Categorie archief: Persoonlijk

Ontspulling 1 en 2

Een kennis zijn fiets was gestolen. Ik heb hem mijn niet-elektrische fiets gegeven, die al een tijd ongebruikt in de kelder stond. Hij was er blij mee en ik had meer plaats in mijn berging.

Een oude computer en een oude televisie eindelijk eens naar de Recycling Hof gebracht. Ook dat lucht op, want ze stonden in de weg.

Maar een beetje pijn doet het toch ook. Niet omdat ik moest scheiden van deze goederen, maar in het geval van die technische apparaten omdat zij nog zo goed zijn: ze doen het nog prima, maar zijn technisch verouderd. Alle pogingen om ze te verkopen of aan iemand cadeau te doen waren mislukt, dus nu worden ze vernietigd. Dat is akelig.

Met de fiets is het iets anders. In Nederland kan ik nog wel op een niet-elektrische fiets rijden, maar hier in de heuvels niet en ik woon nu eenmaal hier. Te verwachten was dus dat ik nóóit meer op die fiets zou rijden. Het afscheid van de fiets was vooral een afscheid van mijn jeugdige fitheid.

1 reactie

Opgeslagen onder Computer, Fietsen, Persoonlijk

Herinneringen: Vertaler

Toen ik nog in Nederland woonde, vroeger dus, schnabbelde ik wat bij als vertaler Arabisch. In de jaren zeventig was er nog bijna niemand die dat kon, dus er werd vet betaald. Ik kon het ook niet, maar dat gaf niet. Rijbewijzen, geboortebewijzen e.d. lukten altijd wel, evenals lijstjes met ingrediënten van levensmiddelen. Van Marokkaanse huwelijks- of verstotingsacten waren er voorbeelden; daarbij was vaak nog het moeilijkst de handschriften te ontcijferen en de namen te begrijpen. Voor vertalingen in het Arabisch riep ik de hulp in van een Egyptenaar, voor de helft van het geld.
.
Er kwamen ook wel eens lange juridische teksten uit Saoedi-Arabië, of erger nog Libië, waar veel Italiaans door het Arabisch gemengd was. In die tijd deed Nederland immers grof zaken met die landen; hele havens werden er gebouwd. Ik zei dan dat ik die teksten niet helemaal begreep, maar de opdrachtgevers smeekten handenwringend of ik het toch wilde doen, want ze hadden niemand anders. Soms gaven ze me een juriste in bruikleen, die beter gefundeerde vermoedens over de inhoud van de teksten had en bovendien het juiste juridische jargon in het Nederlands kende.
.
Bijsluiters voor medicijnen en chemische teksten weigerde ik te doen, om vergiftigingen en ontploffingen te voorkomen.
.
In de jaren tachtig kreeg ik mijn eerste computer. Die was handig voor de langdurige opdracht van de KLM: telkens de menu’s voor de eerste klasse in het Arabisch vertalen. Daar had ik geen hulp bij nodig en omdat er in grote lijnen steeds hetzelfde gegeten werd kon ik lekker copy-pasten. Nog steeds verbaas ik vriend en vijand als ik gerechten meteen in het Arabisch kan benoemen.
.
Het moeilijkst waren de reclameteksten, daarbij had ik echt hulp nodig om de juiste toon te treffen. Dat ging niet alleen om vertalen, het kwam vaak neer op herschrijven. De enthousiaste brochure over lichtmetalen jaloezieën bij voorbeeld legde grote nadruk op de exclusiviteit en de chic van het product. Maar in Saoedi-Arabië was dat onzin: er was daar niets exclusiefs aan zo’n alledaags gebruiksvoorwerp, dat niet eens van goud was; dus dan moesten we zelf wat verzinnen. Gelukkig was het reclamewezen in de Arabische wereld nog niet zo ontwikkeld, dus het was al gauw goed.
.
Een tekst over babymelk had de opdrachtgever zelf al aan de verschillende culturen aangepast. Hij leverde ter verduidelijking ook de vertalingen erbij die al in andere talen gemaakt waren. Daar stond o.a. in: ‘Uw babytje heeft per dag xx uur slaap nodig;’ welnu, het aantal uren benodigde slaap was in geen twee landen hetzelfde. De Nederlandse kinderen sliepen geloof ik het langst.
.
Een keer heb ik een serieuze en gegronde klacht gekregen. Een internationaal bekende fabrikant van kettingzagen vond dat er fouten in mijn tekst stonden, en hij had gelijk. Hopelijk zijn er door mijn fouten niet al te veel lichaamsdelen verloren gegaan. Ik vertaalde toen al zo lang dat ik dacht het ook wel zonder hulp van een native speaker af te kunnen; mis! Voordat er boze houthakkers op mijn stoep konden verschijnen ben ik toen naar Duitsland verhuisd.
.
Van de KLM heb ik ook een keer een klacht gekregen, maar die was ongegrond. Een Arabische KLM-passagier klaagde dat er lamsvlees op het menu stond, maar hij had schapenvlees te eten gekregen, ocharm. Dat kon ik echt niet helpen, daarvoor moest hij bij de catering zijn.

De Arabische teksten werden gedrukt bij de toen nog nog enige drukkerij in Nederland die dat kon. Heel praktisch dat die ook in Leiden zat, want er moesten dan ook nog drukproeven worden gecorrigeerd.
.
Waren er dan geen Arabieren die konden vertalen? Nu natuurlijk wel, maar in de jaren zeventig nog niet. Hun kennis van het Nederlands was meestal onvoldoende, maar die van het Arabisch ook, als ze schrijftaal niet voldoende beheersten. Vaak genoeg heb ik teksten van Arabieren moeten fatsoeneren: werkwoordsvormen, naamvallen, syntax en spelling. Maar dat is in de loop der jaren sterk verbeterd. En er zijn tegenwoordig veel meer migranten die goed Nederlands kennen dan Nederlanders die Arabisch kennen.
Er kwam nog bij dat de opdrachtgevers Arabieren vaak niet vertrouwden, zeker niet bij hush hush-opdrachten.
.
Waar is toch al dat extra geld gebleven? Gewoon, opgegaan aan het goede leven. Dure voorwerpen interesseerden me niet, wel reizen, uit eten gaan en diensten.
.
Toen ik naar Duitsland ging was het afgelopen met de commerciële vertalerij. Mijn Arabisch werd beter, maar mijn Duits was (en is) niet waterdicht en ik ben hier niet beëdigd.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Economie/Wirtschaft, Nabije Oosten, Nederland, Persoonlijk, Vroeger

Soezen 2.0

Het soezen was wel bijzonder intensief vanochtend. Het duurde precies een uur; ik weet dat omdat ik om zes uur even op de klok keek. Er kwamen vier onderwerpen aan de orde.
1. Een oude oom vroeg me: vertel me nu eens alles over je seksualiteit, en dat deed ik: álles. Hoewel er niets langs kwam wat ik niet al wist, was deze samenvatting toch behoorlijk heftig. Ik zal het ‘gesoesde’ (het soesgoed, de soesstof?) hier niet voor u weergeven. Voor mij zelf ook niet, want het was veel en complex. De stof ontglipt mij alweer: hij wilde blijkbaar verdrongen worden. Overigens: zo’n oom heb ik nooit gehad.
2. Dit ging naadloos over in de herbeleving van een rit per boemeltrein die ik eens door Turkije maakte, van İzmir naar Denizli. De tocht duurde lang, maar was erg gezellig. Er waren vrij wat mensen aanwezig die Duits kenden en graag een praatje wilden maken.
3. De prachtige leren aktentas die ik vele jaren geleden in Griekenland had gekocht, omdat het M. stoorde dat ik altijd met sjofele plastic zakken rondliep. Maar ik heb hem nooit gebruikt. Voortaan werden het schoudertassen voor de korte loopafstand, en rugzakjes voor de langere. Zou ik niet iemand met dat prachtstuk kunnen verblijden?
4. Een oude milieu- en klimaatramp: drieduizend jaar voor Christus kwamen er mensen uit het huidige Pakistan, van de oude Indus-cultuur, naar Oman in Zuidoost-Arabië om er koper te delven. Om het erts te smelten was veel brandhout nodig, wat tot grootschalige ontbossing en dus minder regenval in Oman heeft geleid. Zou het mysterieuze, Indisch-achtige Zutt-volk, waarvan enkele vroeg-islamitische teksten reppen, niet het nageslacht van die Pakistaanse koperdelvers kunnen zijn?
.
Al deze onderwerpen kwamen ‘als het ware’ ‘van buitenaf’ tot mij. Van die tas is het te begrijpen: ik zag het ding onlangs in een kast staan, na jarenlang niet. En seks is eigenlijk altijd actueel. Maar voor de nummers 2 en 4 was er geen enkele aanleiding om in mijn soezend hoofd op te doemen. Nr. 4 kwam waarschijnlijk niet zonder reden kort voor zevenen op: het was nog openbaring, maar ging al een beetje in de richting van denken, een verband leggen. Dit is het soort stof dat tot de stukjes in een van mijn blogs leidt. (Dat zal nu niet het geval zijn: ik weet er te weinig van en misschien is het onzin. Maar ik ga ze wel even naslaan, die Zutt.)
.
Wat is dat toch, dat soezen? Ik heb de onderwerpen niet aangedragen, en nagedacht heb ik evenmin, behalve misschien op het allerlaatst even. Er werd voor mij gedacht, resp. een film vertoond: een soort wakend dromen, want wakker was ik wel. Psychologen kennen het verschijnsel waarschijnlijk allang, maar ik niet, omdat ik nog pas kort soes.

3 reacties

Opgeslagen onder Dromen, Persoonlijk

Geen muziek

Nee, ik geef volgende week geen orgelconcert in Lelystad, het is maar dat U het weet. Ik kan namelijk helemaal geen orgel spelen; zelfs niet een klein beetje.
.
Kennissen van me kwamen – in de droom – aanzetten met een poster waarop precies dat werd aangekondigd: een orgelconcert van mij in Lelystad. Anders dan in het geval van de bokswedstrijd in Kirchhain werd ik niet meteen wakker van de schrik, maar besloot de organisatoren van het concert te bellen. Die werden eerst kwaad en toen wanhopig en beweerden dat ik het had toegezegd. Volslagen onzin natuurlijk: soms ben ik te toegeeflijk en stem in met iets wat ik eigenlijk niet wil, maar dat kan hier niet het geval geweest zijn. Ik heb zelfs een hekel aan orgelspel, waarschijnlijk op grond van mijn jeugdervaringen in kerken. Het enige interessante wat ik aan het orgel in onze dorpskerk vond was de blinde man die de blaasbalg bediende. Elektrisch ging die toen nog niet.
.
Toch heb ik in mijn verleden wel valse beweringen en toezeggingen gedaan, maar dat was als kind. Bij de handel in jonge visjes liep alles nog verbazend goed af. Maar met Jan liep het verkeerd.
Het was nog op de lagere school. In de klas zat ook Jan, die ik aardig vond en met wie ik wel vriendje wilde zijn. Hij kreeg vioolles; toen beweerde ik dat ik ook op vioolles zat. Dat was dom natuurlijk, heel erg dom, want nu wilde Jan wel eens ervaringen uitwisselen en later zelfs samenspelen. Wat bedoeld was om mij nader tot Jan te brengen werd de oorzaak van een blijvende verwijdering, want om pijnlijkheden te voorkomen zag ik me genoodzaakt hem uit de weg te gaan. Waarheid moet je leren.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dromen, Muziek, Persoonlijk

Mini-herinnering: onrecht op school

Het was in de zesde klas van de lagere school. We moesten een som maken. Dat deed ik met inkt op het tafeltje waaraan ik zat, en toen ik de uitkomst had schreef ik die op en wiste de bewerking uit met spuug.
De meester bleek echter niet alleen geïnteresseerd in de uitkomst, maar ook in de bewerking, en die was er dus niet meer. Ik wilde niet toegeven dat ik die op het tafelblad had geschreven, in de aanname dat zoiets streng verboden was, en stond met de mond vol tanden.
Daarop meende de meester dat ik het antwoord van mijn bankgenoot Bob had overgeschreven, wat beslist niet waar was!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Nederland, Persoonlijk, Vroeger

Miniherinnering: de tantes in Dordt

Ineens dacht ik eraan hoe ik als jongen soms mijn oudtantes J. en C. uit de brand hielp met hun radio. Radio Hilversum 1 en 2 zonden uit op de middengolf, op 402 en 298 meter als ik mij wel herinner. De ene zender was sterker dan de andere; daarom wisselden de verschillende zuilen terwille van de rechtvaardigheid om de paar maanden van zender. De tantes waren gereformeerd en luisterden dus uitsluitend naar de NCRV, die nu eens op 402m dan weer op 298m te ontvangen was. Ze waren zelf niet in staat die zenderwisseling op hun toestel uit te voeren, dus als ik in de buurt was deed ik dat voor hen.
.
De zusters woonden samen in een klein huisje aan de Krommedijk in Dordrecht. Tante C. was nooit getrouwd; tante J. was ooit verloofd geweest, maar het was uitgeraakt, of de jongeman was gestorven, en daarna was er niemand meer gekomen. J. had als huishoudster en gezelschapsdame gewerkt; waar C. van leefde weet ik niet. Ze trokken ook rente van een piepklein kapitaaltje, en later van de bijstand vermoed ik. Zowel hun ongehuwde staat als hun onbemiddeldheid waren het gevolg van een ramp die zich in 1918 had voltrokken: toen stierf namelijk hun vader aan de Spaanse griep. Dat betekende dat er weinig geld meer was en de meisjes dus geen interessante huwelijkspartners meer waren voor burgerlijke kandidaten. Beneden hun stand trouwen was ook niet ideaal; dat was wat hun zuster, mijn grootmoeder deed en makkelijk was dat niet. (Maar ze heeft zich kranig gehouden.)

1 reactie

Opgeslagen onder Nederland, Persoonlijk

Soezen

‘Hoe lang nog, luiaard, zul je blijven slapen, wanneer kom je uit bed? Nog even dan? Nog even slapen, nog een beetje rusten, een ogenblik nog blijven liggen?’ De bijbelschrijver (Spreuken 6:9–10) moedigt dit niet aan: er moet gewerkt worden, anders ligt de armoe op de loer.
.
Voor mij geldt dat niet: mijn pensioen komt toch wel, of ik langer of korter slaap doet er niet toe. Ik sluimer en soes tegenwoordig wel twee uur per nacht. Dat is niet omdat ik lui ben en geen zin heb om de koeien te melken of het graan te dorsen, maar omdat er iets is veranderd in mijn slaappatroon. Vroeger ging ik om twaalf uur op bed liggen, viel als een blok in slaap en werd om zeven uur in precies dezelfde houding weer wakker, meestal dromeloos. Tegenwoordig lig ik nog steeds van twaalf tot zeven in bed, val snel in slaap, maar word meestal om een uur of vijf wakker. De twee uren die nog resten breng ik soezend door. Ik word vanzelf helemaal wakker om 6:59 en zet de wekker af, die op zeven uur staat, luister naar het nieuws en begin met de dag.
.
Overdag ben ik niet moe, dus vijf uur slaap schijnt genoeg te zijn. Maar die twee uur ‘blijven liggen’ zijn waarschijnlijk toch nodig voor het lichamelijk welzijn. En anders toch zeer gewenst om wat er door mijn hoofd gaat.
.
Wie slaapt, verwerkt het vooraf geleefde door te dromen. Soms wordt hij zelf zo’n droom gewaar, maar dat gebeurt niet zo vaak en het duurt ook maar heel kort. Tijdens het soezen daarentegen ben je bij bewustzijn en gaan er de hele tijd gedachten en vooral herinneringen door het hoofd. Ik bezoek weer bepaalde plaatsen waar ik ooit was, soms lang geleden, ontmoet personen, hoor flarden van gesprekken, kortom: haal herinneringen op. Alles veel realistischer dan echte dromen, want het is ‘echt gebeurd’—al zal de geschiedschrijver in je hoofd onvermijdelijk vertekeningen aanbrengen. Zo houd je je boeltje bij elkaar, blijf je wie je bent. Soms denk ik ook wat na, maar nooit erg diepgaand. Wel mengen zich kort voor zevenen voornemens, of liever ingevingen door de herinneringen: er wordt min of meer beslist wat ik vandaag zal gaan doen, of waar het te schrijven stukje over zal gaan. Bij het ontbijt zie ik ook mijn agenda liggen, met misschien afspraken of verplichtingen erin. Geheel vrij om de ingevingen van de nacht te volgen ben ik dan niet meer, maar er is goed mee te leven.

Naar Soezen 2.0

2 reacties

Opgeslagen onder De mens, Dromen, Gezondheid, Pensioen, Persoonlijk

Lopen in Marburg

Als de brug weer open gaat zal ik zo’n OV-Jaarkaart voor bejaarden nemen, temeer daar deze binnenkort de mogelijkheid biedt met trein, bus en tram gratis door heel Hessen te reizen.
.
Toen de brug nog dicht was ging ik vaak te voet naar de stad, en dat was mijn redding, want voor het volledige herstel van mijn knie en ook voor de verdere gezondheid moest ik veel lopen, terwijl ik eerlijk gezegd veel meer tot fietsen geneigd ben. Nu wordt de verleiding groot dat ik mij per bus ergens heen laat karren en minder loop. Toevallig is het zo dat de gang naar de binnenstad grotendeels uit een lelijke en onaangename weg bestaat. Op de fiets merk je dat nauwelijks, dan is zo’n brede weg juist wel praktisch, maar als je te voet gaat is het niet prettig. Een oplossing: ik stap hier in de bus naar de stad en begin daar (of ergens anders) te lopen. Ja, zo moet het gaan. Zo kom ik weer eens ergens.

1 reactie

Opgeslagen onder Marburg, Persoonlijk

Mini-herinnering: Mandarim Pai

Bij het wakker worden zag, voelde en rook ik ineens dat sigarenkistje van Suerdieck: Mandarim Pai.


Braziliaanse sigaren ja. Zeer donker, en in bruinachtige cellofaantjes individueel verpakt.

Vroeger rookte ik pijp, maar af en toe genoot ik voor de afwisseling een sigaar. In Cairo had je, in het kader van de socialistische vriendschap, van die lekkere en vriendschappelijk geprijsde Cubaanse sigaren. De pijptabak was Three Nuns, onbeschrijfelijk welriekende schijfjes, die je stapelde in de pijp. Die was erg duur in Nederland (genotsbelasting?), maar in België niet, zodat ik in de vakanties regelmatig naar Baarle Hertog fietste om weer een flinke voorraad in te slaan. In 1986 hield ik op met de pijp, hij smaakte me niet meer en ik werd er soms licht onwel van. Pas met terugwerkende kracht heb ik begrepen hoeveel helderheid van hoofd ik mij al die jaren had onthouden. Alle pijpen en toebehoren achtergelaten in Barcelona, waar ik toevallig was. Later nog enkele terugvallen gehad, die dan de vorm van een sigaar aannamen. Nu al heel lang niet meer. Maar nog altijd kan ik met plezier de etalages van een goede sigarenzaak bekijken, en ook tabaksgeuren zijn mij dierbaar.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk

Niet meer van deze tijd

Ergerlijk: ik dacht dat ik het naslagwerk van Ibn al-Athīr over de metgezellen van de profeet, Usd al-ghāba (‘De leeuwen van het woud’) zelf bezat, maar dat blijkt niet het geval. Straks maar even naar de bibliotheek dan. O nee, toch niet, want zoëven kwam het boek toevallig langs op het internet, in de editie Cairo 1869–71, maar met een handige index uit 1923. In tien tellen had ik de gewenste pagina’s voor me.
Dat ik dat telkens weer vergeet! Ik wéét het wel, er zijn hele bibliotheken online, vooral oudere boeken, maar ik denk daar vaak niet aan.
.
Dan moet ik maar apart een eindje gaan wandelen, want een beetje lichaamsbeweging moet ik toch hebben.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Gezondheid, Persoonlijk