Hoedendozen in alle maten

Bij het uitmesten van de boekenkasten was ik bij de letter P gekomen. Proust kon ik natuurlijk niet wegdoen; integendeel, ik ben hem aan het herlezen. In La prisonnière zitten mooie analyses van het verschijnsel jaloezie, maar ook wel taaie stukken. Prachtig vond ik in ieder geval de uitweiding over de straatroepen van de straatventers die de verteller in de ochtenduren door zijn raam heen hoort. Roepen van mosselverkopers, scharensliepen, groentevrouwen, geitenmelkboeren. Het is van belang dat zulke roepen herinnerd worden, anders denkt de jeugd nog dat alles altijd al in de supermarkt of in het internet gekocht werd.
.
Ik moest er even mijn best voor doen, maar al gauw herinnerde ik me ook de straatroepen uit mijn jeugd in Amsterdam, in de vroege jaren vijftig. Voddùùùh! was er een van: een man die met een handkar oude kleren kwam ophalen. De schillenboer, die met een auto kwam, had ook een roep: Schillùùùh! Het mooiste vond ik de man die hoedendozen verkocht. Hij kwam te voet met een heel bouwsel van ronde dozen om zich heen en riep: Hoédendozen in alle ma-tùùùn! Hij had een rare, doffe dictie, alsof hij een spraakgebrek had, maar daar weet ik het fijne niet van. Verder was er nog de man met een grijs fietskarretje, dat een beetje leek op dat van de ijscoman. Die riep volledig emotieloos: Stomen … verven! waarbij het tweede woord op een hogere toon geroepen werd dan het eerste. De ijsman riep niets, die had een bel, waar de ijslustige kinderen en volwassenen op af kwamen. Het melkijs zat in metalen cilinders, waarvan telkens een schijf werd afgesneden en tussen twee wafels werd gedaan, al naar gelang de dikte voor een stuiver, een dubbeltje of een kwartje. Je likte er dan rond omheen en drukte als de buitenlaag weg was de wafels naar elkaar toe, zodat je weer verder kon. (Voor de oorlog was het goedkoper geweest, getuige het nog voortlevende liedje: O kijk daar komt de ijsman aan, de ijsman van de buurt … van drie, van vijf, van tien…. En roept dan “IJs met slagroom!” Die roep, die ken je wel!)
.
Uit Kairo herinner ik me ook zulke roepen. Robavecchia! ‘vodden’. Dat was natuurlijk een Italiaans woord, maar allang in het Arabisch opgenomen. In de oude stad was een man die Bakhtek, bakhtek riep, ‘Uw geluk!’ Als je hem een muntje gaf liet hij een muis door een bak met zaagsel lopen die dan een papiertje oppikte waarop een geluk voorspellende tekst geschreven stond, of misschien ook wel een geldprijsje. En dan was er nog de ambulante lootjesverkoper, die riep Ya nasieb! maar ook wel La chance … de la vie! Waarom hij dat in het Frans riep weet ik niet; het was niet in een buurt waar buitenlanders woonden. Wie een lootje wilde kopen riep hem op zijn Arabisch toe Ya sjansi!, ‘chance-man!’, en dan kwam hij naar de klant toe.
.
Uit Griekenland herinner ik me alleen de roep Kareklia, kareklia!, ‘stoelen’. Of die man stoelen verkocht of alleen reparaties van rieten zittingen aanbood weet ik niet; ik hoorde hem ’s ochtends roepen vanuit mijn bed, net als de verteller van Proust.
.
Er moeten nog heel veel meer van die roepen geweest zijn, maar dit was mijn oogst van even terugdenken. Nog net op tijd aan de vergetelheid ontrukt.
.
Een heel oud verschijnsel natuurlijk, die roepen. Wie kent niet het liedje over sweet Molly Malone … crying cockles and mussels, alive, alive oh!

4 reacties

Opgeslagen onder Vroeger

4 Reacties op “Hoedendozen in alle maten

  1. Dat ijs heet steekijs en soms, heel soms, kom je het nog wel eens tegen hier in Groningen.

    Over Groningen gesproken, straatroepen uit het Interbellum zijn hier geregistreerd:
    https://groninganus.wordpress.com/2010/10/08/groninger-ventersroepen-uit-het-interbellum/

  2. Een mooie collectie, op dat filmpje! Intussen herinner ik me ook nog een roep uit mijn geboortedorp: ‘Léévendige vis … bij de visser aan de haven!’

  3. Voor hoedendozen ben ik denk ik te jong, maar ik herinner me ook de man die Voddùùuh riep. Met platte kar en aaibaar paard, hij deelde cadeautjes uit als je spullen bracht, ijsparasolletjes of knikkers of ballonnen.
    Verder waren er natuurlijk die mannen die op stations langs de trein liepen met een dienblad op de hand, het galmde heerlijk onder de overkapping, koffieeeeeeeee, theelimonade-enbelegdebroodjùùùs.
    In Singapore liep er elke maand een man door de straat die stokken verkocht die gebruikt werden om was op te hangen (daar hoorden van die grote knijpers bij met ronde bek) en die riep tot mijn grote verbazing, althans dat was wat ik verstond: Stokkùùùh! Geen idee of het Chinees of Maleis was.

  4. O ja, die stationskoffie! Het station Driebergen-Zeist had de naam, de lekkerste koffie te hebben.
    Ik denk dat in mijn jeugd de hoedendozenbranche al behoorlijk in verval was.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.