Categorie archief: Vluchtelingen

Macro-herinnering: mijn racisme (2)

Voortzetting van deel 1

Tegelijkertijd werd ik wel gevoed met akelige verhalen over Indië: de Bersiap-tijd, gewelddadige pelopors, de achterlijkheid van inlanders in het algemeen, luie en onbetrouwbare gasten, die niet op eigen benen konden staan en zeker nog niet rijp waren voor democratie, en dan had je nog de roverhoofdman Soekarno. Maar dat was een ander spoor dan het leven van alle dag: het bestond naast elkaar en dit soort praat had blijkbaar niets te maken met reëel bestaande mensen in de eigen omgeving. Volkomen vanzelfsprekend waren ook voor mij Sjors en Sjimmie, kinderboeken over negertjes, verhalen over zendelingen in Nieuw-Guinea en Suriname, waar de inheemsen steevast achterlijk en blijkbaar ook vuil waren (‘het gebruik van zeep is bij hen onbekend’), en die in hun taaltje niet eens een woord voor ‘dankuwel’ hadden, waarmee ze voor onze weldaden hadden kunnen bedanken. Het racisme begon eigenlijk al in Europa; knoflookvretende Fransen, spaghettivretende Italianen, criminele Balkanezen, door en door corrupte volkeren uit het Zuiden. Een extreem geval van zelfs binnenlands racisme was die rechtenstudent die in alle ernst meende dat mensen die met een zachte G spreken, uit Nijmegen en erger nog, structureel onbetrouwbaar en tot corruptie geneigd zijn. (Dat was familie van een nu om zijn racisme beruchte  ‘journalist’.) Terwijl dit discours binnen in mij geplant werd speelde het in het leven van alledag nog geen rol, maar wachtte op kansen om uit te breken.

Door mijn studie heb ik Arabieren en Turken nooit vreemd kunnen vinden. In 1967 waren er twaalf Arabieren in Amsterdam, — allemaal in de gaten gehouden door de politie — waarvan ik er drie kende. Met een ervan raakte ik bevriend; een arts, vijftien jaar ouder dan ik, maar dat gaf niet. Ik leerde Arabisch en Arabische cultuur van hem, hij werd door mij nader ingeleid in Nederland en het Nederlands. In Turkije kon ik me niet verstaanbaar maken, maar ik voelde me er kiplekker. Tijdens mijn studieverblijf in Egypte heb ik wel veel mensen veracht, maar dat was omdat ze óf dom en slecht opgeleid waren óf corrupt en vals; niet omdat ze Egyptenaren waren. Tijdens latere verblijven werd het wel moeilijk met mijn vrienden daar om te gaan, die inmiddels tien of dertig maal minder verdienden dan ik zelf. Dat was eerder beschamend. 

Op welke vormen van racisme heb ik me zelf kunnen betrappen? 

Op algemene cliché’s:
– Natuurlijk is men in X-land corrupt, worden vrouwen gediscrimineerd in land Y, terwijl Z-stan geen rechtstaat is. Intussen weten we dat het bij ons ook steeds meer de foute kant uitgaat.
– Op een algemene afkeer van hele bevolkingsgroepen. Toen er eind jaren zeventig ineens véél Surinamers door Amsterdam liepen bij voorbeeld. Het was echt een moment van vervreemding, toen ik op zekere Koninginnedag het Damplein opliep. Dat zag ineens zwart van de Surinamers, allemaal trouwe aanhangers van onze vorstin blijkbaar. Toen dacht ik even: nee, dit niet! Aan die vele Surinamers moest ik inderdaad wennen; ze hadden een andere lichaamstaal, andere gebaren, stelden zich anders op in het landschap. Maar na een poosje gingen zij zich ook als Nederlanders gedragen, met gebaren en al, dus toen werden ze gewoon. Hun accent in het Nederlands kende ik al van vroeger; dat had me nooit gestoord.  
– En toen er, na een heel stel Tamils, ook nog Vietnamese bootvluchtelingen kwamen aanzetten was ik geïrriteerd en vond ik het te veel worden. Maar ik heb nooit last gehad van die mensen en ben er maar heel weinig tegen gekomen.
– Bij de verkiezingen voor het waterschap of hoe dat heette, kort voordat ik Nederland verliet, toen er Turkse en Pakistaanse namen op de kandidatenlijst voorkwamen. Dáár moeten ze toch vanaf blijven! Onze dijken, onze afwatering, niets mee te maken jullie! Maar waarom eigenlijk niet? Als ze verstand hebben van water en dijken, dan is het in orde. Misschien hebben ze wel in Delft waterbouwkunde gestudeerd en weten er meer van dan boer Krelis.
Dit soort dingen slijt na enige tijd door gewenning, óf je moet er even verstandelijk tegenin gaan.

Bij persoonlijke ontmoetingen: 
– In de jaren zeventig, toen er veel Surinamers naar Nederland waren gekomen, vroeg op een avond in een stille straat een zwarte man of ik een rijksdaalder kon wisselen. Een moment van schrik: deze vent wil mij natuurlijk in elkaar slaan en beroven. Wat te doen? Kalm bijven, zéér op mijn hoede zijn, rustig een rijksdaalder wisselen en verder … niets. De man bedankte en verdween in een telefooncel, hij wilde blijkbaar even bellen, dat was alles. Was het een blanke man geweest dan had ik geen enkele verdenking gehad. 
– Veel zelfbetrappinkjes waren van de soort: wat doet die hier, dat is toch niets voor hem/haar? Dat hoor  je tegenwoordig veel van gekleurde mensen: leraressen die op grond van hun huidskleur voor de werkster worden gehouden enzovoort, en inderdaad, dat heb ik ook gedaan:
– Toen een zwarte man de ruimte in de Leidse UB betrad waar ik toen werkte, was mijn eerste gedachte: wat heeft die hier te zoeken? Het bleek een geleerde uit de VS te zijn, die daar inderdaad iets te zoeken had, maar er was toch even dat moment.
– Op het werk: een zwarte man in de personeelsafdeling. Weer zo’n ogenblik van verwondering: wat deed die hier? Nou, gewoon werken natuurlijk. 
– Wat deden die pikzwarte Afrikanen bij ons klassieke concert? Luisteren dus, ze hielden blijkbaar van dit soort muziek; leuk toch? Dat was overigens in Parijs; in Nederland of Duitsland zie ik nog steeds nauwelijks zwarten bij klassieke concerten.
Zulke ontmoetinkjes verliepen ondramatisch, maar er was toch telkens éven een moment van schrik, afwijzing of verbazing, en te vrezen is dat de betreffende personen dat merkten. Je zou willen van niet, maar het gebeurde.

De meeste van mijn racistische gedragingen zal ik zelf helemaal niet gemerkt hebben, en dat is nog het meest verontrustend. Vaak zijn de betrokkenen te beschaafd om van hun ongenoegen blijk te geven. 

Dat mensen van buitenlandse herkomst, ook al zijn ze nog zo geboren en getogen in Nederland, moeite hebben met het vinden van een huis of een baan is inmiddels wel bekend. Het is denkbaar dat ook ik, als ik woningen of banen te verdelen had gehad, zonder het te beseffen de voorkeur had gegeven aan een blanke boven een gekleurde. Hoewel, dat viel mee: ik heb ooit een Marokkaan en een Iraniër aan een job geholpen. Maar dat was wel op mijn zeer specifieke vakgebied, waar ze uiteraard op hun plaats waren.

Mijn taak: zulke dingen voortaan voorkomen. Je eigen racisme moet je niet ontkennen, maar bestrijden. Het wordt al veel minder trouwens, nu er op allerlei plaatsen zo veel donkere mensen rondlopen.

Wanneer is iemand eigenlijk zwart? Neem president Obama: ja, die was zwart, of althans donker, dat was te zien en werd in het begin steeds benadrukt: de eerste zwarte president, enzovoort. Maar na korte tijd merkte je dat niet meer. Ik heb Obama heel zijn regeringsperiode niet als een zwarte man waargenomen, en zo gaat het met al die andere ‘people of colour’ ook. Geen aandacht aan schenken aan kleurtjes lijkt het beste — behalve daar waar het nog nodig is om dat verrotte racisme te bestrijden. 

1 reactie

Opgeslagen onder Nederland, Persoonlijk, Racisme, Vluchtelingen, Vroeger

Macro-herinnering: mijn racisme (1)

Niemand wordt als racist geboren, maar de waarschijnlijkheid dat je het geworden bent in de loop van je opvoeding is zeer groot, zeker in mijn generatie. Te ontkennen dat je racist bent, zoals met name in Nederland momenteel gangbaar is, is niet zinvol; anderen voor racist uitschelden evenmin. Je moet het in je zelf onderkennen en er dan wat aan doen. Ja, dat moet echt, net zoals je af en toe even je eigen huid moet inspecteren of daar geen verdachte plekjes zijn, die kwaadaardig kunnen gaan woekeren. Er zijn ook mensen die hun racisme wel prima vinden of er zelfs trots op zijn, maar die ‘vergeten’ dan even hoeveel ellende het heeft aangericht en nog aanricht, ook in Nederland. Na de klimaatramp kon racisme wel eens het grootste probleem worden van de eeuw.

In mijn jonge jaren liepen er tamelijk veel ‘Indische mensen’ rond, zoals wij ze noemden.1 Deze varieerden in huidskleur van blank-met-vlekken, ongeveer zoals Wilders, tot diep donkerbruin. Ook zaten er wat hele of halve Chinezen uit Indië tussen, en een enkele Surinaamse. De aanwezigheid van al deze mensen sprak volkomen vanzelf; zij werden niet als vreemd ervaren, het waren gewoon onze mensen. Datzelfde gold overigens ook voor de enkele Joden die wij kenden. Heel veel later hoorde ik dat zowel Indische mensen als Joden in het naoorlogse Nederland wel degelijk onder discriminatie te lijden hadden, maar daarvan wist ik toen niets. De betrokkenen hielden blijkbaar hun tanden op elkaar en praatten daar niet over met ‘ons’, volbloed Nederlanders. Als ik in Indië was opgegroeid had ik waarschijnlijk meegedaan met de uitvoerige discriminatie van alle schakeringen van bruin, maar wat in de vijftiger jaren telde was blijkbaar alleen of ze bij Nederland hoorden of bij Soekarno. Japanners, díe waren erg, maar die waren niet in de buurt.

Véél belangrijker dan het verschil in huidskleur of ‘ras’ was in mijn jeugd het standsverschil. In die tijd had je nog standen in Nederland en ik ben opgegroeid met een fijn afgestelde antenne voor standsverschillen, niet voor rassen. Ik behoorde tot de elite,2 zo werd mij duidelijk gemaakt — maar tot welke dan? veel stelde het niet voor, en een lekkere smak geld heb ik er nooit aan overgehouden — en wist al gauw iemand in een kastje of kaste te plaatsen. Dat gebeurde op grond van taal, kleding en gedrag. Iemand hoefde maar drie woorden te zeggen en je wist welke stand en welke godsdienst hij had, welke krant hij las en wat zijn vader deed — bij wijze van spreken dan. Godsdienst was een secundair criterium ter onderscheiding: katholieken waren wel duidelijk minder, hoewel er ook nette katholieken waren. Ik denk dat het verschil in godsdienst voor mijn grootouders nog heel belangrijk was; voor mijn ouders en voor mij niet meer zo. Socialisten en communisten konden natuurlijk ook niet, maar nog voordat je aan hun overtuigingen toekwam waren die op grond van hun stand al afgekeurd.

Het aardige van vreemdelingen was juist dat zij buiten de rasters vielen. Tot de gastarbeiders kwamen golden mensen van buitenlandse afkomst niet als van lagere stand. Vanaf de jaren zeventig interesseerden standverschillen me steeds minder, ook omdat ik merkte dat in andere landen die ik leerde kennen (behalve Engeland natuurlijk) die standen niet zo’n rol speelden. In Duitsland had je alleen maar rijkere en armere mensen, zo leek het. Op de Balkan genoot ik van mensen die mooie muziek maakten en hartelijk waren; het kon me echt niet schelen dat zij in hun dagelijks leven misschien visser of monteur waren. Later merkte ik in Egypte en Griekenland dat mensen van hogere stand vaak zeer onaangenaam waren, want patserig, arrogant en corrupt.3

Het eerste buitenlandse wezen dat als ik vreemd ervoer was een donker en prachtig Hongaaars vluchtelingenmeisje dat in 1956 bij mij in de klas kwam. Ze was niet te verstaan, net zo min als de aanplakbiljetten in het Hongaars op de ruiten van de winkels. Je had leren lezen en dan zoiets: geen touw aan vast te knopen! Het meisje bleef niet lang, dus dat had geen vervolg. Qua huidskleur was ze niet donkerder dan vele van onze Indische mensen, maar ze gedroeg zich duidelijk ‘anders’.

Een groep echte vreemdelingen in Amsterdam waren de Chinezen. Je kende ze niet, maar je wist dat ze er waren. Daar werd op afstand soms wel op gescholden: spleetoog; pinda, pinda poepchinees! Toen ik twaalf(?) was meende ik Chinees te moeten leren en daartoe begaf ik mij naar de Binnen-Bantammerstraat, waar een aantal Chinese restaurants en andere zaakjes zaten. Ik copieerde vlijtig de karakters op de uithangborden, nog niet beseffend dat dit al eens uitvoeriger door anderen was gedaan. Ik stelde vast dat er steeds twee dezelfde terugkwamen, die dus waarschijnlijk ‘restaurant’ moesten voorstellen. Aan de kelners in de restaurants vroeg ik wat het allemaal betekende. Zij waren heel vriendelijk en behulpzaam; zoveel belangstelling overkwam ze waarschijnlijk zelden. Maar door gebrekkige talenkennis, ook van hun kant, kwam het niet echt tot gesprekken, en wat moesten ze ook met zo’n snotjoch.

Naar deel 2

NOTEN
1. De benaming Indo heb ik in mijn jeugd nooit horen gebruiken. Eigenlijk weet ik tot op heden niet of dat nu een scheldwoord is of niet.
2. Alleen in ons dorp waren wij elite, omdat we tot de protestantse minderheid behoorden en dus netjes praatten, en omdat mijn grootvader een zeer succesvolle zakenman was.
3. Ineens zie ik die Griekse dame weer voor me, die geen zin had om in de rij voor de veerboot te wachten met haar witte Mercedes. Ze vond dat zij als eerste de boot op mocht, want zij reed een ‘Mercedè’.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Joden Joods joods, Nederland, Persoonlijk, Racisme, Vluchtelingen, Vroeger

Mini-herinnering: Amboneesjes

Met dat rare verkleinwoord werd bij ons de groep Molukkers aangeduid, die in 1951 naar Nederland werden overgebracht nadat de Republiek Indonesië zich meester had gemaakt van de Molukken. Zo schattig zullen ze niet geweest zijn, want het waren overwegend ervaren militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indische Leger. Hoe dan ook: bij ons werd gesproken over ‘Amboneesjes in huis nemen’. Deze mensen hadden snel een voorlopig onderdak nodig, voordat er een definitievere oplossing voor hen werd gevonden.
.
Ook mijn grootouders hadden enige tijd een Moluks gezin in huis: vader, moeder en een zoontje. Hoewel ik nog heel jong was heb ik er toch herinneringen aan: ik speelde met het jongetje, en vooral de vader heeft diepe indruk op me gemaakt, want die had een accordeon. Ik was niet bij hem weg te slaan als hij daarop speelde.

1 reactie

Opgeslagen onder Nederland, Vluchtelingen, Vroeger

Anti wat?

Uitingen van antisemitisme nemen de laatste tijd sterk toe, zo zeer dat het zelfs autoriteiten verontrust. Angela Merkel en ettelijke anderen hebben gezegd dat het een schande is en dat het niet meer voor mag komen. Wat ze eraan gaan doen is dan nog vraag twee.
Er zijn bevolkingsgroepen die meteen klaar staan met de bewering dat het allemaal de schuld is van de moslims. Inderdaad zijn er immigranten en vluchtelingen uit het Nabije Oosten die grote bezwaren hebben tegen Joden en/of Israëlis en die ook geweld niet schuwen. Palestijnen hebben die bezwaren van huis uit; andere Arabieren, bijv. in Syrië en Saoedi-Arabië, krijgen op school aangeleerd dat Joden baarlijke duivels zijn. Zo’n Syrische schoolverlater van zestien die hier rondloopt heeft van zijn levensdagen nooit Joden gezien, maar hij weet wel dat hij ze moet haten.
Het idee dat de toename te wijten is aan de nieuwkomers uit het Midden-Oosten lijkt dus nog niet zo gek, maar onderzoeken in verschillende Europese landen hebben aangetoond dat het toch niet zo is, en dat de overweldigende meerderheid van antisemitische uitingen en incidenten nog steeds van Europeanen zelf komt (zie bijv. dit en dit). Bij nader inzien is dat helemaal niet verbazend, gezien de rijke traditie die Europa op dit gebied kent. Voor Duitsland had ik dat ook zonder wetenschappelijke rapporten wel begrepen; het is hier van de straat te scheppen.

  • In Nederland komt en kwam antisemitisme ook na 1945 voor. Ik wist dat vroeger niet, naïef en niet-Joods als ik was. Na vele jaren vond ik een oud-studiegenoot van me terug. Bij een etentje en een fles wijn vertelde hij me eens dat hij Jood was — wat ik nooit had geweten, maar zo hoort het ook — en in Nederland veel Jodenhaat had ondervonden. In de jaren zeventig dus, toen Nederland zich breed begon te maken als gidsland. De man had zo genoeg gekregen van dat Jood-zijn en het hele gedoe eromheen, dat hij naar een heel ver land was verhuisd en een vrouw van daarginds had getrouwd. Daar is hij geen Jood, hoogstens een Hollander. Probleem voor hem opgelost.

Mooi hoor, dat onze landen zo alert zijn op antisemitisme. Jammer alleen dat een deel van de bevolking het verschijnsel misbruikt als brandstof voor zijn moslimhaat. Maar nog veel treuriger is dat mensen die bezorgd zijn om antisemitisme onverschillig lijken te staan tegenover die moslimhaat, sterker nog: die soms heimelijk wel mooi vinden. Er is natuurlijk heel veel meer moslimhaat dan haat tegen joden; al was het alleen al omdat er zo veel meer moslims zijn.1 Dat lijkt dan ineens een heel ander kapittel te zijn, terwijl het in werkelijkheid toch precies hetzelfde is. Daarom geef ik toch niet zoveel om die bezorgdheid over het antisemitisme. Breng de beide soorten haat eerst maar eens onder dezelfde noemer en noem ze altijd en consequent in één adem.

NOOT
1. Gemakzuchtige schattingen: wereldwijd zijn er: 15.000.000 Joden en 1.500.000.000 moslims. Honderd maal meer moslims dus.
Voor Duitsland zijn deze cijfers: 200.000 Joden en 4.700.000 moslims. Ong. vierentwintig maal meer moslims.

1 reactie

Opgeslagen onder Duitsland, Europa, Islam, Joden Joods joods, Nederland, Vluchtelingen

Schaffen wir das?

Enige absurditeiten die me ter ore kwamen uit het vluchtelingenwezen. Met de welkom-cultuur is het hier wel voorbij.

Een Syrische man en zijn vrouw zijn door het verschillende tijdstip van hun vlucht in verschillende Duitse deelstaten terecht gekomen. Het is niet mogelijk hen weer bij elkaar te brengen, omdat de overheden van die deelstaten autonoom zijn en daar geen noodzaak toe zien. Ze telefoneren veel nu.

Een zestigjarige vrouw die zorg behoeft mag niet bij haar dochter gaan wonen die deze zorg zou kunnen geven, want ook zij zit in een andere deelstaat.

Een man en een vrouw kunnen niet bewijzen dat ze getrouwd zijn, omdat ze geen papieren hebben. Ze worden verwezen naar hun Syrische vaderstad waaruit ze juist gevlucht zijn en waar het gemeentearchief in puin ligt.

Een vluchtelingenechtpaar kan niet zonder meer bewijzen dat hun kinderen van hen zijn, omdat ze geen geboortebewijzen van ze hebben. Of liever gezegd: die hebben ze wel, maar die zijn gesteld in het Arabisch en het Engels, en die Amtssprache ist Deutsch. Een beëdigde vertaling kost 80 Euro per stuk; dat geld hebben ze momenteel niet. Dus voorlopig geen school en geen kinderbijslag voor de kinderen.

Sommige mensen woorden voor de gezinshereniging verwezen naar de Duitse ambassade in Beirut, die blijkbaar in staat is tegen betaling van bepaalde onkosten papieren uit Syrië te laten komen. Dat wil zeggen: één ambtenaar met een halve baan is daartoe in staat. Die heeft het erg druk; de eerstvolgende afspraak is ver in 2017.

Ik krijg langzamerhand wat meer begrip voor vluchtelingen die een geweer kopen en wild om zich heen gaan schieten.

3 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Europa, Vluchtelingen

Camp dicht

Een jaar geleden schreef ik over het Marburgse Camp voor de eerste opvang van vluchtelingen, wat in Nederland een AZC zou heten. Kort daarna stonden er een paar struise, goed verwarmbare houten gebouwen. Nu moet dit camp op bevel van de deelstaat gesloten worden. Begrijpelijk, enerzijds, want er komen maar weinig vluchtelingen meer. Maar onze stad heeft met zoveel liefde aan en in dit camp gewerkt. Marburg wil vluchtelingen, Marburg kan vluchtelingen, waarom mag het dan geen vluchtelingen? De verontwaardiging over de sluiting is groot hier. Nu worden die mensen misschien naar plekken in de pampa gestuurd waar de inheemsen een hekel aan buitenlanders hebben, terwijl hier beide groepen aardig op elkaar ingeschoten waren en zijn. Onbegrijpelijk.
.
NASCHRIFT: Ik begrijp het nu iets beter. Die andere camps waar de mensen naar toe moeten, worden niet door een linksige overheid maar door particuliere firma’s bedreven. In Rotenburg aan de Fulda bij voorbeeld, waar de grond goedkoop is en de huren lekker laag zijn—niet zonder reden natuurlijk. Een dubbele achteruitgang voor de vluchtelingen. Ze mógen domweg niet integreren.

2 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Marburg, Vluchtelingen

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 6

De Lernwerkstatt was woensdag ongeveer net als vorige week, alleen met weer een andere Iraniër, die al aardig kon babbelen en dat ook wilde doen: over sollicitatie, ontslag nemen of krijgen, arbeidsrecht en vakbonden. Ik heb geen taalkundige problemen als ik daarover moet praten, maar weet soms gewoon te weinig van de onderwerpen.

Arabieren komen daar momenteel niet, ik denk wegens Ramadan. Iraniërs zijn ongelovig en vasten niet.

Op vrijdag kreeg ik voor het eerst een vast klasje huiswerkhulp. Dat was een makkie, want ik hoefde alleen maar de oefeningen in het boek te volgen, daar werd ik dus niet moe van. Het boek had iets lastigs gedaan: de leerlingen hadden juist de reflexieve werkwoorden met sich behandeld bekregen: sich bewegen, sich fühlen enz. en toen stond er ineens in een leestekst: Man trifft sich im Café. Maar dat is een ander sich, niet reflexief maar reciprook. Hoe moest ik dat nou weer uitleggen? Each other, l’un l’autre, dat herkende niemand. Ik zal het thuis even moeten voorbereiden. Gelukkig zie ik dat groepje volgende week weer. (Zinnen zoals Kaffee trinkt sich am besten warm (passiefvervanging) zal ik maar laten zitten; dat wordt te gek. Ook voor de zin van Karl Valentin: Heute mach ich mir eine Freude und besuche mich selbst is het nog veel te vroeg.)

1 reactie

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Vluchtelingen

Talenknobbel

Wat ik als taaldocent altijd al vermoed had is nu wetenschappelijk bevestigd. Er bestaat zoiets als een talenknobbel: sommige mensen leren makkelijk vreemde talen, andere lukt het niet of slecht.

Wanneer de overheden daar kennis van nemen, over een jaar of twintig dus, zullen ze hun eis aan vluchtelingen en andere immigranten moeten laten vallen dat zij de taal van hun nieuwe moederland leren.

2 reacties

Opgeslagen onder Niks, Politiek, Taal, Vluchtelingen

Huiswerkhulp

Ik ga vanaf morgen wat vluchtelingen en asielzoekers en -aanvragers helpen bij hun huiswerk Duits, d.w.z. uit de categorie van 18 jaar en ouder (de oudste is 83). Begrijpelijkerwijs ben ik goed in het ontdekken en verhelpen van grammaticale en uitspraakproblemen bij Arabischtaligen.

Die hulp wordt georganiseerd door de volkshogeschool. Het eigenlijke onderwijs wordt gegeven door betaalde leraren met de bevoegdheid Duits als Tweede Taal, maar de huiswerkhulp wordt gegeven door vrijwilligers van allerlei pluimage. Die is dikwijls nodig, omdat veel mensen niet gewend zijn überhaupt te studeren, laat staan huiswerk te maken. Degenen die jonger zijn dan 18 jaar worden door geoefende onderwijzers en leraren in normale scholen in speciale extra-klassen opgevangen, waar voorlopig alléén Duits wordt onderwezen.

De structuren zijn me nog niet vertrouwd, maar op de volkshogeschool hoorde ik de volgende cijfers: Er zijn 13 alfabetiseringsklassen, 21 langzame standaardklassen en 39 intensieve cursussen voor vlotte leerlingen. Per klas zijn er tot 20 leerlingen, wat neerkomt op een totaal van tot 1600 leerlingen, wat me erg veel lijkt voor Marburg en omgeving. Ik kan die cijfers niet controleren, maar het gaat in ieder geval om heel grote aantallen. Het aantal vrijwillige helpers ligt zo om de vijftig, wat ook al niet weinig is.
Dat kost enkele jaren veel geld; wie betaalt dat? De Landkreis Marburg-Biedenkopf heeft maar ongeveer 250.000 inwoners. Als ik het goed begrepen heb wordt de helft bekostigd uit een fonds voor inburgering van erkende vluchtelingen: dat zijn verplichte cursussen, die uitmonden in het inburgeringsdiploma; ik neem aan dat het geld daarvoor uiteindelijk uit Berlijn komt. De andere cursussen zijn vrijwillig; die worden gegeven aan mensen die soms wel een jaar moeten wachten op een besluit over hun status en nog niet mogen werken of wonen. Die cursussen vallen onder de scholen en de volkshogeschool, waarvan de budgetten voor deze gelegenheid natuurlijk enorm zijn verhoogd. Dat geld komt van de stad Marburg en uit de staatskas in Wiesbaden, die dus flink wordt aangeslagen maar zonder morren betaalt. De deelstaatregering, die bestaat uit CDU en Groenen, vindt dat nodig en vanzelfsprekend en de stad Marburg denkt er net zo over. Ik ben daar erg blij mee en zelfs een beetje trots op.

Naast de activiteiten van de stad en de volkshogeschool zijn er ook nog particuliere initiatieven, sommige van het bedrijfsleven, dat vaak dringend zoekt naar medewerkers die in Duits worden klaargestoomd.

Al met al vind ik de situatie van het taalonderwijs tamelijk rooskleurig, al moet worden gezegd, dat de ‘onderwijsbevoegdheid’ Duits als Tweede Taal door de enorme vraag nogal is verwaterd. Zo iemand als ik had in een weekend die bevoegdheid kunnen halen, en dat is in geen velden of wegen genoeg, dat voel ik aan mijn water. Maar toch, over het geheel genomen is de situatie behoorlijk goed.

Het nare voor vluchtelingen en asielzoekers is echter, dat het in andere deelstaten geheel anders kan zijn. Naar ik hoor betaalt Beieren helemaal niets, maar steunt geheel op vrijwilligers. Dat berust niet op de armoede van dat vette land, maar op een andere kijk op buitenlanders en de samenleving überhaupt. U kunt zich voorstellen dat het in Hongarije, of in (het vanaf morgen fascistische?) Oostenrijk, in een AfD-land of in een Wilderstan nog heel wat akeliger is.

Een volgende keer eens over het onderwijs zelf.

4 reacties

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Marburg, Vluchtelingen

Wandelkaart Idomeni

Dit papier zette ze aan het lopen, de grote groep vluchtelingen in Idomeni die door de koude rivier waadden om in het gastvrije Macedonië te geraken:
.
FlugblattIdomeniGanz
Vertaling:

  • De feiten
    1. De Grieks-Macedonische grenspost Idomeni is gesloten en zal dat blijven.
    2. Er zullen geen bussen en treinen zijn om u naar Duitsland te vervoeren.
    3. Wie in Griekenland blijft zal vermoedelijk naar Turkije overgebracht worden.
    4. Wie illegaal een weg weet te vinden naar de Oosteuropese landen kan blijven. (Duitsland neemt nog steeds vluchtelingen op.)
    5. Vermoedelijk zal het grenskamp Idomeni binnen enkele dagen geëvacueerd worden. Waarschijnlijk zult u dan gedwongen worden naar kampen van de Griekse regering te gaan, van waaruit u naar Turkije zult worden getransporteerd.
    .
    De oplossing
    1. Het dubbele hekwerk is neergezet om u te laten geloven dat de grens gesloten is. De muur eindigt vijf kilometer van hier, waar geen hekwerk meer is dat u zou kunnen beletten Macedonië binnen te gaan. Grensovergang daar! (zie het kaartje)
    2. Als u individueel in kleine groepjes op weg gaat zal de grenspolitie of het leger u kunnen tegenhouden of terugbrengen.
    3. Als u met duizenden mensen tegelijk op weg gaat zal de politie u niet kunnen tegenhouden of terugbrengen.
    .
    Laten we elkaar treffen op maandag om twee uur ’s middags (12.00) bij de uitgang van het kamp om door de grens heen te gaan breken.
    Gelieve op het kaartje te kijken om de weg en het trefpunt te vinden.
    .
    [De teksten in het kaartje, van links naar rechts:]
    – Hier is het trefpunt, maandag om twee uur ’s middags 14.00
    – De bocht hier bij de passage (?)
    – Hier is geen muur.
    – Deze rivier staat droog (er is geen water in).
    .
    [Onder het kaartje:]
    Gelieve uw vrienden en kennissen hiervan in kennis te stellen.
    Gelieve deze flyer geheim te houden. De politie en journalisten moeten dit niet zien.
    Veel geluk!         kommando norbert blüm

De beoogde tijd van samenkomst is twee uur, maar er staat eenmaal 12.00, in voor het Arabisch normale cijfers. Foutje blijkbaar; kan chaos veroorzaken in zo’n kritische situatie.
.
In de eerst vijf regels staat nogal wat desinformatie, die te kwader trouw geschreven kán, maar niet hoeft te zijn. Echt cynisch en kwaadaardig is de tekst op het kaartje: ‘Deze rivier staat droog (er is geen water in).’ We hebben allemaal op het nieuws gezien hoe krachtig die rivier stroomde en kolkte.
.
Die droge rivier zal niet verzonnen zijn door een vluchteling, die al dagen in de nattigheid woonde. Een vluchteling zou in dat kamp ook niet de technische middelen hebben om zo’n flyer in elkaar te zetten: tekstverwerker, tekenprogramma, een printer in de copy shop van het 300-zielen dorp Idomeni? Nee.
.
Deze geraffineerde en bewust misleidende flyer komt van buiten. In de Duitse media circuleerde even het vermoeden dat hij van een groen-links-achtige actiegroep stamde, maar daar horen we inmiddels niet meer over. Het is ook te onzinnig voor woorden. Ook vluchtelinghatende groepen (AfD, FN, PVV, Gouden Dageraad) zullen hem niet hebben gemaakt. Die kijken niet over de grens, zijn te dom en kennen geen Arabisch.
.
Tot er meer bekend wordt denk ik eerder aan de practical joke van een vreemde mogendheid met een cynisch gevoel voor humor. Een staat die rotzooi wil trappen in Europa en zich daarbij niet ontziet, met desinformatie de ellende van vluchtelingen nog te vergroten en zijdelings nog even de spot te drijven met de menslievende Duitse oud-minister Norbert Blum die daar juist was. Wat zullen ze gelachen hebben, en zeker toen de flyer ook nog aan een menslievende groep werd toegeschreven. Misschien hadden ze zelfs dat georkestreerd.

7 reacties

Opgeslagen onder Europa, Niks, Politiek, Vluchtelingen