Heere, breng hem niet in lijden!

Deze tekst zoekt u vergeefs in de bijbel; hij komt voor in een wandschildering van Victor de Stuers uit 1865. Voor mij werd dit gebed niet verhoord. Nadat ik in Amsterdam mijn kandidaatsexamen Semitische talen had gedaan moest ik beslist naar Leiden. De Schiphollijn bestond nog lang niet, dus forenzen was moeizaam. Ik wilde helemaal niet verhuizen, want ik voelde mij lekker in Amsterdam, maar Indonesische Taal- en Letterkunde studeren kon alleen in Leiden, waarvoor toentertijd Arabisch en Sanskriet als voorstudie vereist werden, dus had ik in Amsterdam maar vast Arabisch gedaan. Bovendien was het onderwijs in Amsterdam behoorlijk slecht geweest; het moest maar gebeuren. Eigenlijk had ik naar het SOAS in Londen gewild, maar door een dramatische privé-omstandigheid plus een verkeersongeluk (niet heel ernstig, maar het herstel duurde toch zes weken) was daar niets van terecht gekomen.
Op een dag betrok ik dus een huurkamertje in Leiden, het was geloof ik begin januari 1969. Een trieste straat, een armoedige stad (toen nog). Een vrij groot huis aan de Morsweg, waar vier kamers aan studenten verhuurd werden. De sombere gangen werden verlicht door peertjes van 15 Watt. In het halfdonker spookte soms in haar nachtjapon de licht demente moeder van de hospes. Ze praatte ook, maar wat ze vertelde ben ik intussen vergeten. Het closetpapier was op de bon: je kon steeds bij de hospita een paar velletjes gaan vragen, maar ik besloot al dadelijk maar eens gek te doen en op eigen kosten een rol aan te schaffen. Het kamertje was klein en kreeg veel herrie van de straat. De meegebrachte radio en grammofoon boden aanvankelijk geen soelaas, want Leiden had 127 volt; daar moest dus eerst een transformator voor aangeschaft worden.
De eerste kennismaking met het hoger onderwijs in het Arabisch viel ook zwaar tegen: het was niet merkbaar beter dan ik gehad had. Eén oude hoogleraar had tot de bestuurselite van Ned.-Indië behoord en had die baan in Leiden kennelijk gekregen omdat hij onderdak nodig had. Hij was waarschijnlijk goed thuis in de Indonesische talen, maar veel minder in het Arabisch. De andere had heel wat in huis, maar vond lesgeven niet zo interessant. Een goede hoogleraar, zo meende hij, is er een die de studenten bij het studeren niet hindert. Verder autodidact worden dus maar; het kón, maar het was zo’n tijdverlies. Bij Indonesisch was dat veel beter: daar kreeg ik eindelijk modern onderwijs, zowel in taal als literatuur, van een inspirerende hoogleraar.
.
Eenzaam voelde ik me ook vaak die eerste weken. Dan ging ik terug naar mijn vrienden in Amsterdam om weer wat op verhaal te komen. Die begrepen toch al niet wat ik in Leiden zocht; in die tijd dacht je niet verder dan de stadsmuren van Amsterdam en draaide je nooit een telefoonnummer met een netnummer ervoor. Leiden was maar veertig kilometer van Amsterdam, maar een heel andere wereld. Een sjofele stad vol langdurige werkloosheid, maar wat de universiteit betreft een annex van het mij onbekende, maar begeerlijke Den Haag, dat ruimer, rijker en vrijer was dan Amsterdam.
Eén, twee maanden treurigheid; toen veranderde het. Op een dag kwam ik een jongen van college tegen op straat. Hij vroeg of ik even binnen wilde komen; we bleken namelijk op tien meter van zijn woninkje te staan. Binnen zat zijn vriendin, die afwisselend aan een scriptie typte en in pannen roerde. Ik kon meteen blijven eten, en daarna nog wat drinken; in de loop van de avond kwamen er nog andere ‘stamgasten’ binnen. Kortom, het was ruim na middernacht toen ik weer vertrok en zo ging dat daarna nog jaren: dit prachtige paar bedreef op een zeer klein woonoppervlak met maar weinig geld een soort salon, die voor velen een graag bezochte aanloopplaats was. Daar leerde ik ook anderen kennen met wie ik nog vele jaren bevriend gebleven ben. Ik werd geïntroduceerd in een literair dispuut, waar ik mij ook zeer thuis voelde. En studeren deed ik vaak in de bibliotheek van het KITLV, bij de Indonesische studiën, waar ik nóg een tehuis vond. Het kwam dus helemaal goed met Leiden.
.
Nu hoop ik maar dat de gedachten waarmee ik wakker word niet de kant van memoires uitgaan, want daar voel ik niet voor. Mijn leven was nauwelijks memorabel; bovendien zou ik dan veel preciezer en indiscreter moeten worden.

3 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk

3 Reacties op “Heere, breng hem niet in lijden!

  1. O nee? Met dat preciezer en indiscreter moet je het zelf weten maar memorabel vind ik deze gedachten zeker.Het klinkt wel als heel heel lang geleden.

  2. Nou, ik sluit me meteen bij Irene aan. Ik vind herinneringen juist erg leuk om te lezen. Je hoeft toch niet meteen uitgevers te gaan bellen om je memoires uit te gaan geven. Gewoon opschrijven hier die hap 🙂

  3. Graag meer van deze mooie verhalen!

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.