Categorie archief: Duitsland

Lokeschen

Het Amerikaans Engels dringt ook in het Duits agressief op, zij het met veel minder succes dan in Nederland. Dat is moeilijk te begrijpen, nu Amerika zo snel aan aantrekkingskracht verliest. Maar ja, Latijn bleef men ook nog lang spreken toen de Romeinen al weg waren. Het snelst komt het Engels binnen bij vliegtuigmaatschappijen, de spoorwegen, makelaars en allerlei hippe bedrijfjes. Nog grotendeels onbesmet is daarentegen het Bildungsbürgertum: ontwikkelde, aardige, wat oudere Duitsers. Die zeggen hoogstens een keer op ironische toon cool, in nabootsing van hun kleinkinderen, maar kennen en gebruiken verder voor alles Duitse woorden. Er is echter één Engels woord dat ook in die kringen ongeremd wordt gebruikt, dat is location. ‘Zien we elkaar volgende week weer op dezelfde location?’ ‘Op welke location is het concert?’ ‘Voor een bruiloft is dit wel een prachtige location.’ ’Het eten is er maar matig, maar de location is leuk.’ Dat soort zinnen.

En dat terwijl het Duits zelf ook heel passende woorden heeft. Misschien heeft niet iedereen altijd zin in lange woorden als Veranstaltungsort of Örtlichkeit, maar je kunt net zo makkelijk, of zelfs nog makkelijker Ort zeggen, of Saal of Raum of Restaurant. Nee, ik begrijp niet waarom uitgerekend location de poorten van de vesting kon inbeuken.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Taal

Bad Kissingen

De afgelopen week heb ik grotendeels in een vakantiewoning in Bad Kissingen doorgebracht. Niet voor een medische behandeling, niet voor een badkuur, maar omdat ik mijn Australische vriend wilde ontmoeten, die op tour door Europa is, en omdat deze plaats gunstig lag. De heel ruime en comfortabel ingerichte woning was ook onwaarschijnlijk goedkoop, weldra begrepen we waarom.

Gebaad hebben we toch: er was daar minstens één groot Thermalbad met alles erop en eraan, waar je niet alleen schoon, maar ook lekker gaar van werd. Een belevenis vond ik de zaal met Sole-Inhalation. Het zoutige water dat bij Bad K. uit de grond opborrelt, wordt daar door een wand van rijshout geleid (afb. 1), waardoor een deel verdampt en de rest nog zouter wordt. Dat inademen schijnt bijzonder gezond te zijn; hoe begrijp ik niet precies. Het mooie was dat daar een temperatuur van 40–43˚ heerste en je in een toestand geraakte die ik nog niet eerder had meegemaakt. Het was niet dood zijn, niet slapen, maar ook niet soezen, want het denken en het bewustzijn verdwenen geheel. Niet flauw gevallen maar wel het bewustzijn verloren: heerlijk, wat een luxe! Een vraag van de badjuffrouw was voldoende om er weer helemaal te zijn; in dezelfde seconde kon ik haar antwoorden en hoefde niet eerst ‘wakker te worden’. Of het aan die ziltige lucht lag of aan de temperatuur weet ik niet. Die badjuffrouw hadden we al eerder in actie gezien bij de watergymnastiek. Haar kont en bovenbenen waren ongelooflijk dik en dat was heel goed: zo kon zij haar eveneens veelal dikke cliënteel die oefeningen aanpraten en voordoen zonder dat men zich moest generen of moest denken: dat kunnen we niet. Iets buiten de stad was er nog een Gradierwerk te zien, waarin die ziltige dampen gegenereerd werden middels door rijshout afdruipend water (afb. 2).

Maar verder geen gebadder. Wat rondgelopen, gezeten, naar Kurkonzerte geluisterd (afb.3), gebouwen bezichtigd (afb. 4–12), gegeten, gedronken, geluierd en bijgepraat.

Wat ik niet wist: Bad Kissingen was vroeger een van de belangrijkste kuuroorden van Europa, met een illustere geschiedenis. Nadat een Poolse prins in de achttiende eeuw het heilzame water had ontdekt werd de plaats in de negentiende eeuw het trefpunt voor de koningen, keizers en leiders van Europa (afb. 13). Het publiek was zeer kosmopolitisch. In de leeszaal lagen toen wel twintig internationale kranten, waaronder de Haarlemsche Courant. Otto von Bismarck had hier een huis, waar hij veel tijd doorbracht en van waaruit hij Duitsland regeerde: het had een eigen telegraaf- en postkantoor en in de stallen wachtten koeriers. In Bad Kissingen is in 1874 een aanslag op zijn leven gepleegd, door een katholiek die een hekel had aan zijn protestantse politiek. Bismarck liet zich wel verwennen door de katholieke koning Lodewijk II van Beieren, in wiens rijk Bad Kissingen lag. Hij indoctrineerde de wat onbenullige vorst en chanteerde hem; tenslotte was het Pruisen dat Beierens staatsschulden betaalde. Er lagen wat geraffineerde brieven van Bismarck aan de koning ter inzage, waarin hij met veel geslijm de opname van Beieren in het Duitse Rijk voorbereidde.

Wat er ook lag waren bladen met diagnoses van een aantal patiënten uit de negentiende eeuw. Het was merkwaardig te zien hoe in de diagnose(!) zinnetjes voorkwamen als: ‘is alleen het allerbeste gewend’, ‘goed gesitueerd’, enz. De artsen konden toen nog niet zoveel, maar passende rekeningen schrijven waarschijnlijk wel.

Na de Eerste Wereldoorlog kwamen er minder vorsten, maar een bloeiend kuuroord bleef Kissingen tot pakweg 2000. Veel info over de huidige staat van de plaats heb ik te danken aan een praatlustige oude man die er woont—een oude man van wel tien jaar jonger dan ik. De plaats leeft van een flink aantal medische klinieken, veelal moderne en foeilelijke gebouwen. Daarnaast staan er misschien wel twintig joekels van klassieke hotels (afb. 14, 15) voor een welvarend publiek dat rust, luxe en wellness zoekt. Er zijn mooie en grote zalen, geschikt voor concerten en congressen, die er dan ook gehouden worden, en er zijn regelmatig festivals, zij het lang niet allemaal duur en voornaam. Die hotels zijn problematisch geworden. Het zijn er te veel, het beoogde publiek bestaat nauwelijks meer, zodat je er voor veertig of vijftig Euro al kunt overnachten. Van sommige van die prachtgebouwen begint de buitengevel al DDR-achtige kleuren te vertonen.
Zo’n prachtig kuuroord kun je niet zomaar laten vervallen, daar was iedereen het over eens. Ook in kleinere kuuroorden worden afbladderende gebouwen soms gesaneerd door een investeerder die er wat in ziet en als het weer glanst komt het wellness-lustige publiek wel terug. Bad Kissingen had de pech dat het een aantal jaren geleden in handen was gevallen van een Zwitserse, maar eigenlijk Russische investeringsfirma. Die heeft heel wat opgeknapt, zodat ook de rijke Russen weer terugkwamen, net als honderdvijftig jaar geleden. Misschien kwamen er iets te veel Russen zelfs; ook Karlsbad liep er tot voor kort van over. Voor niet-Russen schijnt het niet prettig te zijn als daar te veel van zijn. In Thomas Mann’s Zauberberg lazen we al dat er nette en niet-nette Russen zijn. Maar dank zij Poetin komen er nu helemaal geen Russen meer, hun geld blijft dus ook weg, en wat erger is: ook de investeringsfirma is sinds de oorlog niet langer actief. Het oord lijkt wel aan een onherroepelijke neergang te zijn begonnen. Men gelooft niet meer zo aan heilzame waters, en wat erger is: het ziekenfonds vergoedt de kuur niet meer.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland

Bloeiende landschappen, ontredderde boeren

Toen de beide Duitse staten in 1990 zouden worden verenigd beloofde de toenmalige Bondskanselier Kohl dat er in het Oosten ‘bloeiende landschappen’ zouden ontstaan. Welnu, met de hereniging is er van alles misgegaan, maar de landschappen zijn meestal wel in orde gekomen. Ongelooflijk smerige industriesteden als Bitterfeld zijn redelijk gesaneerd, al lijdt de bevolking nog altijd aan de gevolgen van chemische verontreinigingen in de bodem, fijnstof enzovoort. De mensen worden daar niet zo oud.

Maar de Lausitz bloeit nog niet, dat moet nog komen. Dat is een vrij groot gebied tegen de Poolse grens aan waar steen- en bruinkool in dagbouw gewonnen werden en worden. Het hele landschap is afgegraven door gigantische machines, enorme hoeveelheden grondwater zijn weggepompt; troosteloosheid en smerigheid alom. Misschien hebt u zoiets wel eens gezien: in Garzweiler bij Erkelenz vlak bij de Nederlandse grens wordt nog steeds zulke dagbouw bedreven. Gedachten aan de eindtijd en de hel laten zich daar moeilijk onderdrukken.

De overheid heeft al jaren geleden besloten dat het in de Lausitz anders moet en dat het landschap geherstructureerd zal worden. Zij wilde daarvoor flink in de zak tasten. Het mooie was, dat men ook aan de mensen dacht—wat vroeger bij de ontmanteling van het Ruhrgebiet blijkbaar minder het geval was. De mensen zouden natuurlijk uitkeringen krijgen en nieuwe woningen, maar ook zouden ze geholpen worden, hun leven opnieuw in te richten. Een sociaal plan: herscholingen, samen met de betrokkenen ander werk creëren enzovoort. Dat zal niet meevallen: de mijnwerkers hebben in die grijze biotoop een eigen leefwijze opgebouwd, ze hebben hun eigen trots en zijn ondanks de treurige leefomstandigheden aan hun dorpen gehecht. Veel jongelui willen de herstructurering niet afwachten en trekken uit zich zelf weg. Met hen zal het wel goed komen, maar voor en met de achterblijvers zal er iets moeten worden gedaan, en er is de wil dit aan te pakken.

Wat er van de mooie plannen terecht komt is af te wachten. Duitsland heeft onverwacht heel veel geld voor andere zaken moeten uitgeven en in de huidige energiecrisis is bruinkool misschien voorlopig nog nodig.

Maar er waren en zijn tenminste sociale plannen. Ik vraag me af of die er in Nederland ook zijn ten aanzien van de stikstofboeren. Er wordt heel veel geld uitgetrokken om die mensen uit te kopen, maar wat hebben ze aan geld? Stel je bent jong en geboren en opgegroeid op een zurig riekende varkensfabriek ergens in Oost-Brabant, wat heb je dan voor leven gehad, wat voor mens ben je geworden, wat anders dan zwijnerij kun je je dan voorstellen? Bij de ontsluiting van nieuwe leefmogelijkheden zou geholpen moeten worden, geestelijk, cultureel. Van plannen in die richting heb ik nog niets gehoord, en dat is jammer, want in de huidige crisis is er in veel bedrijfstakken een groot gebrek aan medewerkers. Werkeloos hoeft geen jonge industrieboer te worden, over geld zal hij sowieso beschikken, nu moeten hem alleen nog perspectieven worden getoond en omscholingsmogelijkheden worden aangeboden. Maar het is meteen duidelijk: in de asociaalstaat Nederland zal dat niet gebeuren. Er is immers nergens een perspectief.

Zie nu ook: Het Pishoy-kooster.

3 reacties

Opgeslagen onder De mens, Duitsland, Economie/Wirtschaft, Nederland, Politiek

Antisemitisme in Kassel, vervolg

(Vervolg op Documenta-schandaal)

Vanavond, zo verneem ik uit de nieuwsberichten, zal in Kassel een grote discussie beginnen over antisemitisme op de Documenta. Die was al eerder gepland, maar was toen niet doorgegaan, omdat het panel te eenzijdig was: de Zentralrat der Juden was namelijk niet uitgenodigd. Dat zal nu anders zijn. Alleen zullen ditmaal de Indonesische organisatoren van de Documenta niet aan de discussie deelnemen. Over eenzijdigheid gesproken.

Er zal worden gespeurd naar verdere antisemitische werken. Een Palestijns kunstwerk dat op Guernica-achtige wijze een tafereel weergeeft van Israëlische soldaten die Palestijnen belagen zal moeten worden verwijderd. Dat is ook antisemitisme. Nou breekt mijn klomp, of, zoals ze hier zeggen: mich knutscht ein Elch. Doel van de discussie is beperking van de schade, maar die wordt volgens mij alleen maar groter.
Zo’n discussie was toch een mooie gelegenheid geweest, kunstenaars en organisatoren eens uit te leggen, waarom de betreffende afbeeldingen hier als kwetsend worden ervaren. Zij van hun kant hadden dan kunnen uitleggen wat zij tegen Israëlische soldaten hebben.
O nee, dat kan natuurlijk nooit, want de schanddaden van Israël zijn onbespreekbaar. Vandaar dat de discussie eerder het karakter zal hebben van een tribunaal.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Kunst

Heuvelen

Voor het eerst sind de zomer van 2019 heb ik gedaan wat ik vroeger vaak deed: de fiets een eind meegenomen in de trein en dan terugfietsen naar huis. De keuze was gevallen op Biedenkopf, 37 km. en dus 40 minuten van hier. De terugtocht door het Lahndal zou een makkie zijn. Biedenkopf was nog treuriger dan ik mij herinnerde; snel een kop koffie en fietsen maar. De omgeving van B. is echter prachtig, het ritje was heel genoeglijk, tot er borden verschenen dat het fietspad was afgesloten en er een serieuze omleiding was geregeld, met allerlei richtingborden. Dat betekende meteen heuvelopwaarts, en daar was de route nog mooier. De omleidingsborden verwaterden echter en op zeker ogenblik gaven ze tegengestelde bevelen—u kent het misschien uit de Ardennen: déviation in álle richtingen —, wat ertoe leidde dat ik twee keer door het ellendedorp Allendorf kwam, dus in een kringetje rondgereden had en dat alles met veel klimmen en dalen. Ik meende zelfs ergens een alpenhoorn te horen, maar dat was de toeter van het treintje, diep in het dal. Dan maar naar Damshausen en via Caldern naar huis. Geen heuvel bleef onbeklommen. Het was niet erg, integendeel, want ik fiets immers electrisch en ik zag heel mooie vergezichten. Maar ik had wel te doen met de argeloze toeristen die de comfortabele Lahntal-route meenden te zullen rijden en dan in zoiets belanden.

In Caldern zit een min of meer beroemd bakkertje dat wat tafeltjes en stoeltjes voor zijn zaak heeft neergezet, waar de broodkopers graag even pauzeren om koffie te drinken. Zo ook ik. Er zat een stel dorpelingen in vrolijk gesprek bijeen. Ze wilden mij graag in de conversatie laten delen, maar ik kon maar heel beperkt meedoen. Bij zoiets merk je weer eens dat je niet van hier bent. Ze praatten hevig dialect en er was werkelijk niet veel van te verstaan.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Fietsen, Taal

Documenta-schandaal

Op een uur sporens van Marburg ligt Kassel. Dat moet vroeger een prachtige stad geweest zijn, maar na de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog is het dat niet meer. Men probeert het verlies te compenseren met eens in de zoveel jaar iets moois: de grote kunstttentoonstelling Documenta. Een mondiaal gebeuren, steeds meer staat de wereld buiten Europa in het middelpunt. Dit jaar heeft het Indonesische kunstenaarscollectief Ruangrupa de organisatie op zich genomen. Kort na de opening is er echter een schandaal ontstaan dat zeker nog lang zal nagalmen. Er zijn nu al mensen teruggetreden resp. ontslagen. Een kunstwerk van de groep Taring Padi, overigens al eerder in Australië tentoongesteld, is nu ijlings verwijderd, want het zou antisemitische afbeeldingen bevatten; andere werken hebben een anti-Israëlische tendens. Geen wonder, want die laatste zijn van Palestijnse kunstenaars.

Tja. Als ik de gewraakte afbeeldingen bekijk zie ik dat zij inderdaad vaag herinneren aan de beeldtaal van de Nazi’s in de dertiger jaren. Dat is ongelukkig. Maar de boodschap, bij voorbeeld van die Joodse man met de runen SS op zijn hoed, is moderne Israël-kritiek. De afbeelding wil attenderen op de continuïteit: Israël heeft de methoden van de SS overgenomen. Dat is weliswaar sterk overdreven: Israël doet immers niet aan genocide en vernietigt iedere week slechts een beperkt aantal Palestijnse levens, maar vol racistische haat zit het land zeker, en een kunstenaar mag zijn boodschap toch wel scherp aanzetten? En zeker in een werk dat de Apolcalypse wil verbeelden. De werken van de Palestijnse kunstenaars zijn niet antisemitisch in de Europese traditie, maar gewoon anti-Israël. Het lastige is echter dat Israël wereldwijd, maar zeker in het nog altijd bedremmelde Duitsland, heeft weten te door te zetten dat kritiek op Israël identiek is met de doodzonde van het antisemitisme. Dat is het niet.  

Antisemitisme of niet, ik weet het niet en ga er niet over; ze bekijken het maar. Wat mij vooral trof bij de rel, die deze Documenta misschien blijvend zal belasten, dat men enerzijds de wens heeft de buiten-Europese wereld in huis te halen, maar die anderzijds toch niet wil horen en gauw weer monddood maakt als zij zich uit. En nog wel naar aanleiding van wat voor de Indonesische kunstenaars iets marginaals zal zijn, want het antisemitisme en andere thema’s van de Europese geschiedenis betekenen daar niet zoveel. Indonesië heeft zo veel eigen pijnlijke herinneringen: de koloniale tijd met al zijn oorlogen, de hongersnood van de jaren ‘40 (2.500.000 doden), de bersiap-tijd, de nog steeds niet verwerkte massamoord van 1965–66 (schattingen 500.000–3.000.000 doden), de dictatuur van Suharto; en ja, de kunstenaars daar leven soms ook mee met uitgebuite en onderdrukte volkeren wereldwijd, dus ook met Palestina. In Jakarta was er een paar jaar geleden een café dat met hakenkruisen was gedecoreerd, zomaar voor de aardigheid. In menig Arabisch land heb ik positief over Hitler horen spreken, evenals in Iran, en India imiteert bewust en openlijk Nazi-praktijken tegen de 180 miljoen moslimse inwoners. ‘Kristallnachten’ vinden er regelmatig plaats en de genocide is al aangekondigd. Bundeskanzler Scholz heeft preuts te kennen gegeven dat hij, o nee!, zijn handen niet vuil wil maken op de Documenta, maar heeft wel de hand geschud van de Indiase opperboef Modi, die hij heeft ontvangen en een ‘centrale partner’ heeft genoemd.

Wil men de buiten-Europese wereld horen, dan moet men soms onaangename dingen voor lief nemen. Of anders gezellig onder elkaar blijven in het moreel zo zuivere eigen werelddeeltje, met zijn 20% Nazi’s, zijn racisme en zijn geknoei met vluchtelingen. Waar men graag ‘Aziatisch’ eet, maar met heel weinig sambal.

NABERICHT: Juist hoor ik dat het Duitse Goethe-Institut de Palestijnse schrijver Muhammad al-Kurd heeft afgezegd (ausgeladen) voor een grote conferentie in Hamburg. Daarop wilden heel veel andere gasten ook niet meer komen, en nu blijft er slechts een mini-conferentie over. Moeilijk hoor, de buitenwereld.

Vervolg hier.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Kunst

Hoogtepunt van lelijkheid

Het Lot voerde mij gisteren naar een uitspanning op de Kahler Asten, de hoogste berg hier in de buurt: 842 meter hoog. Daar hadden zich tientallen motorrijders en sportfietsers verzameld, zowel Nederlandse als Duitse. Die hadden kennelijk plezier in hun uitstapje, en dat gun ik hun ook wel, maar wat een lelijkheid: al die apenpakjes die ze dan aantrekken. Voor motorrijden is zo’n zwart pak van leer of kunststof waarschijnlijk noodzakelijk, want het beperkt de schade als de rijder onderuit gaat, maar die gasten zien er grimmig en duister uit en maken een geweldige herrie. Hebben fietsers ook bijzondere kleding nodig? Ik heb altijd bijna afgedragen, normale kleding aan gehad bij het fietsen en dat heeft me ver gebracht. Maar zij dragen vliesdunne, strak zittende pakjes van speciale stof en in knallende kleuren. Zoiets zou, met de helm en de schoentjes erbij, best eens € 300 kunnen kosten. En die kosten worden vast niet gedekt door de opzichtige reclames die erop aangebracht zijn, niet alleen van allerlei sportief aandoende, grote merken, maar ook van de rijwielhersteller in Wijhe of de fietsclub te Klazienaveen. Geen van die mensen zou ik ooit te eten willen vragen. Een vreselijk elitair vooroordeel, ik weet het.

Iets verderop was de berg zelf beter te zien. Kaal, een stel dode bomen die de strijd tegen de wind hadden verloren, en andere die nog leefden, maar helemaal scheef gegroeid waren. Prachtig was wel het uitzicht, en verheugend was de bergbrede begroeiing met blauwe bessen. Die waren nog niet rijp, maar boden wel het perspectief, hier op een dag nog eens langs te komen met twee grote emmers.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Fietsen, Kleding

Event-cultuur

Duitse binnensteden worden geteisterd door leegstand. De online-handel en Corona hebben de middenstand om zeep geholpen. Gerenommeerde, lang gevestigde winkels en restaurants moesten sluiten. Nu ze weer open mogen kunnen ze geen personeel krijgen, merken ze dat een groot deel van de klandizie wegblijft en na lang dapper standhouden met overheidssteun geven ze alsnog op. Er is minder geld onder de mensen, en de prijzen zijn gestegen.

Ook Frankfort is getroffen. Zelfs de peperdure Goethestraße, een straat vol dure juweliers en modezaken, biedt een treurige aanblik. De Russen komen niet meer, de Arabieren gaan liever naar Zuid-Duitsland of Oostenrijk en de Chinezen zitten in lockdown. Wie wil er nog een must kopen bij Cartier, of een Rolex, of nog iets duurders? Het stadsbestuur ziet in dat de oude toestand niet meer terug zal komen en probeert alternatieven te vinden voor de vroeger zo levendige binnenstad. Dat moet weer een plaats van ontmoeting worden, met een Event-Kultur. Street food festivals, rooftop bars, dat soort dingen.

Igitt! Je kunt beter de Amerikanen over de vloer hebben dan de Russen, maar dit klinkt wel erg troosteloos. Ik ben blij dat ik daar niet meer woon.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Economie/Wirtschaft, Einkaufen, Eten en drinken, Taal

Mini-herinnering: Made in Japan

Omstreeks 1966 kocht ik een eenvoudige kleinbeeldcamera van Yashica, een Japans merk dat geloof ik niet meer bestaat. Ik was student, had dus niet veel geld en was blij dat er goedkopere camera’s bestonden dan de toen gangbare Duitse.

Mijn Duitse vriend H. vond dat maar niks. Zo’n Japans ding was toch zeker veel minder degelijk dan een Duits fabrikaat. Of dat zo werkelijk zo was weet ik tot op heden niet, maar dan nog: ik wilde af en toe een kiekje maken en had geen hogere ambities met die camera, dus voor mij was hij goed genoeg. Maar werkelijk verbazend vond ik de reactie van H’s vader en oom. Die werden serieus boos toen ze mijn aanschaf zagen en ik kreeg de wind van voren: dat vonden ze immoreel, zoiets dééd je toch niet, een niet-Duitse camera kopen! Dat ik geen Duitser was en dus ook niet loyaal hoefde te zijn aan Duitse fabrikaten speelde voor hen geen rol.

Achteraf gezien was dat denk ik een mengsel van nationalisme en vrees voor de Duitse concurrentiepositie in de wereld. Twintig jaar later kwam de meeste camera’s uit Japan, ook voor beroepsfotografen. Natuurlijk, er waren nog Leica en Hasselblad, maar die waren echt voor de happy few en werden niet meer zo veel verkocht.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland

On the road

Sinds Corona maak zelden ik langere reisjes. Eenmaal was ik drie dagen in Nederland, in november vorig jaar, en nu was ik weer drie dagen de hort op. Eerst naar Rees aan de Rijn, vlak voor de Nederlandse grens. Daar heb ik een notaris bezocht om mijn testament te laten opstellen. Het leek me wel zo prettig voor de nabestaanden dat in het Amtsgericht Emmerich te laten deponeren, dan hoeven ze te zijner tijd niet zo ver.

Rees is in de Tweede Wereldoorlog verwoest; zoals het er nu uit ziet is het niet veel bijzonders, maar ik vond de plaats wel een prettige sfeer hebben. En vooral de Rijnpromenade was aangenaam. Zo’n grote, traag door oneindig laagland stromende rivier is een landschap van mijn jeugd; het was heel dierbaar. 

Omdat het een beetje flauw was geweest om meteen weer naar huis te rijden heb ik nog een kleine excursie ingelast. Eerst naar het Thermalbad in Bad Driburg. Ik wilde wel weer eens poedelen en stomen. Bij Marburg in de buurt is ook zo’n inrichting, maar in Driburg is hij groter, en omdat er niet zoveel bezoekers waren kon ik ruim voldoende afstand houden tot de medemens. Dat Corona nu voorbij is geloof ik namelijk helemaal niet. Over het geheel genomen was het weldadig en ontspannend, maar er waren toch twee momentjes die me even aan het denken zetten. Ten eerste bleek ik nauwelijks meer te kunnen zwemmen! Het heet toch altijd dat je zwemmen nooit verleert? Het was goed dat ik niet in een diep bad was gesprongen, anders was mijn testament misschien meteen al van pas gekomen. Natuurlijk kan ik nog zwemmen; het was eerder een kwestie van conditie: de typische zwembewegingen had ik al minstens twee jaar niet meer gemaakt. In het ondiepe en lekker warme bad ben ik meteen begonnen ze uit te voeren, de armen en benen apart. Het komt wel weer. En dan de sauna: temperaturen die ik vroeger met graagte verdroeg, waren me nu al gauw te hoog. Nu ja, het zal de oude dag wel zijn.

Voor de avond had ik een hotel geboekt te Germete, een lieflijk plaatsje onder de rook van Warburg (nee, dat is geen typefout!). Daar kon je lekker eten: een frisse aspergesalade en een moot van een grote vis, die ik nog niet kende, waarvan ik dacht dat die Killau heette, maar die vind ik niet in het internet. Ik zal het wel verkeerd onthouden hebben. In ieder geval een heerlijke vis, en perfect klaargemaakt. Ook de kleine nieuwe aardappeltjes waren een tractatie.

Vanochtend wilde ik dan in Warburg rondkijken, en dat viel om verschillende redenen niet zo mee. Ik vergeet steeds dat ik moeilijk ter been ben, en Warburg bestaat uit een benedenstad en een bovenstad; de hoogteverschillen zijn nog groter dan in Marburg. Door het historische karakter liggen er ook overal van die zeventiende-eeuwse kasseien. Ik liep dus moeilijk en heb lang niet alles gezien. 

Maar ook het stadje zelf: Warburgum elegans Westphaliae oppidum stond ergens op een oude prent. Dat klopt zeker voor de bebouwing, het is prachtig om te zien en ik wil het later, met een uitgekookte bezoekstrategie, nog wel eens bezoeken. De bevolking daarentegen is helemaal niet elegant, integendeel. Wat zijn er veel lelijke mensen onder de inwoners, en wat een dikke konten hebben ze in hun joggingbroeken! Ik kon niet helpen te denken, dat ze waarschijnlijk in de oorlog vreselijk fout waren geweest, maar dat blijkt toch onjuist te zijn: in 1933 21% Nazi’s, nu slechts 4,5%, wat flink onder het landelijk gemiddelde van 11% is. Als je pijnlijk loopt lijken de mensen misschien lelijker en rechtser.

Het autorijden was heel wisselend: op de weg naar Rees geraakte ik in zo vreselijke files dat ik bang was mijn afspraak bij de notaris te missen; het ging maar net goed, door af te zien van een pauze. Gisteren liep alles van een leien dakje, en vandaag was er geen file, maar wel een irriterende eindeloze stoet vrachtauto’s die allemaal met zo’n 60 à 70 km. per uur over de provinciale wegen tuften. Waar moeten al die spulletjes toch naar toe? In het voorbijgaan zag ik nog even het geboortepaleis van Koningin Emma, in Bad Arolsen, maar daar ben ik niet gestopt, want dat heb ik al vaker gezien.

Het reizen en verblijven in hotels was ik zo ontwend dat ik er blijkbaar confuus van werd. Vandaar dat ik één badslipper en de oplader van mijn tandenborstel kwijt ben geraakt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Reizen