Categorie archief: De mens

Ziek?

Nee, ik ben niet ziek, ik mankeer niets, maar had gisteren een ogenblik gespeeld met de gedachte, mij ziek te melden om onder een bepaalde afspraak af te komen. Je kunt moeilijk tegen iemand zeggen dat je nu geen zin hebt in een ontmoeting, maar een niet al te ernstige of langdurige ziekte is altijd een aanvaardbaar excuus.

Maar nee, ik zou toch niet ziek zijn had ik al besloten: ik zou me vermannen en de afspraak nakomen. Maar wat gebeurt: de persoon in kwestie SMS-te mij vanmorgen dat híj wegens ziekte verhinderd was. Dat komt prachtig uit! Van harte beterschap gewenst natuurlijk. Nu komt natuurlijk de vraag op: is hij ook niet ziek, had hij hetzelfde idee als ik? Waarschijnlijk is er heel veel voorgewende ziekte in de wereld.

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Gezondheid

Mini-herinnering: zij ook?

Het was nog in Amsterdam en lang voor #Metoo: de studente X klaagde verontwaardigd dat docent Y haar had lastig gevallen in de lift, toen zij zich daarin over meerdere etages alleen met hem bevond. Als hij dat inderdaad gedaan had was haar verontwaardiging terecht. Maar het is ook denkbaar dat zij hem opzettelijk wilde beschadigen: was ze misschien gezakt voor een tentamen, mocht ze hem niet, ja, zoiets komt ook voor. En dan is er nog een breed tussengebied van mogelijkheden: ze voelde zich misschien alleen maar onbehaaglijk met hem in die lift. Of hij had een blik op haar geworpen, of een vriendelijke opmerking gemaakt die zij als ongewenste intimiteit had opgevat; er zijn zoveel mogelijkheden. Wat er gebeurd was kon niemand weten behalve de direct betrokkenen; wat indertijd precies haar klacht was ben ik inmiddels vergeten. Zeker is wel dat de reputatie van de docent voor langere tijd beschadigd was, terecht of niet.

Hier kwam ik op via een andere mini-herinnering: de WC van het Kulturhuset in Stockholm. Toen ik daarvan eens gebruik maakte — het was lang vóór 1984 — was ik geschokt te zien dat er een camera in de cabine was aangebracht! Het gebouw was vrij toegankelijk en de overheid wilde waarschijnlijk weten of daar drugs gebruikt werden, maar ik vond het stuitend. Toch zou dit een oplossing zijn voor die lift-problematiek. Zeer onaangenaam, maar het is inmiddels misschien allang gerealiseerd? In Marburg zijn camera’s aangebracht in de openbare liften die van de benedenstad naar de bovenstad voeren. Een andere oplossing zou zijn aparte liften te bouwen voor mannen en vrouwen, zoals in de ideale islamitische samenleving, maar culturele ontleningen aan islamitische landen zijn momenteel taboe. En voor Europa zou dat ook te begrotelijk zijn.

3 reacties

Opgeslagen onder De mens, Marburg

Mini-herinnering: lulletje

‘Vindt u mij een lulletje?’ vroeg de student Frank B. mij eens. Een verrassende vraag, die ik natuurlijk met nee beantwoordde—naar waarheid. Frank was een zeer goede student, echt een intellectueel type en dus geen mannetjesputter of stoere held, maar een lulletje, nee, dat niet. En bovendien: wie was ik om dat te beoordelen? Ik was zelf nogal een lulletje, al wist ik dat meestal handig te verbergen.

Een tijdje later verraste Frank me nog meer. Hij verklaarde dat hij bij ons wegging, hij wilde naar Israël en jood worden. Vreemd: jood worden is heel moeilijk, en waarom zou je je zelf opzadelen met een zo problematische identiteit en een land waar het altijd oorlog is? Van christelijk gekleurd zionisme had ik bij hem nooit iets gemerkt, hij was Nederlands-Hervormd, maar zonder ‘eraan te doen’. Liep hij misschien een Israëlische vriendin achterna? Nee, dat was het ook niet, verzekerden zijn studiegenoten mij. Eenmaal in Israël gevestigd is hij wel getrouwd, maar die vrouw kwam pas later in zijn leven. Misschien wilde hij gewoon naar dat land om zijn vermeende lulletjesheid kwijt te raken, en dat zal zeker gelukt zijn, want daarginds moest hij natuurlijk eerst in het leger. Daarna mocht hij zijn studie Arabisch voortzetten en kreeg hij een baan aan een universiteit.

Studenten verlangden soms meer dan onderwijs van mij. Een luisterend oor, goede raad, sommigen zochten een vader, anderen een oudere broer. Ik heb hun naar vermogen terzijde gestaan, ofschoon de problemen waar ze mee aankwamen vaak veel te groot voor mij waren. Sommige zochten gewoon vriendschap. In enkele gevallen wilde ik die ook wel, maar ik moest ze natuurlijk eerst afhouden. Je kunt niet met iemand bevriend zijn en hem dan een maand later tentamen afnemen. Met vrouwelijke studenten moest je helemaal oppassen. Afstand, afstand was geboden. Er werd ook wel eens met oneigenlijke motieven toenadering gezocht, om een hoger cijfer te krijgen. Bij een van hen liet ik altijd de deur open als ze op het spreekuur kwam; de berekening was gewoon van haar af te scheppen. 

Om op Frank terug te komen: die had nu natuurlijk een andere naam aangenomen. Tien jaar later, toen ik in Frankfurt zat, kreeg ik een lange brief van hem, waarin hij vertelde hoe het met hem ging, baan, gezin, nogal uitvoerig. Ik schreef een vriendelijk briefje terug, en meteen daarop kwam er een nog veel langere brief. Inmiddels was ik persoonlijk niet ongeneigd, daarop in te gaan, was ook wel nieuwsgierig naar zijn belevenissen. Maar ik deed het niet, omdat ik het zaakje niet vertrouwde. Het was onder Europese arabisten wel bekend, dat de Israëlische collega’s ons naar Jeruzalem probeerden te lokken en ons daar in de watten legden — natuurlijk (ook) om ons uit te horen en te proberen ons aan hun kant te krijgen. Zulks op verzoek van de overheid. Dat had ik ook zelf ervaren toen ik eens voor een project een maand in Jeruzalem verbleef. Uitgenodigd hier en daar, ook bij de mensen in hun huiselijke kring, het was een beetje too much allemaal. Dat werd nog eens extra duidelijk toen een wat boerse, onhandige Israëlische collega op zekere dag tegen me zei: We moeten maar eens samen uit eten gaan; tenslotte krijg ik ervoor betaald.

Vanuit dit wantrouwen heb ik toen Frank niet meer teruggeschreven. Wie was er nou lullig, hij of ik?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bildung und Uni, De mens, Israël, Studenten

Het nut van de bil

Billen zijn vaak prettig om naar te kijken, maar dat is niet de belangrijkste reden voor de schepping ervan: ze zijn vooral reuze handig bij het zitten. Als fraai staaltje scheppingskunst passen ze dan ook goed in de reeks teleologische godsbewijzen van Djibrīl ibn Nūḥ, aan de uitgave van wiens Kitāb al-i‘tibār fī al-malakūt ik nog steeds werk. Meer daarover hier. Hij schrijft over de bil:

  • Waarom zou dat zachte vlees op de dijen van een mens aangebracht zijn, als het niet was om hem te beschermen voor de harde grond, zodat hij geen pijn voelt als hij erop zit? Een dunne persoon met weinig vlees kan pijn hebben als er niets is tussen hem en de grond.

De laatste zin lijkt de eerste enigszins te ontkrachten. Zou het een toevoeging zijn van een broodmagere student, die zich met het copiëren van handschriften maar nauwelijks in leven kon houden?

De eerste nog bekende auteur die over de bil heeft geschreven is Aristoteles, in De Partibus Animalium 689b:

  • […] door de billen vlezig te maken heeft de natuur ze nuttig gemaakt voor de rest van het lichaam. Viervoeters hebben er geen probleem mee te blijven staan. Zij worden niet moe als zij voortdurend op hun voeten blijven staan – voor hen is het even goed als gaan liggen, want zij hebben vier steunen onder zich. Maar mensen kunnen niet voortdurend met gemak rechtop blijven staan: hun lichaam heeft rust nodig, het moet zitten. Dat is de reden dat de mens billen heeft, vlezige benen en geen staart […]

Djibrīl zou het vers vertaalde werk van Aristoteles zelf gelezen kunnen hebben, maar minstens zo waarschijnlijk is dat hij heeft geput uit de lange traditie die dat werk heeft herkauwd. Er is een hele keten van overlevering geweest: latere Grieken, artsen, kerkvaders, Syriërs, Perzen. Het is altijd interessant te ontdekken hoe een tekst heeft gereisd, maar in dit geval ben ik daarmee nog niet ver gekomen. Ik zou gauw eens in Galenus, De usu partium willen kijken. Maar dat is nog niet zo eenvoudig: het bibliotheek-exemplaar is gekaapt door een professor, die het heeft meegesleept naar haar kamer. Dat is een nadeel van wonen in een wat traditioneler ingericht land.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, De mens, Gezondheid

Mutate me tante

Is dat erg, die nieuwe mutatie van het virus? Zeventig procent besmettelijker zou die zijn dan het virus dat we tot nu toe kenden. Hoe is dat gemeten; zijn daar studies over? De Duitse opperviroloog Drosten haalde zijn schouders op over dat nieuwe ding. Het klinkt een beetje als die oude reclametekst van Clearasil, waardoor 72% van je puistjes zouden verdwijnen. Ziet u het voor u, al die werkstudenten, die weken lang vergelijkend puistjes zitten te tellen? De relatieve besmettelijkheid van een virus meten lijkt me nog veel moeilijker.

Stiekem denk ik wel eens dat die mutatie, al bestaat hij werkelijk, vooral is opgeblazen door de overheden, die er met succes de media mee hebben gevoerd. Angst kweken voor een ‘nieuw’, nog gevaarlijker virus was misschien het enige middel om de losgeslagen Europeanen met de feestdagen enigszins in toom te houden. Er zat misschien ook een Brexit-element in: gauw de grens met Klein-Brittannië sluiten om die vervelende Britten even te laten voelen hoe het is als het vervoer bemoeilijkt wordt.

Nou ja, het is maar een ideetje. Morgen het mooiste televisieprogramma van het jaar: een oude mevrouw in een rolstoel, die een prikje krijgt, in full colour. Wat zou ze aan hebben? Zo’n Duitse mevrouw draagt vast geen sweater met een pinguin erop, zoals die Engelse.
Vanochtend konden we al zien hoe dozen met prik in vrachtauto’s geladen werden!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Gezondheid

Stakend verstand

Sommige dingen gaan je petje te boven, omdat je verstand te beperkt is. Anders gezegd: omdat je daar te dom voor bent, en/of omdat je er nooit je best voor gedaan hebt. Ik zal bij voorbeeld nooit virologie kunnen begrijpen. Anders dan voor miljoenen Nederlanders die daarover debatteren is dat voor mij gewoon te moeilijk. Ook kernfysica, scheikunde en sterrenkunde gaan mijn begrip verre te boven, en zelfs de werking van een verbrandingsmotor. Die laatste heb ik wel eens geprobeerd te begrijpen, maar zonder blijvend succes. Het wilde er bij mij niet in.

Er zijn echter ook dingen die je met een beperkt verstand best aan zou kunnen, maar die je domweg weigert te begrijpen. Een voorbeeld is astrologie. Als ik daar nu eens een dag voor was gaan zitten…? maar nee, de weerzin was te groot. Dan blokkeert het verstand: het schuift een bord voor je kop en dan begrijp je er dus helemaal niets meer van. Wat moet je dan ook met astrologie? zult u misschien denken. Dat zit zo: in mijn werkleven hield ik me bezig met oude teksten, bij voorbeeld voor mijn proefschrift. Voor die oude schrijvers was astrologie heel belangrijk en ze schreven erover. Het was dus wel mooi geweest als ik had begrepen wat ze bedoelden, maar helaas. Ik heb me eruit gered door een vriend, die er wél verstand van had, belangrijke passages te laten uitleggen en zijn uitleg netjes op te schrijven.

Een ander voorbeeld is het Duitse belastingstelsel. Ik woon hier nu al zo lang en heb er nooit iets van begrepen. Ook daarbij heb ik hulp ingeroepen, van een belastingconsulent namelijk. Deze probeert wel eens uit te leggen wat hij heeft gedaan en waarom. Tevergeefs, ik begrijp er niets van; stuurt u maar gewoon de rekening.

Wat dan wel weer erg verstandig is, al zeg ik het zelf: dat je zulke dingen aan anderen overlaat en zo nodig hun hulp inroept.

2 reacties

Opgeslagen onder De mens, Persoonlijk

Grote mannen

En één grote vrouw, maar die is alleen maar symbolisch. Het is Germania, wier standbeeld op de Rijnoever bij Rüdesheim al vanuit de trein heel duidelijk zichtbaar is (afb. 1). Ze lijkt een flinke kei in haar hand te hebben; misschien omdat ze op een steenworp afstand staat van het klooster van Hildegard van Bingen, die écht een grote vrouw was.

De andere personen van wie ik oversized standbeelden tegenkwam zijn allemaal mannen. Wat vindt u bijvoorbeeld van de zwaar verzilverde Djengiz Khan, in Mongolië, 10 + 30 m.? (afb. 2) Zou dat een gezellig theehuis zijn, daar onder hem? In Centraal Azië is men dol op standbeelden; een beetje dictator moet zo‘n ding hebben. Niazov in Turkmenistan van goud, in een pak van C&A (afb. 3) Zijn opvolger Arkadag wilde nog hogerop, maar had niet genoeg goud, dus die heeft een flink rotsblok bestegen (4). Als het geld schaars is komt er veel sokkel en weinig beeld, dat zien we overal. Ook Mao Tse Tung werd in goud uitgevoerd, maar dat beeld heeft men bij nader inzien toch maar vernietigd (5). Wel staat in China een reusachtig beeld van de oorlogsgod (6), dus weest gewaarschuwd! In Sahrisabz, Uzbekistan, staat Timoer Lenk (7). Timoer had een kapotte knie; men zal hem niet vaak staand hebben gezien.

De Boeddha is op vele plaatsen meer dan levensgroot uitgebeeld; in Hanoi is hij nog in aanbouw (72 m.; afb. 8). En vlakt u Jezus niet uit: 38 meter hoog in Rio (9). Maar ook die godsdienststichters hebben hun beelden niet zelf besteld.

Ook Europa kent zijn grote historische mannen, bij voorbeeld Alexander de Grote in Skopje (afb. 10). En natuurlijk zijn er nog veel meer reuzen, en hogere ook.

Van de Trumpjes zijn er tot nu toe alleen maar spottende beelden te vinden: van hem een in papier mâché (?; 11), en een houten van Melania (12). In haar geboorteland Slovenië heeft men daar de brand in gestoken. Dat was geen standbeeld, dat was eerder een voodoo-pop. Maar tijdens Trumps tweede ambtstermijn gaat dat natuurlijk veranderen. Zijn kop uitgehakt in Mount Rushmore, en in Washington nog iets metershoogs van goud?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Kunst

Slecht en goed

Er zijn mensen die voor meer dan 90% slecht zijn, ik denk aan bepaalde staatshoofden (Donald, Boris, Adolf, Leopold) maar er zijn ook mensen die slecht én goed zijn: fifty-fifty zeg maar. Dat zijn de meesten, dat spreekt nogal vanzelf. Maar er is tegenwoordig de neiging de standbeelden van slecht-en-goede mensen neer te halen. Als die trend doorzet zullen er op den duur geen standbeelden meer overblijven en zal de prijs van brons op de markt dalen.
.
Twee voorbeelden:
De Bristolse koopman Edward Colston (1636–1721) heeft een vermogen verdiend met slavenhandel, plantages enz., maar ook vele scholen, kerken en weldadige inrichtingen gefinancierd. Het ene deed hij in Afrika en de West, het andere in Engeland. Nu ligt hij in de haven van Bristol; zie het kaartje.
.
Winston Churchill was een racistische klootzak, die verantwoordelijk was voor enkele miljoenen hongerdoden in Brits-Indië, maar hij was ook zo vriendelijk Europa te bevrijden van het juk der Nazi’s. Er zijn nog altijd lanen naar hem vernoemd, maar hoe lang nog?
.
Tja. Ze lijken nogal op ons, die schurken, al doen wij persoonlijk veel bescheidener dingen. Maar al die beeldenstormers, die zich verbeelden dat zij uitsluitend goed zijn, verdienen ook geen standbeeld.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Racisme

Toekomstvisioen, Duitsland 1930

Bildschirmfoto 2020-04-27 um 12.43.50.png

1 reactie

2 mei 2020 · 06:02

Geen grap

‘Weest voorzichtig met overheden, want zij want zij zoeken alleen toenadering tot een mens voor hun eigen behoeften. Zij lijken vrienden wanneer het in hun belang is, maar staan een mens niet bij in het uur van zijn nood.’ (Pirke Avot, 2)

Een halve eeuw lang stonden de overheden de burger wel degelijk bij in nood, maar dat schijnt nu weer over te zijn. Terug naar af, althans in USA, UK en Nederland.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Politiek