Categorie archief: Niks

Rondje Oberrosphe

Is dit nou zo leuk op een foto? Nee, niet, maar het is wel heerlijk om doorheen te fietsen. Leeg en toch niet onbevolkt, net zoals ik het graag heb. En majesteitelijke bomen, een zuidelijke uitloper van het Burgwald. Geen dode boom gezien, want gemengd bos; dat kan wel wat hebben. Ik ben zo blij dat ik hier woon.

Hetzelfde rondje als zo vaak: Cölbe – Reddehausen – Oberrosphe – Todenhausen – Wetter – Sarnau – Cölbe – thuis.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Niks

Mini-herinnering en meer: de hertogin van Piacenza

Gisteren werd ik wakker met de hertogin van Piacenza, een mini-herinnering uit mijn Griekse tijd. Ik kwam toen namelijk soms langs de ruïne van een villa, ergens bij Pendeli. Dat was een van de huizen geweest van de hertogin van Piacenza, zo vertelde men, la duchesse de Plaisance. In en bij Athene stond nog meer onroerend goed van haar, dat nog in gebruik was, vooral de Villa Ilissia, waar nu het Byzantijns Museum in zit. Toen jaren later de metro werd doorgetrokken naar het nieuwe vliegveld werd er een station naar haar vernoemd: Doukíssis Plakendías (Δουκίσσης Πλακεντίας). Het ligt op grond die ooit van haar was.

Dit herinnerd zijnde voelde ik aandrang, wat meer over haar te weten te komen en op te schrijven. Dat was lastig, want de geschiedenis van die tijd is niet mijn vakgebied, bovendien leidt het onderwerp me af van mijn eigenlijke bezigheden. Maar de aandrang was zo sterk, dat het toch even moest:

Sophie de Marbois-Lebrun, hertogin van Piacenza leefde van 1785–1854. ‘Maar Piacenza is toch helemaal geen hertogdom!?’ roepen de historici onder u nu in koor. Klopt, het is een deel van het hertogdom Parma en Piacenza, en werd vanouds geregeerd door het geslacht Farnese, later door de Bourbons. Maar dat ze min of meer een nep-hertogin was kon Sophie niet helpen. Toen Napoleon Noord-Italië veroverde verzon hij daar een paar vorstendommen om uit te delen onder zijn mensen. Zo ook het hertogdom Piacenza, dat hij in 1808 schonk aan een gunsteling, de consul Charles-François Lebrun (1739–1824). Deze was van 1810-1813 jaren gouverneur-generaal van Pays Bas (Nederland) en hij deed oprecht zijn best er wat van te maken.1 In 1816 was het weer afgelopen met het nieuwbakken hertogdom en viel Piacenza voortaan onder Oostenrijk, en later weer onder de Bourbons. Maar de titel bleef geldig en was ook erfelijk. Hij viel in 1824 dus toe aan zijn zoon, Anne Charles Lebrun (1775–1859). Dat was een zeer succesvolle generaal, die onder Napoleon ook nog even gouverneur van het Département des Deux-Nèthes (Antwerpen plus westelijk Noord-Brabant) is geweest.

Hertogin Sophie was van huis uit een meisje De Marbois. Ze werd in Amerika geboren, als dochter van de Franse consul-generaal en een bankiersdochter uit Philadelphia. In 1802 trouwde zij in Parijs met Lebrun junior; ze kregen een dochtertje, Eliza. Van 1810–1814 was zij hofdame van keizerin Marie-Louse. Ze woonde al snel op zichzelf, met haar dochtertje, bij voorkeur in Italië, terwijl haar man zich aftobde te velde of in rare oorden als Nederland. De officiële echtscheiding werd voltrokken in 1831; zij had dus enkele jaren de tijd, zich op grond van de winderige titel van haar man als hertogin te ensceneren. Of haar dat in het Parijs van na Napoleon goed lukte is me niet bekend. Wel moet zij heel veel geld hebben gehad. Ze kreeg vast een royale toelage van haar man; in ieder geval een enorme erfenis toen hij was gestorven, en denkbaar is dat ze ook nog van haar Amerikaanse familie had geërfd.  

Sophie was dus een rijke vrouw, die kon doen waar ze zin in had. In 1825 ontmoette zij in Rome Capodistria, de bekende Griekse vrijheidsstrijder. Deze maakte grote indruk op haar; ze werd naar een mode van die tijd filhelleen, ondersteunde met haar geld het streven om Griekenland los te weken uit het Ottomaanse Rijk en coördineerde de activiteiten van de filhellenen in Frankrijk. Ze financierde Griekse schooltjes en zorgde ervoor, dat ook de dochters van vrijheidsstrijders een opleiding kregen. In 1829 reisde ze zelf naar Griekenland, naar Nafplio, de voorlopige hoofdstad van de nieuwe staat. Dat stadje was eeuwenlang door Venetië bezet geweest en had een zeker Europees flair. Daar ontmoette zij Capodistria weer, maar ze lag al spoedig met hem overhoop, vond hem veel te autoritair en vertrok na anderhalf jaar weer naar Italië.

Wat deed in Sophie de vlam van het filhellenisme ontbranden? Was zij werkelijk begaan met het lot van de Grieken? Voelde zij zich tot Capodistria als persoon aangetrokken? Voelde zij zich miskend in het Europa van de Restauratie? Een halve Amerikaanse, de facto gescheiden, foute adel, geëncanailleerd met Napoleon, excentriek: ik kan me de samengeknepen mondjes van de dames in Parijs wel voorstellen. Maar om te weten hoe het werkelijk zat moest er een biografie van haar zijn. Die is er niet en ik ga er ook niet aan beginnen.

De echte Europese adel was met geen stok naar Griekenland te krijgen. Het sinds 1832 officieel onafhankelijke, maar roerige landje stelde niet veel voor. Athene was een stoffig nest met ongeveer zevenduizend inwoners, overwegend Turken, terwijl de omgeving werd geteisterd door bandieten. Twintig jaar later was het aantal inwoners opgelopen tot dertigduizend. Veel inwoners migreerden naar het Ottomaanse Rijk, omdat daar in economisch opzicht toch meer te doen was, maar van heinde en ver stroomden wel nieuwe inwoners toe, uit enthousiasme voor de Griekse zaak of om daar de Beierse cultuur te verbreiden. Want toen er een koning moest komen voor het nieuwe koninkrijk was er aanvankelijk niemand te vinden, tot tenslotte de bijna 17-jarige Otto van Beieren, uit het geslacht Wittelsbach (1815–1867) zich tot het avontuur liet overhalen. De koning werd bijgestaan door een regent en horden Beierse ambtenaren, militairen, deskundigen en adviseurs om het land een beetje op poten te zetten. Veel neo-klassieke gebouwen in Athene dateren uit de tijd van koning Otto. In Beieren overigens ook; het Europese enthousiasme voor de klassieke Oudheid was op zijn hoogtepunt. Privé werd de koning bijgestaan door Amalia, hertogin von Oldenburg (1818-1875), die hij in 1836 huwde. Ze konden thuis dus Duits spreken, maar converseerden tot op hoge leeftijd met elkaar enkele uren per dag in het Grieks.

Voor het koninklijk paar was het maar moeilijk wennen in Athene. De Grieken hadden, niet ten onrechte, het gevoel dat de Turcocratie nu vervangen was door een Bavarocratie. Otto meende een betere toegang tot zijn land te krijgen door het Grieks nationalisme te omhelzen, met in zijn achterhoofd natuurlijk de inlijving van alle Griekssprekende delen van het Ottomaanse Rijk, maar dat hielp niet echt. Hoewel Otto officieel hoofd van de Grieks-Orthodoxe staatskerk was, weigerde hij zich daartoe te bekeren. Het leek iets beter te gaan toen er in 1844 een grondwet kwam, en Beierse ministers door Grieken werden vervangen. Toch werd de koning in 1862 verjaagd; hij bracht zijn laatste jaren door in Bamberg.

Hertogin Sophie keerde na haar scheiding in 1831 Parijs voorgoed de rug toe, verbleef nog een tijdje in Florence en vestigde zich toen met haar dochter in Athene, waar zij tot haar dood zou blijven. Toen zij daar aankwam was zij meer dan welkom. De koning zal blij geweest zijn met wat aanspraak op niveau; verder was er maar weinig adel en zeker geen hertogin, en ieder geval kon koningin Amalia zich verheugen over een nieuwe vriendin. De dames hebben samen de Biedermeier-mode in Griekenland geïntroduceerd, wat natuurlijk hoog nodig was. De koningin ontwierp ook de uniformen voor de evzonen, u weet wel, de elitesoldaten met die korte rokjes en lange witte kousen met kuitkwasten. Zou Sophie daar ook nog een aandeel in hebben gehad? Al spoedig was de hertogin het middelpunt van het sociale leven. Zij liet haar Villa Ilissia niet ver van het koninklijk paleis neerzetten en organiseerde symposia en culturele activiteiten. Haar ervaring als hofdame in Parijs kwam daarbij natuurlijk goed van pas. Maar zij deed niet alleen maar deftige dingen: ze bevorderde ook het onderwijs en kocht land bij Pendeli, ten Noorden van Athene, waar ze landbouw liet beoefenen en ook verscheidene bouwprojecten liet uitvoeren. Daar kreeg ze te maken met bandieten en ze zou zelfs een relatie hebben gehad met een roverhoofdman—of was dat laster? Zij is wel een tijdje door bandieten ontvoerd geweest en pas na betaling van losgeld vrijgelaten. Alweer een interessant hoofdstuk voor de nog te schrijven biografie.

De hertogin bekeerde zich niet tot het orthodoxe geloof, maar tot het Jodendom. Hoe dat zo? Weer iets wat we niet weten. Ze financierde ook een synagoge in Chalkida.

Tot haar bouwprojecten ten noorden van Athene behoorde een heus kasteel, dat echter kort voor de voltooiing in brand vloog. De stoffelijke resten van haar jong gestorven dochter, die in een crypte op sterk water werden bewaard, gingen daarbij verloren. Sedertdien trok de hertogin zich terug uit het openbare leven en had alleen nog contact met een hofdame van de koningin. Nog enige stille jaren volgden, tot zij in 1854 overleed. Haar erfgenaam, een neef, verkocht al haar goederen aan de Griekse staat. Zij werd in haar toren in Pendeli bijgezet.

Een vrouw die best een biografie waard is, maar ik kon er geen vinden. In de winter van 2010–2011 was er in het Ilissia-paleis een tentoonstelling getiteld, ‘The Duchess of Plaisance: The History Behind the Myth’. Daartoe moet haar leven dus bestudeerd zijn geweest, maar ik heb geen toegang tot de resultaten. Behalve dan een leuk fragment uit het dagboek van de Deense Christiane Lüth, die in Griekenland woonde, en wier dagboek een belangrijke bron is over het leven in Griekenland onder Koning Otto. Zij werd in 1842 de buurvouw van de hertogin. Haar tekst is in het Deens, maar moet op de een of andere manier voor die tentoonstelling in het Engels vertaald zijn.

‘On one side of us lived the French duchess de Plaisance, an eccentric lady, rich, divorced from her husband and neither Jew nor Christian. She had created her own faith, which she had printed in French and handed out to people. We were also given a copy. She had but one daughter, who died, when she was sixteen, and the mother placed her remains in alcohol in a great glass jar which she placed in a room of her basement, which she visited in order to remember her daughter. […] Some years later the duchess’ house caught fire and she visited one neighbour after another and asked them passionately to save the corpse in exchange for a great reward, but no one wished to venture down there, so it was burnt. She had six big white furry dogs, who accompanied her everywhere, also when she went driving, some of them in her back seat and the rest following behind. She was always dressed in white, draped in a big shawl, from which her pale yellow face and her big black eyes peered out. It was foretold that she would die after having finished building a house, and she therefore left those she built unfinished. […] She never gave to beggars: “Je suis généreux (zo!), mais je ne donne pas des aumônes,” she said.’

NOOT
1. Hij was dus degene die de gemeenten Made en Drimmelen verenigde; Emigrant berichtte.

BIBLIOGRAFIE
– Richard Clogg, A Concise History of Greece, Cambridge 1992.
– Florence Codman, Fitful Rebel. Sophie de Marbois, Duchesse de Plaisance, Arts et Metiers Graphiques, 1965. NIET GEZIEN!
– Christiane Lüth, Fra Fredensborg til Athen: Fragment af en Kvindes Liv, Kopenhagen (Gyldendalske) 1926. Online ter beschikking, maar NIET GELEZEN, want in het Deens.
.

Sophie, hertogin van Piacenza (1785–1854)

De Villa Ilissia in Athene, nu het Byzantijns Museum

Koning Otto

4 reacties

Opgeslagen onder Europa, Geschiedschrijving, Griekenland, Niks

Mini-herinnering: oranje licht

De gemeente heeft in de lantarens in mijn straat nieuwe lampen aangebracht, die een oranje licht verbreiden. Toen ik het zag deed me dat niets; ik werd er koud noch heet van.

Twintig jaar geleden was dat anders. Ik zou een vriend in Mainz-Finthen bezoeken. Omdat de tramlijn daarheen nog niet bestond en de plaats zonder auto moeilijk te bereiken was, kwam hij me met de auto afhalen op het station Mainz. We reden over een absurd brede, lege vierbaansweg. Daar voelde ik me al wat mulmig, en toen de vriend onderweg een paar minuten verdween om zijn hond af te halen, die uit logeren was geweest, kreeg ik een regelrechte angstaanval. Die godverlatenheid—tussen kerst en nieuwjaar is Duitsland uitgestorven—de kou, en dat smerige oranje licht van de straatlantarens! Toen mijn vriend terugkwam met de hond vond hij me in jammerlijke toestand terug. Hij deed alles om me gerust te stellen, maar dat lukte pas toen we eenmaal in zijn woning waren. Hem uitleggen wat het was kon ik niet, maar ik wilde het zelf ook graag weten en heb er daarna dus over nagedacht. Daarbij kwam een vroege herinnering op, die ten grondslag gelegen moet hebben aan mijn angstaanval van dat moment.

Het was op een van de beide kerstdagen. We waren bij mijn grootouders, er was waarschijnlijk veel gegeten en mijn ouders besloten daarna even te gaan wandelen. Mijn oom ging ook mee, en ik. Op de straatweg was het koud en leeg, en daar scheen een akelig oranje licht. In de oneindige leegte voelde ik mij eenzaam en verloren. Ik begreep voor het eerst dat er niets was en was bang! Er waren wel drie volwassenen bij me, maar daar had ik op dat ogenblik niets aan, want die waren met elkaar aan het praten. Het besef dat we nu het dorp uit waren en dat er niets meer kwam! En dan dat licht. Nú weet ik dat het volgende knusse dorp maar vier kilometer verderop was, maar ik was toen misschien zes of zeven, en het einde van het dorp betekende het einde van de wereld.

Dat oranje licht, de kou, een lege weg die (gevoeld) nergens heen leidt, plus een vriend die me ‘alleen liet’—nou ja, even maar—veroorzaakte dus een herleving van die angstaanval uit de kindertijd. Maar die was blijkbaar voldoende om er verder vanaf te zijn. Ik heb verder weinig angstaanvallen gehad in mijn leven, behalve in een bepaalde periode, toen ik aan een bescheiden depressie leed.

6 reacties

Opgeslagen onder Niks

LGBTQIA

Enigszins in het verkeerde keelgat schoot mij dat ik een meneer op de Nederlandse televisie bovenstaande afkorting hoorde uitspreken. Hij deed dat op zijn Engels. Als niet-Engelstalige kan ik dat ook wel: El Djie Bie enzovoort, maar dat zou wat zoekend gaan, wat aarzelend, want ik doe het niet iedere dag en ken het niet uit mijn hoofd. Bij deze meneer floepte het vlot uit de mond; hij had het vaker gedaan. Hoewel Nederlander verkoos hij dus niet de Nederlandse afkorting: LHB-enzovoort.

Alsof het al niet erg genoeg was met al die letters, het is dus ook nog Amerikaans! Daar klopt toch iets niet? Hoe kan men de complexe en veranderlijke sexualiteit van de mens samenvatten in zulke rare letters? Het opgroeiende mensenkind zal waarschijnlijk cis het zijn (alweer zo’n rare kreet), maar een minderheid (10%? 15%? geen idee) is dat niet en moet kiezen uit een van die letters. Net als bij Starbucks: kies je smaakje, je naam wordt op een beker geschreven en dat ben je dan. Jonge mensen mogen zich een keer vergissen; de volgende keer vinden ze hun ware letter, eventueel geholpen door een therapeut of een andere invoelende medemens, en aan die tweede letter zitten ze dan vast. Dan hebben ze een identiteit, een groepsidentiteit. Of ze nog iets anders te bieden hebben dan hun ‘seksuele oriëntatie’, met andere woorden: of ze verder nog iemand zijn, interesseert niemand.
Hier in de straat woont een trans-persoon. Dat weten we, omdat hij/zij/het de betreffende vlag over zijn balkon heeft gehangen. En dus wordt er zo aan hem gerefereerd: ‘je weet wel, dat hoekhuis, waar die trans woont.’ (Soms wordt het minder netjes uitgedrukt.) Eigen schuld hoor.

Er zijn vast een paar letters vergeten of nog niet ontdekt, maar die komen dan in een volgende golf van ophef aan de beurt. Eén letter ontbreekt in het rijtje overduidelijk: de P van pedofiel. Anders dan bij de andere letters wordt in gepraktiseerde pedofilie altijd schade aangericht, aan kinderen nog wel, en het kan dus niet worden goedgekeurd. De P’s mogen niet rekenen op de aanmoediging van al die aardige, begripvolle mensen; voor hen wordt geen enkele vlag uitgehangen, hoewel ze waarschijnlijk niet met weinigen zijn. Maar in theoretische beschouwingen mag die P natuurlijk nooit ontbreken. Het is schijnheilig om het dood te zwijgen.

2 reacties

Opgeslagen onder Niks

Te vroeg geboren

De wereld van het digitale zal ik wel nooit begrijpen. Als iedere rechtgeaarde volwassene in Duitsland beschik ik over een corona-pas met QR code. Dat ding is enige maanden geleden aangemaakt door een apotheek, op grond van mijn gele boekje met de stickers van de vaccins. Daar staan ook mijn naam en geboortedatum op. Die QR code kon ik scannen op de telefoon, zodat ik voortaan niet dat papier hoefde mee te dragen maar die code op het mobieltje kon laten zien. Door toeval ontdekte ik echter een fout. Op de papieren versie van de pas staat mijn geboortedatum correct: de 26e juli, maar volgens mijn telefoontje ben ik op de 25e geboren! Terwijl toch die scan vanaf het papier is gemaakt. Natuurlijk niet van de tekst, maar van dat rare vierkantje. Dáár moet de fout in zitten, en dat is potentieel gevaarlijk.

Er is pas twee maal gevraagd naar mijn identiteitskaart te samen met de QR-code. En beide keren heeft men niet zo nauwkeurig gekeken, zodat het niet opviel. Maar je zult op een dag aan de Zwitserse of Oezbeekse grens staan en niet binnengelaten worden omdat je geboortedatum niet klopt! In welke krochten moet ik afdalen om dit te laten corrigeren?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Niks

Daar gaat ie weer: code geel

Precies met de intrede van de meteorologische herfst is de incidentie in mijn landstreek weer boven de vijftig. In Nordrhein-Westfalen is zij nog beduidend hoger. Volgens boze tongen ligt dat aan Armin Laschet, die daar regeert en graag Bundeskanzler zou worden, maar mede hierdoor zijn kansen ziet afnemen. Maar dat is niet waar: het komt omdat in NRW de zomervakantie al eerder was afgelopen. Hier in Hessen is dat pas sinds vorige week het geval, zodat onze cijfers ook snel weer omhoog zullen schieten. Vakantiegangers keren terug met een bonte veelheid aan virussen en de kinderen gaan elkaar weer aanwasemen op school. Op particuliere scholen zijn luchtzuiveringsapparaten aangebracht, op openbare scholen is dat nog lang niet overal het geval.

Het aantal inentingen per dag is sterk achteruit gegaan. Wanneer komt er nu eens een prikbus op het schoolplein?

Van overheidswege wordt voortaan de ergte van Corona niet langer in incidentiecijfers uitgedrukt maar in aantal ziekenhuisopnamen. Hierbij wordt dus voorbijgegaan aan Long Covid. In Nederland heeft men een andere keus gedaan (als mijn informatie juist is): daar wordt sinds enige weken minder getest, zodat het aantal besmettingen ook geringer lijkt. Ook daar gaan de scholen open — en sommige meteen weer dicht. Und wieder grüßt das Murmeltier.

Zeer binnenkort zijn er hier verkiezingen; daarvóór zullen er zeker geen onaangename maatregelen worden getroffen.

Besmettingen per week per 100.000          Totaal der ingeënten in Duitsland

1 juni Marburg-Biedenkopf 55,9

1 juli Marburg-Biedenkopf 4,3

1 september Marburg-Biedenkopf 59,0
2 september Marburg-Biedenkopf 56,1
3 september Marburg-Biedenkopf 70,8
4 september Marburg-Biedenkopf 69,5
5 september Marburg-Biedenkopf 74,4
7 september Marburg-Biedenkopf 61,4
8 september Marburg-Biedenkopf 61,0
9 september Marburg-Biedenkopf 54,5
10 september Marburg-Biedenkopf 56,1
11 september Marburg-Biedenkopf 48,8
13 september Marburg-Biedenkopf 52,5
14 september Marburg-Biedenkopf 44,7
15 september Marburg-Biedenkopf 52,5
1e  43,3%      2e  18,0%

1e  55,1%      2e 37,3%

1e 65,3%      2e 60,6%
1e 65,4%      2e 60,9%
1e 65,6%      2e 61,0%
1e 65,6%      2e 61,0%
1e 65,8%      2e 61,3%
1e 65,9%      2e 61,4%
1e 65,9%      2e 61,4%
1e 66,2%      2e 61,7%
1e 66,3%      2e 61,9%
1e 66,4%      2e 62,0%
1e 66,5%      2e 62,2%
1e 66,6%      2e 62,3%
1e 66,7%      2e 62,4%

Telkens ± 160.000 mensen ingeënt de laatste dagen; dat is wel erg weinig. Kom op met die bovenarmen, Duitsers! De prikkers (m/v) staan klaar.

16 september Marburg-Biedenkopf 52,5
17 september Marburg-Biedenkopf 58,2
18 september Marburg-Biedenkopf 51,2
19 september Marburg-Biedenkopf 54,5
20 september Marburg-Biedenkopf 53,3
21 september Marburg-Biedenkopf 40,3
22 september Marburg-Biedenkopf 44,3
23 september Marburg-Biedenkopf 32,5
24 september Marburg-Biedenkopf 36,6
25 september Marburg-Biedenkopf 37,0
26 september Marburg-Biedenkopf 47,2
27 september Marburg-Biedenkopf 46,8
28 september Marburg-Biedenkopf 39,9
29 september Marburg-Biedenkopf 56,9
1e 66,9%      2e 62,7%
1e 67,0%      2e 62,8%
1e 67,0%      2e 62,8%
1e 67,0%      2e 62,8%
1e 67,2%      2e 63,1%
1e 67,3%      2e 63,3%
1e 67,4%      2e 63,4%
1e 67,5%      2e 63,6%
1e 67,6%      2e 63,7%
1e 67,6%      2e 63,7%
1e 67,6%      2e 63,7%
1e 67,7%      2e 64,0%
1e 67,8%      2e 64,1%
1e 67,8%      2e 64,1%

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Niks

Byzantijns

In de nieuwsberichten kwam de Aya Sofya weer eens langs , ‘die gebouwd werd als Byzantijnse kerk’. Het oostelijk deel van het Romeinse Rijk wordt vaak het Byzantijnse Rijk genoemd, zeker als het betrekking heeft op de periode na 476, toen het westelijke deel van dat rijk was ondergegaan. Daarna bestond het Oostromeinse Rijk nog bijna duizend jaar. De officiële taal was Latijn tot 610, daarna werd het Grieks. De (dunne) bovenlaag der Romeinse burgers sprak vanouds al Grieks.
.
Byzantium is een oude naam voor het huidige Istanbul. Het was een middelgrote provinciestad, tot het in 330 door keizer Constantijn sterk vergroot, ommuurd en als residentie ingericht werd. Het werd omgedoopt tot Nova Roma en na Constantijns dood tot Constantinopolis. Het is niet juist een rijk te vernoemen naar een stad die al was opgeheven en nooit rijkshoofdstad was geweest. Historici weten dat natuurlijk, maar menigeen heb ik horen zeggen dat ze ‘om praktische redenen’ toch maar bij Byzantijns bleven. Eén zo’n praktische reden zal zijn dat de benaming in Europa nu eenmaal traditie heeft, zoals wij Japan ook Japan noemen, en niet Nippon. Maar een andere is dat men othering wil bedrijven, en daarom irriteert die benaming. Door dat rijk Byzantijns te noemen neem je er afstand van. Weg ermee: het Romeinse Rijk, zaliger nagedachtenis, was óns rijk! Dat andere hoort niet bij ons, dat is het Oosten, een schilderachtige, rare, onbegrijpelijk andere wereld, die je niet serieus hoeft te nemen en die ons behalve ketterijen en curieuze anekdotes niets te bieden heeft. Terwijl dat rijk zichzelf wél het Romeinse Rijk noemde.1 Niet ‘de opvolger van het Romeinse Rijk’, nee, dat rijk zélf. De inwoners beschouwden zich gewoon als Romeinen en de omringende volkeren noemden hen ook zo.
.
De Wikipedia, en natuurlijk talloze andere populaire publicaties, zijn wat in verwarring. Dat Byzantijnse Rijk zou in 330 gesticht zijn, met de stichting van Constantinopel (en dus juist de sloop van het oude Byzantium). Volgens anderen loopt de vroegste periode van het Byzantijnse rijk van 300 tot 650; dan bestond het al vóór Constantijn. Zou het zinvoller zijn, als het dan toch moet, 395, het jaar van de rijksdeling, het stichtingsjaar te laten zijn? Nee, ook dat is onzin. Er zijn ook mensen die het ruim na de ondergang van het Westromeinse Rijk laten beginnen. De verwarring is natuurlijk te verklaren uit het feit dat er nooit een rijk heeft bestaan dat zich Byzantijns noemde.
.
Nu meer uitgebreid hier.

NOOT 1: Βασιλεία τῶν Ῥωμαίων (Vasilía ton Roméon, Koninkrijk der Romeinen) of Ῥωμαικὴ Αὐτοκρατορία (Romaikí Aftokratoría, Imperium Romanum). De moderne Grieken spraken tot diep in de negentiende eeuw ook van Romeins; daarna namen ze onder Westeuropese invloed de term Byzantijns over.

1 reactie

Opgeslagen onder Niks

Ieder het zijne

EdXTismWkAII39u.jpg

Ook dit is Duitsland: je moet er toch niet aan denken dat je de planten bij moeders graf zou begieten met een gedeelde gieter! Nee, ieder de zijne: naam erop en goed vastgemaakt aan de Friedhofsgießkannenständer, om diefstal te voorkomen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Niks

Mini-herinneringen: goed bedoelde koffie

Er was ook goed bedoelde koffie die niet zo lekker was, maar toch dierbaar. Café Intención zullen we maar zeggen.
.
In Cairo, onder het reëel bestaande socialisme (1971–72) mijn dagelijkse cappuccino bij Simonds (spreek: Simóndis). De espressomachine dateerde uit 1950, de moeizaam geïmporteerde bonen waren van matige kwaliteit, maar de zaak had nog altijd pretenties en iedereen deed of alles nog in orde was.
.
In Frankfurt, die mevrouw die merkte dat ik Nederlander was en er plezier in had, mij op een echt Nederlands kopje Douwe Egberts te trakteren. Smaakte me helemaal niet. Niet laten merken natuurlijk.
.
Het dorpsmuseum van Oberrosphe, hier in de streek, wordt door twee vrijwilligsters op ZA en ZO opengehouden en dan schenken ze ook koffie. Die is echter …uggh. Uren geleden gezette Jakobs Kreuning.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Eten en drinken, Niks

Het Westen: een terugblik

Het Westen, wat was dat ook alweer? Het domineerde de wereld sinds eeuwen, maar vooral in de tweede helft van de twintigste eeuw, en nu hoor je er niet meer over. De Oriënt, die ouder was, was een buitengewoon vaag concept, dat nauwelijks buiten de geesten van westerlingen bestond. Het was een schilderachtig, maar achterlijk gebied, waartoe in de keizertijd zelfs ons land gerekend werd! Wie herinnert zich niet de foto van het bordje in het Huangpu park in Shanghai: ‘No dogs or Chinese allowed’? Het Westen was makkelijker te definiëren: het bestond uit een heleboel kleine staatjes in West-Europa, plus ‘Groot’-Brittanië en de vroegere Britse koloniën, voor zover die overwegend door blanken werden bewoond, dus Canada, de Verenigde Staten, Australië, Nieuw- Zeeland en her en der nog wat eilandjes, barstensvol met bankfilialen en postbussen.
.
Het Westen was dus een los verband van staten, hoewel dat onderlinge oorlogen nooit had uitgesloten. Met de beoogde eenwording van Europa is het nooit veel geworden. De bevolking was blank, Kaukasisch zoals het ook wel heette. Technologisch liep het voorop. Terwijl wij hier nog feesten vierden met vuurwerk schoten ze daarginds met buskruit al hele steden in puin. Ze hadden de beste schepen en de beste wapens, wat hen oppermachtig maakte. Grote delen van de wereld werden door hen economisch uitgebaat en uitgekleed tot op het bot, wat vaak, vooral in de vroege tijd, gepaard ging met territoriale verovering. Portugezen en Spanjaarden waren ermee begonnen, maar Engelsen, Fransen, Nederlanders en Belgen deden het genadelozer. Allen hadden ze een diepe minachting voor de arme sloebers in hun koloniën, die zij zelf de armoe in hadden geschopt, in de oost en de west, in het zuiden, de derde wereld of hoe ze het verder maar noemden. De Verenigde Staten van Amerika had vrijwel geen koloniën, maar wist de methoden van exploitatie nog te perfectioneren zonder er de eigen onderdanen heen te sturen—wat de rest van het Westen dan weer overnam.
.
Het Westen, daar wilde vroeger iedereen wel bijhoren. Maar dat mocht niet, het was alleen voor landen met een overwegend blanke bevolking. Wat was er zo aantrekkelijk aan? Het Westen was lange tijd het modernste deel van de wereld; geen wonder ook, met al dat geroofde geld en goed uit het niet-Westen. Het geld vloeide vrij, meestal zonder inmenging van de staat. Ook de markt was vrij, wat individuen in staat stelde grote rijkdommen te vergaren, en voorzag in de goede tijd vrijwel alle burgers met een ongekende weelde aan voedingsmiddelen en goederen, waarbij de staat bleef zorgen voor defensie, politie en gevangeniswezen, wegen, spoorwegen en waterleiding, zorg voor zieken en bejaarden, onderwijs en cultuur. Dat leek dus een goed idee, tot de staten hun greep op deze zaken begonnen te verliezen, zodat bij voorbeeld spoor en waterleiding toch in particuliere handen geraakten, of zelfs gevangenissen, legers, ziekenhuizen, scholen en universiteiten als privé-ondernemingen werden gerund. De eis van de markt, dat alles winstgevend moest zijn, zorgde voor de afbraak van deze elementaire voorzieningen, zoals uiterlijk tijdens de Corona-crisis pijnlijk duidelijk werd. De markt bleek toen bij voorbeeld niet in staat om voldoende medische hulpmiddelen te fabriceren toen die nodig waren. Eertijds bekende industrielanden slaagden er niet in van de fabricage van SUV’s snel om te schakelen op die van mondkapjes, test kits of ventilatoren. Waar jonge ondernemers probeerden zulke zaken te fabriceren stieten zij op een muur van bureaucratische en juridische vijandigheid: ze hadden patenten geschonden! Landen die nog tijdens de tweede grote oorlog in de twintigste eeuw in een zucht miljoenen wapens fabriceerden en veldlazaretten bij dozijnen uit de grond stampten, slaagden er nu niet in wat medische voorzieningen te creëren, zodat ze bij ons moesten aankloppen. De bouw van een ziekenhuis duurde in die landen soms wel een jaar! Daardoorheen speelde nog het ‘probleem’ van de buitenlandse werkkrachten, wier immigratie en deelname aan het arbeidsproces systematisch werd bemoeilijkt, zelfs als het artsen of verpleegkrachten betrof.
Door de langzame en onverstandige aanpak van Corona en de daaruit voortvloeiende lange stillegging van grote delen van de productie werden de westerse economieën ondermijnd, zodat het zwaartepunt van de wereld definitief naar Oost-Azië verschoof.
.
Ook de democratie had aanvankelijk een goed idee geleken. Niet de adel of een klasse van heersers zou het voor het zeggen hebben, maar het volk zelf. Maar de meeste stemmen golden, en omdat het grootste deel van de mensheid nogal dom is werden er op den duur alleen verkeerde leiders gekozen—iets wat in de negentiende eeuw al was voorzien en wat al eens gebleken was na een noodlottige Duitse verkiezingsuitslag in de jaren dertig—waaruit men echter geen les had getrokken.
.
De persvrijheid was eveneens zo’n historische fout. Die vrijheid bestond misschien in provinciale media, maar de grote dagbladen en televisiezenders geraakten in handen van boosaardige miljardairs die er aardigheid in hadden, samenlevingen te ontwrichten. Bovendien werd er flink gestookt en gehetst vanuit vijandige landen, die zich eenvoudig toegang wisten te verschaffen tot de digitale media.
.
De Corona-crisis luidde het einde van het Westen in, maar het verkeerde al enige tijd in staat van ontbinding. De uiterste consequentie van het democratische systeem werd zichtbaar toen inderdaad de domste en immoreelste leiders gekozen werden, met behulp van kwade krachten uit een buitenland, dat invloed nam op het verkiezingsgebeuren zelf. In de Verenigde Staten werd het ergst denkbare onbenul tot president gekozen, die de positie van het land als wereldmacht al spoedig ondermijnde en een breuk in het Westen veroorzaakte. Groot-Brittannië volgde met de wat minder domme, maar eveneens volledig immorele premier, die het land losweekte van Europa. Op het Europese vasteland waren er staatjes die de corona-crisis benutten om het ‘juk’ van de would-be hoofdstad Brussel en van de democratie af te schudden: Hongarije, Polen en kort daarna dat landje bij de zee, hoe heet het ook alweer, dat moet ik naslaan.
In 2020 kreeg de Amerikaanse president de Corona, maar die kwam hij te boven, wat zijn volk in een religieuze jubelstemming bracht. Als dit niet een teken van God was! Hij voelde zich naar eigen zeggen sterker dan enige Amerikaanse president ooit, werd in de chaos waarin Corona de verkiezingen had doen verzinken min of meer herkozen en stelde het erfelijk presidentschap in. Zoiets als wanneer wij het keizerschap weer zouden invoeren; stel u eens voor! De regering probeerde zo goed mogelijk om hem heen te regeren.
.
In de late twintiger jaren was het wel bekeken met het Westen en de gebieden raakten spoedig op het tweede, zo niet derde plan. Het begrip Westen verdween niet geheel, maar werd geleidelijk aan verbannen naar de geschiedenisboeken.
Dat betekende niet dat die zogenaamde ‘westerse waarden’ ook meteen verdwenen waren. Toen wij een Corona-vaccin uittestten op heropgevoede Oeigoeren waren de protesten daarginds niet van de lucht, uit de macht der gewoonte. Maar die Oeigoeren waren natuurlijk vrijwilligers, dat spreekt toch vanzelf! Tegelijkertijd werden er dertig miljoen vaccins bij ons besteld. Meer niet, want daarvoor ontbrak het geld, maar bij die bestellingen hoorde je nooit iets over mensenrechten.
.
Het ware wezen van de westerse beschaving werd eveneens zichtbaar tijdens de Corona-crisis, toen bleek dat alle westerse volkeren hun achterste na de stoelgang reinigden met … papier. We kunnen daar nu hartelijk om lachen, maar het was evengoed een schrikbarend gebrek aan hygiëne! Tijdens de crisis werd dat papier door westerlingen massaal gehamsterd—zij leken aan te voelen dat ze zonder papier hun ‘identiteit’ zouden verliezen—en inderdaad, zo is het gegaan. Vrijwel niemand definieert zich meer als westerling.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Niks, Orient, Politiek, Racisme, Westen