Categorie archief: Politiek

Snouck

Snouck, zo heet de onlangs verschenen zeer leesbare en degelijke biografie van Christiaan Snouck Hurgronje (1857–1936), geschreven door Wim van den Doel. Ik heb er erg van genoten en veel van geleerd, en beveel hem dan ook graag aan iedereen aan, en vooral aan arabisten en geïnteresseerden in de islam en Indonesië. Snouck was jarenlang adviseur van de regeringen van Nederlands-Indië en Nederland, en later ook hoogleraar te Leiden, o.a. Arabisch en islamwetenschap. De biografie portretteert de invloedrijke, wereldwijd bekende landgenoot in al zijn innerlijke tegenstrijdigheid en is ook een belangrijke bron van kennis over de Nederlandse koloniale politiek, dus ook Nederlanders die niet ‘van het vak’ zijn kunnen er veel aan hebben.
Ik ga niet het hele boek van ruim zeshonderd bladzijden bespreken, maar ik wil er enkele punten uitlichten.

Atjeh
In Noord-Sumatra ligt Atjeh (moderne spelling: Aceh), een gebied dat eind negentiende eeuw weigerde zich te onderwerpen aan het koloniale bestuur. Snouck was in belangrijke mate verantwoordelijk voor de laatste fase van wat als de Atjeh-oorlog bekend staat (1873–1903). Zijn (toen nog) vriend Generaal van Heutsz deed het grove werk, Snouck droeg de ideeën aan. De bedoeling was, de rebellie snoeihard neer te slaan om daarna met gulle hand de zegeningen van het koloniale bestuur over het land te doen neerdalen. Volgens Snouck ging het er om, de bevolking te beschermen tegen de uitbuiting en willekeur van plaatselijke potentaatjes en fanatieke godgeleerden, die hij aanried ‘zeer gevoelig te slaan’. De eerste fase, met veel wreedheid, bloedvergieten en vernietiging, werd inderdaad verwezenlijkt, het is bekend. Dat hier iets niet klopte kwam bij Snouck blijkbaar niet op. Van die zegeningen is niet veel meer vernomen — wat hij een kwart eeuw later zelf ook inzag.

Ethisch kolonialisme
Snouck geloofde werkelijk dat het koloniale bestuur zegeningen bracht. Volkeren die lager stonden in beschaving konden immers veel leren van ontwikkelder volkeren, zodat ze op de (lange) duur op eigen benen konden staan. Dat Indië vooral een wingewest was, dat goed was voor een flink percentage van de Nederlandse staatsinkomsten, moet Snouck hebben geweten, maar uit dit boek blijkt niet dat hij daar ooit over tobde of het niet vanzelfsprekend vond. Wel vond hij dat er meer en beter onderwijs moest komen voor intelligente inlanders uit de hogere kringen, zodat dezen ook functies konden krijgen in het bestuur en de rechtspraak. Op den duur zou Indië zelfs door Nederlanders en inlanders samen bestuurd moeten worden. Daarin was Snouck veel ‘ethischer’ dan de bestuurders in Indië en het ministerie in Den Haag, die zich daar heftig tegen verzetten en de inlander juist liever klein hielden.

De islam
Snouck was niet bang voor de islam, want hij kende hem van binnen en van buiten. Hij had in Mekka gezeten, presenteerde zich als moslim, verkeerde op voet van gelijkheid met islamitische geleerden, leefde zo veel mogelijk ‘inlands’ en sloot twee maal een islamitisch huwelijk met een Sundase vrouw. Hij had een hekel aan het panislamisme, dat volgens hem vooral door het Ottomaanse Rijk werd verbreid. Maar over de islam in Indië maakt hij zich geen zorgen; integendeel. In 1913 werd op Java de Sarekat Islam opgericht, een islamitische vereniging ter behartiging van de belangen van moslims. Toen deze al gauw een enorme aanhang kreeg schrokken ondernemers en koloniale bestuurders zich wezenloos en wilden die vereniging onderdrukken, maar Snouck vond het juist een goed idee. Geef ze de ruimte en wat zelfstandigheid, dan worden ze niet opstandig. Hij had niet die koloniale schrik voor moslims, die berust op onwetendheid. Voor de machtsovername door de Wahhabieten in Arabië had hij wel waardering. Waarschijnlijk kon hij nog niet overzien wat voor ellende die zouden aanrichten. Zij brachten in elk geval rust en orde, en dat was goed voor de pelgrims uit Indië.

Racisme
Al tijdens zijn jaren in Indië (1888–1906) verkondigde Snouck steeds de mening dat vermeende raciale verschillen geen enkele rechtvaardiging boden om inlanders onderwijs en functies in bestuur of rechtspraak te onthouden. En na de barbarij van de Eerste Wereldoorlog in Europa kon zeker niemand meer in ernst beweren dat het blanke ras superieur was. Maar hier sprak Snouck met dubbele tong. Hij had vijf kinderen van zijn twee achtereenvolgende Sundase echtgenotes, die hij niet erkende. Hij stuurde af en toe wat geld en een briefje, maar wenste verder geen contact, en wilde zeker niet dat ze naar Nederland zouden komen. In Nederland trouwde hij opnieuw en kreeg een dochter. Hij had dus maar één kind.

De vloek van Snouck
Snouck was al in 1936 gestorven, maar toen ik na mijn kandidaatsexamen in 1968 aankwam in Leiden waarde zijn geest er nog rond. Om te beginnen werden de colleges Arabisch gegeven in zijn ruim bemeten huis aan het Rapenburg. De hoogleraar las voor uit het collegedictaat van Snouck. Als je boven naar de WC moest, belandde je in diens badkamer, waar zijn badkuip met leeuwenpoten stond. In de gang hing een portret van de illustere bewoner. Ja, die ogen: zelfs in het schemerdonker van het trappenhuis doorboorden ze je nog.
Snouck heeft met zeer harde hand een stel leerlingen gevormd, die hij veel bijbracht, maar die hij ook voortdurend kwetste en kleineerde. Bij sommigen leidde dit tot blijvend geestelijk letsel, dat zij nog doorgaven aan de volgende generatie. De lamheid van de Leidse arabistiek in de jaren zestig en de verpeste sfeer waren zonder twijfel een gevolg van de ‘vloek van Snouck’. Wie of wat kon na hem nog bestaan?

Als ik me aan een korte karakterisering mag wagen: Snouck was een groot geleerde, een harde man, ook voor zich zelf, die niet door innerlijke twijfels werd geplaagd en weinig geduld had met minder getalenteerden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Islam, Orient, Politiek, Racisme

Mini-herinnering: Hebreeuws in Egypte (1972)

Ata medabber Ivrit? (‘Spreek je Hebreeuws?’) vroeg de officier snerpend, nadat hij er niet in geslaagd mij van mijn gereserveerde zitplaats in de trein naar Alexandrië te verdrijven. Ik wist dat die vraag eens moest komen; hij werd aan buitenlanders heel vaak gesteld. De bedoeling was dat je dan ging blozen of hakkelen en je aldus bloot gaf als een Israëlische spion. Enig Hebreeuws verstond ik inderdaad in die tijd en ik was dus bang dat ik betrapt zou kijken als die vraag op mij werd afgevuurd. In die trein, op dat moment, nog verhit van een woordenwisseling, was ik er helemaal niet op verdacht. Maar ik geloof dat ik alleen maar blank en verbaasd heb gekeken. Geslaagd dus voor deze toets.

Vrij veel Egyptenaren waren geïnteresseerd in Hebreeuws en het werd ook wel geleerd. Alleen nooit ver genoeg om er echt iets mee te kunnen doen. In de boekenstalletjes lag ook een reeks informatieve(?) pocketboekjes over Israël, met de titel Ken uw vijand.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Cairo, Politiek, Taal

Nog een stervend koninkrijk

De Rutte van Groot-Brittanië is veel erger dan die van Nederland, maar dat land heeft (nog altijd) een kritische pers. Naast de ongelofelijke smerigheid van de grote-letterkranten zijn er ook bladen die zeer leesbare kritische analyses te bieden hebben. Of eigenlijk ken ik er maar één: The Guardian. Daarin stond gisteren weer zo’n verpletterende column over de regering Johnson, in de beste Britse traditie. Zulke stukken zou ik Nederland ook toewensen.

Eén citaat: “The prime minister approaches truth the way a toddler handles broccoli. He understands the idea that it contains some goodness, but it will touch his lips only if a higher authority compels it there.”

https://www.theguardian.com/commentisfree/2021/apr/28/court-king-boris-brexit-covid-prime-minister-politics

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Politiek, Schrijven

Burkini slegs vir blankes

De Duitse turnster Sarah Voss had geen zin meer om haar sport halfnaakt te beoefenen en besloot een kledingstuk aan te trekken dat haar hele lichaam bedekt. Maar nu komt er geen politie om haar te zeggen dat ze zich moet uitkleden, zoals aan Franse stranden moslimvrouwen in burkini is overkomen.

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Politiek, Racisme

Wiggen

Afghanistan heeft helemaal in het Oosten van het land een soort slurf: de Wakhan corridor, een vallei van 350 km lang tussen twee hoge bergketens, met maar 12.000 inwoners. De smalle corridor eindigt bij de grens met China, die 76 km lang is. Aan beide kanten van de grens zijn natuurreservaten, maar dat zal de Chinezen niet beletten om, zodra de NAVO zijn hielen gelicht heeft, een grote weg en evt. spoorlijn vanaf Kashgar aan te leggen, Afghanistan in zijn invloedssfeer te trekken en er de enorme rijkdom aan grondstoffen te gaan exploiteren. De westerse preoccupatie met godsdienst en/of mensenrechten hebben de Chinezen niet, dus is een prettige samenwerking zelfs met de Taliban mogelijk. Met het buurland Iran is China ook al dikke maatjes, zodat het een flinke strook van Azië kan gaan uitbaten. De Zijderoute, zullen we maar zeggen. Met het ‘Westen’ is het in die gebieden nooit wat geworden: niet in Iran en niet in Afghanistan.

Poetin heeft wel wat getreuzeld met de Oekraïne, maar op een dag zal het land hem wel in de schoot vallen, al zou het maar zijn omdat het van ellende in elkaar zakt. Daar grenst Poetin dan aan Hongarije, waar een vriend van hem op de troon zit, en is hij zo in Oostenrijk, dat voor de helft fascistisch en dus Russischgezind is. Een flinke streep door de EU.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Afghanistan, China, Iran, Politiek

De waarheid en niets dan de waarheid

Vorig jaar kregen we te horen dat handen wassen met zeep het beste hielp tegen het virus. Zeep was beter dan desinfecterende vloeistof. Nu onlangs zei een viroloog dat dat niet zo is: een desinfectiemiddel is duidelijk beter, als het degelijk spul is tenminste. Dat werd vorig jaar niet gezegd, omdat die vloeistof toen schaars was. Maar waarom daarover liegen? Was het zo erg geweest om te zeggen hoe het werkelijk zat?

Mijn eerste baan was het voltooien van een project dat al jaren lang liep. Na een jaar moest ik bij de de werkgever verschijnen om de vorderingen te bespreken. Ik zei dat het werk van sommige voorgangers erg tegenviel, dat het eigenlijk over moest, en dat ik de hoeveelheid werk verkeerd had ingeschat. Na afloop van de zitting kwamen er enkele heren op mij toe, niet om mij ontslag aan te zeggen, zoals ik gevreesd had, maar om mij te feliciteren en te prijzen. Zóveel waarheid had men in hun kring nog nooit gehoord!

Omstreeks Pasen heeft mevrouw Merkel haar excuses aangeboden voor haar onhaalbare plan, omstreeks Pasen en stevige lockdown door te voeren. Dit werd algemeen gewaardeerd. Waar en wanneer hoor je een politicus die toegeeft dat hij een fout heeft gemaakt?

Die ongelooflijke politieke leugencultuur die we nu in Nederland meemaken is niet productief. Steeds gewoon vertellen hoe het is, dames en heren. Het beste middel om het vertrouwen te herstellen, en kwaad doe je er niemand mee. En jezelf al helemaal niet; integendeel.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek

Federaal

Duitsland kwakkelt nogal, corona-matig, en dat komt onder andere door de federale structuur van het land. Eén bondsrepubliek, maar zestien deelstaten, die allemaal ook een willetje en een zegje hebben. Dus als mevrouw Merkel met een verstandige regeling komt, vertikken de deelstaten het soms die uit te voeren en dan schieten de besmettingscijfers weer de lucht in. We hebben nu al vanaf november, als ik mij wel herinner, zo’n halve zachte lockdown en zitten nu in de derde golf. Het woord exponentieel is alweer gevallen. Nu heeft mevrouw Merkel weer iets strengs bedacht: complete lockdown vijf dagen rond Pasen. Alles dicht, zelfs de supermarkten. Veel opluchting en waardering hiervoor bij velen: een prima plan, zou nu dan eindelijk …? maar af te wachten is, welke deelstaten de kont tegen de krib gaan gooien en de boel weer laten verflodderen.

En als ze al niet eens naar Merkel luisteren, zullen ze dan t.z.t. wel naar haar opvolger luisteren? Zonder te weten wie het wordt kan ik nu al zeggen dat die een zwakker karakter heeft.

3 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Gezondheid, Politiek

Kamer

Het verkiezingsbiljet is aangekomen. In het buitenland mag je altijd veel vroeger stemmen dan in Nederland. Nu zal ik dus nogmaals over de Nederlandse politiek moeten nadenken. Links, rechts? ik begrijp het verschil nooit zo goed. Het sympathiekste programma heeft Volt, op één punt na: de kernenergie. Maar ja, een mooi partijprogramma kan iedereen schrijven. En heeft het überhaupt zin op een partijtje te stemmen dat waarschijnlijk tot in lengte van jaren een splinter blijft? Bijna hetzelfde geldt trouwens voor alle linkse partijen, die klein en zwak blijven, zelfs als ze samen zouden kunnen gaan. Rechts dan, VVD? Blèèèh, dat is helemaal niks. Ik weet het werkelijk niet.

Eén verstandig besluit heb ik al genomen: ik ga niet stemmen op een persoon die me sympathiek voorkomt. Verstandige ideeën, ruggengraat en mediaresistentie moeten ze hebben, charme hoeft niet. U begrijpt, dan kom ik haast vanzelf uit bij …. .

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek

Mini-herinnering: Nederlander in Griekenland.

Als Nederlander had ik nooit grote problemen met het verblijf in Griekenland, maar twee keer ben ik wel op hoge toon ter verantwoording geroepen voor misdragingen van landgenoten.

De eerste keer ging het over Max van der Stoel. Deze PvdA-politicus was van 1973–1977 en van 1981-1982 Minister van Buitenlandse Zaken en later diplomaat—ik moest het naslaan—en in die hoedanigheid heeft hij zich zeer ingezet voor de opname van Griekenland in de EU, toen het land het juk der militaire junta had afgeschud. Het was daar economisch, naar ik vermoed, nog niet aan toe, maar in die tijd bestond er nog strategisch besef: als de EU of zijn voorloper zich niet om het land zou bekommeren zou Rusland dat wel doen. Later, tijdens de Euro-crisis kon het niemand meer wat schelen of het EU-lid Griekenland zou verrekken, en intussen is de belangrijke haven van Piraeus aan China verkocht. Maar ik dwaal af: Max van der Stoel werd om zijn inspanningen in Griekenland zeer gewaardeerd, tot een noodlottige dag in de vroege jaren negentig: toen zei hij iets verkeerds. Wanneer en wat precies weet ik niet meer. In mijn ogen zal het iets onbeduidends zijn geweest, maar voor de Grieken was het een steen des aanstoots. Misschien had hij de wens uitgesproken dat Turkije in de EU zou komen, of Macedonië, over de naam waarvan alleen al geweldig veel ophef was in die tijd.
En wat had dat met mij te maken? Nou, ik was toch ook een Nederlander, ik was dus medeschuldig aan dat verderfelijke standpunt! Dat leverde hier en daar werkelijk scheve blikken op.

De andere Nederlander voor wiens wangedrag ik verantwoording moest afleggen was … Desiderius Erasmus. Wat had die fout gedaan? Hij sprak en schreef Latijn, maar bestudeerde ook het Oudgrieks. In Griekenland werd begin jaren negentig ontdekt dat hij een geschriftje had gewijd aan de uitspraak van het Oudgrieks; misschien dat onze classici het nog gebruiken. Welnu, volgens de moderne Grieken had hij daar met zijn fikken vanaf moeten blijven, schandalig gewoon dat hij zich met hun taal had bemoeid! Inderdaad is die West-Europese uitspraak van het Oudgrieks een beetje mal. Om een Nederlandse hoogleraar, die het in een voordracht had over ‘het schone en het goede’, kálos kai agathos, werd gelachen. Kálos betekent immers ‘eksteroog;’ hij had kalós moeten zeggen. Maar Oudgrieks uitspreken op zijn Nieuwgrieks lukt ook niet goed. Hoe het werkelijk moest wist en weet natuurlijk niemand meer. Erasmus had zijn best gedaan, maar dat werd dus niet gewaardeerd. En ik was een landsman van die schoft, ook een Nederlander, kun je nagaan!
Ook op dit punt was ik in het geheel niet geïnteresseerd in het onderwerp van de ophef en ik wilde mij ook niet met Erasmus vereenzelvigen. Ik zei dat Nederland begin zestiende eeuw nog niet als land bestond, maar een Spaanse provincie was, en dat Erasmus weliswaar uit Rotterdam kwam, maar het grootse deel van zijn leven elders in Europa had doorgebracht. Hah, maar dat was niet de bedoeling: ik moest wel volgens de regelen der kunst ruzie maken en kreeg de welgemeende raad, maar eens aan de versterking van mijn Nederlandse identiteit te gaan werken. Het laatste waar ik zin in had.

Bij één van beide gelegenheden, ik weet niet meer welke, ging het ongenoegen zo ver dat Nederlandse producten werden geboycot en verwijderd uit de supermarkten.

1 reactie

Opgeslagen onder Griekenland, Politiek

De tweede dosis

Morten Morland in The Times

Een reactie plaatsen

19 januari 2021 · 16:03