Categorie archief: Eten

Lekker kagum

‘Ik heb lekker kagum,’ zei men op het schoolplein van de lagere school, ‘en jij niet,’ werd er vaak bij gezegd, of anders gedacht.
.
Kauwgum bestond in twee vormen: als kauwgumbal, te trekken uit de automaat, of in pakjes, waarvan ik mij vooral het minderwaardige, stinkerige merk Bazooka herinner. Smerig spul was dat, maar het ging vooral om de bijgesloten plaatjes: een stripverhaaltje in miniatuur. Mijn vroegste herinnering aan de kauwgumbal was dat ik van mevrouw Wenzel, een vriendin van mijn moeder, een cent kreeg om een kauwgumbal te gaan trekken. Het moet omstreeks 1952 zijn geweest. Gauw naar de Hogeweg, waar een automaat hing, maar wat een teleurstelling: de cent paste er niet in! Bedrukt naar huis, en wat bleek? De cent die ik had gekregen was nog van koningin Wilhelmina, en die waren iets groter dan die van Juliana. De cent geruild en zo werd alles toch nog goed.
.
Dit herinnerde ik mij toen ik van de week aan het begin van mijn huidige woonstraat een opengebroken kauwgumballenautomaat zag. Ja, die bestaan hier nog; in Nederland misschien niet meer? Deze was strategisch opgesteld bij de ingang van een basisschool. Het was de boef blijkbaar niet om het snoepgoed te doen geweest, want dat zat er nog in. Maar het bakje waar het geld in zat was er met aanzienlijk geweld uitgesloopt. Bij een balprijs van 10 cent zal daar misschien wel vijf Euro te roven zijn geweest!
.
Heel verbaasd was ik toen daar al na drie(!) dagen een bestelwagentje stond en er twee mensen bezig waren een geheel nieuwe automaat aan te brengen. Nou ja, geheel nieuw: bij nader inzien bleken bepaalde onderdelen van een ouder exemplaar te stammen, maar toch: het ding glanst verlokkender dan ooit. Niet alleen kauwgumballen, ook ander snoep wordt er nu aangeboden, en voor huiveringwekkende prijzen: 10, 20 en 50 cent! Het openbreken is lonender dan ooit.

6 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Eten, Vroeger

Vegane kip

Vanmiddag heb ik min of meer per ongeluk een gerecht gegeten met daarin stukjes vegane kip. Een vegane kip is, zo begrijp ik, een knuffeldier dat een rijk en waardig leven heeft geleid met heel veel uitloop.
.
Het had een vleesachtige consistentie en je moest prettig even doorbijten, wat bij de hedendaagse niet-vegane kip, die eerder naar visstick neigt, niet altijd meer het geval is. Het was redelijk lekker, ook dankzij de bijgeleverde groentes en de goed gekruide saus, maar ik zal zoiets niet gauw nog eens bestellen. Hoe lekker het is hangt natuurlijk af van wat er verder nog te krijgen is. In een verarmd mijnstadje in de zuidelijke Oeral, waar ze alleen maar kool en oude aardappels met scheuten en putjes hebben, is zo’n gerecht beslist haute cuisine. En ook in onze Nederlandse hongerwinter zou het vlot van de hand zijn gegaan. Met de voedingswaarde zal het wel in orde zijn: de chemici hebben waarschijnlijk aan alles gedacht.
.
Vreemd vind ik vooral dat vegetariërs en veganisten hun verleden als vleeseters maar niet kwijt raken. Ze spreken van kip, vegane worst, vegetarische schnitzels; er zijn zelfs vegetarische slagers. Dat herinnert eraan dat het allemaal surrogaat is, met nep-vlees te maken heeft. Over twintig of vijftig jaar zijn er mensen die geen vleesetend verleden hebben. Ben benieuwd of zij gerechten gaan verzinnen die niet meer aan vlees doen denken.

6 reacties

Opgeslagen onder Dieren, Eten

Mini-herinneringen: vette happen

Samosoplusivanje was het woord waar ik vanochtend mee wakker werd. Het betekent ‘zelfbediening’ in het Joegoslavisch, tenminste dat dacht ik. Volgens Google translate moet het zijn: samoposluživanje; bijna goed dus. In het mild-socialistische Joegoslavië van 1965 en volgende waren dat restaurants waar het gemene volk en ook studenten uit het buitenland voor weinig geld een maaltijd konden gebruiken. Geen grote keuken natuurlijk, maar ook niet in strijd met de menselijke waardigheid. In Bulgarije had je ze ook, maar dat was echt communistisch en daar was het eten meteen veel smeriger: een closetpapierkleurige kwak puree met een onbestemde saus waarin enkele stukjes vlees dreven.
.
Wat deed ik in die landstreken? Natuurlijk was ik onderweg naar het Midden-Oosten, tot Joegoslavië liftend en daarna met de trein. Vliegtuigen waren nog te duur, en bovendien was ik benieuwd naar al die gebieden waar je dan doorheen kwam. Door vreemde wisselkoersen was de Balkan en wat daarna kwam spotgoedkoop. Pas in Turkije werd het eten echt lekker, te beginnen met de restauratiewagen die aan de grens aan de trein werd gekoppeld: een weelderig ingerichte Oostenrijkse Speisewagen van ongeveer 1912, goed geconserveerd.
.
In Nederland bestonden ook van die zelfbedieningsrestaurants. Je had Heck’s en Rutecks, allebei op het Rembrandtplein als ik mij goed herinner. Een biefstukje met gebakken aardappeltjes, huzarensalade, dat soort dingen. Gebutste schaaltjes van roestvrij staal. Echt eten kon je bij De Kroon, ook op het Rembrandtplein. Toen ik dat voor het eerst zelf betaalde kostte dat 25 gulden: niet weinig, en wat ik mij er vooral van herinner is mayonaise.

2 reacties

Opgeslagen onder Eten, Europa, Nabije Oosten, Nederland, Reizen

Broodintegratie

Als immigranten zich snel en goed in hun nieuwe land weten te integreren wordt dat algemeen positief beoordeeld. Dat is bij brood ook zo, maar ik betreur dat.
.
Duitsland heeft vanouds een zeer rijke broodcultuur. Met meer dan 3200 soorten brood is deze zelfs opgenomen onder het immaterieel cultuurgoed van UNESCO. Dat neemt niet weg dat enkele buitenlandse broodsoorten zich in Duitsland weten te handhaven. Dat gaat echter ten koste van hun eigenheid, van hun identiteit. Ik noem drie soorten:
.
De Franse baguette, die oorspronkelijk weer uit Oostenrijk kwam. Het hoort te worden samengesteld uit tarwemeel, water, gist en zout; het is knapperig en slank. Hier te lande is het vaak dik, fluffy en melkig en verliest daardoor iedere aantrekkelijheid. Waarom dan niet gewoon wittebrood?
.
De ciabatta uit Italië. Dezelfde ingrediënten als stokbrood, plus olijfolie. Erg lekker, als het goed gaat. Ik heb in Duitsland wel lekkere ciabatta gegeten, maar in meer dan de helft van de gevallen gaat het fout. Waar het aan ligt kan ik niet zeggen; ben geen broodkundige, maar als het mis is, is het goed mis. Greasy, matschig, flauw.
.
Sant’Abbondio is een broodsoort uit Tessino, die pas enkele jaren geleden hier werd ingevoerd. Het werd onmiddellijk mijn lievelingsbrood. Meerdere granen en pitten, ook iets van aardappel erin. Lange gisttijd. Veel water erin, luchtig en weinig volumineus. Lang houdbaar. Dit heb ik de laatste jaren steeds gegeten, behalve in de zomervakanties, want dan maakte de bakker het niet. Maar nu zit de klad erin, het brood lijkt ten offer gevallen aan de Leitkultur. Het wordt steeds massiever, smaakt steeds Duitser. Jammer.
.
Nee, voor brood is integratie niet zo best. Dan maar Duits Kartoffelbrot eten, of Wurzelbrot. Ik moet toch ook integreren?

5 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Eten, Marburg

Italiëreis 2018

Voordat nieuwe horizonten mij roepen (Utrecht! Freckenhorst!) wil ik mij de vakantie in Italië nog een keer herinneren, zodat zij niet ondergaat in de steeds sneller stromende rivier der vergetelheid. Enkele  hoogtepunten had ik al genoemd. Bezocht zijn Mantua en Padua, maar de eerste nacht heb ik doorgebracht in Stresa, waar ik afgesproken had mijn Australische vriend en reisgenoot op te pikken.
.
Met de trein naar Stresa, theoretisch lukt dat met de trein vanuit mijn woonplaats makkelijk in een dag. Ik had echter niet met de vernieuwingsdrang van de Deutsche Bahn gerekend. De lijn tussen Frankfurt en Kassel was grotendeels gesloten wegens werkzaamheden, de vroege trein vanuit Marburg zou op 25 juni niet rijden. Dat dwong me een dag tevoren naar Frankfurt te gaan en daar te overnachten. Onaangenaam, maar veel werd goedgemaakt door een avondeten in mijn geliefde Vietnamese restaurant, om de hoek bij waar ik vroeger woonde, dat nu echt knettergoed geworden is. En niks geen capsones daar; het blijft gewoon een buurtrestaurant en het heet Quán Văn, Schwarzburgstraße 74, voor als U eens in de buurt bent.
.
De treinreis was routine tot Bern, al rijd ik dat traject nooit. Daarna werd het mooi, tussen de Zwitserse bergen door, ondanks twee hele lange tunneltrajecten. De Exprestrein van Basel naar Milaan stopt ook in kleine Zwitserse stadjes als Visp en Brig: afgelegen, maar zwaar geïndustrialiseerde plaatsen. Dat verandert na de Italiaanse grens: die streek lijkt eerder armoedig. Vroeger kreeg je deze gebieden nauwelijks te zien, want er reden nachttreinen; van Brussel naar Milaan in ieder geval, misschien zelfs vanaf Amsterdam, dat weet ik niet meer.
.
Stresa was vanaf ± 1880 één van die oorden waar de fine fleur van Europa tot rust kwam, na wintermaanden van bals en ingespannen couponnetjes knippen. Langs de oever van het Lago Maggiore staan nog steeds joekels van Grand Hotels uit die tijd. Eén ervan is nog steeds op niveau. Het onze (Bristol) was afgezakt tot vier sterren, daar stopten nu ook bussen met reisgezelschappen. Maar het gaf toch een aardige indruk van het vroegere vakantieleven: ruime kamers, balkons met meerzicht, kostbare materialen, kroonluchters. Het indrukwekkendst waren de zwaar verzilverde olifanten en herten die vroeger de banketten moeten hebben opgesierd. Het meer blijft schitterend, vooral ook omdat er bijna op zwemafstand een paar leuke eilandjes in liggen.
.
Het stationnetje was wat vervallen, evenals de boemeltrein die door talloze treurige randgemeenten naar Milaan reed. Daar moest er worden overgestapt naar Mantua; ruim een uur wachten, en dat was niet prettig. Er was een scheidsmuur opgetrokken tussen de ruim twintig sporen en de grote hal, met heuse gates en veel politiecontrole. Deze hal is immers berucht om zijn zakkenrollers en bendes. U begrijpt: overwegend buitenlanders, uit landen als Sicilië en Calabrië. Koffietentjes en wachtkamers waren blijkbaar in die hal, en bij de sporen was vrijwel niets. De tsjoek tsjoek naar Mantua deed er een kleine twee uur over; kennelijk geen belangrijke verbinding. In Mantua een Bed&Breakfast, centraal gelegen, alles nieuw en high tech. Als zo vaak waren de haakjes en plankjes in de badkamer ten offer gevallen aan design; verder alles puik. Het ontbijt werd geserveerd door een academica uit de Punjab, wier man hier een mooie baan had gevonden. De vrees van mijn vriend dat hij op een continental breakfast zou moeten overleven werd niet bewaarheid. Ze strapazzeerde de eieren als de beste.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Bahn, Eten, Europa, Reizen

Sabbioneta

29 juni. In 1556 behaagde het hertog Vespasiano Gonzaga Colonna van Mantua een nieuwe hoofdstad te laten bouwen. Een oude hoofdstad kan immers zo vervelen: denk aan Rio de Janeiro of Rangoon. Maar een nieuwe hoofdstad moest in de oude tijd wel een zinvolle locatie hebben: iets aan een rivier of een kruispunt van wegen, en dat had het uitverkoren gat Sabbioneta helemaal niet: het ligt eigenlijk helemaal nergens. Blijkbaar wilde er ook niemand heen, en toen de hertog in 1591 overleed werd het project niet voortgezet. Iets Romeins of Gothisch van daarvoor was er niet; wat overblijft is dus een zuiver renaissancestadje (afb. 1–2). Een hertogelijk paleisje, schattig, maar duidelijk tweederangs. Opvallend waren de olifantenfresco’s in één van de zalen: op iedere olifant rust een veel te grote hand (afb 3). Mij werd uitgelegd dat het een embleem was, verwijzend naar de onderwerping van de natuur door de mens. Er was een heel aardig theater, voltooid in 1590 (afb. 4), dat geïnspireerd is op het Teatro Olimpico in Vicenza; verscheidene kerkjes en herenhuizen en tot slot een echte verrassing, een kerk waarin je regelrecht de hemel in keek doordat de rechte muren optisch naadloos overgingen in de hoge koepel. Dat was een momento wow, zoals de reclamejongens hier dat noemen. Volledig onfotografeerbaar dit effect, althans door mij. In deze kerk ligt de hertog begraven, temidden van een keur van kostbare marmersoorten (afb. 5).
.
Waar te eten? De Snack Bar Stazione (afb. 6) leek eerst niet zo verlokkend, maar het was de warmste dag van de vakantie en we wilden er in ieder geval iets koels drinken. De stazione is nu de bushalte; vroeger stopte er een tram. Voor de dertig kilometer vanuit Mantua heeft bus 17 een uur nodig, waarbij een hele reeks doodstille polenta-dorpjes wordt aangedaan.
Maar het woord Snack Bar betekent blijkbaar iets anders dan in het Nederlands. Hier was geen frikandel of fabrieksvoer te bekennen; integendeel, het was een beetje boerse zaak, waar traditioneel voedsel goudeerlijk en lekker werd bereid. Wij bestelden risotto met asperges vooraf en vervolgens stufato d’asino; ja, U hoort het goed: een ezelragoût, met polenta erbij. Hoewel ik nooit voedsel fotografeer maak ik voor dit heerlijke gerecht graag een uitzondering (afb. 7).

4 reacties

Opgeslagen onder Eten, Europa, Reizen

Voedselschaarste

De nazomer is voorbijgegaan in vrijwel totale pruimenloosheid. Ik ben maar twee dozen Zwetschgen tegengekomen, die er niet goed uitzagen. En dat terwijl Duitsland in de nazomer anders altijd wordt bedolven onder miljarden pruimen. Voor appels moest ik € 3,49 per kilo betalen, de boter kost net zo veel als in de tijd dat het nog een luxeartikel was en het brood wordt ook steeds duurder. Wat is er toch aan de hand met het voedsel? Chinezen kopen onze melkprodukten; op kostbaar akkerland wordt benzine verbouwd. Was er nachtvorst in de bloeitijd van de fruitbomen? ik was toen ziek, kon er niet op letten.

Niet dat er in Duitsland nu dadelijk een hongersnood uitbreekt; nee, nog lang niet. Bovendien zou het waarschijnlijk iedereen goed doen, slechts de helft te eten van wat er nu naar binnen gewerkt wordt. En zolang er zuurkool is zullen we niet aan scheurbuik sterven. Maar als de prijzen zo stijgen kan dat de sociale onrust versterken. En het herinnert ons er even aan hoe kwetsbaar onze samenlevingen zijn. Zoiets ouderwets als voedselschaarste zou best weer terug kunnen komen.

3 reacties

Opgeslagen onder Duitsland, Eten

Vruchten die ik gekend heb

De kersen die ik had gekocht zagen er mooi uit, maar smaakten naar niks. Steeds vaker is het zo met fruit: het ligt glanzend te bollen en te lokken op de schappen, maar er blijkt geen smaak in te zitten. Nederland was daarin gidsland, met zijn beruchte Westland-tomaten.

Het is wel degelijk mogelijk behoorlijk fruit te kweken, als de ingenieurs en industriëlen er maar met hun tengels afblijven. Misschien is het goed, een ogenblik de echte vruchten te gedenken, die ik ooit gegeten heb en die een blijvende herinnering hebben nagelaten.

Onvergetelijk zijn natuurlijk de frambozen uit de tuin van mijn grootmoeder, en de perziken uit de tuin van de dominé (gestolen, dus dubbel lekker). Sommige vrienden in Nederland en Duitsland hebben ook nu nog heerlijkheden in de tuin.

Bramen, zelf geplukt, op verschillende plekken in Nederland. Later kwamen daar de wilde aardbeien en frambozen in Zweden en Duitsland bij. Je kon heel goed het verschil proeven tussen frambozen van de ene of de andere struik. Ook in Duitsland veel bramen natuurlijk. Miljoenvoudig de wilde/verwilderde(?) kersen in Zweden. Ongans heb ik me eraan gegeten.

In Nederland werden vroeger grapefruits en sinaasappels uit Suriname geïmporteerd.

Mijn eerste echte tomaat at ik in 1965 in Novo Mesto, Joegoslavië. Een overweldigende ervaring.

In Egypte waren er citrusvruchten, verse dadels en kleine banaantjes met een rijke smaak. Nu verkopen ze daar ook Chiquita, de sukkels.

Op de weekmarkt in Griekenland kochten we in de jaren negentig voor een tientje groente en fruit voor een week. Vooral de perziken die haast uit hun perzikhuidjes barstten van sappigheid heb ik in dierbare herinnering.

In 2013 bracht ik een kort bezoek aan Thailand, waar ik rijpe, rijpe manga’s mocht smaken en wederom begreep hoe de banaan eigenlijk bedoeld was.

De conventionele fruithandel in West-Europa heeft ook wel eens iets te bieden, maar dan is de kwaliteit vooral goed wanneer een bepaalde vrucht nog niet zo gangbaar is. Die platte perziken waren eerst erg lekker, nu zijn ze trendy en worden ze industrieel. Hetzelfde geldt voor de kesemek of kaki vrucht. Te vrezen is dat ook de bloedsinaasappel een kunstproduct gaat worden.

5 reacties

Opgeslagen onder Eten

Duits lekker: chocola

Er zijn van die verschijnselen die in vele culturen voorkomen, maar in een bepaalde cultuur een bijzondere nadruk gekregen hebben. Daartoe behoort de liefde voor chocola. In vele landen eet men graag chocola, maar in Duitsland nog veel grager. Hier geldt chocola als iets wat bij uitstek lekker is, het is de lekkerheid zelve. De ogen gaan ervan glanzen, mensen kijken elkaar aan met een blik van verstandhouding bij het delen van dit kostelijke geheim: jaa, lekker! De reclame speelt daarop natuurlijk in. Chocolade is unendlich zart schmelzend, zo vertelt ons een vrouw in milde extase. Vooral middelbare dames schijnen ontvankelijk voor het verleidelijke mysterie van de bruine substantie. De reclame doet er zo veel seks bij als de fatsoenscode nog toelaat.

Is chocolade werkelijk better than sex? De enige tegenstem in het koor van chocozwijmelaars was bij mijn weten Trude Herr, maar die was dan ook zeer luid: ‘Ich will keine Chokolade, ich will lieber einen Mann!’ Luistert U zelf maar.

3 reacties

Opgeslagen onder Chocolade, Duitsland, Eten

Pindakaasdag

Dit is zo’n dag waarvoor ik altijd een pot pindakaas in huis heb. Het stormt en regent, de carnavalsoptocht is afgelast, het verkeer is ontregeld en de winkels zijn waarschijnlijk toch dicht, omdat dat al zo besloten was. Kortom, ik ga niet naar de stad, maar blijf thuis en zal wat boterhammen met pindakaas eten. Voor vanavond is er spaghetti; nog zo’n voedsel dat voor noodgevallen altijd aanwezig is. En o wonder, er ligt nog een komkommer, die misschien wat vitamine bevat.

6 reacties

Opgeslagen onder Eten