Categorie archief: Reizen

Zijn geraniums soms niet goed genoeg?

Het werd een Albert Heijn boodschappentas vol gisteren, de reisgidsen, landkaarten, stadsplattegronden en VVV-brochures die naar het oud papier moeten. De aanleiding tot de zuiveringsactie was dat ik de reisgids van Iran zocht, om een vriendin cadeau te doen die binnenkort naar dat land gaat. Die heb ik inderdaad teruggevonden.
.
Maar achteraf denk ik dat het niet genoeg was. Er kan nog veel meer weg. Ik zal nóóit meer een 1:50.000 kaart van Oxford & surrounding area nodig hebben; zie dat maar onder ogen. Wat een prachtige kaarten hadden ze trouwens in Engeland, je ziet er zelfs de landhuizen en bijbehorende parken op, soms zo groot als twee dorpen, en rare Depots, van wat eigenlijk?, o, van militaire goederen, ik zie het al, doorschoten met treinrails. En al die grappige plaatsnamen, zoals Charlton-on-Otmoor en Horton-cum-Studley. Ook Didcot staat erop, bekend van het omroepbericht van de spoorwegen: change at Didcot. Maar ik zal er niet meer komen, en zeker niet te voet of met de fiets. Weg ermee.
.
Ook zal ik nooit meer Malta bezoeken, en beslist niet met een reisgids uit 1999, of het Beierse Woud met een wandelkaart. En al die niet of slechts eenmaal befietste delen van Duitsland: in de zak ermee. Waarom heb ik twee kaarten van het Nördlicher Odenwald? Ah, ze zijn niet hetzelfde zie ik. Maar eigenlijk kunnen ze allebei weg. Ze stammen nog uit mijn Frankforter fietstijd en ik ga echt geen heimweetochten maken om alles nog eens terug te zien.
.
Egypte mag blijven, for old time’s sake, en zeker de Baedeker van 1928 en Le Caire et Alexandrie, Hachette 1955. Die vallen niet meer onder reisgidsen, maar onder geschiedschrijving. Voor de Baedeker van Oostenrijk-Hongarije uit 1905 kan ik misschien nog geld krijgen; hoewel, vreemd genoeg sla ik dat ding nog wel eens op als ik iets over het verleden wil weten.

3 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Persoonlijk, Reizen, Vroeger

Zilverzee

Naar Sint Helena varen was en ben ik niet werkelijk van plan, maar omdat ik een eilandentic heb, droom ik af en toe weg en fantaseer dat ik erheen ga. Voor Sint Helena is het nu te laat: waar het eiland vroeger alleen per RMS (= Royal Mail Ship) St. Helena te bereiken was (weken onderweg vanaf Portland; wat korter vanaf Kaapstad) is daar nu sinds ruim een jaar een vliegveld geopend. Dat heeft tot toerisme geleid en daardoor heeft het eiland veel van zijn aantrekkelijkheid verloren.
.
Maar van het een kwam het ander: zou er dan niet zo’n cruiseschip naar St. Helena varen, vroeg ik me af. En ja hoor, voor ik het wist zat ik met een online brochure van Silversea voor me, die me om zijn gruwelijkheid fascineerde. Die firma biedt eerste klas cruises over de wereldzeeën aan en vaart een enkele keer ook naar St. Helena.
.
Bootreizen kunnen leuk zijn: ik herinner mij de veerboten naar Griekse eilanden en het postschip langs de Turkse noordkust, iets later ook langs de zuidkust, en zelfs de pont naar Harwich was vroeger prettig, als het niet te hard stormde. Maar zo’n cruise? Wat in mijn leven het meest op een cruise leek waren de twee of drie dagen op een schip van Ancona naar Alexandrië, en later nog eens naar Patras. Dat was geen cruiseschip, maar een gewoon vervoermiddel: een car ferry. Sinds het vliegtuig gemeengoed is geworden neemt niemand meer een schip als er niet ook een auto mee moet. Naar Scandinavië wemelt het van de car ferries. Die schuiten zijn uitgesproken platvloers: tien verdiepingen, veel plastic, muziek uit de wand, flipperautomaten, zelfbedieningsrestaurants en snackbars en winkels die je niet nodig hebt, zodat je maar het beste in je hut kunt blijven. Allicht komt dan eens de gedachte op: aardig zo’n zeereis, als het maar eerste klas was! Maar daar gaat het eigenlijk niet om: op die Griekse veerboten van vroeger zat je derde klas aan dek en dat was genieten! De wind streek langs je heen en aan de horizon doemde telkens weer een nieuw eiland op; je deelde brood, olijven en fruit met mensen die daar ook zaten en soms werd er muziek gemaakt. Tegenwoordig kun je op sommige schepen niet eens meer aan dek komen.
.
Hoe dan ook, de firma Silversea biedt eerste klas cruises aan voor mensen met heimwee naar een ouderwetse zeereis. Ik vermoed dat ze tot het topsegment van het cruisewezen behoort: voor een basisbedrag van pakweg 10.000 Euro ben je daar veertien dagen onder de pannen. Hier geen formica of zelfbedieningsrestaurants, hier is niets ordinair. De schepen zijn niet zo groot en nog duidelijk als schip te herkennen. Geen betonnen dozen waar een heel dorp in past, maar slechts omstreeks 250 of 300 passagiers. Allemaal nette mensen, dat spreekt. Geen gekeutel van binnenhut of buitenhut; iedereen krijgt een behoorlijke suite met zeebalkon. Per reiziger is één personeelslid, voor iedereen staat er een butler met witte handschoenen klaar, die alle wensen voorziet en vervult. Schoenen poetsen doet hij ook; die worden namelijk ontzettend vuil gedurende veertien dagen aan boord van zo’n salonschip. Natuurlijk zijn er verscheidene specialiteitenrestaurants met exquise wijnen. En fooien doen ze niet aan; dat zou onwaardig zijn.
.
Zou het niet fijn zijn, je zo eens stijlvol te laten verwennen? Nee, dat zou het niet; het zou de hel op zee zijn, en je kunt niet weg! Je zit daar met driehonderd medereizigers met wie je, voor zover mogelijk, beschaafd moet kouten of bridgen. Minstens tien Hyacinth Buckets zijn erbij, maar dan veel welgestelder. De prettigste mensen zijn zonder twijfel in de keuken of de machinekamer te vinden, maar daar mag je niet mee omgaan. Er is een programma van ongemeen interessante lezingen, hoogwaardige muziekuitvoeringen en exclusieve wijnproeverijen. En dan die plaatsen die je aandoet. Daar zitten heel wat zeldzame bestemmingen en ongebruikelijke routes bij; het publiek van Silversea is waarschijnlijk al overal geweest. Bandar Aceh, Paaseiland, Pitcairn, St Helena, Antarctica en allerlei totaal onbekende eilanden; de firma heeft namelijk hele eilanden gekocht die dan exclusief voor haar cliënteel zijn. Natuurlijk zijn sommige van die plekken wel interessant, maar toch niet als je ze een halve of hele dag in een groep met een bus bezoekt? Zo blijven al die havens een coulisse. Ik zou liever op St. Helena willen overwinteren, mensen leren kennen. Overigens is het voor die eilanders ook steeds minder uit te houden als er regelmatig zo’n cruiseschip voor hun deur ligt.
.
Ineens zag ik het voor me: het MS Silver Lining of zoiets komt op zijn vaart van Paaseiland naar Rarotonga terecht in het plastic afval dat zich in de Stille Zuidzee heeft opgehoopt. De eerste dag wordt het genegeerd, op de tweede dag wordt er nerveus gelachen, daarna heerst er een geprikkelde stemming: had de maatschappij dat niet kunnen voorzien? Dit uitzicht is schandalig en men zal er werk van maken! Het eten lijkt ineens veel minder lekker. Op de vijfde dag kan het schip voor- noch achteruit: het is vastgelopen in de rommel. Als er na nog enkele dagen eindelijk een reddend vliegtuig verschijnt, biedt het dek een onwaardige aanblik: in allerlei stadia van liederlijkheid doen de passagiers zich te goed aan de laatste champagne. De butlers lachen zich rot nu zij eindelijk schoensmeer in het gezicht van de ergste gasten kunnen smeren.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Reizen

Mini-herinneringen: vette happen

Samosoplusivanje was het woord waar ik vanochtend mee wakker werd. Het betekent ‘zelfbediening’ in het Joegoslavisch, tenminste dat dacht ik. Volgens Google translate moet het zijn: samoposluživanje; bijna goed dus. In het mild-socialistische Joegoslavië van 1965 en volgende waren dat restaurants waar het gemene volk en ook studenten uit het buitenland voor weinig geld een maaltijd konden gebruiken. Geen grote keuken natuurlijk, maar ook niet in strijd met de menselijke waardigheid. In Bulgarije had je ze ook, maar dat was echt communistisch en daar was het eten meteen veel smeriger: een closetpapierkleurige kwak puree met een onbestemde saus waarin enkele stukjes vlees dreven.
.
Wat deed ik in die landstreken? Natuurlijk was ik onderweg naar het Midden-Oosten, tot Joegoslavië liftend en daarna met de trein. Vliegtuigen waren nog te duur, en bovendien was ik benieuwd naar al die gebieden waar je dan doorheen kwam. Door vreemde wisselkoersen was de Balkan en wat daarna kwam spotgoedkoop. Pas in Turkije werd het eten echt lekker, te beginnen met de restauratiewagen die aan de grens aan de trein werd gekoppeld: een weelderig ingerichte Oostenrijkse Speisewagen van ongeveer 1912, goed geconserveerd.
.
In Nederland bestonden ook van die zelfbedieningsrestaurants. Je had Heck’s en Rutecks, allebei op het Rembrandtplein als ik mij goed herinner. Een biefstukje met gebakken aardappeltjes, huzarensalade, dat soort dingen. Gebutste schaaltjes van roestvrij staal. Echt eten kon je bij De Kroon, ook op het Rembrandtplein. Toen ik dat voor het eerst zelf betaalde kostte dat 25 gulden: niet weinig, en wat ik mij er vooral van herinner is mayonaise.

2 reacties

Opgeslagen onder Eten, Europa, Nabije Oosten, Nederland, Reizen

Windeweer!

Wat heb ik nou weer gedaan? Ik merkte met schrik dat ik de Iran-tentoonstelling in Assen nog niet heb gezien, en die duurt nog maar tot 18 november. Gauw iets van onderdak geboekt; wind en weder dienende zal ik twee nachten doorbrengen in Windeweer. Die plek werd aangeprezen in een reactie bij mijn Oost-Groningen-blog van een paar jaar geleden.
Ik had maar ruim een week vakantie gehad dit jaar, dus het mag wel even. Door het onverwachte van dit besluit, dat zich als het ware buiten mij om genomen heeft, raak ik helemaal opgewonden. Maar eerst nog twee concerten zingen.

5 reacties

Opgeslagen onder Iran, Nederland, Reizen

Italiëreis 2018

Voordat nieuwe horizonten mij roepen (Utrecht! Freckenhorst!) wil ik mij de vakantie in Italië nog een keer herinneren, zodat zij niet ondergaat in de steeds sneller stromende rivier der vergetelheid. Enkele  hoogtepunten had ik al genoemd. Bezocht zijn Mantua en Padua, maar de eerste nacht heb ik doorgebracht in Stresa, waar ik afgesproken had mijn Australische vriend en reisgenoot op te pikken.
.
Met de trein naar Stresa, theoretisch lukt dat met de trein vanuit mijn woonplaats makkelijk in een dag. Ik had echter niet met de vernieuwingsdrang van de Deutsche Bahn gerekend. De lijn tussen Frankfurt en Kassel was grotendeels gesloten wegens werkzaamheden, de vroege trein vanuit Marburg zou op 25 juni niet rijden. Dat dwong me een dag tevoren naar Frankfurt te gaan en daar te overnachten. Onaangenaam, maar veel werd goedgemaakt door een avondeten in mijn geliefde Vietnamese restaurant, om de hoek bij waar ik vroeger woonde, dat nu echt knettergoed geworden is. En niks geen capsones daar; het blijft gewoon een buurtrestaurant en het heet Quán Văn, Schwarzburgstraße 74, voor als U eens in de buurt bent.
.
De treinreis was routine tot Bern, al rijd ik dat traject nooit. Daarna werd het mooi, tussen de Zwitserse bergen door, ondanks twee hele lange tunneltrajecten. De Exprestrein van Basel naar Milaan stopt ook in kleine Zwitserse stadjes als Visp en Brig: afgelegen, maar zwaar geïndustrialiseerde plaatsen. Dat verandert na de Italiaanse grens: die streek lijkt eerder armoedig. Vroeger kreeg je deze gebieden nauwelijks te zien, want er reden nachttreinen; van Brussel naar Milaan in ieder geval, misschien zelfs vanaf Amsterdam, dat weet ik niet meer.
.
Stresa was vanaf ± 1880 één van die oorden waar de fine fleur van Europa tot rust kwam, na wintermaanden van bals en ingespannen couponnetjes knippen. Langs de oever van het Lago Maggiore staan nog steeds joekels van Grand Hotels uit die tijd. Eén ervan is nog steeds op niveau. Het onze (Bristol) was afgezakt tot vier sterren, daar stopten nu ook bussen met reisgezelschappen. Maar het gaf toch een aardige indruk van het vroegere vakantieleven: ruime kamers, balkons met meerzicht, kostbare materialen, kroonluchters. Het indrukwekkendst waren de zwaar verzilverde olifanten en herten die vroeger de banketten moeten hebben opgesierd. Het meer blijft schitterend, vooral ook omdat er bijna op zwemafstand een paar leuke eilandjes in liggen.
.
Het stationnetje was wat vervallen, evenals de boemeltrein die door talloze treurige randgemeenten naar Milaan reed. Daar moest er worden overgestapt naar Mantua; ruim een uur wachten, en dat was niet prettig. Er was een scheidsmuur opgetrokken tussen de ruim twintig sporen en de grote hal, met heuse gates en veel politiecontrole. Deze hal is immers berucht om zijn zakkenrollers en bendes. U begrijpt: overwegend buitenlanders, uit landen als Sicilië en Calabrië. Koffietentjes en wachtkamers waren blijkbaar in die hal, en bij de sporen was vrijwel niets. De tsjoek tsjoek naar Mantua deed er een kleine twee uur over; kennelijk geen belangrijke verbinding. In Mantua een Bed&Breakfast, centraal gelegen, alles nieuw en high tech. Als zo vaak waren de haakjes en plankjes in de badkamer ten offer gevallen aan design; verder alles puik. Het ontbijt werd geserveerd door een academica uit de Punjab, wier man hier een mooie baan had gevonden. De vrees van mijn vriend dat hij op een continental breakfast zou moeten overleven werd niet bewaarheid. Ze strapazzeerde de eieren als de beste.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bahn, Eten, Europa, Reizen

Duits lekker: caribisch

Duitsers spreken vaak op een verzaligde toon over chocolade, maar dat doen zij ook over die Karibik, de Caribische eilanden, wanneer zij een paradijselijk oord, het vrije leven, een tweede huis of een weelderige vakantiebestemming bedoelen — voor de meesten blijft het een droom, maar heerlijk is het, daar is vrijwel iedereen het over eens. Ik zou op die eilanden niet dood gevonden willen worden, maar Duitsers die mijmeren over wat ze gaan doen als ze de Lotto winnen of succes hebben met een kraak of zwendel komen in hun gedachten heel vaak bij de Caribische eilanden uit.
.
Hoe is dit über-lekkervinden te verklaren? Ik heb op deze vraag geen antwoord, kan alleen wat tasten. Ligt het aan het feit dat Duitsland pas heel laat koloniën kreeg en genoegen moest nemen met allerlei eilanden met palmenstranden: Duits Nieuw-Guinea, de Marianen, de Karolinen en Samoa, die vervolgens postuum geïdealiseerd werden? Ik probeer maar wat. Nederlands-Indië was een land barstensvol palmenstranden, maar ik geloof niet dat ooit een Nederlander speciaal dáárnaar verlangd heeft. Omdat daar nog zoveel meer was. Op die Duitse eilanden waren vaak alléén maar palmbomen en kokosnoten.
.
De plaatjes van zo’n overhangende palmboom aan een hagelwit strand zien er net zo uit als die van Duits Nieuw-Guinea.

5 reacties

Opgeslagen onder Dromen, Duitsland, Onzin, Reizen

Eilanden. Zinloze opsomming

De volgende niet via een landverbinding te bereiken eilanden heb ik ooit bezocht:
.
IJsland, Nordkoster, Hiddensee, Terschelling, Texel, Engeland Groot-Brittanië, Herrenchiemsee, Frauenchiemsee.
.
Islas Cies, Sardinië, Venetië, Murano, Torcello, Lido di Venezia, Krk, Pag, Brač, Malta, Comino, Gozo.
.
Aigina, Hydra, Kythira, Kreta, Syros, Mykonos, Chios, Samos, Santorini, Nea Kameni, Büyük Ada, Cyprus, Jazirat al-Dhahab (in de Nijl).
.
Over een brug, dijk of dam bereikt: Zeeuwse eilanden, Goeree-Overflakkee, Marken, Sylt, Fehmarn, Rügen, de Deense eilanden, eilanden van Stockholm, Lidingö, Mainau, Venetië, Evia, Zamalek, Roda.
.
Wenseilanden: Madeira, Sicilië
.
Droomeilanden: St. Pierre et Miquelon, Færöer, Skye, Lofoten, St. Helena.

7 reacties

Opgeslagen onder Onzin, Reizen

Naar Frankfort

Nee, niet naar Kirchhain, naar Frankfort, dat is meteen veel spannender. Als bezitter van een bejaardenkaart voor het Marburgse busvervoer mag ik in de weekends gratis door de hele streek reizen, tot Mainz, tot voorbij Darmstadt. Zo ben ik al twee keer in Frankfort geweest, de stad waar ik elf jaar gewoond heb. De 30 à 40 Euro die een treinkaartje anders kost had ik ook wel kunnen betalen, maar de prijs schrikt toch af.
.
Frankfort is duur geworden. Dat was het altijd al; vroeger was mijn salaris aan het eind van de maand altijd op, maar het is erger geworden. Dat komt door de toenemende gentrificatie en de toestroom van Brexit-vluchtelingen. Het Londense bankwezen verkast voor een deel naar Frankfort. En de stad is al zo krap; waar moeten die mensen allemaal blijven? Van een bovengrens voor dit soort vluchtelingen is geen sprake.
De hoofdstraten van de stad ken ik natuurlijk nog, maar de zijstraten was ik toch voor een deel vergeten. Dan helpt zo’n tot niets verplichtend uitstapje om de boel weer bij elkaar te krijgen.
.
Wat doe ik in Frankfort? Wandelen en rondkijken, zoals het de bezitter van een bejaardenkaart betaamt. Een vriend bezoeken—ik heb er nog twee daar. Maar ook nuttige dingen, zoals theekopjes kopen. De vorige lichting was helemaal op, en ik wil geen thee drinken uit een mok. Dat doet blijkbaar iedereen in Marburg, want daar zijn geen theekopjes te krijgen.
Ze hadden daar wel twaalf soorten theekopjes. En wat een weelde verder ook in zo’n warenhuis. In mijn provincienest was ik die rijkdom een beetje vergeten. Ik houd hier aan het eind van de maand altijd geld over.
.

Otto Dix

En in de Schirn Kunsthalle de prachtige tentoonstelling Glanz und Elend in der Weimarer Republik bekijken. Topschilderijen uit die periode, zelfs uit verre verzamelingen, die je anders nooit te zien zou krijgen. Affiches en grafiek ook, en een verstandige indeling en commentaar. De Schirn is geen museum, maar een tentoonstellingsgebouw, dat geld moet verdienen met entreekaartjes. Vandaar dat er een hang is naar het beroemde en spectaculaire, maar dat is ook niet te verachten. In opzet misschien te vergelijken met de Nieuwe Kerk in Amsterdam.
De Dame met voile en nerts van Otto Dix toont vooral de Elend. In die periode was de burgerij verarmd door de inflatie en zagen keurige huisvrouwen zich soms gedwongen in de prostitutie te gaan.

4 reacties

Opgeslagen onder Marburg, Reizen