Categorie archief: Europa

Mantua en Padua: paarden

In het Palazzo Te in Mantua is een zaal die gewijd is aan paardenschilderingen (afb. 1). Federico Gonzaga hield namelijk van paarden, hij fokte ze zelf en schonk graag vrienden en relaties een mooi dier uit zijn stoeterij. Enkele van zijn meest geliefde paarden liet hij door zijn hofschilder Giulio Romano in fresco’s op de wand portretteren (afb. 2–4). Ze zijn optisch naar voren gehaald, zodat het net lijkt of ze dichtbij ons zijn.
.
Zelf geen paardenmens zijnde heb ik toch een idee van hoe een paard eruit ziet. Die paarden van Romano lijken anatomisch niet helemaal te kloppen. Of laat ik me voorzichtiger uitdrukken: komen niet helemaal overeen met het idee ‘paard’ dat ik in mijn hoofd heb—want dat idee is bij mij eerder door afbeeldingen ontstaan dan door de omgang met echte paarden. Maar paarden hebben toch wat bolligere buiken? Op schilderingen door mindere kunstenaars klopt er nog minder van. Olifanten, kamelen en eenhoorns worden door die Renaissance-schilders ook niet goed getroffen, maar dat is hun te vergeven, want die beesten kregen ze vrijwel nooit te zien. Paarden wél; daar liepen er honderden van door de stad.
.
In Padua staat voor de kerk van de H. Antonius ‘het’ paard: dat van Gattamelata, in brons gegoten door Donatello in 1453 (afb.5). Dat paard is wél goed gelukt, erg goed zelfs. Het eerste behoorlijke bronzen paard sinds de Romeinse tijd. Het linker voorbeen rust op een (bronzen) steen, omdat Donatello blijkbaar nog niet in staat was, het been in de lucht te laten zweven. Dat zou een tijdje later wel lukken.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Dieren, Europa, Kunst

Herbouwd verleden

In Italië is veel moois te zien, maar veel ook niet. De overheden houden soms gebouwen gesloten om de vermoeide voeten van de toeristen te ontzien en de suppoosten wat vrije dagen te gunnen. Andere bezienswaardigheden zijn ‘wegens restauratie gesloten’ (afb. 1). Veel staat in de steigers—wat wijst op een volle schatkist en/of op het inzicht dat er met oude gebouwen geld te verdienen valt (toerisme).
.
Al die prachtige oude steden zijn voor een deel reconstructies. Honderd jaar geleden waren ze vaak nog een vervallen zooitje (afb. 2–3). Een kras voorbeeld is de oudste kerk van Mantua, de San Lorenzo, die dateert van voor 1100. In 1907 werd deze kerk herontdekt: het ingestorte gebouwtje ging schuil achter een rijtje woonhuizen en had meer het karakter van een ruïne (afb. 3–5). Sindsdien is het op voorbeeldige wijze opgeknapt en nu staat er een frisse, nieuwe rotunda uit de elfde eeuw, die aan Konstantinopel en Ravenna doet denken (afb. 6–7). En de frisse kleuren van al die wandschilderingen? Het zou me niet verbazen als die er voor de uitvoerige restauraties ook heel wat fletser uit hebben gezien.
.
In Marburg was het niet anders. Omstreeks 1970 was het een modderige collectie oude huizen, waarvan de muren meestal bekleed waren met grijs stuckwerk of met schindels (afb. 8). De toenmalige burgemeester stelde voor de binnenstad door fris beton te laten vervangen. Er werd een begin gemaakt met de sloop van enkele oude huizen, en op hun plaats werden nieuwe zielloze bouwsels neergezet. Toen echter werd de bevolking boos: dít wilde men niet, er kwam een opstand en het resultaat was een omvangrijk restauratieplan, natuurlijk met behulp van Monumentenzorg. Het was in een tijd dat er nog heel veel geld was in Duitsland. Van vele huizen werd het oude Fachwerk weer blootgelegd (afb. 9); anderen werden geheel opnieuw opgebouwd. Tegenwoordig ziet Marburg eruit als een alleraardigst historisch stadje. Wel hebben alle huizen nu een WC en een douche; het leven van de bewoners moet natuurlijk niet al te historisch worden. Het Dreckloch is een straatje dat bestaat uit een steile trap. Daar werden vroeger de faecaliën vanuit het kasteel en de bovenstad naar beneden gestort; nu is er halverwege een aardig cafeetje. Het straatje is onlangs omgedoopt in Enge Gasse; niet uit schaamte over het stinkende verleden, maar omdat studenten steeds het straatnaambordje stalen.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Marburg

Mantua, Palazzo Te

Het Palazzo (del) Te is een groot en schitterend paleis, dat Federico II, markies van Gonzaga, tussen 1524 en 1530 liet neerzetten even buiten zijn stad Mantua. Het oude kasteel was wel erg ongezellig (afb. 1), en de bruidskamer aldaar, al had hij nog zulke mooie wandschilderingen, was alleen te bereiken over een lange trap, zodat het niet meeviel daar een bruid over de drempel te dragen. Iets eenvoudigs en lichts moest er komen. Vasari schrijft over het plan:

  • ‘[Giulio Romano en markies Federico II Gonzaga] gingen naar buiten, een kruisboogschot verwijderd van de San Bastiano-poort, waar Zijne Excellentie een plaats en wat stallen bezat genaamd Te. Daar aangekomen zei de markies dat hij, zonder de oude muur te willen bederven, graag iets van een optrekje zou inrichten om zich eens te kunnen terugtrekken voor een middag- of avondmaaltijd, voor zijn plezier.’ 1

Geld was er genoeg, dus het werd toch wat groter. Tarááá!


Van binnen is het nog indrukwekkender dan van buiten (afb. 2–5). Romano heeft het paleis niet alleen gebouwd, maar ook vele zalen van fresco’s voorzien, waaronder heel, heel mooie. Romano wordt wel een leerling van Rafael genoemd; dat was hij inderdaad jaren lang, maar het lijkt soms als een belediging te klinken: de man was een groot kunstenaar op eigen kracht, forget Rafael.
Meubels staan er niet meer in het paleis: het werd ooit geplunderd en alleen wat op de muren en plafonds zit is bewaard gebleven, maar dat is heel veel. Een hoogtepunt is wel het plafond van de Reuzenzaal (afb. 6)2.
Een ‘geheim’ paviljoen achter in de tuin was er ook (afb. 7); daar kon de markies zich ongestoord vermeien met een dienstertje, dame of eventueel echtgenote. Wat latere schilderingen daar herinneren de gebruikers aan de landlieden die al deze luxe mogelijk maakten (afb. 8).
Enkele zalen in dit paleis zullen nog bijzondere aandacht krijgen.

NOOT:
1. [Giulio Romano e il marchese Federico II Gonzaga] se n’andarono fuor della porta di S. Bastiano, lontano un tiro di balestra, dove sua eccellenza aveva un luogo e certe stalle chiamato il T(e) […] E quivi arrivati, disse il marchese che avrebbe voluto, senza guastare la muraglia vecchia, accomodare un poco di luogo da potervi andare ridurvisi al volta a desinare o a cena per ispasso. (Giorgio Vasari, 1568)
2. Hier vindt U een zeer scherpe, door clicken nog vergrootbare foto van dat plafond.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Kunst

Antonius van Padua

Als niet-katholiek dacht ik nooit aan de heilige Antonius van Padua, maar dat veranderde toen ik in zijn stad voor en achter zijn kerk stond (afb. 1-3). Wat groot en mooi en oud (13e eeuw)! Binnen zijn er veel mooie schilderingen, maar ook veel late en lelijke en ik was na een week Italië nogal fresco-moe, dus besloot ik vooral het gebouw zelf weldadig op te me laten inwerken, zoals ik dat in een moskee doe. Er waren veel toeristen, maar ook veel pelgrims, die in bussen aankomen en door hun aanvoerder met een vlaggetje over het terrein geleid worden, zingend soms. Voor degenen die een driedimensionale voorstelling van de heilige nodig hebben staat er een beeld van hem voor in de kerk (afb.4). Daarna komt het graf in een reusachtige en schitterende kapel, waar mensen in gebed verzonken zijn (afb. 5–6). Ook toevallige passanten nemen de gelegenheid waar even een gebedje tot de heilige te richten. Het gaat om wat moslims shafā‘a noemen: de voorspraak die een heilige doet bij God, tot wie men zich blijkbaar niet direct durft te richten—wat protestanten wél doen.
.
Een moment van vervreemding: dit zijn gewone mensen net als ik, maar waarom doen zij zo raar? Of ben ik raar?
Het wordt nog vreemder: er loopt een rij mensen door een barokkapel met talloze reliekschrijntjes (afb. 7). Want niet het hele lichaam van de heilige is in zijn graf beland: allerlei delen die niet zijn vergaan worden apart bewaard. Ware ik katholiek, ik zou proberen zegen te putten uit zijn onverteerd gebleven tong en stembanden, zodat ik beter en langer zou kunnen zingen (middelste nis, reliek nr. 9 en 11. De kin komt ook van pas: nr. 10).
.
Of Antonius kon zingen weet ik niet, preken kon hij wel. Dat vonden ook de autoriteiten in Rimini, die hem vreesden en hem het preken verboden. In de kerken waar hij het probeerde verscheen dan ook niemand, dus preekte hij maar tegen de vissen, die aandachtig naar hem luisterden (afb. 8). Of deed hij het om de H. Franciscus te overtreffen, die tot de vogels predikte?
.
In de naast de kerk gelegen twee oratorio’s (vergaderzalen voor profane broederschappen; afb. 9) weer prachtige wandschilderingen, die nogmaals duidelijk maakten waarom er zoveel weldadige werking van Antonius uitgaat. Hij verrichtte inderdaad wonderdaden zonder tal: een kind dat in een pot kokend water was gevallen bracht hij weer tot leven (afb. 10), een voet die was afgehakt zette hij er weer aan (afb. 11), enzovoort enzovoort.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Europa, Fictie, Godsdienst, Kunst

Sabbioneta

29 juni. In 1556 behaagde het hertog Vespasiano Gonzaga Colonna van Mantua een nieuwe hoofdstad te laten bouwen. Een oude hoofdstad kan immers zo vervelen: denk aan Rio de Janeiro of Rangoon. Maar een nieuwe hoofdstad moest in de oude tijd wel een zinvolle locatie hebben: iets aan een rivier of een kruispunt van wegen, en dat had het uitverkoren gat Sabbioneta helemaal niet: het ligt eigenlijk helemaal nergens. Blijkbaar wilde er ook niemand heen, en toen de hertog in 1591 overleed werd het project niet voortgezet. Iets Romeins of Gothisch van daarvoor was er niet; wat overblijft is dus een zuiver renaissancestadje (afb. 1–2). Een hertogelijk paleisje, schattig, maar duidelijk tweederangs. Opvallend waren de olifantenfresco’s in één van de zalen: op iedere olifant rust een veel te grote hand (afb 3). Mij werd uitgelegd dat het een embleem was, verwijzend naar de onderwerping van de natuur door de mens. Er was een heel aardig theater, voltooid in 1590 (afb. 4), dat geïnspireerd is op het Teatro Olimpico in Vicenza; verscheidene kerkjes en herenhuizen en tot slot een echte verrassing, een kerk waarin je regelrecht de hemel in keek doordat de rechte muren optisch naadloos overgingen in de hoge koepel. Dat was een momento wow, zoals de reclamejongens hier dat noemen. Volledig onfotografeerbaar dit effect, althans door mij. In deze kerk ligt de hertog begraven, temidden van een keur van kostbare marmersoorten (afb. 5).
.
Waar te eten? De Snack Bar Stazione (afb. 6) leek eerst niet zo verlokkend, maar het was de warmste dag van de vakantie en we wilden er in ieder geval iets koels drinken. De stazione is nu de bushalte; vroeger stopte er een tram. Voor de dertig kilometer vanuit Mantua heeft bus 17 een uur nodig, waarbij een hele reeks doodstille polenta-dorpjes wordt aangedaan.
Maar het woord Snack Bar betekent blijkbaar iets anders dan in het Nederlands. Hier was geen frikandel of fabrieksvoer te bekennen; integendeel, het was een beetje boerse zaak, waar traditioneel voedsel goudeerlijk en lekker werd bereid. Wij bestelden risotto met asperges vooraf en vervolgens stufato d’asino; ja, U hoort het goed: een ezelragoût, met polenta erbij. Hoewel ik nooit voedsel fotografeer maak ik voor dit heerlijke gerecht graag een uitzondering (afb. 7).

4 reacties

Opgeslagen onder Eten, Europa, Reizen

Russisch eitje

Bij de huiswerkhulp werkte ik deze week met een dame uit Afghanistan, die daar wiskundelerares was geweest. Haar moedertaal was Dari, een soort Perzisch. Ze had gestudeerd in de periode dat de Russen daar zaten (1979–89). Een beetje lastig natuurlijk: Russische bezetters, communisme; toch was het leven in Kabul toen blijkbaar veel normaler, ‘burgerlijker’ dan ooit nog daarna. Op de middelbare school had ze Russisch geleerd, en aan de universiteit had ze ook in het Russisch gestudeerd. Dat is niet zo bevreemdend: ik ken dat ook uit de Arabische wereld, waar allerlei moderne vakken vaak niet in het Arabisch worden gestudeerd, maar in het Engels of Frans. Duizend jaar geleden was Arabisch bij uitstek de taal om wiskunde in te studeren, maar die taal heeft de aansluiting aan moderne vakken niet overal meer terug gevonden. Zo is het blijkbaar ook met Dari.
.
De dame sprak een redelijk mondje Duits, maar beklaagde zich over de ongelooflijke ingewikkeldheid van de Duitse grammatica. Dat verwonderde mij zeer: hoewel ik zelf geen Russisch ken heb ik daar voldoende lang naar gekeken om te weten, dat de Russische grammatica heel wat ingewikkelder is dan de Duitse. We spraken er wat langer over: Russisch had ze in een vloek en een zucht geleerd, vertelde ze, helemaal niet moeilijk, terwijl Duits … dat was echt tobben.
.
Hoe kan dat? Voor jonge mensen is het altijd makkelijker een taal te leren. Als ik alleen al denk aan de vanzelfsprekendheid waarmee ik op school Duits geleerd heb, dat was echt een eitje. Dat zou ik nu waarschijnlijk niet meer kunnen.
Nog belangrijker is waarschijnlijk het perspectief waarmee men een taal leert. Als zo’n vreemde taal de enige mogelijkheid is om het ‘verder te brengen’, dan leer je die, hoe dan ook. Als je een buitenlandse partner hebt, of een religie met een heilige schrift in een vreemde taal, is de motivatie al veel minder sterk. En als je onverwacht in een land terecht komt waar je eigenlijk niet wezen wilt, zoals bij vele vluchtelingen het geval is, dan heb je ook geen zin in die taal. Tenzij je na de eerste schrik de mogelijkheid ziet en de wens koestert daar te blijven, dan ga je er je best op doen. Of toch weer minder wanneer de mogelijkheden in het nieuwe land tegenvallen, of als je geacht wordt na een poosje weer op te donderen.
.
In Griekenland volgde ik ooit een cursus Grieks voor gevorderden. De meeste klanten daar zouden het nooit leren. Ik wel, waarschijnlijk, want ik had al veel ervaring met vreemde talen, maar ik vond Grieks ook echt moeilijk. Op die cursus leerde ik een arts kennen uit Georgië. Het was in 1993 geloof ik, een tijd dat het hommeles was in Georgië en Griekenland gastvrijheid bood aan Christenen uit de Kaukasus met (vermeende?) Griekse wortels. Deze vrouw had het Georgisch als moedertaal, had Russisch geleerd op school, wat zij ook nodig had voor haar studie in de medicijnen, en leerde nu Grieks. Alle drie ingewikkelde talen, die niet met elkaar verwant zijn. Maar ze werkte hard en ik denk dat ze het ging redden. Haar perspectief was een artsenpraktijk die haar was aangeboden in Komotiní—voor Grieken was dat ongeveer de buitenste duisternis, maar voor haar de redding. Zij had dus een perspectief, en ik denk dat het vroegere leren van een andere moeilijke taal het voor haar ook makkelijker maakte.
.
Mijn Afghaanse is getrouwd, ze heeft drie kinderen en haar man werkt. Misschien hoeft ze niet meer zo nodig.

2 reacties

Opgeslagen onder Afghanistan, Ei, Europa, Griekenland, Huiswerkhulp, Taal

Anti wat?

Uitingen van antisemitisme nemen de laatste tijd sterk toe, zo zeer dat het zelfs autoriteiten verontrust. Angela Merkel en ettelijke anderen hebben gezegd dat het een schande is en dat het niet meer voor mag komen. Wat ze eraan gaan doen is dan nog vraag twee.
Er zijn bevolkingsgroepen die meteen klaar staan met de bewering dat het allemaal de schuld is van de moslims. Inderdaad zijn er immigranten en vluchtelingen uit het Nabije Oosten die grote bezwaren hebben tegen Joden en/of Israëlis en die ook geweld niet schuwen. Palestijnen hebben die bezwaren van huis uit; andere Arabieren, bijv. in Syrië en Saoedi-Arabië, krijgen op school aangeleerd dat Joden baarlijke duivels zijn. Zo’n Syrische schoolverlater van zestien die hier rondloopt heeft van zijn levensdagen nooit Joden gezien, maar hij weet wel dat hij ze moet haten.
Het idee dat de toename te wijten is aan de nieuwkomers uit het Midden-Oosten lijkt dus nog niet zo gek, maar onderzoeken in verschillende Europese landen hebben aangetoond dat het toch niet zo is, en dat de overweldigende meerderheid van antisemitische uitingen en incidenten nog steeds van Europeanen zelf komt (zie bijv. dit en dit). Bij nader inzien is dat helemaal niet verbazend, gezien de rijke traditie die Europa op dit gebied kent. Voor Duitsland had ik dat ook zonder wetenschappelijke rapporten wel begrepen; het is hier van de straat te scheppen.

  • In Nederland komt en kwam antisemitisme ook na 1945 voor. Ik wist dat vroeger niet, naïef en niet-Joods als ik was. Na vele jaren vond ik een oud-studiegenoot van me terug. Bij een etentje en een fles wijn vertelde hij me eens dat hij Jood was — wat ik nooit had geweten, maar zo hoort het ook — en in Nederland veel Jodenhaat had ondervonden. In de jaren zeventig dus, toen Nederland zich breed begon te maken als gidsland. De man had zo genoeg gekregen van dat Jood-zijn en het hele gedoe eromheen, dat hij naar een heel ver land was verhuisd en een vrouw van daarginds had getrouwd. Daar is hij geen Jood, hoogstens een Hollander. Probleem voor hem opgelost.

Mooi hoor, dat onze landen zo alert zijn op antisemitisme. Jammer alleen dat een deel van de bevolking het verschijnsel misbruikt als brandstof voor zijn moslimhaat. Maar nog veel treuriger is dat mensen die bezorgd zijn om antisemitisme onverschillig lijken te staan tegenover die moslimhaat, sterker nog: die soms heimelijk wel mooi vinden. Er is natuurlijk heel veel meer moslimhaat dan haat tegen joden; al was het alleen al omdat er zo veel meer moslims zijn.1 Dat lijkt dan ineens een heel ander kapittel te zijn, terwijl het in werkelijkheid toch precies hetzelfde is. Daarom geef ik toch niet zoveel om die bezorgdheid over het antisemitisme. Breng de beide soorten haat eerst maar eens onder dezelfde noemer en noem ze altijd en consequent in één adem.

NOOT
1. Gemakzuchtige schattingen: wereldwijd zijn er: 15.000.000 Joden en 1.500.000.000 moslims. Honderd maal meer moslims dus.
Voor Duitsland zijn deze cijfers: 200.000 Joden en 4.700.000 moslims. Ong. vierentwintig maal meer moslims.

1 reactie

Opgeslagen onder Duitsland, Europa, Islam, Joden Joods joods, Nederland, Vluchtelingen

Oude grenzen

Zoals U weet verschilt Oost-Duitsland, de ex-DDR, in vele opzichten van West-Duitsland. De grens die in 1990 werd opgeheven manifesteert zich zevenentwintig jaar later nog steeds in werkloosheidscijfers, inkomens, verkiezingsuitslagen, het aantal vreemdelingen, de haat tegen hen en nog veel meer. Dat is in cijfers, maar ook op kaartjes tot uitdrukking te brengen. Wat die kaartjes waard zijn kan ik niet beoordelen; soms weet ik niet eens meer waar ik ze vandaan heb. Maar ze geven een indruk:

$datenpegida

In Oekraïne en Litouwen is eenzelfde verschijnsel op te merken. Duidelijk andere politieke voorkeuren in de delen die tot 1939 tot Polen behoorden. Dat is opmerkelijk, want die grens bestaat al driekwart eeuw niet meer:

$Oekraine:Litouwen

In Polen is het nog spectaculairder. Hieronder ziet u de uitslag van de parlementsverkiezingen van 2017 in Polen, het gekleurde gebied op de kaart. Daaroverheen is de contour van het oude Deutsche Reich getekend, dat tot 1945 heeft bestaan. En ziedaar: de voorkeur voor een bepaalde partij komt vrij nauwkeurig overheen met de voormalige Duitse grens. Die onsympathieke PISsers, in blauw, wonen overwegend in het deel van Polen dat nooit deel heeft uitgemaakt van Duitsland. De inrichting van het huidige Polen is al heel lang geleden, maar bovendien is hier nogal met de bevolking geschoven: veel mensen uit het Oosten des lands migreerden naar het ex-Duitse gebied, waar nu nauwelijks Duitsers meer wonen. En toch is die grens nog zo veelbetekenend:
$Polen
Het kan nog gekker: hieronder ziet U een verkiezingsuitslag in Roemenië in kleuren, met daarover de contour van Oostenrijk-Hongarije, waartoe het noordwestelijk deel van Roemenië tot 1918 behoorde. De Dubbelmonarchie bestaat al honderd jaar niet meer, en toch … :
$Roemenië
Hebben die mensen wel zelf gekozen? Of waren de geschiedenis, de genius loci, de grondsoort, de plantengroei en de infrastructuur bepalend voor hun stemgedrag?

Overigens is hier in Duitsland het leven ook duidelijk prettiger in de gebieden die ooit tot het Romeinse Rijk hebben behoord.

5 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Europa

Landname

Het woord Landnahme kwam weer eens voorbij: de Landnahme van de oude Israëlieten. Hoe zou dat in het Nederlands heten? vroeg ik me af. Welnu, dat bleek nogal eenvoudig: gewoon ‘landname’. Het staat in de Wiktionary, en Van Dale wijst zelfs op de herkomst van het woord: een heer Knuttel, die in 1937 schreef over de Frankische landname, heeft het woord naar analogie van het Duits gecreëerd. Het betekent volgens Van Dale: ‘(hist.) het in-bezit-nemen van land door de oudgermaanse volkeren’— dat zullen dus die Franken van Knuttel zijn—en volgens Wiktionary: ‘settlement or occupation of (new) land (from the settlers’ or occupiers’ perspective)’.
.
Er zijn in de wereldgeschiedenis heel wat landen genomen. Duitsland door die oudgermaanse volkeren, en bij voorbeeld Hongarije, dat al meer dan duizend jaar geleden werd bezet door Magyaren uit Centraal-Azië, die het zelf ook altijd over hun Landnahme hebben. De oude Israëlieten namen Palestina; de moderne Israëli’s deden nog eens hetzelfde, ‘opdat de Schriften vervuld werden’. De Europeanen namen vrijwel geheel Amerika; de Britten koloniseerden Australië en Nieuw Zeeland.
.
Ooit was de wereld zo leeg, dat een zwervende stam zich eenvoudig ergens kon vestigen zonder anderen daardoor lastig te vallen. Maar die tijd is allang voorbij. From the settlers’ or occupiers’ perspective wordt er nog steeds wel gedaan alsof het genomen land daarvoor new was, geheel leeg dus, maar dat is niet zo. Alleen, wie daar vroeger woonde herinnert men zich liever niet meer. Kelten, Bataven, Kaninefaten, nooit meer iets van vernomen. Over de Hunnen en Avaren die in Hongarije woonden vóór de Hongaarse landname wil de doorsnee Europeaan ook niets weten. Van het oude Palestina is dank zij de Bijbel nog vaag iets bekend: ‘mijn vader was een zwervende Arameeër,’ maar die oude Israëlieten wilden sedentair worden en de Hethiet, de Fereziet, de Jebusiet en de Filistijn moesten maar een eind opzouten—die hadden sowieso de verkeerde godsdienst ook. In Amerika waren pokken, mazelen en alcohol zeer effectief in het uitdunnen van de oorspronkelijke Indiaanse bevolking, maar de nieuwe landnemers staken graag een handje toe bij de verdere uitroeiing daarvan.
.
Landname is dus geen sympathieke bezigheid, want er zijn altijd vroegere bewoners het slachtoffer van. Wat is het verschil met verovering? Ik weet het niet precies: bij verovering klinkt er iets mee van legers die een land binnentrekken en dat op militaire wijze tot overgave dwingen, terwijl het bij landname misschien eerder gaat om een gestaag binnendruppelen, een reeks van voldongen feiten. Minder soldaten, meer settlers; zoiets?
.
Wat zijn dat voor lui, die landnemers? De meesten waren en zijn economische migranten. Vaak waren zij op de vlucht voor armoe en honger (19e eeuw: Ieren, Noord- en Oosteuropeanen, Duitsers, Italianen, kortom: Europeanen). Anderen hadden weliswaar geen honger maar wilden hun positie verbeteren. De oude Israëlieten hadden genoeg van zwerven, kregen zin in melk en honing en een boerderijtje. De Hunnen, Turken en Magyaren hadden in Centraal-Azië Lebensraum genoeg, maar wilden wel eens deel hebben aan de betere levensvoorwaarden die zij onder andere in Europa ontwaarden. En niet-hongerende Europeanen trokken eveneens als schatgravers de wijde wereld in.
.
Economische migranten zijn meestal wel te onderscheiden van vluchtelingen die op de loop gaan voor oorlog of vervolging (Joden, Palestijnen, Joegoslaven, Syriërs). Daar zijn er meestal niet zo veel van; bovendien gaan zij dikwijls weer terug naar hun land van herkomst als de noodtoestand daar niet langer bestaat.
.
Hoe dan ook, een landname betekent meestal weinig goeds voor de bewoners van het land dat genomen wordt. De mensen in Europa die bang zijn voor oprukkende vreemdelingen voelen dat goed aan, misschien omdat zij wel weten hoe dat in Amerika en Palestina is gegaan. Maar wat zij niet beseffen is dat er de laatste tijd bij ons maar erg weinig economische migranten zijn verschenen. De meeste immigranten zijn immers door Europeanen als goedkope arbeidskrachten hierheen gehaald—door rechts overigens, niet door links. In de toekomst zullen dat er nog wat meer worden, omdat de verouderende arbeidsbevolking moet worden vervangen. De klantjes van Wilders en Baudet gaan namelijk geen poot uitsteken om de welvaart op peil te houden.
.
Nee, bij een echte landname gaat het om veel grotere groepen; zoiets is hier nog helemaal niet aan de orde geweest. Als Turkije (80 miljoen inwoners) zou instorten, als Egypte (95 miljoen) in chaos zou verzinken, of als er grote groepen mensen ten gevolge van de klimaatverandering in nood geraken,1 ja dán kunnen er volksverhuizingen gaan plaats vinden, en daartegen zullen rollen prikkeldraad, een ‘vluchtelingenbeleid’ of zwaaien met nationale driekleuren geen enkel effect hebben. Maar dat is nog niet actueel. De angst van de kleinburger komt dus veel te vroeg.
.
Waarom worden mensen economisch migrant? Omdat het hun in het eigen land niet zo goed gaat. Dat is goed te begrijpen en daarom herhalen we dikwijls dat ‘de vluchtoorzaken in die landen’ moeten worden weggenomen. Maar dat menen we natuurlijk niet, want armoede, uitbuiting en corruptie daarginds zijn juist noodzakelijke voorwaarden voor ‘onze manier van leven’.
.
Tja. Om met mijn vroegere hospita te spreken: dan wachten we maar af van de dingen die komen gaan.

NOOT
1. Waar blijven bij voorbeeld de 160 miljoen Bangladeshi’s als hun land onder water loopt? Het is overigens goed denkbaar dat ook Nederlanders moeten gaan verkassen. Het lieve vaderlandje is erg gevoelig voor de stijging van de zeespiegel, en een of ander kabinet Bruin III verzuimt waarschijnlijk de dijken te verstevigen. In mijn berging kan ik twee Nederlanders onderbrengen op een stapelbed, maar de rest zal toch echt onder een brug moeten slapen.

2 reacties

Opgeslagen onder De mens, Europa, Geschiedschrijving

Zwart, maar

‘Zwart ben ik, maar mooi,’ zegt de bruid van de koning in de bijbel, Hooglied 1:5. Althans volgens de christelijke traditie van West-Europa: Nigra sum sed formosa. Ik kom die tekst tegenwoordig soms tegen in kerkmuziek. In de bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap heet het: ‘Donker van huid ben ik, doch bekoorlijk.’
.
Dat is een vertaalfout, die eeuwenlang is meegegaan en die vanuit de gangbare visie op rassen blijkbaar noodzakelijk werd gevonden. Zwart is lelijk, maar in dit geval bij uitzondering een keer niet: zo zag men het.
.
De nieuwste bijbelvertaling heeft de fout niet meer: ‘Donker ben ik, en mooi,’ staat daar, en zo is het goed. Het Hebreeuwse origineel heeft we en de oude Griekse vertaling der Septuaginta heeft kai. Beide woordjes betekenen gewoon ‘en’. Er was en is geen reden om een tegenstelling te creëren tussen zwart en mooi.

שְׁחוֹרָה אֲנִי וְנָאוָה, μέλαινά εἰμι καὶ καλή

2 reacties

Opgeslagen onder Bijbel, Europa