Categorie archief: De mens

Plas

In een openbaar herentoilet stond voor een van de urinoirs een vrouw. Wat zij daar deed, en hoe, weet ik niet; navragen leek me niet gepast. Of het een echte vrouw was weet ik ook niet; ze zag er wel zo uit.
.
Dat was dus een directe confrontatie met de nieuwe gender-WC-problematiek. Erg? Na twee seconden nadenken kwam ik tot de conclusie: het kan me helemaal niet schelen. Moge iedereen op zijn manier haar behoefte doen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens

Soezen

‘Hoe lang nog, luiaard, zul je blijven slapen, wanneer kom je uit bed? Nog even dan? Nog even slapen, nog een beetje rusten, een ogenblik nog blijven liggen?’ De bijbelschrijver (Spreuken 6:9–10) moedigt dit niet aan: er moet gewerkt worden, anders ligt de armoe op de loer.
.
Voor mij geldt dat niet: mijn pensioen komt toch wel, of ik langer of korter slaap doet er niet toe. Ik sluimer en soes tegenwoordig wel twee uur per nacht. Dat is niet omdat ik lui ben en geen zin heb om de geit te melken of het graan te dorsen, maar omdat er iets is veranderd in mijn slaappatroon. Vroeger ging ik om twaalf uur op bed liggen, viel als een blok in slaap en werd om zeven uur in precies dezelfde houding weer wakker, vrijwel altijd dromeloos. Tegenwoordig lig ik nog steeds van twaalf tot zeven in bed, val snel in slaap, maar word meestal om een uur of vijf wakker. De twee uren die nog resten breng ik soezend door. Ik word vanzelf wakker om 6:59 en zet de wekker af, die op zeven uur staat, luister naar het nieuws en begin met de dag.
.
Overdag ben ik niet moe, dus vijf uur slaap schijnt genoeg te zijn. Maar die twee uur ‘blijven liggen’ zijn waarschijnlijk toch nodig voor het lichamelijk welzijn. En anders toch zeer gewenst om wat er door mijn hoofd gaat.
.
Wie slaapt, verwerkt het vooraf geleefde door te dromen. Soms wordt hij zelf zo’n droom gewaar, maar dat gebeurt niet zo vaak en het duurt ook maar heel kort. Tijdens het soezen daarentegen ben je bij bewustzijn en gaan er de hele tijd gedachten en vooral herinneringen door het hoofd. Ik bezoek weer bepaalde plaatsen waar ik ooit was, soms lang geleden, ontmoet personen, hoor flarden van gesprekken, kortom: haal herinneringen op. Alles veel realistischer dan echte dromen, want het is ‘echt gebeurd’—al zal de geschiedschrijver in je hoofd onvermijdelijk vertekeningen aanbrengen. Zo houd je je boeltje bij elkaar, blijf je wie je bent. Soms denk ik ook wat na, maar nooit erg diepgaand. Wel mengen zich kort voor zevenen voornemens, of liever ingevingen door de herinneringen: er wordt min of meer beslist wat ik vandaag zal gaan doen, of waar het te schrijven stukje over zal gaan. Bij het ontbijt zie ik ook mijn agenda liggen, met misschien afspraken of verplichtingen erin. Geheel vrij om de ingevingen van de nacht te volgen ben ik dan niet meer, maar er is goed mee te leven.

2 reacties

Opgeslagen onder De mens, Dromen, Gezondheid, Pensioen, Persoonlijk

Oh dear, oh dear, the End is near!

Gaat U op vakantie, maar wilt U het naderende einde in het oog houden? Degenen die naar Engeland gaan zal dat vanzelf wel lukken. De anderen geef ik graag een leestip door, die ik van een goede vriendin had gekregen: John Wyndham, The Kraken Wakes.
In dit boek van 1953 wordt het kwaad aangericht door geheimzinnige wezens uit de ruimte die zich diep in de oceanen nestelen. Hoewel ze aanvankelijk niets doen worden er absurde maatregelen getroffen om ze te bestrijden, waarbij een atoombom niet wordt geschuwd. Dat maakt de wezens kwaad en ze gaan terugvechten. Eerst maken ze de menselijke scheepvaart zo goed als onmogelijk. Vervolgens verschijnen ze met geheimzinnige tanks op de stranden, waar zij mensen ‘oogsten’. Tenslotte veranderen ze de golfstromen van de oceanen, zodat het ijs van de polen smelt, de zeespiegel snel stijgt en grote delen van Engeland onder water komen te staan—ja, ook Londen natuurlijk. En Nederland, niet te vergeten: wie de vloed overleeft vlucht naar Duitsland.
.
Er gebeurt wat in onze tijd ook gebeurt. Verstandige wetenschappelijke berichten over de verschijnselen worden door politici weggewuifd en de betreffende geleerden worden verdacht gemaakt of op een zijspoor gerangeerd. Met behulp van enkele onbenullige, onverstandige autoriteiten wordt er intussen verkondigd dat er geen reden is tot ongerustheid. De media zijn al even marktgericht bezig als tegenwoordig en neigen tot fake news. De bevolking schrikt na iedere ramp wel even op, maar vergeet snel, gaat lekker op weekend of drinkt nog wat.
.
Dit boek is natuurlijk geen informatiebron over klimaatverandering of zeespiegelstijging, maar het laat wel uitstekend en met veel humor zien hoe politiek, ambtenarij en journalistiek in tijden van crisis werken, hoe kort de aandachtsspanne van de mens is, hoe knullig en hulpeloos hij is. Vooral de ondergang van Londen wordt indringend beschreven, al krijgen we de talloze ronddrijvende lijken niet te zien. Uiteindelijk is er een straaltje hoop: na een aantal jaren vinden de Japanners een middel om de aliens te vernietigen en heeft de sterk uitgedunde mensheid weer een toekomst. Gelukkig maar; het is tenslotte vakantie. U kunt ook een Amerikaanse rampenfilm gaan zien, maar The Kraken Wakes is intelligenter. En het end is minder happy.

5 reacties

Opgeslagen onder De mens, Klimaat, Literatur, Medien

OPGEPAST, Lesbisch stel! Een perversie voor kinderen

In het altijd zo rimpelloze Nederland was een klein briesje opgestoken, dat wat ‘ophef’ veroorzaakte. In een nummer van de Donald Duck zou een lesbisch stel zijn afgebeeld. Boze mensen vroegen zich af: Moeten ‘onze kinderen’ nu ook al verplicht aan dit soort perversies worden blootgesteld? Waarschijnlijk zijn dat dezelfde bozerikken die moslims verwijten dat zij intolerant zijn jegens homoseksuelen.
Zelf ben ik al zestig jaar niet meer geabonneerd op dat blad. Toen ik het betreffende plaatje eindelijk te zien kreeg moest ik erg lachen. Het is volkomen onschuldig.
D3Vtti_XoAAouFKEr zijn twee dames te zien die aan een drankje zitten. Het eten is er nog niet; ook in Duckstad is de bediening langzaam geworden. Uit het getekende hartje blijkt dat zij elkaar erg graag mogen. Is dat nou alles? Moeten ze daarom lesbisch zijn, voor de hele rest van hun leven? Er zijn zo veel mogelijkheden. Misschien gaan ze na het eten met elkaar naar huis en hebben ze eenmalig een dolle nacht. Misschien zijn ze serieus verliefd en besluiten te gaan samenwonen. Die blauwe jurk zal wel het grootste huis hebben, dus dan trekt die andere daar in; dat kán ja. Het is echter ook goed mogelijk dat ze een gezellig dagje Duckstad gedaan hebben en even in een uitgelaten stemming zijn. De rode jurk gaat na het eten terug naar haar flatje boven de bibliotheek, de andere gaat weer naar man en kinderen in Ganzenhuizen.
Wie kan dat weten, en móet het geweten en gezegd worden? Laat iedereen toch lekker doen waar hij/zij/het zin in heeft! Alle vormen van seks en liefde en genegenheid zijn mogelijk. Wel met inachtneming van bepaalde regels: geen dwang, geen letsel, geen overdracht van ziekten, geen misbruik of benadeling van kinderen.
Maar wat ook belangrijk is: de mens is een veranderlijk wezen. Hij hoeft zich niet vast te leggen, hij hoeft zich geen identiteit te laten aannaaien. Met die afzichtelijke letters LHB enzovoort rijst het helemaal de pan uit. De laatste versie die ik zag was: de LHBTQIAP community. Wie zich daar niet in herkent valt tussen de letters en moet dus zelf een letter gaan verzinnen, óf is cis het, wat ook erg onsmakelijk klinkt. Dit kan toch geen serieuze manier zijn om de menselijke verscheidenheid en veranderlijkheid te benaderen?

2 reacties

Opgeslagen onder De mens, Nederland

Nog gezien in Parijs

Fietsen. Parijs is een erg fietsvriendelijke stad geworden. Overal zijn er fietspaden en stoplichten voor fietsers. Je kunt ook overal een spotgoedkope en dus gesubsidieerde leenfiets pakken, wat op electronische wijze wordt geregistreerd. Zo’n systeem is er in Marburg ook; ik gebruik het natuurlijk nooit, want ik heb zelf een fiets. Toch zou ik dat wel eens kunnen gaan doen, bij voorbeeld om bij het station te komen, waar je beter niet je eigen fiets op het voorplein kunt achterlaten.
Minder te spreken ben ik over de e-steps (trottinettes électriques) die de trottoirs onveilig maken. Die kunnen tot 20 km/uur; heuvelafwaarts nog sneller. Onrustig, potentieel gevaarlijk.
Het systeem van per kredietkaart een fiets of step te huren op straat en die eventueel ergens anders achter te laten is mogelijk geworden door het electronische betaalverkeer plus de GPS: de beheerder, in dit geval blijkbaar de stad, kan altijd zien waar de voertuigen zich bevinden. Maar het basisidee was misschien het Witte-Fietsen-Plan uit Amsterdam, in de jaren zestig. Dat kwam te vroeg, omdat die technische mogelijkheden nog niet bestonden.
.
Benauwdheid. Zo breed als de boulevards zijn, zo smal is het in de huizen, en ook in ons hotel, dat natuurlijk niet grand luxe was. De gastvrouw die ons zondag spijzigde woonde met haar man en zuster in een prachtig appartement aan een binnentuin, waar je alleen in kwam door een ijzeren hek met een code. Vijf kamers, alles ademde luxe; toch was ook dit smal gebouwd, vooral in de gangen, de WC e.d. In minder bevoorrechte omgevingen is het nog een stuk krapper. Parijs heeft nu eenmaal weinig ruimte; ik zou daar op den duur toch ibbel van worden.
Vanuit het hotel keken we uit op een woonsilo van een verdieping of dertig, ook in de breedte een reusachtig gebouw. en zo zijn er nog talloze. Zou je daar kunnen wonen, zo zonder balkon? Alleen als het niet gehorig is, en dat valt te betwijfelen. Maar zelfs dan raak je toch een beetje vervreemd van de wereld: je wordt waarschijnlijk een soort Houellebecq.
.
Oude ruimte. Enkele malen zijn we om naar de Bd. Arago te komen door de Rue des Gobelins gelopen. Dat is een nogal smalle straat, maar eromheen is een ruimer wijkje, met nog intacte oude huizen en een lief parkje met breiende mevrouwen en een kruidentuin. Daar ben je ineens in een Parijs waar je een speld kunt horen vallen en waar je in historisch verantwoorde omgeving je kont kunt keren. Daar te wonen! Maar onder de miljoen Euro zal dat waarschijnlijk niet lukken.
.
Orde. Alles is heel keurig en verzorgd in Parijs, meer dan in Duitsland en dus zeker nog meer dan in Nederland. Zolang die gele vestjes niet protesteren houden ze de boel prima in orde. Alleen bij het Bassin de la Villette heb ik zwerfvuil en lege flessen gezien. Temidden van al die keurigheid liggen er wel wat daklozen, maar zelfs die schijnen hun leven geregeld te hebben, met tentjes en slaapzakken en een komfoortje: ze hebben zich bij voorbeeld ingericht in het portaal van een openbaar gebouw, waar ze dan weg moeten wezen als het gebouw weer opengaat. Daar zijn blijkbaar afspraken over.
In de stilte-wagon in de trein wordt alleen maar gefluisterd en niet getelefoneerd.
.
PoC. Parijs is bekend om zijn vreselijke voorsteden waar arme mensen uit Afrika een moeilijk leven hebben en ook anderen problemen bereiden. Maar de donkere mensen die binnen de veste Parijs rondlopen en werken, en dat zijn er heel veel, lijken volkomen geïntegreerd en op hun gemak, en de oorspronkelijke bewoners ook met hen. Uit sommige voormalige Franse koloniën stammen mensen die zwart zijn, diepzwart. Die zie ik anders nooit, dus in Parijs vallen ze me op. Arabieren en Turken neem ik allang niet meer als zodanig waar. Maar als ik er even op let zie ik ook veel gemengde Frans-Arabische gezinnen en individuen, wat een goed teken is.
Onder het publiek bij ons concertje waren ook diepzwarte en bruine en café-au-lait-kleurige mensen. Dat is in Duitsland vrijwel niet het geval.
.
Handys. Ja, zo spelt men in Duitsland het meervoud van handy, wat een pseudo-Engelse benaming voor een mobiele telefoon is. Ons vocaal ensemble bestaat uit mensen zo tussen de 40 en 65; ik denk dat ik de oudste ben, al is mijn stem nog jong. Wat mij zeer verbaasde is dat er tijdens de gezellige sessies op een caféterras wel heel wat wordt afgepraat, maar er ook periodes zijn waarin iedereen als op afspraak zijn smartphone trekt en daarin iets gaat doen. Dat is dus niet alleen een gewoonte van jonge kinderen en studenten. Ik heb ook zo’n ding, maar gebruik het minimaal, en zeker niet in het publiek.
.
Oriënt. In het Musée Delacroix werd ik, met terugwerkende kracht, getroffen door een citaat van de schilder, dat ik helaas niet woordelijk heb  overgeschreven, dus alleen maar kan parafraseren. Delacroix bezocht in 1832 Marokko, wat vroeg was, en schilderde daar wat hij zag en wat hij niet zag. In het museum lagen allerlei Marokkaanse voorwerpen die hij gebruikte in zijn schilderijen. Hij zei ongeveer: Ik heb daar veel details bestudeerd, maar die uiteindelijk toch niet geschilderd; het werd pas wat met het schilderij als ik mijn fantasie aan het werk zette. En dát, mijne dames en heren, is een wezenstrek van het oriëntalisme. Europeanen maakten hun eigen oriënt.

4 reacties

Opgeslagen onder De mens, Europa, Fietsen, Reizen

Ikjesclubs

Nog altijd ben ik ‘lid’ van twee internationale online wetenschappersverbanden: Academeia.edu en Research Gate, die ik nooit uit elkaar kan houden en wier activiteiten ik met een half oog volg. Je kunt daar veel wetenschappelijke artikelen gratis downloaden en hoeft dan minder vaak naar een bibliotheek te rennen. Je kunt ook een ‘abonnement’ nemen op de publicaties van door jou uitgekozen geleerden. Dat is prettig en daarom blijf ik daar. Als tegenprestatie word je geacht je eigen teksten te uploaden en dat heb ik gedaan. Ik krijg bergen post van deze clubs: telkens wijzen ze je erop dat X een nieuw artikel heeft geplaatst, of dat je, als je artikel zus-en-zo hebt gelezen, ook wel geïnteresseerd zult zijn in: … en dan volgt er een lawine van andere artikelen, waarvan vaak een deel inderdaad wel interessant is. Deze post is soms irriterend, maar ik kan mij voorstellen dat zij een zegen is voor nog actieve wetenschappers: een deel van het literatuuronderzoek wordt hun uit handen genomen en er komt ook eens een artikel uit Helsinki of Tennessee langs dat anders onopgemerkt zou zijn gebleven. Hoe weten ze wat iemand zou kunnen interesseren? Daaraan zullen wel die beroemd-beruchte algoritmen te pas komen. Dat is een Arabisch woord: het zijn kleine mannetjes die kaartenbakken bijhouden van wat mensen lekker vinden.
.
Een sympathiek neveneffect van deze online-activiteiten is overigens dat de machtspositie van uitgevers wordt ondergraven. Hoe vaak gebeurt het niet dat wetenschappelijke tijdschriften, nee niet Science of Nature natuurlijk, maar brave alfa-periodieken, die vroeger door een professor, een assistent en een secretaresse werden gerund, zijn gekaapt door een uitgeverij die de prijzen sterk heeft verhoogd en nu twintig of dertig dollar vraagt voor het downloaden, soms slechts het enkele lezen, van één artikel? Hoewel uitgever van huis uit een eerzaam beroep was, spijt het me niets dat dit soort haaien de tanden worden uitgetrokken.
.
De activiteiten van deze portalen kosten natuurlijk geld en je wordt ook regelmatig aangemoedigd voortaan te betalen, dan krijg je nog veel meer. Diepgaandere zoekmogelijkheden en meer verwijzingen als ik het wel heb; ik weet het niet, want ik betaal niet. Maar een waarschijnlijk sterke drijfveer om te betalen is dat dan je ijdelheid gestreeld wordt. En dat is zelfs voor niet-betalers al een belangrijke functie. Er komen immers mededelingen als: Jouw artikel zus-en-zo is door iemand gelezen. Deze week was je artikel zus–en-zo het populairst. Of: Iemand heeft naar jou gezocht. Als je wilt weten waar en door wie je gelezen wordt of wie er naar je gezocht heeft dan moet je betalen, dan krijg je dat te zien. Wie zou er niet een paar centen over hebben voor een discrete zielenmassage?
.
====
Voor niet-academici zijn er de algemene ‘sociale media’. Enige tijd had ik Facebook, maar daar ben ik schielijk weggelopen toen ik begreep wat dat voor bedrijf is. Nu heb ik nog Twitter, met enige tegenzin, maar ik houd het aan om een bescheiden reclame voor mijn Arabisch-blogs te maken. En als ik daar dan toch ben lees ik de boel ook even door en geef mij soms ook over aan de neiging te ‘reageren’. Dat is misschien beter van niet: dat hele geklets van al die nittwits kan de stemming negatief beïnvloeden. Twitter is wat voetbal is ten opzichte van economie, politiek en oorlog: een spelletje in de zijlijn voor mensen die niet in het echt mee mogen doen. Dat neemt niet weg dat er ook een hoop echt interessante en grappige zaken langs komen, zoals bij voorbeeld een prachtig optreden van Alexandra Ocasio-Cortzez of samenvattingen van wetenschappelijke onderzoeksresultaten door mensen die niet willen wachten tot ze over twee jaar in een tijdschrift verschijnen. En als er ergens een overstroming is weet je dat sneller dan anders.
Ook Twitter streelt de ziel, en niet eens voor geld: je hoeft je ziel slechts af te staan. Hier kunnen mensen gehoord worden die elders niet gehoord worden, of die te horen niet de moeite loont. Er wordt nauwgezet geregistreerd hoeveel ‘volgers’ iemand heeft: hoe meer volgers, des te prettiger het zelfgevoel en des te hoger de waardering in de twitter-community. Er zijn ook programma’s die berichten hoeveel volgers je er deze week hebt bijgekregen, en waar die zich bevinden. Sommigen twitteren zelfs de resultaten van hun volgers-peilingen. Maar dat is misleidend: ik volg ook een aantal uitgesproken weerzinwekkende mensen, niet omdat ik van ze houd, maar om te weten wat er in de wereld gaande is. Zonder Twitter zou ik die niet tegenkomen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Computer, De mens, Medien

Privilege

De zomer bracht ik als kind vaak bij mijn grootouders door. Op het dorp trad men mij met veel genegenheid, vleierij en zelfs onverdiend respect tegemoet, niet omdat ik zo’n bijzonder ventje was of ze mij zo hoog hadden zitten, maar omdat ik de kleinzoon van mijn grootvader was. De enige nog wel, die later bij hem in de zaak zou komen; dat bazuinde opa tenminste graag rond. Opa had een bedrijf, had een stel werknemers en was rijk, al was daar ten gevolge van het Gereformeerde geloof niet veel van te merken.
(Andere kinderen van mijn leeftijd om mee te spelen waren daar niet in de buurt; anders had die bevoorrechte positie zich vanzelf wel afgevlakt.)
Eén geval van privilege, dat staat voor alle andere, zit nog op onaangename wijze in mijn geheugen. Oma stuurde mij wel eens om boodschappen. Op een keer — ik zal een jaar of tien, elf geweest zijn — kwam ik bij de kruidenier in de Hoofdstraat. Daar stonden wel zes klanten en ik zou dus moeten wachten. Maar ziedaar: ik werd het eerst geholpen! Dat is de kleinzoon van S., werd er om mij heen gemurmeld. Ik vond het onterecht, maar … liet het me welgevallen, zodat de boodschap snel gedaan was.
.
Mijn huisarts in Marburg is erg goed. Ze neemt de tijd voor iedere patiënt, stelt goede diagnoses, heeft goede contacten met de juiste specialisten, die zij maar hoeft op te bellen en je krijgt al een afspraak voor morgen. Daarom heeft zij ook veel patiënten en waren de wachttijden in haar wachtkamer absurd lang. Sinds kort is er ontspanning ingetreden, omdat er inmiddels nog twee andere artsen in de praktijk werken. Maar vroeger zaten de mensen soms wel twee, drie uur te wachten. Er werd onder de wachtenden flink over gejammerd; het wachten was soms erger dan de kwaal waaraan men leed. De meeste mensen namen het toch voor lief, omdat zij prijs stelden op een goede arts, en wie er niet tegen kon zocht zich een andere geneesheer of -dame.
Maar ik hoefde bijna nooit te wachten, want ik was Professor R. Nauwelijks zat ik in de wachtkamer met het nieuwe nummer van de Stern of de assistente kwam mij al oproepen, met naam en titel.
Ik ben geen professor en heb daar herhaaldelijk op gewezen. Eén maal heb ik er persoonlijk op toegezien dat die titel op mijn kaart werd doorgestreept, maar het heeft niet geholpen: ik ben nog steeds professor. Vermoedelijk is het een Duitse techniek om mij stiekem voor te trekken. Waarom ze dat doen weet ik niet; het is onrechtvaardig, maar … ik laat het me graag welgevallen, zodat niets meer een spoedige genezing in de weg staat.
.
Als student in Egypte (1971–72) genoot ik een Egyptische studiebeurs van £E 40,– in de maand, dat was £E 36,50 after tax. Het Pond, dat nu € 0,05 waard is, was toen officieel ƒ 8,20, op de zwarte markt ƒ 5,50. Dat was heel veel meer dan Egyptische studenten kregen. Ik had als buitenlandse student nog meer privileges. Door bemiddeling werd mij bij voorbeeld op het Ministerie van Binnenlandse Zaken een pasje uitgereikt waarop stond, dat ik doctor in de archeologie was en vrij toegang had tot alle monumenten in Egypte; zelfs die eigenlijk gesloten waren. Dit liet ik mij graag welgevallen. Dat ik een beetje jong was voor een doctorstitel hinderde blijkbaar niemand. Ook kreeg ik gratis een kortingkaart voor de stadsbussen, zodat ik in plaats van één piaster nog maar een halve hoefde te betalen voor een ritje in de tweede klas. Soms had ik geen zin in zo veel volk en nam ik de eerste; dat kostte dan wel meteen twee piaster.
De beurs moest maandelijks worden geïnd op het kantoor voor buitenlandse studenten in de straat bij het graf van Sa‘d Zaghlul, waar nu het metrostation is. Daartoe moest ik naar de tweede verdieping, en bij binnenkomst stond er al een portier gereed om de deur van de lift voor me open te houden. Op een keer merkte ik dat Soedanese studenten, die ook hun beurs kwamen afhalen, niet in de lift mochten. Dat vond ik akelig; voortaan nam ik ook de trap. Toch even een moment van solidariteit met de zwoegende en zuchtende mensheid; nou ja, kunst hoor: twee trappen oplopen.
.
N.B.: Een collega vertelde onlangs, dat die Soedanese studenten slechts £E 10,- in de maand kregen.

2 reacties

Opgeslagen onder Cairo, De mens, Duitsland, Persoonlijk, Vroeger

Waarom ik toch geen honderd word

Waar men in de Oudheid nog voor vaststaand aannam dat de wereld van eeuwigheid bestond en eeuwig zal bestaan, hebben christendom en islam de westerse mensheid gewend aan het idee dat de wereld een einde zal nemen. Zeer binnenkort of in een onbestemde toekomst, al naar het levensgevoel van de dag—maar onder gaat ze, de wereld, met daverende aardbevingen, vloeden en andere natuurrampen.
.
Nadenken over het nabije wereldeinde is op mijn leeftijd wat hachelijk. Immers, de persoonlijke ondergang is al duidelijk te voelen en ook om mij heen zie ik overal verval, ziekte en dood. Daaruit te concluderen dat binnenkort maar liefst heel de wereld zal ondergaan zou echter een denkfout zijn.
.
Denken over het einde van de hele wereld is ook niet nodig. De planeet zal echt wel voortbestaan, alleen zal zij geen geschikte leefomgeving zijn voor mijn soort. Dat was zij toch al nooit, maar het wordt erger. Mijn wereld, in de zin van leefwereld, is aan het ondergaan; die is misschien ook de uwe? Mocht ik heel oud worden zal ik de nieuwste versie van de wereld steeds minder als de mijne herkennen, dus een verder verblijf daarin is niet zinvol.
.
Mijn oude lijf draagt de dood al in zich, maar van ongestoord aftakelen in een sfeervolle Seniorenresidenz met dagelijks drie keuzemenu’s zal allicht geen sprake meer zijn. Het is gedaan met de rust, de bedreigingen van buitenaf worden steeds talrijker.
.
Het klimaat verandert snel; de zomers worden steeds warmer. In 2018 hadden we hier vijftien dagen met 35–37˚. Die waren met enig gepuf en een ventilator wel uit te houden; de vele dagen met 30˚ daarvoor en daarna vond ik persoonlijk zelfs wel prettig. Maar hoe zal het zijn als een hittegolf 40˚ wordt, de gewone zomertemperatuur 34˚ en de droogte nog droger? Veel mensen worden dan niet lekker of sterven; anderen worden erg prikkelbaar. De voedselvoorziening komt in gevaar. Natuurlijk kunnen er andere gewassen worden verbouwd en de landbouw zoals wij die kennen kan in Zweden en Finland worden voortgezet, maar de omschakeling zal langzaam en stokkend gaan en dus sociale onrust teweeg brengen.
De met de klimaatverandering gepaard gaande stijging van de zeespiegel vormt ook een bedreiging. Hier in de buurt zijn Nederland, Engeland, Noord-Duitsland en Denemarken in gevaar, om van Bangla Desh maar te zwijgen. Het aantal slachtoffers kan in de miljoenen lopen; bovendien kan mijn pensioen nat worden.
In Nederland hebben springvloeden regelmatig voor overstromingen gezorgd. De Nederlanders kennen dat; ze nemen na(!) zo’n overstroming dan ook steevast maatregelen. Na 1916 de Zuiderzeewet en de Afsluitdijk, na 1953 de Delta-werken. Met de stijging van de zeespiegel, die tot veel hogere waterstanden kan leiden, hebben zij echter geen ervaring. Wordt het al tijd om bezorgd te worden of kan dat later? Er verschijnen geruststellende grafieken en voorspellingen: ergens in 2040 of 2070 of 2100 zal de zeespiegel 0.9 of 27 cm stijgen, dus dat valt erg mee. Niemand voorziet een plotselinge stijging van bij voorbeeld anderhalve meter in 2023, dat zou maar paniekzaaierij zijn; toch behoort ook dat tot de mogelijkheden. Er zijn inderdaad wel geleerden die over metershoge stijgingen in de toekomst spreken, maar de bevolking, en zeker de overheden, kiezen altijd de mildste voorspellingen. Ergens in Groenland blijkt de laatste jaren juist minder ijs gesmolten te zijn: nou kijk eens aan, niets aan de hand dus.
Van andere fenomenen, zoals zonne-energie, en de versnelde verschuiving van de magnetische Noordpool heb ik geen flauw benul, maar misschien spelen ze bij dit alles ook een rol.
.
Ook het geestelijke klimaat wordt anders. Dingen die voor mij altijd belangrijk waren, zoals lezen, schrijven, studie, geschiedschrijving, vreemde talen, onderwijs en universiteiten gaan eruit, die zijn niet meer van deze tijd. Het idee van een samenleving gaat er ook uit. De meeste mensen zien tegenwoordig wel in dat neo-liberalisme en vrije marktwerking een blunder waren, maar kom er maar eens van af.
Er moet een samenhang bestaan tussen digitalisering enerzijds en de opkomst van holle vaten en geboefte als politieke leiders en de terugkeer van het fascisme anderzijds: Trump, Bolsonaro, Duterte, Orbán, Erdoğan, Poetin, Salvini — maar hoe die samenhang precies is blijft nog onduidelijk.
Ook zal er wel een samenhang bestaan tussen het fysieke klimaat, de zeespiegel, de Noordpool en het veranderende geestelijke klimaat, al is er moeilijk de vinger op te leggen. Maar als de bomen en de trekvogels van een en ander al in de war zijn, hoe zouden dan de mensen niet in de war zijn? Ineens slaan ze in het wilde weg aan het haten, willen niet meer een vijand, maar zich zelf schade toebrengen, trekken gele hesjes aan, en zelfs Rutte, niet bepaald een vechtersbaasje, wil plotseling personen van lagere stand in elkaar slaan. Ook jongere mensen voelen blijkbaar aan dat de wereld niets voor hen is en willen dus dat zij kapot gaat, net als in 1914. Een land kan 20% of 25% fascisten nog behappen; de anderen regeren dan nog wat verder, hoewel het blok aan het been wel steeds zwaarder gevoeld wordt. Maar als het voedsel of de woonruimte of de zorg veel duurder wordt, of als er allerlei draconische maatregelen moeten worden getroffen, zal het percentage fascisten snel oplopen en de ondergang dus versneld verlopen.
.
Allemaal redenen waarom ik geen honderd word.

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Klimaat, Persoonlijk

Een vroom accessoire: de bidvlek

Van de Straatsburgse terrorist Chérif Chekatt circuleren er twee foto’s. Op de meest recente springt de plek op zijn voorhoofd in het oog, de zg. zabība of bidvlek, ook genoemd bidplek of bideelt. Die ontstaat door bij het bidden veelvuldig met het voorhoofd de vloer te beroeren. Op de foto rechts, die uit zijn eerste gevangenschap in 2008 moet dateren, ontbreekt die vlek.
Als zoveel jongens van Arabische herkomst kan hij in de gevangenis door contact met predikers en propagandisten zijn ‘geradicaliseerd’ en zich vervolgens suf hebben gebeden. Gevangenissen zijn immers de broedplekken waarin Europa zijn terroristen kweekt.
Het is echter ook denkbaar dat die bidvlek niet echt is, maar alleen met kleurstof op het voorhoofd is aangebracht. Een bekende truc bij mensen die vromer willen lijken dan ze zijn, bij voorbeeld wijlen president Sadat van Egypte. Van zulke beroemde personen is er altijd wel ergens een foto zonder vlek te vinden.

3 reacties

Opgeslagen onder De mens, Islam, Religion

Pseudo-islamisering

Mensen zijn vaak bang dat de islamisering van onze maatschappij door islamistische terroristen zal plaatsvinden, of door tsunami’s van moslim-immigranten, en/of door een nieuw, hoogstwaarschijnlijk in Brussel of Den Haag te vestigen kalifaat.
Door deze irrationele angsten verliest men uit het oog dat er een autonoom toegroeien bestaat naar waarden die overeenkomen met de islamitische.
.
Neem bij voorbeeld het sportbroekje, of de korte broek in het algemeen. In de jaren tachtig schaamden mannen zich er niet voor, rond te lopen in een Adidas-short dat kort onder de liezen ophield, of in zeer kort afgeknipte oude jeans. Daar kun je tegenwoordig echt niet meer mee over straat. Sportbroekjes voor heren eindigen nu iets boven de knie, evenals de islamitische onderbroek. Dat hele korte was overgewaaid uit Amerika, dat langere niet uit Mekka, maar eveneens uit Amerika.
.
En al wat in de VS aan het licht is gekomen over verkrachtingen, onveiligheid voor vrouwen op straat, #Metoo en de keerzijde daarvan: de toenemende vrees van mannen dat ze ieder ogenblik van opdringerigheid verdacht kunnen worden, heeft een sociale angst teweeg gebracht, die geleidelijk, heel geleidelijk kan leiden tot een scheiding der geslachten zoals die ook in de sharia is voorzien. Daar komt dan niet één moslim aan te pas.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Islam