Categorie archief: De mens

Bloesem van seringen…

… brengt herinneringen aan weleer. Maar daarvoor heb ik geen bloesem nodig. Hoe ouder ik word, des te meer mini-, macro- en maxi-herinneringen bij mij bovenkomen. Vroeger had ik dat niet. Soms, heel soms, schrijf ik hier zo’n mini-herinnering op, wanneer ik het herinnerde enigszins interessant vind en vermoed dat een ander er ook aardigheid in kan hebben. Maar er zijn zo oneindig veel meer herinneringen, dat loopt in de miljoenen! De meeste zijn totaal oninteressant: die rare keukeninrichting bij de familie F.; de in Nederland verbouwde knoflook, die naar Nederland smaakte; de sticker op een fiets; de treincoupé in Bulgarije die van buitenaf op slot werd gedaan; de electrische trein van Bob (ik had zelf een trein die je op moest winden: Hornby, The Great Western); hoe het buurmeisje in de vijver viel in de tuin van het herenhuis waar we helemaal niet mochten spelen; bezoek aan Woudrichem met T.; een vervallen huis in Zittau; een telefoonnummer in Rome dat niet meer bestaat; het loderijnflesje van oma; de ribbeltjes op een brugleuning; hoe J. en ik zelf de roeiriemen ter hand namen omdat de veerman het vertikte; kersen eten in een boomgaard in de Betuwe; hoe de mensen roken die wij als kinderen de ‘pis-mensen’ noemden: een ouder echtpaar, maar ik denk vooral hij (er waren toen nog geen Tena-broekjes); de brievenbussen die achter aan de trams hingen die naar het Centraal Station reden. 
Nee, dat alles is het opschrijven niet waard. Bovendien zijn heel veel herinneringen zo privé, dat ik ze hier zeker nooit zou opschrijven. En dan zijn er nog de grote herinneringen, die ook vaak erg privé zijn en bovendien veel werk om op te schrijven. 

Andere mensen hebben ook karrevrachten met herinneringen; die lopen tezamen in de 100.000.000.000n. En van al die herinneringen komt maar een fractie in de openbaarheid, onvermijdelijk sterk vertekend ook nog. Ook gaan er elke dag miljarden verloren, door dood of dementie of gebrek aan belangstelling. Dat is jammer voor de geschiedschrijving. Want als het mogelijk was, die talloze mini-herinneringen te bewaren zou je eindelijk grip op het verleden krijgen, minder afhankelijk worden van de constructies van historici. Gecombineerd met die van anderen zijn saaie herinneringen misschien toch niet oninteressant. 

En als er meer macro-herinneringen geconserveerd zouden worden, als bij voorbeeld honderdduizend mensen een eerlijke, niets-ontziende autobiografie zouden schrijven, bestaande uit hun meest persoonlijke, ook voor hen pijnlijke of schandelijke herinneringen— die eerlijkheid is dus alleen haalbaar als ze anoniem blijven —, ja, dan zou er toch iets duidelijk worden van wat voor raar wezen de mens eigenlijk is— of toch niet? of willen we dat eigenlijk niet weten?

3 reacties

Opgeslagen onder De mens

Lousy loos

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Onzin Humor

Mensen te veel

Nederland is het dichtstbevolkte land van Europa. Als ik vanuit het betrekkelijk veilige Duitsland het Nederlandse corona-beleid gadesla krijg ik soms de indruk dat de uitdrukkelijke bedoeling is, die bevolkingsdichtheid wat te verkleinen. Geen afstand, verbod op FFP2 mondkapjes, desinformatie, nergens ventilatie, halve lockdowntjes alleen voor de vorm, dansen met Jansen, knuffelen, te laat vaccineren, afschalen van zorg: alles schijnt te zijn opgezet om corona de kans te geven. Maar ook vóór corona meende ik in Nederland soms al die neiging tot uitdunning waar te nemen. Afnemende zorg voor oude en chronisch zieke mensen en voor jongeren die hulp behoeven, geen erbarmen met armen of arm gemaakten. We zijn gewend Rutte als onbenul te beschouwen en zijn ministers als incompetent, maar echte schoften van zó groot kaliber zullen zij toch niet zijn? Of toch …?

Dat er regelmatig volkeren en volksgroepen uitdrukkelijk worden uitgeroeid is bekend: Indianen, Australische ‘aborigines’, Herero’s, Armeniërs, Joden, Rohingya’s, Oeigoeren, Indiase moslims en nog veel meer. Maar er is ook zoiets als het op de koop toe nemen van het sterven van mensen. In de voormalige koloniën was er behoefte aan arbeidskracht. Daarom liet men de inheemsen in leven, om als slaven, koelies of keuterboertjes te kunnen bijdragen tot het ‘batig slot’ van de overheersers. Tegenwoordig zijn inheemsen niet meer zo nodig. In o.a. de Amazonas, in Congo en op Nieuw-Guinea halen de grijparmen van geweldige machines de begeerde delfstoffen weg en inheemse bevolkingen lopen daarbij alleen maar in de weg. Ze worden soms uitgemoord, maar meestal niet; dan laat men ze gewoon verrekken. Passieve genocide.

Ook de grote hongersnood in Ierland werd indertijd in Londen verwelkomd. Er woonden te veel mensen in Ierland, die stonden de noodzakelijk geachte landbouwhervormingen in de weg. Dus toen de aardappelziekte toesloeg en de Ieren hongerden (1845–52) kwam dat mooi uit en werd er uitdrukkelijk geen hulp verleend. Anderhalf miljoen doden, twee miljoen verdrevenen waren het resultaat, en natuurlijk een land dat braak lag voor moderniseringen.

Hongersnoden in Brits Indië kostten tussen 1876–78 ongeveer acht miljoen doden. Het begon met droogte, maar de politiek van laissez faire deed de rest. Dat is sjiek Frans voor nagelaten hulpverlening. De export van levensmiddelen naar Groot-Brittannië ging gewoon door, net als tevoren uit Ierland. In 1943 stierven er nog een paar miljoen mensen in Bengalen, door de oorlogsomstandigheden, maar ook door koloniaal wanbeheer. De overheden ontkenden veelal dat er een hongersnood was; ook die truc is van elders bekend.

In Nederlands Indië vielen er van 1943–1946 minstens 2.500.000 doden door een hongersnood. Die was door de Japanse bezetters veroorzaakt, maar na de terugkeer van de Nederlanders had het voeden van de hongerigen, heel zacht gezegd, geen prioriteit. De inlanders werden nu als de vijand beschouwd, en van de weeromstuit werden ze dat ook nog. Hoe anders was het misschien gelopen als men ze gevoed had.

Ik bedoel maar: het hoeft niet altijd genocide te zijn. Wegpesten, het vernietigen van olijfbomen of andere levensvoorwaarden en/of nagelaten hulpverlening doen het ook. In het huidige Nederland zie ik daartoe ook een zekere, nog betrekkelijk lichte neiging.  We zijn er zeker niet te goed voor.

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Eten en drinken, Nederland

Vrije meningen

In Duitsland worden er regelmatig bommen uit de Tweede Wereldoorlog gevonden, die indertijd niet zijn ontploft en nu een gevaar vormen. In zo’n geval krijgen de omwonenden een oproep, hun woning te verlaten tot het ding onschadelijk gemaakt is. Voor een tijdelijke verblijfsruimte en voor koffie wordt gezorgd. Iedereen verlaat dus zijn woning, al dan niet vloekend. De twee of drie mensen die het vertikken worden door de politie opgehaald.

Wat gebeurt er als er ergens een dijk breekt of op andere wijze een grote overstroming of ramp plaats vindt? Het gezag roept dwingend op door de radio en luidsprekers: verlaat uw woning, NU! en op het terrein zelf gebeurt er ook van alles: hier zandzakken, daar een weg afgesloten, met bootjes worden mensen uit hun half ondergelopen huizen gehaald. In zulke gevallen hoor je nooit over politici die beraadslagen of mensen die een mening willen vormen en daarover discussiëren. Er wordt meteen aangepakt, en vele mensen stromen toe om als vrijwilliger te helpen.

Corona is ook een ramp, maar daarbij loopt het heel anders. Een gezeik van jewelste, besluiteloze gezagsdragers, burgers die een eigen mening hebben. Daaraan hebben we de vierde golf te danken, en wie weet hoeveel er nog volgen. Waarom, en hoe is dit zo gekomen? Ik zou het graag willen weten; zijn er al studies over verschenen? Het lijkt vooralsnog dat de meest vrijgevochten landen in het nadeel zijn: VS, GB en Europa ten Noorden van de Alpen. Daar komen in ieder geval een aantal zaken te samen: toegenomen domheid door de teloorgang van het onderwijs; ver voortgeschreden, maar nu stagnerende democratieën; afnemende bereidheid zich aan regels te houden. Gaat het in ondemocratische landen beter? In Rusland niet; integendeel, maar dat land is überhaupt een zooitje. China daarentegen is goed georganiseerd en heeft momenteel groot voordeel van zijn niet-democratische en niet-neoliberale karakter. Als de overheid zegt: de hele stad wordt afgesloten, nu allemaal een prik! dan gebeurt dat; zo mogelijk vandaag nog. Voor de corona-bestrijding is of lijkt dat ideaal, al zijn er helaas geen betrouwbare Chinese corona-cijfers.

Raadselachtig is Zuid-Europa. Daar liggen democratische landen, die echter wel degelijk maatregelen weten door te zetten waaraan men zich houdt. Misschien van de schrik? Heeft Italië het geleerd van de catastrofe in Bergamo in 2020, of was het altijd al zo?

In het Noorden is ook heel wonderlijk de vijandigheid van de vrije meningvormers en corona-ontkenners tegenover de mensen die actief zijn tegen corona. Door luidkeels desinformatie te verbreiden en angst te zaaien, maar soms ook met fysieke middelen, worden maatregelen bestreden en zorgverleners tegengewerkt. Ik begrijp daar helemaal niets van; maar ik zie wel de parallel met gedrag dat toenemend voorkomt bij ongelukken op de Autobahn of bij branden. Daar wordt hulpverleners en brandweerlieden steeds vaker fysiek belet hun taak uit te voeren. En dat niet eens op grond van een mening. Zo’n geheel vrij gevormde mening is blijkbaar niet eens nodig. Het moet iets anders zijn, maar wat? Terugkeer van het levensgevoel van 1914? Een tijdperk, een systeem is ten einde, zo gaat het niet langer, dus alles moet kapot, de hens erin!

4 reacties

Opgeslagen onder De mens, Europa, Gezondheid, Media Medien, Onderwijs, Politiek, Westen

De giraf is af

Zo, het hoofdstukje over de giraf in de oude Arabische tekst over dieren waaraan ik werk is af. Het was al meer dan twee weken bijna af; er hoefde alleen nog een heel klein kleinigheidje aan te worden gedaan, en dat heb ik nu inderdaad gedaan. Natuurlijk werd ik afgeleid door allerlei post-coronaïsche activiteiten, maar dat is niet de ware oorzaak van de vertraging. Ik bleef haken aan een heel klein haakje en dan staat de boel weer een tijdje stil. Zo is het mijn hele leven al gegaan, en daarom heb ik niet tientallen boeken geschreven, zoals Simon Vestdijk of Thomas van Aquino.

Soms is het een gevoel van niet-kunnen, maar ook wel vaak een van diepgevoelde weerzin. Dikwijls blijkt het dingetje dat ik nog moest doen een bagatel te zijn, bij voorbeeld van fysieke aard: ik hoef alleen een boek uit de kast te pakken of in de UB te gaan naslaan, maar ja, dat is allemaal zo ver. Volgende week maar eens zien. Of ik kan wat ik vorige week al had geschreven ineens niet meer terug vinden. Vaak ook moet ik constateren dat het vermeend onvoltooide deel eigenlijk best af was. Ineens zie ik dat dan: er moet nog even een komma verplaatst worden en hup, het kan de deur uit. Dan is het aan anderen vast te stellen dat het onvolledig is — als het dat is. Misschien is het juist te groot en moet het ingekort worden, maar dat is nooit moeilijk. Dat is stressloos kantoorwerk. Bevrijding, tot het volgende obstakel.

Over de giraf had ik overigens hier al veel gezegd. Wat sindsdien nog te doen viel, was kijken wat in de Oudheid over de ‘samengesteldheid’ van het dier gezegd was. Daar is inderdaad een hoop over te doen geweest.

P.S.: ‘Zeg Dikkertje Dap, zei de giraf …’ — moest dat niet Daf zijn, omwille van het rijm? Misschien heeft de DAF-fabriek daartegen indertijd geprotesteerd en moest Annie M.G. het knarsetandend veranderen?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Persoonlijk

Holy shit!

Vandaag zal weer enige malen dat filmpje te zien zijn met die twee brandende torens in New York, waarbij een man bovenstaande woorden spreekt. Zullen we voor de verandering eens de paar duizend doden herdenken die in 1999 omkwamen door de NAVO-bombardementen in Joegoslavië? Anders doet misschien niemand het.

1 reactie

Opgeslagen onder Amerika, De mens, Europa

Ziek?

Nee, ik ben niet ziek, ik mankeer niets, maar had gisteren een ogenblik gespeeld met de gedachte, mij ziek te melden om onder een bepaalde afspraak af te komen. Je kunt moeilijk tegen iemand zeggen dat je nu geen zin hebt in een ontmoeting, maar een niet al te ernstige of langdurige ziekte is altijd een aanvaardbaar excuus.

Maar nee, ik zou toch niet ziek zijn had ik al besloten: ik zou me vermannen en de afspraak nakomen. Maar wat gebeurt: de persoon in kwestie SMS-te mij vanmorgen dat híj wegens ziekte verhinderd was. Dat komt prachtig uit! Van harte beterschap gewenst natuurlijk. Nu komt natuurlijk de vraag op: is hij ook niet ziek, had hij hetzelfde idee als ik? Waarschijnlijk is er heel veel voorgewende ziekte in de wereld.

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Gezondheid

Mini-herinnering: zij ook?

Het was nog in Amsterdam en lang voor #Metoo: de studente X klaagde verontwaardigd dat docent Y haar had lastig gevallen in de lift, toen zij zich daarin over meerdere etages alleen met hem bevond. Als hij dat inderdaad gedaan had was haar verontwaardiging terecht. Maar het is ook denkbaar dat zij hem opzettelijk wilde beschadigen: was ze misschien gezakt voor een tentamen, mocht ze hem niet, ja, zoiets komt ook voor. En dan is er nog een breed tussengebied van mogelijkheden: ze voelde zich misschien alleen maar onbehaaglijk met hem in die lift. Of hij had een blik op haar geworpen, of een vriendelijke opmerking gemaakt die zij als ongewenste intimiteit had opgevat; er zijn zoveel mogelijkheden. Wat er gebeurd was kon niemand weten behalve de direct betrokkenen; wat indertijd precies haar klacht was ben ik inmiddels vergeten. Zeker is wel dat de reputatie van de docent voor langere tijd beschadigd was, terecht of niet.

Hier kwam ik op via een andere mini-herinnering: de WC van het Kulturhuset in Stockholm. Toen ik daarvan eens gebruik maakte — het was lang vóór 1984 — was ik geschokt te zien dat er een camera in de cabine was aangebracht! Het gebouw was vrij toegankelijk en de overheid wilde waarschijnlijk weten of daar drugs gebruikt werden, maar ik vond het stuitend. Toch zou dit een oplossing zijn voor die lift-problematiek. Zeer onaangenaam, maar het is inmiddels misschien allang gerealiseerd? In Marburg zijn camera’s aangebracht in de openbare liften die van de benedenstad naar de bovenstad voeren. Een andere oplossing zou zijn aparte liften te bouwen voor mannen en vrouwen, zoals in de ideale islamitische samenleving, maar culturele ontleningen aan islamitische landen zijn momenteel taboe. En voor Europa zou dat ook te begrotelijk zijn.

3 reacties

Opgeslagen onder De mens, Marburg

Mini-herinnering: lulletje

‘Vindt u mij een lulletje?’ vroeg de student Frank B. mij eens. Een verrassende vraag, die ik natuurlijk met nee beantwoordde—naar waarheid. Frank was een zeer goede student, echt een intellectueel type en dus geen mannetjesputter of stoere held, maar een lulletje, nee, dat niet. En bovendien: wie was ik om dat te beoordelen? Ik was zelf nogal een lulletje, al wist ik dat meestal handig te verbergen.

Een tijdje later verraste Frank me nog meer. Hij verklaarde dat hij bij ons wegging, hij wilde naar Israël en jood worden. Vreemd: jood worden is heel moeilijk, en waarom zou je je zelf opzadelen met een zo problematische identiteit en een land waar het altijd oorlog is? Van christelijk gekleurd zionisme had ik bij hem nooit iets gemerkt, hij was Nederlands-Hervormd, maar zonder ‘eraan te doen’. Liep hij misschien een Israëlische vriendin achterna? Nee, dat was het ook niet, verzekerden zijn studiegenoten mij. Eenmaal in Israël gevestigd is hij wel getrouwd, maar die vrouw kwam pas later in zijn leven. Misschien wilde hij gewoon naar dat land om zijn vermeende lulletjesheid kwijt te raken, en dat zal zeker gelukt zijn, want daarginds moest hij natuurlijk eerst in het leger. Daarna mocht hij zijn studie Arabisch voortzetten en kreeg hij een baan aan een universiteit.

Studenten verlangden soms meer dan onderwijs van mij. Een luisterend oor, goede raad, sommigen zochten een vader, anderen een oudere broer. Ik heb hun naar vermogen terzijde gestaan, ofschoon de problemen waar ze mee aankwamen vaak veel te groot voor mij waren. Sommige zochten gewoon vriendschap. In enkele gevallen wilde ik die ook wel, maar ik moest ze natuurlijk eerst afhouden. Je kunt niet met iemand bevriend zijn en hem dan een maand later tentamen afnemen. Met vrouwelijke studenten moest je helemaal oppassen. Afstand, afstand was geboden. Er werd ook wel eens met oneigenlijke motieven toenadering gezocht, om een hoger cijfer te krijgen. Bij een van hen liet ik altijd de deur open als ze op het spreekuur kwam; de berekening was gewoon van haar af te scheppen. 

Om op Frank terug te komen: die had nu natuurlijk een andere naam aangenomen. Tien jaar later, toen ik in Frankfurt zat, kreeg ik een lange brief van hem, waarin hij vertelde hoe het met hem ging, baan, gezin, nogal uitvoerig. Ik schreef een vriendelijk briefje terug, en meteen daarop kwam er een nog veel langere brief. Inmiddels was ik persoonlijk niet ongeneigd, daarop in te gaan, was ook wel nieuwsgierig naar zijn belevenissen. Maar ik deed het niet, omdat ik het zaakje niet vertrouwde. Het was onder Europese arabisten wel bekend, dat de Israëlische collega’s ons naar Jeruzalem probeerden te lokken en ons daar in de watten legden — natuurlijk (ook) om ons uit te horen en te proberen ons aan hun kant te krijgen. Zulks op verzoek van de overheid. Dat had ik ook zelf ervaren toen ik eens voor een project een maand in Jeruzalem verbleef. Uitgenodigd hier en daar, ook bij de mensen in hun huiselijke kring, het was een beetje too much allemaal. Dat werd nog eens extra duidelijk toen een wat boerse, onhandige Israëlische collega op zekere dag tegen me zei: We moeten maar eens samen uit eten gaan; tenslotte krijg ik ervoor betaald.

Vanuit dit wantrouwen heb ik toen Frank niet meer teruggeschreven. Wie was er nou lullig, hij of ik?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bildung und Uni, De mens, Israël, Studenten

Het nut van de bil

Billen zijn vaak prettig om naar te kijken, maar dat is niet de belangrijkste reden voor de schepping ervan: ze zijn vooral reuze handig bij het zitten. Als fraai staaltje scheppingskunst passen ze dan ook goed in de reeks teleologische godsbewijzen van Djibrīl ibn Nūḥ, aan de uitgave van wiens Kitāb al-i‘tibār fī al-malakūt ik nog steeds werk. Meer daarover hier. Hij schrijft over de bil:

  • Waarom zou dat zachte vlees op de dijen van een mens aangebracht zijn, als het niet was om hem te beschermen voor de harde grond, zodat hij geen pijn voelt als hij erop zit? Een dunne persoon met weinig vlees kan pijn hebben als er niets is tussen hem en de grond.

De laatste zin lijkt de eerste enigszins te ontkrachten. Zou het een toevoeging zijn van een broodmagere student, die zich met het copiëren van handschriften maar nauwelijks in leven kon houden?

De eerste nog bekende auteur die over de bil heeft geschreven is Aristoteles, in De Partibus Animalium 689b:

  • […] door de billen vlezig te maken heeft de natuur ze nuttig gemaakt voor de rest van het lichaam. Viervoeters hebben er geen probleem mee te blijven staan. Zij worden niet moe als zij voortdurend op hun voeten blijven staan – voor hen is het even goed als gaan liggen, want zij hebben vier steunen onder zich. Maar mensen kunnen niet voortdurend met gemak rechtop blijven staan: hun lichaam heeft rust nodig, het moet zitten. Dat is de reden dat de mens billen heeft, vlezige benen en geen staart […]

Djibrīl zou het vers vertaalde werk van Aristoteles zelf gelezen kunnen hebben, maar minstens zo waarschijnlijk is dat hij heeft geput uit de lange traditie die dat werk heeft herkauwd. Er is een hele keten van overlevering geweest: latere Grieken, artsen, kerkvaders, Syriërs, Perzen. Het is altijd interessant te ontdekken hoe een tekst heeft gereisd, maar in dit geval ben ik daarmee nog niet ver gekomen. Ik zou gauw eens in Galenus, De usu partium willen kijken. Maar dat is nog niet zo eenvoudig: het bibliotheek-exemplaar is gekaapt door een professor, die het heeft meegesleept naar haar kamer. Dat is een nadeel van wonen in een wat traditioneler ingericht land.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, De mens, Gezondheid