Categorie archief: Duitsland

Duitse Jesses

Wat is dat toch tegenwoordig met politici? Hebben die ineens principes of zo? In Nederland wilde Jesse Klaver absoluut niet mee regeren omdat hij ergens niet tegen kon, ben alweer vergeten wat. Nu komt waarschijnlijk de CU, maar ik denk dat Nederland met Groen Links toch iets beter af was geweest.
.
Datzelfde gezeik begint nu in Duitsland ook. Eerst heeft Schulz gezegd dat hij absoluut niet in een kabinet Merkel wil. Jammer, we hadden zijn Europese ervaring goed kunnen gebruiken. De hele SPD staat daarmee waarschijnlijk buiten spel. Nu hebben de Grünen verklaard zich absoluut niet te kunnen verenigen met de Obergrenze, waarvan Seehofer (CSU) echter volstrekt geen afstand wil nemen. Drie dagen na de verkiezingen dus al twee mogelijke coalities getorpedeerd; dat is niet in het landsbelang.
.
Wat is de Obergrenze? Een vergeten grenspost ergens halverwege de Zugspitze? Nee, het is een lege huls van een woord waar Seehofer erg aan vast houdt; zijn huismerk zogezegd. In 2015 bedoelde hij daarmee dat per jaar niet meer dan 200.000 vluchtelingen in Duitsland mogen worden toegelaten. Zou dat aantal worden bereikt zet hij zijn jagershoedje op en schiet de 200.001e persoonlijk af; zoiets. Maar het is een onbeduidend begrip. In 2015 was het al te laat en in 2016 kwamen er ook zonder dat woord minder vluchtelingen. Terwijl anderzijds, als er echt eens veel zouden komen, wat helemaal niet uitgesloten is, geen grensbewaking en geen toverwoord die zullen tegenhouden.
.
Politici moeten hun werk doen. Ze hoeven niet zo totaal leugenachtig te zijn als Trump, maar een beetje schipperen, liegen en kiezers bedriegen hoort er gewoon bij. Als je daar niet tegen kunt moet je een andere baan zoeken.

5 reacties

Opgeslagen onder Duitsland

Lopen en fietsen

Afgelopen week had ik een mini-vakantietje in een dorp in de Kreis Lippe. Misschien waren dat wel de belangrijkste dagen van deze zomer, want ik heb drie dagen gelopen en een beetje gefietst.

Het lopen ging aanzienlijk beter dan kort geleden nog in Bad Staffelstein. De bodem was telkens vlak en goed geplaveid, resp. van fijn steenslag voorzien. Hulpmiddel waren de nordic-walking stokken, die mij waren aanbevolen als overgang van krukken naar helemaal geen stokken meer. De bedoeling daarvan is 1. in het spoor te blijven, d.w.z niet te gaan waggelen; 2. wat grotere stappen te nemen, zodat het been meer gestrekt wordt.

De eerst dag bezochten we wat op de wegwijzers stond aangeduid als de Touristische Ziele, alle in de omgeving van Detmold. Telkens met de auto er naar toe, dan wat rondlopen en weer verder.

De Externsteine, een stel enorme rotsen midden in het vrijwel vlakke land, bij Horn-Bad Meinberg. Een natuurfenomeen. Parkeren en ernaartoe lopen, wat rondlopen, een flink eind. Je kon er ook op klimmen; daar moest ik van afzien.

Het Hermannsdenkmal is met sokkel meer dan vijftig meter hoog: een groen uitgeslagen koperen man uit de negentiende eeuw met een zwaard in zijn hand: Hermann ofwel Arminius, die ooit tegen de Romeinse veldheer Varus een veldslag heeft gewonnen. Moderne historici hebben intussen ontdekt dat die slag heel ergens anders heeft plaatsgehad. Hè, die betweters ook altijd, ze verpesten ieder verhaal. Maar goed, Hermann staat er en hij is ook een monument van Duits nationalisme, zoals de relatief vele bezoekers van het type skinhead/tattoo/uitgewoond leren jack/motorfiets moeten hebben aangevoeld. Hij is zodanig te groot dat ik associaties kreeg met het gigantisme van de Nazi’s, Ceaușescu, Noord-Korea. Parkeren en ernaartoe lopen, eromheen lopen, samen ruim een kilometer denk ik.

Het openluchtmuseum bij Detmold is zeer uitgestrekt, daar loop je al gauw een paar kilometer. En dan nog het gescharrel in het nagebouwde dorp, en het in-en-uit van de oude boerderijen en huizen die daar weer zijn opgebouwd. Een mooi museum. Het lopen deed me plezier, het landschap was prachtig en het was lekker warm. ’s Avonds nog naar een restaurantje in het dorp gestrompeld.

De volgende dag stond de Landesgartenschau te Lippspringe op het programma. Weer een heel uitgestrekt terrein dat tot lopen en stilstaan en slenteren noodde. Ook dat heb ik kunnen genieten.

 

De laatste excursie was een bezoek aan Lemgo. Een verrassend aardig stadje met veel mooie gebouwen, wel met wat kasseien, maar het viel nog mee. In een stad lopen is altijd wat moeizamer, maar het lukte. Een uitvoerig bezoek aan het stedelijk museum. Lopen in musea is het ergste wat er is, toch viel dat nu ook mee, en het was een mooi museum. Reclame voor de stad was het niet, want het bleek dat hier omstreeks 1600 veel vrouwen als heks waren gedood. Lemgo had zelfs de bijnaam ‘het heksennest’. Dat kon het zijn omdat het een onafhankelijke rechtspraak had en niet eerst aan een vorst hoefde te vragen of de doodstraf mocht worden toegepast. Kleinburgers moeten te nooit te veel macht krijgen, dat zie je maar weer.

Kortom, normale toeristische dagen, zij het minder lang dan vroeger. Ja ja, ook een ijsje tussendoor.

In het hotelletje stonden zes fietsen in de schuur, waarvan ik er twee heb geprobeerd. Eén paste niet, de andere wel, met het zadel hoog gezet en alleen als ik niet met mijn middenvoet, maar met mijn hiel op de trapper zat. Dat moet samenhangen met de bouw van de fiets. Je kunt je anders ontworpen fietsen voorstellen. Dit waren damesfietsen: dat leek me prettig, om zo te kunnen instappen, maar dat was het niet, en al gauw zwaaide ik net als vroeger mijn been gewoon over het zadel. Het langzame rijden door het stille dorp was onproblematisch. Een heel gewoon gevoel, dat fietsen.

Taken voor vandaag, of, nou ja, misschien morgen: 1. Fietssleuteltjes terugvinden. 2. Bezoek aan mijn twee fietsen in de kelder. 3. Banden oppompen. 4. De beide fietsen proberen. Ik zie er toch nog tegen op.
=========
Het gaat dus goed met dat been? Toch maar ten dele. De arts en de fysiotherapeute zijn bezorgd, omdat de strekking van het geopereerde been niet 100% lukt. Ik loop dus wel, maar niet helemaal normaal. En dat kan tot versnelde slijtage leiden.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Fietsen, Persoonlijk

Korte vakantie

Afgelopen zondag dus in Zeil am Main, een aardig micro-stadje, waar het lopen echter toch niet zo meeviel. Ik had niet aan de kinderhoofdjes gedacht, die mijn halfzachte been niet op prijs stelde.

De volgende ochtend in Bayreuth mijn Australische vriend R. opgepikt, die daar net vier avonden Wagner had uitgezeten, en samen naar het kuuroord Bad Staffelstein (wij zeiden Stachelschwein, wel begrijpend dat wij de eersten niet waren) gereden, waar we tot vrijdag bleven. Dit was een noodoplossing: eigenlijk zouden we net als vorig jaar Italiaanse steden gaan bezoeken, maar zonder volwaardig been gaat dat niet goed. Vandaar deze oudemensenbestemming: een heus kuuroord, met een heel groot Thermalbad en ook nog een gewoon zwembad en een fitnessruimte. Het hotel was perfect, het eten ook. Iedere dag hebben we iets buiten de deur gedaan, er is genoeg te zien daar. Bij voorbeeld het klooster Banz, waarvan vooral de omvang en de ligging op een heuveltop overtuigen; de kloosterkerk was aardig, maar lang niet zo spectaculair als die van de dag daarop: Vierzehnheiligen! Hoe was het ook alweer? Aan een herder verscheen, vele eeuwen geleden, een kind, dat hij als het Christuskind opvatte. Het werd omgeven door veertien andere kinderen, die zich als de veertien noodhelpers (heiligen) in allerlei soorten nood voorstelden en wensten dat er ter plaatse een kapel zou worden gebouwd. Dat gebeurde pas nadat een doodziek meisje daar genezing gevonden had. Het werd een spontaan pelgrimsoord; wat later werd ook die kapel gebouwd. De bouwkosten kwamen er met de verkoop van aflaten dubbel en dwars uit. Die kapel werd verwoest in een oorlog; zijn opvolger in een volgende oorlog, en in het midden van de achttiende eeuw kon dan de meester-architect Balthasar Neuman zijn basiliek daar neerzetten.
Een schitterend barokgebouw, met als bijzonderheid het ovalen Gnadenaltar midden in de kerk, omgeven door de veertien heiligen, die in allerlei noden helpen. De heilige Dionysius helpt bij voorbeeld bij hoofdpijn en bij geloofs- en gewetensnood. Hij draagt zijn hoofd in zijn handen, wat erg praktisch lijkt, juist bij dergelijke noden.
Aan pelgrims mangelt het ook nu niet. Aflaten worden er niet meer verkocht, wel talloze devotie-artikelen.

De volgende dag Rosenau bezocht, een romantisch klein kasteel, tweehonderd jaar geleden gemoderniseerd in neo-gothische stijl, in een schitterend ‘Engels’ landschapspark. Hier stond de wieg van prins Albert (1819–1861), en die staat er nog steeds. Koningin Victoria zei eens dat zij, als ze geen koningin was geweest, in Rosenau had willen wonen. Ik kon haar geen ongelijk geven. Ze sliep met Albert in  diens kinderkamer en herinnerde zich later: ‘How happy, how joyful we were!’ Het vorstenhuis Sachsen-Coburg-Gotha was in zijn huwelijkspolitiek nog slimmer dan de Waldeck-Pyrmontjes: ze leverden koningen en prinsessen aan vele Europese staten.

De op een na laatste dag in Bamberg doorgebracht, een van de mooiste steden van Duitsland überhaupt.

Al met al een beetje erg rustig vakantietje, maar dat ging nu niet anders. Per excursiedag heb ik zo’n 5 kilometer gelopen, veelal over moeilijk terrein (keien, trappen). Dat is een schijntje in vergelijking met andere vakanties, maar voor nu was het precies goed. Het zal nog beter worden. Welke heilige daarbij helpt ben ik alweer vergeten.

4 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Persoonlijk

Remigrant?

Moet ik naar Nederland verhuizen? I can’t help but wonder where I am bound, zingt de radio juist, en zo is het. De mogelijkheid bestaat dat ik het paradijs Duitsland moet verlaten om een verzekeringstechnische reden. Ik heb namelijk geen Pflegeversicherung, d.w.z. als ik over een aantal jaren bedlegerig word of langdurige verpleging nodig heb is er niemand die dat betaalt. Ik heb zo’n verzekering niet, omdat ik een Nederlandse zorgverzekering heb, en in Nederland wordt de verpleging, of wat daarvan over is, uit de openbare middelen betaald (AWBZ). Geen Duitse Seniorenresidenz, bejaardenhuis of verpleeghuis wil echter iemand zonder zo’n verzekering opnemen. Wachten tot ik heel ver heen ben is geen goed plan: op je tachtigste is het echt moeilijk verhuizen.

Een cynicus zal misschien zeggen: in Nederland heb je wel AWBZ, maar ook niet veel verpleging. Dat is waar. De andere nadelen van Nederland zijn bekend: overal herrie, huizen met dunne wandjes, slecht eten, toenemend fascisme en racisme en een kaalplukkende fiscus.

Toen ik indertijd naar Duitsland trok dacht ik dat de Europese eenwording zou zorgen voor eenheid in belastingen, zorgstelsel enzovoort. Het tegendeel is het geval, wat voor de onderdanen, maar ook voor de EU zelf, een groot nadeel is.

Woorden als remigrant, remigratie, die in officiële stukken worden gebruikt, zijn overigens helemaal fout. Na twee weken kun je terug naar waar je vandaan komt, na een jaar ook nog, maar na eenentwintig jaar niet meer. Ik zou opnieuw moeten emigreren, als economisch vluchteling naar een land waarvan ik de taal aardig beheers, maar dat heel anders is dan ik het kende. Vroeger was Nederland een Sozialstaat, de treinen reden op tijd en niemand stemde op Wilders, weet u nog? Zou ik naar Nederland moeten blijf ik dus emigrant.

Maar ik ga eerst nog nadenken, tobben, en allerlei adviezen inwinnen. Wat hier ook wel wordt gedaan is dat een aantal oudjes gaan samenwonen en samen een Oekraïense verpleegster huren. Maar, maar … dat zijn dan toch Duitsers en die hebben als basis toch zo’n Duitse Pflegeversicherung.

8 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Europa, Nederland

Koffie langs de snelweg

Koffie drinken langs de Autobahn was vroeger een sombere aangelegenheid. Bruine drab, geserveerd in een sanseveria-achtige omgeving. Maar geleidelijk waren de Raststätten gemoderniseerd, lichter en aangenamer gemaakt. En Italiaanse koffiemakers waren erin getrokken (Segrafredo, Lavazza), zodat je echt goede koffie kon genieten. Dat is nu weer voorbij. Zoals onze gezellige roodbruine eekhoorntjes verdrongen worden door grijze Amerikaanse, zo zijn de Italiaanse koffiemerken verdreven door een amerikaniserende keten: Coffee Fellows. Vele formaten kopjes, extra infusies, bagels en vochtige ronde cakejes in zo’n papiertje. De koffie heeft geen beroerde smaak, maar is te waterig. Wel duurder, dat spreekt.

De zithoek met de leren fauteuils en vier exemplaren van de Frankurter Allgemeine is vervangen door een zithoek van goedkope stoeltjes zonder kranten.

Waarom wil iemand in deze tijd nog Amerika imiteren?

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Eten en drinken, Europa

Friedensware

Behalve wapentuig waren de Duitse producten in de veertiger jaren slecht. Alle energie ging naar de oorlog, vele grondstoffen waren niet meer ter beschikking. Maar er waren natuurlijk nog talloze uitstekende artikelen van voor de oorlog in omloop. Das ist noch Friedensware, prezen de mensen dan. In de huidige tijd wordt het nog wel eens voor de grap gezegd, over een voorwerp dat onverwacht goed is.

Ik heb ook wat Friedensware gehad, lakens en theedoeken uit oma’s uitzet van 1919. Ze moet ongeveer de hele Eerste Wereldoorlog hebben besteed aan het erin borduren van haar monogram. Van na de Tweede Wereldoorlog handdoeken uit de vijftiger jaren, nog steeds in gebruik, al worden ze nu wat dun. En opa’s sjaal: een mengsel van wol en zijde, heerlijk warm, helaas ergens kwijtgeraakt. En zijn kamerjas, waar je helemaal in kon wonen, zo behaaglijk warm, en hij zag er nog goed uit ook. Toegegeven, na enkele decennia is alles versleten, maar het geprogrammeerde kapotgaan van de huidige spullen is diep treurig. Een dieptepunt zijn natuurlijk die dure voorversleten en voorgescheurde jeans. Vele mensen houden blijkbaar van kapot; ik niet.

Signaleerde ik onlangs de bedroevende kwaliteit van kammetjes en broekzakken, vandaag wil ik de broekriem er eens uitlichten. Ik heb twee uitstekende bruine broekriemen in gebruik, een uit de jaren tachtig uit Nederland, een uit begin jaren negentig uit Griekenland. Niet kapot te krijgen; ze zijn doorleefd en waardig oud geworden. Maar ik probeer al jaren een duurzame zwarte broekriem te kopen en dat is een moeilijk artikel. ‘Echt leer’ staat er meestal op, en het ruikt ook naar leer. Maar die geur komt waarschijnlijk uit een spuitbus, en het lijkt wel of verpulverd leerafval tot een nieuw materiaal is samengekit. Binnen de kortste keren ziet het er groezelig uit en na een poosje valt het gewoon uit elkaar. Dat geldt natuurlijk voor het aanbod van de riemenverkopers op de markt, maar helaas ook voor de traditierijke leer- en kofferwinkel hier in de stad. Een dure riem dan? Die heb ik ook wel eens gekocht, maar daar schiet je niets mee op. Fijn dun leer van buiten, nog fijner aan de onderkant, textielig binnenwerk, en het geheel dan met keurige steken aan elkaar genaaid, ja dat ziet er sjiek uit. Maar dat dunne leer en die naden vergaan snel, en dan loop je met een kapotte riem die zelfs niet de charme van het proletarische te bieden heeft. Misschien eens een cowboywinkel proberen dan? Of iets vegaans?

9 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Nederland, Wirtschaft

Tweede taal

‘De tweede taal in Duitsland is het Engels,’ hoorde ik iemand beweren. Wie het was weet ik niet meer, in elk geval een gezaghebbende meneer in een van de media, niet iemand in een café op de hoek. De bewering is onjuist, en niet zo’n beetje ook.

In Duitsland wonen drie miljoen mensen die tot het Turkse volk behoren. Van hen spreekt een mij onbekend, maar beslist zeer groot aantal mensen Turks; pakweg 2.000.000 misschien?

De tweede taal in Duitsland is dus Turks. Er wordt vaak gezeurd over Turken die zich niet aanpassen, niet geïnteresserd zijn in democratie en rechtsstaat, op nare types stemmen en noem maar op. Maar hoe zou dat nou toch komen, als Duitsers hen al tientallen jaren niet eens zien staan? Zou er wel eens een Duitser Turks gaan leren, zomaar uit nieuwsgierigheid?

5 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Europa

Pijnverdrijf

Natuurlijk moest ik naar het kuurconcert; hoe had ik ooit kunnen overwegen, niet te gaan? Al spoedig bleek dat anderhalf uur live muziek evenzeer tot de genezing bijdroeg als al die andere Anwendungen. David speelde harp voor de depressieve koning Saul, dat is bekend, maar het zou een misvatting zijn, te menen dat muziek alleen helpt tegen zielenpijn. Zij blijkt ook concrete, lichamelijke pijn te verjagen. Ik had in mijn leven te weinig pijn gehad om dat te hebben ervaren, maar nu weet ik het. De pijn verdween en kwam gisterenavond niet meer terug.

En ik had het kunnen weten, want het is bekend dat de oude Arabische artsen hun patienten o.a. behandelden door voor hen te zingen! Dat hoorde toen gewoon bij de opleiding. Dat mevrouwtje van zorg en gezondheid in Nederland, voor wie de Nederlandse beschaving de beste ter wereld is, heeft daar natuurlijk geen flauw benul van.

Het programma heette Balkanreise. Zeven Balkanezen uit het Bad Wildunger Kurorchester hadden elkaar blijkbaar gevonden en besloten ook als groepje op te treden. Inderdaad brachten ze ook bij mij een reis tot stand: van mijn  eerste binnenlopen in het nog zo overweldigend Ottomaans uitziende station van Belgrado, in 1964, via Montenegro, de bergpassen over naar Prizren in Kososvo, Macedonië, de tabaksbladeren die naast de huizen hingen te drogen, en ook toen al veel muziek. Mijn eigen Balkan was er weer; een heilzame bijwerking.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Muziek, Persoonlijk

Wandel

In zo’n kliniek wordt heel wat heen en weer geschuifeld, vooral rond de voedertijden. De talloze mensen die je dan tegenkomt begroet je met guten Morgen, guten Tag, guten Abend of eenvoudig hallo, als je iemand een beetje kent. Maar verder is er niet veel conversatie. Over de kwaal, de genezing, het eten dat op tafel staat of het eten van gisteren, allemaal vervelend. Maar in Duitsland praat men niet gauw over interessante zaken, sluit men niet gauw vriendschap en zoveel tijd heeft men hier niet samen.

Nu ik al een beetje kan lopen (3.2 km vandaag, met stokken) heb ik de Wandelhalle ontdekt. Ieder kuuroord heeft zo’n ding, Bad Wildungen heeft er zelfs twee. En dat blijkt een heel geschikte plek te zijn voor mensen in mijn situatie. Ik had wel eens Wandelhallen gezien ‘als toerist’, maar nooit het ware wezen ervan doorgrond. Een vrij groot gebouw, behoorlijke architectuur. Een deel van de hal dient ter afgifte van glazen in verschillende maten; de mensen nemen zo’n glas (ik niet) en gebruiken een dosis van het heilzame bronwater dat hier uit de grond sproedelt. Daarbij wandelen ze rustig heen en weer rond die bron, als om een soort Ka‘ba. Beschaafde conversatie is daar zeker op zijn plaats en vindt ook plaats. Een ander deel is ingericht als café, vrij gezellig vond ik het, en daar kun je ook eens een praatje maken buiten het gewone goedemorgen, goedenavond om. Een rijtje mensen zat met de neus voor de ruit die hen scheidde van een rustgevend ingerichte binnentuin. Om buiten te zitten is het nog te koud. In een galerie zijn wat winkeltjes: kleding, sieraden, handtassen, wat dames zoal nodig hebben voor hun herstel. Een hoofdbestanddeel van de Wandelhalle is de zaal, waar de kuurconcerten worden gegeven. Vanmiddag bij de thee was het een saxofoontrio, goede vaklui van het Bad Wildunger Kurorchester. Vanavond onvergetelijke melodieën van Strauss, nee daar had ik geen zin in, maar morgen wil ik best naar de avond met Balkanmuziek.

Enige weken geleden had ik in dit gedoe geen enkele aardigheid gehad, maar als je zo’n beetje gehandicapt bent, en eigenlijk ook ziek, want herstel van een forse operatie is niet alleen een mechanische zaak, dan is dit juist het goede aanbod.

Tsjonge, wat ben ik toch goed geïntegreerd in Duitsland. Allen Wagner, nee die komt er bij mij nog steeds niet in.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Muziek

Verlenging

De conversatie in een revalidatiekliniek is in principe oninteressant. De onderwerpen zijn knieën, heupen en schouders. Een enkele keer levert dat een aardige zin op: ‘Sind Sie Knie?’ ‘Mijn man had net zijn tweede knie toen ik een heup kreeg …’. En dan was daar die mevrouw die een heup had laten doen, maar wier knie tot haar sprak. Even stil zijn allemaal: ja, nu hoor ik het ook. Het is een soort knorren, een beetje als het deksel van een thermoskan vol hete thee.

Maar er is één onderwerp dat wel van sociaal en zelfs literair belang is: verlengen. U moet weten dat Duitse werknemers eens in de zoveel jaar recht hebben op een Kur, ziek of niet ziek. Na een operatie of bij andere medische problemen ligt het natuurlijk voor de hand een kuur aan te vragen, maar ook zonder aanwijsbare ziekte kunnen Duitsers zur Kur. Ze moeten daarvoor toestemming vragen aan hun ziekenfonds of particuliere verzekering. Over de plaats waar ze dan naar toe gaan kunnen ze, als ze handig zijn, zelf onderhandelen. Op een dag is het zover: ze vertrekken voor drie weken naar Bad Zus-en-zo. De werkgever moet dat goedvinden; het loon wordt doorbetaald. Een team van artsen en gezondheidswerkers staat gereed om een keur van gebreken en aandoeningen te ontdekken en weg te werken. Ik ken mensen met onbestemde klachten die in de kuur hun tinnitus kwijt waren geraakt, waren gaan joggen, hadden opgehouden met roken, minder dik waren en een ander kapsel genomen hadden. Maar dan zijn er twee weken voorbij en komt de vraag op: moet er verlengd worden? Veel werknemers vinden het een prima idee om nog een week te kuren op kosten van het fonds en de baas. Hoewel het natuurlijk eleganter is te zeggen dat men graag weer aan de slag zou gaan, dat de arbeid roept en dat ze op hun werk maar node gemist kunnen worden. Maar ja, hun dit-of-dat functie of de bloedwaarden zus-en-zo zijn nog niet optimaal, en een week extra zou juist dat zetje kunnen geven tot een totale en duurzame genezing, dat zei de kuurarts ook. Dus als er wordt aangedrongen blijft de patiënt nog wat langer. En er wordt aangedrongen, want de kliniek is misschien maar voor driekwart bezet en heeft een gehaaide en machtige Sozialdienst, die met de fondsen, de vakbonden en zo nodig de werkgever over verlenging onderhandelt. Mijn kliniek is gespecialiseerd in knieën, heupen en schouders: vrij nuchtere zaken. Doelstelling van de behandeling is de functionaliteit herstellen; klaar. Maar in het gebouw hiernaast, een kliniek voor psychosomatische aandoeningen, is er vermoedelijk vaak een open einde. Mijn Nederlandse verzekering betaalt deze kliniek niet; ik hoefde dan ook niet om toestemming te vragen, maar kreeg in het ziekenhuis toch ook te maken met de Sozialdienst. Die regelen eenvoudig alles: kamer zoeken, therapeutisch program in grove lijnen, taxi bestellen voor de dag van de overbrenging. Maar de verlenging heeft nog een andere dimensie. Het is de zuigkracht van de kliniek, van het ziek-zijn zelf; zelfs ik voel die dezer dagen.

Was het niet in Zauberberg, de roman van Thomas Mann, dat er zo geflirt wordt met verval en ziekte en verblijven in de kliniek werden verlengd? Ik herinner me het boek niet goed.

3 reacties

Opgeslagen onder Duitsland