Categorie archief: Persoonlijk

Dubbele opwinding

U ziet meteen aan me, dat ik vannacht weinig heb geslapen, dus ik zal even uitleggen waarom. Eerst was daar gisterenavond om zes uur de speciale tenorenoefening van het ensemble Canticum Antiquum. Normaal zijn we daar met ons drieën, gisteren waren we met zijn tweeën. De koorleidster is buitengewoon competent en weet ons tot grote hoogte te brengen. Gisteren was er weer echt een doorbraak.
.
Zulke uren zijn intensief, ik heb dan enige tijd nodig om ze te verwerken en de tonen in mijn geestesoor en -keel nog eens te herhalen. Maar daar kwam gisteren niet van, want een half uur later had ik een afspraak in een restaurant met twee geleerden, die mij bij een etentje mijn Festschrift (feestbundel) wilden overhandigen. Daar had ik helemaal geen zin in, maar het moest, dat begreep ik. In mei 2012 was er een afscheidscongresje voor me georganiseerd. De voordrachten van toen waren nu uitgegeven. Vijf jaar later ja: de heren verontschuldigden zich voor die lange tijd, maar dat is bij wetenschappelijke publicaties op mijn gebied niets bijzonders. Je schrijft voor de eeuwigheid, nietwaar, of tenminste voor een eeuw, en wat is dan vijf jaar?
.
Voor de fietstocht van Wehrda naar het restaurant ergens in Marburg-Zuid had ik een half uur uitgetrokken. Maar dat werd drie kwartier: het was donker en erg mistig en het interregionale fietspad door het Lahndal is onverlicht, dus het was ingespannen rijden. De heren waren niet boos, begrepen mijn excuus en waren in goede stemming, zo werd het toch een gezellige avond.
.
Tja, die bundel. Het idee, nog weer eens teruggevoerd te worden naar die wereld van mijn vroegere werk had mij aanvankelijk tegengestaan, ofschoon ik wel begreep dat ik mij verheugd en vereerd behoorde te voelen. Maar zie aan: in de loop van de avond, en zeker na het aanschouwen van het product, gebeurde dat inderdaad en kreeg ik er wel degelijk schik in. Het boek bevat hoe dan ook vijf interessante en mooie artikelen, en die overdreven lovende woorden aan mijn adres, in de inleiding en enkele voetnoten, heb ik maar gauw naast mij neergelegd.
.
Maar dat onverwerkte zanguur, plus de terugcatapultering naar vijf jaar geleden en het terugdenken aan de auteurs, van wie ik de meesten al jaren niet meer heb gezien, hield mij lang uit de slaap. De ontspanning, die een late ochtendslaap soms brengt, trad ook niet in: om precies kwart voor zeven begonnen die monsterachtige machines hiernaast: eeuwenoude eiken omhakken en grond weghalen voor een bouwproject. Gisterenavond vergeten het raam dicht te doen.

4 reacties

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Persoonlijk

Huiswerk maken

Om een beetje aardig te zingen moet je steeds oefenen, dat is niets nieuws. Wél nieuw is dat ik dat inderdaad doe, en wel zonder dat iemand mij het opdraagt. Er zitten onvermoede kanten aan dat zingen. Bij voorbeeld het uitspreken van de klanken en woorden, die heel anders is dan bij gewoon praten. Herz bij voorbeeld wordt voor in de mond met een vlakke e uitgezongen, maar als het woord op een hoge toon valt en ook nog luid moet zijn, op de climax van een romantische verzuchting bij voorbeeld, dan verandert het in ‘urts, waarbij die ‘ voor een soort braakgeluid staat. U meent te smachten bij mein Herz, maar U hoort in werkelijkheid maain ‘urts. Italiaanse woorden worden verkort en aan elkaar geplakt; twee klinkers worden vaak op één noot gezongen. Zoiets in een reeks korte nootjes te proppen en ook nog verstaanbaar te krijgen lukt alleen als je het vele malen doet, en morgen weer, en overmorgen weer. En ik doe het nog ook, vrijwillig.
.
Dat is een sensatie voor iemand die van kindsbeen aan zijn huiswerk geboycot en gesaboteerd heeft. U begrijpt: dat ik het desondanks semi-ver heb gebracht ligt natuurlijk aan mijn buitengewone intelligentie. Die groot genoeg was om op kritische ogenblikken, vlak voor een proefwerk of zo, toch het benodigde minimum aan kennis door mijn strot te wurgen. Wat ook hielp was de toestand van halfslaap waarin ik op school vaak verkeerde, zodat het steeds herhaalde gemurmel van de leerkrachten zich min of meer vanzelf in het brein vastzette. Bereidheid tot werken was er alleen als de leraar goed was en het vak mij interesseerde. Voor aardrijkskunde en geschiedenis heb ik heel veel meer gedaan dan vereist werd, vooral over Oost-Azië. Hetzelfde gold voor Hebreeuws, een facultatief vak. Maar Frans was niks; toen ik dat later echt nodig had moest ik het inhalen met romans lezen en cursussen in het Institut Français. De tien voor algebra op mijn eindexamen, die de twee voor meetkunde onschadelijk maakte, was te danken aan de bijlessen van onze buurman, die wiskundeleraar was aan de Zeevaartschool. Zoals hij het uitlegde vond ik het wel leuk. Ter compensatie verzorgde ik dan zijn grote aquarium.
.
Het boycotten van huiswerk en andere taken is mijn hele leven doorgegaan. Inclusief natuurlijk de steeds terugkerende buikpijn als ik moest presteren en me niet had voorbereid. Natuurlijk ontwikkel je dan een soort handigheid om je toch een beetje aardig te presenteren. Een leraar doorzag dat wel en zei soms tegen me: ‘Voor een improvisatie niet slecht!’ Maar het is zwendel, en het vreet energie, die je net zo goed aan het maken van huiswerk had kunnen besteden—als dat maar niet zo weerzinwekkend was geweest!
.
Maar nu is dat dus over. Omdat ik eindelijk volwassen geworden ben, en misschien ook omdat ik niet hoef te zingen?

4 reacties

Opgeslagen onder De mens, Muziek, Persoonlijk

Godsdienst als splijtzwam

Onlangs was er een jonge vrouw, van wie ik even dacht dat ik wel met haar getrouwd had kunnen zijn. Denkt U nu niet meteen rare dingen, dat doe ik ook niet. Ik ben te oud voor zoiets, bovendien is zij 45 jaar jonger dan ik en otherwise engaged. Het was meer een gedachtenspelletje, een voorstelling. Zoals wij bij elkaar pasten en op elkaar reageerden: werkelijk, ik kon mij een goed huwelijk voorstellen, ware het niet dat … zij tot een van die extreme protestantse kerken behoort, een schuurgemeente. Naast al het andere is dat toch een stevig huwelijksbeletsel.
.
En ooit had ik een echte vrouw leren kennen. Ik was opgelucht dat ze niet kerkelijk was, maar daaraan bleken al spoedig ook bezwaren te kleven. Ze was namelijk esoterisch, en zo kwam het tussen ons toch nog vaak tot verhitte ‘godsdienst’gesprekken. Dáárop is het niet stuk gelopen, maar het bedierf wel een beetje de sfeer, soms.
.
Van mijn grootmoeder heb ik veel gehouden, en zij ook van mij. De verhouding bekoelde echter toen zij 83 was en ik 25. Het werd haar langzamerhand duidelijk dat ik de kerk verlaten had en dingen deed die helemaal niet pasten bij de Gereformeerde leefwijze. Toen werd ik verstoten. We zagen elkaar nog wel eens, maar dan was er altijd een afstand. Het lag niet aan mij, naar ik meen: zij mocht immers alles geloven wat zij wilde, maar ik mocht niet ongeloven wat ik wilde.

8 reacties

Opgeslagen onder Godsdienst, Persoonlijk

Fietsen

Inderdaad ben ik vanmiddag naar de kelder gegaan om mijn beide fietsen te bezoeken. Van de niet-elektrische heb ik de banden opgepompt; vervolgens heb ik nog in de Tiefgarage geprobeerd wat te fietsen. De eerste pogingen waren moeizaam, zo zeer dat ik dacht dat het nooit zou lukken. Maar blijkbaar moet de nieuwe knie altijd even wennen aan nieuwe opdrachten; na een paar rondjes ging het wél. Onder één voorwaarde, net als een paar dagen geleden op die hotelfiets: ik moet niet mijn middenvoet op de trapper zetten, maar mijn hiel. Ik neem aan dat de knie door het vaker te doen beter zal gaan buigen, zodat de voet op den duur  verder naar achteren kan. Mocht dat niet zo zijn dan moet er een technische oplossing gevonden worden.
.
Toen naar buiten; daartoe moest ik even afstappen, want de korte helling van de garage naar de straat was te steil. Vroeger ook? dat geloof ik niet. Vervolgens de hele straat een keer op en neer gereden. Daar zit een helling in en die kon ik zonder elektriek in de laagste versnelling goed de baas, net als vroeger eigenlijk. Ik had de gewoonte de niet-elektrische fiets voor de stad te gebruiken en de elektrische voor langere tochten door het ommeland. Dat moest ik in oktober vorig jaar opgeven toen het oude been te zwak werd; toen werden alle ritten elektrisch. Maar die nieuwe knie is behoorlijk sterk: quasi zonder inspanning kon ik op en neer fietsen. Wel moeilijk was omkeren, de draaicirkel. Ik heb lekker staan stuntelen, maar dat gaf niet, want er was helemaal geen verkeer. De mensen zitten blijkbaar allemaal naar de voetbalwedstrijd Merkel-Schulz te kijken. Het zal echter nog enige tijd duren voor ik weer een soeverein fietsgevoel heb; straat na straat zal heroverd moeten worden. Ook valt nog te bezien of de helling die naar de binnenstad voert wel te doen is; die is wat steiler dan mijn straat. Tot overmaat van ramp wordt de belangrijkste brug in de stad binnenkort afgesloten, wegens dringend nodige herstelwerkzaamheden.
.
Het volgende project zal zijn de elektrische fiets weer te activeren. Die is zwaar en tamelijk onhandelbaar; daarom had de fysiotherapeut mij aangeraden eerst de gewone fiets te proberen. Maar zij is van mening, evenals de chirurg overigens, dat ik op den duur alle ritten per elektrische fiets moet gaan maken. Net als afgelopen winter dus; dat kan. Maar nu eerst even kalm aan met dat ding.
.
Een bijkomend voordeel van het bezoek aan de kelder was, dat ik daar nog een doosje witte wijn aantrof, waarvan ik het bestaan vergeten was.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg, Persoonlijk

Lopen en fietsen

Afgelopen week had ik een mini-vakantietje in een dorp in de Kreis Lippe. Misschien waren dat wel de belangrijkste dagen van deze zomer, want ik heb drie dagen gelopen en een beetje gefietst.

Het lopen ging aanzienlijk beter dan kort geleden nog in Bad Staffelstein. De bodem was telkens vlak en goed geplaveid, resp. van fijn steenslag voorzien. Hulpmiddel waren de nordic-walking stokken, die mij waren aanbevolen als overgang van krukken naar helemaal geen stokken meer. De bedoeling daarvan is 1. in het spoor te blijven, d.w.z niet te gaan waggelen; 2. wat grotere stappen te nemen, zodat het been meer gestrekt wordt.

De eerst dag bezochten we wat op de wegwijzers stond aangeduid als de Touristische Ziele, alle in de omgeving van Detmold. Telkens met de auto er naar toe, dan wat rondlopen en weer verder.

De Externsteine, een stel enorme rotsen midden in het vrijwel vlakke land, bij Horn-Bad Meinberg. Een natuurfenomeen. Parkeren en ernaartoe lopen, wat rondlopen, een flink eind. Je kon er ook op klimmen; daar moest ik van afzien.

Het Hermannsdenkmal is met sokkel meer dan vijftig meter hoog: een groen uitgeslagen koperen man uit de negentiende eeuw met een zwaard in zijn hand: Hermann ofwel Arminius, die ooit tegen de Romeinse veldheer Varus een veldslag heeft gewonnen. Moderne historici hebben intussen ontdekt dat die slag heel ergens anders heeft plaatsgehad. Hè, die betweters ook altijd, ze verpesten ieder verhaal. Maar goed, Hermann staat er en hij is ook een monument van Duits nationalisme, zoals de relatief vele bezoekers van het type skinhead/tattoo/uitgewoond leren jack/motorfiets moeten hebben aangevoeld. Hij is zodanig te groot dat ik associaties kreeg met het gigantisme van de Nazi’s, Ceaușescu, Noord-Korea. Parkeren en ernaartoe lopen, eromheen lopen, samen ruim een kilometer denk ik.

Het openluchtmuseum bij Detmold is zeer uitgestrekt, daar loop je al gauw een paar kilometer. En dan nog het gescharrel in het nagebouwde dorp, en het in-en-uit van de oude boerderijen en huizen die daar weer zijn opgebouwd. Een mooi museum. Het lopen deed me plezier, het landschap was prachtig en het was lekker warm. ’s Avonds nog naar een restaurantje in het dorp gestrompeld.

De volgende dag stond de Landesgartenschau te Lippspringe op het programma. Weer een heel uitgestrekt terrein dat tot lopen en stilstaan en slenteren noodde. Ook dat heb ik kunnen genieten.

 

De laatste excursie was een bezoek aan Lemgo. Een verrassend aardig stadje met veel mooie gebouwen, wel met wat kasseien, maar het viel nog mee. In een stad lopen is altijd wat moeizamer, maar het lukte. Een uitvoerig bezoek aan het stedelijk museum. Lopen in musea is het ergste wat er is, toch viel dat nu ook mee, en het was een mooi museum. Reclame voor de stad was het niet, want het bleek dat hier omstreeks 1600 veel vrouwen als heks waren gedood. Lemgo had zelfs de bijnaam ‘het heksennest’. Dat kon het zijn omdat het een onafhankelijke rechtspraak had en niet eerst aan een vorst hoefde te vragen of de doodstraf mocht worden toegepast. Kleinburgers moeten te nooit te veel macht krijgen, dat zie je maar weer.

Kortom, normale toeristische dagen, zij het minder lang dan vroeger. Ja ja, ook een ijsje tussendoor.

In het hotelletje stonden zes fietsen in de schuur, waarvan ik er twee heb geprobeerd. Eén paste niet, de andere wel, met het zadel hoog gezet en alleen als ik niet met mijn middenvoet, maar met mijn hiel op de trapper zat. Dat moet samenhangen met de bouw van de fiets. Je kunt je anders ontworpen fietsen voorstellen. Dit waren damesfietsen: dat leek me prettig, om zo te kunnen instappen, maar dat was het niet, en al gauw zwaaide ik net als vroeger mijn been gewoon over het zadel. Het langzame rijden door het stille dorp was onproblematisch. Een heel gewoon gevoel, dat fietsen.

Taken voor vandaag, of, nou ja, misschien morgen: 1. Fietssleuteltjes terugvinden. 2. Bezoek aan mijn twee fietsen in de kelder. 3. Banden oppompen. 4. De beide fietsen proberen. Ik zie er toch nog tegen op.
=========
Het gaat dus goed met dat been? Toch maar ten dele. De arts en de fysiotherapeute zijn bezorgd, omdat de strekking van het geopereerde been niet 100% lukt. Ik loop dus wel, maar niet helemaal normaal. En dat kan tot versnelde slijtage leiden.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Fietsen, Persoonlijk

Oude vrienden

Niet alleen ik word oud, mijn vrienden en kennissen ook. Ik heb natuurlijk maar heel weinig echte goede vrienden, maar wel vrij veel kennissen. Ze zijn tussen de vijftig en de tachtig, maar die getallen betekenen niet veel: soms zijn vijftigers ouder dan tachtigers.

Soms worden ze anders, of in sneller tempo oud dan ik en veranderen zo zeer dat ik wat afstand wil nemen. Neem bij voorbeeld R.. Hij is anders gaan praten de laatste tijd, drukker, meer woorden per kubieke meter. Na een half uurtje ben ik doodmoe. Wij ondernamen samen vaak lange autotochten, waarbij we elkaar afwisselden bij het rijden. Nu wil ik liever niet meer dat hij stuurt; de laatste keer heeft hij twee gevaarlijke verkeersfouten gemaakt.

En dat M. steeds meer terugvalt in zijn herinneringen is ook onaangenaam. Als er een plaatsnaam valt krijg je te horen over de drie keer dat hij daar was, in 1973 en later nog in de negentiger jaren. Grote kans dat het fotoalbum tevoorschijn komt met kiekjes van M. in genoemde plaats. Zo komt het gesprek niet verder. En het voortdurende reciteren van namen van stadgenoten van vroeger, die ziek, weggetrokken of gestorven zijn. Dat vroeger alles veel beter was spreekt voor hem vanzelf. Ik kan en wil met dit alles niet meedoen.

Dan is er nog de variatie in fitheid. Omdat ik een kapotte knie had was ik lange tijd degene die het langzaamste liep, met wie rekening moest worden gehouden, die niet alles mee kon doen enzovoort. Intussen is mijn knie weliswaar nog lang niet in orde, maar toch ben ik soms al degene die sneller loopt, die nog niet moe is terwijl anderen lopen te puffen en te hijgen. Dat verandert een vriendschap niet, maar ik moet dan wel even grinniken.

Fnuikend voor een vriendschap is de dood. Er zijn er al een paar gestorven, maar slechts twee nabije vrienden. De meesten waren uit de buitenste cirkel en stierven vreemd genoeg met begin zestig. Natuurlijk leven ze voort in de herinnering, maar die is ook niet meer wat hij ooit was.

Van hun kant zullen de vrienden en kennissen ook wel vinden dat ik steeds krakkemikkiger en vooral raarder word.

Hoe dan ook: de kans dat ik alleen zal achterblijven wordt steeds groter, hetzij door het sterven van vrienden of doordat we uit elkaar groeien.

3 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk

Ontslagen

Ik werd ontslagen, een half jaar voor mijn pensionering. Wegens overtolligheid.

Inderdaad zijn er weinig dingen zo overbodig als kennis van het Arabisch of — de hemel beware! — van de islam, een onderwerp dat zich, zoals vrijwel dagelijks blijkt, ook zonder kennis uitstekend laat be-debatteren..

Gelukkig was mijn ontslag maar een droom, vannacht. In werkelijkheid heb ik de vijfenzestig als arabist in functie gehaald en geniet ik nu een welverdiend pensioen. Was ik in Nederland gebleven, dan was het misschien anders geweest. Het is wel opvallend dat de arabistische opleidingen daar vrijwel alle zijn opgeheven, ingekrompen of omgedoopt. Maar gelukkig werkte ik de laatste jaren in Duitsland, een land dat in dit soort dingen vaak een jaar of tien, twintig achterloopt op de trend.

Over de nutteloosheid van arabistisch werk maak ik me geen zorgen. Anders dan bij natuur- en scheikunde zijn arabistische studies vaak vijftig of honderd jaar geldig. Stel dat er in Europa de komende dertig jaar helemaal geen belangstelling voor zou bestaan, daarna kunnen ze de boel gewoon weer uit de kast halen. En in die tussentijd bloeit het vak elders: in Brazilië misschien, in Korea of Canada.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Bildung und Uni, Dromen, Pensioen, Persoonlijk

Korte vakantie

Afgelopen zondag dus in Zeil am Main, een aardig micro-stadje, waar het lopen echter toch niet zo meeviel. Ik had niet aan de kinderhoofdjes gedacht, die mijn halfzachte been niet op prijs stelde.

De volgende ochtend in Bayreuth mijn Australische vriend R. opgepikt, die daar net vier avonden Wagner had uitgezeten, en samen naar het kuuroord Bad Staffelstein (wij zeiden Stachelschwein, wel begrijpend dat wij de eersten niet waren) gereden, waar we tot vrijdag bleven. Dit was een noodoplossing: eigenlijk zouden we net als vorig jaar Italiaanse steden gaan bezoeken, maar zonder volwaardig been gaat dat niet goed. Vandaar deze oudemensenbestemming: een heus kuuroord, met een heel groot Thermalbad en ook nog een gewoon zwembad en een fitnessruimte. Het hotel was perfect, het eten ook. Iedere dag hebben we iets buiten de deur gedaan, er is genoeg te zien daar. Bij voorbeeld het klooster Banz, waarvan vooral de omvang en de ligging op een heuveltop overtuigen; de kloosterkerk was aardig, maar lang niet zo spectaculair als die van de dag daarop: Vierzehnheiligen! Hoe was het ook alweer? Aan een herder verscheen, vele eeuwen geleden, een kind, dat hij als het Christuskind opvatte. Het werd omgeven door veertien andere kinderen, die zich als de veertien noodhelpers (heiligen) in allerlei soorten nood voorstelden en wensten dat er ter plaatse een kapel zou worden gebouwd. Dat gebeurde pas nadat een doodziek meisje daar genezing gevonden had. Het werd een spontaan pelgrimsoord; wat later werd ook die kapel gebouwd. De bouwkosten kwamen er met de verkoop van aflaten dubbel en dwars uit. Die kapel werd verwoest in een oorlog; zijn opvolger in een volgende oorlog, en in het midden van de achttiende eeuw kon dan de meester-architect Balthasar Neuman zijn basiliek daar neerzetten.
Een schitterend barokgebouw, met als bijzonderheid het ovalen Gnadenaltar midden in de kerk, omgeven door de veertien heiligen, die in allerlei noden helpen. De heilige Dionysius helpt bij voorbeeld bij hoofdpijn en bij geloofs- en gewetensnood. Hij draagt zijn hoofd in zijn handen, wat erg praktisch lijkt, juist bij dergelijke noden.
Aan pelgrims mangelt het ook nu niet. Aflaten worden er niet meer verkocht, wel talloze devotie-artikelen.

De volgende dag Rosenau bezocht, een romantisch klein kasteel, tweehonderd jaar geleden gemoderniseerd in neo-gothische stijl, in een schitterend ‘Engels’ landschapspark. Hier stond de wieg van prins Albert (1819–1861), en die staat er nog steeds. Koningin Victoria zei eens dat zij, als ze geen koningin was geweest, in Rosenau had willen wonen. Ik kon haar geen ongelijk geven. Ze sliep met Albert in  diens kinderkamer en herinnerde zich later: ‘How happy, how joyful we were!’ Het vorstenhuis Sachsen-Coburg-Gotha was in zijn huwelijkspolitiek nog slimmer dan de Waldeck-Pyrmontjes: ze leverden koningen en prinsessen aan vele Europese staten.

De op een na laatste dag in Bamberg doorgebracht, een van de mooiste steden van Duitsland überhaupt.

Al met al een beetje erg rustig vakantietje, maar dat ging nu niet anders. Per excursiedag heb ik zo’n 5 kilometer gelopen, veelal over moeilijk terrein (keien, trappen). Dat is een schijntje in vergelijking met andere vakanties, maar voor nu was het precies goed. Het zal nog beter worden. Welke heilige daarbij helpt ben ik alweer vergeten.

4 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Persoonlijk

Geen been in!

Maandag word ik in Bayreuth verwacht — nee, niet voor Wagner natuurlijk. Zo kwam de gedachte op: waarom niet al zondag wegrijden, hier of daar nog wat rondkijken en maandag nog ruim voor de middag fit en fris in B. aankomen?

Mijn keus voor de overnachting viel op het stadje Zeil am Main.

Wat is daaraan nu zo bijzonder voor mij? Dat ik op dit idee durfde te komen. Het is voor het eerst sinds mijn knie-operatie dat ik zomaar ergens even wil rondlopen en dat ook kan. Tot nu toe kwam ik weliswaar overal waar ik wezen wilde, meestal met de auto en soms met de bus. Maar zonder noodzaak zomaar ergens gaan rondlopen, dat heb ik al een jaar niet meer gedaan. Nu kan dat zonder bezwaar. Nog geen urenlang, maar toch. Gelukkig is het maar een klein stadje.

1 reactie

Opgeslagen onder Persoonlijk

De hoge b en de behaagzucht (?)

Eerder schreef ik al over de hoge c. Ja, die kwam er bij mij ook al eens uit. Die was niet om aan te horen, het was eerder een gepiep, maar het feit dat hij ‘in principe’ aanwezig was betekende dat ik erop mocht vertrouwen een tenor te kunnen worden.

En gisteren was daar dan de hoge b. Nu niet als gepiep, maar zuiver en mooi gezongen, met een behoorlijk volume. Dat was nog niet vertoond en zal ook niet zo gauw herhaald worden. Het doet er namelijk nogal toe onder welke omstandigheden zo’n toon geproduceerd word. Ditmaal gebeurde het bij het inzingen door een ervaren en competente koorleidster.

Inzingen: ik wist tot voor kort zelf niet wat dat was, dus ik zal het even uitleggen. Wie zomaar zijn mond open doet om te zingen brengt meestal onaangename klanken voort. Daarom denken ook veel meer mensen dan nodig dat zij ‘niet kunnen zingen’. De stem moet telkens even losgemaakt worden, wakker geschud, een kwartiertje of zo, met uitgekiende oefeningen. In mijn opmars door de koren – ze worden steeds beter – was ik beland bij Canticum Antiquum, waar we Franse madrigalen en ook de Lamento di Arianna van Monteverdi zingen; wat een heerlijke muziek! De koorleidster daar had weer andere oefeningetjes dan ik gewend was, en floep, daar kwam die hoge b. Ik had het zelf niet eens in de gaten; het werd me achteraf gezegd.

Bij mij thuis lukt dat niet; dan ben ik immers alleen aan het hannesen. Maar bij mijn zangleraar is het ook maar een halve keer gelukt. Waarom? Bij hem zit er altijd een beetje schrik op de achtergrond: ik moet presteren, o jee, ik kan het niet! dat gevoel; en dan klapt de strot weer toe. Misschien lukte het bij die koorleidster geheel vanzelf en speels omdat zij een vrouw is. Mijn hele leven heb ik al gemerkt dat ik op mijn best ben als ik iets voor een vrouw doe. Dr. Freud lässt grüßen.

Waar is die hoge b goed voor? Voor een koorzanger is hij niet nodig, en voor die oude muziek al helemaal niet. En een solocarrière zit er voor mij niet meer in. Maar als je de b hebt komt de a, komen vele a’s, met groter gemak, en die zijn bij koorzang wel nodig. Turandot kan ik altijd nog in bad zingen.

2 reacties

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk