Categorie archief: Persoonlijk

Af laten glijden, nogmaals

Gisteren is er iets belangrijks gebeurd, dat wil zeggen: van geen enkel belang voor de wereldgeschiedenis, maar wel in mijn kleine leventje. Ik heb namelijk drie Schubert-liederen gezongen met een professionele pianiste, ter voorbereiding van twee uitvoeringen met een bescheiden publiek, in december of januari. Zoiets had ik nog niet gedaan. Je kunt die liederen wel instuderen met opgenomen pianopartijen in het internet, maar dat is lang niet hetzelfde; dan is er geen samenzijn, geen op elkaar inspelen. Het ging meteen al aardig goed, al is er nog het nodige werk aan te verrichten. Heerlijk om te doen, en met goed vooruitzicht op welslagen binnenkort.

Een mijlpaal dus, iets belangrijks voor mijn doen. En daarna gebeurde er wat er daarna altijd gebeurt: ik heb het volkomen gewist. Dat gebeurt zowel bij belangrijke als bij minder belangrijke zaken. Het is dan alsof het niet heeft plaatsgehad. Ik heb dat al een tijdje, heb er ook eerder over geschreven (hier en hier) en ik vind het vreemd. Ik wil dat zo niet, zeker niet bij die ervaring met het zingen, die immers echt mooi was. 

Nu heb ik doelbewust  geprobeerd het samenzijn terug te halen. Dat loopt dan via het geheugen; ik zou even niet weten met welk ander lichaamsdeel je zoiets kon doen. Het gaat detailsgewijs: bepaalde momenten, bepaalde maten, hoe die geklonken hebben, wat V. toen zei, wat er nog aan verbeterd kan worden. Dat is dus tamelijk rationeel; van een herbeleving was geen sprake. Alle Lust will Ewigkeit? Nee hoor, bij mij niet; het ene moment was wel genoeg.

Ik vermoed dat het zo zit: de gebeurtenissen direct zoals ze plaats vinden zijn belastend, verstorend, die halen me uit mijn evenwicht. En omdat ik ouder word, wordt mijn incasseringsvermogen kleiner en  laat ik dus meer afglijden. Aan de hand van negatieve gebeurtenissen is dat af laten glijden goed te begrijpen: als je bij voorbeeld een teen stoot doet dat even heftig pijn, maar dat schikt niet, dat wil je niet, dus je negeert het. De zwelling die daarbij optreedt en soms nog dagen aanhoudt verstop je in een sok: je hebt je teen niet gestoten. Als de pijn niet heel erg is lukt dat best. Op grotere schaal geldt dat natuurlijk ook voor de knie- en beenpijn die ik steeds vaker heb: wegdenken die hap, dan kan ik mijn goede humeur bewaren. Omdat mijn kindheid voornamelijk uit onaangename en pijnlijke zaken bestond heb ik me blijkbaar al vroeg aangewend alles eerst maar eens te negeren, weg te schuiven. 

Mijn vermoeden is nu, dat deze habitus van afschuiven is overgesprongen op het neutrale of mooie dat ik meemaak. Een vriendin heeft eens tegen me gezegd; met jou is het net of er nog niets geweest is, we moeten telkens weer bij nul beginnen. Ja, dat kan wel kloppen. En als ik een voortzetting wil, in een relatie, of zoals nu bij die muziek, of als ik het gewoon zonde vind om iets weg te gooien, haal ik een gebeuren weer boven water, mondjesmaat, in mijn tempo, zodat ik er niet door overweldigd word. Overigens belet deze houding me niet van het ogenblik te genieten of het te doorvoelen; het is pas onmiddellijk daarná dat alles gewist wordt.
Zó, ongeveer? Helemaal begrijp ik nog steeds niet hoe het zit.

Voor het archief links naar professionele uitvoeringen van de liederen: Schubert, Schäfers Klagelied, Das Fischermädchen, Am Meer (prachtig, met Werner Güra!), of hier.

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk

Amsterveen

Zaterdag om vier uur een fijne bijeenkomst in Amsterdam-Buitenveldert. Ik was graag met de trein gegaan, maar je kunt er niet meer op rekenen dat je dan op tijd aanwezig bent. De tijd dat die rit vijfeenhalf uur duurde ligt allang achter ons; zeven uur is tegenwoordig het minste. Volgens het spoorboekje dan; de werkelijkheid ziet er nog anders uit. Met tegenzin in de auto dus. Het viel wel mee; autorijden vind ik tegenwoordig minder belastend dan nog enkele jaren geleden. Een hotel betrokken in Amstelveen; Amsterdam is onbetaalbaar geworden. Vandaar te voet naar het adres in Buitenveldert. Dat vond ik nogal schokkend. Amstelveen heeft mooie, bewoonbare lanen, maar deze route voerde me door een hele wijk van die waardeloze, gehorige flats uit de jaren zeventig, die uit glas en dunne betonplaten bestaan. Zulke gebouwen moet ik vroeger vaak gezien hebben, maar ik was ze vergeten en ik vroeg me af hoe mensen zoiets konden bouwen, en erin wonen? Een sterk gevoel van vervreemding, en van plaatsvervangende schaamte ook. De bijeenkomst was mooi, maar daar ga ik het hier niet over hebben. Melding wil ik alleen maken van het heerlijke Indische eten; dat mis ik in Duitsland. ’s Avonds op de terugweg was er een enorme herrie aan de gang. Naar verluidde was het een festival in het Olympisch Stadion. Ook toen ik al ruimschoots in Amstelveen was kon je dat nog keihard horen denderen. Zo worden er enkele tienduizenden of misschien zelfs honderdduizenden mensen gedwongen om mee te luisteren; akelig. Is het een wonder dat de Nederlanders een beetje raar geworden zijn?

Zondag had ik een middagafspraak met twee prettige mensen in een Vlaams café-restaurant in de Amsterdamse binnenstad. Ik had me voorgenomen daarvóór nog wat door de stad te banjeren, maar omdat het de hele tijd stortregende ging dat niet door. Lang ontbeten, en op mijn gemakje met de bus en de nieuwe metrolijn naar de stad. De Zuidas, waar al dat Russische geld gewassen wordt, had ik nog nooit goed bekeken, en het vroeger zo vertrouwde Station Zuid was bijna niet meer te herkennen. Die geldtorens zijn nogal griezelig, maar in één gebouwencomplex had ik wel schik, in plaats van het te beschrijven plaats ik liever een foto. Dat zijn kennelijk woongebouwen; de huur zal zeker € 3000 per maand bedragen. Niet dat ik er zou willen wonen: herrie, benzinedamp, fijnstof en te zeer afhankelijk van high-tech, die onherroepelijk een keer kapot gaat. Ik heb in Cairo al te veel trappen beklommen omdat de lift het niet meer deed.
De nieuwe metrolijn kende ik ook nog niet; die is royaal aangelegd en niet zo sinister als de oudere lijnen waren. Wat zijn de mensen jong geworden, en wat zijn er ondanks de regen veel op de been!

.

In de stad heb ik, vóór mijn afspraak, maar twee dingen gedaan. Koffie gedronken op het Spui, buiten, onder een heel groot regenscherm. Binnen wilde ik nergens zitten, want men zit erg dicht op elkaar in Amsterdam: het is vanouds een krappe stad. Vroeger moet ik dat normaal hebben gevonden; nu leek me dat onprettig, en niet alleen wegens corona, dus de buitengelegenheid kwam goed van pas. Daar zat ik dan drie kwartier; ik geloof dat die tent vroeger de Sherrycan heette. Toen heb ik er nooit gezeten; ik heb ook geen bijzondere band met die plek. Toch kwam daar de draaimolen van herinneringen op gang. Ik zag veel huizen en gebouwen waar ik in de loop der eeuwen in was geweest en herinnerde me wat ik daar had gedaan, en met wie. Heel dierbaar allemaal, maar ook overweldigend. Het werd een warreling van herinneringen, een beetje al te veel.

Intussen liep het tegen de middag en werd het steeds duidelijker hoe vergeven Amsterdam is van de toeristen. Het is inderdaad het Venetië van het Noorden; niet meer prettig. Om weer tot rust te komen nog een tijdje stukgeslagen in de vernieuwde Athenaeum-boekhandel, die tot mijn verbazing ook op zondag geopend was. Een uitstekende boekhandel met Nederlands, Engels en Frans, zoiets zie ik anders nooit en het rondkijken was een genot.
Op de terugweg nog even over de Dam gelopen. Daar ook al een enorme herrie van versterkte rotmuziek; gauw weg maar weer. Na de copieuze lunch hoefde ik ’s avonds niet meer veel te eten; een broodje malse haring meegenomen voor in het hotel.

Op maandag voor de middag nog een goede vriend bezocht in Utrecht. Dat is iemand bij wie ik altijd goed tot rust kom. Nog meer rust, ondanks het autorijden, bood onverwacht de Raststätte Aggertal. Daar ben ik niet naar binnen gegaan, maar tijdens het strekken van de benen kwam ik in een prachtig landschap terecht, dat dadelijk achter de Autobahn al begon. Nog twee uurtjes rijden, toen was ik weer thuis.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Auto, Nederland, Persoonlijk

Soezen 3

De nacht verliep volgens het patroon dat normaal is geworden: vijf uur slapen, twee uur soezen in bed (Emigrant berichtte: Soezen 1 en Soezen 2). Maar ditmaal duurde het soezen gevoeld wel érg lang. Af en toe onderbrak ik om op de wekker te kijken, en de minuten bleken zeer langzaam vooruit te kruipen. Het was niet heel aangenaam zo, maar het moest blijkbaar gebeuren. Want er was veel te verwerken, en het is nodig om dat inderdaad te doen. Anders gaat het malen in mijn hoofd, en dat is ongezond. Ik merkte gisteren dat ik slordig auto reed. Nog net geen fouten gemaakt, maar slordig! In het verkeer kun je dat niet hebben, en in de omgang met mensen ook niet. Helderheid moet er komen.

Er zijn positieve ontwikkelingen. Eindelijk een pianiste gevonden die me gaat begeleiden bij het zingen van liederen. We beginnen volgende  week met Schubert: Schäfers Klagelied, Das Fischermädchen en Am Meer. Dat laatste vereist een grote ademdiscipline. Het werk aan het onderzoeksproject schiet na een periode van stagnatie nu weer lekker op. Als het zo door gaat is het over twee jaar af en kan ik dan definitief in een Seniorenresidenz verdwijnen.
En meer incidenteel: het afgelopen weekend in Amstelveen en Amsterdam, met een reeks van mooie ontmoetingen.

Er is ook een negatieve ontwikkeling: de lichamelijke toestand, het been. Het is niet alleen die knie, het heeft te maken met zenuwbanen in de onderrug, geprikkelde wortels, weet ik veel, en het wordt hinderlijker en erger. Dit is echter nog geen onderwerp van soezen geweest. Alles waar geen benen bij nodig zijn gaat goed.

Veel, te veel? Al die bezigheden die zo goed gaan malen door mijn hoofd, en het bezoek aan Amsterdam komt daar nog bij. Ik voel geen stress, ik heb volop tijd om alles rustig te doen en er is zelfs nog tijd over. Maar het maalt in mijn hoofd: stukken muziek die doordrenzen, gedachtengangen, redeneringen, herinneringen, plannen, het gaat maar door. Het ziet ernaar uit dat ik minder impulsen kan verwerken dan voorheen. De corona-indolentie heeft natuurlijk ook gezorgd voor een verminderde training. Het malen is een autonoom proces, dat niet of moeilijk te stoppen is. Het lukt een beetje met de autogene training die ik mij herinnerde, maar dan komt het weer terug. 

Maar nu is er gesoesd en het is opgeschreven: vanaf nu zal het wel weer gaan. ‘Hij heeft ze weer allemaal op een rijtje.’ De indrukken van Amsterdam zal ik misschien later nog opschrijven.

Terug naar Soezen 1          Naar Soezen 2

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Persoonlijk

Mijn advocaat, mijn filosoof

‘Nu wil ik mijn advocaat bellen,’ of: ‘Ik zeg niets meer zonder mijn advocaat’. Zoiets zegt de verdachte vaak in een Krimi-film of detectiveboekje, wanneer hij in benauwdheid geraakt tijdens een politieverhoor. Hij belt, en ja hoor, in een paar minuten staat zijn advocaat voor de deur. Ik zou op zo’n moment niet weten wie ik moest bellen, want ik heb helemaal geen advocaat. Gelukkig word ik tot nu toe nergens van verdacht.

Erger is misschien dat ik ook geen filosoof heb. Iemand vroeg me laatst wat mijn favoriete filosoof is. Ik moest het antwoord schuldig blijven, ik heb er geen. Aristoteles is mij liever dan Plato, maar van een favoriet zou ik niet willen spreken. Bovendien zijn er sinds de oude Grieken nog zoveel filosofen geweest, onder wie misschien een mogelijke favoriet, maar daar heb ik allemaal geen weet van.
Het is nog niet te laat: er zijn leesbare boeken over.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk

De tijd des tands

De electrische tandenborstel geeft iedere dertig seconden een klein schokje. Dan weet je dat het tijd is om een ander deel van het gebit onder handen te nemen.

Als ik met het verstand op nul voor de wasbak sta te poetsen zijn die dertig seconden zo om. Maar soms gebeurt het dat ik iets denk, of mij iets herinner tijdens het poetsen. En dan houd ik innerlijk hele betogen, of voer gesprekken die hebben plaats gehad of nog moeten plaatshebben zonder dat het schokje komt; dan duren die dertig seconden eindeloos lang. Als het mogelijk zou zijn die gedachten op te schrijven, zou er minstens een A4-tje voor nodig zijn, misschien wel twee. Alles gedacht, herinnerd en geformuleerd in minder dan dertig seconden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk

In Parijs (2)

Blijvende namen: In Parijs had iemand het over de Rue du Bac. Ah ja, dacht ik, de Rue du Bac. Die herinner ik mij namelijk, heel goed zelfs. Daar moet ik ooit geweest zijn, iets te doen gehad hebben. Maar wát weet ik niet meer, en waar hij is weet ik ook niet. Alleen de naam is blijven hangen. Hetzelfde geldt voor de Rue de Rennes, Rue de Lille, Rue de Grenelle. In die laatste was een fijne kaaswinkel, maar dat is dan ook het enige wat ik me ervan herinner. De rest van mijn verleden in Parijs: uitgewist, gewoonweg effacé! Wat heb je dan aan een verleden? Waar zijn de mini-herinneringen als je ze nodig hebt? Ja, de Rue de la Glacière, daarvan weet ik nog veel, want daar was ik pas zes jaar geleden eens gelogeerd.

De namen van de metro-stations onthoud je ook. Je zit half versuft in zo’n trein en de namen glijden voorbij, worden omgeroepen en zetten zich vast in je geheugen. Solférino, Châtelet, St. Michel. De bizarre namen nog eerder dan de gewone: Sèvres Babylone, Réaumur Sébastopol, Denfert Rochereau. En de eindpunten, waar je op moet letten om in de goede lijn te stappen: Mairie d’Ivry, Porte des Lilas, Bobigny. Allemaal oorden waar ik vast nooit geweest ben, maar die toch bestaan.

In andere steden gaat het net zo: Camden Town, Royal Oak, Elephant & Castle, Monument (for Bank). En zelfs in Alexandrië: Ramleh, Camp de César, Ibrahimiye, San Stefano, Bacos.

Op den duur kom je nergens meer en blijven alleen de namen over. Die kun je dan voor je uit prevelen in de rolstoel.

Nieuw woord geleerd: Onglerie = nagelstudio, nagelsalon.

1 reactie

Opgeslagen onder Parijs, Persoonlijk

In Parijs (1)

Boeken: Tot mijn verbazing ben ik uit Parijs terug gekomen met drie vers gekochte romans: twee van Énard, één van Toussaint. Wat een onzin: ik koop tegenwoordig toch alleen e-boeken voor op de reader!? Bovendien bleek ik die ene van Enard al gelezen te hebben, maar dat was ik vergeten. Toussaint, Les Émotions, vergeef ik mijzelf wel: dat is bij uitgeverij Minuit zo mooi uitgegeven, dat het gedrukte boek ook een fysiek genot verschaft.
Blijkbaar was ik teruggevallen in een oude gewoonte. Als student ging ik vaak naar Parijs om in boekenstalletjes en antiquariaten te snuffelen. De Franse spoorwegen hadden indertijd een aanbieding: vijf dagen Parijs voor ƒ 99,–. Dat was ook voor een student af en toe wel te betalen. Je kreeg dan een hotel dat heel eenvoudig was, maar wel schoon en betrouwbaar. 
In mijn studentenomgeving waren we indertijd vervuld van Mario Praz, The Romantic Agony. Aan de hand van dat boek lazen we ons door de negentiende eeuw, en omdat Praz van mening was dat een literaire stroming het best te kennen valt via de slechtere vertegenwoordigers ervan lazen we ook veel rommel uit de sfeer van naturalisme, decadentie en symbolisme. De besproken boeken haalden we in Parijs en we waren opgetogen over een mooie vondst voor weinig geld. Maar natuurlijk kochten we ook de Franse klassieken, Stendhal, Balzac, Baudelaire, Proust, de hele handel.
Nu taal ik niet meer naar boekhandels, want ik koop e-boeken, of helemaal geen boeken. Toch was ik nog even bij de FNAC binnengelopen, uit de macht der gewoonte en omdat die zo dicht bij het hotel was. Maar als ervaring interessanter was het kleine antiquariaat waar ik ineens voor stond toen ik besloot van bus 21 op 27 over te stappen. Om moeizaam geloop te voorkomen deed ik dat in de rustige Rue Gay-Lussac, waar beide bussen stoppen. Acht minuten wachten, en kijk aan, vlak bij de halte was een etalage vol met precies die bizarre door Praz op de kaart gezette boeken. Ik zag (nu dure) uitgaven van Jean Lorrain en Joséphin Péladan: werken die ik ooit heb bezeten en jaren later walgend heb weggedaan, want dat waren wel echt beroerde boeken en daar is het leven te kort voor. Praz is trouwens ook al jaren de deur uit. Maar die etalage, dat was even een blik door een tijdvenster, naar meer dan vijftig jaar geleden.

Groen en bloemen: De terugdringing van de auto uit de stad heeft doorgezet in Parijs. Overal zijn fietspaden, die echt worden gebruikt, ook door de electrische autopeds, die nu minder op de trottoirs rijden. Hier en daar zijn stukken straat afgezet ten behoeve van kinderspeelplaatsen. Het leefklimaat doet buiten de grote verkeersaders weldadig aan, het openbaar vervoer is perfect geregeld. Ditmaal zag ik ook veel bloemen, ook aan de randen van boulevards waar volgens mij vroeger parkeerplaatsen waren geweest. En wat voor bloemen! Niet van die simpele bermbloemetjes uit zo’n zakje zaad, maar echt hoogstaande, smaakvolle bloemen en composities daarmee. Daar was over nagedacht. Helaas ken ik geen bloemennamen, maar het was een genot om naar te kijken. Wel was er een duidelijk verschil per arrondissement. In rijke buurten waren de bloemperken meer sophisticated dan in armere. De mooiste stonden bij het Petit Palais, waar ik een tentoonstelling heb bezocht.
Grappig waren de reclames voor auto’s op televisie. Zoals op ieder pakje sigaretten voor erge ziekten moet worden gewaarschuwd, zo is het in Frankrijk blijkbaar verplicht om er bij iedere autoreclame op te wijzen dat men ook kan gaan lopen, fietsen of het openbaar vervoer nemen.
Zelf neem ik graag de bus in Parijs. Zo’n ritje duurt twee maal zo lang als met de metro, maar de trappenhuizen en gangen in de metrostations zijn bezwaarlijk voor me geworden. En in de bus zie je nog wat.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Auto, Literatur, Parijs, Persoonlijk, Planten

Aan de wandel

In een indringende droom, die ik nog niet kwijt ben, heb ik een flink stuk gelopen. Het was in een wandelclub en we begonnen ten Oosten van de stad — maar dat landschap met veel water was volstrekt fictief. Ik maakte me zorgen: zal er niet een onoverkomelijk obstakel komen? maar dat viel mee. Onderweg moest er een keer een vrij groot hoogteverschil overwonnen worden. Dadelijk waren er helpende handen die mij omhoog hielpen, maar dat was niet eens nodig geweest, want ik had allang een strategie en een kleine omweg bedacht waardoor ik toch op dat rotsje had kunnen komen — zoals ik tegenwoordig in werkelijkheid zo vaak doe. Toen kwam er een loodrecht uit water oprijzende rotspartij, waarlangs géén pad was. De bedoeling was dat je met je voeten steeds steun zocht langs uitstekende stenen en je er dan langs wurmde. Het was al bijna alpinisme. Dat lukte de groep, en mij ook. Vervolgens kwam er een uitloper van een meer, waarover een loopbrug was gebouwd van bijna een kilometer lang. Hierover te lopen was gemakkelijk; ik had ook voldoende vertrouwen dat de brug niet zou instorten en kwam moeiteloos aan de overkant. Daar moesten we het laatste stukje toch nog door een grote plas water lopen; ik begreep dat mijn schoenen nat zouden worden maar dat was niet erg. Daar lokte al een uitspanning, waar een lunch geserveerd werd: groentetaart.

Momenteel kan ik door de slechte toestand van mijn niet geopereerde been helemaal niet zo ver lopen. In de droom deed ik steeds dingen die ik eigenlijk niet kan, maar die toch lukten. Om te beginnen lopen in een groep. In het werkelijke leven doe ik dat ongaarne, omdat ik altijd de langzaamste ben. Natuurlijk houden ze rekening met me en gaan ze ook wat langzamer lopen, maar dat houden mensen maar drie minuten vol en daarna gaan ze op een drafje verder, zodat ik mij moet forceren of achterblijven. Maar in den droom dacht ik steeds: als deze wandelaars het kunnen, kan ik het ook. De gelopen afstand was voor mijn doen geweldig lang, zeker vijf kilometer! En dan was er nog dat water. Hier was niet het lopen het probleem, maar de aanblik van een grote watervlakte en daar ‘middenin’ zijn, zelfs een beetje nat worden. Normaal beangstigt zoveel water mij altijd, maar ditmaal was het geen probleem. Ik voelde me gesteund door de groep, die dit ook durfde.

Voor een deel was dit misschien een wensdroom, voor een deel een aanmoediging. Blijft echter dat ik zo’n wandeling, zelfs in een tamme wandelgroep, nu niet (meer) kan.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dromen, Gezondheid, Persoonlijk

Mini-herinnering: levensredder?

Ik hoorde dat een oude collega uit Nederland is gestorven. Op gezette tijden vraag ik me af of hij mijn leven heeft gered, of toch niet? Nu ja, dankbaar was ik hem in ieder geval.

We waren in Edinburgh voor een congres. Voordat de zittingen begonnen maakte ik graag een wandeling, en op een dag voerde de wandeling naar wat een park heette. Dat bestond echter uit een steile heuvel en het was behoorlijk ruig terrein, heel anders dan een park in Nederland. Ik had stadsschoenen aan met gladde leren zolen. Ineens voelde ik mij wegglijden op het natte gras, in de richtig van een afgrond. Remmen leek niet meer mogelijk. Maar ineens was daar de bedoelde collega, ook aan de wandel, die mij bij mijn arm pakte en tot stilstand bracht. Een benauwd ogenblik.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk

Verdwenen uur

Om zeven uur luister ik altijd naar het nieuws. In bed; de radio staat naast mijn bed. Maar ’s zondags is er geen nieuws, dan wordt er een cantate van Bach uitgezonden, waar ik graag naar luister. Zo ook vandaag; ik lag klaar, de radio stond aan en ik wachtte tot het zou beginnen.

Vervolgens werd ik gewekt door het nieuws van acht uur. In slaap gevallen en niets gehoord. Het hele uur heb ik gemist, de cantate, maar ook de korte kerkdienst die daarna volgt, en die meestal wordt omlijst door luid klokgelui. Hoe kan dit?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk