Mini-herinnering: mijn antisemitisme

De herinnering kan mini blijven, want de periode van mijn antisemitisme heeft gelukkig maar kort geduurd.

Opgroeiend in Amsterdam kwam ik wel eens Joden tegen en ik kende er ook een paar. Op enkel puntjes verschilden zij van ‘ons’, maar ja, dat deden katholieken en socialisten ook en het maakte helemaal niets uit. De omgang was onproblematisch. 

Een mooie kennismaking had ik met een rabbijn. Ik studeerde Arabisch, maar die studie was ingebed in ‘Semitische Talen’ en daar zat ook Hebreeuws bij. Een studiegenoot en ik waren niet tevreden met de dorre manier waarop dat onderwezen werd en wij begaven ons naar een rabbijn met de vraag of hij niet wat met ons wilde lezen. Dat wilde hij en het werden heel mooie uren, met de lectuur van Hebreeuwse en ik denk ook Aramese bijbelcommenaren. Hij wekte die dode teksten echt tot leven. Op een dag vertrok de rabbijn naar elders en toen was het afgelopen. Het blijft een mooie herinnering.

Heel apart was mijn werk bij een Joodse firma. Als student had ik al verschillende bijbaantjes gehad. Mijn reizen naar het Midden-Oosten kostten geld en dat moest verdiend worden, in een hotel, bij de gemeente, bij een marketing bureau, bij een bank enzovoort. Op een dag kreeg ik een baantje als postjongen en manusje van alles bij een handelsfirma in … (uit discretie zeg ik maar niet waarin. Nee, diamanten waren het niet.) Het bleek een Joodse firma te zijn, en wel een wereldfirma. Afgezien van enkele monsters op een kastje was er van de verhandelde goederen nergens iets te bekennen, maar intussen werden ze wel op grote schaal verhandeld en verscheept: van Afrika naar Amerika, van Turkije naar Europa, van Bolivia naar Australië enzovoort. In dat bescheiden grachtenpand gingen werkelijk miljoen door de telefoon en de telex, — en miljoenen waren de miljarden van die tijd. Nooit heb ik ergens een prettiger werkklimaat gekend als daar. Hoewel de jongste en laagste in rang, en bovendien slechts tijdelijk aangesteld werd ik geheel voor vol aangezien en als gelijke behandeld. De bovenbazen spraken met mij gezellig en zonder enige barrière over dingen als kunst, muziek en theater. Sommigen speelden zelf ook een instrument, ze waren allemaal meertalig en belezen, hadden humor en reisden de halve wereld rond. Een totaal ander bedrijfsklimaat dan bij Nederlandse zakenlui van het type Verolme of mijn grootvader, met hun broodjes kaas en altijd maar druk-druk-druk. Toen een van de heren thuis een feestje gaf sprak het voor hem vanzelf dat ik ook zou komen, en zo kwam ik terecht in een van de weinige echt ruime huizen die Amsterdam Oud-Zuid rijk is. Ook met de dames en dochters was het erg prettig. 

Een fijne tijd dus; toch werd dit werkverblijf de aanleiding tot mijn antisemitische episode, en dat hadden ze werkelijk niet aan me verdiend. Toen ik daar weer weg was namelijk schoot de jaloezie in me. Waarom hadden zij zo‘n mooi leven terwijl ik vast zat in een bescheten, schraal mileu? Het ging niet eens om hun rijkdom, maar om hun vanzelfsprekende wereldburgerschap. Die jaloezie nam de vorm aan van jodenhaat— het zal in het voorloorlogse Duitsland net zo gegaan zijn.

De enige antisemitische actie die ik heb ondernomen was het schrijven van een gemene rotbrief aan een Franse schrijver. Ik hoop maar dat hij hem schouderophalend heeft weggegooid en geen pijn gevoeld heeft (ofschoon ik hem toen wél pijn wilde doen).

Mijn antisemitisme ging vanzelf weer over toen ik eigen wegen vond tot het worden van wereldburger. Ik ontdekte Europa: Brussel, Parijs, Münster, Salzburg, Athene en vooral Italië; later ook Cairo. Het is allemaal nog goedgekomen.

Het bovenstaande was voor mij niet zo prettig om op te schrijven. Toch geloof ik dat iedereen af en toe bij zich zelf moet nagaan of er geen rotte plekken in zijn ziel zitten, om die dan uit te snijden. Dit betrof mijn antisemitisme, een variant van racisme. Maar racisme is veel is ruimer: ook na te gaan is de verhouding tot andere volkeren. Dat komt in een volgende tekst.

3 reacties

Opgeslagen onder Joden Joods joods, Persoonlijk

3 Reacties op “Mini-herinnering: mijn antisemitisme

  1. Een dappere biecht, en het is nog niet eens aswoensdag.

  2. Het stuk tot en met de brief is mooi materiaal voor (het begin van) een roman. Daarna moet het dan wel een beetje uit de hand gaan lopen.

  3. Ik begin er niet aan.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.