Categorie archief: Godsdienst

Goede kerstdagen


U allen wens ik een fijn kerstfeest. Op de afbeelding een beeld van Maria met kind, in het Heilige Mariapark te Teheran (foto Christiane Gruber).

3 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst, Iran

De dwaling van de paus, of: het primaat van de filologie

Dat de paus, zacht uitgedrukt, een dwaallicht is weet iedere rechtgeaarde protestant nu precies vijfhonderd jaar. De huidige paus kan echter ook onder protestanten op veel sympathie rekenen, omdat hij zo bescheiden is en zo goed voor de armen. Toch is het uitgerekend deze paus Franciscus die een rare draai heeft gemaakt: hij wil een tekst uit het Onze Vader herschrijven of althans herinterpreteren.
.
In het Onze Vader staat: ‘En breng ons niet in beproeving’ (vroeger: ‘in verzoeking’ of: ‘in bekoring’). Het staat in allebei de versies (Matteüs 6:9-13, Lucas 11:2-4). De vertaling van het oorspronkelijke Grieks1 is volstrekt onproblematisch: ‘en leid ons niet …, en breng ons niet …’.
.
Nee, zei de paus, dat kan niet zo zijn, een vader doet zoiets niet, dat doet de Satan! Hij stelde voor te vertalen: ‘Laat ons niet in verleiding vallen’. Met die bede is bedoeld: ‘Als Satan ons in verzoeking leidt, help Gij mij!’
.
Waarom willen theologen toch altijd aan teksten wrikken als die niet bevallen? Aanhangers van een religie die zich baseert op biblia, boeken, dienen zuiver om te gaan met teksten en daar niet mee te knoeien. Gaan we ‘vertalen’ wat er niet staat? Dan weet ik zó nog honderd verzen die herschreven kunnen worden.
.
Ik had een kleine discussie met een katholiek, die de paus rechtvaardigde met een beroep op de katholieke traditie. Hij wees mij op een artikel van Charles McNamara dat ik U graag doorgeef. Al eeuwen geleden was het bijbelvers onderwerp van gesprek geweest, en reeds Tertullianus (±155–240), Augustinus (354–430) en andere kerkvaders wilden het vers anders uitleggen: ‘Leid ons niet in verzoeking betekent: laat niet toe dat wij daarin geleid worden.’2
.
Maar dat die oude kerkvaders ook al aan het rommelen waren geeft een hedendaagse mens toch niet het recht hetzelfde te doen? Ik ben niet alleen protestants opgevoed, dus met sola scriptura, maar ook als filoloog opgeleid. De hoogleraar die mij de tekstkritiek bijbracht prentte mij in: ‘De tekst is heilig!’—en daarmee doelde hij niet op heilige schriften, maar op iedere tekst, oud of nieuw, die te reconstrueren, uit te geven of te bestuderen is. Altijd zoeken naar de eigen woorden en bedoelingen van de auteur, voor zover deze te achterhalen zijn; nooit knoeien met wat die heeft geschreven. U begrijpt, dit grote gebod van de filologie is momenteel bijzonder ongeliefd, vooral in de ‘sociale’ media. Toch blijf ik erbij.
.
Denkt U niet dat alleen katholieken zo kunnen knoeien; protestanten maken het nog veel bonter. In Duitsland verscheen een paar jaar geleden een feministisch en ook verder zeer politiek correcte gekleurde ‘vertaling’ van de bijbel: de Bibel in gerechter Sprache. Ik heb geen zin om het daar lang over te hebben, maar U kunt zich ongeveer voorstellen hoe zulk ‘vertalen’ gaat. God is dan vader en moeder tegelijk: ‘Jij God, bent ons vader en moeder in de hemel,’ en naast de herders liggen ook herderinnen bij nacht in het veld—gezellig toch.3
.
Mijn gesprekspartner putte veel zegen uit de laatste alinea van McNamara: As Christians consider these literary issues, they should bear in mind the example of their ancient exegetical predecessors, those patristic authors who defined the church and its prayers in its first centuries. If Augustine, Ambrose, and Jerome couldn’t quite settle on a definitive text or single perspicuous meaning of Christianity’s central prayer, we should allow ourselves a little room for debate, too.
.
Dat katholieke beroep op de traditie houdt de boel wel in stand en bij elkaar, dat moet ik toegeven. Een strenge visie als die van mij zou misschien tot de conclusie kunnen leiden dat de woorden van het Onze Vader ongelukkig zijn gekozen, of dat de bijbel een patriarchaal en dus verouderd boek is. Dat zou twijfel aan het goddelijke karakter van de Schrift teweeg kunnen brengen. Voor je het weet heb je dan geen kerk meer over, en ik vrees dat onze wereld daar nog lang niet buiten kan. U weet wel wat voor types het vacuum zouden gaan vullen. Zelf blijf ik een ongelovige filoloog, maar ik houd het stil, dat beloof ik.

NOTEN
1. καὶ μὴ εἰσενέγκῃς ἡμᾶς εἰς πειρασμόν, in het Latijn van de Vulgaat: et ne nos inducas in tentationem.
2. Tertullianus, De oratione 8; CSEL XX, 186ne nos inducas in temptationem, id est, ne nos patiaris induci, ab eo utique qui temptat.
3. Mt 6: ‘Du, Gott, bist uns Vater und Mutter im Himmel.’ Lk2: ‘In jener Gegend gab es auch Hirten und Hirtinnen, die draußen lebten und über ihre Herde in der Nacht wachten.’

1 reactie

Opgeslagen onder Godsdienst

Hervormd

Nee, Luther heeft NIET op 31 oktober 1517 zijn stellingen aan de kerkdeur van Wittenberg vastgespijkerd. Er waren wel stellingen, maar die werden, ten dele al eerder, in brieven aan bisschoppen, vorsten en de paus meegestuurd en bediscussieerd. Dat hebben historici uitgezocht. Waarom ook vastspijkeren? Ze waren in het Latijn gesteld, en dat konden die paar voorbijgangers in het stadje Wittenberg niet lezen. Dat weten en begrijpen de meeste predikanten, en daar hebben ze geen moeite mee, want het is geen geloofspunt. Maar ze doen net of het toch zo was, want er is wat te vieren vandaag: vijfhonderd jaar Hervorming, en dat moet ergens aan vastgemaakt worden. Aan die deur dan maar. Predikanten hebben daar ervaring mee: zij doen wel vaker alsof ze geloven dat iets gebeurd is, waarvan zij weten dat het niet zo is.
.
Duitsland viert het groots: een vrije dag, zodat er gisteren overal een welhaast kerstachtige drukte heerste en er haast geen brood meer te krijgen was. Wat de 28,5% Katholieken ervan denken weet ik niet; voor zover zij geen werkgever zijn denk ik dat zij de vrije dag dankbaar hebben aanvaard.
.
Zondag was er hier in Marburg een grote gedenkdienst in de Elisabetkirche, die ook op de televisie werd uitgezonden. Vandaag een nog grotere in Berlijn.
.
Eerlijk gezegd heb ik een beetje genoeg van Luther. Ik zie wel zijn grote belang voor het christendom, voor Duitsland en de hele wereldgeschiedenis, maar wij hebben hier het Lutherjaar, worden al maanden doodgegooid met Luther in de media en in tentoonstellingen, en horen honderden malen ‘Een vaste burcht…’. Een beetje overkill.

3 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Godsdienst, Marburg

Godsdienst als splijtzwam

Onlangs was er een jonge vrouw, van wie ik even dacht dat ik wel met haar getrouwd had kunnen zijn. Denkt U nu niet meteen rare dingen, dat doe ik ook niet. Ik ben te oud voor zoiets, bovendien is zij 45 jaar jonger dan ik en otherwise engaged. Het was meer een gedachtenspelletje, een voorstelling. Zoals wij bij elkaar pasten en op elkaar reageerden: werkelijk, ik kon mij een goed huwelijk voorstellen, ware het niet dat … zij tot een van die extreme protestantse kerken behoort, een schuurgemeente. Naast al het andere is dat toch een stevig huwelijksbeletsel.
.
En ooit had ik een echte vrouw leren kennen. Ik was opgelucht dat ze niet kerkelijk was, maar daaraan bleken al spoedig ook bezwaren te kleven. Ze was namelijk esoterisch, en zo kwam het tussen ons toch nog vaak tot verhitte ‘godsdienst’gesprekken. Dáárop is het niet stuk gelopen, maar het bedierf wel een beetje de sfeer, soms.
.
Van mijn grootmoeder heb ik veel gehouden, en zij ook van mij. De verhouding bekoelde echter toen zij 83 was en ik 25. Het werd haar langzamerhand duidelijk dat ik de kerk verlaten had en dingen deed die helemaal niet pasten bij de Gereformeerde leefwijze. Toen werd ik verstoten. We zagen elkaar nog wel eens, maar dan was er altijd een afstand. Het lag niet aan mij, naar ik meen: zij mocht immers alles geloven wat zij wilde, maar ik mocht niet ongeloven wat ik wilde.

8 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst, Persoonlijk

Christelijk ziekenhuis: nu echt

Ik geloof dat U de verkorte versies van dit blog veel spannender vond, maar goed, hier komen nog wat herinneringen aan het ziekenhuis in Marburg, dat ik inmiddels ver achter me gelaten heb. 1. Alles proper en vriendelijk. Personeel is competent en heeft tijd om alles zonder stress te doen. De schoonmaakkrachten maken echt schoon; niet zo maar roef roef drie minuten voor elke kamer. Dat komt omdat iedereen in dienst is van het ziekenhuis zelf, niet van een of ander citroenuitknijperig uitzendbureau. 2. Ochtendwijding om 7.30, schalt via een luidspreker de kamer binnen. ’s Zondags om 10 uur een kerkdienst van ruim een uur. De knop om dit zachter te zetten kon ik pas na tien dagen bereiken. 3. Het viel me pas na dagen op: niemand hier met een donkere huidskleur of een migratie-achtergrond. Zelfs geen hoofddoekje in de schoonmaakploeg. Blijkbaar is een actief christelijk geloof een voorwaarde voor een aanstelling hier.

4 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst, Marburg

God onder druk zetten

Bij het instuderen van Verdi’s Requiem (uitvoeringen 6 en 8 augustus in Bad Hersfeld, zie mijn eerdere blog) was het Recordare Iesu pie nog aan mijn aandacht ontsnapt. De reden is dat die tekst voor een solist is, een mezzosopraan, terwijl ik in het koor zing. Maar sinds eergisteren hebben we de vier solisten leren kennen, een prachtig stel overigens, en nu heb ik ook eens goed geluisterd naar dat Recordare. Wat een vreemde tekst! Het is een onderdeel van het Dies iræ, een veertiende(?)-eeuwse hymne over de Jongste Dag, die tot 1971 in de Requiem-mis werd gezongen.
Recordare Iesu pie quod sum causa tuæ vitæ, ne me perdas illa die … . ‘Denk eraan, lieve Jezus, dat ik de oorzaak van Uw leven ben. Richt mij niet te gronde op dien dag.’ Met andere woorden: vergeef me maar gauw mijn zonden en stuur me niet naar de hel, want zonder arme zondaren als ik hadt Gij niet eens bestaan! En laat de moeite van Uw kruisdood niet vergeefs geweest zijn, tantus labor non sit cassus. Jezus, God dus, wordt regelrecht onder druk gezet.

In een verhaal uit de biografie van de profeet Mohammed wordt God ook gechanteerd. In de slag bij Badr zag het er even heel slecht uit voor Mohammed en zijn strijders. God had hulp beloofd, maar die liet op zich wachten en de vijand dreigde te overwinnen. Daarop bad de profeet tot God; hij zei onder andere: ‘O God, als deze schare vandaag verloren gaat, wordt Gij niet meer aanbeden!’
Zijn metgezel Abū Bakr vond dat te ver gaan en zei: ‘Profeet, val uw Heer toch niet lastig met uw gebed! God komt echt wel na wat Hij heeft beloofd.’ En dat gebeurde ook, want ‘daarop sliep de Profeet even in, en toen hij wakker werd zei hij: “Houd goede moed, Abū Bakr! Gods hulp is gekomen. Hier is Gabriël, en hij voert een paard mee aan de teugel, dat stof op zijn voortanden heeft.”’
Liet God zich door zijn profeet onder druk zetten of was die hulp toch al onderweg? We weten het niet.

Ik denk dat dit soort ‘chantage’ in alle drie de westerse godsdiensten voorkomt. Het kan haast niet anders dan dat God ook in de gezellige gespreksronden van de Talmud-rabbijnen soms stevig werd aangepakt. Ik ga er niet speciaal naar zoeken, want dan vind je niets, maar ik zal een mapje bijhouden voor gevallen die ik tegenkom. Als U een voorbeeld bij de hand hebt of tegenkomt houd ik me natuurlijk aanbevolen.

3 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst

Zonder zonde

Een hoofdpunt van het christelijk geloof is dat Jezus voor ons mensen is gestorven aan het kruis ter verzoening van onze zonden. Niet wij worden gestraft, Hij heeft onze schuld op zich genomen. In iedere katholieke mis, in iedere protestantse eredienst, wordt schuld beleden en om vergeving der zonden gebeden. Daarenboven kent vooral de katholieke kerk nog de biecht—hoewel er tegenwoordig veel biechtstoelen leeg staan.

Het zondebesef was vroeger gekoppeld aan het geloof in een fysiek bestaande hel. Het zou vreselijk zijn als op het moment van je overlijden je relatie tot God niet in positieve zin geregeld was, zodat je op de Dag des Gerichts naar de hel gestuurd zou worden, waar je dan tot in eeuwigheid zou moeten smoren.

Maar dat geloof aan de hel is grotendeels verdwenen, althans in onze streken. De kerk van Rome heeft de hel weliswaar niet geschrapt, maar ziet haar eerder abstract, wat minder beangstigend is. In de Requiem-mis bij voorbeeld komt sinds 1970 het huiveringwekkende Dies iræ, dies illa niet meer voor. (Voor muziekvrienden is dat wel jammer.)

Zelf heb ik natuurlijk ook zonden: vooral zonden van nalatigheid, maar ook hoovaardij, gulzigheid, wellust, luiheid en nog andere. Ik ga maar niet in detail; het is hier tenslotte geen biecht. Tobben doe ik daar niet over, maar ik zie ze wél en probeer ze naar vermogen te vermijden, vooral om schade voor andere mensen af te wenden—die zich bij gulzigheid en wellust meestal niet voordoet, ik zeg het maar even. Ja, ik ben oud genoeg om nog een grondige christelijke opvoeding te hebben gehad, en dus ben ik gewend in mij zelf te kijken of daar misschien ook zonde zit. Die gewoonte zelfkritisch naar binnen te kijken is een van de beste erfenissen van het christendom, zeker in de protestantse, Nederlandse variant. Natuurlijk, je kunt het ook overdrijven: er zijn mensen die loodzwaar gebukt gaan onder een last van kleine zondetjes, of van zonden die ze misschien niet eens hebben begaan. Dan wordt het ziekelijk; hebben zulke mensen wel genoeg over de goddelijke genade gehoord?

Maar hoe zit het nu bij mensen die niet zo zijn aangeraakt door het christendom, wier familie misschien al een of meer generaties lang onkerkelijk is of eigenlijk nooit goed gekerstend was? Velen van hen zullen indirect toch een tik van die zelfkritiek hebben meegekregen. Die zat in de lucht, om zo te zeggen. Maar een toenemend aantal mensen kent die helemaal niet. Ik ben goed en de anderen niet, dat is tegenwoordig vaak het devies; Twitter en Facebook weergalmen ervan, maar ook bankiers en autofabrikanten hebben weinig tot geen zondebesef. Er waren en zijn overigens ook trouwe kerkgangers die iedere zondag horen over de zonde en de vergeving maar van wie dat afdruipt als regen van een waxjas. Die zijn dus ook niet ‘aangeraakt’.

In niet-christelijke delen van de wereld heb ik mensen leren kennen, wien iedere vorm van zelfkritiek volkomen vreemd was; daar merkte je toch het verschil. Dat betekende dat ook iets leren door trial and error, of het corrigeren van zelfs eenvoudige fouten hun zeer moeilijk viel. Het was goed zoals het was en daar bleef het bij; of het was niet goed, maar dan lag het aan anderen, bij voorbeeld aan kolonialistische imperialisten of aan het Westen in het algemeen. Mensen die zo in elkaar zitten zijn in het nadeel. Niet omdat ze later naar de hel gaan; daar maakt niemand zich zorgen meer over, maar omdat ze slechter in staat zijn hun situatie te verbeteren. Dit is echter geen reden om ons boven hen verheven te voelen. Zorgelijk is immers dat met het wegebben van christendom ook in Europa dit vermogen tot zelfbeschouwing verdwijnt. Een selfie toont alleen een grimas van de buitenkant.

Het marxisme-leninisme kende ook de zelfkritiek, zelfs in China. Gepikt van de christelijke biecht denk ik; bij de Chinezen was er misschien kruisbestuiving met de leer van Confucius. De ‘zelfkritiek’ als ritueel zal in Rusland wel verdwenen zijn; en in China? Misschien doen de Chinezen met een verwaterde, niet zo genadeloze vorm ervan nog hun voordeel.

3 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst

Burgemeester

‘De gemeente Putten heeft een christelijke burgemeester.’ Deze uitspraak kan zinvol zijn. De man is van de SGP, en in Putten wordt de plaatselijke politiek door uitdrukkelijk christelijke partijen bepaald.

Alphen aan de Rijn heeft een CDA burgemeester. Denkbaar is dat zij ook christen is, maar dat weet ik niet en hoef ik niet te weten.

Londen krijgt een Labour burgemeester. Hij gaat veel aan sociale woningbouw doen en de zwembaden blijven op zondag open.

6 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst, Politiek

Onweten 2: het geval Mohammed

Mohammed was een belangrijke figuur uit het verleden die de loop van de geschiedenis veranderd heeft. Daarom wil men sinds een eeuw of twee graag een biografie of tenminste een encyclopedie-artikel over hem lezen. Maar er is niet veel over hem bekend. Hij moet in het eerste derde van de zevende eeuw geleefd hebben. Als geboorte- en sterfjaar staan meestal 570–632 genoteerd, maar over beide jaartallen bestond al in de vroegste islamitische bronnen geen eenstemmigheid, en bij moderne geleerden al helemaal niet. Zeker is wel dat hij in Arabië woonde, en de kernfiguur was in wat wel genoemd is de koranische beweging, die tot vereniging van de Arabische stammen en tot een nieuwe variant van het monotheïsme heeft geleid. Die verenigde stammen wisten kort daarop het hele Perzische en het halve Romeinse Rijk te onderwerpen, maar toen was Mohammed al dood. In de koran wordt Mohammed drie keer, of was het vier keer? bij name genoemd, maar veel informatie bevatten die teksten niet. In vroege niet-islamitische teksten wordt hij af en toe ook vermeld, maar ook daarvan worden we niet veel wijzer.

Ik overdrijf hierboven misschien een tikje, maar niet veel. Terwijl we van Jezus nog enkele splinters, nee niet van het kruis maar van aan hem toegeschreven uitspraken bezitten (de bron Q), is Mohammed vrijwel geheel onzichtbaar in de mist van de geschiedenis. Ook geleerden met een uitgesproken heimwee naar een gezellige biografie van de profeet moeten toegeven dat er maar heel weinig materiaal is.

Er zijn echter mensen die menen toch heel veel over Mohammed te weten. In de eerste plaats zijn dat moslims, die dank zij koranuitleg heel veel over hun profeet in de koran kunnen lezen. Bovendien hebben zij een groot corpus aan Hadithteksten ter beschikking, berichten over uitspraken en handelingen van de profeet, die zij als historische bron beschouwen. En daarbovenop komt dan nog de biografische literatuur, de Sira, waaruit zij de niet-aanstootgevende delen gebruiken.

Andere veelweters over Mohammed waren of zijn de niet-islamitische geleerden in het Westen (oudere of ouderwetse ‘oriëntalisten’) en vooral hun populairwetenschappelijke navolgers. Zij hechten meestal weinig waarde aan Hadith als historische bron en zijn veel terughoudender dan moslims in het gebruik van koranuitleg om in de koran iets historisch te ontdekken; vaak willen zij van dat laatste helemaal niet weten. Daarentegen putten zij maximaal uit de Sira-bronnen, en allang niet meer alleen uit de bekende Sira van Ibn Ishaq (gest. 767) in de editie van Ibn Hisham (gest. ± 828). Bovendien wisten of weten zij grote hoeveelheden andere historische bronnen voor hun biografieën te exploiteren.

De activiteiten van beide groepen hebben grote hoeveelheden boeken en boekjes over Mohammed voortgebracht, die elkaar meer beïnvloed hebben dan men misschien zou verwachten. Al die werken en werkjes behandelt Kecia Ali in een boek met de smakelijke titel: The Lives of Muhammad (Harvard University Press 2014).

Bezitters en verkondigers van ongefundeerde anti-islamgezinde meningen plukken meestal wat flarden uit zowel islamitische bronnen als oudere oriëntalistische werken.

U vermoedt het al: hier broeit weer iets voor mijn vakbloek.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Geschiedschrijving, Godsdienst, Islam, Nabije Oosten

Kerk behoedt voor NaziDom?

Na de verkiezingen in drie Duitse deelstaten, waarbij de tot Nazidom neigende partij AfD vele stemmen binnenhaalde zijn er meteen analisten op gesprongen. Ik ga hier geen documentatie leveren, maar ik heb gelezen dat de AfD de minste stemmen scoorde in katholieke gebieden waar het kerkelijk leven nog intact is, waar de mensen zich in de kerk geborgen voelen. Daarentegen is zij heel sterk in landelijke, protestante gebieden.
Uit Nederland heb ik ook wel eens zoiets gehoord: dat de PVV in het zuiden massale aanhang heeft in kringen van ex-katholieken.
Ik begrijp dat het wegvallen van een kerkelijk verband mensen onzeker en dus tot een prooi voor rattenvangers maakt. Maar hoe zit het dan met die protestanten? Dat begrijp ik niet.

5 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst, Nederland, Politiek