Categorie archief: Taal

Ex-taal

Bij de huiswerkhulp Duits vraag ik altijd even wat de moedertaal is van de mensen met wie ik ga werken. Van de week had ik een man van in de vijftig, die verklaarde Joegoslavisch als moedertaal te hebben. Een sympathiek, maar tragisch antwoord. Die taal bestaat namelijk niet meer. Misschien heeft hij wel nooit bestaan; heette het vroeger niet Servo-Kroatisch? De andere Joegoslaven moesten dan gewoon maar meebabbelen. Toen Joegoslavië nog bestond was er blijkbaar een streven naar een eenheidstaal, waaraan een einde kwam toen dat land uit elkaar viel. Nu zijn er daar, als ik goed geteld heb, zes talen, die kennelijk vastbesloten zijn uit elkaar te groeien. Dat is in helemaal niemands voordeel.
.
De misère is niet alleen van taalkundige aard. Ik heb wel enkele mensen gekend, die zich prima voelden als Joegoslaaf, maar door de verbrijzeling van dat land een identiteitsprobleem opgedrongen kregen. Denkt U bij voorbeeld aan ‘halfbloeden’: mensen met een Servische vader en een Kroatische moeder, of omgekeerd. Waar moeten die hun paspoort gaan verlengen, wat ‘zijn’ zij? Nog erger is het als je een islamitische naam hebt, omdat je moeder muslima was, maar je zelf Kroaat en dus katholiek bent, of religieus totaal onverschillig.
.
Doe het niet, Europa: val niet uit elkaar! Er komt niets dan ellende van.

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Huiswerkhulp, Taal

Vakantie-eiland

Daar was dat irriterende woord weer in de nieuwsberichten: Ferieninsel (vakantie-eiland). Bedoeld is Bali, waar juist de Gunung Agung op uitbarsten staat.

Bali heeft vier en een half miljoen inwoners, die daar leven en werken en nu door die vulkaan worden bedreigd. Dat er ook bezoekers van buiten komen is van secundair belang. Hoe zou U het vinden als er gesproken werd van de vakantiestad Amsterdam?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Taal

Lectuur voor de winter

De lucht is grauw en vochtig, de boombladeren zijn opgezogen; het wordt tijd me te installeren bij een knapperende radiator met een pot thee en goede boeken. Ik heb een stapeltje in huis gehaald, dat genoeg moet zijn tot kerst.
.
Judith Zeh, Unterleuten. Nederlandse vertaling: Ons soort mensen
Hiervan heb ik al een derde gelezen. Unterleuten is een treurig boerengat in de ex-DDR (maar U mag geloof ik stiekem aan Untermenschen denken), waar de agrarische Produktionsgenossenschaft weer in handen is gekomen van de vroegere grootgrondbezitter en waar op zoek naar rust, natuur en goedkope huizen ook enkele Wessi’s zijn neergestreken. De contacten van de nieuwkomers met de oude ingezetenen lopen maar stroef en nu er een bedrijf grote windmolens wil gaan neerzetten spitst de situatie zich toe … gauw verder lezen, het boek is vrijwel unputdownable. Zeh fileert genadeloos de gedragingen en overtuigingen van alle medespelers in deze bittere tragedie—ik neem tenminste aan dat het daarop uit zal draaien.
.
Holger Gzella, De eerste wereldtaal. De geschiedenis van het Aramees
Het is duidelijk dat dit boek veel mensen niet zal interessen. Mij wel, want het Aramees heeft naast het Arabisch gelegen. En ooit heb ik Bijbels Aramees en wat Syrisch-Aramees geleerd.
Het Aramees mag best eens onder de algemene aandacht worden gebracht: Het was meer dan duizend jaar lang een wereldtaal, van Egypte tot diep in Azië. Het kende belangrijke sprekers, zoals Jezus bij voorbeeld, en er zijn belangrijke boeken in geschreven, zoals het bijbelboek Daniël; misschien oorspronkelijk ook delen van het Nieuwe Testament? dat weet ik niet; joodse bijbelcommentaren, de Talmoed en bovendien een enorm uitgebreide christelijke literatuur in het Syrisch-Aramees, die vrijwel niemand meer leest, maar die toch van groot belang is voor de geschiedschrijving van bijv. de vroege Islam, van de wetenschap en van de kerk. En gewoon om lekker te lezen bij de radiator, bij voorbeeld de reisverslagen van Nestoriaanse monniken in Centraal-Azië.
Ik heb Gzella’s boek nog niet gelezen, maar er even aan geroken. Het is opmerkelijk toegankelijk geschreven en bovendien in het Nederlands, dat is heel wat waard. Het zou dus best een algemeen publiek kunnen vinden; ook voor mensen buiten het vak is het onderwerp interessant genoeg. De competentie van de auteur, de Leidse hoogleraar voor Hebreeuws en Aramees, wordt algemeen erkend. Dit boek bewijst tevens dat er Duitse geleerden bestaan die leesbaar kunnen schrijven.
.
Daniel Kehlmann, Tyll (nog niet vertaald)
Nog niet aan begonnen, maar heb er wel fiducie in, want Kehlmann had al eerder een goed boek: Die Vermessung der Welt. Dit boek speelt tijdens de Dertigjarige Oorlog. Tyll is geïnspireerd op Tijl Uilenspiegel, die blijkbaar de hele boel aan elkaar moet praten.
.
David Rijser, Een telkens nieuwe Oudheid. Of: Hoe Tiberius in New Jersey belandde.
Hierop kan ik me ook verkneukelen, want vroeger heb ik met veel plezier Rijsers stukken in NRC-Handelsblad gelezen. (Geloof het of niet: vroeger had Nederland kwaliteitskranten.) Het gaat om de receptie van de Oudheid in latere tijden, ook in onze tijd. Das Fortleben der Antike, zoals dat hier in Duitsland heet. Het interesseert me ook omdat ik zelf misschien eens wat wil schrijven over de rol van de Arabieren/Perzen bij dat Fortleben. Die rol is wel bekend, maar wordt nog te vaak verwaarloosd of zelfs doodgezwegen. Maakt ook Rijser zich daaraan ‘schuldig’? In het hoofdstuk over de Liebestod en de Hoofse Liefde valt dadelijk op, dat daar geen woord wordt vuilgemaakt aan de Arabieren, hoewel die deze zaken volgens mij hebben uitgevonden.
.
Elena Ferrante, De nieuwe achternaam
Het tweede deel van een vierdelige cyclus, de zog. ‘Napolitaanse romans’. Vergeleken met de bovengenoemde werken misschien een lichtgewicht, maar omdat ik het eerste deel van de cyclus al gelezen heb wil ik toch doorgaan. Hoekige en slijmerige karakters die je bijblijven, en een goede schildering van de samenleving in een Napolitaanse buitenwijk.

3 reacties

Opgeslagen onder Fictie, Literatur, Nabije Oosten, Taal

Slingerdriet

Die Baudet is nergens goed voor, integendeel; maar één ding moet je hem nageven: hij kan goed spraakgebruik creëren. Net als Marten Toonder en Gerard Reve. Maar die schiepen hun eigen nieuwe woorden, terwijl Baudet afgekloven begrippen, veelal uit het Nazi-jargon van de jaren dertig, het land in slingert. Verdunning, omvolking, cultuurmarxisme, dat soort woorden. De goegemeente pakt die woorden op, vraagt zich af of ze iets betekenen en zo ja wat, en probeert een standpunt te bepalen ten opzichte van de prediking eromheen. Dat gebeurt op zo’n grote schaal, dat die woorden onvermijdelijk in de volgende uitgave van Van Dale’s Groot woordenboek der Nederlandse taal terecht zullen komen, en dat was precies de bedoeling. Daar is niemand mee gediend. Tegen onzinwoorden helpt een minachtend lachje het best. Niet in de mond nemen die onwoorden.

3 reacties

Opgeslagen onder Nederland, Politiek, Taal

Huiswerkhulp: Gebiedende wijs

In het huiswerkklasje van afgelopen week moest ik ineens de gebiedende wijs uitleggen. Vaak komt het onderwerp geheel onverwacht en is de enige voorbereiding die ik heb een snelle blik in het hulpboek voor leraren—als ik de juiste bladzij op tijd kan vinden. Als ik het onderwerp beheers is er een moment van herkennen, en anders ben ik weer het slimme scholiertje van vroeger dat zijn huiswerk niet had gemaakt, maar ter plekke de schade nog probeerde te begrenzen door razensnel iets door te nemen. Eén leraar doorzag dat en prees mij soms: ‘Voor een improvisatie niet slecht, R…!’

Met de gebiedende wijs of Imperativ heb ik zelf altijd grote problemen gehad, hoewel ik al twintig jaar in Duitsland ben en daarvóór ook al Duits kende. Beleefde bevelen, zoals Setzen Sie sich! zijn niet moeilijk. Maar siehe,  sehe, lese, lies,sehet, siehet, isst, nimmt of nehme of nehmet? Ik denk dat ik in de loop der jaren veel fouten op dit gebied heb gemaakt. En omdat ik toch niet helemaal dom ben kwamen daarbij wel gevoelens van onbehagen op. Maar die leidden alleen maar tot vluchten in alternatieve constructies en niet tot een kort en zakelijk naslaan in een grammaticaboek, wat zeker tot de mogelijkheden had behoord. Gelukkig was ik nooit in een positie om veel bevelen uit te delen. Maar nu moest ik het uitleggen aan Syriërs, en twee oude onderwijsprincipes traden aan de dag.

  • De leraar is una hora doctior, één uur geleerder dan de leerlingen.
  • De leraar leert het meest van zijn eigen onderwijs.

Want hij blijkt nogal eenvoudig, die Duitse Imperativ, eigenlijk net zo eenvoudig als de Arabische. Je neemt de du-vorm van het praesens, dan schrap je du en de uitgang -st, en ziedaar.

Du trinkst –> Du trinkst –> Trink!
Du nimmst –> Du nimmst –> Nimm!

Bij het meervoud is het nog simpeler. De ihr-vorm en dan zonder ihr:

Ihr macht –> Ihr macht  –> Macht!
Ihr seht –> Ihr seht   –> Seht!

De lacune in mijn kennis dateert waarschijnlijk van een gemiste les op school, inmiddels ruim vijftig jaar geleden. Rare vormen als sehet zullen wel uit mijn omgang met oude teksten te verklaren zijn.

Nu heb ik het dus via mijn Syrische leerlingen geleerd. Ik denk dat ik voortaan eens wat vaker bevelen ga uitdelen. Omdat ik het kan.

3 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Huiswerkhulp, Taal

Talenknobbel

Wat ik als taaldocent altijd al vermoed had is nu wetenschappelijk bevestigd. Er bestaat zoiets als een talenknobbel: sommige mensen leren makkelijk vreemde talen, andere lukt het niet of slecht.

Wanneer de overheden daar kennis van nemen, over een jaar of twintig dus, zullen ze hun eis aan vluchtelingen en andere immigranten moeten laten vallen dat zij de taal van hun nieuwe moederland leren.

2 reacties

Opgeslagen onder Niks, Politiek, Taal, Vluchtelingen

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 4

Met twee prettige, behoorlijk gevorderde Iraniërs gewerkt. Mostafa, ± 35, gesprek aan de hand van een ansichtkaart van het eiland Juist, die een lerares aan de Lernwerkstatt had gestuurd. Eerst lezen, wat niet meeviel: een krullerig Duits handschrift van een oudere persoon. Dan de fotootjes analyseren; het was namelijk zo’n ‘Groeten uit …’ kaart waarop vier kleine fotootjes waren afgedrukt: strand, duinen, paardenkoets, vuurtoren, schelpen, hotels, strandstoelen. De uiteindelijke opdracht was aan de afzendster een antwoord terug te schrijven. Dat deed hij met verve; het Duits was niet helemaal in orde, maar hij ontwikkelde interessante gedachtegangen en beleefde zinnen en zag zelfs kans zich op discrete wijze zelf naar het eiland te laten uitnodigen. En die taalfouten kon ik dan leuk corrigeren.

Mohammed, 25, had ook Perzisch als moedertaal. Een handige jongen, zes maanden in Duitsland en al heel veel opgepikt. Zal wel gevlucht zijn omdat hij te libertijns was, want vertelde veel over parties met vriendinnen, hoe in Teheran aan wodka te komen, enzovoort. Ik vond het wel leuk hem te horen over zijn werk: duiker in de … eh, ik noem dat altijd Shatt al-Arab, het water tussen Iran en Irak, maar in Iran zal het beslist anders heten. Rommel uit de oorlog zoeken, er een magneet aan vastmaken en wegwezen, zodat het omhoog gehaald kan worden. Of ontploft. Het was gevaarlijk werk, en hij werd dan ook heel goed betaald, waardoor hij er een weelderige levensstijl op na kon houden, die hem in zijn toestand van vluchteling is ontvallen. Hunkert naar een werkvergunning voor geeft niet wat. De accusatief uitleggen was niet moeilijk, want het Perzisch heeft ook zo iets, maar de datief, hmm, dat gaat nog even duren. Met een probleem begonnen waarvoor ik nog geen oplossing weet: hij verwart de klanken u, o, ö, ü en ǝ. Duits is ook wel erg: het woord Wunsch bestaat, maar ook wünschen; het lijkt me normaal dat je dan in de war raakt. Ik ben niet voldoende onderlegd om dit probleem zelfstandig aan te pakken. Het herinnerde mij aan die Marokkaanse student in Nederland, die vertelde dat hij best eens een huurtje mee naar huis mocht nemen van zijn vader.

1 reactie

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Taal

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 3

Een rampzalige Pakistani gehad vandaag; moedertaal Urdu. Hij woont al vijf jaar in Duitsland, heeft nooit taalonderwijs gehad, kan zich min of meer redden, maar spreekt toch vrijwel onverstaanbaar. Nu moet hij binnen twee maanden slagen voor het integratie-examen om een Duitse pas te krijgen. Ik denk niet dat hem gaat lukken, want hij wil niet leren. Hij wil de kennis met een trechter ingegoten krijgen, maar dat bestaat niet. Hij heeft heel veel af te leren, om te beginnen.

Zijn probleem is een geheel exotische zinsmelodie en bizarre klemtonen. Zo kun je dus niet weten of hij een vraag stelt of er juist een beantwoordt of nog een andere soort uitspraak doet; of de zin al is afgelopen of er nog iets komt, of hij blij is of teleurgesteld. Zowel de leidster als ik waren van mening dat hij naar een beginnerscursus moet om enige kans van slagen te hebben. Bij nul beginnen. Maar dat wil hij niet.

Er blijkt prachtig, kosteloos studiemateriaal te bestaan voor zijn soort probleem. Daaruit hebben we drie punten van de eerste les gedaan. Na het driemaal maken van zo’n oefeningetje was er inderdaad verbetering merkbaar. Morgen zal hij alles weer vergeten zijn, dus dat moet nog regelmatig herhaald worden. En dan alle punten van alle tien lessen. Ik wou dat ik ooit zulk materiaal voor Arabisch had gehad. Theoretisch is het denkbaar dat hij zichzelf met dit materiaal de Duitse fonetiek aanleert, als hij niet naar een cursus wil. Maar hij zal dat nooit doen. En dan houdt het bij ons op. Er is onderwijs waar hij naar toe kan, er is hulp bij de zelfstudie, maar we gaan hem niet van a tot z bij de hand nemen als een kind. Vanmiddag was dus de introductie in het materiaal; de rest moet hij zelf doen. Wel mag hij altijd vragen stellen als hij bij voorbeeld een opdracht van het programma niet begrijpt.

Drie algemene observaties:

  1. Dit soort werk kost ongelooflijk veel tijd. Voor mij geeft dat niet, want ik heb die tijd en ik besteed die er ook graag aan. Maar als ik denk aan de honderden, duizenden, honderdduizenden contacturen die aan taalonderwijs besteed zouden moeten worden begrijp ik dat het succes altijd maar begrensd zal blijven.
  2. Met heimwee denk ik terug aan de superintensieve cursussen aan de universiteiten: Nederlands in Amsterdam, Duits in Frankfort. Daar waren maar heel weinig plaatsen, want dagvullend communicatief onderwijs was duur. De gedachte was toen nog dat aanstaande universiteitsstudenten en -medewerkers bijzonder intelligent waren en zo’n taal snel oppikten, wat in meer dan de helft van de gevallen ook inderdaad zo was. Die cursussen zullen nog wel bestaan. Maar zulk dag- en zo mogelijk ook nog avondvullend onderwijs (total immersion) is voor grote massa’s niet mogelijk.
  3. Buiten de universiteiten heb je in Nederland een inrichting ‘bij de nonnen van Vught’.  (‘De lesdag start om 8.20 uur en sluit af om 21.00 uur.’) In Spa was er vanouds iets voor Belgen die plotseling toch de taal van de andere gemeenschap wilden of moesten leren. Dat blijkt nu in handen te zijn van een firma CERAN, die ook veel in Nederland doet. ‘U boekt al een training vanaf € 2.920,– per week, inclusief accommodatie, maaltijden, lesmateriaal en alle voorzieningen!’ heet het bij CERAN. Bij de Nonnen is het € 3.790,– per week. Ik zeg niet dat het té duur is, want het is ongelooflijk arbeidsintensief, maar U begrijpt: dit blijft voor de happy few. Je leert zo’n taal dan wél. Een uitdaging voor de 21e eeuw: zulke cursussen toegankelijker maken.

Volgende week maandag ga ik niet naar de Lernwerkstatt, want dan ben ik in Straatsburg.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Taal

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 2

Ahmad, moedertaal Urdu, 35 jaar. Beetje moeizaam type, niet erg spraakzaam. Gesprekjes over opgegeven en reeds bekende onderwerpen, in dit geval ‘feestdagen’. Bij hem is het woordbeeld moeilijk; hij verwerft dat blijkbaar via lezen, maar dat gaat dan verkeerd. Verwisselt Ferien met feiern, gesehen met gegessen. Klaagt ook over de lengte van de Duitse woorden. Ik dacht even aan dyslexie, maar de leidster zegt dat het komt doordat hij met een niet-Latijns schrift is opgegroeid en onze letters hem nog steeds niet vertrouwd zijn. Dat verschijnsel zou ik dan in omgekeerde richting moeten kennen; inderdaad, een beetje komt het ook wel voor bij beginnende studenten Arabisch, die kabata lezen i.p.v. kataba enzovoort. Een opgave voor hem was op kaartjes een zin te lezen waarin een woord ontbrak, en dat dan in te vullen. Het, of een, juist antwoord staat dan op de achterkant. Ze kunnen het zelf, maar het is beter als iemand de zin nog even hardop leest en het antwoord controleert. Is levendiger.

Sami, boven de 40, moedertaal Pashtu, is een heel ander type. Vlotte spreker, wil echt een gesprek en alleen dat; de theorie is redelijk in orde. Opgegeven thema was: geluk, pech en ongeluk. Vragen zoals: ‘Wat zijn in jouw land geluksbrengers, wat beschermt je? Wat zijn getallen of symbolen die geluk of ongeluk aanduiden?’ Wat bij ons 13 is blijkt in Afghanistan 39 te zijn. ‘Wanneer was je echt gelukkig?’ Antwoorden: toen de Taliban weggingen, en: als ik de Afghaanse vlag zie (dat heb ik nou nooit met de Nederlandse vlag). ‘Toen … weggingen’; ‘als ik zie’: die zinsstructuren heb ik hem bijgebracht en hij zoog ze in alsof hij er allang behoefte aan had gevoeld: bijzinnen van tijd. Nog even een paar soortgelijke zinnen gevormd.
Uitspraakmoeilijkheden vooral bij de klinkers. Omdat hij een woord dat op een medeklinker eindigt vaak nog een slot-e meegeeft klonken Tisch en Tasche bij hem hetzelfde; daarmee wat geoefend, onder aanwijzing van de voorwerpen natuurlijk. En de klemtoon: Symbol werd sambal.

Tenslotte was er nog het koppel Paolo (30, moedertaal Italiaans) en Dani (27, moedertaal Tigrinya; stamt uit Eritrea.) Ze hebben niet zoveel gemeen; hun niveau is ook niet hetzelfde, maar ze zijn vrienden en werken samen. Paolo typt soms iets Italiaans in op zijn mobieltje en laat dat in het Amhaars vertalen. Dat begrijpt Dani dan; hoewel Amhaars niet hetzelfde is als Tigrinya en die computervertalingen meestal niet deugen, zeker niet tussen minder gangbare talen. Hier ook behoefte aan geleid gesprek over voorgekauwd onderwerp, op wat lager niveau. Een vraag was bij voorbeeld: ‘Wat is in Duitsland anders dan in jouw land?’ Alternatieven: ‘Wat is nieuw voor jou in Duitsland, wat vind je hier bijzonder?’ enz. Deze vragen werden alle niet begrepen, ook niet door Paolo. Ik geloof dat het dan de taak van een leraar is om in het Duits die vraag begrijpelijk te maken, maar dat lukte me niet, dus ik heb het gauw in het Italiaans gezegd en Paolo heeft het op zijn mobieltje laten vertalen voor Dani. Toen was de vraag duidelijk en kon het gesprek beginnen. De Italiaan, duidelijk geen vluchteling, vond de autoverzekeringen en de parkeerplaatsen hier zo duur. Dani begon over het weer, wat een prima oefenonderwerp is. Gisteren hadden we hier noodweer, dus Blitz (Dani tekende bliksemschichten; voor Paolo was blitzen de snelheidscontrole op de autoweg), Donner (boem boem boem!), Gewitter, Unwetter; ja dat ging wel goed.

4 reacties

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Taal

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 1

Bij een huiswerkklasje ben ik nog niet ingedeeld; misschien pas volgende week, want donderdag is een feestdag en dan gaat weer alles plat. Daarom nu in de Lernwerkstatt geweest. Daar kunnen leerlingen van de taalcursussen (niet alleen vluchtelingen) studeren, vragen stellen en oefeningen doen. Er zitten ongeveer drie mensen die antwoorden geven en hulp bieden, waaronder nu dus ik. De leidster is een grondig getrainde docente Duits als Tweede Taal: die stelt onderwerpen voor oefeningen voor, maar alleen voor zover de leerlingen die niet zelf aandragen. Ze heeft een kast vol met oefenmateriaal: kaartjes, blokje, stiften, tekeningen van alles en helpt de helpers wanneer zij het moeilijk krijgen; zie onder.

Roberta, 30 jaar, moedertaal Italiaans. Vrouw met weinig opleiding, wel een natuurlijke intelligentie. Kent geen Engels of andere vreemde talen. Probleemgeval, want Quereinsteigerin: zit in de klas met deel 2 van het leerboek maar deel 1 heeft ze nooit gehad.

Lange – korte klinkers. De leidster drong erop aan dat ik die duidelijk liet horen (zonder het expliciet te maken). Ik kan nog niet overzien waarvoor dat nodig is, maar ik zal erop letten. Is voor mij zelf een zwakke plek. Maar het gaat bij mij vanzelf goed, of loop ik al jaren fouten te maken zonder het te weten? Het enige woord waarin ik ooit last gehad heb van een foute klinker is Hochzeit. Het is Hŏchzeit, niet Hōchzeit.

Als een woord eindigt met een medeklinker plakken Italianen er nog een e achteraan; Arm wordt Arme. We hebben de woorden geoefend zonder die e; ze kon het best, maar ze vergeet het telkens weer. Veel gelachen.

Woordgeslachten geoefend, bij woorden die lichaamsdelen aanduiden. Nodig, maar vreugdeloos, dat werk. In alle talen met geslachten zit een hoop van dat onvoorspelbare gedoe. Pure willekeur, nou ja, heel vaak dan.

De h geoefend: Hals, Haus en nog andere woorden. Hals werd bij Roberta Alze, en dat is totaal onbegrijpelijk. De h is moeilijk, omdat ze er van huis uit geen oor voor heeft. Vervolgens wilde ze soms een h laten horen waar dat niet moet: Hohr voor Ohr, Harm voor Arm. Grapje: je zegt toch ook niet horecchio? Misschien onthoudt ze het zo. Hypercorrectie misschien, of gewoon de kluts kwijt na al dat geoefen. Ze kan zich echter oriënteren aan de geschreven vormen van de woorden. Roberta spelt uitstekend en vrijwel foutloos.

En dan nog een rijtje transformaties: er schreibt – er hat geschrieben; er kommt vorbei – er ist vorbeigekommen; ja, met die moeilijke splitsing van het werkwoord. Ik volg het boek en de aanwijzingen; daar staan ook zulke oefeningen achterin. Gelukkig wordt het op de hoofdpagina’s speelser en in context gepresenteerd.

Het hoofdprobleem: R. wilde graag voorzetsels oefenen, maar ze bleek geen idee te hebben van wat een naamval is. Spoedig bleek dat ze ook niet wist wat een onderwerp, een gezegde en een lijdend voorwerp zijn, en daarzonder geen Duits! Een stap terug gedaan om haar dat bij te brengen; dit onder leiding van de leiding. Een zo groot probleem zou ik niet durven aan te pakken zonder eerst thuis diep na te denken. Maar er bestond al een kant en klare methode voor, met plaatjes: je zag bij voorbeeld een vrouw die iets kookte, of een man die een krant las. Eerst de actie benoemen: lezen, koken enz. Dan de vraag stellen: wie doet dat, wie kookt er? Meteen een gelegenheid om de persoonsvorm en stiekem het woordgeslacht nog eens te oefenen: der Mann liest, die Frau kocht. Het onderwerp, de agens, werd rood gekleurd en met een rode stift opgeschreven. Het werkwoord met zwart. En dan kwam de vraag: wat kookt zij? wat leest hij? Welnu, dat is het lijdend voorwerp. Lichtblauw kleurtje geven. Over die naamvallen nog helemaal niet gesproken: dit moet eerst inzinken. En de vraag is niet altijd makkelijk: wat te denken van een plaatje met een brandend vuur? Das Feuer brennt: intransitief! Of het onderwerp bestaat uit meer dan een persoon. Of het is een ding; dan moet ik vragen: wat ligt daar?

2 reacties

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Taal