Categorie archief: De mens

Geslachten en neigingen bij de oude moslims 2.0

[Ik herpost dit nog een keer, want er is heel wat bijgekomen. Toch is het nog lang niet af.] 

De Boeginezen op Celebes kennen vijf geslachten, en de Navajo-Indianen eveneens: mannelijke mannen, vrouwelijke mannen, vrouwelijke vrouwen, mannelijke vrouwen; bij de Navajo de hermafrodiet die man én vrouw is en bij de Boeginezen de bissu, een soort heiligmens, die man noch vrouw is.
.
Lawrence Durrell schreef in Justine over Alexandrië: ‘There are more than five sexes, and only demotic Greek seems to distinguish between them.’ Dat laatste geloof ik niet, het Arabisch kan er ook wat van, maar inderdaad waren er vanouds in het Midden-Oosten heel wat meer geslachten dan in het saaie Westen, dat tot voor kort alleen mannetjes en vrouwtjes (er)kende en waar de recente ontdekking van andere mogelijkheden vooral getob lijkt te veroorzaken. De moslims deden er minder moeilijk over. Een operatie ter verandering van het geslacht was in Casablanca of Teheran eerder mogelijk dan hier.
.
De laatste tijd schieten ook bij ons de geslachten en genders als paddenstoelen uit de grond. Wij hebben tegenwoordig LGBTQ… en nog meer letters; van de laatste weet ik niet eens waar ze voor staan. Of het prettig is voor de betrokkenen om in zo’n hokje geduwd te worden? De Indonesische activiste Tiara Tiar Bahtiar heeft een boek geschreven met de titel Namaku bukan waria – panggil aku manusia, ‘Mijn naam is niet transgender, noem mij mens.’ Maar blijkbaar zijn er ook veel die erop staan zich zelf zo’n letter op te plakken. Zonder identiteit schijnt het tegenwoordig niet te gaan.
.
Er zijn geslachten en genders, maar ook seksuele oriëntaties; bovendien is er nog de mogelijkheid van travestie. Al met al is er een groot aantal spelcombinaties mogelijk. Het verschil tussen geslacht en gender is me nog steeds niet duidelijk, maar dat geeft geloof ik niet, want in het vervolg wil ik eens kijken wat de oude Arabieren ervan dachten, en die onderscheidden ze ook niet.
.
Ik moet mij zeer beperken en kan het alleen maar aanstippen, want in de Arabische bronnen die ik mij kan voorstellen (poëzie, geschiedwerken) ben ik niet ver doorgedrongen; zij zijn onafzienbaar en dikwijls onontsloten. Eén ding kan al van te voren worden gezegd: men deed vroeger niet aan identiteit. De westerse gedachte: als je iets bent ben je dat voor altijd, het is je ware wezen, je identiteit, bestond in die oude wereld niet. Mensen die dat wensten konden best uit hun hokje om iets anders te ‘worden,’ zij het meestal tijdelijk. En ook als zij het misschien niet wensten: mij wordt over Afghanistan meegedeeld dat daar soms meisjes wordt opgedragen jongen te worden, als er een zoon in het gezin ontbreekt. Het gezin is van de schande van geen zoon te hebben verlost, de nieuwe jongen kan meehelpen bij vader in de winkel, het biedt de mogelijkheid om aan het publieke leven deel te nemen, en voor de zusjes een kans om er ook eens uit te komen, met ‘broer’ als chaperon.1 Ook in Albanië zijn er nog oude mannen geïnterviewd die als meisje waren geboren en om praktische redenen man geworden waren (burrnesha). Over hoe het dan ging met plassen, met de menstruatie, met voetbal en vechten zou ik graag meer horen.

Er was vanouds de khunthā, de hermafrodiet, die de lichamelijke geslachtskenmerken heeft van zowel een man als van een vrouw.
Volgens de koran heeft God de mens echter geschapen als mannen en vrouwen. Hermafrodieten moeten dus een keuze maken: als zij zich als man beschouwen en hun penis ook voor penetratie kunnen gebruiken moeten zij man worden, en anders vrouw. Vandaar dus de toelaatbaarheid van die operaties, toen die eenmaal mogelijk werden.

De mukhannath is lichamelijk een man, maar geneigd tot vrouwelijk gedrag. In kroegen werd de wijn vaak ingeschonken door een verwijfd jongetje dat lispelde en met zijn kontje wiegelde om de gasten te behagen. Niet duidelijk is, of hij dat uit een diepgevoelde neiging deed of alleen voor het geld; allebei zal wel zijn voorgekomen.
De mukhannath neemt enorm veel plaats in in de rechtsgeleerde werken, en niet als probleemcategorie, eerder gewoon als een derde geslacht.     @NIET AF!  Art. Rowson@

Over vrouwen van het type ‘butch’ heb ik nog niet veel gevonden.  Art. sihâq in EI?@ Kruk, Warriors

De ghulāmīya of radjulīya, een meisje dat zich kleedt en gedraagt als jongen of man, schijnt een idee geweest te zijn van de moeder van kalief al-Amīn (reg. 809–813). Toen al-Amīn als jongeman weinig belangstelling voor het vrouwelijk geslacht bleek te hebben wilde zijn moeder die stimuleren door dergelijke meisjes aan het hof te introduceren: kort haar, tuniekjes, strakke riem.
Wat voor meisjes waren dat? De moeder van een prins kon natuurlijk slavinnen bevelen zich als jongen te gedragen, ook als zij daartoe van huis uit niet geneigd waren. Maar zij zal bij de selectie wel een beetje opgelet hebben welke meisjes de rol met overtuiging konden spelen. Veel succes had ze overigens niet met haar pogingen. Toen al-Amīn eenmaal kalief was dichtte een anonieme spotdichter over hem en zijn minister Faḍl:

  • Het is een wonder: de kalief
    is als een pederast actief,
    de ander komt aan zijn gerief
    (wat ons nog meer verrast) passief!2

Vrijwel onmiddellijk werden de ghulāmiyāt ook elders populair, bij voorbeeld als schenk(st)ers in kroegen. (Metz 336f, Zayyāt 186) De dichter Abū Nuwās ontving zijn wijn graag ‘uit de hand van eentje met een gleuf, gekleed als iemand met een pik.’ (Wagner 178) Hij beschrijft de meisjes ook, bijv. zo: Hier heb je mensen vrouwelijk in gedrag, maar in mannenkleding | met blote handen en voeten, zonder sieraad aan de oren en om de hals | zo slank als teugels, zwaardscheden en gordels |maar ze hebben volle achterwerken in hun tunieken, en dolken aan hun taille, | hun lokken zijn gekromd als schorpioenen, en hun snorren zijn van parfum.’ (Wagner 177)

Hind bint Nu‘mān: ‘de eerste Arabische lesbienne’ (6e eeuw), had er aardigheid in haar successieve echtgenoten te vernederen.@

Hind bint ‘Utba (7e eeuw), de ‘levereetster’ stelde zich volgens de overlevering niet tevreden met de traditionele vrouwenrol op het slagveld, die bestond in water aandragen en het verzorgen van gewonden. Zij sneed het lichaam van de verslagen held Hamza open en at zijn lever rauw. Ook niet echt meisjesachtig.

Afghanistan: بچه پوش

Er bestaan ook tegenwoordig nog meisjes die uit zichzelf zich als jongens gedragen, in kleding en gedrag. In plaats van als vrouwelijk geldende bezigheden na te streven ravotten zij liever met de jongens en weten zich onder hen ook te handhaven. Zulk meisjes heten in het Engels tomboy, in het Afghaans bachche posh, in het Arabisch fatāt mustardjila, maar dat heb ik nooit gehoord. Het Nederlands heeft er blijkbaar geen woord voor. Wanneer met het intreden van de puberteit de lichamelijke verschillen tussen jongens en meisjes groter worden zal het wel afgelopen zijn met tomboy zijn, maar het fijne weet ik daar niet van. Nordberg vertelt over het Afghaanse meisje Zahra dat op haar vijftiende nog tomboy was en helemaal geen zin had om zich aan de vrouwenrol te wijden. Ze maakte eens een rondje op een gehuurd motorfietsje, harstikke stoer, maar toen riep een jongen haar toe: we weten heus wel dat je een meisje bent! Ze vond het niet erg; het was een vriend, die haar ook beschermde als andere jongens haar te lijf wilden gaan. Blijkbaar wist men wel dat sommige jongens eigenlijk meisjes waren, maar werd dat min of meer genegeerd en getolereerd.

Mannetjesputter, Cairo

In Egypte bestaan er veel moppen en cartoons over muizige mannetjes die geheel onder de plak zitten van hun sterke echtgenote. Dat is natuurlijk fantasie; toch bestaat er een minderheid van paren waarbij dat duidelijk het geval is. Niemand zal de voorste dame op bijgaande foto voor bedeesd of onderdanig houden. Zo’n vrouw wordt bij ons vaak manwijf genoemd; dat klinkt erg negatief. Haaibaai, dragonder of mansvilder is ook niet beter; neutraler klinkt mannetjesputter—ja, dat woord is voor beide geslachten in gebruik, maar dat hoor je zelden over vrouwen.

In Egypte waren (zijn?) er ook vrouwelijk bouwvakarbeiders: ik heb hen zeer zware lichamelijke arbeid zien verrichten: manden vol stenen sjouwen, op steigers klimmen enzovoort. Misschien hadden zij geen man (meer) die voor het gezinsinkomen zorgde en moesten zij de mannelijke rol overnemen? Maar hadden zij dan geen naai- of strijkwerk kunnen doen, of met een luierservice langs de huizen gaan?

‘Mijn moeder was een echte vent,’ schreef al-Māzini, ‘zij@ZOEK DIE TEKST@

Umm Kulthum, de beroemde Egyptische zangeres die met haar formidabele stem heel Egypte, en vervolgens de hele Arabische wereld op zijn knieën dwong, viel al vroeg op door haar zangkunst. Haar vader had een muziekensemble waarin zij mocht optreden op voorwaarde dat zij zich als jongen zou kleden en gedragen. Dat ging lange tijd goed, maar toen zij ouder werd niet meer, omdat zij steeds zichtbaarder een vrouw was en steeds meer mensen ‘het’ wisten. Vader beval haar op te houden en te trouwen; daar kwam allemaal niets van terecht en na een pauze zong zij verder, voortaan helemaal als vrouw. Schoot zij nu in de traditionele rol van almée (‘ālima)@@? Zij hield zich echter verre van de van kunstenaars bekende liederlijkheid. Dat zij niet aanrommelde met mannen  wordt vaak toegeschreven aan haar vrome inborst en nobele karakter; het kan echter ook zijn dat zij zich meer tot meisjes voelde aangetrokken. Er bestaat tenminste één gerucht dat zij bij het opstellen van een contract voor een buitenlands optreden de terbeschikkingstelling@ van twee jonge meisjes bedong.

Dit zijn maar hap-snap wat indrukken, de meeste uit lectuur. In geen velden of wegen heb ik een overzicht over deze fenomenen in de hele Arabische of islamitische wereld; ben ook geen sociale wetenschapper.

Jongensachtige meisjes en manhaftige vrouwen hoeven geenszins lesbisch te zijn; ik zeg het nog maar even.

ORIËNTATIES
Homoseksualiteit. Het overkoepelende begrip homoseksualiteit, dat gebruikt wordt voor álle vormen van seksueel leven tussen personen van hetzelfde geslacht, bestond in de Arabische wereld niet. Bestaat het nu wél? In de woordenboeken Europees-Arabisch wordt vaak als equivalent liwāṭ gegeven, maar dat is iets anders. Het schijnt mithlīya djinsīya te moeten heten, maar dat is een raar modernisme; hoeveel mensen begrijpen wat daarmee bedoeld is?
Een lūṭī is een man die een jongen of andere man anaal penetreert. Dat kan hij doen uit lust, maar hij kan het ook doen om de ander te vernederen, te straffen of hem zijn dominantie te tonen; of uit meervoudige impulsen. De anale penetratie heet liwāṭ; liefkozen, knuffelen, kussen en andere verrichtingen die in het Westen ‘seksuele handelingen’ genoemd worden zijn daaronder niet begrepen. Het verlangen van een jongen of man, anaal gepenetreerd te worden (ubna) evenmin.
Een ma’būn is iemand die zich anaal laat penetreren: uit lust, of gedwongen, of uit een combinatie van beide. Het verlangen daarnaar heet ubna. @@MEER
Uit het bovenstaande zal reeds duidelijk geworden zijn waarom het begrip homoseksualiteit in het Arabisch wereld niet bekend was. Terwijl in het Westen de oriëntatie op hetzelfde geslacht bepalend is, is daarginds het actief of passief zijn van belang, terwijl aan elkaar zitten, variërend van stoeien tot vrijen, en in het Westen als seksueel opgevatte handelingen buiten beschouwing blijven: die vallen domweg niet onder seks. (NOOT of EXCURS Michael Roes beschrijft dat mooi van Jemen.) Begrijpelijk wordt nu ook waarom in Arabische landen tegenwoordig soms zo fel tekeer wordt gegaan tegen homoseksualiteit: dat is een importproduct, een drukdoenerige lifestyle uit het Westen. Dezelfde mensen die daar zo fel tegen zijn kunnen gewoon doorgaan met hun traditionele gedragingen, wat hun vanuit het Westen soms het verwijt van hypocrisie oplevert. Al heb ik de indruk—maar meer is het niet—dat er tegenwoordig onder jonge Arabische mannen toch minder geknuffeld en hand in hand gelopen wordt dan toen ik in 1971–72 in Cairo studeerde. Als die indruk klopt is ook dat een gevolg van beïnvloeding vanuit het Westen; de Verlichting, weet U wel. Jammer voor die jongens, want ze hebben toch al zo weinig. Met meisjes mogen ze nog steeds niets.
==============
Zelf heb ik op dit gebied maar heel weinig herinneringen uit mijn studententijd in Cairo.

In de studentenflat werden kamers vaak door twee jongens gedeeld. Hoe het samenleven in die kamers was onttrok zich geheel aan de waarneming. Preutsheid heerste alom: twee keer per week was er warm water, dan zag je alle studenten in de rij staan voor de douchehokjes, van de hals tot de enkels gehuld in badmantels. Jongens die vrijwel niets bezaten hadden toch geïnvesteerd in dit blijkbaar noodzakelijk geachte kledingstuk. Dat was in Nederlandse studentenflats heel anders, zelfs toen die gemengd werden.

’s Avonds kon je in de binnenstad ‘Cleopatra, de koningin van de Nijl’ tegenkomen: een exuberant opgemaakte en geklede, grote persoon, die zich uitdrukkelijk als vrouw presenteerde. Aangenomen werd dat er onder al die pracht een mannelijk lichaam schuilging, maar dat kan bij nader inzien evengoed een hermafrodiet of transgender geweest zijn. Of een vrouw? De Mathilde Willink van het Nijldal, waarom ook niet? De autoriteiten waren tegen dit soort verschijnselen, maar de mensen op straat waren eerder geamuseerd welwillend. Geen sprake van stenen gooien of volksgericht.
.
Op een verjaardagsfeestje waren de twee aanwezige meisjes al snel in de keuken verdwenen, terwijl de jongens en mannen zich onder elkaar amuseerden met o.a. zeer zinnelijke, zelfs obscene buikdansen, die door twee jongemannen na elkaar werden uitgevoerd. Het geheel werd als grap, als parodie gepresenteerd, goed voor het ene lachsalvo na het andere, maar intussen werden de dansen met grote kunstvaardigheid uitgevoerd. Daar moet langdurig en met liefde op geoefend zijn geweest; het werd me toen duidelijk dat er gewoon ook mannelijke buikdansers bestonden. En dat waren geen ingehuurde krachten, maar genode gasten, vrienden van de jarige.
.
En dan waren er nog die twee Italiaanse clowns. Die sprongen te voorschijn uit een zijsteeg en voerden hun nummer op; heel snel, stiekem natuurlijk, want zulke kunsten waren in Egypte streng verboden! Hun optreden was grof, obsceen, anaal. Nog tijdens hun optreden haalden ze het geld op bij het snel toegestroomde, medeplichtige publiek. Tenslotte verdwenen ze ergens in een trappenhuis en ook de toeschouwers waren weg. Niets gebeurd – snelvermaak in een politiestaat.

Over dit alles moet nog meer komen. Een leuk zomerklusje, maar eerst wordt het vakantie. Ik ga deze bladzijden gebruiken als knutselhoekje; als ik wat bij elkaar heb wordt de hele boel naar het Leeswerk Arabisch en islam overgebracht.

NOTEN
1. Privé-medeling van Prof. Remke Kruk, Leiden.
2. Vertaling Geert Jan van Gelder, in @@

BIBLIO
Khaled el-Rouayheb, Before Homosexuality in the Arab-Islamic World 011 EN 3710 R85. Unni Wikan, Resonance. Beyond the words chapter on khanith niet in UB. Adam Mez, Die Renaissance des Islâms, Heidelberg 1922. Jenny Nordberg, The Underground Girls of Kabul, The Hidden Lives of Afghan Girls Disguised as Boys, 2014. Is in het Duits voorhanden: Afghanistans verborgene Töchter. Wenn Mädchen als Söhne aufwachsen, vert. Gerlinde Schermer-Rauwolf, Robert A. Weiß, Kollektiv Druck-Reif, Hamburg 2015. G.J. van Gelder,. Ewald Wagner, Abū Nuwās. Eine Studie zur arabischen Literatur der frühen ‘Abbāsidenzet, Wiesbaden 1965. Remke Kruk, Female Warriors. Everett K. Rowson, ‘The effeminates of early Medina,’ JAOS 1991, 671–93.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Nabije Oosten

Mannen, vrouwen

Onlangs nam ik deel aan een koorweek in Freckenhorst. Vijftig personen, waarvan ik er vijf vagelijk kende en de anderen helemaal niet. Wat doe je dan? Je gaat bij een groepje zitten met koffie drinken of bij het eten en maakt hier en daar een praatje tot je wat meer mensen leert kennen.
Gewoontegetrouw zocht ik eerst aansluiting bij de mannen. Maar die vond ik ineens zo vervelend: praten over auto’s en dat eeuwige one-upmanship, bah. Hoewel ik later in de week alsnog twee, drie interessante mannen ontdekte was dit voor mij aanleiding om mij eens wat meer onder de vrouwen te begeven. Die hebben, zo kwam het mij voor, een grotere bandbreedte van gespreksonderwerpen. Als het over kleren of kamerplanten gaat wend je je even af, maar er blijven genoeg onderwerpen over; bovendien zijn of lijken ze spraakzamer in het algemeen.
Het was natuurlijk niet zo dat ik nu pas vrouwen en hun eigenschappen ontdekte. Wel ontdekte ik dat het contact met vrouwen nu anders is. Nu ik zo oud geworden ben is de erotische spanning, of juist het ontbreken daarvan, of de storende aanwezigheid daarvan, of de onwenselijkheid of ongepastheid daarvan, geheel weggevallen en staat niet langer een ontspannen vriendschappelijk contact in de weg. Van mens tot mens.

3 reacties

Opgeslagen onder De mens, Persoonlijk

Stinkende mensen

Het is warm en zweterig weer, toch stinken er maar weinig mensen. Degenen die langdurig lichamelijke arbeid verrichten wel, maar hun zij het vergeven. De anderen stinken niet, omdat zij iedere dag douchen, schoon goed aantrekken en deodorant gebruiken. Dat was in de goede oude tijd wel anders: in de jaren vijftig en zestig was het soms geen pretje in een tram of trein met mensen opgepakt te zitten die zelden baadden en maar eens in de week schoon ondergoed aantrokken. Zelfs als het niet warm was wasemden hun kleren … enfin, U herinnert het zich of kunt het zich voorstellen. Dubbel pret was het als je in een forensentrein alleen een plekje kon vinden in een rokerscoupé.
.
Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Ik ken hier één man die stinkt, ’s winters ook. Gaat niet in bad, trekt geen schoon goed aan, gebruikt geen deo. Verder vertoont hij geen asociaal gedrag, hij is beminnelijk; toch zal hij niet veel vrienden hebben. Anders zou één van hen hem er eens op moeten wijzen welke geur er om hem hangt. Of misschien heeft iemand dat al gedaan en is hij halsstarrig. Er zijn van die mensen: professor Zonnebloem meende niet doof te zijn en Obelix niet dik.
.
Parfum is een ander verhaal, en dat stelt me voor een raadsel. Sommige parfum is lekker, andere niet, terwijl ze toch allemaal als lekker bedoeld zijn. Voor goedkope luchtjes heb ik een zekere tolerantie: ik heb begrip als een jong meisje niet zoveel geld heeft en toch haar best doet aardig voor de dag te komen. Maar neem mevrouw S. Een aardige vrouw, prettig in de omgang, ziet er ook goed uit, maar die lucht! Zij gebruikt een parfum dat op mij afstotend werkt. Ik wil dan wat verder weg gaan zitten of een raam opendoen. Het is geen goedkoop luchtje dat zij op heeft; de duurte ervan is duidelijk te ruiken. Misschien dat anderen—hopelijk inclusief haar man—het juist lekker vinden? Is het dus zo dat de genietbaarheid van een parfum niet universeel is? Dan neemt een vrouw een groot risico door een bepaald merk te kopen.
Gelukkig bereikt parfum bij de meeste dames wél het beoogde doel: een discrete onderstreping van heur aangename eigenschappen, inclusief de persoonlijke lichaamsgeur.
.
Moet die onderstreping werkelijk altijd discreet zijn? Dat is misschien een Europees dingetje. Met juwelen is het net zo: een enkele ‘stijlvolle’ broche, een gladde ring met hoogstens één briljantje, kleine niksjes van oorknopjes: het moet in Noordwest-Europa altijd bescheiden zijn. Geld hoort op de bank, niet op je lijf. In het Nabije en Midden-Oosten is dat heel anders: daar overgieten dames zich met flinke plenzen van de duurste parfums. Waarschijnlijk verkopen parfumfabrikanten daar meer dan in Europa. En het gekke is: daar kan het, het stoort niet en hoort gewoon bij het leven.
.
Mannen die zich parfumeren kom ik haast nooit tegen. Ik ken er momenteel maar één; niet lekker. Uit de oude tijd herinner ik me wel dat het normaal was after-shave-lotion te gebruiken. Dat rook ook niet altijd prettig in de tram; er waren hele ordinaire merken bij, maar het vervloog vrij snel, terwijl echte parfum uren blijft hangen. Naar mijn indruk wordt after shave haast niet meer gebruikt; maar ik kom ’s ochtends nauwelijks onder mensen.
In het Midden-Oosten parfumeren mannen zich wél, ook in de studentenflat in Cairo waar ik ooit woonde. Die studenten konden zich geen dure luchtjes uit het buitenland veroorloven, maar gingen naar de soek, waar goedkope flesjes met traditionele geurstoffen werden aangeboden. Dat rook niet goedkoop en wel prettig.
.
Geurstoffen zijn religieus gelegitimeerd. Jezus liet zich door een vrouw overgieten met een kostbaar parfum, waarbij de aanwezige gereformeerden ook toen al mopperden en meenden dat zij voor zoiets duurs wel betere doelen wisten. Inderdaad stortte de wierookmarkt na de verbreiding van het christendom volledig in. Van Mohammed is de uitspraak bewaard: ‘In deze wereld zijn vrouwen en parfum mij dierbaar gemaakt, en mijn verkwikking is gelegd in het gebed.’ حبِّب إليَّ من دنياكم النساء والطيب وجعلت قرة عيني في الصلاة
.
Zo kan hij wel weer, dacht ik. Laat maar tierelieren, die Emigrant.

6 reacties

Opgeslagen onder De mens, Godsdienst

Samenwonende mannen

Twee mannen kunnen niet samen in een huis wonen. Of ja, het kan natuurlijk wel, maar dan moeten ze seks met elkaar hebben. Dan zijn ze namelijk gecertificeerd homoseksueel en dan kunnen de fiolen van de tolerantie over hen worden uitgestort.
.
Een mini-herinnering voerde mij terug naar het flatgebouw in Leiden waar ik in de zeventiger jaren enkele jaren een driekamerwoning had. Het was een fijne flat, waar de meeste bewoners zo om de dertig waren. We kenden elkaar, mochten elkaar, gaven elkaars planten water, liepen bij elkaar in en uit en vierden af een toe een feest. Op de hoogste verdieping was een groot penthouse: zes kamers en dienovereenkomstig duur. Deze woning was gehuurd door Hans en Johan, twee aardige kerels, die telkens maar weer moesten uitleggen dat zij die flat samen hadden gehuurd omdat hij zo groot en mooi was en door de hoge huur zo makkelijk te krijgen was geweest, maar dat zij verder ieder voor zich waren. Een woongemeenschap dus, wel bekend uit Londen en Duitsland, maar in Nederland blijkbaar minder. Hans leerde ik wat nader kennen en hij vertelde mij grinnikend dat hij en Johan dikwijls voor een paar gehouden werden, en als hij dat ontkende er toch vaak een vreselijke verdenking in de lucht bleef hangen. Het kon hem niet schelen; hij had een eigen leven, waarin ook vrouwen voorkwamen.
Ik herinner mij een flatfeest waarbij de beide heren apart naar beneden kwamen, om niet als paar op te treden. Dat vond iedereen nogal van de zotte, maar door schade en schande wijs geworden vonden die twee dat kennelijk het verstandigst.
.
In Flauberts roman Bouvard et Pécuchet (verschenen in 1881, geschreven tussen 1872 en 1880) raken twee copyisten bevriend. Een van hen erft geld, ze kopen samen een groot huis op het land, waar zij een onwaarschijnlijk aantal wetenschappen najagen, de ene op nog amateuristischer manier dan de andere. Daarbij gaat er van alles mis, en de inwoners van het dorp raken steeds meer geïrriteerd door die twee rare snuiters, maar dat hele erge, nee dat wordt hun niet verweten. Tenslotte besluiten ze maar weer copyist te worden. Bevriend blijven ze natuurlijk, en uiteindelijk laten ze een bureau maken waar ze samen aan kunnen zitten.
.
De ontdekking of uitvinding van de homoseksualiteit aan het eind van de negentiende eeuw heeft vriendschap een stuk moeilijker gemaakt. Bouvard en Pécuchet zouden nu niet meer samen een huis kopen.

3 reacties

Opgeslagen onder De mens, Niks

Landname

Het woord Landnahme kwam weer eens voorbij: de Landnahme van de oude Israëlieten. Hoe zou dat in het Nederlands heten? vroeg ik me af. Welnu, dat bleek nogal eenvoudig: gewoon ‘landname’. Het staat in de Wiktionary, en Van Dale wijst zelfs op de herkomst van het woord: een heer Knuttel, die in 1937 schreef over de Frankische landname, heeft het woord naar analogie van het Duits gecreëerd. Het betekent volgens Van Dale: ‘(hist.) het in-bezit-nemen van land door de oudgermaanse volkeren’— dat zullen dus die Franken van Knuttel zijn—en volgens Wiktionary: ‘settlement or occupation of (new) land (from the settlers’ or occupiers’ perspective)’.
.
Er zijn in de wereldgeschiedenis heel wat landen genomen. Duitsland door die oudgermaanse volkeren, en bij voorbeeld Hongarije, dat al meer dan duizend jaar geleden werd bezet door Magyaren uit Centraal-Azië, die het zelf ook altijd over hun Landnahme hebben. De oude Israëlieten namen Palestina; de moderne Israëli’s deden nog eens hetzelfde, ‘opdat de Schriften vervuld werden’. De Europeanen namen vrijwel geheel Amerika; de Britten koloniseerden Australië en Nieuw Zeeland.
.
Ooit was de wereld zo leeg, dat een zwervende stam zich eenvoudig ergens kon vestigen zonder anderen daardoor lastig te vallen. Maar die tijd is allang voorbij. From the settlers’ or occupiers’ perspective wordt er nog steeds wel gedaan alsof het genomen land daarvoor new was, geheel leeg dus, maar dat is niet zo. Alleen, wie daar vroeger woonde herinnert men zich liever niet meer. Kelten, Bataven, Kaninefaten, nooit meer iets van vernomen. Over de Hunnen en Avaren die in Hongarije woonden vóór de Hongaarse landname wil de doorsnee Europeaan ook niets weten. Van het oude Palestina is dank zij de Bijbel nog vaag iets bekend: ‘mijn vader was een zwervende Arameeër,’ maar die oude Israëlieten wilden sedentair worden en de Hethiet, de Fereziet, de Jebusiet en de Filistijn moesten maar een eind opzouten—die hadden sowieso de verkeerde godsdienst ook. In Amerika waren pokken, mazelen en alcohol zeer effectief in het uitdunnen van de oorspronkelijke Indiaanse bevolking, maar de nieuwe landnemers staken graag een handje toe bij de verdere uitroeiing daarvan.
.
Landname is dus geen sympathieke bezigheid, want er zijn altijd vroegere bewoners het slachtoffer van. Wat is het verschil met verovering? Ik weet het niet precies: bij verovering klinkt er iets mee van legers die een land binnentrekken en dat op militaire wijze tot overgave dwingen, terwijl het bij landname misschien eerder gaat om een gestaag binnendruppelen, een reeks van voldongen feiten. Minder soldaten, meer settlers; zoiets?
.
Wat zijn dat voor lui, die landnemers? De meesten waren en zijn economische migranten. Vaak waren zij op de vlucht voor armoe en honger (19e eeuw: Ieren, Noord- en Oosteuropeanen, Duitsers, Italianen, kortom: Europeanen). Anderen hadden weliswaar geen honger maar wilden hun positie verbeteren. De oude Israëlieten hadden genoeg van zwerven, kregen zin in melk en honing en een boerderijtje. De Hunnen, Turken en Magyaren hadden in Centraal-Azië Lebensraum genoeg, maar wilden wel eens deel hebben aan de betere levensvoorwaarden die zij onder andere in Europa ontwaarden. En niet-hongerende Europeanen trokken eveneens als schatgravers de wijde wereld in.
.
Economische migranten zijn meestal wel te onderscheiden van vluchtelingen die op de loop gaan voor oorlog of vervolging (Joden, Palestijnen, Joegoslaven, Syriërs). Daar zijn er meestal niet zo veel van; bovendien gaan zij dikwijls weer terug naar hun land van herkomst als de noodtoestand daar niet langer bestaat.
.
Hoe dan ook, een landname betekent meestal weinig goeds voor de bewoners van het land dat genomen wordt. De mensen in Europa die bang zijn voor oprukkende vreemdelingen voelen dat goed aan, misschien omdat zij wel weten hoe dat in Amerika en Palestina is gegaan. Maar wat zij niet beseffen is dat er de laatste tijd bij ons maar erg weinig economische migranten zijn verschenen. De meeste immigranten zijn immers door Europeanen als goedkope arbeidskrachten hierheen gehaald—door rechts overigens, niet door links. In de toekomst zullen dat er nog wat meer worden, omdat de verouderende arbeidsbevolking moet worden vervangen. De klantjes van Wilders en Baudet gaan namelijk geen poot uitsteken om de welvaart op peil te houden.
.
Nee, bij een echte landname gaat het om veel grotere groepen; zoiets is hier nog helemaal niet aan de orde geweest. Als Turkije (80 miljoen inwoners) zou instorten, als Egypte (95 miljoen) in chaos zou verzinken, of als er grote groepen mensen ten gevolge van de klimaatverandering in nood geraken,1 ja dán kunnen er volksverhuizingen gaan plaats vinden, en daartegen zullen rollen prikkeldraad, een ‘vluchtelingenbeleid’ of zwaaien met nationale driekleuren geen enkel effect hebben. Maar dat is nog niet actueel. De angst van de kleinburger komt dus veel te vroeg.
.
Waarom worden mensen economisch migrant? Omdat het hun in het eigen land niet zo goed gaat. Dat is goed te begrijpen en daarom herhalen we dikwijls dat ‘de vluchtoorzaken in die landen’ moeten worden weggenomen. Maar dat menen we natuurlijk niet, want armoede, uitbuiting en corruptie daarginds zijn juist noodzakelijke voorwaarden voor ‘onze manier van leven’.
.
Tja. Om met mijn vroegere hospita te spreken: dan wachten we maar af van de dingen die komen gaan.

NOOT
1. Waar blijven bij voorbeeld de 160 miljoen Bangladeshi’s als hun land onder water loopt? Het is overigens goed denkbaar dat ook Nederlanders moeten gaan verkassen. Het lieve vaderlandje is erg gevoelig voor de stijging van de zeespiegel, en een of ander kabinet Bruin III verzuimt waarschijnlijk de dijken te verstevigen. In mijn berging kan ik twee Nederlanders onderbrengen op een stapelbed, maar de rest zal toch echt onder een brug moeten slapen.

2 reacties

Opgeslagen onder De mens, Europa, Geschiedschrijving

Big data

Onze bijna-buurgemeente Lohra (5500 zielen) overweegt een databank op te zetten met de genen van alle 490 honden die binnen de gemeentegrenzen leven. Er komen namelijk veel klachten binnen over hondenpoep op stoepen, paden en groenstroken, en middels een genentest zou dan precies kunnen worden getraceerd van welke hond de uitwerpselen afkomstig zijn. De hoge kosten waarmee een en ander gepaard zal gaan worden natuurlijk verhaald op de uitlaters zonder schepje en zakje.
Het is nog niet helemaal rond: er zijn juridische problemen, want er is nog geen wet volgens welke een hond gedwongen kan worden zijn of haar genen af te geven, en hoeveel wattenstaafjes zouden er niet gewoon worden stukgebeten? Wie moet er dokken als de buurjongen je hond uitlaat? En hoe zit het met grensoverschijtend gedrag?
Of er opzet achter zit dat dit voornemen al vóór de eerste april is uitgelekt blijft onduidelijk.
Wel heeft de gemeentereiniging laten weten dat sinds het bekend worden ervan de openbare ruimte veel schoner is en de hoeveelheid regulier in zakjes weggeworpen poep verdubbeld is!

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Dieren, Marburg

Verdienste of genade?

Er was een slechtziende, ook nog motorisch gehandicapte vrouw, die grote moeite had, een tas op een wagentje te bevestigen. Ik hielp haar even, waarop zij sprak: ‘Dank U wel! U hebt mij zeer geholpen. Dat had ik niet verdiend.’
.
Op zoveel treurnis wist ik even geen antwoord. Strikt genomen heeft ze gelijk. Ze hád het niet verdiend, maar hey, wij zijn niet Mark Rutte! Wij zijn anderzijds ook niet God, die alles uit vrije genade schenkt. Gewoon maar mensen, die af en toe een handje toesteken, dat is alles. Geen dank hoor.

4 reacties

Opgeslagen onder De mens

Het blanke ras

Wat was dat ook al weer, het blanke ras? Ik heb er op school over geleerd, omstreeks 1960, maar wat precies, dat weet ik niet meer. Het heet in ieder geval niet ‘het witte ras’. Dat is een verfoeilijk buitenlandisme: the white race, die weiße Rasse.
.
Mijn oude schoolboeken heb ik niet meer, maar nog wel Bos-Niermeyer, Schoolatlas der gehele aarde, Groningen/Djakarta 1956. En daar zie ik wat ik mij inderdaad herinner van toen: ook de Arabieren behoren tot het blanke ras. Op blz. 4 staat een kaartje waarop de ‘Blanken of Kaukasiërs’ rose zijn ingekleurd. Heel Europa is rose, inclusief de Finnen en Hongaren, evenals het grootste deel van Noord-Amerika, het hele Midden-Oosten, Turkije, Arabië, Iran, Pakistan en een groot stuk van India. De Joden kun je niet zien op zo’n kaartje, maar die horen er natuurlijk ook bij.

.
Op blz. 7b staat onderstaand kaartje van Europa met de ondersoorten, waar geen touw aan vast te knopen is. Tsjechië en Hongarije(!) worden daar, net als Zwitserland en Lombardije bewoond door het Alpine ras. Oostenrijk, Beieren, Joegoslavië, Albanië en grote delen van Slowakije, Roemenië en Oekraïne vallen onder het Dinarische ras. Het zou Adolf Hitler vast hebben verbaasd dat hij van hetzelfde ras was als al die Untermenschen. Maar ook Erdoğan zou het schuim om zijn mond krijgen als hij dit kaartje kende: in Aziatisch-Turkije woont namelijk het Armenide ras. Zijn geliefde Turken stammen dus af van Armeniërs, net als de Koerden en de Syriërs! De Turken in Europa daarentegen zijn echter van het Mediterrane ras, net als de Grieken, Spanjaarden, Portugezen, vele Fransen en Italianen en … Noord-Afrikanen. Dat moet onze moderne racisten zeer verdrieten: dat Turken en Marokkanen van hetzelfde blanke ras zijn als wij, en nog vrijwel familie ook..
Maar geen nood: niemand hoeft zich op te winden over zulke rassenkaartjes, want er zijn in de vorige eeuw zonder twijfel nog tientallen heel andere kaartjes verschenen, waarop iedereen naar hartenlust inkleurde wat hem gelegen kwam. In de Nazi-periode zullen de inwoners van Braunau en München zeker niet van hetzelfde ras geweest zijn als die van de Balkan, en in Wilderstan zullen de Marokkanen raciaal niets gemeen hebben met welke Europeanen dan ook.
.
Totale onzin, die kaartjes—net als dat hele rassengeleuter.

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Europa

Niet naar Kirchhain

Wat ik bij steeds meer bejaarden gadesla en, o schrik! ook bij mij zelf, is de neiging te veel dingen op zich te nemen, die dan half af blijven en een katterig gevoel geven. Gepensioneerden hebben onbeperkt de tijd, dus ze denken dat ze dit-of-dat ook nog wel kunnen doen, dat het hoog tijd wordt om hun Latijn eens op te halen en hadden ze niet altijd al willen gaan zeezeilen?
.
Maar hun energie is niet onbeperkt, die is duidelijk minder dan vroeger, en de geheugenfunctie en het leervermogen zijn ook afgenomen.
.
Voor je het weet heb je dan ouwetjes die overwerkt raken, en toenemend wanhopig zijn omdat ze het niet allemaal meer bijsloffen. Het zijn cliché’s onder bejaarden: de Ruhestand is eerder een Unruhestand en: “Ik heb het nu drukker dan voor mijn pensioen.” En dat terwijl de geraniums staan te verpieteren in hun vensterbank.
.
Verstandig lijkt het daarom, zich te beperken tot een of twee  bezigheden, en af een toe een kleinigheidje erbij bij wijze van toefje slagroom. Als je je op weinige dingen concentreert kun je daar best nog wat in bereiken; was er laatst niet een Indiër die op zijn 86e nog een marathon gelopen had? Zijn er geen pianisten die tot hun honderdste doorgaan? (Nou ja, niet zo heel veel, maar ze zijn er.)
.
Sich verzetteln heet het in het Duits: je tijd onhandig indelen en aan te veel dingen door elkaar besteden. Dat heb ik altijd nogal gedaan, en dat gaat juist nu pas veranderen. Niet in vier koren tegelijk zingen, niet ook nog ingewikkeld Indisch willen koken, niet meer de woning zelf schoonmaken. Want laten we eerlijk zijn: juist vróeger had ik het gevoel dat tijd en energie onbeperkt aanwezig waren, terwijl die nu toch echt begrensd geworden zijn, met een onbekend, open einde.
.
Het is me nu duidelijk wat ik moet doen: zingen, een beetje stukjes schrijven in mijn Arabisch-bloek (maar volstrekt geen wetenschap) en een enkel bijlesje geven aan vluchtelingen ofzo. Bij alle drie zit een voldoende grote component aan ‘maatschappelijke dienstverlening’, zodat ik me niet helemaal een uitvreter hoef te voelen. Elke dag ook iets van beweging die gezond is voor het lichaam, maar dat telt niet echt als bezigheid.
.
Dat houdt in dat ik vandaag ook niet mijn activiteiten stressig ga comprimeren en niet af krijgen om morgen vrij te houden voor een expeditie naar Kirchhain. Morgen wordt de laatste min of meer warme dag verwacht; mij zweefde voor ogen om vóór de winter nog één keer keer een wat langere fietstocht te maken. Ja ik fiets weer na de knie-operatie, in de stad, maar daarbuiten ben ik nog niet verder gekomen dan Göttingen (Hess). Ik bouw het langzaam op. Kirchhain is helemaal niks; het was vroeger het punt van waaraf fietstochten pas interessant begonnen te worden. Maar een rondje K. is toch minstens 35 km en dat zou onder de huidige omstandigheden nog een zware klus zijn. Nee, ik doe het niet, dan raak ik vandaag niet overspannen en kan ik morgen kalmpjes wat oefeningen gaan doen in de fitness-studio. Fietsen weer in het voorjaar.

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Fietsen, Persoonlijk

Schuld

Op Hervormingsdag is het gepast even stil te staan bij de schuld van de mens.

Schuld 1
Er is veel gehakketak over het klimaat. Sommigen zeggen dat het klimaat helemaal niet verandert en gaan daarmee door tot het zeewater in hun golfschoenen sopt. Anderen zien wel dat het klimaat verandert, maar wijzen erop dat het altijd al aan schommelingen onderhevig is geweest en dat wij er niets aan kunnen doen. Nog anderen roepen juist dat het allemaal de schuld van de mens is, en wanneer we niet als de wiedeweerga dit-of-dat gaan doen het klimaat niet meer in de hand is te houden.

Het klimaat verandert, dat is nu de meesten wel duidelijk, maar onzeker blijft, hoe groot het aandeel van de mens daarin is. En het idee dat de mens het klimaat in de hand kan houden is grotesk. Dat maakt het betrekkelijk gemakkelijk, gewoon maar door te gaan met diesel rijden, kolenstook en dergelijke.

Echter, aan de vervuiling van de bodem en van de zee, inclusief de uitroeiing van de daarop en daarin levende dieren en micro-organismen, is de mens, die zich in zijn hovaardij homo sapiens noemt, voor de volle honderd procent schuldig. Daaraan wordt veel minder aandacht besteed, hoewel de gevolgen voor de voedselvoorziening even verwoestend kunnen zijn.

Maar er is aflaat noch vergeving voor deze schuld. Het lijkt eerder een gevalletje te worden van ‘Het kwaad straft zichzelf’.

 

Schuld 2
Nu is niet alleen president Francis Underwood aangeschoten, maar ook de acteur Kevin Spacey. Netflix zegt te willen stoppen met de serie House of Cards, omdat de president uit die serie in zijn echte leven eenendertig jaar geleden een veertienjarige jongen seksueel heeft lastig gevallen. Tja. Het is nogal een loos gebaar, want de zesde serie komt nog wél, naar ik begrijp, en daarna zou het hele spul waarschijnlijk een natuurlijke dood gestorven zijn. Presidenten zijn zo heel anders tegenwoordig.

Zo’n morele veroordeling door een filmfabriek lijkt misschien sympathiek, maar zo komen we naar ik vrees niet verder. Duizenden, honderdduizenden, miljoenen mensen hebben in hun biografie wel ergens een smerige vlek zitten. En met de moderne middelen is vrijwel ieders biografie op tafel te krijgen. Als je met terugwerkende kracht alle verrichtingen van die mensen voor besmet gaat verklaren, dan blijft er niet veel van de wereld over. Dan zouden, om met een kleinigheid te beginnen, ook de films van Woody Allen en Roman Polanski uit de circulatie moeten worden gehaald; wie zou dat willen?

Bij veel schuld bestaat er ook de mogelijkheid tot vergeving, boetedoening, straf, verjaring. Anderzijds bestaat er schuld die zo groot is dat er van de kant van de mens alleen maar veroordeling mogelijk is, bij voorbeeld in het geval Adolf Hitler. Dan zou er dus steeds moeten worden afgewogen of iemands schuld nog voor vergeving, boetedoening enz. in aanmerking komt of niet meer, en tot hoe ver in het verleden. Maar wie gaan dat doen? De reeds zwaar overwerkte rechtbanken? De publieke opinie, die zelf zonder zonde is en altijd klaar staat met de eerste steen? Brrrr. In ieder geval moet worden meegewogen hoe zwaar het slachtoffer heeft geleden, of het kan vergeven of niet, en of de aanklacht misschien vooral uit kwaaiigheid voortkwam.

De mensheid staat dus nog heel veel be- en veroordelend werk te wachten. Grote kans dat de uiteindelijk goedgekeurde daden en werken alleen maar braaf en middelmatig zijn. Maar nog groter is de kans dat de soep niet zo heet gegeten zal worden.

 

Schuld 3
Onze voorouders hebben zich in de West schuldig gemaakt aan mensen verachtende plantageslavernij en handel in slaven. In de Oost hetzelfde op nog grotere schaal; daarenboven nog aan drugshandel (opiummonopolie).

Als daarop gewezen wordt is de reactie vaak woedend: in Indië werd iets groots verricht, de VOC was iets om trots op te zijn en waarom het eigen nest bevuilen? Misstanden reduceren tot incidenten, gauw in de doofpot, mantel der liefde eroverheen, klaar!

Een andere reactie is zich achteraf vreselijk schuldig te voelen. Wat waren wij slecht! De nazaten van de slaven, althans die uit de West, spelen daar graag op in; ja, wat waren jullie slecht!

Ook in het eerste geval is er veel schuldgevoel, maar dat wordt onderdrukt. De afschaffing van ex-koloniale instituten en bibliotheken heeft daar kennelijk ook mee te maken: er moet zo min mogelijk over Indië geweten worden.

Beide varianten van dit schuldgevoel zijn ongezond en niet nodig. Onze voorouders waren slecht, geen reden om dat te ontkennen, maar schuld is niet erfelijk. Aan wat zij hebben gedaan zij wij niet schuldig. We moeten het wel heel goed en in detail weten, zodat wij, nu, niet nog eens hetzelfde doen, en ons ook niet beter of specialer voelen dan ander boeventuig. Zijn we meteen van dat malle nationalisme af. Graag méér studie dus, meer bibliotheken over ‘ons’ Indië en de West, en het koloniale verleden opnemen in het schoolonderwijs.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Klimaat, Vroeger