Marburg 800. Verkledingen.

Marburg is dit jaar 800 jaar oud geworden en dat wordt gevierd met een reeks manifestaties en feestelijkheden. Ik kom in november aan de beurt, wanneer we met Canticum Antiquum muziek gaan zingen van achthonderd jaar geleden, wat nogal avontuurlijk is. Gisteren had men de Autobahn, die de stad helaas in tweeën splijt en die men het liefst onder grond zag verdwijnen, afgesloten en er vijfhonderd standjes, tenten en kramen op gebouwd. (Filmpje hier.) Wat een inspanning, wat een kosten! Er zijn vrij veel op- en afritten, die werden afgesloten met zware betonblokken en kettingen, terwijl er overal security-personeel stond opgesteld voor het geval dat. Sommige automobilisten, zo werd namelijk verwacht, zouden zich het recht op de Autobahn niet goedschiks laten ontnemen; bovendien is er tegenwoordig een soort trend, met een auto op groepjes mensen in te rijden. Dat wilde men op deez’ heugelijke dag voorkomen.

Maar dan de happening zelf. Ja, je kon enkele kilometers langs stands en kramen lopen: verenigingen, partijen, belangengroepen, actiegroepen, de gemeente, de universiteit, alles wat er in Marburg bestaat was vertegenwoordigd, maar echt feestelijk was het niet. Wat vooral ontbrak was eten en drinken. Er waren maar heel weinig plekken waar je iets te eten kon krijgen, de onvermijdelijke braadworst natuurlijk, een moedig Afrikaans restaurant en de kar van Sup Di, die Vietnamees streetfood aanbiedt. Omdat het zo weinig was stonden er overal enorme rijen, zodat je beter later thuis iets kon eten. En er was maar heel weinig muziek. Je zou toch verwachten dat muziekgroepjes en koren iets van zich zou laten horen, maar daar hadden de meeste van afgezien. Begrijpelijk wel; de klanken verdwijnen in de open lucht, bovendien zou je dan moeten opboksen tegen de muziek van de tent verderop. Een dansje dan? Nee, ook niet. Wel waren er volop mensen van de Heimatvereine in de oude klederdracht, die ze op gewone dagen nooit zouden aantrekken, maar waarvan ze de traditie op een of ander manier willen bewaren. Een volksdansje in klederdracht was toch aardig geweest, maar nee. Marburg zou immers Marburg niet zijn, al honderden jaren niet, als het ineens in exuberante feestvreugde zou uitbarsten. De reformatie heeft er hier diep in gehakt. Twee sportclubs deden iets actiefs: de roeiclub had roeimachines opgesteld waar het publiek op mocht. Wat ik niet wist is dat kanovaarders en peddelaars met zo’n zelfde apparaat, als het iets wordt omgebouwd, steeds één arm kunnen trainen. De klimclub had een rijdende klimwagen, een soort Matterhorn van een meter of tien hoog, waar kinderen op mochten klimmen–natuurlijk veilig aan touwen vastgebonden. Verder waren er wat demonstraties van beroepen: timmerlieden timmerden en daagden toeschouwers uit tot timmerwedstrijdjes, leidekkers zaagden stukken leisteen op maat. De bouwvakkers hadden natuurlijk hun traditionele Zunftkleidung aan, dat is wel een aardig gezicht. Die dracht is nog niet verouderd: Wandergesellen trekken in die kleren een jaar (of nog langer) door het land om ervaring in hun vak op te doen. Handig voor automobilisten om ze aan te herkennen, want het geldt als goede gewoonte, hun een lift te geven, als zij op weg gaan naar hun volgende klus. (Zijsprong: ik kan me een Krimi voorstellen, waarin een seriemoordenaar zich, verkleed als timmermansleerling, toegang verschaft tot de auto’s van zijn slachtoffers. Het moordwapen zal telkens de hamer zijn. De politie staat voor een raadsel, totdat commissaris Duimnagel, ooit zelf timmerman, aan een verloren knoop de Kluft herkent.)

Voor mijzelf was de winst van deze Autobahnwandeling de kennismaking met een alternatieve Marburger fietsclub, die zich bezighoudt met de toestand van de fietspaden en ook een mooie kaart had uitgegeven van bruikbare paden in de omgeving, vooral over de Lahnbergen, waar het fietsen altijd wat onaangenaam is, of was. Daar ga ik wat aan hebben.

Bij Marburg 800 was natuurlijk ook ‘dat Anna’, helemaal op zich zelf, zonder aansluiting met de andere drachtendragers. ‘Dat Anna’ is een man, vrij lang, vrij breed, draagt een herenbril en heeft een mannelijk loopje, maar verschijnt bij feesten sinds jaar en dag gekleed in de vrouwelijke versie van de Marburger klederdracht. Hij doet het al zo lang dat hij ermee vergroeid is, het is volkomen vanzelfsprekend. Grappig zijn de reacties van jongeren, die hem nog niet kennen. Eerst verwondering: ze weten niet goed wat ze zien, dan geamuseerdheid als ze merken hoe het zit. 

Een gewone man in een jurk heb ik niet zo vaak gezien. Ooit eens in de metro in Amsterdam: een stoere vent met baardstoppels en borsthaar dat uitkwam boven een zomerjurkje. Voor hem was het echter niet vanzelfsprekend: ‘zeg er wat van en je krijgt klappen,’ dat straalde hij uit. En dan had je nog Maartje ’t Hart.

Op film en televise nogal eens, maar in Marburg nooit in het echt, zie je vrouwelijke mannen die zich overdreven vrouwelijk uitdossen, met wimpers, dikke lippenstift en glamoureuze kleren, glitters, boa’s en veren. Voor hen is het niet vanzelfsprekend, want ze hebben het de hele tijd over details van hun uiterlijk en praten zoals zij waarschijnlijk denken dat echte vrouwen in de damestoiletten aan het roddelen zijn, maar ook dat sterk overdreven. En in Cairo had je Cleopatra, de Koningin van de Nijl.

In Parijs zat ik naast een zeer goed geklede jonge persoon die niet verkleed was, maar geheel zichzelf, als een tussending tussen man en vrouw. Zo iemand heet tegenwoordig ‘divers’. Een slank, ietwat vrouwelijk aandoend lichaam gekleed als een man, nee: als een gentleman: goede stoffen, goede snit van jasje en broek, mooie schoenen. Deze dracht is onder mannen zeldzaam geworden. Het gezicht was vriendelijk, maar geslachtsloos, het kapsel vrouwelijk, het haar een beetje opgestoken en vastgezet met kammetjes. Smaakvol en volkomen vanzelfsprekend, straalde geen politieke boodschap uit, hoefde niet met een vlaggetje te zwaaien. Hij/zij zong tenor, en dat héél goed. Het kon wel een beroepszanger(es) zijn, maar ik kwam er niet aan toe, het te vragen. (Nee, het is niet zo dat tenoren altijd mannen zijn. Er bestaan ook vrouwen die tenor zingen: soms omdat er te weinig mannelijke tenoren zijn, maar vaak genoeg ook omdat dat het beste bij hun stem past. Zoals er ook mannen zijn die alt zingen.)

Zunftkleidung

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Kleding, Marburg

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.