Mini-herinneringen Cairo

In de studentenflat werden kamers vaak door twee of drie jongens gedeeld. Hoe het samenleven in die kamers was onttrok zich geheel aan mijn waarneming. Preutsheid heerste alom: twee keer per week was er warm water, dan stonden alle studenten in de rij voor de douchehokjes, van de hals tot de enkels gehuld in badmantels. Jongens die vrijwel niets bezaten hadden toch geïnvesteerd in dit blijkbaar noodzakelijk geachte kledingstuk. Dat was in Nederlandse studentenflats heel anders, zelfs toen die gemengd werden.
.
’s Avonds kon je in de binnenstad ‘Cleopatra, de koningin van de Nijl’ tegenkomen: een exuberant opgemaakte en geklede, grote persoon, die zich uitdrukkelijk als vrouw presenteerde. Aangenomen werd dat er onder al die pracht een mannelijk lichaam schuilging, maar dat kan bij nader inzien evengoed een hermafrodiet of transgender geweest zijn. Of een vrouw? De Mathilde Willink van het Nijldal, waarom ook niet? De autoriteiten waren tegen dit soort verschijnselen, maar de mensen op straat waren eerder geamuseerd welwillend. Geen sprake van stenen gooien of volksgericht.
.
Op een verjaardagsfeestje waren de twee aanwezige meisjes al snel in de keuken verdwenen, terwijl de jongens en mannen zich onder elkaar amuseerden met o.a. zeer zinnelijke, zelfs obscene buikdansen, die door twee jongemannen na elkaar werden uitgevoerd. Het geheel werd als grap, als parodie gepresenteerd, goed voor het ene lachsalvo na het andere, maar intussen werden de dansen met grote kunstvaardigheid uitgevoerd. Daar moet langdurig en met liefde op geoefend zijn geweest; het werd me toen duidelijk dat er gewoon ook mannelijke buikdansers bestonden. En dat waren geen ingehuurde krachten, maar genode gasten, vrienden van de jarige.
.
En dan waren er nog die twee Italiaanse clowns. Die sprongen te voorschijn uit een zijsteeg en voerden hun nummer op; heel snel, stiekem natuurlijk, want zulke kunsten waren in Egypte streng verboden! Hun optreden was grof, obsceen, anaal. Nog tijdens hun optreden haalden ze het geld op bij het snel toegestroomde, medeplichtige publiek. Tenslotte verdwenen ze ergens in een trappenhuis en ook de toeschouwers waren weg. Niets gebeurd – snelvermaak in een politiestaat.
.
Tijdens het socialisme en kort daarna was er in Egypte niets te krijgen. Als je erheen ging vroegen allerlei Egyptenaren in Nederland of je iets wilde meenemen voor hun familie daar. Steunkousen, snelkookpannen, stofzuigerzakken, dat soort dingen. In de late jaren zeventig kwam ik zo eens terecht bij de broer van een kennis, die met zijn vrouw inwoonde bij zijn moeder. Deze had een prachtige ruime flat uit de oude tijd; zonder twijfel wachtte hij geduldig tot zij zou overlijden. Twee onverkwikkelijke dingen heb ik daar meegemaakt: de man dwong zijn moeder te bidden. Moeder was een zelfstandig opererende zakenvrouw, maar op religieus gebied moest ze zich onderwerpen. Ze mopperde tegen mij over de bemoeizucht van haar zoon: whiskey mocht ze ook al niet meer. Zij begaf zich dus naar haar slaapkamer, waar zij zich zuchtend en kreunend aan de buigingen overgaf. Dat viel haar niet mee, want ze was het nooit gewend geweest en ze was zwaarlijvig. Of ik wilde of niet, ik moest het wel zien, omdat zij de deur van de slaapkamer half open had gelaten.
Het andere vond ik nog erger: de man was woedend op zijn vrouw, omdat deze hem de week tevoren een meisje en geen jongen had gebaard! Wat denkt u dat deze man zijn beroep was? Arts.
.
Een BMW vijfhonderdzoveel is een vrij forse, dure auto. In Cairo waren auto’s nog eens minstens twee maal zo duur, dus voor daar was die wagen behoorlijk luxe. Hij werd gereden door een Nederlandse ontwikkelingswerker, die ik daar leerde kennen. Een landbouwingenieur, die zijn steentje bijdroeg aan de verbetering van de landbouw in Egypte. Voor zover die sukkelaars naar zijn goede adviezen wilden luisteren tenminste; hij was bepaald niet positief over de samenwerking. Ons beiden verbond een liefde voor klassieke muziek en we zijn enige malen samen naar concerten en recitals geweest in Cairo. In de gesprekken met hem begreep ik beter wat ontwikkelingshulp was. Best mogelijk dat de Egyptenaren iets hadden aan zijn vakkennis, maar de gedachte dat bij ontwikkelingshulp ‘wij’ iets doen voor onze medemensen overzee die het moeilijk hebben bleek geheel misplaatst. Het was gewoon een dik verdienende vakman met een carrière en weinig empathie. Anders dan bij zendelingen en missionarissen, die ‘zich opofferen’.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Cairo, De mens

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.