Fietsen na een jaar

Na mijn knieoperatie kon ik een tijdlang niet fietsen. In de winter heb ik wel gefietst in de stad maar nog nauwelijks buiten, vooral wegens kou en regen. Omdat de zomer tegenwoordig in april valt ben ik wel weer begonnen met tochtjes buiten de stad. De eerste ritjes waren niet zo leuk; eerder gemaakt uit plichtsgevoel ten behoeve van de gezondheid dan voor de lol. Ik kon nog niet zo ver, en de eerste en de laatste tien kilometer zijn hier altijd onprettig, omdat je dan over of langs autowegen door voorsteden rijdt, of over het ongenietbare, want veel te drukke fietspad  langs de Lahn.
Maar nu heeft een fietstocht me voor het eerst weer plezier gedaan. 45 kilometer, dat is voor een elektrische fiets niet zo veel. Spectaculair was het niet, maar wel prettig.
.
Bij de mensa en de Lahnterrassen moet je altijd door tientallen studenten heen waden die daar door elkaar lopen of zitten te ontspannen met elektrische radio’s. Dat doet enigszins afbreuk aan het idee van een interregionaal fietspad, maar vooruit, het is vrij snel voorbij. Dan langs volkstuintjes en sportvelden en na tien minuten doemt de winkelweide van Wehrda al op (afb. 1). Het onzegbare Cölbe is niet te vermijden. Hier loopt de onaangenaam drukke hoofdweg door het dorp, omzoomd door rafelige stoepen en fietsstroken. Kort na Cölbe storten de wateren van de Ohm zich in de Lahn (afb. 2). Nog iets verderop kun je tegenwoordig linksaf over een vers voor fietsers geasfalteerd landwegje naar Reddehausen, en daar begint dan meteen een prachtig gebied, vol ontluikend groen en fruitbelovende bloesems. De buurtschap Reddehausen is sympathiek maar klein en er is niet veel over te vertellen, behalve dat er een paar mooie huizen staan en dat zij beschikt over een eigen godshuisje (afb. 3). Dan hoeven de mensen ’s zondags niet zo ver. Naar Schönstadt langs de Flugplatz Marburg-Schönstadt; I kid you not. Dat is een weitje waar zweefvliegtuigen, luchtballons en ook kleine zaken- en sportvliegtuigjes kunnen opstijgen, maar deze keer zag ik er geen. Ik dacht dat het vliegveld door de Nazi’s was aangelegd, maar nee, het is ouder, het dateert al van 1909 (afb. 4). Het soort vliegveld vanwaar vroeger Heer Bommel soms vertrok naar een ongezellige bestemming. Onder in de verkeerstoren (afb. 5) is een bescheiden horecagelegenheid gevestigd. De oude postweg langs het vliegveld zou heel geschikt zijn als fietspad, ware het niet dat hij is geplaveid met scherpe stenen uit zeventienzoveel. Voor een fietser is dat niet prettig. Ik moest dus wel over de hoofdweg, maar er was nauwelijks verkeer.
.
Daar verscheen reeds  de reusachtige hoeve Fleckenbühl (afb. 6). Deze Gutshof is tegenwoordig in gebruik is als een soort therapie-inrichting, maar ook als productiebedrijf. In het herenhuis (afb. 7) wonen nu geen heren meer, maar jonge verslaafden die hard moeten werken voor hun eigen bestwil. Bio-melk, kaas, brood, alles in goede Demeter-kwaliteit, landbouw en veelteelt, ze verzorgen bomen en doen houtbewerking. In de streek zijn ze wijd en zijd bekend. Te vergelijken met Kehna dus. Het werken schijnt hun goed te doen; ik hoor alleen positieve verhalen, behalve dan, dat ze soms een terugval hebben als ze weer weg zijn.
.
Het plaatsje Schönstadt is niet zo schön als het vanuit een drone lijkt. Bij dat kasteel kun je niet komen, het is nog bewoond (fam. Bethmann-Schimmelpenninck, jawel) en het dorp zelf stelt niet veel voor. Maar daar begint een smalle weg naar Oberrosphe, en daar wordt de wereld pas echt mooi. De weg voert eerst door beemd en veld, daarna door een diep donker woud, dat echter wegens het frisse jonge groen nog niet zo wilde donkeren. Een overgang naar een andere wereld lijkt het wel: Oberrosphe, een stil en aangenaam dorp, waar ik wel eens koffie ging drinken in het dorpsmuseum (afb. 8–10), dat door twee dames liefdevol en vrijwillig wordt gerund: een plek waar iedereen zijn ouwe troep heeft achtergelaten, van landbouwwerktuigen tot theebusjes. Het museum heeft echter te kampen gehad met een smeulende brand; ik wed dat de bedrading nog uit het interbellum stamde en met katoen was geïsoleerd. Jammer voor de ramptoerist: er is niets van te zien, de brand is blijkbaar geheel binnenshuis gebleven. De mannen van het dorp hebben de handen ineengeslagen om de zaak weer te herstellen, alles vrijwillig natuurlijk.
.
Nu dacht U natuurlijk dat ik vandaar zou afdalen naar Unterrosphe, maar nee, in dat stenige pad had ik geen zin; bovendien zou ik dan beneden een stuk over een drukke autoweg moeten rijden. Richting Mellnau dus, alles door dat schitterende landschap. De ruïne heb ik dit maal hoog op de berg laten liggen. Dan overwegend  heuvelafwaarts naar het benauwd-christelijke Wetter
, dat ik al zo vaak heb gezien, en vandaar de gebruikelijke weg naar Cölbe en naar huis. Bijzondere traktatie: de weg van Wetter naar Cölbe was wegens bouwwerkzaamheden voor auto’s afgesloten, zodat het heerlijk rustig reed.
.
Ik moet maar gauw de fiets weer op de trein gaan zetten en dan tien twintig kilometer verderop pas beginnen met fietsen. Voor de operatie was het probleem dat ik niet meer in staat was, de zware elektrische fiets het trapje op te zeulen dat toegang verschaft tot het deel van de trein dat voor kinderwagens, rolstoelen en fietsen is bedoeld. Nu gaat dat wel weer; bovendien zijn er nieuwe treinstellen met een barrière-vrije instap.

 

 

2 reacties

Opgeslagen onder Fietsen, Marburg

2 Reacties op “Fietsen na een jaar

  1. Mijn idee, met de fiets in de trein de vervelende kilometers overslaan.

    Veel plezier met de volgende tocht.

    Bewolkte groet,

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.