Categorie archief: Huiswerkhulp

Burgerlijk Afghanistan

In het kader van de huiswerkhulp die ik nog steeds aan vluchtelingen en andere buitenlanders geef, heb ik nu al twee keer met een jonge Afghaan gewerkt, die in Kabul al behoorlijk wat Duits had geleerd in het Goethe-Instituut, hier medicijnen wil gaan studeren en is opgenomen in de intensieve cursus Duits van de universiteit. Duits leren gaat hem bijzonder snel af, hij heeft een ijzeren geheugen. Hij heeft nog behoefte aan conversatie-ervaring, dus wij praten. Niet zo maar in het wilde weg, daar zijn uitgekiende programmaatjes voor en ook de gespreksonderwerpen worden telkens opgegeven. Onderwerpen waren tot nu toe: reizen en huisdieren. Zo leer je zo iemand en zijn achtergrond toch een beetje kennen.
.
Hij hield van reizen, zei hij, had in Afghanistan al veel rondgereisd, met vrienden per auto of met de bus. Vanuit Kabul naar Herat, Bamiyan, Mazar-i-Sharif. Ze logeerden dan in hotels, een enkele keer bij familie. Ze bezochten dan oude gebouwen en musea. Op mijn vraag naar de veiligheid op de wegen zei hij dat die bedroevend slecht was, er kon altijd iets gebeuren, maar daardoor liet toch niemand zich tegenhouden. Ook was hij naar India geweest, als toerist. Daar had hij olifanten gezien, een diersoort die helaas in de dierentuin van Kabul ontbrak; wel hadden ze daar een rhinoceros. Verder sprekend over dieren vertelde hij dat de dierentuin van Frankfurt hem zo beviel. De overgang naar de huisdieren was gauw gemaakt: De huisdieren waarvan hij het meest hield waren honden, zei hij. Hij had zelf ook een hond gehad, een Duitse herder die luisterde naar de naam Rex. De hond kwam echt uit Duitsland; ik vermoed dat hij vernoemd is naar de hond Rex uit die afzichtelijke televisieserie op zaterdagavond. Als ze op reis gingen met een auto mocht Rex mee, maar in de bus mocht hij niet. Veel van zijn vrienden hadden honden, vertelde hij, het was eigenlijk vrij algemeen; alleen jammer dat het hondenvoer zo duur was. Wat vrat zo’n hond dan? Hondenvoer, geïmporteerd uit Duitsland of de VS of nog een ander land, dat ben ik alweer vergeten. Niet uit het nabijere Kazakhstan of India. Kun je niet bij de slager wat slachtafval halen? Nee nee, dat ging niet, het moest wel echt hondenvoer zijn, uit een blikje of droge brokken. Wat hondenkoekjes (Hundekekse) waren wist hij gelukkig niet.
.
Het beeld rees op van een vrij welgestelde burgerjongen, die een gewoon burgerlijk leven leidde. Door toedoen van de media krijgen we hier een beeld van Afghanistan als rampland, maar er is blijkbaar ook nog veel normaliteit.

2 reacties

Opgeslagen onder Dieren, Huiswerkhulp

Huiswerkhulp: Gebiedende wijs

In het huiswerkklasje van afgelopen week moest ik ineens de gebiedende wijs uitleggen. Vaak komt het onderwerp geheel onverwacht en is de enige voorbereiding die ik heb een snelle blik in het hulpboek voor leraren—als ik de juiste bladzij op tijd kan vinden. Als ik het onderwerp beheers is er een moment van herkennen, en anders ben ik weer het slimme scholiertje van vroeger dat zijn huiswerk niet had gemaakt, maar ter plekke de schade nog probeerde te begrenzen door razensnel iets door te nemen. Eén leraar doorzag dat en prees mij soms: ‘Voor een improvisatie niet slecht, R…!’

Met de gebiedende wijs of Imperativ heb ik zelf altijd grote problemen gehad, hoewel ik al twintig jaar in Duitsland ben en daarvóór ook al Duits kende. Beleefde bevelen, zoals Setzen Sie sich! zijn niet moeilijk. Maar siehe,  sehe, lese, lies,sehet, siehet, isst, nimmt of nehme of nehmet? Ik denk dat ik in de loop der jaren veel fouten op dit gebied heb gemaakt. En omdat ik toch niet helemaal dom ben kwamen daarbij wel gevoelens van onbehagen op. Maar die leidden alleen maar tot vluchten in alternatieve constructies en niet tot een kort en zakelijk naslaan in een grammaticaboek, wat zeker tot de mogelijkheden had behoord. Gelukkig was ik nooit in een positie om veel bevelen uit te delen. Maar nu moest ik het uitleggen aan Syriërs, en twee oude onderwijsprincipes traden aan de dag.

  • De leraar is una hora doctior, één uur geleerder dan de leerlingen.
  • De leraar leert het meest van zijn eigen onderwijs.

Want hij blijkt nogal eenvoudig, die Duitse Imperativ, eigenlijk net zo eenvoudig als de Arabische. Je neemt de du-vorm van het praesens, dan schrap je du en de uitgang -st, en ziedaar.

Du trinkst –> Du trinkst –> Trink!
Du nimmst –> Du nimmst –> Nimm!

Bij het meervoud is het nog simpeler. De ihr-vorm en dan zonder ihr:

Ihr macht –> Ihr macht  –> Macht!
Ihr seht –> Ihr seht   –> Seht!

De lacune in mijn kennis dateert waarschijnlijk van een gemiste les op school, inmiddels ruim vijftig jaar geleden. Rare vormen als sehet zullen wel uit mijn omgang met oude teksten te verklaren zijn.

Nu heb ik het dus via mijn Syrische leerlingen geleerd. Ik denk dat ik voortaan eens wat vaker bevelen ga uitdelen. Omdat ik het kan.

3 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Huiswerkhulp, Taal

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 7

In de Lernwerkstatt zijn maar weinig ‘Arabieren’, d.w.z. Syrische vluchtelingen, domweg omdat die nog niet ver genoeg zijn om zelfstandig hun talenkennis te willen verdiepen. Er komt één Syrisch meisje, met veel doeken om en erg verlegen. De leiding besloot terecht dat zij beter niet door een man geholpen kan worden; ze heeft al problemen genoeg. Andere Syriërs ontmoet ik in het donderdagse huiswerkklasje, wat iets anders is.

Gisteren met een ruim dertigjarige man uit Iran gewerkt, die echter een Turkse taal, waarschijnlijk Azerbeidzjaans, als moedertaal heeft. Een vijfde deel van de Iraanse bevolking is turkstalig. Ik kon bij hem geen problemen bij het leren van Duits constateren; het ging goed en hij is gemotiveerd. Als automonteur met achttien jaar ervaring popelt hij om aan het werk te gaan. Dat zal zeker lukken, want er is vraag naar zijn soort, al zal hij goed Duits moeten kennen om ingewikkelde handleidingen te kunnen lezen en waarschijnlijk nog moeten bijleren over computers in auto’s.

Op het gebied van taal moet hij een moeilijke tijd hebben gehad toen hij leerplichtig werd. In het Turks opgegroeid kreeg hij op school, pats! ineens onderwijs in het geheel niet verwante Perzisch. Allicht zal men pedagogisch weinig rekening gehouden hebben met zijn anderstalige achtergrond. Hoewel het feit dat de andere schoolkinderen ook turkstalig waren een groepsgevoel gekweekt moet hebben. Moesten ze in de hoek staan, kregen ze tikken als ze Turks spraken op school? Ik weet niet hoe het daar toegaat.

Tweetaligheid kan een voordeel zijn, maar een nadeel wanneer die iemand op hardvochtige wijze opgedrongen krijgt. Drie- of meertaligheid kan tot nultaligheid leiden, zoals ik me van Marokkanen in Nederland herinner. Als Berber geboren, Marokkaans Arabisch op straat geleerd, verplicht Hoogarabisch en Frans op school, en vervolgens ook nog Nederlands: daar kun je behoorlijk gek van worden, vooral als je niet zo’n intellectueel type bent.

De leidster zei blij te zijn dat ik deze Turko-Pers onder mijn hoede had genomen, omdat zij een menselijk probleem met hem had. Ik helemaal niet, ik vond hem aardig en open. Maar zij vertelde dat hij opdringerig tegen haar deed. Het probleem is dat zulke mannen in Iran, en steeds vaker ook in de Arabische landen, niet meer geleerd hebben normaal met een vrouw om te gaan. En dan nog wel een vrouw in een luchtig jurkje, want het is zomer nu. Toch moeten ze dat ook leren, maar hoe? Taalonderwijs is daarvoor niet het juiste middel. Hoewel, in het leerboek stond een zin over een vrouw die Mechanikerin van beroep was, automonteur dus. Grote verbazing; ik legde uit dat die in Duitsland inderdaad bestaan, al zijn het er niet erg veel. Hij geloofde het maar nauwelijks. Alweer een barst in een mannelijkheidsbeeld.

En ik weet ook niet hoe opdringerig hij geweest was. Om precies te zijn: de leidster zei dat hij te dicht bij haar kwam. Inderdaad kwam hij ook erg dicht bij mij. Maar ik weet al lang dat dat niets bizonders is: het ene volk bewaart meer afstand dan het andere. Engelsen zijn kampioen in afstand bewaren; Nederlanders komen op een goede tweede plaats. Maar in de Arabische landen bewaren mannen en vrouwen binnen hun groep heel weinig afstand, en juist heel veel afstand tot leden van de andere groep; misschien is de situatie in Iran vergelijkbaar. Voor deze Iraniër loopt het rolgedrag in Duitsland op verwarrende wijze door elkaar en dus ook de distantieregel; zou het zo iets zijn? Zou kunnen, maar het kan ook zijn dat gewoon de biologie zijn werk deed.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Huiswerkhulp

Huiswerkklasje 1

Mijn vaste huiswerkklasje bestaat (of bestond althans gisteren) uit drie personen: twee Syriërs en een Ethiopische vrouw. Dat vond ik jammer, want vanwege die vrouw mocht ik dus geen Arabisch spreken. Maar zie aan, ik zag haar vlot Arabisch schrijven in haar schrift en zij bleek die taal goed te kennen: ze stamt uit het islamitische Harar, waar blijkbaar ook Arabisch gangbaar is. Misschien is ze analfabete in haar Ethiopische moedertaal en is zij op een Saoedische missieschool geweest?

Abd al-Rahman stelt mij voor een raadsel: Ongeveer dertig jaar oud, zeer vlijtig, maakt altijd zijn huiswerk, heeft al een grote woordenschat, maar slaagt er niet in zinnen te vormen. Hij zegt zoiets: als ‘bar iets drinken’ ‘vroeg naar bed gaan’ en ook als er een context is ik hem een voorzetje geef en bij voorbeeld een zin met ‘zij’ wil horen, slaagt hij er niet in om te zeggen ‘zij gaat vroeg naar bed’ o.i.d. Ik heb hem niet één volzin horen zeggen. Wat van leerlingen van leerboek deel drie wel verwacht wordt, en wat de anderen ook makkelijk kunnen. Er zal/zou een psycholoog nodig zijn om te begrijpen wat dat is bij zo’n man.

Op grond van mijn verblijven in het Midden-Oosten ben ik geneigd mij in de leerlingen te verplaatsen en het Duitse leerboek tijdelijk met Arabische ogen te zien. En dan is Duitsland wel een heel raar land. Duitsers vieren blijkbaar de hele tijd feesten en schaffen dure dingen aan. Als ze onverwacht een vriend of vriendin tegenkomen gaan ze samen in een bar iets alcoholisch drinken. Verder zijn het ongelofelijke zeurpieten: een vrouw in het boek klaagde dat haar reis een Katastrophe was geweest: de bus had pech gekregen onderweg, ze had daardoor de trein gemist enz. Wel weer aardig was, dat haar gesprekspartner dit gezeur probeerde af te blokken, maar ze ging maar door. In Duitsland is zoiets een realistisch gesprek. Een enigszins moeizame reis een catastrofe te noemen …? De leerlingen hebben wel andere reizen en catastrofes meegemaakt. Nu moeten ze wennen aan Duitse werkelijkheden.

Wat is een Katastrophe? werd er natuurlijk gevraagd. Op dat ogenblik kwam ik niet op het Arabische woord kāritha; later thuis weer wel. Ik moest het dus omschrijven: oorlogshandelingen, overstromingen, vulkaanuitbarstingen. O ja, dat kenden ze. En dan uitleggen dat die vrouw sterk overdrijft door dat woord te gebruiken: de hyperbool (mubālagha). Ja, toen snapten ze het wel.

Duitsers hebben blijkbaar vaak een hond en nemen die mee in hun woning: walgelijk. En ze vragen: ‘Hoe gaat het met uw vrouw?’ Taboe: zoiets vraagt een man niet, dat hoort niet. Een exotische zin was nog: ‘Ik kon niet komen, want mijn hond was ziek.’ Totaal onbegrijpelijk.

Een jongeman in het boek schreef een e-mail aan een vriend, die gisterenavond niet op zijn (alleen maar gezellig bedoelde) afspraak was verschenen. ‘Wat is er gebeurd? Ik heb je wel drie keer opgebeld.’ In Egypte wordt er nooit op gerekend dat iemand echt komt opdagen; er kunnen immers ‘omstandigheden’ (zurûf) zijn.

Een vraag-en-antwoordoefening over ‘Wat zijn je meest geliefde familieleden, en waarom?’ vond ik wat hachelijk en heb ik maar overgeslagen. Bij vluchtelingen kan het immers zo zijn dat geliefde familieleden net zijn omgekomen.

 

1 reactie

Opgeslagen onder Huiswerkhulp

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 6

De Lernwerkstatt was woensdag ongeveer net als vorige week, alleen met weer een andere Iraniër, die al aardig kon babbelen en dat ook wilde doen: over sollicitatie, ontslag nemen of krijgen, arbeidsrecht en vakbonden. Ik heb geen taalkundige problemen als ik daarover moet praten, maar weet soms gewoon te weinig van de onderwerpen.

Arabieren komen daar momenteel niet, ik denk wegens Ramadan. Iraniërs zijn ongelovig en vasten niet.

Op vrijdag kreeg ik voor het eerst een vast klasje huiswerkhulp. Dat was een makkie, want ik hoefde alleen maar de oefeningen in het boek te volgen, daar werd ik dus niet moe van. Het boek had iets lastigs gedaan: de leerlingen hadden juist de reflexieve werkwoorden met sich behandeld bekregen: sich bewegen, sich fühlen enz. en toen stond er ineens in een leestekst: Man trifft sich im Café. Maar dat is een ander sich, niet reflexief maar reciprook. Hoe moest ik dat nou weer uitleggen? Each other, l’un l’autre, dat herkende niemand. Ik zal het thuis even moeten voorbereiden. Gelukkig zie ik dat groepje volgende week weer. (Zinnen zoals Kaffee trinkt sich am besten warm (passiefvervanging) zal ik maar laten zitten; dat wordt te gek. Ook voor de zin van Karl Valentin: Heute mach ich mir eine Freude und besuche mich selbst is het nog veel te vroeg.)

1 reactie

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Vluchtelingen

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 5

  1. Gisteren twee uur gewerkt met dezelfde Mohammed als vorige week. Gespreksthema’s: kleding en apparatuur. Loopt goed.
  2. Vanochtend ingewerkt in een vast huiswerkklasje dat volgende week begint, direct in aansluiting aan de cursus. Het was twaalf uur; ondanks de grote hitte liet niemand merken moe te zijn van het vasten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Huiswerkhulp

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 4

Met twee prettige, behoorlijk gevorderde Iraniërs gewerkt. Mostafa, ± 35, gesprek aan de hand van een ansichtkaart van het eiland Juist, die een lerares aan de Lernwerkstatt had gestuurd. Eerst lezen, wat niet meeviel: een krullerig Duits handschrift van een oudere persoon. Dan de fotootjes analyseren; het was namelijk zo’n ‘Groeten uit …’ kaart waarop vier kleine fotootjes waren afgedrukt: strand, duinen, paardenkoets, vuurtoren, schelpen, hotels, strandstoelen. De uiteindelijke opdracht was aan de afzendster een antwoord terug te schrijven. Dat deed hij met verve; het Duits was niet helemaal in orde, maar hij ontwikkelde interessante gedachtegangen en beleefde zinnen en zag zelfs kans zich op discrete wijze zelf naar het eiland te laten uitnodigen. En die taalfouten kon ik dan leuk corrigeren.

Mohammed, 25, had ook Perzisch als moedertaal. Een handige jongen, zes maanden in Duitsland en al heel veel opgepikt. Zal wel gevlucht zijn omdat hij te libertijns was, want vertelde veel over parties met vriendinnen, hoe in Teheran aan wodka te komen, enzovoort. Ik vond het wel leuk hem te horen over zijn werk: duiker in de … eh, ik noem dat altijd Shatt al-Arab, het water tussen Iran en Irak, maar in Iran zal het beslist anders heten. Rommel uit de oorlog zoeken, er een magneet aan vastmaken en wegwezen, zodat het omhoog gehaald kan worden. Of ontploft. Het was gevaarlijk werk, en hij werd dan ook heel goed betaald, waardoor hij er een weelderige levensstijl op na kon houden, die hem in zijn toestand van vluchteling is ontvallen. Hunkert naar een werkvergunning voor geeft niet wat. De accusatief uitleggen was niet moeilijk, want het Perzisch heeft ook zo iets, maar de datief, hmm, dat gaat nog even duren. Met een probleem begonnen waarvoor ik nog geen oplossing weet: hij verwart de klanken u, o, ö, ü en ǝ. Duits is ook wel erg: het woord Wunsch bestaat, maar ook wünschen; het lijkt me normaal dat je dan in de war raakt. Ik ben niet voldoende onderlegd om dit probleem zelfstandig aan te pakken. Het herinnerde mij aan die Marokkaanse student in Nederland, die vertelde dat hij best eens een huurtje mee naar huis mocht nemen van zijn vader.

1 reactie

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Taal

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 3

Een rampzalige Pakistani gehad vandaag; moedertaal Urdu. Hij woont al vijf jaar in Duitsland, heeft nooit taalonderwijs gehad, kan zich min of meer redden, maar spreekt toch vrijwel onverstaanbaar. Nu moet hij binnen twee maanden slagen voor het integratie-examen om een Duitse pas te krijgen. Ik denk niet dat hem gaat lukken, want hij wil niet leren. Hij wil de kennis met een trechter ingegoten krijgen, maar dat bestaat niet. Hij heeft heel veel af te leren, om te beginnen.

Zijn probleem is een geheel exotische zinsmelodie en bizarre klemtonen. Zo kun je dus niet weten of hij een vraag stelt of er juist een beantwoordt of nog een andere soort uitspraak doet; of de zin al is afgelopen of er nog iets komt, of hij blij is of teleurgesteld. Zowel de leidster als ik waren van mening dat hij naar een beginnerscursus moet om enige kans van slagen te hebben. Bij nul beginnen. Maar dat wil hij niet.

Er blijkt prachtig, kosteloos studiemateriaal te bestaan voor zijn soort probleem. Daaruit hebben we drie punten van de eerste les gedaan. Na het driemaal maken van zo’n oefeningetje was er inderdaad verbetering merkbaar. Morgen zal hij alles weer vergeten zijn, dus dat moet nog regelmatig herhaald worden. En dan alle punten van alle tien lessen. Ik wou dat ik ooit zulk materiaal voor Arabisch had gehad. Theoretisch is het denkbaar dat hij zichzelf met dit materiaal de Duitse fonetiek aanleert, als hij niet naar een cursus wil. Maar hij zal dat nooit doen. En dan houdt het bij ons op. Er is onderwijs waar hij naar toe kan, er is hulp bij de zelfstudie, maar we gaan hem niet van a tot z bij de hand nemen als een kind. Vanmiddag was dus de introductie in het materiaal; de rest moet hij zelf doen. Wel mag hij altijd vragen stellen als hij bij voorbeeld een opdracht van het programma niet begrijpt.

Drie algemene observaties:

  1. Dit soort werk kost ongelooflijk veel tijd. Voor mij geeft dat niet, want ik heb die tijd en ik besteed die er ook graag aan. Maar als ik denk aan de honderden, duizenden, honderdduizenden contacturen die aan taalonderwijs besteed zouden moeten worden begrijp ik dat het succes altijd maar begrensd zal blijven.
  2. Met heimwee denk ik terug aan de superintensieve cursussen aan de universiteiten: Nederlands in Amsterdam, Duits in Frankfort. Daar waren maar heel weinig plaatsen, want dagvullend communicatief onderwijs was duur. De gedachte was toen nog dat aanstaande universiteitsstudenten en -medewerkers bijzonder intelligent waren en zo’n taal snel oppikten, wat in meer dan de helft van de gevallen ook inderdaad zo was. Die cursussen zullen nog wel bestaan. Maar zulk dag- en zo mogelijk ook nog avondvullend onderwijs (total immersion) is voor grote massa’s niet mogelijk.
  3. Buiten de universiteiten heb je in Nederland een inrichting ‘bij de nonnen van Vught’.  (‘De lesdag start om 8.20 uur en sluit af om 21.00 uur.’) In Spa was er vanouds iets voor Belgen die plotseling toch de taal van de andere gemeenschap wilden of moesten leren. Dat blijkt nu in handen te zijn van een firma CERAN, die ook veel in Nederland doet. ‘U boekt al een training vanaf € 2.920,– per week, inclusief accommodatie, maaltijden, lesmateriaal en alle voorzieningen!’ heet het bij CERAN. Bij de Nonnen is het € 3.790,– per week. Ik zeg niet dat het té duur is, want het is ongelooflijk arbeidsintensief, maar U begrijpt: dit blijft voor de happy few. Je leert zo’n taal dan wél. Een uitdaging voor de 21e eeuw: zulke cursussen toegankelijker maken.

Volgende week maandag ga ik niet naar de Lernwerkstatt, want dan ben ik in Straatsburg.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Taal

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 2

Ahmad, moedertaal Urdu, 35 jaar. Beetje moeizaam type, niet erg spraakzaam. Gesprekjes over opgegeven en reeds bekende onderwerpen, in dit geval ‘feestdagen’. Bij hem is het woordbeeld moeilijk; hij verwerft dat blijkbaar via lezen, maar dat gaat dan verkeerd. Verwisselt Ferien met feiern, gesehen met gegessen. Klaagt ook over de lengte van de Duitse woorden. Ik dacht even aan dyslexie, maar de leidster zegt dat het komt doordat hij met een niet-Latijns schrift is opgegroeid en onze letters hem nog steeds niet vertrouwd zijn. Dat verschijnsel zou ik dan in omgekeerde richting moeten kennen; inderdaad, een beetje komt het ook wel voor bij beginnende studenten Arabisch, die kabata lezen i.p.v. kataba enzovoort. Een opgave voor hem was op kaartjes een zin te lezen waarin een woord ontbrak, en dat dan in te vullen. Het, of een, juist antwoord staat dan op de achterkant. Ze kunnen het zelf, maar het is beter als iemand de zin nog even hardop leest en het antwoord controleert. Is levendiger.

Sami, boven de 40, moedertaal Pashtu, is een heel ander type. Vlotte spreker, wil echt een gesprek en alleen dat; de theorie is redelijk in orde. Opgegeven thema was: geluk, pech en ongeluk. Vragen zoals: ‘Wat zijn in jouw land geluksbrengers, wat beschermt je? Wat zijn getallen of symbolen die geluk of ongeluk aanduiden?’ Wat bij ons 13 is blijkt in Afghanistan 39 te zijn. ‘Wanneer was je echt gelukkig?’ Antwoorden: toen de Taliban weggingen, en: als ik de Afghaanse vlag zie (dat heb ik nou nooit met de Nederlandse vlag). ‘Toen … weggingen’; ‘als ik zie’: die zinsstructuren heb ik hem bijgebracht en hij zoog ze in alsof hij er allang behoefte aan had gevoeld: bijzinnen van tijd. Nog even een paar soortgelijke zinnen gevormd.
Uitspraakmoeilijkheden vooral bij de klinkers. Omdat hij een woord dat op een medeklinker eindigt vaak nog een slot-e meegeeft klonken Tisch en Tasche bij hem hetzelfde; daarmee wat geoefend, onder aanwijzing van de voorwerpen natuurlijk. En de klemtoon: Symbol werd sambal.

Tenslotte was er nog het koppel Paolo (30, moedertaal Italiaans) en Dani (27, moedertaal Tigrinya; stamt uit Eritrea.) Ze hebben niet zoveel gemeen; hun niveau is ook niet hetzelfde, maar ze zijn vrienden en werken samen. Paolo typt soms iets Italiaans in op zijn mobieltje en laat dat in het Amhaars vertalen. Dat begrijpt Dani dan; hoewel Amhaars niet hetzelfde is als Tigrinya en die computervertalingen meestal niet deugen, zeker niet tussen minder gangbare talen. Hier ook behoefte aan geleid gesprek over voorgekauwd onderwerp, op wat lager niveau. Een vraag was bij voorbeeld: ‘Wat is in Duitsland anders dan in jouw land?’ Alternatieven: ‘Wat is nieuw voor jou in Duitsland, wat vind je hier bijzonder?’ enz. Deze vragen werden alle niet begrepen, ook niet door Paolo. Ik geloof dat het dan de taak van een leraar is om in het Duits die vraag begrijpelijk te maken, maar dat lukte me niet, dus ik heb het gauw in het Italiaans gezegd en Paolo heeft het op zijn mobieltje laten vertalen voor Dani. Toen was de vraag duidelijk en kon het gesprek beginnen. De Italiaan, duidelijk geen vluchteling, vond de autoverzekeringen en de parkeerplaatsen hier zo duur. Dani begon over het weer, wat een prima oefenonderwerp is. Gisteren hadden we hier noodweer, dus Blitz (Dani tekende bliksemschichten; voor Paolo was blitzen de snelheidscontrole op de autoweg), Donner (boem boem boem!), Gewitter, Unwetter; ja dat ging wel goed.

4 reacties

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Taal

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 1

Bij een huiswerkklasje ben ik nog niet ingedeeld; misschien pas volgende week, want donderdag is een feestdag en dan gaat weer alles plat. Daarom nu in de Lernwerkstatt geweest. Daar kunnen leerlingen van de taalcursussen (niet alleen vluchtelingen) studeren, vragen stellen en oefeningen doen. Er zitten ongeveer drie mensen die antwoorden geven en hulp bieden, waaronder nu dus ik. De leidster is een grondig getrainde docente Duits als Tweede Taal: die stelt onderwerpen voor oefeningen voor, maar alleen voor zover de leerlingen die niet zelf aandragen. Ze heeft een kast vol met oefenmateriaal: kaartjes, blokje, stiften, tekeningen van alles en helpt de helpers wanneer zij het moeilijk krijgen; zie onder.

Roberta, 30 jaar, moedertaal Italiaans. Vrouw met weinig opleiding, wel een natuurlijke intelligentie. Kent geen Engels of andere vreemde talen. Probleemgeval, want Quereinsteigerin: zit in de klas met deel 2 van het leerboek maar deel 1 heeft ze nooit gehad.

Lange – korte klinkers. De leidster drong erop aan dat ik die duidelijk liet horen (zonder het expliciet te maken). Ik kan nog niet overzien waarvoor dat nodig is, maar ik zal erop letten. Is voor mij zelf een zwakke plek. Maar het gaat bij mij vanzelf goed, of loop ik al jaren fouten te maken zonder het te weten? Het enige woord waarin ik ooit last gehad heb van een foute klinker is Hochzeit. Het is Hŏchzeit, niet Hōchzeit.

Als een woord eindigt met een medeklinker plakken Italianen er nog een e achteraan; Arm wordt Arme. We hebben de woorden geoefend zonder die e; ze kon het best, maar ze vergeet het telkens weer. Veel gelachen.

Woordgeslachten geoefend, bij woorden die lichaamsdelen aanduiden. Nodig, maar vreugdeloos, dat werk. In alle talen met geslachten zit een hoop van dat onvoorspelbare gedoe. Pure willekeur, nou ja, heel vaak dan.

De h geoefend: Hals, Haus en nog andere woorden. Hals werd bij Roberta Alze, en dat is totaal onbegrijpelijk. De h is moeilijk, omdat ze er van huis uit geen oor voor heeft. Vervolgens wilde ze soms een h laten horen waar dat niet moet: Hohr voor Ohr, Harm voor Arm. Grapje: je zegt toch ook niet horecchio? Misschien onthoudt ze het zo. Hypercorrectie misschien, of gewoon de kluts kwijt na al dat geoefen. Ze kan zich echter oriënteren aan de geschreven vormen van de woorden. Roberta spelt uitstekend en vrijwel foutloos.

En dan nog een rijtje transformaties: er schreibt – er hat geschrieben; er kommt vorbei – er ist vorbeigekommen; ja, met die moeilijke splitsing van het werkwoord. Ik volg het boek en de aanwijzingen; daar staan ook zulke oefeningen achterin. Gelukkig wordt het op de hoofdpagina’s speelser en in context gepresenteerd.

Het hoofdprobleem: R. wilde graag voorzetsels oefenen, maar ze bleek geen idee te hebben van wat een naamval is. Spoedig bleek dat ze ook niet wist wat een onderwerp, een gezegde en een lijdend voorwerp zijn, en daarzonder geen Duits! Een stap terug gedaan om haar dat bij te brengen; dit onder leiding van de leiding. Een zo groot probleem zou ik niet durven aan te pakken zonder eerst thuis diep na te denken. Maar er bestond al een kant en klare methode voor, met plaatjes: je zag bij voorbeeld een vrouw die iets kookte, of een man die een krant las. Eerst de actie benoemen: lezen, koken enz. Dan de vraag stellen: wie doet dat, wie kookt er? Meteen een gelegenheid om de persoonsvorm en stiekem het woordgeslacht nog eens te oefenen: der Mann liest, die Frau kocht. Het onderwerp, de agens, werd rood gekleurd en met een rode stift opgeschreven. Het werkwoord met zwart. En dan kwam de vraag: wat kookt zij? wat leest hij? Welnu, dat is het lijdend voorwerp. Lichtblauw kleurtje geven. Over die naamvallen nog helemaal niet gesproken: dit moet eerst inzinken. En de vraag is niet altijd makkelijk: wat te denken van een plaatje met een brandend vuur? Das Feuer brennt: intransitief! Of het onderwerp bestaat uit meer dan een persoon. Of het is een ding; dan moet ik vragen: wat ligt daar?

2 reacties

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Taal