Categorie archief: Zingen

Aspiraties

‘Je Duits is wel beter geworden, maar het kan nóg beter,’ zei mijn zangleraar. Hij doelde natuurlijk op mijn gezongen Duits, dat niet hetzelfde is en niet zo gedachteloos geproduceerd wordt als gesproken Duits. Eén punt van kritiek was het ontbreken van aspiratie bij de k en de t, dat wil zeggen het aanblazen van de klank. Niet tal, maar THal, niet König maar KHönig moet je zingen.
Maar zeggen ook. Ineens bedacht ik met schrik dat ik in gesproken Duits ook niet aspireer, of niet altijd, of niet genoeg, wat misschien goed is voor de helft van mijn buitenlandse accent. Ik moet eraan werken. Vaak is het zo met vreemde talen: als je zelf denkt dat je overdrijft is het precies goed. Zo is het tenminste met Frans.

In de jaren zeventig onderwees ik Arabisch met behulp van een Oostduits cursusboek. Daar zat een geluidsband bij ter ondersteuning, waar ik altijd een beetje om moest lachen. De Arabier die de band had ingesproken aspireerde de k en de t nogal zwaar, terwijl in het Arabisch helemaal niet geaspireerd wordt. Ik kan me voorstellen hoe dat ging in de DDR: een arrogante Duitser deed voor hoe hij moest spreken, en de geïntimideerde Arabier deed het hem braaf na, met een Duits accent.

De moraal? Aspireer in de talen waarin dat moet, en niet in de andere. In het Nederlands de boel lekker vlak houden. Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Taal, Zingen

Een alcoholiste uit Smyrna

In 1922 werden de Griekse en Armeense wijken van de grote stad Smyrna (İzmir) in brand gestoken, wat resulteerde in honderdduizenden doden en vluchtelingen. Wie naar Griekenland kon vluchten deed dat, maar belandde daar vaak in armelijke omstandigheden. Glykeria is honderd jaar na de ramp nog steeds een vertolkster van het Smyrniotische levenslied. Dat is ze al heel lang; ik heb nog oudere opnamen van haar. Ze heeft de Ottomaanse sound goed weten te bewaren. Hier zet ze een aan lager wal geraakte vrouw voor ons neer:

De kinderen in jouw buurt

De kinderen in jouw buurt vallen me lastig.
Je bent weer dronken, roepen ze tegen me.
Ik zal ze krijgen en geef ze een pak slaag, die ettertjes!
Twee klappen in hun smoel, dat wordt fantastisch!
Als ik dronken ben en in de modder val 
zet ik allebei mijn handen voor me neer en sta op.
Zeg me dat je me niet wilt, dat je niet van me houdt!
Woorden zijn messen, een pop die je weggooit.
Altijd maar ouzo, ouzo, ouzo, ik heb er zo genoeg van.
Breng ook een sigaret, daar heb ik zin in.
Breng ook een cognacje, daar heb ik zin in!

========

Τα παιδιά της γειτονιάς σου

Τα παιδιά της γειτονιάς σου με πειράζουνε
Πάλι μεθυσμένος είσαι, μου φωνάζουνε
θα τα πιάσω, να τα δείρω, τα μπαγάσικα
θα τα δώσω δυο χαστούκια, να ‘ναι χάσικα
Σαν μεθώ και πέφτω κάτω και λασπώνομαι
Βάζω μπρος τα δυο μου χέρια και σηκώνομαι
Σα μου πεις, πως δε με θέλεις, πως δε μ’ αγαπάς
μαχαιράκια είναι τα λόγια, κούκλα που πετάς
Όλο ούζο, ούζο, ούζο, το βαρέθηκα
Φέρτε κι ένα τσιγαράκι που τ’ ορέχτηκα
Φέρτε κι ένα κονιακάκι που τ’ ορέχτηκα

1 reactie

Opgeslagen onder Griekenland, Zingen

Corona? Niks aan de hand

Gisteren was ik in Bad Homburg bij een muzikale middag ter gelegenheid van een jubileum. Vier koren zouden er optreden, drie solisten en een pianist. Het was een provinciale, maar mooie middag, al moest het programma danig omgegooid worden. Eén koor had niet kunnen komen, een solist en de pianist evenmin. Ze waren plotseling erkrankt, ‘ziek’. Zo heet dat tegenwoordig. Het was niet moeilijk te weten te komen aan welke ziekte deze mensen leden: corona.

In bedrijven en bij overheidsorganen is er een vergelijkbare situatie, waardoor allerlei dingen niet meer gedaan worden. Veel werknemers ontbreken omdat ze corona hebben of positief getest zijn. Ook in mijn eigen kennissenkring hebben meer mensen corona dan ooit tevoren in de afgelopen jaren.

Dit was ook de heer Gassen opgevallen, de opperbaas van alle Duitse ziekenfondsen. Hij meende dat het probleem opgelost kon worden door het afschaffen van de laatste corona-maatregel die er nog is: isolatie in geval van positieve test. Thuisblijven bij ziekte, maar anders gewoon doorlopen. Enkele heren van de FDP (de Duitse VVD), altijd bedacht op de redding van de economie, deelden deze mening.

Mocht u nu iets horen breken, dan is het mijn klomp. De economie moet dus gered worden door grotere verbreiding van het corona-virus. Hoe meer verbreiding, des te minder uitval van werknemers. In China lachen ze zich slap. We hebben hier een uiterst verstandige, deskundige minister van gezondheid, de heer Lauterbach, die Gassens voorstel dadelijk met een keur van argumenten als onzinnig heeft bestempeld. Helaas is het een zachtmoedige man, die niet goed op kan tegen al die domme geldhorken, dus wie weet wordt het nog ingevoerd ook.

Die muzikale middag vond overigens plaats in een grote hal met overal openstaande brede deuren, open ramen in het dak en zelfs een brede openstaande nooddeur achter het podium, zodat er maximale luchtcirculatie was. Tijdens het luisteren droeg de helft van het publiek maskers, in de pauzes begaf men zich naar buiten onder de bomen, want het was warm. Ik vond het hele gebeuren wat riskant, maar het ging net, naar mijn gevoel. Eens zien hoe de test morgen uitvalt.

Ik zou meer willen schrijven over die middag, of liever: over mijn reactie daarop, want er deed zich weer voor wat ik al in 2015 heb beschreven: doorhalen en af laten glijden, maar nu nog sterker. Mocht ik er toch niet over schrijven, dan is het omdat het heb laten afglijden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid, Zingen

Fuit homo

De bijdrage van ons koortje aan de 800-jarige verjaardag van Marburg wordt steeds avontuurlijker. Vorige week hebben we Gregoriaanse koralen gezongen, wat me me verrassend goed lag. Was ik in een vorig leven misschien katholiek? Nu is er een twaalfde-eeuws organum aan de beurt, dat gezongen werd/wordt tijdens de processie op Sint Jansdag, 24 juni.

Fuit homo missus a Deo cui nomen erat Iohannes,  ’Er was iemand die door God gezonden was; hij heette Johannes.’ De christenen onder u zullen de bijbeltekst herkennen: Johannes 1:6. Het betreft dus Johannes de Doper.  

De tekst wordt uitgesmeerd over drie bladzijden. Je zingt maten lang u-, telkens in korte soms wat langere stootjes, gebonden of juist niet: fu-uu uuu uu-u-u u-u-uuu uu  uu-u-uuu   u-u-u-u-u uuu u-uu, met wel steeds veranderende toonhoogte, dan twee regels -i……t  enzovoort. Pas aan het eind van de dertien door ons te zingen regels komt er wat meer leven in de tekst en zijn er ook meer korte nootjes, maar de bedoeling is blijkbaar niet dat de tekst verstaan wordt. Het geheel wordt onderstreept door enkele lang aangehoudene bastonen. Ook dit is muziek.

Hier zit ik echt nog niet ‘in’, maar ik vertrouw dat het na een paar weken wel goed komt, net als bij die andere bizarre gezangen.
Het zou kunnen dat dit stuk van Leoninus (± 1150–1201) is. In diens organum Viderunt omnes zijn grote stukken qua sfeer vergelijkbaar.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Zingen

Het vissersmeisje

En nu dóór! Donderdag weer zangles, dan ga ik nu Schuberts Fischermädchen instuderen. Niet nu meteen: om half tien in de ochtend heeft nog niemand een stem, maar om twaalf uur zal ik ermee beginnen. De laatste weken stonden geheel in het teken van die koren uit de Johannespassion, die helemaal niet gemakkelijk zijn, en nu komt er weer iets anders. Het reisje naar Parijs heeft in ieder geval geleid tot honger naar meer muziek.

Het lieve kind hoeft helemaal de zee niet meer op, zo vertelt ons de tekst van Heinrich Heine, want ook het hart van de dichter/zanger kent storm en eb en vloed, en herbergt in de diepte menig fraaie parel.

2 reacties

Opgeslagen onder Zingen

De retour

Terug uit Parijs. Woensdag heen, zaterdag terug. Het was mooi, intensief en overweldigend. Dat laatste vooral omdat ik sinds de Corona-uitbraak van twee jaar geleden geen treinreis meer had gemaakt, niet in een groep had verkeerd, geen grote stad had gezien en nog zowat van die dingen. Mijn stem was na de verkoudheid nog niet helemaal in orde en sommige stukken kon ik niet meezingen, maar dat mocht de pret niet drukken. Het geheel had toch meer het karakter van een workshop. In februari gaan we samen met het Franse koortje (en een barokorkest, en beroepszangers als solisten) Bachs Johannes-Passion uitvoeren in Marburg, en misschien ook in Parijs, in een wat grotere kerk. Deo volente natuurlijk, maar die kan hier toch moeilijk iets op tegen hebben.

Onaangenamer was de slechte staat van mijn bewegingsapparaat. Na twee maal iets te snel meelopen met de groep was ik voor de rest van de tijd kapot en kon ik nog maar heel bescheiden bewegingen maken. En Parijs is wel érg groot!

Deze bladzijden zou en zal ik moeten gebruiken, als altijd, om mij dit reisje te herinneren en er over na te denken, maar dat kan ik nog niet. Te veel chaos in het hoofd nog. De gedachten zullen mondjesmaat opkomen of, als wel vaker, helemaal niet meer—wat jammer zou zijn. Sommige dingen zijn zo moeilijk grijpbaar.

1 reactie

Opgeslagen onder Parijs, Reizen, Zingen

Keelpijn

De laatste jaren ben ik maar zelden verkouden geweest. In de twee eerste Coronajaren helemaal niet; waarschijnlijk omdat ik van iedere infectiehaard ver bleef.

Verkouden met een beetje keelpijn, dat was vroeger nooit zo erg; je kon er gewoon mee doorlopen en tegen die vervelende pijn in je keel kon je een tijdje zuigen op een Potter’s Catarrh pastille, niet die kleine zwarte, maar de dikke rode. Maar sinds ik zing is een verkoudheid wel een tamelijke ramp, want dan kun je niet zingen. Begin maart 2019 moest ik mijn deelname aan een uitvoering opgeven, omdat ik keelpijn had. Later in dat jaar kon ik maar op het nippertje meedoen met het Requiem van Mozart omdat ik een keelpijn had gehad die nog niet helemaal weg was. De strategie was dat ik bij enkele zware, hoge passages gewoon mijn mond zou houden. De rest ging dan wel weer. Dat kon, omdat het koor groot was.

Nu ben ik weer verkouden, sinds gisteren, het eerste begin was er al eergisteren, en a.s. woensdag is het concert in Parijs, en donderdag repeteren we nog samen met de Fransen voor het vervolg. Omdat een verkoudheid meestal een week duurt is er een gerede kans dat ik woensdag weer in orde ben. Dat moet ook, want het betreft een kamerkoortje; behalve ik is er maar één andere tenor.

Drie maal keelpijn tijdens of kort voor een muziekuitvoering, en anders helemaal nooit; dat is toch verdacht, of niet? Het lijkt wel of het lichaam het erom doet. Er bestaan best ziektebeelden met een psychische oorsprong. Je wordt bij voorbeeld niet lekker als je iets onaangenaams moet doen: een vergadering, een etentje met vervelende mensen; zoiets komt voor. De ‘ziekte’ die je dan hebt is reëel, niet voorgelogen, maar hij komt voort uit tegenzin, waarop het lichaam wel een trucje paraat heeft.

Maar in dit geval is er geen tegenzin; integendeel, Ik heb me al lang verheugd op dit tripje naar Parijs, en bij de vorige uitvoeringen was dat ook zo. Plankenkoorts heb ik niet; waarschijnlijk wel als ik er in mijn eentje zou staan, maar in een koortje niet. De vrees dat ik het niet zou kunnen, de ‘hoogtevrees’, is me niet vreemd, maar die is juist de laatste tijd redelijk overwonnen. Gestaag oefenen heeft op dat gebied werkelijk wat opgeleverd. Bovendien is een ontspannende factor dat we in de ‘oude stemming’ zullen zingen, d.w.z. een halve toon lager dan tegenwoordig gebruikelijk is. Kortom, zonder buikpijn, zoals al eerder geschreven. Waarom dan toch die keelpijn? Wil het lichaam soms dat ik deze dagen niet meer oefen, om dan volgende week fris te schitteren, quasi à l’improviste?

1 reactie

Opgeslagen onder Zingen

Geen buikpijn

Tot mijn eigen verbazing lukt het deze keer, gedisciplineerd de zangoefeningen te doen die nodig zijn om met Hemelvaart in Parijs met het kamerkoortje grote stukken uit Bachs Johannespassion te zingen. Ik maakte me vooral zorgen over de hoge tonen, maar die komen er nu steed vlotter uit, en dat is natuurlijk niet alleen voor Bach goed. Ik heb nog bijna twee weken, het kan alleen nog beter worden. Het moeilijkst vind ik nu nog het koraal dat dwars door de aria Mein teurer Heiland, laß Dich fragen heen gezongen wordt. Het is dan zo’n herrie dat ik mijn eigen partij niet meer hoor en soms de kluts kwijt raakt. Maar ook dit zal nog goed komen. Kortom, ik kan zonder buikpijn naar Parijs. Wel jammer is het, dat ik zo slecht loop. Mijn oude gewoonte, hele dagen door een stad te lopen is niet meer te verwezenlijken. Met de bus ergens heen, korte stukjes lopen, iets bekijken, dan even gaan zitten. Bankjes in het park, in een museum. Iets drinken op een caféterras. Eventueel opkomend chagrijn wegeten bij een heerlijke Vietnamees.

Dit wordt een soort voorstudie, een workshop zo men wil, voor een bescheiden publiek. Volgend jaar doen we het hele stuk, voor een groter publiek, zowel in Parijs als in Marburg. Dan komen de Fransen bij ons. Het moeilijke zal dan zijn, hun net zo goed te eten geven als ze ons in Parijs gedaan hebben.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid, Reizen, Zingen

Opera in Marburg

Veel steden in Duitsland hebben een eigen opera, maar Marburg is daar toch echt te klein voor. De dichtstbijzijnde is in Gießen: een zeer verdienstelijke instelling met goede vaste zangers. Gisterenavond heb ik hier voor het eerst een opera gezien en gehoord in een bioscoop. De Metropolitan Opera van New York zorgt dat zij uit de kosten komt door in vele landen over de hele wereld live uit te zenden wat daar gebracht wordt. En die kosten moeten immens zijn, want de opera in kwestie was Puccini’s Turandot, een spektakelstuk dat in het keizerlijke Peking speelt. Er waren twee decors, beide zeer ingewikkeld en prachtig: een fantastisch hof in Peking, en daarbij talloze prachtige kostuums, mandarijnen, dansers, hofdames, ambachten, militairen, acrobaten en natuurlijk het ‘volk’, en men had de aller-, allerbeste zangers geëngageerd. Met het echte China hebben noch het libretto, dat teruggaat op een stuk uit de achttiende eeuw, noch de enscenering iets te maken: het was puur oriëntalisme en dat wilde ik niet missen. Ook de muziek is rijkelijk oriëntaliserend, besefte ik tijdens het luisteren. De muziek is mij zeer vertrouwd, daarom had ik die allang niet meer als afwijkend ervaren, maar voor de eerste hoorders (in 1926) moet deze opera rijkelijk exotisch hebben geklonken. In de pauze ging de camera achter de coulissen en toonde de opbouw van het keizerlijk hof in drie kwartier, door een man of veertig. Mijn begeleiding vond het decor te overdadig, maar ik niet. De in Europa verzonnen Oriënt is niet compleet zonder pracht en praal en ja: kitsch. Bovendien is iédere opera een spektakel; de Amerikaanse commentaarstem sprak van show, en dat is het precies. Broadway, maar met betere muziek en minder bloot.

In een verhaal uit de Duizendeneen Dag is Turandot is de dochter van de keizer van China, die iedere vrijer liet onthoofden die niet haar drie raadsels kon oplossen. De Tartaarse prins Calàf lukt dat uiteindelijk wel. Niet dat hij haar daarna meteen krijgt: de plot is behoorlijk ingewikkeld en zeer ongerijmd, zoals dat hoort in een opera; die ga ik hier maar niet navertellen, maar hij krijgt haar toch en iedereen leeft nog tienduizend jaar en gelukkig. Behalve de slachtoffers van het terreur-regime dan, maar daar denken we niet meer aan.

De rol van Turandot had gezongen zullen worden door de wereldvermaarde Anna Netrebko, een Russische, die bevriend was met Poetin en zich te laat van hem heeft gedistantieerd. Haar deelname werd dus afgezegd en er moest in allerijl een vervangster gevonden worden. Er zijn wereldwijd niet zo heel veel sopranen die die rol op korte termijn kunnen zingen, maar men wist een Oekraïense zangeres te engageren die de rol jaren geleden een paar maal gezongen had: Lyiudmyla Monastyrska. Ook een beroemdheid, maar niet zo zeer voor dit vak. Ze zong maar een fractie minder goed dan Netrebko en was soeverein in de rol; het was een plezier om naar haar te luisteren. Het enige was dat zij wat ouder en uitgesproken corpulent was, wat haar verschijning als ijskoude, maar begeerlijke prinses wat minder overtuigend maakte. Maar la Netrebko is de laatste tijd ook wat gevulder geworden, dus niet zeuren. Dat Monastyrska Oekraïense was bleek ook bij het slotapplaus, toen zij zich in een grote vlag van haar land hulde, wat nog eens te meer leidde tot een stormachtig applaus en gezwaai met blauw-gele vlaggetjes in de zaal. Ik vind dat vlaggengedoe nooit zo fijn; het is mij wat te vrijblijvend ‘Je suis Charlie’-achtig, terwijl men dat helemaal niet is.
Een onvoorzien aardigheidje in het libretto is overigens dat de beul Pu-Tin-Pao heet; wie zou daarbij niet denken aan?

Oriëntassociaties die ik kreeg tijdens het luisteren:
– De Oriënt-mode eind negentiende eeuw. Café’s en badhuizen werden ingericht in oriëntaalse stijl. China was in, ook de onzegbare wreedheid die aan dat land werd toegeschreven. De gedachte dat een ver land veel wreder is dan het eigen land wil er altijd wel in. (In deze opera verheugt het volk zich op de volgende terechtstelling.) Octave Mirbeau, Le jardin des supplices speelt deels in China, al worden de folteringen toch overwegend door een Europese bedacht.
– De wereldtentoonstellingen brachten eind 19e eeuw nieuwe toonladders naar Europea. Debussy adopteerde de Javaanse gamelan, dat is bekend, maar hij was de enige niet. Europa was moe van het gangbare toonsysteem, zocht vertwijfeld naar iets anders (Scriabin, Schönberg) en daarbij kwam de Oriënt vaak goed van pas.
– De vertalingen van Chinese poëzie door Hans Bethge waren begin 20e eeuw erg populair. Mahler verwerkte ze in zijn Lied von der Erde, maar ook ettelijke andere componisten zijn erdoor geïnspireerd. (Ook in mijn eigen oriëntaalse droom, toen ik zestien was, speelden ze een rol.)

Voor het archief: Marco Armiliato, dirigent; Franco Zeffirelli, regisseur; Liudmyla Monastyrska, Turandot; Yonghoon Lee, Calàf; Ferruccio Furlanetto, Timur; Ermonela Jaho, Liù.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder China, Kunst, Muziek, Orient, Zingen

Chromatisch

Daniel heeft me verrast. We hadden al te horen gekregen dat we op Hemelvaartsdag met het kamerkoortje in Parijs stukken uit Bachs Johannes Passion zouden zingen. Ik dacht, dat zullen dan die koralen wel zijn, maar nee, die zingt het wat grotere Franse broederkoor; wij zingen de andere koren, en daar zijn er bij die niet mals zijn. Wäre dieser nicht ein Übeltäter?, chromatisch oplopend tot een dramatische hoge a, nog wat luchtige a’s hier en daar ertussendoor en een stel van die ademloze Bachzinnen, en dan iets dergelijks nog eens in Wir dürfen niemand töten. En dat met het kamerkoortje, dat wil zeggen: ik zing samen met nog één andere tenor— met wie ik gelukkig al veel gezongen heb —; dat is een grote verantwoordelijkheid. Als dat ernaast gaat valt het erg op. Ik zal dus tot Hemelvaart een militaire discipline moeten handhaven om het voor elkaar te krijgen. Maar ik ben wel blij met deze aanleiding; dan komt die zingerij eens echt van de grond. Tot nu toe zakte ik na iedere hoge top weer in, maar dat mag nu natuurlijk niet meer.

We gaan, geloof het of niet, het hele tweede deel van de Johannes Passion zingen. De stof wordt verdeeld tussen drie solisten plus kamerkoor uit Marburg, en twee andere solisten en een koor en orkestje uit Parijs. Ná Pasen, maar dat lag aan corona; het is niet erg. De uitvoering zal openbaar zijn, maar voor beperkte kring. De bedoeling is dat dit een voorstudie wordt, en dat we volgende jaar het eerste, kortere deel erbij doen en dan het geheel voor een groter publiek presenteren.

2 reacties

Opgeslagen onder Zingen