Categorie archief: Thailand

Lezen in Thailand

Een  boek dat ik in Thailand las was in het Nederlands: Peter Buwalda, Bokito Avenue. Nee, het heet: Bonita Avenue. Ik had het niet gekocht; iemand had het blijkbaar in het hotel laten liggen. Een groot en dik boek, waarschijnlijk geschreven om tijdens twaalfurige vliegreizen het lawaai van de motoren te overstemmen. Maar het hapt ook gemakkelijk weg aan de rand van een zwembad, terwijl een bediende op zachte voeten een opengesneden mango met bolletjes vanilleijs en kleefrijst langs brengt.

Ik moest niet voor niets aan Bokito denken. Het is een boek waarin alles grof en agressief en too much is. Het lijkt op bepaalde moderne industrieel vervaardigde voedingsmiddelen, bij voorbeeld aardbeiensaus waaraan nog eens extra aardbeienaroma en kleurstof zijn toegevoegd.

De hoofdpersoon: een door een ongeluk gemankeerde judoka van wereldklasse, vervolgens wiskundige van wereldklasse, vervolgens rector magnificus en minister geworden. Wat een vitaliteit, wat een kracht, wat een doorzettingsvermogen. Zijn misdadige tokkie van een zoon, een etterbak die al even agressief is als papa, maar in een gevecht nog van deze verliest en langzaam doodvriest terwijl zijn brute verwekker erbij staat. Zijn ontaarde (niet lijfelijke) dochter die als jong ding al ruim een miljoen bijverdient met internetporno en in Amerika op veel grotere schaal daarmee doorgaat. Haar brave vriendje, dat niet zo maar een beetje gek wordt, maar compleet wild psychotisch. Niet bewezen is dat het dáárvan kwam. Er moest ook nog een enorme knal in; daartoe werd de ontploffing van de vuurwerkfabriek in Enschede geleend.

Een detail dat me nog extra heeft gestoord: de rector wordt op zeker ogenblik verleid door een bloedjonge, immorele studente. Dat is een geadopteerd meisje uit Thailand, opgevoed in een degelijk Nederlands gezin. Blijkbaar zijn het haar Thaise genen die haar predestineren om het hoertje uit te hangen. Bah!

Vragen die even opkwamen maar bij al dat lawaai ook snel weer verdwenen: Is het erg, is het immoreel om in het internet porno te bedrijven met je eigen vriendje? Zitten misdadigheid en gewelddadigheid in de genen? De eigenschappen die de vader zo ver gebracht hadden pakten bij zoonlief totaal verkeerd uit. Wat ontbrak was een opvoeding; door vaders echtscheiding was daar niets van gekomen. Maar een jongen als deze zou altijd moeilijk opvoedbaar, zo niet totaal onopvoedbaar zijn geweest. Tenslotte blijkt toch ook de ware aard van de vader. Maar willen we dan liever lieverdjes als rector, als minister?

Niet mijn soort boek, ik heb me over mezelf geërgerd dat ik toch doorlas. Maar dat deed ik. Toegegeven, Buwalda kan wel heel goed een pen vasthouden en spanning opbouwen. Maar zodra ik de laatste bladzij achter mij had gelaten riep ik uit: ‘Wat een rotboek!’ — H. is mijn getuige — en zoiets doe ik anders nooit. Een hele zak met misselijk makend snoepgoed achter elkaar leeg eten, ja, dat doe ik een enkele keer. Het bekomt niet, kan ik u zeggen.

Zoals Harry Quebert een Amerikaans boek is dat in het Zwitsers is geschreven, zo is dit er een dat in het Nederlands is geschreven. Het valt ook niet mee om in een boekvijandige wereld als schrijver nog een beetje beroemd te worden. Maar wat een geluk dat er nog zovele boeken uit de oude wereld bestaan.

11 reacties

Opgeslagen onder Literatur, Nederland, Thailand

Mensen kijken in Thailand

Wat doet een toerist in een ver land? Als hij niet uitrust of sport of eet of drinkt bekijkt hij dingen. Landschappen. Architectuur. Kunstvoorwerpen. Maar ook mensen.

Als ik Marburg op een terrasje zit bekijk ik de voorbijgangers. Dat zijn ‘mijn’ mensen; af en toe zie ik ook een kennis en dan begroeten we elkaar of maken een praatje. Als ik in Italië op een terrasje zit, kijk ik ook naar de voorbijgangers. Dat zijn niet mijn mensen, maar het verschil is niet groot. Maar in Thailand zit ik ineens naar een Vreemd Volk te kijken. Dat vreemde valt overigens nogal mee: de Thais zijn allang niet meer zo vreemd voor ons als ze honderd jaar geleden geweest moeten zijn. We kijken vooral naar die paar dingen die nog afwijken van wat wij zelf hebben en doen: pittoreske etens- en bloemenstalletjes, kunstwerkjes geheel vervaardigd van kleine bloemetjes. Lange boten waarmee zij handig de rivier bevaren. De verering van de koning. De ongelooflijke beleefdheid en vriendelijkheid. De fraaie dames, veel minder plomp dan bij ons, geheel in westerse stijl gekleed. Mensen die elkaar zitten te masseren in een hoekje van de markt; dat kan bij ons bijna niemand. Het girlie-stijltje van jonge vrouwen, die aan de schoolagenda’s en rugzakdecoraties van onze allerjongste tienermeisjes herinnert. De poezelig roze hoesjes van hun mobieltjes. De rendiergeweitjes op de hoofden van serveersters, een Amerikaanse invloed naar men mij uitlegde. Echt vreemd zijn de gedragingen van de mensen in de tempels. Daarvan begrijpen wij niets – totdat we er iets over gaan leren natuurlijk. Ook het eten is vreemd – maar heel lekker vreemd; dat went snel. Wat een heerlijke keuken! En de taal ja, die is volkomen vreemd; tot je hem leert, maar dat duurt wel een jaar of twee en ik begin er niet aan.

In Noord-Thailand wonen echter nog volkeren en stammen die geen Thais zijn, andere talen spreken en nog niet zo ontwikkeld zijn. Die mensen worden door de Thais zelf vreemd gevonden en min of meer voor de toeristen tentoongesteld. Sommige reisbureaus adverteren uitdrukkelijk met excursies naar stammen die nog nauwelijks bezocht zijn. En pas op, voorzichtig: ze kunnen wel eens agressief uit de hoek komen! Net als de wilde dieren in de dierentuin dus. Mijn aangetrouwde familie had ons in het Noorden enkele toeristische attracties aangeboden, die erg interessant waren, maar mij soms te zeer herinnerden aan de mensententoonstellingen uit de koloniale tijd (± 1870–1930).

We reden bij voorbeeld naar een dorpje van de Hmong niet ver van Chieng Mai. Het dorp bestond voor de ene helft uit parkeerplaats en voor de andere uit marktkraampjes waar kunstnijverheid werd aangeboden. Dit volk heeft een bijzondere, zeer fraaie klederdracht, waarvan de dameshoed in de vorm van een ouderwetse lampenkap het opvallendst is. Door de straatjes deinden talloze van deze hoeden en drachten op en neer. Het was wel even slikken toen ik zag dat de meeste werden gedragen door Japanse en Chinese toeristes, die net een setje hadden gekocht en elkaar nu vlijtig fotografeerden. Marken en Volendam op zijn Thais dus. Worden die Hmong daar gelukkig van? In ieder geval heeft het ze geen windeieren gelegd; even later zagen we mooie huizen die tegen de berghelling waren gebouwd en waar zij waarschijnlijk wonen als ze klaar zijn met souvenirs verkopen. Hun welstand gun ik ze van harte, maar ik bleef toch met een onaangename smaak zitten. Deze werd echter al spoedig weggespoeld door de beste espresso die ik in Thailand heb geproefd, gezet door een studente in een erg primitief cafétje.

Groot bezwaar had ik tegen een bezoek aan de zogeheten Long Neck People. Bij hen wordt de hals van vrouwen van kinds af aan uitgerekt door er zware banden omheen te leggen; misschien hebt U ze wel eens op een foto gezien. Daar is dus niet eens het excuus van kunstnijverheid, daar ga je echt alleen maar rare mensen bekijken. Maar om een of andere reden, het was al te laat geworden geloof ik, ging die excursie niet door. Gelukkig maar.

Op een avond kregen we een traditionele Noord-Thaise maaltijd aangeboden, op kussentjes in een historisch gebouw, een lang paviljoen zonder muren. Die maaltijd was meer dan voortreffelijk. Zij werd opgeluisterd door een show van traditionele Thaise dansen, die ook aangenaam waren om te zien, al raakte ik het besef niet kwijt dat ze dat op Java beter konden. Na het eten en na de show werd ons verzocht door te lopen naar een soort houten arena, waar het tweede deel van de show zou plaats vinden. Daar dansten de stammen uit het hoge Noorden; niet alleen Hmong, ook nog andere. En daar kreeg ik wel erg het gevoel naar een Völkerschau (Human Zoo) te zitten kijken. De Thais hadden mooi gedanst, de vrouwen zeer verfijnd, de mannen meer acrobatisch. Maar deze mensen eh …  konden eigenlijk niet goed dansen, alleen maar zo’n beetje op de grond stampen onder begeleiding van trommelslagen en geklep op bamboestengels. Voor kunst konden deze dansen moeilijk doorgaan; zij waren wellicht diep geworteld in hun cultuur, maar hier geheel vervreemd. Ik vond het niet prettig ernaar te kijken, want ik zag ineens die poster voor mijn geestesoog, die in Duitsland laatst nog in herdruk circuleerde: Fünfzig wilde Kongoweiber in ihren Hütten of zoiets.

In de negentiende en twintigste eeuw stelde men in Europa graag exotische volkeren ten toon in dierentuinen, circussen en op koloniale tentoonstellingen. Antwerpen was er met het negerslaafje Zjefke vroeg bij, maar dat was een toeval geweest. Uit de koloniën werden sinds 1870 systematisch groepen exoten gehaald om in Europa te worden bekeken, ook op de Koloniale Tentoonstelling in Amsterdam van 1883. Een beschamend hoofdstuk uit onze geschiedenis, dat ik in de moderne wereld niet graag voortgezet zie.

2 reacties

Opgeslagen onder De mens, Europa, Thailand

De wraak der muggen

De muggen hebben me in Thailand niet klein gekregen, maar nu krijg ik er hier thuis nog last van. Er lag nog een mooi wit overhemd met korte mouwen, dat ik in Thailand een keer had gedragen en dat gewassen moest worden. Toen ik het oppakte vond ik het ineens zo vergeeld. Hoe had ik dit ooit aan kunnen trekken? Het had tevoren misschien al heel lang in de kast gehangen; niet op gelet. Wacht, even inweken in water met een scheut bleekwater, dat helpt in zulke gevallen. Maar dat bleek ditmaal erg verkeerd: het hemd kwam eruit met een rode, ja aalbesrode kraag en de onderste rand van de mouwen was ook rood. Pas toen ging mij een licht op. Die vergeling kwam niet door lang hangen, maar was de nawerking van het onsympathieke muggenverjaagmiddel DEET, dat ik allang weer vergeten was. Het rood zat precies op de plekken die met DEET in aanraking waren gekomen. Wie zou dit soort scheikunde kunnen begrijpen? Het hemd kan ik weggooien. Wat zullen ze lachen, die rotmuggen.

3 reacties

Opgeslagen onder Thailand

Regen. Doen

Vandaag is een regendag in Chiang Mai. Dat heeft twee voordelen: ten eerste maak ik dan nog een tropische regenbui mee. Het kletterde lekker, het afdakje van de veranda lekte nogal; kortom, alles zoals het hoort. Ten tweede hoef ik nu dus niets te doen. Mijn taak hier is: niets doen, maar er is toch altijd weer die neiging actief te worden. Vandaag had ik bij voorbeeld een fietstocht willen maken. Niet verstandig; afgelast. Beetje zitten, boekje lezen, computertje kijken. Het zwembad zal niet zo zijn afgekoeld dat ik er straks niet in kan.

Tropische gebieden hebben de naam dat de mensen er lui en passief zijn. Dat kan echter niet kloppen, want dit land is en wordt met grote energie opgebouwd. Wel zijn natuurlijk de scherpe kantjes van de tropen af door de airconditioning die op heel veel plaatsen aanwezig is. Zoals bij ons ’s winters overal kachels branden. Het kan niet op.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Thailand