Categorie archief: Auto

Amsterveen

Zaterdag om vier uur een fijne bijeenkomst in Amsterdam-Buitenveldert. Ik was graag met de trein gegaan, maar je kunt er niet meer op rekenen dat je dan op tijd aanwezig bent. De tijd dat die rit vijfeenhalf uur duurde ligt allang achter ons; zeven uur is tegenwoordig het minste. Volgens het spoorboekje dan; de werkelijkheid ziet er nog anders uit. Met tegenzin in de auto dus. Het viel wel mee; autorijden vind ik tegenwoordig minder belastend dan nog enkele jaren geleden. Een hotel betrokken in Amstelveen; Amsterdam is onbetaalbaar geworden. Vandaar te voet naar het adres in Buitenveldert. Dat vond ik nogal schokkend. Amstelveen heeft mooie, bewoonbare lanen, maar deze route voerde me door een hele wijk van die waardeloze, gehorige flats uit de jaren zeventig, die uit glas en dunne betonplaten bestaan. Zulke gebouwen moet ik vroeger vaak gezien hebben, maar ik was ze vergeten en ik vroeg me af hoe mensen zoiets konden bouwen, en erin wonen? Een sterk gevoel van vervreemding, en van plaatsvervangende schaamte ook. De bijeenkomst was mooi, maar daar ga ik het hier niet over hebben. Melding wil ik alleen maken van het heerlijke Indische eten; dat mis ik in Duitsland. ’s Avonds op de terugweg was er een enorme herrie aan de gang. Naar verluidde was het een festival in het Olympisch Stadion. Ook toen ik al ruimschoots in Amstelveen was kon je dat nog keihard horen denderen. Zo worden er enkele tienduizenden of misschien zelfs honderdduizenden mensen gedwongen om mee te luisteren; akelig. Is het een wonder dat de Nederlanders een beetje raar geworden zijn?

Zondag had ik een middagafspraak met twee prettige mensen in een Vlaams café-restaurant in de Amsterdamse binnenstad. Ik had me voorgenomen daarvóór nog wat door de stad te banjeren, maar omdat het de hele tijd regende ging dat niet door. Lang ontbeten, en op mijn gemakje met de bus en de nieuwe metrolijn naar de stad. De Zuidas, waar al dat Russische geld gewassen wordt, had ik nog nooit goed bekeken, en het vroeger zo vertrouwde Station Zuid was bijna niet meer te herkennen. Die geldtorens zijn nogal griezelig, maar in één gebouwencomplex had ik wel schik, in plaats van het te beschrijven plaats ik liever een foto. Dat zijn kennelijk woongebouwen; de huur zal zeker € 3000 per maand bedragen. Niet dat ik er zou willen wonen: herrie, benzinedamp, fijnstof en te zeer afhankelijk van high-tech, die onherroepelijk een keer kapot gaat. Ik heb in Cairo al te veel trappen beklommen omdat de lift het niet meer deed.
De nieuwe metrolijn kende ik ook nog niet; die is royaal aangelegd en niet zo sinister als de oudere lijnen waren. Wat zijn de mensen jong geworden, en wat zijn er ondanks de regen veel op de been!

.

In de stad heb ik, vóór mijn afspraak, maar twee dingen gedaan. Koffie gedronken op het Spui, buiten, onder een heel groot regenscherm. Binnen wilde ik nergens zitten, want men zit erg dicht op elkaar in Amsterdam: het is vanouds een krappe stad. Vroeger moet ik dat normaal hebben gevonden; nu leek me dat onprettig, en niet alleen wegens corona, dus de buitengelegenheid kwam goed van pas. Daar zat ik dan drie kwartier; ik geloof dat die tent vroeger de Sherrycan heette. Toen heb ik er nooit gezeten; ik heb ook geen bijzondere band met die plek. Toch kwam daar de draaimolen van herinneringen op gang. Ik zag veel huizen en gebouwen waar ik in de loop der eeuwen in was geweest en herinnerde me wat ik daar had gedaan, en met wie. Heel dierbaar allemaal, maar ook overweldigend. Het werd een warreling van herinneringen, een beetje al te veel.

Intussen liep het tegen de middag en werd het steeds duidelijker hoe vergeven Amsterdam is van de toeristen. Het is inderdaad het Venetië van het Noorden; niet meer prettig. Om weer tot rust te komen nog een tijdje stukgeslagen in de vernieuwde Athenaeum-boekhandel, die tot mijn verbazing ook op zondag geopend was. Een uitstekende boekhandel met Nederlands, Engels en Frans, zoiets zie ik anders nooit en het rondkijken was een genot.
Op de terugweg nog even over de Dam gelopen. Daar ook al een enorme herrie van versterkte rotmuziek; gauw weg maar weer. Na de copieuze lunch hoefde ik ’s avonds niet meer veel te eten; een broodje malse haring meegenomen voor in het hotel.

Op maandag voor de middag nog een goede vriend bezocht in Utrecht. Dat is iemand bij wie ik altijd goed tot rust kom. Nog meer rust, ondanks het autorijden, bood onverwacht de Raststätte Aggertal. Daar ben ik niet naar binnen gegaan, maar tijdens het strekken van de benen kwam ik in een prachtig landschap terecht, dat dadelijk achter de Autobahn al begon. Nog twee uurtjes rijden, toen was ik weer thuis.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Auto, Nederland, Persoonlijk

In Parijs (1)

Boeken: Tot mijn verbazing ben ik uit Parijs terug gekomen met drie vers gekochte romans: twee van Énard, één van Toussaint. Wat een onzin: ik koop tegenwoordig toch alleen e-boeken voor op de reader!? Bovendien bleek ik die ene van Enard al gelezen te hebben, maar dat was ik vergeten. Toussaint, Les Émotions, vergeef ik mijzelf wel: dat is bij uitgeverij Minuit zo mooi uitgegeven, dat het gedrukte boek ook een fysiek genot verschaft.
Blijkbaar was ik teruggevallen in een oude gewoonte. Als student ging ik vaak naar Parijs om in boekenstalletjes en antiquariaten te snuffelen. De Franse spoorwegen hadden indertijd een aanbieding: vijf dagen Parijs voor ƒ 99,–. Dat was ook voor een student af en toe wel te betalen. Je kreeg dan een hotel dat heel eenvoudig was, maar wel schoon en betrouwbaar. 
In mijn studentenomgeving waren we indertijd vervuld van Mario Praz, The Romantic Agony. Aan de hand van dat boek lazen we ons door de negentiende eeuw, en omdat Praz van mening was dat een literaire stroming het best te kennen valt via de slechtere vertegenwoordigers ervan lazen we ook veel rommel uit de sfeer van naturalisme, decadentie en symbolisme. De besproken boeken haalden we in Parijs en we waren opgetogen over een mooie vondst voor weinig geld. Maar natuurlijk kochten we ook de Franse klassieken, Stendhal, Balzac, Baudelaire, Proust, de hele handel.
Nu taal ik niet meer naar boekhandels, want ik koop e-boeken, of helemaal geen boeken. Toch was ik nog even bij de FNAC binnengelopen, uit de macht der gewoonte en omdat die zo dicht bij het hotel was. Maar als ervaring interessanter was het kleine antiquariaat waar ik ineens voor stond toen ik besloot van bus 21 op 27 over te stappen. Om moeizaam geloop te voorkomen deed ik dat in de rustige Rue Gay-Lussac, waar beide bussen stoppen. Acht minuten wachten, en kijk aan, vlak bij de halte was een etalage vol met precies die bizarre door Praz op de kaart gezette boeken. Ik zag (nu dure) uitgaven van Jean Lorrain en Joséphin Péladan: werken die ik ooit heb bezeten en jaren later walgend heb weggedaan, want dat waren wel echt beroerde boeken en daar is het leven te kort voor. Praz is trouwens ook al jaren de deur uit. Maar die etalage, dat was even een blik door een tijdvenster, naar meer dan vijftig jaar geleden.

Groen en bloemen: De terugdringing van de auto uit de stad heeft doorgezet in Parijs. Overal zijn fietspaden, die echt worden gebruikt, ook door de electrische autopeds, die nu minder op de trottoirs rijden. Hier en daar zijn stukken straat afgezet ten behoeve van kinderspeelplaatsen. Het leefklimaat doet buiten de grote verkeersaders weldadig aan, het openbaar vervoer is perfect geregeld. Ditmaal zag ik ook veel bloemen, ook aan de randen van boulevards waar volgens mij vroeger parkeerplaatsen waren geweest. En wat voor bloemen! Niet van die simpele bermbloemetjes uit zo’n zakje zaad, maar echt hoogstaande, smaakvolle bloemen en composities daarmee. Daar was over nagedacht. Helaas ken ik geen bloemennamen, maar het was een genot om naar te kijken. Wel was er een duidelijk verschil per arrondissement. In rijke buurten waren de bloemperken meer sophisticated dan in armere. De mooiste stonden bij het Petit Palais, waar ik een tentoonstelling heb bezocht.
Grappig waren de reclames voor auto’s op televisie. Zoals op ieder pakje sigaretten voor erge ziekten moet worden gewaarschuwd, zo is het in Frankrijk blijkbaar verplicht om er bij iedere autoreclame op te wijzen dat men ook kan gaan lopen, fietsen of het openbaar vervoer nemen.
Zelf neem ik graag de bus in Parijs. Zo’n ritje duurt twee maal zo lang als met de metro, maar de trappenhuizen en gangen in de metrostations zijn bezwaarlijk voor me geworden. En in de bus zie je nog wat.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Auto, Literatur, Parijs, Persoonlijk, Planten

Regels

Als ik de garage onder mijn woning uitrijd doe ik altijd de richtingaanwijzer aan. Dat is nergens voor nodig: ik ben dan nog niet in het verkeer en er is niemand die er wat aan heeft, maar het gaat automatisch. In het verkeer doe ik het natuurlijk ook: op de fiets steek ik mijn hand uit bij het afslaan en met de auto de richtingaanwijzer. Ik kan het niet niet doen; zo ben ik domweg gedresseerd. Als ik schrijf pas ik de spellingregels toe; ook daarin ben ik gedresseerd, en nog aan allerlei andere regels houd ik me.

Jongere mensen doen vaak niet meer aan regels. In Amsterdam was het dertig jaar geleden al niet gebruikelijk zich aan welke verkeersregels dan ook te houden, en auto’s rijden er ook graag eens door rood. In Duitsland is het later begonnen, maar ook hier houdt men zich steeds minder aan regels. Op circuits rotondes worden vaak geen richtingaanwijzers meer uitgestoken, wat tot tijdverlies leidt bij chauffeurs die erop willen geraken, en als je door een groen licht rijdt word je soms onaangenaam verrast door iemand die nog door zijn rode licht wilde rijden.

Ik ben dus een gedresseerde aap, of een schaap, zoals de tegenwoordige wappies zouden zeggen. Het vreemde is misschien dat ik dat helemaal niet erg vind; integendeel, ik heb er veel gemak van. Toen die dressuur plaats vond, bij het leren fietsen en schrijven en autorijden, heb ik er niets van gemerkt en er zeker niet onder geleden. Maar voor de huidige generatie is alleen al het idee zich aan regels te houden onverdraaglijk.

Het lag er misschien ook aan dat ik een trein was, dat wil zeggen: ik speelde vaak dat ik een trein was, en die moest natuurlijk op de rails blijven en stoppen voor de seinen. Als kind was ik geloof ik de enige die dat speelde; de andere jongens speelden eerder dat zij een auto waren, vroem vroemm, de grote vrijheid! maar daar vond ik niks aan.

2 reacties

Opgeslagen onder Auto, Duitsland, Fietsen, Nederland, Persoonlijk, Schrijven

Wegen en straten

Drie jaar geleden stortte bij Genua een brug in een snelweg in: 43 doden. Zoiets is in Duitsland nog niet gebeurd, maar de talloze bruggen in de snelwegen zijn ook hier vaak jaren lang verwaarloosd. In ieder geval controleert men ze nu regelmatig, en daarbij worden soms gebreken ontdekt die tot onmiddellijke sluiting aanleiding geven. De belangrijkste brug tussen Wiesbaden en Mainz was zo’n geval, en nu is de lange brug in de A45 bij Lüdenscheid afgesloten en zal dat maanden blijven. Acuut instortingsgevaar! U kent hem misschien wel: de mooie Sauerland-Autobahn, die ook veel Nederlanders rijden op weg naar Zuidoost-Duitsland of Oostenrijk. Dat kan dus de komende maanden niet. Men overweegt de weg daarna tenminste voor vrachtauto’s te verbieden. Die monsters worden steeds groter en zwaarder; het gezeul met spulletjes van A naar B en van B naar A neemt geen eind.
Het verkeer werd direct na de ontdekking omgeleid door de stad Lüdenscheid, maar dat is natuurlijk geen doen. Lange-afstandsreizigers moeten de rotte plek voortaan großräumig umfahren. Dat zal de flessenhals Keulen nog meer belasten; het verkeer loopt steeds meer vast. Gelukkig hebben we nu een nieuwe regering, die vast wel op een verstandig idee komt.

.

In Marburg is onlangs één belangrijke brug gesaneerd. Verder valt het nogal mee geloof ik, maar de straten buiten het centrum hebben nu wel erg veel kuilen en scheuren. Dat is slecht voor de voertuigen, troosteloos om te zien en voor fietsers zelfs gevaarlijk. ’s Avonds fiets ik alleen nog over straten die ik goed ken, waar ik de gaten weet te zitten. Het lijkt langzamerhand wel de derde wereld.
De gemeente Marburg verwacht over dit en het volgende jaar 570 miljoen Euro aan extra bedrijfsbelasting van de Biontech-fabriek, die momenteel zeer veel verdient met de verkoop van corona-vaccins. Wat te doen met dat belastinggeld? Mijn huisarts vindt dat het moet worden ingezet als aanbetaling om het ooit zo beroemde Academisch Ziekenhuis terug te kopen, dat veertien jaar geleden is geprivatiseerd en sindsdien matig tot slecht is geworden. Een nobel streven, maar daarvoor is het bedrag toch te klein, en bovendien ontbreekt (nog) de politieke wil. Nee, laten ze liever de straten in Marburg en omgeving eens opknappen. En dan houden ze echt nog een hoop over.

12 januari 2022: N.B. De brug bij Lüdenscheid wordt toch niet na een paar maanden voor personenauto’s vrijgegeven; hij is te ver heen. De nieuwe brug zal over vijf(!) jaar klaar zijn. De Sauerlandroute kunt u dus voorlopig vergeten. https://www.faz.net/aktuell/wirtschaft/auto-verkehr/autobahn-lange-bauzeiten-als-deutsches-qualitaetsmerkmal-17726744.html?GEPC=s30

1 reactie

Opgeslagen onder Auto, Duitsland, Marburg

Tochtje Idstein – Limburg

Per auto een ritje gemaakt naar Idstein, binnendoor over kleine wegen. Gelukkig zat er iemand naast mij die kaart kan lezen. Over Autobahn en Schnellstraße via Limburg weer terug. Het rijden vermoeide mij niet meer zo, dus kan ik ook weer eens naar Nederland rijden. Wel zouden de hooggeachte landgenoten dan afstand moeten houden en een mondkapje voor doen, dus er zal toch nog niet van komen.

Idstein was ooit de residentie van het grafelijk geslacht van Nassau Idstein. Aan inkomsten mangelde het de graaf blijkbaar niet: een fors kasteel, grote huizen, en een luxe-kerk leggen daarvan getuigenis af. Opvallend was dat een aantal vakwerkhuizen fraai gedecoreerd was; dat zie je niet zo vaak. De protestantse kerk is merkwaardig luxe ingericht met veel schilderingen en tableaux met bijbelteksten, waaronder enkele frivole uit het Hooglied. Graaf Johannes had daar aardigheid in. Eveneens op zijn initiatief en onder zijn leiding vonden de heksenprocessen van 1676 plaats. De Hexenturm is daarnaar vernoemd. Negenendertig vrouwen zijn in dit protestantse stadje na foltering om het leven gebracht, en nog enkele het land uit gejaagd. Alle vrouwen waren boven de veertig: de graaf zag in dat jongere vrouwen nog nodig waren om kinderen te baren in zijn wat dun bevolkte land. Onder de heksen waren twee domineesvrouwen. Dwaalden zij in de leer? Of zagen hun echtgenoten hier een oplossing voor problemen of verveling in hun huwelijk? De dominees kwamen natuurlijk toch in de hemel; van de graaf is dat niet bekend, maar zijn geslacht stierf enkele jaren later uit. Op een moderne gedenksteen worden de onlangs gerehabiliteerde vrouwen herdacht.

Een echte heks was Mathilde Weber, die als arts in de Nazi-periode ongeveer duizend minderwaardig geachte patiënten door middel van medicijnen heeft omgebracht. Na de oorlog werd ze daarom tot gevangenisstraf veroordeeld, maar na een handtekeningenactie vervroegd vrijgelaten. Vanaf 1960 kon ze weer praktiseren en ze heeft nog tot 1996 geleefd, gehuwd met een gewezen kamparts en onopgemerkt door de publieke opinie. Tegenwoordig kun je een wappie als huisarts hebben; in die tijd kon je in behandeling zijn bij een massamoordenares.

Buiten de oude kern is het stadje royaal uitgebreid, al in de late zeventiende eeuw. Een stadsmuur was blijkbaar niet nodig, zodat er ruimte genoeg was. Vroege stadsplanning: evenwijdige, brede straten: licht en lucht en behoorlijke huizen, in één straat zelfs heel grote huizen. Ook nu nog is Idstein een welvarend stadje, waar de huizen duur zijn. Dat komt onder andere omdat het handig aan de spoorlijn en de Autobahn naar Frankfort ligt, zodat comfortabel forenzen mogelijk is.

Op de terugweg nog even halt gemaakt in Limburg/Lahn, waar de dom altijd weer mooi is. Het stadje ook, al heeft het zich nu wel ontwikkeld tot het Venetië van Midden-Hessen. Een niet aflatende stroom van toeristen en dagjesmensen, onder wie ook wij.

De foto’s 1, 4 en 5 zijn gemaakt door Mylius, resp. Mussklprozz en vallen onder Wikimedia Creative Commons.

2 reacties

Opgeslagen onder Auto, Duitsland

Moe en opgewonden

Gisteren heb ik met iemand een uitstapje gemaakt naar Büdingen, waar ik al vijftien jaar niet meer geweest was. Het is nog altijd een prachtig stadje met een mooi kasteel, al toonde het zich niet op zijn best. In januari is er namelijk een enorme overstroming geweest van het flutriviertje de Seemenbach. Dat was al eerder voorgekomen: in de stad zagen we een streep op een muur uit 1757 op ongeveer een meter van de grond: tot daar was het water toen gekomen, en ook in 2003 schijnt het mis geweest te zijn. Er was echt wel een opvangbekken aangelegd, maar dat was blijkbaar niet groot genoeg. Deze ramp moet in januari in het nieuws geweest zijn, maar ik heb hem toen gemist. Wat we nu zagen waren de herstelwerkzaamheden, die positief stemden; wat we niet zagen was het leed van de slachtoffers, faillissementen enzovoort.

Het probleem van het kasteel is grotendeels een ander: de vorst (of graaf? dat is me niet duidelijk) Ysenburg-Büdingen had verkeerd geïnvesteerd en heeft niet veel meer te makken. Dat resulteerde in een vervallen kasteel en een gesloten park, omdat de bomen dreigen om te vallen.

Ondanks al het kapotte maakt het geheel nog altijd een overweldigende indruk. Tot ver in de achttiende eeuw moet het een belangrijke en welvarende plaats geweest zijn, waarvan talloze royale huizen en gebouwen getuigden. En niet te vergeten de nog grotendeels intacte stadsmuur met torens en poorten. Omdat het mooi weer was leek het net vakantie en waren we ‘er eens helemaal uit’.

Dat laatste bleek bij thuiskomst een merkwaardig gevolg te hebben. Ik was namelijk doodmoe en kapot. Geen bezigheid, hoe eenvoudig ook, wilde nog lukken: lezen, muziek luisteren, TV kijken, het ging niet, ik heb alleen maar wezenloos op het balkon gezeten en ben om half tien naar bed gegaan. En dat terwijl de inspanningen niet zo groot geweest waren: twee maal een uur rijden over een rustige Autobahn, wat ontspannen wandelingen door een kleine stad, een picnic onder de stadsmuur, koffie gehaald bij de ijsboer en lekker in de zon gezeten. Om half tien vertrokken en om vier uur alweer thuis. Die overmatige vermoeidheid moet aan het corona-isolement liggen. Al ging ik moe naar bed, de slaap wilde ook niet komen, omdat de hele dag nog door mijn hoofd spookte. Ik ben niets meer gewend, zo veel ‘nieuwe’ indrukken en de langste autorit sinds een eeuwigheid. Als het leven weer normaler wordt zal ik daar heel geleidelijk aan moeten wennen.


Sven Teschke
, Büdingen

4 reacties

Opgeslagen onder Auto, Duitsland, Gezondheid

Ritje Noord-Hessen

Maandag worden de Corona-regels strenger; dan mag je geen onnodige reizen meer maken. Gisteren dus nog gauw een tochtje met de auto naar Melsungen aan de Fulda en Homburg aan de Efze.

Melsungen is in principe een stadje waar wel wat te doen is, maar gisteren niet. Café’s en restaurants alle gesloten; de winkels mochten open zijn, maar waren dat lang niet allemaal. Er liepen ook maar weinig mensen op straat. Dat belette ons niet te zien wat een mooi stadje het is. Je zou er haast kunnen wonen. Als je de historische brug over de Fulda oversteekt sta je op het station, en vandaar kom je snel naar Kassel en naar de rest van de wereld.

Ooit moet Melsungen heel rijk geweest zijn als handelscentrum aan een rivier. De vakwerkhuizen zijn hier veel royaler dan in Marburg. De kerk is daarentegen nogal klein; handel maakt niet noodzakelijk vroom. Er is een goede boekhandel met een reusachtig antiquariaat. Blijkbaar beschikt die over een oude fabriekshal, zodat een boek lang bewaren niet veel kost. Ze hebben ook Engels, Frans Italiaans, Zweeds en Nederlands, en de prijzen zijn redelijk. Natuurlijk wordt het meeste per internet verkocht.

Als Corona veel onmogelijk maakt pak je het genieten anders aan, bij voorbeeld bij een Italiaanse ijssalon die een loket naar de straat open had, waar prima espresso te krijgen was. En de picnic op een bank aan de Fulda, een deken erop, winterjacks aan (het was 6˚), thermoskan met thee, lekkere broodjes en een salade.

Homberg was een klasse minder. We hadden beter met het mindere kunnen beginnen en het mooiste voor het laatst bewaren; te laat. Het kleinere Homberg heeft ook mooie vakwerkhuizen, maar er is veel leegstand en verval. De kerk is hier wel veel groter en mooier, een heel zuivere protestantse kerk—hoewel natuurlijk ooit als katholieke gebouwd. De nummerplaten in deze streek zijn wel naar Homberg genoemd: HR = HombeRg, begrijpt u wel?

Zo was de auto er ook weer eens uit, want alleen ritjes naar de kruidenier vindt hij maar niks.

1 reactie

Opgeslagen onder Auto, Duitsland, Reizen

Mini-herinnering: Motorpech

Het was geloof ik in 1978: een prachtige rondreis in een huurautootje door het Noorden van Portugal. Ofschoon het land net een revolutie achter de rug had lag het er heel verstild bij. In een stadje als Bragança kreeg je een heel goede inblik in het leven van vroeger. Er tjoekten nog treintjes rond met houten wagonnetjes, die stopten op blauw betegelde stationnetjes.

Die huurauto, een Morris Minor, was gehuurd bij een van de grote internationale autoverhuurbedrijven op het vliegveld van Oporto. Maar het was een nukkig ding, waarmee maar moeilijk een verhouding op te bouwen was, en soms vertikte hij het helemaal. Dat gebeurde bij voorbeeld in het dorpje Vinhais; gelukkig midden in de hoofdstraat, met uitzicht op een garagebedrijf. De monteur keek bedenkelijk en zei dat het wel even kon duren, maar dat we konden wachten in het huis van zijn moeder, naast de garage. Moeder was een gezellige vrouw, die heerlijk kon koken en ons een volledige maaltijd voortoverde. Na de maaltijd en de zelf gemaakte marsepein wilde de auto wel weer verder. Een paar dagen later reden we op Oporto aan, de eindbestemming, waar we de volgende dag het vliegtuig terug zouden nemen. Kort voor de stad kreeg de auto weer kuren: hij deed het geloof ik alleen nog in zijn één. Ik had de tegenwoordigheid van geest tegen mijn metgezel te zeggen dat hij in de reisgids het beste, meest klassieke hotel van de stad moest opzoeken en dat we daarheen koers zouden zetten. Omdat we van boven kwamen en het stadscentrum lager lag, slaagden we erin grotendeels zonder motor naar de benedenstad af te dalen en vlak voor het hotel te belanden. Dat heette Infante de Sagres, en had precies die ouderwetse klasse die we nodig hadden. Hier konden we de sleutel bij de portier afgeven en zeggen: Ach, er is een probleempje met onze wagen; kan er misschien even iemand naar kijken? We hadden een mooie laatste dag en reden de volgende dag onbekommerd naar het vliegveld.
Dit alles kostte wel wat extra, maar in die tijd was Portugal vrijwel te geef, door de voor ons gunstige wisselkoers van de Escudo.

1 reactie

Opgeslagen onder Auto, Europa, Reizen

Afspraak

Ik was wat gepikeerd toen de garage me enige dagen geleden per mail én SMS eraan herinnerde dat ik op 20 april een afspraak had voor de grote beurt. Dat wist ik zelf ook wel, die herinnering had ik niet nodig. Maar vandaag heb ik de afspraak verzuimd, niet omdat ik hem vergeten was, maar omdat ik dacht dat de 20e pas morgen was. Geen enkel tijdsbesef meer.

2 reacties

Opgeslagen onder Auto, Gezondheid, Persoonlijk

Bandenspanning

Mijn twee fietsen plus de auto hebben samen acht banden, die af en toe opgepompt moeten worden. Dat is een klusje van niks. Ik heb een mooie internationale fietspomp, die het gebruik van een verloopnippeltje voor Franse ventielen overbodig maakt. Met de autobanden was er een tijdlang een moeilijkheid, omdat ik de hoge piep bij het bereiken van de gewenste spanning niet meer goed kon horen. Maar tegenwoordig heeft het Esso-tankstation een moderne pompinstallatie, die de spanning toont op een display. Probleempje vanzelf verdwenen.
.
Het kwarweitje is dus op zich niet de moeite om over te praten. Bij mij is er echter iets anders aan de hand. Ik heb ‘een dingetje’ met banden pompen; heet dat niet zo? Het is geen neutrale bezigheid. Toen ik nog klein was zag mijn vader er streng op toe dat ik regelmatig mijn fietsbanden oppompte. Hij begon daar vaak over en oefende druk uit. Alleen al daarom heb ik een hekel gekregen aan banden pompen. Het grootste deel van mijn leven trad dat niet zo op de voorgrond, maar nu ik oud geworden ben komt het boven. Schuldgevoelens als ik lang niet hebt gepompt. Twijfel: zouden ze nog wel hard genoeg zijn? Maar ook de kont tegen de krib: nee, ik ga gewoon op zachte(re) banden; wat kan mij het schelen.
.
Mijn oude moeder vertoonde bij bepaalde werkzaamheden soms een dergelijk gedrag, waarbij te vermoeden was dat háár moeder daar weer achter zat.
.
Opgevoed worden kan ik alleen maar ontraden.

2 reacties

Opgeslagen onder Auto, Fietsen, Persoonlijk