Categorie archief: Onderwijs

Mini-herinneringen: vrome studenten in Marburg

(zie ook: Mini-herinneringen: vrome studenten in Frankfort)

In Marburg kwam ik te werken in een gloednieuw instituut dat aanvankelijk de ambitie had een centrum voor islamologie te worden. Daar kwam niets van terecht, door een ongelukkige benoeming, en vooral door het besluit van de regering door op een aantal plaatsen in Duitsland centra voor islamitische theologie in te richten, en daartoe behoorde Marburg niet. Een opluchting! Maar de eerste jaren kwamen er wel heel wat islamitische studenten die hoopten bij ons hun geloof te kunnen verdiepen. Dat viel tegen, vooral omdat ik de Inleiding in de Islam verzorgde.

Zo was er een al wat oudere Duitse student, een jaar of 26 zal hij geweest zijn, die zich tot de islam had bekeerd en zeer fanatiek was. Hij zag en sterk en agressief uit, en goed getraind zal hij ook geweest zijn, want hij was eerst politieman geweest. Hij werd de drijvende kracht van de beweging die een gebedsruimte in ons gebouw eiste, wat de autoriteiten afwezen, mede omdat er een eindje verderop in de straat een moskee was. De student in kwestie begon ostentatief te bidden, verrichtte de rituele wassingen in het herentoilet, welks voorzieningen daar niet zo geschikt voor waren, en bad dan op een matje in de gang, schuin met zijn gelaat naar Mekka. Maar niet alleen hij; hij sleepte een groepje mannelijke studenten mee, die de gang bezetten. Voortaan moest ik dus op bepaalde uren naar de WC op de benedenverdieping. En soms verstoorden zij het onderwijs met gemurmureer en dreigend gepraat, waarvan hij de coördinator was. Hij was ineens verdwenen; er werd gefluisterd dat hij voor de heilige oorlog naar Waziristan was vertrokken.

En dan was er nog Rukiyye, een hypervrome Turkse vrouw, helemaal in het zwart. Haar kleding was zichtbaar duur; ik weet niet hoe volledig zwarte doeken die indruk kunnen wekken, maar ze deden het. Rukiyye zag er breekbaar uit en niet in staat tot geweld, maar haar gepraat over de heilige oorlog was zeer krijgshaftig. Ze zou ons het liefst allemaal neerknallen; vooral mij, die immers beter moest weten. 

Haar vond ik eens terug in mijn college over de Profetenverhalen. We zouden de teksten over Abrahams offer behandelen. Er kwamen maar twee studenten op af—wat niet ongewoon was in mijn vak. Dat waren zij en een Duits meisje, dat zich ontpopte als een fundamentalistische christin. Ze kwam uit Wetter, een broedplaats van streng-christelijk geloof. Beiden waren gretig om die teksten te lezen, maar de verschillen, de ontwikkelingsgang en het karakter van die verhalen waren niet aan hen besteed. Ze kregen ruzie over de vraag wie de zoon was die Abraham moest offeren. Het  was al eeuwen bekend: de christenen meenden Isaäk, de moslims Ismaël. De dames vochten de strijd uit alsof zij hem zelf uitgevonden hadden. Rukiyye hield alle Arabische teksten voor historisch betrouwbaar, de christin beschouwde ze als kwaadaardige leugenverzinsels. Hoewel de zog. Profetenverhalen niet tot de harde kern van de islam behoren en moslims niet verplicht zijn ze te geloven, lukte het me niet hun duidelijk te maken hoe fictie werkt.

Op een dag kwam Rukiyye zeggen dat ze een paar weken niet zou komen; ze moest naar het ziekenhuis voor een operatie. Ik vroeg me af hoe dat zou gaan: dan zou ze toch al die kleren moeten uittrekken, mannelijke artsen en verpleegkrachten aan haar lijf laten enzovoort. Natuurlijk kon ik er niet naar vragen, maar een vrouwelijke collega deed dat wél. Haar antwoord verraste mij: dat was geen enkel probleem, in buitengewone omstandigheden was dat allemaal heel goed mogelijk. 
De operatie was haar blijkbaar zo goed bevallen, dat ze na terugkeer zei dat ze van studievak wilde wisselen: ze ging medicijnen studeren. Ik wenste haar veel succes en zei natuurlijk niet dat ik sterk betwijfelde of ze dat met haar soort brein aan zou kunnen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Christen Christelijk Christendom, Islam, Onderwijs

Mini-herinneringen: vrome studenten in Frankfort

Aanvankelijk gaf ik les in de Arabische taal en letterkunde. Voor moderne  literatuur bestond altijd wel belangstelling, hoewel die steeds minder werd, maar de oudere literatuur interesseerde op de duur vrijwel niemand meer. De islam, die moest bestudeerd worden. Moslim-studenten wilden dat zonder meer, maar niet-moslims wilden het ook, want ze waren nieuwsgierig wat dat toch was, waarover steeds zoveel te doen was.

Ik wist het leven draaglijk te houden door me te specialiseren in de Biografie van de Profeet. Dat was islam, maar stiekem ook literatuur. Voor historische teksten over de vroege islam gold hetzelfde. Maar daarbij kreeg ik soms te maken met vrome studenten. 

De eerste was een sjiïet uit Irak. Die was er fel op tegen dat ik sprak van kalief Mu‘awiya. Die wás volgens hem helemaal geen kalief geweest, maar een usurpator! Ali en zijn zonen, dát waren de rechtmatige kaliefen. Nou ja. Of hij verder vroom was weet ik niet, eerder een chauvinist. Maar een fel kereltje.

Een studente was echt geschokt toen we een historische tekst lazen over het conflict tussen kalief Umar en de (al te) succesvolle generaal Khalid ibn al-Walid. Die scholden elkaar in de teksten verrot, terwijl de kalief zijn macht gebruikte om de generaal uit zijn ambt te ontzetten en diep te vernederen. Dat kon toch niet waar zijn, meende mijn diep-gelovige studente: beide mannen waren toch metgezellen van de Profeet geweest, die konden elkaar toch onmogelijk zo behandeld hebben? De later opkomende mode, de geschiedenis te herschrijven zal zeker aan haar besteed geweest zijn. 

Een andere studente was buitengewoon vroom: van top tot teen in het zwart, zelfs met zwarte handschoentjes! En dat ofschoon de Profeet volgens de teksten vrouwen had toegestaan de handen tot en met de polsen te ontbloten—maar dat gold misschien alleen voor huishoudelijk werk, zoals deeg kneden. Zij bleef niet lang bij ons, want ze kreeg een stipendium om in Medina te gaan studeren. En daar is ze misschien wel van haar geloof gevallen. Je hoorde tenminste nogal eens dat Saoedi-Arabië vrouwen zwaar tegenviel.

Een succes in mijn onderwijs was de studente die ik voor haar scriptie een aantal teksten over Aisha, de vrouw van de Profeet, liet vergelijken en analyseren. Zij kwam tot de conclusie dat die teksten geen van alle weergaven hoe het werkelijk geweest was maar veeleer fictie waren.

(Wordt vervolgd)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Arabisch, Christen Christelijk Christendom, Islam, Onderwijs

Vrije meningen

In Duitsland worden er regelmatig bommen uit de Tweede Wereldoorlog gevonden, die indertijd niet zijn ontploft en nu een gevaar vormen. In zo’n geval krijgen de omwonenden een oproep, hun woning te verlaten tot het ding onschadelijk gemaakt is. Voor een tijdelijke verblijfsruimte en voor koffie wordt gezorgd. Iedereen verlaat dus zijn woning, al dan niet vloekend. De twee of drie mensen die het vertikken worden door de politie opgehaald.

Wat gebeurt er als er ergens een dijk breekt of op andere wijze een grote overstroming of ramp plaats vindt? Het gezag roept dwingend op door de radio en luidsprekers: verlaat uw woning, NU! en op het terrein zelf gebeurt er ook van alles: hier zandzakken, daar een weg afgesloten, met bootjes worden mensen uit hun half ondergelopen huizen gehaald. In zulke gevallen hoor je nooit over politici die beraadslagen of mensen die een mening willen vormen en daarover discussiëren. Er wordt meteen aangepakt, en vele mensen stromen toe om als vrijwilliger te helpen.

Corona is ook een ramp, maar daarbij loopt het heel anders. Een gezeik van jewelste, besluiteloze gezagsdragers, burgers die een eigen mening hebben. Daaraan hebben we de vierde golf te danken, en wie weet hoeveel er nog volgen. Waarom, en hoe is dit zo gekomen? Ik zou het graag willen weten; zijn er al studies over verschenen? Het lijkt vooralsnog dat de meest vrijgevochten landen in het nadeel zijn: VS, GB en Europa ten Noorden van de Alpen. Daar komen in ieder geval een aantal zaken te samen: toegenomen domheid door de teloorgang van het onderwijs; ver voortgeschreden, maar nu stagnerende democratieën; afnemende bereidheid zich aan regels te houden. Gaat het in ondemocratische landen beter? In Rusland niet; integendeel, maar dat land is überhaupt een zooitje. China daarentegen is goed georganiseerd en heeft momenteel groot voordeel van zijn niet-democratische en niet-neoliberale karakter. Als de overheid zegt: de hele stad wordt afgesloten, nu allemaal een prik! dan gebeurt dat; zo mogelijk vandaag nog. Voor de corona-bestrijding is of lijkt dat ideaal, al zijn er helaas geen betrouwbare Chinese corona-cijfers.

Raadselachtig is Zuid-Europa. Daar liggen democratische landen, die echter wel degelijk maatregelen weten door te zetten waaraan men zich houdt. Misschien van de schrik? Heeft Italië het geleerd van de catastrofe in Bergamo in 2020, of was het altijd al zo?

In het Noorden is ook heel wonderlijk de vijandigheid van de vrije meningvormers en corona-ontkenners tegenover de mensen die actief zijn tegen corona. Door luidkeels desinformatie te verbreiden en angst te zaaien, maar soms ook met fysieke middelen, worden maatregelen bestreden en zorgverleners tegengewerkt. Ik begrijp daar helemaal niets van; maar ik zie wel de parallel met gedrag dat toenemend voorkomt bij ongelukken op de Autobahn of bij branden. Daar wordt hulpverleners en brandweerlieden steeds vaker fysiek belet hun taak uit te voeren. En dat niet eens op grond van een mening. Zo’n geheel vrij gevormde mening is blijkbaar niet eens nodig. Het moet iets anders zijn, maar wat? Terugkeer van het levensgevoel van 1914? Een tijdperk, een systeem is ten einde, zo gaat het niet langer, dus alles moet kapot, de hens erin!

4 reacties

Opgeslagen onder De mens, Europa, Gezondheid, Media Medien, Onderwijs, Politiek, Westen

Analfabeten

6.200.000 analfabeten telt Duitsland; zoiets als 7.5% van de bevolking.1 Dat het er zoveel zijn wist ik niet. Dit officiële cijfer kwam langs in verband met de stagnerende vaccinaties. Een ex-analfabeet, die net lezen had geleerd, vertelde op de televisie dat veel analfabeten zich niet laten inenten omdat zij domweg de informatie niet kunnen lezen en de bureaucratische kant van de aanmelding niet aankunnen. De man verklaarde dat hij zelf nu weliswaar kon lezen en schrijven, maar het formulier dat hij moest invullen nog erg moeilijk vond.

Deze bevolkingsgroep zal dus op een andere manier aan de twee prikken moeten worden geholpen. Een andere geïnterviewde vertelde dat hij nog analfabeet was en dat een begripvolle, welgezinde arts hem tot de prik had begeleid. Maar dat zal niet zo vaak voorkomen. Er werd ook gemeld dat slechts 1% van de analfabeten een alfabetiseringscursus volgt. Terwijl er heel wat van zulke cursussen gratis worden aangeboden; misschien niet voor alle zes miljoen, maar toch voor een flink aantal mensen. Maar voordat ze zo’n cursus gaan volgen zouden ze zich eerst als analfabeet moeten outen, wat niet makkelijk is, en dan waarschijnlijk nog wat ambtelijke barrières moeten overwinnen.

Toen ik nog huiswerkhulp voor buitenlanders gaf kwamen er soms mensen die wel Arabisch konden schrijven, maar het Latijnse alfabet niet of nauwelijks machtig waren, laat staan de bizarre gruwelijkheden van de Duitse spelling begrepen. Ik heb toen diep nagedacht over een methode om die mensen lezen en schrijven in ons schrift bij te brengen en kwam tot de conclusie dat ik dat niet kon. Dat is werkelijk een vak voor specialisten; maar gelukkig zijn die er.

Waarom heeft de samenleving geen moeite gedaan om het analfabetisme te bestrijden? Het antwoord ligt voor de hand: omdat succesvolle burgers nu eenmaal weinig geven om hun minder bekwame medemens. Zo’n pandemie brengt echter aan het licht, dat het in het eigen belang van de burgers is, de analfabeten aan boord te halen. Zoals het ook in ons belang is, de bewoners van Afrika en Azië massaal in te enten. Alleen dit inzicht zal tot actie kunnen leiden, want dat mensen uit liefde of solidariteit iets willen doen voor het welzijn van anderen komt maar zelden voor. Handelen uit eigenbelang is al moeilijk genoeg.

1. Voor Nederland vond ik de volgende uitgesplitste cijfers: 1,5% van de bevolking is helemaal analfabeet en 7,9% is laaggeletterd ofwel functioneel analfabeet, d.w.z. niet in staat een langere tekst begrijpend te lezen. 

4 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Gezondheid, Huiswerkhulp, Onderwijs, Schrijven, Taal

Mini-herinneringen: tentamens buitenlanders

Toen ik nog les gaf moest ik natuurlijk ook tentamens afnemen en scripties beoordelen, en er waren enkele gevallen met buitenlanders waarbij mijn beoordeling voor de betrokkenen ernstige gevolgen kon krijgen. Dat kwam door een omstandigheid buiten mij om: de overheid gaf buitenlanders soms een tijdelijk visum, dat verlengd zou worden bij succesvolle studie, en anders niet. Zo werd ik soms ongewild de autoriteit die over het verblijf in Duitsland besliste, en daarmee over iemands hele levensloop. Maar wat moest ik doen? Een slecht tentamen is een slecht tentamen; natuurlijk mochten ze het overdoen, maar als het dan niet beter werd ging ik toch niet zeggen dat het allemaal in orde was?

Nog in Frankfort: Een Koerdische student uit Iran, die een tekst had ingeleverd die werkelijk volledig waardeloos was heb ik dus afgewezen. Woede en teleurstelling bij hem, maar ik voelde mij er zelf natuurlijk ook niet lekker bij. Deze jongen wist zich echter te redden: hij ging naar de theologische faculteit en daar werd zijn scriptie met open armen ontvangen. Hij gered, ik verbaasd en een beetje kwaad. Hij heeft me nog jaren vuil aangekeken als ik hem in de stad tegenkwam.

Van een Georgische studente, die zeer sympathiek was en bij iedereen geliefd, werd ik nog treuriger. Ik had haar graag laten slagen, maar dat ging niet, tot twee keer toe was het echt onvoldoende. Tranen, een moeilijk parket, want haar zieke moeder was ook in Duitsland, en dan zou zíj terug moeten naar Georgië? Maar zij werd door haar studiegenoten gered. Die hebben haar ondersteund, bijlessen gegeven en keihard met haar gewerkt, zodat zij de stof toch nog onder de knie kreeg en bij de derde keer zelfs een zeven behaalde. Dat was een opluchting, ook voor mij. Weer tranen, maar nu van vreugde. En de overvloedige dankbetuigingen van een smekeling die wordt verhoord. Nee, nee, die moest ik streng afwijzen: ze dankte haar slagen niet aan mij, maar aan haar harde werk en eventueel aan haar studiegenoten die haar geholpen hadden. Maar ik wilde nu best een glas Georgische wijn meedrinken.

Lastig was ook de beoordeling van scripties die door buitenlanders werden geschreven. Ik beoordeelde dan de inhoud, en niet het Duits waarin zij geschreven waren. Tenzij het Duits zo slecht was, dat er geen inhoud uit te distilleren viel. Als niet-Duitser die zelf geen perfect Duits schreef kon ik moeilijk anders. Maar wanneer iemand slecht Duits schreef en er dan ineens enkele perfecte zinnen opdoken, was even googelen meestal voldoende om te weten waaruit hij die had gecopieerd. Bij Duitse moedertaalsprekers beoordeelde ik overigens wél het Duits waarin ze geschreven waren, en dat schrijnde.

Ook moedertaalsprekers pleegden soms natuurlijk plagiaat met behulp van het internet, maar dan was het niet zo makkelijk ze daarbij te betrappen. Ongeveer twee jaar voor mijn pensionering werd ik mij bewust van de omvang van de plagiaat-problematiek. Als je het goed deed zou het nakijken van een scriptie voortaan veel tijdrovender worden, want dan moest je het geschrift helemaal op plagiaat gaan uitvlooien. Daar bestond wel behulpzame software voor, maar ik had er geen zin in en dacht: dat moet een volgende generatie docenten maar opknappen. Ik ben er vrijwel zeker van dat ze dat niet gedaan hebben.

Het allertreurigste geval met een buitenlandse studente was in Marburg: een Afghaanse, die er ook niets van terecht bracht, maar ook nog op merkwaardige wijze bedrog pleegde. Bij een schriftelijk tentamen had ze enige zinnen opgeschreven die uit mijn eigen syllabus stamden, compleet met mijn kleine eigenaardigheden in stijl en de taalfoutjes die ik in het Duits nog altijd maakte. Letterlijk overgeschreven dus. Zelfs al zou ze heel goed geweest zijn in memoriseren—wat ze niet was—die kleine details had ze dan toch niet mee onthouden? Gezakt, baksteen, verwijt van bedrog, verweer. De afdeling juridische zaken erbij. Deze gaf te kennen dat ze heel goed begreep hoe het zat, maar dat er vooral geen schandaal van moest komen en of ik haar maar wilde laten slagen. De directeur van ons instituut dacht er net zo over, en dat was wat mij treurig stemde. Die vrouw was namelijk een vrome muslima, van top tot teen in doeken gehuld waarin natuurlijk makkelijk spiekbriefjes te verstoppen waren of zelfs hele syllabi, en wie zou haar gaan fouilleren? Het instituut was toen nog nieuw en streefde ernaar, een van de centra in Duitsland te worden waar moslims islamitische theologie konden studeren. Dan zou het erg ongelegen komen, meteen een vrome muslima af te wijzen, temeer daar de dame zeer luid klaagde en dreigde met haar broer, een brutale jongen die bij een radioprogramma voor buitenlanders werkte.

Met die studente liep het nog min of meer goed af. Ik heb haar toen voor dat tentamen natuurlijk een tien gegeven, die lol liet ik mij niet afnemen. Maar korte tijd later stond zij weer op de stoep: ze wilde het tentamen nog eens doen. Ze had zich tot God gewend, veel gebeden en begrepen dat ze fout geweest was, en nu had zij hard gewerkt en of ze het nog een keer mocht proberen. Dat mocht, en nu was het resultaat bevredigend. Daarna was ze ineens verdwenen; nooit meer iets van gehoord, wat ik helemaal niet erg vond.

De houding van onze directeur in deze affaire was mij zwaar tegengevallen. Gelukkig werd het om andere redenen niets met die islamitische theologie. Die belandde namelijk in Frankfurt, waar al een kern zat van twee door Turkije gefinancierde hoogleraren. Geen slechte lui, maar het gaat natuurlijk niet aan, zo’n studierichting vanuit het buitenland te laten financieren. Dat vond de minister aanvankelijk ook; maar op een dag, toen ze nog eens in haar portemonnee had gekeken, draaide ze om en liet de Turken in Frankfurt hun gang gaan. Ze doen het goed, op hun manier, maar ik wilde daar niets mee te maken hebben en was ook blij dat Marburg ervan verschoond bleef.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Afghanistan, Arabisch, Duitsland, Godsdienst, Islam, Onderwijs, Studenten, Taal

Hoger opgeleid

In de jaren zestig kende ik uit de verte een hoogleraar in de natuurkunde. Niet via de universiteit; het was een kennis van mijn ouders. Hij had na zijn HBS dus natuurkunde gestudeerd, een zware studie, en hij had zich gespecialiseerd in de atoomfysica: ook geen kleinigheid. Iemand die je dus ‘hoger opgeleid’ zou noemen.

Maar deze man geloofde oprecht in ‘Brits Israël’: het geloof dat delen van de West-Europese bevolking en vooral van de Britse eilanden zouden afstammen van de tien stammen van het oude rijkje Israël, die door de Assyriërs waren weggevoerd, naar ik meen in 720 v.Chr. Zij waren in de ballingschap zich zelf gebleven en na veel omzwervingen in Groot-Brittanië terecht gekomen. Genetisch, raciaal en taalkundig meende men overeenkomsten te onderkennen, en de Britse troon was een voortzetting van die van koning David.

Wappie-achtige lariekoek dus, en hoe is die te rijmen met ‘hoger opgeleid’?

Alfa-mensen wordt dikwijls verweten dat zij geen benul hebben van wis- en natuurkunde, sterrenkunde en biologie, en terecht. Ik zelf behoor ook tot deze categorie. Sommige zaken zijn gewoon te moeilijk voor me; aan andere heb ik nooit iets gedaan omdat het in mijn jonge jaren niet de gewoonte was en er later geen tijd meer voor was. 

Maar aan veel mensen die exacte vakken hebben gestudeerd ontbreekt er ook heel wat. Vaak hebben ze geen enkel benul van geschiedenis, literatuur, kunst en theater. Hadden zij ooit kritische omgang met teksten geleerd, dan zouden ze niet in zo’n goedkoop verhaaltje als dat van Brits Israël trappen, of in moderner wappie-gedachten‘goed’.

Gelukkig zijn er ook veel exactelingen die wél buiten hun vakgebied hebben gekeken, die graag lezen, muziek beoefenen, kortom: algemene ontwikkeling hebben. Misschien had u ook een huisarts die in zijn vrije tijd viool speelde en boeken las? Zulke mensen hadden een zware studie en een zware baan; toch kregen ze het voor elkaar om er serieus wat bij te doen. 

Naar mijn indruk komt dit echter steeds minder voor: de specialisatie eist steeds meer zijn tol, de studieduur is verkort, en aan sommige vakken is van meet af aan niets ‘hogers’ te ontdekken: informatica en dergelijke. Daar kun je hoogleraar in worden zonder ooit iets te lezen, zonder ooit over iets buiten het vak na te denken. Is zo iemand werkelijk hoger opgeleid?

2 reacties

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Literatur, Onderwijs

Leerachterstand

In West-Europa wordt momenteel getobd over de enorme leerachterstand die kinderen oplopen door de schoolsluitingen wegens Corona. Maar achterstand ten opzichte van wat? Het leerplan van twee jaar geleden? Dat geldt niet meer. Je kunt het ook zo zien: onze grootouders werden 70, wij worden 80 en de kinderen worden 90. Tijd genoeg dus voor een jaartje zonder onderwijs tussendoor. 

Een tijdje geen onderwijs zal misschien ook verhoogd enthousiasme teweeg brengen als er wél weer onderwijs is. We zien toch nu vaak bij tieners een desinteresse voor of een afkeer van het verplichte onderwijs? Des te gretiger gaan ze volgende jaar naar de klas waar ze anders een jaar eerder in hadden gezeten.

De problemen zijn andere. De ouders hebben geen tijd of geen zin om de hele dag met hun kinderen opgescheept te zitten, vooral niet als ze in home office werken. En de kinderen gaan zich vervelen als ze niet met leeftijdgenoten mogen spelen en omgaan. En als ze geen uitloop hebben worden ze te dik en lijdt hun conditie. Ja, dat zijn echte problemen, maar zeur dan niet over leerachterstand.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Onderwijs

Verdrongen Oudheid: Perzië

Als u belangstelling hebt voor Oude Geschiedenis weet u wel wat over Perzië. Achaemeniden, Cyrus, Persepolis, Ahasverus, Darius, enorm en machtig rijk, slag bij Thermopylae, Xerxes’ mislukte poging Zuid-Griekenland te veroveren. Een rijk dat Alexander der Grote tenslotte in etappes heeft verslagen en door zijn eigen wereldrijk heeft vervangen: de slag bij Issus 323, bij Gaugamela 331 v. Chr. Maar van wat er daarna kwam hebt u waarschijnlijk weinig notie. Seleuciden, Arsaciden, Gondishapur anyone? In de Oude Geschiedenis, die traditioneel vooral de Grieks-Romeinse wereld behandelt, kwam allicht de naam Parthen nog kort ter sprake, de Perzen die eeuwig oorlog voerden met de Romeinen. Daarna doemde Perzië weer even op bij de Arabische verovering in ± 640, maar dat was maar heel kort, want de Arabieren maakten voorgoed een eind aan dat rijk. Perzië, ofwel Iran, viel voortaan onder ‘de Islam’, en dat is een ander hoofdstuk.
De historici onder u weten natuurlijk meer dan de anderen. Maar degenen die bij voorbeeld in 2018 de Iran-tentoonstelling in Assen hebben bezocht, hebben hun kennis ook kunnen vergroten. Voor hen staat nu waarschijnlijk de Sassaniden-dynastie duidelijker op de kaart, al was het alleen al door het prachtige zilverwerk dat daar getoond werd.
.
Over de behandeling van Perzië in onze Oude Geschiedenis heb ik onlangs veel belangwekkends gevonden in twee boeken, die ik allebei aanbeveel en vertaling in het Engels toewens:

– Jona Lendering, Xerxes in Griekenland. De mythische oorlog tussen Oost en West, Utrecht (Omniboek) 2019. 208 blzz.
– Thomas Bauer, Warum es kein islamisches Mittelalter gab. Das Erbe der Antike und der Orient, München (Beck) 2018, paperback 2020. 175 blzz.

Ik begin maar met Bauer. De vraag van zijn titel: waarom er geen islamitische middeleeuwen waren, is ook heel belangrijk, maar ik wil het nu even hebben over het vergeten Perzië. Hij heeft (blz. 90–99) een onderzoekje gedaan in twee gezaghebbende en wijd verbreide Duitse algemene geschiedwerken,1 en moest constateren dat Perzië tussen de val van het rijk in 331 v. Chr. en de verovering door de Arabieren ± 640 na Chr. in die boeken straal genegeerd wordt. Een kleine duizend jaar worden dus niet behandeld. Hier daar een halve bladzij over handelscontacten en over de oorlogen tussen de Parthen en het Romeinse Rijk, maar verder niets! Alsof het Perzische Rijk helemaal niet bestond, of nooit iets anders deed dan Romeinen dwarszitten. Natuurlijk zijn er specialisten die beter weten, maar dit zijn twee algemene inleidingen en daarin verdienden duizend jaar Perzische geschiedenis blijkbaar geen plaats. Tussen de Mediterrane wereld en India lag kennelijk een vacuum, en niet zo’n kleintje ook. Perzië besloeg immers ook Irak, Pakistan, Afghanistan en delen van Centraal-Azië.
.
Om te begrijpen hoe dat zo gekomen is kunt u bij Jona Lendering terecht. Die vertelt in zijn Xerxes gedetailleerd over diens veldtocht tegen de Zuidgriekse stadstaten, over zijn enorme leger en vloot, over de slag bij Thermopylae (480 v. Chr.; ja, jubileumjaar), over zijn plundering van Athene en hoe hij bijna vaste voet had gekregen in Zuid-Griekenland, maar toch onverrichterzake terug moest keren, waarna enige Griekstalige gebieden en eilanden zich uit zijn rijk wisten los te maken. Maar let op de ondertitel van het boek: de mythische oorlog tussen Oost en West.
.
In de negentiende, eigenlijk al in de achttiende eeuw, zag men de strijd van de oude Grieken tegen de Perzen als een clash of civilisations, al heette het nog niet zo. Perzië was het verachtelijke oosten, pervers en verwijfd, een akelige despotie met een zwemmerige religie, terwijl onze marmerblanke Griekse voorvaderen stonden voor alles wat goed en mooi was: vrijheidszin, democratie, rationaliteit, wetenschap. In extreemrechtse kringen, die wat minder in democratie en wetenschap geïnteresseerd zijn, worden de Griekse deugden tegenwoordig soms samengevat als moed, eer en trouw. Terwijl de Grieken als leeuwen vochten uit liefde voor de vrijheid en het vaderland, waren de Perzische soldaten alleen met zweepslagen vooruit te branden—voor wie het gelooft.
Onze cultuur, zo dacht men, had nooit bestaan als Xerxes met zijn Perzen toen Zuid-Griekenland hadden ingelijfd. Dan hadden we geen democratie, geen Olympische spelen en geen schoolvak wiskunde gehad. Onze beschaving is maar op het nippertje gered, want in een door Perzië bezet Athene was het zowel met vrijheid als met rationaliteit en wetenschap gedaan geweest. Geen wonder dat deze mythe bloeide in de negentiende eeuw, de tijd van het oriëntalisme, toen het beschaafde Europa zich contrasteerde met een verachtelijke en te onderwerpen ‘despotische’ Oriënt.
Maar de oorlog tegen Xerxes was geen Oost-West conflict. De Griekse strijdbond die uit verschillende stadstaatjes bestond, was maar moeilijk bij elkaar te houden. Verschillende staatjes wilden niet mee doen, andere deden wel mee, maar hadden in hun hart veel sympathie voor Perzië; verraad was er ook en toen Xerxes weer weg was kregen ze het onderling weer aan de stok. En hoe meer we over de Oudheid leren, des te beter begrijpen we dat die clash of civilisations helemaal niet bestond. Griekenland heeft in de oudste Oudheid enorm veel geleerd van Egypte en Babylonië, waar de wetenschap op een zeer hoog niveau stond. Het Griekse schrift stamt af van het Phoenicische. De Griekstalige gebieden in Klein-Azië en op Cyprus die onder Perzisch gezag vielen hadden directe toegang tot de Perzische cultuur. Wat later waren het de Grieken die hun beschaving en wetenschap naar Egypte en het Oosten brachten. In het algemeen kan men spreken van een grote mengcultuur, waarin er nauwelijks grenzen waren.
.
Die mythe van de oorlog tussen Oost en West is al honderd jaar onttakeld, maar duikt in half-ontwikkelde kringen toch telkens weer op, en daarom is het goed dat Lendering, met name in zijn slothoofdstuk, naar de oorsprong daarvan heeft gespeurd.
Hij begint bij de Spartaanse koning Leonidas, die bij Thermopylae gesneuveld was. Dat was pijnlijk: de aanvoerder van een soldatenvolk, die bovendien een afstammeling van de halfgod Heracles was. Herodotus meldt echter een orakel uit Delphi, dat kort na(!) deze ramp moet zijn bedacht. Daarin werd de koning voorzegd dat hij óf zelf het leven zou laten óf zijn stad vernietigd zou zien. Leonidas kon dus niets eervollers doen dan zich opofferen om zijn stad te redden. Zo werd de eer gered en de bitterheid van zijn dood enigszins verzoet. Herodotus bericht echter ook over een gesprek van een Spartaan in Perzische dienst, die aan de koning uitlegt hoe het zit met de Spartanen. ‘In een tweegevecht weren zij zich even goed al ieder ander, maar als totale strijdmacht zijn zij onverslaanbaar. Ze zijn wel vrij, dat is waar, maar niet in elk opzicht, want zij gehoorzamen aan een heer. En die heer is de wet!’ De gesneuvelde Leonidas had dus die wet gevolgd, wat ook heel nobel was. Die wet heeft ook volgens het grafschrift van de gesneuvelde Spartanen de hoofdrol gespeeld: ‘Vreemdeling, meld de Spartanen dat wij hier liggen, overtuigd van hun woorden.’2 Dat laatste kan ook worden begrepen als: gehoorzaamd hebbend aan hun wetten. In de vertaling van Cicero klinkt het meteen een stuk pathetischer: ‘… terwijl wij de heilige wetten van het vaderland gehoorzaamden.’ 3 De Griekse dichter Pindaros riep uit over een ander slagveld in deze oorlog: ‘Dit is waar de zonen der Atheners het roemrijke fundament van de vrijheid legden.’4 Die oorlog werd dus steeds mythischer, en dat ging nog door in de achttiende en negentiende eeuw, toen dit werd opgepakt in Europa. Het contrast tussen het dappere, vrijheidslievende, democratische Griekenland en het verachte Perzië werd steeds groter.
.
Die afkeer en verachting zullen ervoor hebben gezorgd dat Perzië uit de populaire geschiedschrijving verdween. In de tijd van Xerxes en van Alexander de Grote mocht Perzië een rol spelen, namelijk als de vijand die nederlagen leed. Maar in de volgende duizend jaar, onder de Seleuciden, Parthen, Arsaciden en Sassaniden, was Perzië wederom een sterk rijk met een bloeiende economie en beroemde centra van wetenschap, bij voorbeeld in de Academies van Nisibis en Gondishapur, waar de grondslagen voor de moderne geneeskunde werden gelegd, terwijl men in het Oostromeinse Rijk liever debatteerde over de naturen van Christus. Sterke, succesvolle Perzische rijken pasten echter niet bij de Europese visie op de Oudheid; daarom moesten zij vergeten worden.
.
Het zou me niet verbazen als die oude houding ook in onze tijd een rol speelt. Perzië, nu meestal op zijn Perzisch Iran genoemd, wordt als vijand gezien: het moet bestraft worden, waarvoor dan ook, en het liefst vernietigd.

NOTEN
1. H.J. Gehrke, Geschichte der Welt. Die welt voor 600, en dtv-Atlas Weltgeschichte.
2. Simonides: Ὦ ξεῖν᾿, ἀγγέλλειν Λακεδαιμονίοις ὅτι τῇδε κείμεθα τοῖς κείνων ῥήμασι πειθόμενοι.
3. Cicero, Tusc. Disp. (i, XLII, 101): Dic, hospes, Spartæ nos te hic vidisse iacentes, dum sanctis patriæ legibus obsequimur.
4. Plut. de Herod. 34: ὅθι παῖδες Ἀθαναίων ἐβάλοντο φαεννὰν κρηπῖδ᾽ ἐλευθερίας.

Zie ook: Vergeten Oudheden: Syrisch.

1 reactie

Opgeslagen onder Geschiedschrijving, Griekenland, Iran, Onderwijs

Verdrongen Oudheid: Syrisch

Hiernaast ziet u een stukje tekst in het Syrisch-Aramees, of kort gezegd: in het Syrisch  (Engels: Syriac). Dat is een Aramese taal en niet te verwarren met het Arabisch, dat tegenwoordig in Syrië wordt gesproken. Ook het schrift is niet Arabisch.
Ik heb die tekst zelf getypt op de computer, omstreeks 1990. Toen konden dat nog niet veel mensen. Nu zou ik het niet meer kunnen, en sterker nog, ik kan hem ook niet meer lezen. Wat er staat blijft dus een raadsel.
Ik was al ruim over de veertig toen ik Syrisch leerde, en dat zal een reden dat ik het vergeten ben. Bovendien vond ik Syrisch niet leuk. Onaangename schriftsoorten, een flodderige grammatica, lullige voegwoorden, talloze leenwoorden, kortom: een bastaard van een taal. Ik was immers de onverbiddelijke strengheid van het kunstmatige Klassiek-Arabisch gewend. Daar kwam in die tijd nog bij, zoals bij alle minder gangbare talen, dat de leermiddelen gebrekkig waren.
.
Minder gangbaar? In de Oudheid was Aramees zeker niet minder gangbaar. Het had een enorm verspreidingsgebied: in Palestina, Syrië, Irak en Noord-Arabië werd het gesproken, in delen van Iran was het een schrijftaal, soms ook in Egypte. De taal die gewoonlijk Aramees wordt genoemd, wordt met Hebreeuwse letters geschreven. De beroemdste spreker was Jezus, al hebben we maar een paar Aramese woorden van hem.1 Enkele delen van de Bijbel zijn in het Aramees geschreven, en verder veel joodse teksten: bijbelcommentaren en de beide Talmuds. Het Aramees wordt dus altijd wel bestudeerd. Het christelijke Syrisch, dat in principe dezelfde taal is, alleen met ander schrift geschreven, kwam wat later op, zo vanaf de tweede eeuw. Dat is goeddeels in vergetelheid geraakt en komt pas de laatste tijd in heel kleine kring weer te voorschijn. Er zijn nu ook wat betere leermiddelen.2 Ook Syrisch was zeer wijd verbreid, tot ver in Centraal-Azië en Zuid-India: er is een zeer grote literatuur in, die echter zelden gelezen wordt. Voor het ‘Westen’ maakt Syrisch deel uit van het grote veracht- en vergeet-program: het wordt niet meer van belang geacht, de boeken staan te verstoffen in bibliotheken.
.
Voor de studie van de Late Oudheid is het Syrisch echter onontbeerlijk. Ik meende het destijds te moeten leren vanwege mijn studie van de vroege Islam. Dat er bij mij toen niet veel van terecht kwam doet aan die noodzaak niet af. De islam ontstond immers in een Syrische omgeving, en die kan niet straffeloos verwaarloosd worden. Geen koranstudie, geen studie van het leven van de Profeet zonder Syrisch!
Ook is Syrisch van belang voor de wetenschapsgeschiedenis. Filosofische en wetenschappelijke teksten uit de Griekse Oudheid werden in het Syrisch vertaald, en van daaruit weer in het Arabisch, waar zij aan een stormachtige nieuwe omloop begonnen.
En verder is Syrisch gewoon om te lezen. Ik had vroeger geen zin in al die kerkelijke teksten, maar onder de enorme hoeveelheid boeken zijn er ook andere, die wel prettige lectuur vormen. Bij voorbeeld de reisverslagen van monniken die door Centraal-Azië reisden. (Overigens is het Mongoolse schrift ook Syrisch, maar dan op zijn kant gezet.)
.
Oudheidkunde3 zonder Syrisch gaat dus eigenlijk niet. Vroeger dacht ik altijd: als machines ons werk overnemen blijft er meer tijd voor studie, maar het omgekeerde blijkt het geval. Gelukkig zijn er nog gepensioneerden die iets kunnen doen. Als hun geheugen niet te zwak is.

NOTEN
1. Eloi Eloi lama sabachtani, effatha en talita kumi.
2. Een mooi boek over het Aramees, met een flink hoofdstuk over het Syrisch, is Holger Gzella, De eerste wereldtaal. De geschiedenis van het Aramees, Amsterdam (Athenaeum) 2017.
3. Voor mij houdt de Oudheid nogal laat op. Daarover later misschien eens.

(De volgende afbeelding hoort bij Reactie nr. 4)

450px-SyriacJohn.svg

5 reacties

Opgeslagen onder Geschiedschrijving, Onderwijs, Orient, Persoonlijk, Taal

Buitenschool

Een ideetje voor de Derde Golf, in november?
Er wordt gezegd dat deze foto van 1919 dateert, toen er ook een pandemie over de wereld ging. Zeker is dat niet; er waren ook pedagogen die buitenonderwijs in het algemeen propageerden.
Mijn brein functioneert bij temperaturen onder de 13˚ duidelijk minder goed. Of dat bij deze kinderen anders is?

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Gezondheid, Onderwijs