Categorie archief: Persoonlijk

Korte vakantie

Afgelopen zondag dus in Zeil am Main, een aardig micro-stadje, waar het lopen echter toch niet zo meeviel. Ik had niet aan de kinderhoofdjes gedacht, die mijn halfzachte been niet op prijs stelde.

De volgende ochtend in Bayreuth mijn Australische vriend R. opgepikt, die daar net vier avonden Wagner had uitgezeten, en samen naar het kuuroord Bad Staffelstein (wij zeiden Stachelschwein, wel begrijpend dat wij de eersten niet waren) gereden, waar we tot vrijdag bleven. Dit was een noodoplossing: eigenlijk zouden we net als vorig jaar Italiaanse steden gaan bezoeken, maar zonder volwaardig been gaat dat niet goed. Vandaar deze oudemensenbestemming: een heus kuuroord, met een heel groot Thermalbad en ook nog een gewoon zwembad en een fitnessruimte. Het hotel was perfect, het eten ook. Ieder dag hebben we iets buiten de deur gedaan, er is genoeg te zien daar. Bij voorbeeld het klooster Banz, waarvan vooral de omvang en de ligging op een heuveltop overtuigen; de kloosterkerk was aardig, maar lang niet zo spectaculair als die van de dag daarop: Vierzehnheiligen! Hoe was het ook alweer? Aan een herder verscheen, vele eeuwen geleden, een kind, dat hij als het Christuskind opvatte. Het werd omgeven door veertien andere kinderen, die zich als de veertien noodhelpers (heiligen) in allerlei soorten nood voorstelden en wensten dat er ter plaatse een kapel zou worden gebouwd. Dat gebeurde pas nadat een doodziek meisje daar genezing gevonden had. Het werd een spontaan pelgrimsoord; wat later werd ook die kapel gebouwd. De bouwkosten kwamen er met de verkoop van aflaten dubbel en dwars uit. Die kapel werd verwoest in een oorlog; zijn opvolger in een volgende oorlog, en in het midden van de achttiende eeuw kon dan de meester-architect Balthasar Neuman zijn basiliek daar neerzetten.
Een schitterend barokgebouw, met als bijzonderheid het ovalen Gnadenaltar midden in de kerk, omgeven door de veertien heiligen, die in allerlei noden helpen. De heilige Dionysius helpt bij voorbeeld bij hoofdpijn en bij geloofs- en gewetensnood. Hij draagt zijn hoofd in zijn handen, wat erg praktisch lijkt, juist bij dergelijke noden.
Aan pelgrims mangelt het ook nu niet. Aflaten worden er niet meer verkocht, wel talloze devotie-artikelen.

De volgende dag Rosenau bezocht, een romantisch klein kasteel, tweehonderd jaar geleden gemoderniseerd in neo-gothische stijl, in een schitterend ‘Engels’ landschapspark. Hier stond de wieg van prins Albert (1819–1861), en die staat er nog steeds. Koningin Victoria zei eens dat zij, als ze geen koningin was geweest, in Rosenau had willen wonen. Ik kon haar geen ongelijk geven. Ze sliep met Albert in  diens kinderkamer en herinnerde zich later: ‘How happy, how joyful we were!’ Het vorstenhuis Sachsen-Coburg-Gotha was in zijn huwelijkspolitiek nog slimmer dan de Waldeck-Pyrmontjes: ze leverden koningen en prinsessen aan vele Europese staten.

De op een na laatste dag in Bamberg doorgebracht, een van de mooiste steden van Duitsland überhaupt.

Al met al een beetje erg rustig vakantietje, maar dat ging nu niet anders. Per excursiedag heb ik zo’n 5 kilometer gelopen, veelal over moeilijk terrein (keien, trappen). Dat is een schijntje in vergelijking met andere vakanties, maar voor nu was het precies goed. Het zal nog beter worden. Welke heilige daarbij helpt ben ik alweer vergeten.

4 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Persoonlijk

Geen been in!

Maandag word ik in Bayreuth verwacht — nee, niet voor Wagner natuurlijk. Zo kwam de gedachte op: waarom niet al zondag wegrijden, hier of daar nog wat rondkijken en maandag nog ruim voor de middag fit en fris in B. aankomen?

Mijn keus viel op het stadje Zeil am Main.

Wat is daaraan nu zo bijzonder voor mij? Dat ik op dit idee durfde te komen. Het is voor het eerst sinds mijn knie-operatie dat ik zomaar ergens even wil rondlopen en dat ook kan. Tot nu toe kwam ik weliswaar overal waar ik wezen wilde, meestal met de auto en soms met de bus. Maar zonder noodzaak zomaar ergens gaan rondlopen, dat heb ik al een jaar niet meer gedaan. Nu kan dat zonder bezwaar. Nog geen urenlang, maar toch. Gelukkig is het maar een klein stadje.

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk

De hoge b en de behaagzucht (?)

Eerder schreef ik al over de hoge c. Ja, die kwam er bij mij ook al eens uit. Die was niet om aan te horen, het was eerder een gepiep, maar het feit dat hij ‘in principe’ aanwezig was betekende dat ik erop mocht vertrouwen een tenor te kunnen worden.

En gisteren was daar dan de hoge b. Nu niet als gepiep, maar zuiver en mooi gezongen, met een behoorlijk volume. Dat was nog niet vertoond en zal ook niet zo gauw herhaald worden. Het doet er namelijk nogal toe onder welke omstandigheden zo’n toon geproduceerd word. Ditmaal gebeurde het bij het inzingen door een ervaren en competente koorleidster.

Inzingen: ik wist tot voor kort zelf niet wat dat was, dus ik zal het even uitleggen. Wie zomaar zijn mond open doet om te zingen brengt meestal onaangename klanken voort. Daarom denken ook veel meer mensen dan nodig dat zij ‘niet kunnen zingen’. De stem moet telkens even losgemaakt worden, wakker geschud, een kwartiertje of zo, met uitgekiende oefeningen. In mijn opmars door de koren – ze worden steeds beter – was ik beland bij Canticum Antiquum, waar we Franse madrigalen en ook de Lamento di Arianna van Monteverdi zingen; wat een heerlijke muziek! De koorleidster daar had weer andere oefeningetjes dan ik gewend was, en floep, daar kwam die hoge b. Ik had het zelf niet eens in de gaten; het werd me achteraf gezegd.

Bij mij thuis lukt dat niet; dan ben ik immers alleen aan het hannesen. Maar bij mijn zangleraar is het ook maar een halve keer gelukt. Waarom? Bij hem zit er altijd een beetje schrik op de achtergrond: ik moet presteren, o jee, ik kan het niet! dat gevoel; en dan klapt de strot weer toe. Misschien lukte het bij die koorleidster geheel vanzelf en speels omdat zij een vrouw is. Mijn hele leven heb ik al gemerkt dat ik op mijn best ben als ik iets voor een vrouw doe. Dr. Freud lässt grüßen.

Waar is die hoge b goed voor? Voor een koorzanger is hij niet nodig, en voor die oude muziek al helemaal niet. En een solocarrière zit er voor mij niet meer in. Maar als je de b hebt komt de a, komen vele a’s, met groter gemak, en die zijn bij koorzang wel nodig. Turandot kan ik altijd nog in bad zingen.

2 reacties

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

De ouderdom komt met gebroeken

In het kader van de ontspulling — een mooi en stimulerend woord, dat ik van Irene heb geleerd — was ik bij het broekenpark aangeland.

De aanleiding was dat ik onlangs tijdens het hittegolfje een bepaalde lichtgewicht broek zocht. Dat is nog eens Friedensware: dertien jaar oud, maar ziet er nog prima uit, hoewel hij in Egypte vaak gedragen is. Die bijzondere, vrijwel zelfreinigende stof, die zo licht is dat je hem haast niet voelt, was toen net uitgevonden; toen deed de fabrikant er blijkbaar nog zijn best op. Ik vond hem inderdaad, maar ik zag toen wel erg veel broeken. Verontrustend was dat ik vorig jaar twee keer precies dezelfde broek heb gekocht—of was het in twee opeenvolgende jaren? Blijkbaar had ik het gevoel gehad dat ik niets had om aan te trekken. De verdwijnende geheugenfunctie.

Eerst maar eens zeven paar jeans en jeans-achtige broeken van vroeger in een zak voor de Kleidersammlung gedaan. Reden: ze passen niet meer. Dat ruimt al aardig op. Er was nog een historisch waardevol exemplaar bij: een Levi’s 501 met knoopjes. Moge een stijlgevoelige vluchteling er zijn voordeel mee doen.

Van de vlotte broeken in de juiste maat bleken er twaalf te zijn: acht voor de zomer en vier voor de winter. Meer dan ik ooit in mijn resterende leven af kan dragen. Ook nog vijf broeken van één maatje kleiner bewaard voor het geval ik vermager, wat bij voorbeeld na mijn verblijf in het ziekenhuis het geval was.

Dan is er nog de koffer vol Stoffhosen, nette broeken van wol met een vouw erin, zoals die vroeger algemeen werden gedragen. Te vrezen is dat de meeste te krap zijn geworden en ook weg moeten, bovendien heb ik ze in de tien jaar dat ik in Marburg woon niet één keer gedragen. Maar dat moet dan maar een andere dag; ik wil er nu niet naar kijken.

Het blijft laf natuurlijk: in plaats van broeken zou je boeken moeten wegdoen. Maar dat is een stuk moeilijker.

NASCHRIFT: Kom, niet zo flauw nu, even het karwei afgemaakt. Vier Stoffhosen in de weggooizak gedaan, deels nog afkomstig uit Nederland of Engeland. Zo slank word ik pas na mijn dood weer. Eén broek, die nog goed paste, heb ik gehouden.

2 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk

Oud

Het is zover: ik ben oud geworden. Laat ik wat batterijtjes kopen voor het keyboard, dacht ik, dat het niet onverwacht zonder energie zit. Er moeten er zes in, ik kocht een pakje van acht. Bij thuiskomst bleken er al drieëndertig AA-batterijtjes en vier grotere in voorraad te zijn, nog afgezien van de oplaadbare. Meer batterijen dan ik ooit zal opgebruiken; als de wereld zal zijn ondergegaan brandt bij mij nog een LED-lampje.

Het plankje naast de batterijen is de afdeling brillen. Vijf brillenhuizen; laatst had ik nog een nieuw gekocht, omdat ik meende dat ik er een te weinig had. Drie oude brillen om door te kijken; niet meer de goede sterkte, kunnen dus weg. Drie zonnebrillen, onbruikbaar want voor gebruik met contactlenzen en die heb ik niet meer. Goede zonnebrillen, daar kan ik nog iemand een plezier mee doen. Vijf leesbrillen; ook niet meer nodig, want nu multifocaal. Die kunnen naar de vlooienmarkt. Daarentegen is mijn zwembril kwijt en dat is vervelend.

Op andere gebieden zal het er in mijn kasten ook wel zo uitzien. Saneren zal wat lucht scheppen. Maar die verdwenen geheugenfunctie, die komt niet meer terug.

Dik tevreden ben ik echter met de drie brillen die ik gebruik: een voor de verte, een voor de computer en een zonnebril voor in de auto. Al meer dan tien jaar dezelfde sterkte; zo compenseer ik de boven aangeduide verkwisting een beetje. En zo lijkt het of alles toch hetzelfde blijft.

5 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk

SATB

Zangers zullen deze afkorting herkennen: Sopraan – Alt – Tenor – Bas. Hij staat vaak bovenaan koorpartituren afgedrukt. Dit weekend was gewijd aan koorrepetities: gisteren van 10–21 uur, vandaag van 10 – 16.30. Twee cantates van Bach (27 en 80) en zijn mis in G klein (BWV 235). Nu ben ik dus moe, maar ook wel tamelijk gelukkig. Want ik heb een doorbraak beleefd.

Over de hoge tonen (g, a) kon ik de laatste tijd redelijk beschikken, maar slechts een beperkte tijd. Daarna klapte de keel dicht. Dat kwam omdat de stem van vermoeidheid terugzakte in de borststem, kelig werd. Daarmee kom je maar tot d of e, en dan nog met moeite, dus dan vallen álle hogere tonen uit. Zo ging het gisteren ook weer, en dat is deprimerend, want dan denk je dus dat je nooit verder zult komen. Maar de stem moet helemaal niet meer in de keel, hij moet voor in de mond blijven, dan kun je eindeloos doorgaan. Dat had mijn leraar me al herhaaldelijk uitgelegd, maar zonder dat het tot resultaten had geleid. Gisteren echter, toen na een uurtje repeteren mijn keel alweer met de witte vlag zwaaide, zag het er treurig uit: er zouden immers nog anderhalve dag volgen en wat moest ik dan zingen? Gewoon toch maar de mond open gedaan, en zie aan: na een poosje kwam er weer kopstem uit, ook langere stukken in de hoogte en zelfs coloraturen floepten er gemakkelijk uit. Een wonder had zich voltrokken. Ik zou niet na kunnen vertellen wat ik nu precies anders deed, maar het werkte. Er kwamen wel weer perioden dat het niet werkte, maar een groot deel van deze repetitiemarathon kon ik de gewenste klanken van mij geven.

Een verdere observatie: er zijn in die muziekstukken gedeelten waarin de tenor moet beginnen, of overheerst. Waar je vanuit het niets zonder de SAB een frase ten gehore moet brengen bij voorbeeld, die met een hoge g begint en ook verder hoog gelegen is. Zulke passages komen er natuurlijk bijzonder op aan. Door een mengsel van ijdelheid en verantwoordelijkheidsgevoel wist ik die passages extra goed te doen slagen, hoog of niet. Staat de kopstem eenmaal ter beschikking, dan is hij blijkbaar tot alles te verleiden. Misschien is hij ook wel ijdel. En juist als hij toch moe wordt of het eng begint te vinden aan de top nemen andere stemmen de melodie over en kun je even wegzakken in begeleiding.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Gewezen plekken

Dat was boffen, er reed net iemand weg, zodat ik vlak voor de ingang van het gebouw kon parkeren. Toen ik uit de auto stapte had ik uitzicht op mijn vroegere parkeerplaats: een fietsenrek (zie afb.). En zo gaat het de hele tijd in Marburg: steeds wordt ik geconfronteerd met plekken uit mijn fietsleven: fietsenrekken, fietsstroken, stoplichten voor fietsen. De fiets is nu helemaal uit mijn leven verdwenen; hopelijk niet voorgoed, maar tenminste voor de komende maanden.

Lopen heeft ook voordelen: je ziet dingen van veel dichterbij: narcissen en andere bloemen waarvan ik de naam niet ken, je ruikt ze ook.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Fietsen, Persoonlijk

Hoog Marburg

Gisteren was ik op de zestigste verjaardag van een oud-collega. Zij woont in een van die prachtige huizen die tegen een berghelling zijn aangeplakt, zeer moeilijk bereikbaar. Ik wilde niet met de eigen auto: ik raak daar altijd de weg kwijt, vind het rijden eng en parkeren kun je er ook niet. Met een taxi leek me saai, dus ik nam de bus die er ergens in de buurt kwam. Van en naar de bus moest ik een flink stuk lopen, en dat was precies de bedoeling: mijn dagelijkse looptaak moest nog afgetippeld worden. Bus 10, een afgeknot klein busje dat naar het kasteel rijdt. Een grotere bus zou de scherpe bochten niet kunnen nemen. Dat was al bijna een avontuur: in een van die lange smalle straten kwam er een tegenligger aan, die op geruime afstand bleef stilstaan. Hij begreep niet wat er verder moest. De buschauffeur wenkte hem wat hij moest doen, maar hij zag het niet op die afstand, dus dat duurde. Hij moest namelijk even de oprit van een privé huis in rijden om plaats te maken voor de bus. Het is een lijndienst: als dat ieder uur zo gaat? Bij de halte aangekomen vond ik al spoedig de Sandweg. Maar die hield bij nummer 6 al op en ontaardde in een zandweg. Het zag er niet naar uit dat er nog huizen zouden komen, wat bevestigd werd door een dame met hond, die mij wel de goede weg wilde wijzen. Terug naar de bushalte, waar bleek dat de Sandweg ook nog om de hoek verder liep, en zo vond ik het juiste adres. Een prachtige ligging, maar de verkeerssituatie lijkt me voor het dagelijkse leven erg bezwaarlijk.

Het feestgezelschap viel in drie delen uiteen: E’s familie, vrienden en buren, en collega’s van het instituut. Bij de laatsten kon ik mij wel thuis voelen, dus ik heb niet geleden. E. is een barones, al loopt zij in de bijstand. De familie stamt namelijk uit Oost-Pruisen en bezat “niets” meer toen ze hier heen kwam, maar kon blijkbaar nog net dat kostbare huis laten bouwen. Die familie was dus ook allemaal adel: sommige dames zagen er heel voornaam uit, met van die zilvergrijze permanent waves. Ze hadden nostalgische gesprekken over de voormalige oostgebieden, en over de reisjes die ze daar naar toe hadden gemaakt, het huis zo-en-zo stond er nog, daar was nu een bibliotheek in; en over de huwelijken die ophanden waren, en dat X geparenteerd was met Y, die weer een nicht was van Z. Praat waar je niet tussen komt en ook niets mee te maken hebt, maar die door zijn zeldzaamheid toch aardig is om eens te horen.

Terug wel met een taxi, die meteen al moeite had met het keren daar (die had ik anders gehad), en toen dat ongelofelijke labyrint van smalle en toch nog volgeparkeerde straatjes en eenbaans klinkerwegen weer naar beneden. Pas daar had ik weer het idee van in de normale wereld te zijn; het is echt anders daarboven.

Dit non-avontuur heb ik zo uitvoerig verteld omdat het een soort belevenis voor me was. Ik leid verder een zo saai en beperkt leven, vandaar.

9 reacties

Opgeslagen onder Marburg, Persoonlijk

Nieuwe routes

1. Deze dag, dacht ik, wordt de zwartste van het jaar, maar dat viel mee. Ik moest een nieuwe router: nieuw telefoonnet, iets met glasvezels, en voortaan de telefoon ook via Internet. De installatie van de vorige router heeft me dagen gekost, en menig telefoontje met de hot line, die maar zelden te bereiken was. Maar nu, ziedaar: het was in een half uurtje gepiept. Zonder app, zonder hotline, zonder technicus aan huis à 100 Euro. Ben ik zoveel slimmer geworden de laatste jaren? Te vrezen is van niet, maar de Telekom heeft eindelijk begrepen dat ze het de klanten makkelijker moest maken.

2. Ik wilde wat ouwe troep naar de kelder brengen. Niet zwaar, wel onhandig van formaat. Hoe kon ik dat vasthouden op de trap en tegelijk ook mijn beide krukken? De oplossing was als volgt: ik heb de krukken helemaal niet meegenomen. Het begin van een begin.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Persoonlijk

Muziek als geneesmiddel

Ik aarzelde toen L. vroeg of ik morgen mee wilde naar Bachs Johannes Passion in de Elisabethkirche. Het stuk is mij zeer dierbaar, maar tenminste twee uur stil zitten met dat been in een protestantse kerk? Katholieke kerken hebben knielbankjes en dus meer beenruimte, maar protestantse kerken uit vroeger eeuwen, dat is zoiets als de Economy Class van de Lufthansa. Erger vind ik nog dat het stuk door een niet al te beroemd ensemble en mij onbekende solisten zou worden uitgevoerd. Opgegroeid in Amsterdam ben ik van kindsbeen aan de allerhoogste kwaliteit gewend geweest. Als student kon je daar met het Cultureel Jeugdpaspoort voor ik meen vijf gulden naar de schitterendste concerten in het Concertgebouw, en ik ben vaak gegaan. Nu woon ik echter in de provincie en moet ik me vaak behelpen met middelmaat. En als het nu nog het Marburger Bachkoor was; maar nee, dat zingt op hetzelfde tijdstip iets totaal anders. Eigenlijk was ik liever daarheen gegaan: werken van Brahms en Dvorak. Maar dat is in de Fürstensaal van het kasteel: een ongemeen moeilijk bereikbare locatie als je iets met je been hebt. En een akoestiek die alleen maar te genieten is als je een van de centrale plaatsen hebt kunnen bemachtigen. Datzelfde Bachkoor had me om akoestische redenen een paar maanden geleden al teleurgesteld: Bachs H-Moll Messe, maar dan in de Lutherse kerk: ze zongen echt goed, maar het stuk viel plat door de akoestiek, tenminste waar ik zat. Sinds kort heeft Marburg een nieuwe Stadthalle: het Erwin Piscatorhaus. Ik weet niet eens hoe goed die zaal is, want klassieke musici treden er niet op; de huren zijn waarschijnlijk te hoog. Het blijft behelpen.

Goed, dus toch maar naar de Johannes Passion, als we nog kaartjes kunnen krijgen tenminste. En niet alleen als compromis. Ik moet namelijk ook eens leren omgaan met middelmatigheid en de vaak toch te waarderen mooie kanten daarvan. Al was het alleen al omdat ik zelf ook middelmatig ben in de muziek. Ik was al een keer naar mijn oude koor gegaan en ziedaar: er staan drie stukken van Bach op het programma; dat bevalt me. Geoefend hebben we die avond Wir danken Dir Gott. Dat beginkoor, is dat voor amateurs überhaupt zingbaar? Bach doet altijd of zijn zangers een orgel zijn dat geen ademhaling en geen rust nodig heeft; genadeloos. Halverwege het beginkoor was ik al hees. Nou ja, dat is amateurisme, dat kun je afleren. Maar het blijft een zware kluif. Nee, het kan niet, het is niet zingbaar, maar je wilt het wel, en op de een of andere manier lukt het dan toch.

Vandaag was mijn eerste zangles na het ziekenhuis. Wir danken Dir Gott geprobeerd, en jawel, het was verbazend hoe mijn leraar zo’n stuk er bij mij toch min of meer aanvaardbaar uitkrijgt. Nu maar hopen dat het herhaalbaar is. Maar ik krijg daar nu zin in, om maandag mijn stem te laten horen in het koor, en dat is dus een aanzienlijke stap terug in het leven. Want bij nader inzien had ik na het ziekenhuis nog nergens zin in gehad.

En zondag alweer in een ander ensemble liederen van Brahms; ach, het zal wel goed komen.

3 reacties

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk