar ik wel. Maar dan toch, o schrik, dat is nog erger dan het vorige: starrender FEEEEEEELS. Vijf slagen drama op de hoge g.

Ben ik eigenlijk wel een tenor, heb ik mij afgevraagd, en moet ik niet ophouden met zingen? Omdat de stembanden zo dicht bij de ziel zitten leiden zangproblemen al gauw tot een persoonlijke crisis. Het omgekeerde is overigens ook het geval.
Ja, ik ben een tenor, want bassen komen maar tot de es, en ik wel tot de g en af en toe de a. Ik heb die tonen best in huis; tijdens oefeningen komt er in een loop zelfs nog een mooie en moeiteloze b uit; nee, dat krijgt een bas niet voor elkaar.  Maar het ligt altijd aan de context: in de praktijk van een zangstuk of lied komen die tonen vaak niet uit de mond, of alleen maar kort, laat staan dat ik ze kan jubelen. En zeker niet een langere, hoog gelegen serie van dat soort noten. Het Kyrie en het Gloria van die mis van Mouton lukten prima. Daar heb ik mijn mooie klank, daar ben ik zelfs een van de dragers van het geheel. Maar niet het Crucifixus, niet het Pleni sunt coeli, en bij et maria virgine heb ik het ook uitgeput laten afweten.

Natuurlijk kwam mijn leraar Daniel weer met bemoediging en trucs aanzetten.

Trucs met vocalen: door de a en beetje naar de å te laten neigen maak je het makkelijker. Uit het niets op een hoge toon ewig te zingen wordt makkelijker als je er euwig van maakt.

Maar blijven over de problemen met Stimmsitz, adem en middenrifsteun. Als het op alle drie fronten misgaat blijft alleen maar kramp en gepiep. Alle drie dingen heb ik toch wel enigermate onder de knie, ik weet hoe het moet maar houd het niet zo lang vol. Gebrek aan zangers-fitness én de toenemende verwarring in het hoofd, omdat je aan zo veel dingen tegelijk moet denken en dan een van de drie vergeet. Ideaal zou zijn, voor heel veel later: zo mogelijk helemaal niet meer daaraan te hoeven denken, zodat de frasen ‘spontaan’ uit de strot vloeien.

Technieken ter versterking van de  adem en de middenrifsteun: 
1. Steeds hoger hu (adem) – hu (adem)- hu (adem) -hu (adem) en dan neerwaarts hu-u-u-u- u. Ter versterking telkens de vuisten ballen en weer openen.
2. Het zwaard trekken, van links onder naar rechtsboven: sjjjjjj zo lang mogelijk. Dit ook even tussendoor doen als je bij een lange toon blijft steken  of als een ballon leegloopt.
3. Walter — Siegfried: door een heel klein gaatje door de mond inademen, de mond in de stand w van Walter. Uitblazen door een heel klein gaatje op de letter s van Siegfried. En dat telkens vier maal achter elkaar, tot de buik helemaal vol, resp. weer leeg is.
4. Kracht ontwikkelen door steeds in het flesje te blazen op een looping.
5. Lange, brede stukken instuderen terwijl je de latex theraband uitrekt.

In het lange gloria-a-a-a-a-a-a-a-a enz. viel de a al spoedig terug in de keel, en kwam daar niet meer uit. Daniels remedie: de tong bewust op de bodem van de mond laten liggen, het puntje tegen de ondertanden. Dan a (adem) – a (adem) – a (adem) – a (adem).  Dan na-a-a (adem) – na-a-a (adem) – na-a-a (adem) enzovoort; steeds hoger klimmen. Dan naaaaaaaaaaaaaa achter elkaar. Natuurlijk alles binden; telkens opnieuw aanzetten is muzikaal niet gewenst en kost veel te veel energie. Ook niet ha-ha-ha doen.
Dat in de keel terugvallen is inmiddels over; wat nog blijft is dat de a na een poosje nasaal wordt. Dat is niet zo erg als helemaal geen klank hebben en gevoelens van verstikking en kramp krijgen, maar mooi is het niet en het moet weg.. Op wonderbare wijze lijkt door de neus ademen te helpen. Dit verbaasde ook Daniel; voor hem zijn ook geen twee leerlingen hetzelfde. 

De hoogte krijgen en schmettern: steeds hoger gaan op oui – oui – oui – gu -gu -gu – gu – go – go – goo GOOOOOO. T.m. go met kopstem, daarmee onder bijmenging van de borststem.  Hierover al eerder geschreven.

Starrender FEEEEEELS in Schuberts Aufenthalt. een sprong van e naar g, en die dan vijf slagen aanhouden. Het is het hoogtepunt van het lied, dus en beetje piepen met de kopstem is niet genoeg. De borststem moet erbij, en dramatisch, met nadruk. Hoe Daniel het voor elkaar kreeg kan ik niet navertellen, maar hij heeft me die de sprong laten maken. En toen nog de lengte: Hij liet me op elke tel de toon opnieuw vokaliseren èèèèèls. En toen dat lukte in gedachte bij iedere tel een middenrifstootje geven. Dan vervolgens hetzelfde, maar zonder dat het te horen was. Ook dat lukte! Bijkomende voordeel: ik kon dan meteen ook tot vijf tellen, zodat ik op tijd weer ophield. Of het herhaalbaar is? 

Volgende keer beter? Nee, want nu wordt Lechners Johannespassion ingestudeerd, met heel rustige stukken, maar dan weer een stel gruwelijk lange hoge a’s. Ik zie het al aankomen dat ik die ook niet uit mijn strot zal krijgen. En ook weer die uitputting over lange afstanden. Lechner leefde omstreeks 1600; in die tijd was de stemming van de a ongeveer een toon lager dan de huidige, maar de koorleidster is er niet toe te bewegen, een toon lager te laten zingen. Ze heeft het niet toegelicht, maar misschien is het omdat anders de alten te laag uit zouden komen.

Hoe dan ik ook, ik laat me niet meer in de stress jagen. We krijgen er trouwen een altus bij, die kan dan mooi de hoogte zingen.

‘Je kunt het!’ zegt Daniel steeds en zegt ook de koorleidster. Ja, wat heb ik eraan als ik mijn mond opentrek en het weer niet kan? Het herinnert me een beetje aan mijn bezoeken aan oog- en oorarts. Ik ging naar de oogarts omdat ik niet meer zo goed zie. ‘U ziet nog uitstekend’ verklaarde deze. De oorarts dito: ik word steeds dover, maar hij zegt: ‘U hoort nog goed.’ Ja, bin ich blöd?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zingen

Kunnen en niet kunnen

Blij en redelijk tevreden kwam ik gisteren thuis van de repetitiedag van het koor voor oude muziek. Normaal hebben we een heel repetitie-weekend, maar door corona is dat verkort, en bovendien zullen we eind november maar één werk uitvoeren. Niet in een concert, maar als onderdeel van een of andere bijeenkomst, ik weet niet eens wat voor een.

De Missa Alleluya van Mouton van ± 1500, ik schreef er al eerder over. Verheugend was, dat ik de meeste stukken nu goed kon; het ging echt lekker. Alleen twee stukken uit het midden gaan nog steeds niet; niet beter dan een maand geleden. Voor het Crucifixus is er hoop, want ik hoorde gisteren dat het lange Credo opgedeeld gaat worden en dat er halverwege een gedicht gezegd gaat worden. Dan kan ik even regenereren. Het bleek dat anderen daar ook wel behoefte aan hebben. In de oude tijd werden missen vaak opgeknipt, dus onverantwoord is het niet. Het Pleni sunt coeli, een duet met de sopraanstemmen, blijft echter onmogelijk te doen. Het begint eigenlijk al met de inzet, die zonder onderbreking (attacca) op de lange eindtoon van het voorafgaande deel moet volgen. De dirigente nam het verstandig op: in overleg met haar is vastgesteld wat ik dan wél ga doen. De inzet en de gedeeltes waar de sopraan niets te doen heeft zal ik wél zingen; verder laat ik strategisch stukken weg om dan elders weer voor de dag te komen.

Dit niet-kunnen heeft mij nog in het recente verleden zeer gedeprimeerd, zo zeer zelfs dat ik me afvroeg of ik maar niet helemaal met zingen zou ophouden. Maar nu heb ik er vrede mee: ik kan het niet; punt. Op de lange duur is de voor dat stuk vereiste zangtechniek wel aan te leren, denk ik, maar in één maand zal dat niet lukken. En het is ook van belang dat ik geen stress heb bij het zingen, want dan gaat het zeker niet. Wat bij mijn verrichtingen altijd geldt: ik moet het niet willen. Zodra ik iets wil lukt het gegarandeerd niet.

Hoe is het met de anderen? Het Pleni sunt hoeft niet zo luid, en de drie stemmen die het wel kunnen zullen voldoende geluid geven. Er zijn twee vrouwelijke tenoren, die van de vorming van hoge tonen veel minder moe worden. En dan is er Jürgen, een zeer grondig geschoolde tenor. Hij is vaak niet op de repetities, want hij is steward in vliegtuigen en dus lang niet altijd in het land. Maar dat geeft niet, want hij kan het toch wel. Een rare vogel, die heel enthousiast is over het Europese Song Festival, maar zingen kan hij als de beste. Mijn directe buurman kan het ook niet, maar die heeft veel minder zangervaring dan ik. En dan is er nog iemand die dít wel kan, maar weer andere dingen niet.

Met Ilse, de grote leidster der tenoren, is het vreemd gesteld. Zij is nog altijd feilloos in de maat, muzikaliteit en interpretatie zitten goed, maar haar tonen zijn ineens niet altijd zuiver meer; hoe kan dat nou? De dirigente pikt haar er soms even uit om één toon even te oefenen. Normaal is zoiets pijnlijk, en zeker als het bij herhaling gebeurt. Maar het gebeurt blijkbaar in overleg, en geleidelijk is duidelijk geworden wat er aan de hand is: tijdens de lockdown vorig jaar, toen we elkaar niet ontmoetten, heeft Ilse een zware schildklieroperatie gehad. Daarna kon zij vier maanden niet zingen, en daarna heeft zij met de dirigente via eindeloze oefeningetjes de verloren stem weer terugveroverd. Die is nog niet helemáál zoals vroeger, vandaar af en toe een iets te lage toon of iets dergelijks. De dirigente heeft nog iemand onder haar hoede, die corona heeft gehad en ook weer langzaam zingen moet leren. Voor zulk intensief therapiewerk heeft zij natuurlijk alleen tijd omdat ze gepensioneerd is.

En zo nog drie regels, maar dan lig ik al voor Pampus. Het rode zing ik in ieder geval.

Klinken moet het zó, vanaf 1:33.

1 reactie

Opgeslagen onder Zingen