Categorie archief: Persoonlijk

Geraniums 2

Geen zin? Dan maak je maar zin! Zo werd mij ooit toegeroepen in een of andere school des levens—ik ben vergeten welke. En mijn vader zei altijd, als ik een eind weg zat te dromen: Ga eens wat doen, joh!
Sinds ik bronchitis had heb ik blijkbaar geen zin meer om tekstjes te schrijven. En dat is vreemd, want zo’n erge ziekte is dat niet. De operatie aan mijn knie was veel ingrijpender en toen wilde ik steeds nog doorschrijven.
Maar eigenlijk is het geen kwestie van geen zin. Het was altijd zo dat ik bij het wakker worden meteen een aandrang had om datgene op te schrijven wat in de nacht als het ware ‘tot mij gekomen was’. Soms voor het Leeswerk Arabisch en islam, soms voor het Emigrant-blog, ook wel eens een brief aan iemand. Als het ál te grote onzin was werd het niet verstuurd, maar geschreven werd het, meestal nog voor ontbijt en douche.
Dat is nu niet meer het geval. Ik word ’s morgens wakker in een totale leegte, zonder enige gedachte. Dat is niet erg, maar wel een beetje raar. Een bijwerking van de antibiotica? Is de hersenflora uitgeroeid?
Omdat het moet kan ik geen stukje schrijven. Hoewel ik daar in enigszins gevaarlijk vaarwater dreig te geraken. Het Midden-Oosten-tijdschrift zenith wilde, nu alweer jaren geleden, teksten van mij hebben, bij wijze van column. Ik wilde zo kort na mijn pensionering niet weer in een dwangbuis geraken en zei: druk maar af wat je wilt uit mijn Duitse Lesewerk Arabisch; je mag alles hebben, maar val mij verder niet lastig. Zo ging dat lange tijd, maar op den duur sneed ik de teksten toch een beetje op hun wensen toe; aanvankelijk alleen wat betreft de lengte, tegenwoordig zelfs in onderwerp. Kortom, ik heb ze nog zo half en half een tekst over Ibn Khaldun beloofd. Dat is bijna een verplichting, en dat doet de gepensioneerde mens geen goed. Hoe dat nu verder gaat is me nog niet duidelijk. Ik kan ook mijn medewerking aan dat blad opzeggen. Misschien is de huidige leegte een waarschuwing: blijf vrij.
.
Of moet mijn geest helemaal leeg, zodat er een vrije landingsplaats ontstaat voor een nieuwe grote impuls (quasi) van buitenaf?
.
Of wordt alles weer als vroeger? Tenslotte is ook dit tekstje weer uit de oude impuls voortgekomen, nog voor het ontbijt.

4 reacties

Opgeslagen onder Pensioen, Persoonlijk, Schrijven

Doen

Wat zeur ik nou toch, innerlijk, dat ik vandaag niets gedaan heb!? Om te beginnen was ik laat op vanmorgen, omdat gisteren een zware en late dag was geweest.
Vervolgens ben ik met de auto naar de supermarkt gegaan, wat niet zo honorabel is; maar ja, het regende aan een stuk door. Ik ben toch ook een kind van mijn tijd?
En verder, hm ja, ik heb een mooi boek gelezen; dat is toch ook iets doen?

3 reacties

Opgeslagen onder Pensioen, Persoonlijk

Geraniums

Drie weken bronchitis en één week nahoesten maakten het zingen een maand lang onmogelijk. Maar nu zing ik weer als een kievit; eh … nee, als een wielewaal. (‘En horen wij die muuu-zikant, dan is zomer weer in ’t land.’) Een klein winstpuntje van die bronchitis is dat je dan de borststem niet kunt gebruiken, maar de kopstem (ten dele) nog wel. Daardoor vind ik nu gemakkelijker de toegang tot de kopstem en kan haar beter doseren.
.
De bronchitis en ook de daarvoor verstrekte medicijnen brachten echter ook een vermindering van appetijt en van geestelijke vermogens teweeg, waardoor het bij voorbeeld wel mogelijk bleef, gezellig te lezen bij de haard of naar muziek te luisteren, maar niet een behoorlijk tekstje te schrijven voor mijn Arabisch-blog.
.
Nu zou ik dat denkelijk wel weer kunnen, hoewel mijn laatste pennenvrucht erg mager was. Maar zie aan: ik heb er geen zin meer in. Het Leeswerk Arabisch en islam was altijd gedacht als iets tijdelijks, en dit is misschien het moment om ermee op te houden. Er zijn al mensen geweest die hebben gezegd dat ze dat jammer zouden vinden. Maar ik heb altijd van binnen uit geschreven, niet voor andere mensen; zo werkt dat niet. En intellectuele bezigheden zijn sowieso niet meer van deze tijd.
.
De vraag die dan opkomt is natuurlijk: wat ga je dan doen? Ben ik rijp voor de geraniums? Of zal ik eerst nog in het verzet gaan? Het valt me altijd op hoe gemakkelijk het opkomende fascisme zijn weg vreet door de maatschappij; zal Europa werkelijk zonder slag of stoot in hun handen vallen?

4 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk

Verkouden

Het heeft me flink te pakken. Vanochtend pas om negen in plaats van om zeven uur wakker geworden; dat is wel eens prettig en ik heb de tijd. Het onaangename gevoel kan met een Paracetamolletje worden bestreden. Alles kan ik gewoon doen. Het zou helemaal niets bijzonders zijn, als daar niet het zingen was. Dat kan ik nu niet. De stem is even weg; misschien tot maandag?
Daardoor valt er een leegte, en pas nu besef ik hoe zeer dat zingen mijn gepensioneerde leven heeft opgevuld, en hoe kwetsbaar ik ben. Wat moet ik nu doen? Het is voor die paar dagen geen groot probleem; de vrijkomende tijd kan benut worden om wat nader de theorie te bestuderen. Een beetje meer harmonieleer kan geen kwaad, vooral de kerktoonsoorten. Ook kan ik het duet dat aan de beurt is, In der Nacht van Schumann, alvast uitspreken en analyseren, ‘inwendig zingen’ en opnamen op het internet beluisteren.
Maar wat als je op een dag nooit meer zingen kunt, door ziekte of gewoon door ouderdom? Moet ik dan weer terug naar mijn oude vak? Daar heb ik niks geen zin in. Het is niet actueel, maar het schrikbeeld was er ineens. Dan is het afgelopen, en die dag komt een keer. Eén van de vele soorten sterven. ‘Und wenn ich nicht mehr singen kann, so schlaf ich wieder ein.’

1 reactie

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Vreemde ontmoetingen: enkele mini-herinneringen

Ooit liep ik in het grensgebied tussen twee elkaar vijandige staten in het Nabije Oosten. Ik maakte me zorgen, want ik was verdwaald en het werd al donker. Bij zulke grenzen kun je beter een paar kilometer uit de buurt blijven.
Ineens zag ik in het schemerlicht de schaduw van een gestalte voor me. De benen zagen er menselijk uit, het reusachtige bovenlijf niet. Ik schrok me wezenloos, maar hij ook. Beiden stonden we stil, totdat ik van zijn kant een snikken hoorde, dat uitliep in een huilbui. Dat luchtte op, daardoor leek het gevaar te zijn bezworen. Hoe het contact uiteindelijk gelegd werd weet ik niet meer, maar het bleek een Italiaanse verzamelaar van aardewerk te zijn. Zijn merkwaardige silhouet werd gevormd door een aantal kruiken die hij achter en boven op zijn lijf droeg. We waren niet meer bang van elkaar en, groot voordeel van deze ontmoeting: hij wist de weg naar de bewoonde wereld. (1965)
.
In een smal straatje in Shiraz, Iran, werd de doorgang ineens versperd door vier breedgebouwde mannen die er helemaal niet welwillend uitzagen. Mijn reisgenoot, die zo sterk was dat hij wel voor mijn lijfwacht kon doorgaan, was ineens verdwenen. Ik wist niets anders te doen dan iets te zeggen als: Goedemorgen heren! Maar ziedaar, de redding was nabij: achter mij verschenen twee heren in grijze pakken en met van die typische dienstschoenen aan. Toen die vier hen zagen verdwenen zij even snel als ze waren opgedoemd. Gered door de SAVAK, die waarschijnlijk eerder ons dan hen in de gaten hield. (1969)
.
In Marburg reed ik op een avond zuidwaarts over het fietspad langs de Lahn. Het was winter, en het pad was niet verlicht. Plotseling moest ik remmen voor een grote watervlakte waarin het pad verdween. De Lahn was buiten zijn oevers getreden, dat gebeurt soms, en de gemeente had geen waarschuwingsbordje geplaatst. Daar trof ik een Chinees, die te voet was en ook niet verder kon. We mompelden enkele woorden en gingen weer terug.
Deze ontmoeting had geen plot en geen clou, maar zo is dat vaak met ontmoetingen. (± 2010)

5 reacties

Opgeslagen onder Iran, Marburg, Nabije Oosten, Persoonlijk

Anticlimax

Zondag zou ons concert van oude muziek hebben plaatsgehad. We hebben er lang en hard aan gewerkt en nu is het ineens afgeblazen; gisterenavond pas. Door een aantal ziektegevallen op sleutelplekken in het koor was het niet meer rond te krijgen.
Vergeefs was het werk niet, we doen het natuurlijk een andere keer, maar het is nu wel een hol gevoel. Blijft te doen: een kerstconcert en doorwerken aan het Requiem van Mozart, in andere koren. Naar verhouding niet zo moeilijk.

1 reactie

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Vreemd te moede

Vanmiddag heb ik samen met een andere leerling van Daniel, een sopraan, twee duetten gezongen uit de Schöpfung van Haydn. Thuis hadden we ze ingestudeerd, maar samen deden we het allebei voor het eerst en het ging meteen al tamelijk goed; de stukken waren ook niet moeilijk. De mannenstem is eigenlijk voor bariton, dus geen getob met hoge tonen.
Leraar Daniel was tevreden en vroeg na afloop of wij meegingen met de tournee van zijn grote koor naar Northampton, dan konden we het daar zingen! Nee, dat waren we allebei niet van plan. Dan met het kleine ensemble mee naar Parijs, in februari? Ja, dat wel. Dan kunnen we het daar zingen, en de rest van het ensemble kan als achtergrondkoortje optreden, want bij een van die duetten is er een koortje vereist.
Potdorie, straks sta ik daar in een wereldstad de solist uit te hangen; wordt het niet eens tijd dat ik heel erg zenuwachtig word?

4 reacties

Opgeslagen onder Muziek, Persoonlijk

Mannen, vrouwen

Onlangs nam ik deel aan een koorweek in Freckenhorst. Vijftig personen, waarvan ik er vijf vagelijk kende en de anderen helemaal niet. Wat doe je dan? Je gaat bij een groepje zitten met koffie drinken of bij het eten en maakt hier en daar een praatje tot je wat meer mensen leert kennen.
Gewoontegetrouw zocht ik eerst aansluiting bij de mannen. Maar die vond ik ineens zo vervelend: praten over auto’s en dat eeuwige one-upmanship, bah. Hoewel ik later in de week alsnog twee, drie interessante mannen ontdekte was dit voor mij aanleiding om mij eens wat meer onder de vrouwen te begeven. Die hebben, zo kwam het mij voor, een grotere bandbreedte van gespreksonderwerpen. Als het over kleren of kamerplanten gaat wend je je even af, maar er blijven genoeg onderwerpen over; bovendien zijn of lijken ze spraakzamer in het algemeen.
Het was natuurlijk niet zo dat ik nu pas vrouwen en hun eigenschappen ontdekte. Wel ontdekte ik dat het contact met vrouwen nu anders is. Nu ik zo oud geworden ben is de erotische spanning, of juist het ontbreken daarvan, of de storende aanwezigheid daarvan, of de onwenselijkheid of ongepastheid daarvan, geheel weggevallen en staat niet langer een ontspannen vriendschappelijk contact in de weg. Van mens tot mens.

3 reacties

Opgeslagen onder De mens, Persoonlijk

Droom van Oriënt

Hoe ik ertoe gekomen ben, oriëntalist te worden, werd mij gisteren gevraagd. Ten grondslag aan zowel de oriëntalistiek als het oriëntalisme ligt misschien altijd de oosterse droom.
.
Mijn ouderlijk huis was op loopafstand van het Tropenmuseum in Amsterdam. Na de verplichte kerkgang op zondagochtend ging ik vaak ’s middags naar dat museum. Daar was vaak iets te doen: Indra Kamajoyo danste er bij voorbeeld, of er werden Javaanse sproken voorgedragen, over Kancil het guitige dwerghert, of iets uit de Mahabharata. Het mooiste was als een enkele keer het gamelanorkest speelde, eventueel met wayangspel. Toen ik wat ouder was zoog ik mij vol aan de oriëntalistische boekhandel die daar was.
.
Na verloop van tijd wist ik het: ik wilde naar Indonesië om iedere nacht de gamelan te horen spelen. Dat er ook brood op de plank moest hield me niet bezig. De beste manier om ernaar toe te werken leek me Indonesische Taal- en Letterkunde te gaan studeren. Dat zou in Leiden moeten gebeuren en ik wilde niet uit Amsterdam weg. Maar om Indonesisch te studeren moest je vroeger eerst Arabisch en Sanskriet gedaan hebben, en Arabisch kon in Amsterdam, dus als ik daar dan eens mee begon … . In dat Arabisch bleef ik hangen, hoewel het Midden-Oosten helemaal niet mijn droomwereld was. Maar bij Arabisch hoorde voor het kandidaatsexamen ook Hebreeuws; dat lag me wel, dus ik vond het goed zo. Later kwam ik toch in Leiden terecht, waar ik nog drie jaar Indonesisch en klassiek Maleis gestudeerd heb. Sanskriet was inmiddels geloof ik afgeschaft, Javaans was me toch te lastig en mijn hoofdvak werd Arabisch. Egypte, waar ik terecht kwam, was allesbehalve een oosterse droom, eerder een obsessie. Na Egypte heb ik nooit meer aan Nederland kunnen wennen en ik ging nog vaak ‘terug’.
.
Waarom dat gedroom? Het was heel eenvoudig: ik was niet gelukkig met mijn werkelijke omgeving en wilde dus weg. Van koloniale verlangens was helemaal geen sprake. Ik wist best dat we Indië niet meer ‘hadden’ en hoorde om mij heen genoeg praten over het onaangename heerschap Soekarno, dat daar nu de scepter zwaaide. Maar dat doorbrak de droom niet.
.
Dromen was niet het enige wat ik deed: ik ging ook gewoon naar school, luisterde naar Europese muziek en leidde een normaal leven. Maar die oosterse droom was sterk genoeg om een groot deel van mijn verder leven te bepalen, al was hij niet gericht genoeg om mij naar Indonesië te brengen.
.
Er waren ook Nederlanders die gerichter droomden en het gewoon deden. Bernard IJzerdraat (1926–1986) slaagde er gedurende de oorlog in met grote volharding zelf gamelaninstrumenten te bouwen, waarop hij met zijn groep Babar Layar o.a. in het Tropenmuseum uitvoeringen gaf. In 1956 vertrok hij naar Indonesië, waar hij onder de naam Suryabrata verder leefde als hoogleraar in de musicologie. De huidige hoogleraar Javaans in Leiden Ben Arps liet zich in Surakarta opleiden tot dalang (wayangpoppenspeler).
===============
Er bestaat of bestond in het Midden Oosten ook een droom van het Westen. De studenten in Egypte wisten het indertijd zeker: in Europa hoef je maar een bar binnen te lopen of je wordt aangeklampt door bereidwillige jonge vrouwen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Muziek, Orient, Persoonlijk

Meer licht

De TL-buis in de ondergrondse garage had al ruim een jaar geleden de geest geven. Eerst gaf hij steeds minder licht, toen flakkerde hij alleen aan de uiteinden nog een beetje en toen helemaal niet meer. Het gaf niet: ik had allang geleerd op de tast het sleutelgat te vinden van de ketting waarmee ik, bijna op de grond, mijn fiets ergens aan vastbind.
Nu heeft Woningbeheer een nieuwe TL-buis geplaatst die een zee van licht verspreidt in de donkere hoek waar ik mijn plek heb. Ik zíe nu ook het sleutelgat en kan de sleutel er makkelijker in duwen.
Ach ja, natuurlijk: een nieuwe TL-buis. Het verbaast mij soms van mij zelf hoe weinig ik lijk te geloven in de mogelijkheid of wenselijkheid, mijn omgeving te veranderen. Het is zoals het is; niets aan te doen. Ik had toch ook zelf Woningbeheer kunnen bellen? Dat heeft nu waarschijnlijk een medebewoner gedaan, of ze hebben een ronde gemaakt. Ik weet best dat zo’n buis vervangen kan worden en dit gebouw wordt goed beheerd. Maar blijkbaar interesseert zoiets mij helemaal niet.

3 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk