Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 7

In de Lernwerkstatt zijn maar weinig ‘Arabieren’, d.w.z. Syrische vluchtelingen, domweg omdat die nog niet ver genoeg zijn om zelfstandig hun talenkennis te willen verdiepen. Er komt één Syrisch meisje, met veel doeken om en erg verlegen. De leiding besloot terecht dat zij beter niet door een man geholpen kan worden; ze heeft al problemen genoeg. Andere Syriërs ontmoet ik in het donderdagse huiswerkklasje, wat iets anders is.

Gisteren met een ruim dertigjarige man uit Iran gewerkt, die echter een Turkse taal, waarschijnlijk Azerbeidzjaans, als moedertaal heeft. Een vijfde deel van de Iraanse bevolking is turkstalig. Ik kon bij hem geen problemen bij het leren van Duits constateren; het ging goed en hij is gemotiveerd. Als automonteur met achttien jaar ervaring popelt hij om aan het werk te gaan. Dat zal zeker lukken, want er is vraag naar zijn soort, al zal hij goed Duits moeten kennen om ingewikkelde handleidingen te kunnen lezen en waarschijnlijk nog moeten bijleren over computers in auto’s.

Op het gebied van taal moet hij een moeilijke tijd hebben gehad toen hij leerplichtig werd. In het Turks opgegroeid kreeg hij op school, pats! ineens onderwijs in het geheel niet verwante Perzisch. Allicht zal men pedagogisch weinig rekening gehouden hebben met zijn anderstalige achtergrond. Hoewel het feit dat de andere schoolkinderen ook turkstalig waren een groepsgevoel gekweekt moet hebben. Moesten ze in de hoek staan, kregen ze tikken als ze Turks spraken op school? Ik weet niet hoe het daar toegaat.

Tweetaligheid kan een voordeel zijn, maar een nadeel wanneer die iemand op hardvochtige wijze opgedrongen krijgt. Drie- of meertaligheid kan tot nultaligheid leiden, zoals ik me van Marokkanen in Nederland herinner. Als Berber geboren, Marokkaans Arabisch op straat geleerd, verplicht Hoogarabisch en Frans op school, en vervolgens ook nog Nederlands: daar kun je behoorlijk gek van worden, vooral als je niet zo’n intellectueel type bent.

De leidster zei blij te zijn dat ik deze Turko-Pers onder mijn hoede had genomen, omdat zij een menselijk probleem met hem had. Ik helemaal niet, ik vond hem aardig en open. Maar zij vertelde dat hij opdringerig tegen haar deed. Het probleem is dat zulke mannen in Iran, en steeds vaker ook in de Arabische landen, niet meer geleerd hebben normaal met een vrouw om te gaan. En dan nog wel een vrouw in een luchtig jurkje, want het is zomer nu. Toch moeten ze dat ook leren, maar hoe? Taalonderwijs is daarvoor niet het juiste middel. Hoewel, in het leerboek stond een zin over een vrouw die Mechanikerin van beroep was, automonteur dus. Grote verbazing; ik legde uit dat die in Duitsland inderdaad bestaan, al zijn het er niet erg veel. Hij geloofde het maar nauwelijks. Alweer een barst in een mannelijkheidsbeeld.

En ik weet ook niet hoe opdringerig hij geweest was. Om precies te zijn: de leidster zei dat hij te dicht bij haar kwam. Inderdaad kwam hij ook erg dicht bij mij. Maar ik weet al lang dat dat niets bizonders is: het ene volk bewaart meer afstand dan het andere. Engelsen zijn kampioen in afstand bewaren; Nederlanders komen op een goede tweede plaats. Maar in de Arabische landen bewaren mannen en vrouwen binnen hun groep heel weinig afstand, en juist heel veel afstand tot leden van de andere groep; misschien is de situatie in Iran vergelijkbaar. Voor deze Iraniër loopt het rolgedrag in Duitsland op verwarrende wijze door elkaar en dus ook de distantieregel; zou het zo iets zijn? Zou kunnen, maar het kan ook zijn dat gewoon de biologie zijn werk deed.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Niks

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s