Waarom ik toch geen honderd word

Waar men in de Oudheid nog voor vaststaand aannam dat de wereld van eeuwigheid bestond en eeuwig zal bestaan, hebben christendom en islam de westerse mensheid gewend aan het idee dat de wereld een einde zal nemen. Zeer binnenkort of in een onbestemde toekomst, al naar het levensgevoel van de dag—maar onder gaat ze, de wereld, met daverende aardbevingen, vloeden en andere natuurrampen.
.
Nadenken over het nabije wereldeinde is op mijn leeftijd wat hachelijk. Immers, de persoonlijke ondergang is al duidelijk te voelen en ook om mij heen zie ik overal verval, ziekte en dood. Daaruit te concluderen dat binnenkort maar liefst heel de wereld zal ondergaan zou echter een denkfout zijn.
.
Denken over het einde van de hele wereld is ook niet nodig. De planeet zal echt wel voortbestaan, alleen zal zij geen geschikte leefomgeving zijn voor mijn soort. Dat was zij toch al nooit, maar het wordt erger. Mijn wereld, in de zin van leefwereld, is aan het ondergaan; die is misschien ook de uwe? Mocht ik heel oud worden zal ik de nieuwste versie van de wereld steeds minder als de mijne herkennen, dus een verder verblijf daarin is niet zinvol.
.
Mijn oude lijf draagt de dood al in zich, maar van ongestoord aftakelen in een sfeervolle Seniorenresidenz met dagelijks drie keuzemenu’s zal allicht geen sprake meer zijn. Het is gedaan met de rust, de bedreigingen van buitenaf worden steeds talrijker.
.
Het klimaat verandert snel; de zomers worden steeds warmer. In 2018 hadden we hier vijftien dagen met 35–37˚. Die waren met enig gepuf en een ventilator wel uit te houden; de vele dagen met 30˚ daarvoor en daarna vond ik persoonlijk zelfs wel prettig. Maar hoe zal het zijn als een hittegolf 40˚ wordt, de gewone zomertemperatuur 34˚ en de droogte nog droger? Veel mensen worden dan niet lekker of sterven; anderen worden erg prikkelbaar. De voedselvoorziening komt in gevaar. Natuurlijk kunnen er andere gewassen worden verbouwd en de landbouw zoals wij die kennen kan in Zweden en Finland worden voortgezet, maar de omschakeling zal langzaam en stokkend gaan en dus sociale onrust teweeg brengen.
De met de klimaatverandering gepaard gaande stijging van de zeespiegel vormt ook een bedreiging. Hier in de buurt zijn Nederland, Engeland, Noord-Duitsland en Denemarken in gevaar, om van Bangla Desh maar te zwijgen. Het aantal slachtoffers kan in de miljoenen lopen; bovendien kan mijn pensioen nat worden.
In Nederland hebben springvloeden regelmatig voor overstromingen gezorgd. De Nederlanders kennen dat; ze nemen na(!) zo’n overstroming dan ook steevast maatregelen. Na 1916 de Zuiderzeewet en de Afsluitdijk, na 1953 de Delta-werken. Met de stijging van de zeespiegel, die tot veel hogere waterstanden kan leiden, hebben zij echter geen ervaring. Wordt het al tijd om bezorgd te worden of kan dat later? Er verschijnen geruststellende grafieken en voorspellingen: ergens in 2040 of 2070 of 2100 zal de zeespiegel 0.9 of 27 cm stijgen, dus dat valt erg mee. Niemand voorziet een plotselinge stijging van bij voorbeeld anderhalve meter in 2023, dat zou maar paniekzaaierij zijn; toch behoort ook dat tot de mogelijkheden. Er zijn inderdaad wel geleerden die over metershoge stijgingen in de toekomst spreken, maar de bevolking, en zeker de overheden, kiezen altijd de mildste voorspellingen. Ergens in Groenland blijkt de laatste jaren juist minder ijs gesmolten te zijn: nou kijk eens aan, niets aan de hand dus.
Van andere fenomenen, zoals zonne-energie, en de versnelde verschuiving van de magnetische Noordpool heb ik geen flauw benul, maar misschien spelen ze bij dit alles ook een rol.
.
Ook het geestelijke klimaat wordt anders. Dingen die voor mij altijd belangrijk waren, zoals lezen, schrijven, studie, geschiedschrijving, vreemde talen, onderwijs en universiteiten gaan eruit, die zijn niet meer van deze tijd. Het idee van een samenleving gaat er ook uit. De meeste mensen zien tegenwoordig wel in dat neo-liberalisme en vrije marktwerking een blunder waren, maar kom er maar eens van af.
Er moet een samenhang bestaan tussen digitalisering enerzijds en de opkomst van holle vaten en geboefte als politieke leiders en de terugkeer van het fascisme anderzijds: Trump, Bolsonaro, Duterte, Orbán, Erdoğan, Poetin, Salvini — maar hoe die samenhang precies is blijft nog onduidelijk.
Ook zal er wel een samenhang bestaan tussen het fysieke klimaat, de zeespiegel, de Noordpool en het veranderende geestelijke klimaat, al is er moeilijk de vinger op te leggen. Maar als de bomen en de trekvogels van een en ander al in de war zijn, hoe zouden dan de mensen niet in de war zijn? Ineens slaan ze in het wilde weg aan het haten, willen niet meer een vijand, maar zich zelf schade toebrengen, trekken gele hesjes aan, en zelfs Rutte, niet bepaald een vechtersbaasje, wil plotseling personen van lagere stand in elkaar slaan. Ook jongere mensen voelen blijkbaar aan dat de wereld niets voor hen is en willen dus dat zij kapot gaat, net als in 1914. Een land kan 20% of 25% fascisten nog behappen; de anderen regeren dan nog wat verder, hoewel het blok aan het been wel steeds zwaarder gevoeld wordt. Maar als het voedsel of de woonruimte of de zorg veel duurder wordt, of als er allerlei draconische maatregelen moeten worden getroffen, zal het percentage fascisten snel oplopen en de ondergang dus versneld verlopen.
.
Allemaal redenen waarom ik geen honderd word.

1 reactie

Opgeslagen onder De mens, Klimaat, Persoonlijk

Een Reactie op “Waarom ik toch geen honderd word

  1. Wieneke

    Je hebt weer een prachtig logje gemaakt en ik heb het met veel plezier gelezen 🙂 Honderd worden? Wat een schrikbeeld, zeg.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.