Camera Obscura

Bij het uitmesten van een boekenkast vond ik een exemplaar van Hildebrand, Camera Obscura terug. Had ik het zelf gekocht? Het was een Prisma-boek van ± 1960, destijds het goedkoopste wat je krijgen kon, en dienovereenkomstig benauwd gedrukt en moeilijk doorbladerbaar. De eerste druk dateert van 1839.
Ik dacht altijd dat Couperus’ De stille kracht het eerste literaire werk was dat ik las, behalve dan de verplichte nummers op school. Maar tot mijn verbazing herinnerde ik mij grote stukken uit dit boek, soms hele zinnen woordelijk, na er ruim een halve eeuw niet aan gedacht te hebben! Het schrijnende verhaal van Keesje, het diakenhuismannetje, dien men het vlijtig gespaarde geld voor een eigen doodshemd had afgenomen. ‘Hoe warm het was en hoe ver.’ ‘Er komen mensen op een kopje thee, om verder het avondje te passeren,’ met de familie Stastok, Mietje met de Kalfsogen, Koosje van Naslaan en de heer Dorbeen, die werd gezegd een droogkomiek te zijn. ‘Een avondje vergulden,’ komt dat ook daaruit? Ik heb het nog niet teruggevonden, en weet ook niet meer wat vergulden is. En ja, het onvergetelijke gedicht dat mevrouw Dorbeen met zware klemtonen voordroeg, ik wist het ineens bijna woordelijk: ‘Zo rust dan eind’lijk, ’t ruwe noorden | Van hageljacht en stormgeloei, | En rolt de Rhijn weer langs zijn boorden, | Ontslagen van den winterboei.’
Het gezapige Nederlandse burgermansleven genadeloos gefileerd; dat was wel even leuk, evenals de informatie hoe men vroeger leefde: bij voorbeeld dat de kachel niet vóór november aanging, en dat er in diligences en trekschuiten vlijtig sigaren werden gerookt. Toch kan ik dit boek niet al te fascinerend vinden. Het kan alleen zo beroemd geweest zijn omdat er uit die tijd verder niet zo veel is. Iets later uit de eeuw herinner ik mij—maar die heb ik pas veel later leren kennen—alleen Klikspaan, Piet Paaltjens en Alexander Ver Huell, Zijn er zoo?, en dan kwamen de Tachtigers; toen werd het pas echt interessant. Tollens en van Lennep had je ook nog, maar die heb ik nooit gelezen.
Het kan echter ook zijn dat er in de vroege negentiende eeuw best wat geschreven werd, maar dat de erfenis niet is gecultiveerd. Lijkt me net iets voor Nederland, om zijn literatuur te vergeten. In de buurlanden is het volstrekt normaal, boeken uit de negentiende of zelfs de achttiende eeuw te lezen.
.
Vreemd, hoe zo’n teruggevonden boek heel veel weer terugbrengt in het geheugen. Zo bezien moet je misschien toch niet te veel weggooien.

8 reacties

Opgeslagen onder Literatur, Nederland

8 Reacties op “Camera Obscura

  1. Vergulden was het met glazuur bestrijken van speculaaspoppen, als mijn geheugen mij niet voor de mal houdt. Hier staat de Camera ook al decennia lang ongelezen in de kast. Toch weer eens inkijken, wie weet wat het oplevert 😉

  2. Ik blader soms door boeken om een speciale passage nog eens te lezen. Vaak maakt het dat ik het hele boek daarna nog eens lees.

    Waarschijnlijk kan ik daardoor geen afstand nemen van mijn boekenkast.

    Vriendelijke groet,

  3. Ik stond eens tijdens de Zuidlaardermarkt op de bus terug naar Stad te wachten en raakte in gesprek met een medereiziger. Het vroor, al was het nog net geen november. Hij vertelde me dat in zijn jeugd de kachel pas aan ging vanaf de Zuidlaardermarkt en niet eerder. En ik dacht als om negentiende eeuwse literatuur gaat nog aan de Schoolmeester, die ik met veel plezier gelezen heb. Het boek staat nog in mijn kast. En gaat niet weg.

  4. Haha, wat een leuk boek. Bedankt!

  5. Volgens mij gebruikten ze tijdens dat koek vergulden zelfs bladgoud en -zilver. Het werd dan vast alleen in de welgestelde milieus gedaan. Leuk hoor, die ouwe boeken. Zo heb ik een paar jaar geleden geprobeerd om ‘De laatste der Mohikanen’ te lezen (een boek van mijn pa) en ook boeken van Jules Verne. Je komt er nauwelijks doorheen :-).

  6. @Wieneke: Ik vermoed dat de beide oude boeken die jij noemt ook minder genietbaar geworden zijn door slechte en/of verouderde vertalingen. Een vertaling gaat altijd veel korter mee dan het origineel.

  7. Trijntje

    Ik heb een oude uitgave van het boek, en heb er vorig jaar nog eens in gelezen; “Een oude kennis”. In mijn familie was het vroeger een gevleugeld woord, de titel van één van de hoofdstukken:” Hoe warm het was en hoe ver”.
    Ik vond het wel toepasselijk om het te herlezen in de hete zomer en vond het ook nog wel leuk om dat te doen.
    Verder gaat in mijn familie het verhaal dat de ouders van mijn moeder elkaar hebben leren kennen dankzij een ander deel van het boek: “De familie Stastok”: ze waren beiden lid van de Gereformeerde Kerk in Rotterdam, zo’n honderd jaar geleden. En speelden in een soort toneelopvoering van De familie Stastok (het heette ongetwijfeld geen toneel, want toneel was in die tijd nog verboden in die kringen). Ik ga ervan uit dat mijn opa lid was van de knapenvereniging en mijn oma van de meisjesvereniging en dat dit een gezamenlijk project was. Ik kan het uiteraard niet meer navragen.
    Maar goed, volgens overlevering hebben mijn opa en oma elkaar daar leren kennen; ze zijn in 1918 met elkaar getrouwd. Ze zijn altijd gereformeerd gebleven. Ik denk met dankbaarheid terug aan hoe mijn oma het geloof beleefde, waarin zeker ook ruimte was voor toneel.

  8. Vond het best genietbaar, destijds en het boek staat – geloof ik – nog bij mij in het schuurtje.

    Overigens staat een doorzoekbare versie op de DBNL:
    https://www.dbnl.org/tekst/beet005wvan01_01/zoek.php?page=1&pageSize=50&categorie=titel&fq=ti_id%3Abeet005wvan01&zoek=vergulden

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.