Categorie archief: Racisme

Burkini slegs vir blankes

De Duitse turnster Sarah Voss had geen zin meer om haar sport halfnaakt te beoefenen en besloot een kledingstuk aan te trekken dat haar hele lichaam bedekt. Maar nu komt er geen politie om haar te zeggen dat ze zich moet uitkleden, zoals aan Franse stranden moslimvrouwen in burkini is overkomen.

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Politiek, Racisme

Macro-herinnering: mijn racisme (2)

Voortzetting van deel 1

Tegelijkertijd werd ik wel gevoed met akelige verhalen over Indië: de Bersiap-tijd, gewelddadige pelopors, de achterlijkheid van inlanders in het algemeen, luie en onbetrouwbare gasten, die niet op eigen benen konden staan en zeker nog niet rijp waren voor democratie, en dan had je nog de roverhoofdman Soekarno. Maar dat was een ander spoor dan het leven van alle dag: het bestond naast elkaar en dit soort praat had blijkbaar niets te maken met reëel bestaande mensen in de eigen omgeving. Volkomen vanzelfsprekend waren ook voor mij Sjors en Sjimmie, kinderboeken over negertjes, verhalen over zendelingen in Nieuw-Guinea en Suriname, waar de inheemsen steevast achterlijk en blijkbaar ook vuil waren (‘het gebruik van zeep is bij hen onbekend’), en die in hun taaltje niet eens een woord voor ‘dankuwel’ hadden, waarmee ze voor onze weldaden hadden kunnen bedanken. Het racisme begon eigenlijk al in Europa; knoflookvretende Fransen, spaghettivretende Italianen, criminele Balkanezen, door en door corrupte volkeren uit het Zuiden. Een extreem geval van zelfs binnenlands racisme was die rechtenstudent die in alle ernst meende dat mensen die met een zachte G spreken, uit Nijmegen en erger nog, structureel onbetrouwbaar en tot corruptie geneigd zijn. (Dat was familie van een nu om zijn racisme beruchte  ‘journalist’.) Terwijl dit discours binnen in mij geplant werd speelde het in het leven van alledag nog geen rol, maar wachtte op kansen om uit te breken.

Door mijn studie heb ik Arabieren en Turken nooit vreemd kunnen vinden. In 1967 waren er twaalf Arabieren in Amsterdam, — allemaal in de gaten gehouden door de politie — waarvan ik er drie kende. Met een ervan raakte ik bevriend; een arts, vijftien jaar ouder dan ik, maar dat gaf niet. Ik leerde Arabisch en Arabische cultuur van hem, hij werd door mij nader ingeleid in Nederland en het Nederlands. In Turkije kon ik me niet verstaanbaar maken, maar ik voelde me er kiplekker. Tijdens mijn studieverblijf in Egypte heb ik wel veel mensen veracht, maar dat was omdat ze óf dom en slecht opgeleid waren óf corrupt en vals; niet omdat ze Egyptenaren waren. Tijdens latere verblijven werd het wel moeilijk met mijn vrienden daar om te gaan, die inmiddels tien of dertig maal minder verdienden dan ik zelf. Dat was eerder beschamend. 

Op welke vormen van racisme heb ik me zelf kunnen betrappen? 

Op algemene cliché’s:
– Natuurlijk is men in X-land corrupt, worden vrouwen gediscrimineerd in land Y, terwijl Z-stan geen rechtstaat is. Intussen weten we dat het bij ons ook steeds meer de foute kant uitgaat.
– Op een algemene afkeer van hele bevolkingsgroepen. Toen er eind jaren zeventig ineens véél Surinamers door Amsterdam liepen bij voorbeeld. Het was echt een moment van vervreemding, toen ik op zekere Koninginnedag het Damplein opliep. Dat zag ineens zwart van de Surinamers, allemaal trouwe aanhangers van onze vorstin blijkbaar. Toen dacht ik even: nee, dit niet! Aan die vele Surinamers moest ik inderdaad wennen; ze hadden een andere lichaamstaal, andere gebaren, stelden zich anders op in het landschap. Maar na een poosje gingen zij zich ook als Nederlanders gedragen, met gebaren en al, dus toen werden ze gewoon. Hun accent in het Nederlands kende ik al van vroeger; dat had me nooit gestoord.  
– En toen er, na een heel stel Tamils, ook nog Vietnamese bootvluchtelingen kwamen aanzetten was ik geïrriteerd en vond ik het te veel worden. Maar ik heb nooit last gehad van die mensen en ben er maar heel weinig tegen gekomen.
– Bij de verkiezingen voor het waterschap of hoe dat heette, kort voordat ik Nederland verliet, toen er Turkse en Pakistaanse namen op de kandidatenlijst voorkwamen. Dáár moeten ze toch vanaf blijven! Onze dijken, onze afwatering, niets mee te maken jullie! Maar waarom eigenlijk niet? Als ze verstand hebben van water en dijken, dan is het in orde. Misschien hebben ze wel in Delft waterbouwkunde gestudeerd en weten er meer van dan boer Krelis.
Dit soort dingen slijt na enige tijd door gewenning, óf je moet er even verstandelijk tegenin gaan.

Bij persoonlijke ontmoetingen: 
– In de jaren zeventig, toen er veel Surinamers naar Nederland waren gekomen, vroeg op een avond in een stille straat een zwarte man of ik een rijksdaalder kon wisselen. Een moment van schrik: deze vent wil mij natuurlijk in elkaar slaan en beroven. Wat te doen? Kalm bijven, zéér op mijn hoede zijn, rustig een rijksdaalder wisselen en verder … niets. De man bedankte en verdween in een telefooncel, hij wilde blijkbaar even bellen, dat was alles. Was het een blanke man geweest dan had ik geen enkele verdenking gehad. 
– Veel zelfbetrappinkjes waren van de soort: wat doet die hier, dat is toch niets voor hem/haar? Dat hoor  je tegenwoordig veel van gekleurde mensen: leraressen die op grond van hun huidskleur voor de werkster worden gehouden enzovoort, en inderdaad, dat heb ik ook gedaan:
– Toen een zwarte man de ruimte in de Leidse UB betrad waar ik toen werkte, was mijn eerste gedachte: wat heeft die hier te zoeken? Het bleek een geleerde uit de VS te zijn, die daar inderdaad iets te zoeken had, maar er was toch even dat moment.
– Op het werk: een zwarte man in de personeelsafdeling. Weer zo’n ogenblik van verwondering: wat deed die hier? Nou, gewoon werken natuurlijk. 
– Wat deden die pikzwarte Afrikanen bij ons klassieke concert? Luisteren dus, ze hielden blijkbaar van dit soort muziek; leuk toch? Dat was overigens in Parijs; in Nederland of Duitsland zie ik nog steeds nauwelijks zwarten bij klassieke concerten.
Zulke ontmoetinkjes verliepen ondramatisch, maar er was toch telkens éven een moment van schrik, afwijzing of verbazing, en te vrezen is dat de betreffende personen dat merkten. Je zou willen van niet, maar het gebeurde.

De meeste van mijn racistische gedragingen zal ik zelf helemaal niet gemerkt hebben, en dat is nog het meest verontrustend. Vaak zijn de betrokkenen te beschaafd om van hun ongenoegen blijk te geven. 

Dat mensen van buitenlandse herkomst, ook al zijn ze nog zo geboren en getogen in Nederland, moeite hebben met het vinden van een huis of een baan is inmiddels wel bekend. Het is denkbaar dat ook ik, als ik woningen of banen te verdelen had gehad, zonder het te beseffen de voorkeur had gegeven aan een blanke boven een gekleurde. Hoewel, dat viel mee: ik heb ooit een Marokkaan en een Iraniër aan een job geholpen. Maar dat was wel op mijn zeer specifieke vakgebied, waar ze uiteraard op hun plaats waren.

Mijn taak: zulke dingen voortaan voorkomen. Je eigen racisme moet je niet ontkennen, maar bestrijden. Het wordt al veel minder trouwens, nu er op allerlei plaatsen zo veel donkere mensen rondlopen.

Wanneer is iemand eigenlijk zwart? Neem president Obama: ja, die was zwart, of althans donker, dat was te zien en werd in het begin steeds benadrukt: de eerste zwarte president, enzovoort. Maar na korte tijd merkte je dat niet meer. Ik heb Obama heel zijn regeringsperiode niet als een zwarte man waargenomen, en zo gaat het met al die andere ‘people of colour’ ook. Geen aandacht aan schenken aan kleurtjes lijkt het beste — behalve daar waar het nog nodig is om dat verrotte racisme te bestrijden. 

1 reactie

Opgeslagen onder Nederland, Persoonlijk, Racisme, Vluchtelingen, Vroeger

Macro-herinnering: mijn racisme (1)

Niemand wordt als racist geboren, maar de waarschijnlijkheid dat je het geworden bent in de loop van je opvoeding is zeer groot, zeker in mijn generatie. Te ontkennen dat je racist bent, zoals met name in Nederland momenteel gangbaar is, is niet zinvol; anderen voor racist uitschelden evenmin. Je moet het in je zelf onderkennen en er dan wat aan doen. Ja, dat moet echt, net zoals je af en toe even je eigen huid moet inspecteren of daar geen verdachte plekjes zijn, die kwaadaardig kunnen gaan woekeren. Er zijn ook mensen die hun racisme wel prima vinden of er zelfs trots op zijn, maar die ‘vergeten’ dan even hoeveel ellende het heeft aangericht en nog aanricht, ook in Nederland. Na de klimaatramp kon racisme wel eens het grootste probleem worden van de eeuw.

In mijn jonge jaren liepen er tamelijk veel ‘Indische mensen’ rond, zoals wij ze noemden.1 Deze varieerden in huidskleur van blank-met-vlekken, ongeveer zoals Wilders, tot diep donkerbruin. Ook zaten er wat hele of halve Chinezen uit Indië tussen, en een enkele Surinaamse. De aanwezigheid van al deze mensen sprak volkomen vanzelf; zij werden niet als vreemd ervaren, het waren gewoon onze mensen. Datzelfde gold overigens ook voor de enkele Joden die wij kenden. Heel veel later hoorde ik dat zowel Indische mensen als Joden in het naoorlogse Nederland wel degelijk onder discriminatie te lijden hadden, maar daarvan wist ik toen niets. De betrokkenen hielden blijkbaar hun tanden op elkaar en praatten daar niet over met ‘ons’, volbloed Nederlanders. Als ik in Indië was opgegroeid had ik waarschijnlijk meegedaan met de uitvoerige discriminatie van alle schakeringen van bruin, maar wat in de vijftiger jaren telde was blijkbaar alleen of ze bij Nederland hoorden of bij Soekarno. Japanners, díe waren erg, maar die waren niet in de buurt.

Véél belangrijker dan het verschil in huidskleur of ‘ras’ was in mijn jeugd het standsverschil. In die tijd had je nog standen in Nederland en ik ben opgegroeid met een fijn afgestelde antenne voor standsverschillen, niet voor rassen. Ik behoorde tot de elite,2 zo werd mij duidelijk gemaakt — maar tot welke dan? veel stelde het niet voor, en een lekkere smak geld heb ik er nooit aan overgehouden — en wist al gauw iemand in een kastje of kaste te plaatsen. Dat gebeurde op grond van taal, kleding en gedrag. Iemand hoefde maar drie woorden te zeggen en je wist welke stand en welke godsdienst hij had, welke krant hij las en wat zijn vader deed — bij wijze van spreken dan. Godsdienst was een secundair criterium ter onderscheiding: katholieken waren wel duidelijk minder, hoewel er ook nette katholieken waren. Ik denk dat het verschil in godsdienst voor mijn grootouders nog heel belangrijk was; voor mijn ouders en voor mij niet meer zo. Socialisten en communisten konden natuurlijk ook niet, maar nog voordat je aan hun overtuigingen toekwam waren die op grond van hun stand al afgekeurd.

Het aardige van vreemdelingen was juist dat zij buiten de rasters vielen. Tot de gastarbeiders kwamen golden mensen van buitenlandse afkomst niet als van lagere stand. Vanaf de jaren zeventig interesseerden standverschillen me steeds minder, ook omdat ik merkte dat in andere landen die ik leerde kennen (behalve Engeland natuurlijk) die standen niet zo’n rol speelden. In Duitsland had je alleen maar rijkere en armere mensen, zo leek het. Op de Balkan genoot ik van mensen die mooie muziek maakten en hartelijk waren; het kon me echt niet schelen dat zij in hun dagelijks leven misschien visser of monteur waren. Later merkte ik in Egypte en Griekenland dat mensen van hogere stand vaak zeer onaangenaam waren, want patserig, arrogant en corrupt.3

Het eerste buitenlandse wezen dat als ik vreemd ervoer was een donker en prachtig Hongaaars vluchtelingenmeisje dat in 1956 bij mij in de klas kwam. Ze was niet te verstaan, net zo min als de aanplakbiljetten in het Hongaars op de ruiten van de winkels. Je had leren lezen en dan zoiets: geen touw aan vast te knopen! Het meisje bleef niet lang, dus dat had geen vervolg. Qua huidskleur was ze niet donkerder dan vele van onze Indische mensen, maar ze gedroeg zich duidelijk ‘anders’.

Een groep echte vreemdelingen in Amsterdam waren de Chinezen. Je kende ze niet, maar je wist dat ze er waren. Daar werd op afstand soms wel op gescholden: spleetoog; pinda, pinda poepchinees! Toen ik twaalf(?) was meende ik Chinees te moeten leren en daartoe begaf ik mij naar de Binnen-Bantammerstraat, waar een aantal Chinese restaurants en andere zaakjes zaten. Ik copieerde vlijtig de karakters op de uithangborden, nog niet beseffend dat dit al eens uitvoeriger door anderen was gedaan. Ik stelde vast dat er steeds twee dezelfde terugkwamen, die dus waarschijnlijk ‘restaurant’ moesten voorstellen. Aan de kelners in de restaurants vroeg ik wat het allemaal betekende. Zij waren heel vriendelijk en behulpzaam; zoveel belangstelling overkwam ze waarschijnlijk zelden. Maar door gebrekkige talenkennis, ook van hun kant, kwam het niet echt tot gesprekken, en wat moesten ze ook met zo’n snotjoch.

Naar deel 2

NOTEN
1. De benaming Indo heb ik in mijn jeugd nooit horen gebruiken. Eigenlijk weet ik tot op heden niet of dat nu een scheldwoord is of niet.
2. Alleen in ons dorp waren wij elite, omdat we tot de protestantse minderheid behoorden en dus netjes praatten, en omdat mijn grootvader een zeer succesvolle zakenman was.
3. Ineens zie ik die Griekse dame weer voor me, die geen zin had om in de rij voor de veerboot te wachten met haar witte Mercedes. Ze vond dat zij als eerste de boot op mocht, want zij reed een ‘Mercedè’.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Joden Joods joods, Nederland, Persoonlijk, Racisme, Vluchtelingen, Vroeger

Mini-herinnering: racisme

Blank en blond als ik ben ben ik in Europa nooit racistisch bejegend. Wel heb ik enkele malen in de nabijheid van donker gekleurde personen racisme ondervonden dat op hen gericht was.

In 1973 maakte ik wandelingen door Parijs met een studiegenoot uit Egypte. Deze was tamelijk donker van huid en onmiskenbaar Egyptisch gekleed, met alle grauwheid van het in zijn land nog heersende socialisme. Naast hem lopend heb ik gevoeld hoe de haat en de verachting over hem werden uitgestort. Geen gewelddadigheid, maar die blikken! Dat was ook geweld.

Omstreeks 2000 hadden we in Frankfurt een donker gekleurde gast uit Zuid-Afrika. Ik voelde mij geroepen hem een beetje de omgeving te laten zien. We liepen een stuk door Bad Homburg en wilden daarna ergens koffie drinken. Maar het was een christelijke feestdag: alle café’s waren gesloten. Het Maritim Hotel was wel open, en dat had ook een café: daar dan maar heen. Met drie verschillende smoezen werd ons echter de toegang geweigerd: geen plaats – alles is gereserveerd – we gaan zo sluiten. We konden echter zien dat de zaal niet half vol was en andere bezoekers nog wel naar binnen mochten. Reserveringen in een koffiecafé? Lijkt me sterk; bovendien was het geen spitsuur. Nee, dit was echt een christelijke feestdag. Ik was er wel van ontdaan; mijn gast minder, die kende dat natuurlijk al van thuis.

In Egypte ben ik één keer uitdrukkelijk racistisch bejegend, door een middelbare dame die mij in alle rust uitlegde dat ik eruit zag als een varken: roze, en met zo’n platte neus. Maar de onderdanige manier waarop ik in de eerste jaren werd bejegend was eigenlijk ook racisme. Men was de koloniale verering van blanke mensen nog gewend. Later was dat over.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Racisme

Naar een wijnrode januari

De hoop dat eind 2020 de Inzidenz in onze dierbare Landkreis nog onder de honderd zou geraken is niet in vervulling gegaan. Heel erg is dat niet, want op het landkaartje was de kleur dan toch niet veranderd. Lichter rood wordt het pas als het getal onder de vijftig komt.

Elders in Duitsland, dat moet gezegd, gaat het nog helemaal niet goed, integendeel. De gezelligheid met kerst vertaalt zich op vele plaatsen in hogere cijfers. In het Vogtland is het cijfer 762,4. Wel putten we hoop uit het feit dat het inenten nu op gang komt. Marburg zal hierbij ook een eervolle rol spelen. In Marburg bevindt zich sinds ruim een eeuw een grote farmaceutische fabriek, die ooit als Behring is begonnen, maar na allerlei overnames nu Novartis heet. Aan nieuwe vaccins wordt daar geloof ik niet meer gewerkt, maar wat ze doen is het massaal toebereiden van reeds bekende vaccins. Welnu, de firma Biontech, die samen met Pfizer een prima COVID-vaccin heeft uitgevonden, heeft een flink deel van de productiecapaciteit van Novartis gekocht en zal daar grote hoeveelheden van het vaccin gaan aanmaken.

De knapste koppen bij Biontech zijn twee met elkaar getrouwde onderzoekers van Turkse afkomst. Die afkomst zou niet vermeldenswaardig zijn, als de fascisten van de AfD daarover niet zo luid met hun tanden knarsten. Voor hen natuurlijk eens te meer een bewijs dat Soros achter die vermeende pandemie zit, of de islam, of de sharia persoonlijk, weet ik veel. Inderdaad zijn er in die kringen veel Corona-ontkenners. Een kamerlid had voor opschudding gezorgd door in het parlement een opengewerkt netje te dragen in plaats van een mondkapje. Die geachte afgevaardigde bleek kort daarna in het ziekenhuis te zijn opgenomen met, eh ja … dat griepje. Op een partijbijeenkomst van de AfD, waar niemand een mondkapje droeg of afstand bewaarde, zijn vier personen besmet. Enkele dagen geleden gaf een AfD-kamerlid een feest zonder enige hygiënemaatregel. De politie kwam en voerde enkele gasten tierend af. De ziekte dunt die Nazi-boel wel wat uit, maar helaas toch niet voldoende. Opvallend is het ongegeneerde gejuich onder niet-fascisten als er weer zo eentje besmet is.

21 september Landkreis Marburg Biedenkopf 4,5
6 oktober Landkreis Marburg Biedenkopf 30,8
23 oktober Landkreis Marburg Biedenkopf 108,9
1 november Landkreis Marburg-Biedenkopf 299,5

1 december Landkreis Marburg-Biedenkopf 134,4
6 december Landkreis Marburg-Biedenkopf 108,5
11 december Landkreis Marburg-Biedenkopf 164,7
20 december Landkreis Marburg-Biedenkopf 194,3
30 december Landkreis Marburg-Biedenkopf 100,8
31 december Landkreis Marburg-Biedenkopf 119,4

2 reacties

Opgeslagen onder Gezondheid, Marburg, Racisme

Nette landen, apenlanden

Suriname heeft 38 Corona-doden per (statistische) miljoen inwoners en geen nieuwe besmettingen. Nederland heeft 358 doden per miljoen, en net weer 165 verse gevallen.
.
Het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een lange lijst met zog. risicogebieden gepubliceerd, landen waar men beter niet heen kan reizen, en na terugkeer waaruit men riskeert, in quarantaine te moeten. Op die lijst komt Suriname wél voor en Nederland niet. Dat heeft denk ik niet zo veel met de gezondheidssituatie in de betreffende landen te maken, maar met een oude reflex. Als student heb ik eens een Nederlandse ambtenaar van BuZa horen spreken, die mensen voor de diplomatieke dienst wilde werven. De man sprak met bekakte stem deze volzin: ‘Nou, eh, je hebt dus nette landen en je hebt apenlanden …’ . Een leerzaam praatje: ik begreep meteen dat ik geen diplomaat wilde worden. Aan die kijk op de wereld is er blijkbaar nog niet veel veranderd, en het is niet alleen een Nederlands fenomeen. Een soort racisme, dat geen betrekking heeft op mensen, maar op hele landen.
.
Op de lijst van het Duitse ministerie staan heel veel ‘apenlanden’, en maar weinig ‘nette landen’. De USA staat er wél op, maar dat is in vele opzichten geen net land meer. In Europa wordt een bezoek aan Luxemburg, Servië en Rusland ontraden, maar naar Zweden, Groot-Brittanië of Nederland kunnen Duitsers met een gerust hart op vakantie. En dat terwijl er heel wat landen overzee zijn waar het met de Corona-bestrijding beter gesteld is. Senegal, Ruanda, om maar een paar dwarsstraten te noemen.
.
Zelf heb ik weinig lust om Nederland te bezoeken zolang daar nog op tests word bezuinigd en er in plaats van mondkapjes alleen maar een debat over mondkapjes is.

1 reactie

Opgeslagen onder Europa, Gezondheid, Racisme

Doordenkertje

EaeEdpEXYAEZQ17

Een miserabele gedachtengang, maar wel treffend geformuleerd!

1 reactie

Opgeslagen onder Onzin Humor, Racisme

Slecht en goed

Er zijn mensen die voor meer dan 90% slecht zijn, ik denk aan bepaalde staatshoofden (Donald, Boris, Adolf, Leopold) maar er zijn ook mensen die slecht én goed zijn: fifty-fifty zeg maar. Dat zijn de meesten, dat spreekt nogal vanzelf. Maar er is tegenwoordig de neiging de standbeelden van slecht-en-goede mensen neer te halen. Als die trend doorzet zullen er op den duur geen standbeelden meer overblijven en zal de prijs van brons op de markt dalen.
.
Twee voorbeelden:
De Bristolse koopman Edward Colston (1636–1721) heeft een vermogen verdiend met slavenhandel, plantages enz., maar ook vele scholen, kerken en weldadige inrichtingen gefinancierd. Het ene deed hij in Afrika en de West, het andere in Engeland. Nu ligt hij in de haven van Bristol; zie het kaartje.
.
Winston Churchill was een racistische klootzak, die verantwoordelijk was voor enkele miljoenen hongerdoden in Brits-Indië, maar hij was ook zo vriendelijk Europa te bevrijden van het juk der Nazi’s. Er zijn nog altijd lanen naar hem vernoemd, maar hoe lang nog?
.
Tja. Ze lijken nogal op ons, die schurken, al doen wij persoonlijk veel bescheidener dingen. Maar al die beeldenstormers, die zich verbeelden dat zij uitsluitend goed zijn, verdienen ook geen standbeeld.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De mens, Racisme

Schoolgegaan bij meester Trump


Een reactie plaatsen

8 juni 2020 · 06:19

Steniging in Istanbul?

Gisteren werd hier op de TV een televisiebewerking van Agatha Christie’s Murder on the Orient Express vertoond, in 2010 geproduceerd door Philip Martin op een scenario van Stewart Harcourt, met David Suchet als Poirot. Het boek verscheen op 1 januari 1934. De ontvoering en vermoording van de Lindbergh-baby in maart 1932 speelt er een belangrijke rol in. De handeling van het boek is dus in 1932-33 te plaatsen, toen die moord nog niet was opgehelderd.
.
Voordat de trein uit Istanbul vertrekt zijn Poirot en enkele medespelers, allen buitenlanders, getuigen van de openbare steniging van een overspelige vrouw, zomaar midden op straat in hartje Istanbul. Dit kwam mij zo absurd voor, dat ik het even heb nagezocht en bij een collega nagevraagd.
.
In het Ottomaanse rijk werd er nooit gestenigd op grond van een gerechtelijk vonnis—ja, één keer, in 1680, maar dat leverde toen een enorm schandaal op. De doodstraf werd op andere manieren voltrokken. De steniging kwam formeel wel in het rechtssysteem voor: het is een ‘recht Gods’ en Gods rechten kun je nu eenmaal niet schrappen, maar je kunt ze wel tot dode letter laten worden en dat is wat er gedaan werd: in werkelijkheid werd het nooit in praktijk gebracht. In 1932 was bovendien het hele religieuze recht in Turkije al grondig afgeschaft en vervangen door Zwitsers burgerlijk recht en Italiaans strafrecht. Daar kwam dus in geen velden of wegen steniging in voor, zelfs niet puur theoretisch.
.
Iets anders is, dat er in Turkije wel zoiets als een spontane lynch-cultuur bestond—en zelfs ten dele nog bestaat, vooral in het Oosten des lands. Maar het is volstrekt ondenkbaar dat zo’n spontane steniging in de vroege jaren dertig midden in Istanbul heeft plaatsgehad. Het Atatürk-regime wilde modern zijn en spande zich in om alles wat Ottomaans was als verouderd en achterlijk voor te stellen. Als er al iemand op het idee gekomen zou zijn, in het openbaar iemand te willen stenigen zou dat tot een onmiddellijk politie-ingrijpen en zware straffen voor de stenengooiers hebben geleid. Dat zou gewoon moord zijn, net als overal elders.
.
Een collega gaf mij een krantenartikel uit de vroege jaren dertig, waarin zogenaamd een steniging uit de Ottomaanse tijd wordt getoond, inderdaad midden in Istanbul. Een vrouw met los haar en een suggestief gescheurde jurk wordt aangevallen door een menigte woedende, getulbande mannen, onder wie zelfs een gezagsdrager te paard. Maar zoals gezegd, zulke stenigingen hebben in de oude tijd nooit plaatsgehad. Het is pure fictie, die hier in dienst is gesteld van de staatspropaganda: kijk, zo was het vroeger, maar tegenwoordig zijn wij modern. Atatürk gaf dus een verkeerde voorstelling van ‘de islam’; hij gedroeg zich als een oriëntalist.
.
Die steniging kwam niet voor in Christie’s detectiveroman en is pas voor de televisiebewerking van 2010 door de scenarioschrijver erbij gesleept. Het is een kwalijk geval van ‘oriëntalisme’. En dat in een filmwerk waarin de overige details van de toenmalige werkelijkheid zo precies kloppen! Het ‘detail’ steniging klopt beslist niet. Of Harcourt dit uit zijn dikke duim heeft gezogen of had gehoord van de hervormingen van Atatürk en diens diens propaganda is me niet bekend. Ook in het laatste geval heeft hij er niets van begrepen. Zijn steniging is misleiding, typisch voor onze tijd, waarin het eveneens gebruikelijk is geworden, een verkeerde voorstelling van ‘de islam’ te geven.
.
Alsof dit nog niet genoeg was: de kijkers kan dit blijkbaar helemaal niet schelen. In het internet heb ik een klein onderzoekje gedaan naar deze verfilming en stuitte daarbij op een flink aantal besprekingen, vooral door niet-vakmensen. De meeste besprekers vonden hem niet zo geslaagd, om allerlei redenen, maar niet vanwege die steniging. Velen gaan in hun beschrijving van de inhoud volledig aan de steniging voorbij. Anderen noemen hem even, alsof zoiets volkomen vanzelfsprekend is: ja, zo gaat dat blijkbaar in Turkije. Ik vond één bespreking door iemand met een Arabische naam; die vond de steniging gratuitous, maar reageert verder niet bijzonder heftig; of misschien had hij het al opgegeven. De stilte van al die anderen is verontrustend.

“De steniging van een zondige echtgenote”

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Orient, Racisme, Turkije