Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 1

Bij een huiswerkklasje ben ik nog niet ingedeeld; misschien pas volgende week, want donderdag is een feestdag en dan gaat weer alles plat. Daarom nu in de Lernwerkstatt geweest. Daar kunnen leerlingen van de taalcursussen (niet alleen vluchtelingen) studeren, vragen stellen en oefeningen doen. Er zitten ongeveer drie mensen die antwoorden geven en hulp bieden, waaronder nu dus ik. De leidster is een doorgetrainde docente Duits als Tweede Taal: die stelt onderwerpen voor oefeningen voor, maar alleen voor zover de leerlingen die niet zelf aandragen. Ze heeft een kast vol met oefenmateriaal: kaartjes, blokje, stiften, tekeningen van alles en helpt de helpers wanneer zij het moeilijk krijgen; zie onder.

Roberta, 30 jaar, moedertaal Italiaans. Vrouw met weinig opleiding, wel een natuurlijke intelligentie. Kent geen Engels of andere vreemde talen. Probleemgeval, want Quereinsteigerin: zit in de klas met deel 2 van het leerboek maar deel 1 heeft ze nooit gehad.

Lange – korte klinkers. De leidster drong erop aan dat ik die duidelijk liet horen (zonder het expliciet te maken). Ik kan nog niet overzien waarvoor dat nodig is, maar ik zal erop letten. Is voor mij zelf een zwakke plek. Maar het gaat bij mij vanzelf goed, of loop ik al jaren fouten te maken zonder het te weten? Het enige woord waarin ik ooit last gehad heb van een foute klinker is Hochzeit. Het is Hŏchzeit, niet Hōchzeit.

Als een woord eindigt met een medeklinker plakken Italianen er nog een e achteraan; Arm wordt Arme. We hebben de woorden geoefend zonder die e; ze kon het best, maar ze vergeet het telkens weer. Veel gelachen.

Woordgeslachten geoefend, bij woorden die lichaamsdelen aanduiden. Nodig, maar vreugdeloos, dat werk. In alle talen met geslachten zit een hoop van dat onvoorspelbare gedoe. Pure willekeur, nou ja, heel vaak dan.

De h geoefend: Hals, Haus en nog andere woorden. Hals werd bij Roberta Alze, en dat is totaal onbegrijpelijk. De h is moeilijk, omdat ze er van huis uit geen oor voor heeft. Vervolgens wilde ze soms een h laten horen waar dat niet moet: Hohr voor Ohr, Harm voor Arm. Grapje: je zegt toch ook niet horecchio? Misschien onthoudt ze het zo. Hypercorrectie misschien, of gewoon de kluts kwijt na al dat geoefen. Ze kan zich echter oriënteren aan de geschreven vormen van de woorden. Roberta spelt uitstekend en vrijwel foutloos.

En dan nog een rijtje transformaties: er schreibt – er hat geschrieben; er kommt vorbei – er ist vorbeigekommen; ja, met die moeilijke splitsing van het werkwoord. Ik volg het boek en de aanwijzingen; daar staan ook zulke oefeningen achterin. Gelukkig wordt het op de hoofdpagina’s speelser en in context gepresenteerd.

Het hoofdprobleem: R. wilde graag voorzetsels oefenen, maar ze bleek geen idee te hebben van wat een naamval is. Spoedig bleek dat ze ook niet wist wat een onderwerp, een gezegde en een lijdend voorwerp zijn, en daarzonder geen Duits! Een stap terug gedaan om haar dat bij te brengen; dit onder leiding van de leiding. Een zo groot probleem zou ik niet durven aan te pakken zonder eerst thuis diep na te denken. Maar er bestond al een kant en klare methode voor, met plaatjes: je zag bij voorbeeld een vrouw die iets kookte, of een man die een krant las. Eerst de actie benoemen: lezen, koken enz. Dan de vraag stellen: wie doet dat, wie kookt er? Meteen een gelegenheid om de persoonsvorm en stiekem het woordgeslacht nog eens te oefenen: der Mann liest, die Frau kocht. Het onderwerp, de agens, werd rood gekleurd en met een rode stift opgeschreven. Het werkwoord met zwart. En dan kwam de vraag: wat kookt zij? wat leest hij? Welnu, dat is het lijdend voorwerp. Lichtblauw kleurtje geven. Over die naamvallen nog helemaal niet gesproken: dit moet eerst inzinken. En de vraag is niet altijd makkelijk: wat te denken van een plaatje met een brandend vuur? Das Feuer brennt: intransitief! Of het onderwerp bestaat uit meer dan een persoon. Of het is een ding; dan moet ik vragen: wat ligt daar?

2 reacties

Opgeslagen onder Huiswerkhulp, Taal

2 Reacties op “Huiswerkhulp: Verslag Lernwerkstatt 1

  1. Als taalcoach valt het mij ook op dat sommige letters niet gehoord worden en/of moeilijk uitspreekbaar zijn voor buitenlanders.

    Het blijft een boeiend onderwerp, taal.

    Respect voor jouw inzet.
    Duits is voor jou een aangeleerde taal, de finesses zullen dan ook niet altijd direct naar boven komen.

    De vrolijkheid en de onverwachte humor herken ik.

    Vriendelijke groet,

  2. Over die lange en korte klinkers in het Duits heb ik de zeer dikke en gezaghebbende grammatica van Duden opgeslagen, die tot nu toe ongeopend in de kast stond. Daar zag ik dat dat het Duits maar liefst 21 klinkers heeft; dat is een afschrikwekkend aantal. Hoe leg je dat ooit een Arabier uit? Vier van die klinkers komen alleen in buitenlandse leenwoorden voor, zoals de ã in Croissant. Maar 17 is ook een heleboel. Het Nederlands heeft er 13, plus zes voor de leenwoorden.

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s