Categorie archief: Persoonlijk

Mannen, vrouwen

Onlangs nam ik deel aan een koorweek in Freckenhorst. Vijftig personen, waarvan ik er vijf vagelijk kende en de anderen helemaal niet. Wat doe je dan? Je gaat bij een groepje zitten met koffie drinken of bij het eten en maakt hier en daar een praatje tot je wat meer mensen leert kennen.
Gewoontegetrouw zocht ik eerst aansluiting bij de mannen. Maar die vond ik ineens zo vervelend: praten over auto’s en dat eeuwige one-upmanship, bah. Hoewel ik later in de week alsnog twee, drie interessante mannen ontdekte was dit voor mij aanleiding om mij eens wat meer onder de vrouwen te begeven. Die hebben, zo kwam het mij voor, een grotere bandbreedte van gespreksonderwerpen. Als het over kleren of kamerplanten gaat wend je je even af, maar er blijven genoeg onderwerpen over; bovendien zijn of lijken ze spraakzamer in het algemeen.
Het was natuurlijk niet zo dat ik nu pas vrouwen en hun eigenschappen ontdekte. Wel ontdekte ik dat het contact met vrouwen nu anders is. Nu ik zo oud geworden ben is de erotische spanning, of juist het ontbreken daarvan, of de storende aanwezigheid daarvan, of de onwenselijkheid of ongepastheid daarvan, geheel weggevallen en staat niet langer een ontspannen vriendschappelijk contact in de weg. Van mens tot mens.

3 reacties

Opgeslagen onder De mens, Persoonlijk

Droom van Oriënt

Hoe ik ertoe gekomen ben, oriëntalist te worden, werd mij gisteren gevraagd. Ten grondslag aan zowel de oriëntalistiek als het oriëntalisme ligt misschien altijd de oosterse droom.
.
Mijn ouderlijk huis was op loopafstand van het Tropenmuseum in Amsterdam. Na de verplichte kerkgang op zondagochtend ging ik vaak ’s middags naar dat museum. Daar was vaak iets te doen: Indra Kamajoyo danste er bij voorbeeld, of er werden Javaanse sproken voorgedragen, over Kancil het guitige dwerghert, of iets uit de Mahabharata. Het mooiste was als een enkele keer het gamelanorkest speelde, eventueel met wayangspel. Toen ik wat ouder was zoog ik mij vol aan de oriëntalistische boekhandel die daar was.
.
Na verloop van tijd wist ik het: ik wilde naar Indonesië om iedere nacht de gamelan te horen spelen. Dat er ook brood op de plank moest hield me niet bezig. De beste manier om ernaar toe te werken leek me Indonesische Taal- en Letterkunde te gaan studeren. Dat zou in Leiden moeten gebeuren en ik wilde niet uit Amsterdam weg. Maar om Indonesisch te studeren moest je vroeger eerst Arabisch en Sanskriet gedaan hebben, en Arabisch kon in Amsterdam, dus als ik daar dan eens mee begon … . In dat Arabisch bleef ik hangen, hoewel het Midden-Oosten helemaal niet mijn droomwereld was. Maar bij Arabisch hoorde voor het kandidaatsexamen ook Hebreeuws; dat lag me wel, dus ik vond het goed zo. Later kwam ik toch in Leiden terecht, waar ik nog drie jaar Indonesisch en klassiek Maleis gestudeerd heb. Sanskriet was inmiddels geloof ik afgeschaft, Javaans was me toch te lastig en mijn hoofdvak werd Arabisch. Egypte, waar ik terecht kwam, was allesbehalve een oosterse droom, eerder een obsessie. Na Egypte heb ik nooit meer aan Nederland kunnen wennen en ik ging nog vaak ‘terug’.
.
Waarom dat gedroom? Het was heel eenvoudig: ik was niet gelukkig met mijn werkelijke omgeving en wilde dus weg. Van koloniale verlangens was helemaal geen sprake. Ik wist best dat we Indië niet meer ‘hadden’ en hoorde om mij heen genoeg praten over het onaangename heerschap Soekarno, dat daar nu de scepter zwaaide. Maar dat doorbrak de droom niet.
.
Dromen was niet het enige wat ik deed: ik ging ook gewoon naar school, luisterde naar Europese muziek en leidde een normaal leven. Maar die oosterse droom was sterk genoeg om een groot deel van mijn verder leven te bepalen, al was hij niet gericht genoeg om mij naar Indonesië te brengen.
.
Er waren ook Nederlanders die gerichter droomden en het gewoon deden. Bernard IJzerdraat (1926–1986) slaagde er gedurende de oorlog in met grote volharding zelf gamelaninstrumenten te bouwen, waarop hij met zijn groep Babar Layar o.a. in het Tropenmuseum uitvoeringen gaf. In 1956 vertrok hij naar Indonesië, waar hij onder de naam Suryabrata verder leefde als hoogleraar in de musicologie. De huidige hoogleraar Javaans in Leiden Ben Arps liet zich in Surakarta opleiden tot dalang (wayangpoppenspeler).
===============
Er bestaat of bestond in het Midden Oosten ook een droom van het Westen. De studenten in Egypte wisten het indertijd zeker: in Europa hoef je maar een bar binnen te lopen of je wordt aangeklampt door bereidwillige jonge vrouwen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Orient, Persoonlijk

Meer licht

De TL-buis in de ondergrondse garage had al ruim een jaar geleden de geest geven. Eerst gaf hij steeds minder licht, toen flakkerde hij alleen aan de uiteinden nog een beetje en toen helemaal niet meer. Het gaf niet: ik had allang geleerd op de tast het sleutelgat te vinden van de ketting waarmee ik, bijna op de grond, mijn fiets ergens aan vastbind.
Nu heeft Woningbeheer een nieuwe TL-buis geplaatst die een zee van licht verspreidt in de donkere hoek waar ik mijn plek heb. Ik zíe nu ook het sleutelgat en kan de sleutel er makkelijker in duwen.
Ach ja, natuurlijk: een nieuwe TL-buis. Het verbaast mij soms van mij zelf hoe weinig ik lijk te geloven in de mogelijkheid of wenselijkheid, mijn omgeving te veranderen. Het is zoals het is; niets aan te doen. Ik had toch ook zelf Woningbeheer kunnen bellen? Dat heeft nu waarschijnlijk een medebewoner gedaan, of ze hebben een ronde gemaakt. Ik weet best dat zo’n buis vervangen kan worden en dit gebouw wordt goed beheerd. Maar blijkbaar interesseert zoiets mij helemaal niet.

3 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk

Bandenspanning

Mijn twee fietsen plus de auto hebben samen acht banden, die af en toe opgepompt moeten worden. Dat is een klusje van niks. Ik heb een mooie internationale fietspomp, die het gebruik van een verloopnippeltje voor Franse ventielen overbodig maakt. Met de autobanden was er een tijdlang een moeilijkheid, omdat ik de hoge piep bij het bereiken van de gewenste spanning niet meer goed kon horen. Maar tegenwoordig heeft het Esso-tankstation een moderne pompinstallatie, die de spanning toont op een display. Probleempje vanzelf verdwenen.
.
Het kwarweitje is dus op zich niet de moeite om over te praten. Bij mij is er echter iets anders aan de hand. Ik heb ‘een dingetje’ met banden pompen; heet dat niet zo? Het is geen neutrale bezigheid. Toen ik nog klein was zag mijn vader er streng op toe dat ik regelmatig mijn fietsbanden oppompte. Hij begon daar vaak over en oefende druk uit. Alleen al daarom heb ik een hekel gekregen aan banden pompen. Het grootste deel van mijn leven trad dat niet zo op de voorgrond, maar nu ik oud geworden ben komt het boven. Schuldgevoelens als ik lang niet hebt gepompt. Twijfel: zouden ze nog wel hard genoeg zijn? Maar ook de kont tegen de krib: nee, ik ga gewoon op zachte(re) banden; wat kan mij het schelen.
.
Mijn oude moeder vertoonde bij bepaalde werkzaamheden soms een dergelijk gedrag, waarbij te vermoeden was dat háár moeder daar weer achter zat.
.
Opgevoed worden kan ik alleen maar ontraden.

2 reacties

Opgeslagen onder Auto, Fietsen, Persoonlijk

Angstfoto

 

De man op de voorgrond lijkt het uitzicht te genieten, maar mij boezemt mij deze foto angst in.

Hij komt overeen met de angstdromen die ik soms heb, waarin de dreiging uitgaat van een grote watervlakte.

De onafzienbaarheid … . Misschien komt het omdat ik de watersnood van 1953 heb meegemaakt. Als jongetje werd ik met een auto van het Rode Kruis uit het rampgebied weggehaald. De auto reed over een dijk en heel het omringende land stond onder water.

Hier komt de hoogte er nog bij,

 

1 reactie

Opgeslagen onder Dromen, Persoonlijk

Doppelkopf

John Elliot Gardiner wordt overmorgen vierenzeventig. Terwijl ik nog ik bed lag en mijn knie-oefeningen deed vertelde de radio over hem. Hij blijkt niet alleen de wereldberoemde dirigent te zijn, maar is tevens eco-boer. En niet maar zo’n beetje, als iemand met een buitenhuisje en wat hobby-dieren. Nee, niet alleen ecologisch, maar ook economisch verantwoord runt hij een flinke boerderij met meer dan honderd koeien en nog wat schapen. Als je net in Londen een symfonie van Schumann gedirigeerd hebt, zo zei hij, is het heel ontspannend bij Kimberley, Clara en de andere lievelingskoeien te zijn.
.
Gardiner zou dus in aanmerking komen voor het radioprogramma Doppelkopf van de Hessische Rundfunk. Iedere middag, jaar in jaar uit, wordt daarin iemand geïnterviewd en in het zonnetje gezet die twee dingen goed kan. Een rechter die tevens muziek maakt, een schilder die tevens een sportheld is, dat soort mensen.
.
Dit programma heb ik in de loop der jaren dikwijls beluisterd. Soms gefascineerd, soms verveeld als het activiteiten betrof die ik niet waardeer, of als de muziekkeuze van de geïnterviewde ongenietbaar was, maar vaak ook gewoon jaloers. Potverdorie: terwijl ik zelf nauwelijks één ding goed kan heb je daar mensen die er twee beheersen. En iedere dag weer een ander! Er is blijkbaar een onuitputtelijk reservoir van energieke, capabele, multi-getalenteerde mensen.
.
Zelf ben ik de laatste tijd ook een beetje tweehoofdig. Nog altijd ben ik arabist; daarnaast leer ik zingen. Maar in geen van beide activiteiten ben ik op een niveau dat deelname aan zo’n radioprogramma zou rechtvaardigen, om van de wereldklasse van Gardiner nog maar te zwijgen. Dat steekt soms, dat maakt me jaloers. U hoeft het me niet uit te leggen: je moet nooit vergelijken, iedereen heeft zijn eigen waarde en jij bent toch ook goed? Maar toch, soms.
.
Een ander pijnlijk punt is de leeftijd. Vierenzeventig wordt Gardiner, en hij dirigeert en melkt nog dat het een aard heeft. Ik ben pas zeventig, —word éénenzeventig — en ben vaak moe en kan dingen duidelijk minder goed dan vroeger: Arabisch, koken, lopen, fietsen, klusjes in huis. Dat is blijkbaar normaal en hoort bij het ouder worden. Aan de pannenlappen die mijn tante Jo altijd haakte, en waarmee zij ook het Koninklijk Huis verblijdde, was duidelijk de neergang te volgen. Haar laatste pannenlap, die nog lang in mijn bezit was, droeg de dood al in het gezicht. En hebt U dat wel eens gezien in zo’n bejaardenhuis: de schilderstukjes, die de bewoners op hun zoveelentachtigste nog hebben gemaakt en trots in de conversatiezaal hebben laten ophangen? Niet om aan te zien. Maar zo’n Gardiner gaat maar door, geen vermoeidheid of afstomping te merken; integendeel. En er zijn er meer zoals hij. Terwijl normale mensen gewoon oud worden is er een minderheid van topfitte genieën.
.
Ben, of was, ik dan geen uitstekende arabist? Ja en nee. Gemeten aan de huidige desolate staat van de alfa-opleidingen ben ik natuurlijk knettergoed, juist omdat ik zo oud ben. Ik heb een opleiding gehad die jonge studenten zich niet eens meer kunnen voorstellen, en wat een algemene ontwikkeling! Maar binnen mijn eigen generatie was ik nooit bijzonder geniaal: in schoolcijfers uitgedrukt een zeveneneenhalf, soms een acht. Ik heb dan ook maar weinig wetenschappelijke publicaties. Wetenschappelijk onderzoek was voor mij altijd een keurslijf, wat ik pas na mijn pensionering onder ogen durfde te zien. In onderwijs, daarin was ik wel goed. Dat komt niet voor de radio, maar er lopen nog minstens honderd personen rond die wat aan mijn onderwijs hebben gehad. En dat was het dan. Een lievelingskoe heb ik niet.

 

3 reacties

Opgeslagen onder Pensioen, Persoonlijk

Verloren posten

Zoëven heb ik weer eens gedroomd dat ik ontslagen werd aan de VU. Het was nogal smartelijk en gedetailleerd ditmaal: de overname van de werkkamer door iemand anders, op straat lopen zonder te weten waarheen, enzovoort.
Allemaal onzin: ik ben in 1996, na jaren ontslagdreiging, niet ontslagen maar heb ontslag genomen, heb zevenendertig jaar onafgebroken als arabist gewerkt in Leiden, Amsterdam, Frankfort en Marburg, en geniet dientengevolge nu een behoorlijk pensioen. Een levensloop die menig academicus me zal benijden.
Wel heb ik twee maal de onttakeling van een studierichting meegemaakt, die in beide gevallen nogal lang duurde en waarbij ik als laatste het licht moest uitdoen. In Marburg werd niet het instituut opgeheven, maar verzandde wel het klassieke Arabisch.
.
Al dat opheffen geschiedde in groter verband: de alfa-vakken leveren geen rendement op, dus die konden veel kleiner. Eigenlijk viel het voor de ‘kleine letterenvakken’ in Nederland lange tijd nog mee, omdat er tien jaar lang bijzondere bescherming geboden werd. Maar daarna begon ook bij Arabisch de kaalslag. Voor zover ik kan overzien is in Nederland het vak alleen nog in Leiden op volle sterkte aanwezig. In andere steden niet meer, of sterk beknot. In Duitsland komt alles pas tien jaar later. Alles is er nog, maar op veel plaatsen wel erg uitgehold: halve banen, onderbetaalde assistentschappen enz.
.
Zowel aan de VU als in Frankfort werd de wetenschappelijke semitistiek/arabistiek opgeheven. Maar kort daarna werd in beide universiteiten islamitische ‘islamwetenschap’ ingevoerd. Hoewel het beter is imams hier op te leiden dan ze uit het buitenland te halen kan ik mij daarover niet verheugen, omdat het theologie is en vele dingen dus niet gezegd mogen worden. Om maar iets te noemen: de invloed van de Grieks-Romeinse cultuur op de oude Arabieren wordt geloochend; de biografie van de profeet wordt voor zoete koek geslikt en de aan hem toegeschreven uitspraken heeft hij werkelijk gedaan. Daar pas ik niet bij.
.
De opheffing van het instituut in Frankfort was overigens wél verheugend. In 2007 werden namelijk in de deelstaat Hessen de ‘kleinere letterenvakken’ samengevoegd en in de drie universiteiten geconcentreerd. In Marburg kwam (vrijwel) alles terecht wat met het Midden-Oosten te maken had, en dus ook ik. Dat was geen bezuinigingsmaatregel; integendeel, er werd een groot en vorstelijk gefinancierd instituut opgezet, met zeven professoren en als ik het wel heb veertig medewerkers. Het bloeide en gedijde en het was een mooie tijd. Alleen was er na mijn pensionering geen plaats meer voor iemand die die ouwe boel las en onderwees. Liever nog eens Arabische lente of salafisme enzo, en waarom zou iemand klassieke poëzie lezen, of de koran in het origineel? Wie zou daar in vier jaar studietijd nog aan toe komen, als er ook nog gewerkt moet worden om wat geld te verdienen? Ik heb dus ook in Marburg op een verloren post gewerkt, maar het geeft niet hoor, ik heb toch heel wat mensen wat mee kunnen geven.
.
Ooit was de arabistiek hulpwetenschap bij de bijbelwetenschappen. In de koloniale tijd bestudeerde men Arabisch en islam bovendien om islamitische koloniën beter te kunnen besturen. In de jaren zestig, zeventig van de twintigste eeuw brak het besef door dat in het nabijer gekomen buitenland Arabisch en Turks werd gesproken, en dat er intussen ook steeds meer Marokkanen en Turken in ons land woonden, wat de bestudering van de betreffende vakken vanzelfsprekend maakte. Men probeerde afscheid te nemen van de oude, koloniaal gekleurde oriëntalistiek en de studie van het vreemde op nieuwe manieren aan te pakken. Tot er een omslag kwam en het verlangen opkwam, juist liever niets over het Midden-Oosten te weten, en vooral niets over de islam. Het ‘islamdebat’, dat nu al ruim vijftien jaar woedt, blijkt immers veel makkelijker te verlopen als je er niets over weet. Bovendien bombardeert het prettiger als je niet precies weet waar je bommen terecht komen.
.
Mijn oude vak houdt mij nogal bezig de laatste tijd. Ik zal er af en toe eens een stukje over plaatsen. Dit was een begin.

3 reacties

Opgeslagen onder Arabisch, Dromen, Islam, Marburg, Nabije Oosten, Nederland, Orient, Persoonlijk

Des mulders lust

Dat was even een impasse in het zingen. Het was paasvakantie, dus twee weken geen les. Schumanns cyclus Dichterliebe hadden we door; de laatste twee liederen waren eigenlijk iets te moeilijk voor mij geweest. Nu ja, het gaat sowieso om een eerste kennismaking met de literatuur; van een behoorlijke uitvoering met andere mensen erbij kan nog lang geen sprake zijn.
.
Maar nu was Schuberts Schöne Müllerin aan de beurt, en het eerste lied daarvan, Das Wandern ist des Müllers Lust, is eigenlijk een stuk gemakkelijker. Ja, het is doodsimpel en ik ken het al zestig jaar in ettelijke uitvoeringen, dus wat lette me? Maar in de praktijk bleek het juist steeds moeilijker te worden: die eenvoud is bedrieglijk, mijn strot kneep zich steeds dichter bij dit lied en toen ik het vanmiddag op les zou voordragen klonk het erbarmelijk. Geen wonder, want vanmorgen in bed voelde mijn keel al rauw aan, het leek wel of ik verkouden was, maar dat was niet zo: achteraf gezien was het gewoon zelfsabotage.
.
Op zo’n moment is mijn leraar onbetaalbaar. Die gaat dan eerst aantonen dat mijn stem niet weg is maar geheel ter beschikking staat; hij trekt die strot weer vlot met kleine oefeningetjes: zing het hele lied nu eens op nej nej nej, spreek de woorden gewoon eens uit, doe die eerste twee a’s eens voor in de mond; als die achter in de keel schieten is de rest ook verloren. En spreek zonder de lijn los te laten, zodat het niet hakkerig wordt en je steeds weer opnieuw moet beginnen. Tenslotte nog een paar regels op wuiya, en dan op noten en op tekst. Na een poosje ging het wel, maar het klonk wat afstandelijk. Toen had de leraar een ander idee: kijk dat lied thuis nog maar eens door, dan doen we nu even het tweede lied: Ich hört’ ein Bächlein rauschen. Dat kende ik ook wel van horen—wie kent het niet? O Bächlein, sprich, wohin?—maar ik had het niet ingestudeerd. Het werd dus een improvisatie. En ziedaar: dat ging ineens prachtig! De stem was er weer helemaal, en de bij de tekst horende gevoelens waren er ook.
.
Dit komt overeen met de ervaring van heel mijn leven: als je iets probeert, ergens je best op doet, gaat het gegarandeerd niet, maar zo spelenderwijs komt er soms best iets aardigs uit. Dat was  bij de wetenschap net zo: zwaar getob met betrekkelijk geringe resultaten, terwijl zo’n stukje voor een blog, ach, dat gaat wel.
.
Toch ga ik dat tweede lied voor volgende week instuderen; maar vooral niet te vlijtig!

1 reactie

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Wat te doen – vervolg

Vervolg op Wat te doen?

De zieken zullen wel weer beter worden, zodat er nog verder gezongen kan worden tot mijn stem het begeeft. En zelfs bij een totale instorting van WordPress of het Internet zijn er alternatieven te vinden voor mijn geschrijf, desnoods met een kroontjespen. Maar zo’n moment van stagnatie en twijfel geeft aanleiding tot even wat inhouden en bezinnen.
.
Zingen tot het niet meer gaat, dat is nogal eenvoudig, maar je niet laten verrassen als het ineens ophoudt.
.
Met het bloek doorgaan totdat dat niet meer kan, maar op een zacht pitje misschien. Ooit was ik ermee begonnen om mijn arme landgenoten wat tegeninformatie te bieden tegen het gezwatel over de islam van Wilders en de media, die inmiddels al vijftien jaar dezelfde onzin verkondigen, waar niemand ooit genoeg van lijkt te krijgen. In mijn onschuld meende ik toen nog dat kennis zou helpen en dat mensen graag iets meer zouden weten.
.
Eerder dan allerlei wetenswaardigheden over de oude Arabieren en moslims aan te bieden zou ik misschien moeten werken over wat Europa dwars zit: het onverwerkte verleden, in het geval van Nederland vooral Indië, de VOC en de WIC en de negentiende eeuw, en de omgang met het Buiteneuropese in het algemeen: oriëntalisme en oriëntalistiek. Rassenleer en migratiekunde zijn natuurlijk ook belangrijk, maar daar kan ik slecht over meepraten.
.
Er lijkt ook schot te komen in het opruimen van mijn boeken. Ik zou zo graag een lege woning hebben, maar zolang ik nog een beetje werk kan ik die vakliteratuur niet missen. Bovendien wil niemand die boeken hebben, voor geld niet en voor nop niet, en weggooien is ook zonde. Boeken weggooien kun je tegenwoordig beter aan bibliotheken overlaten. Maar nu was ik in contact gekomen met iemand van de Universiteitsbibliotheek in Mosul, Irak. Daar is de bibliotheek door de ‘Islamitische Staat’ volledig verwoest, en een aantal geëngageerde jonge onderzoekers spannen zich in om de restanten te redden en weer iets op te bouwen. Welnu, dát lijkt me nu de ideale bestemming voor mijn boeken. Er moet alleen nog een weg gevonden worden om het spul daarheen te krijgen, maar daar wordt aan gewerkt. Mocht het U interesseren kunt U eens hier kijken.
.
Het aardige is dat de persoon met wie ik in Mosul correspondeer, vroeger werkte aan de afdeling Oriëntalistiek van de universiteit. In Irak en Saoedi-Arabië waren/zijn er leerstoelen die de oriëntalistiek bestuderen, die gesticht zijn uit haat tegen mijn soort mensen. Maar dat is langzamerhand wel verleden tijd geloof ik. We kunnen elkaar gezellig een beetje pesten, bantering.

Naschrift 4 mei 2018: Die persoon komt nu naar Marburg! Zie hier.

1 reactie

Opgeslagen onder Literatur, Nabije Oosten, Persoonlijk, Universiteit

Wat te doen?

De griep heeft hier toegeslagen: niet zomaar het gebruikelijke wintergesnotter en gehoest, maar de echte griep, die wel twee of drie weken kan duren. Ik ben ingeënt en heb niets, maar mijn zangleraar is ziek en de koorleidster van mijn lievelingskoor eveneens. Dat betekent dat dezer dagen vele uren gemeenschappelijk of doelgericht zingen wegvallen. Natuurlijk kan ik in de badkamer doorgaan voor mezelf, maar dat is niet zo fascinerend.
.
Ook mijn bloek, Leeswerk resp. Lesewerk Arabisch geeft mij te stellen. Het wordt mij steeds duidelijker dat de techniek waarmee dat is opgezet verouderd is. Er ontstaan nieuwe … ik weet niet eens hoe dat heet. HTML kan ik begrijpen, maar CSS niet. Daarover had ik wel een cursusje willen volgen, maar dat wordt hier niet aangeboden. Een jonge nerd kent zoiets blijkbaar van nature. En nu wordt er weer gesproken van Calypso en Jetpack, allemaal weer totaal anders. Die begrippen naslaan in het internet is af te raden, want dan word je verpletterd onder onbegrijpelijke vaktaal.
Daar komt nog bij, dat het bijhouden van Leeswerk een hoop werk met zich meebrengt dat niets met schrijven te maken heeft. De inhoudsopgave moet gesaneerd worden, de kruisverwijzingen (links) moeten kloppen en af en toe worden bijgewerkt. Het is nu een beetje een zootje. Nu ik vandaag toch weinig zal zingen, nu het belastingbiljet de deur uit is en er nog andere dingen zijn voltooid, zou ik aan dat karwei kunnen beginnen, maar daar heb ik een uitgesproken weerzin tegen. Nog liever ga ik mijn boekenkast uitmesten of mijn sokkenpark uitdunnen dan zo’n rotklus uitvoeren.
Kortom, dat Leeswerk zou wel eens niet zoveel toekomst meer kunnen hebben.
.
Ik dacht dat ik me aardig met activiteiten had ingedekt, maar er is geen staat op te maken. Dan moeten er dus reservebezigheden worden gevonden. Over een paar dagen begint waarschijnlijk het fietsseizoen weer, maar dat is alleen ’s zomers. Weer nieuw denkwerk vereist.

Zie nu het vervolg.

2 reacties

Opgeslagen onder Pensioen, Persoonlijk