Categorie archief: Godsdienst

Bijbelgordel

In Utrecht de tentoonstelling over de Nederlandse biblebelt gezien in het Catharijnecovent.
Deze was zeer druk bezocht, zodat is aan te nemen dat het onderwerp veel Nederlanders aanspreekt. Veel vrouwen in spijkerbroek ook, die dus duidelijk zelf niet van de gereformeerde gezindte zijn, maar het misschien wel ooit waren. (Ik spreek maar van gereformeerd, want de term ‘refo’ stuit mij tegen de borst, en verwarring met de Gereformeerde Kerken in Nederland is niet meer mogelijk, want die bestaan niet meer.
.
Zelf ben ik wel gereformeerd opgevoed, maar niet zo streng, Toch heb ik dat extreme SGP-christendom wel gekend, door de ‘zware’ tak in onze familie, en het leven in sommige dorpen waar ik wel eens kwam, bij voorbeeld op Overflakkee. Het meeste van die tentoonstelling herkende ik dus wel; het was een uitstapje naar een lang vergeten verleden dat nu herinneringen opriep, en zo zal het veel bezoekers zijn gegaan.
.
Naar mijn indruk zit nu de klad in de gereformeerde gezindte. De roklengte van de dames is op de tentoongestelde foto’s onveranderlijk iets boven de knie; vroeger was dat een flink stuk eronder. Het geheel deed mij wat denken aan de Zāhirieten, een richting onder islamitische juristen, die de gewijde teksten zeer letterlijk nam, maar met voorbijgaan aan de ‘geest van de wet.’ Een vrouw in een broek mag niet, want ‘Het kleed eens mans zal niet zijn aan een vrouw’ (Deut. 22:5), maar verder mag dan blijkbaar alles. Als die roklengte bij gereformeerde vrouwen in dit tempo naar boven blijft opschuiven dragen ze in 2040 minirokjes. Vele vrouwen op de tentoongestelde foto’s dragen keurige hoedjes, maar enkele droegen als kerkdracht uitgesproken frivole hoedcreaties, waarmee ze zó naar de races in Ascot zouden kunnen. Ook zij gehoorzamen letterlijk het bijbelse gebod: “Een iegelijk man, die bidt of profeteert, hebbende iets op het hoofd, die onteert zijn eigen hoofd.  Maar een iegelijke vrouw, die bidt of profeteert met ongedekten hoofde, onteert haar eigen hoofd; want het is een en hetzelfde, alsof haar het haar afgesneden ware. Want indien een vrouw niet gedekt is, dat zij ook geschoren worde; maar indien het lelijk is voor een vrouw geschoren te zijn, of het haar afgesneden te hebben, dat zij zich dekke. Want de man moet het hoofd niet dekken, overmits hij het beeld en de heerlijkheid Gods is; maar de vrouw is de heerlijkheid des mans. Want de man is uit de vrouw niet, maar de vrouw is uit den man. Want ook is de man niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om den man. Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben, om der engelen wil. Nochtans is noch de man zonder de vrouw, noch de vrouw zonder den man, in den Heere. Want gelijkerwijs de vrouw uit den man is, alzo is ook de man door de vrouw; doch alle dingen zijn uit God. Oordeelt gij onder uzelven: is het betamelijk, dat de vrouw ongedekt God bidde? Of leert u ook de natuur zelve niet, dat zo een man lang haar draagt, het hem een oneer is? Maar zo een vrouw lang haar draagt, dat het haar een eer is; omdat het lange haar voor een deksel haar is gegeven? ” (1 Korinthiërs 11:4–15) Niet makkelijk te begrijpen, dit nogal warrige betoog van de apostel Paulus, en een nieuwere vertaling maakt het maar ten dele begrijpelijker. Bedacht moet nog worden dat in Paulus’ tijd alle vrouwen vaak hun hoofd bedekten in het openbaar, ook buiten de kerk.
Waar was ik gebleven? O ja, het is ook in dit geval duidelijk: men houdt zich aan de letter van de tekst zoals die begrepen wordt: ‘vrouw moet hoed op in de kerk,’ maar vervolgens is er kennelijk volop ruimte voor wuftheid en frivoliteit.
.
Met de seksualiteit is alles nog bij het oude, tenminste als ik mag afgaan op de foto’s van jonge stellen in deze tentoonstelling. Ze zien er geen van alle uit of ze ooit plezier aan seks beleven.

2 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst, Nederland

Wat wil God?

God is verdwenen uit Jorwerd, dat is bekend, maar uit Staphorst nog niet. Daar heeft Hij onlangs zijn wil gedaan aan wethouder de Jong, die na dertig jaar lidmaatschap van de SGP nu lid is geworden van het FvD, namens hetwelk hij nu zelfs kandidaat-gedeputeerde in Overijssel wordt. God gunt de Jong de carrièresprong. „Goddelijke besturing van boven bracht mij bij deze partij,” heeft de Jong volgens meer dan een bron verklaard—ik hoop dat het citaat klopt, kan het niet controleren. Zulke besturing komt altijd van boven, nooit van beneden uit de onderbuik.
.
God had zich al vaker met Nederland bemoeid. De oorlogszuchtige veroveraar van de Oost, J.P. Coen, schreef al in 1618: ‘Dispereert niet, ontsiet uwe vijanden niet, daer en is ter werelt niet dat ons can hinderen noch deeren, wandt Godt met ons is, en trect de voorgaende misslaegen in geen consequentie, want daer can in Indien wat groots verricht worden.’
.
De slavernij vond God ook een goed idee, althans volgens Ds. Godefridus Udemans in 1638: ‘Aengaende de Heydenen of Turcken, die mogen van de Christenen tot slaven gebruyckt worden, mits datse in eene rechtvaerdige Oorloge gevangen of van hare Ouders, of andere deughdelijcke Meesters, voor eenen rechten prijs gekocht zijn, ghelijck verhaelt wordt dat ordinaris geschiedt in Angola. Want dit accordeert met de Goddelijke Wet, Levit. 25, vers. 44.45.46.’
.
Van 1831 dateert het protestantse devies ‘God, Nederland en Oranje’ (Isaac da Costa), dat het nog tot ver in de twintigste eeuw heeft uitgehouden.
.
En dat zijn slechts enkele voorbeelden. Je zou een boek vol kunnen schrijven over de wondere werken Gods in en met de Lage Landen; waarschijnlijk bestaat dat al lang.
.
Dikwijls bevestigt God de status quo, ook wanneer die voor Nederland ongunstig uitpakt. Dan is het namelijk een beproeving of straf. “Zie toch niet op dien Duitscher. Hij is slechts een roede in Gods hand,” zei Ds. Kersken, de oprichter van de SGP, in 1940, met een fatalisme dat doorgaans alleen moslims verweten wordt.
.
In Jorwerd woon je waaratje zo gek nog niet.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Godsdienst, Nederland

Notre Dame de Paris

In gedenken aan de kerk die in vlammen is opgegaan een zeer vroeg muziekstuk dat daar gemaakt is en een centrale plaats inneemt in de Europese muziekgeschiedenis: https://www.youtube.com/watch?v=FvJ6xl3l1ek

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Godsdienst, Muziek

Heilige grond

Ooit ben ik in de Eifel de Karmelenberg op gelopen. Het was een dicht begroeid klein heuveltje, eerder een bult in het landschap, met een Marienkapelle er bovenop. Een voetpad leidde naar boven; daarlangs stonden zeer oude bomen, afgewisseld met kruiswegstaties. Het was dus eigenlijk een soort Kalvarienberg: door daarheen op te klimmen kan de gelovige zich concentreren op het lijden van Christus en het ten dele navoelen.
Dat lukte mij niet, maar wel werd het mij eigenaardig te moede, al bij het opklimmen door dat vreemde microlandschap en zeker boven bij de kapel. Ineens voelde ik het bijzondere van die plek en begreep dat daar al vele eeuwen geleden, toen de kerk nog niet eens bestond, aanbeden en misschien geofferd was. De plek verlangde dat gewoon, het kon niet anders dan een cultusplaats geweest zijn. Ik dacht niet aan het lijden van Christus, maar voelde mij wel op merkwaardige wijze verbonden met de mensheid uit de voortijd.
.

1280px-Elisabethbrunnen_Schröck_2Hier bij Marburg is de Elisabethbrunnen. Niet kerkelijk, laat staan katholiek. Op de foto ziet U de huidige toestand, de ombouw uit de zestiende eeuw in een kale omgeving, maar ten dele is nog te zien dat daar vroeger grote eiken omheen hebben gestaan. Zo heb ik het nog gekend. Je voelde het meteen: dit is een plek, die ook in de prehistorie al bijzonder was. Heilig is die bron min of meer nog altijd. Hoewel de gemeente, ja dezelfde die de bomen heeft laten omhakken, heeft gewaarschuwd dat het water niet zuiver is om te drinken, komen er nog altijd mensen met plastic jerrycans om wat van het water af te tappen en mee te nemen. Heilwasser. Misschien dat na opkoken de heilzaamheid bewaard blijft?
.
Op een fietstochtje kwam ik langs Fronhausen en ziedaar, ook daar was zo’n heilige plek. Ik was er al voorbijgereden, maar moest noodzakelijk even terug. Geboomte, resten van een gebouwtje. Hoewel de gemeente al het mogelijke had gedaan de plek te banaliseren met picnicktafels en prullenbakken, was de oude cultusplaats er nog duidelijk te voelen. Die foto’s had ik net zo goed niet kunnen maken; daar is niets op te zien. Je moet er zijn om het te voelen.

1 reactie

Opgeslagen onder Duitsland, Godsdienst, Marburg

Antonius van Padua

Als niet-katholiek dacht ik nooit aan de heilige Antonius van Padua, maar dat veranderde toen ik in zijn stad voor en achter zijn kerk stond (afb. 1-3). Wat groot en mooi en oud (13e eeuw)! Binnen zijn er veel mooie schilderingen, maar ook veel late en lelijke en ik was na een week Italië nogal fresco-moe, dus besloot ik vooral het gebouw zelf weldadig op te me laten inwerken, zoals ik dat in een moskee doe. Er waren veel toeristen, maar ook veel pelgrims, die in bussen aankomen en door hun aanvoerder met een vlaggetje over het terrein geleid worden, zingend soms. Voor degenen die een driedimensionale voorstelling van de heilige nodig hebben staat er een beeld van hem voor in de kerk (afb.4). Daarna komt het graf in een reusachtige en schitterende kapel, waar mensen in gebed verzonken zijn (afb. 5–6). Ook toevallige passanten nemen de gelegenheid waar even een gebedje tot de heilige te richten. Het gaat om wat moslims shafā‘a noemen: de voorspraak die een heilige doet bij God, tot wie men zich blijkbaar niet direct durft te richten—wat protestanten wél doen.
.
Een moment van vervreemding: dit zijn gewone mensen net als ik, maar waarom doen zij zo raar? Of ben ik raar?
Het wordt nog vreemder: er loopt een rij mensen door een barokkapel met talloze reliekschrijntjes (afb. 7). Want niet het hele lichaam van de heilige is in zijn graf beland: allerlei delen die niet zijn vergaan worden apart bewaard. Ware ik katholiek, ik zou proberen zegen te putten uit zijn onverteerd gebleven tong en stembanden, zodat ik beter en langer zou kunnen zingen (middelste nis, reliek nr. 9 en 11. De kin komt ook van pas: nr. 10).
.
Of Antonius kon zingen weet ik niet, preken kon hij wel. Dat vonden ook de autoriteiten in Rimini, die hem vreesden en hem het preken verboden. In de kerken waar hij het probeerde verscheen dan ook niemand, dus preekte hij maar tegen de vissen, die aandachtig naar hem luisterden (afb. 8). Of deed hij het om de H. Franciscus te overtreffen, die tot de vogels predikte?
.
In de naast de kerk gelegen twee oratorio’s (vergaderzalen voor profane broederschappen; afb. 9) weer prachtige wandschilderingen, die nogmaals duidelijk maakten waarom er zoveel weldadige werking van Antonius uitgaat. Hij verrichtte inderdaad wonderdaden zonder tal: een kind dat in een pot kokend water was gevallen bracht hij weer tot leven (afb. 10), een voet die was afgehakt zette hij er weer aan (afb. 11), enzovoort enzovoort.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Fictie, Godsdienst, Kunst

Godsbewijs: de Schepper voorkomt inflatie

Leeswerk Arabisch en islam: Godsbewijs: de Schepper voorkomt inflatie
.
Daar leest U o.a. over een gevolg van de islamisering waarover je moderne islamkletsers nooit hoort. Toen de islam in West-Afrika verscheen, verdween namelijk de goudplant. Ja, daar groeiden goudklompjes aan planten, ‘als peentjes; bij zonsopgang werden ze geplukt.’
Middeleeuwse onzin, zegt U? Het is echt niet gekker dan wat er tegenwoordig in de sociale media verbreid wordt.

1 reactie

Opgeslagen onder Economie/Wirtschaft, Godsdienst, Niks

Stinkende mensen

Het is warm en zweterig weer, toch stinken er maar weinig mensen. Degenen die langdurig lichamelijke arbeid verrichten wel, maar hun zij het vergeven. De anderen stinken niet, omdat zij iedere dag douchen, schoon goed aantrekken en deodorant gebruiken. Dat was in de goede oude tijd wel anders: in de jaren vijftig en zestig was het soms geen pretje in een tram of trein met mensen opgepakt te zitten die zelden baadden en maar eens in de week schoon ondergoed aantrokken. Zelfs als het niet warm was wasemden hun kleren … enfin, U herinnert het zich of kunt het zich voorstellen. Dubbel pret was het als je in een forensentrein alleen een plekje kon vinden in een rokerscoupé.
.
Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Ik ken hier één man die stinkt, ’s winters ook. Gaat niet in bad, trekt geen schoon goed aan, gebruikt geen deo. Verder vertoont hij geen asociaal gedrag, hij is beminnelijk; toch zal hij niet veel vrienden hebben. Anders zou één van hen hem er eens op moeten wijzen welke geur er om hem hangt. Of misschien heeft iemand dat al gedaan en is hij halsstarrig. Er zijn van die mensen: professor Zonnebloem meende niet doof te zijn en Obelix niet dik.
.
Parfum is een ander verhaal, en dat stelt me voor een raadsel. Sommige parfum is lekker, andere niet, terwijl ze toch allemaal als lekker bedoeld zijn. Voor goedkope luchtjes heb ik een zekere tolerantie: ik heb begrip als een jong meisje niet zoveel geld heeft en toch haar best doet aardig voor de dag te komen. Maar neem mevrouw S. Een aardige vrouw, prettig in de omgang, ziet er ook goed uit, maar die lucht! Zij gebruikt een parfum dat op mij afstotend werkt. Ik wil dan wat verder weg gaan zitten of een raam opendoen. Het is geen goedkoop luchtje dat zij op heeft; de duurte ervan is duidelijk te ruiken. Misschien dat anderen—hopelijk inclusief haar man—het juist lekker vinden? Is het dus zo dat de genietbaarheid van een parfum niet universeel is? Dan neemt een vrouw een groot risico door een bepaald merk te kopen.
Gelukkig bereikt parfum bij de meeste dames wél het beoogde doel: een discrete onderstreping van heur aangename eigenschappen, inclusief de persoonlijke lichaamsgeur.
.
Moet die onderstreping werkelijk altijd discreet zijn? Dat is misschien een Europees dingetje. Met juwelen is het net zo: een enkele ‘stijlvolle’ broche, een gladde ring met hoogstens één briljantje, kleine niksjes van oorknopjes: het moet in Noordwest-Europa altijd bescheiden zijn. Geld hoort op de bank, niet op je lijf. In het Nabije en Midden-Oosten is dat heel anders: daar overgieten dames zich met flinke plenzen van de duurste parfums. Waarschijnlijk verkopen parfumfabrikanten daar meer dan in Europa. En het gekke is: daar kan het, het stoort niet en hoort gewoon bij het leven.
.
Mannen die zich parfumeren kom ik haast nooit tegen. Ik ken er momenteel maar één; niet lekker. Uit de oude tijd herinner ik me wel dat het normaal was after-shave-lotion te gebruiken. Dat rook ook niet altijd prettig in de tram; er waren hele ordinaire merken bij, maar het vervloog vrij snel, terwijl echte parfum uren blijft hangen. Naar mijn indruk wordt after shave haast niet meer gebruikt; maar ik kom ’s ochtends nauwelijks onder mensen.
In het Midden-Oosten parfumeren mannen zich wél, ook in de studentenflat in Cairo waar ik ooit woonde. Die studenten konden zich geen dure luchtjes uit het buitenland veroorloven, maar gingen naar de soek, waar goedkope flesjes met traditionele geurstoffen werden aangeboden. Dat rook niet goedkoop en wel prettig.
.
Geurstoffen zijn religieus gelegitimeerd. Jezus liet zich door een vrouw overgieten met een kostbaar parfum, waarbij de aanwezige gereformeerden ook toen al mopperden en meenden dat zij voor zoiets duurs wel betere doelen wisten. Inderdaad stortte de wierookmarkt na de verbreiding van het christendom volledig in. Van Mohammed is de uitspraak bewaard: ‘In deze wereld zijn vrouwen en parfum mij dierbaar gemaakt, en mijn verkwikking is gelegd in het gebed.’ حبِّب إليَّ من دنياكم النساء والطيب وجعلت قرة عيني في الصلاة
.
Zo kan hij wel weer, dacht ik. Laat maar tierelieren, die Emigrant.

6 reacties

Opgeslagen onder De mens, Godsdienst

God weg uit Beieren

In Beieren kan het nog steeds voorkomen dat je in een Gasthof zit te eten onder het toeziend oog van de lijdende Jezus, die aan een crucifix boven je tafel hangt. In scholen hoeven de kinderen er niet meer van te schrikken, want de verplichting in schoollokalen een crucifix op te hangen is een jaar of twintig geleden afgeschaft. Een van de eerste ambtshandelingen van de nieuwbakken minister-president Söder was de herinvoering van het kruis, in scholen weet ik niet, maar wel in alle Beierse overheidsgebouwen en ambtenarenvertrekken. De Beierse houtsnijders zullen er wel bij varen.
.
Echter, aldus Söder, dat kruis is geen religieus symbool, maar een getuigenis van de Beierse identiteit, een symbool van de culturele identiteit van christelijk-Europese signatuur. Asjeblieft. Het ding helpt vast ook tegen vampiers en moslims.
.
God verdwijnt dus uit Beieren, zoals Hij al eerder uit Jorwerd verdween, en in Zijn plaats komt iets vaags van identiteit. Bier, Weißwurst, Dirndls en het kruis. Van de islam wist ik al, dat die langzamerhand voor veel mensen een soort club geworden is waarmee men zich identificeert en die weinig meer met God te maken heeft, maar de christenen kunnen er ook wat van. De wereld wordt er niet prettiger door. Misschien is dit een fase in de verdwijning van godsdienst in het algemeen, maar zover is het nog lang niet en verdwijnt de ene godsdienst, dan komt er een volgende, die meestal onaangenamer is dan de vorige (mormonen, marxisme-leninisme, nationaal-socialisme, evangelicalen).
.
Een fatsoenlijk mens hoeft geen identiteit.

3 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Godsdienst

Goede kerstdagen


U allen wens ik een fijn kerstfeest. Op de afbeelding een beeld van Maria met kind, in het Heilige Mariapark te Teheran (foto Christiane Gruber).

3 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst, Iran

De dwaling van de paus, of: het primaat van de filologie

Dat de paus, zacht uitgedrukt, een dwaallicht is weet iedere rechtgeaarde protestant nu precies vijfhonderd jaar. De huidige paus kan echter ook onder protestanten op veel sympathie rekenen, omdat hij zo bescheiden is en zo goed voor de armen. Toch is het uitgerekend deze paus Franciscus die een rare draai heeft gemaakt: hij wil een tekst uit het Onze Vader herschrijven of althans herinterpreteren.
.
In het Onze Vader staat: ‘En breng ons niet in beproeving’ (vroeger: ‘in verzoeking’ of: ‘in bekoring’). Het staat in allebei de versies (Matteüs 6:9-13, Lucas 11:2-4). De vertaling van het oorspronkelijke Grieks1 is volstrekt onproblematisch: ‘en leid ons niet …, en breng ons niet …’.
.
Nee, zei de paus, dat kan niet zo zijn, een vader doet zoiets niet, dat doet de Satan! Hij stelde voor te vertalen: ‘Laat ons niet in verleiding vallen’. Met die bede is bedoeld: ‘Als Satan ons in verzoeking leidt, help Gij mij!’
.
Waarom willen theologen toch altijd aan teksten wrikken als die niet bevallen? Aanhangers van een religie die zich baseert op biblia, boeken, dienen zuiver om te gaan met teksten en daar niet mee te knoeien. Gaan we ‘vertalen’ wat er niet staat? Dan weet ik zó nog honderd verzen die herschreven kunnen worden.
.
Ik had een kleine discussie met een katholiek, die de paus rechtvaardigde met een beroep op de katholieke traditie. Hij wees mij op een artikel van Charles McNamara dat ik U graag doorgeef. Al eeuwen geleden was het bijbelvers onderwerp van gesprek geweest, en reeds Tertullianus (±155–240), Augustinus (354–430) en andere kerkvaders wilden het vers anders uitleggen: ‘Leid ons niet in verzoeking betekent: laat niet toe dat wij daarin geleid worden.’2
.
Maar dat die oude kerkvaders ook al aan het rommelen waren geeft een hedendaagse mens toch niet het recht hetzelfde te doen? Ik ben niet alleen protestants opgevoed, dus met sola scriptura, maar ook als filoloog opgeleid. De hoogleraar die mij de tekstkritiek bijbracht prentte mij in: ‘De tekst is heilig!’—en daarmee doelde hij niet op heilige schriften, maar op iedere tekst, oud of nieuw, die te reconstrueren, uit te geven of te bestuderen is. Altijd zoeken naar de eigen woorden en bedoelingen van de auteur, voor zover deze te achterhalen zijn; nooit knoeien met wat die heeft geschreven. U begrijpt, dit grote gebod van de filologie is momenteel bijzonder ongeliefd, vooral in de ‘sociale’ media. Toch blijf ik erbij.
.
Denkt U niet dat alleen katholieken zo kunnen knoeien; protestanten maken het nog veel bonter. In Duitsland verscheen een paar jaar geleden een feministisch en ook verder zeer politiek correcte gekleurde ‘vertaling’ van de bijbel: de Bibel in gerechter Sprache. Ik heb geen zin om het daar lang over te hebben, maar U kunt zich ongeveer voorstellen hoe zulk ‘vertalen’ gaat. God is dan vader en moeder tegelijk: ‘Jij God, bent ons vader en moeder in de hemel,’ en naast de herders liggen ook herderinnen bij nacht in het veld—gezellig toch, zulke herdersuurtjes.3
.
Mijn gesprekspartner putte veel zegen uit de laatste alinea van McNamara: As Christians consider these literary issues, they should bear in mind the example of their ancient exegetical predecessors, those patristic authors who defined the church and its prayers in its first centuries. If Augustine, Ambrose, and Jerome couldn’t quite settle on a definitive text or single perspicuous meaning of Christianity’s central prayer, we should allow ourselves a little room for debate, too.
.
Dat katholieke beroep op de traditie houdt de boel wel in stand en bij elkaar, dat moet ik toegeven. Een strenge visie als die van mij zou misschien tot de conclusie kunnen leiden dat de woorden van het Onze Vader ongelukkig zijn gekozen, of dat de bijbel een patriarchaal en dus verouderd boek is. Dat zou twijfel aan het goddelijke karakter van de Schrift teweeg kunnen brengen. Voor je het weet heb je dan geen kerk meer over, en ik vrees dat onze wereld daar nog lang niet buiten kan. U weet wel wat voor types het vacuum zouden gaan vullen. Zelf blijf ik een ongelovige filoloog, maar ik houd het stil, dat beloof ik.

NOTEN
1. καὶ μὴ εἰσενέγκῃς ἡμᾶς εἰς πειρασμόν, in het Latijn van de Vulgaat: et ne nos inducas in tentationem.
2. Tertullianus, De oratione 8; CSEL XX, 186ne nos inducas in temptationem, id est, ne nos patiaris induci, ab eo utique qui temptat.
3. Mt 6: ‘Du, Gott, bist uns Vater und Mutter im Himmel.’ Lk 2: ‘In jener Gegend gab es auch Hirten und Hirtinnen, die draußen lebten und über ihre Herde in der Nacht wachten.’

1 reactie

Opgeslagen onder Godsdienst