Categorie archief: Reizen

Pre-vegaan vliegen

Scandinavian Airlines System, 1969. Het kostte wat, maar dan had je ook wat.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Reizen

Micro-herinnering: brievenbus

Ooit was ik in Nicosia, de hoofdstad van Cyprus; het moet in 1965 geweest zijn. Ik had daar enkele uren de tijd om over te stappen op een ander vliegtuig en er was gelegenheid om wat door het stadje te lopen. Maar waar was dat goed voor? Ik had het net zo goed niet kunnen doen, want ik herinner mij er helemaal niets van, op één ding na: de brievenbus in de hoofdstraat. Het was zo’n rode, zoals ze overal op de Britse eilanden ook stonden, met de initialen van de vorst of vorstin erop. Cyprus was toen al een paar jaar onafhankelijk, maar de brievenbus deed het nog. Misschien omdat hij was ingebouwd in een muur had men hem niet weggehaald.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nabije Oosten, Reizen

Mini-herinnering: nooit op vakantie

Mijn grootouders (geboren ± 1885–1895) stonden nooit in de wachtrij om in te checken op Schiphol, omdat ze nooit op vakantie gingen. Ze kwamen niet op het idee, ze hoefden niet. Ze waren welgesteld en hadden een auto, maar maakten alleen ritjes in een straal van 100–150 km, opa zakelijk, opa en oma samen vooral om familie te bezoeken. En soms naar Dordt om een nieuwe hoed of een boek te kopen. Maar daar kon oma ook met de trein naar toe, of met het stoomschip de Thor. Natuurlijk was dat dan tevens ‘een dagje uit’. Schoenen en kleren waren in het eigen dorp te koop. Ik heb nog altijd een kleerhanger van kledingmagazijn Boekholt, telefoon 407. Dameskleding werd ook thuis genaaid. Mijn andere grootmoeder had wat meer kapsones en liet zichtzendingen kleding uit Breda komen waar ze dan een keus uit deed. Die hoefde ook het dorp niet uit. Opa was op grond van zijn lichaamsomvang op maatkleding aangewezen; ik denk dat er een kleermaker aan huis kwam.

Nooit eens pret of ontspanning? Jawel, een dagje naar de Drunense duinen, zelfs naar de Efteling, vooral voor de kinderen en kleinkinderen natuurlijk. En tamelijk vaak naar het natuurbad annex speeltuin De Warande bij Oosterhout, tien kilometer van huis. Concertbezoek in Breda (16 km) herinner ik mij ook. Opa had een bootje, waarmee hij de wateren in de omgeving onveilig maakte. Toen hij ouder werd volstond het om met de auto naar het water te rijden en daar wat te zitten kijken. Er werden ook wel roeiboten gehuurd. Een oudtante, ik ben vergeten welke, was eens naar de watervallen van Coo geweest, helemaal in België. Er moet nog ergens een ansichtkaart van liggen. Een oom heeft in 1958 de Expo in Brussel bezocht, ook een hele belevenis. Zo vanaf 1960 ging de jongere generatie wel in het buitenland op vakantie, veelal met georganiseerde busreizen. Maar mijn grootouders nooit.

Misschien bleven ze ook altijd thuis omdat hun huis voor anderen een vakantiebestemming was. Hun zes kinderen en ook andere familieleden kwamen vaak op bezoek en bleven dan lang. Mijn ouders, mijn zusters en ik ook natuurlijk; ik heb nog altijd fijne herinneringen aan die heerlijk zomers in het dorp. Het was altijd een belevenis als ‘de tantes uit Apeldoorn’ kwamen, en zeker tante Stien uit Croydon was heel apart. Die bleven dan niet zo lang als het bezoek in Russische romans, maar toch wel een of twee weken. Er was geen haast. En behalve familiebezoek was er geen reden om de eigen plek te verlaten.

5 reacties

Opgeslagen onder Nederland, Reizen

Mini-herinnering: Reinheid

النظافة من الإيمان , ‘Reinheid is een deel des geloofs.’  Deze in het porselein van de wasbak ingewerkte tekst werd zichtbaar nadat we de laag vuil ervan af hadden geschuurd. Het was in 1969, ik was met een medestudent in Teheran. Anders dan het eerder bereisde Turkije, waar we van ƒ 10,– per dag als vorsten konden leven, was Iran een peperduur land, zodat we gedwongen waren in de allergoedkoopste logementen te overnachten, en die waren vaak smerig. We hadden zelf schuurpoeder en insecticide bij ons om de hokken bewoonbaar te maken.

In datzelfde hotel viel mijn tandenborstel per ongeluk in de closetpot. Hem daar weer uit te vissen leek geen goed idee; er moest dus een nieuwe komen. Een Iraanse of een importproduct? Mijn verlangen ging uit naar een borstel van het merk Jordan (mit V-Stellung der Haare) en die kostte ƒ 5,–. Dat hakte er diep in.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid, Iran, Reizen

De retour

Terug uit Parijs. Woensdag heen, zaterdag terug. Het was mooi, intensief en overweldigend. Dat laatste vooral omdat ik sinds de Corona-uitbraak van twee jaar geleden geen treinreis meer had gemaakt, niet in een groep had verkeerd, geen grote stad had gezien en nog zowat van die dingen. Mijn stem was na de verkoudheid nog niet helemaal in orde en sommige stukken kon ik niet meezingen, maar dat mocht de pret niet drukken. Het geheel had toch meer het karakter van een workshop. In februari gaan we samen met het Franse koortje (en een barokorkest, en beroepszangers als solisten) Bachs Johannes-Passion uitvoeren in Marburg, en misschien ook in Parijs, in een wat grotere kerk. Deo volente natuurlijk, maar die kan hier toch moeilijk iets op tegen hebben.

Onaangenamer was de slechte staat van mijn bewegingsapparaat. Na twee maal iets te snel meelopen met de groep was ik voor de rest van de tijd kapot en kon ik nog maar heel bescheiden bewegingen maken. En Parijs is wel érg groot!

Deze bladzijden zou en zal ik moeten gebruiken, als altijd, om mij dit reisje te herinneren en er over na te denken, maar dat kan ik nog niet. Te veel chaos in het hoofd nog. De gedachten zullen mondjesmaat opkomen of, als wel vaker, helemaal niet meer—wat jammer zou zijn. Sommige dingen zijn zo moeilijk grijpbaar.

1 reactie

Opgeslagen onder Parijs, Reizen, Zingen

Geen buikpijn

Tot mijn eigen verbazing lukt het deze keer, gedisciplineerd de zangoefeningen te doen die nodig zijn om met Hemelvaart in Parijs met het kamerkoortje grote stukken uit Bachs Johannespassion te zingen. Ik maakte me vooral zorgen over de hoge tonen, maar die komen er nu steed vlotter uit, en dat is natuurlijk niet alleen voor Bach goed. Ik heb nog bijna twee weken, het kan alleen nog beter worden. Het moeilijkst vind ik nu nog het koraal dat dwars door de aria Mein teurer Heiland, laß Dich fragen heen gezongen wordt. Het is dan zo’n herrie dat ik mijn eigen partij niet meer hoor en soms de kluts kwijt raakt. Maar ook dit zal nog goed komen. Kortom, ik kan zonder buikpijn naar Parijs. Wel jammer is het, dat ik zo slecht loop. Mijn oude gewoonte, hele dagen door een stad te lopen is niet meer te verwezenlijken. Met de bus ergens heen, korte stukjes lopen, iets bekijken, dan even gaan zitten. Bankjes in het park, in een museum. Iets drinken op een caféterras. Eventueel opkomend chagrijn wegeten bij een heerlijke Vietnamees.

Dit wordt een soort voorstudie, een workshop zo men wil, voor een bescheiden publiek. Volgend jaar doen we het hele stuk, voor een groter publiek, zowel in Parijs als in Marburg. Dan komen de Fransen bij ons. Het moeilijke zal dan zijn, hun net zo goed te eten geven als ze ons in Parijs gedaan hebben.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid, Reizen, Zingen

On the road

Sinds Corona maak zelden ik langere reisjes. Eenmaal was ik drie dagen in Nederland, in november vorig jaar, en nu was ik weer drie dagen de hort op. Eerst naar Rees aan de Rijn, vlak voor de Nederlandse grens. Daar heb ik een notaris bezocht om mijn testament te laten opstellen. Het leek me wel zo prettig voor de nabestaanden dat in het Amtsgericht Emmerich te laten deponeren, dan hoeven ze te zijner tijd niet zo ver.

Rees is in de Tweede Wereldoorlog verwoest; zoals het er nu uit ziet is het niet veel bijzonders, maar ik vond de plaats wel een prettige sfeer hebben. En vooral de Rijnpromenade was aangenaam. Zo’n grote, traag door oneindig laagland stromende rivier is een landschap van mijn jeugd; het was heel dierbaar. 

Omdat het een beetje flauw was geweest om meteen weer naar huis te rijden heb ik nog een kleine excursie ingelast. Eerst naar het Thermalbad in Bad Driburg. Ik wilde wel weer eens poedelen en stomen. Bij Marburg in de buurt is ook zo’n inrichting, maar in Driburg is hij groter, en omdat er niet zoveel bezoekers waren kon ik ruim voldoende afstand houden tot de medemens. Dat Corona nu voorbij is geloof ik namelijk helemaal niet. Over het geheel genomen was het weldadig en ontspannend, maar er waren toch twee momentjes die me even aan het denken zetten. Ten eerste bleek ik nauwelijks meer te kunnen zwemmen! Het heet toch altijd dat je zwemmen nooit verleert? Het was goed dat ik niet in een diep bad was gesprongen, anders was mijn testament misschien meteen al van pas gekomen. Natuurlijk kan ik nog zwemmen; het was eerder een kwestie van conditie: de typische zwembewegingen had ik al minstens twee jaar niet meer gemaakt. In het ondiepe en lekker warme bad ben ik meteen begonnen ze uit te voeren, de armen en benen apart. Het komt wel weer. En dan de sauna: temperaturen die ik vroeger met graagte verdroeg, waren me nu al gauw te hoog. Nu ja, het zal de oude dag wel zijn.

Voor de avond had ik een hotel geboekt te Germete, een lieflijk plaatsje onder de rook van Warburg (nee, dat is geen typefout!). Daar kon je lekker eten: een frisse aspergesalade en een moot van een grote vis, die ik nog niet kende, waarvan ik dacht dat die Killau heette, maar die vind ik niet in het internet. Ik zal het wel verkeerd onthouden hebben. In ieder geval een heerlijke vis, en perfect klaargemaakt. Ook de kleine nieuwe aardappeltjes waren een tractatie.

Vanochtend wilde ik dan in Warburg rondkijken, en dat viel om verschillende redenen niet zo mee. Ik vergeet steeds dat ik moeilijk ter been ben, en Warburg bestaat uit een benedenstad en een bovenstad; de hoogteverschillen zijn nog groter dan in Marburg. Door het historische karakter liggen er ook overal van die zeventiende-eeuwse kasseien. Ik liep dus moeilijk en heb lang niet alles gezien. 

Maar ook het stadje zelf: Warburgum elegans Westphaliae oppidum stond ergens op een oude prent. Dat klopt zeker voor de bebouwing, het is prachtig om te zien en ik wil het later, met een uitgekookte bezoekstrategie, nog wel eens bezoeken. De bevolking daarentegen is helemaal niet elegant, integendeel. Wat zijn er veel lelijke mensen onder de inwoners, en wat een dikke konten hebben ze in hun joggingbroeken! Ik kon niet helpen te denken, dat ze waarschijnlijk in de oorlog vreselijk fout waren geweest, maar dat blijkt toch onjuist te zijn: in 1933 21% Nazi’s, nu slechts 4,5%, wat flink onder het landelijk gemiddelde van 11% is. Als je pijnlijk loopt lijken de mensen misschien lelijker en rechtser.

Het autorijden was heel wisselend: op de weg naar Rees geraakte ik in zo vreselijke files dat ik bang was mijn afspraak bij de notaris te missen; het ging maar net goed, door af te zien van een pauze. Gisteren liep alles van een leien dakje, en vandaag was er geen file, maar wel een irriterende eindeloze stoet vrachtauto’s die allemaal met zo’n 60 à 70 km. per uur over de provinciale wegen tuften. Waar moeten al die spulletjes toch naar toe? In het voorbijgaan zag ik nog even het geboortepaleis van Koningin Emma, in Bad Arolsen, maar daar ben ik niet gestopt, want dat heb ik al vaker gezien.

Het reizen en verblijven in hotels was ik zo ontwend dat ik er blijkbaar confuus van werd. Vandaar dat ik één badslipper en de oplader van mijn tandenborstel kwijt ben geraakt.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Duitsland, Reizen

Mini-herinneringen: grensoverschrijdend gedrag

Het vliegveld van Beiroet, het moet in 1980 geweest. Het land verkeerde in burgeroorlog, overal milities en wegversperringen, en ook op het vliegveld was het een rommeltje. Ik stond in de rij voor de douane, om het land te verlaten. De rij was lang, de sfeer was gespannen. Een geüniformeerde man, een soort gendarme, kwam langs de rij en wenkte mij: ik moest met hem meekomen. Geen prettig moment, maar ik durfde mij niet te verzetten. Ik liep dus mee, en we kwamen tot stilstand bij het hokje waar de douanier uitreisstempels zat uit te delen. ‘Paspoort,’ zei de man; ik gaf het ongaarne af, maar hij legde het voor de neus van de douanier om het te laten afstempelen. Die keek nijdig, maar hij deed het wel. Ik kreeg mijn paspoort weer terug en moest de gendarme nu verder volgen. Een wat langer wandelingetje, dat bleek te eindigen bij … de herentoiletten. O, was dát de bedoeling? Ineens maakte ik me geen zorgen meer, moest inwendig lachen en liep niet verder mee. Een paar meter verderop was de ingang van de Duty Free, daar ging ik naar binnen. Het was er druk en ik voelde mij veilig temidden van de menigte. Hij kwam me niet achterna, en het afgestempelde paspoort had ik in mijn zak.

Het vliegveld van Cairo, jaren later, toen de grote nieuwe terminal net in gebruik was genomen. Het was héél vroeg in de ochtend, je moest daar altijd twee uur van te voren aanwezig zijn. Er waren niet veel mensen; ik had een rustig plekje in een zijgang uitgezocht om nog wat te zitten. Daar werd ik benaderd door een soort soldaatje van een jaar of achttien. Die wilde geen seks, maar geld. Hij was wel verrast toen ik hem in het Arabisch kon aanspreken, we hadden een kort gesprek, maar tenslotte herhaalde hij toch zijn eis: ik moest hem geld geven. Dat heb ik toen maar gedaan: hij was zwaar bewapend, op die leeftijd zitten de handjes vaak los, en of die jongens zo goed zijn opgeleid? Voor mij geen groot offer, voor hem toch een aardige bijverdienste.

Tweemaal kon ik dank zij mijn studie het overschrijden van grenzen voor anderen verlichten. In beide gevallen betrof het Belgen. In 1967 was er dat wanhopige, nerveuze echtpaar, dat met een caravan de Tunesisch-Libische grens wilde passeren. De grensovergang duurde wel zes uur, voor hen, maar voor ieder ander ook; dat was in die dagen niet uitzonderlijk. Het enige wat er te drinken was, was een walgelijk zoete limonade van het merk Zemzem. Ik geloof niet dat ik concreet iets voor dat echtpaar kon doen, maar ik kon ze wel geruststellen en de vreemde dingen die er gebeurden uitleggen. 
1977: Bij Cilvegözü wilde ik de Turks-Syrische grens over. Ik reisde met het openbaar vervoer, en als zo vaak was dat in de nabijheid van de grens schaars. Met een taxi was ik naar de Turkse grenspost gereden, maar die kon natuurlijk niet verder, dus ik moest te voet de grens over. Dat was op zich niet zo erg, maar er volgde een soort niemandsland: een Syrische grenspost was niet in zicht, die kon wel kilometers verderop zijn. Gelukkig verscheen er een Belgische vrachtauto. Met hem kon ik meerijden naar de inderdaad verder weg  gelegen Syrische douane. De nerveuze chauffeur sprak Nederlands. Hem kon ik helpen met het invullen van de ingewikkelde papieren en als tolk bij de douane. Ik ried hem aan, een bankbiljet tussen de papieren te leggen; of dat een juist advies was weet ik tot heden niet. We werden snel afgehandeld en hij liet me verder meerijden tot Aleppo. 

1 reactie

Opgeslagen onder Nabije Oosten, Reizen

Ritje Noord-Hessen

Maandag worden de Corona-regels strenger; dan mag je geen onnodige reizen meer maken. Gisteren dus nog gauw een tochtje met de auto naar Melsungen aan de Fulda en Homburg aan de Efze.

Melsungen is in principe een stadje waar wel wat te doen is, maar gisteren niet. Café’s en restaurants alle gesloten; de winkels mochten open zijn, maar waren dat lang niet allemaal. Er liepen ook maar weinig mensen op straat. Dat belette ons niet te zien wat een mooi stadje het is. Je zou er haast kunnen wonen. Als je de historische brug over de Fulda oversteekt sta je op het station, en vandaar kom je snel naar Kassel en naar de rest van de wereld.

Ooit moet Melsungen heel rijk geweest zijn als handelscentrum aan een rivier. De vakwerkhuizen zijn hier veel royaler dan in Marburg. De kerk is daarentegen nogal klein; handel maakt niet noodzakelijk vroom. Er is een goede boekhandel met een reusachtig antiquariaat. Blijkbaar beschikt die over een oude fabriekshal, zodat een boek lang bewaren niet veel kost. Ze hebben ook Engels, Frans Italiaans, Zweeds en Nederlands, en de prijzen zijn redelijk. Natuurlijk wordt het meeste per internet verkocht.

Als Corona veel onmogelijk maakt pak je het genieten anders aan, bij voorbeeld bij een Italiaanse ijssalon die een loket naar de straat open had, waar prima espresso te krijgen was. En de picnic op een bank aan de Fulda, een deken erop, winterjacks aan (het was 6˚), thermoskan met thee, lekkere broodjes en een salade.

Homberg was een klasse minder. We hadden beter met het mindere kunnen beginnen en het mooiste voor het laatst bewaren; te laat. Het kleinere Homberg heeft ook mooie vakwerkhuizen, maar er is veel leegstand en verval. De kerk is hier wel veel groter en mooier, een heel zuivere protestantse kerk—hoewel natuurlijk ooit als katholieke gebouwd. De nummerplaten in deze streek zijn wel naar Homberg genoemd: HR = HombeRg, begrijpt u wel?

Zo was de auto er ook weer eens uit, want alleen ritjes naar de kruidenier vindt hij maar niks.

1 reactie

Opgeslagen onder Auto, Duitsland, Reizen

Mini-herinnering: Motorpech

Het was geloof ik in 1978: een prachtige rondreis in een huurautootje door het Noorden van Portugal. Ofschoon het land net een revolutie achter de rug had lag het er heel verstild bij. In een stadje als Bragança kreeg je een heel goede inblik in het leven van vroeger. Er tjoekten nog treintjes rond met houten wagonnetjes, die stopten op blauw betegelde stationnetjes.

Die huurauto, een Morris Minor, was gehuurd bij een van de grote internationale autoverhuurbedrijven op het vliegveld van Oporto. Maar het was een nukkig ding, waarmee maar moeilijk een verhouding op te bouwen was, en soms vertikte hij het helemaal. Dat gebeurde bij voorbeeld in het dorpje Vinhais; gelukkig midden in de hoofdstraat, met uitzicht op een garagebedrijf. De monteur keek bedenkelijk en zei dat het wel even kon duren, maar dat we konden wachten in het huis van zijn moeder, naast de garage. Moeder was een gezellige vrouw, die heerlijk kon koken en ons een volledige maaltijd voortoverde. Na de maaltijd en de zelf gemaakte marsepein wilde de auto wel weer verder. Een paar dagen later reden we op Oporto aan, de eindbestemming, waar we de volgende dag het vliegtuig terug zouden nemen. Kort voor de stad kreeg de auto weer kuren: hij deed het geloof ik alleen nog in zijn één. Ik had de tegenwoordigheid van geest tegen mijn metgezel te zeggen dat hij in de reisgids het beste, meest klassieke hotel van de stad moest opzoeken en dat we daarheen koers zouden zetten. Omdat we van boven kwamen en het stadscentrum lager lag, slaagden we erin grotendeels zonder motor naar de benedenstad af te dalen en vlak voor het hotel te belanden. Dat heette Infante de Sagres, en had precies die ouderwetse klasse die we nodig hadden. Hier konden we de sleutel bij de portier afgeven en zeggen: Ach, er is een probleempje met onze wagen; kan er misschien even iemand naar kijken? We hadden een mooie laatste dag en reden de volgende dag onbekommerd naar het vliegveld.
Dit alles kostte wel wat extra, maar in die tijd was Portugal vrijwel te geef, door de voor ons gunstige wisselkoers van de Escudo.

1 reactie

Opgeslagen onder Auto, Europa, Reizen