De dwaling van de paus, of: het primaat van de filologie

Dat de paus, zacht uitgedrukt, een dwaallicht is weet iedere rechtgeaarde protestant nu precies vijfhonderd jaar. De huidige paus kan echter ook onder protestanten op veel sympathie rekenen, omdat hij zo bescheiden is en zo goed voor de armen. Toch is het uitgerekend deze paus Franciscus die een rare draai heeft gemaakt: hij wil een tekst uit het Onze Vader herschrijven of althans herinterpreteren.
.
In het Onze Vader staat: ‘En breng ons niet in beproeving’ (vroeger: ‘in verzoeking’ of: ‘in bekoring’). Het staat in allebei de versies (Matteüs 6:9-13, Lucas 11:2-4). De vertaling van het oorspronkelijke Grieks1 is volstrekt onproblematisch: ‘en leid ons niet …, en breng ons niet …’.
.
Nee, zei de paus, dat kan niet zo zijn, een vader doet zoiets niet, dat doet de Satan! Hij stelde voor te vertalen: ‘Laat ons niet in verleiding vallen’. Met die bede is bedoeld: ‘Als Satan ons in verzoeking leidt, help Gij mij!’
.
Waarom willen theologen toch altijd aan teksten wrikken als die niet bevallen? Aanhangers van een religie die zich baseert op biblia, boeken, dienen zuiver om te gaan met teksten en daar niet mee te knoeien. Gaan we ‘vertalen’ wat er niet staat? Dan weet ik zó nog honderd verzen die herschreven kunnen worden.
.
Ik had een kleine discussie met een katholiek, die de paus rechtvaardigde met een beroep op de katholieke traditie. Hij wees mij op een artikel van Charles McNamara dat ik U graag doorgeef. Al eeuwen geleden was het bijbelvers onderwerp van gesprek geweest, en reeds Tertullianus (±155–240), Augustinus (354–430) en andere kerkvaders wilden het vers anders uitleggen: ‘Leid ons niet in verzoeking betekent: laat niet toe dat wij daarin geleid worden.’2
.
Maar dat die oude kerkvaders ook al aan het rommelen waren geeft een hedendaagse mens toch niet het recht hetzelfde te doen? Ik ben niet alleen protestants opgevoed, dus met sola scriptura, maar ook als filoloog opgeleid. De hoogleraar die mij de tekstkritiek bijbracht prentte mij in: ‘De tekst is heilig!’—en daarmee doelde hij niet op heilige schriften, maar op iedere tekst, oud of nieuw, die te reconstrueren, uit te geven of te bestuderen is. Altijd zoeken naar de eigen woorden en bedoelingen van de auteur, voor zover deze te achterhalen zijn; nooit knoeien met wat die heeft geschreven. U begrijpt, dit grote gebod van de filologie is momenteel bijzonder ongeliefd, vooral in de ‘sociale’ media. Toch blijf ik erbij.
.
Denkt U niet dat alleen katholieken zo kunnen knoeien; protestanten maken het nog veel bonter. In Duitsland verscheen een paar jaar geleden een feministisch en ook verder zeer politiek correcte gekleurde ‘vertaling’ van de bijbel: de Bibel in gerechter Sprache. Ik heb geen zin om het daar lang over te hebben, maar U kunt zich ongeveer voorstellen hoe zulk ‘vertalen’ gaat. God is dan vader en moeder tegelijk: ‘Jij God, bent ons vader en moeder in de hemel,’ en naast de herders liggen ook herderinnen bij nacht in het veld—gezellig toch, zulke herdersuurtjes.3
.
Mijn gesprekspartner putte veel zegen uit de laatste alinea van McNamara: As Christians consider these literary issues, they should bear in mind the example of their ancient exegetical predecessors, those patristic authors who defined the church and its prayers in its first centuries. If Augustine, Ambrose, and Jerome couldn’t quite settle on a definitive text or single perspicuous meaning of Christianity’s central prayer, we should allow ourselves a little room for debate, too.
.
Dat katholieke beroep op de traditie houdt de boel wel in stand en bij elkaar, dat moet ik toegeven. Een strenge visie als die van mij zou misschien tot de conclusie kunnen leiden dat de woorden van het Onze Vader ongelukkig zijn gekozen, of dat de bijbel een patriarchaal en dus verouderd boek is. Dat zou twijfel aan het goddelijke karakter van de Schrift teweeg kunnen brengen. Voor je het weet heb je dan geen kerk meer over, en ik vrees dat onze wereld daar nog lang niet buiten kan. U weet wel wat voor types het vacuum zouden gaan vullen. Zelf blijf ik een ongelovige filoloog, maar ik houd het stil, dat beloof ik.

NOTEN
1. καὶ μὴ εἰσενέγκῃς ἡμᾶς εἰς πειρασμόν, in het Latijn van de Vulgaat: et ne nos inducas in tentationem.
2. Tertullianus, De oratione 8; CSEL XX, 186ne nos inducas in temptationem, id est, ne nos patiaris induci, ab eo utique qui temptat.
3. Mt 6: ‘Du, Gott, bist uns Vater und Mutter im Himmel.’ Lk 2: ‘In jener Gegend gab es auch Hirten und Hirtinnen, die draußen lebten und über ihre Herde in der Nacht wachten.’

1 reactie

Opgeslagen onder Godsdienst

Een Reactie op “De dwaling van de paus, of: het primaat van de filologie

  1. Pingback: Zuiverheid en verantwoordelijkheid van leden en leiders in een gemeenschap – Jeshuaist

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.