Wat te doen?

Wat zal ik eens gaan doen in de resterende tijd? Dat heb ik me bij mijn pensionering afgevraagd en ik doe het nu weer. Dat kan te maken hebben met mijn a.s. knieoperatie: zoiets is een Einschnitt, een ingreep. Maar misschien is dit juist een slecht moment voor zo’n vraag. Na maanden zittend leven ben ik immers niet meer mijn gewone zelf; ik bespeur een zekere neiging tot chagrijn—hoewel het nog meevalt. Meer dan de knie is misschien mijn onderwijs in Keulen deze winter de aanleiding tot de hernieuwde vraag, wat te doen.
Ik stel de vraag voorlopig en zal het deo volente na mijn herstel weer doen. Door deze tekst dan terug te lezen kan de zaak wat perspectief krijgen.
(Hoeveel tijd rest mij nog? Dat weet niemand, maar stiekem reken ik in mijn hart met nog tien à vijftien jaar. Zou het minder zijn is dat pech. Wat eventueel daarna nog komt zal eerder vegetatief zijn. Door de terugkeer van het fascisme wordt de kans op een voortijdige, evt. gewelddadige dood natuurlijk groter. De nieuwe politieke situatie maakt de zaak wel urgent; er is niet veel tijd meer. Weglopen kan niet meer, ook niet met een nieuwe knie; waarheen trouwens?

Wat te doen dus?

Lopen, fietsen! Langzaam opvoeren. Iemand die een jaar geleden zo’n operatie had gehad vertelde mij trots dat hij nu weer acht kilometer had gewandert. Acht, na een jaar. Dat vind ik weinig, maar het is natuurlijk beter dan niets. Hoe dan ook: fietsen en lopen zijn geen dagvullende bezigheden.

Zingen! Ja dat blijf ik doen zo lang ik kan, en nog wat meer dan nu. Maar ook dat is niet dagvullend; een carrière zit er niet in.

Bloggen. Een beetje bloggen (de opvolger van dagboek schrijven) gaat altijd, maar ook dat is marginaal. Zoals dit stuk nu: het dient om de gedachten een beetje te ordenen. Dat is soms nodig, maar meestal niet.

Arabisch: In de ruim vier jaar na mijn pensionering heb ik niet één modern Arabisch boek meer gelezen. Blijkbaar heb ik daar geen zin meer in. Toch zou ik het weer eens moeten doen, romans of zo, anders vergeet ik die taal. Zou dat erg zijn? In het hiernamaals kun je ook met Latijn terecht.

Bloek. Dan zijn er nog die stukjes die ik schrijf op mijn webpagina’s over Arabisch en islam. Ook een leuke bezigheid, die naar believen is uit te breiden of in te krimpen. De laatste tijd was het niet veel, door dat onderwijs in Keulen. Maar de stof daarvan kan juist weer in die stukjes worden verwerkt. Ja, Oudarabisch lees ik nog wel.

Vluchtelingenwerk. Dat gaat door: huiswerkhulp, Duitse conversatie en grammatica voor vluchtelingen, maar op het ogenblik niet veel uren. Ik word er niet moe van; het is een soort praten.

Onderwijs. In Keulen dertien hoorcolleges van twee uur gegeven, ter vervanging van een zieke professor. Men dacht dat ik te ver woonde om steeds naar Keulen te komen, maar ik heb zelf op deze klus aangedrongen. Zondagsavonds met de trein erheen, slapen in hotel, maandagochtend college, dan de trein terug. Onkosten betaald plus vergoeding. Het lesgeven was prettig en ik kon het nog. De voorbereidingen kostten echter zéér veel tijd, want ik was grote delen van de stof vergeten! De islamitische mystiek bij voorbeeld, waar ik vroeger zo in thuis was: helemaal weggezakt. Ik heb anderhalf meter boek staan op dat gebied, toen ik iets pakte wolkte het stof eruit omhoog. En dat geeft te denken: als er zoveel weg is kun je daar eigenlijk niet meer de boer mee op.
Toen ik die job aannam ging het nog niet zo beroerd met mijn knie. Van mijn plan om in Keulen eens rond te wandelen en die stad te leren kennen kwam niets terecht door mijn bewegingsmoeilijkheden (gestrompel). Het vele werk heeft me wel door de winter geholpen, anders was ik waarschijnlijk echt in chagrijn vervallen.

Wetenschap: Dat is het moeilijkste. Toen ik gepensioneerd werd was ik zo blij dat ik het dwangbuis van de wetenschap mocht uittrekken. Voortaan alleen nog maar opstelletjes, stukjes schrijven, zoals vrijwel alle Nederlanders dat de hele dag doen. Ik heb mijzelf nooit als wetenschapper beschouwd, moest alleen doen alsof, omdat ik aan een universiteit werkte, een Duitse nog wel. De pensionering maakte het mogelijk dat toe te geven. Maar zie aan: er zijn nu al vier wetenschappers geweest, en niet de geringste, die unaufgefordert verklaard hebben, dat ze juist dat wetenschappelijke van mij zo waardeerden. En dit jaar verschijnt er nog een aan mij opgedragen speciaal nummer van een wetenschappelijk tijdschrift. Vreemd, heel vreemd; ik begrijp echt niet hoe dit zit. (Wat Nederlands is deze zelfvisie! denk aan Guépin—‘I am a fraud! I am a phony’—, Karel van het Reve e.t.q.)

Het leven genieten: Jawel, dat doe ik, maar dat is net zoiets als lopen en fietsen, dat komt er vanzelfsprekend bij. Genoten heb ik gisteren bij voorbeeld van het zonnige sneeuw- en mistlandschap in het Westerwald, waar ik met de trein doorheen reed. Een koorrepetitie of en mooie avond met vrienden is ook genieten. Het hoeft niet zo speciaal te zijn.

Reizen? Dat hoor je vaak, dat oudere mensen gaan reizen, maar mij interesseert dat niet. Toch kom ik wel eens ergens, ik heb vrienden en vriendinnen overal en die zoek ik soms op. Maar is dat reizen? Ook mijn bezoek aan Vicenza afgelopen zomer zou ik geen reizen noemen, hoewel de rit vrij lang was. Reizen, dat is te paard door Mongolië, of op een cruise langs de Noorse fjorden met een plaid over je knieën. Nee, hoeft niet.

Dus lopen, fietsen, zingen, bloggen, stukjes schrijven, met vluchtelingen praten: dat is al een mix van allerlei aardige dingen, die ik echter toch eerder als tijdverdrijf opvat. Wat ontbreekt is de grote visie, het ideaal. Iets geheel nieuws? Als ik uit de revalidatie kom is de horror-coalitie VVD-PVV misschien al een feit. In het verzet gaan misschien? En moet daar nog iets van mijn oude vak bij?

Ik kap ermee voor het ogenblik, ik kom niet verder. Wie weet krijg ik een ingeving terwijl ik lig te revalideren. (Je krijgt daar waarschijnlijk alleen witte broodjes met van die bleke, pseudo-Goudse kaas.)

5 reacties

Opgeslagen onder Persoonlijk

5 Reacties op “Wat te doen?

  1. Revalideren lijkt me eerst wel even een aardige kluif. En een actie voor degelijk Duits boerenbrood kan er vast ook nog wel bij.

  2. Ik hoorde onlangs (weliswaar viavia) van iemand met een nieuwe knie die na een jaar weer tenniste. Ik heb er geen verstand van maar dat lijkt mij een tamelijk kniebelastende sport.
    Overigens vind ik dit een indrukwekkend lijstje activiteiten. Moet er wel meer? O, ik weet nog wel iets zeer bevredigends dat bovendien deels in het laatstgenoemde probleem voorziet: zelf zuurdesembrood bakken (en dan niet met zo’n saaie machine maar fijn met spierkracht kneden). Het ruikt alleen al heerlijk en de smaak is onovertroffen. Ik doe dat om de paar dagen en het is altijd weer prettig.

  3. Een boek schrijven? Een roman?

  4. Irene@: Het aantal bezigheden is eigenlijk genoeg, maar er is er geen bij waarvan ik zeg: ja, dát is het! Iets als wat jij met je paarden hebt.
    Dat brood zal ik onthouden. Ik ken het wel van eten, niet van zelf bakken.

    petergreyphotography@: Een roman schrijven zou zeker zo’n bezigheid zijn als hierboven bedoeld. Veertig jaar geleden dacht ik daar al over. Maar ik geloof bij nader inzien niet, dat ik het in mij heb. Ik kan wel goed een pen vasthouden, maar heb geen verhaal. Zie ook http://wp.me/p1PaGJ-1xN .

  5. Het Duitse zuurdesem is dan wel te zuur naar mijn smaak. Een beetje te veel ‘het moet want het is gezond’. Ik zou een Nederlands/Belgisch recept nemen, puur genoegen.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s