Categorie archief: Huiswerkhulp

Russisch eitje

Bij de huiswerkhulp werkte ik deze week met een dame uit Afghanistan, die daar wiskundelerares was geweest. Haar moedertaal was Dari, een soort Perzisch. Ze had gestudeerd in de periode dat de Russen daar zaten (1979–89). Een beetje lastig natuurlijk: Russische bezetters, communisme; toch was het leven in Kabul toen blijkbaar veel normaler, ‘burgerlijker’ dan ooit nog daarna. Op de middelbare school had ze Russisch geleerd, en aan de universiteit had ze ook in het Russisch gestudeerd. Dat is niet zo bevreemdend: ik ken dat ook uit de Arabische wereld, waar allerlei moderne vakken vaak niet in het Arabisch worden gestudeerd, maar in het Engels of Frans. Duizend jaar geleden was Arabisch bij uitstek de taal om wiskunde in te studeren, maar die taal heeft de aansluiting aan moderne vakken niet overal meer terug gevonden. Zo is het blijkbaar ook met Dari.
.
De dame sprak een redelijk mondje Duits, maar beklaagde zich over de ongelooflijke ingewikkeldheid van de Duitse grammatica. Dat verwonderde mij zeer: hoewel ik zelf geen Russisch ken heb ik daar voldoende lang naar gekeken om te weten, dat de Russische grammatica heel wat ingewikkelder is dan de Duitse. We spraken er wat langer over: Russisch had ze in een vloek en een zucht geleerd, vertelde ze, helemaal niet moeilijk, terwijl Duits … dat was echt tobben.
.
Hoe kan dat? Voor jonge mensen is het altijd makkelijker een taal te leren. Als ik alleen al denk aan de vanzelfsprekendheid waarmee ik op school Duits geleerd heb, dat was echt een eitje. Dat zou ik nu waarschijnlijk niet meer kunnen.
Nog belangrijker is waarschijnlijk het perspectief waarmee men een taal leert. Als zo’n vreemde taal de enige mogelijkheid is om het ‘verder te brengen’, dan leer je die, hoe dan ook. Als je een buitenlandse partner hebt, of een religie met een heilige schrift in een vreemde taal, is de motivatie al veel minder sterk. En als je onverwacht in een land terecht komt waar je eigenlijk niet wezen wilt, zoals bij vele vluchtelingen het geval is, dan heb je ook geen zin in die taal. Tenzij je na de eerste schrik de mogelijkheid ziet en de wens koestert daar te blijven, dan ga je er je best op doen. Of toch weer minder wanneer de mogelijkheden in het nieuwe land tegenvallen, of als je geacht wordt na een poosje weer op te donderen.
.
In Griekenland volgde ik een cursus Grieks voor gevorderden. De meeste klanten daar zouden het nooit leren. Ik wel, waarschijnlijk, want ik had al veel ervaring met vreemde talen, maar ik vond Grieks ook echt moeilijk. Op die cursus leerde ik een arts kennen uit Georgië. Het was in 1993 geloof ik, een tijd dat het hommeles was in Georgië en Griekenland gastvrijheid bood aan Christenen uit de Kaukasus met (vermeende?) Griekse wortels. Deze vrouw had het Georgisch als moedertaal, had Russisch geleerd op school, wat zij ook nodig had voor haar studie in de medicijnen, en leerde nu Grieks. Alle drie ingewikkelde talen, die niet met elkaar verwant zijn. Maar ze werkte hard en ik denk dat ze het ging redden. Haar perspectief was een artsenpraktijk die haar was aangeboden in Komotiní—voor Grieken was dat ongeveer de buitenste duisternis, maar voor haar de redding. Zij had dus een perspectief, en ik denk dat het vroegere leren van een andere moeilijke taal het voor haar ook makkelijker maakte.
.
Mijn Afghaanse is getrouwd, ze heeft drie kinderen en haar man werkt. Misschien hoeft ze niet meer zo nodig.

2 reacties

Opgeslagen onder Ei, Europa, Griekenland, Huiswerkhulp, Taal

Afhaalchinees

Bij de huiswerkhulp zat ik ineens oog in oog met een van de koks van de kleine toko waar ik wel eens Chinees eten haal. Deze man van 28 kent al heel wat Duits, hij is ook al jaren in Duitsland. We hadden een gesprek over niet-persoonlijke, aangereikte gespreksonderwerpen, zoals reizen, vervoer en sport. Verder stonden op het program oefeningen met de trennbare Verben, hoe zouden die in het Nederlands heten? De ans brengt uitkomst: ‘scheidbare werkwoorden’. Nederlands is vaak makkelijker dan je denkt. Werkwoorden als ‘afhalen’ dus: ik haal … af, ik haal straks vijf maaltijden af, ik heb afgehaald, ik sta klaar om je af te halen. En dan in het Duits natuurlijk. Hij sloeg zich daar met bravoure doorheen.
.
Er was alleen één dingetje: hij was vrijwel niet te verstaan! Zijn uitspraak was een ramp, en dat deed de positieve indruk weer teniet. Ik zet mij daar wel overheen, maar als ik mij voorstel hoe hij een gesprek probeert aan te knopen met willekeurige mensen die hij ontmoet …, dat kan alleen tot wederzijdse frustratie leiden.
.
Hoe komt dat? Chinees als moedertaal hebben is beslist een handicap als je Duits wilt leren uitspreken, maar er zijn ook Chinezen die het wel kunnen of althans beter kunnen.
.
Het zal ook te maken met iemands persoonlijke aanleg. Ik ken een Braziliaanse arts die heel goed Duits kent, maar zo neuzelt dat het een kwelling is om naar hem te luisteren, en een Pakistaan wiens redelijk goede Duits in zijn uitspraak nauwelijks als zodanig te herkennen is. Terwijl er genoeg andere Brazilianen en Pakistanen rondlopen die wel degelijk goed Duits kunnen spreken.
.
Wat vermoedelijk ook een rol speelt is iemands ervaring bij het oppikken van de tweede taal: hoe hij daarin binnenkomt. Nemen we aan dat deze man al een paar jaar geleden door familieleden naar Duitsland is gehaald. Hij woont bij hen, werkt lange dagen met hen, spreekt altijd Chinees en leert de telwoorden plus nog twintig Duitse woorden in de typisch restaurantchinese foute uitspraak en verder niets. Hij is best nieuwsgierig en gaat ook wel eens naar de stad. Te voet, naar hij vertelde; bijna een uur lopen. Ik denk dat hij weinig geld heeft; hij weet precies wat een buskaartje kost. (Op de fiets durft hij hier niet; in China wel. Bij mij is dat juist omgekeerd.) Na één, twee jaar gaat hij een cursus Duits volgen, omdat hij begrijpt dat hij zonder die taal niet verder komt. Een mooi en dapper besluit! Maar die twee jaar ongericht gestuntel maken het moeilijker: er is dan heel veel af te leren.
.
Wat nu te doen aan die uitspraak? Die kun je leren, er is aan gewerkt, mij is wel eens een uitgebreid oefenprogramma over de Duitse uitspraak gedemonstreerd. Vele, vele uren akoestisch oefenmateriaal, perfect uitgekiend en in het internet gratis verkrijgbaar. Maar wie gaat dat gebruiken in zelfstudie? De meeste mensen zijn niet in staat zoiets zelfstandig aan te pakken en hebben bovendien andere dingen te doen. Het zou mij persoonlijk ook moeilijk vallen de discipline op te brengen voor al die eindeloze herhalingen. En wie is bereid zich te laten corrigeren door een computer? Te vrezen is dat zo’n programma alleen onder intensieve begeleiding te gebruiken is. Een maand opsluiten in een villa met een keur van geschoolde docenten, zoiets. Maar dat is in de praktijk natuurlijk niet te verwezenlijken voor een kok in een bescheiden eethuisje. Voor wie wel? Er is maar een heel klein publiek voor zoiets. Vermoedelijk is er zo’n programma op bij voorbeeld koningin Máxima losgelaten, om te voorkomen dat zij Nederlands met een sterk accent zou spreken.

1 reactie

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Taal

Ex-taal

Bij de huiswerkhulp Duits vraag ik altijd even wat de moedertaal is van de mensen met wie ik ga werken. Van de week had ik een man van een jaar of vijftig, die verklaarde Joegoslavisch als moedertaal te hebben. Een sympathiek, maar tragisch antwoord. Die taal bestaat namelijk niet meer. Misschien heeft hij wel nooit bestaan; heette het vroeger niet Servo-Kroatisch? De andere Joegoslaven moesten dan gewoon maar meebabbelen. Toen Joegoslavië nog bestond was er blijkbaar een streven naar een eenheidstaal, waaraan een einde kwam toen dat land uit elkaar viel. Nu zijn er daar, als ik goed geteld heb, zes talen, die kennelijk vastbesloten zijn uit elkaar te groeien. Dat is in helemaal niemands voordeel.
.
De misère is niet alleen van taalkundige aard. Ik heb wel enkele mensen gekend, die zich prima voelden als Joegoslaaf, maar door de verbrijzeling van dat land een identiteitsprobleem opgedrongen kregen. Denkt U bij voorbeeld aan ‘halfbloeden’: mensen met een Servische vader en een Kroatische moeder, of omgekeerd. Waar moeten die hun paspoort gaan verlengen, wat ‘zijn’ zij? Nog erger is het als je een islamitische naam hebt, omdat je moeder muslima was, maar je zelf Kroaat en dus katholiek bent, of religieus totaal onverschillig.
.
Doe het niet, Europa: val niet uit elkaar! Er komt niets dan ellende van.

2 reacties

Opgeslagen onder Europa, Huiswerkhulp, Taal

Huiswerkhulp: waar is de r?

De huiswerkhulp is gewoon doorgegaan; er was alleen weinig over te melden. Vrijdag was er wel iets aparts. Een Syrische vrouw, moeder van drie nog jonge kinderen, hield niet van televisie en muziek, maar wel van lezen; waar vind je zoiets?
.
Vreemd was bij haar dat ze de vraagwoorden die met w beginnen niet beheerste: wie, was, wo, wann. Zulke vraagwoordjes heb ik in vreemde talen altijd snel geleerd, omdat het duidelijk was hoe groot het rendement van deze inspanning zou zijn. Het was een vreemde lacune in haar hoofd, die ook niet zo snel te vullen was, hoewel ik haar eenvoudig de Arabische equivalenten kon bieden. Ja/nee-vragen en vragen waarbij het vraag-karakter van de zin alleen door intonatie wordt aangebracht (‘U houdt niet van televisie?’) kon zij wél aan.
.
Verder had ik moeite haar uitspraak te verstaan. Dat komt af en toe voor bij onze klanten. Er is wat aan te doen, maar de maatregelen zijn zo draconisch, dat er meestal toch niets van terecht komt. Ik verstond bij voorbeeld het woord Zimmer niet, in haar uitspraak: ziema in plaats van tsimme(r). Gek eigenlijk, die eind-r die er niet is. Probeert U zelf maar in het Nederlands: zegt U na en dan naar. Behalve de sprekers die een rollende r produceren zal bij de meesten die r van naar in context niet of nauwelijks hoorbaar zijn. Slechte spellers schrijven hem zelfs niet: na buiten. En tóch is daar iets: een aanduiding, een klein niksje, dat het verschil uitmaakt met na. Zo is dat in het Duits ook ongeveer.
Mijn klant sprak echter een a aan het eind, zonder niksje, en de ts aan het begin werd bij haar een z. Resultaat voor mij dus onverstaanbaar. Zij sloeg echter haar grammatica open en daar stond met zoveel woorden dat de uitgang -er in de uitspraak vaak in a verandert! Bij navraag bleek dat dit in Berlijn inderdaad het geval is. In Midden-Hessen echter niet.
In Nederland heb je ook mensen die vroeger uitspreken als vroegah.

3 reacties

Opgeslagen onder Huiswerkhulp

Burgerlijk Afghanistan

In het kader van de huiswerkhulp die ik nog steeds aan vluchtelingen en andere buitenlanders geef, heb ik nu al twee keer met een jonge Afghaan gewerkt, die in Kabul al behoorlijk wat Duits had geleerd in het Goethe-Instituut, hier medicijnen wil gaan studeren en is opgenomen in de intensieve cursus Duits van de universiteit. Duits leren gaat hem bijzonder snel af, hij heeft een ijzeren geheugen. Hij heeft nog behoefte aan conversatie-ervaring, dus wij praten. Niet zo maar in het wilde weg, daar zijn uitgekiende programmaatjes voor en ook de gespreksonderwerpen worden telkens opgegeven. Onderwerpen waren tot nu toe: reizen en huisdieren. Zo leer je zo iemand en zijn achtergrond toch een beetje kennen.
.
Hij hield van reizen, zei hij, had in Afghanistan al veel rondgereisd, met vrienden per auto of met de bus. Vanuit Kabul naar Herat, Bamiyan, Mazar-i-Sharif. Ze logeerden dan in hotels, een enkele keer bij familie. Ze bezochten dan oude gebouwen en musea. Op mijn vraag naar de veiligheid op de wegen zei hij dat die bedroevend slecht was, er kon altijd iets gebeuren, maar daardoor liet toch niemand zich tegenhouden. Ook was hij naar India geweest, als toerist. Daar had hij olifanten gezien, een diersoort die helaas in de dierentuin van Kabul ontbrak; wel hadden ze daar een rhinoceros. Verder sprekend over dieren vertelde hij dat de dierentuin van Frankfurt hem zo beviel. De overgang naar de huisdieren was gauw gemaakt: De huisdieren waarvan hij het meest hield waren honden, zei hij. Hij had zelf ook een hond gehad, een Duitse herder die luisterde naar de naam Rex. De hond kwam echt uit Duitsland; ik vermoed dat hij vernoemd is naar de hond Rex uit die afzichtelijke televisieserie op zaterdagavond. Als ze op reis gingen met een auto mocht Rex mee, maar in de bus mocht hij niet. Veel van zijn vrienden hadden honden, vertelde hij, het was eigenlijk vrij algemeen; alleen jammer dat het hondenvoer zo duur was. Wat vrat zo’n hond dan? Hondenvoer, geïmporteerd uit Duitsland of de VS of nog een ander land, dat ben ik alweer vergeten. Niet uit het nabijere Kazakhstan of India. Kun je niet bij de slager wat slachtafval halen? Nee nee, dat ging niet, het moest wel echt hondenvoer zijn, uit een blikje of droge brokken. Wat hondenkoekjes (Hundekekse) waren wist hij gelukkig niet.
.
Het beeld rees op van een vrij welgestelde burgerjongen, die een gewoon burgerlijk leven leidde. Door toedoen van de media krijgen we hier een beeld van Afghanistan als rampland, maar er is blijkbaar ook nog veel normaliteit.

2 reacties

Opgeslagen onder Dieren, Huiswerkhulp

Huiswerkhulp: Gebiedende wijs

In het huiswerkklasje van afgelopen week moest ik ineens de gebiedende wijs uitleggen. Vaak komt het onderwerp geheel onverwacht en is de enige voorbereiding die ik heb een snelle blik in het hulpboek voor leraren—als ik de juiste bladzij op tijd kan vinden. Als ik het onderwerp beheers is er een moment van herkennen, en anders ben ik weer het slimme scholiertje van vroeger dat zijn huiswerk niet had gemaakt, maar ter plekke de schade nog probeerde te begrenzen door razensnel iets door te nemen. Eén leraar doorzag dat en prees mij soms: ‘Voor een improvisatie niet slecht, R…!’

Met de gebiedende wijs of Imperativ heb ik zelf altijd grote problemen gehad, hoewel ik al twintig jaar in Duitsland ben en daarvóór ook al Duits kende. Beleefde bevelen, zoals Setzen Sie sich! zijn niet moeilijk. Maar siehe,  sehe, lese, lies,sehet, siehet, isst, nimmt of nehme of nehmet? Ik denk dat ik in de loop der jaren veel fouten op dit gebied heb gemaakt. En omdat ik toch niet helemaal dom ben kwamen daarbij wel gevoelens van onbehagen op. Maar die leidden alleen maar tot vluchten in alternatieve constructies en niet tot een kort en zakelijk naslaan in een grammaticaboek, wat zeker tot de mogelijkheden had behoord. Gelukkig was ik nooit in een positie om veel bevelen uit te delen. Maar nu moest ik het uitleggen aan Syriërs, en twee oude onderwijsprincipes traden aan de dag.

  • De leraar is una hora doctior, één uur geleerder dan de leerlingen.
  • De leraar leert het meest van zijn eigen onderwijs.

Want hij blijkt nogal eenvoudig, die Duitse Imperativ, eigenlijk net zo eenvoudig als de Arabische. Je neemt de du-vorm van het praesens, dan schrap je du en de uitgang -st, en ziedaar.

Du trinkst –> Du trinkst –> Trink!
Du nimmst –> Du nimmst –> Nimm!

Bij het meervoud is het nog simpeler. De ihr-vorm en dan zonder ihr:

Ihr macht –> Ihr macht  –> Macht!
Ihr seht –> Ihr seht   –> Seht!

De lacune in mijn kennis dateert waarschijnlijk van een gemiste les op school, inmiddels ruim vijftig jaar geleden. Rare vormen als sehet zullen wel uit mijn omgang met oude teksten te verklaren zijn.

Nu heb ik het dus via mijn Syrische leerlingen geleerd. Ik denk dat ik voortaan eens wat vaker bevelen ga uitdelen. Omdat ik het kan.

3 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Huiswerkhulp, Taal

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 7

In de Lernwerkstatt zijn maar weinig ‘Arabieren’, d.w.z. Syrische vluchtelingen, domweg omdat die nog niet ver genoeg zijn om zelfstandig hun talenkennis te willen verdiepen. Er komt één Syrisch meisje, met veel doeken om en erg verlegen. De leiding besloot terecht dat zij beter niet door een man geholpen kan worden; ze heeft al problemen genoeg. Andere Syriërs ontmoet ik in het donderdagse huiswerkklasje, wat iets anders is.

Gisteren met een ruim dertigjarige man uit Iran gewerkt, die echter een Turkse taal, waarschijnlijk Azerbeidzjaans, als moedertaal heeft. Een vijfde deel van de Iraanse bevolking is turkstalig. Ik kon bij hem geen problemen bij het leren van Duits constateren; het ging goed en hij is gemotiveerd. Als automonteur met achttien jaar ervaring popelt hij om aan het werk te gaan. Dat zal zeker lukken, want er is vraag naar zijn soort, al zal hij goed Duits moeten kennen om ingewikkelde handleidingen te kunnen lezen en waarschijnlijk nog moeten bijleren over computers in auto’s.

Op het gebied van taal moet hij een moeilijke tijd hebben gehad toen hij leerplichtig werd. In het Turks opgegroeid kreeg hij op school, pats! ineens onderwijs in het geheel niet verwante Perzisch. Allicht zal men pedagogisch weinig rekening gehouden hebben met zijn anderstalige achtergrond. Hoewel het feit dat de andere schoolkinderen ook turkstalig waren een groepsgevoel gekweekt moet hebben. Moesten ze in de hoek staan, kregen ze tikken als ze Turks spraken op school? Ik weet niet hoe het daar toegaat.

Tweetaligheid kan een voordeel zijn, maar een nadeel wanneer die iemand op hardvochtige wijze opgedrongen krijgt. Drie- of meertaligheid kan tot nultaligheid leiden, zoals ik me van Marokkanen in Nederland herinner. Als Berber geboren, Marokkaans Arabisch op straat geleerd, verplicht Hoogarabisch en Frans op school, en vervolgens ook nog Nederlands: daar kun je behoorlijk gek van worden, vooral als je niet zo’n intellectueel type bent.

De leidster zei blij te zijn dat ik deze Turko-Pers onder mijn hoede had genomen, omdat zij een menselijk probleem met hem had. Ik helemaal niet, ik vond hem aardig en open. Maar zij vertelde dat hij opdringerig tegen haar deed. Het probleem is dat zulke mannen in Iran, en steeds vaker ook in de Arabische landen, niet meer geleerd hebben normaal met een vrouw om te gaan. En dan nog wel een vrouw in een luchtig jurkje, want het is zomer nu. Toch moeten ze dat ook leren, maar hoe? Taalonderwijs is daarvoor niet het juiste middel. Hoewel, in het leerboek stond een zin over een vrouw die Mechanikerin van beroep was, automonteur dus. Grote verbazing; ik legde uit dat die in Duitsland inderdaad bestaan, al zijn het er niet erg veel. Hij geloofde het maar nauwelijks. Alweer een barst in een mannelijkheidsbeeld.

En ik weet ook niet hoe opdringerig hij geweest was. Om precies te zijn: de leidster zei dat hij te dicht bij haar kwam. Inderdaad kwam hij ook erg dicht bij mij. Maar ik weet al lang dat dat niets bizonders is: het ene volk bewaart meer afstand dan het andere. Engelsen zijn kampioen in afstand bewaren; Nederlanders komen op een goede tweede plaats. Maar in de Arabische landen bewaren mannen en vrouwen binnen hun groep heel weinig afstand, en juist heel veel afstand tot leden van de andere groep; misschien is de situatie in Iran vergelijkbaar. Voor deze Iraniër loopt het rolgedrag in Duitsland op verwarrende wijze door elkaar en dus ook de distantieregel; zou het zo iets zijn? Zou kunnen, maar het kan ook zijn dat gewoon de biologie zijn werk deed.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Huiswerkhulp

Huiswerkklasje 1

Mijn vaste huiswerkklasje bestaat (of bestond althans gisteren) uit drie personen: twee Syriërs en een Ethiopische vrouw. Dat vond ik jammer, want vanwege die vrouw mocht ik dus geen Arabisch spreken. Maar zie aan, ik zag haar vlot Arabisch schrijven in haar schrift en zij bleek die taal goed te kennen: ze stamt uit het islamitische Harar, waar blijkbaar ook Arabisch gangbaar is. Misschien is ze analfabete in haar Ethiopische moedertaal en is zij op een Saoedische missieschool geweest?

Abd al-Rahman stelt mij voor een raadsel: Ongeveer dertig jaar oud, zeer vlijtig, maakt altijd zijn huiswerk, heeft al een grote woordenschat, maar slaagt er niet in zinnen te vormen. Hij zegt zoiets: als ‘bar iets drinken’ ‘vroeg naar bed gaan’ en ook als er een context is ik hem een voorzetje geef en bij voorbeeld een zin met ‘zij’ wil horen, slaagt hij er niet in om te zeggen ‘zij gaat vroeg naar bed’ o.i.d. Ik heb hem niet één volzin horen zeggen. Wat van leerlingen van leerboek deel drie wel verwacht wordt, en wat de anderen ook makkelijk kunnen. Er zal/zou een psycholoog nodig zijn om te begrijpen wat dat is bij zo’n man.

Op grond van mijn verblijven in het Midden-Oosten ben ik geneigd mij in de leerlingen te verplaatsen en het Duitse leerboek tijdelijk met Arabische ogen te zien. En dan is Duitsland wel een heel raar land. Duitsers vieren blijkbaar de hele tijd feesten en schaffen dure dingen aan. Als ze onverwacht een vriend of vriendin tegenkomen gaan ze samen in een bar iets alcoholisch drinken. Verder zijn het ongelofelijke zeurpieten: een vrouw in het boek klaagde dat haar reis een Katastrophe was geweest: de bus had pech gekregen onderweg, ze had daardoor de trein gemist enz. Wel weer aardig was, dat haar gesprekspartner dit gezeur probeerde af te blokken, maar ze ging maar door. In Duitsland is zoiets een realistisch gesprek. Een enigszins moeizame reis een catastrofe te noemen …? De leerlingen hebben wel andere reizen en catastrofes meegemaakt. Nu moeten ze wennen aan Duitse werkelijkheden.

Wat is een Katastrophe? werd er natuurlijk gevraagd. Op dat ogenblik kwam ik niet op het Arabische woord kāritha; later thuis weer wel. Ik moest het dus omschrijven: oorlogshandelingen, overstromingen, vulkaanuitbarstingen. O ja, dat kenden ze. En dan uitleggen dat die vrouw sterk overdrijft door dat woord te gebruiken: de hyperbool (mubālagha). Ja, toen snapten ze het wel.

Duitsers hebben blijkbaar vaak een hond en nemen die mee in hun woning: walgelijk. En ze vragen: ‘Hoe gaat het met uw vrouw?’ Taboe: zoiets vraagt een man niet, dat hoort niet. Een exotische zin was nog: ‘Ik kon niet komen, want mijn hond was ziek.’ Totaal onbegrijpelijk.

Een jongeman in het boek schreef een e-mail aan een vriend, die gisterenavond niet op zijn (alleen maar gezellig bedoelde) afspraak was verschenen. ‘Wat is er gebeurd? Ik heb je wel drie keer opgebeld.’ In Egypte wordt er nooit op gerekend dat iemand echt komt opdagen; er kunnen immers ‘omstandigheden’ (zurûf) zijn.

Een vraag-en-antwoordoefening over ‘Wat zijn je meest geliefde familieleden, en waarom?’ vond ik wat hachelijk en heb ik maar overgeslagen. Bij vluchtelingen kan het immers zo zijn dat geliefde familieleden net zijn omgekomen.

 

1 reactie

Opgeslagen onder Huiswerkhulp

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 6

De Lernwerkstatt was woensdag ongeveer net als vorige week, alleen met weer een andere Iraniër, die al aardig kon babbelen en dat ook wilde doen: over sollicitatie, ontslag nemen of krijgen, arbeidsrecht en vakbonden. Ik heb geen taalkundige problemen als ik daarover moet praten, maar weet soms gewoon te weinig van de onderwerpen.

Arabieren komen daar momenteel niet, ik denk wegens Ramadan. Iraniërs zijn ongelovig en vasten niet.

Op vrijdag kreeg ik voor het eerst een vast klasje huiswerkhulp. Dat was een makkie, want ik hoefde alleen maar de oefeningen in het boek te volgen, daar werd ik dus niet moe van. Het boek had iets lastigs gedaan: de leerlingen hadden juist de reflexieve werkwoorden met sich behandeld bekregen: sich bewegen, sich fühlen enz. en toen stond er ineens in een leestekst: Man trifft sich im Café. Maar dat is een ander sich, niet reflexief maar reciprook. Hoe moest ik dat nou weer uitleggen? Each other, l’un l’autre, dat herkende niemand. Ik zal het thuis even moeten voorbereiden. Gelukkig zie ik dat groepje volgende week weer. (Zinnen zoals Kaffee trinkt sich am besten warm (passiefvervanging) zal ik maar laten zitten; dat wordt te gek. Ook voor de zin van Karl Valentin: Heute mach ich mir eine Freude und besuche mich selbst is het nog veel te vroeg.)

1 reactie

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Vluchtelingen

Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 5

  1. Gisteren twee uur gewerkt met dezelfde Mohammed als vorige week. Gespreksthema’s: kleding en apparatuur. Loopt goed.
  2. Vanochtend ingewerkt in een vast huiswerkklasje dat volgende week begint, direct in aansluiting aan de cursus. Het was twaalf uur; ondanks de grote hitte liet niemand merken moe te zijn van het vasten.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Huiswerkhulp