Terug in Bad Waldsee

In 2016 was ik voor het laatst bij de studieweek voor oude muziek in Bad Waldsee, en nu was ik er weer. We zijn allemaal duidelijk ouder geworden; alleen de muziek is nog als nieuw.

Zang overwegend uit de zestiende en zeventiende eeuw, maar ook blaas- en enkele snaarinstrumenten. Met een zeker gemak verving men indertijd stemmen door instrumenten of omgekeerd en roeide met de riemen die men had. In Waldsee waren er fluiten, dulcianen, pommers, ranketten, kromhoorns, gemshoorns en nog andere dingen, en dat vaak in sopraan-, alt-, tenor- én basuitvoering. Er waren ook harpen en gamba’s.

1280px-BadWaldsee_Frauenbergkirche_innen

Foto Andreas Praefcke Wikimedia Commons

Voor mijn archief—U kunt natuurlijk meeluisteren als U zin hebt. In de Frauenbergkapelle hebben we het volgende uitgevoerd :

Duarte Lôbo (1565–1646), ditmaal de eerste twee delen uit zijn Missa pro defunctis van 1626 a 8 voci, tot 6:00.
Joh. Eccard (1553–1611), Christus lag in Todesbanden.
Heinrich Isaac (1450–1517), Salve sancta parens, a 6 voci.
Ex illustri nata prosapia, Motette 48 no. 123 uit Codex las Huelgas, ± 1325, door de mannen alleen (tot 0:50).
Heinrich Schütz (1585–1672), Deutsches Magnificat SWV 494.
Monteverdi, Ave maris stella, Hymnus a 8 (1:11–1:21).

De volgende werken hebben we wel gezongen en gespeeld, maar niet publiekelijk uitgevoerd:
Andrea Gabrieli (1520–1586), XLII Gloria a 16.
Andrea Rota (1553–97), Magnificat, a 12 (geen opname).
Duarte Lôbo (1565–1646), Audivi vocem de caelo mihi dicentem, of misschien nog liever deze.
Johann Schop (?–1667), Steh auf, meine Freundin, a 8 (geen opname).

De links zijn overwegend naar professionele uitvoeringen in Youtube. Zo mooi zongen wij dus niet.

Er was ook weer een optreden van de twaalf gemshoorns. Ditmaal heb ik ook eens gelet op de gemshoornhoezen, een cultuurgoed dat volgens mij niet onverwant is met het mutsje, dat ik hier signaleerde.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek

Oriënt Express?

Da kommt die Bahn. Edirne (Adrianopel), 19e eeuw.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nabije Oosten, Trein&tram

Wat wil God?

God is verdwenen uit Jorwerd, dat is bekend, maar uit Staphorst nog niet. Daar heeft Hij onlangs zijn wil gedaan aan wethouder de Jong, die na dertig jaar lidmaatschap van de SGP nu lid is geworden van het FvD, namens hetwelk hij nu zelfs kandidaat-gedeputeerde in Overijssel wordt. God gunt de Jong de carrièresprong. „Goddelijke besturing van boven bracht mij bij deze partij,” heeft de Jong volgens meer dan een bron verklaard—ik hoop dat het citaat klopt, kan het niet controleren. Zulke besturing komt altijd van boven, nooit van beneden uit de onderbuik.
.
God had zich al vaker met Nederland bemoeid. De oorlogszuchtige veroveraar van de Oost, J.P. Coen, schreef al in 1618: ‘Dispereert niet, ontsiet uwe vijanden niet, daer en is ter werelt niet dat ons can hinderen noch deeren, wandt Godt met ons is, en trect de voorgaende misslaegen in geen consequentie, want daer can in Indien wat groots verricht worden.’
.
De slavernij vond God ook een goed idee, althans volgens Ds. Godefridus Udemans in 1638: ‘Aengaende de Heydenen of Turcken, die mogen van de Christenen tot slaven gebruyckt worden, mits datse in eene rechtvaerdige Oorloge gevangen of van hare Ouders, of andere deughdelijcke Meesters, voor eenen rechten prijs gekocht zijn, ghelijck verhaelt wordt dat ordinaris geschiedt in Angola. Want dit accordeert met de Goddelijke Wet, Levit. 25, vers. 44.45.46.’
.
Van 1831 dateert het protestantse devies ‘God, Nederland en Oranje’ (Isaac da Costa), dat het nog tot ver in de twintigste eeuw heeft uitgehouden.
.
En dat zijn slechts enkele voorbeelden. Je zou een boek vol kunnen schrijven over de wondere werken Gods in en met de Lage Landen; waarschijnlijk bestaat dat al lang.
.
Dikwijls bevestigt God de status quo, ook wanneer die voor Nederland ongunstig uitpakt. Dan is het namelijk een beproeving of straf. “Zie toch niet op dien Duitscher. Hij is slechts een roede in Gods hand,” zei de oprichter van de SGP Ds. Kersken in 1940, met een fatalisme dat doorgaans alleen moslims verweten wordt.
.
In Jorwerd woon je waaratje zo gek nog niet.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Godsdienst, Nederland

Lekker kagum

‘Ik heb lekker kagum,’ zei men op het schoolplein van de lagere school, ‘en jij niet,’ werd er vaak bij gezegd, of anders gedacht.
.
Kauwgum bestond in twee vormen: als kauwgumbal, te trekken uit de automaat, of in pakjes, waarvan ik mij vooral het minderwaardige, stinkerige merk Bazooka herinner. Smerig spul was dat, maar het ging vooral om de bijgesloten plaatjes: een stripverhaaltje in miniatuur. Mijn vroegste herinnering aan de kauwgumbal was dat ik van mevrouw Wenzel, een vriendin van mijn moeder, een cent kreeg om een kauwgumbal te gaan trekken. Het moet omstreeks 1952 zijn geweest. Gauw naar de Hogeweg, waar een automaat hing, maar wat een teleurstelling: de cent paste er niet in! Bedrukt naar huis, en wat bleek? De cent die ik had gekregen was nog van koningin Wilhelmina, en die waren iets groter dan die van Juliana. De cent geruild en zo werd alles toch nog goed.
.
Dit herinnerde ik mij toen ik van de week aan het begin van mijn huidige woonstraat een opengebroken kauwgumballenautomaat zag. Ja, die bestaan hier nog; in Nederland misschien niet meer? Deze was strategisch opgesteld bij de ingang van een basisschool. Het was de boef blijkbaar niet om het snoepgoed te doen geweest, want dat zat er nog in. Maar het bakje waar het geld in zat was er met aanzienlijk geweld uitgesloopt. Bij een balprijs van 10 cent zal daar misschien wel vijf Euro te roven zijn geweest!
.
Heel verbaasd was ik toen daar al na drie(!) dagen een bestelwagentje stond en er twee mensen bezig waren een geheel nieuwe automaat aan te brengen. Nou ja, geheel nieuw: bij nader inzien bleken bepaalde onderdelen van een ouder exemplaar te stammen, maar toch: het ding glanst verlokkender dan ooit. Niet alleen kauwgumballen, ook ander snoep wordt er nu aangeboden, en voor huiveringwekkende prijzen: 10, 20 en 50 cent! Het openbreken is lonender dan ooit.

6 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Eten, Vroeger

Notre Dame de Paris

In gedenken aan de kerk die in vlammen is opgegaan een zeer vroeg muziekstuk dat daar gemaakt is en een centrale plaats inneemt in de Europese muziekgeschiedenis: https://www.youtube.com/watch?v=FvJ6xl3l1ek

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Godsdienst, Muziek

Alleenzang

Het is besloten: op vijf mei zal ik met een leerling sopraan onder begeleiding van een professionele pianiste een duet ten gehore brengen, in het zog. muziek-café van het theater hier. Een informele gelegenheid, maar toch in het openbaar. Dan zal ik dus niet in mijn eentje staan te zingen, maar moet wel alleen een tenor-partij afleveren. Het gaat om Schumann, In der Nacht.
En nog op een ander front wordt er gewerkt aan een zelfstandig optreden als zanger. Op Tweede Paasdag hoop ik naar Bad Waldsee te kunnen vertrekken voor een week met oude muziek. Daar zijn in totaal drie tenoren, maar de kans is groot dat er meerkorige werken worden ingestudeerd, zodat ieder toch zelfstandig een partij zal zingen. Wel wordt men daar ondersteund door de rijkelijk aanwezige oude blaasinstrumenten, bij voorbeeld een dulciaan, zodat er minder mis kan gaan. Ook hier heb ik zin in, en ik hoop dat het allemaal doorgang kan vinden.

4 reacties

Opgeslagen onder Muziek

Buiten de paden

Gisteren had ik iets te doen in Fulda, dus heb ik het buurtwandelen naar daar verplaatst. Dat viel niet zo mee: veel van de stad is in WO II verwoest en ook veel daarna. Wel zijn er nog mooie brokstukken over: kerken, een kasteel, enkele goede huizen uit de oude tijd. De barokke kathedraal is groot en weelderig, iets té misschien. Hier ligt Bonifatius, de martelaar van Dokkum, in een riante crypte. Geen muffe lucht of optrekkend vocht daar beneden, maar veel marmer en luxe. Als U met geen stok een kerk in te krijgen bent kunt U binnenkort op het voorplein de musical over hem zien. Indrukwekkend is ook de kleine St. Michelskerk uit de negende(!) eeuw.
Voor de avond had ik een vrijkaartje voor Bachs Johannespassion in Frankfurt. Sir Simon Rattle en het Choir and Orchestra of the Age of Enlightenment en solisten. Dus van Fulda met de trein naar Frankfurt, door de streek die vroeger een fietsgebied van me was, en veel later met de 23.24 terug naar Marburg. Dat is wel een bezwaar van het leven in de provincie: die late thuisreizen. Maar het loonde de moeite.
Die Johannespassion werd een bijzondere ervaring, want het betrof een halbszenische Darstellung, onder regie van Peter Sellars. Muzikaal gezien was het fantastisch. Sir Simon haalde dingen uit dat bekende stuk naar boven die me nog nooit waren opgevallen. Zijn dirigeren was soms merkwaardig: hij liep wat heen en weer over het podium, zette wat solisten neer, dirigeerde hier een daar een groepje mensen en stond ook wel eens achter het koor te dirigeren, zodat hij niet te zien was. Soms zong hij lekker mee. Nieuw voor mij was het toneelspel dat daar werd opgevoerd. Natuurlijk niet met een echt kruis: het waren meer aanzetten tot spel, tot leven gekomen tableaux vivants. En zie aan: dat gaf een geweldige meerwaarde. Van begin af aan was je als publiek zeer betrokken bij de handeling. Misschien dat het koor het meest profiteerde. Partituren met noten of ẓwarte pakken waren natuurlijk nergens te bekennen, de verschillende stemgroepen waren door elkaar gehusseld, de zangers lagen soms op de grond, sprongen dan weer op, stormden dreigend naar voren, weeklaagden enzovoort. Niet alleen met hun stem, ook met hun gezicht en hun hele lijf drukten zij uit wat zij zongen, nog wat meer zelfs dan in het doorsnee operakoor. Malchus’ oor werd bedrieglijk echt afgehouwen. Een haatdragende volksmassa zag er vervaarlijk uit, de valse joden sisten hun Wir haben ein GeSETZ, ein Gesetz, -setzz, -SETZZ, en bij het loten om Jezus’ kleding aan de voet van het kruis werd het zelfs een beetje jolig; die soldaten amuseerden zich prima.
Mij overtuigde het en ik zal dit niet licht vergeten. Straks eens kijken hoe het in de bourgeoise pers gerecenseerd wordt.

 

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Kunst, Muziek

Buurtwandelen

Omdat ik om medische redenen een tijdje niet mag fietsen ga ik dus maar wandelen. Het is een mooie aanleiding om mij nog onbekende wijken van de stad eens te bekijken. Ik woon al twaalf jaar in Marburg, dat helemaal niet groot is; toch zijn er wijken waar ik nooit of nauwelijks ben geweest.
.
Vandaag begonnen op een steenworp van mijn voordeur, in de zuidelijke Ortenberg-wijk. Ik geloof dat die heuvel aan de overkant van mijn straat inderdaad al Ortenberg heet. Daar is de lugubere Galgenweg, waar grote auto’s niet in kunnen en kleine slechts met moeite en waar ’s winters niet wordt gestrooid. Voor die veroordeelden, vroeger, was het een hele klim. Maar zij hadden na afloop rust, terwijl de beul dan weer naar beneden moest met zijn gerei. De hangplek was mooi gekozen.
.
Dat wegje mondt uit, althans theoretisch, in de geheimzinnige Spiegelslustweg. Regelmatig staan er wanhopige bestelwagens die daar een pakje willen bezorgen en niet weten hoe en waar. Maar die moeten een heel eind verderop zijn, waar de weg begint. Hij zal ooit naar de uitspanning Spiegelslust gevoerd hebben. Dat was de lust van Werner Freiherr von Spiegel zum Desenberg (1802–77), die in Marburg studeerde en in 1828 op de berg een paviljoen liet bouwen, vanwege het mooie uitzicht op het kasteel en de stad. Vroeger deden studenten nog wel eens iets aardigs voor hun stad. Nu is die tent via een omweg per auto te bereiken: er wordt een vette hap geserveerd, en ijs, en cola.
.
Tien jaar geleden heb ik dit stukje straat al eens verkend. Het is zwaar werk, want de heuvel is steil en je komt niet ver. Boven zijn allemaal hekken want er staan exclusieve huizen, waarvan de voordeur kennelijk heel ergens anders is. Indertijd slaagde ik er niet in via de Galgenweg de Spiegelslustweg te bereiken. Nu begrijp ik waarom: er is maar een heel smal voetpad dat de overgang mogelijk maakt, en dat was indertijd geblokkeerd door een omgevallen boom,  omgeblazen door de orkaan Kyrill.
.
Ineens stond ik bovenaan die weg: ruim geasfalteerd, grote stukken grond, grote maar niet bijzonder mooie huizen, hoewel er ook enkele als huis vermomde appartementengebouwen staan. Volgens de Oberhessische Presse de op een na steilste straat van Marburg: 22,6%. Zonder twijfel een toplocatie, maar voor mensen met benen of knieën is de ligging wel bezwaarlijk. De garages zijn vaak wat lager dan de huizen in de berg uitgezaagd, dan moet je dus met een trap naar de straatweg en vandaar met nog een trap naar het huis. Ook voor verhuizingen en de levering van vleugelpiano’s liggen de panden moeilijk. En er is nog iets anders wat ze toch minder begeerlijk maakt: je hoort er de hele tijd de Autobahn in het dal, en bij westenwind waarschijnlijk ook de spoorbaan.
.
Verder nog een doodlopende zijstraat bekeken: de Katharina-Eitel-Weg. Tot voor kort heette die Walter-Voß-Straße, maar men ontdekte dat die een verleden als Nazi en jodenjager had, dus die moest weg. Twee bescheiden huisjes uit de jaren zestig, toen deze weg blijkbaar ontsloten werd, en dure huizen uit de jaren negentig en later, toen men dit stukje berg verder ontgon.
.
Terug via de Georg-Voigtstraße. Van boven komend ervoer ik die mij zeer vertrouwde straat ineens heel anders. Bovendien is het voorjaar; ook dat heeft een vervreemdend effect.

5 reacties

Opgeslagen onder Marburg

OPGEPAST, Lesbisch stel! Een perversie voor kinderen

In het altijd zo rimpelloze Nederland was een klein briesje opgestoken, dat wat ‘ophef’ veroorzaakte. In een nummer van de Donald Duck zou een lesbisch stel zijn afgebeeld. Boze mensen vroegen zich af: Moeten ‘onze kinderen’ nu ook al verplicht aan dit soort perversies worden blootgesteld? Waarschijnlijk zijn dat dezelfde bozerikken die moslims verwijten dat zij intolerant zijn jegens homoseksuelen.
Zelf ben ik al zestig jaar niet meer geabonneerd op dat blad. Toen ik het betreffende plaatje eindelijk te zien kreeg moest ik erg lachen. Het is volkomen onschuldig.
D3Vtti_XoAAouFKEr zijn twee dames te zien die aan een drankje zitten. Het eten is er nog niet; ook in Duckstad is de bediening langzaam geworden. Uit het getekende hartje blijkt dat zij elkaar erg graag mogen. Is dat nou alles? Moeten ze daarom lesbisch zijn, voor de hele rest van hun leven? Er zijn zo veel mogelijkheden. Misschien gaan ze na het eten met elkaar naar huis en hebben ze eenmalig een dolle nacht. Misschien zijn ze serieus verliefd en besluiten te gaan samenwonen. Die blauwe jurk zal wel het grootste huis hebben, dus dan trekt die andere daar in; dat kán ja. Het is echter ook goed mogelijk dat ze een gezellig dagje Duckstad gedaan hebben en even in een uitgelaten stemming zijn. De rode jurk gaat na het eten terug naar haar flatje boven de bibliotheek, de andere gaat weer naar man en kinderen in Ganzenhuizen.
Wie kan dat weten, en móet het geweten en gezegd worden? Laat iedereen toch lekker doen waar hij/zij/het zin in heeft! Alle vormen van seks en liefde en genegenheid zijn mogelijk. Wel met inachtneming van bepaalde regels: geen dwang, geen letsel, geen overdracht van ziekten, geen misbruik of benadeling van kinderen.
Maar wat ook belangrijk is: de mens is een veranderlijk wezen. Hij hoeft zich niet vast te leggen, hij hoeft zich geen identiteit te laten aannaaien. Met die afzichtelijke letters LHB enzovoort rijst het helemaal de pan uit. De laatste versie die ik zag was: de LHBTQIAP community. Wie zich daar niet in herkent valt tussen de letters en moet dus zelf een letter gaan verzinnen, óf is cis het, wat ook erg onsmakelijk klinkt. Dit kan toch geen serieuze manier zijn om de menselijke verscheidenheid en veranderlijkheid te benaderen?

2 reacties

Opgeslagen onder De mens, Nederland

Scheiden doet lijden

Dikwijls krijg ik kort voor het wakker worden een onderwerp aangeleverd waarover ik iets moet of kan schrijven. Vandaag was dat een compleet overzicht over alle vrienden en vriendinnen die ik gehad heb en nu niet meer heb.
Het is niet prettig, deze opkomende neiging tot autobio en memoires. Het zal wel aan de leeftijd liggen. Ik zou zó kunnen gaan zitten om de ene na de andere oude vriendschap neer te schrijven, maar dat ga ik niet doen. Het zou niet fair zijn ten opzichte van die mensen, waarvan de meeste nog in leven zijn, en mijn eigen privéboeltje wil ik ook niet kwijt in het internet.
Vroeger, ja vroeger, in de tijd dat er nog met edelmetalen pennen op papier geschreven werd, toen kon je zoiets wel doen. Niemand zou die teksten immers ooit onder ogen krijgen? Hoogstens een enkele nabestaande, die de zaak zonder begrip bij het oud papier zou gooien. Maar electronisch moet je je niet te zeer blootgeven. En aan de openbaarheid van dat internet, van dat blogwezen ben ik toch gehecht geraakt, hoewel het tot een beperking van de schrijfonderwerpen heeft geleid.
.
Nou vooruit, twee oude vriendschapjes dan, uit de grijze voortijd.
Mijn eerste vriendje heette Peter, we genoten samen het Fröbel-onderwijs. Zo’n kleuterschool kan best desolaat zijn, maar met Peter kwam ik de dag wel door. We speelden de hele dag samen: zandbak, blokkendozen, de hele handel. Op een dag kwam Peter niet meer. Nooit meer. Dood, ziek? Ach nee, waarschijnlijk gewoon verhuisd, maar niemand had de moeite genomen mij dat te vertellen en me daarop voor te bereiden, en mijn verdriet was groot, vrijwel onoverkomelijk.
.
Margje woonde bij ons in de straat, twee huizen verderop. Wij hadden dus dezelfde weg naar de lagere school en we liepen altijd met elkaar op en ook weer terug. Onder tienjarigen lag dat sociaal wat moeilijk: het hoorde niet dat jongens omgingen met meisjes. Maar wat zou het, we mochten elkaar en ons samen optrekken was bijna een geografische noodzaak. Als we apart naar en van school waren gelopen was dat toch bizar geweest?
Op school en na school gingen wij niet met elkaar om, maar we waren toch zeer aan elkaar gehecht. Het kwam dan ook als een slag toen ik te horen kreeg dat Margje ging verhuizen, en wel naar Lobith. Haar vader was iets bij de douane. Ik zocht manieren om haar na te reizen, maar vond er geen. Lobith is ver voor een kind. Het scheidingsleed is blijkbaar langzamerhand weggestorven, maar iets in mij stierf ook.
.
=======
.
Er zijn ook vriendschappen die eenzijdig zijn, waarvan de ene helft meer aan de andere gehecht is dan omgekeerd. Die passen niet onder bovenstaande titel, maar het wordt toch geen rubriek, dus vooruit maar: ik zal nog schrijven over Ad. Dat was een studiegenoot in Leiden, met wie ik niet bevriend was. Ik mocht hem niet bijzonder maar had ook geen hekel aan hem. We zochten elkaar wel eens op: om praktische redenen misschien, omdat er iets te bespreken viel, of gewoon omdat studenten nu eenmaal altijd bij elkaar in en uit liepen. Op een keer zat hij in mijn kamer toen ik ineens helemaal niet lekker werd. Iets van maag-darm; iets verkeerds gegeten misschien? Tsjonge wat was ik beroerd, ik kon niks meer en zag me gedwongen op bed te gaan liggen. Eén, twee dagen ziekjes; toen heeft Ad me een beetje verzorgd, en toen het beter ging kwam hij nog kijken hoe het met me ging. Dat was heel aardig van hem.
Maar dat gaf hem het idee dat we nu intiem bevriend waren en vaker met elkaar moesten omgaan. Uit pure dankbaarheid voor zijn goede zorgen ging ik daar een eind in mee, maar al gauw ontstond er een situatie dat ik niet meer van hem afkwam. Wat was die jongen saai, de verveling in persoon; ik werd steeds ongelukkiger met hem. Gelukkig ging hij zich verloven; toen kwam ik van hem af. Aan zijn verlovingsfeest heb ik nog vage herinneringen: een wit huis in Den Haag, drankjes in de tuin, keurige mensen allemaal, maar wat een verschrikking. Die verloofde had ik al eerder ontmoet: een welgestelde, goed uitziende klont ijs. Ook op het feest kon ik tussen haar en Ad geen enkele liefde ontwaren, geen warm gevoel, en romantisch als ik was: ik vond dat verloofden van elkaar moesten houden! Dat zulke verbintenissen überhaupt mogelijk waren. Nu ja, daarna heb ik geen van beide ooit nog weergezien.

3 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk