Categorie archief: Auto

Regels

Als ik de garage onder mijn woning uitrijd doe ik altijd de richtingaanwijzer aan. Dat is nergens voor nodig: ik ben dan nog niet in het verkeer en er is niemand die er wat aan heeft, maar het gaat automatisch. In het verkeer doe ik het natuurlijk ook: op de fiets steek ik mijn hand uit bij het afslaan en met de auto de richtingaanwijzer. Ik kan het niet niet doen; zo ben ik domweg gedresseerd. Als ik schrijf pas ik de spellingregels toe; ook daarin ben ik gedresseerd, en nog aan allerlei andere regels houd ik me.

Jongere mensen doen vaak niet meer aan regels. In Amsterdam was het dertig jaar geleden al niet gebruikelijk zich aan welke verkeersregels dan ook te houden, en auto’s rijden er ook graag eens door rood. In Duitsland is het later begonnen, maar ook hier houdt men zich steeds minder aan regels. Op circuits rotondes worden vaak geen richtingaanwijzers meer uitgestoken, wat tot tijdverlies leidt bij chauffeurs die erop willen geraken, en als je door een groen licht rijdt word je soms onaangenaam verrast door iemand die nog door zijn rode licht wilde rijden.

Ik ben dus een gedresseerde aap, of een schaap, zoals de tegenwoordige wappies zouden zeggen. Het vreemde is misschien dat ik dat helemaal niet erg vind; integendeel, ik heb er veel gemak van. Toen die dressuur plaats vond, bij het leren fietsen en schrijven en autorijden, heb ik er niets van gemerkt en er zeker niet onder geleden. Maar voor de huidige generatie is alleen al het idee zich aan regels te houden onverdraaglijk.

Het lag er misschien ook aan dat ik een trein was, dat wil zeggen: ik speelde vaak dat ik een trein was, en die moest natuurlijk op de rails blijven en stoppen voor de seinen. Als kind was ik geloof ik de enige die dat speelde; de andere jongens speelden eerder dat zij een auto waren, vroem vroemm, de grote vrijheid! maar daar vond ik niks aan.

2 reacties

Opgeslagen onder Auto, Duitsland, Fietsen, Nederland, Persoonlijk, Schrijven

Wegen en straten

Drie jaar geleden stortte bij Genua een brug in een snelweg in: 43 doden. Zoiets is in Duitsland nog niet gebeurd, maar de talloze bruggen in de snelwegen zijn ook hier vaak jaren lang verwaarloosd. In ieder geval controleert men ze nu regelmatig, en daarbij worden soms gebreken ontdekt die tot onmiddellijke sluiting aanleiding geven. De belangrijkste brug tussen Wiesbaden en Mainz was zo’n geval, en nu is de lange brug in de A45 bij Lüdenscheid afgesloten en zal dat maanden blijven. Acuut instortingsgevaar! U kent hem misschien wel: de mooie Sauerland-Autobahn, die ook veel Nederlanders rijden op weg naar Zuidoost-Duitsland of Oostenrijk. Dat kan dus de komende maanden niet. Men overweegt de weg daarna tenminste voor vrachtauto’s te verbieden. Die monsters worden steeds groter en zwaarder; het gezeul met spulletjes van A naar B en van B naar A neemt geen eind.
Het verkeer werd direct na de ontdekking omgeleid door de stad Lüdenscheid, maar dat is natuurlijk geen doen. Lange-afstandsreizigers moeten de rotte plek voortaan großräumig umfahren. Dat zal de flessenhals Keulen nog meer belasten; het verkeer loopt steeds meer vast. Gelukkig hebben we nu een nieuwe regering, die vast wel op een verstandig idee komt.

.

In Marburg is onlangs één belangrijke brug gesaneerd. Verder valt het nogal mee geloof ik, maar de straten buiten het centrum hebben nu wel erg veel kuilen en scheuren. Dat is slecht voor de voertuigen, troosteloos om te zien en voor fietsers zelfs gevaarlijk. ’s Avonds fiets ik alleen nog over straten die ik goed ken, waar ik de gaten weet te zitten. Het lijkt langzamerhand wel de derde wereld.
De gemeente Marburg verwacht over dit en het volgende jaar 570 miljoen Euro aan extra bedrijfsbelasting van de Biontech-fabriek, die momenteel zeer veel verdient met de verkoop van corona-vaccins. Wat te doen met dat belastinggeld? Mijn huisarts vindt dat het moet worden ingezet als aanbetaling om het ooit zo beroemde Academisch Ziekenhuis terug te kopen, dat veertien jaar geleden is geprivatiseerd en sindsdien matig tot slecht is geworden. Een nobel streven, maar daarvoor is het bedrag toch te klein, en bovendien ontbreekt (nog) de politieke wil. Nee, laten ze liever de straten in Marburg en omgeving eens opknappen. En dan houden ze echt nog een hoop over.

12 januari 2022: N.B. De brug bij Lüdenscheid wordt toch niet na een paar maanden voor personenauto’s vrijgegeven; hij is te ver heen. De nieuwe brug zal over vijf(!) jaar klaar zijn. De Sauerlandroute kunt u dus voorlopig vergeten. https://www.faz.net/aktuell/wirtschaft/auto-verkehr/autobahn-lange-bauzeiten-als-deutsches-qualitaetsmerkmal-17726744.html?GEPC=s30

1 reactie

Opgeslagen onder Auto, Duitsland, Marburg

Tochtje Idstein – Limburg

Per auto een ritje gemaakt naar Idstein, binnendoor over kleine wegen. Gelukkig zat er iemand naast mij die kaart kan lezen. Over Autobahn en Schnellstraße via Limburg weer terug. Het rijden vermoeide mij niet meer zo, dus kan ik ook weer eens naar Nederland rijden. Wel zouden de hooggeachte landgenoten dan afstand moeten houden en een mondkapje voor doen, dus er zal toch nog niet van komen.

Idstein was ooit de residentie van het grafelijk geslacht van Nassau Idstein. Aan inkomsten mangelde het de graaf blijkbaar niet: een fors kasteel, grote huizen, en een luxe-kerk leggen daarvan getuigenis af. Opvallend was dat een aantal vakwerkhuizen fraai gedecoreerd was; dat zie je niet zo vaak. De protestantse kerk is merkwaardig luxe ingericht met veel schilderingen en tableaux met bijbelteksten, waaronder enkele frivole uit het Hooglied. Graaf Johannes had daar aardigheid in. Eveneens op zijn initiatief en onder zijn leiding vonden de heksenprocessen van 1676 plaats. De Hexenturm is daarnaar vernoemd. Negenendertig vrouwen zijn in dit protestantse stadje na foltering om het leven gebracht, en nog enkele het land uit gejaagd. Alle vrouwen waren boven de veertig: de graaf zag in dat jongere vrouwen nog nodig waren om kinderen te baren in zijn wat dun bevolkte land. Onder de heksen waren twee domineesvrouwen. Dwaalden zij in de leer? Of zagen hun echtgenoten hier een oplossing voor problemen of verveling in hun huwelijk? De dominees kwamen natuurlijk toch in de hemel; van de graaf is dat niet bekend, maar zijn geslacht stierf enkele jaren later uit. Op een moderne gedenksteen worden de onlangs gerehabiliteerde vrouwen herdacht.

Een echte heks was Mathilde Weber, die als arts in de Nazi-periode ongeveer duizend minderwaardig geachte patiënten door middel van medicijnen heeft omgebracht. Na de oorlog werd ze daarom tot gevangenisstraf veroordeeld, maar na een handtekeningenactie vervroegd vrijgelaten. Vanaf 1960 kon ze weer praktiseren en ze heeft nog tot 1996 geleefd, gehuwd met een gewezen kamparts en onopgemerkt door de publieke opinie. Tegenwoordig kun je een wappie als huisarts hebben; in die tijd kon je in behandeling zijn bij een massamoordenares.

Buiten de oude kern is het stadje royaal uitgebreid, al in de late zeventiende eeuw. Een stadsmuur was blijkbaar niet nodig, zodat er ruimte genoeg was. Vroege stadsplanning: evenwijdige, brede straten: licht en lucht en behoorlijke huizen, in één straat zelfs heel grote huizen. Ook nu nog is Idstein een welvarend stadje, waar de huizen duur zijn. Dat komt onder andere omdat het handig aan de spoorlijn en de Autobahn naar Frankfort ligt, zodat comfortabel forenzen mogelijk is.

Op de terugweg nog even halt gemaakt in Limburg/Lahn, waar de dom altijd weer mooi is. Het stadje ook, al heeft het zich nu wel ontwikkeld tot het Venetië van Midden-Hessen. Een niet aflatende stroom van toeristen en dagjesmensen, onder wie ook wij.

De foto’s 1, 4 en 5 zijn gemaakt door Mylius, resp. Mussklprozz en vallen onder Wikimedia Creative Commons.

2 reacties

Opgeslagen onder Auto, Duitsland

Moe en opgewonden

Gisteren heb ik met iemand een uitstapje gemaakt naar Büdingen, waar ik al vijftien jaar niet meer geweest was. Het is nog altijd een prachtig stadje met een mooi kasteel, al toonde het zich niet op zijn best. In januari is er namelijk een enorme overstroming geweest van het flutriviertje de Seemenbach. Dat was al eerder voorgekomen: in de stad zagen we een streep op een muur uit 1757 op ongeveer een meter van de grond: tot daar was het water toen gekomen, en ook in 2003 schijnt het mis geweest te zijn. Er was echt wel een opvangbekken aangelegd, maar dat was blijkbaar niet groot genoeg. Deze ramp moet in januari in het nieuws geweest zijn, maar ik heb hem toen gemist. Wat we nu zagen waren de herstelwerkzaamheden, die positief stemden; wat we niet zagen was het leed van de slachtoffers, faillissementen enzovoort.

Het probleem van het kasteel is grotendeels een ander: de vorst (of graaf? dat is me niet duidelijk) Ysenburg-Büdingen had verkeerd geïnvesteerd en heeft niet veel meer te makken. Dat resulteerde in een vervallen kasteel en een gesloten park, omdat de bomen dreigen om te vallen.

Ondanks al het kapotte maakt het geheel nog altijd een overweldigende indruk. Tot ver in de achttiende eeuw moet het een belangrijke en welvarende plaats geweest zijn, waarvan talloze royale huizen en gebouwen getuigden. En niet te vergeten de nog grotendeels intacte stadsmuur met torens en poorten. Omdat het mooi weer was leek het net vakantie en waren we ‘er eens helemaal uit’.

Dat laatste bleek bij thuiskomst een merkwaardig gevolg te hebben. Ik was namelijk doodmoe en kapot. Geen bezigheid, hoe eenvoudig ook, wilde nog lukken: lezen, muziek luisteren, TV kijken, het ging niet, ik heb alleen maar wezenloos op het balkon gezeten en ben om half tien naar bed gegaan. En dat terwijl de inspanningen niet zo groot geweest waren: twee maal een uur rijden over een rustige Autobahn, wat ontspannen wandelingen door een kleine stad, een picnic onder de stadsmuur, koffie gehaald bij de ijsboer en lekker in de zon gezeten. Om half tien vertrokken en om vier uur alweer thuis. Die overmatige vermoeidheid moet aan het corona-isolement liggen. Al ging ik moe naar bed, de slaap wilde ook niet komen, omdat de hele dag nog door mijn hoofd spookte. Ik ben niets meer gewend, zo veel ‘nieuwe’ indrukken en de langste autorit sinds een eeuwigheid. Als het leven weer normaler wordt zal ik daar heel geleidelijk aan moeten wennen.


Sven Teschke
, Büdingen

4 reacties

Opgeslagen onder Auto, Duitsland, Gezondheid

Ritje Noord-Hessen

Maandag worden de Corona-regels strenger; dan mag je geen onnodige reizen meer maken. Gisteren dus nog gauw een tochtje met de auto naar Melsungen aan de Fulda en Homburg aan de Efze.

Melsungen is in principe een stadje waar wel wat te doen is, maar gisteren niet. Café’s en restaurants alle gesloten; de winkels mochten open zijn, maar waren dat lang niet allemaal. Er liepen ook maar weinig mensen op straat. Dat belette ons niet te zien wat een mooi stadje het is. Je zou er haast kunnen wonen. Als je de historische brug over de Fulda oversteekt sta je op het station, en vandaar kom je snel naar Kassel en naar de rest van de wereld.

Ooit moet Melsungen heel rijk geweest zijn als handelscentrum aan een rivier. De vakwerkhuizen zijn hier veel royaler dan in Marburg. De kerk is daarentegen nogal klein; handel maakt niet noodzakelijk vroom. Er is een goede boekhandel met een reusachtig antiquariaat. Blijkbaar beschikt die over een oude fabriekshal, zodat een boek lang bewaren niet veel kost. Ze hebben ook Engels, Frans Italiaans, Zweeds en Nederlands, en de prijzen zijn redelijk. Natuurlijk wordt het meeste per internet verkocht.

Als Corona veel onmogelijk maakt pak je het genieten anders aan, bij voorbeeld bij een Italiaanse ijssalon die een loket naar de straat open had, waar prima espresso te krijgen was. En de picnic op een bank aan de Fulda, een deken erop, winterjacks aan (het was 6˚), thermoskan met thee, lekkere broodjes en een salade.

Homberg was een klasse minder. We hadden beter met het mindere kunnen beginnen en het mooiste voor het laatst bewaren; te laat. Het kleinere Homberg heeft ook mooie vakwerkhuizen, maar er is veel leegstand en verval. De kerk is hier wel veel groter en mooier, een heel zuivere protestantse kerk—hoewel natuurlijk ooit als katholieke gebouwd. De nummerplaten in deze streek zijn wel naar Homberg genoemd: HR = HombeRg, begrijpt u wel?

Zo was de auto er ook weer eens uit, want alleen ritjes naar de kruidenier vindt hij maar niks.

1 reactie

Opgeslagen onder Auto, Duitsland, Reizen

Mini-herinnering: Motorpech

Het was geloof ik in 1978: een prachtige rondreis in een huurautootje door het Noorden van Portugal. Ofschoon het land net een revolutie achter de rug had lag het er heel verstild bij. In een stadje als Bragança kreeg je een heel goede inblik in het leven van vroeger. Er tjoekten nog treintjes rond met houten wagonnetjes, die stopten op blauw betegelde stationnetjes.

Die huurauto, een Morris Minor, was gehuurd bij een van de grote internationale autoverhuurbedrijven op het vliegveld van Oporto. Maar het was een nukkig ding, waarmee maar moeilijk een verhouding op te bouwen was, en soms vertikte hij het helemaal. Dat gebeurde bij voorbeeld in het dorpje Vinhais; gelukkig midden in de hoofdstraat, met uitzicht op een garagebedrijf. De monteur keek bedenkelijk en zei dat het wel even kon duren, maar dat we konden wachten in het huis van zijn moeder, naast de garage. Moeder was een gezellige vrouw, die heerlijk kon koken en ons een volledige maaltijd voortoverde. Na de maaltijd en de zelf gemaakte marsepein wilde de auto wel weer verder. Een paar dagen later reden we op Oporto aan, de eindbestemming, waar we de volgende dag het vliegtuig terug zouden nemen. Kort voor de stad kreeg de auto weer kuren: hij deed het geloof ik alleen nog in zijn één. Ik had de tegenwoordigheid van geest tegen mijn metgezel te zeggen dat hij in de reisgids het beste, meest klassieke hotel van de stad moest opzoeken en dat we daarheen koers zouden zetten. Omdat we van boven kwamen en het stadscentrum lager lag, slaagden we erin grotendeels zonder motor naar de benedenstad af te dalen en vlak voor het hotel te belanden. Dat heette Infante de Sagres, en had precies die ouderwetse klasse die we nodig hadden. Hier konden we de sleutel bij de portier afgeven en zeggen: Ach, er is een probleempje met onze wagen; kan er misschien even iemand naar kijken? We hadden een mooie laatste dag en reden de volgende dag onbekommerd naar het vliegveld.
Dit alles kostte wel wat extra, maar in die tijd was Portugal vrijwel te geef, door de voor ons gunstige wisselkoers van de Escudo.

1 reactie

Opgeslagen onder Auto, Europa, Reizen

Afspraak

Ik was wat gepikeerd toen de garage me enige dagen geleden per mail én SMS eraan herinnerde dat ik op 20 april een afspraak had voor de grote beurt. Dat wist ik zelf ook wel, die herinnering had ik niet nodig. Maar vandaag heb ik de afspraak verzuimd, niet omdat ik hem vergeten was, maar omdat ik dacht dat de 20e pas morgen was. Geen enkel tijdsbesef meer.

2 reacties

Opgeslagen onder Auto, Gezondheid, Persoonlijk

Bandenspanning

Mijn twee fietsen plus de auto hebben samen acht banden, die af en toe opgepompt moeten worden. Dat is een klusje van niks. Ik heb een mooie internationale fietspomp, die het gebruik van een verloopnippeltje voor Franse ventielen overbodig maakt. Met de autobanden was er een tijdlang een moeilijkheid, omdat ik de hoge piep bij het bereiken van de gewenste spanning niet meer goed kon horen. Maar tegenwoordig heeft het Esso-tankstation een moderne pompinstallatie, die de spanning toont op een display. Probleempje vanzelf verdwenen.
.
Het kwarweitje is dus op zich niet de moeite om over te praten. Bij mij is er echter iets anders aan de hand. Ik heb ‘een dingetje’ met banden pompen; heet dat niet zo? Het is geen neutrale bezigheid. Toen ik nog klein was zag mijn vader er streng op toe dat ik regelmatig mijn fietsbanden oppompte. Hij begon daar vaak over en oefende druk uit. Alleen al daarom heb ik een hekel gekregen aan banden pompen. Het grootste deel van mijn leven trad dat niet zo op de voorgrond, maar nu ik oud geworden ben komt het boven. Schuldgevoelens als ik lang niet hebt gepompt. Twijfel: zouden ze nog wel hard genoeg zijn? Maar ook de kont tegen de krib: nee, ik ga gewoon op zachte(re) banden; wat kan mij het schelen.
.
Mijn oude moeder vertoonde bij bepaalde werkzaamheden soms een dergelijk gedrag, waarbij te vermoeden was dat háár moeder daar weer achter zat.
.
Opgevoed worden kan ik alleen maar ontraden.

2 reacties

Opgeslagen onder Auto, Fietsen, Persoonlijk

Mini-herinneringen: Auto’s in Cairo

Na de lezing in het Instituut werd er als altijd nog iets te drinken aangeboden. Daar kwam je dan in gesprek, en zo leerde ik de heer A. kennen. Wat hij deed weet ik niet meer; het moet in 1972 geweest zijn. Wel herinner ik me dat ik na afloop mijnheer A. buiten weer tegenkwam. Hij wilde juist in zijn auto stappen en vroeg:
– U woont toch in Dokki; kan ik U een eind meenemen?
– Nee dank U, antwoordde ik, ik vind het wel prettig ’s avonds een half uur te lopen.
En zo was het ook: Cairo was ’s avonds lekker rustig en wat lichaamsbeweging in de knapperige avondlucht zou me goed doen, want ik had een beetje hoofdpijn. Maar de heer A. was in zijn wiek geschoten:
– Mijn  auto is U zeker te oud?
Er klonk in zijn woorden geen vrolijkheid door, maar een lichte verbittering. Op dat moment wist ik niet hoe daarop moest reageren. Ontkennen hielp niet. Natuurlijk had ik geen verachting voor oude auto’s; integendeel. Juist nieuwe auto’s waren onder het socialisme nogal verdacht. A.’s auto van een mij onbekend merk dateerde duidelijk uit de vroege jaren vijftig.

– A. zal zich, ook zonder mij, hebben geschaamd voor die oude wagen, omdat zijn familie na de revolutie geen geld meer had voor een nieuwe.
– A. zal hebben gemeend, dat ik in een nieuwe Mercedes wél graag een lift had aanvaard.
– Het moet voor A. onbegrijpelijk en ongeloofwaardig zijn geweest dat ik wilde lopen. Als Europeaan was ik een persoon van hoge rang, en zulke mensen gaan in Cairo niet te voet.
– A. zal de koloniale arrogantie hebben menen te voelen van de Europeaan die ik was—die natuurlijk een tegenhanger had in zijn eveneens koloniale zelfverachting.
– A. wist of begreep blijkbaar niet, dat Europeanen oude auto’s vaak wel interessant vinden. Maar had hij dat wel geweten was het ook niet goed geweest. Als ik bij voorbeeld zijn old-timer had bewonderd alvorens naar huis te lopen, had hij me niet geloofd. En als hij me wel had geloofd was ik uit de hoogte geweest, door zijn kostbare bezit tot een curiositeit te degraderen.

Het was ook nooit goed; geen wonder dat ik soms hoofdpijn kreeg in Cairo.

===

Een auto waarin ik, vele jaren later, wél ben meegereden was een Rolls Royce Silver Cloud, eveneens uit de jaren vijftig. De nogal gebutste wagen behoorde toe aan de familie Butrus Ghali; ik kwam daarin terecht omdat ik samen met een kennis ergens mee naar toe genomen zou worden. Van de rit in deze Rolls herinner ik mij dat het comfort niet groter was dan dat van een moderne middenklasser. Wat moeten goedkope auto’s vroeger dan oncomfortabel zijn geweest.

===

Een lift die ik ook heb aanvaard was die van een verkoopster in een computerzaak. In Cairo kon je Arabische software kopen die in Europa niet te krijgen was, dus ik bezocht regelmatig zo’n zaak. Het moet in de jaren negentig zijn geweest. Wat ik wilde hebben was momenteel niet in huis, zei de verkoopster, maar het was voorradig in het filiaal in Mohandisin. Zij stond op het punt daarheen te vertrekken; wilde ik soms meerijden? Graag, en zo propte ik me in een Fiat 650 naast deze jonge vrouw, die wel erg veel doeken om zich heen had. Waarom heb ik deze banale gebeurtenis onthouden? Omdat ik nu in een afgesloten ruimte alleen was met een kennelijk gelovige muslima. De islamitische regels verbieden dat, en naar het Egyptische volksgevoel staat het vrijwel gelijk aan geslachtsverkeer; daar bestaan heel wat gore moppen over. Maar deze lift was net zo normaal als hij in Nederland was geweest. Honi soit qui mal y pense.
(Werkten er toen in Nederland al vrouwen in computerzaken? Ik geloof het niet.)

===

Soms word ik ’s morgens wakker met dit soort herinneringen. Die schrijf ik dan meteen maar op.
Mijn geheugen verandert nogal. Onlangs kocht ik een reuzepak WC-papier zonder mij te herinneren dat ik dat al eerder gedaan had. Maar anderzijds komen er tegenwoordig zulke scherpe mini-herinneringen boven, en dat is wel aardig.

2 reacties

Opgeslagen onder Auto, Cairo

Kerstverhaal

In Berlijn bloeien de amandelbomen, de vogels schijten de auto onder en de paashaas klopt al ongeduldig tegen de wand van het ei: hij wil eruit! Hoog tijd dus voor een kerstverhaal met sneeuw en ijs.
.
Op de avond van 25 december 1965 zat ik in het holst van Westfalen met mijn vriend H. en twee meisjes in de auto van H’s vader. We kwamen van iets feestelijks vandaan; ik weet niet meer wat. H. zat achter het stuur. Er lag al sinds enige dagen sneeuw, maar de wegen waren schoon. Toch belandden we op een glad weggedeelte: de auto gleed weg, we raakten in de berm en knalden ergens tegen op. Maar heel erg was het niet: H. was licht gewond en even de kluts kwijt, de meisjes hadden niets, maar waren in paniek en zaten te huilen. Ik had helemaal niets; mijn taak was het dus, hulp te gaan halen. Het landschap was wit en leeg, maar in de verte zag ik de lichtjes van een boerderij. Daarheen dus; ik vertelde van het ongeluk en vroeg ik of even mocht telefoneren. Grote argwaan; ik moest het wel drie maal vragen en tenslotte mocht het, maar dan wel tegen betaling van vijf mark: een absurd bedrag voor een telefoontje, dat misschien dertig pfennig kostte; und überhaupt! Ik belde met H’s vader en knerpte terug door de sneeuw. Weer bij de auto aangekomen zag ik dat er een andere wagen was gestopt. De bestuurder daarvan was in de weer met wondverzorging en dekens voor de meisjes. Hij bood aan ons mee te nemen naar zijn huis in het volgende dorp, waar we dan op H’s vader konden wachten die verder het nodige zou ondernemen. Dat accepteerden we graag. Daar telefoneerde H. zelf nogmaals met zijn vader. Het duurde wel twee uur voordat deze verscheen; het was niet naast de deur en de wegen waren nog niet zo goed als nu. Tijdens het wachten mochten we bij het gezin in de woonkamer zitten. Ze hadden al gegeten, maar de vrouw des huizes zette borden warme soep voor ons neer, we kregen ook iets te drinken en zo kwamen we weer tot onszelf. Toen H’s vader kwam bedankte hij die behulpzame mensen zeer hartelijk. Van een vergoeding wilden ze niet weten; voor hen sprak het vanzelf: ze waren indertijd zelf als vluchtelingen uit Oost-Pruisen gekomen en wisten heel goed hoe belangrijk het is hulp te krijgen als je die nodig hebt.
.
Nou, is dat kerst of niet? En nog echt gebeurd ook.

9 reacties

Opgeslagen onder Auto, Duitsland, Ei, Onzin Humor, Persoonlijk