Categorie archief: Geschiedschrijving

Landname

Het woord Landnahme kwam weer eens voorbij: de Landnahme van de oude Israëlieten. Hoe zou dat in het Nederlands heten? vroeg ik me af. Welnu, dat bleek nogal eenvoudig: gewoon ‘landname’. Het staat in de Wiktionary, en Van Dale wijst zelfs op de herkomst van het woord: een heer Knuttel, die in 1937 schreef over de Frankische landname, heeft het woord naar analogie van het Duits gecreëerd. Het betekent volgens Van Dale: ‘(hist.) het in-bezit-nemen van land door de oudgermaanse volkeren’— dat zullen dus die Franken van Knuttel zijn—en volgens Wiktionary: ‘settlement or occupation of (new) land (from the settlers’ or occupiers’ perspective)’.
.
Er zijn in de wereldgeschiedenis heel wat landen genomen. Duitsland door die oudgermaanse volkeren, en bij voorbeeld Hongarije, dat al meer dan duizend jaar geleden werd bezet door Magyaren uit Centraal-Azië, die het zelf ook altijd over hun Landnahme hebben. De oude Israëlieten namen Palestina; de moderne Israëli’s deden nog eens hetzelfde, ‘opdat de Schriften vervuld werden’. De Europeanen namen vrijwel geheel Amerika; de Britten koloniseerden Australië en Nieuw Zeeland.
.
Ooit was de wereld zo leeg, dat een zwervende stam zich eenvoudig ergens kon vestigen zonder anderen daardoor lastig te vallen. Maar die tijd is allang voorbij. From the settlers’ or occupiers’ perspective wordt er nog steeds wel gedaan alsof het genomen land daarvoor new was, geheel leeg dus, maar dat is niet zo. Alleen, wie daar vroeger woonde herinnert men zich liever niet meer. Kelten, Bataven, Kaninefaten, nooit meer iets van vernomen. Over de Hunnen en Avaren die in Hongarije woonden vóór de Hongaarse landname wil de doorsnee Europeaan ook niets weten. Van het oude Palestina is dank zij de Bijbel nog vaag iets bekend: ‘mijn vader was een zwervende Arameeër,’ maar die oude Israëlieten wilden sedentair worden en de Hethiet, de Fereziet, de Jebusiet en de Filistijn moesten maar een eind opzouten—die hadden sowieso de verkeerde godsdienst ook. In Amerika waren pokken, mazelen en alcohol zeer effectief in het uitdunnen van de oorspronkelijke Indiaanse bevolking, maar de nieuwe landnemers staken graag een handje toe bij de verdere uitroeiing daarvan.
.
Landname is dus geen sympathieke bezigheid, want er zijn altijd vroegere bewoners het slachtoffer van. Wat is het verschil met verovering? Ik weet het niet precies: bij verovering klinkt er iets mee van legers die een land binnentrekken en dat op militaire wijze tot overgave dwingen, terwijl het bij landname misschien eerder gaat om een gestaag binnendruppelen, een reeks van voldongen feiten. Minder soldaten, meer settlers; zoiets?
.
Wat zijn dat voor lui, die landnemers? De meesten waren en zijn economische migranten. Vaak waren zij op de vlucht voor armoe en honger (19e eeuw: Ieren, Noord- en Oosteuropeanen, Duitsers, Italianen, kortom: Europeanen). Anderen hadden weliswaar geen honger maar wilden hun positie verbeteren. De oude Israëlieten hadden genoeg van zwerven, kregen zin in melk en honing en een boerderijtje. De Hunnen, Turken en Magyaren hadden in Centraal-Azië Lebensraum genoeg, maar wilden wel eens deel hebben aan de betere levensvoorwaarden die zij onder andere in Europa ontwaarden. En niet-hongerende Europeanen trokken eveneens als schatgravers de wijde wereld in.
.
Economische migranten zijn meestal wel te onderscheiden van vluchtelingen die op de loop gaan voor oorlog of vervolging (Joden, Palestijnen, Joegoslaven, Syriërs). Daar zijn er meestal niet zo veel van; bovendien gaan zij dikwijls weer terug naar hun land van herkomst als de noodtoestand daar niet langer bestaat.
.
Hoe dan ook, een landname betekent meestal weinig goeds voor de bewoners van het land dat genomen wordt. De mensen in Europa die bang zijn voor oprukkende vreemdelingen voelen dat goed aan, misschien omdat zij wel weten hoe dat in Amerika en Palestina is gegaan. Maar wat zij niet beseffen is dat er de laatste tijd bij ons maar erg weinig economische migranten zijn verschenen. De meeste immigranten zijn immers door Europeanen als goedkope arbeidskrachten hierheen gehaald—door rechts overigens, niet door links. In de toekomst zullen dat er nog wat meer worden, omdat de verouderende arbeidsbevolking moet worden vervangen. De klantjes van Wilders en Baudet gaan namelijk geen poot uitsteken om de welvaart op peil te houden.
.
Nee, bij een echte landname gaat het om veel grotere groepen; zoiets is hier nog helemaal niet aan de orde geweest. Als Turkije (80 miljoen inwoners) zou instorten, als Egypte (95 miljoen) in chaos zou verzinken, of als er grote groepen mensen ten gevolge van de klimaatverandering in nood geraken,1 ja dán kunnen er volksverhuizingen gaan plaats vinden, en daartegen zullen rollen prikkeldraad, een ‘vluchtelingenbeleid’ of zwaaien met nationale driekleuren geen enkel effect hebben. Maar dat is nog niet actueel. De angst van de kleinburger komt dus veel te vroeg.
.
Waarom worden mensen economisch migrant? Omdat het hun in het eigen land niet zo goed gaat. Dat is goed te begrijpen en daarom herhalen we dikwijls dat ‘de vluchtoorzaken in die landen’ moeten worden weggenomen. Maar dat menen we natuurlijk niet, want armoede, uitbuiting en corruptie daarginds zijn juist noodzakelijke voorwaarden voor ‘onze manier van leven’.
.
Tja. Om met mijn vroegere hospita te spreken: dan wachten we maar af van de dingen die komen gaan.

NOOT
1. Waar blijven bij voorbeeld de 160 miljoen Bangladeshi’s als hun land onder water loopt? Het is overigens goed denkbaar dat ook Nederlanders moeten gaan verkassen. Het lieve vaderlandje is erg gevoelig voor de stijging van de zeespiegel, en een of ander kabinet Bruin III verzuimt waarschijnlijk de dijken te verstevigen. In mijn berging kan ik twee Nederlanders onderbrengen op een stapelbed, maar de rest zal toch echt onder een brug moeten slapen.

2 reacties

Opgeslagen onder De mens, Europa, Geschiedschrijving

Belangrijk

Soms denk ik even — maar ik durf het nauwelijks te denken en het moet onder ons blijven — soms denk ik dat ik in plaats van vrijblijvende stukjes over hap-snap-onderwerpen, die het karakter van een aardigheidje hebben, iets samenhangends en dwingends zou moeten schrijven over iets wat er werkelijk toe doet: de koloniale geschiedenis. Want het is mijn overtuiging dat de malaise die in Nederland om zich heen grijpt wordt veroorzaakt door twee zaken: de verdwijning van het christelijk geloof en het ‘vergeten’ van het koloniale verleden. Zowel de malaise als een perspectief op een remedie heeft Nederland gemeen met de ex-koloniale mogendheden om ons heen.
.
Waarom is dit idee zo gewaagd, voor mijn doen? Omdat het zou betekenen dat ik in Nederland moest wonen, dicht bij de bibliotheek van Leiden en de archieven van Den Haag. Hier kun je zulk werk niet doen.

7 reacties

Opgeslagen onder Geschiedschrijving, Nederland

Onweten 2: het geval Mohammed

Mohammed was een belangrijke figuur uit het verleden die de loop van de geschiedenis veranderd heeft. Daarom wil men sinds een eeuw of twee graag een biografie of tenminste een encyclopedie-artikel over hem lezen. Maar er is niet veel over hem bekend. Hij moet in het eerste derde van de zevende eeuw geleefd hebben. Als geboorte- en sterfjaar staan meestal 570–632 genoteerd, maar over beide jaartallen bestond al in de vroegste islamitische bronnen geen eenstemmigheid, en bij moderne geleerden al helemaal niet. Zeker is wel dat hij in Arabië woonde, en de kernfiguur was in wat wel genoemd is de koranische beweging, die tot vereniging van de Arabische stammen en tot een nieuwe variant van het monotheïsme heeft geleid. Die verenigde stammen wisten kort daarop het hele Perzische en het halve Romeinse Rijk te onderwerpen, maar toen was Mohammed al dood. In de koran wordt Mohammed drie keer, of was het vier keer? bij name genoemd, maar veel informatie bevatten die teksten niet. In vroege niet-islamitische teksten wordt hij af en toe ook vermeld, maar ook daarvan worden we niet veel wijzer.

Ik overdrijf hierboven misschien een tikje, maar niet veel. Terwijl we van Jezus nog enkele splinters, nee niet van het kruis maar van aan hem toegeschreven uitspraken bezitten (de bron Q), is Mohammed vrijwel geheel onzichtbaar in de mist van de geschiedenis. Ook geleerden met een uitgesproken heimwee naar een gezellige biografie van de profeet moeten toegeven dat er maar heel weinig materiaal is.

Er zijn echter mensen die menen toch heel veel over Mohammed te weten. In de eerste plaats zijn dat moslims, die dank zij koranuitleg heel veel over hun profeet in de koran kunnen lezen. Bovendien hebben zij een groot corpus aan Hadithteksten ter beschikking, berichten over uitspraken en handelingen van de profeet, die zij als historische bron beschouwen. En daarbovenop komt dan nog de biografische literatuur, de Sira, waaruit zij de niet-aanstootgevende delen gebruiken.

Andere veelweters over Mohammed waren of zijn de niet-islamitische geleerden in het Westen (oudere of ouderwetse ‘oriëntalisten’) en vooral hun populairwetenschappelijke navolgers. Zij hechten meestal weinig waarde aan Hadith als historische bron en zijn veel terughoudender dan moslims in het gebruik van koranuitleg om in de koran iets historisch te ontdekken; vaak willen zij van dat laatste helemaal niet weten. Daarentegen putten zij maximaal uit de Sira-bronnen, en allang niet meer alleen uit de bekende Sira van Ibn Ishaq (gest. 767) in de editie van Ibn Hisham (gest. ± 828). Bovendien wisten of weten zij grote hoeveelheden andere historische bronnen voor hun biografieën te exploiteren.

De activiteiten van beide groepen hebben grote hoeveelheden boeken en boekjes over Mohammed voortgebracht, die elkaar meer beïnvloed hebben dan men misschien zou verwachten. Al die werken en werkjes behandelt Kecia Ali in een boek met de smakelijke titel: The Lives of Muhammad (Harvard University Press 2014).

Bezitters en verkondigers van ongefundeerde anti-islamgezinde meningen plukken meestal wat flarden uit zowel islamitische bronnen als oudere oriëntalistische werken.

U vermoedt het al: hier broeit weer iets voor mijn vakbloek.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Geschiedschrijving, Godsdienst, Islam, Nabije Oosten

Onweten 1

Er is er een jarig, hoera, hoera, dat kun je wel zien, dat is William Shakespeare. Vierhonderd jaar geleden gestorven, en wereldberoemd vanwege een prachtig oeuvre van toneelstukken en sonnetten, dat vraagt om een herdenking. Vandaar dat het nu Shakespeare-jaar is. Dat voert natuurlijk tot talloze opvoeringen van zijn stukken en dat is fijn.

Maar wie was William Shakespeare? De weinige harde feiten over de man die zo heette passen niet bij het grote en erudiete werk dat op zijn naam staat. Het onderzoek kort samengevat: we weten helemaal niets over hem, en dat al langer dan een eeuw.

Maar kort samenvatten is niets voor de radio, de televisie en de gedrukte media. In dit Shakespeare-jaar heb ik al zeker tien lange programma’s en artikelen langs zien komen waarin uitvoerig uit de doeken werd gedaan dat we helemaal niets weten over de auteur. En het is pas april!

Hoe beroemder iemand is, des te dringender het verlangen iets over hem te weten. In mijn vak kom ik dat tegen bij Mohammed. Nog zo iemand over wie maar snippers bekend zijn, maar over wie de mensen heel veel willen weten en dus eindelooos ouwehoeren. En echt niet alleen moslims.

Op kleinere schaal komt ik dit ongewenste onweten ook tegen bij mijn lectuur over de Rotskoepel in Jeruzalem. Een mooi en belangwekkend gebouw, maar waarom heeft kalief Abd al-Malik dat in 692 laten neerzetten? We weten het niet. En daar wil ik het dan maar bij laten.

1 reactie

Opgeslagen onder Geschiedschrijving, Literatur

Late wetenschap

Dezer dagen zit ik te schrijven aan een wetenschappelijk artikel over de hidjra van de profeet Mohammed, de emigratie van Mekka naar Medina in 622. Het mag niet meer dan 2000 woorden beslaan, maar zal wereldwijd gelezen worden, want het is voor de Encyclopaedia of Islam. Een leuke klus, vooral omdat mijn leven nu achter mij ligt, niets er meer toe doet en ik dus niet meer hoef te tobben. Tien jaar geleden zou ik vreselijk geleden hebben tijdens het werken, of liever gezegd het niet-werken, aan zoiets voor een groot publiek, maar dat schijnt over te zijn.

Het is ook leuk omdat het zo weinig woorden mogen zijn, terwijl er toch een heleboel in moet staan. En het wordt Grundlagenforschung! Nee, geen samenvatting van wat anderen geschreven hebben, zoals voor minder degelijke encyclopedieën gedaan wordt. Ik begin bij nul, bekijk alle bronnen en heb al enkele ideeën over dit onderwerp die nog niemand heeft gedacht. Het wordt zo origineel dat het zelfs nog maar af te wachten is of de redactie het zal accepteren. Vaak horen de mensen immers liever wat ze al weten.

Anders komt het in mijn bloek, maar ik zie toch wel graag weer eens iets gedrukt. Zelfs ik heb af en toe wat erkenning nodig: een zacht en anoniem applausje uit verre landen, gespreid over jaren; dat is genoeg.

Naschrift 22.2.2016: De redactie heeft het artikel met enthousiasme geaccepteerd.

1 reactie

Opgeslagen onder Geschiedschrijving, Schrijven

Historisch 2: Abd al-Malik

Enkele dagen geleden deed ik mijn voornemen kond, een nieuw lees- en allicht ook schrijfproject aan te snijden, over de oude Arabische kalief ‘Abd al-Malik. Ik ben me enthousiast aan het inlezen, maar ik vind het nu al moeilijk. De keus was, dacht ik, tussen een historische roman en een populairwetenschappelijk geschiedwerkje. Van die roman is het zeer onzeker of ik zoiets zou kunnen schrijven; dat andere krijg ik eerder voor elkaar, omdat het lijkt op de schetsen die ik aflever in mijn vakbloek. Maar bij het lezen en voorbereiden krijg ik tegenwind uit een onverwachte hoek: de wetenschap! Steeds weer dreig ik af te glijden in de wetenschap. Dat zou fataal zijn: ik houd niet van wetenschap, ik ben er niet goed in, zij is erg tijdrovend en zou zelfs mijn laatste levensfase geheel kunnen bederven.

Hou het luchtig! Het mooiste is toch altijd als je iets belangrijks zegt vanuit de losse pols.

4 reacties

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Geschiedschrijving, Nabije Oosten, Persoonlijk

Historisch

‘Waarom schrijf je niet eens een historische roman?’ vroeg L., terwijl we in haar woonkeuken zaten te eten. Het antwoord is eenvoudig: omdat ik dat niet kan. Ik heb maar twee kleine splintertjes fictie geschreven en die zijn niet wereldberoemd geworden. Toch begon het meteen te malen in mijn hoofd: nog vóór het toetje had ik al een onderwerp en een indeling in hoofdstukken. Een duidelijk geval van openbaring. Dat ga ik in ieder geval op papier werpen; als het dan al geen historische roman wordt zit er misschien toch een populairwetenschappelijk geschiedwerkje in. En als het dat ook niet wordt heb ik tenminste een tijd lang systematisch oude teksten gelezen, waarvan ik verslag kan doen in mijn vakbloek.

Welk onderwerp dan? Dat wordt kalief ‘Abd al-Malik (reg. 685–705). Nu wendt U zich teleurgesteld af: waarom zou iemand iets willen weten over een of andere ouwe kalief? Omdat hij een afwisselend en wreed leven heeft geleid—op de munten staat hij met een zwaard en een zweep—, maar vooral omdat hij volgens mij in grote mate de architect is van de islam. Of beter: van een islam. Honderd jaar later zag die er alweer anders uit. Maar Mohammed en ‘Abd al-Malik, dat zijn de stichtersfiguren. De functie van Mohammed is in grote lijnen bekend. ‘Abd al-Malik heeft zestig jaar na diens dood de Rotskoepel in Jeruzalem gebouwd en daarmee afscheid genomen van het christendom. Hij heeft het Arabische Rijk opgebouwd, waarin Arabisch de dominante taal werd en de islam de belangrijkste godsdienst. Bovendien heeft hij, door de geschiedenis van Mohammed en de vroegste islam te laten optekenen, een staatsideologie ontworpen die in alle delen van zijn aanvankelijk zo verdeelde rijk aanvaardbaar was. Je zou kunnen zeggen dat hij Mohammed in model heeft geduwd/laten duwen. Voor zolang het duurde dan; ook Mohammed bleef nog vormbaar.

En omdat de Nederlanders sinds vijftien jaar dag in dag uit met de islam bezig zijn wordt een boekje over deze figuur dus een onverbiddelijke bestseller—maar niet heus.

Dit project gaat natuurlijk even duren. De eerste resultaten – if any – zal ik te zijner tijd niet hier laten zien, maar in mijn werkkeuken: het Leeswerk Arabisch en Islam.

Over de eerste vijfendertig levensjaren van ‘Abd al-Malik is overigens niet veel bekend. Dat zou eigenlijk toch voor een historische roman pleiten. Dan kon ik hem tenminste het nachtleven in Medina laten genieten met de dichter Farazdaq.

NASCHRIFT: Een begin is gemaakt.

2 reacties

Opgeslagen onder Bildung und Uni, Fictie, Geschiedschrijving, Islam, Nabije Oosten, Persoonlijk