Categorie archief: Persoonlijk

In Parijs (2)

Blijvende namen: In Parijs had iemand het over de Rue du Bac. Ah ja, dacht ik, de Rue du Bac. Die herinner ik mij namelijk, heel goed zelfs. Daar moet ik ooit geweest zijn, iets te doen gehad hebben. Maar wát weet ik niet meer, en waar hij is weet ik ook niet. Alleen de naam is blijven hangen. Hetzelfde geldt voor de Rue de Rennes, Rue de Lille, Rue de Grenelle. In die laatste was een fijne kaaswinkel, maar dat is dan ook het enige wat ik me ervan herinner. De rest van mijn verleden in Parijs: uitgewist, gewoonweg effacé! Wat heb je dan aan een verleden? Waar zijn de mini-herinneringen als je ze nodig hebt? Ja, de Rue de la Glacière, daarvan weet ik nog veel, want daar was ik pas zes jaar geleden eens gelogeerd.

De namen van de metro-stations onthoud je ook. Je zit half versuft in zo’n trein en de namen glijden voorbij, worden omgeroepen en zetten zich vast in je geheugen. Solférino, Châtelet, St. Michel. De bizarre namen nog eerder dan de gewone: Sèvres Babylone, Réaumur Sébastopol, Denfert Rochereau. En de eindpunten, waar je op moet letten om in de goede lijn te stappen: Mairie d’Ivry, Porte des Lilas, Bobigny. Allemaal oorden waar ik vast nooit geweest ben, maar die toch bestaan.

In andere steden gaat het net zo: Camden Town, Royal Oak, Elephant & Castle, Monument (for Bank). En zelfs in Alexandrië: Ramleh, Camp de César, Ibrahimiye, San Stefano, Bacos.

Op den duur kom je nergens meer en blijven alleen de namen over. Die kun je dan voor je uit prevelen in de rolstoel.

Nieuw woord geleerd: Onglerie = nagelstudio, nagelsalon.

1 reactie

Opgeslagen onder Parijs, Persoonlijk

In Parijs (1)

Boeken: Tot mijn verbazing ben ik uit Parijs terug gekomen met drie vers gekochte romans: twee van Énard, één van Toussaint. Wat een onzin: ik koop tegenwoordig toch alleen e-boeken voor op de reader!? Bovendien bleek ik die ene van Enard al gelezen te hebben, maar dat was ik vergeten. Toussaint, Les Émotions, vergeef ik mijzelf wel: dat is bij uitgeverij Minuit zo mooi uitgegeven, dat het gedrukte boek ook een fysiek genot verschaft.
Blijkbaar was ik teruggevallen in een oude gewoonte. Als student ging ik vaak naar Parijs om in boekenstalletjes en antiquariaten te snuffelen. De Franse spoorwegen hadden indertijd een aanbieding: vijf dagen Parijs voor ƒ 99,–. Dat was ook voor een student af en toe wel te betalen. Je kreeg dan een hotel dat heel eenvoudig was, maar wel schoon en betrouwbaar. 
In mijn studentenomgeving waren we indertijd vervuld van Mario Praz, The Romantic Agony. Aan de hand van dat boek lazen we ons door de negentiende eeuw, en omdat Praz van mening was dat een literaire stroming het best te kennen valt via de slechtere vertegenwoordigers ervan lazen we ook veel rommel uit de sfeer van naturalisme, decadentie en symbolisme. De besproken boeken haalden we in Parijs en we waren opgetogen over een mooie vondst voor weinig geld. Maar natuurlijk kochten we ook de Franse klassieken, Stendhal, Balzac, Baudelaire, Proust, de hele handel.
Nu taal ik niet meer naar boekhandels, want ik koop e-boeken, of helemaal geen boeken. Toch was ik nog even bij de FNAC binnengelopen, uit de macht der gewoonte en omdat die zo dicht bij het hotel was. Maar als ervaring interessanter was het kleine antiquariaat waar ik ineens voor stond toen ik besloot van bus 21 op 27 over te stappen. Om moeizaam geloop te voorkomen deed ik dat in de rustige Rue Gay-Lussac, waar beide bussen stoppen. Acht minuten wachten, en kijk aan, vlak bij de halte was een etalage vol met precies die bizarre door Praz op de kaart gezette boeken. Ik zag (nu dure) uitgaven van Jean Lorrain en Joséphin Péladan: werken die ik ooit heb bezeten en jaren later walgend heb weggedaan, want dat waren wel echt beroerde boeken en daar is het leven te kort voor. Praz is trouwens ook al jaren de deur uit. Maar die etalage, dat was even een blik door een tijdvenster, naar meer dan vijftig jaar geleden.

Groen en bloemen: De terugdringing van de auto uit de stad heeft doorgezet in Parijs. Overal zijn fietspaden, die echt worden gebruikt, ook door de electrische autopeds, die nu minder op de trottoirs rijden. Hier en daar zijn stukken straat afgezet ten behoeve van kinderspeelplaatsen. Het leefklimaat doet buiten de grote verkeersaders weldadig aan, het openbaar vervoer is perfect geregeld. Ditmaal zag ik ook veel bloemen, ook aan de randen van boulevards waar volgens mij vroeger parkeerplaatsen waren geweest. En wat voor bloemen! Niet van die simpele bermbloemetjes uit zo’n zakje zaad, maar echt hoogstaande, smaakvolle bloemen en composities daarmee. Daar was over nagedacht. Helaas ken ik geen bloemennamen, maar het was een genot om naar te kijken. Wel was er een duidelijk verschil per arrondissement. In rijke buurten waren de bloemperken meer sophisticated dan in armere. De mooiste stonden bij het Petit Palais, waar ik een tentoonstelling heb bezocht.
Grappig waren de reclames voor auto’s op televisie. Zoals op ieder pakje sigaretten voor erge ziekten moet worden gewaarschuwd, zo is het in Frankrijk blijkbaar verplicht om er bij iedere autoreclame op te wijzen dat men ook kan gaan lopen, fietsen of het openbaar vervoer nemen.
Zelf neem ik graag de bus in Parijs. Zo’n ritje duurt twee maal zo lang als met de metro, maar de trappenhuizen en gangen in de metrostations zijn bezwaarlijk voor me geworden. En in de bus zie je nog wat.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Auto, Literatur, Parijs, Persoonlijk, Planten

Aan de wandel

In een indringende droom, die ik nog niet kwijt ben, heb ik een flink stuk gelopen. Het was in een wandelclub en we begonnen ten Oosten van de stad — maar dat landschap met veel water was volstrekt fictief. Ik maakte me zorgen: zal er niet een onoverkomelijk obstakel komen? maar dat viel mee. Onderweg moest er een keer een vrij groot hoogteverschil overwonnen worden. Dadelijk waren er helpende handen die mij omhoog hielpen, maar dat was niet eens nodig geweest, want ik had allang een strategie en een kleine omweg bedacht waardoor ik toch op dat rotsje had kunnen komen — zoals ik tegenwoordig in werkelijkheid zo vaak doe. Toen kwam er een loodrecht uit water oprijzende rotspartij, waarlangs géén pad was. De bedoeling was dat je met je voeten steeds steun zocht langs uitstekende stenen en je er dan langs wurmde. Het was al bijna alpinisme. Dat lukte de groep, en mij ook. Vervolgens kwam er een uitloper van een meer, waarover een loopbrug was gebouwd van bijna een kilometer lang. Hierover te lopen was gemakkelijk; ik had ook voldoende vertrouwen dat de brug niet zou instorten en kwam moeiteloos aan de overkant. Daar moesten we het laatste stukje toch nog door een grote plas water lopen; ik begreep dat mijn schoenen nat zouden worden maar dat was niet erg. Daar lokte al een uitspanning, waar een lunch geserveerd werd: groentetaart.

Momenteel kan ik door de slechte toestand van mijn niet geopereerde been helemaal niet zo ver lopen. In de droom deed ik steeds dingen die ik eigenlijk niet kan, maar die toch lukten. Om te beginnen lopen in een groep. In het werkelijke leven doe ik dat ongaarne, omdat ik altijd de langzaamste ben. Natuurlijk houden ze rekening met me en gaan ze ook wat langzamer lopen, maar dat houden mensen maar drie minuten vol en daarna gaan ze op een drafje verder, zodat ik mij moet forceren of achterblijven. Maar in den droom dacht ik steeds: als deze wandelaars het kunnen, kan ik het ook. De gelopen afstand was voor mijn doen geweldig lang, zeker vijf kilometer! En dan was er nog dat water. Hier was niet het lopen het probleem, maar de aanblik van een grote watervlakte en daar ‘middenin’ zijn, zelfs een beetje nat worden. Normaal beangstigt zoveel water mij altijd, maar ditmaal was het geen probleem. Ik voelde me gesteund door de groep, die dit ook durfde.

Voor een deel was dit misschien een wensdroom, voor een deel een aanmoediging. Blijft echter dat ik zo’n wandeling, zelfs in een tamme wandelgroep, nu niet (meer) kan.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dromen, Gezondheid, Persoonlijk

Mini-herinnering: levensredder?

Ik hoorde dat een oude collega uit Nederland is gestorven. Op gezette tijden vraag ik me af of hij mijn leven heeft gered, of toch niet? Nu ja, dankbaar was ik hem in ieder geval.

We waren in Edinburgh voor een congres. Voordat de zittingen begonnen maakte ik graag een wandeling, en op een dag voerde de wandeling naar wat een park heette. Dat bestond echter uit een steile heuvel en het was behoorlijk ruig terrein, heel anders dan een park in Nederland. Ik had stadsschoenen aan met gladde leren zolen. Ineens voelde ik mij wegglijden op het natte gras, in de richtig van een afgrond. Remmen leek niet meer mogelijk. Maar ineens was daar de bedoelde collega, ook aan de wandel, die mij bij mijn arm pakte en tot stilstand bracht. Een benauwd ogenblik.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk

Verdwenen uur

Om zeven uur luister ik altijd naar het nieuws. In bed; de radio staat naast mijn bed. Maar ’s zondags is er geen nieuws, dan wordt er een cantate van Bach uitgezonden, waar ik graag naar luister. Zo ook vandaag; ik lag klaar, de radio stond aan en ik wachtte tot het zou beginnen.

Vervolgens werd ik gewekt door het nieuws van acht uur. In slaap gevallen en niets gehoord. Het hele uur heb ik gemist, de cantate, maar ook de korte kerkdienst die daarna volgt, en die meestal wordt omlijst door luid klokgelui. Hoe kan dit?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Onblij type

Wat ben ik toch een rare gast. Als ik aan mijn onderzoeksproject werk en ik zoek lang zonder iets te vinden, dan ben ik een beetje bedrukt, en als het lang aanhoudt zelfs chagrijnig. Maar wanneer ik een voltreffer heb en iets interessants ontdek, zoals vanavond, dan ben ik niet blij, zoals misschien te verwachten was; nee, zelfs niet eens tevreden. Het kan me eigenlijk niet schelen.
Blij word ik van heel andere dingen.

2 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk

Regels

Als ik de garage onder mijn woning uitrijd doe ik altijd de richtingaanwijzer aan. Dat is nergens voor nodig: ik ben dan nog niet in het verkeer en er is niemand die er wat aan heeft, maar het gaat automatisch. In het verkeer doe ik het natuurlijk ook: op de fiets steek ik mijn hand uit bij het afslaan en met de auto de richtingaanwijzer. Ik kan het niet niet doen; zo ben ik domweg gedresseerd. Als ik schrijf pas ik de spellingregels toe; ook daarin ben ik gedresseerd, en nog aan allerlei andere regels houd ik me.

Jongere mensen doen vaak niet meer aan regels. In Amsterdam was het dertig jaar geleden al niet gebruikelijk zich aan welke verkeersregels dan ook te houden, en auto’s rijden er ook graag eens door rood. In Duitsland is het later begonnen, maar ook hier houdt men zich steeds minder aan regels. Op circuits rotondes worden vaak geen richtingaanwijzers meer uitgestoken, wat tot tijdverlies leidt bij chauffeurs die erop willen geraken, en als je door een groen licht rijdt word je soms onaangenaam verrast door iemand die nog door zijn rode licht wilde rijden.

Ik ben dus een gedresseerde aap, of een schaap, zoals de tegenwoordige wappies zouden zeggen. Het vreemde is misschien dat ik dat helemaal niet erg vind; integendeel, ik heb er veel gemak van. Toen die dressuur plaats vond, bij het leren fietsen en schrijven en autorijden, heb ik er niets van gemerkt en er zeker niet onder geleden. Maar voor de huidige generatie is alleen al het idee zich aan regels te houden onverdraaglijk.

Het lag er misschien ook aan dat ik een trein was, dat wil zeggen: ik speelde vaak dat ik een trein was, en die moest natuurlijk op de rails blijven en stoppen voor de seinen. Als kind was ik geloof ik de enige die dat speelde; de andere jongens speelden eerder dat zij een auto waren, vroem vroemm, de grote vrijheid! maar daar vond ik niks aan.

2 reacties

Opgeslagen onder Auto, Duitsland, Fietsen, Nederland, Persoonlijk, Schrijven

Afwasmachine

Ik stond een moment stil bij de lege plek in mijn keuken, waar naar Duitse overtuiging een afwasmachine zou moeten staan. Nee, ik heb niet zo’n ding, nooit willen hebben ook, zelfs niet in de tijd dat ik nog grote diners aanrichtte. In Duitsland is het normaal om er een te hebben, en soms moet ik mij ‘rechtvaardigen’ voor mijn niet-bezitten. Ach, ik kan wel wat bedenken: ik heb vaak genoeg gadegeslagen hoe dat werkt. Hij moet ingeruimd worden en later weer uitgeruimd, en geeft soms ergernis omdat er toch nog ergens korstjes aan zijn blijven zitten. En dat vreemde witte waas dat over de glazen komt te liggen is ook niet prettig. Als hij kapot gaat moet je iemand opbellen, die dan niet komt; nee, dank u. Bovendien berooft zo’n ding een mens van de meditatieve momenten die traditioneel afwassen met zich meebrengt.

Maar de hoofdreden dat ik er geen heb is natuurlijk een andere: mijn soort mensen hééft nu eenmaal geen afwasmachine. Van mijn familie en vrienden in Nederland heeft niemand er een. Ja, toch, één vriend, maar die heb ik pas heel laat in mijn leven leren kennen.

Het heeft iets traditioneel-Hollands, er geen te hebben. In Duitsland staat men vanouds veel meer open voor technische snufjes. Dat is tegenwoordig weer duidelijk te merken: het is hier tamelijk vanzelfsprekend om luchtzuiveringsapparaten tegen corona aan te schaffen, en dat is het in Nederland niet.

Maar in Nederland zijn er toch ook afwasmachines? zal iemand zeggen. O, vast wel, maar niet bij mensen die ik ken. En dat brengt me op de vraag: wat is dat eigenlijk, ‘mijn soort mensen’? De familieleden en vrienden zijn toch niet allemaal hetzelfde? En ze trouwen vaak met mensen die weer heel anders zijn. Heeft het iets met een bepaalde generatie te maken, met religieuze of politieke overtuigingen, met een bepaalde welstandsklasse, met oud geld versus nieuw geld, met ambtenaren versus kooplieden, met een levensstijl, geletterdheid, muzikaliteit? Nee, want al die mensen zijn in die opzichten allemaal heel verschillend. Ik kom er niet uit.

Intussen doe ik gewoon de afwas met Pril Sensitive, Aloe Vera. Seideneffekt, Hohe Fettlösekraft, dermatologisch getestet, wat zou ik nog meer kunnen wensen?

2 reacties

Opgeslagen onder Nederland, Persoonlijk

Gemengde gevoelens

Dat is ellendig, dat de koorweek in Warendorf volgende week niet door mag gaan. Maandag zou ik daarheen, vanochtend, op eerste Kerstdag(!) kwam toch nog de afzegging. Heel verbazend is het niet: veertig zingende mensen in een zaal, dat zou een al te makkelijke prooi geweest zijn voor Omikron. Maar er was nog lang hoop, het ging op en neer tussen ‘het kan nog net’ en ‘het mag niet meer’. Een paar dagen geleden kwam er nog een mail met de lijst van deelnemers en de te treffen hygiëne-maatregelen. Dinsdag was er regeringsberaad in Berlijn en volgens de daar genomen besluiten kon de koorweek wel doorgaan. Maar twee dagen geleden kwamen er nieuwe regels van de deelstaat NRW: we zouden óf met mondkapje op moeten zingen, wat onzin is, óf ons allemaal dagelijks moeten laten testen: geen sneltest, maar een officiële. Dat zou iedere dag vele uren kosten, als het al zou lukken daar in de wildernis iedere dag een testgelegenheid voor veertig mensen te vinden. Afgezegd dus.

Ik had me erg op die week verheugd, ben dus nu flink teleurgesteld en moet dit even verwerken. Maar als je naar het leed van andere mensen kijkt: COVID-patiënten en hun familieleden, afgemat zorgpersoneel, kunstenaars en horecamensen, die weer niets verdienen en nog ettelijke andere slachtoffers, dan is dit maar klein verdriet.

Met de teleurstelling mengt zich langzamerhand een gevoel van bevrijding: zo veel vrije tijd ineens erbij! Het was sinds de zomer en sinds de inentingen ongemerkt wel weer erg gezellig geworden met allerlei activiteiten buiten de deur; daar is nu ineens een eind aan gekomen, waarschijnlijk voor veel langer dan die week. Bovendien schakel ik nu om naar Alarmfase 1, net als in het begin van de pandemie, en dat betekent dat er een heel nieuw vat met energie opengetrokken wordt. In zo‘n uitzonderingstoestand ben ik altijd op mijn best. Veel thuis werken dus; voor mijn onderzoeksproject is het beter zo. En lopen in de buurt, en roeien op het machien.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid, Persoonlijk, Zingen

Rijk, en toch arm

Toen mijn oude horloge het had begeven wilde ik in ieder geval een nieuw. Het telefoontje geeft ook de tijd aan, maar dat ga ik niet uit mijn zak halen als ik op de fiets zit, of als ik ergens op bezoek ben en met een schuin oog wil zien of het al tijd is om op te stappen.

Na grondig onderzoek bleek al spoedig dat horloges die mij bevallen geprijsd zijn tussen de € 1200 en € 2000. Dat vond ik een absurd bedrag voor een beetje tijd, dus moest het maar een veel goedkoper horloge worden. Het ding dat ik nu heb heeft € 120 gekost en bevalt inderdaad niet. Het is zwaar en log en lelijk, en dat went nog steeds niet. Wel loopt het correct en dat is het belangrijkste. En het loopt op zonlicht, dus er hoeft niet steeds een batterijtje in.

Maar kan ik dan geen € 1200–2000 betalen? Ik heb toch een spaarpotje? Jawel, maar nee, voor een horloge is dat veel te veel. Dus dan maar leven met een lelijk horloge. De tijd loopt sowieso af.

Het vorige horloge was een buitenkansje geweest, dat besef ik nu. Ruim twintig jaar geleden heb ik het in Leipzig gekocht voor 200 DM; het was afgeprijsd van 400 DM. Het is van titanium, weegt dus weinig en is niet zo grof van model. Misschien dat de Oostduitsers vroeger niet wisten wat ze met titanium moesten beginnen, of ze waren na de Wende nog in de bling-bling-fase. Wel moest er steeds een nieuw batterijtje in en dat is, naar men mij heeft uitgelegd, ook de doodsoorzaak geweest. Als dat inzetten niet door een specialist gebeurt, maar bij voorbeeld aan een servicebalie in een warenhuis, dan is het niet langer waterdicht en komt er vocht in. Aldus is geschied.

2 reacties

Opgeslagen onder Einkaufen, Persoonlijk