Mini-herinneringen: de Tweede Wereldoorlog

Aan deze oorlog heb ik zelf geen herinneringen, omdat ik er te jong voor ben. Er zijn echter wat fragmenten uit de familieoverlevering. Niet veel, want er werd in mijn familie nauwelijks over de oorlog gesproken. Bovendien kan het zijn dat er door de gebrekkigheid van zowel de overlevering als mijn geheugen onjuistheden in zitten.
.
Mijn ouders en hun ouders woonden in een dorp aan de Langstraat, waar het leven in oorlogstijd niet zo verschrikkelijk was als in de grote steden in het Westen, mede omdat het gebied al op 1 november 1944 werd bevrijd.
.
Mijn grootmoeder kon in de nacht van 10 mei 1940 niet slapen; ze was heel vroeg op en hoorde een enorm lawaai. Ze keek uit het raam, zag er een hele zwerm vliegtuigen overvliegen en begreep dat het nu oorlog was. Ze vertelde dat ze op dat ogenblik een merkwaardige, bijna mystieke ervaring had gehad. Het was voor haar een moment van grote schoonheid geweest. Misschien had ze nog nooit vliegtuigen in het echt gezien.
.
Op een keer wilden de Duitsers een grote kuil gegraven hebben en sommeerden toevallige voorbijgangers dit werk uit te voeren. Onder hen was ook mijn grootvader. Hij was hoofd der plaatselijke MULO-school en behoorde tot degenen die pakken droegen. Nu moest hij graven, wat natuurlijk niet prettig was. Maar nog vernederender was dat de arbeiders en boerenjongens die daar ook te werk gesteld werden er wel schik in hadden dat die keurige heer met zijn mooie pak ook zijn handen moest vuilmaken.
.
Mijn grootouders van moederskant hadden inkwartiering gekregen: er woonde een Duitse officier bij hen in. Na verloop van tijd waren er toch menselijke betrekkingen ontstaan tussen het gezin en hem. Een oom vertelde dat hij op een dag door die man gewaarschuwd werd: er was een razzia op komst om jongens en mannen van de straat op te pikken en naar Duitsland af te voeren voor de Arbeitseinsatz en hij kon maar beter ergens gaan onderduiken. Dat deed hij; hij kon in een ander dorp bij familie terecht en werd niet ingelijfd.
.
Mijn vader trok zich in die riskante periode terug op de zolder van zijn ouderlijk huis. Hij had een HBS-diploma, maar gebruikte die tijd om schriftelijk onderwijs in Latijn en Grieks te nemen om alsnog zijn gymnasium-diploma te halen. Hij las onder andere Caesar en Seneca en het Nieuwe Testament in het Grieks. Hij hád die boeken ook; blijkbaar waren die gewoon leverbaar in de oorlog. Na de bevrijding kwam er niets meer van terecht: er waren nu andere dingen te doen en ik neem aan dat het postverkeer met het nog bezette deel van Nederland ook onderbroken was.
.
Het dorp lag op misschien anderhalve kilometer afstand van de Maas. Verder dan daar zijn de geallieerden op 1 november 1944 niet gekomen. De dagen die vooraf gingen aan de bevrijding van het dorp werd er wederzijds flink geschoten. Het huis van mijn grootouders van vaderskant lag in de gevarenzone aan de noordkant en was slechts door weiden en akkerland gescheiden van de rivier, waarachter de Duitsers lagen. Daarom werden de mensen van de noordkant tijdelijk in het midden en Zuiden van het dorp ondergebracht. Mijn andere grootouders woonden op een veiliger plek en hadden een grote kelder. Daar werd toen enkele nachten door beide gezinnen op matrassen overnacht. Het was toen dat mijn ouders elkaar nader leerden kennen.
.
In het dorp stond een grote katholieke kerk, een gebouw van Cuypers. De toren daarvan werd op de valreep, op 31 oktober, nog door de Duitsers opgeblazen, waardoor ook de kerk zelf grotendeels instortte.
.
Hoewel er in de familie nooit over gesproken werd moet het zo geweest zijn dat mijn vader samen met andere jongens uit het dorp na de aftocht van de Duitsers hun hoofdkwartier geplunderd heeft. Daarvan lagen bij ons thuis nog drie getuigen: 1. Een set van zes massief zilveren visbestekken, mooi vormgegeven, maar helaas ontsierd door hakenkruisen. We aten er nooit mee. 2. Een hoogwaardige verrekijker van Zeiss Jena, eveneens van een bescheiden hakenkruis voorzien. Een halve eeuw later vertelde mijn vader dat hij dat ding in Duitsland een keer had gebruikt en werd aangesproken door een man die het hakenkruisje opmerkte en in hem een mede-sympathisant met de Nazi’s vermoedde, wat hij bepaald niet was. 3. Een stapel documenten, waarvan het mij, toen ik ze op zolder ontdekte, onduidelijk was waar ze over gingen. Wel was duidelijk dat ze betrekking hadden op toestanden in Tsjechië en dus niet van belang waren voor de geschiedschrijving van onze streek. Waar ze zijn gebleven weet ik niet.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Niks

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.