Categorie archief: Niks

Bewaking

Zoals in Nederland na een overstroming de dijken verhoogd worden, zo wordt in Duitsland na een aanslag op een synagoge de bewaking versterkt. Moet gebeuren natuurlijk; het is blijkbaar nodig. Maar de terrorist uit Halle had al verklaard dat hij ook een moskee had willen aanpakken, en als de synagoges beter bewaakt worden is de kans groot dat zijn soortgenoten meteen doorrijden naar een moskee. Worden moskeeën voortaan dan ook beschermd? U kunt het wel raden: niet, natuurlijk.
.
Voor die nazi’s maakt het blijkbaar niet zoveel uit of ze joden of moslims aanvallen. Maar in de publieke opinie is antisemitisme nog altijd heel wat anders dan moslimhaat.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Niks

Gedroomde stad

Elf jaar heb ik in Frankfort gewoond, veel langer dan in Athene en Cairo, maar die laatste steden zijn ook betekenisvol voor mij geweest.
.
In de loop der jaren heb ik vaak dromen gehad die over een stad gingen, of zich in een stad afspeelden die eigenlijk Frankfort was. Dat wil zeggen: de noordelijke oever van de Main klopte aardig, maar de zuidelijke helemaal niet. U kunt wel raden op welke oever ik gewoond heb. De volstrekt fictieve pleinen en looproutes waren in de meeste dromen ongeveer identiek. Soms was ik met de fiets onderweg in Zuid, maar dat viel niet mee, want in de droom was dat gedeelte heel heuvelachtig. Maar vaker gebruikte ik de U-Bahn en de bus, als Frankforts herkenbaar door de typische groene kleur. Een vast onderwerp was, dat ik niet goed wist welke lijn ik moest hebben. Ik stapte zomaar ergens in en moest dan kort voor de brug nog overstappen. Enkele malen ging ik verder, in Zuid, en dan ging de stad over in een Grieks eiland, honderden meters hoog. In al die dromen waren het steeds dezelfde fictieve trajecten die ik aflegde.
.
Bleef ik aan de noordoever dan ging ik vaak in oostelijke richting, waar de stad overliep in Cairo. Een prachtig, majesteitelijk Cairo vol witte villa’s en Jugendstil-gebouwen, niet zo krap en kapot als het bestaande Cairo. Ook hier steeds dezelfde routes en bezoeken aan eethuisjes, die dan ineens in Leiden bleken te liggen.
.
Je kunt beter soezen dan dromen. Bij soezen is het werkelijkheidsgehalte wat groter.

2 reacties

Opgeslagen onder Dromen, Niks

tKan vriezen tkan dooien

KopftuchIstKleidsam

Een reactie plaatsen

29 september 2019 · 10:07

Berlijn

Twee dagen in Berlijn geweest, om het jubileum van het tijdschrift zenith mee te vieren. Een mooie avond, vol eten en drinken en een humoristische film die ze gemaakt hadden over de inkomsten van het tijdschrift en de stichting die het uitgeeft. De volgende dag met een redacteur gesproken over toekomstig werk van mij.
.
Twee andere zaken stonden nog op mijn programma: een bezoek aan het Museum für Islamische Kunst. Dat is in hetzelfde gebouw als het Pergamon-Museum. Het was niet gemakkelijk aan al het moois uit de Oudheid voorbij te lopen. Nou vooruit, een paar korte blikken op de Ishtar-poort van Nebukadnezar uit Babylon en de monumentale Romeinse marktpoort van Milete. Maar ik had me werkelijk voorgenomen ditmaal de hele ‘islamicate’ collectie eens door te nemen en dat heb ik gedaan. Heel lang kan nooit in een museum rondlopen; ik verlies dan mijn concentratie. Zo heb ik te weinig aandacht besteed aan de ‘Aleppo-kamer,’ ik was toen al moe. Wat me ditmaal trof was een (erg kapot) negende-eeuws reliëf van een kameel uit Samarrā’ in Irak. Een echte kameel met twee bulten dus, geen dromedaris. Bij Jona Lendering had ik juist weer eens gelezen over het verschil tussen die dieren. In de negende, maar waarschijnlijk ook al in de achtste eeuw was Irak kosmopolitisch genoeg om ook deze lastdieren uit Centraal-Azië te hebben rondlopen, die met hun dikke vacht wel gezucht zullen hebben onder de temperaturen daar.
Maar die kameel was maar een aardigheidje; echt schitterend vond ik de zaal over Kashan. Die stad was in de 11e-15e eeuw beroemd om haar keramiek met luster-laag, die het een metalen, vaak gouden glans verleent. Er was een complete gebedsnis die in deze techniek was uitgevoerd en ettelijke schotels en vazen; prachtig! De volgende zaal, die aan de Rum-Seldjoeken van Konya (Iconium) gewijd was, deed na die pracht gewoon een beetje grof aan, het spijt me dat ik het zeggen moet, en dat gold zelfs voor het weer vrolijkere, maar tot niets verplichtende aardewerk uit İznik (Nicaea). In de museumwinkel was er van alles te krijgen van en over İznik: complete tegelwanden, koffiemokken, potloden, notitieboekjes en fotoboeken, maar van Kashan hadden ze helemaal niets! Zeker omdat het Iran is, dat momenteel niet echt mag meedoen in de wereld.
.
Het Pergamon is een van de grootste ouderwetse plundermusea ter wereld. Natuurlijk hebben de opgravers en handelaren indertijd wat betaald om al die spullen te kopen en naar Duitsland te mogen verslepen, maar naar tegenwoordige opvatting zou zulk prachtig erfgoed toch eerder in het land van herkomst horen te blijven. Gelukkig konden de verwoestingen door ISIS ons ervan overtuigen dat het toch wel fijn is dat het spul nu in Berlijn, Londen of Parijs is.
Het blijft voor zo’n museum echter ongemakkelijk te beseffen onder welke omstandigheden hun prachtstukken hierheen werden gehaald. Als kleine Wiedergutmachung doen ze nu een paar aardige dingen. Zo hebben ze een aantal vluchtelingen uit Irak en Syrië tot museumgids opgeleid, die gevluchte, maar ook andere landgenoten door de schatten van het museum rondleiden.
Fraai vond ik ook het streven, bij de Islamische Kunst, om zo veel mogelijk verbanden te leggen tussen wat er te zien was en vergelijkbare zaken in andere plaatsen en culturen, vaak met verwijzingen naar andere musea. Alles om te tonen hoe zeer de menselijke culturen met elkaar verweven zijn: zeer loffelijk.
.
Het derde wat ik in Berlijn wilde doen was schoenen kopen, en ook dat is goed gelukt. U denkt misschien: Wat zijn dat voor kapsones; kan hij bij zijn eigen thuis geen schoenen kopen? Nee, eigenlijk niet, het ging om heel bijzondere schoenen van Trippen, waar ik echt op kan lopen en die er toch redelijk uitzien, trendy zelfs. Het alternatief zou zijn die muisgrijze bejaardenschoenen met klittenband en zolen van marshmellow, en daar heb ik voorlopig nog geen zin in.
.
In vreemde steden struin ik graag langdurig rond; daar kwam nu minder van, omdat de temperatuur ruim boven de dertig graden was. Dan liever wat vaker schaduw en een drankje. Nog afgezien van de hitte, Berlijn is wel erg groot. Je zou haast in de verleiding komen zo’n elektrische step te huren, maar dat moet toch maar niet. Nauwelijks zijn die dingen toegestaan of ze leveren al chaos op. Ze staan zomaar wild geparkeerd op stoepen; natuurlijk zou men het parkeergedrag nog kunnen verfijnen door ze overdwars neer te zetten.
.
De treinreis kostte 70 Euro, retour in de eerste klasse. Is het bij zulke gooi-wegprijzen nog een wonder dat het slecht gaat met de spoorwegen? De trein reed via Eisenach, Erfurt en Halle, omdat het gebruikelijke traject wegens bouwwerkzaamheden onbruikbaar was. Dan zie je nog eens een ander landschap, dacht ik, maar dat viel op de heenweg wat tegen. Men had kans gezien die stoel zo neer te zetten dat je overwegend een blinde kunststof wand zag en maar een klein stukje raam. En dat terwijl uit het raampje kijken toch tot het wezenlijke van treinreizen behoort. Langzaam ging het niet: tussen Erfurt en Berlijn is er blijkbaar onlangs een nieuw sneltraject gereed gekomen. Heenreis vijf uur, terugreis viereneenhalf.

Kashan, Luster-gebedsnis

Kashan, Luster-gebedsnis. Foto Oguz Kaan

30632586--r7996--t1527025585--sa2eb--a-kashan-lustre-jug-persia-13th_14th-centuryglazed-fritwar-normal

Kashan

30063159374_3f072cd3af_bBowl,_lustre-ware,_Iran,_Kashan,_about_AD_1260-1280_-_Royal_Ontario_Museum_-_DSC04809IMG_2564

1 reactie

Opgeslagen onder Niks

Mini-herinneringen: de Tweede Wereldoorlog

Aan deze oorlog heb ik zelf geen herinneringen, omdat ik er te jong voor ben. Er zijn echter wat fragmenten uit de familieoverlevering. Niet veel, want er werd in mijn familie nauwelijks over de oorlog gesproken. Bovendien kan het zijn dat er door de gebrekkigheid van zowel de overlevering als mijn geheugen onjuistheden in zitten.
.
Mijn ouders en hun ouders woonden in een dorp aan de Langstraat, waar het leven in oorlogstijd niet zo verschrikkelijk was als in de grote steden in het Westen, mede omdat het gebied al op 1 november 1944 werd bevrijd.
.
Mijn grootmoeder kon in de nacht van 10 mei 1940 niet slapen; ze was heel vroeg op en hoorde een enorm lawaai. Ze keek uit het raam, zag er een hele zwerm vliegtuigen overvliegen en begreep dat het nu oorlog was. Ze vertelde dat ze op dat ogenblik een merkwaardige, bijna mystieke ervaring had gehad. Het was voor haar een moment van grote schoonheid geweest. Misschien had ze nog nooit vliegtuigen in het echt gezien.
.
Op een keer wilden de Duitsers een grote kuil gegraven hebben en sommeerden toevallige voorbijgangers dit werk uit te voeren. Onder hen was ook mijn grootvader. Hij was hoofd der plaatselijke MULO-school en behoorde tot degenen die pakken droegen. Nu moest hij graven, wat natuurlijk niet prettig was. Maar nog vernederender was dat de arbeiders en boerenjongens die daar ook te werk gesteld werden er wel schik in hadden dat die keurige heer met zijn mooie pak ook zijn handen moest vuilmaken.
.
Mijn grootouders van moederskant hadden inkwartiering gekregen: er woonde een Duitse officier bij hen in. Na verloop van tijd waren er toch menselijke betrekkingen ontstaan tussen het gezin en hem. Een oom vertelde dat hij op een dag door die man gewaarschuwd werd: er was een razzia op komst om jongens en mannen van de straat op te pikken en naar Duitsland af te voeren voor de Arbeitseinsatz en hij kon maar beter ergens gaan onderduiken. Dat deed hij; hij kon in een ander dorp bij familie terecht en werd niet ingelijfd.
.
Mijn vader trok zich in die riskante periode terug op de zolder van zijn ouderlijk huis. Hij had een HBS-diploma, maar gebruikte die tijd om schriftelijk onderwijs in Latijn en Grieks te nemen om alsnog zijn gymnasium-diploma te halen. Hij las onder andere Caesar en Seneca en het Nieuwe Testament in het Grieks. Hij hád die boeken ook; blijkbaar waren die gewoon leverbaar in de oorlog. Na de bevrijding kwam er niets meer van terecht: er waren nu andere dingen te doen en ik neem aan dat het postverkeer met het nog bezette Nederland ook onderbroken was.
.
Het dorp lag op misschien anderhalve kilometer afstand van de Maas. Verder dan daar zijn de geallieerden op 1 november 1944 niet gekomen. De dagen die vooraf gingen aan de bevrijding van het dorp werd er wederzijds flink geschoten. Het huis van mijn grootouders van vaderskant lag in de gevarenzone aan de noordkant en was slechts door weiden en akkerland gescheiden van de rivier, waarachter de Duitsers lagen. Daarom werden de mensen van de noordkant tijdelijk in het midden en Zuiden van het dorp ondergebracht. Mijn andere grootouders woonden op een veiliger plek en hadden een grote kelder. Daar werd toen enkele nachten door beide gezinnen op matrassen overnacht. Het was toen dat mijn ouders elkaar nader leerden kennen.
.
In het dorp stond een grote katholieke kerk, een gebouw van Cuypers. De toren daarvan werd op de valreep, op 31 oktober, nog door de Duitsers opgeblazen, waardoor ook de kerk zelf grotendeels instortte.
.
Hoewel er in de familie nooit over gesproken werd moet het zo geweest zijn dat mijn vader samen met andere jongens uit het dorp na de aftocht van de Duitsers hun hoofdkwartier geplunderd heeft. Daarvan lagen bij ons thuis nog drie getuigen: 1. Een set van zes massief zilveren visbestekken, mooi vormgegeven, maar helaas ontsierd door hakenkruisen. We aten er nooit mee. 2. Een hoogwaardige verrekijker van Zeiss Jena, eveneens van een bescheiden hakenkruis voorzien. Een halve eeuw later vertelde mijn vader dat hij dat ding in Duitsland een keer had gebruikt en werd aangesproken door een man die het hakenkruisje opmerkte en in hem een mede-sympathisant met de Nazi’s vermoedde, wat hij bepaald niet was. 3. Een stapel documenten, waarvan het mij, toen ik ze op zolder ontdekte, onduidelijk was waar ze over gingen. Wel was duidelijk dat ze betrekking hadden op toestanden in Tsjechië en dus niet van belang waren voor de geschiedschrijving van onze streek. Waar ze zijn gebleven weet ik niet.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Niks

Mini-herinnering: dieren in Athene

In de hete zomernachten hadden we de ramen tegenover elkaar openstaan in de slaapkamer. Dan kwamen er muggen, maar die werden afgeschrikt met een klein electrisch ding waar je een plaatje in schoof dat bij verhitting een chemische damp uitwasemde waar muggen niet van hielden. Het werkte uitstekend.
.
Niet weg te krijgen waren de honden uit de buurt, die elkaar de hele nacht toeblaften. Maar dat wende; na een poosje hoorde het geblaf zelfs tot de vertrouwde geluiden van het huis. Verder waren er reusachtige motten, die als je ze niet bestreed de tapijten opaten die ’s zomers in een hokje werden opgeslagen.
.
Eerder incidenteel was de verschijning van een groene slang voor de voordeur. Kan geen kwaad, zei M.; bovendien glipte hij snel weg. Toen ik eens een reuzenspin in huis aantrof deed ik hem in een handdoek en bracht ik hem naar buiten. Geluk gehad, zei M.: die zijn giftig.
.
Onze hond heette Hektor, een Griekse Herder; ik ging vaak met hem wandelen op de berg. Hij was al bijna een mens; daarom zal ik hier niet over hem schrijven. Een oude dame in de buurt had een schoothondje, dat Chariklia heette. Chariklia! een nuffiger naam voor een hondje kun je niet verzinnen.

2 reacties

Opgeslagen onder Dieren, Griekenland, Niks

Vakantiedagen in Stresa

Wie zag er vorige week drie zebra’s, twee lama’s, vele pauwen en nog ettelijke andere dieren? Ik, in het park van de Villa Pallavicini in Stresa (afb. 1). Die villa zelf staat leeg; de eigenaar, de laatste vertegenwoordiger van dit roemrijke geslacht, woont in Genua en is waarschijnlijk te oud om meer dan één huis tegelijk te kunnen bewonen. Pal tegenover de villa is Aphrodite aan de schuimende baren ontstegen en in een bosje hortensia’s geland (afb. 2).
.
Inderdaad, ik was enige dagen ‘op vakantie’ in Stresa aan het Lago Maggiore, met mijn eeuwenoude Australische vriend. Stresa is de mooiste plek aan dat meer. Daarom staan er majesteitelijke villa’s en ook Grands Hôtels (afb. 3), want de plaats ligt ook nog eens gunstig aan een spoorlijn van Milaan naar Zwitserland. Ooit stopte hier de Orient Express. Maar de meeste villa’s zijn gesloten en staan te vervallen (afb. 4; bah! wil ik een ruïne fotograferen, maakt het mobieltje er weer een prachtobject van), en bij die hotels stoppen nu ook bussen met groepen toeristen. Wat is er toch met de rijkdom gebeurd? Het was mooi geweest als de rijken van vroeger hun geld met de armen hadden gedeeld, maar dat is niet gebeurd. Het is gewoon weg; waarschijnlijk verdwenen in de zakken van nieuwe rijken. Enfin, de dierentuin bij de villa wordt door de overheid tiptop onderhouden, evenals de prachtige andere parken en tuinen in en om Stresa. De botanische tuin van de Villa Taranto bij voorbeeld bleek desgevraagd vijftien tuinlieden te hebben; dat is heel wat meer dan het grote park van Rauischholzhausen bij Marburg. De mensen die vroeger dienaar waren van een prins of graaf snoeien nu heggen of verzorgen zebra’s in overheidsdienst en wij mogen die tuinen en huizen bekijken: toch netto winst dus.
.
Het Lago Maggiore is een gezegend meer (afb. 5–6). De magie van vroeger: je komt uit het kille Noorden ineens in een land met een zonnig en mild klimaat, is een beetje verdwenen: het is er niet warmer dan thuis; eerder iets koeler zelfs, wat overigens goed gelegen kwam. Maar het licht is prachtig, het ruikt er heerlijk naar bloemen, er heerst een ontspannen levensstijl en langs de oever kun je promeneren. Pontveren verzorgen de verbindingen met andere plaatsen en eilanden. De vergezichten op de bergen, de eilanden en de andere oever zijn wondermooi. Er zijn veel mensen die lekker kunnen koken. Vrijwel iedereen kan er koffie zetten en doet dat ook.
.
Isola Bella is het mooiste eiland, zoals de naam al zegt (afb.7–9). In het paleis van de familie Borromei is oneindig veel te zien en de ‘hangende’ tuinen (afb. 10–11) zijn prachtig, maar ik wil hier alleen even stilstaan bij de Galleria degli arazzi, de zaal met zes grote Vlaamse gobelins, waarop dieren zijn afgebeeld (afb. 12–13). De kunstenaars hadden de meeste van die beesten blijkbaar nooit gezien, maar dat hindert niet, het is toch een plezier om naar te kijken. Boven ieder doek staan bijbelverzen of wijze woorden; zo bij voorbeeld Libera me de ore leonis et a cornibus unicornium humilitatem meam: ‘Bevrijd mij uit de muil van de leeuw, en mijn nederigheid van de horens der eenhoorns,’ een psalmvers (22:22) dat tegenwoordig terecht heel anders wordt vertaald. Dat was heel toepasselijk, want de eenhoorn is het wapendier van de Borromei’s en humilitas is hun lijfspreuk—nou ja, wil dat wel lukken als je een hele provincie bezit?
.
De bootjes voeren je overal naar toe, naar Baveno bij voorbeeld, waar mijn reisgenoot nodig een villa moest bekijken waar Wagner ooit had geslapen, samen met koningin Victoria geloof ik—maar ik luister niet meer naar die Wagnerverhalen van hem—terwijl ik liever het stokoude kerkje bekeek (afb. 14), waarvan een deel nog uit de Romeinse tijd stamt. En het dichtbevolkte Isola dei Pescatori, het eiland van de vissers (afb. 15–17), waarop wel een aardig dorpje ligt, dat echter onder de voet wordt gelopen door mensen zoals wij: toeristen. Het Isola Madre heeft een grote botanische tuin en een bescheiden, strenger ingerichte villa met poppen en decors van het familietheater. Hier passeerde in 2006 een tornado, die vele planten en bomen vernielde. Een reusachtige, uiterst zeldzame Kashmir-cipres werd ontworteld (afb. 18), men is al jaren bezig de boom weer met zijn wortels in de grond te krijgen en te houden; dat lijkt te lukken.
.
Als U denkt dat dit meer alleen schoonheid te bieden heeft, hebt U het mis. Het stadsdeel Intra van de gemeente Verbania is pretty afzichtelijk, maar ja, ergens moet er geld verdiend worden. De kroon spant een zwartgrijs monstrueus bouwsel (afb. 19) dat de aanblik van de oever kilometers lang bederft. Wat is het? Een geheim laboratorium? De keutels van een buitenaards wezen? Nee hoor: het is een theater, of liever gezegd een Centro Eventi Multifunzionale. Op de webpagina van de inrichting zelf wordt een afbeelding van het bouwwerk zorgvuldig vermeden.
.
Maar als je verder vaart kom je bij Cannobio: een stadje waar ik zó een paar maanden zou willen intrekken (afb. 20–23). Een nadeel is dat het op een steenworp van Zwitserland ligt, zodat er de hele tijd Zwitsers koopjes komen halen. Maar te vermoeden is dat de sympathieke boekhandel in deze kleine plaats alleen kan overleven door Italiaanstalige Zwitserse lezers, dus vooruit, laat ze maar komen dan.
.
Soms denk ik dat ik in een klooster wil, maar dan toch niet in Santa Caterina, dat aan de Lombardische oever van het meer tegen een rotswand aangeplakt ligt (afb. 24–26). Mooi om even te zien, maar erg weinig uitloop. Daar moet je de Heer wel heel innig liefhebben om het uit te houden. En de WC is een Plumpsklo, met grof schurend closetpapier. Eerlijk gezegd ben ik niet zo van de versterving (afb. 27). Salute!

P.S. De nieuwe inrichting van WordPress gooit alle nummers door de war. Bekijkt U het maar.

StresaGrandeurDéchue1

4. Grandeur déchue

VillaPallvicini

1. Villa Pallavicini

KerkBaveno

14. Kerk Baveno

IsolaBella2

9. Isola Bella

IsolaBella6

11. Isola Bella

IsolaBella1

7. Isola Bella

Arazzo1

12. Gobelin Isola Bella

Cannobbio1

20. Cannobio

IsolaBella3

8. Isola Bella

IsolaDeiPescatori1

15. Isola dei Pescatori 1

Cannobbio3

23. Cannobbio

VenusInSTresa

2. Venus in Stresa

CipresIsolaMadre

18. Kashmir-cipres

StaCaterina2

26. Sta. Caterina 3

GrandHôtel

3. Grand Hôtel des Îles Borromées

IsolaBella5

10. Isola Bella

IkInStresa2019

27. Salute!

Lago1

6. Lago

TeatroVerbania

19. Centro Eventi Multifunzionale, Verbania

Arazzo2

13. Gobelin Isola Bella

Lago2

5. Lago

IsolaDeiPescatori

16. Isola dei Pescatori

Cannobbio4

21. Cannobbio

Cannobbio2

22. Cannobbio

StaCaterina4

25. Sta. Caterina

IsolaDeiPescatori2

17. Isola dei Pescatori

SantaCaterina1

24. Sta Caterina

 

5 reacties

Opgeslagen onder Niks

Alp Arslan in Gießen

Nee, niet de beroemde sultan die U kent van de slag bij Manzikert, waar hij in 1071 de Romeinse keizer Romanós IV gevangennam en bij wijze van bestraffing vervolgens vrij liet. Diens achterkleinzoon is het. In Gießen heb ik de naar hem genoemde opera bijgewoond.
.
Gießen is een stadje dat niet veel groter is dan Marburg, maar wel rijker. Het bezit een eigen theater, klein maar fijn, en een goed operagezelschap. Stel U voor, een eigen opera in een stad als Oss of Alphen aan de Rijn. Ongelofelijk, maar hier bestaat dat. En dit Stadttheater Gießen heeft een opdracht gegeven om een opera te schrijven. Het resultaat is Alp Arslan, met muziek van Richard van Schoor en tekst en regie Willem Bruls. De eerste is een Zuid-Afrikaan, de tweede een Nederlander.
.
In deze opera draait veel om de residentie van de jonge sultan: Aleppo, waarbij natuurlijk telkens gerefereerd wordt aan de recente vernietiging van die prachtige stad. Als Alps vader op sterven ligt weigert de zoon aan het sterfbed te verschijnen. Hij is zestien en te onervaren om Aleppo en omstreken te regeren, in een tijd waarin christelijke Kruisvaarders, Koerden, Ismaïlieten en Druzen de stad bedreigen. Van zijn moeder heeft hij geen steun te verwachten; die heeft nooit van hem gehouden. De enige die hem kan helpen is Lu’lu’, de eunuch die hem heeft opgevoed. Hij haat hem, maar is toch op hem aangewezen. Pest hem met zijn castraat zijn, veracht hem en verkracht hem. Hij wordt steeds gekker, tot de eunuch hem op een dag vermoordt en zijn jongere broer tot sultan benoemt.
De heimelijke hoofdrol is voor de eunuch, de countertenor Denis Lakey. De opera begint met een monoloog van hem, terwijl hij ingegraven ligt in het zand van de Soedan, en eindigt met een nog indrukwekkender solo-optreden.
Ja, deze muziek is modern, maar van een soort die goed en vanzelfsprekend aan te horen is. Als extra waren er ook stukken Arabische muziek doorheen geroerd, met een Arabisch orkest en een oproep tot het gebed van een echte moëddzin, die boven in een loge stond. Misschien dat zoiets voor het operapubliek hier moeilijk te verteren is, maar voor mij was het heel vertrouwd.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Kunst, Muziek, Nabije Oosten, Niks

Gewichtheffen voor zangers

Vanochtend heb ik op les een nieuwe zangtechniek geleerd, die na tien minuten al vruchten afwierp. Benodigd zijn een flesje half vol water en een plastic slangetje, dat 1, 2 of 4 centimeter onder de waterspiegel gestoken wordt. Je ademt in door de neus en uit door de mond, tegen de waterdruk in. In de fles borrelt het. Vervolgens worden ook toonladders, drieklanken en andere oefenstof de fles in gezongen op de letter ‘oe’. Bij geringe indoopdiepte is die druk makkelijk op te brengen; als de slang er vier cm. in zit wordt het al werken en dat geldt zeker voor de hoge tonen: dan is het echt een fitness-studio. Als het in de fles niet meer blubbert en borrelt heb je te weinig druk gegeven. Met alleen kopstem kom je er niet vanaf.
.
Toen was het lied van de week aan de beurt: Der Jäger, van Schubert. Enkele malen achter elkaar moest ik een zin in die fles zingen (niet op tekst, want dat gaat niet, maar nog steeds op ‘oe’), en dadelijk daarna gewoon, zonder fles. Meteen veel helderder en luider, mooie mix van borst- en kopstem! Het is ook te begrijpen: als je je aanwent iets tegen een weerstand te doen, gaat het zonder die weerstand uiteindelijk spelenderwijs. Vervolgens moest ik het hele lied in de fles zingen, en daarna zonder fles. Overtuigend resultaat, zo goed had ik het nog nooit gedaan. Ik kon die laatste regel nu echt schmettern: Die Eber die schieße, du Jägerheld! Er is een gerede kans dat de boze jager inderdaad terugdeinst als hij dit hoort.

4 reacties

Opgeslagen onder Niks

Multiculti

De islamisering neemt nu wel heel vreemde vormen aan. Je herkent soms gewoon je eigen land niet meer! Ik was in Düsseldorf in de Klosterstraße, waar het ene Japanse restaurant volgt op het andere. Voor mij een onverwacht paradijs, maar helaas, ik was in gezelschap van iemand die niet van Japans eten houdt, dus daar gingen we niet naar binnen. Iets Europees was er niet in de buurt. Tenslotte vonden wij een compromis in een Chinees restaurant, een ‘echt’ Chinees restaurant, waar de spijzen zelfs in een boek met kleurenfoto’s nauwelijks te herkennen waren. Maar we hebben daar best lekker gegeten.
Daarna nog even ergens iets drinken? Een normaal café was er in wijde omgeving niet te ontdekken. Dus dan maar naar binnen bij de Upper Loft Café and Bar. Dat bleek een verregaand normaal café te zijn, behalve dat het werd bedreven door drie Chinese jongens. Een aangename zaak, met een opvallende eigenschap: de helft van het publiek was Chinees, de andere helft Duits. Ergens achterin stond een Chinese televisiezender aan, met de ondertitels ook in het Chinees. Daaronder zaten dan weer groepjes Duitsers. Het was een sympathiek mengsel, een geval van geslaagde integratie, al was het niet duidelijk wie in wat geïntegreerd was. Er werd gedronken, maar niet gezopen, er werd af en toe gezongen en luid gesproken, maar niet geschreeuwd. Gemiddelde leeftijd 25 jaar? Prettig toeven daar.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Europa, Niks