Categorie archief: Eten en drinken

Event-cultuur

Duitse binnensteden worden geteisterd door leegstand. De online-handel en Corona hebben de middenstand om zeep geholpen. Gerenommeerde, lang gevestigde winkels en restaurants moesten sluiten. Nu ze weer open mogen kunnen ze geen personeel krijgen, merken ze dat een groot deel van de klandizie wegblijft en na lang dapper standhouden met overheidssteun geven ze alsnog op. Er is minder geld onder de mensen, en de prijzen zijn gestegen.

Ook Frankfort is getroffen. Zelfs de peperdure Goethestraße, een straat vol dure juweliers en modezaken, biedt een treurige aanblik. De Russen komen niet meer, de Arabieren gaan liever naar Zuid-Duitsland of Oostenrijk en de Chinezen zitten in lockdown. Wie wil er nog een must kopen bij Cartier, of een Rolex, of nog iets duurders? Het stadsbestuur ziet in dat de oude toestand niet meer terug zal komen en probeert alternatieven te vinden voor de vroeger zo levendige binnenstad. Dat moet weer een plaats van ontmoeting worden, met een Event-Kultur. Street food festivals, rooftop bars, dat soort dingen.

Igitt! Je kunt beter de Amerikanen over de vloer hebben dan de Russen, maar dit klinkt wel erg troosteloos. Ik ben blij dat ik daar niet meer woon.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Economie/Wirtschaft, Einkaufen, Eten en drinken, Taal

Hagelslag

Van chocolade hagelslag ben ik geen liefhebber. Als kind was ik het misschien wel, dat weet ik niet meer. Maar ik weet natuurlijk wat het is; je bent Nederlander of je bent het niet.

In den droom was ik bezig, in een bord een bergje hagelslag door wat melk te roeren, zodat het net onder kwam te staan. Doordat ik wakker werd hoefde ik het niet op te eten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Chocolade, Dromen, Eten en drinken, Nederland

Steur

Hebt U wel eens steur gegeten? Ik niet, bij mijn weten. Maar laatst zat ik aan een diner (ja, o.k.: aan aan een diner) waar ook een Russisch echtpaar zat (aan aanzat). Zij vertelden dat zij onlangs een steur hadden gekocht. Waar dan? In Marburg! In deze visarme stad, zomaar een verse steur gekocht! Meer in het bijzonder bij een Russische winkel, waar ze ook sprotten hadden en andere Russische dingen. Bij navraag bleek deze winkel ergens verstopt te zijn op een plek, waar je normaal niet langs komt.

Het buitenland rukt op in onze voedselvoorziening en dat is prettig. Behalve de Griek met olijven op de markt ken ik een Egyptische en een Pakistaanse winkel, beide gelegen op plekken waar iedereen wél voortdurend langs komt. Bij de Pakistaan koop ik soms: die heeft zulke goede groente en fruit. In tijden van inflatie is dat belangrijk te weten, want op de markt is het nu wel erg duur geworden. Naar verluidt heeft hij ook uitstekend vlees, maar vlees koop ik nooit. Er zijn echter nog meer buitenlandse winkels, die even verborgen zijn als die Russische. Die moet ik binnenkort maar eens gaan verkennen. Er schijnt bij voorbeeld een grote Turkse supermarkt te bestaan achter de Toom bouwmarkt. Overal lekkere dingen dus, maar je moet ze wel weten te vinden en er dan inderdaad naar toe gaan.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Eten en drinken, Marburg

Mensen te veel

Nederland is het dichtstbevolkte land van Europa. Als ik vanuit het betrekkelijk veilige Duitsland het Nederlandse corona-beleid gadesla krijg ik soms de indruk dat de uitdrukkelijke bedoeling is, die bevolkingsdichtheid wat te verkleinen. Geen afstand, verbod op FFP2 mondkapjes, desinformatie, nergens ventilatie, halve lockdowntjes alleen voor de vorm, dansen met Jansen, knuffelen, te laat vaccineren, afschalen van zorg: alles schijnt te zijn opgezet om corona de kans te geven. Maar ook vóór corona meende ik in Nederland soms al die neiging tot uitdunning waar te nemen. Afnemende zorg voor oude en chronisch zieke mensen en voor jongeren die hulp behoeven, geen erbarmen met armen of arm gemaakten. We zijn gewend Rutte als onbenul te beschouwen en zijn ministers als incompetent, maar echte schoften van zó groot kaliber zullen zij toch niet zijn? Of toch …?

Dat er regelmatig volkeren en volksgroepen uitdrukkelijk worden uitgeroeid is bekend: Indianen, Australische ‘aborigines’, Herero’s, Armeniërs, Joden, Rohingya’s, Oeigoeren, Indiase moslims en nog veel meer. Maar er is ook zoiets als het op de koop toe nemen van het sterven van mensen. In de voormalige koloniën was er behoefte aan arbeidskracht. Daarom liet men de inheemsen in leven, om als slaven, koelies of keuterboertjes te kunnen bijdragen tot het ‘batig slot’ van de overheersers. Tegenwoordig zijn inheemsen niet meer zo nodig. In o.a. de Amazonas, in Congo en op Nieuw-Guinea halen de grijparmen van geweldige machines de begeerde delfstoffen weg en inheemse bevolkingen lopen daarbij alleen maar in de weg. Ze worden soms uitgemoord, maar meestal niet; dan laat men ze gewoon verrekken. Passieve genocide.

Ook de grote hongersnood in Ierland werd indertijd in Londen verwelkomd. Er woonden te veel mensen in Ierland, die stonden de noodzakelijk geachte landbouwhervormingen in de weg. Dus toen de aardappelziekte toesloeg en de Ieren hongerden (1845–52) kwam dat mooi uit en werd er uitdrukkelijk geen hulp verleend. Anderhalf miljoen doden, twee miljoen verdrevenen waren het resultaat, en natuurlijk een land dat braak lag voor moderniseringen.

Hongersnoden in Brits Indië kostten tussen 1876–78 ongeveer acht miljoen doden. Het begon met droogte, maar de politiek van laissez faire deed de rest. Dat is sjiek Frans voor nagelaten hulpverlening. De export van levensmiddelen naar Groot-Brittannië ging gewoon door, net als tevoren uit Ierland. In 1943 stierven er nog een paar miljoen mensen in Bengalen, door de oorlogsomstandigheden, maar ook door koloniaal wanbeheer. De overheden ontkenden veelal dat er een hongersnood was; ook die truc is van elders bekend.

In Nederlands Indië vielen er van 1943–1946 minstens 2.500.000 doden door een hongersnood. Die was door de Japanse bezetters veroorzaakt, maar na de terugkeer van de Nederlanders had het voeden van de hongerigen, heel zacht gezegd, geen prioriteit. De inlanders werden nu als de vijand beschouwd, en van de weeromstuit werden ze dat ook nog. Hoe anders was het misschien gelopen als men ze gevoed had.

Ik bedoel maar: het hoeft niet altijd genocide te zijn. Wegpesten, het vernietigen van olijfbomen of andere levensvoorwaarden en/of nagelaten hulpverlening doen het ook. In het huidige Nederland zie ik daartoe ook een zekere, nog betrekkelijk lichte neiging.  We zijn er zeker niet te goed voor.

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Eten en drinken, Nederland

Genot tijdens de oorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er geen koffie te krijgen en hebben de mensen surrogaat gedronken. Waarom heb ik nooit begrepen. In plaats van ellendige rommel kun je dan toch beter gewoon water drinken, zou ik denken. Of een kopje brandnetelthee. Maar ik ben er niet zeker van hoe ik me zelf gedragen zou hebben. Misschien werd dat bocht ook gedronken vanwege het rituele karakter van koffie drinken.

Nog onbegrijpelijker vind ik het roken. Roken op zich zelf kan ik met terugwerkende kracht wel begrijpen. Ik heb nooit sigaretten gerookt, maar wel pijp en sigaren, en ik herinner mij welk genot dat verschaft. Maar als het zó moeilijk was aan sigaretten te komen als in W.O. II zou ik denk ik gewoon gestopt zijn met roken. Ik ben juist W.F. Hermans, De tranen der acacia’s aan het herlezen, dat in 1944–45 speelt, en daar wordt vrijwel door iedereen gerookt of hevig naar sigaretten verlangd. Sigaretten zijn bijna even belangrijk als brood; beide artikelen worden ook vaak in een adem genoemd. Peuken worden hergebruikt. De sigaretten zullen niet meer zo lekker geweest zijn als voorheen, maar bovendien waren ze erg duur. Begin 1945 kostten sigaretten volgens dit boek tien gulden per stuk! Door met roken op te houden kon je dus veel geld besparen, dat dan in meel of aardappels kon worden omgezet, of misschien af en toe een ei. Maar nee, er moest en zou gepaft worden.

In de vroege jaren zestig heb ik iemand gekend, de vader van een vriend, die op zekere dag een sigaar opstak en zei: ‘Zo, dit is mijn laatste sigaar van voor de oorlog.’ De man had meteen bij het begin van de oorlog sigaren ingeslagen voor eigen gebruik, maar hij had nog extra gehamsterd omdat hij wel begreep dat er tijdens de bezetting vraag naar zou zijn. En inderdaad, in de moeilijke periode tegen het eind van de oorlog kon hij zich redden door regelmatig een of enkele sigaren te verkopen. Als een sigaret een tientje kostte moet een sigaar wel een veelvoud gedaan hebben. Hoe het zat met de conservering van de sigaren heeft hij niet verteld. Sigaren blijven immers niet eeuwig goed; ze kunnen uitdrogen. Maar hij zal wel een methode gevonden hebben.

2 reacties

Opgeslagen onder Eten en drinken, Oorlog, Vroeger

Varieté

Dat was weer eens een merkwaardige Marburger avond. Een goede kennis kreeg een onderscheiding, een lintje zeg maar, al viel er niets op te spelden. Daartoe was een huldiging gepland met een buffet en daarna een varieté-avond. Dat alles in de open lucht, vanwege u weet wel. 

Het gebeurde in een restaurant dat was ingericht in een voormalige loods van de spoorwegen, waar vroeger spoorwagons in hadden gestaan. Daaraan vastgebouwd is een klein, intiem theater, maar dat kon wegens Corona niet worden gebruikt. Buiten dus. Ik ben inmiddels lang genoeg in Marburg om te weten dat ik me heel warm moest aankleden. Het weerbericht, nog om drie uur geraadpleegd, wist te vertellen dat het tot vijf uur zou regenen en daarna niet meer. Niets bleek minder waar; de toekomst voorspellen lukt nog steeds niet. De regen begon pas toen ik om tien voor vijf de woning verliet, zodat ik nat aankwam, en daarna werd hij heviger, zodat de toespraak van de vertegenwoordigster van het ministerie nauwelijks te verstaan was wegens het gekletter op het glazen dak. Was niet erg. De lofrede op de geëerde daarna was mooi en werd luid en duidelijk uitgesproken, door een echte zangeres, dus wat wil je. Dit gebeurde natuurlijk toch binnen, maar dat ging goed, want het gebouw is zeer ruim en bood met openstaande deuren voldoende lucht. Daarom was het ook gekozen: er zijn hier in de stad niet zoveel horeca-gelegenheden waar vijftig personen met veel ruimte in kunnen worden ondergebracht. Zo was het begrijpelijk dat men deze zaak had uitgezocht, die niet beroemd is om zijn goede eten. Inderdaad was het buffet zeer matig, maar dat mocht de pret niet drukken.

En toen het varieté. Inmiddels regende het niet meer, dus we gingen naar buiten, waar het theater zich alternatief had ingericht met een grote tent als toneel en rijen plastic stoelen voor het publiek. Er was zijdens de theatermensen een officiële stoelenafdroger en iedereen kreeg een dekentje, dus bij dertien graden ging het net. Sommige doorgewinterde Marburgers hadden een thermo-matje voor onder de kont meegebracht, van die dingen die je ook wel op perrons in gebruik ziet als er een uurverbinding is. Het kenmerk van de Echte Duitser. Later begon het weer zachtjes te regenen, maar iedereen besloot dit te negeren, want de voorstelling was (voor mij onverwacht) uitstekend! Varieté: ik had vage herinneringen aan de jaren zestig, beelden van rijen Amerikaanse vrouwen in badpak die synchroon een been in de lucht gooien en zo. Niet zo mijn smaak; ik had stiekem het idee het even aan te zien en me na een kwartier stilletjes terug te trekken. Maar zo ver kwam het niet, want de voorstelling was toch anders en zeer gevarieerd. Een goede jazz-band leidde de avond in en begeleidde steeds de nummers. Er was een aantal goochelaars, alle van het allerhoogste niveau. Dat konijntje kon wel inpakken, dat was maar een van de eenvoudigste trucs en verscheen waarschijnlijk alleen uit eerbied voor de traditie. Een brandende draad die in een rubberen bal veranderde en niet brandend steeds op andere plaatsen aan en zelfs in het lichaam weer opdook, die zich vermenigvuldigde en in een zakdoek of een spel kaarten veranderde. Een acrobaat met een ongelooflijk lenig lijf. Een ‘wijnkoningin’ die steeds dronkener werd en haar glas wijn in een fles veranderde, en in steeds meer flessen: ook een goochelares dus. Een gentleman-jongleur, die met drie ballen begon, maar met dozen en hoge hoeden verder ging. En zie aan, daar was toch een enkele jonge vrouw in badpak, die acrobatische kunsten uithaalde in en om een grote doorschijnende halve bol met water. Dat was ook knap, maar daar vond ik niet veel aan. Te ordinair? Nee hoor, want veel ordinairder was de in het Italiaans tierende vrouw met drie hoela hoeps, en die was schitterend. Wat die met die hoepels kon doen was ongelooflijk, ik kan het niet navertellen, maar dat was het hoogtepunt. Ter afsluiting kwamen twee van de goochelaars nog eens op, nu met een trompet en een saxofoon, en daarop konden ze ook heel goed uit de voeten. Multi-talenten.

Een prachtige voorstelling dus, die op plezierige wijze niets voorstelde, de tijd deed vergeten en afleidde van kou en regen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Eten en drinken, Kunst, Marburg

Kaalslag

Voor het eerst weer een hapje wezen eten met L. in de binnenstad. Ons favoriete eethuisje was echter gesloten; erg gesloten zelfs. Het zag eruit alsof het altijd gesloten zou blijven. Twee huizen verder, waar vroeger een boekhandel zat, is nu een nieuw eethuisje. Daar maar wat gegeten dan. Het ging, maar veel bijzonders was het niet, zeker niet in vergelijking met de grote kwaliteit die onze vroegere gastheren te bieden hadden. Bovendien was het erg koud op het terras, zelfs met dekens. Maar dat konden ze niet helpen.

De academische boekhandel is gehalveerd. Dat het zou gebeuren was al bekend. Het is een kaal en armoeiig gezicht.

Ik liep langs een nieuwe kapperszaak en besloot daar spontaan even binnen te lopen. Dat was sinds maart 2020 niet meer gebeurd. Veel haar had ik nog niet dus er viel niet veel te coifferen, maar er heerst nu weer orde op mijn hoofd en dat Corona-mutsje kan ik weer afzetten. Vreemd genoeg was deze zaak gevestigd in een majesteitelijk winkelpand op de eerste stand. Wat er vroeger in zat weet ik niet meer; iets van damesmode geloof ik. De prijzen waren laag tot normaal, het was helemaal niet zo’n prestigekapper die glaasjes sherry aanbiedt bij een knipbeurt van €40,-. Deze twee jonge knippers hadden in normale tijden de huur voor zo’n mooie grote winkel nooit kunnen betalen.

Alex is ook weer terug. Die had vroeger een fijn Grieks restaurant, dat hij op zekere dag op grond van zijn leeftijd aan zijn zoon had overgedragen. Hij kon het koken echter niet laten, dus hij was een eindje verderop een kleine ‘snackbar’ begonnen, die zich echter in werkelijkheid als een voortreffelijk restaurantje ontpopt had. Dat pand moest hij begin 2020 verlaten omdat de verhuurder de huur verhoogde en het ook vertikte, een kapotte waterleiding te repareren. Maar hoge huren kan/wil in dit tijdsgewricht niemand meer betalen, dus Alex kon er weer in kruipen, vermoedelijk tegen de oude huur. De keukeninrichting en alles stonden er nog in, dus hij kon zo weer aan de slag. Moge hij tot in lengte van dagen zo goddelijk blijven koken; daarbij denk ik vooral aan zijn gevulde aubergines!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Economie/Wirtschaft, Eten en drinken, Marburg

Versoepeld

Sinds enkele dagen zijn de buitenterrassen van café’s en restaurants weer geopend en er wordt meteen druk gebruik van gemaakt, hoewel het nogal koud is. Het gekke is dat ik dat geen prettig gezicht vond, en ook niet de minste neiging had, daar te gaan zitten. Wat wende dat snel, die andere toestand! Nu weer opnieuw wennen aan al die liederlijkheid en vraatzucht.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Eten en drinken, Gezondheid, Marburg

Mini-herinnering: Staphorst met Riccardo

In Leiden leerde ik als student een Italiaans-Zweeds-Frans antropologenechtpaar kennen: Riccardo en Valérie. Riccardo had gehoord dat er in Nederland een besloten dorpje bestond met heel vrome mensen in klederdracht en hij vroeg mij of we dat niet eens konden bezoeken. Zo gezegd zo gedaan: met de trein naar Zwolle en daar fietsen gehuurd. Hij kreeg meteen wat hij verlangde, want zodra we uit de trein stapten stonden we tegenover een groot aanplakbiljet van de Bond tegen het Vloeken: Vermijd, bestrijd het vloeken, en het stond er ook in het Italiaans op: Evitate, combattete il bestemmiare. Ik legde hem uit dat dit aanplakbiljet op vele stations te zien was en niet speciaal voor Staphorstbezoekers was opgehangen. Maar hij geloofde mij maar half, en inderdaad, later zag ik dat ding ook nergens meer hangen. Misschien was er juist een actie afgelopen en was het plakkaat in Zwolle nog niet verwijderd.

Riccardo was al lang genoeg in Nederland om een fietstas te bezitten, en die ging open toen we trek kregen. Er bleek een keur van fijne spijzen en Italiaanse delicatessen in te zitten en zelfs een flesje wijn en glazen. Lekker natuurlijk, maar het contrasteerde nogal met ons reisdoel en het fietsen. Eenmaal in Staphorst aangekomen zagen we inderdaad veel mensen in klederdracht die niet erg toeschietelijk leken. Hoe bezichtig je een vroom dorp? Door een kerkdienst bij te wonen misschien, maar het was geen zondag, Riccardo verstond geen Nederlands en het was maar de vraag of we daar zonder zwart pak zouden zijn binnengelaten. Het zou ook een hele zit geworden zijn. Wat we konden doen was een winkel binnenlopen om iets te kopen, bij voorbeeld een brood bij een bakker. Een schel ging over, maar er verscheen niemand. Na verloop van tijd ging er een luikje open en daardoor keek een oog ons aan. Na nog meer tijd verscheen er een vrouw, jawel, in klederdracht, die verklaarde dat ze geen brood hadden. Of het brood gewoon op was of in de achterkamer werd bewaard voor de eigen mensen werd niet duidelijk. Het luikje werd intussen gevuld door een ander oog, dat van haar man waarschijnlijk. Onverrichter zake, maar toch voldaan verlieten we het pand. We hadden het gezien, Staphorst, en het ons.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Eten en drinken, Nederland

Zonnetje

De zon is een groot ding, maar als hij maar een beetje schijnt, dan spreekt men van een zonnetje. En dat hadden we hier gisteren: een lekker zonnetje, zodat ik bij een graad of zeven koffievisite kon ontvangen op het beschutte balkon, erg prettig. Ik had er zeer fijne Syrische baklava van Al Basha bij, die gretig werd verslonden. Ja, zo’n studie Arabisch brengt je in aanraking met de heerlijkste dingen. En met kleine prettigheidjes is de lockdown goed te verdragen.

Koffievisite, beste Nederlanders, komt hier overigens tussen 15.00 en 16.00 uur. Dan geeft het zonnetje de meeste warmte.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Eten en drinken, Gezondheid, Nabije Oosten, Quarantaine