Categorie archief: Christen Christelijk Christendom

Géén herinnering: het calvinisme

Ik ben gereformeerd en dus calvinistisch opgevoed, maar wat was dat ook al weer, het calvinisme? Calvijn moet een onaangename, Taliban-achtige man geweest zijn, die in de zestiende eeuw Genève liet verzuren en tegenstanders op de brandstapel liet verbranden. Zoveel staat me nog voor de geest, maar van ’s mans opvattingen heb ik niet het flauwste vermoeden meer. Ik moet ze ooit hebben gekend, maar die kennis is weggezakt.

Het zou natuurlijk gemakkelijk even na te slaan zijn, maar ach, laat het maar, want die hele Calvijn lijkt niet meer van belang, en niet alleen voor mij. Hier in Duitsland knik ik natuurlijk van ja als weer iemand zegt dat Nederland calvinistisch is, maar het landje is inmiddels zo goddeloos dat Calvijn het zonder veel omhaal op zijn brandstapel zou gooien. De Bible Belt misschien uitgezonderd.

Maar een reeds verdwenen calvinisme kan toch nog verstrekkende invloed hebben op de samenleving? Dat hoorde je tot voor kort tenminste regelmatig verkondigen. Waren er misstanden, botheid, vertoon van slechte smaak? Dat lag allemaal aan het calvinisme— terwijl degenen die dat zeiden meestal ook niet wisten wat het was. Het calvinisme als zondebok is echter ook overbodig geworden, want er zijn andere zondebokken gekomen: moslims, de linkse kerk, fascisten en Rutte 1–7 tot in eeuwigheid amen. 

Blijft alleen een vaag idee dat zuunigheid en slechte smaak iets met calvinisme te maken hebben. We kunnen het dus beter inderdaad vergeten.

1 reactie

Opgeslagen onder Christen Christelijk Christendom, Godsdienst, Nederland

Mini-herinnering: het Pishoy-klooster

In Egypte, in het Natron-dal tussen Cairo en Alexandrië, ligt het klooster van Pishoy of Bishoy, dat ik in 2010 bezocht. Het dateert uit de vierde eeuw en is dus een ‘bezienswaardigheid’. Maar nog bezienswaardiger dan de oude gebouwen vond ik hoe de monniken daar leefden en wat ze allemaal ondernamen.

Van de Koptische kerk wist ik niet veel; alleen had ik altijd gehoord dat het een stoffige en totaal verstarde kerk was. Dat bleek echter in het geheel niet het geval. Wel is de liturgie eeuwenoud, evenals de  liturgische taal Koptisch, die tegenwoordig door vrijwel niemand meer verstaan wordt. Maar in dat klooster woei een frisse wind, net als in de hele Koptische kerk, naar ik vernam. De monniken deden altijd al aan sociaal werk en armoedebestrijding, maar hadden vaker nog dan theologie ook allerlei praktische vakken gestudeerd: landbouwkunde, waterbouw en dergelijke. Ze geven tegenwoordig ook scholing op allerlei gebied: alfabetisering en technische en agrarische beroepsopleidingen en leren de mensen zelf hun armoede te bestrijden. Ontwikkelingshulp zonder winstoogmerk. Het klooster ligt in een waterarme streek waar de landbouw maar weinig opleverde. De monniken hebben technieken gevonden en onderwezen waardoor de productie toch verbeterd kon worden. 

Zo’n klooster vormt dus een geestelijk en cultureel centrum, dat sturing geeft en van waaruit het omliggende gebied ontwikkeld wordt. Eigenlijk is dat niets nieuws: was het duizend jaar geleden in Europa niet net zo? Zulke kloosters zou ik de stikstofgebieden van Nederland wederom toewensen. Maar nee, zoiets is hier niet meer denkbaar. God is verdwenen uit Jorwerd, en in sommige delen van het land is Hij misschien nooit geweest.

Zie ook: Bloeiende landschappen, ontredderde boeren.

2 reacties

Opgeslagen onder Cairo, Christen Christelijk Christendom, Economie/Wirtschaft

Gelnhausen, wandtapijt

Ter gelegenheid van Goede Vrijdag vandaag enige stukken van een wandtapijt dat zich in de Mariakerk te Gelnhausen bevindt. Dat heb ik dinsdag bezocht. Het is van die aardige kleine stadjes waaraan Duitsland zo rijk is. Er staat een eigenlijk veel te grote kerk in; dat komt denk ik omdat hier ooit een Kaiserpfalz was. Keizer Barbarossa (1155–1190) is hier een tijdje neergestreken in een soort stacaravan van steen; niet helemaal wat je keizerlijk zou noemen. In ieder geval gaf hij Gelnhausen stadsrechten en liet ook die grote en prachtige kerk bouwen, aanzienlijker dan zijn eigen optrekje. Daarin bevinden zich wel vijf prachtige altaarstukken, en ook twee lange, vijftiende-eeuwse tapisserieën, éen voorstellende de aankondiging en geboorte van Christus en de andere het lijdensverhaal.

Click to enlarge!

1 reactie

Opgeslagen onder Christen Christelijk Christendom, Kunst

Mini-herinneringen: vrome studenten in Marburg

(zie ook: Mini-herinneringen: vrome studenten in Frankfort)

In Marburg kwam ik te werken in een gloednieuw instituut dat aanvankelijk de ambitie had een centrum voor islamologie te worden. Daar kwam niets van terecht, door een ongelukkige benoeming, en vooral door het besluit van de regering door op een aantal plaatsen in Duitsland centra voor islamitische theologie in te richten, en daartoe behoorde Marburg niet. Een opluchting! Maar de eerste jaren kwamen er wel heel wat islamitische studenten die hoopten bij ons hun geloof te kunnen verdiepen. Dat viel tegen, vooral omdat ik de Inleiding in de Islam verzorgde.

Zo was er een al wat oudere Duitse student, een jaar of 26 zal hij geweest zijn, die zich tot de islam had bekeerd en zeer fanatiek was. Hij zag en sterk en agressief uit, en goed getraind zal hij ook geweest zijn, want hij was eerst politieman geweest. Hij werd de drijvende kracht van de beweging die een gebedsruimte in ons gebouw eiste, wat de autoriteiten afwezen, mede omdat er een eindje verderop in de straat een moskee was. De student in kwestie begon ostentatief te bidden, verrichtte de rituele wassingen in het herentoilet, welks voorzieningen daar niet zo geschikt voor waren, en bad dan op een matje in de gang, schuin met zijn gelaat naar Mekka. Maar niet alleen hij; hij sleepte een groepje mannelijke studenten mee, die de gang bezetten. Voortaan moest ik dus op bepaalde uren naar de WC op de benedenverdieping. En soms verstoorden zij het onderwijs met gemurmureer en dreigend gepraat, waarvan hij de coördinator was. Hij was ineens verdwenen; er werd gefluisterd dat hij voor de heilige oorlog naar Waziristan was vertrokken.

En dan was er nog Rukiyye, een hypervrome Turkse vrouw, helemaal in het zwart. Haar kleding was zichtbaar duur; ik weet niet hoe volledig zwarte doeken die indruk kunnen wekken, maar ze deden het. Rukiyye zag er breekbaar uit en niet in staat tot geweld, maar haar gepraat over de heilige oorlog was zeer krijgshaftig. Ze zou ons het liefst allemaal neerknallen; vooral mij, die immers beter moest weten. 

Haar vond ik eens terug in mijn college over de Profetenverhalen. We zouden de teksten over Abrahams offer behandelen. Er kwamen maar twee studenten op af—wat niet ongewoon was in mijn vak. Dat waren zij en een Duits meisje, dat zich ontpopte als een fundamentalistische christin. Ze kwam uit Wetter, een broedplaats van streng-christelijk geloof. Beiden waren gretig om die teksten te lezen, maar de verschillen, de ontwikkelingsgang en het karakter van die verhalen waren niet aan hen besteed. Ze kregen ruzie over de vraag wie de zoon was die Abraham moest offeren. Het  was al eeuwen bekend: de christenen meenden Isaäk, de moslims Ismaël. De dames vochten de strijd uit alsof zij hem zelf uitgevonden hadden. Rukiyye hield alle Arabische teksten voor historisch betrouwbaar, de christin beschouwde ze als kwaadaardige leugenverzinsels. Hoewel de zog. Profetenverhalen niet tot de harde kern van de islam behoren en moslims niet verplicht zijn ze te geloven, lukte het me niet hun duidelijk te maken hoe fictie werkt.

Op een dag kwam Rukiyye zeggen dat ze een paar weken niet zou komen; ze moest naar het ziekenhuis voor een operatie. Ik vroeg me af hoe dat zou gaan: dan zou ze toch al die kleren moeten uittrekken, mannelijke artsen en verpleegkrachten aan haar lijf laten enzovoort. Natuurlijk kon ik er niet naar vragen, maar een vrouwelijke collega deed dat wél. Haar antwoord verraste mij: dat was geen enkel probleem, in buitengewone omstandigheden was dat allemaal heel goed mogelijk. 
De operatie was haar blijkbaar zo goed bevallen, dat ze na terugkeer zei dat ze van studievak wilde wisselen: ze ging medicijnen studeren. Ik wenste haar veel succes en zei natuurlijk niet dat ik sterk betwijfelde of ze dat met haar soort brein aan zou kunnen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Christen Christelijk Christendom, Islam, Onderwijs

Mini-herinneringen: vrome studenten in Frankfort

Aanvankelijk gaf ik les in de Arabische taal en letterkunde. Voor moderne  literatuur bestond altijd wel belangstelling, hoewel die steeds minder werd, maar de oudere literatuur interesseerde op de duur vrijwel niemand meer. De islam, die moest bestudeerd worden. Moslim-studenten wilden dat zonder meer, maar niet-moslims wilden het ook, want ze waren nieuwsgierig wat dat toch was, waarover steeds zoveel te doen was.

Ik wist het leven draaglijk te houden door me te specialiseren in de Biografie van de Profeet. Dat was islam, maar stiekem ook literatuur. Voor historische teksten over de vroege islam gold hetzelfde. Maar daarbij kreeg ik soms te maken met vrome studenten. 

De eerste was een sjiïet uit Irak. Die was er fel op tegen dat ik sprak van kalief Mu‘awiya. Die wás volgens hem helemaal geen kalief geweest, maar een usurpator! Ali en zijn zonen, dát waren de rechtmatige kaliefen. Nou ja. Of hij verder vroom was weet ik niet, eerder een chauvinist. Maar een fel kereltje.

Een studente was echt geschokt toen we een historische tekst lazen over het conflict tussen kalief Umar en de (al te) succesvolle generaal Khalid ibn al-Walid. Die scholden elkaar in de teksten verrot, terwijl de kalief zijn macht gebruikte om de generaal uit zijn ambt te ontzetten en diep te vernederen. Dat kon toch niet waar zijn, meende mijn diep-gelovige studente: beide mannen waren toch metgezellen van de Profeet geweest, die konden elkaar toch onmogelijk zo behandeld hebben? De later opkomende mode, de geschiedenis te herschrijven zal zeker aan haar besteed geweest zijn. 

Een andere studente was buitengewoon vroom: van top tot teen in het zwart, zelfs met zwarte handschoentjes! En dat ofschoon de Profeet volgens de teksten vrouwen had toegestaan de handen tot en met de polsen te ontbloten—maar dat gold misschien alleen voor huishoudelijk werk, zoals deeg kneden. Zij bleef niet lang bij ons, want ze kreeg een stipendium om in Medina te gaan studeren. En daar is ze misschien wel van haar geloof gevallen. Je hoorde tenminste nogal eens dat Saoedi-Arabië vrouwen zwaar tegenviel.

Een succes in mijn onderwijs was de studente die ik voor haar scriptie een aantal teksten over Aisha, de vrouw van de Profeet, liet vergelijken en analyseren. Zij kwam tot de conclusie dat die teksten geen van alle weergaven hoe het werkelijk geweest was maar veeleer fictie waren.

(Wordt vervolgd)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Christen Christelijk Christendom, Islam, Onderwijs

Hete kerk

Gisterenavond hoorde ik op televisie een flard van een discussie over kindermisbruik in de katholieke kerk. Iemand zei dat de kerk zo ijskoud op het rapport had gereageerd, terwijl er toch juist warmte en medeleven van haar mocht worden verwacht.

In den droom werd ik op zijn wenken bediend. Er was een kerk, waarin het door de nabijheid van een vulkaan altijd warm was. ’s Zomers was het er niet te harden, dan kwamen er hoogstens een paar nieuwsgierige toeristen. Maar ’s winters zat de mis altijd vol, dan kwamen de gelovigen zich eens lekker doorwarmen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Christen Christelijk Christendom, Dromen

Mini-herinnering: vrolijk kerstfeest

‘Hoe was het kerstfeest vroeger bij jullie in Nederland?’ wordt mij hier wel eens gevraagd. Eerlijk gezegd, dat weet ik niet meer; ik herinner het mij niet als iets bijzonders. Dat ligt niet aan geheugenzwakte: aan de Sinterklaasviering heb ik precieze en dierbare herinneringen, maar aan Kerst niet. Er zullen kerkdiensten geweest zijn, maar die waren er altijd al. Bijzonder eten? Er waren kerstkransjes en boterletters, met losse bigarreaus die er in een zakje bijgeleverd werden en die je er zelf op moest doen. Maar die waren er al van half december tot en met Nieuwjaar. Duidelijk herinner ik me wel dat een chauffeur uit het bedrijf van mijn grootvader twee hazen langs bracht, die hij zelf gestroopt had. Die zullen we wel opgegeten hebben, maar een kerstdiner zie ik niet meer voor me. O wacht: er bestonden wel kerstservetten en zelfs een kersttafellaken van papier. Een kerstboom niet, die was voor katholieken en ongelovigen. Een discreet takje hulst of dennengroen, dat was alles. Een kerststalletje al helemaal niet: ons kinderen werd sterk ontraden in de kerstperiode bij de buurkinders te spelen, omdat daar een stalletje stond. Van een kerstman en een rendier hadden wij nog nooit gehoord.

Wel werden er kerstkaarten verzonden. Protestanten wensten ‘Gelukkig Kerstfeest,’ katholieken ‘Zalig Kerstfeest’ (Emigrant berichtte). Als het welgemeend of echt religieus bedoeld was kon je ook ‘Gezegende Kerstdagen’ wensen. ‘Prettige feestdagen’ was eerder iets voor de folder van de kruidenier, en het onzegbare ‘Vrolijk Kerstfeest’ kon helemaal niet, dat was even onchristelijk als het beschuitmerk Bolletje: iets voor de VVD, voor mensen die ‘niks’ waren, d.w.z niet tot enige godsdienst behoorden. Het was vertaald uit het Europees, denk ik: Joyeux Noël, Merry Christmas, Frohe Weihnachten. Protestantse feestdagen waren ernstig, niet vrolijk. Hoogstens wat ‘gepaste vreugde’ hier of daar.
Maar was het dan niet fijn dat de Heiland nu gekomen was voor onze zonden, zoals de dominee zei? Eerlijk gezegd dachten de mensen in mijn omgeving nooit zo aan hun zonden — met uitzondering, misschien, van de zwaarchristelijke tak van de familie.

3 reacties

Opgeslagen onder Christen Christelijk Christendom, Nederland

Kerstmuzeik

https://www.youtube.com/watch?v=aAkMkVFwAoo&ab_channel=MariahCareyVEVO

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Christen Christelijk Christendom, Muziek, Onzin Humor

Kerstvis

Hebt u ook zo genoeg van die brave os en ezel? En die schaapjes, die zo schaapachtig dutten in het veld, en niet eens opkijken als hun herdertjes ertussenuit knijpen voor een kraamvisite? Stapt u dan eens over op vis; die is veel levendiger!
Het refrein van een Spaans kerstlied speelt me de hele tijd door het hoofd:

Brincan y bailan los peces en el río,
brincan y bailan por ver a Dios nacido.
Brincan y bailan los peces en el agua,
brincan y bailan de ver nacida el alba.

De vissen springen en dansen in de rivier,
Zij springen en dansen om God geboren te zien.
De vissen springen en dansen in het water,
Zij springen en dansen om de dageraad geboren te zien.

U kunt het lied o.a. hier beluisteren, maar wees gewaarschuwd: voor u het weet nestelt het refrein zich ook in uw hoofd.

1 reactie

Opgeslagen onder Christen Christelijk Christendom, Muziek, Zingen

Wat sprak Jezus?

2 reacties

22 april 2021 · 12:34