Categorie archief: Godsdienst

Antonius van Padua

Als niet-katholiek dacht ik nooit aan de heilige Antonius van Padua, maar dat veranderde toen ik in zijn stad voor en achter zijn kerk stond (afb. 1-3). Wat groot en mooi en oud (13e eeuw)! Binnen zijn er veel mooie schilderingen, maar ook veel late en lelijke en ik was na een week Italië nogal fresco-moe, dus besloot ik vooral het gebouw zelf weldadig op te me laten inwerken, zoals ik dat in een moskee doe. Er waren veel toeristen, maar ook veel pelgrims, die in bussen aankomen en door hun aanvoerder met een vlaggetje over het terrein geleid worden, zingend soms. Voor degenen die een driedimensionale voorstelling van de heilige nodig hebben staat er een beeld van hem voor in de kerk (afb.4). Daarna komt het graf in een reusachtige en schitterende kapel, waar mensen in gebed verzonken zijn (afb. 5–6). Ook toevallige passanten nemen de gelegenheid waar even een gebedje tot de heilige te richten. Het gaat om wat moslims shafā‘a noemen: de voorspraak die een heilige doet bij God, tot wie men zich blijkbaar niet direct durft te richten—wat protestanten wél doen.
.
Een moment van vervreemding: dit zijn gewone mensen net als ik, maar waarom doen zij zo raar? Of ben ik raar?
Het wordt nog vreemder: er loopt een rij mensen door een barokkapel met talloze reliekschrijntjes (afb. 7). Want niet het hele lichaam van de heilige is in zijn graf beland: allerlei delen die niet zijn vergaan worden apart bewaard. Ware ik katholiek, ik zou proberen zegen te putten uit zijn onverteerd gebleven tong en stembanden, zodat ik beter en langer zou kunnen zingen (middelste nis, reliek nr. 9 en 11. De kin komt ook van pas: nr. 10).
.
Of Antonius kon zingen weet ik niet, preken kon hij wel. Dat vonden ook de autoriteiten in Rimini, die hem vreesden en hem het preken verboden. In de kerken waar hij het probeerde verscheen dan ook niemand, dus preekte hij maar tegen de vissen, die aandachtig naar hem luisterden (afb. 8). Of deed hij het om de H. Franciscus te overtreffen, die tot de vogels predikte?
.
In de naast de kerk gelegen twee oratorio’s (vergaderzalen voor profane broederschappen; afb. 9) weer prachtige wandschilderingen, die nogmaals duidelijk maakten waarom er zoveel weldadige werking van Antonius uitgaat. Hij verrichtte inderdaad wonderdaden zonder tal: een kind dat in een pot kokend water was gevallen bracht hij weer tot leven (afb. 10), een voet die was afgehakt zette hij er weer aan (afb. 11), enzovoort enzovoort.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Fictie, Godsdienst, Kunst

Godsbewijs: de Schepper voorkomt inflatie

Leeswerk Arabisch en islam: Godsbewijs: de Schepper voorkomt inflatie
.
Daar leest U o.a. over een gevolg van de islamisering waarover je moderne islamkletsers nooit hoort. Toen de islam in West-Afrika verscheen, verdween namelijk de goudplant. Ja, daar groeiden goudklompjes aan planten, ‘als peentjes; bij zonsopgang werden ze geplukt.’
Middeleeuwse onzin, zegt U? Het is echt niet gekker dan wat er tegenwoordig in de sociale media verbreid wordt.

1 reactie

Opgeslagen onder Economie/Wirtschaft, Godsdienst, Niks

Stinkende mensen

Het is warm en zweterig weer, toch stinken er maar weinig mensen. Degenen die langdurig lichamelijke arbeid verrichten wel, maar hun zij het vergeven. De anderen stinken niet, omdat zij iedere dag douchen, schoon goed aantrekken en deodorant gebruiken. Dat was in de goede oude tijd wel anders: in de jaren vijftig en zestig was het soms geen pretje in een tram of trein met mensen opgepakt te zitten die zelden baadden en maar eens in de week schoon ondergoed aantrokken. Zelfs als het niet warm was wasemden hun kleren … enfin, U herinnert het zich of kunt het zich voorstellen. Dubbel pret was het als je in een forensentrein alleen een plekje kon vinden in een rokerscoupé.
.
Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Ik ken hier één man die stinkt, ’s winters ook. Gaat niet in bad, trekt geen schoon goed aan, gebruikt geen deo. Verder vertoont hij geen asociaal gedrag, hij is beminnelijk; toch zal hij niet veel vrienden hebben. Anders zou één van hen hem er eens op moeten wijzen welke geur er om hem hangt. Of misschien heeft iemand dat al gedaan en is hij halsstarrig. Er zijn van die mensen: professor Zonnebloem meende niet doof te zijn en Obelix niet dik.
.
Parfum is een ander verhaal, en dat stelt me voor een raadsel. Sommige parfum is lekker, andere niet, terwijl ze toch allemaal als lekker bedoeld zijn. Voor goedkope luchtjes heb ik een zekere tolerantie: ik heb begrip als een jong meisje niet zoveel geld heeft en toch haar best doet aardig voor de dag te komen. Maar neem mevrouw S. Een aardige vrouw, prettig in de omgang, ziet er ook goed uit, maar die lucht! Zij gebruikt een parfum dat op mij afstotend werkt. Ik wil dan wat verder weg gaan zitten of een raam opendoen. Het is geen goedkoop luchtje dat zij op heeft; de duurte ervan is duidelijk te ruiken. Misschien dat anderen—hopelijk inclusief haar man—het juist lekker vinden? Is het dus zo dat de genietbaarheid van een parfum niet universeel is? Dan neemt een vrouw een groot risico door een bepaald merk te kopen.
Gelukkig bereikt parfum bij de meeste dames wél het beoogde doel: een discrete onderstreping van heur aangename eigenschappen, inclusief de persoonlijke lichaamsgeur.
.
Moet die onderstreping werkelijk altijd discreet zijn? Dat is misschien een Europees dingetje. Met juwelen is het net zo: een enkele ‘stijlvolle’ broche, een gladde ring met hoogstens één briljantje, kleine niksjes van oorknopjes: het moet in Noordwest-Europa altijd bescheiden zijn. Geld hoort op de bank, niet op je lijf. In het Nabije en Midden-Oosten is dat heel anders: daar overgieten dames zich met flinke plenzen van de duurste parfums. Waarschijnlijk verkopen parfumfabrikanten daar meer dan in Europa. En het gekke is: daar kan het, het stoort niet en hoort gewoon bij het leven.
.
Mannen die zich parfumeren kom ik haast nooit tegen. Ik ken er momenteel maar één; niet lekker. Uit de oude tijd herinner ik me wel dat het normaal was after-shave-lotion te gebruiken. Dat rook ook niet altijd prettig in de tram; er waren hele ordinaire merken bij, maar het vervloog vrij snel, terwijl echte parfum uren blijft hangen. Naar mijn indruk wordt after shave haast niet meer gebruikt; maar ik kom ’s ochtends nauwelijks onder mensen.
In het Midden-Oosten parfumeren mannen zich wél, ook in de studentenflat in Cairo waar ik ooit woonde. Die studenten konden zich geen dure luchtjes uit het buitenland veroorloven, maar gingen naar de soek, waar goedkope flesjes met traditionele geurstoffen werden aangeboden. Dat rook niet goedkoop en wel prettig.
.
Geurstoffen zijn religieus gelegitimeerd. Jezus liet zich door een vrouw overgieten met een kostbaar parfum, waarbij de aanwezige gereformeerden ook toen al mopperden en meenden dat zij voor zoiets duurs wel betere doelen wisten. Inderdaad stortte de wierookmarkt na de verbreiding van het christendom volledig in. Van Mohammed is de uitspraak bewaard: ‘In deze wereld zijn vrouwen en parfum mij dierbaar gemaakt, en mijn verkwikking is gelegd in het gebed.’ حبِّب إليَّ من دنياكم النساء والطيب وجعلت قرة عيني في الصلاة
.
Zo kan hij wel weer, dacht ik. Laat maar tierelieren, die Emigrant.

6 reacties

Opgeslagen onder De mens, Godsdienst

God weg uit Beieren

SöderKruzifix

Het kruis met Söder

In Beieren kan het nog steeds voorkomen dat je in een Gasthof zit te eten onder het toeziend oog van de lijdende Jezus, die aan een crucifix boven je tafel hangt. In scholen hoeven de kinderen er niet meer van te schrikken, want de verplichting in schoollokalen een crucifix op te hangen is een jaar of twintig geleden afgeschaft. Een van de eerste ambtshandelingen van de nieuwbakken minister-president Söder was de herinvoering van het kruis, in scholen weet ik niet, maar wel in alle Beierse overheidsgebouwen en ambtenarenvertrekken. De Beierse houtsnijders zullen er wel bij varen.
.
Echter, aldus Söder, dat kruis is geen religieus symbool, maar een getuigenis van de Beierse identiteit, een symbool van de culturele identiteit van christelijk-Europese signatuur. Asjeblieft. Het ding helpt vast ook tegen vampiers en moslims.
.
God verdwijnt dus uit Beieren, zoals Hij al eerder uit Jorwerd verdween, en in Zijn plaats komt iets vaags van identiteit. Bier, Weißwurst, Dirndls en het kruis. Van de islam wist ik al, dat die langzamerhand voor veel mensen een soort club geworden is waarmee men zich identificeert en die weinig meer met God te maken heeft, maar de christenen kunnen er ook wat van. De wereld wordt er niet prettiger door. Misschien is dit een fase in de verdwijning van godsdienst in het algemeen, maar zover is het nog lang niet en verdwijnt de ene godsdienst, dan komt er een volgende, die meestal onaangenamer is dan de vorige (mormonen, marxisme-leninisme, nationaal-socialisme, evangelicalen).
.
Een fatsoenlijk mens hoeft geen identiteit.

3 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Godsdienst

Goede kerstdagen


U allen wens ik een fijn kerstfeest. Op de afbeelding een beeld van Maria met kind, in het Heilige Mariapark te Teheran (foto Christiane Gruber).

3 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst, Iran

De dwaling van de paus, of: het primaat van de filologie

Dat de paus, zacht uitgedrukt, een dwaallicht is weet iedere rechtgeaarde protestant nu precies vijfhonderd jaar. De huidige paus kan echter ook onder protestanten op veel sympathie rekenen, omdat hij zo bescheiden is en zo goed voor de armen. Toch is het uitgerekend deze paus Franciscus die een rare draai heeft gemaakt: hij wil een tekst uit het Onze Vader herschrijven of althans herinterpreteren.
.
In het Onze Vader staat: ‘En breng ons niet in beproeving’ (vroeger: ‘in verzoeking’ of: ‘in bekoring’). Het staat in allebei de versies (Matteüs 6:9-13, Lucas 11:2-4). De vertaling van het oorspronkelijke Grieks1 is volstrekt onproblematisch: ‘en leid ons niet …, en breng ons niet …’.
.
Nee, zei de paus, dat kan niet zo zijn, een vader doet zoiets niet, dat doet de Satan! Hij stelde voor te vertalen: ‘Laat ons niet in verleiding vallen’. Met die bede is bedoeld: ‘Als Satan ons in verzoeking leidt, help Gij mij!’
.
Waarom willen theologen toch altijd aan teksten wrikken als die niet bevallen? Aanhangers van een religie die zich baseert op biblia, boeken, dienen zuiver om te gaan met teksten en daar niet mee te knoeien. Gaan we ‘vertalen’ wat er niet staat? Dan weet ik zó nog honderd verzen die herschreven kunnen worden.
.
Ik had een kleine discussie met een katholiek, die de paus rechtvaardigde met een beroep op de katholieke traditie. Hij wees mij op een artikel van Charles McNamara dat ik U graag doorgeef. Al eeuwen geleden was het bijbelvers onderwerp van gesprek geweest, en reeds Tertullianus (±155–240), Augustinus (354–430) en andere kerkvaders wilden het vers anders uitleggen: ‘Leid ons niet in verzoeking betekent: laat niet toe dat wij daarin geleid worden.’2
.
Maar dat die oude kerkvaders ook al aan het rommelen waren geeft een hedendaagse mens toch niet het recht hetzelfde te doen? Ik ben niet alleen protestants opgevoed, dus met sola scriptura, maar ook als filoloog opgeleid. De hoogleraar die mij de tekstkritiek bijbracht prentte mij in: ‘De tekst is heilig!’—en daarmee doelde hij niet op heilige schriften, maar op iedere tekst, oud of nieuw, die te reconstrueren, uit te geven of te bestuderen is. Altijd zoeken naar de eigen woorden en bedoelingen van de auteur, voor zover deze te achterhalen zijn; nooit knoeien met wat die heeft geschreven. U begrijpt, dit grote gebod van de filologie is momenteel bijzonder ongeliefd, vooral in de ‘sociale’ media. Toch blijf ik erbij.
.
Denkt U niet dat alleen katholieken zo kunnen knoeien; protestanten maken het nog veel bonter. In Duitsland verscheen een paar jaar geleden een feministisch en ook verder zeer politiek correcte gekleurde ‘vertaling’ van de bijbel: de Bibel in gerechter Sprache. Ik heb geen zin om het daar lang over te hebben, maar U kunt zich ongeveer voorstellen hoe zulk ‘vertalen’ gaat. God is dan vader en moeder tegelijk: ‘Jij God, bent ons vader en moeder in de hemel,’ en naast de herders liggen ook herderinnen bij nacht in het veld—gezellig toch.3
.
Mijn gesprekspartner putte veel zegen uit de laatste alinea van McNamara: As Christians consider these literary issues, they should bear in mind the example of their ancient exegetical predecessors, those patristic authors who defined the church and its prayers in its first centuries. If Augustine, Ambrose, and Jerome couldn’t quite settle on a definitive text or single perspicuous meaning of Christianity’s central prayer, we should allow ourselves a little room for debate, too.
.
Dat katholieke beroep op de traditie houdt de boel wel in stand en bij elkaar, dat moet ik toegeven. Een strenge visie als die van mij zou misschien tot de conclusie kunnen leiden dat de woorden van het Onze Vader ongelukkig zijn gekozen, of dat de bijbel een patriarchaal en dus verouderd boek is. Dat zou twijfel aan het goddelijke karakter van de Schrift teweeg kunnen brengen. Voor je het weet heb je dan geen kerk meer over, en ik vrees dat onze wereld daar nog lang niet buiten kan. U weet wel wat voor types het vacuum zouden gaan vullen. Zelf blijf ik een ongelovige filoloog, maar ik houd het stil, dat beloof ik.

NOTEN
1. καὶ μὴ εἰσενέγκῃς ἡμᾶς εἰς πειρασμόν, in het Latijn van de Vulgaat: et ne nos inducas in tentationem.
2. Tertullianus, De oratione 8; CSEL XX, 186ne nos inducas in temptationem, id est, ne nos patiaris induci, ab eo utique qui temptat.
3. Mt 6: ‘Du, Gott, bist uns Vater und Mutter im Himmel.’ Lk2: ‘In jener Gegend gab es auch Hirten und Hirtinnen, die draußen lebten und über ihre Herde in der Nacht wachten.’

1 reactie

Opgeslagen onder Godsdienst

Hervormd

Nee, Luther heeft NIET op 31 oktober 1517 zijn stellingen aan de kerkdeur van Wittenberg vastgespijkerd. Er waren wel stellingen, maar die werden, ten dele al eerder, in brieven aan bisschoppen, vorsten en de paus meegestuurd en bediscussieerd. Dat hebben historici uitgezocht. Waarom ook vastspijkeren? Ze waren in het Latijn gesteld, en dat konden die paar voorbijgangers in het stadje Wittenberg niet lezen. Dat weten en begrijpen de meeste predikanten, en daar hebben ze geen moeite mee, want het is geen geloofspunt. Maar ze doen net of het toch zo was, want er is wat te vieren vandaag: vijfhonderd jaar Hervorming, en dat moet ergens aan vastgemaakt worden. Aan die deur dan maar. Predikanten hebben daar ervaring mee: zij doen wel vaker alsof ze geloven dat iets gebeurd is, waarvan zij weten dat het niet zo is.
.
Duitsland viert het groots: een vrije dag, zodat er gisteren overal een welhaast kerstachtige drukte heerste en er haast geen brood meer te krijgen was. Wat de 28,5% Katholieken ervan denken weet ik niet; voor zover zij geen werkgever zijn denk ik dat zij de vrije dag dankbaar hebben aanvaard.
.
Zondag was er hier in Marburg een grote gedenkdienst in de Elisabetkirche, die ook op de televisie werd uitgezonden. Vandaag een nog grotere in Berlijn.
.
Eerlijk gezegd heb ik een beetje genoeg van Luther. Ik zie wel zijn grote belang voor het christendom, voor Duitsland en de hele wereldgeschiedenis, maar wij hebben hier het Lutherjaar, worden al maanden doodgegooid met Luther in de media en in tentoonstellingen, en horen honderden malen ‘Een vaste burcht…’. Een beetje overkill.

3 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Godsdienst, Marburg

Godsdienst als splijtzwam

Onlangs was er een jonge vrouw, van wie ik even dacht dat ik wel met haar getrouwd had kunnen zijn. Denkt U nu niet meteen rare dingen, dat doe ik ook niet. Ik ben te oud voor zoiets, bovendien is zij 45 jaar jonger dan ik en otherwise engaged. Het was meer een gedachtenspelletje, een voorstelling. Zoals wij bij elkaar pasten en op elkaar reageerden: werkelijk, ik kon mij een goed huwelijk voorstellen, ware het niet dat … zij tot een van die extreme protestantse kerken behoort, een schuurgemeente. Naast al het andere is dat toch een stevig huwelijksbeletsel.
.
En ooit had ik een echte vrouw leren kennen. Ik was opgelucht dat ze niet kerkelijk was, maar daaraan bleken al spoedig ook bezwaren te kleven. Ze was namelijk esoterisch, en zo kwam het tussen ons toch nog vaak tot verhitte ‘godsdienst’gesprekken. Dáárop is het niet stuk gelopen, maar het bedierf wel een beetje de sfeer, soms.
.
Van mijn grootmoeder heb ik veel gehouden, en zij ook van mij. De verhouding bekoelde echter toen zij 83 was en ik 25. Het werd haar langzamerhand duidelijk dat ik de kerk verlaten had en dingen deed die helemaal niet pasten bij de Gereformeerde leefwijze. Toen werd ik verstoten. We zagen elkaar nog wel eens, maar dan was er altijd een afstand. Het lag niet aan mij, naar ik meen: zij mocht immers alles geloven wat zij wilde, maar ik mocht niet ongeloven wat ik wilde.

8 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst, Persoonlijk

Christelijk ziekenhuis: nu echt

Ik geloof dat U de verkorte versies van dit blog veel spannender vond, maar goed, hier komen nog wat herinneringen aan het ziekenhuis in Marburg, dat ik inmiddels ver achter me gelaten heb. 1. Alles proper en vriendelijk. Personeel is competent en heeft tijd om alles zonder stress te doen. De schoonmaakkrachten maken echt schoon; niet zo maar roef roef drie minuten voor elke kamer. Dat komt omdat iedereen in dienst is van het ziekenhuis zelf, niet van een of ander citroenuitknijperig uitzendbureau. 2. Ochtendwijding om 7.30, schalt via een luidspreker de kamer binnen. ’s Zondags om 10 uur een kerkdienst van ruim een uur. De knop om dit zachter te zetten kon ik pas na tien dagen bereiken. 3. Het viel me pas na dagen op: niemand hier met een donkere huidskleur of een migratie-achtergrond. Zelfs geen hoofddoekje in de schoonmaakploeg. Blijkbaar is een actief christelijk geloof een voorwaarde voor een aanstelling hier.

4 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst, Marburg

God onder druk zetten

Bij het instuderen van Verdi’s Requiem (uitvoeringen 6 en 8 augustus in Bad Hersfeld, zie mijn eerdere blog) was het Recordare Iesu pie nog aan mijn aandacht ontsnapt. De reden is dat die tekst voor een solist is, een mezzosopraan, terwijl ik in het koor zing. Maar sinds eergisteren hebben we de vier solisten leren kennen, een prachtig stel overigens, en nu heb ik ook eens goed geluisterd naar dat Recordare. Wat een vreemde tekst! Het is een onderdeel van het Dies iræ, een veertiende(?)-eeuwse hymne over de Jongste Dag, die tot 1971 in de Requiem-mis werd gezongen.
Recordare Iesu pie quod sum causa tuæ vitæ, ne me perdas illa die … . ‘Denk eraan, lieve Jezus, dat ik de oorzaak van Uw leven ben. Richt mij niet te gronde op dien dag.’ Met andere woorden: vergeef me maar gauw mijn zonden en stuur me niet naar de hel, want zonder arme zondaren als ik hadt Gij niet eens bestaan! En laat de moeite van Uw kruisdood niet vergeefs geweest zijn, tantus labor non sit cassus. Jezus, God dus, wordt regelrecht onder druk gezet.

In een verhaal uit de biografie van de profeet Mohammed wordt God ook gechanteerd. In de slag bij Badr zag het er even heel slecht uit voor Mohammed en zijn strijders. God had hulp beloofd, maar die liet op zich wachten en de vijand dreigde te overwinnen. Daarop bad de profeet tot God; hij zei onder andere: ‘O God, als deze schare vandaag verloren gaat, wordt Gij niet meer aanbeden!’
Zijn metgezel Abū Bakr vond dat te ver gaan en zei: ‘Profeet, val uw Heer toch niet lastig met uw gebed! God komt echt wel na wat Hij heeft beloofd.’ En dat gebeurde ook, want ‘daarop sliep de Profeet even in, en toen hij wakker werd zei hij: “Houd goede moed, Abū Bakr! Gods hulp is gekomen. Hier is Gabriël, en hij voert een paard mee aan de teugel, dat stof op zijn voortanden heeft.”’
Liet God zich door zijn profeet onder druk zetten of was die hulp toch al onderweg? We weten het niet.

Ik denk dat dit soort ‘chantage’ in alle drie de westerse godsdiensten voorkomt. Het kan haast niet anders dan dat God ook in de gezellige gespreksronden van de Talmud-rabbijnen soms stevig werd aangepakt. Ik ga er niet speciaal naar zoeken, want dan vind je niets, maar ik zal een mapje bijhouden voor gevallen die ik tegenkom. Als U een voorbeeld bij de hand hebt of tegenkomt houd ik me natuurlijk aanbevolen.

3 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst