Categorie archief: Persoonlijk

Soezen 2.0

Het soezen was wel bijzonder intensief vanochtend. Het duurde precies een uur; ik weet dat omdat ik om zes uur even op de klok keek. Er kwamen vier onderwerpen aan de orde.
1. Een oude oom vroeg me: vertel me nu eens alles over je seksualiteit, en dat deed ik: álles. Hoewel er niets langs kwam wat ik niet al wist, was deze samenvatting toch behoorlijk heftig. Ik zal het ‘gesoesde’ (het soesgoed, de soesstof?) hier niet voor u weergeven. Voor mij zelf ook niet, want het was veel en complex. De stof ontglipt mij alweer: hij wilde blijkbaar verdrongen worden. Overigens: zo’n oom heb ik nooit gehad.
2. Dit ging naadloos over in de herbeleving van een rit per boemeltrein die ik eens door Turkije maakte, van İzmir naar Denizli. De tocht duurde lang, maar was erg gezellig. Er waren vrij wat mensen aanwezig die Duits kenden en graag een praatje wilden maken.
3. De prachtige leren aktentas die ik vele jaren geleden in Griekenland had gekocht, omdat het M. stoorde dat ik altijd met sjofele plastic zakken rondliep. Maar ik heb hem nooit gebruikt. Voortaan werden het schoudertassen voor de korte loopafstand, en rugzakjes voor de langere. Zou ik niet iemand met dat prachtstuk kunnen verblijden?
4. Een oude milieu- en klimaatramp: drieduizend jaar voor Christus kwamen er mensen uit het huidige Pakistan, van de oude Indus-cultuur, naar Oman in Zuidoost-Arabië om er koper te delven. Om het erts te smelten was veel brandhout nodig, wat tot grootschalige ontbossing en dus minder regenval in Oman heeft geleid. Zou het mysterieuze, Indisch-achtige Zutt-volk, waarvan enkele vroeg-islamitische teksten reppen, niet het nageslacht van die Pakistaanse koperdelvers kunnen zijn?
.
Al deze onderwerpen kwamen ‘als het ware’ ‘van buitenaf’ tot mij. Van die tas is het te begrijpen: ik zag het ding onlangs in een kast staan, na jarenlang niet. En seks is eigenlijk altijd actueel. Maar voor de nummers 2 en 4 was er geen enkele aanleiding om in mijn soezend hoofd op te doemen. Nr. 4 kwam waarschijnlijk niet zonder reden kort voor zevenen op: het was nog openbaring, maar ging al een beetje in de richting van denken, een verband leggen. Dit is het soort stof dat tot de stukjes in een van mijn blogs leidt. (Dat zal nu niet het geval zijn: ik weet er te weinig van en misschien is het onzin. Maar ik ga ze wel even naslaan, die Zutt.)
.
Wat is dat toch, dat soezen? Ik heb de onderwerpen niet aangedragen, en nagedacht heb ik evenmin, behalve misschien op het allerlaatst even. Er werd voor mij gedacht, resp. een film vertoond: een soort wakend dromen, want wakker was ik wel. Psychologen kennen het verschijnsel waarschijnlijk allang, maar ik niet, omdat ik nog pas kort soes.

3 reacties

Opgeslagen onder Dromen, Persoonlijk

Geen muziek

Nee, ik geef volgende week geen orgelconcert in Lelystad, het is maar dat U het weet. Ik kan namelijk helemaal geen orgel spelen; zelfs niet een klein beetje.
.
Kennissen van me kwamen – in de droom – aanzetten met een poster waarop precies dat werd aangekondigd: een orgelconcert van mij in Lelystad. Anders dan in het geval van de bokswedstrijd in Kirchhain werd ik niet meteen wakker van de schrik, maar besloot de organisatoren van het concert te bellen. Die werden eerst kwaad en toen wanhopig en beweerden dat ik het had toegezegd. Volslagen onzin natuurlijk: soms ben ik te toegeeflijk en stem in met iets wat ik eigenlijk niet wil, maar dat kan hier niet het geval geweest zijn. Ik heb zelfs een hekel aan orgelspel, waarschijnlijk op grond van mijn jeugdervaringen in kerken. Het enige interessante wat ik aan het orgel in onze dorpskerk vond was de blinde man die de blaasbalg bediende. Elektrisch ging die toen nog niet.
.
Toch heb ik in mijn verleden wel valse beweringen en toezeggingen gedaan, maar dat was als kind. Bij de handel in jonge visjes liep alles nog verbazend goed af. Maar met Jan liep het verkeerd.
Het was nog op de lagere school. In de klas zat ook Jan, die ik aardig vond en met wie ik wel vriendje wilde zijn. Hij kreeg vioolles; toen beweerde ik dat ik ook op vioolles zat. Dat was dom natuurlijk, heel erg dom, want nu wilde Jan wel eens ervaringen uitwisselen en later zelfs samenspelen. Wat bedoeld was om mij nader tot Jan te brengen werd de oorzaak van een blijvende verwijdering, want om pijnlijkheden te voorkomen zag ik me genoodzaakt hem uit de weg te gaan. Waarheid moet je leren.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dromen, Muziek, Persoonlijk

Mini-herinnering: onrecht op school

Het was in de zesde klas van de lagere school. We moesten een som maken. Dat deed ik met inkt op het tafeltje waaraan ik zat, en toen ik de uitkomst had schreef ik die op en wiste de bewerking uit met spuug.
De meester bleek echter niet alleen geïnteresseerd in de uitkomst, maar ook in de bewerking, en die was er dus niet meer. Ik wilde niet toegeven dat ik die op het tafelblad had geschreven, in de aanname dat zoiets streng verboden was, en stond met de mond vol tanden.
Daarop meende de meester dat ik het antwoord van mijn bankgenoot Bob had overgeschreven, wat beslist niet waar was!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Nederland, Persoonlijk, Vroeger

Miniherinnering: de tantes in Dordt

Ineens dacht ik eraan hoe ik als jongen soms mijn oudtantes J. en C. uit de brand hielp met hun radio. Radio Hilversum 1 en 2 zonden uit op de middengolf, op 402 en 298 meter als ik mij wel herinner. De ene zender was sterker dan de andere; daarom wisselden de verschillende zuilen terwille van de rechtvaardigheid om de paar maanden van zender. De tantes waren gereformeerd en luisterden dus uitsluitend naar de NCRV, die nu eens op 402m dan weer op 298m te ontvangen was. Ze waren zelf niet in staat die zenderwisseling op hun toestel uit te voeren, dus als ik in de buurt was deed ik dat voor hen.
.
De zusters woonden samen in een klein huisje aan de Krommedijk in Dordrecht. Tante C. was nooit getrouwd; tante J. was ooit verloofd geweest, maar het was uitgeraakt, of de jongeman was gestorven, en daarna was er niemand meer gekomen. J. had als huishoudster en gezelschapsdame gewerkt; waar C. van leefde weet ik niet. Ze trokken ook rente van een piepklein kapitaaltje, en later van de bijstand vermoed ik. Zowel hun ongehuwde staat als hun onbemiddeldheid waren het gevolg van een ramp die zich in 1918 had voltrokken: toen stierf namelijk hun vader aan de Spaanse griep. Dat betekende dat er weinig geld meer was en de meisjes dus geen interessante huwelijkspartners meer waren voor burgerlijke kandidaten. Beneden hun stand trouwen was ook niet ideaal; dat was wat hun zuster, mijn grootmoeder deed en makkelijk was dat niet. (Maar ze heeft zich kranig gehouden.)

1 reactie

Opgeslagen onder Nederland, Persoonlijk

Soezen

‘Hoe lang nog, luiaard, zul je blijven slapen, wanneer kom je uit bed? Nog even dan? Nog even slapen, nog een beetje rusten, een ogenblik nog blijven liggen?’ De bijbelschrijver (Spreuken 6:9–10) moedigt dit niet aan: er moet gewerkt worden, anders ligt de armoe op de loer.
.
Voor mij geldt dat niet: mijn pensioen komt toch wel, of ik langer of korter slaap doet er niet toe. Ik sluimer en soes tegenwoordig wel twee uur per nacht. Dat is niet omdat ik lui ben en geen zin heb om de koeien te melken of het graan te dorsen, maar omdat er iets is veranderd in mijn slaappatroon. Vroeger ging ik om twaalf uur op bed liggen, viel als een blok in slaap en werd om zeven uur in precies dezelfde houding weer wakker, vrijwel altijd dromeloos. Tegenwoordig lig ik nog steeds van twaalf tot zeven in bed, val snel in slaap, maar word meestal om een uur of vijf wakker. De twee uren die nog resten breng ik soezend door. Ik word vanzelf helemaal wakker om 6:59 en zet de wekker af, die op zeven uur staat, luister naar het nieuws en begin met de dag.
.
Overdag ben ik niet moe, dus vijf uur slaap schijnt genoeg te zijn. Maar die twee uur ‘blijven liggen’ zijn waarschijnlijk toch nodig voor het lichamelijk welzijn. En anders toch zeer gewenst om wat er door mijn hoofd gaat.
.
Wie slaapt, verwerkt het vooraf geleefde door te dromen. Soms wordt hij zelf zo’n droom gewaar, maar dat gebeurt niet zo vaak en het duurt ook maar heel kort. Tijdens het soezen daarentegen ben je bij bewustzijn en gaan er de hele tijd gedachten en vooral herinneringen door het hoofd. Ik bezoek weer bepaalde plaatsen waar ik ooit was, soms lang geleden, ontmoet personen, hoor flarden van gesprekken, kortom: haal herinneringen op. Alles veel realistischer dan echte dromen, want het is ‘echt gebeurd’—al zal de geschiedschrijver in je hoofd onvermijdelijk vertekeningen aanbrengen. Zo houd je je boeltje bij elkaar, blijf je wie je bent. Soms denk ik ook wat na, maar nooit erg diepgaand. Wel mengen zich kort voor zevenen voornemens, of liever ingevingen door de herinneringen: er wordt min of meer beslist wat ik vandaag zal gaan doen, of waar het te schrijven stukje over zal gaan. Bij het ontbijt zie ik ook mijn agenda liggen, met misschien afspraken of verplichtingen erin. Geheel vrij om de ingevingen van de nacht te volgen ben ik dan niet meer, maar er is goed mee te leven.

Naar Soezen 2.0

2 reacties

Opgeslagen onder De mens, Dromen, Gezondheid, Pensioen, Persoonlijk

Lopen in Marburg

Als de brug weer open gaat zal ik zo’n OV-Jaarkaart voor bejaarden nemen, temeer daar deze binnenkort de mogelijkheid biedt met trein, bus en tram gratis door heel Hessen te reizen.
.
Toen de brug nog dicht was ging ik vaak te voet naar de stad, en dat was mijn redding, want voor het volledige herstel van mijn knie en ook voor de verdere gezondheid moest ik veel lopen, terwijl ik eerlijk gezegd veel meer tot fietsen geneigd ben. Nu wordt de verleiding groot dat ik mij per bus ergens heen laat karren en minder loop. Toevallig is het zo dat de gang naar de binnenstad grotendeels uit een lelijke en onaangename weg bestaat. Op de fiets merk je dat nauwelijks, dan is zo’n brede weg juist wel praktisch, maar als je te voet gaat is het niet prettig. Een oplossing: ik stap hier in de bus naar de stad en begin daar (of ergens anders) te lopen. Ja, zo moet het gaan. Zo kom ik weer eens ergens.

1 reactie

Opgeslagen onder Marburg, Persoonlijk

Mini-herinnering: Mandarim Pai

Bij het wakker worden zag, voelde en rook ik ineens dat sigarenkistje van Suerdieck: Mandarim Pai.


Braziliaanse sigaren ja. Zeer donker, en in bruinachtige cellofaantjes individueel verpakt.

Vroeger rookte ik pijp, maar af en toe genoot ik voor de afwisseling een sigaar. In Cairo had je, in het kader van de socialistische vriendschap, van die lekkere en vriendschappelijk geprijsde Cubaanse sigaren. De pijptabak was Three Nuns, onbeschrijfelijk welriekende schijfjes, die je stapelde in de pijp. Die was erg duur in Nederland (genotsbelasting?), maar in België niet, zodat ik in de vakanties regelmatig naar Baarle Hertog fietste om weer een flinke voorraad in te slaan. In 1986 hield ik op met de pijp, hij smaakte me niet meer en ik werd er soms licht onwel van. Pas met terugwerkende kracht heb ik begrepen hoeveel helderheid van hoofd ik mij al die jaren had onthouden. Alle pijpen en toebehoren achtergelaten in Barcelona, waar ik toevallig was. Later nog enkele terugvallen gehad, die dan de vorm van een sigaar aannamen. Nu al heel lang niet meer. Maar nog altijd kan ik met plezier de etalages van een goede sigarenzaak bekijken, en ook tabaksgeuren zijn mij dierbaar.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk

Niet meer van deze tijd

Ergerlijk: ik dacht dat ik het naslagwerk van Ibn al-Athīr over de metgezellen van de profeet, Usd al-ghāba (‘De leeuwen van het woud’) zelf bezat, maar dat blijkt niet het geval. Straks maar even naar de bibliotheek dan. O nee, toch niet, want zoëven kwam het boek toevallig langs op het internet, in de editie Cairo 1869–71, maar met een handige index uit 1923. In tien tellen had ik de gewenste pagina’s voor me.
Dat ik dat telkens weer vergeet! Ik wéét het wel, er zijn hele bibliotheken online, vooral oudere boeken, maar ik denk daar vaak niet aan.
.
Dan moet ik maar apart een eindje gaan wandelen, want een beetje lichaamsbeweging moet ik toch hebben.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Gezondheid, Persoonlijk

Postzegels

Steeds vaker kijk ik met welbehagen naar de haarscherpe foto’s van postzegels die mij ongevraagd worden toegezonden. Ik zocht eens een afbeelding van een bepaalde postzegel, en sindsdien denkt Pinterest dat ik een filatelist ben. Misschien word ik dat ook wel weer, maar ik hoef de zegels niet te bezitten. Kijken is genoeg.
Tot mijn zeventiende ongeveer spaarde ik fanatiek postzegels. Dat ik ze nu weer leuk vind, na jarenlang niet, zal wel te maken hebben met een teruggrijpen op de jeugd.
De postzegelarij bracht enige eigenschappen van mij aan het licht. Om te beginnen was ik door en door koloniaal. Natuurlijk had ik wel postzegels van Nederland, maar de echte thrill kwam toch van de zegels uit Indië. En nog spannender waren die uit de Britse koloniën. Engeland had zoveel gebieden en eilanden, en ze namen de moeite om voor ieder eilandje aparte postzegels te maken. Het idee, een postzegel van de Falkland Islands die afgestempeld was, die ooit op een echte brief gezeten had: een uiterste zeldzaamheid. Ik zag het ook meteen voor me; hoe zo’n eenzame schaapherder daar een brief schreef aan zijn tante Georgina in Schotland, of een missionaris in Nyassaland onder een petroleumlamp, vloekend omdat de zegels in dat klimaat zo op elkaar kleven.
Door en door slecht was ik ook. Van drie mensen heb ik postzegels gestolen uit de albums die ze mij in vertrouwen lieten doorbladeren. Een hoogte- en tevens dieptepunt was een vervalsing die ik maakte en voor ƒ 10,- verkocht. In 1963 was dat geld, voor een jongen. Een hele postzegel vervalsen kon ik natuurlijk niet, maar wel kon ik met een fijne stift de opdruk JAVA aanbrengen op een goedkope zegel. En wat een triomf toen de koper erin trapte!
Ik was jong en mijn geweten was nog niet gerijpt. Mijn zedelijkheid bestond toen in de opvatting dat alles was toegestaan zolang je niet werd betrapt. Nu is dat anders hoor: U kunt met een gerust hart uw albums aan mij toevertrouwen. Het geweten kwam toen ik omstreeks twintig was; het koloniale ging eraf na mijn eerste bezoek aan Egypte.
Mooie postzegels zijn perfecte grafische werkjes, soms zelfs kunstwerkjes. Maar ik hoef geen kleurige afbeeldingen van paddenstoelen, voetbalteams  of schilderijen op de zegels. Nee, sober moeten ze zijn. De regerend vorst en hoogstens een enkel detail dat de kolonie in kwestie illustreert, of iets van het koningshuis.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dromen, Kunst, Persoonlijk

Scheiden doet lijden

Dikwijls krijg ik kort voor het wakker worden een onderwerp aangeleverd waarover ik iets moet of kan schrijven. Vandaag was dat een compleet overzicht over alle vrienden en vriendinnen die ik gehad heb en nu niet meer heb.
Het is niet prettig, deze opkomende neiging tot autobio en memoires. Het zal wel aan de leeftijd liggen. Ik zou zó kunnen gaan zitten om de ene na de andere oude vriendschap neer te schrijven, maar dat ga ik niet doen. Het zou niet fair zijn ten opzichte van die mensen, waarvan de meeste nog in leven zijn, en mijn eigen privéboeltje wil ik ook niet kwijt in het internet.
Vroeger, ja vroeger, in de tijd dat er nog met edelmetalen pennen op papier geschreven werd, toen kon je zoiets wel doen. Niemand zou die teksten immers ooit onder ogen krijgen? Hoogstens een enkele nabestaande, die de zaak zonder begrip bij het oud papier zou gooien. Maar electronisch moet je je niet te zeer blootgeven. En aan de openbaarheid van dat internet, van dat blogwezen ben ik toch gehecht geraakt, hoewel het tot een beperking van de schrijfonderwerpen heeft geleid.
.
Nou vooruit, twee oude vriendschapjes dan, uit de grijze voortijd.
Mijn eerste vriendje heette Peter, we genoten samen het Fröbel-onderwijs. Zo’n kleuterschool kan best desolaat zijn, maar met Peter kwam ik de dag wel door. We speelden de hele dag samen: zandbak, blokkendozen, de hele handel. Op een dag kwam Peter niet meer. Nooit meer. Dood, ziek? Ach nee, waarschijnlijk gewoon verhuisd, maar niemand had de moeite genomen mij dat te vertellen en me daarop voor te bereiden, en mijn verdriet was groot, vrijwel onoverkomelijk.
.
Margje woonde bij ons in de straat, twee huizen verderop. Wij hadden dus dezelfde weg naar de lagere school en we liepen altijd met elkaar op en ook weer terug. Onder tienjarigen lag dat sociaal wat moeilijk: het hoorde niet dat jongens omgingen met meisjes. Maar wat zou het, we mochten elkaar en ons samen optrekken was bijna een geografische noodzaak. Als we apart naar en van school waren gelopen was dat toch bizar geweest?
Op school en na school gingen wij niet met elkaar om, maar we waren toch zeer aan elkaar gehecht. Het kwam dan ook als een slag toen ik te horen kreeg dat Margje ging verhuizen, en wel naar Lobith. Haar vader was iets bij de douane. Ik zocht manieren om haar na te reizen, maar vond er geen. Lobith is ver voor een kind. Het scheidingsleed is blijkbaar langzamerhand weggestorven, maar iets in mij stierf ook.
.
=======
.
Er zijn ook vriendschappen die eenzijdig zijn, waarvan de ene helft meer aan de andere gehecht is dan omgekeerd. Die passen niet onder bovenstaande titel, maar het wordt toch geen rubriek, dus vooruit maar: ik zal nog schrijven over Ad. Dat was een studiegenoot in Leiden, met wie ik niet bevriend was. Ik mocht hem niet bijzonder maar had ook geen hekel aan hem. We zochten elkaar wel eens op: om praktische redenen misschien, omdat er iets te bespreken viel, of gewoon omdat studenten nu eenmaal altijd bij elkaar in en uit liepen. Op een keer zat hij in mijn kamer toen ik ineens helemaal niet lekker werd. Iets van maag-darm; iets verkeerds gegeten misschien? Tsjonge wat was ik beroerd, ik kon niks meer en zag me gedwongen op bed te gaan liggen. Eén, twee dagen ziekjes; toen heeft Ad me een beetje verzorgd, en toen het beter ging kwam hij nog kijken hoe het met me ging. Dat was heel aardig van hem.
Maar dat gaf hem het idee dat we nu intiem bevriend waren en vaker met elkaar moesten omgaan. Uit pure dankbaarheid voor zijn goede zorgen ging ik daar een eind in mee, maar al gauw ontstond er een situatie dat ik niet meer van hem afkwam. Wat was die jongen saai, de verveling in persoon; ik werd steeds ongelukkiger met hem. Gelukkig ging hij zich verloven; toen kwam ik van hem af. Aan zijn verlovingsfeest heb ik nog vage herinneringen: een wit huis in Den Haag, drankjes in de tuin, keurige mensen allemaal, maar wat een verschrikking. Die verloofde had ik al eerder ontmoet: een welgestelde, goed uitziende klont ijs. Ook op het feest kon ik tussen haar en Ad geen enkele liefde ontwaren, geen warm gevoel, en romantisch als ik was: ik vond dat verloofden van elkaar moesten houden! Dat zulke verbintenissen überhaupt mogelijk waren. Nu ja, daarna heb ik geen van beide ooit nog weergezien.

3 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk