Categorie archief: Persoonlijk

Tijdsbesef

De laatste tijd word ik vaak ‘s nachts wakker. Ik speel dan een spelletje met mezelf: weet ik zonder op de wekker te kijken hoe laat het is? In geschatte bijna tweederde van de gevallen doe ik dat inderdaad; als het al licht is natuurlijk nog vaker.
.
Maar mijn titanium horloge is goud waard: het geeft ook aan, welke dag van de week het is.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk

Waar blijft de tijd?

De regering in Berlijn heeft gesproken: de beperkingen blijven nog minstens drie weken van kracht, daarna zal men verder zien. Voor oudere mensen zullen er zeker langer beperkingen gelden—in feite tot wanneer er een vaccin is ontwikkeld, dus tot volgend jaar.
.
Dit was niet nieuw, ik wist het al en had het begrepen. Maar de duidelijke en strenge verkondiging ervan doet me toch goed. De afgelopen week heb ik ad interim geleefd: vrijwel altijd thuis aan de schrijftafel, nauwelijks gezongen, te weinig lichaamsbeweging. Ik deed dingen en heb niet geleden, maar een beetje saai was het wel. Ik kan best overleven op een paar telefoontjes en wat e-mail-contact per dag. Het balkonleven komt erbij, nu het warmer wordt. De buren en hun kinderen, en hun hond. Geen diepgaand contact, maar voldoende.
.
Opvallend was het verdwijnen van de tijd. De dag was om voordat ik het merkte, en dan had ik nog niets van de voorgenomen (bescheiden) handelingen verricht. En de volgende dag net zo. Gelukkig heb ik een horloge dat ook aangeeft wat voor weekdag het is. Dat was indertijd in de aanbieding omdat niemand het wilde hebben, en nu is het handig.
.
Ik zal dus strenger voor mezelf moeten worden, mezelf een structuur opleggen, want van niets komt niets. ’s Morgens meteen douchen, niet ontbijten in pyama. Onderzoek doen gaat in een roes en niet met een kookwekker, maar meer dagindeling moet er toch komen.
.
De gangbare hulpmiddelen tegen verveling: televisie, CD-speler enz. gebruik ik net zo weinig als vroeger. Ze dragen weinig bij. Lezen doe ik wel: momenteel Amin Maalouf, Le naufrage des civilisations, goed geschreven en hoe toepasselijk! Als Levantijn weet Maalouf er alles van: hij heeft zijn beschaving al vóór de onze schipbreuk zien lijden.
.
Natuurlijk zou ik ook zachtjes kunnen sterven, of in geval van Corona: niet zachtjes. Maar de wens tot overleven maakt zich duidelijk kenbaar, en leven is iets doen voor en met anderen. Ik zal dus doen wat ik in deze luxe gevangenis doen kan: wat onderzoek, dingen schrijven. Het zingen ook bijhouden; ik kan zelfs zangles krijgen per app of zoiets, maar daarvan heb ik de technische kant nog niet begrepen. Zal er nog koorzang zijn na de zomer? Enkele mensen zullen zijn weggevallen; de ouderen zullen niet meer durven te komen. Toch geen reden om mijn mond te houden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk

Boeken kopen

Soms koop ik nog wel eens een boek; ik ben tenslotte nog niet dood. Maar dat zijn boeken van algemeen belang: een roman (Wieringa, Pfeijffer) of iets van geschiedenis: Lendering, Xerxes; Lucassen & Lucassen, Vijf eeuwen migratie; Baaij, Daar werd iets gruwelijks verricht. De romans koop ik meestal als e-book, zodat ze geen ruimte kosten. Nederlandse boeken bevatten vaak obsceen veel papier.
.
Boeken die te maken hebben met mijn vroegere vak koop ik niet meer. Maar ik betrap mijzelf op een vreemd soort plaatsvervangend gedrag: sommige boeken en vele tijdschriftartikelen load ik down (download ik?) uit het Internet. Gisteren nog Hoyland, Seeing Islam as others saw it. Een kloek boek, waarvan ik vroeger het bibliotheekexemplaar vaak gebruikt heb, maar dat ik te duur vond om te kopen. Nu heb ik het gratis en het beslaat nul centimeter op de plank. Tijdschriftartikelen neem ik ook alleen voor zover ze niet achter een betaalmuur zitten.
.
Op deze manier ontstaat er natuurlijk een merkwaardige, onserieuze collectie: niet wat je over een bepaald onderwerp zou moeten hebben, maar wat er toevallig langs kwam; meestal ouder spul. Maar dat geeft helemaal niets, want … ik lees al die boeken en artikelen toch niet meer. Ik load ze alleen maar down.
.
Ach, het is een onschuldige bezigheid van een gepensioneerde, waar niemand last van heeft.

4 reacties

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Persoonlijk

Mini-herinnering: Wuhan

Als ik naar Wuhan was gegaan was ik nu misschien al besmet of dood.
Ergens in de jaren zeventig onderwees ik Arabisch aan de VU, en daar kreeg ik een brief uit het toen nog erg communistische China: of ik geen les wilde komen geven aan de universiteit van Wuhan.
Nee, dat wilde ik niet; ik haalde mijn schouders op en gooide de brief in de prullenbak. Dat laatste is wel jammer, want zo langzamerhand vraag ik me af of het wel echt gebeurd is, of mijn geheugen me niet bedriegt. Maar zoiets kan ik toch niet verzonnen hebben? Ik had toen nog nooit van Wuhan gehoord. Nee, er was echt zoiets. Bovendien herinner ik mij, vreemd genoeg, heel scherp hoe ik die brief weggooide.

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk

Ontspulling 1 en 2

Een kennis zijn fiets was gestolen. Ik heb hem mijn niet-elektrische fiets gegeven, die al een tijd ongebruikt in de kelder stond. Hij was er blij mee en ik had meer plaats in mijn berging.

Een oude computer en een oude televisie eindelijk eens naar de Recycling Hof gebracht. Ook dat lucht op, want ze stonden in de weg.

Maar een beetje pijn doet het toch ook. Niet omdat ik moest scheiden van deze goederen, maar in het geval van die technische apparaten omdat zij nog zo goed zijn: ze doen het nog prima, maar zijn technisch verouderd. Alle pogingen om ze te verkopen of aan iemand cadeau te doen waren mislukt, dus nu worden ze vernietigd. Dat is akelig.

Met de fiets is het iets anders. In Nederland kan ik nog wel op een niet-elektrische fiets rijden, maar hier in de heuvels niet en ik woon nu eenmaal hier. Te verwachten was dus dat ik nóóit meer op die fiets zou rijden. Het afscheid van de fiets was vooral een afscheid van mijn jeugdige fitheid.

1 reactie

Opgeslagen onder Computer, Fietsen, Persoonlijk

Herinneringen: Vertaler

Toen ik nog in Nederland woonde, vroeger dus, schnabbelde ik wat bij als vertaler Arabisch. In de jaren zeventig was er nog bijna niemand die dat kon, dus er werd vet betaald. Ik kon het ook niet, maar dat gaf niet. Rijbewijzen, geboortebewijzen e.d. lukten altijd wel, evenals lijstjes met ingrediënten van levensmiddelen. Van Marokkaanse huwelijks- of verstotingsacten waren er voorbeelden; daarbij was vaak nog het moeilijkst de handschriften te ontcijferen en de namen te begrijpen. Voor vertalingen in het Arabisch riep ik de hulp in van een Egyptenaar, voor de helft van het geld.
.
Er kwamen ook wel eens lange juridische teksten uit Saoedi-Arabië, of erger nog Libië, waar veel Italiaans door het Arabisch gemengd was. In die tijd deed Nederland immers grof zaken met die landen; hele havens werden er gebouwd. Ik zei dan dat ik die teksten niet helemaal begreep, maar de opdrachtgevers smeekten handenwringend of ik het toch wilde doen, want ze hadden niemand anders. Soms gaven ze me een juriste in bruikleen, die beter gefundeerde vermoedens over de inhoud van de teksten had en bovendien het juiste juridische jargon in het Nederlands kende.
.
Bijsluiters voor medicijnen en chemische teksten weigerde ik te doen, om vergiftigingen en ontploffingen te voorkomen.
.
In de jaren tachtig kreeg ik mijn eerste computer. Die was handig voor de langdurige opdracht van de KLM: telkens de menu’s voor de eerste klasse in het Arabisch vertalen. Daar had ik geen hulp bij nodig en omdat er in grote lijnen steeds hetzelfde gegeten werd kon ik lekker copy-pasten. Nog steeds verbaas ik vriend en vijand als ik gerechten meteen in het Arabisch kan benoemen.
.
Het moeilijkst waren de reclameteksten, daarbij had ik echt hulp nodig om de juiste toon te treffen. Dat ging niet alleen om vertalen, het kwam vaak neer op herschrijven. De enthousiaste brochure over lichtmetalen jaloezieën bij voorbeeld legde grote nadruk op de exclusiviteit en de chic van het product. Maar in Saoedi-Arabië was dat onzin: er was daar niets exclusiefs aan zo’n alledaags gebruiksvoorwerp, dat niet eens van goud was; dus dan moesten we zelf wat verzinnen. Gelukkig was het reclamewezen in de Arabische wereld nog niet zo ontwikkeld, dus het was al gauw goed.
.
Een tekst over babymelk had de opdrachtgever zelf al aan de verschillende culturen aangepast. Hij leverde ter verduidelijking ook de vertalingen erbij die al in andere talen gemaakt waren. Daar stond o.a. in: ‘Uw babytje heeft per dag xx uur slaap nodig;’ welnu, het aantal uren benodigde slaap was in geen twee landen hetzelfde. De Nederlandse kinderen sliepen geloof ik het langst.
.
Een keer heb ik een serieuze en gegronde klacht gekregen. Een internationaal bekende fabrikant van kettingzagen vond dat er fouten in mijn tekst stonden, en hij had gelijk. Hopelijk zijn er door mijn fouten niet al te veel lichaamsdelen verloren gegaan. Ik vertaalde toen al zo lang dat ik dacht het ook wel zonder hulp van een native speaker af te kunnen; mis! Voordat er boze houthakkers op mijn stoep konden verschijnen ben ik toen naar Duitsland verhuisd.
.
Van de KLM heb ik ook een keer een klacht gekregen, maar die was ongegrond. Een Arabische KLM-passagier klaagde dat er lamsvlees op het menu stond, maar hij had schapenvlees te eten gekregen, ocharm. Dat kon ik echt niet helpen, daarvoor moest hij bij de catering zijn.

De Arabische teksten werden gedrukt bij de toen nog nog enige drukkerij in Nederland die dat kon. Heel praktisch dat die ook in Leiden zat, want er moesten dan ook nog drukproeven worden gecorrigeerd.
.
Waren er dan geen Arabieren die konden vertalen? Nu natuurlijk wel, maar in de jaren zeventig nog niet. Hun kennis van het Nederlands was meestal onvoldoende, maar die van het Arabisch ook, als ze schrijftaal niet voldoende beheersten. Vaak genoeg heb ik teksten van Arabieren moeten fatsoeneren: werkwoordsvormen, naamvallen, syntax en spelling. Maar dat is in de loop der jaren sterk verbeterd. En er zijn tegenwoordig veel meer migranten die goed Nederlands kennen dan Nederlanders die Arabisch kennen.
Er kwam nog bij dat de opdrachtgevers Arabieren vaak niet vertrouwden, zeker niet bij hush hush-opdrachten.
.
Waar is toch al dat extra geld gebleven? Gewoon, opgegaan aan het goede leven. Dure voorwerpen interesseerden me niet, wel reizen, uit eten gaan en diensten.
.
Toen ik naar Duitsland ging was het afgelopen met de commerciële vertalerij. Mijn Arabisch werd beter, maar mijn Duits was (en is) niet waterdicht en ik ben hier niet beëdigd.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Economie/Wirtschaft, Nabije Oosten, Nederland, Persoonlijk, Vroeger

Soezen 2.0

Het soezen was wel bijzonder intensief vanochtend. Het duurde precies een uur; ik weet dat omdat ik om zes uur even op de klok keek. Er kwamen vier onderwerpen aan de orde.
1. Een oude oom vroeg me: vertel me nu eens alles over je seksualiteit, en dat deed ik: álles. Hoewel er niets langs kwam wat ik niet al wist, was deze samenvatting toch behoorlijk heftig. Ik zal het ‘gesoesde’ (het soesgoed, de soesstof?) hier niet voor u weergeven. Voor mij zelf ook niet, want het was veel en complex. De stof ontglipt mij alweer: hij wilde blijkbaar verdrongen worden. Overigens: zo’n oom heb ik nooit gehad.
2. Dit ging naadloos over in de herbeleving van een rit per boemeltrein die ik eens door Turkije maakte, van İzmir naar Denizli. De tocht duurde lang, maar was erg gezellig. Er waren vrij wat mensen aanwezig die Duits kenden en graag een praatje wilden maken.
3. De prachtige leren aktentas die ik vele jaren geleden in Griekenland had gekocht, omdat het M. stoorde dat ik altijd met sjofele plastic zakken rondliep. Maar ik heb hem nooit gebruikt. Voortaan werden het schoudertassen voor de korte loopafstand, en rugzakjes voor de langere. Zou ik niet iemand met dat prachtstuk kunnen verblijden?
4. Een oude milieu- en klimaatramp: drieduizend jaar voor Christus kwamen er mensen uit het huidige Pakistan, van de oude Indus-cultuur, naar Oman in Zuidoost-Arabië om er koper te delven. Om het erts te smelten was veel brandhout nodig, wat tot grootschalige ontbossing en dus minder regenval in Oman heeft geleid. Zou het mysterieuze, Indisch-achtige Zutt-volk, waarvan enkele vroeg-islamitische teksten reppen, niet het nageslacht van die Pakistaanse koperdelvers kunnen zijn?
.
Al deze onderwerpen kwamen ‘als het ware’ ‘van buitenaf’ tot mij. Van die tas is het te begrijpen: ik zag het ding onlangs in een kast staan, na jarenlang niet. En seks is eigenlijk altijd actueel. Maar voor de nummers 2 en 4 was er geen enkele aanleiding om in mijn soezend hoofd op te doemen. Nr. 4 kwam waarschijnlijk niet zonder reden kort voor zevenen op: het was nog openbaring, maar ging al een beetje in de richting van denken, een verband leggen. Dit is het soort stof dat tot de stukjes in een van mijn blogs leidt. (Dat zal nu niet het geval zijn: ik weet er te weinig van en misschien is het onzin. Maar ik ga ze wel even naslaan, die Zutt.)
.
Wat is dat toch, dat soezen? Ik heb de onderwerpen niet aangedragen, en nagedacht heb ik evenmin, behalve misschien op het allerlaatst even. Er werd voor mij gedacht, resp. een film vertoond: een soort wakend dromen, want wakker was ik wel. Psychologen kennen het verschijnsel waarschijnlijk allang, maar ik niet, omdat ik nog pas kort soes.

3 reacties

Opgeslagen onder Dromen, Persoonlijk

Geen muziek

Nee, ik geef volgende week geen orgelconcert in Lelystad, het is maar dat U het weet. Ik kan namelijk helemaal geen orgel spelen; zelfs niet een klein beetje.
.
Kennissen van me kwamen – in de droom – aanzetten met een poster waarop precies dat werd aangekondigd: een orgelconcert van mij in Lelystad. Anders dan in het geval van de bokswedstrijd in Kirchhain werd ik niet meteen wakker van de schrik, maar besloot de organisatoren van het concert te bellen. Die werden eerst kwaad en toen wanhopig en beweerden dat ik het had toegezegd. Volslagen onzin natuurlijk: soms ben ik te toegeeflijk en stem in met iets wat ik eigenlijk niet wil, maar dat kan hier niet het geval geweest zijn. Ik heb zelfs een hekel aan orgelspel, waarschijnlijk op grond van mijn jeugdervaringen in kerken. Het enige interessante wat ik aan het orgel in onze dorpskerk vond was de blinde man die de blaasbalg bediende. Elektrisch ging die toen nog niet.
.
Toch heb ik in mijn verleden wel valse beweringen en toezeggingen gedaan, maar dat was als kind. Bij de handel in jonge visjes liep alles nog verbazend goed af. Maar met Jan liep het verkeerd.
Het was nog op de lagere school. In de klas zat ook Jan, die ik aardig vond en met wie ik wel vriendje wilde zijn. Hij kreeg vioolles; toen beweerde ik dat ik ook op vioolles zat. Dat was dom natuurlijk, heel erg dom, want nu wilde Jan wel eens ervaringen uitwisselen en later zelfs samenspelen. Wat bedoeld was om mij nader tot Jan te brengen werd de oorzaak van een blijvende verwijdering, want om pijnlijkheden te voorkomen zag ik me genoodzaakt hem uit de weg te gaan. Waarheid moet je leren.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dromen, Muziek, Persoonlijk

Mini-herinnering: onrecht op school

Het was in de zesde klas van de lagere school. We moesten een som maken. Dat deed ik met inkt op het tafeltje waaraan ik zat, en toen ik de uitkomst had schreef ik die op en wiste de bewerking uit met spuug.
De meester bleek echter niet alleen geïnteresseerd in de uitkomst, maar ook in de bewerking, en die was er dus niet meer. Ik wilde niet toegeven dat ik die op het tafelblad had geschreven, in de aanname dat zoiets streng verboden was, en stond met de mond vol tanden.
Daarop meende de meester dat ik het antwoord van mijn bankgenoot Bob had overgeschreven, wat beslist niet waar was!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Nederland, Persoonlijk, Vroeger

Miniherinnering: de tantes in Dordt

Ineens dacht ik eraan hoe ik als jongen soms mijn oudtantes J. en C. uit de brand hielp met hun radio. Radio Hilversum 1 en 2 zonden uit op de middengolf, op 402 en 298 meter als ik mij wel herinner. De ene zender was sterker dan de andere; daarom wisselden de verschillende zuilen terwille van de rechtvaardigheid om de paar maanden van zender. De tantes waren gereformeerd en luisterden dus uitsluitend naar de NCRV, die nu eens op 402m dan weer op 298m te ontvangen was. Ze waren zelf niet in staat die zenderwisseling op hun toestel uit te voeren, dus als ik in de buurt was deed ik dat voor hen.
.
De zusters woonden samen in een klein huisje aan de Krommedijk in Dordrecht. Tante C. was nooit getrouwd; tante J. was ooit verloofd geweest, maar het was uitgeraakt, of de jongeman was gestorven, en daarna was er niemand meer gekomen. J. had als huishoudster en gezelschapsdame gewerkt; waar C. van leefde weet ik niet. Ze trokken ook rente van een piepklein kapitaaltje, en later van de bijstand vermoed ik. Zowel hun ongehuwde staat als hun onbemiddeldheid waren het gevolg van een ramp die zich in 1918 had voltrokken: toen stierf namelijk hun vader aan de Spaanse griep. Dat betekende dat er weinig geld meer was en de meisjes dus geen interessante huwelijkspartners meer waren voor burgerlijke kandidaten. Beneden hun stand trouwen was ook niet ideaal; dat was wat hun zuster, mijn grootmoeder deed en makkelijk was dat niet. (Maar ze heeft zich kranig gehouden.)

1 reactie

Opgeslagen onder Nederland, Persoonlijk