Categorie archief: Vroeger

Mini-herinnering: gevallen arts

Een herinnering niet van mij zelf, maar uit een overlevering van mijn grootmoeder. Zij en haar twee zusters hadden geconstateerd dat de arts van het dorp op straat soms met een niet-medische blik naar hen keek en besloten de man eens te pakken te nemen. In die tijd, het zal omstreeks 1910 geweest zijn, droegen vrouwen en meisjes een lange rok tot de enkels en daaronder blijkbaar een even lange onderbroek.
De dokter verplaatste zich per fiets en reed vaak over een heel smal dijkje. De meiden wachtten tot hij weer eens aan kwam rijden, sprongen tevoorschijn en tilden hun rokken een eindje op, zodat de onderbroeken zichtbaar werden, terwijl zij uitriepen: ‘Ooooh! Je ziet mijn broek toch niet?’
De opzet slaagde: de arts raakte zo van de wijs dat hij de macht over het stuur verloor en van het dijkje stortte.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Vroeger

Grensbewaking

Meestal gaan dromen heel snel, zij hebben een plot en een afsluiting. Er zijn echter ook dromen die maar doordrenzen, waarin de hele tijd niets gebeurt en die zo eerder het karakter van een foto krijgen. Zo zag ik vannacht langdurig een oude leraar van me, in militair uniform. Hij was bij de grensbewaking, zo heette het. Maar er was geen grens te bekennen en tot militair handelen was hij ook niet in staat: hij was veel te dik.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dromen, Vroeger

Oud

Hoe minder van deze voorwerpen u herkent, des te jonger bent u.

4 reacties

Opgeslagen onder Vroeger

Ontferming

In 1964 hadden alleen echt rijke mensen nog inwonend huispersoneel. Twee ‘gewone’ gezinnen kende ik echter die nog een dienstmeisje hadden. Eén was in Amsterdam. Bij een klasgenoot hadden ze een Indonesisch meisje voor dag en nacht, een christin, die ze blijkbaar van familie uit Indië hadden doorgekregen. Ik had enigszins met haar te doen, want behalve haar werkgevers had ze niemand in Nederland. ‘Ze heeft verder niemand, wij hebben ons maar over haar ontfermd.’ Zou ze op haar vrije avond landgenoten zijn gaan opzoeken? Ik betwijfel het.
Op zekere avond zaten we met enkele klasgenoten bij elkaar en ik zou de betreffende jongen, met wie ik bevriend was, even opbellen. Hij was niet thuis en ik zei: dag juffrouw. De anderen moesten erom lachen: wie zei er nu juffrouw? Tegen zijn moeder of een eventuele zuster zou dat inderdaad niet gepast zijn geweest. Maar toen bleek dat ik met het dienstmeisje had gesproken vonden ze het wel in orde. Wat had je anders tegen haar moeten zeggen? Een mevrouw was toen nog iets heel anders.
.
Het andere gezin woonde in Duitsland; ik logeerde er regelmatig. Daar was Anna uit Oost-Pruisen: een aardige, hardwerkende, zeer bedeesde vrouw. Pas heel veel later heb ik begrepen hoe dat zat met die vluchtelingen uit het Oosten van Duitsland. Ook zij had niemand meer en mocht dankbaar zijn dat ze ergens terecht had gekund. Dat was ze ook naar behoren, en dat ze zich uit de naad moest werken en waarschijnlijk onderbetaald werd vond niemand gek.
Anna poetste ook de schoenen, die iedereen bij het slapengaan buiten de kamer op de gang zette. ’s Morgens stonden ze dan alweer glanzend te wachten, terwijl Anna het ontbijt bereidde. Later was zij er niet meer; toen werden haar functies in het gezin overgenomen door een keukenmachine en de beide dochters des huizes—die voortaan ook de schoenen poetsten.
.
Wij hadden thuis geen dienstmeisje, maar één maand per jaar toch wel een beetje. Toen ik nog klein was gingen we ’s zomers namelijk in juli naar Wijk aan Zee. In de buurt woonde een meisje van misschien zestien(?) wiens vader was overleden, zodat het gezin weinig inkomsten had. Met ons mocht ze een of twee keer mee op vakantie; dan had ze ook eens wat, het arme ding. Later heb ik begrepen, dat zij op deze manier wel een erg goedkoop kindermeisje annex dienstmeisje was voor mijn moeder.

5 reacties

Opgeslagen onder De mens, Duitsland, Nederland, Vroeger

Herinneringen: Vertaler

Toen ik nog in Nederland woonde, vroeger dus, schnabbelde ik wat bij als vertaler Arabisch. In de jaren zeventig was er nog bijna niemand die dat kon, dus er werd vet betaald. Ik kon het ook niet, maar dat gaf niet. Rijbewijzen, geboortebewijzen e.d. lukten altijd wel, evenals lijstjes met ingrediënten van levensmiddelen. Van Marokkaanse huwelijks- of verstotingsacten waren er voorbeelden; daarbij was vaak nog het moeilijkst de handschriften te ontcijferen en de namen te begrijpen. Voor vertalingen in het Arabisch riep ik de hulp in van een Egyptenaar, voor de helft van het geld.
.
Er kwamen ook wel eens lange juridische teksten uit Saoedi-Arabië, of erger nog Libië, waar veel Italiaans door het Arabisch gemengd was. In die tijd deed Nederland immers grof zaken met die landen; hele havens werden er gebouwd. Ik zei dan dat ik die teksten niet helemaal begreep, maar de opdrachtgevers smeekten handenwringend of ik het toch wilde doen, want ze hadden niemand anders. Soms gaven ze me een juriste in bruikleen, die beter gefundeerde vermoedens over de inhoud van de teksten had en bovendien het juiste juridische jargon in het Nederlands kende.
.
Bijsluiters voor medicijnen en chemische teksten weigerde ik te doen, om vergiftigingen en ontploffingen te voorkomen.
.
In de jaren tachtig kreeg ik mijn eerste computer. Die was handig voor de langdurige opdracht van de KLM: telkens de menu’s voor de eerste klasse in het Arabisch vertalen. Daar had ik geen hulp bij nodig en omdat er in grote lijnen steeds hetzelfde gegeten werd kon ik lekker copy-pasten. Nog steeds verbaas ik vriend en vijand als ik gerechten meteen in het Arabisch kan benoemen.
.
Het moeilijkst waren de reclameteksten, daarbij had ik echt hulp nodig om de juiste toon te treffen. Dat ging niet alleen om vertalen, het kwam vaak neer op herschrijven. De enthousiaste brochure over lichtmetalen jaloezieën bij voorbeeld legde grote nadruk op de exclusiviteit en de chic van het product. Maar in Saoedi-Arabië was dat onzin: er was daar niets exclusiefs aan zo’n alledaags gebruiksvoorwerp, dat niet eens van goud was; dus dan moesten we zelf wat verzinnen. Gelukkig was het reclamewezen in de Arabische wereld nog niet zo ontwikkeld, dus het was al gauw goed.
.
Een tekst over babymelk had de opdrachtgever zelf al aan de verschillende culturen aangepast. Hij leverde ter verduidelijking ook de vertalingen erbij die al in andere talen gemaakt waren. Daar stond o.a. in: ‘Uw babytje heeft per dag xx uur slaap nodig;’ welnu, het aantal uren benodigde slaap was in geen twee landen hetzelfde. De Nederlandse kinderen sliepen geloof ik het langst.
.
Een keer heb ik een serieuze en gegronde klacht gekregen. Een internationaal bekende fabrikant van kettingzagen vond dat er fouten in mijn tekst stonden, en hij had gelijk. Hopelijk zijn er door mijn fouten niet al te veel lichaamsdelen verloren gegaan. Ik vertaalde toen al zo lang dat ik dacht het ook wel zonder hulp van een native speaker af te kunnen; mis! Voordat er boze houthakkers op mijn stoep konden verschijnen ben ik toen naar Duitsland verhuisd.
.
Van de KLM heb ik ook een keer een klacht gekregen, maar die was ongegrond. Een Arabische KLM-passagier klaagde dat er lamsvlees op het menu stond, maar hij had schapenvlees te eten gekregen, ocharm. Dat kon ik echt niet helpen, daarvoor moest hij bij de catering zijn.

De Arabische teksten werden gedrukt bij de toen nog nog enige drukkerij in Nederland die dat kon. Heel praktisch dat die ook in Leiden zat, want er moesten dan ook nog drukproeven worden gecorrigeerd.
.
Waren er dan geen Arabieren die konden vertalen? Nu natuurlijk wel, maar in de jaren zeventig nog niet. Hun kennis van het Nederlands was meestal onvoldoende, maar die van het Arabisch ook, als ze schrijftaal niet voldoende beheersten. Vaak genoeg heb ik teksten van Arabieren moeten fatsoeneren: werkwoordsvormen, naamvallen, syntax en spelling. Maar dat is in de loop der jaren sterk verbeterd. En er zijn tegenwoordig veel meer migranten die goed Nederlands kennen dan Nederlanders die Arabisch kennen.
Er kwam nog bij dat de opdrachtgevers Arabieren vaak niet vertrouwden, zeker niet bij hush hush-opdrachten.
.
Waar is toch al dat extra geld gebleven? Gewoon, opgegaan aan het goede leven. Dure voorwerpen interesseerden me niet, wel reizen, uit eten gaan en diensten.
.
Toen ik naar Duitsland ging was het afgelopen met de commerciële vertalerij. Mijn Arabisch werd beter, maar mijn Duits was (en is) niet waterdicht en ik ben hier niet beëdigd.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Economie/Wirtschaft, Nabije Oosten, Nederland, Persoonlijk, Vroeger

Mini-herinnering: Gelukkig zalig

Ook toen ik nog klein was kwamen er tegen Nieuwjaar al jeugdige krantenbezorgers langs de huizen om de beste wensen uit te spreken. De bedoeling was een fooitje op te halen, en een krent die niets gaf! Ze spaarden immers voor een brommer.
.
Maar wat te wensen? De katholieke bewoners van mijn dorp wensten elkaar een ‘Zalig Nieuwjaar’, de protestantse minderheid zei altijd ‘Gelukkig Nieuwjaar’. De verzuiling ging gelukkig niet zover, dat krantenbezorgers kaartenbakken bijhielden van wie tot welke gezindte behoorde, en lang niet in alle gevallen werd dit duidelijk uit de krant waarop de milde gevers geabonneerd waren. De praktische oplossing die de bezorgertjes vonden voor dit probleem was het uitspreken van de wens ‘Gelukkig zalig’, zonder verdere toevoeging.
.
Dikwijls ging de wens in vervulling: er waren vele gelukkige jaren. Zalig zou ik ze nooit noemen; dat woord gaat toch meer over lekkernijen en is denk ik vooral bij dames in gebruik. ‘Marrons glacés, die zijn gewoonweg zálig!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nederland, Vroeger

Mini-herinnering: onrecht op school

Het was in de zesde klas van de lagere school. We moesten een som maken. Dat deed ik met inkt op de bank waaraan ik zat, en toen ik de uitkomst had schreef ik die op en wiste de bewerking uit met spuug.
De meester bleek echter niet alleen geïnteresseerd in de uitkomst, maar ook in de bewerking, en die was er dus niet meer. Ik wilde niet toegeven dat ik die op het tafelblad had geschreven, in de aanname dat zoiets streng verboden was, en stond met de mond vol tanden.
Daarop meende de meester dat ik het antwoord van mijn bankgenoot Bob had overgeschreven, wat beslist niet waar was!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Nederland, Persoonlijk, Vroeger

Mini-herinnering: Amboneesjes

Met dat rare verkleinwoord werd bij ons de groep Molukkers aangeduid, die in 1951 naar Nederland werden overgebracht nadat de Republiek Indonesië zich meester had gemaakt van de Molukken. Zo schattig zullen ze niet geweest zijn, want het waren overwegend ervaren militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indische Leger. Hoe dan ook: bij ons werd gesproken over ‘Amboneesjes in huis nemen’. Deze mensen hadden snel een voorlopig onderdak nodig, voordat er een definitievere oplossing voor hen werd gevonden.
.
Ook mijn grootouders hadden enige tijd een Moluks gezin in huis: vader, moeder en een zoontje. Hoewel ik nog heel jong was heb ik er toch herinneringen aan: ik speelde met het jongetje, en vooral de vader heeft diepe indruk op me gemaakt, want die had een accordeon. Ik was niet bij hem weg te slaan als hij daarop speelde.

1 reactie

Opgeslagen onder Nederland, Vluchtelingen, Vroeger

Lekker kagum

‘Ik heb lekker kagum,’ zei men op het schoolplein van de lagere school, ‘en jij niet,’ werd er vaak bij gezegd, of anders gedacht.
.
Kauwgum bestond in twee vormen: als kauwgumbal, te trekken uit de automaat, of in pakjes, waarvan ik mij vooral het minderwaardige, stinkerige merk Bazooka herinner. Smerig spul was dat, maar het ging vooral om de bijgesloten plaatjes: een stripverhaaltje in miniatuur. Mijn vroegste herinnering aan de kauwgumbal was dat ik van mevrouw Wenzel, een vriendin van mijn moeder, een cent kreeg om een kauwgumbal te gaan trekken. Het moet omstreeks 1952 zijn geweest. Gauw naar de Hogeweg, waar een automaat hing, maar wat een teleurstelling: de cent paste er niet in! Bedrukt naar huis, en wat bleek? De cent die ik had gekregen was nog van koningin Wilhelmina, en die waren iets groter dan die van Juliana. De cent geruild en zo werd alles toch nog goed.
.
Dit herinnerde ik mij toen ik van de week aan het begin van mijn huidige woonstraat een opengebroken kauwgumballenautomaat zag. Ja, die bestaan hier nog; in Nederland misschien niet meer? Deze was strategisch opgesteld bij de ingang van een basisschool. Het was de boef blijkbaar niet om het snoepgoed te doen geweest, want dat zat er nog in. Maar het bakje waar het geld in zat was er met aanzienlijk geweld uitgesloopt. Bij een balprijs van 10 cent zal daar misschien wel vijf Euro te roven zijn geweest!
.
Heel verbaasd was ik toen daar al na drie(!) dagen een bestelwagentje stond en er twee mensen bezig waren een geheel nieuwe automaat aan te brengen. Nou ja, geheel nieuw: bij nader inzien bleken bepaalde onderdelen van een ouder exemplaar te stammen, maar toch: het ding glanst verlokkender dan ooit. Niet alleen kauwgumballen, ook ander snoep wordt er nu aangeboden, en voor huiveringwekkende prijzen: 10, 20 en 50 cent! Het openbreken is lonender dan ooit.

6 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Eten, Vroeger

Zijn geraniums soms niet goed genoeg?

Het werd een Albert Heijn boodschappentas vol gisteren, de reisgidsen, landkaarten, stadsplattegronden en VVV-brochures die naar het oud papier moeten. De aanleiding tot de zuiveringsactie was dat ik de reisgids van Iran zocht, om een vriendin cadeau te doen die binnenkort naar dat land gaat. Die heb ik inderdaad teruggevonden.
.
Maar achteraf denk ik dat het niet genoeg was. Er kan nog veel meer weg. Ik zal nóóit meer een 1:50.000 kaart van Oxford & surrounding area nodig hebben; zie dat maar onder ogen. Wat een prachtige kaarten hadden ze trouwens in Engeland, je ziet er zelfs de landhuizen en bijbehorende parken op, soms zo groot als twee dorpen, en rare Depots, van wat eigenlijk?, o, van militaire goederen, ik zie het al, doorschoten met treinrails. En al die grappige plaatsnamen, zoals Charlton-on-Otmoor en Horton-cum-Studley. Ook Didcot staat erop, bekend van het omroepbericht van de spoorwegen: change at Didcot. Maar ik zal er niet meer komen, en zeker niet te voet of met de fiets. Weg ermee.
.
Ook zal ik nooit meer Malta bezoeken, en beslist niet met een reisgids uit 1999, of het Beierse Woud met een wandelkaart. En al die niet of slechts eenmaal befietste delen van Duitsland: in de zak ermee. Waarom heb ik twee kaarten van het Nördlicher Odenwald? Ah, ze zijn niet hetzelfde zie ik. Maar eigenlijk kunnen ze allebei weg. Ze stammen nog uit mijn Frankforter fietstijd en ik ga echt geen heimweetochten maken om alles nog eens terug te zien.
.
Egypte mag blijven, for old time’s sake, en zeker de Baedeker van 1928 en Le Caire et Alexandrie, Hachette 1955. Die vallen niet meer onder reisgidsen, maar onder geschiedschrijving. Voor de Baedeker van Oostenrijk-Hongarije uit 1905 kan ik misschien nog geld krijgen; hoewel, vreemd genoeg sla ik dat ding nog wel eens op als ik iets over het verleden wil weten.

3 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Persoonlijk, Reizen, Vroeger